Grootste vindplaats bronzen beelden ooit ontdekt in Saqqara
Bij een Egyptische archeologische missie in de necropolis van Saqqara is een enorme schat ontdekt, meldt Ahram Online. De ontdekking omvat ongeveer tweehonderdvijftig beschilderde houten doodskisten en is – met honderdvijftig bronzen beelden – de grootste vindplaats van bronzen beelden ooit, aldus het Egyptische ministerie van Toerisme en Oudheden maandag.
De voorwerpen dateren allemaal uit de Late Periode, rond 500 v.Chr. Op de bronzen beelden zijn onder meer de oude Egyptische godheden Bastet, Anubis, Osiris, Isis, Nefertem en Hathor afgebeeld, evenals muziekinstrumenten die tijdens rituelen werden gebruikt om godin Isis te vereren, zoals het sistrum. In grafschachten is daarnaast een verzameling beschilderde houten doodskisten met mummies opgegraven, samen met amuletten, andere houten kisten en beelden met vergulde gezichten. Ook is er een collectie cosmetica en juwelen gevonden, waaronder kammen, potjes, armbanden en oorbellen.
Mostafa Waziri, de secretaris-generaal van de Hoge Raad voor Oudheden, bevestigde dat de doodskisten zullen worden overgebracht naar het Groot Egyptisch Museum (GEM), dat in Caïro wordt gebouwd en naar verwachting dit jaar zal worden geopend.
Of het nu om Lenin gaat of Karl Marx, de regerende Poolse conservatieve partij is vastbesloten alle herinneringen aan het communistische verleden uit te wissen.
Dankzij een in de lente van 2016 aangenomen wet hadden de Poolse steden tot 2 september van dit jaar om alle straten, gebouwen en openbare plekken om te dopen die ‘personen, organisaties, evenementen of data eren die gelieerd zijn aan het communisme of een ander totalitair regime’.
Deze wet past bij de manier waarop de ultraconservatieve partij Recht en Rechtvaardigheid (Pis), die sinds bijna twee jaar in Polen aan de macht is en het vaste voornemen heeft de revolutie van 1989 te vervolmaken, omgaat met het verleden. Volgens de PiS werd er tijdens de onderhandelingen die destijds tot een vreedzame overgang van communistische dictatuur naar democratie leidden, onvoldoende gebroken met het oude systeem en werd de verantwoordelijkheid van mensen die zich aan misdaden hadden schuldig gemaakt verzwegen. Al had Polen in het begin van de jaren negentig iedere verwijzing naar de meest controversiële figuren, zoals Lenin en Stalin, uit de publieke ruimte verwijderd, de journalistieke onderzoekssite OKO-press noemt een aantal andere namen die, hoewel ze gelieerd waren aan het communisme, niet per se in ongenade hoeven te vallen: Karl Marx, de verdedigers van Stalingrad of de Poolse vrijwilligers in de jaren dertig van de vorige eeuw.
De oppositiekrant Gazeta Wyborcza onthult welke strategie sommige steden volgen om de wet te omzeilen. In Warschau, waar de liberalen de meeste zetels hebben in de gemeenteraad, ‘zullen zes straten van naamgever veranderen. De nieuwe naamgevers hebben dezelfde achternaam maar een andere voornaam en een andere biografie.’
De burgemeester van Gdańsk, ook een liberaal, weigert vierkant de wet toe te passen, die hij zowel ‘absurd als strijdig met het principe van plaatselijke autonomie en de wil van de burgers’ noemt. De opstandige gemeenten zullen het moeten opnemen tegen de regioprefecten, die allemaal door PiS zijn benoemd toen de partij eind 2015 aan de macht kwam. De laatsten kunnen met de wet in de hand het omdopen van openbare plekken forceren als het Instituut voor Nationale Herinnering dat nodig acht.
Met het risico dat je straten met twee namen krijgt? Het nationalistische weekblad Gazeta Polska looft niettemin het Poolse ‘model’ en legt uit ‘hoe Polen Oost-Europa van de communistische smet zou moeten ontdoen’, met name Oekraïne, de Baltische staten en Moldavië.
De Franse 360.Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.
Standbeelden kent Israël nauwelijks, maar verschillende straten, parken en monumenten dragen de naam van rechtsextremisten, stelt de krant Haaretz spijtig vast.
Ook al ontbreekt het Israël niet aan controversiële figuren, ons land kent nog geen conflicten zoals die in de Verenigde Staten zijn uitgebroken rond de standbeelden van geconfedereerden. Dat komt vooral doordat het standbeeld in de Israëlische cultuur maar een marginale rol speelt. Dat wil niet zeggen dat degenen die hun stempel op ons land hebben gedrukt niet op waarde worden geschat, gezien het aantal scholen, ziekenhuizen, snelwegen, bruggen, parken, openbare plekken, militaire bases en, uiteraard, straten die hun naam dragen.
Net als in de Verenigde Staten worden enkele ronduit omstreden figuren in de openbare ruimte geëerd. Meir Kahane, de van oorsprong Amerikaanse racistische rabbijn wiens partij door Israël verboden werd, heeft zijn naam aan een straat in de stad Or Akiva gegeven, evenals aan een park in de zionistisch-Joodse nederzetting Kiryat Arba op de Westelijke Jordaanoever. In dit park vind je ook het graf van een andere beruchte figuur, Baruch Goldstein, de Amerikaans-Joodse arts die negenentwintig Palestijnen vermoordde die aan het bidden waren in Tombe van de patriarchen in Hebron. Ook al is het geen officieel monument, het graf van Goldstein is een bedevaartsplek geworden voor extreemrechtse militanten.
Rehavam Zeevi, voormalig generaal, minister van Toerisme en leider van een extreemrechtse partij die de uitzetting van alle Palestijnen voorstond, heeft zijn naam gegeven aan een brug, een autosnelweg, verscheidene monumenten, een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever en talrijke Israëlische straten. Toen hij in 2001 door een Palestijns commando werd vermoord op het hoogtepunt van de tweede intifada, was Zeevi niet alleen omstreden vanwege zijn politieke standpunten, maar ook vanwege talrijke beschuldigingen van verkrachting. Enkele maanden geleden heeft de regering-Netanyahu onder druk van belangrijke veteranen en president Rivlin (Likoed) moeten afzien van haar plan om een monument ter nagedachtenis aan de Onafhankelijkheidsoorlog naar Zeevi te vernoemen.
Minister van Binnenlandse Zaken Arie Deri gaf de stad 48 uur om de borden te verwijderen. Wat onmiddellijk gebeurde
In maart werd bekend dat de Arabisch-Israëlische stad Jatt in Galilei al meer dan tien jaar geleden een straat naar Yasser Arafat had vernoemd, die door veel Israëliërs als het archetype wordt beschouwd van de terrorist die de Joodse staat van de kaart wil vegen. Minister van Binnenlandse Zaken Arie Deri gaf de stad 48 uur om de borden te verwijderen. Wat onmiddellijk gebeurde.
Toch is Arie Deri volgens Maoz Azaryahou, geograaf aan de Universiteit van Haifa en gespecialiseerd in toponymisch beleid, buiten zijn boekje gegaan. ‘In Israël zijn, net als in de Verenigde Staten, alleen de plaatselijke autoriteiten bevoegd op dit gebied.’ Vandaar dat een nederzetting als Kiryat Arba de nagedachtenis aan zo’n controversiële figuur als Meir Kahane heeft kunnen eren zonder door de regering op het matje te zijn geroepen. En vandaar dat de Arabische stad Kafr Manda in Galilei een openbare plek naar Gamal Abdel Nasser heeft kunnen vernoemen, de voormalige Egyptische president die een van de geduchtste vijanden van Israël was.
Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de Israëlische gemeenten herdenkingsmonumenten begonnen op te richten, werd duidelijk verordonneerd dat de kunstenaars de Joodse traditie moesten respecteren en niemand mochten beledigen. Volgens professor Azaryahou ‘was dat een manier om het maken van figuratieve beelden te ontmoedigen, wat verklaart waarom de meeste Israëlische gedenktekens in de openbare ruimte abstract zijn’.
Toch vind je hier en daar in het Israëlische landschap standbeelden. Een van de bekendste staat in de kibboets Yad Mordechai en is een levensgrote afbeelding van Mordechai Anielewicz, de leider van de opstand in het getto van Warschau. In Tel Aviv staat bij het Gedenkteken van de Onafhankelijkheid een standbeeld te paard van Meir Dizengoff, de eerste burgemeester van de stad. Het grootste plein van Tel Aviv, vroeger ‘het Plein van de koningen van Israël’ geheten, waar in november 1995 de aanslag op premier Yitzhak Rabin plaatsvond, is omgedoopt tot het Yitzhak Rabinplein en voorzien van een borstbeeld van hem. Op de internationale luchthaven Ben-Gurion in de voorstad Lod, ten slotte, zijn borstbeelden te vinden van David Ben-Gurion en Yitzhak Rabin.
Azaryahou noemt het enige geval waarin een standbeeld is verwijderd voordat Israël een onafhankelijke staat werd. ‘In de jaren dertig van de vorige eeuw, tijdens de grote opstand tegen de Engelsen, haalden de Arabieren in Beër Sjeva een standbeeld neer van Edmund Allenby.’ Dat is de Engelse generaal die een eind had gemaakt aan het Ottomaanse regime tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Uitzondering
Na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 werden veel straten die de naam van Britse persoonlijkheden droegen omgedoopt, met uitzondering van de Allenbystraat in Tel Aviv. ‘Maar in Haifa en Jeruzalem sloeg dat niet aan, en de twee steden hebben nog steeds een King George Avenue,’ zegt professor Azaryahou. ‘In Tel Aviv werd zelfs een inscriptie toegevoegd die eraan herinnert dat koning George V koning van Engeland was ten tijde van de Balfour-verklaring, een manier om een zionistisch tintje te geven aan deze toponymie die geërfd is van het Britse mandaat.’ En met reden. De Balfour-verklaring is het document dat in 1917 de steun van Groot-Brittannië bekrachtigde aan de vestiging van een ‘Joods nationaal tehuis’ in Palestina.
Al zijn de plaatselijke autoriteiten in Israël als enige bevoegd om straatnamen te kiezen, er is één uitzondering, onderstreept Azaryahou. ‘Het is ze verboden een straat om te dopen die de naam van een volksheld draagt.’ Dat heeft de gemeente Bnei Brak, een ultraorthodoxe stad ten oosten van Tel Aviv, er niet van weerhouden de Herzlstraat, vernoemd naar de stichter van de zionistische beweging, de naam van rabbijn Eliezer Schach te geven, de geestelijk leider van de ultraorthodoxen van Israël en de diaspora. ‘Ze hebben een subtiele manier gevonden om het verbod te omzeilen en de naam “Herzl” voor een deel van de straat laten bestaan.’
De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.