Tag: stad

  • In de stad van de toekomst is alles op loopafstand

    In de stad van de toekomst is alles op loopafstand

    De auto de stad uit en alles wat je nodig hebt in je eigen buurt; dat is de stad van de toekomst. Architecten in Barcelona, Parijs en Stockholm geven het goede voorbeeld. Twee Catalaanse wetenschappers onthullen hun plannen voor een nieuwe manier van samenleven.

    Met de wereldwijde pandemie zijn ‘afstand’ en ‘tijd’ actuele onderwerpen geworden in de discussie over de verbetering van ons stadsleven. Boven op het probleem van de tweedeling in de leefruimte en de disbalans in het stedelijk milieu kampen we nu ook met de gevolgen van een jaar van beperkende maatregelen die het dagelijks leven hebben verstoord.

    Vanuit het urbanisme, de studie van de stedelijke leefomgeving, worden vraagtekens gezet bij de tendens tot het steeds meer op afstand zetten en opdelen van wonen, werken en recreëren. De hypermobiliteit heeft ernstige consequenties gehad voor het milieu en de leefomgeving, en ook voor onze gezondheid en ons dagelijks leven.

    Andere dagindelingen, andere plekken, andere relaties en ontmoetingen – dat is het nieuwe normaal

    We hebben het ritme en de planning van ons dagelijks leven onder druk gezet om aan nieuwe eisen te kunnen voldoen en gebruik te maken van de nieuwe middelen die ons ter beschikking staan. Andere dagindelingen, andere plekken, andere relaties en ontmoetingen – dat is het nieuwe normaal, waarin de virtuele en reële contacten op een paradoxale manier steeds meer door elkaar zijn gaan lopen.

    Voor dit opkomende levensmodel, waar we weinig van afweten, moeten nog alternatieven worden bedacht. We kunnen de consequenties voor ons en onze omgeving nog niet overzien. Er doemen nieuwe problemen op, en ook nieuwe manieren om de stad in te richten, processen, ideeën en projecten worden versneld. En gezien de huidige mogelijkheden van onmiddellijke communicatie, zijn er al stedelijke modellen met wereldwijde impact in de maak.

    Zo maken Barcelona, Parijs en Stockholm zich sterk voor de stad van nabijheid, hun plannen hebben meerdere aspecten gemeen: het beperken van de ruimte voor autoverkeer en het stimuleren van een stedelijk leven waarin nabijheid centraal staat.

    ‘Superblokken’

    Een project dat inmiddels veel navolging krijgt zijn de ‘superblokken’ van Barcelona. Recent werd een prijsvraag uitgeschreven voor ideeën om een aantal straten in Ensanche, de negentiende-eeuwse stadsuitbreiding van Barcelona, tot ‘groene kernen’ te maken en vier grote pleinen te creëren. Het basisidee van het voorstel was om huizenblokken in groepen van drie bij drie als eenheid te nemen voor het afsluiten van doorgaand gemotoriseerd verkeer.

    ‘Het zijn pure buurtstraten en dus vrij van lawaai en luchtverontreiniging’

    Zo omschrijft Salvador Rueda, de bedenker van het plan, het ecologisch project: ‘Een cel van 400 bij 400 meter omsloten door een netwerk van verkeersaders die door de hele stad lopen. In de binnenstraten van die cellen geldt een maximum snelheid van 10 kilometer per uur. Ze kunnen niet gebruikt worden voor doorgaand verkeer, het zijn pure buurtstraten en dus vrij van lawaai en luchtverontreiniging.’

    De bedoeling is de binnenstraten te ‘pacificeren’ en de kruispunten tot pleinen te maken. Een maatregel die heel goed past in het stratenplan van Ensanche, dat heel rechthoekig is, maar dat meer problemen oplevert in wijken met een onregelmatiger structuur of grotere verschillen in dichtheid of bedrijvigheid of bestemming.

    De meest recente uitrol van het model vertoont enige variaties op het beginschema. Een aantal binnenstraten worden tezamen beschouwd als uitgebreide groene kernen, die kunnen dienen om bestaande voorzieningen, toepassingen en ruimtes met elkaar te verbinden.

    Ville du Quart d’Heure

    De burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, heeft in de campagne voor haar tweede termijn het idee van de Ville du Quart d’Heure – ‘de 15-Minuten Stad’ – als centraal agendapunt gelanceerd. Haar adviseur stadsplanning, Carlos Moreno – urbanist en van oorsprong wiskundige – staat een ecologisch en technologisch gerichte aanpak voor.

    De onderdelen van Moreno’s strategie om de Franse hoofdstad CO2-vrij te maken zijn: ‘chrono-urbanisme’, nabijheid en polycentrisme. Een vernieuwde en geactualiseerde opvatting van het idee van ‘de woonwijk als eenheid’, met moderne benaderingen, methoden en instrumenten om tot duurzamere steden te komen.

    Het vormt ook een mogelijk antwoord op de uitdagingen op het gebied van gezondheid en klimaat

    Efficiënt omgaan met tijd, dat is wat ten grondslag ligt aan het concept van de 15-Minuten Stad. Niet alleen zou dat het welzijn van de bewoners ten goede komen, omdat het leven in de stad er eenvoudiger op wordt, maar het vormt ook een mogelijk antwoord op de uitdagingen op het gebied van gezondheid en klimaat die ons te wachten staan.

    De 15-Minuten Stad en het 30-Minuten Gebied (Territoire de la Demi-Heure) beogen een herwaardering in de stad van de korte afstand. Het streven is een netwerk van nabije stedelijke functies en plaatsen die te voet of met de fiets bereikbaar zijn.

    Dat alles betekent een andere benadering van de stad, zowel bestuurlijk (beheer van de Ville du Quart d’Heure) als qua levenssfeer. De inzet is een sociale en individuele transformatie van het stadsleven.

    1-Minuut Stad

    In Stockholm ijvert het gemeentebestuur, net als in de rest van Zweden, voor de 1-Minuut Stad. Door middel van innovatie en bestuurlijke samenwerking bevorderen ze de transitie naar meer duurzaamheid. Ze zetten gezamenlijke projecten op om te experimenteren met oplossingen die bijdragen aan de ontwikkelingsdoelen voor 2030.

    In 2020 ondertekenden negen steden het akkoord Viable Cities, gericht op de ontwikkeling en coördinatie van klimaatmaatregelen op landelijk niveau. Twee initiatieven voor een herinrichting op straatniveau springen eruit: Future Streets en Street Moves, beide in Stockholm.

    Het idee is dat bewoners deelnemen aan de inrichting van hun straat

    De voorstellen zijn hyperlokaal, ze hebben betrekking op de eigen woonstraat, maar kunnen ook in breder verband en verspreid over de stad worden toegepast. De kern is een verbeterde inrichting en functionering van de straten. De prototypes en pilots, waarbij bewoners werden betrokken, zijn één op één herhaalbaar. Oplossingen met nieuwe stedelijke omgevingen en situaties worden ontwikkeld en beproefd in reëel bestaande omstandigheden.

    Zo heeft de Zweedse groep ArkDes een constructiekit ontwikkeld voor een nieuw gebruik van de straten in de stad.

    Dan Hill, hoofd design van het Zweedse onderzoeks- en ontwikkelingsinstituut Vinnova en leider van Street Moves zegt dat ze wilden leren van het tactisch urbanisme, maar dan op een strategische manier. Het initiatief, dat het concept van de 15-Minuten Stad nog dichter bij de burgers brengt, stelt bewoners in staat installaties bij hun voordeur aan te brengen en daarmee zelf de 1-Minuut Stad aan te kleden. Het idee is dat bewoners deelnemen aan de inrichting van hun straat, zodat beter tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van de gemeenschap en de bewoners zich echt thuis voelen in hun wijk.

    Care City

    In het kader van het nog lopend herzieningsplan met de naam 22@Barcelona, hebben wij een voorstel uitgewerkt om in de wijk Poblenou een hogere graad van nabijheid te creëren, rekening houdend met het contrast tussen de verschillende deelomgevingen.

    In deze Barcelonese wijk bestaan diverse werelden naast elkaar: historische kernen, flatgebouwen, voormalige industriële terreinen die tot stedelijk erfgoed behoren en die een herbestemming krijgen, nieuwbouw en hotels en andere elementen van de dienstensector. Daarom streven wij, uitgaande van een analyse van de verschillen, naar een nieuw evenwicht tussen de productieve en reproductieve stad, tussen werk- en zorgvoorzieningen, zodat de kwaliteit van het stadsleven gelijkelijk wordt verdeeld.

    Onze strategie is: werken met wat er al is om een nieuw stramien te vormen waarin zulke verschillende ruimtes tot hun recht komen. Wij analyseren de centraliteit en de nabijheid, zowel op stedelijk als lokaal niveau, in termen van de ruimtelijke ordening en de activiteitenintensiteit, van ruimtes en randgebieden, van woonblokken en de straat- en voorzieningenomgeving.

    De nadruk wordt gelegd op de rol van scholen als multifunctionele ruimtes en als centrale hubs van de wijk

    In ons voorstel besteden we speciaal aandacht aan de bestaande educatieve centra en hun potentieel om te opereren als ruimtes waar verschillende mensen en functies samenkomen. Er zijn legio maatregelen en voorstellen om de relatie van scholen tot hun stedelijke omgeving te verbeteren, maar in dit initiatief wordt de nadruk gelegd op de rol van scholen als multifunctionele ruimtes en als centrale hubs van de wijk.

    Deze benadering dwingt tot een heroverweging van de ruimtelijke posities van de scholen en hun onderlinge relaties, hun toepassingsmogelijkheden en hun specifiek sociale en fysieke omgeving, hun verbinding met andere gebouwen en andere stedelijke activiteiten, alsmede de andere collectieve ruimtes van de wijk. Het resultaat is een Schotse ruit, een stramien van stedelijke stroken en ruimtes, van nabijheden en een distributie van centraliteiten.

    Meer dan een nieuw netwerk van straten of kernen, behelst ons voorstel een beter begrip en versterking van de dynamiek in het netwerk van relaties en bestaande patronen, van de voetgangersgebieden en de fijnmazige distributie van dagelijkse activiteiten, alsmede de relaties tussen het binnen en buiten van de woningen op straatniveau. Het leven beneden op straat van een stad die we koesteren en die ons koestert.

    De stad is een geheel van verschillende omgevingen, culturen, plaatsen, activiteiten, snelheden, tijden, collectieven en individuen

    In de stad zijn ‘tijd’, ‘ruimte’, ‘nabijheid’ en ‘centraliteit’ relatieve begrippen. Zoals Crasi zegt: ‘Achter de koraalachtige, homogene schijn van de stedelijke structuur schuilen overlappende, autonome systemen en contouren van de realiteit, gegenereerd door elementen die daadwerkelijk door de verschillende sociale groepen worden beleefd en gekend.’

    We moeten bereid zijn om het urbanisme en de steden te zien en te begrijpen als iets wat tegelijk technisch, politiek en sociaal is, maar ook tegenstrijdig en conflicterend. Als een dynamische plek waarin verschillende fysieke relaties, gebruiken, stromingen, individuen, belangen en behoeftes, materiële en immateriële zaken op elkaar inwerken.

    De stad is een geheel van verschillende omgevingen, culturen, plaatsen, activiteiten, snelheden, tijden, collectieven en individuen. We moeten haar bekijken vanuit een ecologische visie, aldus Capra: ‘in staat om de wereld te zien, niet als een verzameling geïsoleerde objecten, maar als een netwerk van fundamenteel onderling verbonden en wederzijds afhankelijke fenomenen’. Een doordachte ecologie die ‘de intrinsieke waarde van alle levende wezens erkent en de mens ziet als slechts een van de vele strengen in het web van het leven’.

  • Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Lange tijd werd de wolkenkrabber gezien als ‘ouwe, nutteloze meuk’. Toch zal de wereld eind dit jaar 133 gebouwen rijker zijn van meer dan 200 meter hoog. Tegenwoordig zijn het vooral woontorens die aan de wolken krabben – voor de rijken.

    In de tijd dat de architect Mohammed Atta vlucht nummer 11 van American Airlines in de noordelijke toren van het World Trade Center boorde, leek het idee van de wolkenkrabber een overblijfsel uit de twintigste eeuw, ouwe, nutteloze meuk. ‘De wolkenkrabber was het product van een geëxalteerd machtsparadigma,’ schrijft José Antonio Tallón in zijn proefschrift, getiteld Van Rem Koolhaas tot Gordon Matta-Clark. ‘Het idee werd op een bepaald moment in de geschiedenis omarmd, maar vanaf de jaren 1970 begon het inzicht door te dringen dat het een karakterloos product was van de rationalistische architectuur, bestemd voor het tabula rasa van een disfunctionele, generieke stad.

    In zijn proefschrift ontvouwt Tallón de theorie dat de wolkenkrabber zich in de loop van de twintigste eeuw heeft ontwikkeld tot een soort architectonisch niets, even expansief en destructief als de ivoren toren in Het oneindige verhaal van Michael Ende. Het beste voorbeeld van deze decadentie waren de Twin Towers, die vernietigd werden in een van de ergste terroristische aanslagen die ooit in de westerse wereld werden gepleegd.

    Negatief imago

    In 2001 waren er in de hele wereld 263 gebouwen van meer dan 200 meter hoog. Ze werden als ondoelmatig beschouwd (vanaf 150 meter worden ze vanwege problemen met stijfheid en onderhoud onrendabel) en ze kregen een negatief imago. ‘In de opeenvolgende crises van de twintigste eeuw ontwikkelden de middenklassen een antipathie tegen wolkenkrabbers, ze zagen in hun monumentaliteit een bedreiging van hun manier van leven, die in verval raakte,’ stelt Juan Antonio Roche, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Alicante. ‘Denk aan het beeld van King Kong: het is geen toeval dat de mensaap, die staat voor de eenling, de getergde kwetsbare ziel, zich tegen het Empire State Building keert, midden in de crisis van de jaren dertig, die vooral de middenklasse hard trof.’

    Twintig jaar na 11 september, negentig jaar na King Kong en midden in een andere grote, wereldwijde crisis, heeft de Council on Tall Buildings and Urban Habitat (een genootschap ter promotie van wolkenkrabbers) aangekondigd dat er in 2021 in de hele wereld 133 nieuwe torens van meer dan 200 meter bij zullen komen, wat heel dicht het record van 2017 nadert (146 nieuwe torens). Het verbazende aspect van dat getal is dat New York, de stad die symbool staat voor zowel de glorie als het falen van de wolkenkrabber in de twintigste eeuw, nu in twee opeenvolgende jaren de hoogste toren, hoger dan die van de steden in China en de Perzische Golf, laat verrijzen. En ook is daar nu voor het tweede jaar op rij de hoogste toren een luxe woontoren: de wolkenkrabber op het adres 111 West 57th Street (435 meter boven op de Steinway Hall van 48 meter, in totaal 483 meter) zal in 2021 de Central Park Tower uit 2020 (472 meter) de loef afsteken. De twee gebouwen zijn in principe bestemd voor luxe appartementen, beide kijken uit over Central Park en staan op percelen waar tot voor enkele jaren kantoorpanden stonden.

    Nog een paar feiten. Het Isle of Dogs, een voormalig havendepot aan de Theems, dat zich tussen 1987 en 1991 ontpopte als de tweede City, wordt gerecycled tot een woonwijk. In 2010 telde het stadsdeel nog 12.000 inwoners, maar in 2019 waren dat er al 19.000, en voor het eerst dook het in enquêtes op als de Londense wijk met de hoogste kwaliteit van leven. Verwacht wordt dat het Isle of Dogs over ongeveer tien jaar 100.000 inwoners zal tellen.

    Zelfs in Spanje zitten de hoge woontorens in de lift. Na jarenlange vertraging in de bouw zal de gigantische Torre Intempo in 2021 ingewijd worden als de op één na hoogste woontoren in Europa (200,2 meter). In Barcelona (Edificio Antares), Madrid (Torres Skyline) en Malaga (AQ Urban Sky) staan gebouwen gepland van rond de 100 meter hoogte en we hebben ook de Torre Bolueta in Bilbao, die al af is. Veel van die gebouwen zijn luxe-objecten midden in atypische wijken: het penthouse van de Edificio Antares in Barcelona, bijvoorbeeld, ging voor negen miljoen euro van de hand, terwijl het ver buiten de chique wijken staat.

    ‘Eigenlijk zijn het maar deels luxe-objecten,’ zegt Edgar Caridad, commercieel directeur van AQ Acentor, de onderneming die AQ Urban Sky heeft laten bouwen. ‘In Malaga bieden we de appartementen op de hoogste verdiepingen aan in het luxe segment van de markt en die op de vijfde verdieping zijn bestemd voor de middeninkomens.’

    De prijzen lopen van 158.000 euro tot een miljoen, en dat is interessant voor de aanbieder, want zo kan hij zijn publiek diversificeren,’ zegt Caridad. ‘Het imago van hoge woontorens is veranderd. In de jaren 1970 hing er een aura omheen van speculatie en lage kwaliteit. Maar tegenwoordig zijn veel constructieproblemen opgelost. Door prefab te bouwen wordt het bouwterrein een stuk kleiner en is het gebouw duurzamer. De ecologische voetafdruk bijvoorbeeld, is erg gering en dat is in deze tijd een heel aantrekkelijk criterium. Het motief echter om hoge woontorens te bouwen is niet de lage kosten, maar de symbolische waarde van het product. Mensen vinden het leuk om in een gebouw te wonen dat iedereen in de stad kent.’

    Exhibitionisme

    Wat is er tussen 2001 en nu veranderd? ‘Een heleboel factoren komen bij elkaar,’ legt José Antonio Tallón uit. ‘Wolkenkrabbers blijven problematisch, maar de technologische vooruitgang gaat wel door. De Central Park Tower is na de oplevering gesloten vanwege structurele problemen.’

    Maar wat nog zwaarder weegt dan de technologie is volgens hem de combinatie van economie en de cultuur van het exhibitionisme. ‘In 2001 zaten we al in het tijdperk van de starchitects, architecten met een sterstatus, waarin vraag was naar symbolische gebouwen,’ zegt hij. ‘Natuurlijk drukte een deel van die cultuur zich uit in wolkenkrabbers, en dat aspect raakte vervlochten met de opkomende economieën, vooral in Azië.

    Nieuwe economieën die geen last hadden van de Europese aversie tegen machtsvertoon. ‘De derde factor is de gentrificatie, de overname van de wijken in de binnensteden door mensen met hoge inkomens,’ gaat Tallón verder. ‘En dat leidt tot hoge woontorens in de zakelijke districten van steden als Hongkong, Tokio, Londen of New York.’

    De crisis van 2020 is een extra factor die bijdraagt aan de mutatie van kantoorkolossen in luxe woontorens. De krimp in de economie en de toename van online werken maakt dat overal in de wereld tegenwoordig kantoorpanden leeg staan. Wat moet je ermee? Een andere bestemming geven.

    ‘In de Verenigde Staten liepen de zakenwijken al vóór de pandemie leeg,’ zegt Emily Remus, hoogleraar aan de Universiteit van Notre Dame in Indiana, specialist in de geschiedenis van stedenbouw. ‘Er was een uittocht van ondernemingen die op zoek gingen naar goedkopere locaties en de dienstverlenende bedrijven in de buurt – fitnesscentra, restaurants, winkels – kwamen in grote problemen. In bijna alle steden werd de oplossing voor dat probleem gezocht in het ombouwen van de kantoorruimtes tot woonruimtes.’

    Woonruimtes voor mensen met hoge inkomens. ‘Ja, de woningen in de zakendistricten worden gebouwd voor de hogere inkomens,’ zegt Remus. ‘Deels is dat omdat de grond nog steeds duur is, maar dat is niet het enige. In de VS concurreren de steden met elkaar om consumenten te lokken met een dikke portemonnee die de meeste belasting betalen. De gemeentebesturen spannen zich in om grote verdieners aan te trekken en aarzelen niet om de gezinnen met lagere inkomens naar de buitenwijken te verbannen. Het resultaat is een steeds grotere tweedeling in de steden.’

    Verticaliteit is in alle culturen een uitdrukking van macht

    Een stukje literatuur: In de roman High Rise (De torenflat) van J.G. Ballard lijkt alles aan het begin van het verhaal alleen maar dolce vita voor de bewoners van een torenflat, maar het eindigt in een guerrillaoorlog tussen de bewoners van de hogere en die van de lagere verdiepingen. In Maximum City van Suketu Mehta komt de verteller uit Engeland in Mumbai aan, waar hij in een torenflat gaat wonen die hem de levensstijl belooft van de discreet comfortabele Europese middenklasse. Niks doet het: de liften niet, de airconditioning niet, er komt geen water uit de kraan. In Our Fathers (Onze vaders) van Andrew O’Hagan is het toneel een hoge torenflat met sociale woningen in het Schotland van de jaren 1970, die zowel materieel als sociaal aftakelt en op het punt staat afgebroken te worden. En de mythe van Icarus kennen we allemaal wel.

    De conclusie ligt voor de hand: wonen op de tweeëndertigste verdieping was tientallen jaren lang een taboe.

    Nachtmerrie

    ‘Wonen in een torenflat werd idealistisch voorgesteld als het toppunt van efficiëntie en technologisch vernuft, die het leven aangenamer maakte, maar juist daardoor veranderde het in de nachtmerrie van totale afhankelijkheid van technologie,’ betoogt Juan Antonio Roche. ‘Ook was het een toonbeeld van macht: verticaliteit is in alle culturen van de wereld een uitdrukking van macht. En het symboliseert de overwinning van de beschaving op de natuur. Maar in die idealisering schuilt de angst voor de wraak van de natuur.’

    ‘Sommige voorbeelden zijn echt bizar,’ zegt Tallón. ‘Zoals de ommuurde stad Kowloon in Hong Kong, die een soort gigantische verticale soek vol miniflatjes is. In elke stad betekent een torenflat wel weer iets anders. In São Paulo, bijvoorbeeld, betekent wonen in een wolkenkrabber veiligheid. In Tokio zijn de flatjes in de woontorens piepklein, een model dat heel natuurlijk past in de Japanse wooncultuur. Maar in de hele wereld is er een tendens naar gelijkvormigheid: het lijkt me niet waarschijnlijk dat de wolkenkrabbers van het AZCA Complex in Madrid tot woontorens worden omgebouwd, maar wel zijn er al een stuk of vier bouwprojecten met torenflats van 30 verdiepingen in de Nudo Norte en Madrid Rio van start gegaan.’

    En hoe zit het met de vorm? ‘De toren wordt transparant. De stenen wolkenkrabber verandert in een wolkenkrabber met transparante pretenties,’ zegt Juan Antonio Roche. ‘Waar het op neerkomt is dat er waarden worden toegevoegd, een parallel discours dat pure schmink is, want het blijft een monoliet. Op sommige van die torens worden op het dak tuinen aangelegd die een ‘postvegetale’ betekenis willen suggereren. Goed, dat zijn eigenlijk maar tamelijk gekunstelde probeersels die het probleem van het tabula rasa niet oplossen,’ besluit José Antonio Tallón. ‘Wat zijn nu de nieuwe torens in Manhattan? Micronaalden met op elke verdieping hetzelfde stramien, zo hoog als maar kan. Er zijn ook al een paar voorbeelden van rebellie: de Torres Blancas van de architect Sáenz de Oíza in Madrid en de Torre Cube van Carmen Pinós in Mexico. Maar dat zijn uitzonderingen.’ 

    Luis Alemany

    El Mundo  | Madrid  

    El Mundo

    Spanje | dagblad | oplage 390.831

    Na concurrent El País de grootste van het land. Uitgesproken rechts. Sinds de oprichting laat de krant zich kritisch uit over de Spaanse socialistische partij en separatisten in regio’s als Catalonië en het Baskenland.

  • Hoor de sirenenzang van de buitenwijken

    Hoor de sirenenzang van de buitenwijken

    Redacteur Eva Wiseman beschrijft de grote voordelen van een verhuizing naar de buitenwijk, een trend die in de coronacrisis veel volgelingen heeft gekregen. Al blijft ze ‘iemand die op voet van beleefde knikjes met de tuin verkeert’.

    Voor de eerste keer in mijn leven ben ik een trendsetter. Jonge mensen die niet langer gebonden zijn aan kantoren, nachtclubs of ballenbakken voor volwassenen, verhuizen naar de buitenwijken, waar de huren van praktische maisonnettes in hetzelfde tempo stijgen als die van stadsflats dalen. Ik kan met trots zeggen dat ik er vroeg bij was; ik was de eerste die het officieel opgaf. Die de stad opgaf. Die de demonstratief op de stoep genuttigde koffie van vier pond opgaf, die de nachtbus die op je drempel stopt opgaf, die de nachtelijke uurtjes sowieso opgaf. Die het opgaf om tot in de details te weten hoe het orgasme van de buurman zich voltrekt, en die het heerlijke gevoel opgaf dat je krijgt als je opgaat in een menigte.

    Nu ik terug ben in de buitenwijk waaraan ik me vijf jaar geleden met zo veel moeite heb ontworsteld, deel ik met alle plezier mijn zuurverdiende kennis met de nieuwkomers.

    Je verlaat de stad voor een plek met ‘buitenruimte’. Je droomt misschien van het kweken van eigen basilicum om te kunnen overstappen van pesto uit een potje op verse. Vrienden, jullie hebben geen idee. De buitenruimte komt ons hier uit alle lichaamsopeningen. Een tuin, check, een veld daarginds, check, heus platteland, zij het vergolfbaand, aan gene zijde van de heuvel. 

    Twee kanten

    Na een maand buitenlucht, waarin je zaailingen hebt vertroeteld met een zorg die je voorheen alleen aan de reiniging van je poriën besteedde, kun je twee kanten op. Of je wordt hartstochtelijk tuinier en officieel ‘buitenmens’, die onbekenden uitvoerig waterdichte broeken met thermische isolatie aanbeveelt en foto’s deelt van zoiets uitzonderlijks als ‘bladeren’. Die omgeven door een psychedelische gloed praat over zijn ‘relatie met de natuur’ alsof je die rond sluitingstijd in een kroeg hebt ontmoet, om er de volgende 48 uur seks mee te hebben en over je kinderjaren te praten. Of je wordt zoals ik, iemand die op voet van beleefde knikjes met de tuin verkeert. Ik vind het prettig om te weten dat er een buiten is, op aanvraag beschikbaar, maar ik mis het gewone blokje om, in plaats van ‘een wandeling maken’, en ik mis het bescheiden gevaar van asfalt. Geniet van de buitenruimte, maar vooral vanachter glas.

    Het licht hier zwemt van limonade naar boter, dan zilver als folie, dan abrikoos

    Hoe had ik ooit kunnen bevroeden, toen ik naar mijn buitenwijk verhuisde, dat ik elke lokale hond bij naam zou leren kennen? Huisdieren zijn hier koning. Zo nu en dan zie ik nog weleens mensen een kat passeren zonder dag te zeggen, en dan frons ik mijn wenkbrauwen en vloek inwendig. Posters met vermiste dieren genieten ernstige aandacht, niet in het minst omdat diegenen onder ons die in hetzelfde (huisdieren)schuitje zitten nog altijd beducht zijn voor de beruchte kattenmepper die overal te lande de buitenwijken afstruinde op zoek naar dieren om in stukken te rijten. De politie gaf vossen de schuld. Wij, achter de schuif-ramen van onze als schouwtonelen verlichte twee-onder-een-kapwoningen, weten wel beter.

    Misschien zijn, omdat sommige mensen naar de buitenwijken verhuizen om aan misdaad te ontsnappen, angst en dreiging in deze straten geprent, op het asfalt getekend als fietspaden. In een vacuüm waar niets gebeurt zoeken we naar rottigheid. En dan melden we dat plichtsgetrouw in de buurtpreventie-appgroep.

    Maar het licht, het licht. Het licht hier zwemt van limonade naar boter, dan zilverkleurig, dan warm roze. Wachtend op de bus kun je van een uiterst trage vuurwerkshow genieten die stilletjes op je hand wordt weerkaatst.

    Er is een kans dat je, net als ik, je verhuizing uit de stad als een soort afgang beschouwt

    Er is een kans dat je, net als ik, je verhuizing uit de stad als een soort afgang beschouwt. Dat je, net als ik, de buitenwijken altijd associeerde met pijnlijke ideeën als ‘je settelen’, ‘grote supermarkten’ en ‘huisvrouwen’, en met van die fleecejacks die je over je hoofd aantrekt. 

    En daar zit ook wel een kern van waarheid in. En toch zitten we hier nu, jij en ik, ons koesterend in de slaperige omhelzing van een buitenwijk, half verstikt natuurlijk maar ook knus. Door weg te gaan uit de stad gaan we ons afvragen wie we zijn, en hoeveel daarvan gebonden is aan de mogelijkheden van de plekken waardoor we worden omringd. De kroegen waarin we misschien liefde vinden, de musea, de bruggen, de nabijheid van pinautomaten. En we gaan ons er ook door realiseren dat, hoe grootsteeds en druk het leven in de stad ook lijkt, degenen van ons die er wonen zonder het zelfs maar te merken gewoonten en vriendschappen hebben gecreëerd die zo beperkt en specifiek zijn dat ze niets anders meer van de stad nodig hebben dan fatsoenlijk werkende wifi. De buitenwijk in een torenflat.

    Passief-agressieve lasagne

    Het kan natuurlijk zijn dat ik de boel vergoelijk, dat ik me schuldig voel vanwege mijn basale behoeften, me schaam voor mijn al te voorspelbare aftocht naar een praktisch huis met een fatsoenlijke vrieskist, maar ik leg jullie de theorie toch voor, en jullie mogen ermee doen wat je wilt.

    Het duurt misschien even, als je je potten en pannen eenmaal hebt uitgepakt en door de straten loopt terwijl je je verwondert over de stilte, en een passief-agressieve lasagne van je buren in ontvangst hebt genomen. Het duurt misschien wel een maand. Maar langzaamaan zul je je realiseren… dat de stad er nog altijd is. Zelfs als je hier zit, en nadenkt over de inrichting van een ‘leeshoekje’, is de stad er nog. En zelfs als je er niet dagelijks doorheen marcheert, zullen er hopelijk nog restaurants zijn om je te verwelkomen als je uiteindelijk terugkomt voor een avondje uit, een museum, een staaltje van modernistische architectuur en een M&M’s World Store. Wij mogen de stad dan hebben verlaten, de stad verlaat ons nooit. 

    Openingsbeeld: Een rustige straat bij Ruskin Park aan de rand van het centrum van Londen, met op de achtergrond de wolkenkrabbers van de City. – © Richard Baker / Getty

  • Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    De Thaise hoofdstad Bangkok slibt dicht. Daarom wil men de kanalen nieuw leven inblazen die de stad ooit de bijnaam ‘het Venetië van het Oosten’ opleverden.

    Op straat lopen in Bangkok is verschrikkelijk. Autorijden in de stad is al niet veel beter, maar dan vermijd je tenminste de trottoirs, die een soort vieze, kapotte hindernisbanen zijn. Ook betekent autorijden minder directe blootstelling aan de lucht die almaar vervuilder wordt – voor een deel vanwege al die auto’s.

    Hoe kan die vicieuze cirkel doorbroken worden? Stel dat je, als je zo’n twee kilometer verderop moet zijn, door een groene corridor van bomen en stromend water zou kunnen lopen of fietsen in plaats van de motor of een taxi te nemen? Het klinkt misschien als een onwaarschijnlijke fantasie, maar het kan bereikt worden door terug te keren naar Bangkoks verleden en de kanalen, die zijn verwaarloosd of onder het asfalt begraven liggen om de auto ruim baan te geven, in ere te herstellen.

    Dat is het idee achter een proefproject om het uitgebreide netwerk van khlong, of kanalen, waardoor de hoofdstad ooit het ‘Venetië van het Oosten’ werd genoemd, nieuw leven in te blazen. Door die waterwegen op te knappen en ze aan te sluiten op het transportnetwerk ziet het Cycling Canal and Community Project mogelijkheid een einde te maken aan de verkeersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok wegglijdt in een onleefbare, vieze dystopie.

    ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden’

    ‘Bangkok is gebouwd op netwerken van rivieren en kanalen,’ zegt Kanjanee Budhimedhee, hoofd van het project. ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden. Ze worden verstopt door vuilnis en ze verspreiden een smerige stank.’

    Het doel is te beginnen met een autovrije route langs de tien kilometer aan kanalen in zuidwest-Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat een succes wordt, zouden zo’n tienduizend mensen in ongeveer tien gemeenschappen van die doorgang kunnen profiteren. ‘Dit soort corridors langs kanalen bestaat al door heel Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt Kanjanee.

    Als de corridors aaneengeschakeld worden en gaan dienen als toevoerwegen naar het transportsysteem in de stad – boten, bussen en treinen – zullen ze volgens haar ‘een belangrijk alternatief en een wezenlijke optie vormen voor mensen’ die geen gebruik willen maken van de auto. Het zou ook meer veilige en efficiënte vormen van lokaal vervoer betekenen, terwijl de mensen tegelijkertijd worden aangemoedigd om te lopen en te fietsen, waardoor het aantal auto’s op straat zal afnemen. En als de kanalen worden opgeknapt, zal ook de khlong-stank afnemen.


    Het is een idee dat succesvol is gebleken in steden over de hele wereld, waar men in onbruik geraakte rivieren en kanalen heeft opgeknapt om de kwaliteit van het leven te verhogen – en daarmee ook de waarde van het onroerend goed.

    Tien jaar geleden veranderde Seoel zijn extreem vervuilde rivier de Cheonggyecheon in een wonder van groen dat de natuur terugbracht naar bewoners in het hart van de asfaltjungle. Daardoor daalde ook de temperatuur, nam de vervuiling af en bloeide het dierenleven weer op.

    Iets dergelijks hoopt Kanjanee te bereiken met haar initiatief. Nadat het project in 2016 werd goedgekeurd en er geld voor werd vrijgemaakt, is het team erachter nog steeds in onderhandeling met lokale partijen over het ontwerp en de constructie.

    ‘We hebben vaak geprobeerd het er in districten door te krijgen bij het bestuur, maar er zijn veel conflicten. Sommige routes die we hadden uitgekozen, stuitten op onvrede bij de mensen die er woonden,’ vertelt Kanjanee. ‘We hebben tegen het bestuur gezegd dat we, als zij dat goed vinden, zo nodig met elk huishouden daar willen gaan praten.’


    Bangkoks oude, op water gebaseerde vervoersnetwerk ‘was niet voorbereid op straten en trottoirs’ en nu ‘kunnen we geen ruimte meer vinden voor wegen’, zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaande landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in stadsplanning.

    Straten beslaan slechts zeven procent van de grond in Bangkok, terwijl dat percentage volgens een studie van het Urban Design and Development Center of Chulalongkorn University in de meeste steden twintig tot vijfentwintig bedraagt.

    Gevangen in de auto

    Hij vindt dat de hoofdstad mensen ontmoedigt om te lopen of gebruik te maken van het openbaar vervoer, waardoor velen te lang gevangen zitten in hun auto. Die factoren zorgen er weer voor ‘dat we te weinig andere mensen ontmoeten’ en geen kans krijgen om ons in de stad op ons gemak te voelen. ‘We missen mogelijkheden om deel te nemen aan het stadsleven,’ voegt hij eraan toe.

    Meer wegen aanleggen is geen duurzame oplossing en de ruimte terugeisen van auto’s zal ook niet werken. Kanjanee zegt dat ze, in de tien jaar dat ze nu in stadontwikkeling werkt, heeft gemerkt dat pogingen om meer voetgangers- en fietszones aan te leggen door de ruimte te confisqueren die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, ‘niet werken’. Daarom zag ze een potentiële oplossing in de veronachtzaamde gebieden langs de 1161 kanalen in de hoofdstad die wel 2200 kilometer lang zijn.

    Hoewel het project maar langzaam vordert, blijft Kanjanee van mening dat de voordelen – en de lage kosten – de steun van de lokale inwoners zullen krijgen.

    Yossapon meent dat het meer investeringen in gedeelde ruimten zal opleveren als je mensen zover krijgt dat ze de auto laten staan. ‘Als het publiek veel gebruikmaakt van de openbare ruimte, dan is de regering verplicht die in goede staat te houden,’ zegt hij. ‘Dat zal uiteindelijk leiden tot een verbetering van de stadsomgeving.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai

    Openingsbeeld: Kinderen spelen in een kanaal bij een sloppenwijk in het centrum van Bangkok. – © Getty Images

    Khaosod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khaosod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • 5. India bouwt stad van de toekomst

    5. India bouwt stad van de toekomst

    Binnenkort begint men in India aan de bouw van de nieuwe stad Amaravati. De futuristische metropool krijgt veel boulevards en open ruimte, 135 kilometer aan snel openbaar vervoer, en een minimale CO2-uitstoot. Volgens de krant Live Mint heeft het land op termijn honderd van dit soort steden nodig.

    Toen kort na de onafhankelijkheid van India de nieuwe stad Chandigarh werd gebouwd, noemde Jawaharlal Nehru dat project een uitdrukking van India’s geloof in de toekomst. Een dergelijke modernistische boodschap zou de huidige premier Narendra Modi ook moeten uitdragen als hij straks de eerste steen legt van Amaravati, de nieuwe hoofdstad van de deelstaat Andhra Pradesh. Steden zijn meer dan alleen een hoop stenen. Ze moeten moderniteit ademen. De ambitieuze bouwers van 
de nieuwe stad moeten lering trekken uit mislukte projecten, niet alleen in India maar wereldwijd, die wel een gigantische bouwput opleverden, maar de stedelijke Zeitgeist niet wisten te vangen.

    India kan wel eens aan de vooravond staan van een ongeëvenaarde golf van stedenbouw. Alle ogen zijn vooral gericht op Amaravati, vanwege de ambitie 
die de premier van de deelstaat, Chandrababu Naidu, daarmee toont: een ontwerp van stedenbouwkundigen uit Singapore, een oppervlakte die zes keer zo groot is als die van Madras, een gigantische infrastructuur, veel boulevards en open ruimte, 127 kilometer aan snelwegen en 135 kilometer aan snel openbaar vervoer, en een minimale CO2-uitstoot.

    Het masterplan van de nieuwe stad Amaravati.
    Het masterplan van de nieuwe stad Amaravati.

    Maar er staan nog andere projecten op stapel, 
van particuliere steden als Lavasa bij Pune tot de 
24 nieuwe steden die uiteindelijk misschien verrijzen in de industriële corridor tussen Delhi en Mumbai, en de Gujarat International Finance Tec-City, die het financiële centrum van de wereld wil worden.

    Dat zijn belangrijke initiatieven. Deze krant heeft al eerder gezegd dat India honderd nieuwe steden nodig heeft om plaats te bieden aan de groeiende bevolking, die duidelijk weg wil uit de dorpen. Daarnaast blijft hervorming van bestaande steden, op het vlak van bestuur, financiering, infrastructuur en werkgelegen‑heid, de moeite waard. Ook die steden verrezen veelal uit het niets, door de koloniale machten gebouwd als centra voor bestuur, militaire bezetting en de handel in grondstoffen voor de fabrieken van Manchester. Mettertijd werden het de woonplaatsen van een nieuwe klasse hoogopgeleiden, een groeiend leger arbeiders en de eerste Indiase zakenlieden – en 
daarmee broeinesten voor het vroege Indiase nationalisme. Maar het is geen geheim dat de meeste 
steden zuchten onder ruimtegebrek, slechte woningbouw, een verwaarloosde infrastructuur en financiële tekorten. In sommige steden zijn de economische schaalvoordelen van de stad al kleiner dan de schaalnadelen, en soms leidt dat tot spanningen tussen bevolkingsgroepen.


    Demografische achtergrond

    Het wordt dus tijd om nieuwe steden als Amaravati te bouwen. Waarom? Wel, kijk naar de demografische achtergrond. Het Indiase platteland zit in de 
versukkeling. Een van de meest interessante uitkomsten van de volkstelling van 2011 is dat de bevolking in de steden, voor het eerst sinds die telling wordt gehouden, sterker is gegroeid dan op het platteland. En 2500 woonkernen die in 2001 nog als dorp golden, zijn nu weliswaar als stad geclassificeerd, maar toch kan men deze demografische omslag niet wegwuiven als statistisch gezichtsbedrog. In vier deelstaten is de plattelands‑
bevolking in absolute cijfers gekrompen. En elders was de bevolkingsgroei op het platteland aan het eind van het decennium veel kleiner dan die in 
de steden. Dat gold ook voor deelstaten als Punjab en West-Bengalen. De groei van de plattelands-bevolking komt grotendeels op het conto van Uttar Pradesh en Bihar, twee deelstaten met enorme politieke invloed.

    De Indiërs stemmen met hun voeten. Men kan deze demografische verschuiving het best opvatten als het eind van het traditionele ideaal van Mahatma Gandhi van een land vol tevreden, utopische dorpjes. In plaats daarvan komt het modernistische, op de ideeën van [de sociale hervormer] B.R. Ambedkar geënte beeld van een volk dat voor het verstikkende dorpsleven een heenkomen zoekt in de vrijheid van de grote stad. Dat betekent dat nieuwe steden zoals Amaravati niet alleen moeten worden beoordeeld op hun fysieke infrastructuur, maar ook op hun vermogen om een cultuur te genereren die moderniteit, kosmopolitisme, economische kansen, ondernemerschap, creativiteit en culturele vrijheid stimuleert.

    Vertaler: Frank Lekens

    Live Mint
    India | oplage onbekend

    Engelstalige zakenkrant en de eerste krant van India. Richt zich op zakenlui, beleidsmakers en politici en heeft een liberale signatuur.