Tag: Sovjet-Unie

  • Frankrijk erkent Oekraïense hongersnood in 1932-1933 als genocide

    Frankrijk erkent Oekraïense hongersnood in 1932-1933 als genocide

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ex-vicepresident Pence moet getuigen tegen Trump

    » Bijna veertig doden bij brand migrantencentrum Mexico

    President Zelensky heeft zijn dank uitgesproken

    Frankrijk heeft de Holodomor, een door de mens veroorzaakte hongersnood in de jaren 1932-1933, erkend als genocide op het Oekraïense volk. Honderdachtenzestig afgevaardigden van de Nationale Vergadering, het Lagerhuis van het Franse parlement, stemden voor de resolutie en twee stemden tegen, bericht The Kyiv Independent.

    De Holodomor vond plaats onder Jozef Stalins bewind in de Sovjet-Unie en kostte naar schatting 3,5 tot 5 miljoen Oekraïners het leven. De Oekraïense regering heeft de internationale gemeenschap opgeroepen de hongersnood als genocide te erkennen.

    President Zelensky van Oekraïne sprak gisteren zijn dank uit richting Frankrijk. Hij noemde de stemming ‘belangrijk’ en voegde eraan toe ’dat Frankrijk een stevige bijdrage levert aan het blootleggen van de vroegere en huidige misdaden van het totalitaire Rusland en op die manier opkomt voor waarheid en gerechtigheid, en de dader op zijn aansprakelijkheid wijst’.

    ‘De Nationale Vergadering heeft duidelijke gemaakt dat dergelijke misdaden nooit zullen worden vergeten’

    Ook de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Dmytro Koeleba heeft gereageerd: ‘Met deze historische stemming heeft de Nationale Vergadering duidelijk gemaakt dat dergelijke misdaden nooit zullen worden vergeten en nooit mogen worden herhaald.’

    Hiermee sluit Frankrijk zich aan bij IJsland, dat de Holodomor op 23 maart als genocide erkende, en bij België, dat dit op 10 maart deed. Landen als Tsjechië, Duitsland, Roemenië, Ierland en Bulgarije hadden de hongersnood al eerder als genocide erkend. In december 2022 erkende ook het Europees Parlement de Holodomor officieel als genocide en drong het er bij Rusland op aan om officieel spijt te betuigen voor de wreedheden van het Sovjetregime.

    Lees ook:

  • Europa: In Litouwen merkt schrijver Maxim Osipov pas hoe onvrij Rusland is

    Europa: In Litouwen merkt schrijver Maxim Osipov pas hoe onvrij Rusland is

    Sinds de val van de Sovjet-Unie was Maxim Osipov niet meer op de plek geweest waar hij zijn jeugd doorbracht: Litouwen. Na dertig jaar gaat de succesvolle Russische schrijver terug. In het vrije Litouwen vraagt hij zich af of zijn eigen land inmiddels niet net zo totalitair is als toen. ‘Verbazingwekkend hoe het verleden is teruggekeerd.’

    Deze tekst is geschreven vóór de Russische invasie van Oekraïne.

    Vrijdenkersfestival: tegen de macht

    Van 28 tot en met 31 oktober vond in De Balie in Amsterdam het Vrijdenkersfestival plaats, met dit jaar als thema ‘tegen de macht’. Vier dagen lang programma’s over en met vrijheidsstrijders en dissidenten. Kunst, discussie en verhalen met nationale en internationale journalisten en vrijdenkers die zich verzetten tegen een totalitair regime. Is Amsterdam nog altijd een veilig toevluchtsoord voor dissidenten en andersdenkenden? Welke vrijheden staan bij ons op het spel? Wat betekent het om tegen de stroom in te zwemmen, en hoe hou je dat vol?

    Maxim Osipov was een van de sprekers tijdens het programmaonderdeel ‘Russische dissidenten’ op vrijdag 28 oktober in De Balie in Amsterdam.

    Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.

    ‘Welke emoties roept deze plaats bij u op?’ vraagt een journaliste van een krant uit Zarasai in het Engels. Zij is de enige van degenen die naar de bijeenkomst met vertaler Tomas, de uitgever en jou gekomen zijn die geen Russisch kent. 

    ‘Voor mij is Zarasai eigenlijk geen plaats maar een periode. Misschien kan ik ’t het beste zo zeggen: Paradise lost.’ 

    Het meisje kijkt gealarmeerd: ‘U verlangt terug naar de tijd van het communisme en de Sovjet-Unie?’ 

    ‘Welnee! Alleen naar de tijd dat mijn ouders nog leefden!’ 

    ‘Bent u dan nu voor het eerst in het vrije Litouwen?’ 

    In het vrije Litouwen voor het eerst, inderdaad. Het is prettig om niet het gevoel te hebben dat je een bezetter bent. Je hebt snel even door Vilnius gelopen, dat beviel prima allemaal, maar waar je echt zin in had, dat was hierheen gaan. Je kijkt rond: een nieuwe bibliotheek bij het meer (de hele stad ligt aan de oever), het café met zuilen uit het begin van de jaren zeventig, dat niet in bedrijf is (je kon daar een dagmenu krijgen), de katholieke kerk. Het monument voor het partizanenmeisje (Melnikaitė) is spoorloos verdwenen. En zoals gewoonlijk in dit soort stadjes is de natuur aantrekkelijker dan wat de mensen er gebouwd hebben. 

    ‘Waarom bent u niet eerder gekomen?’ 

    Daar is geen antwoord op te geven, ik haal mijn schouders op. Mijn vader schreef hiervandaan, inmiddels al bijna veertig jaar geleden: ‘Het is rustig hier, conflicten zijn er niet. Zowel thuis als in de stad, waar nu weinig mensen zijn en waar je zelfs op het postkantoor, waarschijnlijk om die reden, beleefd behandeld wordt. Nu en dan voel je je niet die sjofele Moskoviet met een overbelast geweten en zie je de wereld anders – je ervaart de intensiteit ervan.’ 

    Heimwee

    En dan is er je eigen dagboekaantekening van vijftien jaar geleden: ‘Ik wil naar Zarasai, waar ik zoveel tijd heb doorgebracht – iedere zomer, jarenlang. Je reist naar allerlei bestemmingen, de plekken waar iedereen naartoe gaat en waarvan je dus ook vindt dat je erheen móét, maar niet naar Zarasai. Dat betekent dat je geen eigen leven leidt.’ 

    Het is hier winderig, puur: het is zandgrond en de mensen hier doen hun best die puurheid in stand te houden. Woest is het hier. 

    ‘Weids,’ glimlacht de jonge journaliste. 

    Ja. Tijd om afscheid te nemen. 

    ‘Komt u in de zomer weer, en kom dan niet alleen.’ 

    Dat zou niet verkeerd zijn. Maar van degenen met wie je naar Zarasai reisde, zit er een in San Francisco, een ander in Amsterdam, met weer een ander heb je heibel gekregen en een paar mensen, inclusief je ouders en je zus, leven niet meer. Je gaat nu op weg naar het schiereiland, twee kilometer verderop, aan de zuidkant van het meer, de weg weet je nog wel – navigatie of iemand die je de weg wijst heb je niet nodig. 

    Je moeder zei nooit zoveel, maar dit soort ongemakkelijke zaken kon ze er nogal onverhoeds uitflappen

    ‘Hier stond het huis…’ Een stenen huis, met één verdieping. Er is niets van over, het is afgebroken. Na de dood van de eigenaren (daar had je over gehoord) deelden de kinderen de erfenis en verkochten het huis, maar de kopers waren niet tevreden. Het huis werd afgebroken, met alle bijgebouwen, ze maakten het met de grond gelijk. Het was hun plan om zelf iets te bouwen, maar kennelijk was het geld op. Dat is wat de buren vertellen, en ze weten zich zelfs nog iets te herinneren van jullie familie. 

    Vreemd, het was toch een solide huis. Met een reusachtig balkon, waar indertijd de eettafel naartoe werd gesleept. 

    ‘Nu snap ik wat voor type dat is…’ zei je moeder onbewogen, ‘die gast van jullie, de buurman die op Sergej Rachmaninov lijkt en ook uit Moskou komt, hij vertelde bij de thee dat hij op zijn instituut de partijfunctionaris is.’ 

    Je moeder zei nooit zoveel, zeker niet vergeleken met je vader, maar dit soort ongemakkelijke zaken kon ze er nogal onverhoeds uitflappen. Zij kwam hier alleen in juli en augustus, maar je vader was er op verschillende momenten in het jaar. ’s Zomers woonde hij boven, en ’s winters zo ongeveer hier, waar jij nu staat. 

    Maxim Osipov

    Maxim Osipov (Moskou, 1963) is een Russische schrijver en cardioloog. Hij won in Rusland verscheidene prijzen voor zijn literaire werk. Na kritiek te hebben geuit op de oorlog in Oekraïne was hij genoodzaakt om zijn land te ontvluchten. Hij is nu in Nederland om hier komend jaar aan de Universiteit Leiden les te geven over Russische literatuur en de politieke situatie in Rusland. Osipov is erelid van PEN Nederland.

    ‘Kijk nu, een vogel fladdert naar buiten / door het niets waar ooit een raam gezeten heeft…’ 

    Nee, je hoofd staat nu niet naar gedichten: dat het huis er niet meer is brengt je toch enigszins van je stuk, ook stenen zijn dus vergankelijk. Dat is droevig, hoewel er natuurlijk ergere dingen zijn, en je bent geen Nabokov of Proust. Je loopt wat over het zachte mos tussen de dennenbomen en dan naar het water. Zowel de hoge oude dennenbomen als de dunne boompjes aan de oever en de lage rietkraag – kijk, het is er allemaal nog. 

    Zeilboot de Dolfijn

    Je herinnert je: het was in het jaar 1978, augustus – bijna vijftien was je toen dus. Met Charitosja, je klasgenoot, je vriend voor het leven, liet je de zeilboot de Dolfijn te water, een al vele malen opgelapte boot van DDR-makelij (toen was dingen repareren nog heel gewoon), met twee zwaarden, voor het voorkomen van afdrijven en een stabiele koers. Jullie voeren af voor een tocht over het Zarasaitismeer – jij aan de fok, Charitosja aan het grootzeil en het roer. Het gaat hoog aan de wind – dat wordt op de rand zitten voor tegenwicht! 

    ‘Vaarwel, mijn moedertje! Mijn liefje, vaarwel! / Ik word matroos van de Baltische vloot!’ 

    Maar een van de zwaarden brak af en jullie kwamen met geen mogelijkheid met de boot de baai uit, de golven dreven jullie naar de oever terug. Om de beurt deden jullie een lusteloze poging om te roeien. Je vader sloeg alles vanaf de vlonder gade: hij was al een paar keer het koude water in gestapt om jullie weg te duwen uit het riet. 

    Stop. Charitosja heeft een idee: ‘Wat we nodig hebben, dat is een tubetje epoxy. Dan maken we dat zwaard weer vast, dat stomme ding…’ 

    ‘Een tubetje epoxy’ was in de familie sindsdien de spottende term voor misplaatste ideeën

    ‘Wat nou, epoxy!’ Tot aan zijn middel in het water staand vertelt je vader jullie eens flink de waarheid. ‘Stelletje mafkezen!’ is nog wel de vriendelijkste kreet die er uit zijn mond komt. 

    ‘Een tubetje epoxy’ was in de familie sindsdien de spottende term voor misplaatste ideeën, en de boot zal je als je aan de slag gaat met het archief nog wel tegenkomen bij het filmmateriaal. Begin jaren zestig: de motor die aan de Dolfijn werd bevestigd, de mast die werd verwijderd. Je vader op de achtersteven, moeder aan het waterskiën op de Oka. 

    Na de dood van je vader was je ongedurig en impulsief, nu is dan de tijd gekomen dit soort verplichtingen op je te nemen: foto’s inlijsten, het archief op orde brengen. 

    Nu je weet wat er met het huis is gebeurd, ga je er al van uit dat het badhuisje er ook niet meer is – het was een gammel geval van hout. Zaterdag was altijd baddag en op vrijdag haalden jullie water uit het meer en legden het brandhout klaar. 

    ‘Klaar is Kees,’ zei jij als tienjarig jongetje tegen Jozas, de grote, magere eigenaar van het huis, met zijn grote, sterke handen die zwart waren van het werk, je wilde graag dat hij je aardig vond. 

    ‘Ja, dat doen ze ons niet na!’ antwoordde hij dromerig. 

    Jozas rookte sigaretten zonder filter: de geur van een brandende lucifer, al die dingen – je zou ook allerlei belevenissen in het badhuis kunnen ophalen, maar nee, dit zijn reisherinneringen, dit is niet Amarcord

    En dus, geen huis, geen badhuisje, en zelfs de steiger hebben ze door iets smakeloos en stevigs vervangen. Geen plek om te blijven, dit schiereiland, haal Tomas op en ga op weg naar Sventa – maar eerst nog even naar het bos. 

    Lokale handlangers

    De medewerkster in de bibliotheek had het uitgetekend: de grote weg richting Degučiai, afslaan naar Dusetos, en daar, na de tweede bushalte, is het aangegeven: ‘Op deze plaats kwamen achtduizend Joden om, die op 26 augustus 1941 door Duitse fascisten werden gefusilleerd.’

    Het woord ‘Joden’ op de obelisk leek van een ongekende moed te getuigen, in de tijden van je jeugd werd dat woord alleen in bijzondere gevallen gebruikt – Sovjetburgers konden deze mensen niet genoemd worden. Aan de linker- en rechterkant een greppel begroeid met gras, tweehonderdduizend Litouwse Joden liggen in dergelijke graven. 

    De desovjetisering is ook aan dit monument niet voorbijgegaan: het Russische opschrift is weggehaald. Is dat terecht? Het is niet aan jou om dat uit te maken, maar zelf zou je het hebben laten staan. Nu zijn er twee opschriften, in het Jiddisch en het Litouws: ‘Op deze plaats hebben nazistische moordenaars en hun handlangers op beestachtige wijze achtduizend Joden gedood – kinderen, vrouwen en mannen. Ter heilige gedachtenis aan de onschuldige slachtoffers’… in het Jiddisch. In de Litouwse variant staat bij de handlangers een precisering: ‘lokale’. 

    Onder hen waren er ook die mensen hebben gered. Of die eerst mensen hebben neergeschoten en daarna gered, of zelfs omgekeerd – het is moeilijk te geloven, maar het is wel zo. 

    ‘Lijden en bewenen,’ zegt Tomas, ‘dat is het lot van de Litouwers’ 

    Hier heerst een voorbeeldige orde: een hekwerk, een ordelijke stenen rand, op de obelisk een davidster, op de voet kaarsen, Israëlische vlaggen, kiezelsteentjes, iemand heeft er een klein zelfgemaakt kruis neergezet. Dat was er vroeger niet. 

    ‘Lijden en bewenen,’ zegt Tomas, ‘dat is het lot van de Litouwers.’ 

    Iedereen kent hier de grap dat je laatste echtgenote beslist een Litouwse moet zijn: dan is er iemand die zich om je graf zal bekommeren. Nee, ze zijn niet zoals Mandelstams ‘vrouwen als de klamme aarde’, veeleer doen zij hun best op een praktische manier het hoofd te bieden aan iedere verschrikkelijke situatie in het leven. 

    Onderweg naar het hotel: de herinnering aan een van die ‘lokalen’ – een oude man, klein, somber, een jaar of zestig, met een door het drinken donker geworden gezicht, bankwerker was hij, of elektricien. Hij reed op een motor met zijspan en had een paar jaar gezeten. ‘Zet ze tegen de muur, die Polen. Zet ze tegen de muur, die Russen. En de Joden…’ Hij wierp even een blik op je vader. ‘… En de Joden om en om.’ 

    Nu zou men zoiets niet meer hebben gepikt, maar toen kwam hij ermee weg: ja, het waren de bezetters. Žydai – een ander woord voor Joden is er in het Litouws niet. Die oude man zag zichzelf als slachtoffer, op alle mogelijke manieren. Radio Free Europe gaf aan hen, de ‘woudbroeders’, tot midden jaren vijftig troostrijke boodschappen door: volhouden, mannen, nog even, binnenkort komt er weer een wereldoorlog. 

    Sventa

    Een uitstapje naar Sventa duurde vroeger een hele dag – plaids mee, en eten, boeken, mokken voor de bosbessen, mandjes voor paddenstoelen, een volleybal –, in de auto kon je door de gaten in de bodem het asfalt zien en de versnellingsbak was natuurlijk mechanisch. Wat hebben jullie later je moeder uitgelachen, toen de vrijheid was aangebroken en zij na terugkeer uit Amerika beweerde dat auto’s geen koppelingspedaal meer hadden – dat is onmogelijk! – en zij vervolgens toegaf: jullie zullen het wel beter weten. En wat zou je met je vader nu graag die simpele vreugde delen – die van de perfectie van een auto, ook al is het een gehuurde. 

    De weg hoef je niet te vragen, daar heb je de navigatie voor. Die komt met de optie Sventameer, Sventes ezers – dat moet je hebben. Alles is nu in het Litouws, op het omslag van je boek ben je niet Maxim, maar Maksimas. 

    Je had hier de Lit-SSR en de Let-SSR, de grens daartussen stelde niet veel voor

    Wat is dit nu, een grens? Ligt Sventa dan in Letland? Natuurlijk, je ging immers naar Daugavpils als je voor iets naar een echte stad moest. Daar stond ooit Lenin naast het station met een bontmuts met oorflappen op, hoe warm het ook was, en er was daar een grote gevangenis. Je had hier de Lit-SSR en de Let-SSR, de grens daartussen stelde niet veel voor. Ja, deze weg ken je, deze grindweg, hier heb je leren autorijden. En dit kwijnende, slecht onderhouden bos. Allemaal bekend terrein: de weg en het bos. 

    Toeristen komen hier zo te zien weinig, en tot aan het water rijden is niet verboden. Druk is het hier in Sventa nooit geweest – een van de redenen om van deze plek te houden –, maar vroeger was dit een natuurreservaat: kampvuren en auto’s verboden. Verder is alles nog bij het oude: hier het zand, daar een schuit met een zwarte, glanzende, met vette pek ingesmeerde bodem, en daar heb je ook de vermolmde steiger, wat wilde je die graag weer zien. Je probeert eroverheen te lopen en staat ineens tot aan je enkels in het water. Je droogt je voeten af – en kijkt dan om je heen. 

    ‘Wat speel je toch steeds op je trompet, jongeman? / Beter lag je nu al in je graf, jongeman’

    Was het niet hier dat je, verborgen achter die bomen, klanken uit je trompet perste? ‘Le poème de l’extase’, ‘Götterdämmerung’ – jij dacht dat dat getrompetter muziek was. ‘Niet ritmisch, maar wel lekker vals.’ Je vriend de pianist, degene die nu in Amsterdam woont, overreedde je de trompet op te geven en over te stappen op de fluit, een zacht, gevoelig instrument – maar het sprak je niet aan. Een gevoel van geluk associeer je toch met de trompet. 

    Hoe breng je iets over van het mysterie van een persoonlijkheid?

    Over de mysteries van het geluk. De laatste brief die je vader schreef eindigt zo: ‘We zitten bij elkaar – we praten of we zwijgen, en het gaat er al niet meer om of ons leven geslaagd is of niet. Soms denk ik: misschien zijn we wel gewoon gelukkig?’ Je probeert Tomas over je ouders te vertellen, maar hoe breng je iets over van het mysterie van een persoonlijkheid? Dat is nog moeilijker dan het vertalen van poëzie. 

    ‘Wie weet wat voor schokkende zaken ons allemaal te wachten staan. Dat geldt voor iedereen, maar voor ons in het bijzonder. We moeten zo leven dat we zo min mogelijk angst voelen.’ Je vader herinnerde zich bijvoorbeeld heel goed hoe hij op een gegeven moment (door de artsenzaak en dingen daaromheen) zelfs niet aan het allersimpelste werk kon komen en hij eigenlijk bijna op deportatie naar het Verre Oosten hoopte: als ze maar met z’n allen gingen, als zijn dierbaren maar bij hem waren. Zijn brieven droegen een bijna stichtelijk karakter, hij deed altijd zijn best iets belangrijks aan je mee te delen, en voor je moeder was het een manier om haar gebruikelijke zwijgen voort te zetten. ‘Ik heb de dag doorgebracht zoals je dat in de trein doet: wakker worden, in slaap vallen en nietsdoen… Ik klets maar een beetje, in een brief kan je niet zwijgen.’ 

    Nog even bij het water staan, een sigaretje roken, denken aan iets wat heel privé is, een mandarijntje eten. Doodstil is het hier, een rust als op een kerkhof. 

    Vergissing

    En pas wanneer je weer terug bent in het hotel en je op de gewone kaart kijkt, een papieren, begrijp je dat je je vergist hebt. Sventes, Švjantas, Svjatoji, het Svjatojemeer en de Svjatajarivier: die namen kom je aan beide zijden van de grens met Letland tegen. Het Švjantasmeer is het meer dat jullie Sventa noemden en waar je heen wilde. Hoe kan je je nou toch zo vergist hebben? Het verschil zit hem in die haček: voor het Šventas ežeras moet je naar het zuiden rijden, naar Turmantas, en echt niet naar Letland. 

    En Tomas gaat natuurlijk zeggen: ‘En je herkende het allemaal, Maxim: de weg en het meer.’ 

    Ja, inderdaad. 

    Onderweg naar Vilnius vergelijken jullie je indrukken. Wat op Tomas de meeste indruk heeft gemaakt tijdens de reis was het geraas van de vrachtwagens over de kasseien bij de kerk, de wind en de hagel, terwijl jij daar geen aandacht aan hebt besteed. Dat is vreemd met herinneringen: soms maak je een heel concert mee en het enige wat je je achteraf nog kunt herinneren is dat de dirigent rode sokken aanhad. 

    Langzaamaan zal hier alles goed komen, als er tenminste niet van buitenaf wordt ingegrepen

    Ooievaars en heuvels, veel water, de lucht doet denken aan Hollandse luchten, maar het landschap is expressiever – door de heuvels. Hoe zou je het vinden om hier te leven? Het is de provincie, ja, maar het is hier niet provinciaal, niet erg in ieder geval. Het is gewoon een mooi land dat in Oost-Europa ligt. Langzaamaan zal hier alles goed komen, als er tenminste niet van buitenaf wordt ingegrepen. 

    ‘Toen ik nog een steunpilaar was van de samenleving…’, zo begint een niet zo jonge vrouwelijke kennis van je graag haar betoog. En misschien is ze dat ook wel echt geweest. Ook in Litouwen zijn er mensen die graag de tijd in herinnering roepen dat het Grootvorstendom zich uitstrekte tot aan de Zwarte Zee (hoofdzakelijk dankzij geslaagde huwelijksverbintenissen), maar hier trekken ze uit de grootheid van weleer geen praktische conclusies. 

    ‘U weet niet wat er allemaal speelt,’ hoorde ik zowel in Parijs als in Rome van anti-Europees gezinde Russen. Altijd maar dat gepraat: de mensen hier, die mogen ons niet, en daarginder ook niet. Luister eens, vrienden, als er één plek is waar ze ons niet mogen, dan is het thuis, in Moskou. 

    De zorgen die ik zo’n dertig jaar geleden had, waren dezelfde als die ik nu heb

    ‘We moeten zo leven dat we zo min mogelijk angst voelen…’ Toen was je nog geen twintig, nu ben je over de vijftig. Tegen Tomas zeg je: ‘Verbazingwekkend hoe het verleden is teruggekeerd. De zorgen die ik zo’n dertig jaar geleden had, waren dezelfde als die ik nu heb: 1) geen vuile handen maken, geen morele concessies doen, 2) de gevangenis ontlopen, en 3) niet het moment voorbij laten schieten waarop je voorgoed je biezen moet pakken. En er is diezelfde illusoire hoop: dat we op een dag wakker worden en deze hele duisternis ten einde is.’ 

    De omstandigheden nopen ons echter wakker te blijven, steeds om ons heen te kijken, de kop erbij te houden. Je scherpzinnige vriend zal zeggen: vorst Andrej Koerbski dacht er precies zo over. Voor Koerbski resulteerde alles in zijn overlopen naar Litouwen. 

    ‘Ook even bij de vuilnisbelt gaan kijken,’ appt Bóris, je vriend Boretsjka, een groot musicus, violist, hij is onlangs uit Londen hierheen verhuisd. Hij bindt moedig de strijd aan met de Litouwse suffixen – žmogus, žmonija, žmogiūkštis, žmogiškumas (mens, mensheid enz.) – hoewel je in Litouwen, naar men zegt, ook uitstekend uit de voeten kunt met Engels en Russisch. Die tekentjes boven de letters, de hačeks, zijn trouwens een uitvinding van Jan Hus. 

    Vilnius

    Boretsjka wil dat de stad bij je in de smaak valt, hij rijdt je overal naartoe, verontschuldigt zich als iets niet mooi is, zoals die vuilnisbelt bijvoorbeeld – ja, wat wil je! Het leven is niet rijk, maar ook niet te armoedig, en er zijn minder verbodsbepalingen, beperkingen, slagbomen en andere ergernissen dan je de laatste jaren in Moskou gewend bent. Vilnius is mooi: schoon maar niet gelikt. De wijk waar jij bent gehuisvest houdt het midden tussen Serpoechov en Parijs, en de oude stad is heel bijzonder, met een volstrekt eigen karakter. 

    ‘Problemen, die heb je natuurlijk overal,’ zegt de baas van het kunstenaarscafé met een glimlach. 

    Hij is een man met ervaring, heeft een tijdje in Israël gewoond, in Amerika en ik geloof zelfs ook in Jordanië, en hij weet waar hij het over heeft. Houdt hij er eigenlijk rekening mee dat de geheime dienst (Joost mag weten hoe die hier heet) hem zijn café afneemt en dat hij dan blij mag zijn als hij niet in de gevangenis belandt? Op Amnesty International hoef je in zo’n geval niet te rekenen. Hij is oprecht verbaasd: Nee, zoiets is hier echt niet aan de orde, wat een geluk trouwens dat de Sovjet-Unie uiteengevallen is! Zelf heb je ook van zoiets gedroomd, lang voor Litouwen, toen je een jochie van acht was en Dickens las, The Pickwick Club. Je wist dat er zo’n stad bestond, Londen, in boeken, op kaarten, maar dat je die ooit zou zien – nee jongen, zet dat maar uit je hoofd. 

    ‘Je kan zien dat de auteur niet erg bekend is met de prozatheorie van Viktor Sjklovski, zegt een van de toehoorders, niet luid maar wel duidelijk. Een forse Litouwer, hij werkt in het observatorium van Vilnius. Het is moeilijk niet hooghartig te zijn als je in een observatorium werkt. 

    Gesprekken en lezingen zijn in het Russisch. Voor wie, vraag je je af, moest je boek dan eigenlijk vertaald worden?

    Gesprekken en lezingen zijn in het Russisch. Voor wie, vraag je je af, moest je boek dan eigenlijk vertaald worden? Het antwoord laat zich raden: voor de schrijver. Dus wie betaalt de hapjes en de drankjes? Dat heb je eerder te horen gekregen, op een andere plek maar om een soortgelijke reden. 

    Užupis, de wijk van de vrije kunstenaars, met een ludieke eigen constitutie en regering (Tomas bekleedt daarin een belangrijke post): hier ga je je verhaal ‘Objects in mirror’ voorlezen. 

    ‘Houston…’ zegt Ada peinzend. ‘Wij hebben in Vilnius een flatje op de kop getikt, Andrej.’ Vilnius, redeneren ze, is niet in alle opzichten safe. Maar met een Israëlisch paspoort… ‘Nee maar, ze hebben een Israëlisch paspoort?’ 

    De luisteraars glimlachen en na afloop komt er een Moskoviet naar je toe gelopen, iemand van ongeveer jouw leeftijd, een doctor in de wis- en natuurkunde. Het blijkt dat het flatje waarin je bent ondergebracht van hem is, hij gaat niet zover dat hij je zijn laissez-passer, zijn Israëlische paspoort, onder de neus houdt, maar hij heeft er wel een. Aha, kijk aan, het klopt dus allemaal, je verkoopt geen onzin. 

    ‘Komt u toch vaker hierheen, of blijf hier gewoon. Geloof me, het leven heeft hier veel te bieden.’ 

    Met vrienden praten, nachtenlang, met wijn erbij – graag nog een glas. ‘U weet niet wat er allemaal speelt’, zoiets heb je hier van niemand te horen gekregen. Op je laatste dag in Vilnius begin je bekenden tegen te komen op straat. Vilnius zorgt voor afleiding en vermaak, in de juiste dosering. ‘Hoezo zou ik niet blij zijn als het jou goed gaat?’ Het delen van een gevoel van blijdschap – dat gaat het beste met je ouders. Klaar, ga op je plaats zitten en ga de reis aan, stoel recht, riemen vast. 

    Dit is een fragment uit Kilometer 101, dat op 28 oktober is verschenen bij Uitgeverij Van Oorschot, in vertaling van Yolanda Bloemen en Seijo Epema.

    Lees ook:

  • Michail Gorbatsjov, laatste leider van Sovjet-Unie, op 91-jarige leeftijd overleden

    Michail Gorbatsjov, laatste leider van Sovjet-Unie, op 91-jarige leeftijd overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee journalisten doodgeschoten in Colombia

    » Joe Biden is ‘vastbesloten’ om aanvalsgeweren in VS te verbieden

    Gorbatsjov bracht Koude Oorlog ten einde

    Michail Gorbatsjov, de laatste leider van de USSR van 1985 tot 1991, is dinsdagavond op eenennegentigjarige leeftijd overleden. Gorbatsjov ‘stond bekend om zijn poging tot grootschalige hervorming van het land, bekend als “perestrojka”, en voor het verminderen van de internationale spanningen met het Westen tijdens de laatste fase van de Koude Oorlog’, meldde het Russische door de staat gecontroleerde medium Sputnik.

    Vladimir Poetin betuigde kort na zijn overlijden in een Moskous ziekenhuis zijn ‘diepe medeleven’. De Russische president ‘zal een telegram van medeleven sturen naar de familie en verwanten’ van de voormalige leider in de ochtend, zei Kremlin woordvoerder Dmitri Peskov op woensdag, zoals gemeld door TASS. BBC meldt dat eerbetonen uit de hele wereld zijn binnengestroomd. Zo zei VN-chef António Guterres dat Michail Gorbatsjov ’de loop van de geschiedenis had veranderd’.

    ’Gorbatsjov was een gewone man die de leider van een supermacht werd’

    Michail Gorbatsjov, die door Sputnik wordt omschreven als ’een gewone man die de leider van een supermacht werd’, werd geboren op 2 maart 1931. Als zoon van een boer begon hij zijn carrière in de partij in 1962. In 1985 bereikte hij, zo schrijft The Moscow Times, ’de hoogste post’ van secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Hij was toen vierenvijftig jaar oud en de USSR was ’in economisch, sociaal en politiek verval’ na de periode van ’stagnatie’ onder Leonid Brezjnev en de kortstondige mandaten van Joeri Andropov en Konstantin Tsjernko.

    Toen begon ‘zijn tijdperk’, met ’het tweeledige beleid van perestrojka (wederopbouw) en glasnost (openheid), dat eindigde ‘met de staatsgreep die leidde tot de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991’. ’Michail Gorbatsjov heeft herhaaldelijk verklaard dat de ontbinding van de Sovjet-Unie nooit zijn einddoel was geweest, maar zijn leiderschap heeft een kettingreactie op gang gebracht die de wereld heeft veranderd’, analyseert de krant.

    Gorbatsjov, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1990, ’bewonderd in het Westen‘ voor de rol die hij speelde bij het einde van de Koude Oorlog in zijn land, blijft ‘een figuur die voor verdeeldheid zorgt’, benadrukt The Moscow Times, ‘omdat hij wordt gezien als degene die de ontbinding van de Sovjet-Unie, en de economische chaos en het verlies van de status van supermacht die daarop volgden, in de hand heeft gewerkt’.

    ‘Sommigen zagen hem als een idealist, anderen als een hervormer, en sommigen zelfs als een verrader en CIA-“agent”’, schrijft Sputnik.

    Lees ook:

  • Peter Pomerantsev: ‘De journalistiek moet weer op zoek naar een verbindend verhaal’

    Peter Pomerantsev: ‘De journalistiek moet weer op zoek naar een verbindend verhaal’

    Ooit waren er ‘grote verhalen’ die alles verklaarden, van het morele gedrag van staten tot aan literatuur. Met het wegvallen van overkoepelende verhaallijnen is er behoefte ontstaan aan een nieuwe manier van denken over wat ons verbindt, van Manilla tot Silicon Valley tot aan Moskou, aldus de Russisch-Britse journalist.

    ‘Beste Peter. Ik heb lang gewacht voor ik je schreef, maar het laatste nieuws maakt duidelijk dat het eenvoudigweg gevaarlijk is om nog langer te zwijgen.

    Mijn ex-collega’s zitten in de gevangenis. Maandenlang hebben mijn vrienden en ik moeite gehad om ook maar enige aandacht van de media te krijgen. Nu is er iets gebeurd dat wel degelijk de aandacht van de belangrijkste nieuwsagentschappen heeft getrokken – maar ik vraag me af hoelang het zal duren. Is er een manier om die aandacht vast te houden? Ik heb het gevoel dat wij allemaal gijzelaars zijn hier – en het is angstaanjagend. Alles, iedere misdaad, is hier mogelijk geworden.’

    Ik kreeg deze boodschap deze zomer van een vriend in Belarus, een paar dagen nadat de dictator van het land, Alexander Loekasjenka, een MIG-straaljager had ingezet om een internationale passagiersvlucht te onderscheppen bij de doorkruising van ‘zijn’ luchtruim en een journalist uit Belarus en zijn vriendin, die in vermeende veiligheid in Litouwen hadden gewoond, van boord had gehaald. Een paar dagen later verscheen de gevangengenomen journalist, Roman Protasevitsj, met duidelijke sporen van marteling op de staatstelevisie. In een setting die de showprocessen onder Stalin in herinnering roept, bekende hij verraad.

    In het kort

    • De stuitende ontvoering van een journalist uit Belarus en zijn vriendin door Loekasjenka is alweer in de vergetelheid geraakt.

    • De reden is dat Loekasjenka’s schandelijke misdaden niet in een ruimere betekenisketen terecht zijn gekomen.

    • Alles is onderdeel van één samenhangende geschiedenis.

    Er was sprake van enige verontwaardiging in wat we graag de internationale gemeenschap noemen; de woorden ‘kaping’ en zelfs ‘terroristische daad’ vielen. En vervolgens raakte, zoals mijn vriend al vreesde, het voorval in vergetelheid. Loekasjenka kreeg te maken met milde represailles, zoals een verbod aan de staatsluchtvaartmaatschappij van Belarus om op Europa te vliegen. Zijn boodschap aan iedereen die het waagde hem tegen te werken was krachtiger: ik kan met je doen wat ik wil, waar je ook bent. 

    Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader

    Het kostte me moeite het verzoek van mijn vriend te beantwoorden. Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader. Iedereen die weleens een geheugenspelletje heeft gedaan weet dat je afzonderlijke dingen onthoudt door ze in een reeks te plaatsen, zodat ze betekenis krijgen als onderdeel van een groter geheel. Zo is het ook in de media en politiek: een voorval krijgt pas zeggingskracht als onderdeel van een brede narratief.

    Maar Loekasjenka’s schandelijke misdaden zijn niet in een ruimere betekenisketen terechtgekomen. En dit geldt niet alleen voor Belarus. Van Birma tot Syrië, van Jemen tot Sri Lanka hebben we meer bewijs dan ooit van misdaden jegens de menselijkheid – van marteling, chemische aanvallen, clusterbombardementen, verkrachting, repressie en willekeurige vrijheidsberoving. Maar de verhalen dwingen maar moeizaam aandacht af, laat staan consequenties. We hebben meer mogelijkheden om te publiceren dan ooit; er zijn geen geografische beperkingen; ons publiek behelst in potentie de hele wereld. Toch komt op de meeste onthullingen of onderzoeken geen respons. Hoe kan dat? 

    DE SELECTIE VAN 360

    360 selecteerde dit jaar drie verhalen, uit de categorieën Distinguished Reporting, Public Discourse en Investigative Reporting.

    In deze en in alle andere tijden hebben we een journalistiek nodig die ons informeert over wat er buiten ons blikveld gebeurt, over wat politici proberen geheim te houden, en die regeringen dwingt verantwoording af te leggen over beslissingen die de welvaart van gewone mensen bedreigen. En daar hoort geen enkel ander streven bij dan het zo gewetensvol mogelijk de werkelijkheid proberen te beschrijven. Of zoals Peter Pomerantsev het in zijn artikel beschrijft: ‘We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou.’

    Instorting

    De instorting van de Sovjet-Unie had moeten aanzetten tot bespiegeling en ons moeten aanmoedigen niemand uit te sluiten van het grotere mensenrechtenverhaal tegen politieke repressie. En in de jaren negentig leek dit ook even mogelijk. Toen de democratiseringsgolf zowel de pro-Sovjet- als de pro-Amerika-dictaturen over de hele wereld omverwierp; toen in 1998 het Internationaal Hof van Strafrecht in Den Haag werd opgericht; toen met succes humanitaire interventies werden uitgevoerd van in de westerse Balkanlanden tot in Oost-Afrika. Even leek het er inderdaad op dat de rechtvaardigheid eerlijker zou worden verdeeld. 

    Maar er gebeurde iets anders. In plaats van dat er meer deelnemers werden toegelaten in het mensenrechtenverhaal, stortte het hele verhaal in elkaar. Eerst kregen sommige slachtoffers meer aandacht dan andere, geleidelijk aan kregen geen enkele slachtoffers meer langdurige aandacht. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hadden de wereld gedwongen de Verklaringen van de Rechten van de Mens van de VN te onderschrijven, althans in principe, en de post-Koude Oorlog-rampen in Srebrenica en Rwanda hadden humanitaire interventies in de hand gewerkt en de weg geopend naar het ‘recht op bescherming’.

    Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus

    Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus. Van Auschwitz tot Srebrenica tot Rwanda konden leiders beweren dat ze zich ofwel niet bewust waren van de feiten, ofwel dat de feiten twijfelachtig waren of de gebeurtenissen te snel gingen om in te grijpen. Maar inmiddels hebben we toegang tot alwetende media, die vaak met overvloedig en ogenblikkelijk bewijsmateriaal komen. En toch hebben die minder effect dan ooit. Het misdaadportret bestaat nog altijd uit allemaal losse beelden. 

    Dat voelde in de Koude Oorlog anders. Toen leek er een verband te bestaan tussen de arrestatie van één enkele Sovjet-dissident en een bredere geopolitieke, institutionele, morele, culturele en historische strijd. In de media, boeken en films uit die tijd werden de verhalen van afzonderlijke politiek gevangenen en mensenrechtenschendingen verteld als onderdeel van een breder, overkoepelend verhaal over de algemene vrijheidsstrijd tegen dictatuur, een strijd met de ziel van de geschiedenis als inzet. En dankzij dat complete verhaal voelden inwoners van democratieën zich deel uitmaken van een identiteit: wij staan aan de kant van de vrijheid versus de tirannie. Er waren instanties die dit narratief en deze identiteit ondersteunden. Politiek gevangenen voelden zich minder kwetsbaar wanneer informatie over hun arrestatie bekend werd gemaakt op de BBC of Radio Free Europe, of opgepikt door Amnesty International, in de Verenigde Naties ter sprake kwam, naar voren werd gebracht door Amerikaanse presidenten in bilateraal topoverleg met het Sovjetleiderschap. 

    Hierdoor hielden we onze aandacht erbij. En toen de zonden van het Westen zelf werden onthuld, zoals het CIA-programma met Koude Oorlog-gerelateerde heimelijke moorden en coups in de jaren zeventig, ontstond er bovendien een kader om de aandacht en de verontwaardiging van het westerse publiek te kanaliseren. 

    GettyImages 1236842805
    In protest tegen het regime van Alexander Loekasjenka zijn posters van de politieke gevangenen Andzelika Borys en Andrzej Poczobut opgehangen in het centrum van Bialystok, Polen. © Beata Zawrzel / NurPhoto / Getty

    Er was wat je een ‘groot verhaal’ zou kunnen noemen, dat alles omvatte: van het morele gedrag van staten tot aan literatuur en kunst en hoe de mensen zichzelf zagen. Het was verbonden met verlichtingsidealen aangaande ‘vooruitgang’ en ‘bevrijding’, waarbij feiten en bewijzen iets waren om gerespecteerd, bevestigd of verworpen te worden met redelijke argumenten of verifieerbaar bewijs. Zelfs het Sovjetregime maakte deel uit van een taal en wereldbeeld waarin rechten – de rechten van gekoloniseerde of voorheen economisch onderdrukte volken – er althans in theorie toe deden. Het zette zelfs een handtekening onder mensenrechtenbeloftes, die Sovjet-dissidenten in staat stelden van de Kremlinleiders te eisen ‘hun eigen wetten te eerbiedigen’. 

    In deze strijd tussen verheven ideeën, waarin beide partijen hun idealen superieur verklaarden, ontstond ruimte voor dissidenten om van de macht te eisen dat ze haar idealen na zou leven. In de periferie werden deze idealen aangeheven om steun te vragen voor vrijheidsbewegingen van een van beide kampen.

    Haken en ogen

    Natuurlijk zaten er haken en ogen aan die grote verhalen. Vaak werden slachtoffers van rivaliserende ideologieën bevoorrecht terwijl er continentwijde blinde vlekken bleven bestaan. Priesters die in Polen door de communisten waren vermoord kregen meer aandacht in de westerse media dan priesters die door bondgenoten van de VS waren vermoord in El Salvador. Het Rode Leger dat opstanden in Boedapest en Praag neersloeg werd oneindig intensiever gevolgd dan de neergeslagen antikoloniale opstanden in Kenia.

    Vooralsnog worden ‘de cheques die in 1945 werden uitgeschreven aan de kwetsbaarste volken in de wereld – aangeduid als “internationale humanitaire wet” – niet verzilverd’, aldus David Miliband, de voormalig Britse minister van Buitenlandse Zaken en het huidige hoofd van het IRC (International Rescue Committee). Wij zijn wat hij noemt het Straffeloze Tijdperk ingegaan: ‘Een tijd waarin militairen, milities en huurlingen in conflicten over de hele wereld menen met alles weg te komen. En omdat ze met alles wegkomen, doen ze ook alles.’ 

    Het verval kwam deels van binnenuit. De taal voor rechten en vrijheden werd uitgehold door leiders die haar misbruikten en lege hulzen achterlieten. Het Sovjetregime versjacherde de taal die bestemd was voor economische gerechtigheid en gelijkheid – tegenwoordig klinkt alleen al het woord ‘socialist’ velen in het voormalige communistische blok als een vloek in de oren. In het Westen werden verheven begrippen als vrijheid en tirannie ingezet als excuus voor niet-uitgelokte oorlogen en bezoedeld door de onvermijdelijke consequenties van de oorlog. In 2003 koppelde president George W. Bush voorafgaand aan de invasie van de Verenigde Staten in Irak doelbewust de tweespalt uit de Koude Oorlog aan zijn visie op het Midden-Oosten door beloftes te maken als ‘de democratie zal overwinnen’ en ‘vrijheid kan de toekomst zijn van ieder land’. In werkelijkheid had de invasie een burgeroorlog tot gevolg en honderdduizenden doden, werd de macht van Iran vergroot en veranderde Syrië in een vazalstaat van een nieuwe autoritaire as. Onder de bevolking in rijke democratieën leidde de invasie tot cynisme en een verbitterde zoektocht naar de eigen identiteit. Woorden die in Oost-Berlijn en Praag nog volop betekenis hadden, verloren in Bagdad hun strekking. En voor beelden gold dat net zo goed. 

    Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel

    Dit rottingsproces van binnenuit ging gepaard met de aanval van buitenaf. Het grote leidmotief van de huidige Russische en nu ook Chinese propaganda is dat het verlangen naar vrijheid en de strijd voor mensenrechten niet leiden tot voorspoed maar tot ellende en bloedvergieten. Russische propagandakanalen koppelen graag flitsen van volksopstanden in Syrië of Oekraïne aan beelden van de daaruit voortvloeiende conflicten in die landen, alsof de oorlog het onvermijdelijke gevolg van de revoltes was en niet de reactie van dictaturen om ze neer te slaan. Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel. 

    Nobelprijs

    De Nobelprijs voor de Vrede werd vorig jaar toegekend aan twee journalisten: Maria Ressa, de uitgever van Rappler, uit de Filippijnen, en Dmitri Moeratov, de uitgever van Novaja Gazeta, uit Rusland. Als we goed naar hun werk kijken, tekent zich iets interessants af.

    Maria Ressa’s situatie had heel goed zo’n ver-van-mijn-bedshow voor de rest van de wereld kunnen zijn. Ze staat als journalist bloot aan kritiek van de Filippijnse regering, omdat ze de wederrechtelijke moorden aan de kaak stelt die onder president Rodrigo Duterte zijn gepleegd. Journalisten in de hele wereld staan dag in dag uit bloot aan kritiek en in de Filippijnen worden ze regelmatig vermoord zonder dat er veel aandacht in het buitenland voor is. Zelfs de massamoorden door proregeringbendes, waar Maria (die zitting heeft in de Raad van Commissarissen van Coda Story) verslag van deed, zijn nauwelijks goed voor een krantenkop in het buitenland. Toch wist Maria onze aandacht vast te houden. Hoe?

    GettyImages 1238670441
    Anna Nikitina van de muziek- en theatergroep Dakh Daughters neemt deel aan een protest ter ondersteuning van de politieke gevangenen voor de Russische ambassade in Kyiv. © Olena Khudiakova/ Ukrinform/ Future Publishing/Getty.

    Toen ze zich verdiepte in wat haar overkwam, merkte Maria dat iets aan Duterte’s aanvallen – zijn gebruik van trollenlegers en cybermilitia’s om zijn tegenstanders te intimideren, bekladden en breken – zowel nieuw was als universeel. Hij paste niet alleen censuur toe, hij zorgde daarnaast voor een hoop heisa op de sociale media, zodat de waarheid werd overstemd en de werkelijkheid vervormd. Maria beperkte haar onderzoek niet tot de Filippijnen, maar breidde het uit naar Facebook, de schadelijke kanten van de sociale media, de rechteloosheid van digitale misinformatie. Haar campagne en de manier waarop ze haar verhaal vertelde voerden niet alleen naar het presidentieel paleis in Manilla maar ook naar Silicon Valley, naar iedere verkiezing waarmee online was gesjoemeld, naar ieder conflict dat werd gevoed door digitale haatcampagnes, naar iedere vrouw of minderheid die werd getiranniseerd of getreiterd op sociale media, naar iedere ouder die bezorgd was over wat hun kinderen online overkwam. Haar verhaal kreeg belang voor iedere wetgever en civiel ambtenaar die zich afvragen hoe ze deze nieuwe grens moeten trekken. Het actualiseerde ons denken over vrijheid van meningsuiting in het digitale domein en dwong technologiebedrijven om op z’n minst toe te geven dat illegaal gecoördineerde campagnes geen rechtmatige uitingsvorm waren maar een vorm van censuur. Eén bestaand persoon die iets onaangenaams zegt, alla. Maar als een handvol trollen pretendeert dat duizenden niet-bestaande personen hetzelfde zeggen, ligt dat anders. 

    Maria bracht in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht

    Daarnaast bracht Maria in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht. Niemand had ooit Rusland en de Filippijnen op één lijn gezien. Hun dissidenten ontmoeten elkaar niet. Ze stonden in de Koude Oorlog aan verschillende kanten. Maar inmiddels zijn deze twee prominente gebieden op het gebied van online manipulatie onderdeel van een samenhangend verhaal geworden. Maria bekeek research van Russische journalisten om te begrijpen wat in haar eigen land gaande was en begon Rusland en de Filippijnen te zien als één frontlinie van digitaal autoritarisme. 

    Wereldomspannend narratief

    In Rusland ontstond bovendien nog een andere schijnbaar lokale kwestie die uitgroeide tot een wereldomspannend narratief. Toen Russische activisten en journalisten voor het eerst, in het vroege Poetin-tijdperk, de wereld probeerden duidelijk te maken dat het regime stoelde op diefstal uit staatsbezittingen en witwaspraktijken in westerse landen, haalden de meesten hun schouders op. Wat kan het schelen? Het was misschien niet goed voor Rusland, maar Londen en New York werden er rijker van en het Kremlin zwakker. Het kostte tien jaar moeizaam argumenteren en bewijs verzamelen om te laten zien dat het bij de corruptie in Rusland en Afrika, Centraal-Azië en het Midden-Oosten niet alleen ging om een lokale tragedie. Wij werden er net zo goed door geraakt. Corruptie was ook een manier om democratieën te infiltreren en ondermijnen, onze buitenlandpolitiek in opspraak te brengen, politici om te kopen, uiterst rechtse politiek een podium te geven. Er werd een elite gecreëerd die haar invloed en macht aanwendde om oorlogen te beginnen en ermee weg te komen, omdat westerse landen inmiddels afhankelijk waren van de onrechtmatige investeringen. Er werd een wereld gecreëerd waarin de rijken der aarde er andere regels op na houden, niet geplaagd door het binnenlandse recht waar dan ook. En zo werden de ongelijkheid en woede gevoed waardoor het geloof van burgers in democratische instellingen werd ondermijnd. En de vijand zat niet alleen in het Kremlin, het betrof ook tussenpersonen en witwassers op achtenswaardige kantoren in New York en Londen.

    Het was een hele klus om aan te tonen dat de tragedie van een ziekenhuis in Noord-Rusland, dat door bureaucraten was geplunderd om vastgoed in Londen te kopen, ook de mensen in het Pentagon aanging. Tegenwoordig staat corruptie (of preciezer: kleptocratie en witwasserij) centraal op de veiligheidsagenda van de nieuwe regering van de VS. Maar het heeft jaren hard werken gekost om de verbanden bloot te leggen die begraven liggen onder al het nepnieuws en de narcistische blik van de sociale media, en om van iets wat op het eerste oog een randverschijnsel leek een verhaal te maken dat in al onze levens speelt. 

    GettyImages 1235618775
    Pro-democratie-activisten van de politieke partij Liga van Sociaal-Democraten houden foto’s van politieke gevangenen vast tijdens een protest in Hongkong vorig jaar. © Anthony Kwan / Getty

    Dus dat is de opdracht: de als ranken ineengrijpende geschillen aan het licht brengen, de vervlochten wortels van de problemen die de wereld heviger dan ooit teisteren en waarvan de diepere betekenis nog moet worden onthuld. Vroeger bestond het grote verhaal van de democratie ergens boven ons hoofd, als een vliegtuig waar je in kon stappen vanaf een platform dat ‘mensenrechten’ heette. Nu gebruiken we schoppen. We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou. Het onverwachte raakpunt vinden tussen landen waarvan niemand ooit eerder dacht als onderdeel van een en dezelfde kaart. Want deze nieuwe lijnen bestaan. Ze hoeven niet te worden gecreëerd – ze moeten worden opgediept. En dan kan één afzonderlijk voorval staan voor vele andere en kan één krantenartikel over de grenzen resoneren. Nieuwe kijkers en lezers, die er nooit bij stilstonden dat ze iets gemeen hadden, kunnen worden bijeengebracht. En deze nieuwe journalistiek moet meer doen dan alleen nieuwe verbanden leggen en nieuwe kijkers en lezers verbinden – ze moet de contouren aangeven van de discussie die de oplossing aanreikt voor de blootgelegde kwesties en haar publiek de kans bieden om van passieve spelers te veranderen in deelnemers aan een herformulering van een toekomst. 

    We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was

    Want hoewel het oude verhaal over ‘democratiseringsgolven’, over makkelijk gedefinieerde en herkenbare ‘mensenrechtenverklaringen’ is verbleekt, riskeren mensen nog steeds hun leven en levensonderhoud om te protesteren en te vechten voor… ja, waarvoor? We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was. Van Hongkong tot Tbilisi, van Soedan tot Chili. En in Belarus natuurlijk. Belarus dat altijd werd weggezet als tevreden met z’n ontaarde dictator, met het compromis tussen stabiliteit en eenmansbewind. En toen ineens, hoe bestaat het, kwam het hele land in opstand. Niet alleen stedelijke liberalen, maar ook gepensioneerden en fabrieksarbeiders lieten van zich horen.

    Maar anders dan in 1989 denken we bij al deze protesten over de hele wereld niet aan een geheel. We zien ze niet als onderdeel van één onvermijdelijke, samenhangende Geschiedenis. De rechten waarvoor wordt opgekomen zijn erg verschillend. De regimes waartegen wordt gevochten houden zich niet per se aan de oude verschillen tussen democratieën en dictaturen. En toch kriebelt er nog steeds iets. Een soort onderliggende urgentie, een behoefte die niet kan worden bevredigd. Wat verbindt al deze uiteenlopende bewegingen? Wat zullen we aantreffen tijdens ons graafproces? Misschien houdt zich daarbeneden wel iets samenhangends schuil en leiden alle ranken naar een allesomvattend geheugen, iets levends, enorms, globaals, vreselijks – dat zich klaarmaakt om de epische bewijsschatten, de gigantische hoeveelheid data die getuigen van misbruik en misdaden jegens de menselijkheid, een doel én een betekenis te geven. 

  • Leonid Kravtsjoek, eerste president van Oekraïne, overleden

    Leonid Kravtsjoek, eerste president van Oekraïne, overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Elon Musk wil Donald Trump weer toelaten tot Twitter

    » John Kerry: ‘Oorlog in Oekraïne bedreigt aanpak klimaatverandering’

    Voormalig communist werd eerste president na val USSR

    Leonid Kravtsjoek, de Oekraïense politicus die de USSR ophief, is dinsdag op achtentachtigjarige leeftijd overleden. De voormalige communist werd op 1 december 1991 tot president gekozen, op dezelfde dag dat de Oekraïense kiezers stemden voor afscheiding van de Sovjet-Unie.

    ‘Oekraïne heeft veel te danken aan zijn eerste president, ook al wordt zijn nalatenschap in eigen land betwist’, schrijft Deutsche Welle over het overlijden van het voormalig staatshoofd. Sommigen verwijten hem dat hij ‘afstand heeft gedaan van het enorme nucleaire arsenaal dat hij begin jaren negentig van de Sovjet-Unie had geërfd en dat toen het op twee na grootste ter wereld was’. Voor Kyiv werden ‘de verantwoordelijkheid en de kosten van kernwapens als te groot ervaren en de rode knop bleef in Moskou (…). Natuurlijk had [Leonid Kravtsjoek] moeten onderhandelen over betere veiligheidsgaranties, maar op dat moment kon niemand zich voorstellen dat Rusland op een dag oorlog zou gaan voeren met Oekraïne’, concludeert het Duitse medium.

    Lees ook:

  • 4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    Russische spionnen – bruut, kil, verleidelijk en gewetenloos – zijn geliefde personages in westerse speelfilms. Maar ze worden in snel tempo vervangen door technologie.

    Tot de impertinenties die Russen al generaties lang moeten dulden, behoort het beeld dat in de westerse popcultuur van hen wordt geschetst. Als stiefmoeder van alle kwaad geldt nog altijd de ongekend lompe Rosa Klebb, die de Britse held James Bond wilde doden met een giftig mes in de punt van haar schoen. Ook de Black Widow uit de vroege Marvel Comics, een met hightechwapens uitgeruste femme fatale, is een Russische agente. Russinnen en Russen waren meestal bruut, kil en gewetenloos, en als ze eens een keer aardig waren, zoals de hulpvaardige kosmonaut Lev Andropov in Armageddon, dan hadden ze een bontmuts met oorkleppen op en waren ze dronken.

    Momenteel komt de herinnering aan Rosa Klebb weer tot leven, en dat komt niet zozeer door de film als wel door de werkelijkheid. De van oorsprong Russische en later Britse agent Sergej Skripal is onlangs in Engeland het slachtoffer geworden van een gifaanslag, uitgevoerd met een in de Sovjet-Unie ontwikkelde chemische stof. Dat misdrijf zou net zo goed uit de Koude Oorlog kunnen dateren als het verhaal van de Vietnamees Trinh Xuan Thanh, die kort geleden midden in Berlijn werd ontvoerd – op bevel van de Socialistische Republiek Vietnam, zijn geboorteland. Communistische of autoritaire diensten, waartoe ook de Russische behoren, hebben even weinig genade met hun slachtoffers als respect voor rechtsstaten. Het Westen bekruipt dan ook een gevoel van onbehagen.

    De ontmaskerde spionne Anna Chapman begon een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice

    Lange tijd waren Russische agenten verdwenen uit het bewustzijn van Europeanen en Amerikanen. Dat kwam door het einde van de Koude Oorlog en door het islamistische terrorisme. De personificatie van het kwaad was niet meer een bejaarde leider van het politbureau met zijn hand op de atoomknop, maar een prediker met opgestoken wijsvinger in een Afghaanse tent. De islamisten hadden beter dan de communisten door welke kracht er uitging van beelden: nooit eerder heeft de werkelijkheid de film zo overtroffen als op 11 september 2001, toen Al-Qaida de massamoord live op televisie bracht. De geheime diensten van Amerika bestreden het nieuwe gevaar met methoden waarvan het Westen eerder de Sovjet-Unie zou hebben verdacht – met ontvoeringen, martelingen en gevangenissen die boven recht en grondwet waren verheven.

    De post-Sovjet-Russen waren ondertussen weliswaar niet gestopt met het bespioneren van het Westen, maar wekten geen al te groot onbehagen meer op. In 2010 werd bijvoorbeeld een spionagenet in de VS opgerold – tien Russinnen en Russen hadden zich jarenlang voorgedaan als brave burgers, maar in het geheim informatie doorgespeeld aan Moskou. Als ze in code met elkaar spraken, zeiden ze grappige dingen als: ‘Het is geweldig om een kerstman in mei te zijn.’ De Amerikanen reageerden eerder verbluft en geamuseerd dan gealarmeerd, en de ontmaskerde spionne Anna Chapman begon – ook dat paste goed bij die tijd – een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice.

    Scenarioschrijver Joseph Weisberg maakte van deze ware gebeurtenis een televisieserie over spionnen ‘onder ons’, over Philip en Elizabeth die aan de rand van Washington twee kinderen opvoeden en daarnaast – of beter gezegd als hoofdtaak – voor Moskou werken. Ze verleiden, folteren en moorden; op een keer snijden ze het lijk van een vrouw in stukken, zodat het in een koffer past. Weisberg ondervond maar één probleem met dit thema: de griezelfactor ontbrak, want niemand was meer bang voor de Russen. De schrijver loste dit op door vooral de spanningen binnen het agentengezin te belichten en de handeling terug te verplaatsen naar de jaren tachtig, toen de Amerikaanse president Ronald Reagan de Sovjet-Unie het ‘Rijk van het Kwaad’ noemde.

    Als Weisberg zijn serie The Americans vandaag de dag had geschreven, dan zou hij de handeling met een gerust hart weer in het heden kunnen laten plaatsvinden, waarin dan misschien geen Koude Oorlog heerst, maar op zijn minst wel Koude Vrede. De Russische president Vladimir Poetin ziet zijn land belegerd door het Westen, vooral door de uitbreidingen van de NAVO. Zijn onmiskenbare doel dat Rusland weer serieus wordt genomen of misschien zelfs wordt gevreesd, heeft hij inmiddels bereikt. Sinds de annexatie van de Krim en zijn breed uitgemeten bondgenootschap met de Syrische vatbommenwerper Bashar al-Assad acht het Westen Poetin tot nagenoeg alles in staat. De Britse regering uit zelfs de verdenking dat hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de moord op Skripal. Bewijzen ontbreken, maar de Britse pers mag er graag op wijzen dat Poetin ooit KGB-agent is geweest, wat verdere bewijsvoering kennelijk overbodig maakt. Poetin voltooit het beeld door verraders ‘een slechte afloop’ te voorspellen of door te dreigen terroristen in de wc te verdrinken.

    Maar zijn de geheime diensten van de landen die ten oosten van het IJzeren Gordijn lagen echt gewetenlozer dan de westerse? Het verleden biedt in elk geval tal van filmrijpe aanwijzingen daarvoor. In 1959 stierf de Oekraïense anticommunist Stephan Bandera in München nadat een agent met een speciaal pistool blauwzuur in zijn gezicht had geschoten. In 1978 brachten de KGB en de Bulgaarse geheime dienst de dissident Georgi Markov om het leven: op een brug in Londen stak iemand de punt van een paraplu in zijn huid, waarmee het dodelijke ricine werd toegediend. In 1981 probeerde de Stasi Wolfgang Welsch, die mensen de DDR uit smokkelde, uit de weg te ruimen door zijn gehaktballen met thallium te prepareren.

    Ook veel andere geheime diensten grijpen echter naar het uiterste. De Israëlische Mossad heeft duizenden echte en vermeende terroristen gedood; in 2010 vermoordden vermoedelijk Israëlische agenten Hamas-leider Mahmud al-Mabhuh in een hotel in Dubai. Ze deden dat zo handig dat het aanvankelijk leek alsof Al-Mabhuh een natuurlijke dood in bed was gestorven. In de leerboeken zal ook een plaatsje ingeruimd blijven voor de commandoactie waarbij Amerikaanse agenten Al-Qaida-leider Osama bin Laden in Pakistan om het leven brachten; later werd hiervan de film Zero Dark Thirty gemaakt. Werkelijkheid en fictie zijn in een eeuwige wedloop met elkaar verwikkeld. Dat de werkelijkheid vaak wint, ligt beslist niet alleen aan de Russen.

    Meer echter dan in het Westen worden in het Oosten diensten ook tegen dissidenten en critici ingezet. Na de ervaring met het stalinisme zag de Sovjetleiding erop toe dat een individu niet meer willekeurig agenten kon inzetten: partij en politbureau oefenden controle uit over de leiding van de geheime dienst. Onder Poetin daarentegen heerst opnieuw een man uit de diensten met de diensten en is er geen enkele politieke kracht te bekennen die toezicht op hem houdt.

    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH
    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH

    Maar ook in de VS waren het niet zozeer rechtsstatelijke principes die de methoden van de geheime dienst dicteerden als wel de toestand in de wereld en het heersende dreigingsgevoel. In de jaren vijftig smeedde de CIA groteske plannen om de Cubaanse revolutionair Fidel Castro om het leven te brengen. Later distantieerde de organisatie zich van dergelijke methoden, tot met de terreur van 2001 alle scrupules weer verdwenen. De Amerikaanse president Barack Obama breidde zijn dronesoorlog aanvankelijk uit, maar stelde er later ook nieuwe grenzen aan door gericht doden te beperken tot gevallen waarin terroristen een ‘direct’ gevaar betekenden. In beide gevallen hadden de burgers nauwelijks mogelijkheden om de staat te controleren.

    Een bijzonder bewijs voor de meedogenloosheid van autoritaire veiligheidsapparaten zien experts in ‘honingvallen’: agentes of agenten die buitenlandse tegenhangers verleiden of seksuele omgang met hen hebben. Ook westerse diensten hebben deze truc gehanteerd, maar de Sovjet-Unie was daarin onverslaanbaar, wat uit westerse optiek verband hield met hun meedogenloosheid. Frederick Hitz, een voormalige inspecteur-generaal van de CIA, duidt dat als volgt: ‘Maar weinig westerse diensten konden hun burgers opleggen dat hun lichaam aan de staat toebehoorde.’

    Dat hierover net een film draait in de bioscoop is zeker geen toeval. Red Sparrow, een film over een Russische agente die andere spionnen moet verleiden, zou in 2010 nauwelijks kijkers hebben getrokken. Nu voegt hij zich bij een lange lijst westerse films waarin Russen beestachtig te werk gaan en bereid zijn tot geweld. Red Sparrow is een film die zó in 1988 had kunnen draaien (als je even buiten beschouwing laat dat de Amerikaanse hoofdrolspeelster Jennifer Lawrence, die de Russische agente speelt, toen nog helemaal niet was geboren).

    Maar moet je nog met de vijand naar bed om hem uit te horen? Voor geheime diensten hebben de grootste veranderingen tegenwoordig meer van doen met technologie dan met ideologie. Waarom zou je iemand in bed geheimen ontlokken als je diens telefoon kunt uitlezen? Waarom zou je het leven van een agent riskeren als je de vijand ook met een drone kunt doden?

    Over de spionagefilm werd altijd gezegd dat het een onverwoestbaar genre was: regimes en ideologieën mogen komen en gaan, de strijder die zich in zijn eentje en voor een hoger doel blootstelt aan de grootste gevaren zal er altijd zijn. Maar voor twee centrale taken van de geheime dienst zijn mensen steeds minder nodig. Als het zo doorgaat met de bots en drones, dan zou de spionagefilm wel eens spoedig zijn belangrijkste acteur kunnen kwijtraken: de agent zelf.

    Zo beschouwd maakten juist de VS de voorbije jaren de indruk van een schurkenstaat. Ten eerste vanwege Obama’s drones, ten tweede vanwege de verzamelwoede van de National Security Agency, die in het wilde weg telefoongegevens opsloeg. Dat het veiligheidsapparaat van de aardige meneer Obama uitgerekend de mobiele telefoon van de Bondskanselier liet afluisteren, stond voor de Duitsers praktisch gelijk aan verraad. Sinds de annexatie van de Krim begin 2014 is het weer Moskou dat onder een vergrootglas ligt. Sindsdien doen de VS hun beklag over Russische hackeraanvallen en het doelbewust lekken van e-mails van de Democraten om de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden. Speciaal aanklager Robert Mueller heeft gereconstrueerd hoe Russische agenten de VS bespioneerden en vervolgens vanuit Sint-Petersburg met geautomatiseerde socialmedia-accounts probeerden kiezers te beïnvloeden en het vertrouwen in de staat te ondermijnen. Is dat hoe de nieuwe oorlogsvoering eruitziet? Ophitsing, destabilisering, verwarring – zo geraffineerd uitgevoerd dat Moskou het steeds plausibel kan bestrijden? De voormalige FBI-man Clint Watts heeft ooit in het Amerikaanse congres gezegd: ‘Rusland hoopt de tweede Koude Oorlog met de macht van de politiek te winnen, niet meer met de politiek van de macht.’ De ironie wil dat de Amerikanen als uitvinders van Facebook en Twitter de Russen zelf van de noodzakelijke instrumenten hebben voorzien. Aan de andere kant: is de situatie zo dramatisch als politici en diensten in het westen schetsen? Tenslotte is politiek in de VS al sinds lange tijd toxisch, en dat de Amerikanen hun staat wantrouwen blijkt al uit hun grondwet. Wat hebben de Russen daar eigenlijk precies aan veranderd?

    In Duitsland is het niet anders: voor de Bondsdagverkiezingen verzamelden de Duitse geheime diensten bewijzen voor mogelijke beïnvloeding door Moskou – maar geen enkel schrikbeeld is bewaarheid. De stroom van slechte berichten over Moskous destructieve rol droogt desondanks niet op. De Amerikaanse regering stelde onlangs over bewijzen te beschikken dat Russische hackers westerse krachtcentrales kunnen binnendringen. Verschillende autoritaire diensten zouden zich er wel eens heimelijk over kunnen verkneukelen met welke lowbudgettrucs ze het Westen van zijn stuk kunnen brengen.

    Poetin lijkt de beschuldigingen uit het Westen niet erg serieus te nemen, alsof hij ervan geniet dat Europeanen en Amerikanen zich onzeker voelen. De New Yorkse professor Nina Khrushcheva heeft eens de theorie geponeerd dat Poetin nauwkeurig heeft bekeken hoe Russen in Hollywoodfilms overkomen. En dat hij toen heeft besloten zich precies zo te gedragen om het Westen angst in te boezemen.

    Auteurs: Georg Mascolo en Nicolas Richter
    Vertaler: Pieter Streutker

    Openingsbeeld: Still uit Hitchcocks The 39 Steps (1935).

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland, dagblad, oplage 358.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • 1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    Waarom speelt de oorlog tussen de veiligheidsdiensten zich juist op Britse bodem af? Dat is de schuld van de Engelsen, aldus de Russische site InoSMI. ‘Zij zijn gijzelaars geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.’

    De opeenvolging van raadselachtige sterfgevallen van Russische vluchtelingen die zich al enkele jaren voordoet in Londen stelt ons eens temeer voor de vraag: waarom vindt deze massale liquidatie van overlopers eigenlijk plaats op de Britse eilanden? In andere westerse landen komt het niet voor. Waarom heeft de grootste kolonie van Kremlin-tegenstanders zich juist in Groot-Brittannië gevestigd, en waarom heeft de oorlog tussen Russische en Britse spionnen zich na het eind van de Sovjet-Unie en de Koude Oorlog voortgezet? Het antwoord is een mengeling van historische, psychologische en geopolitieke factoren. Er zijn veel boeken over het onderwerp geschreven, maar ik wil enkele belangrijke punten onderstrepen. Zonder die punten is het onmogelijk de zaak-Skripal te begrijpen, of de zaak-Litvinenko*, of andere ‘markante momenten’ in deze eindeloze spionagekroniek.

    Engeland is bij uitstek het land van de spionage. Al in de elizabethaanse tijd brachten zijn geïsoleerde ligging en zijn beperkte natuurlijke hulpbronnen Londen ertoe van spionage en diplomatie de belangrijkste instrumenten te maken om zijn wereldhegemonie veilig te stellen. Sir Francis Welshingham richtte op bevel van Elizabeth I een geheime dienst van de kroon op en wist daarmee talrijke samenzweringen te verijdelen, zowel binnenlands als internationaal. De beroemde toneelschrijver en dichter Christopher Marlowe behoorde tot zijn informanten. Jonathan Swift, auteur van Gullivers reizen, en Daniel Defoe, schepper van Robinson Crusoe, waren allebei aan de inlichtingendienst verbonden.

    De eeuw daarna mengde Engeland zich met zijn diplomatie en spionage in het Europese politieke spel en hanteerde daarbij met succes het ‘verdeel-en-heers’-principe. Om Frankrijk de wereldhegemonie te betwisten maakten de Engelsen Napoleon naar hartenlust het leven zuur door het financieren van complotten, coalities en ten slotte de opstand in de Vendée. De beroemde Britse tv-serie Sharpe laat zien hoe de Engelsen actief het Spaanse verzet steunden in gebieden die door de troepen van Napoleon waren bezet.

    Kolonel Lawrence (van Arabië), ook een agent van de Britse inlichtingendienst, maakte zijn opwachting in de spionagegeschiedenis door de enorme inspanningen die hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog getroostte om het Ottomaanse Rijk te vernietigen door middel van steun aan de Arabische opstand op het Arabisch-Palestijnse Schiereiland. De ‘Britse route’ leidde ook naar Rusland, inclusief de deelname van de Engelsen aan de moord op keizer Paul I en Grigori Raspoetin.

    Een van de belangrijkste principes van de Britse politiek is altijd het opvangen van alle dissidenten geweest die ‘in verzet tegen de tirannie’ waren gekomen, en in bredere zin alle mensen die de wetten van hun land waren ontvlucht. Het Verenigd Koninkrijk werd het toevluchtsoord voor duizenden ‘dissidenten’ uit alle landen, van de Franse vrijdenker Voltaire halverwege de achttiende eeuw en Karl Marx halverwege de negentiende tot leden van islamistische groeperingen anno nu. De overlopers van de USSR en Rusland vormen een aparte categorie binnen dit keurkorps: men treft er de voormalige KGB-kolonel Oleg Gordievsky aan, de Tsjetsjeense ‘krijgsheer’ Ahmed Zakajev en vele anderen.

    De Britse gastvrijheid stoelt op koele berekening: door het opvangen van vluchtelingen beschikt Londen over een doeltreffend middel om druk uit te oefenen op de betrokken landen en die te chanteren bij politieke onderhandelingen. Er is ook een materieel belang: mannen met twijfelachtige fortuinen uit alle hoeken van de wereld, en in de eerste plaats Rusland, nemen in allerijl de wijk naar Engeland en vullen daar de belastingpot. De spionnen leveren informatie, de belastingvluchtelingen brengen hun kapitaal mee en die voordelen wegen op tegen eventuele diplomatieke geschillen. De woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Maria Zakharova, herinnerde er onlangs aan dat Rusland op uitlevering door Engeland wacht van minstens veertig aangeklaagde Russische staatsburgers.

    Laten we ook de mentaliteit van de Britse leidende klasse niet vergeten. Spionage als internationale sport beantwoordde aan de ‘voorliefde voor gevaar’ die werd gecultiveerd door de Engelse gentlemen, zodat de inlichtingendienst loten van de beste aristocratische stammen kon inlijven. Waar andere culturen zich eerder terughoudend opstelden tegenover het beroep van spion, is het in Engeland altijd omgeven geweest met een aureool van noblesse en een zekere romantiek. Iets wat je terugvindt in de literatuur, de film en de volkscultuur. Alleen al in de twintigste eeuw waren tal van beroemde schrijvers verbonden aan de Britse inlichtingendienst: William Somerset Maugham, Graham Greene, Anthony Burgess, Ian Fleming, John le Carré, Frederick Forsyth en Arhur Koestler.

    Niet voor niets wordt Engeland als het vaderland van de spionagethriller beschouwd. Geen enkele andere cultuur heeft het spionagethema zo uitgebreid en minutieus onderzocht. De lijst is eindeloos, dus laten we ons beperken tot enkele meesterwerken zoals The 39 Steps van Alfred Hitchcock (1939), The Third Man (1949), The Spy Who Came in from the Cold (1965) en The Ipcress File (1965), om nog maar te zwijgen van de eeuwige James Bond-serie (From Russia with Love etc.) en ten slotte de kaskraker Kingsman: The Secret Service (2014). De liefde van de Britten voor spionage laat zich verklaren door het feit dat ze het nut ervan inzien en zich ervan bedienen voor politieke doeleinden.

    Omdat deze ‘kunst’ zo hoog in aanzien stond, heeft de Engelse politieke elite de regels en risico’s ervan tot aan het vorige decennium geaccepteerd. Bij de zaak-Litvinenko, en meer nog bij de zaak-Skripal, lijken de gentlemen hun legendarische koelbloedigheid te zijn verloren. Rusland en alles wat daarmee te maken heeft is hun duidelijk een doorn in het oog. Vandaar dat de spionage gepaard gaat met russofobie. De combinatie van deze twee tradities, spionage en russofobie, verklaart voor een groot deel deze confrontatie die al decennia duurt en het gebruikelijke inlichtingenkader al lange tijd overstijgt.

    De russofobie begon in Frankrijk en Engeland na de napoleontische oorlogen, toen Rusland een invloedrijke mogendheid werd op het continent. In de jaren 1830, met de Poolse opstanden tegen het Russische Keizerrijk, kreeg de Europese russofobie duidelijk vorm. Daarbij speelde echter niet zozeer solidariteit met de Polen als wel de wil om Rusland te verzwakken. De betrekkingen tussen Engeland en Rusland kwamen nog meer onder druk te staan door de ‘Oosterse Kwestie’ en de bestemming van de Bosporus en de Dardanellen, die leidde tot de Krimoorlog (1853-1856) en wat ‘het Grote Spel’ werd genoemd, de geopolitieke confrontatie (met inzet van inlichtingendiensten en diplomatie) tussen het Verenigd Koninkrijk en Rusland in de tweede helft van de negentiende eeuw.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt

    In de jaren 1855-1865 publiceerden Alexander Herzen en Nikolaj Ogarev, onder het welwillende toeziend oog van de Britse autoriteiten, in Londen de eerste tegen de regering gerichte Russische tijdschriften die een beslissende invloed hadden op de liberale Russische intelligentsia. In het begin van de twintigste eeuw werd Engeland een van de belangrijkste toevluchtsoorden voor Russische dissidenten, met name revolutionaire socialisten, mensjewieken en bolsjewieken. In Londen werden het historische tweede en vijfde congres (1903 en 1907) van de Russische sociaaldemocraten gehouden, waar Lenin aan deelnam en waar het bolsjewisme als beweging werd geïnstitutionaliseerd. Het vijfde congres werd grotendeels gefinancierd door Britse industriëlen die sympathiseerden met de Russische Revolutie.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt. Denk alleen maar aan de Lockhart-affaire (1918), de operatie Trust en Sidney Reilly (1925); de laatste had in Engeland de bijnaam ‘spionnenkoning’ en inspireerde Ian Fleming tot het personage James Bond. Ook de Vijf van Cambridge leven voort in de geschiedenis, de legendarische superagenten, onder wie de beroemde Kim Philby, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de Sovjet-Unie werden gerekruteerd. De concurrentie tussen de diensten werd vooral levendig tijdens de Koude Oorlog, die duurde van 1946 tot 1991. De namen van de ‘helden’ en verraders van deze oorlog zijn welbekend. Vooral de Profumo-affaire, vernoemd naar de Britse minister van Defensie, zorgde voor sensatie en leidde tot het aftreden van de laatste in 1963. Het verhaal van escortgirl Christine Keeler, die zowel een verhouding had met Profumo als met Yevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst, hield de Britten in de ban als een spannend spionnenspel. In 1971 vond de grootste uitzetting van Sovjetdiplomaten uit de geschiedenis plaats, waarbij 105 agenten Londen moesten verlaten.

    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.
    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.

    Na de val van de USSR bleek de adempauze van korte duur: vanaf eind jaren negentig barstte de strijd tussen de inlichtingendiensten weer in volle hevigheid los. Londen werd het toevluchtsoord voor Russische oligarchen, economische criminelen, overgelopen spionnen en allerlei andere tegenstanders van Moskou. De beroemdste van hen, oligarch Boris Berezovski, stierf in 2013 onder nooit opgehelderde omstandigheden. De Russische oppositie in Londen, naar hartenlust uitgebuit door de Britse inlichtingendiensten, is echter voor een groot deel oncontroleerbaar geworden en handelt volgens haar eigen regels. Dat is precies de reden voor een hele reeks onverklaarbare aanslagen die de competentie en de logica van de klassieke inlichtingendiensten te boven gaan en waarschijnlijk het belang dienen van derden. De politieke schade van deze afschrikkingsexecuties is enorm. Het is duidelijk dat de Britten gijzelaars zijn geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.

    Engeland heeft voortdurend geklaagd over en aanstoot genomen aan de dood van Russische overlopers, omdat het zelf de regels van dit spel heeft geschreven waarin de internationale oorlog van de geheime diensten zich precies op haar eigen bodem voltrekt. En dan gaat het niet alleen om de Russische diaspora, maar ook om de islamisten die politiek asiel hebben gekregen dankzij steun van de plaatselijke geheime diensten en die momenteel oncontroleerbaar zijn geworden en tal van terroristische aanslagen plegen op het grondgebied van hun gastheren.

    • Aleksandr Litvinenko, KGB-agent tussen 1988 en 1999, stierf in 2006 in Londen aan een poloniumvergiftiging.

    Auteur: Dmitri Dobrov
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Still uit The Third Man (1949).

     Sergej Skripal. – © HH
    Sergej Skripal. – © HH

    CONTEXT: De zaak-Skripal

    Op 4 maart 2018 werden de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter bewusteloos aangetroffen op een bankje in de Engelse stad Salisbury. Al heel snel bevestigden de Britse autoriteiten dat ze waren vergiftigd met novitsjok, een in Rusland geproduceerd zenuwgas. Omdat deze moordaanslag als een chemische aanslag op zijn grondgebied werd beschouwd, zette Londen drieëntwintig Russische diplomaten uit, waarna de Verenigde Staten en diverse Europese landen er op hun beurt ook meer dan honderd uitzetten. Moskou reageerde met dezelfde maatregel.

    Moskou is van mening dat er geen enkel bewijs is geleverd voor zijn verantwoordelijkheid voor de aanslag en spreekt van een westerse provocatie om Rusland te demoniseren en te isoleren. Terwijl de twee slachtoffers van Salisbury aan de beterende hand zijn, heeft de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens op 18 april verklaard dat haar laboratoria niet hebben kunnen vaststellen door welk land of welk laboratorium de giftige stof is geproduceerd, aldus het Russische dagblad Gazeta.ru. Maar de Britse vertegenwoordiger van de organisatie laat geen enkele ruimte voor twijfel: ‘Wij zijn van mening dat alleen Rusland over de technische mogelijkheden, de praktische ervaring en de motivatie beschikt om deze operatie uit te voeren.’

    InoSMI
    Rusland | inosmi.ru

    InoSMI is een informatiesite die zich specialiseert in de Russische vertaling van artikelen uit de buitenlandse pers. Inderdaad, net als 360. De naam is een samentrekking van twee Russische woorden die ‘buitenlandse media’ betekenen. ‘Alles wat het waard is om vertaald te worden,’ luidt hun slogan. Naast redacteuren en vertalers telt de redactie ook auteurs van oorspronkelijke artikelen in het Russisch.

  • Vluchtelingen, nee! Aziaten, ja graag!

    Vluchtelingen, nee! Aziaten, ja graag!

    Daar waar Polen net als veel andere Oost-Europese landen weigert Syrische vluchtelingen op te nemen, zijn Aziatische arbeidsmigranten er van harte welkom.

    Na de golf economische vluchtelingen uit Oekraïne komt er nu een nieuwe aan – uit het Verre Oosten. Poolse werkgevers hebben steeds meer moeite om aan Oekraïense werknemers te komen – die al even veeleisend zijn geworden als de Polen – en beginnen in exotischer oorden personeel aan te werven.

    Volgens gegevens van het ministerie van Gezin, Arbeid en Sociaal Beleid heeft Polen alleen al in 2017 bijna 30.000 werkvergunningen afgegeven aan mensen uit Nepal, India, Bangladesh, Oezbekistan, Pakistan, de Filippijnen en China. Het afgelopen jaar raakte het echt in de mode om mensen uit het Verre Oosten te rekruteren, iets wat Poolse werkgevers tot dusverre nooit hebben gedaan.

    Het aantal buitenlandse werknemers in Polen stijgt gestaag: in 2016 zijn 140.000 werkvergunningen afgegeven, een jaar later is dat aantal bijna verdubbeld. Natuurlijk bestaat de meerderheid van hen uit Oekraïners en, in iets mindere mate, Witrussen. Maar na hen worden de meeste werknemers naar Polen gehaald uit… Nepal, gevolgd door India, Moldavië, Bangladesh en Oezbekistan. ‘Qua openheid van de grenzen kunnen we stellen dat we onze verplichtingen ten opzichte van de Europese Commissie meer dan vervuld hebben,’ grapt Andrzej Kubisiak, directeur [van de dienst analyse en communicatie] bij Work Service [het grootste wervingsbureau in Polen]. ‘Maar even serieus, het menselijk potentieel aan onze oostgrens raakt uitgeput. En daarom beginnen de werkgevers en de wervingsbureaus nu andere bronnen te zoeken.’

    Een heel ander arbeidsethos

    Waarom is Azië plotseling in de mode? Bartosz Cebula, vicedirecteur van een bureau dat gespecialiseerd is in rekrutering van Aziaten, legt uit dat zijn cliënten ‘teleurgesteld zijn in het Oekraïense personeel. Ten eerste stijgen de aanwervingskosten van onze buren almaar. Oekraïners eisen vaak hetzelfde salaris als Polen, en soms meer. Ten tweede zijn Oekraïners, volgens mijn cliënten, vaak minder gemotiveerd. Indiërs en Nepalezen hebben een heel ander arbeidsethos.’

    Uit de statistieken van het ministerie blijkt dat het voornamelijk om handarbeiders gaat. In 2017 waren er op een totaal van 250.000 buitenlandse werknemers slechts 30.000 gekwalificeerde krachten, 3000 informatici en 20… artsen. Het gaat hoofdzakelijk over lichamelijke arbeid – in de bouw en de verwerkende industrie. De administratieve rompslomp en de eenmalige kosten die verbonden zijn aan de aanwerving van mensen die van het andere eind van de wereld komen, vormen geen beletsel voor werkgevers die op de salarissen willen besparen.

    Maar Bartosz Cebula is van mening dat ‘het bij ons nog steeds gemakkelijker is dan in Duitsland, waar de aanwerving van buitenlands personeel beperkt blijft tot een lijst met beroepen waarvan officieel erkend wordt dat er een tekort aan geschoold personeel bestaat, bijvoorbeeld wiskundigen, artsen of informatici. En daar wordt buitengewoon streng de hand aan gehouden. Daarom besluiten de Aziaten naar ons te komen. Voor hen is werken in de Europese Unie een droom, ze kunnen meer dan tien keer zo veel verdienen als in hun land van herkomst.’

    Het ministerie van Arbeid wil uiterlijk voor de zomervakantie de aanwervingsvoorwaarden voor buitenlandse werkkrachten liberaliseren. Evenals in Duitsland moet er een lijst van beroepen komen, maar degenen die aan de criteria voldoen kunnen dezelfde voorrechten genieten als onderdanen uit zes Oost-Europese landen (Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland, Armenië, Georgië en Moldavië); ‘de zes’. Werkgeversorganisaties willen zelfs een tiental landen toevoegen aan de lijst met landen waarvoor gunstiger voorwaarden gelden!


    Als dit scenario zich voltrekt staat ons misschien een ware toestroom van goedkope arbeidskrachten uit heel Azië te wachten. In de Poolse wetgeving wordt bepaald dat buitenlandse werkkrachten een minimumsalaris moeten ontvangen en woonruimte moeten krijgen, maar hoe die woonruimte eruit moet zien wordt niet nader gepreciseerd. Het is dus mogelijk dat het net zo zal gaan als nu met de Oekraïners die soms met z’n tienen een appartement delen.

    In dat opzicht staat het Poolse recht aan de kant van de werkgevers. Afgezien van de ‘bevoorrechten’ uit ‘de zes’, worden de overige werknemers aangeworven voor een minimumperiode van één jaar. Maar bij voorkeur twee jaar. In die periode mogen ze alleen maar werken voor de onderneming die ze heeft aangemeld bij de arbeidsadministratie en ze mogen dus niet, zoals de Oekraïners, van werk veranderen als iets hun niet aanstaat. De werkgever die een Nepalees laat komen voor de duur van een bouwproject heeft dus de garantie dat hij gedurende het project voor een minimumsalaris voor hem zal werken. Sterker nog, hij gaat niet naar huis tijdens de feestdagen en neemt geen vakantiedagen op. Er is geen directe vlucht tussen Warschau en Kathmandu en vluchten duren met overstappen algauw meer dan twintig uur en kunnen wel vijftienhonderd euro kosten. Een Oekraïner daarentegen die in Lublin [Oost-Polen] werkt, kan voor tien euro met de bus naar zijn geboortestad Lviv.

    In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd

    Het is dus helemaal niet verbazingwekkend dat werkgevers hele ploegen Aziatische bouwvakkers laten komen. ‘Deze bouwvakkers hebben nog een voordeel,’ aldus Andrzej Kubisiak. ‘Ze hebben vaak ervaring met grote bouwprojecten omdat ze gewerkt hebben in de Arabische Emiraten of in Qatar. Ook in Azië zelf zijn er enorme bouwprojecten. Helaas kunnen Oekraïense bouwvakkers niet prat gaan op zo’n cv.’

    In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd. Vorig jaar hebben ze in Silezië (Zuid-Polen) gewerkt, terwijl ze twee jaar eerder in Ermland-Mazurië (Noord-Polen) werkzaam waren. Ze worden dus in heel Polen ingezet. Er zou dan ook niets vreemds aan geweest zijn als inmiddels algemeen bekend zou zijn dat het regime-Kim al jarenlang werknemers aan andere landen verkoopt. Vrijwel hun gehele salaris wordt ingehouden en vloeit in de Noord-Koreaanse schatkist. Tegelijkertijd zijn ze gewaarschuwd dat als ze vluchten, hun op het Koreaans schiereiland achtergebleven familieleden de consequenties ervan zullen ondervinden.

    Oekraïners en Witrussen spreken al vrij snel Pools. Vaak hebben ze al een basis als ze in Polen aankomen. Hoe communiceren hun superieuren met de Aziaten? Met een Indiër kun je Engels praten, maar het wordt al lastiger met Chinezen, Nepalezen of Filippijnen. De werkgever moet er dus voor zorgen dat iedere ploeg ten minste één persoon bevat die een gemeenschappelijke taal spreekt.

    Komt er in Polen een nieuwe boom van buitenlandse werknemers? ‘Naast een stijging van het aantal Aziatische arbeiders moet rekening worden gehouden met een toenemende immigratie uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie,’ aldus Grzegorz Sielewicz, hoofdeconoom van Coface Midden-Europa. ‘Hoewel de Russische economie geleidelijk aantrekt, wordt de Poolse arbeidsmarkt een aantrekkelijk alternatief voor mensen uit traditionele emigratielanden als Moldavië, Georgië, Oezbekistan, Tadzjikistan of Kazachstan, die vroeger voor Rusland kozen.’

    Auteur: Karol Wasilewski
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openinsgbeeld: De grens tussen Polen en Oekraïne. Oekraïense gastarbeiders in Polen worden steeds vaker vervangen door Aziatische. – © Phil Nijhuis /HH

    Wprost
    Polen | weekblad | oplage 85.000

    Wprost (‘Recht op het doel af’) staat in Polen vooral bekend om zijn scoops. In 2014 baarde het blad veel opzien met de publicatie van in het geheim opgenomen gesprekken tussen belangrijke politici.

  • ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    In 2012 kozen de Russen iemand die borg stond voor de verworvenheden van de jaren 2000 en die werd uitgedaagd door een protesterende liberale middenklasse. Maar in 2018 hebben ze hun steun uitgesproken voor een opperbevelhebber die wordt uitgedaagd door een externe vijand.

    Keuze uit het archief

    In Rusland worden dit weekend presidentsverkiezingen gehouden. Aangezien de tegenstanders van de zittende president Vladimir Poetin gedood zijn, gevangen zitten of van deelname uitgesloten zijn, is het geen verrassing wie er als winnaar uit de bus zal komen.
    In 2018 deed de Russische onafhankelijke krant Nezavisimaya Gazeta verslag van de vorige presidentsverkiezingen. In dit artikel beschrijft de krant hoe de campagneretoriek van Poetin sinds zijn eerste verkiezingen in 2000 veranderd is. Met zijn militante discours over een ‘externe dreiging’ is ‘opperbevelhebber’ Poetin erin geslaagd om het merendeel van de Russische bevolking achter zich te scharen, aldus het dagblad. Een omineus voorteken voor de oorlog in Oekraïne.

    Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen waarin Vladimir Poetin naar een vierde ambtstermijn dong, wilde hij indruk maken op zijn electoraat en de internationale gemeenschap met een nieuw kernwapenarsenaal. De Russen hebben dus op 18 maart een opperbevelhebber gekozen. Om ervoor te 
zorgen dat de ‘met voeten getreden’ belangen van zijn land worden gerespecteerd, is hij vastbesloten om van Rusland een even geduchte macht te maken als de Sovjet-Unie. Het Westen is nu aan zet.

    Militaire kracht

    Op 5 maart 2018 stroomde het Loezjnikistadion in Moskou helemaal vol voor een verkiezingsbijeenkomst ter ondersteuning van de kandidatuur van Vladimir Poetin met als leuze 
‘Voor een krachtig Rusland’. Het thema ‘kracht’ is de afgelopen weken uitgebreid uitgemolken door de president. Hij noemde het bij de uitreiking van de nationale onderscheidingen, die op 23 februari plaatsvond, en in een twee uur durende rede in de Doema. En hij had het niet over het concept van soft power dat zo populair is in het Westen, maar hoofdzakelijk over militaire kracht en ultramoderne wapens.

    De officiële televisiezenders en de partijen in de Doema moesten het wel oppikken. Het protest tegen Poetin domineerde de verkiezingen en daarom werd de campagne van Poetin ontworpen in reactie op deze protestbeweging.

    De verkiezingsbijeenkomst in februari 2012 op de Poklonnajaheuvel met als leuze ‘We hebben iets te verliezen’ was een reactie op de protestmars ‘Voor eerlijke verkiezingen’. De macht had gemikt op dat deel van het electoraat dat afhankelijk was van overheidssteun, dat de armoede in de moeilijke jaren negentig [onder Boris Jeltsin] had meegemaakt en dat zijn levensstandaard in de jaren 2000 aanzienlijk had zien stijgen. Dat electoraat werd gemobiliseerd tegen een binnenlandse dreiging. De bijeenkomsten van de oppositie werden gepresenteerd als de eerste tekenen van een terugkeer naar de jaren negentig. De macht had ingezet op de sociale tegenstellingen, en zelfs gesproken van een soort klassenstrijd: tegenover de luie middenklasse, de ‘valse’ stedelijke intelligentsia, plaatste hij de ‘echte’ intelligentsia – de arbeiders.

    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images
    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images

    Met andere woorden: Poetin heeft zes jaar geleden de verkiezingen gewonnen dankzij een politiek betoog over de klassieke kloof.

    Degenen die profiteerden van de veranderingen die werden doorgevoerd door de heersende macht moesten het systeem verdedigen tegen degenen die het systeem bedreigden. En dat is ook wat er feitelijk is gebeurd. De macht had gemikt op een kloof in reactie op een steeds complexere samenleving, waarin de middenklasse initiatieven begon te ontplooien en politieke wil ten toon begon te spreiden. Daar is toen een nieuw legitimeringsmechanisme uit ontstaan: verkozen worden door de overwinning op een reële en niet-fictieve tegenstander.

    Sinds die tijd is het betoog verhard. Eerst was er de affaire-Bolotnaya [massa-arrestaties en processen tegen oppositieleiders] en de aanscherping van de wetgeving over samenscholingen.

    Betogingen in de publieke ruimte werden ‘afgegrendeld’. Daarna waren er de Krim en de Donbas, de sancties en de snelle verzuring van de betrekkingen met het Westen. Het jaar 2014 was het meest delicate voor de zittende macht die zich er desalniettemin goed doorheen sloeg dankzij de zwakke roebel en de olie. De Russische samenleving schaarde zich achter de bezetting van de Krim en het idee dat Rusland een belegerde vesting was. De politieke boodschap beperkte zich tot de strijd tegen de externe dreiging. In grote
lijnen is dat nu nog steeds zo.

    Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief

    De macht gebruikte een bijna martiale retoriek. Zo moest er bij de verkiezingen in 2018 niet meer een manager worden gekozen die geacht wordt de overheidsmiddelen te beheren, maar moest er steun worden uitgesproken voor een opperbevelhebber. Het ging niet meer over de tegenstelling tussen witte boorden en blauwe boorden, tussen co-workers en fabrieksarbeiders. De macht stelt dat er een externe dreiging is. In die context zou iedere vorm van oppositie tegen de heersende elite die verder gaat dan discussiëren over details de indruk kunnen wekken dat de oppositie de vijand in de kaart speelt. Als dat de setting is, gaat het electoraat er met gestrekt been in. Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief. Het electoraat van Poetin heeft deze benadering geaccepteerd. En in tijden van oorlog – of dat nu een ‘mogelijke’, een ‘lauwe’ of een ‘koude’ is – is iedereen bereid ontberingen te lijden.

    Gedwongen tot vrede

    In 2002 stapten de Amerikanen zonder zich een zier aan te trekken van de bittere kritiek van Moskou uit het akkoord van 1972 over de wederzijdse beperking van antiraketsystemen, roept de krant Moskovski Komsomolets in herinnering. En ze verspreidden die systemen, met name ook in Oost-Europa. Dat droeg bij tot een onderschatting van het Russische nucleaire potentieel, waardoor een antwoord op een Amerikaanse aanval onmogelijk zou zijn geworden. In die situatie besloot Moskou de Amerikaanse defensieve capaciteit te devalueren met een strategisch wapen van de nieuwste soort, dat in staat is het westerse schild te doorboren.

    In het kader van het armpje drukken met de VS lijkt dat logisch – met die nuance, aldus de Russische krant, dat een verdedigingssysteem tegen raketten nog altijd een defensief systeem is, terwijl Vladimir Poetin op 1 maart jongstleden met een offensief wapen op de proppen kwam.

    De wereld is aanzienlijk dichter bij een nucleair conflict gekomen en zal zich rekenschap moeten geven van deze nieuwe werkelijkheid. ‘Formeel wil niemand oorlog. Maar in feite willen beide kanten de wapenwedloop winnen. De uitkomst is dus simpel: of men wordt zich er wederzijds van bewust dat de nieuwe realiteit die van “een gedwongen vrede” is, óf men koerst met gezwinde snelheid op de catastrofe af. Of men tekent nieuwe akkoorden, óf een radioactieve schemering zal onze toekomst verduisteren’, aldus Moskovski Komsomolets.

  • ‘Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht’

    ‘Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht’

    Vladimir Poetin wil niet terug naar het politieke model van de Sovjet-Unie, maar wel naar de economische ambities waartoe de perestrojka de aanzet gaf. Dat gaat niet zonder militaire macht.

    De lasershow met kruisraketten op het reusachtige scherm tijdens de presidentiële redevoering op 1 maart jl. heeft misschien niet alle sceptici van het land overtuigd, maar wel de buitenlandse functionarissen: Rusland heeft de stoutste verwachtingen van de patriotten overtroffen én de angstigste visioenen van zijn vijanden. Russische wetenschappers hebben kruisraketten ontworpen die niet ‘klem zullen komen te zitten in de Eiffeltoren’, maar veel verder en veel sneller zullen vliegen, volgens een volstrekt onvoorspelbare koers.

    Laten we de afgelopen weken nog eens de revue laten passeren. Een nog altijd onmetelijk land – ondanks het verlies van enkele gebieden – dat in het discours van het Westen meermaals op 
de schroothoop is gegooid, heeft blijk gegeven van een buitengewone wil 
om weer het evenbeeld te worden 
van de indertijd geduchte Sovjet-Unie. 
Vladimir Poetin maakte deze vergelijking niet voor niets.

    Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had

    De Sovjet-Unie moest op een gegeven moment het welvaartspeil verhogen 
en de mate van vrijheid in het land 
vergroten. Dat lukte haar bijna in de jaren zestig. Maar in de geschiedenis worden problemen zelden afdoende opgelost. En eind jaren tachtig stortte de Sovjet-Unie alsnog in.

    De vraag die Poetin stelde, heel wat jaren geleden al, over de aard van de onzichtbare catastrofe die zich parallel aan de geopolitieke catastrofe [de ineenstorting van de Sovjet-Unie] afspeelde, is nog altijd niet definitief beantwoord. Oud-premier Jegor Gajdar had op een dag gedecreteerd dat de Sovjeteconomie niet te hervormen was. Maar communistisch China heeft vervolgens aangetoond dat deze stelling niet klopt. Natuurlijk, we hebben nationale conflicten gehad, maar het waren niet alleen de mechanismen van de ‘unie’ die blokkeerden. Dat gebeurde ook met de mechanismen van de ‘socialistische Sovjetmachine’, terwijl die diepgaand hervormd had kunnen worden en nog altijd had kunnen functioneren in het grootste deel van de uiteengevallen Sovjet-Unie, namelijk de Russische Federatie.

    Een van de beroemdste ruimtevaarders van de Sovjet-Unie, Boris Tsjertok, heeft geschreven dat de technocratische elite van de Sovjet-Unie, de beste ter wereld, indertijd had gewezen op ‘het onvermogen van de intelligentsia, met name de Russische, om zich op 
het politieke vlak te organiseren’.

    Poetin bezoekt de Peter de Grote Strategic Missile Forces Academy. – © Mikhail Klimentyev / Getty Images
    Poetin bezoekt de Peter de Grote Strategic Missile Forces Academy. – © Mikhail Klimentyev / Getty Images

    Toen Rusland een tiental jaren geleden weer ‘opkrabbelde’ – waar sommigen over lasterden – herinnerde men zich plotseling weer dat ‘de versnelling en de perestrojka’ [het programma voor 
de hervorming van de Sovjet-Unie van Michail Gorbatsjov in de jaren 1985-1991] niet gericht waren op achteruitgang. Ze waren erop gericht een grote, egalitaire en machtige natie te transformeren tot een even grote, militair iets minder machtige (op gelijke voet met de VS) en nog steeds egalitaire natie, maar op een iets andere, liberalere en welvarendere leest geschoeid. En dat is de uitdaging waar we nu voor staan. Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had. En die niet is gerealiseerd. Want een van de voorwaarden – de handhaving van een sterke militaire capaciteit – was verwaarloosd. Zoals een van onze lezers die thuis is in de natuurkunde, ons schreef: ‘Een nieuwe thermonucleaire kruisraket, daar hadden we ons al veel eerder mee moeten uitrusten. Dan waren ons al die sancties bespaard gebleven.’

    Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht. Maar hoe zit het met de andere gebieden? In zijn redevoering wordt de snelle groei van het bbp als doelstelling aangekondigd. ‘Een bbp dat met 1,5 wordt vermenigvuldigd voor het midden van het volgende decennium, dat wil zeggen voor de jaren 2024-2025, dat wil zeggen een gemiddelde stijging van het bbp met 6 procent’, zo is uitgerekend door Aleksej Koedrin, directeur van het Centrum voor Strategisch Onderzoek. Volgens hem heeft de president ‘de lat een stuk hoger gelegd dan de ramingen van de deskundigen, zelfs als ervan uit wordt gegaan dat er structurele hervormingen worden doorgevoerd’. Iedere deskundige heeft natuurlijk zijn eigen visie. In zijn redevoering heeft de president ook een beroep gedaan op de onafhankelijke, centrale bank om zich bezig te houden met de economische groei, wat in de ‘structurele hervormingen’ niet is opgenomen. Dialoog is dus noodzakelijk.

    Nieuwe kans

    Er is iets zeldzaams gebeurt in de geschiedenis: door onze fouten hebben we een nieuwe kans om te realiseren wat ooit is mislukt. Een van de belangrijkste lessen die we geleerd hebben is dat we leven in een wereld waar de concurrentie meedogenloos is. Die is niet verdwenen met de Koude Oorlog, of met het einde van de communistische ideologie, die zal nooit verdwijnen. Je kunt het je concurrenten niet naar de zin maken. Je kunt ze alleen overwinnen. Door te concurreren natuurlijk en, alleen in geval van agressie, met geweld. Hoe kunnen we in deze context een innovatieve, onbeperkte groei van de productiemiddelen bevorderen zonder een buitensporige druk uit te oefenen op de bevolking? We weten het niet. Maar er zijn veel elementen van dit mechanisme aangedragen in deze redevoering. De 
Russische samenleving staat voor 
de uitdaging ze aan te grijpen en te ontwikkelen en ‘zich op het politieke vlak te organiseren’.

    Expert
    Rusland | dagblad | oplage 85.000

    In 1995 opgericht door oud-medewerkers van dagblad Kommersant. Gezaghebbend in economische kringen, kritisch waarnemer van 
de Russische samenleving.

    Nieuwe spelregels

    Onder de kop ‘Daarentegen bouwen wij raketten’ wijdt het Russische magazine Profil zijn openingsartikel aan de toespraak van Vladimir Poetin, die ‘verbazing en schrik, en tezelfdertijd hoop heeft gewekt’. In een artikel met als kop ‘Destabilisering van de instabiliteit’ stelt het blad dat het militaire aspect van diens boodschap urbi et orbi erg lijkt op ‘een totale herziening van de spelregels op het gebied van een evenwicht van militaire en politieke machten’.

  • 2. Hoe het volk verraden werd

    2. Hoe het volk verraden werd

    Met de val van de Sovjet-Unie bezweek de laatste dijk die de vloedgolf van de neoliberale globalisering tegenhield. Sindsdien zijn de midden- en arbeidersklasse overal in de steek gelaten door de sociaaldemocraten en de radicale intellectuelen, en opnieuw het ‘lijdend voorwerp’ van de geschiedenis geworden. De analyse van een linkse Russische politicoloog.

    In de moderne sociologie is bestudering van de elite meer in de mode dan die van het volk. In feite heeft het politieke leven van de afgelopen kwart eeuw geprivilegieerde groepen in de kaart gespeeld die over macht en rijkdom beschikten en controle hadden over de informatiestromen, ten koste van andere sociale lagen die aan de zijlijn bleven staan. Waar de conservatieve Spaanse filosoof Ortega y Gasset aan het begin van de twintigste eeuw geïrriteerd over de ‘opstand der horden’ sprak, had de Amerikaanse denker Christopher Lasch het aan het eind van diezelfde eeuw over de ‘opstand van de elite’.

    De verwerping van de politiek door het gewone volk is inmiddels bijna een wereldwijd fenomeen en manifesteert zich met wisselende heftigheid in de meest uiteenlopende regio’s. Natuurlijk zijn de volksmassa’s niet van het scherm verdwenen: ze blijven stembiljetten in bussen stoppen, nemen deel aan betogingen, komen soms zelfs in opstand en zoeken de confrontatie met de politie. Maar hun belangen, hun problemen, hun ideeën zijn niet meer aan de orde van de dag. Aan de ene kant heeft een deel van de elite het ontevreden (of juist loyale) volk gebruikt voor hun eigen doelstellingen en als stemvee. Aan de andere kant zijn de pogingen van volksbewegingen om zich in de ‘echte politiek’ te storten en de leidende klassen te verplichten over hun problemen te debatteren en rekening te houden met hun meningen, over het algemeen vergeefs gebleken.

    Amusante fantasie

    Beslissingen die voorheen onderwerp waren van publiek debat werden opeens als ‘technisch’ gekwalificeerd en gereserveerd voor deskundigen. De mening van de man in de straat was hooguit nog een amusante fantasie. De overtuiging dat ‘impopulaire hervormingen objectief gezien onvermijdelijk’ waren en ondanks de publieke opinie moesten worden doorgedrukt, is de richtlijn geworden voor alle regeringen, een enkele uitzondering daargelaten. Het verschil tussen links en rechts is teruggebracht tot nauwelijks waarneembare culturele nuances die het volk niet meer interesseren. Tegelijkertijd zijn kwesties die niet meer dan enkele procenten van de bevolking aangaan, in welk land dan ook (zoals het homohuwelijk), tot de kern van het nationale (en soms internationale) publieke debat doorgedrongen en in een machtsstrijd ontaard. En dat alleen maar omdat deze kwesties op geen enkele manier verband houden met de echte problemen van de meeste mensen.

    Waar tussen het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw de politieke evolutie de volksmassa’s van lijdend voorwerp tot historisch en politiek onderwerp had verheven, is dit proces honderd jaar later omgekeerd. Wanneer heeft deze breuk zich voorgedaan? Waardoor is hij veroorzaakt en waarom heeft hij zulke proporties aangenomen?

    Zeker is dat in het Westen de breuk is opgetreden doordat de twee grote sociale bewegingen van de jaren tachtig de vakbonden monddood hebben gemaakt. Toen Margaret Thatcher de opstand van de Britse mijnwerkers neersloeg en Ronald Reagan korte metten maakte met de staking van de Amerikaanse luchtverkeersleiders, zijn de krachtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal in de democratische en ontwikkelde landen op een duidelijke en onverbiddelijke manier omgedraaid ten gunste van het kapitaal. De klassenstrijd was niet langer het parool van het proletariaat, maar het levensprincipe van de bourgeoisie. De sociale verworvenheden van de voorgaande decennia werden in toenemende mate beperkt of zelfs afgeschaft.

    De ontmanteling van het Oostblok in 1989 was de volgende etappe van dit proces. Niet alleen namen de landen die tot dan toe communistisch waren geweest een voor een het kapitalistische model over, waarbij ze zo snel mogelijk en tegen elke prijs in de wereldeconomie wilden integreren, ze stuitten daarbij op geen enkele tegenstand omdat de voormalige communisten met verbazingwekkend gemak de volstrekt liberale, nationalistische, sociaaldemocratische of zelfs conservatieve praktijken hadden omarmd.

    Voor alle ideologieën en alle symbolen liep men warm, behalve voor de systemen die door de leidende klassen van het oude systeem werden gepropageerd. Overigens waren de vertegenwoordigers van de voormalige communistische elite niet de enigen die als een blad aan een boom omdraaiden, ook veel tot dan toe sociaaldemocratische en links-liberale dissidenten hebben zich razendsnel tot het conservatisme of nationalisme bekeerd.

    Boris Kagarlitski.
    Boris Kagarlitski.

    De val van de Sovjet-Unie betekende de genadeklap. Niemand betwist inmiddels meer dat de leidende klassen in het Westen, die niets meer van de Sovjets te vrezen hadden, elke vorm van sociaal compromis in hun eigen land op de schroothoop hebben gegooid. Tijdens de Koude Oorlog waren de twee kampen verplicht naar de meerderheid van hun burgers te luisteren en hun rekenschap te verschaffen. De formele steun van het volk was niet voldoende. De ervaring in de Oost-Europese landen, waar het systeem toch stabiel was maar in 1989 binnen enkele weken te gronde ging toen de vrees voor de ‘grote broer’ was verdwenen, is het bewijs van het tegendeel.

    In het Westen daarentegen zat de democratie zodanig in elkaar dat elke poging tot destabilisering van buitenaf uiteindelijk niet alleen op verzet van de politiek of de inlichtingendiensten stuitte, maar ook van het volk zelf, dat het plaatselijke systeem accepteerde en steunde. De arbeidersklasse kon door op de sociaaldemocraten of zelfs de communisten te stemmen uitdrukking geven aan haar verzet tegen het kapitaal, waarmee ze voortdurend in conflict was, maar de twee kampen hadden dezelfde wens om de spelregels en de instellingen te behouden, uit vrees voor chaos en een radicale confrontatie. De arbeiders wilden geen revolutie die hen van burgerlijke vrijheden zou beroven, zoals in de Sovjet-Unie. Het kapitaal had de politieke steun van de arbeiders nodig om de liberale democratie te verdedigen.

    De ontwikkelingslanden en Oost-Europa waren de eerste slachtoffers van de globalisering

    Door het verdwijnen van de Sovjet-Unie is de situatie veranderd. En ook al is het neoliberalisme heel wat eerder ten tonele verschenen (deels als reactie op de kosten van de verzorgingsstaat en de keynesiaanse regulering, maar ook door het besef dat het Sovjetsysteem onvermijdelijk ten dode was opgeschreven), het is juist na 1991 hard, agressief, compromisloos en mondiaal geworden. De communistische partijen waren op dat moment niet de enigen die instortten, uiteenvielen en van etiquette veranderden. Ook met de sociaaldemocratie ging het rap bergafwaarts. Omdat die was ontstaan onder de comfortabele omstandigheden van het naoorlogse mondiale evenwicht, was ze niet in staat het hoofd te bieden aan een plotseling verhevigde klassenstrijd.

    De meesters in het onderhandelen en de virtuozen van het compromis stuitten plotseling op de bourgeoisie, die in enkele jaren, of zelfs enkele maanden, van een vreedzame ‘sociale partner’ in een onverzoenlijke vijand was veranderd. Na enkele vernederende tegenvallers, zoals vakbonden die van koers veranderden tijdens verkiezingen, maar ook als gevolg van stakingsacties en openbare debatten, hebben de sociaaldemocraten zich uiteindelijk aan de kant van de overwinnaars geschaard. Terwijl ze, anders dan de communisten, hun naam en hun symbolen behielden, zijn ze van ideologie en programma veranderd. Door hun loyaliteit aan de winnende bourgeoisie te betuigen waren ze ervan verzekerd dat hun kiezers, al waren ze keer op keer verraden, op hen zouden blijven stemmen, bij gebrek aan beter.

    Promotie

    Deze tactiek heeft haar vruchten afgeworpen: de sociaaldemocratische partijen zijn weer aan de macht gekomen, niet als hervormers maar als eenvoudige handhavers van het systeem, die niet eens hun mening meer durfden te geven. Daarmee hebben ze zich aangesloten bij de politieke klasse van de bourgeoisie en zijn ze daar definitief in opgegaan.

    Tegelijkertijd heeft een analoge, hoewel autonome beweging tot de integratie van de linkse intellectuelen in de academische elite en de bourgeoiscultuur geleid. Dat manifesteerde zich erin dat links-radicalen, die voordien als marginalen en rebellen werden beschouwd, plotseling op hoge posten bij de media, de universiteiten en tal van andere openbare instellingen werden benoemd. Maar deze promotie had niets te maken met het terugwinnen van politieke of ideologische invloed door links. Integendeel, ze was omgekeerd evenredig aan de stijgende macht van de antikapitalistische bewegingen.

    Deze paradox laat zich verklaren door het feit dat de rebellen van gisteren het systeem hebben omarmd om te slagen. Ze hebben niet de macht gegrepen in de instellingen (zoals de ‘nieuw-linkse’ denker Rudi Dutschke eind jaren zestig voorspelde), ze zijn erdoor geabsorbeerd. De ‘linkse’ intellectuelen ontlenen hun legitimiteit en hun invloed niet meer aan de steun van de arbeidersklasse, maar aan de erkenning van de liberale elite die hen als gelijken behandelt in de academische, culturele en ideologische instellingen.

    Deze integratie van de intellectuelen heeft het ‘radicale discours’ (feminisme, minderhedencultus, homohuwelijk et cetera) tot officiële ideologische norm verheven, tot in de hoogste kringen van de staat, waarbij de ‘subversieve’ en antiburgerlijke ideeën, formules en slogans verloren gingen. Zo heeft het kapitaal het feminisme en de strijd voor gelijke rechten van seksuele minderheden geïncorporeerd, zonder ze het recht op radicale retoriek te ontnemen waarmee ze zichzelf konden legitimeren.

    © Studio Odilo Girod
    © Studio Odilo Girod

    De derdewereldlanden hebben een soortgelijke evolutie doorgemaakt. Na de val van de Sovjet-Unie waren de op Moskou georiënteerde regimes verzwakt en gedemoraliseerd. De Sovjethulp stopte, en daarmee het ontwikkelingsmodel dat hen aan de overwinning moest helpen. Toen ze eenmaal alleen stonden tegenover het Westen en zijn mondiale instituties, schudden de vroegere revolutionairen hun ideologische veren af en trokken in allerijl kapitaal aan, onder welke voorwaarden dan ook.

    Met hun scherpe markteconomische draai schoeiden ze hun respectievelijke economieën (althans op papier) op een nog liberalere leest dan de landen die het westerse model hanteren. Door deze radicale verandering werden deze landen niet alleen afhankelijk van buitenlands kapitaal, maar ook van internationale experts en technocraten, die in toenemende mate werden vervangen door in het Westen of naar westers model opgeleide jongeren uit eigen land. Zo drong de nieuwe technocratische elite de oude steeds meer naar de achtergrond. En hoe meer de kapitalistische markt geglobaliseerd werd, des te effectiever deze nieuwe school bleek en hoe verder ze haar invloed kon uitbreiden.

    Helaas stuitten de technocraten op een probleem: niet de hele economie en niet alle sociale lagen konden deelnemen aan het liberaliseringsproces van de wereldmarkten. Erger nog, naarmate het neoliberale kapitalistische model zich verder over de wereld verspreidde, werden zijn contradicties en zijn disproportionele karakter steeds zichtbaarder, te beginnen met de toename van de materiële ongelijkheid, die verantwoordelijk was voor de dalende marktvraag.

    De crisis is gekomen via de Zuid-Amerikaanse landen die als eersten alle positieve en negatieve effecten van het neoliberalisme hebben ondervonden

    Toch leken deze problemen anekdotisch zolang de wereld over een continue groeimachine beschikte, namelijk de Chinese economie. Uitgerekend China, dat zijn rode vlaggen en zijn communistische ideologie had behouden, speelde aan het eind van de twintigste en het begin van de eenentwintigste eeuw de rol van belangrijkste stabilisator van het liberale kapitalisme. Omdat het de wereldmarkten kon overspoelen met goedkope producten – waardoor de arbeiders in andere landen met lagere lonen genoegen moesten nemen – slokte dat land tegelijkertijd enorme hoeveelheden kapitaal, informatietechnologie en geavanceerde apparatuur op en ondersteunde daarmee bepaalde relatief welvarende sectoren van de westerse economieën. Resultaat: de loyaliteit van een deel van de arbeiders en de zakenwereld was gegarandeerd, terwijl die onder andere omstandigheden bereid zouden geweest tegen het systeem in opstand te komen.

    De culturele transformatie van de bureaucratie en de politieke en culturele elite van China heeft zich op dezelfde manier voltrokken als die in de voormalige landen van het Sovjetblok en hun ‘niet-kapitalistische’ bondgenoten, met dien verstande dat het langzamer, gecontroleerder en dus minder verwoestend verliep. Demografisch, sociologisch en cultuur-evolutionistisch gezien verwachtte niemand dat zich in China een crisis zou voltrekken zoals in 1989-1991 in Rusland. Maar door de instabiliteit van het mondiale systeem zien de Chinese machthebbers zich met absoluut nieuwe uitdagingen geconfronteerd, waarbij het risico bestaat dat China niet langer een stabiele maar een onzekere factor zal zijn voor de wereldeconomie.

    De crisis is gekomen via de Zuid-Amerikaanse landen die als eersten alle positieve en negatieve effecten van het neoliberalisme hebben ondervonden. De overwinning die de technocraten halverwege de jaren negentig bijna overal op de populisten hadden behaald zorgde ervoor dat de plaatselijke valuta’s werden gestabiliseerd, dat er buitenlands kapitaal kon worden aangetrokken, dat de export kon worden opgevoerd en dat er een nieuwe middenklasse ontstond naar Europees model.

    Maar aan het begin van deze eeuw vertrokken het kapitaal en de productie naar Azië, met name naar China. Er wordt altijd gezegd dat de globalisering funest is geweest voor de werkgelegenheid in de Verenigde Staten en West-Europa. In werkelijkheid waren de ontwikkelingslanden en Oost-Europa de eerste slachtoffers. De westerse landen hebben hun industrie precies zo groot laten blijven als hun elite wilde. Groot-Brittannië heeft bewust een de-industrialiseringsbeleid gevoerd, anders dan Duitsland, dat zijn industrie door modernisering juist heeft versterkt. Dit alles in tegenstelling tot de Zuid-Amerikaanse landen en de meest ontwikkelde Arabische landen – Egypte, Tunesië en Algerije – die de kapitaalbewegingen niet hebben kunnen beïnvloeden.

    Links front

    De explosieve groei en de sociale crisis die volgde, en die gepaard ging met een reeks financiële crises en economische stagnatie, heeft in Zuid-Amerika tot een ware opstand tegen het systeem geleid. Deze opstand heeft het volk en de ondernemers die op de binnenlandse markt actief waren verenigd, evenals een flink deel van de ambtenaren die woedend waren op de technocraten met een commerciële westerse opleiding. Zo ontstond het beroemde Zuid-Amerikaanse ‘linkse front’. Helaas zijn de linkse regeringen niet in staat gebleken het ontwikkelingstraject in hun land om te buigen. De Zuid-Amerikaanse opstand tegen het neoliberalisme heeft het afgelegd tegen de wereldwijde economische crisis. Een crisis die heeft bewezen dat het onontkoombaar is om de prioriteiten van de mondiale ontwikkeling te verleggen.

    In feite heeft deze crisis aangetoond dat de liberale elite maar in beperkte mate in staat is om de situatie te beheersen, terwijl hun bronnen opdrogen. Het sinds de jaren tachtig en negentig toegenomen risico dat dit economische model uit elkaar klapt maakt een politieke en culturele crisis onvermijdelijk, en vooral onoverkomelijk. Omdat de neoliberale verandering de dialoog en de communicatie met het volk heeft vervangen door manipulatie, die steeds minder effectief wordt, zit de elite momenteel in een soort sociaal vacuüm en is ze gestrest en gedesoriënteerd.

    Paradoxaal genoeg blokkeren het conservatisme van de elite en het gebrek aan communicatie tussen haar en het volk alle gebruikelijke hefbomen om de hervormingsmechanismen in de maatschappij zonder al te veel schade in gang te zetten. De protestbewegingen, die verstoken zijn van de gebruikelijke dialoog met de politieke klasse en de progressieve intelligentsia, laven zich aan nationalistische, traditionalistische en religieuze bronnen, die een vruchtbare voedingsbodem zijn voor populisten, zowel van links als van rechts. Toch zullen deze bewegingen na heel wat beproevingen uiteindelijk aan de wieg staan van een nieuwe democratische cultuur, die de kwalijke gevolgen van de ‘opstand van de elite’ te boven zal komen.

    Auteur: Boris Kagarlitski
    Vertaler: Peter Bergsma

    Journalist en politicoloog Boris Kagarlitski (1958) staat aan het hoofd van het Instituut voor globalisering en sociale bewegingen (IGSO), een onafhankelijk onderzoekscentrum in Moskou. Hij leidt ook het onlinemagazine Rabkor. Kagarlitski is een kenner van de Europese sociaaldemocratie en de Europese vakbeweging, en tevens een van de weinige voormalige Russische dissidenten die hun links-democratische opvattingen zijn trouw gebleven na het ineenstorten van de Sovjet-Unie. Hij heeft tal van publicaties op zijn naam staat, waaronder Neoliberalisme en revolutie (Uitgeverij Poligraf, 2013).

    Ekspert
    Rusland | weekblad | oplage 90.000

    Ekspert is een Russisch zakenweekblad dat in 1995 werd opgericht door een groep journalisten afkomstig van het financiële dagblad Kommersant. Het blad heeft een oplage van 90.000 en de redactie heeft een meerderheidsbelang in de onderneming. Zij wordt sinds 1998 geleid door Valery Fadejev, die overigens ook zitting heeft in het bestuur van de politieke partij Verenigd Rusland, de ‘partij van Poetin’.

    Maar het blad is niet eenkennig. Het kiest, in navolging van het Amerikaanse Time, een ‘Persoon van het Jaar’ (tot dusver steeds mannen). In 2003 was dat de oligarch Michaïl Chodorkovski, die kort daarop in ongenade viel, jaren in de gevangenis zat en in 2013 gratie kreeg (hij woont nu in Zwitserland, zijn fortuin nog grotendeels intact). In 2007 riep het blad Chodorkovski’s tegenstander Vladimir Poetin uit tot ‘Man van het Jaar’.

    Tot de Ekspert-groep behoort ook het weekblad Roesski Reporter, dat voornamelijk reportages bevat.