Tag: spion

  • In deze Noorse stad aan de grens met Rusland wemelt het van de spionnen

    In deze Noorse stad aan de grens met Rusland wemelt het van de spionnen

    Voor inwoners van Kirkenes, op de grens van Noorwegen en Rusland, is spionage een alledaags gegeven. ‘Iedereen heeft wel een buurman, een vriend, iemand van de sportclub of een ouder van de kleuterschool die bij de militaire inlichtingendienst werkt.’

    Frode Berg werkt bij de douane en staat op het punt met pensioen te gaan, als hij in 2014 voor het eerst wordt gerekruteerd door de Noorse inlichtingendienst (NIS). Berg is gestationeerd in Kirkenes, een stad met 3500 inwoners, gelegen tussen de dennenbossen en rotsachtige fjorden in het noorden van Noorwegen, op zo’n acht kilometer van de Russische grens. Kirkenes staat bekend om twee dingen: koningskrab en spionnen. Berg weet dan ook van de activiteiten van de NIS. Zijn baan brengt hem vaak naar Rusland en in de loop der jaren leerde hij een handjevol NIS-ambtenaren kennen, waaronder de functionaris die hem om zijn medewerking vraagt. Maar nooit eerder is hij gevraagd om namens de Noorse overheid risico’s te nemen. Nu wil de functionaris dat hij een envelop met 3000 euro in contanten over de grens brengt en vandaar naar een adres in Moskou verzendt. Een kort uitstapje naar Rusland is voor hem niet ongewoon, dus stemt Berg ermee in. ‘Ik zeg overal ja op,’ vertelt hij me.

    In de daaropvolgende maanden reist Berg zes keer naar Rusland met enveloppen vol geld, die hij volgens de instructies op de post doet. In elke envelop zit een briefje waarop staat dat het geld gewonnen is met pokeren. Na verloop van tijd krijgt Berg een nieuw contactpersoon en worden de verzoeken veeleisender. Het gaat niet meer alleen om het vervoeren en opsturen van geld, maar hij moet ook een keer een geheugenkaart smokkelen. Bij elke afspraak voelt Berg zich ongemakkelijker worden. Meer dan eens probeert hij ermee te stoppen, maar zijn nieuwe contactpersoon blijft aandringen. Uiteindelijk stemt hij in met een laatste opdracht.

    Tijdens die laatste opdracht, vlak voor Kerstmis 2017, wordt zijn ergste angst bewaarheid: hij wordt bij zijn hotel in Moskou opgepakt door de FSB, de Russische binnenlandse veiligheidsdienst. FSB-agenten brengen hem naar de beruchte Lefortovo-gevangenis.

    Afluisterposten

    Tijdens het proces maken de Russen duidelijk wat zijn opdrachtgevers hem niet hadden verteld: de geheugenkaart blijkt vragen te bevatten over onderzeese wapensystemen. En de ontvanger van het geld dat Berg postte – een werknemer op een scheepswerf van de staat – blijkt een dubbelagent te zijn. In 2019 wordt Berg schuldig bevonden aan spionage. Zeven maanden later keert hij bij een gevangenenruil naar huis. Als hij in Oslo landt, zijn de eerste woorden die hij zich herinnert afkomstig van een ambtenaar van het ministerie van Defensie. ‘Welkom thuis,’ zegt de ambtenaar. ‘We bieden je vier miljoen kronen [bijna 350.000 euro].’

    Bergs verwikkeling in de plaatselijke spionagescene – zo vernam ik tijdens mijn bezoek aan Kirkenes in mei – is een ervaring die, zij het in minder extreme mate, door veel inwoners wordt gedeeld. ‘Iedereen in Kirkenes heeft wel een buurman, een vriend, iemand van de sportclub of een ouder van de kleuterschool die bij de militaire inlichtingendienst werkt,’ zegt Thomas Nilsen, redacteur van de regionale krant Independent Barents Observer. Kirkenes en de omliggende regio zijn al tientallen jaren van strategische waarde voor de NAVO. Afluisterposten staan verspreid in het ruige landschap om het reilen en zeilen bij de buren in de gaten te houden. Rusland heeft verschillende militaire bases in het gebied, waaronder het hoofdkwartier van de Noordelijke Vloot. De oorlog in Oekraïne heeft de elektronische afluisterpraktijken dringender en, voor Rusland, ongewenster gemaakt. De stemming in de stad is sinds de invasie veranderd. Volgens burgemeester Lena Bergeng is spionage ‘nu meer een dagelijks thema in de gemeenschap. Voorheen dachten we er niet over na, nu is iedereen zich ervan bewust’.

    Inwoners die regelmatig de grens oversteken, worden al sinds mensenheugenis benaderd door Noorse inlichtingenofficieren (sinds het begin van de oorlog is het aantal mensen dat de grens oversteekt verminderd). Een debriefing – de vraag om informatie over Rusland aan inwoners die net Rusland hebben bezocht – komt het meest voor. Voor de meesten zijn dat onwelkome vragen. De potentieel beste bronnen zijn ook diegenen die het meest bedreigd kunnen worden door de samenwerking – mensen met zakelijke belangen of persoonlijke connecties in Rusland. Rune Rafaelsen, de voorganger van Bergeng als burgemeester, zegt dat inwoners van Kirkenes die in Rusland werkten vaak radeloos naar zijn kantoor kwamen na contact met Noorse inlichtingenofficieren. Verzoeken konden ingrijpend en riskant zijn. In één geval, herinnert Rafaelsen zich, vroegen agenten van de NIS – die weigerde commentaar te geven op dit verhaal – de eigenaar van een bedrijf met kantoren in Moermansk om een van hen in dienst te nemen, als dekmantel.

    Tot hun verbijstering en irritatie worden inwoners van Kirkenes soms benaderd door zowel de NIS als de PST, de binnenlandse veiligheidsdienst van Noorwegen. Agenten van de ene dienst komen langs, stellen vragen en vertrekken weer, en kort daarna arriveren agenten van de andere dienst en herhaalt het proces zich. ‘Het wordt vervelend om steeds dezelfde vragen te moeten beantwoorden,’ zegt journalist Bård Wormdal, wiens nieuwe boek Spionkrigen [Spionnenoorlog] spionage in arctisch Noorwegen beschrijft.

    Ook de Russen hebben hun agenten onder de inwoners van Kirkenes

    Bijna iedereen in Kirkenes weet wie de spionnen zijn. ‘Als iemand zegt dat ie in het leger werkt,’ zegt Torbjørn Brox Webber, een Lutherse priester die in Kirkenes woont, ‘en jij vraagt wat ie daar precies doet, en diegene begint over het weer te praten, dan weet je genoeg.’

    Ik bezocht Kirkenes aan het begin van de zomerzonnewende. De stad straalde geheimzinnigheid uit die past bij de clandestiene activiteiten die er plaatsvinden. Overdag was er weinig verkeer in de door de zon gebleekte straten; ’s nachts wierp het schemerige licht een griezelige sluier over de rode, blauwe en gele huisjes rond het fjord.

    Ik ontmoette Berg op een ochtend aan het fjord, voor mijn hotel, waar hij me over zijn ervaringen zou vertellen. Hij oogt oprecht en opa-achtig en kijkt met mededogen naar zijn medemensen, zelfs naar de Noorse inlichtingenofficieren die er verantwoordelijk voor zijn dat hij twee jaar in een gevangenis in Moskou zat.

    We zochten een plek in de verlaten hotelbar – Berg wilde uitzicht op de ingang, met de rug naar de muur –, en ik ging koffie voor ons halen. Tot mijn schrik trof ik zijn stoel leeg aan toen ik terugkwam. Ik dacht dat ik per ongeluk iets had aangeroerd wat zijn argwaan had gewekt. Was hij gedrogeerd? Waren onze drankjes vergiftigd, of zelfs bestraald? Dat zijn tenslotte allemaal zaken die niet uitsluitend in spionagefilms voorkomen. Ik stond nog met onze mokken in de hand de situatie te overdenken, toen ik Berg terug zag komen van zijn auto. Hij was vergeten zijn mobiele telefoon daarin achter te laten, zei hij. Het was een gewoonte die hij had ontwikkeld voor wanneer hij nieuwe mensen ontmoette, vanwege de vele veiligheidslekken in moderne smartphones. Het was niets persoonlijks.

    Ook de Russen hebben hun agenten onder de stedelingen. Toen ze Berg ondervroegen, vertelden FSB-officieren wat ze allemaal niet over Kirkenes wisten, tot aan het privéleven van individuele NIS-functionarissen toe. Tot Bergs verbazing wisten ze zelfs over alcoholproblemen in de familie van een van zijn opdrachtgevers, een detail dat de man zorgvuldig had stilgehouden. Andere Noren die door de FSB waren ondervraagd, hadden soortgelijke onthullingen gedaan. In één geval lieten Russische inlichtingenofficieren een Noor in hechtenis een foto zien van de woonkamer in een flat op de derde verdieping in Kirkenes – hij nam aan dat die door een drone gemaakt moest zijn.

    Paranoia

    Journalisten begonnen voor het eerst over deze gebeurtenissen te schrijven rond de tijd dat naar buiten kwam dat Berg voor de NIS had gewerkt. De inwoners van Kirkenes reageerden verbaasd. Hoe kon het dat de Russische inlichtingendienst zo vrij kon opereren? Paranoia begon de overhand te krijgen en belemmerde de bereidwilligheid om samen te werken met de Noorse autoriteiten. Eén inwoner, vertelde Rafaelsen, besloot na een debriefing door Noorse inlichtingenofficieren om helemaal geen zaken meer over de grens te doen, uit angst dat de FSB er anders achter zou komen en hem zou arresteren. Moskou heeft genoeg mogelijkheden om te rekruteren in de omgeving van Kirkenes, waar tegenwoordig meer dan driehonderdvijftig Russen wonen en een enkele Noorse informant.

    De spionnen hoeven niet eens aan de Noorse kant van de grens te wonen. In 2019 bezocht een delegatie van Russisch-orthodoxe priesters Kirkenes in het kader van een stedenband met Severomorsk, waar het hoofdkwartier van de Russische Noordelijke Vloot is gevestigd. Ze toonden belangstelling in een enigszins onverwacht onderwerp: het beheer van het lokale drinkwater. Hun bereidwillige gastheren toonden een pompstation bij de haven, aldus Nilsen, de redacteur van de krant. Twee van de priesters vroegen vervolgens of ze het waterreservoir mochten zien, dat een paar kilometer buiten de stad ligt. In eerste instantie stemden de plaatselijke ambtenaren toe. Maar de politiechef was minder enthousiast. Ze twijfelde of het wel een wijs plan was en uiteindelijk schrapten de begeleiders van de delegatie de excursie. (Ook de stedenband werd later verbroken.)

    Er waren genoeg redenen om sceptisch te zijn over de bedoelingen van de priesters: over banden tussen de orthodoxe kerk en de Russische veiligheidsdiensten bestaat veel informatie, en sommigen in Kirkenes veronderstelden dat de priesters de drinkwatervoorziening van de stad in kaart wilden brengen: nuttige informatie voor duistere scenario’s. Anderen dachten dat het verzoek minder snoodaardig bedoeld was. Volgens geestelijke Brox Webber was infrastructuur een centraal gespreksonderwerp toen hij een paar jaar geleden Russische grenssteden bezocht. Het barre Arctische klimaat bemoeilijkt de voorziening van de meest elementaire moderne gemakken, zoals stromend water en verwarming. ‘Ik zeg niet dat het er niet bedenkelijk uitzag,’ zegt hij over de priesters, ‘maar op een plek als deze zijn mensen per definitie erg geïnteresseerd in infrastructuur.’

    Gemeenschapsgevoel wordt ingeruild voor het schaduwen van vijanden die vaak niet blijken te bestaan

    Het incident illustreert de dubbelzinnigheid van de spionagespelletjes in dit grensgebied. Er bestaat genoeg echte spionage, en het bagatelliseren van de dreiging kan inlichtingendiensten van de tegenpartij in de kaart spelen. Toegeven aan paranoia brengt echter ook risico’s met zich mee: overbodige of abusievelijke waarschuwingen ondermijnen de inspanningen om het gevaar van echte spionnen te ontdekken. Sociaal vertrouwen en gemeenschapsgevoel worden ingeruild voor het schaduwen van vijanden die vaak niet blijken te bestaan. De lokale bevolking heeft zo zijn vermoedens over wie er met de FSB samenwerkt, maar de meesten proberen de gekte te voorkomen die kan ontstaan als dat soort gedachten wortel schiet.

    ‘Als je denkt dat elke Rus hier in Kirkenes een spion is, dan ben je een angsthaas,’ zegt Webber. Ook Gunnar Reinholdtsen, die twee decennia als hoofd van de NIS-vestiging werkte voordat hij drie jaar geleden met pensioen ging, maakt zich er niet al te veel zorgen over. ‘In de dienst wordt het wel gezien als een zorg,’ zegt hij. ‘Er wordt gezegd: “In Kirkenes, daar zijn veel te veel Russen.” Maar er zijn meer Russen in Oslo.’

    Russische vissersvloot

    Toen ik er arriveerde, was Kirkenes een van de weinige havens in Europa die na de invasie van Oekraïne open bleven voor de Russische vissersvloot. De haven domineert de waterkant: een betonnen strook van een kilometer lang vol met pakhuizen en bezaaid met hoge stapels fuiken voor de koningskrab. Een half dozijn gammele pieren steekt uit in het fjord. In normale tijden deden boten de haven zo’n achthonderd keer per jaar aan; ongeveer de helft daarvan betrof het Russische vissersschepen die aanmeerden voor wisseling van de bemanning, bevoorrading of reparaties. Nu de Russische dagjesmensen zijn verdwenen, is de lokale economie meer dan ooit afhankelijk van deze vissersboten. Een paar dagen voor mijn aankomst leek een verandering van het sanctiebeleid in Oslo erop te wijzen dat scheepswerven helemaal niet meer aan Russische trawlers zouden mogen sleutelen – een stap waardoor de dokken in Kirkenes vrijwel geheel dreigen te sluiten.

    De Russische boten brengen geld in het laatje, maar tegen de tijd dat ik er op bezoek was, was de relatie met hen verzuurd. Burgemeester Bergeng schrijft die verandering niet alleen toe aan de Russische invasie in Oekraïne, maar ook aan Skyggekrigen [De Schaduwoorlog], een driedelige documentaire geproduceerd door de nationale omroepen van Noorwegen, Zweden, Denemarken en Finland, waarin wordt beweerd dat veel Russische vissers- en onderzoeksschepen hetzij dubbelspel spelen als spion, hetzij de basis leggen voor toekomstige sabotage.

    ‘Ze testen de Noorse autoriteiten. Hoe ver kun je gaan voordat de politie ingrijpt?

    Russische vissers die Kirkenes aandoen, gedroegen zich de laatste tijd inderdaad vreemd. Afgelopen zomer werd een bootje van een trawler in het water gegooid en vervolgens op de motor naar de Strømmenbrug gevaren, een verboden militaire zone. In januari liepen twee vissers door de stad in kleding die veel leek op Russische militaire uniformen, wat de kapitein van het schip een standje opleverde van de plaatselijke politie. Kirkenes kan worden omschreven als een soort laboratorium, zegt Nilsen, de redacteur van de krant. ‘Ze testen de Noorse autoriteiten. Hoe ver kun je gaan voordat de politie ingrijpt? Wat zal Noorwegen accepteren?’

    Op 17 mei viert Noorwegen de Dag van de Grondwet. Noren halen dan hun bunads tevoorschijn – versierde wollen outfits waarin ze eruitzien als negentiende-eeuwse boeren die naar de kerk gaan – en daarin marcheren ze met de nationale vlag door de stad en begroeten elkaar met een vrolijke wens die normaal gesproken alleen wordt gebruikt om iemand een ‘gelukkige verjaardag’ te wensen. Het weer was die dag omgeslagen en in de regen zocht ik beschutting in een paviljoen in het park. Ik had gehoord dat Russische vandalen het paviljoen hadden beklad met pro-oorloggraffiti, maar tegen de tijd dat ik daar aankwam, was die al weg.

    Een paar minuten later strompelen twee vrouwen van middelbare leeftijd de trappen van het paviljoen op. Ze spreken Russisch op gedempte toon. De ene is tenger en springerig, de capuchon van haar jas strak over haar haar getrokken. Haar metgezel daarentegen ziet er bedaagd en deftig uit. Ze lijken me eerst niet op te merken, maar halverwege de trap geeft de eerste vrouw haar vriendin een por en ze lijkt in een rol te schieten. ‘Oh, gelukkige verjaardag,’ zei ze, in gebrekkig Noors. Het valt me op dat de vrouwen allebei een Noorse vlag vasthouden. Ik vraag hun of ze naar de ochtendoptocht van de kinderen zijn geweest. De eerste vrouw kijkt nerveus. Haar vriendin schudt het hoofd. Er blijft een stilte hangen. Uiteindelijk strekt de tweede vrouw haar handpalmen uit en zegt in gebroken Noors: ‘We zijn gewoon twee oude dames.’ Het klinkt een beetje raar, alsof ze m’n wantrouwen – dat ik overigens geenszins had getoond – wilden wegnemen.

    Stilaan houdt het op met regenen, en ik laat de twee vrouwen achter terwijl ze zachtjes met elkaar praten in het paviljoen. Als ik omkijk, staren ze in mijn richting en lijken ze te overleggen. De ontmoeting stelt me niet op mijn gemak, en ik besluit een rondje door de buurt te maken.

    Als ik terugkom, zijn de twee vrouwen verdwenen en hebben ze plaatsgemaakt voor een jongere vrouw met roestkleurig haar. Ze zit op een bankje en kijkt gebiologeerd naar haar telefoon, alsof ze met een belangrijke boodschap bezig is. Als ze merkt dat ik de trappen van het paviljoen beklim, stopt ze haastig haar telefoon in een hoesje en staart me aan. Ik besef dat ik iets belangrijks heb verstoord. Ik begroet haar in het Noors, maar het enige wat ik terugkrijg, is haar aanhoudende, onverstoorbare blik.

    Verdachte figuren

    Tijdens de wandeling terug naar mijn hotel krijg ik het gevoel dat ik een van de vrouwen – de deftige – al eens eerder heb gezien. Al snel vind ik haar in mijn dossier met informatie, op screenshots van de Twitter-tijdlijn van het Russische consulaat. Daar is ze te zien bij een controversiële herdenking van de rol van de Sovjet-Unie bij het verdrijven van de nazi’s uit Noorwegen, die een week eerder was gehouden bij een monument van een zegevierende Sovjetsoldaat op een heuveltop in het centrum van Kirkenes. De ceremonie was een wat rommelige en overdreven patriottistische aangelegenheid. Een paar Russen verwijderden een plaquette die de standrechtelijke executie van een Oekraïense krijgsgevangene memoreerde. Ik bekijk de tijdlijn van het consulaat nog eens en stuit op een ander bekend gezicht: de vrouw met het roestkleurige haar. Ze hield afgelopen herfst een boeket rozen vast bij een herdenking van de Tweede Wereldoorlog.

    Ik wist niet wat het allemaal betekende. Waarschijnlijk niets. Of toch wel? Zou het kunnen dat ik na een paar midzomerdagen en ondergedompeld in de spionageverhalen van Kirkenes ook was bezweken aan paranoia en wantrouwen? Er was niet veel tijd meer om verder onderzoek te doen – ik zou de volgende ochtend vertrekken – maar ik wilde weten of ik een van mijn paviljoengangers tegen zou komen bij de middagparade. Dat was niet het geval, maar de parade kreeg wel een mysterieus tintje. Volgens Rafaelsen, de voormalige burgemeester, waren agenten van de PST-contraspionage op pad, om in de gaten te houden wie van de lokale bevolking bevriend was met de Russen. ‘Ik ken ze heel goed,’ zei Rafaelsen over de agenten. ‘Het zijn echte familiemensen.’ 

    Maar op deze dag, een feestdag die de Noren traditioneel met familie doorbrengen, liepen de agenten moederziel alleen door de stad. Rafaelsen herkende een van hen als de agent die hem een jaar eerder had ondervraagd over zijn reizen naar het buitenland en zijn buitenlandse contacten, en realiseerde zich dat zij hem leek te volgen. Hij lachte haar uit en liep door.

    Voor de lokale bewoners horen dit soort ontmoetingen gewoon bij het leven. Maar als bezoeker vond ik de surveillance wel wat zenuwslopend. Tijdens mijn wandeling door de stad eerder op die dag, had ik een aantal individu’s zien rondlopen in donkere pakken – de standaard 17-meikleding voor degenen die niet in een bunad gekleed gaan. Waren dat agenten van de contraspionage? En wat zouden ze denken van mijn ontmoetingen in het paviljoen? Het was een bruikbare herinnering aan het belangrijkste obstakel om inlichtingen te kunnen verzamelen in een stadje zo klein als Kirkenes: op plekken als deze is het moeilijk om iets geheim te houden.

    Lees ook:

  • De Zweedse geheime dienst heeft zijn handen vol. ‘De acties van Moskou zijn onvoorspelbaar’

    De Zweedse geheime dienst heeft zijn handen vol. ‘De acties van Moskou zijn onvoorspelbaar’

    Sinds de spanningen op het wereldtoneel zijn toegenomen, staan de inlichtingendiensten op scherp. Maar volgens het hoofd van de Zweedse contraspionage zijn er vooral veel schermutselingen tussen totalitaire regimes en democratieën, en keren we niet terug naar de Koude Oorlog.

    Te oordelen naar de omvang van zijn spionageactiviteiten steekt Rusland veel meer energie in het infiltreren in de Zweedse samenleving dan in de Deense. Of het moet zo zijn dat de inlichtingendienst onder leiding van voormalig KGB-agent Vladimir Poetin minder succesvol is geweest aan de Deense zijde van de brug over de Sont [de zeestraat tussen beide landen].

    Vertrouwelijke documenten

    In april raakte de inlichtingenwereld in beroering nadat was gebleken dat de jonge Amerikaanse militair Jack Teixeira honderden vertrouwelijke documenten van het Pentagon had gelekt. Op de website UnHerd stelde militair historicus Edward Luttwak echter dat het overgrote merendeel van deze documenten helemaal niet ‘top secret’ is: ‘Er worden reusachtige hoeveelheden pseudogeheime documenten gefabriceerd. Dat gebeurt telkens wanneer een functionaris een stukje commentaar toevoegt aan de lange samenvattingen van mediapublicaties die Amerikaanse diplomatieke posten, waar ook ter wereld, dagelijks uitspuwen.’

    In iets meer dan tien jaar tijd zijn er in Denemarken slechts twee veroordelingen uitgesproken op grond van een wetsartikel dat lichte gevallen van spionage strafbaar stelt. De ene betrof een Finse hoogleraar aan de Universiteit van Kopenhagen, de andere een jonge Russische chemisch ingenieur aan de Technische Universiteit van Denemarken. Tijdens een proces achter gesloten deuren in Aalborg, in Noord-Jutland, werd die laatste veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, gevolgd door uitzetting.

    Een contrast met Zweden: alleen al in de afgelopen maanden speelden daar twee hoogst opmerkelijke zaken. De ene ging om een voormalig medewerker van de Säpo, de Zweedse veiligheidsdienst, die levenslang kreeg; de andere betrof de spectaculaire inrekening van een Russisch echtpaar dat jarenlang een zogeheten slapende cel bleek te hebben gevormd, een beetje zoals in de Amerikaanse Koude Oorlogsserie The Americans.

    Rusland

    In een onlangs door de Säpo [de Zweedse nationale veiligheidsdienst] vrijgegeven jaarverslag wordt Rusland zonder meer als grootste bedreiging van Zweden aangemerkt. En dat net nu dat laatste land, na tientallen jaren van neutraliteit, aan de poorten van de NAVO rammelt. De Russen leggen zich vooral toe op het verspreiden van complottheorieën en staatsondermijnende uitingen. Mosterd na de maaltijd, kun je zeggen: de toetreding van Zweden tot de westerse militaire alliantie – in het kielzog van Finland, dat op 4 april al lid werd – is onafwendbaar.

    De acties van Moskou zijn onvoorspelbaar en in potentie roekeloos, zo valt in het Säpo-rapport over Rusland te lezen. Maar het gaat niet alleen om Rusland: China is een ‘almaar grotere bedreiging op de lange termijn’ en Iran een ‘tastbare bedreiging voor de veiligheid’. Ook meldt de Säpo dat buitenlandse regimes veel geld uitgeven om in Zweden illegaal aan geavanceerde technologie te komen. Vooral de agressie tegen Oekraïne heeft geleid tot een grotere Russische behoefte aan technologische middelen om de militaire capaciteit te behouden.

    iStock 1387753089
    © iStock / breakermaximus

    Als hoofd van de afdeling contraspionage binnen de Säpo sinds 2015 heeft Daniel Stenling een zeer onaangename ervaring gekend: er bevond zich een mol binnen zijn dienst in Stockholm. Peyman Kia, een Zweed van Iraanse afkomst, verleende jarenlang zijn diensten aan de Zweedse militaire inlichtingendienst, maar maakte ondertussen gemene zaak met het Russische inlichtingenbureau GROe. Begin dit jaar veroordeelde het Hof van Stockholm de dubbelspion tot levenslang, omdat hij samen met zijn jongere broer Payam zeer vertrouwelijke documenten aan de Russische militaire inlichtingendiensten had doorgespeeld, tegen betaling van honderdduizenden Zweedse kronen.

    Recorduitzettingen in Noorwegen

    Nog nooit heeft Noorwegen zo veel diplomaten tegelijk uitgezet, meldt de Noorse krant Aftenposten. Vijftien mensen, ruim een derde van het diplomatieke personeel van de Russische ambassade in Oslo, werden op 13 april tot persona non grata verklaard. Volgens het dagblad Verdens Gang behoort ambassadeur Teimuraz Ramisjvili niet tot deze vijftien.
    De activiteiten van deze Russische diplomaten vormden ‘een bedreiging voor de Noorse belangen’, aldus de minister van Buitenlandse Zaken, Anniken Huitfeldt van de Arbeiderspartij. NAVO-lid Noorwegen stelde dat de uitzettingen niet het gevolg waren van een specifieke gebeurtenis, maar van intensiever werk van de Noorse inlichtingendiensten.
    Sindsdien is uit de berichtgeving van lokale media een concreter beeld opgerezen. Zo was er een ontmoeting in een park in Oslo tussen een Noorse zakenman en een Russische nepdiplomaat die de zakenman probeerde te rekruteren. Ten minste vijf van de vijftien uitgewezen Russen zijn inmiddels geïdentificeerd als agenten van inlichtingendiensten.
    De kou tussen Oslo en Moskou is nu ijzig, concludeert de site van de publieke radio- en televisiezender NRK. ‘Nieuw is dat Noorwegen zelf actie heeft ondernomen en niet heeft gereageerd op incidenten of soortgelijke acties van bondgenoten.’ Voorlopig zijn de door Moskou beloofde represailles uitgebleven.

    Aangezien de verdachte in beroep is gegaan, kan Stenling nog niet veel zeggen over het proces tegen deze voormalige Säpo-medewerker, die sinds 2017 in de gaten werd gehouden en in 2021 werd gearresteerd. In eerste instantie is de betrokkene schuldig bevonden aan het nemen van foto’s, met zijn mobiel, van vertrouwelijke documenten. Die kwamen vervolgens in Russische handen via zijn broer, die hiervoor werd veroordeeld tot negen jaar en tien maanden.

    ‘Dit is een zaak die wij zeer ernstig nemen,’ aldus Stenling. ‘We hebben hier lering uit getrokken en maatregelen genomen om onze interne veiligheid te verbeteren. We hebben geregeld contact gehad met buitenlandse inlichtingendiensten over alle omstandigheden rond deze zaak, maar zolang de rechtbank nog geen definitieve uitspraak heeft gedaan, kan ik niet met zekerheid zeggen dat de persoon in kwestie daadwerkelijk een spion is.’ (Inmiddels heeft Peyman Kia gedeeltelijk bekend.)

    ‘Heel Europa is het decennium van spionnen ingegaan’

    Volgens het laatste jaarverslag van de Säpo zijn ouderwetse spionagemethoden nog steeds in zwang: zo wordt er fysiek informatie vergaard voor buitenlandse mogendheden. Met name de Russen doen veel moeite om voor dit werk geschikte kandidaten te werven: vaak mensen met financiële of ideologische motieven of met wraakgevoelens, bijvoorbeeld omdat ze in hun carrière gefrustreerd zijn geraakt.

    Een van de meest vooraanstaande Zweedse experts op dit gebied is Michael Jonsson, adjunct-directeur van het FOI, het Zweedse Onderzoeksinstituut voor Defensie. In het nieuwsmagazine Politico voorspelde hij dat niet alleen Zweden maar heel Europa het ‘decennium van de spionnen’ is ingegaan. Het aantal spionage-incidenten doet denken aan de Koude Oorlog, die officieel in 1991 eindigde met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

    Vonnissen gestegen

    Van 2010 tot 2021 zijn er in diverse Europese landen in totaal 42 mensen veroordeeld voor spionage. De laatste jaren is het aantal vonnissen aanzienlijk gestegen, vooral in de Baltische landen. Vorig jaar werden er zeven Russen en drie Chinezen veroordeeld voor clandestiene activiteiten. En dat is nog maar het topje van de ijsberg, want vaak worden alleen de gevallen die tot uitzetting leiden bekend.

    In april 2022 wees Denemarken vijftien medewerkers van de Russische ambassade in Kopenhagen uit. Volgens de Deense militaire inlichtingendienst waren ze betrokken bij spionageactiviteiten en opereerden ze onder een diplomatieke dekmantel. In april 2023 was het de beurt aan Noorwegen om vijftien mensen uit te zetten.

    Westerse inlichtingendiensten zijn inmiddels meer geïnteresseerd in contraspionage dan in terrorismebestrijding. Rusland vormt op dit moment de grootste bedreiging, China is op lange termijn de belangrijkste tegenstander, aldus Michael Jonsson.

    Er is werk aan de winkel voor de contraspionage

    De Säpo heeft ongeveer 1400 medewerkers; dat zijn er meer dan de Deense binnenlandse veiligheidsdienst PET. Maar Stenling wil niet vertellen hoeveel van zijn ondergeschikten de straten van Stockholm afspeuren op Russen die Zweedse burgers proberen aan te zetten tot illegale activiteiten. Wel zegt hij dat zijn afdeling heeft geprofiteerd van de aanzienlijke extra middelen die zijn vrijgekomen in reactie op de verhoogde Russische activiteit van de afgelopen jaren. Maar ook China en Iran hebben zich niet onbetuigd gelaten, en lijken eveneens geïnteresseerd in alle onderdelen van de Zweedse samenleving. Er is dus werk aan de winkel voor de contraspionage.

    ‘Het valt nog te bezien of dit echt een terugkeer naar de Koude Oorlog betekent,’ benadrukt Stenling. ‘Zeker is wel dat de spanningen zijn toegenomen, en daarmee ook de spionageactiviteiten. Wat we nu zien is een mondiale wedloop om informatie tussen totalitaire landen en landen als Zweden en Denemarken.’

    Beijing versterkt contraspionage

    Op 24 april onderwierp minister van Staatsveiligheid Chen Yixin de gebouwen van het Staatsveiligheidsbureau in Beijing aan een stevige inspectie. Het resultaat beviel hem niet. De spionage moest serieus de kop in worden gedrukt, zo verklaarde hij volgens de South China Morning Post. Hij noemde de Chinese hoofdstad het ‘voornaamste slagveld’ van ‘infiltraties, ondermijning en spionage’.
    Twee dagen later gaf de Wetgevende Commissie van de Nationale Volksvergadering haar goedkeuring aan de herziening van een wet op contraspionage uit 2014, zo meldt het weekblad Nikkei Asia. De nieuwe tekst richt zich met name op cyberbeveiliging, om elke aanval of inmenging via internet ‘door spionageorganisaties of hun agenten’ tegen overheidsdepartementen, bedrijven of belangrijke faciliteiten te bestrijden.
    Dit offensief volgt op de recente onthulling van een aantal spionagezaken. Een van de opvallendste betreft de publicist Dong Yuyu. Hij was adjunct-directeur van de commentaarsectie van het officiële dagblad Guangming Ribao, werkte er sinds 1987 en gaf blijk van liberale sympathieën. Hij werd opgepakt en na meer dan een jaar detentie beschuldigd van spionage, zo zei zijn familie tegen de Amerikaanse pers. Volgens The New York Times is Dong sinds zijn arrestatie in februari 2022, tijdens een lunch met een Japanse diplomaat, niet meer in het openbaar gezien.

    Volgens hem bekijken de Russen met argusogen hoe de verwachte overeenkomst tussen Zweden en de NAVO precies zal uitpakken (Stockholm hoopt uiterlijk eind dit jaar lid te worden) en welke gevolgen de toetreding zal hebben voor de wapensystemen en de troepeninzet in het koninkrijk. ‘De Russische dreiging is het concreetst, vanwege de oorlog in Oekraïne. De Russen ontberen de technologie om hun strijdkrachten op te bouwen,’ zegt Stenling. ‘Maar we mogen China niet uitvlakken; dat land heeft veel belangstelling voor hoogwaardige technologie, wetenschap en de grote Zweedse exportsectoren. De Chinezen willen de wereldleiders worden.’

    Maar als we het Kremlin mogen geloven, spioneren westerse landen zelf ook volop. Immers, zo hield president Poetin zijn veiligheidsdiensten onlangs voor, ‘westerse inlichtingendiensten zijn altijd actief geweest in Rusland. Nu ze meer personeel en andere middelen tegen ons inzetten, kunnen wij niet anders dan dienovereenkomstig reageren.’

    Lees ook:

  • Zo heeft deze Russische spion kunnen doordringen tot hoge NAVO-kringen

    Zo heeft deze Russische spion kunnen doordringen tot hoge NAVO-kringen

    Een agente van de Russische militaire inlichtingsdienst deed zich tien jaar lang voor als een Peruaans-Duitse juwelenontwerpster. Ze leidde een uitbundig sociaal bestaan en verkeerde tussen belangrijke diplomatieke figuren in Napels.

    Op 15 september 2018 kocht een vrouw met een lange, Spaans klinkende naam in Napels een enkele reis Moskou. Al zo’n tien jaar lang reisde deze vrouw de wereld rond als een kosmopolitische, in Peru geboren societyfiguur met een eigen sieradenlijn. Die avond landde ze in Moskou en voor zover bekend is ze Rusland sindsdien niet meer uit geweest. Ze reisde op een paspoort met een nummer dat voorkwam in een reeks waarvan Bellingcat de dag ervoor had bekendgemaakt dat ze werden gebruikt door de GROe, de Russische militaire inlichtingendienst. Het nummer verschilde maar één cijfer van dat in de paspoorten waarmee de GROe-chef van de vermoedelijke daders van de aanslag met novitsjok in Salisbury zes maanden eerder naar Engeland was gereisd.

    image1 1
    De later ontmaskerde spion met vrienden, onder wie Marcelle D’Argy Smith, op Malta in 2010. © Marcelle D’Argy Smith/Bellingcat

    De naam op haar paspoort was Maria Adela Kuhfeldt Rivera; NAVO-mensen in Napels kenden haar al jaren als een succesvolle sieradenmaakster met een bont verleden en een chaotisch privéleven. Samen met onze onderzoekspartners achterhaalden wij haar ware identiteit: een spion van de GROe. 

    Dit gezamenlijke onderzoek van Bellingcat, Der Spiegel, The Insider en la Repubblica heeft tien maanden geduurd. De uitkomst berust op gegevens uit open bronnen, openbaar toegankelijke archieven, WOB-gegevens uit Peru, uitgelekte Russische databases en interviews met mensen die met de betreffende Russin bevriend waren geraakt zonder te weten dat ze een spion was. De meesten gaven toestemming om hier bij naam genoemd te worden, al waren ze aanvankelijk bang om zich publiekelijk uit te laten over iemand van wie ze nu weten dat ze spioneerde voor de GROe. Een paar informanten wilden om die reden alleen anoniem worden geciteerd.

    In 2006 kreeg ‘Maria Adela’ haar eerste Russische paspoort. Volgens de voor haar gecreëerde dekmantel werkte ze als ‘senior specialist’ aan de Staatsuniversiteit van Moskou, en volgens bevolkingsregisters woonde ze in elk geval vanaf 2010 op een adres in Moskou. De huidige bewoners van dat adres hadden nog nooit van haar gehoord.

    Opvallend is dat het nummer van haar Russische paspoort behoort tot een reeks waarvan minstens zes andere nummers ook zijn gebruikt voor paspoorten van GROe-spionnen

    Opvallend is dat het nummer van haar Russische paspoort behoort tot een reeks waarvan minstens zes andere nummers ook zijn gebruikt voor paspoorten van GROe-spionnen. Onder hen was een inlichtingenofficier die is aangeklaagd voor de vergiftiging van de Bulgaarse wapenhandelaar Emilian Gebrev en een andere agent die betrokken was bij de vergiftiging van Sergej Skripal. 

    Screenshot 2022 08 24 at 11.27.12
    ‘Maria Adela’ als lid van de Lions Club Monte Nuovo. Deze foto met haar en andere leden staat op de website van de Lions.

    Uit interviews met vier mensen die in de daaropvolgende tien jaar met haar bevriend raakten, komt naar voren dat ‘Maria Adela’ het volgende vertelde over haar naam en afkomst: ze was het kind van een Duitse vader en een Peruaanse moeder, en ze was geboren in Callao, in Peru. In 1980 was haar alleenstaande moeder met de kleine ‘Maria Adela’ naar de Sovjet-Unie gereisd om de Olympische Spelen in Moskou bij te wonen. Toen haar moeder daar een alarmerend bericht van het thuisfront kreeg, was ze snel teruggevlogen naar Peru en had de kleine ‘Maria Adela’ achtergelaten bij een Russisch gezin waarmee ze blijkbaar bevriend was geraakt. 

    Haar moeder was nooit meer teruggekomen en ‘Maria Adela’ was opgegroeid in Rusland. Ze had een slechte verhouding met zowel haar adoptiemoeder als haar adoptievader, die haar in haar jeugd zou hebben misbruikt. Dat was de reden dat ze niet meer in Rusland wilde wonen en niet met een Rus wilde trouwen, zo vertelde ze vrienden, en de reden voor haar wens om in West-Europa te wonen en daar een gezin te stichten.

    Gemmologie

    Marcelle D’Argy Smith, voormalig hoofdredacteur van de Britse Cosmopolitan, raakte met haar bevriend toen ze haar in de zomer van 2010 op Malta leerde kennen op een borrel. ‘Maria Adela’ woonde daar destijds met haar toenmalige vriend, maar verhuisde naar Ostia, bij Rome, om een opleiding te volgen in de gemmologie (edelsteenkunde). Volgens D’Argy Smith deed ze erg haar best om op grond van de nationaliteit van haar vader een Duits paspoort te krijgen. Maar die aanvraag verzandde toen ze er plotseling haar interesse voor leek te verliezen. De oudste internationale reisgegevens van ‘Maria Adela’ die Bellingcat heeft kunnen traceren, dateren van 10 oktober 2011, toen ze voor het eerst de tweeënhalve dag durende treinrit maakte van Moskou naar Parijs via Belarus, een reis die ze nog vaak zou herhalen.

    Screenshot 2022 08 25 at 18.40.02
    Door Marcelle D’Argy Smith verstrekte trouwfoto’s van ‘Maria Adela’ en haar man.  – © Marcelle D’Argy Smith/Bellingcat

    Volgens D’Argy Smith studeerde ‘Maria Adela’ aanvankelijk gemmologie aan een universiteit in Rome en nam ze in februari 2011 deel aan een door haar opleiding georganiseerde reis naar verschillende modehuizen in het Verenigd Koninkrijk. In oktober van dat jaar verhuisde ‘Maria Adela’ naar Parijs om er een MBA te gaan halen. Door la Repubblica opgevraagde Italiaanse immigratiegegevens stroken met de herinneringen van D’Argy Smith: eerst kreeg ‘Maria Adela’ een aantal Franse visa voor kort verblijf en in september 2011 uiteindelijk een studentenvisum. Kort nadat ze naar Parijs was verhuisd, legde ze in Frankrijk haar eigen sieradenmerk vast, Serein. Dit was waarschijnlijk de voorbereidende fase van een langetermijnplan van de GROe om hun spion in te zetten als zelfstandige zakenvrouw en societyfiguur. Onder die dekmantel probeerde ze in de jaren daarna contact te leggen met hooggeplaatste personen uit het NAVO-hoofdkwartier in Napels.

    Als doodsoorzaak vermeldde de overlijdensakte “dubbele longontsteking en systemische lupus”

    In juli 2012 trouwde ‘Maria Adela’ met een man die volgens haar een Italiaan was, zo kregen wij van drie van haar kennissen te horen. In werkelijkheid had haar echtgenoot naast zijn Italiaanse paspoort ook de Ecuadoraanse en Russische nationaliteit: hij was in Moskou geboren als kind van een Russische moeder en een vader uit Ecuador. Uitgelekte Russische reis- en migratiegegevens en openbare gegevens van zijn sociale media tonen aan dat de echtgenoot zijn Russische paspoort in april 2012, vlak voor hun huwelijk, had gekregen van de Russische ambassade in Ecuador. Nadat hun huwelijk in Rome was geregistreerd, reisde hij naar Moskou en kreeg daar in september 2012 een Russisch sofinummer. Een jaar later reisde hij zonder ‘Maria Adela’ opnieuw naar Moskou, waar hij op 13 juli 2013 op dertigjarige leeftijd overleed. Als doodsoorzaak vermeldde de overlijdensakte ‘dubbele longontsteking en systemische lupus’.

    Verstandshuwelijk

    Uit grensovergangsgegevens blijkt dat ‘Maria Adela’ ten tijde van zijn overlijden niet in Rusland was en pas een maand later, op 15 augustus 2013, in Moskou aankwam. Iemand uit de vriendenkring van de man, die uit vrees voor eigen veiligheid alleen op voorwaarde van anonimiteit met The Insider wilde spreken, zei verbaasd te zijn geweest toen hij zonder zijn vrienden in te lichten ineens was getrouwd. Deze persoon speculeerde dat het wellicht een verstandshuwelijk betrof om iemand aan een Europees paspoort te helpen en wist ook te melden dat de diagnose lupus dateerde van nog geen twee maanden voor zijn plotse dood. (Systemische lupus is een aandoening van het bindweefsel waarvan de oorzaak onbekend is en die volgens de medische literatuur zeldzaam is bij jonge mannen.)

    Screenshot 2022 08 25 at 17.03.20
    Artikelen die te koop werden aangeboden door Serein, het juwelenmerk van ‘Maria Adela’.

    Na haar huwelijk liet ‘Maria Adela’ haar bedrijf ook in Italië registreren: Serein SRL, met als vermelde activiteiten de productie van en handel in sieraden en luxeartikelen. Uit een door de politie van Napels afgegeven verblijfsvergunning die is opgevraagd door la Repubblica, blijkt dat ze uiterlijk in oktober 2015 is verhuisd naar een appartement in de chique wijk Posillipo, met uitzicht op de Golf van Napels.

    In de loop van 2015 werd ze secretaris – en een van de actiefste leden – van de Lions Club Napoli Monte Nuovo

    In de drie jaar daarna bereikte de carrière van ‘Maria Adela’ als Russische spion in Napels haar hoogtepunt. Ze werd er een bekende verschijning in de sociale scene. Ze opende een boetiek voor sieraden en andere luxeartikelen, waar ze later een club van maakte die populair was in de hogere kringen, en werd secretaris van een liefdadigheidsinstelling waarvan de bijeenkomsten werden bezocht door medewerkers van het NAVO-hoofdkwartier in de stad. In de boetiek verkocht ze sieraden van haar eigen merk Serein, die ze zelf ontworpen zei te hebben. Op de website van haar bedrijf, die nu niet meer bestaat, werden de sieraden aangeprezen als ‘ontworpen voor de modebewuste vrouw die niet van overdaad houdt’. Maar zoek je op internet naar vergelijkbare afbeeldingen van de zelfgemaakte, kleurrijke ‘made in Napoli’-juwelen die ze verkocht, dan lijkt het te gaan om goedkope sieraden die online verkrijgbaar zijn bij Chinese groothandelaren.

    Screenshot 2022 08 24 at 11.15.08
    Een door ‘Maria Adela’ op Facebook geplaatste foto van een diner ter gelegenheid van een verjaardagsfeest in 2016.

    Dat verhinderde niet dat haar ster rijzende was als trendy sieradenontwerpster en gastvrouw in de Napolitaanse society. Als Adela Serein, zoals ze zich volgens vrienden meestal noemde, maakte ze ook haar opwachting in lokale media, zoals in een promotiefilmpje over de lancering van de ‘Serein Conceptgalerie’, waarover een lokale krant schreef dat die werd bijgewoond door gemeenteraadsleden, ondernemers en beroemdheden. [https://vimeo.com/148927805] En de contacten van ‘Maria Adela’ beperkten zich niet tot de Napolitaanse beau monde. In de loop van 2015 werd ze secretaris – en een van de actiefste leden – van de Lions Club Napoli Monte Nuovo. Dit is niet zomaar de lokale tak van deze wereldwijde, aan maatschappelijke verbetering gewijde organisatie: deze Lions Club-afdeling is oorspronkelijk opgezet door een in Napels gestationeerde NAVO-officier.

    Warrig en weinig overtuigend

    Volgens luitenant-kolonel Thorsten S., een Duitse militair die er in 2015 penningmeester was, kampten ze destijds met een teruglopend ledenaantal en had iemand uit het bestuur van de grootste Lions Club in Napels ‘Maria Adela’ als secretaris getipt, om de ledenwerving nieuw elan en internationale uitstraling te geven. Hij weet nog dat ze haar best deed om de activiteiten van de club nieuw leven in te blazen, dat ze alle bijeenkomsten bijwoonde en op een gegeven moment in 2018, toen het ledenaantal bleef teruglopen en de afdeling dreigde te worden opgeheven, zelfs aanbood de contributie van alle leden te betalen. Waarom ze dat wilde doen heeft luitenant-kolonel Thorsten S. nooit goed begrepen.

    ‘Maria Adela’ besprak ook haar liefdesleven met vrienden. Marcelle D’Argy Smith gaf Bellingcat inzage in een e-mail waarin ‘Maria Adela’ schreef dat een werknemer van de Amerikaanse marine die fotograaf was ‘een beetje verliefd’ op haar was. 

    Screenshot 2022 08 25 at 17.30.29
    Een krantenartikel uit Bahrein waarin ‘Maria Adela Rivera Kuhfeldt’ wordt genoemd, en een foto van haar op de juwelenexpo. Beide werden in december 2013 gemaild naar Marcelle D’Argy Smith.

    Maar niet iedereen die ze in Napels leerde kennen werd verliefd op haar – verre van. Een van de mensen die het goed met haar leek te kunnen vinden was kolonel Shelia Bryant, destijds inspecteur-generaal voor de Amerikaanse marine in Europa en Afrika. Bryant vertrok in mei 2018 uit Napels om zich voor de Democraten verkiesbaar te stellen voor het Huis van Afgevaardigden. Zij zegt dat ze het verhaal van ‘Maria Adela’ over haar verleden warrig en weinig overtuigend vond (‘waarom zou je als moeder je kind in de Sovjet-Unie achterlaten?’) en haar inkomsten moeilijk verklaarbaar (‘zonder geloofwaardige inkomstenstroom opende ze een boetiek en nam ze ettelijke keren een nieuw appartement in de rijke buurten van de stad’). Bryant zegt dat zij en haar man zich in hun contacten met de vrouw beperkten tot privéonderwerpen, en dat ze ‘Maria Adela’ probeerden bij te staan in de moeizame relaties die ze met mannen leek te hebben. Ze waren aan haar voorgesteld door de vrouw van een in Napels gestationeerde leverancier voor de Amerikaanse overheid. Journalisten hebben herhaaldelijk geprobeerd ook met deze vrouw contact te krijgen, maar toen een onderzoeker van Bellingcat haar via Facebook benaderde, werd die door haar geblokkeerd, en voor verslaggevers van Der Spiegel nam ze de telefoon niet op.

    Ze nodigde haar kennissen bij de NAVO ook uit in haar boetiek

    Iemand anders die volgens luitenant-kolonel Thorsten S. bevriend was met ‘Maria Adela’ (tot ze in 2018 ruzie kregen) werkte als datasysteembeheerder op het NAVO-hoofdkwartier in Napels. Deze persoon, die inmiddels niet meer voor de NAVO werkt, had aanvankelijk toegezegd Der Spiegel te woord te staan; toen bleek wat het beoogde onderwerp van het interview was, kwam er echter geen reactie meer op telefoontjes en berichten van Der Spiegel en Bellingcat.

    Het staat vast dat ‘Maria Adela’ direct persoonlijk contact heeft gehad met tal van Europese en Amerikaanse NAVO-officieren in Napels, en dat ze bij sommigen van hen zelfs thuis over de vloer kwam, maar het is niet duidelijk of ze ooit op de NAVO-basis is geweest. Te oordelen naar verschillende digitale sporen en de herinneringen van kennissen was ze wel aanwezig bij tal van door de NAVO of de Amerikaanse krijgsmacht georganiseerde evenementen, waaronder het jaarlijkse NAVO-bal, diverse fundraisingdiners en het jaarlijkse bal van de Amerikaanse marine. Ze nodigde haar kennissen bij de NAVO ook uit in haar boetiek en minstens een van hen herinnerde zich daar sieraden te hebben gekocht.

    Uit de herinneringen van D’Argy Smith en berichten op de Facebookpagina van ‘Maria Adela’ en van haar bedrijf komt naar voren dat ze vanaf 2013 geregeld naar Bahrein reisde, zogenaamd voor de jaarbeurs Jewellery Arabia. Na zo’n bezoek aan die beurs mailde ze D’Argy Smith: ‘Het is allemaal goed gegaan in Bahrein, we hebben alleen niets verkocht. […] Maar het was een geweldige beurs, ik ben dol op dit land en de mensen die ik hier heb leren kennen. Toen ik na vijf dagen terug wilde vliegen, moest ik via Moskou reizen omdat het niet goed ging met mijn moeder. Ik ben daar een week gebleven en toen teruggekomen naar Italië. Nu ben ik bezig met de catalogus en het verbeteren van de sieraden. Met Kerst moet ik weer naar Moskou, want het gaat nog steeds niet goed met mijn moeder.’ 

    image18 2
    Een post op de Facebookpagina van Serein lijkt ‘Maria Adela’ te tonen met de toenmalige premier van Bahrein, Khalifa bin Salman Al Khalifa, in 2014.

    Waar en met wie ‘Maria Adela’ zich in Bahrein heeft opgehouden, heeft het onderzoeksteam niet kunnen achterhalen. Maar het moet misschien worden opgemerkt dat de Amerikaanse Naval Support Activity Base zich in dat land bevindt, de marinebasis waar het hoofdkwartier van de Amerikaanse vijfde vloot is gevestigd. Die basis omvat zo’n zevenduizend Amerikaanse manschappen.

    Cryptisch berichtje

    In 2018 vloog de fictieve ‘Maria Adela’ een laatste keer naar Moskou. Ditmaal reisde ze op een nieuw, derde Russische paspoort. Net als haar eerdere twee paspoorten had dit een serienummer uit een reeks die was toegewezen aan de GROe. Het was op slag gedaan met haar tot dan toe zo actieve sociale leven in de stad; geen van de geïnterviewde kennissen kan zich heugen dat zij ooit gewag had gemaakt van plannen om Italië voorgoed te verlaten, of eventuele redenen daarvoor. Het enige aandenken aan haar leven tot 2018 dat ‘Maria Adela’ mee naar huis nam, zo blijkt uit gegevens van de grenspolitie, was een kat. Ze had een zwarte kat, Luisa, door twee van haar kennissen omschreven als de enige stabiele factor in haar leven.

    Daarin suggereerde ze dat ze kanker had gehad en zei ze dat haar haar terug moest groeien ‘na de chemo’

    Twee maanden na haar vertrek plaatste ze nog één cryptisch berichtje op haar Facebookpagina. Daarin suggereerde ze dat ze kanker had gehad en zei ze dat haar haar terug moest groeien ‘na de chemo’. Maar toen de geschrokken vrienden van ‘Maria Adela’ dit bericht lazen, reed de vrouw achter deze fictieve persoon, een GROe-agente genaamd Olga, in het nieuwste model Audi in Moskou rond op zoek naar een splinternieuw luxeappartement in een chique wijk. En iets meer dan drie jaar nadat ze uit Napels was vertrokken, stuurde ‘Maria Adela’ op 4 december 2021 nog één laatste teken van leven, ditmaal een cryptisch WhatsAppbericht aan Marcelle D’Argy Smith:

    ‘Lieve lieve Marcelle!
    Er zijn veel dingen die ik niet kan (en nooit zal kunnen) uitleggen!
    Maar ik mis je ontzettend en heel heel erg…’

    Eind 2021 kon Bellingcat met zijn onderzoekspartners concluderen dat ‘Maria Adela’ wel voor de GROe moet hebben gewerkt, op grond van verschillende overeenkomsten tussen haar gedrag en haar valse identiteit enerzijds en de werkwijze van de Russische militaire inlichtingendienst anderzijds. Ten eerste bestaat er in geen enkele Russische database (inclusief de uitgebreide officiële paspoortdatabase) een persoon met haar naam en geboortedatum, maar komt die naam wel voor in een in 2007 gelekte dataverzameling met paspoortnummers en adressen waarin we eerder al andere ontmaskerde GROe-agenten met hun valse identiteit hadden gevonden. Ze had minstens drie paspoorten gekregen – één binnenlands en twee internationale reispaspoorten – met nummers uit een reeks waarvan er veel gebruikt zijn voor paspoorten van bewezen GROe-agenten. Haar dekmantel was dat ze in Zuid-Amerika was geboren en van gemengde afkomst was – een terugkerend stramien bij dekmantels van zowel de buitenlandse inlichtingendienst van Rusland, de SVR, als de GROe, zoals onlangs weer bleek bij de aanhouding en uitzetting van een GROe-spion die jarenlang in de VS en Ierland had gewoond en daar doorging voor de zoon van een Braziliaanse vrouw en een Duitse vader. En in theorie was het ook mogelijk dat ‘Maria Adela’ voor de SVR werkte, maar het feit dat haar paspoortnummer uit een door de GROe gebruikte reeks kwam, plus haar klaarblijkelijke interesse in de NAVO, maakt het veel waarschijnlijker dat ze voor de militaire inlichtingendienst werkte.

    Zoektocht

    Maandenlang had ons team grote moeite om haar ware identiteit te achterhalen. Er waren geen foto’s van deze vrouw te vinden op Russische sociale media, en het zoeken naar vergelijkbare afbeeldingen leverde niets op. De Russische telefoonnummers die in 2007 in de aanvraaggegevens voor haar valse identiteit als contactpersonen waren opgegeven, stonden op naam van een ‘anonieme persoon’ (ook weer een aanwijzing dat ze voor een inlichtingendienst werkte, want telefoonnummers moeten in Rusland altijd op naam van een echte persoon staan). Een zoektocht in de uitgebreide beeldbank van Russische paspoorten leverde geen overtuigende treffers op. Wel honderden mogelijke treffers met een lage waarschijnlijkheidsgraad, die ons team begon na te lopen op dwarsverbanden met andere gegevens. Door ook deze minder overtuigende treffers uitgebreid door te lichten kwamen we uiteindelijk toch uit bij de échte persoon achter ‘Maria Adela’.

    image14 3 1536x515 1
    Een positieve match tussen foto’s van ‘Maria Adela’ en Olga Kolobova met behulp van de gezichtsherkenningstool Azure.

    Twee van sociale media afkomstige foto’s van ‘Maria Adela’ op verschillende leeftijden leverden in de gezichtsherkenningssoftware Azure van Microsoft een belabberde match van nog geen 35 procent op met een oude pasfoto van een in 1982 geboren Russische staatsburger genaamd Olga Kolobova. Nadat deze match eerst terzijde was gelegd, werd hij door de onderzoekers nog eens opnieuw onder de loep genomen vanuit de gedachte dat het een oude foto was, van toen de betreffende vrouw waarschijnlijk pas veertien of vijftien was. En de andere raakpunten tussen deze twee personen bleken al snel bijzonder intrigerend. Ten eerste had deze Olga Kolobova geen enkele digitale aanwezigheid in Moskou tot 2018. In geen van de tientallen uitgelekte Moskouse databases werd ook maar één adresregistratie, verkeersovertreding of telefoonnummerregistratie op haar naam gevonden. Maar vanaf november 2018 was ze digitaal ineens heel actief aanwezig – precies vanaf de tijd dat ‘Maria Adela’ was teruggekeerd naar Moskou.

    Nieuwste model Audi 3

    En er kwamen nog andere raakpunten aan het licht. Uit databases bleek dat Olga Kolobova in november 2018 haar eerste auto in Rusland had gekocht: het nieuwste model Audi 3. Op het Instagramaccount van ‘Maria Adela’ is een foto te zien waarin ze achter het stuur van een Audi uit 2016 zit, wat lijkt te wijzen op een voorliefde voor dit model. Vervolgens ontdekten we op het Russische socialemediaplatform Odnoklassniki een in 2019 aangemaakt account met de naam en geboortedatum van Olga. Daarop deelde ze pro-oorlogsberichten van de groep ‘Vrienden van Poetin’ en was ze verder maar van één andere groep lid: die van een dierenkliniek in Moskou waar je onder andere terecht kunt met je kat.

    Haar kat was de enige stabiele factor in haar leven

    Met behulp van oudere uitgelekte databases van andere Russische steden hebben we uiteindelijk ook oudere sporen van Olga’s digitale aanwezigheid in Rusland kunnen vinden: in 2005, toen ze 23 was, liet ze een bedrijf voor de handel in drank registreren in de regio Krasnodar. Op basis van haar toenmalige adres hebben we ook kunnen achterhalen wie haar vader was. Die bleek tot zijn pensionering in 2007 hoofd van de militaire faculteit aan de Staatsuniversiteit van de Oeral in Jekaterinenburg te zijn geweest. En nog intrigerender was dat deze kolonel op de website van de universiteit werd aangeprezen om de talrijke onderscheidingen en medailles die hij had gekregen ‘wegens zijn verdiensten voor het vaderland in den vreemde, waaronder Angola, Irak en Syrië’. Uit eerder onderzoek is gebleken dat kinderen van hooggeplaatste militairen, zeker als die voor de inlichtingendiensten werken, vaak worden gerekruteerd als GROe-spion. Ook dit leek dus weer een aanwijzing dat ‘Maria Adela’ en Olga weleens een en dezelfde persoon konden zijn.

    Screenshot 2022 08 25 at 17.59.50
    Een vergelijking van twee afbeeldingen in de gezichtsherkenningstool geeft een negatief resultaat, maar wordt nog verder onderzocht.

    Deze veronderstelling werd ondersteund door het feit dat Olga Kolobova eigenaar was geworden van twee appartementen in Moskou op tijdstippen waarop ‘Maria Adela’ in Rusland was. Het eerste, een kleine studio op een gewilde locatie, werd gekocht tijdens een van haar reizen naar Rusland in april 2013. Het tweede, een luxe appartement van 100 vierkante meter in een dure flat, die op grond van wat vergelijkbare woningen kosten nu zo’n 800.000 euro waard moet zijn, werd aangeschaft in 2020. Daarnaast bleek uit gelekte gegevens van maaltijdenbezorger YandexFoods dat Olga tijdens kantooruren maaltijden had laten bezorgen op een adres van het Pensioenfonds van de Russische Federatie. Als ze daar administratief medewerker is, is het een raadsel waar ze het geld vandaan haalde om deze appartementen te kopen.

    Olga Kolobova

    Op basis van al deze aanwijzingen wist ons team een recente foto van Olga Kolobova te bemachtigen via een klokkenluider die toegang had tot de Russische databank van rijbewijzen. Die foto, die uit 2021 lijkt te zijn, levert in de software wel een overtuigende match op na vergelijking met de foto’s van ‘Maria Adela’. Bovendien wordt de profielfoto die ‘Maria Adela’ op Facebook gebruikte ook door Olga als profielfoto gebruikt op WhatsApp. En diezelfde foto was door ‘Maria Adela’ ook op Instagram gezet.

    Samen met alle andere overeenkomsten was dat genoeg om de echte identiteit van ‘Maria Adela’ vast te stellen. Maar dat ze voor de GROe werkte? Dat leek wel heel waarschijnlijk op grond van haar paspoortnummers, dat verhaal over die Zuid-Amerikaanse afkomst dat ook door minstens één andere GROe-agent is gebruikt, en het verleden van haar vader. Maar in een poging dit nog nader te bevestigen besloten we de metadata van het telefoonverkeer voor het nummer van Olga Kolobova te analyseren. En op 23 februari 2022, de Dag van de verdedigers van het vaderland in Rusland, belde Olga een nummer dat ons team bekend voorkwam uit een eerder onderzoek: het nummer van het hoofd van afdeling 5 van de GROe.

    Zo stopte zij uit eigen beweging, niet omdat ze door westerse inlichtingendiensten was ontmaskerd

    De bijna tien jaar lange dienst van Olga Kolobova als spion in het Westen verschilt in diverse opzichten van die van andere bekende Russische spionnen. Zo stopte zij uit eigen beweging, niet omdat ze door westerse inlichtingendiensten was ontmaskerd. Dan rijst de vraag of de GROe haar missie in Europa als een succes of als een mislukking beschouwt. In vergelijking met andere bekende Russische spionnen die tientallen jaren in het Westen hebben gewoond en slechts matig interessante netwerken wisten op te bouwen, lijkt het netwerk van ‘Maria Adela’ in ieder geval op papier wel indrukwekkend: contacten met officieren van de NAVO en de Amerikaanse marine, van wie sommigen toegang zullen hebben gehad tot foto’s van de basis en vertrouwelijke bestanden en databases. En onder het mom van bezoekjes aan vrienden en handelsbeurzen heeft Kolobova in die periode ook veel gereisd, in Europa en naar Bahrein en mogelijk ook Thailand. Dat kan op zichzelf al nuttig zijn geweest voor de GROe.

    Er zijn geen aanwijzingen dat de westerse contraspionagediensten en de veiligheidsdienst van de NAVO wisten dat een Russische militaire spion zo dicht bij het NAVO-hoofdkwartier was gestationeerd. Geen van de kennissen van ‘Maria Adela’ die wij hebben gesproken (en die allemaal op grond van openbare bronnen waren te vinden) is door de NAVO of opsporingsinstanties benaderd om over hun contacten met deze Russin te worden verhoord. The Insider en Der Spiegel hebben Olga Kolobova via Telegram en e-mail om commentaar gevraagd. De Telegram-berichten lijken wel te zijn bekeken, maar ze heeft niet gereageerd.

  • Mijn dubbelleven als KGB-agent

    Mijn dubbelleven als KGB-agent

    Jack Barsky groeide op in Oost-Duitsland en liet zijn moeder, broer, vrouw en zoon in de steek om te gaan spioneren voor de KGB. In de VS stichtte hij een tweede gezin. Hij waande zich slimmer dan wie ook – tot alles in elkaar donderde. The Guardian sprak de voormalig geheim agent na zijn carrière.

    Keuze uit ons archief

    Onlangs bleek uit inlichtingen van de Tsjechische autoriteiten en onderzoek van Bellingcat dat KGB-agenten betrokken waren bij een explosie in een Tsjechisch wapendepot in 2014, waarbij twee doden vielen. Dit interview uit The Guardian met voormalig geheim agent Albert Dittrich, alias Jack Barsky, laat zien hoe de Russische inlichtingendienst in de nadagen van de Sovjet-Unie opereerde.

    Intrigerend aan het beeld van de KGB dat naar voren komt, zijn zowel de grondige voorbereiding en de complexe communicatiekanalen, als het amateurisme en de gebrekkige kennis over de grote vijand: de VS.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 115 van 360 Magazine, februari 2017.

    Op een koude decemberochtend in 1988 neemt Jack Barsky net als anders de metro naar zijn werk op Madison Avenue in Manhattan, nadat hij in Queens zijn vrouw en dochtertje gedag heeft gezegd. Op het moment dat hij het metrostation inloopt, registreert hij met een schok iets opmerkelijks: een klodder rode verf op een stalen balk. Barsky is al jarenlang gespitst op dit teken: het wil zeggen dat hij een ongekend ingrijpende beslissing moet nemen, en snel ook.

    Barsky weet wat er staat te gebeuren. De rode verf is een waarschuwing dat hij in direct gevaar verkeert, dat hij als een speer geld en nooddocumenten moet ophalen op een vooraf afgesproken plek. Vervolgens zal hij de grens met Canada overgaan en contact opnemen met de Russische ambassade in Toronto. Hij zal het land uit worden gesmokkeld. Hij zal niet langer Jack Barsky zijn. De Amerikaanse identiteit die hij zich tien jaar eerder heeft aangemeten zal als sneeuw voor de zon verdwijnen en hij zal terugkeren naar zijn eerdere bestaan: dat van Albrecht Dittrich, een scheikundige en KGB-agent, een man met een vrouw en een zeven jaar oud zoontje, die geduldig op hem wachten in Oost-Duitsland.

    Lees ook:

    Barsky denkt aan zijn Amerikaanse dochtertje, Chelsea: kan hij haar echt in de steek laten? Maar als hij dat niet doet, hoelang zal hij dan uit handen weten te blijven van zowel de KGB als de Amerikaanse contraspionagediensten?

    Barsky geeft eerlijk toe dat ego en een romantisch beeld van het leven als spion een veel grotere rol speelden bij zijn beslissing dan ideologische overwegingen

    Nu, op een ongebruikelijk warme middag in januari, komt Barsky mijn hotel binnenlopen in Atlanta, de hoofdstad van de staat Georgia. Hij drukt me stevig de hand. Barsky is inmiddels 67 en hij leeft al zo’n dertig jaar een min of meer doorsneebestaan. Maar de jaren die hij undercover heeft geleefd hebben hun tol geëist, zowel van hem als van zijn naasten. Pas onlangs heeft hij in het reine kunnen komen met zijn verleden.

    Het was een ongekende opluchting toen hij eindelijk de waarheid kon vertellen, zegt Barsky. ‘Al die jaren zat er hier een klein mannetje,’ zegt hij, waarbij hij wijst naar het peper-en-zoutkleurige haar dat met een scheiding over zijn schedel is gekamd. ‘Dat hield voortdurend alles wat ik zei heel scherp in de gaten, en maakte me duidelijk dat sommige onderwerpen verboden terrein waren. Ineens was dat mannetje omgelegd, en dat voelde als een explosie.’ Tegenwoordig is Barsky iemand die geanimeerd praat, die nauwelijks aansporing nodig heeft.

    ‘Het is bijna alsof het over iemand anders gaat. Maar het gaat over mij’

    Barsky’s verhaal is ineens weer actueel, en maakt duidelijk hoe ver de Russen tijdens de Koude Oorlog bereid waren te gaan teneinde agenten in vijandelijk gebied te stationeren. Van hacking was toen nog geen sprake, en het was veel ingewikkelder om heen en weer te reizen tussen Moskou en het Westen. ‘Het voelt allemaal heel onwerkelijk, zoals ik er nu over praat,’ zegt hij over zijn ingewikkelde reis van Oost-Duitsland naar Amerika. ‘Het is bijna alsof het over iemand anders gaat. Maar het gaat over mij.’

    Albrecht Dittrich werd geboren in 1949, in een klein Oost-Duits plaatsje niet ver van de Poolse grens. Zijn vader was onderwijzer en een overtuigd marxist-leninist. Barsky omschrijft zijn moeder als een intelligente vrouw die hem nauwelijks knuffelde. ‘Op mijn veertiende stuurde ze me naar een kostschool, en ik heb haar geen seconde gemist.’ Niet veel later gingen zijn ouders uit elkaar en verloor hij het contact met zijn vader.

    Dittrich is een uitstekende leerling en hij gaat scheikunde studeren aan de Universiteit van Jena. Tijdens het vierde jaar van zijn studie klopt er iemand bij hem op de deur om te vragen of hij belangstelling heeft voor een baan bij Carl Zeiss, de lenzenmaker. De onbekende legt al snel zijn masker af: hij is van de Stasi, de Oost-Duitse veiligheids- en inlichtingendienst. Dittrich wordt uitgenodigd voor een etentje in een restaurant, waar hij wordt voorgesteld aan een andere man, Herman, die Duits spreekt met een vaag Russisch accent. Herman zegt dat ze overwegen hem klaar te stomen voor werk als undercoveragent. Dittrich gaat gewoon door met zijn studie, maar hij zal Herman elke maandagochtend ontmoeten, eerst in de auto van de agent en later in een zogeheten safehouse.

    Als Dittrich zijn studie heeft voltooid en aan zijn promotieonderzoek is begonnen, stuurt Herman hem drie weken naar Oost-Berlijn met de instructie om daar ene Boris te treffen. Na een training van enkele weken wordt hij naar een Russische legerbasis aan de rand van de stad gebracht, waar Boris en hij iemand spreken die naar Dittrichs idee een hooggeplaatste KGB-agent is. De Sovjet-Unie heeft alleen behoefte aan gemotiveerde spionnen, zegt de man, en het staat Barsky vrij om ja of nee te zeggen. Hij krijgt 24 uur de tijd om te beslissen.

    Manhattan, New York City, circa 1985. – © Michael Brennan / Getty
    Manhattan, New York City, circa 1985. – © Michael Brennan / Getty

    Dittrich was een overtuigd communist, maar Barsky geeft eerlijk toe dat ego en een romantisch beeld van het leven als spion een veel grotere rol speelden bij zijn beslissing dan ideologische overwegingen. ‘Ik beschouwde mezelf als een intellectueel en ik meende slimmer te zijn dan wie ook,’ vertelt hij me, terwijl hij wat aan zijn leesbril met zwart montuur frunnikt. ‘Ze hebben me voor een belangrijk deel over de streep weten te trekken door in te spelen op die eigendunk.’ Hij klinkt het merendeel van de tijd als een onvervalste Amerikaan van de oostkust, maar als ik de opnamen afspeel, hoor ik, naarmate de uren verstrijken, toch iets van een Duitse intonatie in zijn stem kruipen. Zo nu en dan ontsnapt er een heuse Teutoonse R aan zijn keel. Rroom. Rruminate.

    In februari 1973 zegt Dittrich tegen zijn moeder dat hij stopt met zijn studie en naar Berlijn gaat verhuizen, waar hij een opleiding zal volgen tot diplomaat. In Berlijn begint zijn KGB-training, meestal uitgevoerd door Russen die hun instructies in het Duits laten vertalen door een instructeur. Hij krijgt les in morse en cryptografie, zodat hij via de kortegolfradio gecodeerde berichten kan ontvangen. Er wordt hem geleerd hoe hij kan voorkomen dat hij wordt gevolgd, hij leert dead drops uitvoeren (pakjes verstoppen en ophalen), en hij wordt geschoold in diverse andere aspecten van de klassieke kunst van het spioneren. Hij krijgt Engels als tweede taal toegewezen en volgt vele uren privéles. ‘In mijn vrije tijd ging ik naar het theater, de opera en musea, en de KGB betaalde de rekening,’ vertelt Barsky.

    Moskou

    In 1975, op zijn zesentwintigste, wordt hij voor het eerst naar Moskou gestuurd. Daar wordt zijn Engels getoetst door twee vrouwen: een hoogleraar van de Universiteit van Moskou en een ‘depressief ogende’ Amerikaanse van middelbare leeftijd. ‘Jaren later heeft de FBI me een foto van haar laten zien. Ze wisten wie ze was. Ze was verliefd geworden op een Rus, naar het scheen, maar ze was een toonbeeld van treurigheid. Ze was totaal niet geassimileerd.’

    Later komt er een groepje KGB-mannen naar Dittrichs appartement voor een uitgebreid en met drank overgoten etentje, waar de man die de hoogste in rang lijkt te zijn een mededeling doet: Dittrich zal deel gaan uitmaken van het Russische ‘illegalenprogramma’ in de VS, het geheimste en meest prestigieuze onderdeel van de KGB-operaties. Illegalen kunnen opereren op een manier die voor agenten met een diplomatieke dekmantel niet is weggelegd. Ze krijgen ook de instructie mee om op elk moment paraat te zijn voor de zogeheten ‘speciale periode’, een mogelijke totale oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, waarin alle diplomatieke banden verbroken zouden worden.

    Nu, tijdens ons gesprek, zegt Barsky dat hij nooit geïnformeerd is over zijn rol in dit overkoepelende programma. ‘Ik heb altijd alleen op tactisch niveau geopereerd. Ik werd op geen enkele manier geïnformeerd over hoe ik in een groter plaatje zou passen.’ Maar hij kan wel een zeer gedetailleerde beschrijving geven van het ultrageheime trainingsprogramma.

    De mensen die hem hadden getraind, hadden geen flauw idee hoe de Amerikaanse samenleving er in de praktijk uitziet

    Nadat hij twee jaar lang dag in dag uit in Berlijn was getraind, zat hij nog twee jaar in Moskou, een periode die hij als moeilijk en eenzaam ervaarde. ‘Daarvoor, thuis, was ik iemand. Daar kende ik mensen – ik was gek op scheikunde en ik vond het heerlijk om les te geven. Daar moest ik allemaal afscheid van nemen om me ergens te vestigen waar ik niemand kende, behalve mijn instructeurs. Ik sprak de taal niet en het was onmogelijk om vriendschappen te sluiten.’ Zijn moeder, die in de overtuiging verkeert dat hij als diplomaat werkzaam is op de Oost-Duitse ambassade, brengt hem een kort bezoek. Hij boekt een hotel voor haar en laat haar de stad zien. Hun gids is in werkelijkheid een KGB-instructeur.

    Dittrich wordt een op een getraind, meestal bij hem thuis. Hij heeft geen contact met andere ‘illegalen’ en hij heeft nooit een KGB-agent in uniform gezien. Er zijn dagen dat de KGB hem laat volgen door een team van acht mensen, maar er zijn ook dagen dat hij niet wordt gevolgd. Hij moet leren vast te stellen wanneer hij wordt gevolgd. Hij krijgt lessen taekwondo om zich te kunnen verdedigen, en nog meer Engelse lessen om zijn accent te perfectioneren.

    In juni 1978 is hij er bijna klaar voor. Sovjetagenten zijn in Maryland op een grafsteen gestuit van een jongen die op zijn tiende is overleden – Jack Barsky – en hebben een geboorteakte weten te bemachtigen. In Moskou gaat hij met zijn instructeur aan de slag om het ‘levensverhaal’ van Barsky te schrijven: ‘Op welke scholen hij had gezeten, waar hij allemaal had gewoond. We besloten hem een van oorsprong Duitse moeder te geven, ter verklaring van de laatste zweem Duits in zijn accent.’

    Missie

    Dittrich krijgt een missie: contact leggen met buitenlandse, politieke denktanks, en in het bijzonder met president Carters nationale veiligheidsadviseur, Zbigniew Brzezinski. Hij krijgt nauwelijks aanwijzingen hoe hij dat zou moeten aanpakken, of zelfs maar hoe hij het beste zou kunnen opgaan in de Amerikaanse samenleving. De mensen die hem hadden getraind, hadden geen flauw idee hoe de Amerikaanse samenleving er in de praktijk uitziet, hadden geen weet van de tastbare, niet-kwantificeerbare kanten van het leven daar. ‘Het was alsof ze heel lang naar een aquarium vol vissen hadden gekeken, en je vervolgens wilden leren om een vis te zijn,’ zegt Barsky. ‘Maar ze hadden eigenlijk geen enkel benul hoe het is om echt een vis te zijn.’

    Voordat Barsky naar Moskou was verhuisd, had hij de relatie met zijn vriendin Gerlinde verbroken. Maar nu hij terugkeert naar huis, voordat hij wordt uitgezonden, zegt ze dat ze nog altijd van hem houdt. Dittrich vraagt de KGB of hij de relatie mag voortzetten. Zijn instructeurs trekken Gerlinde na en geven hun goedkeuring – wat misschien sympathieker lijkt dan het is, want een agent die thuis nog een vriendin heeft is, in ieder geval in theorie, minder geneigd om over te lopen.

    Hij mag Gerlinde een versie van de waarheid vertellen, maar hij liegt tegen zijn moeder, die een document van de Sovjetregering ontvangt waarin staat dat haar zoon op een vijfjarige missie naar het Kosmodroom van Bajkonoer is gestuurd, het zenuwcentrum van het Russische ruimteprogramma. Het is een afgesloten stad, slechts toegankelijk met toestemming van de regering; dit keer zou ze hem niet kunnen verrassen met een bezoekje.

    Een paar weken later wordt hij op een metroperron aangeklampt door een onbekende, die zegt dat hij er is geweest als hij niet terugkeert naar huis

    Voordat hij naar de Verenigde Staten vertrekt, krijgt Dittrich een stapel witte vellen papier, om een aantal brieven te schrijven aan zijn moeder en zijn jongere broer. Er zal er elke maand eentje worden verstuurd. Aan het einde van elke brief laat hij ruimte over, zodat een KGB-agent daar nog wat kan schrijven over actuele gebeurtenissen, of antwoord kan geven op eventueel gestelde vragen. En dan gaat hij op weg naar het vliegveld.

    Dittrich, die dan 29 is, vliegt van Moskou naar Belgrado, waar hij een trein neemt naar Rome en vervolgens naar Wenen. In Oostenrijk krijgt hij een Canadees paspoort, op naam van William Dyson. Hij koopt een vliegticket naar Mexico-Stad, via Madrid. In Mexico koopt hij een ticket naar Toronto, via Chicago. Eindelijk staat hij dan op het punt het vijandelijk gebied binnen te dringen.

    ‘Ik had het gevoel alsof ik een neonbordje om mijn nek had hangen met “Deze man is niet te vertrouwen”’

    Barsky omschrijft zijn aankomst in Chicago op 8 oktober 1978 als ‘het spannendste uur van mijn leven’. Hij heeft een ultramoderne kortegolfradio bij zich en 7000 dollar aan contanten. ‘Ik had het gevoel alsof ik een neonbordje om mijn nek had hangen met “Deze man is niet te vertrouwen”.’ Maar de douaniers slikken het verhaal dat hij alleen een tussenstop maakt van een paar dagen, om de stad te bekijken, voordat hij terugkeert naar Canada. Ze zetten een stempel in zijn paspoort en hij mag Amerika in. Twee dagen later, in een hotelkamer in Chicago, verbrandt hij zijn Canadese paspoort en zijn ticket voor het vervolg van zijn reis: William Dyson is weer even snel van de aardbodem verdwenen als hij was opgedoken.

    Barsky, zoals hij nu heet, verhuist naar New York, met zijn nieuwe geboorteakte op zak. Daarmee vraagt hij een lidmaatschapspasje aan bij het Natural History Museum. Vervolgens regelt hij een bibliotheekpasje en een rijbewijs. Hij laat zijn handen en gezicht helemaal groezelig worden door zich dagenlang niet te wassen voordat hij een social security card aanvraagt – die had hij daarvoor nooit nodig gehad omdat hij als dagloner op boerderijen had gewerkt, zegt hij. En men gelooft hem.

    Zijn weg naar de wereld van de beleidsmakers op hoog niveau lijkt lang en kronkelig. ‘Ze hadden me nooit uitgelegd hoe ik in die kringen diende te infiltreren,’ zegt Barsky met een glimlach. ‘De vooronderstellingen waren op z’n zachtst gezegd merkwaardig.’ Hij neemt een baantje als fietskoerier om zo de stad te leren kennen. Een man die van zichzelf zegt dat hij een enorme eigendunk heeft, een topstudent, iemand die jaren en jaren is getraind door de KGB, fietst met pakjes door New York: viel de afgedwongen nederigheid hem niet zwaar?

    Barsky krabt zachtjes achter zijn oor en glimlacht. ‘Ik herinner me nog een aantrekkelijke vrouw die riep: “De boodschappenjongen staat voor de deur!” Ik zat er niet mee. Ik heb nooit echt gedacht: Je moest eens weten.’ Maar omdat dit beeld me bijna veertig jaar later nog zo scherp voor de geest staat, vraag ik me nu toch af of ik me daar niet in vergis.’

    Hij keert elke twee jaar terug naar Moskou en Oost-Duitsland, waar ingewikkelde paspoort- en documentenverwisselingen bij komen kijken, via dead drop. De eerste keer dat hij naar huis terugkeert, in 1980, trouwt hij met Gerlinde. Een paar dagen later schuift hij de trouwring weer van zijn vinger en verdwijnt opnieuw twee jaar uit beeld.

    Maar negen maanden later klinkt er een echo van zijn andere leven door op een van de gecodeerde radioberichten die hij elke donderdagavond ontvangt. Hij is vader geworden. Twee jaar later ziet hij zijn zoon, Matthias, maar hij vindt het moeilijk om iets van verbondenheid te voelen. Zijn relatie met Gerlinde lijkt afstandelijker dan ooit. ‘Ik schoof alle gedachten voor me uit,’ zegt Barsky. ‘Op een dag zou ik voorgoed terugkeren, dan zouden we het vuur weer kunnen oprakelen.’

    Arrogant

    Albrecht Dittrich mocht dan zijn afgestudeerd in scheikunde, Jack Barsky heeft geen noemenswaardige opleiding genoten. Dus schrijft hij zich in op het Baruch College in New York en volgt avondonderwijs om een diploma te halen. In 1984 krijgt hij een baan als programmeur bij MetLife, een verzekeringsmaatschappij. Hij past zich gemakkelijk aan: hij heeft geen moeite met de taal en de dagelijkse maskerade. Wel zijn er bepaalde omgangsvormen die lastiger onder de knie te krijgen zijn. ‘Een goede vriend nam me op een keer apart en zei: “Weet je, iedereen vind je een eikel. Je gaat overal tegenin, je neemt geen blad voor de mond en je bent arrogant.” Terwijl ik dacht dat ik heel aardig was.’ Pas jaren later is hij enigszins in staat naar de omgangsvormen van zijn vroegere Duitse vrienden te kijken door de ogen van een Amerikaan. ‘Het was alsof er ergens in mijn hoofd een lampje begon te branden: O, mijn God, dat ben ik!’ Het zijn dergelijke subtiele cultuurverschillen, zegt Barsky, waar de KGB je niet op wist voor te bereiden.

    Hij is elke week een paar uur in de weer met het decoderen van berichten uit Moskou. Soms bevatten ze een opdracht: zo moet hij een keer naar Californië om het huisadres van een overgelopen Sovjetwetenschapper te achterhalen en door te geven. (De nare bijsmaak van die missie verdwijnt pas wanneer hij er jaren later achter komt dat de bewuste wetenschapper 85 jaar is geworden.) In de meeste gevallen zijn de radioberichten weinig opwindend. ‘Het irritantste is wanneer je uren hebt zitten zwoegen om iets te decoderen, en dan blijken het alleen groeten en goede wensen te zijn.’

    Tot slot kijkt hij of er nog ergens lijken in de kast zitten, alles wat eventueel ooit gebruikt zou kunnen worden om iemand te chanteren

    Antwoorden is nog ingewikkelder. Daartoe schrijft Barsky om te beginnen een nietszeggende brief aan een verzonnen vriend, op een vel papier dat is geïmpregneerd met speciale chemicaliën. Vervolgens wordt dat papier op een spiegel of een glasplaat gelegd; daarbovenop komt een vel speciaal contactpapier, en dan weer een vel normaal papier. Het geheime bericht wordt heel licht op het bovenste vel geschreven, dat vervolgens wordt vernietigd. Door de chemicaliën worden de woorden in het onderste vel geïmpregneerd. Vervolgens wordt de brief naar een adres in Europa gestuurd, waar een betrouwbare handlanger hem doorspeelt naar een KGB-agent, die hem met de diplomatieke post naar Moskou stuurt, waar hij in een laboratorium wordt ontwikkeld. Het duurt ongeveer drie weken om een bericht van New York naar Moskou te krijgen.

    Barsky’s berichten zijn vaak profielen van mensen die hij heeft ontmoet en van wie hij denkt dat ze ontvankelijk zullen zijn voor een bezoek van Sovjetagenten. Hij besteedt aandacht aan aspecten die bij de rekrutering van belang kunnen zijn. Ideologie is een van die aspecten; zwakke plekken en financiële problemen zijn ook het vermelden waard. Tot slot kijkt hij of er nog ergens lijken in de kast zitten, alles wat eventueel ooit gebruikt zou kunnen worden om iemand te chanteren.

    Agnosticisme

    Ik vraag hem hoe hij denkt over de niet-geverifieerde aantijgingen dat president Trump zich tijdens zijn bezoeken aan Rusland op compromitterende wijze heeft gedragen. Het dossier met deze aantijgingen, samengesteld door voormalig MI6-medewerker Christopher Steele, is net een paar dagen voor onze afspraak naar buiten gekomen. ‘Chantage is zonder meer een wapen in het KGB-arsenaal,’ zegt Barsky schouderophalend. ‘Als ze het kunnen gebruiken, zullen ze het niet laten. De enige vraag is of onze president echt zo dom is geweest om dat soort dingen te doen.’ De Russische geheime dienst anno nu lijkt in grote lijnen nog precies zo te denken als zijn oude instructeurs bij de KGB, zegt hij. ‘Dat zie je eigenlijk bij vrijwel alle grote organisaties: die veranderen niet zo snel.’

    In de jaren tachtig zijn het vooral radicaal-rechtse ideologen op wie Barsky zijn pijlen richt; in Amerika zouden Sovjetagenten zich voordoen als radicaal-rechtse activisten. ‘Van één iemand over wie ik verslag heb uitgebracht, weet ik zeker dat hij door de knieën zou zijn gegaan, want hij was heel erg rechts,’ zegt hij. Maar Barsky weet niet of die mensen van enige waarde zijn gebleken voor de KGB; de operationele procedures schrijven voor dat de agent die het profiel opstelt niet dezelfde mag zijn als degene die de rekrutering doet. Barsky blijft profielen opstellen en versturen; het vervolg onttrekt zich volledig aan zijn blikveld.

    ‘De Duitser en de Amerikaan waren twee verschillende mensen. Geen van beiden heeft ooit iets met meer dan één vrouw tegelijk gehad’

    Vanuit New York kan Barsky op geen enkele manier contact opnemen met Gerlinde. Hij wordt eenzaam en gaat uit, loopt uiteindelijk Penelope tegen het lijf, een stewardess uit Guyana. Zij moet trouwen om aan een verblijfsvergunning te komen, en Barsky is bereid haar te helpen.

    Hij heeft dan al zo lang een dubbelleven geleid, legt hij uit, dat het ethische dilemma van twee huwelijken er ook nog wel bij kan. Zijn twee identiteiten nemen elk een ander deel van zijn hersenen in beslag en voor zijn gevoel is noch Jack Barsky noch Albrecht Dittrich ooit ontrouw geweest. ‘De Duitser en de Amerikaan waren twee verschillende mensen. Geen van beiden heeft ooit iets met meer dan één vrouw tegelijk gehad.’

    In 1986 gaat Barsky voor de laatste keer naar Moskou. Hij maakt kennis met iemand die zich bezighoudt met bedrijfsspionage, en die raadt hem aan te gaan stelen. ‘Hij was er heel open over. Hij zei dat de Sovjet-Unie het zwaar had. “We hebben behoefte aan hardware, software, alles wat je maar kunt vinden.”’ Barsky levert software die bij hem op het werk wordt gebruikt, via dead drop, maar hij heeft geen idee of er ooit iets mee is gedaan.

    In 1988, een jaar na de geboorte van Chelsea, krijgt Barsky het bericht van de KGB dat hij moet vluchten. Hoewel hij inmiddels is afgeknapt op het Sovjet-communisme, heeft hij nooit overwogen over te lopen, zegt hij, en hij is dan ook niet van plan om nu naar de FBI te stappen. ‘Ik had me teruggetrokken in een soort agnosticisme. Ik denk dat ik mezelf een socialist zou noemen, maar ik probeerde er niet al te veel over na te denken.’

    Hij slaat de waarschuwing in de wind. Er volgen meer berichten, steeds dringender, op zijn kortegolfradio. Een paar weken later wordt hij op een metroperron aangeklampt door een onbekende, die zegt dat hij er is geweest als hij niet terugkeert naar huis. Het is voor het eerst dat er binnen Amerika iemand van de Sovjetkant contact met hem legt.

    Maar Barsky is vastberaden om te blijven. Hij stuurt een bericht naar Moskou en schrijft de KGB dat hij aids heeft opgelopen van een vrouw met wie hij iets heeft gehad en van wie hij een profiel heeft opgesteld, en dat hij een behandeling moet ondergaan die alleen in Amerika beschikbaar is; hij is absoluut niet van zins over te lopen. Opmerkelijk genoeg lijkt zijn list te werken. De Sovjets zijn als de dood voor hiv, de USSR kan elk moment uit elkaar vallen en door Michael Gorbatsjovs nieuwe politiek van openheid staat de KGB onder grote druk. De mensen aan de top hebben vermoedelijk andere dingen aan hun hoofd; een losgeslagen agent opsporen heeft geen prioriteit.

    Barsky stort zich op het gezinsleven. Penelope en hij krijgen nog een kind, een zoon, Jessie, maar het huwelijk begint scheurtjes te vertonen. Hij besluit zijn vrouw de waarheid te vertellen in de hoop zijn huwelijk te redden. ‘Weet je wat ik allemaal voor jou op het spel heb gezet? Ze hadden me kunnen vermoorden of gevangennemen,’ zegt hij tegen haar. Ze reageert eerder boos dan opgelucht: als hij illegaal in het land is, dan is Penelope zelf ook illegaal, wat betekent dat ze haar kinderen kan kwijtraken.

    ‘Ik zou waarschijnlijk sympathieker overkomen als ik iets anders zei, maar het is zoals het is. Ik voel er gewoon niets bij’

    Dit gesprek, dat plaatsvindt in 1997, blijkt in meerdere opzichten een keerpunt. Barsky wordt al jaren gevolgd door de FBI. Zijn naam is opgedoken in papieren die zijn gekopieerd uit de KGB-archieven door Vasili Mitrokin, een archivaris die in 1991 de Engelse ambassade in Riga binnen is gestapt om zijn geheimen aan te bieden. Barsky’s huis wordt al langere tijd in de gaten gehouden door FBI-agenten, soms verkleed als vogelaars; zijn auto wordt doorzocht en wanneer Penelope Londen bezoekt wordt ook zij gevolgd, door MI5. De FBI heeft zelfs het huis naast dat van Barsky gekocht en daar hebben zich twee agenten geposteerd, die steeds gefrustreerder worden omdat hij zo’n volkomen alledaags bestaan leidt. Misschien is hij een slapende cel, die wacht op een teken uit Moskou.

    Uiteindelijk wordt er afluisterapparatuur geplaatst. Als Barsky alles opbiecht aan Penelope, concludeert de FBI dat hij de actieve dienst heeft verlaten en besluiten ze toe te slaan. Barsky wordt met zijn auto aan de kant gezet en krijgt te horen dat hij misschien niet naar de gevangenis hoeft – maar dan moet hij wel meewerken. ‘Ik zei meteen ja. Ik vertelde ze alles wat ik wist,’ zegt hij. In 2009 krijgt hij een green card, en in augustus 2014 een echt Amerikaans paspoort, op naam van Jack Barsky, de identiteit die de KGB voor hem had gestolen.

    Nadat Barsky’s huwelijk met Penelope is stukgelopen huilt hij zichzelf elke avond in slaap, zegt hij. ‘Mijn bestaan had geen enkele zin meer. Ik was in de vijftig, mijn kinderen waren het huis uit, mijn huwelijk was gestrand. Wat had het nog voor zin?’ Het is dan al meer dan tien jaar geleden dat hij voor het laatst contact heeft gehad met zijn Duitse vrouw Gerlinde en hun zoon Matthias.

    De FBI-agent die op Barsky’s zaak zat, is uitgegroeid tot een goede vriend

    Hij rolt van het ene baantje in het andere, werkt voor verschillende bedrijven, eerst als programmeur, later als hoofd IT. Hij begint een voorzichtige affaire met zijn assistente, Shawna, met wie hij later trouwt. Ze wonen nu ergens buiten Atlanta, met hun dochtertje van zes, Trinity. Via Shawna heeft Barsky God gevonden en zijn geloof vult het gat dat is ontstaan toen het communistische vuur doofde. Joe Reilly, de FBI-agent die op Barsky’s zaak zat en die de ondervragingen deed, is uitgegroeid tot een goede vriend en de peetvader van Trinity.

    Shawna, een Jamaicaanse die iets meer dan tien jaar geleden naar de Verenigde Staten is gekomen, vertelt met een glimlach over haar eerste afspraakje met Barsky. Hij besluit haar alles over zijn verleden te vertellen, waardoor zij een van de weinigen buiten de FBI is die zijn ware verhaal kent. Maar ze lacht alleen maar. ‘Ik was daarvoor getrouwd geweest met een man die alles aan elkaar loog,’ zegt ze, ‘dus ik wilde het eigenlijk helemaal niet horen. Ik vond hem nogal zonderling, en ik dacht: ik vind het best, hoor, als jij in een fantasiewereld wilt leven – maar ik hoef het allemaal niet te horen.’ Pas jaren later, vertelt ze, dringt tot haar door dat zijn verhaal, dat hij in Duitsland is opgegroeid, weleens waar zou kunnen zijn.

    Barsky leeft een aangenaam burgerbestaan en speelt overtuigend de rol van een ‘geboren Amerikaan’ – precies waarvoor hij ooit op missie is gestuurd – maar hij heeft een paar eigenaardigheden overgehouden aan zijn KGB-tijd. Soms, wanneer hij tijdens het hardlopen een auto geparkeerd ziet staan op een merkwaardige plek, begint hij te zigzaggen om mogelijke achtervolgers af te schudden. Meestal blijkt het om vogelspotters te gaan (en dan dit keer echte) of vrijende stelletjes. Hij is ook nog niet helemaal losgekomen van het patroon van dead drops en geheime schuilplekken, al leeft hij zich nu uit op koekjes. ‘Ik weet dat ik geen koekjes zou moeten kopen, dus ik verstop ze. Op verschillende plekken – er valt geen patroon in te ontdekken. Shawna zegt dat ik ze niet hoef te verstoppen, maar ik kan het gewoon niet laten.’

    In 1988 sloeg hij een bevel van hogerhand in de wind, zegt hij, vanwege zijn pasgeboren dochtertje – hij verkoos haar boven Gerlinde en Matthias. ‘Ik weet niet of ik hetzelfde had gedaan als Chelsea een jongetje was geweest. Voor mijn gevoel zijn vrouwen betere mensen.’

    Verklaring

    Maar er zijn minstens twee mensen in zijn leven voor wie die beslissing bijzonder pijnlijk is. Gerlinde krijgt van de KGB te horen dat haar man is overleden aan aids, en zijn moeder, die in de overtuiging verkeert dat hij naar Bajkonoer is gestuurd, wordt in het ongewisse gelaten. Barsky zet zijn Duitse gezin uit zijn hoofd, vastbesloten om nooit meer contact met hen op te nemen.

    Wanneer Chelsea achttien wordt, vertelt hij haar over zijn verleden. Zij blijkt er heel anders tegenaan te kijken: wanneer ze hoort dat ze een halfbroer in Duitsland heeft, gaat ze naar hem op zoek. In 2014 gaat ze samen met Barsky naar Duitsland om een bezoek te brengen aan Matthias, die inmiddels in de dertig is. Gerlinde leeft nog, maar wil hem niet zien. Ze heeft meer dan een kwarteeuw in de veronderstelling geleefd dat de vader van haar zoon dood was. Barsky zegt wel zich schuldig te voelen, maar zegt ook dat een excuus niet meer zou zijn dan loze woorden. ‘Als we elkaar spreken, zal ik zeker zeggen dat het me vreselijk spijt; maar hoe je het ook wendt of keert, ik heb domweg niet voor haar gekozen. Ik heb niet gekozen voor een andere vrouw, ik heb gekozen voor een kind.’

    Zijn moeder heeft zich jaren en jaren vertwijfeld afgevraagd wat er van haar vermiste zoon is geworden. Ze heeft zowel Gorbatsjov als de eerste Oost-Duitse kosmonaut geschreven, om te vragen of zij iets wisten van een jonge diplomaat die op een geheime missie naar Bajkonoer is gestuurd. Jaren later leert ze op safari een Duitse wetenschapper kennen. De wetenschapper vertelt haar dat hij binnenkort naar Rusland gaat en als Barsky’s moeder hem vertelt over haar vermiste zoon, belooft hij een oproep te doen op de Russische televisie. Zoals te verwachten komt er geen enkele reactie. Barsky’s moeder overlijdt zonder te weten hoe het hem is vergaan.

    Barsky vertelt het zonder zichtbare emotie. ‘Het klinkt hard, maar ze heeft het aan zichzelf te danken,’ zegt hij. ‘In de band tussen ouder en kind moet de ouder het zaadje van de emotionele verbintenis planten. Ze heeft me nooit geknuffeld. Daarmee wil ik niet goedpraten dat ik tegen haar heb gelogen. Het is geen excuus, maar wel een verklaring.’

    Wat zijn drie jaar jongere broer betreft, die weet Barsky op te sporen in Berlijn. Ze mailen elkaar, maar uiteindelijk zegt de broer dat hij Barsky niet wil zien, hij kan hem niet vergeven dat hij hun moeder de laatste jaren van haar leven zo heeft laten lijden. Barsky haalt zijn schouders op, alsof hij die beslissing onbegrijpelijk vindt. ‘Hij moet het zelf weten. Hij had naar Amerika kunnen komen om me op te zoeken. Ik heb hem nooit kwaad gedaan. We hadden nauwelijks een band. Hij was altijd een matige leerling.’

    Deze onverschillige opmerkingen over zijn Duitse familie botsen met Barsky’s gebruikelijke jovialiteit. Gaat hij echt niet gebukt onder schuldgevoel, voelt hij zich echt niet verantwoordelijk? Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik zou waarschijnlijk sympathieker overkomen als ik iets anders zei, maar het is zoals het is. Ik voel er gewoon niets bij.’ Na een leven dat van leugens aan elkaar hing, kan hij nu niet anders dan eerlijk zijn.

    Ik vraag hem wat Jack Barsky zou zeggen tegen de jonge Albrecht Dittrich, als hij terug zou kunnen gaan in de tijd, naar een moment voordat de man van de Stasi op zijn deur klopte. Hij aarzelt geen moment. ‘Ga er niet op in. Je bezorgt jezelf alleen maar ellende. De hele opzet is gedoemd te mislukken, en in de meeste gevallen loopt het dan ook op niets uit; en het is bij lange na niet zo spannend als het lijkt. Undercoverwerk is behoorlijk saai: 99 procent van het werk bestaat uit wachten, en 1 procent uit actie. Het is een eenzaam bestaan.’

    Maar, zegt hij, alles verloopt volgens Gods plan, en in de nadagen van zijn bestaan heeft hij eindelijk rust en harmonie gevonden. ‘Ik heb altijd dit kinderlijke gevoel gehouden dat alles uiteindelijk wel goed zou komen,’ zegt hij, met een zweem van nostalgie. ‘En in zekere zin is dat ook het geval.’

    Deep Undercover: My Secret Life And Tangled Allegiances As A KGB Spy in America, door Jack Barsky, is verschenen bij uitgeverij Tyndale Momentum.

  • Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Een werkloze kok heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit op film was vastgelegd: hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars bereid zijn om de VN-sancties grof te schenden. Dat toont de film De Mol. Het verhaal is zo bizar, dat velen aan de echtheid twijfelen.

    Aan het einde van de film, in een van de laatste shots, zit Ulrich Larsens echtgenote Sacha met de rug naar de camera. Haar blik is op haar man gericht, en langzaam zegt ze: ‘Ik vind dat je een idioot bent. Ook omdat je me niets verteld hebt.’ Wat antwoorddde UlrIch Larsen, ‘de mol’ zoals hij in de film genoemd wordt, zijn vrouw? ‘Ja, je hebt gelijk.’

    Een van de beste geheime operaties

    Hij is werkelijk naar de afspraak gekomen, de man die verantwoordelijk is voor wat Ola Kaldager, ooit chef van de Noorse inlichtingendienst E14, ‘een van de beste geheime operaties’ noemt die hij ooit heeft gezien. De man die door de Noord-Koreanen een leugenaar en een manipulator wordt genoemd. Nu zit hij in een onopvallend café in een onopvallende buitenwijk van Kopenhagen, waar Ulrich Larsen met zijn vrouw en kinderen woont. Hij draagt een grijs sweatshirt en heeft een kaalgeschoren hoofd. Je begrijpt meteen hoe zo iemand zich onzichtbaar kan maken. Hij is bovendien rustig en analytisch, en een nauwkeurige verteller met een verbazingwekkende opmerkzaamheid. 

    Ze hadden nooit gedacht dat het zo groot zou worden. Ulrich Larsen niet, die de hele zaak op touw had gezet, en Jim Latrache-Qvortrup, de ‘dritte im Bunde’, al evenmin. ‘Het werd voor een deel zo gek dat ik de mensen begrijp die zeggen: “Dat kan helemaal niet,”’ zegt Latrache-Qvortrup. ‘Hoe moet je in hemelsnaam deze film uitleggen aan iemand die hem nog niet gezien heeft? Hoe doe je dat?’

    Een poging: een Deense kok die door ziekte arbeidsongeschikt is verklaard en van een uitkering leeft, duikt in de bizarre wereld van de vrienden van Noord-Korea in Europa. Daar speelt hij tien jaar lang als undercover de trouwe communist, en dringt hij steeds dieper door in de inner circle van de hiërarchie, tot hij samen met een voormalige cokedealer en legionnair van het vreemdelingenlegioen bij geheime ontmoetingen in Beijing en Pyongyang Noord-Koreaanse wapenhandelaars ertoe brengt verdragen te ondertekenen die onder andere voorzien in de bouw van een ondergrondse fabriek voor drugs en wapens door Noord-Korea op een eiland in het Victoriameer in Oeganda.

    Dat zou, in grote lijnen, pas de helft van het verhaal zijn. Klinkt dat te grotesk voor een Hollywood-scenario? Het wordt nog gekker: Ulrich Larsen heeft elke afzonderlijke stap in deze reis gefilmd, met inbegrip van het ondertekenen van het verdrag voor de wapenfabriek in een geheime kelder in Pyongyang.

    De mol

    Al die jaren werkte Ulrich Larsen samen met de documentairefilmer Mads Brügger uit Kopenhagen. Lars zocht contact met hem nadat hij een vroegere documentaire over Noord-Korea van Brügger had gezien, en bood hem aan materiaal te leveren. Aanvankelijk was Brügger niet geïnteresseerd. ‘Die Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging is een tamelijk deprimerende aangelegenheid,’ zegt Mads Brügger bij een gesprek in zijn kantoor in de binnenstad van Kopenhagen. ‘Maar ik heb tegen Larsen gezegd: als er ontwikkelingen zijn, hou me dan op de hoogte.’

    Er waren ontwikkelingen. En Mads Brügger maakte daarvan uiteindelijk de documentaire De mol, die in première ging bij de BBC en de publieke tv-zenders in onder andere Denemarken, Noorwegen en Zweden [en Nederland]. 

    Nogmaals: een werkloze kok, vader van een gezin uit een buitenwijk van Kopenhagen, fan van Metallica en liefhebber van modelspoorbaantjes, heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit door iemand op film was vastgelegd – namelijk hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars blijkbaar bereid zijn om de door de Verenigde Naties uitgevaardigde sancties grof te schenden.

    En terwijl Noord-Korea-deskundigen erover twisten of de in de film getoonde Noord-Koreanen zich wel echt aan hun deel van de deal gehouden hebben, of dat in dit schimmenspel misschien iedereen alle anderen voor de gek houdt, hebben medewerkers van de Verenigde Naties contact gelegd met de filmmakers en bestuderen ze het door hen geleverde materiaal. En de ministers van Buitenlandse Zaken van Zweden en Denemarken meldden zich met een gemeenschappelijke verklaring: ‘Wij nemen de inhoud van de documentaire zeer serieus,’ heet het. Men heeft besloten de zaak voor te leggen aan de EU en het VN-comité voor sancties.

    ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf. Ik had een project nodig’ 

    Waarom steekt iemand zijn neus in zulke zaken? In het café vertelt Ulrich over zijn vader die werkte op de veerboten die van Denemarken naar Duitsland voeren. Als kind mocht hij vaak meevaren, meestal naar Puttgarden, maar soms ook naar het Oost-Duitse Warnemünde. De zeelui hadden er plezier in de jongen te waarschuwen om niet aan land te gaan. ‘Ze zeiden dat daar het communisme wachtte.’ Kort na de val van de muur, als hij dertien is, leerde hij op een van die schepen een jongen uit Rostock en zijn zus kennen. De families bezochten elkaar over en weer. ‘Wij kwamen in Rostock en zij bij ons in Gedser. We voerden urenlange gesprekken, ook over socialisme en kapitalisme, over het gedeelde Duitsland.’ Sindsdien spreekt Larsen bijna accentloos Duits.

    Hij wilde altijd kok worden, zegt Larsen, en toen hij het werd, voelde hij zich helemaal op zijn plek: de vriendschap in de keuken, het plezier, en dan elke dag het moment ‘waarop de stilte in een paar seconden verandert in een wervelstorm’. 

    Op zeker moment deed zijn alvleesklier niet meer mee, hij kreeg zware diabetes. Nog altijd is eten pijnlijk voor hem. Algauw was van werken geen sprake meer. ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik had een project nodig.’ Toen zag hij op televisie The Red Chapel, een film van Mads Brügger, die in 2009 met twee uit Korea afkomstige Deense komieken naar Noord-Korea gereisd was. Noord-Korea fascineerde hem, zegt Larsen. Urenlang zocht hij informatie op het internet. Aanvankelijk was hij vooral geboeid door de parallellen met het gedeelde Duitsland, maar algauw boezemde het atoomprogramma van de regerende Kim-dynastie hem angst in. ‘Ik dacht: Kan ik misschien iets doen?’

    Ulrich Larsen legt contact met de filmmaker. En wordt lid van de Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging, een troosteloos stelletje socialisten van de oude stempel. Van het begin af aan nam hij zijn camera mee en gebruikte die om korte fimpjes van de vergaderingen op het net te zetten. In die filmpjes wordt Larsen een propagandist van het regime, hij prijst het goede leven in Noord-Korea. ‘Het ging erom het vertrouwen van die mensen te winnen,’ zegt hij. Steeds weer gebeurde er maandenlang niets. Larsen blijft geduldig. Hij vertelt zijn vrouw over de vriendschapsvereniging, maar niet over zijn ware bedoelingen, niet over het filmproject.

    In 2012 wordt Ulrich voor het eerst uitgenodigd om naar Noord-Korea te komen. Daar krijgt hij een medaille van het regime voor zijn loyaliteit, en op die reis leert hij Alejandro Cao de Benós kennen, een van de meest kameleontische figuren in het verhaal: Cao de Benós stamt af van verarmde Spaanse adel maar heeft in de voorbije jaren met zijn ‘Korean Friendship Association’ (KFA) naam gemaakt als de grootste cheerleader van het regime

    Hij trad de laatste jaren in het Westen steeds weer op als bemiddelaar voor degenen die toegang wilden krijgen tot het geïsoleerde land. In de film leren we Alejandro Cao de Benós kennen als iemand die in Pyongyang in een operette-achtig officiersuniform voor duizenden partijbonzen Koreaanse slagzinnen brult, en die Larsen waarschuwt voor ‘de neger’, die ‘alleen maar slaapt en steelt’.

    ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in’ 

    Interessant wordt het verhaal op het moment waarop de Spanjaard Ulrich Larsen opneemt in zijn KFA, hem tot zijn ‘Scandinavische vertegenwoordiger’ maakt en hem dan verzoekt om investeerders te zoeken voor het door de sancties geteisterde Noord-Korea. Het is intussen 2016. En nu spitst regisseur Mads Brügger zijn oren. ‘Ik wist dat we Alejandro een investeerder moesten presenteren.’ Dus ging hij op zoek naar een acteur die voor hem de rol kon spelen van een Noorse oliemiljonair. En hij vond ‘mr. James’, in het echte leven Jim Latrache-Qvortrup, voormalig soldaat van het vreemdelingenlegioen en cocaïnedealer van de Kopenhaagse jetset, die op dat moment juist vrijkwam uit de gevangenis. ‘In het Deens zeggen we dan: alsof er een sinaasappel in je tulband valt,’ zegt Mads Brügger. Een gelukstreffer. ‘Jim bloeit op in gevaarlijke situaties. En dan ontpopt hij zich ook nog als een begenadigd toneelspeler.’

    ‘Eerst zei ik tegen Mads: je maakt een grapje zeker,’ vertelt Jim Latrache-Qvortrup, ‘en toen: ik doe het.’ Zijn luide schaterlach rolt door de lobby van het hotel. Latrache heeft voorgesteld het gesprek te voeren in het ‘Angleterre’, de elegantste gelegenheid van Kopenhagen. Hij heeft een kortgeknipte volle baard en perfect gekamde haren, net alsin de film. ‘Jezus,’ zegt hij. ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in.’ 

    In de docu speelt hij een in Karl Lagerfeldpakken geklede blaaskaak die op zoek is naar crystal meth en wapens. In werkelijkheid heeft hij, dyslectisch als hij is, met de hulp van zijn vrouw – model en Zuid-Oostazië-specialist – in de gevangenis alsnog zijn eindexamen gehaald, en speelt hij tijdens het diner de liefdevolle en charmante tafelheer. ‘Voor mij was het een achtbaanritje op adrenaline,’ zegt hij.

    Krankzinnige reis

    Vanaf dat moment reizen Ulrich Larsen en ‘mr. James’ samen. Het wordt een krankzinnige reis. Deels gefilmd met een verborgen camera, maar vaak ook heel openlijk door Larsen, die de kameraden al jaren kennen als YouTuber voor de Noord-Koreaanse zaak. We zien Alejandro Cao de Benós die al tijdens het eerste gesprek met ‘mr. James’ opschept dat Noord-Korea ‘zich aan geen enkele regel hoeft te houden’: ze kunnen zorgen voor crystal meth, maar willen ook graag ‘fabrieken bouwen om duikboten en tanks te produceren.’

    Allemaal loze praatjes? In een schriftelijke reactie verklaart Cao de Benós dat de film ‘in scène gezet en gemanipuleerd’ is. Hij zou nooit een opdracht uit Noord-Korea voor wapen- of drugsdeals hebben gekregen. Maar in de film zitten de twee Denen na zijn bemiddeling al snel met mensen van de Noord-Koreaanse geheime dienst achter in een limousine in Pyongyang, en vervolgens in een ondergronds restaurant, waarin de ondertekening van een heel bijzondere overeenkomst ’wordt gevierd met karaoke en vele rondjes “Skol!”: de Noord-Koreanen hadden voorgesteld een ondergrondse fabriek voor crystal meth en wapens te bouwen in Oeganda, op een eiland in het Victoriameer, onder een luxe resort. Codenaam: “The Tourism Project”’.

    ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Ze ontmoeten de Noord-Koreanen in Oeganda om het eiland te bezichtigen, en horen een als ‘Danny’ voorgestelde Noord-Koreaan zeggen: ‘Jullie brengen je vliegtuigen onder de dekmantel van humanitaire hulp naar ons land, dan kunnen wij de bestelde goederen inladen. Jullie betalen ons en vliegen terug.’ De president van de Narae Trading Corporation, een wapenfabriek, overhandigt ze in Pyongyang een catalogus en een prijslijst: vele bladzijden vol met raketwerpers, drones, luchtafweerraketten, scudraketten met een bereik van 1350 kilometer, veertien miljoen dollar per stuk. De Noord-Koreanen stellen een keer een driehoeksdeal voor. Het idee: zij krijgen olie van een zakenman uit Jordanië, bouwen voor mr. James de fabriek in Oeganda, en daarvoor betaalt mr. James de Jordaniër. Ze vragen mr. James of hij voor hen geen wapens naar Syrië kan transporteren: ‘Projectielen, bommen…’ Ten slotte wordt Ulrich Larsen uitgenodigd in de Noord-Koreaanse ambassade in Stockholm, waar een diplomaat hem het uitgewerkte plan overhandigt voor de als luxe hotel vermomde wapenfabriek in het Victoriameer: ‘Het ziet eruit als in een film,’ zegt de heimelijk gefilmde Noord-Koreaan, en dan: ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Mads Brügger noemt zich in de film een keer een ‘filmmaker die uit is op sensatie’. Men verwijt hem dat hij zijn beide protagonisten op onverantwoorde wijze blootgesteld heeft aan gevaar in een regime dat bekendstaat om zijn meedogenloosheid. Ulrich Larsen en Jim Latrache-Qvortrup ontkennen dat allebei. ‘In tegendeel,’ zegt Latrache-Qvortrup: ‘Mads en de producent hebben mij afgeremd toen ik verder wou gaan.’ En het was tenslotte allemaal zijn idee, zegt Ulrich Larsen. Niemand heeft hem ooit ergens toe gedwongen. Maar terwijl ‘mr. James’ beweert van ‘ieder moment’ van het avontuur te hebben genoten, is aan Larsen nu nog de beklemming te merken als hij over scènes vertelt waarin hij bijna werd ontmaskerd.

    Detector

     In Tarragona zat hij een keer met Alejandro Cao de Benós in zijn ‘bunker’, toen de Spanjaard een afluisterdetector haalde en Larsen – die microfoon en camera op zijn lichaam droeg – daarmee scande. In de film hoor je de detector plotseling luid piepen. ‘Op dat moment dacht ik: Nu is alles voorbij,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik dacht aan mijn vrouw. Dat zou het ergste geweest zijn: als het hier was afgelopen, dan zou ik mijn gezin nooit de waarheid verteld hebben.’

    Larsen bleef koel en gaf de schuld aan de elektrische sleutel van de huurauto. Hij komt ermee weg, zichtbaar geschrokken, en gaat toch door. ‘Ik wilde gewoon die informatie eruit krijgen,’ zegt hij. ’Ik wilde de wereld laten zien hoe Noord-Korea en zijn bondgenoten handelen.’

    Nu zijn zijn beelden publiek geworden. En de deskundigen twisten over de interpretatie ervan. De door de filmmaker geleverde details zijn ‘adembenemend’, zeggen de Noord-Koreadeskundigen Rüdiger Frank en Peter Ward: ‘Vroegere berichten over hoe Noord-Korea probeert de sancties te omzeilen, worden hier bevestigd en dramatisch geïllustreerd.’ Maar er zijn ook onbeantwoorde vragen. Sommigen geloven in een misleidingspoging van Noord-Korea. Hebben de Noord-Koreanen gewoon geprobeerd om de beide Denen te bedriegen? Waarom hebben de Noord-Koreanen nooit een grondig antecedentenonderzoek gedaan naar die zogenaamde oliemiljonair mr. James? Anderen brengen daar tegenin dat de documentaire op haar manier ook toont hoe goed de sancties van de VN functioneerden en dat de Noord-Koreanen ronduit vertwijfeld waren in hun zoektocht naar geld.

    De intentie van de Noord-Koreanen in de film is niet met zekerheid te achterhalen. ‘Dat het werkelijk tot wapenleveranties zou komen, was wat ons betreft uitgesloten,’ zegt regisseur Brügger. ‘Dat was de rode lijn die we nooit overschreden zouden hebben.’

    ‘Allemaal gelogen’

    In Kopenhagen zetten beide protagonisten intussen de eerste stappen terug in hun normale leven. Jim Latrache-Qvortrup verdient zijn geld tegenwoordig met een exclusieve massagepraktijk. Angst voor vergelding van de kant van Noord-Korea heeft hij niet, zegt hij. Ze hebben een ontmoeting gehad met mensen van de Deense geheime dienst PET, en ook hun inschatting luidt; wees voorzichtig, maar er is geen acuut gevaar. De documentaire, meent Jim Latrache-Qvortrup, heeft sinds de uitzending zijn leven veranderd. Degenen die hem eerder altijd als een ex-crimineel hadden bestempeld, zagen hem nu met andere ogen. ‘Zelfs als ik morgen neergeschoten zou worden, zou ik nu sterven als een held en de naam van mijn tweee zoons zou gezuiverd zijn.’ Dan lacht hij, als bevrijd.

    De Noordkoreaanse ambassade in Zweden noemt de film in een verklaring ‘verzonnen’ en ‘deel van de intriges van vijandige krachten’ tegen Noord-Korea. Over de ‘manipulator Ulrich’ heet het dat hij ‘op het moment wel is ondergedoken’, maar dat men zijn leugens snel kan ontkrachten: ‘Het zou niet moeilijk zijn hem te vinden.’

    Ulrich Larsen heeft voor de film nooit een cent gekregen. Ook hij houdt contact met de Deense geheime dienst. Nee, hij is niet verhuisd, en hij zit niet in een getuigenbeschermingsprogramma. Maar hij let nu wel op met wie hij afspreekt, waar hij heen gaat en rijdt; hij verandert zijn routes elke dag. Hij is opgelucht, zegt hij, dat zijn gezin nu alles weet. Dat zijn vrouw hem heeft vergeven. Bij de première in een Kopenhaagse bioscoop waren ze allemaal trots op hem: zijn vader, zijn vrouw en beide dochters. De veertienjarige toonde hem opgewonden een berichtje op haar mobiel: haar vrienden deden nu in de klas een project over zijn film. ‘Ik ben opeens een coole vader,’ zegt Ulrich Larsen. Zijn eigen vader heeft hem na de premiere geschreven dat hij trots op hem was: ‘Maar doe zoiets nooit weer!’ Zou hij dat dan doen? Hij zwijgt. ‘Je weet het nooit,’ zegt hij. 

    Ulrich Larsen, de mol. Een paar keer tijdens het gesprek heeft hij Noord-Korea zijn ‘hobby’ genoemd. Het is maar goed, zegt hij ten slotte, dat hij nog een andere hobby heeft: zijn modelspoorbaan, een Märklin. Als hij een keer geld heeft, dan wil hij een wens vervullen: een moderne Märklin Mini, computergestuurd, tweemaal anderhalve meter. ‘Ik zou een kleine stad bouwen, met huizen en treinen, zes, zeven stuks misschien.’ Het klinkt als een groot avontuur.

    De documentaire is te kijken op NPO Plus.

  • Waar is Roman Abramovitsj?

    Waar is Roman Abramovitsj?

    De dagen van de rijke Russen in Londen lijken geteld. Lange tijd gold het VK als speeltuin voor oligarchen, met Roman Abramovitsj als lichtend voorbeeld. Maar nu lijkt de Britse regering het op deze lieveling van Poetin gemunt te hebben.

    Afgelopen augustus, toen supporters van de Chelsea Football Club in het Stamford Bridge-stadion toekeken hoe hun team de Londense rivaal Arsenal versloeg, rolde een groep op de bovenste tribune een twaalf meter breed rood-met-wit spandoek uit. ‘The Roman Empire’, stond er in koeienletters op, naast een foto van de eigenaar van Chelsea, de Russische miljardair Roman Abramovitsj. Vlak daaronder verkondigde een ander spandoek: ‘15 Years. 15 Trophies’.

    Abramovitsj was die dag niet bij de wedstrijd aanwezig. Hij is zelfs helemaal niet meer in Londen gezien sinds het Verenigd Koninkrijk afgelopen lente heeft nagelaten zijn visum te verlengen, kort nadat het Rusland had beschuldigd van het gebruik van een dodelijk zenuwgas op Britse bodem en de relatie tussen Londen en Moskou in een crisissfeer belandde.

    Abramovitsj kocht het bijna failliete Chelsea in 2003 voor 140 miljoen pond en heeft de club sindsdien meer dan 1,1 miljard pond geleend. Chelsea had de landstitel al sinds 1955 niet meer gewonnen. Zijn grote investering bracht daarin verandering en leidde tot een soort wapenwedloop in het Engelse voetbal. In sommige opzichten leek het op het Amerikaanse model: koop talent, koop titels en verkoop merchandise en mediarechten. Maar anders dan eigenaars van Amerikaanse sportteams leek Abramovitsj niet beducht voor gigantische verliezen. (En hij had niet te kampen met investeringslimieten, tot er in 2010 nieuwe regels van kracht werden.) Tijdens de wedstrijd tegen Arsenal hoonden de Chelseasupporters hun tegenstanders met de slogan ‘Wij hebben alles gewonnen!’, waarop de Arsenalfans terug scandeerden: ‘Jullie hebben alles gekocht!’

    De Britse wetgevers noemen de instroom van Russische contanten inmiddels een nationaal veiligheidsrisico

    De Chelseafans zijn nog steeds dol op hun met geld smijtende eigenaar, ook al komt de Britse regering in opstand tegen het Kremlin. Nu overweegt Abramovitsj de verkoop van Chelsea, uit frustratie over zijn Britse visaproblemen en bezorgdheid over de mogelijke gevolgen als de VS de sancties tegen rijke Russen uitbreidt en ook hem op de korrel neemt. Volgens ingewijden heeft hij al een bod van ruim 2,3 miljard dollar (2 miljard euro) voor de club geweigerd, wat het hoogste bedrag zou zijn dat ooit voor een sportteam is neergeteld. Eerder dit jaar huurde Abramovitsj de New Yorkse zakenbank Raine Group LLC in om te adviseren over volledige of gedeeltelijke verkoop van de club. Volgens iemand die deze gesprekken heeft gevolgd zou Abramovitsj 3 miljard pond (3,4 miljard euro) willen. Zijn vertegenwoordigers weigerden ondanks talrijke verzoeken commentaar te geven op dit verhaal en verwezen voor alle communicatie naar zijn advocaten, die ook geen commentaar wilden leveren.

    Met een vermogen van 14,7 miljard dollar (12,7 miljard euro), verdiend met olie en metalen, weet Abramovitsj zich verzekerd van de zegen van de Russische president Vladimir Poetin. Media schrijven over nauwe banden tussen de twee, dankzij welke Abramovitsj enerzijds zijn rijkdommen kon vergaren, en Poetin anderzijds ervan kan meeprofiteren. De Russische president schijnt Abramovitsj zelfs te zien als een soort lievelingszoon. Deze status heeft hem nu in het kruisvuur van de dreigende Koude Oorlog 2.0 doen belanden. Maar hij is niet de enige Rus voor wiens visumverlenging is geweigerd; volgens Londense immigratieadvocaten schijnen Britse ambtenaren de meeste Russische visumaanvragen uiterst traag te behandelen om Poetin te straffen. Tegelijkertijd doet de Britse regering nauwkeurig onderzoek naar de rijkdom van Russen die Londen als basis gebruiken en noemen wetgevers de instroom van Russische contanten inmiddels een nationaal veiligheidsrisico.

    ‘We hadden lastigere vragen moeten stellen, en daar zijn we de afgelopen twaalf maanden mee begonnen’, zegt Ben Wallace, de Britse minister van Veiligheid. ‘We behouden ons te allen tijde het recht voor om welk visum dan ook in te trekken. We hebben de macht om gewoonweg te zeggen: “Nee, dank u. U bent niet welkom.”’

    De aantoonbaar geheimzinnigste Russische miljardair Abramovitsj heeft al meer dan tien jaar lang geen interview gegeven. Met huizen in Aspen, Cap d’Antibes, Moskou, New York, Saint Barth en Tel Aviv zit hij bijna voortdurend in een van zijn jets. Desondanks is hij de avatar van Londongrad, de bijnaam die de Britse hoofdstad ontleent aan het grote aantal rijke Russen dat er woont. Hij heeft naar verluidt 90 miljoen pond (ruim 10,2 miljoen euro) betaald voor een herenhuis op enkele deuren van de Russische ambassade in Kensington. Als in een karikatuur van de Russische geldsmijterij kreeg hij in 2016 toestemming zijn huis uit te breiden tot 1850 vierkante meter om er een in zijn woorden ‘armzalig’ zwembad te dempen en een nieuw ondergronds zwembad en ‘personeelsverblijven’ toe te voegen. Vijf van zijn zeven kinderen hebben hun onderwijs grotendeels in het VK genoten.


    De huidige problemen van Abramovitsj hebben de rijke Russen in Londen de stuipen op het lijf gejaagd. ‘Het is alsof er een granaat in de regering is gegooid, en niemand weet hoe het zal aflopen,’ zegt Dmitri Gololobov, een in Londen woonachtige advocaat die voor Yukos Oil Co. heeft gewerkt. ‘Iedereen is nu bezig zijn risico’s in het VK te minimaliseren. Niemand weet hoe grondig hij zal worden onderzocht.’

    Als reactie op de vertraging trok Abramovitsj zijn visumaanvraag in. Op 28 mei landde zijn Gulfstream G650 in Tel Aviv, waar hij een huis bezit in de exclusieve wijk Neve Tzedek. Als groot donateur aan Joodse goede doelen in Rusland en investeerder in meer dan een dozijn Israëlische tech-start-ups en durfkapitaalbedrijven kon Abramovitsj twee dagen later vertrekken met een Israëlisch paspoort op zak. Daarmee kan hij zes maanden lang in het VK verblijven zonder visum. Wanneer hij het staatsburgerschap heeft aangevraagd, is onduidelijk. Maar zeker is dat hij door deze zet in een klap de rijkste man van Israël werd. De dag nadat Abramovitsj Israël had verlaten maakte Chelsea bekend dat het voorlopig afziet van uitbreidingsplannen voor het stadium ter waarde van een miljard pond, als gevolg van het ‘huidige ongunstige investeringsklimaat’.

    ‘Abramovitsj heeft geld uitgegeven om een zeker aanzien in de Britse maatschappij te verwerven’, zegt de Britse Ruslandkenner Mark Galeotti. ‘Maar zijn verwachtingen ten aanzien van zijn belangrijke rol in het Britse voetbal zijn niet allemaal uitgekomen. Hij staat genoeg in de publiciteit en heeft genoeg banden met het Kremlin om nu als zondebok voor deze nieuwe campagne tegen Poetin te fungeren. Wellicht zal hij besluiten dat hij maar beter kan vertrekken.’

    Rich, Russian and Living in London

    Als financiële hoofdstad van Europa – met coulante regelgeving – heeft Londen altijd veel internationale investeerders aangetrokken die er een veilige haven vonden voor hun geld. Vooral voor Russen heeft de stad van oudsher een speciale aantrekkingskracht. Het is maar vier uur vliegen van Moskou en Londen biedt lagere belastingen dan Parijs. Er is ook een keur aan wereldberoemde privéscholen waar de statusgevoelige Russen graag hun kinderen naartoe sturen. Volgens officiële cijfers beliepen de Russische tegoeden in het VK eind 2017 22 miljard pond (bijna 25 miljard euro), maar daar zijn de offshore-activiteiten niet bij gerekend.

    Volgens een Brits parlementair rapport van afgelopen mei getiteld Moscow’s Gold is er de afgelopen twintig jaar 100 miljard pond (ruim 113 miljard euro) aan Russisch geld het VK binnengestroomd. Volgens de officiële telling wonen er 66 duizend Russen in het VK, maar volgens andere schattingen zijn het er wel 150 duizend. Er worden Russische debutantenbals gehouden in het vijfsterrenhotel Grosvenor House (al is de editie van 2018 net afgelast; te veel genodigden hebben visaproblemen), er zijn chique restaurants geopend met borsjtsj op de kaart en er is al een niet gering aantal tv-series en documentaires aan de Russen in Londen gewijd, waaronder in 2015 het BBC-programma Rich, Russian and Living in London. Eaton Square heeft zo veel Russen getrokken dat de Londenaren het inmiddels Red Square noemen.

    Tot voor kort was Londen ook de favoriete bestemming voor de verkoop van Russische obligaties en aandelen. Eind vorig jaar hadden meer dan honderd bedrijven uit Rusland en de voormalige Sovjet-Unie een beursnotering in Londen, met een totale waarde van zo’n 550 miljard dollar (bijna 475 miljoen euro). Een daarvan is Evraz Plc, de Russische staalgigant waarin Abramovitsj een aandeel van 30 procent heeft. De Britse regering heeft tussen 2008 en 2014 bijna zevenhonderd investeerdersvisa verleend aan Russen die bereid waren minstens een miljoen pond (ruim 1,1 miljoen euro) naar het VK te brengen. Om in aanmerking te komen voor een investeerdersvisum hoefden ze alleen maar aan te tonen dat de tegoeden de voorgaande drie maanden op hun naam hadden gestaan. Als ze het geld via een gift of lening van een door het VK erkende financiële instelling hadden verkregen, konden ze zich al kwalificeren. Het programma bleek zo populair dat de Britse regering de drempel eind 2014 verdubbelde en leningen uitsloot.

    Abramovitsj heeft zich tijdens de voor Rusland tumultueuze jaren negentig opgewerkt tot miljardair. Zoals te lezen in de biografie Abramovich: The Billionaire From Nowhere (2004) werd hij wees op zijn tweede en is hij grootgebracht door zijn oom in de Noord-Russische stad Oechta, voordat hij naar Moskou verhuisde om bij zijn grootmoeder te gaan wonen. Hij verliet de universiteit voor het ineenstorten van de Sovjet-Unie en verdiende zijn eerste geld met de verkoop van poppen in een marktkraampje.

    Toen Jeltsin afwoog wie hij als zijn opvolger moest kiezen, stuurde Berezovski Abramovitsj naar Sint Petersburg voor het verjaardagsfeest van Poetin

    Tegen 1990 was hij een ambitieuze jonge oliehandelaar, en in 1995 kocht hij samen met Boris Berezovski het oliebedrijf Sibneft toen Rusland de staatseigendommen privatiseerde. Berezovski was destijds een prominente oligarch die een enorme invloed uitoefende op president Boris Jeltsin. Berezovski was namelijk lid van Jeltsins kring van politieke intimi, die bekendstond als ‘de Familie’. Tot die kring behoorden ook Jeltsins dochter Tatjana, economisch adviseur Aleksandr Volosjin en uiteindelijk Abramovitsj. In oktober 1999, toen Jeltsin afwoog wie hij als zijn opvolger moest kiezen, stuurde Berezovski Abramovitsj naar Sint Petersburg voor het verjaardagsfeest van Poetin, die net premier was geworden. Volgens Alex Goldfarb, een Russische Amerikaan die een vertrouweling was van Berezovski, was het hun bedoeling om te zien met wat voor mensen Poetin zich omringde.

    Abramovitsj stond achter Poetin, aldus Goldfarb. ‘Abramovitsj heeft een belangrijke rol gespeeld bij de machtsgreep van Poetin’, zegt hij. ‘Hij heeft veel nauwere banden met hem dan andere oligarchen die alleen maar loyaal zijn terwijl ze zichzelf verrijken.’

    Berezovski viel later in ongenade bij het Kremlin en week uit naar het VK. In 2011 spande hij een proces aan en eiste hij 5 miljard pond (4,3 miljard euro) van Abramovitsj omdat hij hem van zijn aandelen in Sibneft en aluminiumgigant Rusal zou hebben beroofd. Tijdens de rechtszaak schilderde Berezovski Abramovitsj af als een heimelijke handlanger van het Kremlin. Hij beweerde dat Abramovitsj Poetin in 2000, vlak voordat deze president werd, heeft beloofd een jacht van 50 miljoen dollar (43 miljoen euro) voor hem te kopen. Ook zou hij Poetin hebben geholpen bij de samenstelling van zijn kabinet. Berezovski verloor het geding, maar de rechter oordeelde wel dat Abramovitsj ‘geprivilegieerde toegang’ tot Poetin had.

    ‘Ik heb alleen maar vrienden die in het Kremlin zitten of hebben gezeten’, zei Abramovitsj in 2003 tijdens een zeldzaam interview met Bloomberg, dat plaatsvond in een helikopter boven Tsjoekotka, de afgelegen Russische regio waar hij van 2000 tot 2008 gouverneur was. In 2005 gaf het Kremlin Abramovitsj toestemming te cashen door Sibneft aan het staatsbedrijf Gazprom te verkopen voor 13 miljard dollar (11,2 miljard euro). Tegen die tijd had Abramovitsj Chelsea al gekocht. Veel Ruslandwatchers zagen die aankoop als een verzekeringspolis voor het geval Poetin zich ooit tegen Abramovitsj zou keren, zoals de president zich ook tegen andere Russische oligarchen heeft gekeerd.

    De Britse stemming jegens Rusland verslechterde dramatisch na 4 maart jongstleden, toen de 67-jarige Sergej Skripal en zijn dochter Joelia met schuim op de mond waren aangetroffen op een bankje in Salisbury, een stadje ten zuidwesten van Londen. Skripal is een voormalige Russische militaire inlichtingenofficier die als dubbelagent heeft gewerkt voor de Britse geheime dienst. Sinds 2010 leidt hij een teruggetrokken leven in het VK. [In Reader # 14 publiceerden we het dossier ‘De spion is terug’, over onder andere de zaak-Skripal.] ‘Gifterreur tegen rode spion in VK’ kopte de krant The Sun toen de antiterreurpolitie het onderzoek overnam. De Skripals overleefden het en wonen nu op een schuiladres. Later overleed een Britse vrouw nadat ze was blootgesteld aan hetzelfde gif, een militair zenuwgas met de naam Novitsjok. De autoriteiten concludeerden dat duizenden mensen risico op blootstelling hadden gelopen.

    Acht dagen nadat de Skripals ziek werden, werd de Russische zakenman Nikolaj Gloesjkov dood aangetroffen in zijn huis in Londen met wurgsporen op zijn nek. De antiterreurpolitie onderzoekt de dood als moord. De regering onderzoekt intussen veertien eerdere sterfgevallen in het VK op links met Rusland. Een van de namen op die lijst is Berezovski, die in 2013 schijnbaar door zelfmoord om het leven kwam in zijn huis buiten Londen.


    De Britse premier Theresa May aarzelde niet om Rusland te straffen voor de aanslag op de Skripals en kondigde verhoogde veiligheidscontroles op vluchten aan, evenals een boycot van het WK in Rusland door Britse ministers en de koninklijke familie en de uitzetting van 23 Russische diplomaten. In september klaagde het Britse Openbaar Ministerie Aleksandr Petrov en Roeslan Bosjirov aan wegens het plegen van de aanslag op de Skripals. Toen May in het parlement verklaarde dat de twee mannen Russische militaire inlichtingenofficieren waren, hapte het Lagerhuis hoorbaar naar adem. Het Kremlin heeft iedere betrokkenheid ontkend. In september verschenen de twee mannen, die waren teruggekeerd naar Rusland, op de door het Kremlin gesteunde zender RT met de verklaring dat ze Salisbury alleen maar als toeristen hadden bezocht.

    In dezelfde weken na de vergiftiging waarin May onder druk kwam te staan om vergeldingsmaatregelen te treffen, verklaarde de regering dat ze het beleid voor investeerdersvisa ging herzien. Op hetzelfde moment kwam de visumverstrekking aan Russen vrijwel tot stilstand.

    Minister van Veiligheid Wallace zegt dat ‘legitieme’ Russische investeerders welkom zijn in het VK, maar hij dringt er bij westerse bondgenoten op aan meer actie te ondernemen tegen de malversaties waaraan het Kremlin zich wereldwijd schuldig maakt. ‘De vraag voor de internationale gemeenschap is: hoe vaak nog?’, aldus Wallace. Hij somt een lijst vijandige acties van de Russen op, waaronder de Novitsjok-aanslag, de invasie op de Krim en het neerhalen van vlucht MH17. ‘Ik heb me tot het corps diplomatique gericht, en ik heb gezegd: “Weet u, hier valt een les uit te trekken, namelijk dat als ze dit ons kunnen aandoen, ze het ook u kunnen aandoen.”’

    McMafia

    De VS heeft Rusland nog zwaarder aangepakt dan het VK, en naar het schijnt op een strategische manier. In april kondigde de VS sancties aan tegen zeven oligarchen, waarbij het Amerikanen verboden werd zaken met hen te doen. Namen werden weggelaten ‘zodat er ruimte bleef om er later meer aan toe te voegen’, zegt David Kramer, die onder president George W. Bush bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werkte en Rusland in zijn portefeuille had. Verdere sancties tegen Russische doelen worden vermoedelijk nog overwogen, zegt John Smith, die in mei aftrad als hoofd van het Office of Foreign Assets Control, het Amerikaanse bureau dat het sanctiebeleid uitstippelt.

    Mensen in de naaste omgeving van Abramovitsj zeggen dat hij is begonnen met de herstructurering van zijn holdings om zijn bezit te beschermen voor het geval de VS sancties tegen hem uitvaardigt. Twaalf jaar lang had hij een gezamenlijk belang in Evraz met twee partners, Aleksandr Abramov en Aleksandr Frolov, maar in september heeft hij zijn aandeel ondergebracht in een afzonderlijk bedrijf. Tegelijkertijd verkocht hij 0,05 procent van zijn aandeel in Crispian Investments Lt., dat een deel van het Russische mijnbedrijf Nornickel bezit, aan zijn partner David Davidovitsj, waarmee zijn eigendom tot 49,95 procent werd gereduceerd. Als hij door sancties zal worden getroffen, zullen bedrijven waarvan hij minder dan vijftig procent van de aandelen bezit buiten de wind blijven. Bovendien verkleint een vereenvoudiging van de aandeelhoudersstructuur het risico van repercussies tegen zijn partners.

    Als het Chelsea-avontuur van Abramovitsj het begin betekende van Londongrad, dan zal McMafia op een dag misschien als begin van het einde worden gezien. De tv-serie McMafia, gebaseerd op het gelijknamige non-fictieboek van Misha Glenny, gaat over een Russische investeerder in Engeland die verzeild raakt in de vanuit Londen opererende georganiseerde Russische misdaad. De serie is in januari en februari uitgezonden op de BBC (seizoen 2 staat voor later dit jaar op het programma) en werd het gesprek van de dag. De serie droeg ertoe bij dat de Britse regering werd opgeroepen het zwarte geld in de hoofdstad aan te pakken.

    Op papier lijkt het VK dat te doen. In januari gaf nieuwe wetgeving het National Crime Agency een wapen in handen genaamd de Unexplained Wealth Order (UWO). Hiermee kan de NCA eigendommen in beslag nemen waarvan wordt vermoed dat ze met illegale middelen zijn verkregen. De eigenaren zullen zo nodig moeten uitleggen hoe ze zich de aankoop ervan hebben kunnen permitteren. Tot dusver is het wapen nog maar één keer gebruikt, maar het agentschap zegt meer dan honderd personen en eigendommen te onderzoeken en verwacht later dit jaar nog twee keer een UWO in te zetten. Waarschijnlijk staan er Russen op de lijst.

    ‘De twee grootste illegale geldstromen die vanuit het buitenland dit land en deze stad binnenkomen, zijn afkomstig uit Rusland en China’, zegt minister Wallace. ‘We moeten deze mensen alle speelruimte ontnemen.’

    In mei heeft het Britse parlement sanctiewetgeving aangenomen die is vernoemd naar de Russische advocaat Sergej Magnitski. Magnitski werkte in Rusland voor de Britse fondsbeheerder Bill Browder en stierf in 2009 in een cel in Moskou nadat hij grootscheepse belastingfraude had ontdekt waarbij regeringsambtenaren waren betrokken. Net als de Amerikaanse Magnitsky Act geeft deze wetgeving het VK de mogelijkheid tegoeden te bevriezen en een visaverbod op te leggen aan personen die van mensenrechtenschending worden beschuldigd. Browder zegt dat Britse politici onder enorme druk staan om actie te ondernemen na het incident met de Skripals. ‘Als je als politicus toezicht houdt op het werk van de regering, accepteer je niet dat ze geen enkele actie onderneemt.’

    In spijkerbroek

    Mensen die Abramovitsj kennen zeggen dat als hij onder druk van al deze factoren afstand zal moeten doen van Chelsea, dat niet van harte zal gaan. Het team is een obsessie geworden. Als hij in New York is, kijkt hij samen met andere fans (en met zijn lijfwachten, die zich discreet op de achtergrond houden) naar wedstrijden van Chelsea in Legends, een sportcafé in het centrum. ‘Als je in zijn huizen of op zijn jacht komt, is er praktisch in ieder vertrek een scherm, bijna altijd met voetbal erop’, zegt een compagnon.

    De enorme uitgaven van Abramovitsj gaan gepaard met een onconventionele stijl. De meeste eigenaren van voetbalclubs bekijken wedstrijden keurig in het pak vanuit een directiebox, maar de eigenaar van Chelsea zit gewoonlijk in een spijkerbroek in een privébox, samen met vrienden. Hij heeft het stadion de afgelopen vier jaar minder vaak bezocht dan toen hij de club pas had gekocht, maar wel duikt hij sporadisch op tijdens trainingen, wat ongebruikelijk is voor een eigenaar.

    Abramovitsj heeft de club op een agressieve manier geleid. Hij bemoeit zich met transfers en houdt sollicitatiegesprekken met beoogde trainers, die hij soms zelfs zijn huis in Kensington schijnt binnen te smokkelen via een ondergrondse ingang om ze te beschermen tegen de pers. Hij verslijt managers op een legendarisch tempo. Toen hij in juli Antonio Conte verving door Maurizio Sarri, werd Sarri de elfde manager van Chelsea in vijftien jaar.

    Het enige wat Abramovitsj niet is gelukt met Chelsea is geld verdienen – de club heeft maar één keer winst gemaakt, in 2014. Maar winst maken was waarschijnlijk nooit het doel, al kan hij misschien een lieve duit in zijn zak steken als hij verkoopt. Compagnons zeggen dat Abramovitsj de club zag als een mogelijkheid om een nalatenschap op te bouwen. Maar die kans schijnt nu wel verkeken.

    Auteurs: Stephanie Baker, David Hellier en Irina Reznik
    Met medewerking van Scott Soshnick en Yuliya Fedorinova
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Abramovitsj bij een wedstrijd van Chelsea. Hij duikt ook sporadisch op tijdens trainingen, wat ongebruikelijk is voor een eigenaar. – © AP Photo/Matt Dunham

    Bloomberg
    Verenigde Staten | bloomberg.com

    Opgericht door Michael Bloomberg, de burgemeester van New York. Richt zich op de zakelijke en financiële markt.

  • Dossier: De spion is terug

    Dossier: De spion is terug

    Het schandaal rond de vergiftigde Russische ex-spion Sergej Skripal heeft de verhoudingen tussen Rusland en het Westen nog meer op scherp gezet.

    Over en weer werd een ongekend aantal diplomaten uitgezet. Daarmee herleeft een oude strijd tussen de Russische en Britse geheime diensten. Deze volgt op de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen. De spionnen zijn dus terug, maar ze zijn niet meer hetzelfde als in de tijd van John le Carré.

    1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    2. De spion als pr-instrument

    3. Wapens, cash en kompromat

    4. Hacker vervangt Rosa Klebb

  • 4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    Russische spionnen – bruut, kil, verleidelijk en gewetenloos – zijn geliefde personages in westerse speelfilms. Maar ze worden in snel tempo vervangen door technologie.

    Tot de impertinenties die Russen al generaties lang moeten dulden, behoort het beeld dat in de westerse popcultuur van hen wordt geschetst. Als stiefmoeder van alle kwaad geldt nog altijd de ongekend lompe Rosa Klebb, die de Britse held James Bond wilde doden met een giftig mes in de punt van haar schoen. Ook de Black Widow uit de vroege Marvel Comics, een met hightechwapens uitgeruste femme fatale, is een Russische agente. Russinnen en Russen waren meestal bruut, kil en gewetenloos, en als ze eens een keer aardig waren, zoals de hulpvaardige kosmonaut Lev Andropov in Armageddon, dan hadden ze een bontmuts met oorkleppen op en waren ze dronken.

    Momenteel komt de herinnering aan Rosa Klebb weer tot leven, en dat komt niet zozeer door de film als wel door de werkelijkheid. De van oorsprong Russische en later Britse agent Sergej Skripal is onlangs in Engeland het slachtoffer geworden van een gifaanslag, uitgevoerd met een in de Sovjet-Unie ontwikkelde chemische stof. Dat misdrijf zou net zo goed uit de Koude Oorlog kunnen dateren als het verhaal van de Vietnamees Trinh Xuan Thanh, die kort geleden midden in Berlijn werd ontvoerd – op bevel van de Socialistische Republiek Vietnam, zijn geboorteland. Communistische of autoritaire diensten, waartoe ook de Russische behoren, hebben even weinig genade met hun slachtoffers als respect voor rechtsstaten. Het Westen bekruipt dan ook een gevoel van onbehagen.

    De ontmaskerde spionne Anna Chapman begon een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice

    Lange tijd waren Russische agenten verdwenen uit het bewustzijn van Europeanen en Amerikanen. Dat kwam door het einde van de Koude Oorlog en door het islamistische terrorisme. De personificatie van het kwaad was niet meer een bejaarde leider van het politbureau met zijn hand op de atoomknop, maar een prediker met opgestoken wijsvinger in een Afghaanse tent. De islamisten hadden beter dan de communisten door welke kracht er uitging van beelden: nooit eerder heeft de werkelijkheid de film zo overtroffen als op 11 september 2001, toen Al-Qaida de massamoord live op televisie bracht. De geheime diensten van Amerika bestreden het nieuwe gevaar met methoden waarvan het Westen eerder de Sovjet-Unie zou hebben verdacht – met ontvoeringen, martelingen en gevangenissen die boven recht en grondwet waren verheven.

    De post-Sovjet-Russen waren ondertussen weliswaar niet gestopt met het bespioneren van het Westen, maar wekten geen al te groot onbehagen meer op. In 2010 werd bijvoorbeeld een spionagenet in de VS opgerold – tien Russinnen en Russen hadden zich jarenlang voorgedaan als brave burgers, maar in het geheim informatie doorgespeeld aan Moskou. Als ze in code met elkaar spraken, zeiden ze grappige dingen als: ‘Het is geweldig om een kerstman in mei te zijn.’ De Amerikanen reageerden eerder verbluft en geamuseerd dan gealarmeerd, en de ontmaskerde spionne Anna Chapman begon – ook dat paste goed bij die tijd – een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice.

    Scenarioschrijver Joseph Weisberg maakte van deze ware gebeurtenis een televisieserie over spionnen ‘onder ons’, over Philip en Elizabeth die aan de rand van Washington twee kinderen opvoeden en daarnaast – of beter gezegd als hoofdtaak – voor Moskou werken. Ze verleiden, folteren en moorden; op een keer snijden ze het lijk van een vrouw in stukken, zodat het in een koffer past. Weisberg ondervond maar één probleem met dit thema: de griezelfactor ontbrak, want niemand was meer bang voor de Russen. De schrijver loste dit op door vooral de spanningen binnen het agentengezin te belichten en de handeling terug te verplaatsen naar de jaren tachtig, toen de Amerikaanse president Ronald Reagan de Sovjet-Unie het ‘Rijk van het Kwaad’ noemde.

    Als Weisberg zijn serie The Americans vandaag de dag had geschreven, dan zou hij de handeling met een gerust hart weer in het heden kunnen laten plaatsvinden, waarin dan misschien geen Koude Oorlog heerst, maar op zijn minst wel Koude Vrede. De Russische president Vladimir Poetin ziet zijn land belegerd door het Westen, vooral door de uitbreidingen van de NAVO. Zijn onmiskenbare doel dat Rusland weer serieus wordt genomen of misschien zelfs wordt gevreesd, heeft hij inmiddels bereikt. Sinds de annexatie van de Krim en zijn breed uitgemeten bondgenootschap met de Syrische vatbommenwerper Bashar al-Assad acht het Westen Poetin tot nagenoeg alles in staat. De Britse regering uit zelfs de verdenking dat hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de moord op Skripal. Bewijzen ontbreken, maar de Britse pers mag er graag op wijzen dat Poetin ooit KGB-agent is geweest, wat verdere bewijsvoering kennelijk overbodig maakt. Poetin voltooit het beeld door verraders ‘een slechte afloop’ te voorspellen of door te dreigen terroristen in de wc te verdrinken.

    Maar zijn de geheime diensten van de landen die ten oosten van het IJzeren Gordijn lagen echt gewetenlozer dan de westerse? Het verleden biedt in elk geval tal van filmrijpe aanwijzingen daarvoor. In 1959 stierf de Oekraïense anticommunist Stephan Bandera in München nadat een agent met een speciaal pistool blauwzuur in zijn gezicht had geschoten. In 1978 brachten de KGB en de Bulgaarse geheime dienst de dissident Georgi Markov om het leven: op een brug in Londen stak iemand de punt van een paraplu in zijn huid, waarmee het dodelijke ricine werd toegediend. In 1981 probeerde de Stasi Wolfgang Welsch, die mensen de DDR uit smokkelde, uit de weg te ruimen door zijn gehaktballen met thallium te prepareren.

    Ook veel andere geheime diensten grijpen echter naar het uiterste. De Israëlische Mossad heeft duizenden echte en vermeende terroristen gedood; in 2010 vermoordden vermoedelijk Israëlische agenten Hamas-leider Mahmud al-Mabhuh in een hotel in Dubai. Ze deden dat zo handig dat het aanvankelijk leek alsof Al-Mabhuh een natuurlijke dood in bed was gestorven. In de leerboeken zal ook een plaatsje ingeruimd blijven voor de commandoactie waarbij Amerikaanse agenten Al-Qaida-leider Osama bin Laden in Pakistan om het leven brachten; later werd hiervan de film Zero Dark Thirty gemaakt. Werkelijkheid en fictie zijn in een eeuwige wedloop met elkaar verwikkeld. Dat de werkelijkheid vaak wint, ligt beslist niet alleen aan de Russen.

    Meer echter dan in het Westen worden in het Oosten diensten ook tegen dissidenten en critici ingezet. Na de ervaring met het stalinisme zag de Sovjetleiding erop toe dat een individu niet meer willekeurig agenten kon inzetten: partij en politbureau oefenden controle uit over de leiding van de geheime dienst. Onder Poetin daarentegen heerst opnieuw een man uit de diensten met de diensten en is er geen enkele politieke kracht te bekennen die toezicht op hem houdt.

    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH
    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH

    Maar ook in de VS waren het niet zozeer rechtsstatelijke principes die de methoden van de geheime dienst dicteerden als wel de toestand in de wereld en het heersende dreigingsgevoel. In de jaren vijftig smeedde de CIA groteske plannen om de Cubaanse revolutionair Fidel Castro om het leven te brengen. Later distantieerde de organisatie zich van dergelijke methoden, tot met de terreur van 2001 alle scrupules weer verdwenen. De Amerikaanse president Barack Obama breidde zijn dronesoorlog aanvankelijk uit, maar stelde er later ook nieuwe grenzen aan door gericht doden te beperken tot gevallen waarin terroristen een ‘direct’ gevaar betekenden. In beide gevallen hadden de burgers nauwelijks mogelijkheden om de staat te controleren.

    Een bijzonder bewijs voor de meedogenloosheid van autoritaire veiligheidsapparaten zien experts in ‘honingvallen’: agentes of agenten die buitenlandse tegenhangers verleiden of seksuele omgang met hen hebben. Ook westerse diensten hebben deze truc gehanteerd, maar de Sovjet-Unie was daarin onverslaanbaar, wat uit westerse optiek verband hield met hun meedogenloosheid. Frederick Hitz, een voormalige inspecteur-generaal van de CIA, duidt dat als volgt: ‘Maar weinig westerse diensten konden hun burgers opleggen dat hun lichaam aan de staat toebehoorde.’

    Dat hierover net een film draait in de bioscoop is zeker geen toeval. Red Sparrow, een film over een Russische agente die andere spionnen moet verleiden, zou in 2010 nauwelijks kijkers hebben getrokken. Nu voegt hij zich bij een lange lijst westerse films waarin Russen beestachtig te werk gaan en bereid zijn tot geweld. Red Sparrow is een film die zó in 1988 had kunnen draaien (als je even buiten beschouwing laat dat de Amerikaanse hoofdrolspeelster Jennifer Lawrence, die de Russische agente speelt, toen nog helemaal niet was geboren).

    Maar moet je nog met de vijand naar bed om hem uit te horen? Voor geheime diensten hebben de grootste veranderingen tegenwoordig meer van doen met technologie dan met ideologie. Waarom zou je iemand in bed geheimen ontlokken als je diens telefoon kunt uitlezen? Waarom zou je het leven van een agent riskeren als je de vijand ook met een drone kunt doden?

    Over de spionagefilm werd altijd gezegd dat het een onverwoestbaar genre was: regimes en ideologieën mogen komen en gaan, de strijder die zich in zijn eentje en voor een hoger doel blootstelt aan de grootste gevaren zal er altijd zijn. Maar voor twee centrale taken van de geheime dienst zijn mensen steeds minder nodig. Als het zo doorgaat met de bots en drones, dan zou de spionagefilm wel eens spoedig zijn belangrijkste acteur kunnen kwijtraken: de agent zelf.

    Zo beschouwd maakten juist de VS de voorbije jaren de indruk van een schurkenstaat. Ten eerste vanwege Obama’s drones, ten tweede vanwege de verzamelwoede van de National Security Agency, die in het wilde weg telefoongegevens opsloeg. Dat het veiligheidsapparaat van de aardige meneer Obama uitgerekend de mobiele telefoon van de Bondskanselier liet afluisteren, stond voor de Duitsers praktisch gelijk aan verraad. Sinds de annexatie van de Krim begin 2014 is het weer Moskou dat onder een vergrootglas ligt. Sindsdien doen de VS hun beklag over Russische hackeraanvallen en het doelbewust lekken van e-mails van de Democraten om de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden. Speciaal aanklager Robert Mueller heeft gereconstrueerd hoe Russische agenten de VS bespioneerden en vervolgens vanuit Sint-Petersburg met geautomatiseerde socialmedia-accounts probeerden kiezers te beïnvloeden en het vertrouwen in de staat te ondermijnen. Is dat hoe de nieuwe oorlogsvoering eruitziet? Ophitsing, destabilisering, verwarring – zo geraffineerd uitgevoerd dat Moskou het steeds plausibel kan bestrijden? De voormalige FBI-man Clint Watts heeft ooit in het Amerikaanse congres gezegd: ‘Rusland hoopt de tweede Koude Oorlog met de macht van de politiek te winnen, niet meer met de politiek van de macht.’ De ironie wil dat de Amerikanen als uitvinders van Facebook en Twitter de Russen zelf van de noodzakelijke instrumenten hebben voorzien. Aan de andere kant: is de situatie zo dramatisch als politici en diensten in het westen schetsen? Tenslotte is politiek in de VS al sinds lange tijd toxisch, en dat de Amerikanen hun staat wantrouwen blijkt al uit hun grondwet. Wat hebben de Russen daar eigenlijk precies aan veranderd?

    In Duitsland is het niet anders: voor de Bondsdagverkiezingen verzamelden de Duitse geheime diensten bewijzen voor mogelijke beïnvloeding door Moskou – maar geen enkel schrikbeeld is bewaarheid. De stroom van slechte berichten over Moskous destructieve rol droogt desondanks niet op. De Amerikaanse regering stelde onlangs over bewijzen te beschikken dat Russische hackers westerse krachtcentrales kunnen binnendringen. Verschillende autoritaire diensten zouden zich er wel eens heimelijk over kunnen verkneukelen met welke lowbudgettrucs ze het Westen van zijn stuk kunnen brengen.

    Poetin lijkt de beschuldigingen uit het Westen niet erg serieus te nemen, alsof hij ervan geniet dat Europeanen en Amerikanen zich onzeker voelen. De New Yorkse professor Nina Khrushcheva heeft eens de theorie geponeerd dat Poetin nauwkeurig heeft bekeken hoe Russen in Hollywoodfilms overkomen. En dat hij toen heeft besloten zich precies zo te gedragen om het Westen angst in te boezemen.

    Auteurs: Georg Mascolo en Nicolas Richter
    Vertaler: Pieter Streutker

    Openingsbeeld: Still uit Hitchcocks The 39 Steps (1935).

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland, dagblad, oplage 358.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • 3. Wapens, cash en kompromat

    3. Wapens, cash en kompromat

    In 2017 onderhandelden Amerikaanse spionnen maandenlang met een schimmige Rus die beweerde dat hij gestolen cyberwapens kon leveren, en compromitterende informatie had over Donald Trump.

    Na maanden van geheime onderhandelingen heeft een schimmige Rus vorig jaar Amerikaanse spionnen honderdduizend dollar lichter gemaakt met de belofte hen cyberwapens te leveren die waren gestolen van de National Security Agency. Een ander onderdeel van die deal was dat hij compromitterend materiaal over president Trump zou verschaffen, aldus agenten van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten. Het geld dat in september in een koffer naar een hotelkamer was gebracht, was bedoeld als eerste termijn van een totaalbedrag van 1 miljoen dollar, vernamen wij van Amerikaanse functionarissen, de Rus en uit correspondentie die The New York Times heeft ingezien. De diefstal van de geheime cyberwapens was een ware ramp voor de NSA en de agency was nog druk bezig te inventariseren wat er precies allemaal ontbrak.

    Verscheidene Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen zeiden dat ze duidelijk hadden gemaakt dat ze geen belastend materiaal over Trump wilden van de Rus, die ze ervan verdachten duistere banden te hebben met de Russische veiligheidsdienst en Oost-Europese cybercriminelen. Hij beweerde dat de informatie zou aantonen dat er een connectie bestond tussen de president en zijn staf en Rusland. In plaats van dat de cyberwapens werden geleverd, verschafte de Rus onverifieerbare en mogelijk verzonnen informatie over Trump en anderen, zoals bankgegevens, e-mails en zogenaamde inlichtingen van de Russische geheime dienst.

    ‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken’

    Volgens Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen hebben ze de deal afgebroken omdat ze vreesden verstrikt te raken in een Russische operatie om tweedracht te zaaien binnen de Amerikaanse regering. Ook waren ze bang voor politieke consequenties in Washington als bekend werd dat ze belastende informatie over de president kochten.

    De onderhandelingen in Europa vorig jaar zijn beschreven door medewerkers van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten, die spraken op basis van anonimiteit, en de Rus. De Amerikanen werkten met een tussenpersoon – een Amerikaanse zakenman in Duitsland – om zelf buiten schot te kunnen blijven. Er waren ontmoetingen in Duitse provinciestadjes waar John le Carré zijn eerste spionageromans situeerde, en informatietransfers in vijfsterrenhotels in Berlijn. Amerikaanse inlichtingendiensten volgden maandenlang de vluchten van de Rus naar Berlijn, zijn rendez-vous met een maîtresse in Wenen en zijn reizen terug naar Sint-Petersburg. De NSA gebruikte zelfs zo’n twaalf keer hun officiële Twitteraccount voor een gecodeerd bericht aan de Rus.

    Aan deze geschiedenis kwam dit jaar een eind toen Amerikaanse spionnen de Rus West-Europa uit joegen met de waarschuwing dat hij nooit meer terug moest komen als zijn vrijheid hem lief was, aldus de Amerikaanse zakenman. Het materiaal over Trump bleef achter bij de Amerikaan die het in Europa heeft veiliggesteld.

    De Rus beweerde toegang te hebben tot een ontstellende hoeveelheid geheimen, van de computercode voor de cyberwapens die waren gestolen van de NSA en CIA, tot wat naar zijn zeggen een video was van Trump in het gezelschap van prostituees in een hotelkamer in Moskou in 2013. Er is echter geen bewijs dat die video echt bestaat.
    De Rus was bekend bij Amerikaanse en Europese diensten vanwege zijn banden met Russische inlichtingendiensten en cybercriminelen – twee groepen die werden verdacht van de diefstal van cyberwapens van de NSA en de CIA.

    Maar de gretigheid waarmee hij de Trump-‘kompromat’ aan Amerikaanse en Europese diensten probeerde te verkopen wekte bij de Amerikanen het vermoeden dat hij deel uitmaakte van een operatie om de inlichtingendiensten van de VS van belastende informatie over president Trump te voorzien. In het begin van de onderhandelingen liet hij de vraagprijs zakken van tien miljoen dollar naar net iets meer dan een miljoen. Enkele maanden later liet hij de Amerikaanse zakenman een stukje van een video-opname zien van een man die in een kamer met twee vrouwen aan het praten is. Er zit geen geluid bij het filmpje en er kon ook niet worden vastgesteld of de man op de video daadwerkelijk Trump was. Maar de keuze van de plek waar de video werd getoond versterkte bij de Amerikanen het vermoeden van een Russische operatie: de video werd getoond in de Russische ambassade in Berlijn, aldus de zakenman.

    Er waren nog meer twijfels over de betrouwbaarheid van de Rus. Hij was betrokken geweest bij witwaspraktijken en had een nauwelijks legitieme zaak als dekmantel: een bijna failliet bedrijf dat draagbare grills verkocht aan worsthandelaren.

    ‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken,’ aldus Steven L. Hall, het voormalige hoofd van de Russische operaties bij de CIA. ‘Dat is de moeilijkheid als je vanuit een westers standpunt probeert te begrijpen hoe Rusland en Russen opereren.’

    Amerikaanse veiligheidsdiensten hadden ook hun twijfels over de zogenaamde kompromat die de Rus wilde verkopen. Ze vonden de informatie, en vooral de video, meer voer voor roddelbladen, niet voor een veiligheidsdienst.

    Maar de Amerikanen wilden heel graag de cyberwapens terug. Die waren ontworpen om in te breken in computernetwerken in Rusland, China en andere concurrerende mogendheden. Ze belandden echter in de handen van een geheimzinnige groep die zich de Shadow Brokers noemde en hackers voorzag van de middelen die sindsdien miljoenen computers overal ter wereld hebben geïnfecteerd en ziekenhuizen, fabrieken en bedrijven hebben lamgelegd.

    Geen dienst wilde de informatie weigeren, omdat ze dachten ermee te kunnen achterhalen wat er was gebeurd. ‘Dat is een van de lastige dingen in de jungle van de contraspionage: niemand wil in de positie terechtkomen van iemand die eerst heeft gezegd dat hij ervan afziet en vijf jaar later moet toegeven: “Goeie god, het was echt iemand,”’ zegt Hall.

    Amerikaanse inlichtingendiensten zijn ervan overtuigd dat Russische geheime diensten de scherpe politieke tegenstellingen in de Verenigde Staten als een mooie gelegenheid zien om spanningen tussen de partijen aan te wakkeren. Russische hackers richten zich in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen op Amerikaanse databanken met kiesgegevens en met behulp van botlegers promoten ze partijstandpunten op de sociale media. De Russen waren er ook op uit om twijfel te zaaien over het federale onderzoek naar de Russische inmenging. Die pogingen bestaan onder meer uit het verspreiden van informatie die veel overeenkomsten vertonen met de onbewezen berichten over Trumps zaken in Rusland, zoals die zogenaamde video, waarvan het bestaan door president Trump steeds is ontkend.

    De geruchten dat de Russische inlichtingendienst in het bezit is van de video verschenen een jaar geleden in een explosief dossier vol onbewezen feiten, samengesteld door een voormalige Britse spion en betaald door de Democraten. Sindsdien zijn in Midden- en Oost-Europa minstens vier Russen opgedoken die banden hebben met spionagediensten en de onderwereld die aan Amerikaanse politieke onderzoekers, privédetectives en spionnen kompromat te koop aanbieden dat de inhoud van het dossier zou bevestigen. Amerikaanse diensten vermoeden dat ten minste enkelen van de verkopers voor Russische spionagediensten werken.

    Fixer

    The New York Times wist de hand te leggen op vier documenten die de Rus in Duitsland probeerde te slijten aan Amerikaanse inlichtingendiensten (The New York Times heeft niet betaald voor het materiaal). Het zouden allemaal rapporten zijn van de Russische veiligheidsdienst en elk document gaat over de staf van president Trump. Carter Page, de voormalige campagneadviseur die doelwit is geweest van een FBI-onderzoek, komt in een document voor; Robert en Rebekah Mercer, steenrijke donoren van de Republikeinse partij, in een ander document.

    Toch lijken alle vier bijna in zijn geheel te putten uit nieuwsberichten, niet uit geheime informatie. Ook bevatten ze stilistische en grammaticale kenmerken die niet typisch zijn voor Russische spionageverslagen, aldus Yuri Shvets, een voormalige KGB-agent die jarenlang spion in Washington is geweest voor hij na afloop van de Koude Oorlog emigreerde naar de Verenigde Staten.

    Amerikaanse spionnen zijn niet de enigen die hebben onderhandeld met Russen die beweerden geheimen in de verkoop te hebben. Cody Shearer, een Amerikaanse politieke onderzoeker met banden met de Democratische partij, heeft ruim een half jaar heel Oost-Europa door gereisd om de zogenaamde kompromat te bemachtigen bij een andere Rus, vertellen mensen die op de hoogte zijn van zijn inspanningen. Toen we Shearer vorig jaar een keer aan de telefoon kregen zei hij dat zijn werk ‘heel belangrijk was, dat weten jullie best, dus daar zou je niet naar hoeven vragen’. Toen hing hij op. Het is niet duidelijk of Shearer iets heeft kunnen kopen, en zo ja, wat.

    Voordat de Amerikanen met de Rus onderhandelden, hadden ze contact met een hacker in Wenen die bij Amerikaanse agenten alleen bekend was onder de naam Carlo. Begin 2017 bood hij een volledige set cyberwapens aan die in het bezit waren van de Shadow Brokers, en de namen van andere mensen in zijn netwerk, aldus Amerikaanse agenten. In ruil daarvoor vroeg hij strafrechtelijke immuniteit in de VS. Maar die immuniteitsdeal ging niet door, dus toen besloten de agenten te doen waar spionnen het best in zijn: ze boden aan het materiaal te kopen. Toen dook in Duitsland de Rus op die tegen de Amerikanen zei dat hij de verkoop zou regelen. Net als Carlo had hij eerder al contact gehad met Amerikaanse inlichtingendiensten. Hij trad op als ‘fixer’, die deals regelde voor Ruslands FSB, de opvolger van de KGB. Volgens Amerikaanse geheim agenten stond hij in direct contact met Nikolai Patroesjev, een voormalige FSB-directeur. Ook wisten ze dat hij eerder had geholpen bij illegale transporten van halfedelmetalen voor een Russische oligarch.

    Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes

    Vorig jaar april leek er een deal te komen. Verscheidene CIA-agenten reisden van het hoofdkwartier van het bureau naar Berlijn om te helpen bij de afhandeling van de operatie.

    In een klein café in het voormalige centrum van West-Berlijn overhandigde de Rus de Amerikaanse tussenpersoon een USB-stick met een kleine hoeveelheid data als voorbeeld van wat er nog zou komen. Maar binnen enkele dagen ketste de deal af. Amerikaanse inlichtingendiensten bevestigden dat het materiaal inderdaad van de Shadow Brokers afkomstig was, maar dat de groep die data al openbaar had gemaakt. Dientengevolge verklaarde de CIA dat ze er niet voor wilde betalen.

    De Rus was woedend. De onderhandelingen lagen stil tot september, toen de twee partijen overeenkwamen het weer te proberen. Aan het eind van die maand leverde de Amerikaanse zakenman de honderdduizend dollar. Volgens sommige agenten was het geld van de Amerikaanse overheid dat via een ander kanaal was doorgesluisd.

    Enkele weken later begon de Rus het materiaal te leveren. Maar in de leveringen van oktober en december zat bijna alleen maar materiaal dat verband hield met de verkiezingen van 2016 en de vermeende banden tussen Trumps staf en Rusland, maar geen cyberwapens van de NSA of de CIA.

    In december zei de Rus tegen de Amerikaanse tussenpersoon dat hij het Trump-materiaal leverde, maar op bevel van hoge Russische inlichtingenofficieren de cyberwapens achterhield.

    Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes. Dus stelde de Amerikanen hem voor een keuze: ga voor ons werken en verschaf ons de namen van iedereen in je netwerk, of ga terug naar Rusland en kom nooit meer terug.

    De Rus dacht niet lang na. Hij nam een slok van zijn cranberrysap, pakte zijn tas en zei: ‘Bedankt.’ Toen liep hij de deur uit.

    Auteur: Matthew Rosenberg
    Vertaler: Paul Bruijn

    Openingsbeeld: Still uit The Third Man.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • 2. De spion als pr-instrument

    2. De spion als pr-instrument

    Het grote publiek is gefascineerd door spionnen, maar de waarde van hun inlichtingen is beperkt, schrijft Simon Kuper. ‘Ze zijn vaak het meest van nut als ze in de openbaarheid treden.’

    Ik heb net een boek geschreven waarvoor ik me moest begeven in de wereld van de Russisch-Britse dubbelspionnen ten tijde van de Koude Oorlog. Ik zag hoe deze mensen van het ene land naar het andere wipten, de schrik waren van elke Britse premier en vermoord werden – als het Russen waren. (Britse verraders brachten het er meestal levend vanaf, vooral als ze uit de hogere kringen kwamen.)

    Er is weinig veranderd. De Russische dubbelagent Sergej Skripal en zijn dochter Joelia belandden onlangs in kritieke toestand in het ziekenhuis van Salisbury, nadat ze waren aangevallen met een zenuwgas uit de Sovjettijd. Voormalig geheime politieman Vladimir Poetin herschept zijn eigen achtergrond: de wereld van de Koude-Oorlogsspionage. Poetin kan ons manipuleren omdat hij weet dat het bij spionage niet om de geheimen gaat. Het gaat om de reactie van publiek, media en politici, telkens als er weer een spion wordt ontmaskerd.

    Voor twee landen die weinig met elkaar te maken hadden voordat rijke Russen het centrum van Londen koloniseerden, hebben Rusland en Groot-Brittannië opmerkelijk lang aan uitgebreide wederzijdse spionage gedaan. Maar het grootste deel daarvan leidde nergens toe. Britse dubbelagenten als Kim Philby en Guy Burgess hebben zich er vaak over beklaagd dat de Sovjets hun inlichtingen negeerden. Veel van de Britse documenten die Philby aan de KGB leverde, werden niet eens in het Russisch vertaald.

    Paranoia

    Een van de oorzaken was paranoia. Een verrader kun je wel rekruteren, maar nooit vertrouwen. De KGB verdacht een gouden dubbelagent als Philby er altijd van dat hij een Britse mol was. En zelfs als de Sovjets wel in bepaalde informatie geloofden, raakte die nogal eens kwijt. Soms waren de koffers vol Britse geheimen gewoon te veel van het goede. Soms raakte informatie versnipperd of verdraaid op zijn weg door de KGB-hiërarchie. En stonden de inlichtingen de baas niet aan, dan gingen ze meestal alsnog de prullenmand in.

    Dat werd de Russen noodlottig toen Richard Sorge, een Russische agent in Tokio, herhaaldelijk het Kremlin waarschuwde voor een Duitse inval in de USSR. Op 15 mei voorspelde hij dat de invasie op 22 of 23 juni zou plaatsvinden. Maar Sorges inlichtingen wekten het misnoegen van de baas: Stalin beschouwde Duitsland toen nog als een bondgenoot. (Er werd gezegd dat Hitler de enige persoon was die hij vertrouwde.) Stalin zette Sorge weg als ‘een eikel die zichzelf een mooi leventje heeft bezorgd met wat fabriekjes en bordelen in Japan’. De Duitse invasie op 22 juni kwam voor de USSR als een volslagen verrassing.

    Ook Chroesjtsjov en Brezjnev stonden vaak sceptisch tegenover de informatie gespitst op bepaalde stukjes inlichtingen, schrijft de vroegere Britse ambassadeur in Moskou, Rodric Braithwaite, in zijn boek Armageddon and Paranoia. Braithwaite legt uit dat spionage nuttig is om bepaalde geheimen te vinden: zeg een scheikundige formule voor de atoombom. Maar het helpt zelden om de bredere intenties van de tegenstander te doorgronden. Zo voorzagen de spionnen van de Sovjets en die van het Westen in de jaren tachtig geen van beiden dat de andere kant bereid zou zijn om samen te werken aan het beëindigen van de Koude Oorlog.

    Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend

    De meeste geheimen zijn trouwens gewoon ergens te vinden, bijvoorbeeld op een obscure technologiewebsite, of op bladzijde 437 van een wetenschappelijk boek dat niemand heeft gelezen. Kortom, ontdekkingen van spionnen hebben zelden invloed op regeringsbeleid. De wereld van de spionage is niet zozeer een schatkist, eerder een uitdragerij waarvan de eigenaar het overzicht over zijn voorraad is kwijtgeraakt. Spionnen, zegt spionageromanschrijver John le Carré, ‘leveren tweedehands inlichtingen die spannender zijn door de geheimzinnigheid waarmee ze zijn verkregen dan vanwege hun werkelijke waarde’.

    Die spannende geheimzinnigheid is inderdaad het belangrijkst. Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend. Daarom hebben spionnen het grootste effect wanneer ze opduiken uit hun duistere wereld. Elke keer als een Britse functionaris werd ontmaskerd als Russische spion – een bijna rituele gebeurtenis die zich tussen 1946 en 1963 geregeld voordeed – nam het vertrouwen van de Britten in hun samenleving verder af. Britse spionnen konden elkaar niet meer aankijken zonder te denken: Ben jij misschien een KGB-agent?

    De angst binnen de Britse inlichtingenwereld draaide uit op een paranoïde ‘mollenjacht’ door ‘spionnenvanger’ Peter Wright, die de inlichtingendiensten in de jaren zestig en zeventig bijna verscheurde. Het werd een obsessie voor Wright om gerenommeerde Britse politici te ontmaskeren als Sovjetagenten. En zo veroorzaakten verraders als Philby een paranoïde verlamming binnen de Britse staat – niet door al die uren geheimen doorspelen aan contactpersonen in Londense bussen, maar door iets wat juist niet hun bedoeling was: hun ontmaskering.

    Evengoed is het Kremlin door het hacken van de saaie e-mails van de Amerikaanse Democratische Partij in 2016 waarschijnlijk ook niet meer over de VS te weten gekomen dan het al wist. Die hack was alleen belangrijk omdat de Russen (via Wikileaks) het materiaal openbaar maakten. De Amerikaanse media deden de rest. Rusland was van het aloude verzamelen van geheimen overgestapt op de informatieoorlog. Al dat lekken van verhalen heeft de presidentsverkiezingen duidelijk beïnvloed. Vervolgens zorgde de onthulling van de Russische rol (tegen de Russische wens in) ervoor dat de Amerikanen nog verder gepolariseerd raakten.

    Ook nu weer is de aanval op de afgedankte, onbeduidende dubbelagent Skripal voornamelijk een publiek statement. Rusland zegt tegen de Britten: wij kunnen in jullie land straffeloos moorden. En het zegt tegen machtige Russen in Groot-Brittannië: wij kunnen jou vermoorden. Omdat spionnen fascinerend zijn voor het publiek, komt de boodschap aan. (Eerdere mysterieuze sterfgevallen van Russische niet-spionnen in Groot-Brittannië hebben nauwelijks stof doen opwaaien.) De Russen gaan steeds bewuster paranoia zaaien. Net als veel andere Russische activiteiten in het buitenland verandert ook de Russische spionage in een pr-machine. Tegenwoordig is het de bedoeling dat Russische spionnen zichtbaar zijn.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: Still uit The Spy Who Came in from the Cold.

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 186.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • 3. ‘Spion van de eeuw’ liet zich bedotten

    3. ‘Spion van de eeuw’ liet zich bedotten

    Reinhard Gehlen (1902-1979) was de beroemdste spion van Duitsland tijdens de Koude Oorlog. Maar van zijn onfeilbare reputatie blijft na recent onderzoek weinig over.

    Al tijdens zijn leven was hij een door geheimen omhulde legende, ‘de man zonder gezicht’. Kort voor zijn dood in 1979 noemde een Britse auteur hem zelfs ‘Duitslands meesterspion’, en ook nog ‘spion van de eeuw’: generaal Reinhard Gehlen, het eerste hoofd van de Bundesnachrichtendienst (BND), de buitenlandse geheime dienst van de Bondsrepubliek. De BND was in 1956 voortgekomen uit een al geformeerde groep, die Gehlen niet alleen had geleid, maar die zelfs zijn naam droeg, de Organisation Gehlen.

    Voor zijn dominante rol in de West-Duitse geheime dienst van na de oorlog had Gehlen zich uitgerekend laten voorstaan op zijn werk als leider van de Abteilung fremde Heere Ost in Hitlers oorlog tegen de Sovjet-Unie. In die positie was hij in het opperbevel van het leger verantwoordelijk geweest voor de analyse en prognose van de operationele bedoelingen van de Sovjetstrijdkrachten. Toen al was hij bezig de mythe van zijn eigen onfeilbaarheid op te bouwen. In Der Dienst, zijn memoires die in 1971 verschenen, beweerde hij zelfs dat hij het in zijn analyses van de vijand in het Oosten tussen 1942 en 1968 altijd bij het rechte eind had gehad, of die analyses nu voor Adolf Hitler, voor de Amerikanen of voor de Bondsregering bestemd waren.

    Max-Meldungen

    Het is verbazingwekkend dat niemand die bewering ooit grondig heeft onderzocht. Pas vijf jaar geleden riep de BND zelf een onafhankelijke commissie van historici in het leven om de ontstaansgeschiedenis en de vroege jaren van de BND wetenschappelijk te onderzoeken – en daarmee ook de persoon Gehlen van zijn geheimzinnigheid te ontdoen. Of het eindrapport van de commissie nog dit jaar zal verschijnen, zoals was aangekondigd, is onzeker: de BND verzet zich heftig tegen het voornemen van de historici om ook de echte namen van de agenten van de dienst te vermelden. Maar nu al is het beeld van de onfeilbare meesterspion onhoudbaar.

    Al in september 1943 moest Gehlen als hoogste inlichtingenofficier van het Duitse leger een soort bekentenis afleggen: in juli 1943 was het laatste grote Duitse offensief in het Oosten mislukt tijdens de grootste tankslag die ooit werd geleverd – bij Koersk, op 100 kilometer van de huidige Oekraïense grens –, mede omdat de Sovjets al lang van de plannen wisten. De Duitsers raakten in de verdediging, en daarom werden er van Gehlens afdeling realistische aanwijzingen geëist over plaats, tijd en sterkte van de aanvalsplannen van de Sovjets.

    Maar uitgerekend in die situatie moest Gehlen bekennen: ‘Door het uitvallen van de belangrijkste bronnen ontbreken op dit moment meldingen over de bedoelingen van de vijand.’ Men was nu ‘voor een aanzienlijk deel’ aangewezen op ‘gevolgtrekkingen van zuiver theoretische aard’.

    Sinds zijn aantreden in april 1942 had Gehlen zich steeds sterker georiënteerd op de zogeheten ‘Max-Meldungen’, die door de inlichtingendienst van de Wehrmacht werden aangeleverd. Die meldingen behelsden informatie over de verplaatsing van Sovjettroepen, de positie en bezetting van vliegvelden, maar berichtten ook over actuele strategische besluiten van de generale staf van de Sovjets onder leiding van Stalin. Na aanvankelijke scepsis beschouwde Gehlen de meldingen als zodanig betrouwbaar dat hij ze ook geloof schonk als ze uitsluitend door volgende ‘Max-meldingen’ leken te worden bevestigd.

    Gehlen kreeg zijn berichten van de joodse agent ‘Klatt’ en de Russische balling Longin Ira, die ze in werkelijkheid zelf verzon

    De meldingen waren afkomstig van een informant met de schuilnaam ‘Klatt’. Die leidde in de Bulgaarse hoofdstad Sofia de ‘Luftmeldekopf Südost’ en was in kringen van ingewijden in de inlichtingendienst van de Wehrmacht bekend als ‘de jood Klatt’. Achter die naam ging de voormalige vastgoedmakelaar Richard Kauder schuil, de zoon van een tot het katholicisme bekeerde jood, arts uit het voormalige Oostenrijkse leger.

    Sinds de zogenaamde Anschluss van Oostenrijk gold Kauder volgens de naziwetten als ‘Volljude’. Hij onderkende het gevaar, vluchtte naar Hongarije, maar werd uitgewezen. Begin 1940 werd hij door de Weense Gestapo gearresteerd. Maar de leider van de Abwehrstelle in Wenen, een conservatief-katholieke tegenstander van Hitler en een vriend van Kauders overleden vader, zorgde ervoor dat hij vrijkwam. Om zichzelf en zijn moeder te verzekeren van verdere bescherming van de Abwehrstelle tegen racistische vervolging, trad Richard Kauder als informant in dienst van de Abwehr.

    Vanuit Sofia zond hij vanaf de herfst van 1941 steeds meer berichten naar Wenen, zowel uit het achterland van het Russische front als uit de door de Britten beheerste gebieden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, die ter onderscheiding van het geografische gebied waarop ze betrekking hadden ‘Max-’ dan wel ‘Moritz-Meldungen’ werden genoemd. Zijn informatie kreeg Kauder weer van de Russische balling Longin Ira, die hij tijdens zijn vlucht als medegevangene had leren kennen in de stadsgevangenis van Boedapest.

    Longin Ira had deel uitgemaakt van het tsaristische en het ‘Witte’ leger in de Russische burgeroorlog en had zich als emigrant aangesloten bij een organisatie van Russische ballingen. Ira’s berichten zouden afkomstig zijn van een netwerk van agenten dat deze organisatie in de Sovjet-Unie had opgebouwd.

    Gehlen op een ontspannen moment, begin jaren zestig. – © Getty
    Gehlen op een ontspannen moment, begin jaren zestig. – © Getty

    In werkelijkheid werden de berichten door Ira verzonnen, zij het wel op grond van een uitstekende kennis van het Sovjetleger en van het gebied van de operaties, en ook door een zorgvuldig gebruik van de neutrale en de Sovjetmedia. Die waren in Bulgarije vrij verkrijgbaar, omdat het land – hoewel het met Duitsland geallieerd was – niet met de Sovjet-Unie in oorlog verkeerde. Richard Kauder maakte zich weinig zorgen over de authenticiteit van zijn berichten, zolang de ontvangers er maar tevreden mee waren en hem daarmee vrijwaarden van deportatie en dood.

    Vooral zijn ‘Max-meldingen’ konden vanwege hun actualiteit en vermeende precisie rekenen op een steeds hogere waardering in de Duitse legerstaven. Dagelijks werden er tot wel tien ‘Max-meldingen’ vanuit Wenen direct verzonden naar de post ‘Walli I’ van majoor Hermann Baun, die de hele inlichtingendienst aan het Oostfront coördineerde. Baun gaf de berichten, die het grootste deel vormden van de inlichtingen waarover hij kon beschikken, door aan de betreffende legeronderdelen en aan de afdeling van Gehlen.

    Intrige

    Maar vanaf 23 augustus 1943 bleven de vanuit Wenen aangeleverde berichten uit het achterland van het Sovjetfront plotseling uit. Wat was er gebeurd? In een intrige tegen de inlichtingendienst van de Wehrmacht was Hitler er opmerkzaam op gemaakt dat een informant die in Stockholm geheime contacten onderhield met de Russische ambassade een jood was. Woedend ontbood de Führer de chef van de Abwehr, admiraal Canaris, en eiste het ontslag van alle als ‘Volljuden’ geldende informanten.

    Nu durfde ook de Abwehrstelle in Wenen het niet meer aan berichten door te geven van hun joodse informant in Sofia. Het ‘wegvallen van de belangrijkste bron van de Abwehr’ bracht zowel majoor Baun als overste Gehlen in een precaire positie. Ook op het verzoek van de legerleiding om Hitler te bewegen tot een uitzonderingsregeling voor Kauder toonde de dictator zich ‘onverbiddelijk’. In november 1943 beklaagde Gehlen zich nog dat Hitler hem het gebruik had verboden van zijn ‘betrouwbaarste vertrouwensman, die ons de beste berichten over Rusland bracht’. Maar hij zou ‘al middelen en wegen gevonden’ hebben ‘om hem verder in te zetten’.

    Richard Kauder, de legendarische agent ‘Klatt’, stierf als een gebroken man

    Gehlen had inderdaad ingestemd met een regeling waarbij Richard Kauder als informant werd overgedragen aan de bevriende geheime dienst van het Hongaarse leger. Hij kreeg een nieuwe schuilnaam en verplaatste zijn standplaats naar Boedapest, vanwaar hij vanaf midden september 1943 zijn berichten met de gebruikelijke frequentie naar Wenen stuurde. En zo maakten de door een dubieuze Russische balling verzonnen en door een joodse vastgoedmakelaar geleverde berichten weer het leeuwendeel uit van het door Gehlen benutte inlichtingenmateriaal over de vijand in het Oosten.

    Omdat zijn berichten nog steeds golden als belangrijk voor de oorlogsvoering, kon Kauder zijn positie bijna tot het einde van de oorlog behouden. Pas in februari 1945 werd hij in Wenen door de Gestapo gearresteerd wegens een deviezenvergrijp en op verdenking dat hij ervandoor wilde gaan. Met veel geluk overleefde Kauder de oorlog. Al in de zomer van 1945 trad hij in Salzburg in dienst van een daar gestationeerde kleine eenheid van de Amerikaanse geheime dienst OSS, deze keer onder de schuilnaam ‘Saber’ (Sabel).

    Maar het contact met zijn – eveneens in Salzburg gestrande – voormalige leverancier van berichten, Longin Ira, werd hem door de Amerikanen ten strengste verboden. De Amerikanen hadden Ira en zijn belangrijkste Russische verklikkers uitverkoren als agenten voor een operatie met als doel te infiltreren in de geheime dienst van de Sovjet-Unie. Dat moest volgens de initiatiefnemers ‘een van de belangrijkste contraspionageoperaties aller tijden’ worden, en derhalve net zo geheim te behandelen als het ‘Manhattan Project’, de ontwikkeling van de Amerikaanse atoombom.

    Daarmee werd de operatie van de Amerikaanse geheime dienst in Oostenrijk een gevaarlijke concurrent voor een project van de chef van de inlichtingendienst van het Amerikaanse leger in Duitsland, generaal Edwin Luther Sibert, waarin Reinhard Gehlen centraal stond. Gehlen was pas op 9 april 1945 wegens foute prognoses door Hitler ontslagen en had met zijn opvolger en Hermann Baun een afspraak gemaakt: ze wilden hun diensten, en al hun inlichtingenmateriaal, aan de Amerikanen aanbieden, om na de onvermijdelijke nederlaag van Hitler-Duitsland de strijd tegen het bolsjewisme in Amerikaanse dienst en vooral met Amerikaans geld te kunnen voortzetten.

    Voor zijn anticommunistische plannen vond Gehlen een enthousiaste medestander in generaal Sibert, in wiens sector hij in juli 1945 krijgsgevangene was gemaakt. Sibert installeerde hem en een paar van zijn uit Amerikaanse krijgsgevangenenkampen gehaalde voormalige medewerkers als ‘Fachstab Gehlen’. Hun analyses over de tactiek en de leiding van het Sovjetleger bevatten vooral opmerkingen van Gehlen over het vermeende karakter van de ‘oostelijke Slaven’, dat gekenmerkt zou worden door ‘zwart-witdenken’, een ‘neiging tot schematisch denken’ en een ‘grenzeloos wantrouwen tegen anderen, de wereld en zichzelf’.

    Reinhard Gehlen in gesprek met een Russische officier, in 1943/1944. – © Getty
    Reinhard Gehlen in gesprek met een Russische officier, in 1943/1944. – © Getty

    Eind augustus 1945 moesten Gehlen en zijn medewerkers op instructie van het Amerikaanse ministerie van Defensie naar de VS vliegen. Daar werden ze echter niet ontvangen voor directe onderhandelingen over de opbouw van een Duitse geheime dienst, zoals Gehlen later in zijn memoires beweerde, maar om in een geheim verhoorcentrum ondervraagd te worden over de Duitse oorlogvoering aan het Oostfront.

    Pas in de herfst van 1945 kon generaal Sibert Gehlens partner Baun opsporen en naar ‘Camp King’ in Oberursel laten brengen. Daar ontwikkelde Baun plannen voor een Duitse inlichtingendienst die onder zijn leiding voor de Amerikanen zou werken – een onderneming die Washington in een Europese variant 4 miljoen en in een wereldwijd opererende variant 8 miljoen dollar zou gaan kosten.

    Deze plannen zag Baun wel in gevaar komen toen hij vernam dat de geheime dienst van de Amerikanen in Oostenrijk een soortgelijk project wilde opzetten met Longin Ira en zijn medestrijders, de voormalige leveranciers van inlichtingen die het werk van Gehlen en hem zo succesvol hadden doen lijken. Baun ging ertoe over om de beide Russen en hun partner Kauder bij de Amerikanen aan te geven als dubbelagenten, ‘van wie bekend was dat ze jarenlang voor de Sovjets hadden gewerkt’. Deze bevinding staat op deze manier nog altijd in de akten van de Westelijke Geallieerden.

    Afgebrand, oncontroleerbaar en overschat

    Maar zelfs met Bauns desinformatie kon generaal Sibert de operatie van de Amerikaanse geheime dienst in Salzburg aanvankelijk niet stoppen. De concurrentiestrijd tussen de in Salzburg en in Oberursel voorbereide projecten werd ten slotte beslecht doordat de geheime dienst OSS in de herfst van 1945 werd opgeheven en de restanten daarvan bij het Amerikaanse ministerie van Defensie werden ondergebracht.

    De militairen in het ministerie besloten uiteindelijk ten nadele van de in Oostenrijk voorziene operatie en kozen voor het project om met de Duitse beroepsmilitairen Gehlen en Baun een voor de Amerikanen werkende Duitse geheime dienst op te bouwen. Gehlen, die een hogere rang had dan Baun, kreeg daarover de leiding – reden waarom de oude-nieuwe geheime dienst de firmanaam ‘Organisation Gehlen’ kreeg.

    Kort voordat deze organisatie in 1956 opging in de Bundesnachrichtendienst (BND), konden Richard Kauders oude contacten daar de verleiding niet meer weerstaan om hem als informant aan te trekken, omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘een van de bekwaamste agenten van de Duitse geheime dienst’ was geweest. Maar nu maakten de Amerikanen duidelijk dat Kauder ‘volledig afgebrand, oncontroleerbaar en overschat’ was, en dat men van de Organisation Gehlen in geen geval berichten van zijn hand geleverd wilde krijgen.

    Vier jaar later stierf Richard Kauder, de legendarische agent ‘Klatt’, als een gebroken man, verarmd en vereenzaamd, in een ziekenhuis in Salzburg. Hij werd op kosten van de gemeente begraven in een armengraf.

    Auteur: Winfried Meyer
    Vertaler: Piet Meeuse

    Reinhard Gehlen bleef tot zijn pensionering in 1968 hoofd van de BND.

    Winfried Meyer is onderzoeker aan het Zentrum für Antisemitismusforschung van de Technische Universität Berlin en auteur van Klatt. Hitlers jüdische Meisteragent gegen Stalin: Überlebenskunst in Holocaust und Geheimdienstkrieg (Metropol Verlag, Berlijn 2014).

    Tagesspiegel
    Duitsland | dagblad | oplage 132.000

    Opgericht in 1945 in Berlijn, waar zich nog altijd het merendeel van de lezers bevindt. Degelijke kwaliteitskrant, in 2005 onderscheiden voor zijn restyling.