Mike Mbuvi Gidion Kioko Sonko schopte het tot senator en gouverneur van Nairobi dankzij zijn populariteit en het fortuin dat hij maakte met zijn enorme wagenpark. De heersende bovenklasse stak uiteindelijk een spaak in de wielen van de politieke ambities van deze onbetwiste koning van de matatusubcultuur.
Halverwege het eerste decennium van deze eeuw nam Mike Mbuvi Gidion Kioko Sonko, die toen nog net geen veertig was, als een soort kolossus plaats in het zadel van Nairobi’s Eastlands: een koning en zijn uitpuilende leengoed. Eastlands is van alles, en niet in de laatste plaats een verzameling koloniale buitenhuizen en de vele imitaties daarvan uit de tijd van na de onafhankelijkheid. Ooit was Eastlands dé plek waar de Zwarte Afrikaanse elite zich vestigde. Maar toen die elite de macht in handen kreeg, trok ze en masse naar de buurten waar tot dan toe enkel Europeanen hadden gewoond. De wijk werd aan haar lot overgelaten en aan de randen ontstonden getto’s. Latere pogingen tot urbanisatie resulteerden in slecht ontworpen hoogbouw: flatgebouwen met krap bemeten en slecht verlichte woningen.
Maar Eastlands ging niet bij de pakken neerzitten. Op de stoffige, onverlichte straten waar soms nauwelijks nog water uit de kraan kwam, ontstond de populaire straattaal Sheng, een fascinerende mengeling van Engels en Swahili, met her en der wat invloeden van andere straattalen. Het Sheng maakte de weg vrij voor de Keniaanse rapcultuur uit de jaren negentig, een uitdagende imitatie van de Amerikaanse gangsterrap.
Matatu
Mede dankzij deze evolutie veranderden de matatu [het informele openbaar vervoer van Nairobi] van eenvoudig ogende busjes, jalopies, in manyanga: gepimpte voertuigen met een opzichtige carrosserie, versierd met avant-gardistische kunstwerken, waaruit oorverdovende muziek schalt. Matatucrews – chauffeurs, kaartjesverkopers en mensen die wat bijverdienen als chauffeur of kaartjesverkoper – maken hun naam waar als de meest modieuze inwoners van Nairobi. Piekfijn gekleed en met veel blingbling, alsof ze zo uit een videoclip van Snoop Dogg zijn gestapt – tatoeages, geverfd haar, gouden en zilveren tanden, kettingen en ringen – zijn deze deres en kanges hiphopversies van de smetteloos geklede sapeurs uit de Democratische Republiek Congo. Deze extravagante figuren, die een schamel loon verdienen dat net zo snel weer wordt uitgegeven als het wordt verdiend, zijn een soort halfgoden op de straathoeken vol werklozen in Eastlands. Ze trakteren geregeld op flessen goedkope drank en op bundels qat, de bladeren met een stimulerende werking, tot grote vreugde van hun minder draagkrachtige leeftijdsgenoten en bewonderaars.

De matatusubcultuur groeide uit tot een onlosmakelijk onderdeel van Eastlands. In 2010, toen de rest van Nairobi en Kenia Mbuvi leerde kennen, was de vijfendertigjarige al de onbetwiste koning van de matatusubcultuur. Hij bezat een aantal van de mooiste nganya – het Sheng-woord voor de versierde matatu was geëvolueerd van manyanga in de jaren negentig tot nganya rond 2000, en onlangs tot choda. Ze reden allemaal op route 58, tussen downtown Nairobi en het Buru Buru-winkelcentrum, een enorm druk gebied met cafés, gigantische supermarkten en discotheken.
Voor matatu geldt: hoe uitbundiger, hoe beter. Dus Mbuvi leefde zich helemaal uit, experimenteerde met de installatie van grote tv-schermen in zijn 32-persoonsmatatu, en gaf de busjes namen als Brown Sugar, Convict, Ferrari, Lakers en Ruff Cuts. De passagiers konden nu naar de clips kijken van de muziek die ze hoorden. Mbuvi verrijkte zijn wagenpark zelfs met een dubbeldekker, zodat de Buru Buru-passagiers een mooi uitzicht hadden terwijl ze door hun stad reden. Voor Mbuvi, die nog geen twaalf jaar eerder in een extra beveiligde gevangenis had gezeten, had het leven een opmerkelijke wending genomen. Maar weinig mensen realiseerden zich dat dit nog maar het begin was.
Mbuvi en Primrose wisten uiteindelijk een heel wagenpark te verwerven, met de meest lawaaierige en opzichtige nganya van Nairobi
Op 12 maart 1998 was Mbuvi naar de Shimo La Tewa Maximum Security Prison gestuurd. Hij was gevangene P/No. SHO/477/1998. Na een maand achter de tralies deed hij alsof hij ziek was en werd overgeplaatst naar het Coast General Hospital in Mombassa, waar hij op 16 april 1998 uit ontsnapte, om later terug te keren in Buru Buru. Samen met zijn vrouw Primrose wist Mbuvi voldoende geld bij elkaar te schrapen om een hair salon, een barber shop, een videobibliotheek, een cybercafé, een zaak in tweedehands auto-onderdelen en een kledingboetiek op te zetten.
Omdat Mbuvi voortvluchtig was, hield hij zich op de achtergrond. Primrose hield de boel draaiende en de zaken floreerden. Het stel opende een populaire nachtclub en stortte zich vervolgens in de matatu-business. In het begin kon Mbuvi zich geen nganya veroorloven. En dus nam hij genoegen met een paar aftandse matatu, die hij inzette in Dandora, diep in Eastlands: een uitgestrekte nederzetting waar zich de grootste stortplaats van Nairobi bevindt.
Mbuvi en Primrose wisten uiteindelijk een heel wagenpark te verwerven, met de meest lawaaierige en opzichtige nganya van Nairobi. Daarmee waren zij heer en meester op de Buru-route. Het geld begon binnen te stromen. Er bestaat een hiërarchie in de wereld van de nganya, die ongeveer net zo werkt als bij hitlijsten. Hoe langer een nummer op één staat, hoe meer de artiest eraan verdient. Bij de nganya geldt dat de busjes die bovenaan staan, meer verdienen op een dag: door een hogere prijs te vragen of door vaker op en neer te rijden, of beide.
Groupies
Dat men hogere prijzen durft te vragen komt voort uit het feit dat er altijd een gestage stroom passagiers is die bij de halte blijven wachten op hun favoriete nganya – je zou ze fans of groupies kunnen noemen. Deze mensen vinden het geen probleem om wat extra te betalen voor comfort, muziekkeuze of prestige als ze in hun favoriete nganya kunnen zitten. En wat nog belangrijker is: de nganya aan de top kunnen vaker op en neer rijden, omdat zij zich niet hoeven te houden aan bepaalde protocollen binnen het matatu-ecosysteem, zoals de regel dat bij de haltes het busje dat het eerst komt, het eerst maalt. Dus hoefden Mbuvi’s nganya in het centrum van Nairobi niet achter in de rij aan te sluiten, maar konden ze onmiddellijk passagiers aan boord nemen en weer terugrijden. Hetzelfde gold in het Buru-winkelcentrum, waar ze de motor niet eens uit hoefden te zetten. Zolang de nganya in beweging waren, waren Mbuvi’s geldschieters tevreden. Maar het grootste voordeel van de nganya was dat ze hun eigen wetten maakten. Om maar zo vaak mogelijk op en neer te kunnen rijden, haalden ze aan de verkeerde kant in, sneden af, drukten motoren van de weg en reden soms op de verkeerde weghelft.
Dat deze ‘matatuwaanzin’ al die tijd werd gedoogd door de inwoners van Nairobi, komt door de corruptie van de verkeerspolitie, die op de loonlijst staat van de matatubaronnen. Volgens de bestuurders van enkele van de populairste nganya van Nairobi (de routes die ze rijden moeten geheim blijven uit angst voor represailles) heeft er altijd een corruptievoedselketen bestaan. De belangrijkste agenten krijgen elke maand betaald en het bedrag daalt naarmate men lager in de rangorde zit. De verkeersagenten krijgen het minst betaald, een halve dollar per nganya per dag. Nganya moesten de verkeersregels wel breken, zo was de gedachte, want het is een geweldige investering om een gewoon minibusje om te bouwen tot een nganya.
Nog los van het feit dat Mbuvi hier een godsvermogen mee verdiende – volgens een schatting die Mbuvi zelf ooit maakte, zou hij op een gemiddelde dag al tegen het einde van de ochtend zo’n 200 dollar per nganya hebben verdiend, en dan moest het spitsuur nog komen – heeft hij het door de matatu ook geschopt tot baas.
‘Sonko’
In deze periode van zijn leven kreeg Mbuvi de bijnaam ‘Sonko’ – Sheng voor baas, of de man met het geld. Mbuvi’s andere bijnaam, die nooit hardop is uitgesproken, is Kabumba – een Sheng-term die verwijst naar zwarte magie. Mbuvi’s ster rees zo snel dat sommige mensen tovenarij vermoedden. De gefluisterde geruchten werden deels gevoed door het feit dat Mbuvi is geboren en getogen aan de kust, en ze steunden op de populaire mythe dat er een krachtige vorm van tovenarij is die haar kracht ontleent aan de Indische Oceaan. Mbuvi heeft geen moeite gedaan dit beeld weg te nemen; hij draagt aan al zijn vingers gouden ringen met merkwaardig uitziende dieren – het idee is dat er voodookrachten schuilen in blingbling.

Dus tegen de tijd dat er in april 2010 tussentijdse parlementsverkiezingen werden gehouden in Nairobi’s Makadara-kiesdistrict, was Mbuvi in Eastlands al een factor om rekening mee te houden. Mbuvi was niet langer alleen de flamboyante eigenaar van de coolste nganya, hij was bovendien uitgegroeid tot woordvoerder van alle Eastlands-matatu, die hem tot voorzitter hadden gekozen. Toen de overheid in 2007 de haltes van de Eastlands-matatu wilde verplaatsen van het centrum naar de randen van de stad, stapte Mbuvi naar de rechter en wist er een stokje voor te steken. Buiten Eastlands had Mbuvi nog altijd iets mystieks: de geheimzinnige eigenaar van beruchte Buru-matatu, die zich nergens iets aan gelegen liet liggen. Maar Nairobi zou al snel meer over hem te weten komen.
Mbuvi’s belangstelling voor de tussentijdse verkiezing was gewekt doordat hij meende dat niemand anders in het kiesdistrict beschikte over zo’n netwerk, zo veel mankracht en zo’n uitgebreide infrastructuur als hij, met het Buru-winkelcentrum als middelpunt. Als hij zou besluiten zijn uitgebreide nganyanetwerk van chauffeurs, kaartjesverkopers en losse krachten te gebruiken als campagnetool, zou hij een enorme voorsprong hebben op de andere kandidaten. Bovendien had Mbuvi dankzij zijn nganya grote hoeveelheden contant geld, waar hij kwistig mee strooide.
Hij speelde het spel niet volgens de regels van de politieke elite, en hij was dan ook niet welkom
Mbuvi zorgde onmiddellijk voor ophef in de doorgaans zo rustige politiek in Nairobi. Wie was die magere knul op dat billboard, met dat opzichtige uiterlijk? En hoezo noemde hij zichzelf Sonko? Maar al snel deed het nieuws de ronde dat Mbuvi de eigenaar was van de beruchte nganya, en toen vielen de puzzelstukken op hun plek. Door de nganya verdiende Mbuvi schatten geld – vandaar de naam Sonko – en als eigenaar genoot hij immuniteit.
Vanaf dat moment, en gedurende zijn hele theatrale decennium in de politiek, werden Mbuvi’s vele misstappen hem vergeven omdat hij de verpersoonlijking was van umatatu: een anarchistisch fenomeen dat wordt gekenmerkt door brutaliteit, vulgariteit en bravoure, en belichaamd door zorgeloze matatucrews.
Maar umatatu leverde Mbuvi niet alleen geld en roem op, het leidde ook tot opgetrokken wenkbrauwen. De gevestigde politieke partijen wilden zich niet met Mbuvi inlaten, ondanks zijn herhaaldelijke toenaderingspogingen. Hij speelde het spel niet volgens de regels van de politieke elite, en hij was dan ook niet welkom.
Parlementslid
Hoewel hij het opnam tegen lokale kandidaten, won Mbuvi de verkiezingen en daarmee had Makadara een nieuw parlementslid. Mbuvi liet er geen gras over groeien. Hij wilde zo snel mogelijk zijn stempel op de politiek drukken aangezien hij nog maar twee jaar de tijd had voor de algemene verkiezingen van 2013. Mbuvi maakte zijn naam, Sonko, waar door in het wilde weg stapeltjes knisperende bankbiljetten uit te delen zodra hij een behoeftige Nairobiaan tegenkwam en ventte zijn vrijgevigheid handig uit op social media. Om te zorgen dat er over hem werd gepraat, reed hij rond in vergulde SUVs, droeg kilo’s gouden sieraden en verfde zijn haar goud. Zo trok hij meer dan genoeg aandacht – niet allemaal even positief.
Mbuvi speelde een kat-en-muisspel met de politie
Drie maanden nadat Mbuvi was gekozen, deed de politie een inval in zijn kantoor en in zijn huis in Buru, op verdenking van betrokkenheid bij drugshandel, na een tip van de Amerikaanse ambassade (de minister van Binnenlandse Veiligheid heeft in het parlement toegegeven dat de Amerikanen dit hebben gelekt). Mbuvi speelde een kat-en-muisspel met de politie en deed in het parlement op hoge toon zijn beklag over intimidatie door de politie.
Op 10 november 2005 landden Artur Margaryan en Artur Sargasyan, twee met gouden kettingen behangen Armeniërs, in Nairobi. Door zich eerst voor te doen als zakenlieden, vervolgens als playboys en uiteindelijk als veiligheidsexperts, wist het stel connecties te leggen op het hoogste niveau van de Keniaanse samenleving. Uiteindelijk bleken de beide mannen zo nuttig voor degenen met wie ze verwikkeld waren in allerlei schimmige zaakjes, dat ze allebei werden benoemd tot adjunct-commissaris van politie.

Keniaanse journalisten brachten de beide Arturs herhaaldelijk in verband met drugshandel. En hoewel de politie niet kon bewijzen dat Mbuvi zelf was betrokken bij drugshandel, leek de politie, door nadrukkelijk te verwijzen naar de nganya die Mbuvi Artur had gedoopt – en door ARTUR zelfs in hoofdletters te schrijven – te impliceren dat hij dan misschien niet direct schuldig mocht zijn, maar dat zijn voorliefde voor vermoedelijke dealers veelzeggend was.
Terecht of niet, het stempel van drugsdealer bleef aan Mbuvi kleven (misschien dat hij daarom in 2012 besloot zijn naam te veranderen van Mbuvi Gidion Kioko in Mbuvi Gidion Kioko Mike Sonko). Niet dat dit hem schade berokkende: zijn populariteit steeg tot ongekende hoogten.
Drugshandelaanklacht
Mbuvi zag de drugshandelaanklacht als een schot voor de boeg en hij begreep dat hij politieke bescherming moest zoeken – en snel ook. Zijn succes bij de tussentijdse verkiezing was natuurlijk geen garantie voor toekomstige politieke successen, zeker niet nu hij zijn zinnen erop had gezet de eerste senator ooit te worden voor Nairobi (een functie die in 2010 in de Keniaanse grondwet was opgenomen). Hij moest aansluiting zoeken bij een van de twee politieke partijen. Dit keer was zijn timing perfect. Uhuru Kenyatta, destijds een van de twee vicepremiers, stond op het punt zich kandidaat te stellen voor het presidentschap namens de Nationale Alliantie Partij. Als zoon van Jomo Kenyatta, de grondlegger van de Keniaanse onafhankelijkheid, behoort Kenyatta tot de politieke royalty, maar hij zat in ernstige problemen en hij had alle vrienden nodig die hij maar kon vinden.
Hij ging zelfs zo ver om zijn kapper te vragen de naam Kenyatta op zijn hoofd te scheren
Kenyatta was een van de vier Kenianen die door het Internationaal Strafhof in Den Haag werden vervolgd wegens misdaden tegen de mensheid. De aanklachten houden verband met het geweld in 2007 en 2008, voorafgaand aan de verkiezingen, waarbij meer dan duizend mensen zouden zijn vermoord. Mbuvi wierp zich op als Kenyatta’s belangrijkste pleitbezorger. Hij trok Kenyatta’s situatie naar zich toe en ging zelfs zo ver om zijn kapper te vragen de naam Kenyatta op zijn hoofd te scheren. Hij vloog naar Den Haag om demonstraties vóór Kenyatta te leiden, telkens wanneer Kenyatta moest voorkomen. Dan droeg hij steevast een T-shirt met de woorden Respect our Prezzo, Takataka nyinyi ghasia! (Respect voor onze president, stelletje eikels!)
Mbuvi’s steun voor Kenyatta loonde. Tijdens de verkiezingen van 2013 wisten Kenyatta en zijn running mate William Ruto – die ook in Den Haag was aangeklaagd wegens misdaden tegen de mensheid – met een minieme marge het presidentschap in de wacht te slepen. De zaak tegen beide leiders werd vervolgens geseponeerd.
Mbuvi liftte mee op dit succes en werd de eerste senator van Nairobi, met maar liefst 808.705 stemmen: het hoogste aantal stemmen dat tot dan toe in Kenia was uitgebracht op een afzonderlijke politicus die niet opging voor het presidentschap. Mbuvi was niet te stuiten.
Misrekening
Zoals de meeste net gekozen senatoren realiseerde Mbuvi zich dat hij misschien een misrekening had gemaakt. De titel mag dan nog zo indrukwekkend zijn, de baan zelf beperkt zich tot toezicht houden. De echte macht lag bij de gouverneurs, die zeggenschap hadden over enorme budgetten en die zodoende levens en leefomstandigheden konden beïnvloeden. Dus bedacht Mbuvi een plan. Hij richtte een particulier gefinancierde, pro-bono opererende dienstverlenende instantie op, het Sonko Rescue Team, dat bestond uit ambulances, brandweerauto’s en watertanks. Hij schakelde honderden jongeren in om het geheel te bemannen, en liet ze ondertussen afval van de straat halen. Hij zorgde dat de nieuwe organisatie de ziekenhuisrekening betaalde van mensen die een gespecialiseerde behandeling moesten ondergaan in Kenia of in het buitenland. Mocht diegene onverhoopt overlijden, dan stelde Mbuvi gratis een van zijn beroemde nganya beschikbaar als lijkwagen.
Tijdens een senaatsbijeenkomst ging Mbuvi bijna op de vuist met gouverneur Kidero, de man die hij uit het zadel wilde wippen. Het had geen negatieve gevolgen voor hem. Niets kon Mbuvi raken. Voorlopig niet, in ieder geval.
Samen met enkele van de rijkste zakenlieden van Kenia werkten ze een plan uit dat bekend zou komen te staan als ‘Operatie stop Mbuvi’
Maar hoewel de doorgaans achteloze Kenyatta zich niet leek te storen aan Mbuvi’s umatatu en zijn anarchistische streken keer op keer door de vingers zag, was er een groepje hoge ambtenaren dat daar anders over dacht. Zij maakten zich zorgen over wat er zou gebeuren als Mbuvi gouverneur van Nairobi zou worden. Samen met enkele van de rijkste zakenlieden van Kenia werkten ze een plan uit dat bekend zou komen te staan als ‘Operatie stop Mbuvi’ – een operatie waar Mbuvi zich herhaaldelijk in het openbaar over beklaagde, zodra hij tegenwerking ervoer van de overheid.
Op zeker moment zag het ernaar uit dat Mbuvi naar een zijspoor was gedirigeerd. Op een avond laat vroeg hij belet aan bij Kenyatta. Naar het schijnt raakte Mbuvi overstuur en vroeg hij Kenyatta waarom die hem verloochende terwijl Mbuvi de president juist had gesteund tijdens het proces in Den Haag. De volgende ochtend om acht uur ontving Mbuvi een bewijs van goed gedrag van de politie, waarmee hij toch aan de voorverkiezingen kon meedoen. Die hij won.
Toontje lager
Nadat de president had laten zien dat hij Mbuvi dan misschien niet steunde maar wel naar hem luisterde, zagen de hoge ambtenaren en hun geldschieters zich gedwongen een toontje lager te zingen. Maar daar wilden ze dan iets voor terug: zij wilden bepalen wie Mbuvi’s running mate zou worden. Het was de bedoeling om op die manier Mbuvi’s umatatu te beteugelen, door hem te koppelen aan een ingetogener iemand. Maar vooral hoopte men op deze manier bepaalde commerciële belangen veilig te stellen. De politiek was belangrijk, maar nog belangrijker was het geld. Polycarp Igathe, een loyale protégé die ervaring had opgedaan binnen het Keniaanse bedrijfsleven, leek dé man voor deze klus.
Het plan was eenvoudig. Mbuvi zou de stemmen binnenhalen. Igathe zou regeren, met als uiteindelijke bedoeling Mbuvi uit het zadel te wippen, zodat de paar uitverkorenen Nairobi konden overnemen, met Igathe als mogelijke gouverneur. Mbuvi ging op dat moment niet de directe confrontatie aan, maar verliet zich op realpolitik. Hij gaf toe aan de eisen van zijn tegenstanders en veinsde gedurende de hele campagneperiode een vriendschappelijke band met Igathe.
De merkwaardige combinatie werkte. Mbuvi won met 871.974 stemmen – waarmee hij zijn eigen record uit 2013 brak. Het overgrote deel van de stemmen was afkomstig van het Eastlands-proletariaat.
Igathe walste het gemeentehuis binnen en foeterde het personeel uit toen hij afval zag liggen in de parkeergarage. De overname van het stadhuis door Igathe was in volle gang. Maar Mbuvi was hem een stap voor. Hij vulde het stadhuis met loyale rouwdouwers uit Eastlands. De meesten hadden nauwelijks een taakomschrijving, behalve kijken en luisteren. Dankzij hen was Mbuvi alomtegenwoordig. Er kon geen papiertje worden verplaatst zonder zijn toestemming.

Vervolgens omringde hij zich met een legertje lijfwachten, personal assistants en handlangers uit zijn matatuhoogtijdagen. De achterdocht greep om zich heen. Nairobi werd geregeerd door paranoia.
Om de chaos te vergroten had Mbuvi een handvol mobiele telefoons en hij was de enige die wist welke waarvoor was. Hij bepaalde zelf wanneer hij bereikbaar was en wanneer hij van de aardbodem verdween. Uit angst dat er een administratieve maalstroom dreigde, deed Igathe verwoede pogingen de bureaucratie op het gemeentehuis vlot te trekken. Maar het was te laat. Na zes maanden liet de man die Mbuvi in het gareel had moeten houden om hem uiteindelijk te vervangen, op Twitter weten dat hij ontslag nam.
Plaatsvervanger
Mbuvi moest een nieuwe plaatsvervanger benoemen, maar dat deed hij niet. Toen er druk op hem werd uitgeoefend om dat toch te doen, stuurde hij in het wilde weg kandidaten naar het districtsbestuur, ter goedkeuring. Die werden automatisch afgewezen. Maar met elke stap won hij tijd. Vervolgens zorgde hij dat alle telefoongesprekken werden opgenomen: kruisraketten die hij afvuurde al naargelang de hoeveelheid schade die hij wilde berokkenen, wíé hij wilde schaden en wáár. Toen Igathe ontslag nam, lekte Mbuvi hun gesprekken, waarmee Igathe in een slecht daglicht kwam te staan. Toen er een woordenwisseling ontstond met Esther Passaris, parlementslid voor Nairobi, liet Mbuvi screenshots lekken met berichten waarin zij hem vroeg haar campagnes te financieren.
Met eenzelfde machiavellistische tactiek bestuurde Mbuvi Nairobi. Zijn kabinet moest op eieren lopen omdat hij wekelijks de samenstelling veranderde. Om iedereen in het gemeentehuis scherp te houden, zorgde Mbuvi ook dat alle hoge ambtenaren een tijdelijke functie kregen, zodat hij hen zonder enig probleem kon ontslaan, overplaatsen of degraderen. Hij regeerde enerzijds door angst en corruptie; anderzijds door chaos en verwarring. Alles leek te gaan zoals hij wilde.
Toen hij de volledige controle leek te hebben, konden Mbuvi en zijn mannen doen wat ze maar wilden
Toen hij de volledige controle leek te hebben, konden Mbuvi en zijn mannen doen wat ze maar wilden. Op een zaterdagochtend in april 2018 leken ze toch te ver te gaan. Een groep stevig gebouwde kleerkasten stormde Hotel Boulevard in het centrum van Nairobi binnen en verstoorde met veel geweld een persconferentie van de ingetogen Timothy Muriuki, een voormalig hoofd van de Nairobi Central Business District Association. Muriuki werd gezien als een onbeduidende criticaster die een lesje moest leren. De mannen takelden hem toe terwijl de journalisten zich uit de voeten maakten. De knokploeg, die er enkel op was gericht Muriuki de mond te snoeren en de pers uiteen te drijven, sleurde Muriuki het terrein af. Hij werd in een modderpoel geduwd en hij viel. Muriuki wist overeind te krabbelen en wilde wegrennen, waarop de aanvallers zijn jasje grepen en weer begonnen te slaan en te trappen. Muriuki wist te ontsnappen terwijl journalisten de bewakers van een naburig gebouw wisten over te halen hem een veilig heenkomen te bieden.
Kenia’s deep state
Toen de inwoners van Nairobi dit alles op social media zagen, realiseerden velen zich dat ze een stommiteit hadden begaan door Mbuvi met zijn umatatu te kiezen.
De ambtenaren en zakenlieden die er niet in waren geslaagd hem uit het zadel te wippen, besloten een nieuwe poging te wagen. Ze probeerden gebruik te maken van Mbuvi’s paranoia. Uit angst dat het gemeentehuis werd afgeluisterd besloot Mbuvi Nairobi te besturen vanuit afwisselend een onopvallend pied-à-terre in de Upper Hill-buurt – een huis dat hij had omgebouwd tot kantoor – en zijn gigantische villa op een heuveltop in Mua Hills, vol opzichtig goud, midden in de buitenwijken van Nairobi.
Mbuvi liet zijn kabinet bijeenkomen in deze privéwoningen. Mbuvi’s tegenstanders gebruikten de pers als spion en zo kwam de ene na de andere weinig lovende krantenkop uit, totdat Mbuvi uiteindelijk liet weten slachtoffer te zijn van Kenia’s deep state, gerund vanuit het kantoor van de president. Voor de zoveelste keer noemde hij minister Karanja Kibicho een marionettenspeler. De inkt van al deze schadelijke krantenberichten – dat hij dronk tijdens het werk, dat hij het gemeentehuis bestuurde als een maffiabaas, dat hij nooit naar zijn kabinet luisterde en dat hij bijna failliet was – was nog niet droog of de landelijke anticorruptie-eenheid sloeg toe. Verschillende van Mbuvi’s banktransacties werden als verdacht aangemerkt. Mbuvi liet in niet mis te verstane bewoordingen weten dat hij weliswaar in armoede was opgegroeid, maar dat hij geen pauper was. Hij zei handenwringend: ‘Als ik al mijn eigendomsakten te gelde maak, heb ik meer geld dan het jaarlijkse budget van heel Nairobi.’ Het budget van Nairobi voor de periode 2019-2020 bedroeg 320 miljoen dollar. Hij probeerde het publiek te bespelen, maar daarmee wist hij nog niet de autoriteiten af te schudden. Eind 2019 stond zijn arrestatie gepland.
Op het moment dat Mbuvi op zijn zwakst was, besloot Kenyatta de genadeklap uit te delen
Toen hij vernam dat hem verschillende aanklachten boven het hoofd hingen, van witwassen tot corruptie, nam Mbuvi de benen en probeerde zich schuil te houden in een van zijn huizen aan de kust. Zijn konvooi werd onderschept bij Voi, tussen Nairobi en Mombassa, en Mbuvi werd in een helikopter gewerkt en teruggevlogen naar de hoofdstad. Het machtsvertoon maakte iedereen duidelijk dat de voormalige matatukoning het opnam tegen niemand minder dan Kenyatta.
Mbuvi moest een duizelingwekkende borgsom betalen, van 150.000 dollar, en de rechtbank legde hem een verbod op om het stadhuis te betreden totdat de zaak helemaal was afgehandeld. Op het moment dat Mbuvi op zijn zwakst was, besloot Kenyatta de genadeklap uit te delen.
Op de avond van 24 februari 2020 kreeg Mbuvi het bericht dat hij zich moest melden op het State House, de officiële residentie van de president. Hij kwam twee uur te laat voor zijn afspraak van 6 uur ’s ochtends. Kenyatta was er niet meer. Toen Kenyatta die middag terugkwam, droeg hij Mbuvi op een aantal functies binnen het districtsbestuur van Nairobi over te dragen aan de landelijke overheid – onder meer functies met betrekking tot planning, gezondheid, transport, openbare werken, ondersteunende diensten en belastinginning. Als troost mocht Mbuvi aanblijven als gouverneur, zij het eentje zonder werkelijke macht. Om 4 uur ’s middags verscheen een duidelijk geslagen Mbuvi op een persconferentie met de president, waar hij deemoedig een document ondertekende waarmee hij afstand deed van zijn electorale mandaat.
Afzettingsprocedure
En zo was de grootste stad van Kenia, tevens de hoofdstad, van de ene op de andere dag zijn gekozen gouverneur kwijt en werd de stad geleid door een keiharde generaal. Ondanks zijn eerdere berusting kwam Mbuvi in opstand. Als gouverneur was Mbuvi de officiële ondertekenaar geweest van de rekeningen bij Nairobi County-bank, en nu weigerde hij geld over te maken naar gemeentelijke diensten. Kenyatta sloeg terug en zette een afzettingsprocedure in gang. Mbuvi greep terug op umatatu en liet een aanzienlijke groep leden van de County Assembly overvliegen naar de kust, zodat het stadsbestuur niet de vereiste hoeveelheid stemmen kon binnenhalen om hem af te zetten. Er doken video’s op van tientallen leden van de gemeenteraad, mannen en vrouwen, die dikke pakken geld toonden terwijl ze met Mbuvi feestvierden in een van zijn vele kustresorts. De gemeenteraad besloot echter dat vanwege het covid-protocol niet alle leden van de gemeenteraad lijfelijk hun stem hoefden uit te brengen. Dus de mensen aan de kust konden digitaal stemmen.
Mbuvi werd vlak voor kerstmis 2020 afgezet. Een verbitterde en ongelovige Mbuvi, die zonder werk was komen te zitten en in ongenade was gevallen, ging in de aanval. Hij liet een telefoongesprek lekken waarin de jongere zus van de president, Christina Pratt, Mbuvi zou hebben geprobeerd over te halen haar vriend te benoemen als vicegouverneur.
Vervolgens ging Mbuvi naar bijeenkomsten door het hele land, waar hij publiekelijk allerlei corruptieschandalen in de schoenen van de presidentiële familie schoof. Zijn aanvallen sorteerden effect en Kenyatta kon niet langer de schijn ophouden. Tijdens een bijeenkomst met andere leiders in de buurt van Mount Kenya, bekende hij dat hij zelf de hand had gehad in het afzetten van Mbuvi. ‘Ik heb geprobeerd mijn vriend te helpen… uiteindelijk sloeg hij dat aanbod af omdat hij zich wilde blijven verschuilen achter zijn zonnebril, wilde blijven opscheppen en blijven stelen… dus heb ik gezegd: als dat het geval is, scheiden onze wegen. Tegenwoordig is hij druk bezig mij zwart te maken. Ik heb niets tegen hem, maar Nairobi is nu in betere handen.’
Mbuvi had ten onrechte gedacht dat hij en Kenyatta gelijken waren
Een verhitte Mbuvi ging binnen een uur in de tegenaanval en sloeg een aloud Swahili-gezegde in de wind: usishandane na ndovu kunya, utapasuka msamba – een waarschuwing dat je nooit een wedstrijdje poepen moet doen met een olifant omdat jij dan je ingewanden scheurt. Mbuvi had ten onrechte gedacht dat hij en Kenyatta gelijken waren.

In februari sprak Mbuvi tijdens een demonstratie in Machakos. Hij liet Kenyatta’s speech door de luidsprekers horen en noemde de president vervolgens een dronkenlap met wie hij nog marihuana had gerookt. ‘Ik zal zijn naam niet noemen omdat hij me anders laat oppakken of vermoorden, dat is zijn probleem,’ zei Mbuvi. ‘Maar wat mijn vriend er niet bij vertelt is dat hij me heeft aangeraden die zonnebril op te zetten toen we samen marihuana rookten. Hij heeft me geleerd mijn bloeddoorlopen ogen te verbergen achter die bril als we hadden gerookt… van hem heb ik alles geleerd over zonnebrillen, drank en marihuana.’
Mbuvi had in de ogen van de president nu dan toch eindelijk een grens overschreden met zijn umatatu. Hij werd achtenveertig uur later opgepakt en meer dan een maand vastgehouden op verdenking van terrorisme. De openbaar aanklager stelt dat Mbuvi een privéleger heeft dat een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid.
Umatatu had gunstig uitgepakt voor Mbuvi, totdat alles ineens anders was. En diegenen die hij had geprobeerd te verslaan – de zakenlieden en de politici van de oude stempel – waren hem te slim af geweest. De matatukoning was geveld.
Lees ook:




