Het spel moet het bewustzijn over de mensenrechtenkwesties in de DVK vergroten
In Seoul is een nieuw soort escaperoom gebouwd die de ervaring van het overlopen uit Noord-Korea simuleert. Dat schrijft NK News. De tijdelijke installatie nabij het Gwanghwamun-plein wil de ervaring van het vluchten uit Noord-Korea nabootsen om zo het bewustzijn over de mensenrechtenkwesties in de Democratische Volksrepubliek Korea (DVK) bij een jonger publiek te vergroten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Escaperooms, een interactief spel op een fysieke locatie waarbij deelnemers samenwerken om aanwijzingen te vinden, puzzels op te lossen en taken uit te voeren om binnen een beperkte tijd te ‘ontsnappen’, zijn populair sinds 2010.
Maar de nieuwe escaperoom in het centrum van Seoul, gecreëerd door de Citizens’ Alliance for North Korean Human Rights en gefinancierd door het ministerie van Eenwording van Seoul, heeft tot doel meer te bieden dan alleen een leuke ervaring met vrienden.
“Als het gaat om educatieve inhoud over de Noord-Koreaanse mensenrechten, wordt het grootste deel ervan gegeven via seminars of lezingen”, vertelde Miri Cha, de maker van de escaperoom voor Citizens’ Alliance, aan NK News. “Maar dit is een goede gelegenheid voor families en vrienden om op een zinvollere manier na te denken over de mensenrechtenschendingen in Noord-Korea, zoals ze nog nooit eerder hebben gedaan.”
Bij de World Eskimo-Indian Olympics in Fairbanks strijden atleten tegen elkaar op onderdelen als de blanket toss, knuckle hop en ear pull. Alle onderdelen zijn gebaseerd op overlevingstechnieken van hun voorouders.
Elke zomer vindt in Fairbanks in Alaska een van de belangrijkste culturele evenementen voor de inheemse bevolking van Alaska plaats: de World Eskimo-Indian Olympics (WEIO). Sinds 1961 komen inheemse atleten op het vierdaagse evenement af, niet alleen vanuit de verste uithoeken van de staat, maar van over de hele wereld. Ze kunnen er deelnemen aan een groot aantal verschillende onderdelen, die allemaal gebaseerd zijn op overlevingstechnieken en culturele praktijken die al generaties lang van groot belang zijn in hun gemeenschappen.
De geschiedenis van WEIO is relatief kort vergeleken met de geschiedenis van de vele inheemse volkeren in Alaska. Juist die grote verscheidenheid aan culturele gemeenschappen, waartoe onder andere de Inuit, Iñupiaq, Yupik en Athabasken behoren, is de reden dat de WEIO ooit zijn opgericht.
In 1961 kwamen Bill English en Tom Richards sr., allebei piloot bij de nu opgeheven luchtvaartmaatschappij Wien Air Alaska, voor hun werk bij een aantal afgelegen gemeenschappen in de staat. Tijdens deze bezoeken aan inheemse volken woonden ze verschillende evenementen bij. Denk hierbij aan dansen, maar ook aan andere fysieke activiteiten, zoals de blanket toss, waarbij je als deelnemer op een strak gespannen deken van huiden staat die soms door wel meer dan dertig mensen wordt vastgehouden, waarna je de lucht in wordt gegooid en moet proberen in evenwicht te blijven en op je voeten te landen. (De traditie is ontstaan bij de Iñupiaq, een inheemse groep uit Noord-Alaska, die de techniek gebruikten om tijdens de jacht voorbij de horizon te kunnen kijken.)
Belang van tradities
Volgens Gina Kalloch, voorzitter van het WEIO-bestuur en een Athabaskische Koyukon, ‘hadden English en Richards oprechte waardering voor wat ze aantroffen. Ze beseften dat het belangrijk was deze activiteiten toegankelijk te maken voor mensen elders in de staat, zodat er meer begrip werd gekweekt voor het belang van de tradities die buiten de grote Alaskaanse steden plaatsvinden.’
Die zomer werden in Fairbanks, met steun van de lokale Kamer van Koophandel en Wien Air Alaska, de eerste WEIO georganiseerd, die toen nog de World Eskimo Olympics werden genoemd. A.E. ‘Bud’ Hagberg en Frank Whaley, beiden werkzaam bij de luchtvaartmaatschappij, worden gezien als de oprichters van WEIO. Wien Air bood aan om vluchten te betalen zodat atleten uit verschillende dorpen konden deelnemen aan een reeks evenementen die grotendeels de nog levende tradities van inheemse culturen weerspiegelen. Er deden uiteindelijk vier Eskimo-dansgroepen en twee Indiaanse dansgroepen mee, plus deelnemers aan de high kick, blanket toss en seal skinning. Bij de opening werd bovendien gestreden om de titel Miss Eskimo Olympics Queen.
‘De ear pull is speciaal ontworpen om het verdragen van pijn op de proef te stellen’
Vandaag de dag trekt het evenement duizenden toeschouwers en honderden atleten. Er vinden ruim twintig atletiekonderdelen plaats, allemaal traditionele spelen die al lang vóór de WEIO bestonden. Bij de zogenaamde knuckle hop staat uithoudingsvermogen centraal: deelnemers huppen vanuit een push-up naar voren en mogen daarbij alleen met hun knokkels en tenen de grond aanraken. De four man carry stelt kracht op de proef, en het vermogen om langere tijd een zware last te dragen, zoals bij het vervoer van vlees na de jacht. De Indian stick pull toetst de vaardigheden die nodig zijn om een vis uit het water te grijpen: twee deelnemers moeten een ingevet stuk hout van een meter lang uit elkaars hand zien te wrikken. Volgens de website van de WEIO draait de beruchte ear pull om ‘stamina’, uithoudingsvermogen. De deelnemers binden ieder hetzelfde stuk pees achter hun oor en trekken er zo hard mogelijk aan. Het doel is om de pees van het oor van de tegenstander af te rukken.
‘De ear pull is speciaal ontworpen om het verdragen van pijn op de proef te stellen,’ zegt Kalloch. ‘Dit onderdeel simuleert de pijn die je voelt bij bevriezing en leert mensen ermee om te gaan. Ik heb het één keer gedaan en doe het nooit meer, maar mijn dochter heeft er een gouden medaille mee gewonnen.’
Kalloch heeft zelf een gouden medaille behaald bij de Alaskan high kick. Hierbij balanceer je als deelnemer op één hand terwijl je met gestrekt been tegen een in de lucht hangend voorwerp, een bal bijvoorbeeld, aan schopt. Ze heeft ook meegedaan aan een aantal krachtonderdelen, zoals de Eskimo stick pull: twee deelnemers trekken zittend aan dezelfde stok, met als doel hun tegenstander omver te trekken. Dat eerste spel is onder de Iñupiaq een populair tijdverdrijf tijdens koude winterdagen. Het tweede onderdeel is gebaseerd op de techniek waarmee men bij de winterjacht een zeehond uit een wak trekt.
Signalen
Volgens Kalloch zijn twee van de populairste onderdelen bij de Spelen de eenvoetige en tweevoetige high kick, waarbij atleten moeten springen en tegen een hangend voorwerp moeten schoppen om vervolgens weer op hun voeten te landen. De oorsprong van deze twee onderdelen, niet te verwarren met de Alaskan high kick, ligt in een communicatievorm die vóór de tijd van walkietalkies en mobiele telefoons door vissersgemeenschappen aan de kust werd gebruikt.
‘De noordelijke gebieden van Alaska zijn heel vlak, je kunt er kilometers ver kijken,’ zegt ze. ‘Tijdens de jacht konden jagers via verschillende soorten schoppen signalen naar het dorp sturen. Zo konden ze laten weten dat er iemand gewond was, of dat de jacht geslaagd was en er meer mensen nodig waren om de vangst te helpen dragen. Ze konden alles zeggen wat je nu via de telefoon of telegraaf kan overdragen.’
‘We kijken uit naar de WEIO, omdat we er met familieleden zijn die we niet vaak zien. Het is net een grote familiereünie’
Amber Applebee, die ook een Athabaskische achtergrond heeft, doet bij de WEIO al jaren mee aan krachtonderdelen als de Eskimo stick pull, de arm pull (waarbij twee zittende deelnemers hun ellebogen om elkaar slaan en hun tegenstander omhoog proberen te trekken) en de greased pole walk (een evenwichtsspel waarbij tegenstanders met blote voeten over een ingevette boomstam lopen). Daarnaast is ze al ruim twintig jaar coach, en ze neemt het vaak op tegen atleten die ze zelf heeft getraind. Omdat de evenementen niet naar leeftijd worden ingedeeld, is het niet ongewoon dat tieners en adolescenten in een nek-aan-nekrace (of oor-aan-oorrace) zijn verwikkeld met iemand van hogere leeftijd. De WEIO maken alleen indelingen op basis van geslacht en deelnemers moeten minstens twaalf jaar oud zijn.
‘Lesgeven is onder inheemse Alaskanen een traditie,’ zegt Applebee. ‘Veel kinderen groeien op met dit evenement en zien hun ouders en grootouders eraan meedoen. We kijken uit naar de WEIO, omdat we er met familieleden zijn die we niet vaak zien. Het is net een grote familiereünie.’
Applebee, wier drie kinderen stuk voor stuk medaillewinnaars zijn, noemt kameraadschap een belangrijk onderdeel van de wedstrijden. Volgens haar is het niet ongewoon dat deelnemers hun rivalen aanmoedigen. ‘Toen mijn dochter dertien was en voor het eerst meedeed, stonden we toevallig tegenover elkaar bij de Indian stick pull,’ zegt Applebee. ‘Ze heeft me er flink van langs gegeven: zij haalde goud en ik zilver.’ Nu, meer dan tien jaar later, is haar dochter jurylid.
‘Het is heel belangrijk voor mij om deze tradities aan nieuwe generaties door te geven,’ zegt ze. ‘Ik wil dat mijn kinderen weten wie we zijn en wat ons volk allemaal deed, en de WEIO zijn de beste manier om ze dat te leren.’
Veranderingen
De WEIO is een van de grootste organisaties in Alaska die deze inheemse tradities voor toekomstige generaties in leven houdt, maar ze is niet de enige. Zo biedt NYO Games Alaska een eigen spelprogramma dat speciaal op jonge atleten is gericht om ze al vroeg bij culturele tradities te betrekken. Beide organisaties bieden inheemse Alaskanen bovendien de mogelijkheid om de tradities van hun voorouders te blijven beoefenen. Dat is vooral belangrijk voor degenen die in stedelijke gebieden wonen, waar ze minder vaak met hun cultureel erfgoed in contact komen.
‘De WEIO worden elk jaar belangrijker, omdat zovelen van ons de band met ons land en onze talen zijn kwijtgeraakt’
‘De WEIO worden elk jaar belangrijker, omdat zovelen van ons de band met ons land en onze talen zijn kwijtgeraakt,’ zegt Kalloch. ‘Door veranderingen in de manier van leven verhuizen mensen naar de stad om werk te zoeken. Op een bepaalde manier is dat vooruitgang, maar voor inheemse mensen gaat met zulke veranderingen ook altijd verlies gepaard. De Spelen geven mensen de kans zich te verbinden met vroegere generaties en te doen wat hun voor-ouders deden. We voelen de noodzaak om zo veel mogelijk te behouden, want het maakt ons tot wie we zijn.’
Het bordspel scrabble is enorm populair in Nigeria. De sport krijgt staatssteun en alleen al in Lagos zijn er tien scrabbleacademies. Sinds Jighere drie jaar geleden in Australië als eerste Afrikaan de wereldtitel en 10.000 dollar won, heeft hij sterrenstatus.
Als ontmoetingsplaats heeft de scrabblekampioen een toernooitje in een onooglijk congrescentrum aan de rand van Lagos voorgesteld. In het schelle neonlicht van een vergaderzaal zitten aan dertig tafeltjes spelers tegenover elkaar. Wie aan het eind van de dag heeft gewonnen, krijgt omgerekend 180 euro mee en mag over een paar weken deelnemen aan het kampioenschap van de deelstaat.
Wellington Jighere, de wereldkampioen van 2015, heeft zich daarvoor allang gekwalificeerd. Hij doet dus niet mee aan dit toernooi. Maar de 35-jarige prof houdt van de sfeer. Die geconcentreerde stilte die bij een dergelijke samenkomst van mensen in Lagos in deze vorm waarschijnlijk alleen bij scrabble-evenementen heerst. Alleen doorbroken door het getik van de letters. Of het gefluister van de toeschouwers.
Het is de rustige soundtrack van zijn leven. Hier is hij een superster. Er is een televisieteam van de BBC om hem te interviewen. Spelers spreken hem aan, vragen om advies. Sinds Jighere drie jaar geleden in Australië als eerste Afrikaan ooit de wereldtitel en een geldbedrag van 10.000 dollar won, heeft hij sterrenstatus. Een enorme prestatie, temeer omdat hij pas vlak voor de eerste partij in Perth was gearriveerd. Het gastland had hem bijna een visum geweigerd, een terugkerend probleem voor de Nigeriaanse scrabblespelers bij inter-nationale toernooien.
Staatssteun
Al een paar uur na zijn zege had de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari gebeld om hem te feliciteren en enkele weken later werd hij bij een ontvangst in de presidentiële villa officieel geëerd door de politicus. In Nigeria is scrabble namelijk niet zomaar een bordspel, maar een van de dertig sporten die staatssteun krijgen. Van de beste honderd spelers op de wereldranglijst voor Engelse woorden komen er momenteel 28 uit Nigeria, meer dan uit welk land ook. Jighere is op plaats vijf de beste Afrikaan. Voor tienduizenden scrabblespelers in het land is hij een idool. En dan ook nog een aangenaam bescheiden idool.Achter in de zaal spreekt Jighere over zijn passie, op gedempte toon zodat niemand wordt gestoord tijdens de derde speelronde van de dag. ‘Dit is een sport die mentaal een enorme inspanning eist en die alleen met veel arbeid marcheert,’ zegt hij. ‘Maar soms geef je alles en verlies je desondanks. Je kunt nooit zeker van je zaak zijn, net als in het echte leven. Daar hou ik van.’
Van de beste honderd spelers op de wereldranglijst voor Engelse woorden komen er 28 uit Nigeria
Het succes van de Nigerianen berust niet op toeval. Sinds de Britse koloniale tijd is scrabble populair en wordt het op veel scholen en universiteiten gespeeld. De bond is in alle 36 deelstaten wijd-vertakt en als onderdeel van de nationale sportbevordering worden enkele trainers en bestuurders betaald door de regering. Alleen al in Lagos zijn er tien scrabbleacademies, waarvan enkele evenwel privaat gefinancierd zijn.Jighere leerde het spel van zijn oudere broer en had het geluk al vroeg steun te krijgen van Gold Eburu, een voormalige legergeneraal en pionier van het Nigeriaanse scrabble. Hij financierde zijn studie landbouw met toernooien. ‘Daarna was ik te goed om het bord aan de wilgen te hangen,’ zegt Jighere, die van zijn hobby zijn beroep heeft gemaakt. Aan de top van de vier- duizend spelers in Nigeria die scrabble prestatiegericht beoefenen, houden alleen fullprofs stand.Zijn training is tijdrovend. Voorafgaand aan de internationale wedstrijden speelt hij vier à vijf uur per dag tegen de beste spelers van het land. Maar hij hanteert ook een heel een-zame methode die hij simpelweg ‘schrappen’ noemt.
Hij pakt dan de Collins Dictionary waarvan de 722.000 woorden als lettercombinaties worden geaccepteerd en streept elke dag bladzijde na bladzijde alle woorden door die hij kent. Als er een nieuwe editie verschijnt, concentreert hij zich op de nieuwe woorden die in het woordenboek zijn opgenomen.
‘Als ik goed train, beheers ik circa 90 procent van de woorden, maar je bent ze ook snel weer vergeten.’ Momenteel is hij niet in allerbeste vorm. Andere beslommeringen nemen veel tijd in beslag, zoals bijvoorbeeld zijn strijd voor het behoud van de staatssteun voor scrabble. De economie van Nigeria is al jaren aan het kwakkelen en de regering is van plan de subsidie aanzienlijk te verlagen. ‘Daarmee brengen we een groot deel van onze cultuur in gevaar,’ zegt Jighere.
De concurrentie wordt steeds sterker, de Nieuw-Zeelander Nigel Richards voorop. Deze drievoudig wereldkampioen is een soort Roger Federer van het Engelse scrabble en won zelfs in de Franse variant de belangrijkste toernooien. Zonder die taal daadwerkelijk te spreken. De man, die een fotografisch geheugen heeft, bestudeerde voor het Franse WK scrabble negen weken lang een Frans woordenboek. Jighere weet dat hij alleen iets van een kans heeft tegen zijn 51-jarige tegenstander als hij zijn leven volledig afstemt op scrabble. Op dit moment telt echter niet de toekomst, maar alleen het nu, letter voor letter. Een ambitieuze amateur vraagt of hij een partijtje wil spelen. Met zijn brede glimlach stemt Jighere beleefd toe en lijkt net zo geconcentreerd als bij een wereldkampioenschap. Nigerianen staan bekend om een speelstijl waarbij korte woorden met hoge woord- en letterwaarden worden gevormd. Daarmee ontnemen ze hun tegenstanders handig de mogelijkheid om langere woorden te maken.Op die manier besliste Jighere de WK-finale tegen een Britse tegenstander uiteindelijk met het slechts vijf letters tellende woord ‘felty’ (viltig). Maar zijn kracht is dat hij zijn stijl op elk moment kan aanpassen en overschakelt op lange, vreemde woorden.In Lagos wint hij het spelletje moeiteloos. De nieuwe letters die hij uit de stoffen zak haalt, houdt hij hoog boven zijn hoofd. Volgens de regels moeten de letters boven ooghoogte worden getrokken, zodat er niet kan worden gesjoemeld. Jighere steekt zijn armen verder de lucht in dan ieder ander, of het nu gaat om een proftoernooi of een vriendschappelijk potje zoals dit. Voor hem is het een kwestie van principes.
Auteur: Christian PutschDe 51-jarige Nigel Richards uit Nieuw-Zeeland heeft vorige maand opnieuw het wereldkampioenschap scrabble gewonnen. Hij won met het woord ‘groutier’, dat ‘nors’ of ‘lastig’ betekent en hem 68 punten opleverde. Het is de vierde keer dat Richards het WK scrabble wint. Zie ook: 360 editie 115: scrabble als topsport.
De 51-jarige Nigel Richards uit Nieuw-Zeeland heeft vorige maand opnieuw het wereldkampioenschap scrabble gewonnen. Hij won met het woord ‘groutier’, dat ‘nors’ of ‘lastig’ betekent en hem 68 punten opleverde. Het is de vierde keer dat Richards het WK scrabble wint. Zie ook: 360 editie 115.
Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, ook aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.
Al slooft wereldkampioen Magnus Carlsen zich nog zo uit, van de computer wint hij niet meer. Zo verdwijnt de schoonheid van het spel, vindt Aleksej Polikovski.
Het tweetal zit dagenlang tegenover elkaar in een glazen aquarium, alleen gescheiden door een schaakbord. De entourage is supersimpel gehouden. Een digitale klok om de duur van de partijen te meten. Witte velletjes op een zwart klembord om de zetten te noteren. Blauwachtige flessen Isklar-mineraalwater op een bijzettafel. Dat is alles, meer is er niet in het aquarium waar deze twee mannen een maand hebben gespeeld – en hun best hebben gedaan om elkaar nooit in de ogen te kijken.
De eerste werd grootmeester op zijn twaalfde, de tweede op zijn dertiende. Ze zijn allebei geboren in 1990, hebben in dezelfde toernooien gespeeld en hetzelfde leven van beroepsschaker geleid. Bij schaken komt alles aan op zelfbeheersing: je toont nooit je emoties, anders dan bij boksen of voetballen. Toch waren hun reacties verschillend. Zelfs op moeilijke momenten bleef Sergej Karjakin onverstoorbaar glimlachen. Magnus Carlsen balde werktuiglijk zijn vuisten als hij in moeilijkheden was. Zo identiek en zo verschillend zaten ze tegenover elkaar tijdens de finale van het wereldkampioenschap schaken in november 2016, terwijl onder de tafel hun luxueuze mocassins van soepel zwart leer glansden.
Eeuwenlang onveranderd
Het schaakspel zoals het bedreven werd door Richelieu en door Leo Tolstoj, maar ook door Karel de Grote en Napoleon, is eeuwenlang onveranderd gebleven. Op duizenden kilometers van elkaar hebben de laatsten een aanvallend spel gespeeld en hun neus opgehaald voor de rokade (waarbij de koning en een van de torens tegelijkertijd worden verplaatst), die ze als laf beschouwden. Maar alles is de afgelopen decennia veranderd, om te beginnen het imago van het spel.
In 1951 betwistten Michail Botvinnik en David Bronstein elkaar het wereldkampioenschap in de Tsjaikovskizaal in Moskou; in 1984 speelden Anatoli Karpov en Garri Kasparov hun beroemde partij in de Zuilenzaal in dezelfde stad. In beide gevallen zat het publiek zwijgend in de orkestbak, maar het durfde wel adem te halen, te kuchen en zelfs te bewegen.
Dergelijke verstoringen wekten de verontwaardiging van Bobby Fischer, de wereldkampioen van 1972, die meermaals om een afgesloten ruimte had gevraagd waar hij zijn geniale zetten in absolute stilte zou kunnen bedenken. Tegenwoordig zijn Carlsen en Karjakin als twee astronauten opgesloten in een doorzichtige capsule met airco; ze leven in een andere wereld, waar de gedachten zo intens zijn en tegelijkertijd zo kwetsbaar dat het geringste niesje of kuchje van een toeschouwer ze fataal wordt. Hun spel is zo ondoorzichtig, zo verzadigd van kennis en zo complex als gevolg van computeranalyse, dat het niets menselijks meer heeft. Zo zouden robots ook kunnen spelen, of mensen bij wie een processor is ingeplant.
Tijdens een WK-finale tegen Vladimir Kramnik had Veselin Topalov er heftig tegen geprotesteerd dat Kramnik naar de wc ging, omdat hij hem ervan verdacht dat hij daar op een computer zou gaan spieken. In het glazen aquarium van Carlsen en Karjakin zijn geen computers, en in de ontspanningsruimten evenmin. Ze zijn verboden tijdens de partij, die niet meer onderbroken mag worden, zoals vroeger wel het geval was, en aan het schaakbord moet eindigen zodat de posities niet aan een computeranalyse kunnen worden onderworpen. Vroeger waren teams van secondanten, bestaande uit de beste meesters, nachten lang bezig om in wolken sigarettenrook de posities op verschillende schaakborden tegelijk te analyseren, zodat de speler de partij de volgende ochtend dankzij de door hen bedachte zetten succesvol zou kunnen afronden.
Nu is deze praktijk ter ziele, door toedoen van de computer.
De schakers van vroeger waren titanen, en niet alleen aan het schaakbord. Het waren mannen met een ongeëvenaard karakter, op de toppen van hun intellectuele kunnen. Botvinnik was een denker in het schaakspel en in het leven, Tal een improvisator die pionnen wist te offeren, Spasski een vrij mens in een repressieve Sovjetwereld, die met zijn Franse pakken uitdrukking gaf aan zijn vrijheid en elegantie. De geniale Bobby Fischer werd een tragische figuur, verjaagd uit zijn land en de schaakwereld. Hij dreigde in de VS vervolgd te worden omdat hij in 1992 in voormalig Joegoslavië was gaan spelen, ondanks het Amerikaanse embargo; hij eindigde in de goot, achtervolgd door paranoia en een groeiend antisemitisme. Schaken was meer dan schaken alleen, het riep meer hartstocht op dan voetbal, de ambitie van mensen en staten was op haar hoogtepunt, zodat grote partijen zoals die tussen Fischer en Spasski, Karpov en Kortsjnoj en Karpov en Kasparov uitgroeiden tot universele historische gebeurtenissen.
Boatactiek
In vergelijking daarmee lijken Carlsen en Karjakin steriele figuren, die zich niet in het ware leven bewegen met al zijn beroering en kommer en kwel, maar in een geluiddicht aquarium. Zeker, soms verlaat Carlsen zijn aquarium, nu eens om naar het park te gaan met actrice Liv Tyler en een paar amateurs te verslaan tijdens een partijtje schaken, dan weer om modieuze kleren te showen op een catwalk. Maar deze uitstapjes leveren hem niet de persoonlijkheidscultus op die bij de spelers van vroeger hoorde. Carlsen en Karjakin dragen het logo van hun sponsor op hun gesoigneerde colbertje, een logo waarover Botvinnik verbijsterd zou zijn geweest en dat de lachlust van Spasski en het misprijzen van Fischer zou hebben gewekt. Maar wat wil je, de reclame is ook al doorgedrongen tot de pakken van de schakers.
Toch zijn Carlsen en Karjakin buitengewoon sterke spelers. Ze zien de geringste zwakte in de posities van de tegenstander en proberen die drie uur en dertig zetten lang meedogenloos uit te buiten. Ze bedrijven een schaakspel waarvan alle openingen uitvoerig zijn bestudeerd: onmogelijk om al aan het begin van het spel op voorsprong te komen, zoals vroeger nog weleens gebeurde. Je tijd nemen en je prooi langzaam inkapselen en verstikken als een boa, zo beschreef Carlsen een keer het plezier van het spel. Beiden kennen de twintig beste zetten voor welke opening dan ook, de kans dat zich voor de dertigste zet ook maar de geringste noviteit aandient is nihil. Ze hebben de Spaanse partij, een in de vijftiende eeuw ontwikkelde opening, zo uitgebreid bestudeerd dat die op een ontweid dier na een vivisectie lijkt. Ze hebben zo veel wetenschappelijke studie verricht naar de opening van Zukertort, dat de Duitser die haar honderdvijftig jaar geleden bedacht zijn idee niet terug zou kennen. Hun spel biedt geen enkele kans meer op fouten of lumineuze of vernieuwende ideeën.
We staan op de drempel van een toekomst waarin alles opnieuw anders zal worden. Intelligente auto’s rijden al over onze wegen, intelligente besturingssystemen regelen de temperatuur en vochtigheid in onze huizen, 3D-printers produceren vliegtuigonderdelen en medische protheses. Overal waar rekenen aan te pas komt zal de kunstmatige intelligentie aan het roer staan. In het schaken, dat gebaseerd is op de berekening en analyse van waarschijnlijkheden, heeft de kunstmatige intelligentie al een decennium geleden haar intrede gedaan, en Carlsen en Karjakin hebben dat aan den lijve ondervonden. Ze hebben verloren van computers.
Het duel tussen Carlsen en Karjakin was een tweedeklasseduel. De mensheid is voorgoed uit de eerste klasse gedegradeerd. In het aquarium waar de twee sympathieke jongemannen met een hallucinerende score van respectievelijk 2853 en 2772 punten in het ELO-klassement van de internationale schaakbond Fide tegenover elkaar plaatsnemen, zijn geen computers. Maar ze bestaan wel degelijk, de schaakcomputers Stockfish en Kommodo met hun zoemende metalen hersens, hun honderden processors en hun scores die de 3400 punten benaderen. Het neurale netwerk Giraffe heeft zich bij hen gevoegd, na in slechts drie dagen te hebben leren schaken en op de vierde dag door de Fide als internationaal grootmeester te zijn erkend. Twee schaakcomputers en hun vriendinnetje, de kunstmatige intelligentie, kijken met een minzame glimlach hoe de mensen spelen. Toe maar jongens, leef je maar uit, doe de computers maar na, leer maar van ze. Want op computers hebben Carlsen en Karjakin de grenzen van het berekenen leren verleggen, hebben ze een steriel en onfeilbaar spel leren spelen. Maar ze blijven mensen en daarom gebeurt het een héél, héél enkele keer dat ze zich vergissen.
Auteur: Aleksej Polikovski
Vertaler: Peter Bergsma
Novaya Gazeta
Rusland | tweewekelijks tijdschrift | 530.000
De ‘Nieuwe Krant’ is een onafhankelijk en liberaal georiënteerde krant, die bekendstaat om haar openlijke stellingname tegen de regering en pleiten voor een vreedzame oplossing op het conflict met Tsjetsjenië. Ook schroomt de krant niet om onderwerpen als maffia en corruptie aan de kaak te stellen. De bekendste journalist was Anna Politkovskaja, die in haar artikelen een politiefunctionaris van beschuldigde van misdaden tegen burgers, waarna ze dreigmails kreeg en in 2006 werd vermoord. Arnon Grunberg schrijft maandelijks een column voor Novaya Gazeta.
Op het wereldkampioenschap scrabble in het Grand Palais in Lille strijden Engelsen, Nigerianen en Israëliërs om de titel. Stuk voor stuk briljante rekenaars, gezegend met een reusachtig vocabulaire. Toch draait het eigenlijk maar om één man: Nigel Richards, de god van het spel.
Keuze uit het archief
Terwijl wereldwijd de ogen gericht zijn op de schaatsers, snowboarders, ijshockeyers en kunstschaatsers in Beijing, wordt door een stel taalvirtuozen een heel ander soort topsport beoefend, haast als een religie, met een eigen god. Het scrabbelen werd nooit echt als professionele sport erkend, ondanks miljoeneninvesteringen en bovendien een maatschappelijk belang: door de verkommering van onze cognitieve vaardigheden, zouden steeds meer mensen naar ‘de simpelste verklaringen van de nationalisten’ luisteren.
Zal scrabble de verdiende erkenning ooit krijgen?
‘We hadden online goede bezoekersaantallen. Dat geeft me hoop. Misschien ziet de wereld langzaam in hoe geweldig de scrabblesport is.’
De plek waar vele duizenden woorden bedacht worden – sterker nog: waar alleen woorden tellen – is tegelijkertijd misschien wel de zwijgzaamste van de stad. Door de hallen van het Grand Palais in Lille klinkt alleen het rammelen van de letters, die de spelers met een plechtig gezicht uit de groene zakjes pulken. Daarom klinkt het wereldkampioenschap scrabble niet als een evenement dat meer dan vierhonderd mensen uit dertig landen in een congrescentrum bijeengebracht heeft. Eerder als een bos vol tjirpende plastic krekels. Diep geconcentreerd zitten de tegenstanders aan lange rijen tafels tegenover elkaar. Verdiept in duels waarin ze maar al te snel een anagram over het hoofd zien, bonuspunten laten liggen, of de letters van de tegenstander verkeerd inschatten. De jarenlange dagelijkse trainingen, de uit het hoofd geleerde woordenboeken en niet in de laatste plaats de sociale ontberingen zouden vergeefs zijn geweest als U, Q, A, L, T, I, E niet snel genoeg ‘TEQUILA’ oplevert. En ook het prijzengeld van 7000 euro zou verspeeld zijn. Omdat de meeste deelnemers welgestelde academici zijn, zou dit nog de overkomelijkste narigheid zijn. Maar de roem en erkenning in deze kleine maar tegelijkertijd wereldwijde, op het maniakale af hartstochtelijke gemeenschap, zouden onherroepelijk buiten bereik blijven.
Wie gezien heeft hoe toegewijd al deze hyperintelligente mensen zitten te staren naar klompjes letters, een week lang, volkomen ongevoelig voor de uit alle macht lokkende Franse septemberzon, die vraagt zich niet af wat scrabble is, maar: wat is scrabble voor wie? Welnu, voor het grootste deel van de ongeveer honderd miljoen huishoudens die het bordspel intussen bezitten, is het een aardig puzzelspel voor af en toe. Een familiespel waarbij het erom gaat uit zeven willekeurig getrokken letters zo lang mogelijke woorden te maken en deze horizontaal of verticaal aan elkaar te leggen.
Sport
Voor de Amerikaanse architect Alfred Mosher Butts, die in 1931 de oervorm van scrabble (toen nog Lexiko geheten) op de markt bracht, was zijn uitvinding decennialang allesbehalve een commercieel succes. Butts, geïnspireerd door kruiswoordraadsels, wilde een spel maken dat alleen gewonnen kon worden door iemand die er niet alleen goed in is, maar ook geluk heeft.
De ondernemer in geluk en vaardigheid raakte ál zijn tweehonderd zelfgemaakte spellen kwijt. En in 1948 ook de rechten op zijn idee, die de Britse advocaat James Brunot voor een heel schappelijke prijs van hem kocht. Butts behield een aandeel van 2,5 cent per verkocht exemplaar. Of Brunot nu commercieel bedrevener was of gewoon meer geluk had: algauw was Lexiko, dat hij omdoopte tot Scrabble, zijn ticket naar rijkdom. In slechts drie jaar verkocht Brunot in totaal 90.000 exemplaren. Niet veel later volgden contracten voor de massaproductie in Noord-Amerika, Canada en Europa.
Voor de spelers in Lille is scrabble heel duidelijk een sport. Al sinds 1991 nemen de coryfeeën elk jaar in hun eigen landstaal deel aan het wereldkampioenschap scrabble. Onbetwist het belangrijkste is het Engelstalige toernooi, waaraan slechts de eerste 72 spelers op de wereldranglijst mogen deelnemen. Voor hen is scrabble een hartstochtelijk bedreven sport waar je veel voor moet laten, en waarin het niet om fonetische schöngeisterei gaat, maar om mathematische berekening. Want een woord is maar zo goed als de positie waarin het ligt. In wezen opent elke zet nieuwe aanlegmogelijkheden voor de tegenspeler, ook dat moet berekend worden. Waarbij je tegelijkertijd moet taxeren welke waarden de komende letters van de tegenstander zullen hebben.
Behalve talent voor tellen en rekenen moet je ook een schier onmenselijke woordenkennis bezitten. Een normale sterveling heeft een vocabulaire van omstreeks vierduizend woorden. Een professionele scrabblespeler ongeveer het tienvoudige. (Er zijn 140.000 door het scrabblewoordenboek SOWPODS erkende [Engelse] woorden.)
In een professionele scrabblewedstrijd beschikken de spelers elk over in totaal 25 minuten speeltijd. Wie klaar is met zijn beurt, drukt op de klok. Zijn tijd staat stil en die van de tegenstander begint te tikken – net als bij schaken. Tijdoverschrijding wordt bestraft met puntenaftrek. Een scheidsrechter is er niet. Beide spelers zijn verplicht de eigen zetten en die van de tegenspeler op formulieren in te vullen. Bestaat er onenigheid over een woord, dan kan men het aanvechten. Dan lopen de partijen naar een computer, tikken het problematische woord in en laten de scrabblesoftware het oordeel vellen.
Na 24 voorronden gaan de acht best geplaatste spelers door naar de play-offs, waar ze met elkaar uitmaken wie er kampioen wordt. Voor deze acht uitverkorenen is scrabble geen speelveld voor woordacrobaten of slimme rekenaars. Voor hen is het het slagveld van de grote strategen: het leven zelf.
Wellington Jighere uit Nigeria is een van de uitverkorenen die de scrabble-Olympus tot dusver beklommen hebben. (Waarom in al die jaren uitsluitend mannen op deze eenzame top gestaan hebben, daar komen we nog op terug.) En hoe! Bij het wereldkampioenschap van 2015 in het Australische Perth triomfeerde de sociale wetenschapper in de finale tegen Lewis Mackay. Geen Afrikaanse speler was het ooit gelukt om de eindzege te behalen. Dat Jighere van een Brit won, en dus van een vertegenwoordiger van de oude koloniale macht, ja, dat hij hem overklaste – in zijn eigen taal – dat kun je politiek interpreteren. Maar Jighere doet dat niet: ‘Veel mensen vatten mijn overwinning inderdaad politiek op. We leven nu eenmaal in een politieke wereld. Maar dat is niet hoe ik de dingen zie.’ Hoe hij het wel ziet, wil hij echter ook niet zeggen. En het wordt nog onduidelijker als hij eraan toevoegt: ‘Het is de taal van de Engelsen. Maar wij hebben die onder de knie gekregen.’
In de politieke wereld belde de Nigeriaanse president hem in elk geval op, enkele minuten na afloop van de partij, om hem persoonlijk te feliciteren en te bedanken voor de dienst die hij het vaderland had bewezen. Op de luchthaven van Abuja kreeg Nigeria’s scrabbledelegatie vervolgens een heldenontvangst. ‘Delegatie’ is geen overdrijving, het is de officiële benaming van de ploeg, want scrabble wordt in Afrika’s dichtstbevolkte land door de staat gesubsidieerd. Op scholen is het een verplicht vak, en er bestaat een bruisend verenigingsleven. In het door bloedige conflicten tussen christenen en moslims geplaagde Nigeria heeft scrabble een neutraliserend, welhaast verbroederend effect. Om het zevenkoppige, multireligieuze team samen te stellen vonden maandenlange trainingskampen plaats, waarvoor de minister van Sport de vijftien beste spelers van het land had uitgenodigd. En toch stond tot kort voor de start van het toernooi niet vast of de Nigerianen wel mee konden doen, want de Franse ambassade weigerde visa te verstrekken. In een of ander ambassadekantoor in Parijs geloofden de ambtenaren niet dat zeven Nigerianen een week lang scrabble wilden spelen in Lille – en dan weer zouden verdwijnen.
Toen de visa toch nog kwamen, was dat voor een paar woordatleten al te laat, zodat nu slechts vier delegatieleden, vermoeid door een reis van twintig uur, aan de wedstrijd beginnen. Die vermoeidheid is Wellington Jighere, Karo Eta, Dennis Ikekeregor en Jack Mpakaboari aan te zien: vooral de wat katachtige oogleden in het gladde, ondoorgrondelijke gezicht van Jighere vallen steeds weer dicht. Toch is de 37-jarige kampioen er zeer op gebrand zich zijn rang waardig te tonen. Aan zijn hand fonkelt een zilveren polshorloge. Aan zijn voeten prijkt gepoetst krokodillenleer. Hij draagt een kostbaar blauw colbert om zijn schouders, die onder druk van de verwachtingen niet mogen gaan afhangen. Meneer de president heeft Jigheres telefoonnummer nog opgeslagen. ‘Een echte kampioen moet met druk om kunnen gaan, anders is hij geen kampioen. Ik had een heel goed toernooi en geluk in Australië. Maar HIJ is nog steeds de grootste,’ zegt Jighere eerbiedig. ‘HIJ’. Jighere spreekt het woord uit alsof hij over een god spreekt.
De man die allen in deze gemeenschap vereren en vrezen, die ze onophoudelijk vragen om een selfie met hen te maken, wekt de indruk van iemand die misschien niet eens zelfstandig een raam open kan doen
God in de scrabblewereld heet Nigel Richards en komt uit Nieuw-Zeeland, waar hij geboren werd in de plaats met de beloftevolle naam Christchurch. Als God aankomt in het Grand Palais, scharen zijn bewonderaars zich onmiddellijk om hem heen, en hij schenkt menigeen een vriendelijk woord terwijl hij door hun rijen schrijdt. Al drie keer werd hij uitgeroepen tot de Engelstalige wereldkampioen. Vijf keer triomfeerde hij in Noord-Amerika. Zulke wonderen vermocht geen mens voor hem te verrichten. Onsterfelijk werd zijn geprezen naam echter pas toen hij in 2015 ook nog het Franstalige kampioenschap won. In een voorbereidingstijd van negen weken had hij zonder enige voorkennis een Frans woordenboek uit zijn hoofd geleerd!
Hoe fascinerend zou het niet zijn om van hem te horen wat de sleutel is tot de scrabblehemel, wat hem tot God heeft gemaakt, wat hem drijft, waarom God naar Kuala Lumpur is verhuisd, en of het klopt dat hij ieder woord identificeert met een getal voordat hij het in zijn onfeilbaar fotografisch geheugen opslaat. Maar God beantwoordt geen vragen. Principieel niet. ‘Zou u dan ten minste willen onthullen waarom u niet met de pers spreekt, mister Richards?’ God houdt heel even de pas in, laat een welwillend glimlachje doorschemeren, en verkondigt met een hoge, bijna overslaande stem: ‘Omdat u mij vragen zult stellen.’
Zo rest ons alleen de vrome aanschouwing van de hemelse verschijning uit de verte. Zijn golvende volle baard heeft Richards onlangs afgeschoren. Hij ziet er een beetje uit als Russell Crowe die zich uitstekend heeft voorbereid op zijn rol als meganerd. De man die allen in deze gemeenschap vereren en vrezen, die ze onophoudelijk vragen om een selfie met hen te maken, wekt de indruk van iemand die misschien niet eens zelfstandig een raam open kan doen. Sommigen beweren dat God zijn brood alleen met scrabbelen verdient. En dat hij in de voorbije twaalf jaar 200.000 dollar aan prijzengeld heeft opgehaald. Anderen berichten dat de Enige Echte vastgoed heeft geërfd, en dat zeer winstgevend verkocht heeft. Dat hij op werkdagen als ingenieur de bewakingssystemen van een Maleisisch beveiligingsbedrijf perfectioneert.
Het toernooi van de anderen
Omri Rosenkranz en Evan Cohen zijn niet vanuit Israël hierheen gepelgrimeerd om met God te concurreren. Rosenkranz, van nature uit de kluiten gewassen en stevig gebouwd, maar uit vrije wil mollig en feminien, zeker niet. De 38-jarige professor in de sociologie speelt in de B-divisie, de tweede rang om zo te zeggen, waarvoor iedereen zich kan kwalificeren door betaling van 100 euro. Waarschijnlijk is deze spelklasse daardoor demografisch duidelijk diverser: vijftienjarige Pakistani’s duelleren er met Finse senioren, vrouwen en mannen zijn bijna evenredig vertegenwoordigd. Het feit dat er in de A-divisie slechts twee vrouwelijke spelers meedoen, verklaart Rosenkranz als volgt: ‘Vrouwen zijn gewoon niet zo stom om zo veel voor dit spel op te offeren. Wil je in de wereldranglijst bovenaan staan, dan mag je eigenlijk noch een privéleven noch een gezin hebben.’ Een inschatting die Karen Richards en Natalie Zolty, de twee atypische vrouwen, voorzichtig bevestigen. Als enige speler van de Nigeriaanse delegatie neemt Jack Mpakaboari deel aan dit B-wereldkampioenschap, dat weinig gewaardeerd wordt door de rest van de Afrikaanse afgevaardigden, die in de A-divisie spelen. En zelfs die zuinige waardering verdwijnt als Mpakaboari zijn eerste vier partijen verliest.
Evan Cohen, de levensgezel van Omri Rosenkranz, jaagt in de A-divisie, ‘het haaienbassin’, zoals hij het zelf noemt. Helemaal in het strakgesneden zwart, het haar kortgeschoren. Cohen is linguïst en heeft al een paar gerenommeerde toernooien gewonnen. Met een lepe glimlach verklaart hij alleen maar bij de laatste tien te willen eindigen. Omdat een van de verhinderde Nigerianen niet meedoet, rukt Rosenkranz plotseling voor het eerst op tot in de A-divisie. Hij slaat zich er op de eerste speeldag dapper doorheen, wint drie van de acht partijen – een statistiek waarmee ook Cohen de dag besluit, duidelijk minder tevreden. Vooral de verpletterende nederlaag (bijna 300 punten) tegen de Brit Brett Smitheram zit hem dwars.
De slaperige kampioen Jighere wint vijf van zijn acht openingspartijen en is op plaats zestien ver verwijderd van presidentiële telefoontjes. Zichtbaar chagrijnig verlaat hij het gebouw, op zoek naar niets anders dan verkwikkende slaap. En hoe is het met God? Die kent een voor hemelse begrippen onderaardse start: hij verliest eveneens drie partijen. ‘Bij Nigel betekent dat niets. Ik zou al mijn geld toch op hem zetten, gewoon omdat hij is wie hij is,’ zegt Ganesh Asirvatham. Deze leraar Engels uit Maleisië is verantwoordelijk voor het verloop en de organisatie van het wereldkampioenschap. Hij hangt tabellen en lijsten op, en kondigt per microfoon de lunchpauze aan. Maar achter deze taken, die hij zo ijverig vervult, gaat een zwaar scrabblenoodlot schuil. Als Asirvatham zegt dat God nu eenmaal God blijft, dan spreekt hij uit bittere ervaring. Toen hij nog in menselijke macht geloofde, speelde hij zelf scrabble, en zelfs op een buitengewoon begenadigde manier. In 2007 bereikte hij de finale van het wereldkampioenschap. Daar wachtte vanzelfsprekend Richards, en die maakte Asirvatham in drie partijen in. Desondanks bleef Asirvatham belangrijke kampioenschappen winnen in India, Maleisië en Singapore. Zelfs het Guinness Book of Records vermeldt zijn naam als de speler die het simultaan tegen de meeste spelers wist op te nemen. Van de 25 tegen hem scrabbelende tegenstanders versloeg hij er 21. Maar dat alles was niet genoeg. Nog altijd troonde HIJ boven iedereen uit. Dus trok Asirvatham zich voor een jaar terug om woordenboeken te bestuderen en beter te worden dan God. Na een scrabblesabbatical van twaalf maanden keerde hij verbaal gestaald terug – en ging opnieuw onderuit tegen Richards! Steeds weer! Daar ging Asirvatham aan kapot. Nu tikt hij koortsachtig vreemde speluitslagen in zijn rekenmachine, goed afgeschermd achter de informatiestand van de toernooileiding.
De wereld buiten de scrabblewereld begint onopvallend bij de uitgang van het Grand Palais. De vele vlaggenmasten voor het congrescentrum zijn leeg, hoewel het wereldkampioenschap toch reden genoeg zou moeten zijn om het gebouw op te sieren. Dat kan natuurlijk zijn omdat het WK scrabble eerder een nichegebeuren is. Of vanwege de angst voor terreur. Want in Frankrijk is in deze milde herfst van 2016 officieel de noodtoestand van kracht. Voor de vierde maal binnen een jaar, na evenzoveel aanslagen. De vijfde moet verhinderd worden door een samenscholingsverbod en idioot veel controles. Groepen soldaten patrouilleren door de stad, de handen demonstratief aan de trekker van hun geweer. Vooral op het hoofdstation Lille Europe is de militaire aanwezigheid merkbaar.
In deze geschokte Franse vrijheid zijn dus scrabbelaars uit de hele wereld aangekomen. ’s Avonds zwerven ze door de streng bewaakte steegjes van het uitgaansgebied. Zelf worden ze overdag bewaakt door een klein, mager securitymannetje, dat met chocoladevlekken op zijn blauwe securityoverhemd en een metaaldetector in de hand voor de ingang zit. ‘Hoe voelt het om verantwoordelijk te zijn voor de veiligheid van de scrabble-elite van de wereld?’ Het mannetje kijkt de ruimte in en haalt vrolijk zijn schouders op. Het is toch ondenkbaar dat IS het op het WK scrabble voorzien zou hebben?
Jighere wil vandaag per se dichter bij de kopgroep komen. De omslagdoek heeft hij afgelegd, nu draagt hij een niet minder representatief Nigeria-trainingspak. Bovendien een diep over zijn gezicht getrokken Nigeria-pet, waaronder zijn linkeroog steeds heftiger samentrekt, waarschijnlijk omdat het halve toernooi al gespeeld is en hij met een score van 7-5 nog altijd op plaats zeventien vastzit. Hoe zijn partijen tot dusver verlopen zijn, is moeilijk te zien. Behalve de spelers mag niemand zich bij de speeltafels ophouden. De concentratie van de atleten zou daaronder kunnen lijden. Na meerdere overtredingen worden verslaggevers gemaand om afstand te houden, op straffe van verwijdering uit de zaal.
Ondertussen staat God er maar één plek beter voor dan Jighere. Ook hij heeft al vijf keer verloren. Maar niemand waagt te betwijfelen dat hij het nog tot bij de beste acht en dus de play-offs zal brengen. ‘Omdat Nigel nu eenmaal Nigel is. Andere spelers worden nerveus in de beslissende partijen. Hij niet,’ zegt Cohen vol eerbied, als hij na afloop van de speeldag met Rosenkranz naar de Vieille Bourse, de Oude Beurs, wandelt. Cohen zelf heeft met zeven verloren partijen nauwelijks nog uitzicht op een goed resultaat. Zijn partner Rosenkranz vertoont dankzij een respectabele score van 6-6 twee blozende wangen. De ranglijst wordt aangevoerd door de Britten Allan Simmons, David Webb en Mark Nyman, met elk tien gewonnen partijen. ‘Op dit niveau kan eigenlijk iedereen van de eerste twintig het halen,’ zegt Cohen een beetje afwezig. Hij lijkt afgeleid door de schietklare groep soldaten die langs de patisserie marcheert waar hij zijn chocolade-eclair wilde kopen.
‘Onze cognitieve vaardigheden verkommeren. Daarom luisteren zo veel mensen naar de simpelste verklaringen van de nationalisten’
Op de derde dag van de voorronden zal het noodlot toeslaan: Jighere en Richards moeten tegen elkaar spelen! De omstandigheden zouden nauwelijks zenuwslopender kunnen zijn: God heeft elf zeges en zeven nederlagen achter zich. De regerend kampioen staat op 10-8 en moet minstens vijf van de resterende zes partijen winnen als hij Simmons, die achtste staat (11-6), nog wil inhalen. Al is het idee dat hij nooit faalt, God staat bekend om zijn aan onverschilligheid grenzende gelijkmoedigheid, die hij ook stoïsch blijft praktiseren als hij duidelijk slechtere letters trekt dan Jighere. Ineengedoken zit hij op de zwarte plastic stoel in een vergeeld shirt van het WK 2010 in Dallas. Het lettergeluk blijft aan Jigheres kant. Hij trekt beide blanco stenen, de jokers die als elke letter inzetbaar zijn, en gaat al vroeg met 90 punten aan de leiding.
Als er spelers zijn tegen wie je niet op achterstand wilt komen, dan zijn het wel Nigerianen. De delegatie gebruikt sinds decennia een uiterst defensieve speelwijze. Ook al hebben ze lucratieve letters, dan nog leggen ze korte woorden, zo destructief mogelijk op de sappigste bonusvelden; wat de aanvalsmogelijkheden voor de tegenstander sterk beperkt. Vanwege deze speelstijl én hun overtuiging dat ze de meest fantastische scrabblenatie ter wereld zijn, zijn Nigeriaanse spelers niet erg geliefd. Wat Jighere er geenszins van weerhoudt de ontmoeting met 424 tegen 337 uit te spelen. Maar het is vergeefs zoeken naar een teken van vreugde. ‘I won,’ mompelt hij toonloos, en begeeft zich naar de volgende tafel, waaraan hij het onderspit delft tegen een man die Winter Winter heet. Als Jighere nog slechts theoretische kansen resteren om verder te komen, wacht hem in de volgende partij ook nog Mark Nyman. Die geen god is, maar toch wel een scrabblelegende, die de ranglijst aanvoert met zestien gewonnen partijen en die ook al eens wereldkampioen was. Hij herinnert zijn tegenstanders van die fatale vrijdag daar ook graag aan door zijn lichtblauwe kampioenstrui van Maleisië 1993 te dragen. Hoewel Jighere duidelijk beter in zijn tijd zit en beide blanco stenen trekt, neemt Nyman toch de leiding van hem over. En legt bij zijn laatste beurt, in de minusminuut 26, een sterk ‘instead’. Over deze tijdoverschrijding ontstaan vervolgens grote meningsverschillen. Jighere haalt coördinator Asirvatham erbij. Nyman krijgt tien punten aftrek, maar behoudt nog altijd duidelijk de leiding met 471 tegen 388. En zo wordt het een feit: Wellington Jighere, de eerste Afrikaanse wereldkampioen scrabble in de geschiedenis van de mensheid, zal zijn titel niet prolongeren! De kampioen is dood. De Nigeriaanse president zal hem niet opnieuw bellen. De onttroonde verheft zich wankelend op zijn benen en dwaalt doelloos door de hal, terwijl hij apathisch over zijn gladgeschoren kin wrijft. Zo komt hij aan de tafel te staan waaraan ook God vecht om te overleven.
De speler die in Lille het meest te verliezen heeft, speelt helemaal niet mee. Hij heet Dave Brannan en heeft meer dan 1 miljoen euro in het professionele scrabble geïnvesteerd. Om misverstanden te voorkomen: eigen geld. ‘Zo’n beetje alles wat ik had,’ zegt de eind-veertiger met een mix van Britse kalmte en zwaarmoedigheid in zijn stem. In zijn slechtzittende pak ziet hij er niettemin uit als een man van formaat, hij straalt een ongedwongen autoriteit uit. Vier jaar geleden verwierf Brannan de rechten op de scrabbletoernooien van spelfabrikanten Mattel en Collins, en stichtte de Mind Sports Academy als een soort plaatsvervangende bond voor het spel, waarvan hij een winstgevende, mediagenieke sport wil maken. Brannans cv wekt de indruk dat hij precies de juiste man voor deze missie zou kunnen zijn. In 1989 nam hij een klein marketingbedrijf over en zes jaar later verkocht hij het voor iets meer dan 10 miljoen pond. Hij richtte vervolgens weer een reclamefirma op en deed ook die met winst van de hand. Bovendien was Brannan lange tijd een succesvolle professionele pokerspeler, hij heeft dus verstand van toernooiorganisatie en van de spelersziel. Op grond van zijn levensloop zou je verwachten een ondoorgrondelijk pokerface te ontmoeten, die inhoudsloze managersfrasen debiteert. Maar Brannan praat verrassend openhartig. Dat hij veel te veel voor die scrabblerechten heeft betaald, verleid door de statistiek dat een op de drie Europese huishoudens een scrabblespel bezit. Zonder te bedenken dat er tussen zelf een keer scrabbelen en interesse voor het professionele sportgebeuren een diepe kloof gaapt, die slechts met dure promotie te overbruggen is. ‘Ik heb in het begin veel fout gedaan en grote bedragen verprutst. Ook omdat ik het werk van mijn voorgangers overschatte.’
Zijn voorgangers zijn de Engelse en de Amerikaanse spelersverenigingen (WESPA en WASPA). Die organiseren de wedstrijden sinds 1991 – als doel op zich, niet met commerciële bedoelingen zoals Brannan die heeft. Nu ligt hij met ze in de clinch, omdat de verenigingen vrezen verdrongen te worden uit wat ze zelf hebben opgebouwd. Vooral met de WESPA is het moeilijk praten. ‘Ik zeg ze ook waarom. Omdat wij Engelsen nog altijd geloven dat de wereld van ons is. Ik houd van mijn land, maar het loopt zo verschrikkelijk achter. Aan de andere kant: kijk om u heen, heel Europa en Amerika vallen ten prooi aan het populisme.’ En juist daarom gelooft Brannan dat de wereld scrabble dringend nodig heeft. ‘De mensen kunnen zich niet meer concentreren. Ik zie het al bij mijn smartphone-verslaafde kinderen. Onze cognitieve vaardigheden verkommeren. Daarom luisteren zo veel mensen naar de simpelste verklaringen van de nationalisten. Scrabble leert de kinderen weer geduld te hebben en gestructureerd te denken.’
Zijn motieven zijn niet alleen zakelijk maar ook filantropisch van aard, wat uit zijn mond verbazend geloofwaardig klinkt. Om zijn kapitaal en de mensheid te redden predikt Brannan een revolutie in het profscrabble en maakt hij het zichtbaar en begrijpelijk in de media. Sinds kort worden de belangrijke WK-wedstrijden in een geluiddichte glazen container beslist, waar ze opgenomen worden en live op de website van Mind Sports worden gestreamd. Deze partijen worden gespeeld op een bord van 20.000 pond dat eruitziet als een ruimteschip en dat bestaat uit negen printplaten met radiofrequenties. Zo kan ieder scrabblevierkant gelezen en direct uitgezonden worden: naar een satelliet, maar ook naar een tweede, eraan gekoppelde container, waarin commentatoren zitten die de wedstrijd met behulp van eveneens nieuw ontwikkelde scrabblesoftware tot in alle details bespreken.
Het grootste structurele probleem bij dit Masterplan is wederom de mens. Zoals misschien al uit dit verhaal bleek, zijn scrabblespelers geen geboren entertainers. Ze worden geenszins gedreven door de wens stadions vol te krijgen, in de schijnwerpers te staan en geaaid te worden. Wat Brannan intussen weinig kan schelen. ‘Ik ken de menselijke natuur. Ze zijn als een primitief volkje dat bang is voor al wat nieuw is. Dit evenement, dat me overigens 100.000 euro kost, verloopt nu voor de laatste keer op hun manier. Ik heb het lang op een vriendelijke manier geprobeerd, maar vanaf nu kom ik met de stoomwals.’
Het zou unfair zijn om Brannan af te schilderen als de geldbeluste stoomwalsbaas, die geen gevoel heeft voor zijn personeel. De scrabblemecenas geniet van de partijen, blijft bij de borden staan (op gepaste afstand), bewondert het immense talent van de spelers, noemt ze bij de voornaam en gaat hartelijk met ze om.
Zo hartstochtelijk als deze doorsnede van de mensheid scrabbelt, zo bespreekt ze ook het steeds waarschijnlijker wordende falen van God. Richards staat met 14-10 op de elfde plaats. De piepkleine kans Joel Wapnick (15-9) nog van de achtste plaats te verdringen bestaat alleen omdat Gods puntensaldo met +1014 drie keer zo hoog is. Zijn tegenstander is Brett Smitheram, die Cohen al op indrukwekkende wijze kansloos liet. Hij heeft zich al gekwalificeerd voor de eindronde. Maar zijn ambitie om tot godendoder op te klimmen staat de naar succes hongerende Smitheram op het voorhoofd geschreven. Helemaal als hij met Richards de glazen container van de wereldpubliciteit betreedt en naar het laserblauw stralende ruimteschipbord loopt. De spanning waarmee de andere spelers om de container van de waarheid heen staan is aanstekelijk. Misschien is Brannans visioen werkelijk uitvoerbaar. Maar als je de tactische finesses niet begrijpt, vervliegt die hoop bij de aanblik van de twee oude mannen die daar vijftig minuten lang zitten te piekeren. Juist die finesses wil Brannan door experts laten uitleggen. Hoe dan ook, goddelijk bloed is niet moeilijk te begrijpen. En het vloeit. Het wordt 406 tegen 379 voor Smitheram. God is dood!
Zwijgende God
Onderdeel van de live-uitzendingen is dat de deelnemers meteen na afloop van het spel een kort interview geven voor de Mind Sports-website. Maar een dode God is daar niet toe te bewegen. Dus spreekt Smitheram voor twee. Eerst over een waanzinnige, hard bevochten partij en over zijn reusachtige respect voor Richards. Daarna leest hij een zin voor die de mokkend zwijgende God heeft opgeschreven: ‘Ik ga nu mijn haar wassen.’ Als God de container verlaat, zwermen troostende discipelen rond zijn nog onbeschuimde hoofd. Maar alle geloofsbelijdenissen ten spijt – er is iets veranderd.
De beide joodse deelnemers kan in elk geval niemand als godendoders bestempelen. Rosenkranz is na een gemene serie nederlagen van negen partijen afgezakt tot plaats 67. Maar hij is tevreden. Cohen moet verzuurd genoegen nemen met plaats 54. De eerste plaats in de voorronden is voor Mark Nyman, die jarenlang van de aardbodem verdwenen leek. Jighere is als drieëntwintigste geëindigd, en dus niet eens de succesvolste Nigeriaanse afgevaardigde, want dat is Dennis Ikekeregor, op plaats elf. Goed, Jack Mpakaboari is er ook nog, die in de B-divisie tot de play-offs is doorgedrongen. Maar de rest van de ploeg feliciteert hem nogal halfhartig met dit B-succes.
In de kwartfinale treft de nieuwe favoriet Nyman Joel Wapnick. Zeggen dat die twee een gemeenschappelijke geschiedenis hebben, is een understatement. Ze zijn elkaars trauma. In 1993 verloor Wapnick, de gepensioneerde muziekdocent uit Canada, de finale van het wereldkampioenschap tegen Nyman. ‘Dat liet me vijf jaar lang niet met rust,’ zegt hij. In 1999 vond Wapnick eindelijk vrede toen hij Nyman met zegge en schrijve één punt verschil versloeg in de finale. Wat op zijn beurt Nyman in een zware depressie stortte, tot een zenuwinzinking aan toe. Hij verdween enkele jaren uit beeld, zijn huwelijk liep stuk. Naar verluidt nam Nyman in deze periode heel onvoordelige financiële beslissingen. Maar de Nyman die nu weer met Wapnick de ruimteschip-container instapt, is een goed geconserveerde, weldoorvoede man van begin vijftig.
In de play-offs gaat degene die als eerste drie zeges boekt door – een best-of-fiveserie. Na drie partijen staat het 2-1 voor trauma-Nyman. In de vierde partij vecht trauma-Wapnick voor zijn leven en haalt bijna een achterstand van 136 punten in. Bijna. ‘Dat waren heel typerende partijtjes voor ons,’ becommentarieert de verslagen maar beheerste Wapnick. Nyman is het met hem eens en benadrukt hoe beslissend mentale kracht is in het scrabble. Die heeft hij dringend nodig in de aansluitende halve finale tegen Adam Logan, die hij pas in het vijfde spel in zijn voordeel beslist. Godendoder Smitheram schakelt eerst de duidelijk favoriete David Webb uit. En in de halve finale de ervaren en ook sterker ingeschatte ex-finalist Lewis Mackay. Jack Mpakaboari bereikt de finale van de B-divisie, die uitgevochten wordt tegen de Amerikaanse (ja, hier duikt een vrouw op!) Sandy Nang. Zijn Nigeriaanse collega’s nemen er welwillend maar opvallend terloops kennis van.
‘We hadden online goede bezoekersaantallen. Dat geeft me hoop. Misschien ziet de wereld langzaam in hoe geweldig de scrabblesport is’
Op de zondag van de finale zijn twee mensen bijzonder opgewonden: de CEO van Mind Sports, David Brannan, en de door God gebroken noodlotscoördinator Asirvatham. Ze zijn, net als de nog niet afgereisde spelers, getuige van een zeer eenzijdig eerste eindspel in de A-divisie. Omdat Nyman voortdurend onvruchtbare letters trekt en geen kans heeft tegen de met geluk grabbelende en foutloos opererende Smitheram. In het tweede spel leidt Nyman met 170 punten, maar hij wordt onvoorzichtig en geeft het zeker geachte gelijkspel weg. Nu heeft de godendoder nog maar één gewonnen spel nodig tot aan de Olympus. Ondertussen is de kampioen van de B-divisie al bekend. Hij heet Jack Mpakaboari en heeft het rechtstreeks in drie partijen beslist. Onverhoeds straalt Nigeria’s scrabblester met een gouden gloed in Lille! De hele delegatie valt de lange en mollige Mpakaboari in de armen en jubelt alsof ze nooit op iets anders uit waren dan de titel in de B-divisie. Om de overwinning te vieren vertrekken ze in feeststemming naar de Kentucky Fried Chicken. De stemmen van de luidkeels zingende mannen schallen door de zondagsrust in binnenstad.
Nyman, met de rug naar de glaswand, begint de derde partij voorzichtig. Maar hij wordt door Smitheram vrij snel tot aanvallender spel gedwongen. Hij legt ‘dartled’ en gaat met 164 tegen 92 aan de leiding. Het zal de laatste keer zijn, want algauw volgt de gouden zet, die de godendoder Smitheram de eindzege oplevert: ‘Braconid’ – een parasitaire wespensoort in Zuid-Amerika. Perfect uitgespeeld met driemaal woordwaarde, maximaal vergoed met 178 punten. Van deze klap herstelt Nyman niet meer, en hij gaat vernederd ten onder met 351 tegen 628. Zijn smartelijke en toch milde glimlach in deze laatste, uitzichtloze minuten ontroert de toeschouwers. ‘Mark heeft er vrede mee,’ fluisteren de andere spelers.
Een beetje op de achtergrond hangt financier Brannan op een plastic stoeltje. Als een uitgetelde zwaargewichtbokser, afwezig voor zich uit starend. ‘Bent u tevreden over de manifestatie, mister Brannan?’ ‘Wel, we hadden online goede bezoekersaantallen. Dat geeft me hoop. Misschien ziet de wereld langzaam in hoe geweldig de scrabblesport is,’ krast hij hees. Hij is zichtbaar oververmoeid.
Daar komt Asirvatham aangeruist: ‘Dave, een journalist van The New York Times wil je spreken.’ De zojuist nog uitgetelde Brannan springt overeind en staat in een seconde stevig op twee benen. Nadat Smitheram zijn bokaal overhandigd heeft gekregen en met het winnende bord van de laatste partij is gefotografeerd, vraagt het publiek hem of hij nu officieel beter is dan God (die al afgereisd is). Smitherams ogen lichten giftig op en hij antwoordt: ‘Ik zie hem hier niet op mijn plaats. Dus zonder enige twijfel: ja! Maar hij is van harte uitgenodigd om het tegendeel te bewijzen.’
De scrabbleonderdanen weten zich geen raad van vreugde. Hun lang gekoesterde vrees slaat, onder vreugdekreten, om in heiligschennis.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.