Tag: Somaliland

  • In Somaliland zijn politiek en poëzie verweven

    In Somaliland zijn politiek en poëzie verweven

    In Somaliland, een autonome regio in het uiterste noorden van Somalië, speelden dichters een belangrijke rol in het publieke leven. Ze kwamen van pas bij rechtszaken of werden erbij gehaald om vrede te stichten tussen rivaliserende families. En dat is nog niet alles. Poëten hebben zelfs regeringen omvergeworpen.

    Op een donkere februariavond plaatst een jonge Somalische wiskundeleraar een gedicht op zijn Facebookpagina. Volgens de traditie van zijn voorouders, die tot voor kort een orale cultuur in stand hielden, spreekt hij het gedicht hardop uit:

    ‘Toen ik besefte dat

    niemand een put 

    voor jou heeft gegraven,

    er geen redders onderweg zijn

    en de leiders die gekozen zijn om het land te dienen 

    de rijkdommen hebben aangetast…’

    Vervolgens uploadt hij de geluidsopname op zijn account.

    In Somaliland werden gedichten vaak voorgedragen door mannen als tijdverdrijf op lange karavaantochten, en door vrouwen die matten weefden om hun koepelvormige hutten mee te bedekken. De gedichten hadden een cyclische structuur, als het leven van de nomadische volken zelf. Op hun jaarlijkse migratie namen ze hun dieren en hun poëzie mee. 

    De gedichten dienden ook een publiek doel: ze kwamen van pas bij rechtszaken of om vrede te stichten tussen rivaliserende families. De kracht die uit de versregels sprak, konden maar weinig andere volken begrijpen. In Somaliland, een autonome regio in het uiterste noorden van Somalië, heeft poëzie oorlogen ontketend, regeringen omvergeworpen en wegen naar vrede gebaand.

    De stem van de wiskundeleraar, bij een foto van hem op een winderig strand, vervolgt:

    ‘toen ik getuige was van

    parlementsleden die geacht werden voor het land te werken,

    Allah te vrezen

    en mee te leven met de kwetsbaren,

    mensen die, toen hij ze nodig had, 

    onder de hete zon bijeenkwamen [om op hem te stemmen];

    maar eenmaal zijn doel bereikt

    vergat hij hun rechten,

    hield zich niet aan zijn belofte

    en werd een zakenman

    die zijn waardigheid verkocht

    en jullie grondstoffen’

    Xasan Daahir Ismaaciil schrijft in zijn vrije tijd poëzie onder het pseudoniem Weedhsame. Als hij op die avond in 2017 dit gedicht uitspreekt, weet hij nog niet dat hij daarmee in de eregalerij belandt van dichters die in zijn land als moderne wijzen worden beschouwd. Hij weet niet dat hij een poëziedebat ontketent dat de natie op haar grondvesten zal doen schudden.

    ‘dit gedicht van bezorgdheid

    als een [lied] voor lammeren,

    dit gedicht dat zucht,

    de verantwoordelijkheid draagt me op om voor te dragen – en de omstandigheid draagt jou op te luisteren.’ 

    Hij heeft meer dan tien minuten nodig om het ruim driehonderd verzen tellende gedicht uit te spreken. 

    Weedhsame begon als tiener gedichten te schrijven. Zijn eerste poëzie ging over de liefde; later ging hij schrijven over corruptie, belastingen, wanbeheer en vriendjespolitiek. Die ontwikkeling was niet vreemd – in de Somalische samenleving waren poëzie en politiek altijd al met elkaar verweven, en het werd als de taak van een dichter gezien om het onrecht te beschrijven.

    En in Somaliland was er veel onrecht. Dat kwam deels van buitenaf: maar weinig landen erkenden het autonome stukje land, wat betekende dat de bevolking grotendeels afgesneden was van de mondiale instellingen. Officieel was Somaliland in 1991 geïsoleerd geraakt, toen het door een burgeroorlog werd afgescheiden van Somalië. Maar in wezen was het een terugkeer naar de grens die Britse en Italiaanse kolonisten eind negentiende eeuw hadden getrokken, toen ze Brits- en Italiaans-Somaliland stichtten.

    Na de oorlog werd Somaliland min of meer onafhankelijk; onrecht was er nog steeds, alleen nu minder zichtbaar. Mensen klaagden over corruptie, vriendjespolitiek en onderdrukking. Geld van buitenlandse hulp verdween in de zakken van politici, en strenge religieuze leiders verboden de muziek en het theater waar Somaliland ooit beroemd om was geweest.

    Aanvankelijk was er niet zo veel belangstelling voor Weedhsames gedichten over corruptie. Maar jaren later zou een generatie die wanhopig op zoek was naar iemand die hun waarheid sprak, ze uit het hoofd leren.

    Poëziedebat

    Niemand weet wanneer het eerste poëziedebat in Somaliland gehouden werd. Al generaties lang is poëzie verweven met elk facet van het leven. Dichters kenden de vele poëtische richtlijnen uit het hoofd – je zou er een encyclopedie mee kunnen vullen. Liefdesgedichten kenden hun eigen stijl, evenals de nationalistische verzen die tijdens de onafhankelijkheidsstrijd werden gebruikt. Sommige stijlen werden begeleid door de oed, een snaarinstrument uit het Midden-Oosten; kortere, snellere metrische verzen waren voorbehouden aan vrouwen.

    In de jaren vijftig van de negentiende eeuw bezocht de Britse ontdekkingsreiziger Richard Burton de Hoorn van Afrika. Hij keek ervan op dat elke Somalische stamoudste een eigen dichter had die zijn leiderschap prees en de eer van de stam verdedigde. ‘Het is apart dat een dialect zonder schrift zo rijk is aan poëzie en welsprekendheid,’ merkte hij op tijdens zijn verblijf in de regio die nu Somaliland is. 

    Pas in 1972 werd een geschreven vorm van de Somalische taal gestandaardiseerd

    In de loop der jaren probeerde het Somalische volk achttien schriftsystemen uit, maar de geschiedenis en cultuur bleven mondeling doorgegeven worden in liederen, gedichten en toneelstukken. Pas in 1972 werd een geschreven vorm van de Somalische taal gestandaardiseerd.

    Meer dan een eeuw lang had Somaliland geleden onder kolonialisme, dictatuur, burgeroorlog en economisch verval. Soms liepen de spanningen zo hoog op dat ze in verzen leken uit te barsten. Terwijl journalisten vaak monddood werden gemaakt, konden dichters hun grieven publiekelijk uiten. Het ene gedicht stak het andere aan. 

    Keten

    Wanneer een debat – dat silsilad, oftewel ‘keten’, werd genoemd – in volle gang was, konden dichters uit alle windstreken hun bijdrage leveren. Ze droegen hun gedichten in het openbaar voor en vertrouwden erop dat de luisteraars die zouden onthouden en doorgeven. Later, met het voortschrijden van de technologie, konden ze hun stem op cassettebandjes opnemen en naar de mensen in de diaspora sturen, die ze vervolgens kopieerden en deelden.

    Wanneer Weedhsame zijn gedicht op Facebook zet, is dat al tientallen jaren na het laatste poëziedebat in Somaliland – een debat dat jaren duurde en volgens sommigen de weg vrijmaakte voor de val van de dictatuur. 

    In 2017 overweegt het parlement van Somaliland de Verenigde Arabische Emiraten toestemming te geven om een militaire basis te bouwen in de havenstad Berbera. Weedhsame is geschokt: de maatregel lijkt zonder debat te worden aangenomen. Is er omkoping in het spel?

    Maar toch is hij stomverbaasd als het viraal gaat – hij had geen idee dat duizenden Somaliërs over de hele wereld zijn frustraties deelden

    Hij voelt zich gefrustreerd en machteloos, denkt aan de toekomst van zijn kinderen en gaat schrijven. In het gedicht ‘Aanklager’ beschrijft hij een rechtbankdrama waarin hij de regering ter verantwoording roept voor corruptie. Hij beseft dat het gedicht emoties oproept die in andere vormen van protest niet geuit kunnen worden. Maar toch is hij stomverbaasd als het viraal gaat – hij had geen idee dat duizenden Somaliërs over de hele wereld zijn frustraties deelden.

    Het aantal views neemt met tienduizenden toe en van Canada tot Abu Dhabi reageren mensen op het bericht. Presidentskandidaten en politieke leiders bellen hem op: om goodwill te kweken, te klagen, en soms om te dreigen of te proberen hem om te kopen. 

    4D8A2154
    © Mustafa Saeed

    Zijn vriend in de Verenigde Staten, de dichter Cabdullaahi Xasan Ganey, ziet het gedicht en besluit te reageren. Hij doet zich voor als een getuige in de rechtszaal die Weedhsame heeft bedacht. In een lang gedicht schrijft hij hoe het land door zijn politici is verraden: 

    ‘De onderdrukte persoon zei:

    “Hoe bitter de waarheid ook is,

    ze is broodnodig:

    [jullie] verkopen de vliegvelden, 

    doen de havens van de hand,

    exporteren alle mineralen

    of zijn de tussenpersoon;

    [jullie] misleiden de jongeren, 

    verkopen hen aan smokkelaars.

    Bij Allah, jullie hebben jezelf in gevaar gebracht;

    jullie hebben geen geweten.”’ 

    Een debat moet minstens twee partijen hebben, en al snel neemt een volgende dichter de verdediging van de regering op zich. Hij noemt Weedhsame en Ganey verraders die hun land economische ontwikkeling ontzeggen. Dit schrijft Daaha Cabdi Gaas: 

    ‘In mijn geest en spirituele hart

    lijkt het of de dichters te horen hebben gekregen

    dat het doel van poëzie is

    om [de regering] ten onrechte aan te vallen;

    weet je wel hoe rampzalig 

    het is om poëzie 

    als een scherpe zaag te gebruiken?’

    Dan neemt een andere dichter het woord. Hij stelt zich op als de rechter die in het voordeel van Weedhsame oordeelt. Al snel verschijnen er geluidsopnamen in de reacties op zijn post. Door een nieuw poëziedebat te ontketenen heeft Weedhsame een traditie in ere hersteld die teruggaat tot zijn dichtende voorvaders. 

    Somalische poëzie is overwegend metrisch en allitererend, met verzen die rond een bepaalde letter draaien. Bij ‘Aanklager’ is dat de M. Anderen volgen deze structuur, en zo krijgt het poëziedebat de naam Miimley, ‘Die in M’. 

    ‘Onze poëzie brengt moeilijke en belangrijke kwesties onder woorden’

    Waar eerdere poëzieketens zich via cassettebandjes over de Somalische diaspora verspreidden, waardoor ze maar langzaam uitgroeiden tot een debat, barstte deze meteen los. In de twee maanden die volgen fungeert Weedhsame als moderator: hij scant alle gedichten om verwijzingen naar etnische rivaliteit uit te bannen, voordat hij de reacties op zijn Facebookpagina plaatst.

    ‘Onze poëzie brengt moeilijke en belangrijke kwesties onder woorden,’ zegt Weedhsame. ‘We zijn nog steeds een mondelinge samenleving. We zijn afhankelijk van de woorden die onze dichters voordragen.’ 

    Radio Hargeysa

    In 1941 werd Radio Hargeysa opgericht. Nog voordat er liedjes werden gedraaid, zond het station poëzie uit, die vanaf dat jaar op band werd gezet. Het archief van het radiostation – één kamer met rekken tot aan het plafond – is in wezen een archief van de Somalische geschiedenis. Toen er in 1988 een burgeroorlog uitbrak, smokkelden de radiomakers de tapes de stad uit of begroeven ze in tunnels onder het gebouw. Na de oorlog begon het nieuwe ministerie van Informatie alle cassettebandjes te verzamelen die in de stad te vinden waren. Tegenwoordig vormen die vijf miljoen cassettebandjes het omvangrijkste archief van de overheid van Somaliland. 

    Het Cultureel Centrum van Hargeysa daarentegen begon alle Somalische cassettebandjes te verzamelen die er in de hele wereld te vinden waren. De tapes vullen de muren van het centrum, waar de eenentwintigjarige Hafsa Omer werkt als archivaris. Zij verdeelt haar tijd tussen haar studie psychologie, het spelen in het plaatselijke clandestiene vrouwenbasketbalteam en het catalogiseren van de gedichten en liederen van haar voorouders.

    ‘Ik dacht dat Somaliërs niet zo slim waren en niet zelf dingen in gang konden zetten’

    In het Somaliland waarin Omer opgroeide, is oorlog overal. Buurland Somalië werd door de internationale gemeenschap lange tijd beschouwd als een mislukte staat. In Somaliland zijn er weinig mogelijkheden voor culturele producties en nog minder plaatsen om die te beleven. Maar toen Omer naar de tapes luisterde, ging er een wereld voor haar open. 

    ‘Ik dacht dat Somaliërs niet zo slim waren en niet zelf dingen in gang konden zetten,’ zegt ze. Haar mening veranderde toen ze de poëziedebatten hoorde die de generatie van haar ouders wakker hadden geschud. ‘Ze dachten aan ons… Ze stelden zich voor hoe de wereld er over twee of drie generaties uit zou zien.’ 

    4D8A2327
    © Mustafa Saeed

    Uit een onlinearchief waar ze jaren aan heeft gewerkt, duikelt ze een bandopname op. Het begint met een gedicht, waarna de ritmische stem van de presentator klinkt: ‘Ik ben Xasan Mohamed, en ik interview Yusuf Shaacir. Met hem praat ik over de gedichten van Siinley.’ 

    De dichter Shaacir had elk vers van Siinley, oftewel ‘Die in S’, uit zijn hoofd geleerd. Het was een debat uit het begin van de jaren zeventig. Siinley was aanvankelijk niet gepland als debat, vertelde Shaacir, maar kwam voort uit een lied in een toneelstuk van de schrijver Cabdi Qays. Daarin vraagt die zich af waar het hiernamaals is: bij de sterren, op het land, in de bergen?

    Wetenschappelijk socialisme

    Het lied maakte iets los in Mohamed Ibrahim Warsame, een dichter die bekendstaat als Hadraawi, de gerespecteerde vader van de Somalische poëzie. Sinds 1969 was in Somalië, waar Somaliland destijds nog deel van uitmaakte, de wrede dictator Mohamed Siad Barre aan de macht, die autoritair regeerde door middel van een systeem dat ‘wetenschappelijk socialisme’ werd genoemd.

    Hadraawi interpreteerde het hiernamaals van Qays als een zoektocht naar vrijheid en gerechtigheid, als een ontsnapping aan de onderdrukking. Het lied bood volgens hem een ingang om over de regering te praten. Dus antwoordde hij met een gedicht.

    Over en weer schreven Qays en Hadraawi elkaar gedichten. Al snel namen symboliek en allegorieën de overhand. ‘Is de middelvinger gelijk aan de duim?’ vroeg Qays zich bijvoorbeeld af. Niet lang daarna hadden twintig dichters zich aangesloten, uit Djibouti, Mogadishu en Hargeysa, ieder met hun eigen cryptische kijk op de toestand waarin de natie zich bevond.

    ‘De tong is een scherpe zaag,’ zei een van de deelnemers later

    Er waren al eerder poëziedebatten geweest: de Halac-dheere-keten aan het begin van de twintigste eeuw debatteerde over de ethiek van gastvrijheid tussen twee stammen. Tien jaar lang hadden acht dichters aan het debat bijgedragen. Jaren later was er de Guba-keten, ‘De brandende’, die twee generaties dichters overspande, gedurende bijna dertig jaar. Dat poëziedebat zou hebben aangezet tot twee stammenoorlogen. ‘De tong is een scherpe zaag,’ zei een van de deelnemers later.

    Maar dit debat was anders. De verzen van Siinley waren gecodeerde, met symboliek beladen boodschappen die maar weinig luisteraars begrepen. Afgeschermd door metaforen behandelden de dichters de heetste actuele hangijzers, zoals de samensmelting van het Somalische volk tot één natie. Maar ondanks die ondoorzichtigheid had de dictatuur wel door dat deze krachtige gedichten een bedreiging vormden voor haar macht. Al snel werden de tapes dan ook verboden.

    In het opgenomen radioprogramma merkt de presentator op dat het harde optreden van de overheid de ware aard van de gedichten blootlegde: ‘Volgens veel mensen effende Siinley als eerste het pad voor kritiek op de overheid.’ 

    4D8A2256
    © Mustafa Saeed

    Het regime arresteerde Hadraawi, die vervolgens vijf jaar in de gevangenis doorbracht. Maar het was al te laat. Gewone Somaliërs luisterden naar de cassettebandjes die ze onder hun bed verstopten, of in het dak van hun huis, en die ze doorgaven aan vrienden. De luisteraars ‘smachtten naar iemand die iets over de regering durfde te zeggen’, vertelt dichter Shaacir in het radio-interview. ‘Door naar het gedicht te luisteren geeft de gemeenschap er betekenis aan. En voor de gemeenschap was dit wat ze op dat moment nodig hadden.’ 

    Niet lang daarna was de tijd rijp voor een poëziedebat dat krachtig genoeg was om de regering omver te werpen.

    Bladeren vangen

    Het verzamelen van een orale traditiegeschiedenis is als het vangen van bladeren die van de boom dwarrelen. Abdirahman Yusuf Ducaale, de officieuze chroniqueur van Somaliland, nam deze zware taak op zich. Wat hij niet kon verzamelen in de tijd dat hij meevocht in de burgeroorlog – die in de jaren tachtig begon en in 1991 eindigde met de val van Barre en de gedeeltelijke onafhankelijkheid van Somaliland – verzamelde hij alsnog toen hij minister van Informatie werd in de nieuwe regering.

    Zijn huis, in een rustige, zanderige uithoek van Hargeysa, ligt bezaaid met stukjes papier, krantenknipsels, notulen, foto’s, cassettebandjes, filmpjes – zelfs wandelstokken van voormalige leiders van Somaliland. Dit fysieke archief is een ruwe schets van de geschiedenis van Somaliland.

    De boeken die Ducaale schreef, liggen op de salontafel in zijn woonkamer; ze gaan over beroemde en onbekende dichters, over oorlog en vrede. Nu hij met zijn vijfenzeventig jaar minder goed ziet, dicteert hij zijn nieuwste boek aan een jonge student die het bij hem thuis komt uittypen.

    Elk nieuw boek betekent voor Ducaale dat hij vanaf nul moet beginnen

    Elk nieuw boek betekent voor Ducaale dat hij vanaf nul moet beginnen. Voor de biografie van zijn favoriete dichter, de analfabete boer Timacadde, ging hij in diens geboortestad van huis tot huis om verzen te verzamelen bij mensen die ze uit het hoofd kenden. Hij laat een YouTube-video zien en zingt mee.

    ‘Zo’n stem raakt de mensen diep,’ zegt hij. Elke dichter heeft een eigen klankkleur, en als een dichter geen krachtige stem heeft, kan hij professionele zangers inhuren om ervoor te zorgen dat zijn woorden worden verspreid.

    Debat

    Voor het schrijven van Deelley: A Prophecy That Came True, zijn boek over het belangrijkste poëziedebat van Somaliland, stuurde Ducaale een vragenlijst naar de tientallen dichters die aan het debat hadden deelgenomen. Zijn bevindingen nemen 468 pagina’s in beslag.

    Dit debat, in 1979, zou het lot van Somaliland voorgoed veranderen. In dat jaar publiceerde de dichter Maxamed Xaashi Dhamac, bekend als Gaarriye, een gedicht met als titel ‘Tribalisme biedt geen bescherming’. De Somalische samenleving draait om vijf wijdvertakte familiestambomen die teruggaan op twee broers. De loyaliteit aan deze familiebanden wakkert conflicten aan en voedt de politiek. Eind jaren zeventig wilde de regering-Barre de kracht van deze stamverbanden tegengaan en vroeg deze Gaarriye om een debat te beginnen.

    4D8A2405
    © Mustafa Saeed

    Het gedicht van Gaarriye, dat in het Somalisch begint met het woord dugsi, begon een keten van alliteraties met de letter D. Zo’n vijftig dichters voegden hun gedichten toe aan de keten, die bekend werd als Deelley, oftewel ‘Die in D’. Binnen zes maanden bestond de keten uit bijna zeventig gedichten en trok de regering haar handen ervan af. 

    Het debat werd met open vizier gevoerd, heel anders dan bij Siinley. De gedichten keerden zich al snel tegen de regering-Barre. ‘Voor het eerst spraken Somaliërs zich openlijk uit tegen het regime,’ vertelt Ducaale. Omdat Barre ertegen opzag om de dichters op te sluiten, organiseerde hij een prijsuitreiking in het nationale theater. Door medailles uit te reiken, dacht hij, zouden de dichters begrijpen dat het debat voorbij was. Zijn plan mislukte, aldus Ducaale: een jaar later was het debat nog steeds gaande. Het jaar daarop, in 1982, werd de Somalische Nationale Beweging opgericht, die de belangrijkste oppositie zou vormen in de burgeroorlog die eind jaren tachtig werd uitgevochten.

    ‘Alsof het een repetitie was voor de gewapende strijd,’ zegt Ducaale. ‘Een test voor de mensen om de dictator toe te spreken en hem te bekritiseren.’

    Verzoeningsdichters

    De oude dichters herinneren zich nu hoe poëzie en politiek samenspanden bij het opbouwen van een nieuwe natie. Na drie wrede jaren van burgeroorlog kwam er een einde aan de dictatuur en maakte Somaliland zich los van Somalië. In 1991 vormde het een eigen regering. Een tiental dichters kwam bijeen om te helpen; ze wilden geen rivaliteit meer en zetten zich in voor de vrede. Nu staan ze bekend als de verzoeningsdichters.

    ‘Poëzie vertelt ons wie we zijn, het is onze literatuur en onze cultuur’

    Jamac Cali Xassan, bekend als Gaashaan-cade, heeft nu grijze haren en loopt met een wandelstok. Hij herinnert zich de dagen dat de traditionele leiders bijeenkwamen om de eerste president te kiezen, en de dichters om poëzie voor te dragen. De dichters waren geliefd. Politici nodigden Xassan bij hen thuis uit, en tapes van zijn gedichten werden naar Somaliërs in het buitenland gestuurd. ‘Poëzie vertelt ons wie we zijn, het is onze literatuur en onze cultuur,’ zegt hij. ‘Ik wil dat iedereen deze cultuur gebruikt.’

    De dichters van Somaliland zijn fakkeldragers met een grote sociale verantwoordelijkheid. Nu hij in de veertig is, weet Weedhsame dat maar weinig mensen lessen trekken uit de geschiedenis. In zijn cultuur wordt dit soort kennis nog steeds doorgegeven in verzen: mensen wenden zich tot dichters voor een analyse van hun samenleving, voor een onthulling van wat verborgen is. ‘Elke dichter is een soort politicus,’ zegt Weedhsame. ‘Dichters hebben geen politieke positie, maar zijn de stemmen van de samenleving.’

    4D8A2538
    © Mustafa Saeed

    Voorgangers van Weedhsame moesten nog maar afwachten of hun gedichten zich via cassettebandjes zouden verspreiden. Tegenwoordig post Weedhsame zijn gedichten naar zijn 314.000 volgers op Facebook. Door ze op te schrijven wijkt hij af van de mondelinge traditie, maar houdt hij die ook in stand. En zijn volgers luisteren.

    Tegen het einde van het Miimley-debat hadden ruim negentig dichters in totaal zo’n honderdtwintig gedichten geschreven. Miimley had meer deelnemers en gedichten opgeleverd dan enig ander debat, en dat in recordtijd. Ongeveer zes maanden later koos Somaliland een nieuwe president. De kandidaten debatteerden over corruptie, nationale hulpbronnen, internationale erkenning – kwesties die door het poëziedebat waren aangewakkerd. Muse Bihi Abdi, die de verkiezingen zou winnen, kwam zelfs met de dichters praten over hun kritiek.

    ‘Ze hebben gezien dat we het stemgedrag kunnen beïnvloeden’

    Weedhsame was blij met deze erkenning. ‘Nu zagen ze tenminste dat een jonge generatie dichters zich kan organiseren,’ vertelt hij. ‘Ze hebben gezien dat we het stemgedrag kunnen beïnvloeden.’

    Ondanks de protestgedichten is er nog steeds corruptie, meent Weedhsame. Maar dankzij het debat beseffen politici nu dat ze de poëzie niet kunnen negeren. Lange tijd konden dichters kritiek uiten, maar hun mening in verzen hullen heeft hen niet altijd beschermd. Onder het autoritaire bewind van Barre werden sommige dichters gearresteerd en een paar vermoord. Anderen namen overheidsgeld aan om te zwijgen of zich aan de partijlijn te houden.

    Cruciaal

    ‘Dit medium is van cruciaal belang: het laat mensen dingen zeggen die ze anders misschien niet zouden kunnen zeggen’, schrijft Christina Woolner, onderzoeker van Somalische poëzie aan de Universiteit van Cambridge, in haar aankomende studie over het poëziedebat. ‘Het creëert ruimte voor een bedachtzame afweging over het heden en de toekomst van de staat van de democratie in Somaliland.’

    Elke generatie geeft haar eigen invulling aan de traditie, tot de lengte van de regels en de metrische stijl toe. Om de kortere aandachtsboog van tegenwoordig vast te houden, zijn de moderne poëtische genres korter en sneller geworden. De woorden veranderen ook, nu nomadische stammen zich in steden vestigen en traditionele dialecten plaatsmaken voor een uniformere taal.

    Elk nieuw gedicht helpt de orale cultuur in de moderne tijd te brengen. De afgelopen jaren trad de regering van Somaliland hard op tegen de vrijheid van meningsuiting en zette ze meerdere dichters en journalisten gevangen. Maar hun vervolging inspireerde hen precies tot datgene wat de regering wilde onderdrukken: een klein poëziedebat. Het werd Liinta xoorka leh genoemd, naar de drank die wordt geserveerd aan nieuwe gedetineerden in de gevangenissen van Somaliland. Het duurde niet lang en was niet zo opzienbarend als Miimley, maar het was nieuw en relevant. Het was een volgende  stap in een aloude traditie.