Tag: sporten

  • Wat muizen ons leren over contraproductief sporten

    Wat muizen ons leren over contraproductief sporten

    Intensief sporten kan het lichaam tot andere vormen van energieverbruik zetten. Dat leidt mogelijk tot gewichtstoename, zagen wetenschappers bij muizen.

    Japanse onderzoekers hebben aangetoond dat sommige muizen zwaarder worden in de 24 uur na een flinke workout. Bij muizen die zich maar een beetje of helemaal niet inspanden, gebeurde dit niet, ook al aten beide groepen evenveel.  Deze ontdekking draagt bij aan het toenemende bewijs dat dieren, en wij mensen dus ook, na een atletische inspanning energieverbruik kunnen compenseren door andere vormen van energieverbranding te verminderen. ‘Veel mensen voelen zich na een zware training te uitgeput om te bewegen,’ zegt gezondheidswetenschapper Takashi Matsui van de Universiteit van Tsukuba in Japan. ‘Dat maakt het voor mij aannemelijk dat de resultaten van onze studie ook gelden voor mensen.’

    Minder bewegen

    Het lijkt logisch om aan te nemen dat je afvalt als je sport, doordat je dan meer energie verbruikt dan als je niet sport. Maar proeven waarbij mensen vaker sporten, hebben laten zien dat ze minder gewicht verliezen dan verwacht. In sommige gevallen vallen ze zelfs helemaal niet af. Eerder werd gedacht dat dit kwam doordat sporters meer gingen eten. Maar in 2015 bestudeerde antropoloog Herman Pontzer, nu werkzaam aan de Duke-universiteit in de VS, het energieverbruik van jager-verzamelaars van het ­Hadza-volk uit Tanzania. Geheel tegen zijn verwachtingen in ontdekte hij dat de Hadza ondanks hun actievere levensstijl evenveel calorieën verbranden als mensen die op kantoor werken.

    Pontzer vermoedde dat bepaalde vormen van energieverbruik afnemen bij fysiek actieve mensen, als compensatie voor de energie die ze met die inspanning verbranden. Met andere woorden: het kan zijn dat je bij stevige inspanning netto toch niet meer calorieën verbrandt. Dat is te verklaren doordat we minder bewegen als we uitgeput zijn, iets wat ook te zien is in dierproeven. Muizen die op een tredmolen hebben gerend, zijn minder actief dan muizen die dat niet gedaan hebben.

    Dalende temperatuur

    Nu heeft Matsui aangetoond dat verminderde beweging door vermoeidheid mogelijk niet het enige is wat een rol speelt. Zijn groep plaatste in dertig muizen een klein apparaatje dat zowel de lichaamstemperatuur als de hoeveelheid beweging van de muizen mat. Nadat alle muizen een week lang dagelijks een halfuurtje op een rad gerend hadden, verdeelden de onderzoekers ze in drie groepen. De eerste groep hoefde niet meer te rennen. De tweede groep rende een halfuur met een snelheid vergelijkbaar met het tempo waarbij joggers hun ademhaling niet hoeven te versnellen, zegt Matsui. De derde groep rende een halfuur op een hoger tempo. ‘Dit tempo kun je vergelijken met hoe hard wij rennen wanneer onze ademhaling toeneemt en we gaan zweten.’ De volgende dag bleek de fysieke activiteit van de groep die het hardst gerend had 30 procent lager dan op de dagen waarop ze niet hoefden te rennen. Bovendien daalde de lichaamstemperatuur van deze groep met 1 procent na het rennen, wat laat zien dat ze minder energie verbrandden. De muizen kwamen ook aan, hoewel ze evenveel aten als daarvoor. Deze effecten namen de onderzoekers niet waar bij de andere groepen muizen. ‘Onze experimenten laten zien dat zowel de fysieke activiteit als de lichaamstemperatuur na een flinke inspanning kunnen afnemen, en dat het lichaamsgewicht dan kan toenemen’, zegt Matsui.

    Intensiteit

    De afname in lichaamstemperatuur laat zien dat fysiologische processen afnemen als reactie op inspanning, zegt Pontzer. ‘Afgaand op de klaarblijkelijke energiecompensatie na een inspanning die we eerder zagen in mensen- en dierenstudies, komt dit niet als een verrassing. In deze studies zagen we dat het totale energieverbruik erg stabiel bleef, zelfs als dagelijkse inspanningen toenamen.’ Matsui denkt dat de resultaten relevant zijn voor mensen die gewicht proberen te verliezen. Waar de meeste studies focussen op het algehele energieverbruik bij mensen die sporten, is er nu ook op de intensiteit van de activiteit gelet. ‘Jezelf afbeulen waardoor je minder gaat bewegen, is contraproductief’, zegt hij. ‘Als je wilt afvallen, is het dus belangrijk om fysieke beweging buiten het sporten te erkennen en de intensiteit van een workout dermate laag te houden dat je overdag actief blijft.’

    ‘Ik weet niet zeker of we deze resultaten ook kunnen gebruiken om gematigde activiteit aan te raden in plaats van een intensere inspanning’, zegt Pontzer daarentegen. ‘Het is niet duidelijk of dit specifieke resultaat ook van toepassing is op mensen.’  

  • Moeten vrouwen niet meer in het donker hardlopen?

    Moeten vrouwen niet meer in het donker hardlopen?

    Veel vrouwen voelen zich onveilig als ze ‘s avonds in het donker buiten sporten. Maar doen ze er goed aan om binnen te blijven? Twee redacteurs van The Guardian gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘We stoppen met buiten sporten in de winter, wat erg frustrerend is’

    ‘Ik ren omdat ik vrolijk word van de frisse lucht en het buiten zijn’, schrijft Robyn Vinter in The Guardian. ‘In het najaar ruik je de geur van de vochtige bladeren en paddenstoelen en voel je het mistige boslandschap.’ Vinter rent niet voor haar beroep, ze hoeft niet het hoogst haalbare resultaat te halen. ‘Ik heb een drukke baan, waarin ik de hele dag besprekingen heb. Als ik ga hardlopen, kan ik even alleen zijn met mijn gedachten.’

    Maar die ‘simpele vreugde’ komt elk jaar voor een paar maanden tot stilstand. De reden volgens Vinter: de duisternis die al vroeg invalt. ‘Vanaf oktober proberen veel vrouwen alternatieven te vinden voor hardlopen, wandelen en fietsen, omdat ze zich simpelweg niet veilig genoeg voelen om dat in het donker te doen. En voor velen van ons kan dit nogal een grote verandering zijn, iedere keer dat de wintermaanden eraan komen.’

    Vinter postte in 2022 een tweet over dit probleem en kreeg daar veel begripvolle reacties op. Maar er was ook weerstand: ‘Een minderheid van woedende mannen spoorde me aan om “meer ballen te kweken”. Ze wezen erop dat mannen een veel groter risico lopen om aangevallen te worden in andere situaties, zoals in kroegen en in winkelstraten.’ 

    ‘Dat vrouwen alleen in het donker bang zijn, komt door de vele verkrachtingen de laatste jaren’

    Maar dat is volgens Vinter niet het probleem. ‘We zijn niet bang dat we in elkaar geslagen worden. We zijn bang dat we verkracht of vermoord worden. Onze angsten zijn niet irrationeel. Dat vrouwen alleen in het donker bang zijn, komt door de vele verkrachtingen de laatste jaren.’ Vinter noemt onder andere Zara Aleena, een vrouw die seksueel werd misbruikt en vermoord toen ze in het donker alleen naar huis liep. 

    ‘Deze tragische verhalen van vrouwen – gecombineerd met een leven lang gevolgd, betast en lastiggevallen worden in het openbaar  – zorgen er natuurlijk voor dat we ons gedrag aanpassen. We nemen een taxi nadat we uit zijn geweest, zelfs als de wandeling naar huis maar 20 minuten duurt. We gebruiken goed belichte wegen en vermijden kortere routes via steegjes. En ook stoppen we met buiten sporten in de winter, wat erg frustrerend is.’

    Vinter geeft toe dat het probleem niet gemakkelijk op te lossen is. Maar toch zijn er volgens haar een aantal dingen die kunnen helpen. ‘Denk aan een hoger veroordelingspercentage voor verkrachtingen in combinatie met de stap om misdaden als stalken serieuzer te nemen.’ Daarnaast voert Vinter aan dat interne problematiek bij de politie, zoals vrouwenhaat, direct moet worden aangepakt.

    Een andere oplossing is volgens haar om geen marathons in het voorjaar te plannen. ‘Ik weet dat veel vrouwen gefrustreerd waren toen de marathon in Londen in april was gepland. Als de marathon in de herfst zou plaatsvinden, konden vrouwen in de lange zomerdagen trainen.’ Nu traint ze in de winter op een loopband in een zweterige sportschool. ‘Ik verlang naar de vrijheid die mannen hebben.’ 


    ‘Ik weiger het hardlopen in de donkere wintermaanden op te geven’

    ‘Toen ik een paar jaar geleden begon met hardlopen, rende ik vaak in het donker. Na een hele dag binnen gezeten te hebben op mijn laptop, wilde ik naar buiten,’ schrijft Emma Snaith, columnist bij The Guardian. Snaith begon met hardlopen omdat ze vond dat dat moest, maar later begon ze er steeds meer van te houden. ‘Ik word blij als ik een vos voor me uit zie schieten, langs een drukke kroeg sprint of als ik de fonkelende lichtjes van de stad langs de Theems zie. De duisternis en eenzaamheid zorgen ervoor dat ik helemaal in gedachten kan verzinken.’ 

    ‘Maar elke keer als ik ‘s nachts mijn veters strik, vecht ik tegen pietluttige gedachten. Vrouwen worden gewaarschuwd dat ze enkel overdag moeten hardlopen, stille straten moeten vermijden en niet alleen uit moeten gaan. Familie en vrienden met goede bedoelingen proberen me ertoe over te halen om te stoppen met hardlopen in het donker. Maar zijn het altijd de vrouwen die hun gedrag aan moeten passen?’

    ‘Ik neem wel voorzorgsmaatregelen,’ gaat ze verder. ‘Ik draag reflecterende kleding, neem mijn telefoon mee, vermijd onverlichte delen van de grachten en parken en vertel mijn huisgenoot wanneer ik ga hardlopen. Ik heb het geluk dat er in mijn deel van Londen genoeg goed verlichte straten zijn waar ik kan hardlopen – een luxe die vrouwen op het platteland niet hebben.

    Voor de duidelijkheid: ik begrijp dat de angst voor de veiligheid van vrouwen ‘s nachts verre van irrationeel is. Uit een enquête van Runner’s World blijkt dat 60 procent van de vrouwen aangaf wel eens te zijn lastiggevallen tijdens het hardlopen. En dan zijn er nog de grimmige vergelijkbare gevallen van vrouwen die in het openbaar door mannen zijn vermoord, zoals Zara Aleena. Ook deze vrouwen namen voorzorgsmaatregelen, zoals op goed verlichte straten blijven, een vriendje bellen en felle kleding dragen. Maar dat was niet genoeg.

    ‘Onze focus zou moeten liggen bij het beëindigen van de cultuur van vrouwenhaat’

    De voorspelbare reactie van de politie op deze misstanden is simpelweg dat ze vrouwen aanraden binnen te blijven. Jenny Jones (Green Party) wees erop dat er aan dit advies twee kanten zitten: mannen zouden zich aan een avondklok moeten houden vanaf zes uur.’ Volgens Snaith is er weinig veranderd sinds 1970, ten tijde van the Yorkshire Ripper Murders: ‘Destijds vertelde de politie ook aan vrouwen dat ze thuis moesten blijven als het donker was.’

    Maar zelfs als vrouwen overdag op pad gaan, worden ze nog steeds aangevallen, schrijft Snaith. ‘Ashling Murphy is vermoord toen ze in Ierland overdag langs een kanaal aan het hardlopen was. Dus wat nu?’ Van vrouwen kan moeilijk verwacht worden dat ze zowel ‘s nachts als overdag niet hardlopen en rustige gebieden omzeilen, voert Snaith aan. ‘Er is een hardloopband in de sportschool, maar dat vereist een duur lidmaatschap.’ En het is niet vergelijkbaar met sporten in de buitenlucht. 

    Vrouwen vragen om zich te verstoppen is volgens Snaith niet de oplossing. ‘De fout ligt enkel bij de aanvallers. Onze focus zou moeten liggen bij het beëindigen van de cultuur van vrouwenhaat, die leidt tot gendergerelateerd geweld.’

    Snaith is het eens met Vinter dat het veroordelingspercentage voor verkrachting verhoogd moet worden. En het strafbaar stellen van seksuele intimidatie op straat moet prioriteit krijgen. ‘Ik weiger het hardlopen in de donkere wintermaanden op te geven. En ik voel me gesteund als ik dan ook andere rennende vrouwen tegenkom.’

  • Is fitnesstracking een goed idee?

    Is fitnesstracking een goed idee?

    Steeds meer mensen dragen smartwatches. In Duitsland houdt zelfs een op de drie mensen hun vitale functies in de gaten met behulp van deze zogenaamde wearables. Is dit gewoon de zoveelste plaag van de zichzelf optimaliserende mensheid of is het juist een goede ontwikkeling? Twee redacteuren gaan met elkaar in debat. 

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘Experts waarschuwen dat smartwatches je fitheid kunnen belemmeren in plaats van verbeteren’  

    De 46-jarige LeClair kreeg van haar zorgverzekeraar een fitnesstracker aangeboden. Hoewel ze het in het begin leuk vond om haar stappen bij te houden en haar hartslag te monitoren, werd de tracker na een paar maanden een standaard waaraan ze zichzelf ging afmeten. ‘In plaats van te kijken naar de veranderende lucht of met haar handen langs met mos bedekte bomen te gaan, maakte ze zich zorgen dat haar hartslag niet hoog genoeg was. Telkens als LeClair wakker werd, was haar eerste gedachte: “Ga ik vandaag wel genoeg stappen zetten?”’ Daarmee begint de Amerikaanse journalist Hilary Achauer haar artikel in The Washington Post

    En dus besloot LeClair ‘op een dag dat ze er genoeg van had’. ‘Jaren nadat ze haar fitnesstracker had weggegooid, is LeClairs activiteitsniveau niet afgenomen.’ Vervolgens benoemt Achauer dat de fitnesstrackers van vandaag ‘veel meer kunnen dan alleen je stappen bijhouden’. ‘De nieuwste smartwatches monitoren je slaap, je herstel, de intensiteit van je training en houden zelfs je golven bij tijdens het surfen. Toegang tot deze informatie is niet altijd positief en sommige experts waarschuwen dat de gadgets je fitheid kunnen belemmeren in plaats van verbeteren.’

    Zo benoemt Alissa Rumsey, een gediplomeerd diëtiste in Brooklyn en auteur van het boek Unapologetic Eating, dat voor veel mensen het bijhouden van hun bewegingen een negatieve obsessie kan worden. Daryl Appleton, psychotherapeut en prestatiecoach, waarschuwt dat ‘fitnesstrackers ongezond kunnen worden als er geen grenzen aan het gebruik ervan worden gesteld’. ‘Als je constant je app of stappen checkt en je waarde daaraan afmeet, of hebt ontdekt dat het bijhouden van je fitness en calorie-inname je dagelijkse privé- en beroepsleven belemmert, dan bestaat de kans dat je bepaalde psychische stoornissen aan het ontwikkelen bent’, aldus Appleton. 

    Fitnesstrackers ‘verwijderen de grenzen die vroeger bestonden tussen medische apparaten en consumentenproducten’

    Achauer benoemt ook een ander mogelijk probleem met fitnesstrackers, namelijk dat ze ‘gebruikers ertoe kunnen aanzetten de signalen van hun lichaam te negeren en te blijven trainen, terwijl ze dat eigenlijk niet zouden moeten doen’. Op die manier zouden de gebruikers volgens diëtiste Rumsey ‘niet meer letten op hoe hun lichaam zich voelt en of ze rust nodig hebben, of juist moeten bewegen’. ‘Dit zou ertoe kunnen leiden dat mensen zich losgekoppeld voelen van hun lichaam’, aldus Achauer. 

    Een andere expert die wordt aangehaald in het artikel is Leela R. Magavi, psychiater en regionaal medisch directeur van Mindpath Health. Zij meent dat ‘trackers weliswaar nuttige hulpmiddelen kunnen zijn om mensen te helpen routines te creëren en positieve gewoontes op te bouwen, maar dat ze niet zijn getest of gereguleerd als apparaten die nauwkeurige klinische diagnoses stellen. Bovendien kunnen ze onnauwkeurige resultaten opleveren.’  

    Ook gaat Achauer in het artikel in op het feit dat fitnesstrackers ‘de grenzen verwijderen die vroeger bestonden tussen medische apparaten en consumentenproducten’. ‘Informatie die voorheen beperkt was tot dokterspraktijken, zoals hartslagvariabiliteit en slaappatronen, zit nu in lifestyleproducten. Het voordeel van deze vage grenzen is dat we meer informatie bij de hand hebben over onze eigen gezondheid; het nadeel is dat we aan onszelf zijn overgelaten om de informatie die we verzamelen te interpreteren en analyseren’, meent de Amerikaanse journaliste. 


    ‘Het is arrogant om smartwatches te veroordelen als het duivelswerk van zelfoptimalisatie’

    ‘If it’s not on Strava or Garmin, it didn’t happen’, daarmee begint de Duitse journalist Martin Anetzberger zijn betoog in Süddeutsche Zeitung waarom fitnesstracking een goed idee is. ‘Dat gezegde is inmiddels een begrip geworden onder ambitieuze sporters. Vrij vertaald: “Laat mij zien welke topprestatie jij hebt neergezet in jouw fitnessapp, anders ga ik ervan uit dat je mij bedriegt.” Dit plagerijtje is uiteraard bijna nooit serieus bedoeld. Maar het biedt wel een verklaring waarom zoveel mensen fitnesshorloges, hartslagmeters en GPS-sensoren gebruiken om gegevens over hun sportactiviteiten bij te houden en te verspreiden: het is leuk, zo simpel is het.’ 

    Volgens Anetzberger is fitnesstracking puur iets positiefs. ‘Het is leuk om je trainingen virtueel bij te houden, jezelf te vergelijken met anderen en, ja, jezelf een beetje te presenteren. Dingen die leuk zijn, werken motiverend. En motivatie is essentieel als je je bijvoorbeeld voorbereidt op een marathon, omdat het veel tijd kost die je ook zou kunnen doorbrengen met familie of vrienden, in het theater, in de kroeg of gewoon op de bank.’ 

    Maar volgens Anetzberger gaat het doel van tracking nog verder. Zo zou het bij goed gebruik een ‘belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het monitoren van trainingssucces’ en zelfs ‘overbelasting of blessures kunnen voorkomen’. ‘Veel mensen die zich voor het eerst voorbereiden op een wedstrijd beginnen met trainingen die te intensief zijn en drijven hun hartslag te hoog op. Dit is niet effectief, veroorzaakt snel uitputting en frustratie en kan bovendien gevaarlijk zijn voor de gezondheid, omdat het hart- en vaatstelsel niet aan deze belasting gewend is. Veel horloges zijn uitgerust met een hartslagalarm. Ze trillen of piepen wanneer een individueel ingestelde waarde wordt overschreden. Een waardevol hulpmiddel voor beginners totdat ze gevoel voor het juiste tempo hebben ontwikkeld.’ 

    Mensen zouden gemakkelijk gemotiveerd kunnen worden door de ‘speelse aanpak’ van een dagelijks stappendoel

    Ook gaat het opiniestuk in op de groep met minder grote sportieve ambities, maar waarbij de fitnesstracker nog steeds positieve impulsen kan bieden om te gaan bewegen. Zo zouden mensen gemakkelijk gemotiveerd kunnen worden door de ‘speelse aanpak’ van een dagelijks stappendoel of een bepaald aantal trappen oplopen. 

    Daarom concludeert de Duitser dat ‘het verkeerd en ook een beetje arrogant is om smartwatches te veroordelen als een ultiem en duivels symbool van hightech zelfoptimalisatie – vooral als je bedenkt hoeveel mensen in Duitsland te veel wegen (meer dan de helft heeft overgewicht, bijna een kwart heeft extreem overgewicht), wat in verband wordt gebracht met een verhoogd risico op diabetes, hart- en vaatziekten en gewrichtsaandoeningen.’ Onlangs werd uit onderzoek duidelijk dat het percentage van mensen met overgewicht in Nederland in 2050 zal oplopen tot 64 procent. 

    Anetzberger benoemt ook kort dat deze moderne apparaten ‘een jungle aan verschillende functies bieden die een aanzienlijke impact hebben op het dagelijks leven en vaak automatisch worden geregistreerd’. Hij ziet in dat mensen daar ook geïrriteerd van kunnen raken of zich daardoor onder druk gezet kunnen voelen. De oplossing die hij daartegen voorstelt is simpel: ‘Leg je horloge dan gewoon weg en schakel deze cryptische waarden uit, vooral ’s nachts als je slaapt.’

  • IOC verwerpt oproep Zelensky om Russische atleten te weren van Olympische Spelen

    IOC verwerpt oproep Zelensky om Russische atleten te weren van Olympische Spelen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuw-Zeeland roept noodtoestand uit vanwege cycloon Gabrielle

    » Partij van Olaf Scholz krijgt electorale klap in Berlijn

    Oekraïne eist uitsluiting Russische atleten

    De afgelopen dagen is het geschil tussen het Internationaal Olympisch Comité en Oekraïne opgelaaid door uitspraken van het IOC over eventuele Russische en Belarussische deelname aan de Spelen in 2024. Zelensky roept het comité op om atleten uit Rusland en Belarus de toegang tot de Spelen in Parijs te weigeren, maar Thomas Bach, het hoofd van het comité, wil daar niet in meegaan. Hij houdt de mogelijkheid open dat atleten uit Rusland en Belarus onder neutrale vlag aan de Spelen mee zullen doen, bericht The Guardian.

    Bach stelde dat het niet aan overheden is om te bepalen wie wel en niet mee mag doen aan sportwedstrijden, omdat dat het einde zou betekenen van de Olympische Spelen zoals we die nu kennen. ‘De missie van sport is mensen verenigen, en niet nog meer confrontaties en escalaties uitlokken,’ aldus de IOC-voorzitter.

    Meerdere landen overwegen de Spelen te boycotten als Rusland zou meedoen

    Oekraïne stelt daartegenover dat Moskou zal proberen politiek gewin te halen uit deelname aan de Spelen en heeft gedreigd dat het zich zal terugtrekken als Rusland mee mag doen. ‘Dit kan niet worden weggemoffeld met zogenaamde neutraliteit of een witte vlag. Rusland is op dit moment een land dat alles met bloed besmeurt, zelfs de witte vlag,’ aldus Zelensky afgelopen vrijdag tijdens een online top met sportministers.

    De Mensenrechtenraad van de VN maakt ernstige bezwaren tegen de uitsluiting van atleten ‘puur op grond van hun paspoort’, omdat dit een schending van hun rechten is, aldus Bach. Er zijn al verschillende sporten, zoals tennis, waaraan Russen mogen deelnemen, zij het onder neutrale vlag. In Europa zijn echter meerdere landen tegen Russische deelname, bepaalde landen overwegen zelfs de Spelen te boycotten als Rusland zou meedoen.

    Lees ook:

  • Waarom de Engelsen van luie sporten houden

    Waarom de Engelsen van luie sporten houden

    Cricket, croquet en zelfs tennis behoorden ooit tot de grote zweetvrije Britse sporten, waarbij deelnemers een lange broek, trui en zelfs stropdas droegen. ‘Geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis.’

    Er was eens een tijd, toen de trofee van Wimbledon bijna exclusief door Britse handen werd vastgehouden, dat je op de baan in Zuidwest-Londen kon winnen met een lange broek. Zelfs met een stropdas, als je ver genoeg teruggaat. Maar in die lang vervlogen dagen was tennis nog een zweetvrije sport.

    Nou ja, een paar druppeltjes misschien, maar er vloog beslist minder vocht in het rond dan tegenwoordig, nu zweetbandjes, transpiratie en regelmatig afvegen met de handdoek een onderdeel zijn geworden van een fetisjistische show van pijn en inspanning. Een show die vaak gepaard gaat met verbale ejaculaties van soms nogal alarmerende intensiteit. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die het geluid van Wimbledon zachter moet zetten vanwege het voortdurende gebrul aan de baseline. 

    Maar zo was het niet altijd. Lang voordat vrouwen hartstochtelijk gingen kreunen, serveerden zij onderhands, gekleed als de weduwen van Downton Abbey, terwijl de mannen – denk aan Fred Perry, drievoudig winnaar in de jaren dertig – zelfs een trui droegen. Het feit dat dit bovendien de periode was dat Groot-Brittannië uitblonk in tennis, is intrigerend.

    Geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis

    Cricket is ook al zo’n geweldige zweetvrije sport: zelfs tot op de dag van vandaag is zweten niet gepast, tenzij je langdurig en intensief aan het bowlen bent. Zweten doe je dus niet, behalve als het echt heel heet is, wat in Groot-Brittannië meestal niet het geval is. Bovendien zit het spel zo in elkaar dat de fysieke inspanning die de spelers moeten leveren slechts zes ballen duurt. Daarna kunnen ze weer gaan luieren op het buitenveld en nadenken over hun volgende Mr Kipling.

    GettyImages 3365348
    – De Engelsman Fred Perry (rechts) en de Duitser Gottfried von Cramm voorafgaand aan de finale in het enkelspel voor heren op de Wimbledon Lawn Tennis Championships in 1935. Perry won met 6-2 6-4 6-4.  © A. Hudson / Topical Press Agency / Getty Images

    Daar zit wat in: geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis. Ik weet zeker dat ik eindeloos rustige worpen zou kunnen doen met mijn rechterarm zonder dat er ook maar een enkele zweetklier gaat werken, en volgens mij ben ik niet de enige. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan het slechte Engelse weer, want waar ter wereld hebben spelers bij een zomersport een wollen trui nodig die net zoveel weegt als een dwergteckel? 

    Maar het blijft een feit dat buiten adem raken bij cricket hetzelfde betekent als hevig transpireren op de golfbaan: je lichaam waarschuwt je dat er iets anders is om je druk over te maken dan je slaggemiddelde. Hoog tijd om naar de huisarts te gaan.

    Croquet

    De nummer 1 van de Britse zweetvrije sporten is croquet, het vriendelijke gezicht van het sadomasochisme uit de Home Counties [de regio Londen / Zuidoost-Engeland]. Bij croquet is het ogenschijnlijk de bedoeling dat je de bal door poortjes krijgt, maar in werkelijkheid gaat het erom dat je je tegenstander vernedert. In veel opzichten is de sport vergelijkbaar met golf, vooral in die zin dat het enige waardoor je transpireert de emotionele druk is en niet zozeer de fysieke inspanning die het kost om een houten hamer of een golfclub te hanteren. 

    Is het een verrassing dat Engeland bij croquet vaak bovenaan het wereldklassement staat? Op de voet gevolgd door de Schotten en de Welsh?

    GettyImages 3135932
    – Een speler ligt in de juiste positie om goed zicht door het poortje te krijgen tijdens een croquetwedstrijd. © Stan Meagher / Express / Getty Images

    Uiteraard staan eten en drinken centraal bij alle Engelse sporten. De negentiende hole bij golf – de bar – is minstens zo geliefd bij de meeste spelers als de achttien holes die eraan voorafgaan. In die zin lijken golf en croquet ook op elkaar. Het is geen geheim dat je croquet probleemloos kunt spelen op een verfrissend glas Pimm’s of een gin-tonic. 

    Net als de andere zuiver zweetvrije sporten vereist croquet nul conditie en is er geen leeftijdsgrens: mijn vader vierde zijn zeventigste verjaardag door alle tegenstanders te verslaan tijdens een rijkelijk besprenkelde croquetmarathon in de sneeuw.

    Het heeft meer weg van darts, waar een BMI onder de 30 uitermate verdacht is

    Dat brengt ons bij snooker, een andere sport die zo typisch Engels is dat drinken en roken tot voor kort op het hoogste niveau verplicht waren. Het heeft meer weg van darts, waar een BMI onder de 30 uitermate verdacht is: als je een paar trappen op kunt lopen zonder tintelingen in je linkerarm te voelen, heb je je fitnessprogramma duidelijk te serieus genomen. Snooker en darts zijn misschien wel de laatst overgebleven bolwerken van echt zweetvrije topsport.

    Niet voor niets zijn deze terreinen van menselijke inspanning ofwel volledig genegeerd door het Internationaal Olympisch Comité, ofwel genoten ze een veel te korte olympische opflakkering. Cricket en croquet waren alleen op de Spelen van 1900 toegelaten (respectievelijk Groot-Brittannië en Frankrijk streken met de eer), terwijl golf in 1900 en 1904 meedeed en pas in 2016 weer een olympische discipline werd. Het schijnt dat ook darts hoopt op een plaatsje bij de Spelen. We zullen zien.

    GettyImages 3320883
    – Meervoudig kampioen John Solomon bij de jaarlijkse croquetkampioenschappen in Hurlingham. © Edward Miller / Keystone / Getty Images

    Schieten

    Tot de overige geweldige zweetvrije sporten behoort natuurlijk ook het schieten; een activiteit die zelfs origami fysiek zwaar doet lijken. Je kunt het beoefenen met een stropdas om en een sigaret in je mond (indien toegestaan), zelfs als je lijdt aan morbide obesitas, en dat allemaal zonder dat je hartslag ook maar een tikkie omhooggaat. In dit opzicht is schieten de zweetvrije sport bij uitstek, en dat het nog steeds op het olympisch programma prijkt is beslist een ongewone overwinning voor de zorgeloze schutters. Moge deze nog lang voortduren.

    Hoe komt het dat de Britten zich zo aangetrokken voelen tot sporten die nul fysieke inspanning vergen? Zit het misschien in het bloed? Zonder twijfel zit het in ons culturele dna gebakken dat wij ons niet moe maken aan voorbereiding of training vlak voor een wedstrijd. Het hoort niet en we vinden het zelfs iets weg hebben van bedrog. Natuurlijk mag je wel winnen, maar God verhoede dat je daarvoor te hard je best doet. De Engelsman is meer onder de indruk van behendigheid.

    Dus de volgende keer dat het plaatselijke cricketteam je vraagt om te batten, of als de dominee je uitnodigt voor een potje croquet, doe dan enthousiast mee, maar breng jezelf niet in verlegenheid door je al te veel in te spannen. En vergeet niet een dikke trui mee te nemen.

  • Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Menselijk zweet is veel meer dan alleen verkoelend. Soms ruikt het ‘ranzig, geitachtig’ naar een flinke doses ‘stinkkaas’ of naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met ui’, dan weer prikkelt het onze zintuigen op een aangename manier.

    In de sportschool getuigt een bezweet T-shirt van krachts-inspanning en doorzettingsvermogen, maar bij een kennismakingsgesprek is het een teken van zwakte en onzekerheid. Voor de sauna betalen we om te zweten, voor een taxi met airco juist om te voorkomen dat we bij een receptie op ook maar één zweetdruppeltje worden betrapt. Geen twijfel aan: de mens heeft een schizofrene verstandhouding met zweet. Nu eens heeft lichaamsvocht een erotische aantrekkingskracht, dan weer wekt het weerzin.

    Eerst en vooral is zweten essentieel om te kunnen overleven: zo beschermt het lichaam zichzelf tegen oververhitting. Ieder mens heeft twee tot vijf miljoen zweetklieren. Het merendeel daarvan zijn eccriene zweetklieren, die over het hele lichaam verspreid liggen. Door die klieren dringt een waterig-zoutachtig vocht door tot op het huidoppervlak, waar het verdampt en ons lichaam afkoelt. Apocriene zweetklieren komen daarentegen alleen voor op enkele behaarde lichaamsdelen, zoals onder de oksels. Deze geurklieren scheiden een olieachtig secreet af. Het vocht zelf is weliswaar reukloos, maar vormt tegelijkertijd ook een buitenkansje voor heel wat huidbacteriën. De afvalproducten van dit afbraakproces resulteren in wat wij doorgaans een zweetlucht noemen. 

    Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’

    Ieder mens heeft zijn eigen unieke zweetgeur. In haar lezenswaardige boek The Joy of Sweat schrijft de Canadese wetenschapsjournalist en docent Sarah Everts dat er genderspecifieke tendensen zijn. Zo worden mannengeuren vaker gedomineerd door een geurmolecuul dat ze omschrijft als ‘een ranzige, geitachtige stank met een geur van stinkkaas’. Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’.

    Hoe onaangenaam die zweetlucht tegenwoordig ook kan zijn, in oorsprong was hij een belangrijk communicatiemiddel. Veel zoogdieren bakenen hun territorium af – met waarschuwingssignalen of juist met liefdesboodschappen. ‘Maar bij mensen wordt de oorspronkelijke biologische betekenis van de apocriene zweetklieren nog maar slecht begrepen,’ zegt Everts. Misschien verraadde de zweetlucht van onze voorouders ooit dat iemand bang was, of dat een vriend of familielid ziek was.

    Bezwete T-shirts

    Ook bij het vinden van een partner speelden zweetklieren mogelijk een belangrijke rol – en misschien doen ze dat nog steeds. In de jaren negentig liet evolutiebioloog Claus Wedekind van de Universiteit van Lausanne vrouwen ruiken aan bezwete T-shirts van mannen. De proefpersonen hadden voorkeur voor de reuk van mannen met een immuunsysteem dat niet te sterk leek op het hunne, maar dit juist goed aanvulde. Vroeger, toen mensen in kleine groepen leefden, voorkwam die voorkeur mogelijk dat een vrouw een man koos die te nauw aan haar verwant was.

    Hoewel dat risico tegenwoordig geringer is en andere factoren bij de partnerkeuze veel belangrijker zijn, geloven sommigen nog altijd in de erotische werking van het okselholtebouquet. Everts deed mee aan een zweetdating in Moskou waarbij de deelnemers aan hun date snuffelden. Om een tipje van de sluier op te lichten: zij stuitte daarbij inderdaad op een geur waar ze warm van werd.

    Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen

    Eccriene zweetklieren zijn minder verbonden met intieme gevoelens. Maar ook zij kunnen een mens onzeker maken of voor schut zetten. Everts doet veel aan sport, vertelt ze, ‘en ik ben altijd de eerste die zweet’. Dat vond ze vaak vervelend en het bracht haar op het idee een boek over zweet te schrijven. Uit onderzoek bleek dat de zweetproductie van haar lichaam gemiddeld is. Maar sommige mensen hebben enorm veel zweetporiën, of hun zenuwsysteem is zo ingesteld dat het maar al te gauw een zweetsignaal afgeeft. Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen.

    Zweten is een zeer menselijk fenomeen. Mensen hebben, schrijft Everts, tien keer zoveel eccriene zweetklieren als chimpansees en kunnen twaalf keer zo sterk zweten als een koe. Bij andere zoogdieren zoals honden en katten komen eccriene zweetklieren alleen voor op de poten. Zij reguleren niet de warmtehuishouding maar vergroten bij het klauteren en jagen hun grip op de grond. Afkoelen doen onze favoriete huisdieren onder meer door te hijgen met de tong uit de bek. Maar dat is een actief proces dat energie kost.

    Afkoelingsstrategieën

    Ook in vergelijking met andere afkoelingsstrategieën is zweten een behoorlijk slimme oplossing. Kangoeroes bijvoorbeeld likken hun onderarm om af te koelen. De Nieuw-Zeelandse zeebeer urineert over zijn buik en achterpoten als het hem te warm is. Ooievaars en gieren spatten modder op hun poten. En als honingbijen oververhit dreigen te raken, braken ze hun maaginhoud uit en smeren die met hun voorpoten over hun hele lijf. 

    Hoewel zweet voor 99 procent uit water bestaat, is de resterende 1 procent in velerlei opzichten heel interessant. Die bestaat namelijk uit honderden chemische substanties die door het lichaam worden afgescheiden uit het weefselvocht tussen bloedvaten en weefsels. De belangrijkste zijn zoutbestanddelen zoals natrium, kalium en chloride. Andere substanties verraden onze ondeugden: vermaard en berucht is de geur van knoflooketers. Everts beschrijft zelfs het geval van een verpleegkundige uit Zuid-Afrika die vertwijfeld een arts raadpleegde omdat er rood zweet uit haar poriën kwam. De kleur bleek afkomstig van de tomatenchips die de vrouw met kilo’s naar binnen had gewerkt.

    Sinds enkele jaren neemt ook de sportgeneeskunde ons zweet nauwkeuriger onder de loep. Bij het interdisciplinaire onderzoeksproject WeCare proberen wetenschappers uit Zürich, Neuchâtel, Lausanne en Barcelona een zweetmeetapparaat voor duuratleten te ontwikkelen. Hiermee moeten triatleten, wielrenners en marathonlopers onderweg voortdurend controleren hoeveel water, natrium of kalium zij hebben uitgezweet. ‘Zo kunnen zij dan op het juiste moment de juiste hoeveelheid van het juiste vocht tot zich nemen,’ zegt Mathieu Saubade van het Centrum voor Sportgeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Lausanne, die als onderzoeker bij het project betrokken is.

    Realtime

    Volgens Saubade is de wetenschappelijke belangstelling voor dergelijke toepassingen de afgelopen tijd sterk gestegen. Tot nog toe waren er echter nog geen apparaten op de markt om de bestanddelen van zweet in realtime te meten. Dat komt door de complexiteit van dat lichaamsvocht. ‘Hoeveel en hoe we zweten is afhankelijk van verschillende factoren,’ zegt Saubade. Omgevingstemperatuur, leeftijd, geslacht, het uur van de dag en voeding zijn onder meer relevant. Conditie is een andere factor: de zweetklieren van topatleten werken efficiënter dan die van ongetrainde mensen, zij hebben ‘leren’ reageren op hoge lichaamstemperaturen. Ondanks de vele factoren die van invloed zijn is Saubade 
    ervan overtuigd dat er in de niet al te verre toekomst apparaten op de markt komen die gericht zijn op het constant meten van zweet.

    De politie zou al aan de mogelijkheid werken om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt

    Zweet bevat heel veel informatie. Het leven van mensen met diabetes zou veel gemakkelijker worden als zij hun bloedsuiker konden meten zonder zich te hoeven prikken. En voor automobilisten zou een waarschuwingssignaal via een smartwatch nuttig zijn als ze na een avondje stappen te veel alcohol op hebben. De politie werkt volgens Sarah Everts al aan de mogelijkheid om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt.

    Maar wat als bedrijven in de toekomst informatie uit zweet verzamelen om sollicitanten te beoordelen? Of als ziektekostenverzekeringen een zweettest vragen om korting op de premie te kunnen geven? Everts vreest dat het niet lang meer duurt voordat dergelijke ideeën worden omgezet in praktijk. Misschien is dat ook een reden waarom zweten ons vaak in verlegenheid brengt, zegt ze. ‘Wij hebben geen controle over ons zweet en het verschaft intieme informatie over ons.’ 

    Lees ook: