Tag: start-ups

  • Zo verspilt de EU haar technologiemiljarden

    Zo verspilt de EU haar technologiemiljarden

    Brussel geeft elk jaar meer dan 10 miljard euro uit om innovaties te stimuleren. Maar dat geld stroomt niet naar start-ups, het subsidieert oude bedrijven. Slechts een fractie ervan zou effectief worden besteed.

    Europa doet het momenteel goed op de beurs, maar dat ligt meer aan de onberekenbare politiek van Donald Trump dan aan de vooruitzichten van de EU-ondernemingen. Wie wat beter kijkt, beseft dat het continent waar het op technologische vooruitgang aankomt ver is achtergebleven bij de concurrentie. In de digitale economie domineren de tech-giganten uit de VS, van Google tot Microsoft. En in traditionele sectoren zoals de auto-industrie, chemische industrie en machinebouw is China Europa inmiddels voorbijgestreefd. Economen spreken van een technologieval, of preciezer: de mid-technologie-trap. 

    Daar zijn veel redenen voor, zoals de voormalige minister-presidenten van Italië Mario Draghi en Enrico Letta vorig jaar in twee lijvige rapporten aan de EU-commissie hebben voorgerekend. De EU-landen investeren te weinig, de kapitaalsector is onderontwikkeld en de interne markt is nog altijd gefragmenteerd. Dat klopt allemaal, zo laat een recent onderzoek zien van het ifo Institut in München en de Bocconi Universiteit in Milaan. Maar Brussel beschikt nog over een ander instrument, dat bovendien veel makkelijker is in te zetten. Als de EU de technologische achterstand wil inhalen, aldus de studie, moet ze vooral haar slecht functionerende innovatie- en technologiebeleid veranderen. ‘In plaats van ondernemingen’, zegt professor Daniel Gros van de Bocconi Universiteit, zou Brussel beter ‘ideeën kunnen financieren’.

    Oude industrieën

    Op dit moment gebeurt dus meestal het eerste. De miljarden kostende EU-programma’s die Brussel uitvoert onder de hoogdravende naam ‘Horizon’ richten zich voornamelijk op oude industrieën, worden vaak door een kleine kring van gevestigde concerns afgenomen en vloeien naar projecten die waarschijnlijk zonder dat geld ook wel waren doorgegaan. De manier waarop de EU onderzoek stimuleert, is vooral een vorm van gewone bedrijfsfinanciering geworden, staat in het rapport. Echt vernieuwende ideeën levert het nauwelijks op.

    Het gaat om enorme bedragen. In de afgelopen tien jaar heeft Brussel ongeveer 100 miljard euro in haar technologieprogramma’s gestoken. Maar wat dat vele belastinggeld heeft opgeleverd werd tot op heden nauwelijks systematisch onderzocht. Als eerste rekende het Duits-Italiaanse ­team van economen uit hoe sterk de Brusselse middelen bijdroegen aan de groei van de ontvangers – met een ontnuchterende uitkomst. Bij een groot deel van de projecten zijn ‘tijdens de periode van subsidiëring kleine positieve effecten’ opgemerkt, die echter niet van blijvende aard waren. Integendeel: sinds het begin van het eerste decennium van deze eeuw is het aandeel van bedrijven uit de EU in de wereldwijde high-techmarkten teruggelopen van 22 naar 11 procent.

    Dat lag niet in de laatste plaats, zo ontdekten de onderzoekers, aan de manier waarop de Horizongelden worden verdeeld. Een groot deel komt niet terecht bij kleine creatieve start-ups, maar bij gevestigde bedrijven ‘op een gemiddeld technologisch niveau’, waaronder grote autoconcerns, van VW en Mercedes Benz tot en met Stellantis. Nog kritischer is het oordeel over de miljarden die terechtkomen bij grote bedrijfsconsortia, waarin gemiddeld twintig, soms wel honderd, partijen uit meerdere EU-landen samenwerken. Zulke projecten worden vaak niet van onderaf ontwikkeld door de bedrijven zelf, maar van bovenaf gepland door commissies van EU-ambtenaren, waarbij nationale belangen regelmatig zwaarder wegen dan technologische vernieuwing.

    Een aanzienlijk deel van het geld belandt niet bij technologiebedrijven, maar bij consultancybureaus

    De economen noemen als voorbeeld een Horizon-project rond batterijen voor elektrische auto’s, dat zich van meet af aan beperkte tot vertrouwde technologieën en gangbare productiemethoden. Geen wonder, stellen ze, dat zulke projecten zelden tot echte innovaties leiden, maar hooguit tot ‘marginale verbeteringen van bestaande technologieën’.

    Sterker nog: een aanzienlijk deel van het geld belandt niet bij technologiebedrijven, maar bij consultancybureaus die gespecialiseerd zijn in het begeleiden van klanten door het woud aan Europese aanvraag- en verantwoordingsregels. Volgens de studie is de sterkste groei van de Horizon-programma’s dan ook ‘te vinden in de sector van consultancy en ondersteunende diensten’.

    Het rapport laat ook zien hoe het wél werkt. De technologiesubsidies van de EU blijken namelijk wel effectief wanneer ze terechtkomen bij kleine, onafhankelijke bedrijven. In zulke gevallen bespeurden de onderzoekers doorgaans ‘positieve, aanhoudende en significante’ effecten. Helaas gaat slechts 7,5 procent van de Horizon-gelden naar dit type ondernemingen. De conclusie van de studie is dan ook weinig vleiend: slechts een fractie van het totale subsidiegeld wordt daadwerkelijk ‘effectief besteed’. Het leeuwendeel vloeit naar ‘bedrijven die zich gespecialiseerd hebben in het verwerven van Horizonsubsidies’, ‘vaak dochterbedrijven van de grote concerns’ die deelnamen aan ‘tientallen plannen’, in enkele gevallen zelfs meer dan tweehonderd.

    Belemmeringen

    Deze studie legt de hardnekkige zwaktes van de EU onder een vergrootglas, die Europa al lange tijd belemmeren in de wereldwijde concurrentiestrijd: een verlammende bureaucratie, de invloedrijke lobby van gevestigde bedrijven en belangengroepen en de voortdurende dominantie van nationale belangen. Dat leidt vooral tot zo’n ongunstige uitkomst omdat de EU niet beschikt over een kapitaalmarkt als die van de VS, die graag investeren in innovaties. De publieke EU-subsidies zouden dat gebrek eigenlijk moeten opvangen, maar versterken het probleem.

    Als de EU-landen binnenkort over hun nieuwe begroting besluiten, doen ze er verstandig aan de conclusies van het rapport van de Duitse en Italiaanse economen ter harte te nemen: wie echte innovatie wil, moet niet blijven investeren in het oude, maar durven kiezen voor het nieuwe.

  • Durfkapitalisten laten hun oog vallen op Nigeriaanse start-ups

    Durfkapitalisten laten hun oog vallen op Nigeriaanse start-ups

    De techsector in Nigeria is booming en het succes trekt ook grote internationale investeerders aan. Maar voordat een start-up toegang krijgt tot het grote geld, moet deze al een naam hebben opgebouwd. Zie daar de rol voor lokale investeerders, die zo in korte tijd hun geld vele malen kunnen terugverdienen – én weer kunnen investeren in nieuwe start-ups.

    In 2010 zegde Idris Ayodeji Bello zijn goedbetaalde baan bij een grote oliemaatschappij in Texas op om terug te keren naar Nigeria. Hij dacht dat de Nigeriaanse technologiesector op doorbreken stond en zette daarom samen met drie partners de Wennovation Hub op, een technologiehub om ondernemers te helpen en innovatieve ideeën te testen. ‘We wilden uitvogelen hoe we al die ideeën in bedrijven konden vertalen,’ zegt hij.

    In 2012 namen Bello en zijn partners, destijds alle drie begin dertig, nog meer risico. Ze plunderden hun eigen pensioenpotje om het LoftyInc Afropreneurs Fund 1 op te zetten, een durfkapitaalfonds dat beloftevolle nieuwe start-ups hielp met kapitaalinjecties van 25.000 tot 50.000 dollar. Het technologische ecosysteem van Nigeria bevond zich nog in het beginstadium en een aantal van hun investeringen liep op niets uit. Maar twee van die start-ups, het ontwikkelaarsplatform Andela en het fintechbedrijf Flutterwave, trokken later honderden miljoenen aan vervolginvesteringen.

    De omvang van de gemiddelde investering in Nigeriaanse start-ups is flink gegroeid sinds de tijd dat Bello zijn eerste cheques uitschreef. In maart haalde Tiger Global 170 miljoen op voor Flutterwave, zodat dit bedrijf inmiddels meer dan een miljard waard is en daarmee de derde ‘unicorn’ (een startend bedrijf met een marktwaardering van meer dan 1 miljard dollar) in Nigeria werd. En in augustus staken het Japanse SoftBank en Sequoia Capital China samen 400 miljoen dollar in het in Lagos gevestigde Opay, een betaalsysteem voor mobiele telefoons.

    Volwassen

    De interesse van deze investeerders, grote spelers op het vlak van technologie in opkomende markten, wordt door oprichters van nieuwe start-ups als een bewijs gezien dat het Nigeriaanse ecosysteem volwassen begint te worden. Waar die grote jongens zich wagen, volgen andere investeerders meestal wel. ‘Ik heb het afgelopen jaar geen groot investeringsfonds gesproken dat niet op zoek is naar serieuze kansen om hun geld aan het werk te zetten in Afrika,’ zegt Aaron Fu, hoofd van de afdeling groei bij Catalyst Fund, een mondiaal opererende start-up accelerator.

    Investeerders voorspellen al meer dan tien jaar dat Nigeriaanse start-ups op doorbreken staan, maar het land kampte de afgelopen jaren met diverse aanloopproblemen in zijn technologische ecosysteem. Het groeiende gebruik van internet en de grootschalige verspreiding van smartphones creëren kansen om in te breken in traditionele sectoren zoals de detailhandel en de financiële dienstverlening, maar de start-ups liepen vaak stuk op een zwakke infrastructuur, zwalkend overheidsbeleid en gebrek aan kapitaal.

    Schaalvergroting bleek in Nigeria vaak een hele opgave. Met ruim 210 miljoen inwoners heeft het wel een grote bevolking, maar het gemiddeld inkomen blijft laag en het kost bedrijven moeite om een grote en toegankelijke markt aan te boren. Daarbij is er sprake van een financieringskloof: de bedragen die de bedrijven nodig hebben zijn te groot voor lokale investeerders, maar te klein voor internationale investeringsfondsen. ‘Het kwam wel voor dat een start-up die aantoonbaar levensvatbaar was en een gat in de markt vulde zijn activiteiten toch niet kon opschalen, omdat de grote jongens het nog te vroeg vonden om erin te stappen en de kleinere investeerders al aan hun taks zaten,’ zegt Olumide Soyombo, medeoprichter van het durfkapitaalfonds Voltron Capital.

    ‘De laatste tijd blijkt dat investeerders Afrika echt zien zitten. Dat is nieuw’

    In het verleden werd dat probleem opgelost door lokale investeerders die geld ophaalden bij een netwerk van geldschieters. ‘Wij waren als het ware de eerste dames op de dansvloer, als de muziek begint te spelen,’ grapt Soyombo, een vroege investeerder in Paystack, dat vorig jaar voor 200 miljoen dollar werd overgenomen door de Amerikaanse fintechgigant Stripe. Er zijn tekenen dat dit begint te veranderen. Volgens cijfers van de website Africa: The Big Deal is het aantal Nigeriaanse investeringsrondes waarin meer dan een miljoen dollar werd opgehaald tussen 2019 en de eerste negen maanden van 2021 ruim verdubbeld, van 25 naar 47. ‘Investeerders hebben Afrika al een tijdje in het vizier, maar ze speelden altijd op safe,’ zegt Rebecca Enonchong, voorzitter van Afrilabs, een pan-Afrikaans netwerk van innovatiehubs. ‘De laatste tijd blijkt uit de omvang van de investeringen dat ze Afrika echt zien zitten. Dat is nieuw.’

    Tiger Global had in de Nigeriaanse start-upwereld een kleine tien jaar geleden al eens wat pogingen gewaagd, met investeringen in Jobberman, een vacatureplatform, Wakanow, een reisbureau-app, en Cheki, een marktplaats voor auto’s. In 2012 baarde het fonds opzien door 8 miljoen dollar te steken in de streamingdienst IrokoTV. En voor de investering van 1 miljoen in Jobberman had Tiger Global wel achtergrondonderzoek gedaan, maar volgens Opeyemi Awoyemi, een van de Jobberman-oprichters, hadden ze minder oog voor het bedrijf zelf dan voor de kansen op de markt. ‘Toen ze met ons kwamen praten,’ zegt hij, ‘was dat een kort gesprek waarin ze al na een halfuur met een aanbod kwamen.’ Typerend voor de snelheid waarmee Tiger Global vaak te werk gaat – iets waar rivalen wel kritiek op hebben.

    Fintech

    Maar na die eerste investeringen duurde het tot 2021 voordat Tiger Global zich weer op de Nigeriaanse markt begaf. Een ingewijde zegt dat het kapitaalfonds inmiddels vergevorderde gesprekken voert met een ander Nigeriaans bedrijf en zich oriënteert op nog meer mogelijke investeringen in fintechbedrijven. Tiger Global wilde geen commentaar geven.

    Fintech wordt als een logische ingang voor mondiale investeerders beschouwd, vanwege het potentiële rendement en hun ervaring met deze sector elders in de wereld. Meer dan de helft van de volwassen Nigerianen heeft geen bankrekening en maar twee procent van de bevolking kan een krediet afsluiten. Fintechbedrijven kunnen in dat gat stappen – mits de regelgeving het toelaat – en dan een enorme markt aanboren. Tiger, Softbank en Sequoia zijn grote investeerders in fintech in China, India en Zuidoost-Azië. ‘Iedereen weet hoeveel behoefte er is aan een digitale infrastructuur in Afrika, en hun partners weten hoe fintech werkt,’ zegt Fu van Catalyst Fund over de interesse van de grote investeringsfondsen in Nigeria.

    Voor de opstartfase zijn bedrijven nog steeds vooral aangewezen op lokale investeerders

    De komst van grote internationale durfkapitaalfondsen veroorzaakt opwinding bij start-ups en lokale investeerders in de Nigeriaanse technologiesector. Al waarschuwden de mensen die wij spraken wel dat internationale investeerders er goed aan doen om lokale investeringspartners te zoeken die hen kunnen helpen bij het inschatten van lokale kansen en percepties.

    De grote investeringsfondsen bieden zowel lokale investeerders als start-ups bovendien de kans om ergens uit te stappen (wat binnen de huidige markt nauwelijks mogelijk is) middels de doorverkoop van aandelen. Soyombo en Bello, die allebei enorm hebben verdiend aan hun investering in Paystack en Flutterwave, zien hier kansen liggen en hebben al aangekondigd nieuwe investeringsfondsen op te zullen zetten.

    Dit kan van cruciaal belang zijn. Al zijn ze nog zo groot en strooien ze soms met geld, fondsen als SoftBank en Tiger Global investeren zelden in bedrijven die nog in de opstartfase zitten, zeker in zo’n minder ontwikkelde markt als Nigeria. Voor de opstartfase en steun bij de ontwikkeling van hun ideeën zijn bedrijven nog steeds vooral aangewezen op lokale investeerders.

    Bij de 359 investeringsrondes voor Afrikaanse start-ups die in 2020 meer dan 200.000 dollar opleverden, ging het volgens cijfers van het investeringsplatform Partech in 64 procent van de gevallen om bedrijven in de opstartfase. Maar die waren samen wel goed voor 220 miljoen van de 1,4 miljard dollar die in heel Afrika in start-ups werd geïnvesteerd. Op basis van behaalde successen kunnen lokale investeerders nu ook grotere fondsen oprichten om weer grotere bedragen in bedrijven te investeren. Al zegt Soyombo dat je je nooit te vroeg rijk moet rekenen. ‘Je krijgt zo’n fonds alleen bij elkaar op grond van je eerdere prestaties, en van daaruit kunnen we dan echte grote fondsen gaan aantrekken.’

  • Poolse wet is ‘ongekende aanval op persvrijheid’ | Nederlands pensioenfonds waarschuwt Korea

    Poolse wet is ‘ongekende aanval op persvrijheid’ | Nederlands pensioenfonds waarschuwt Korea

    Pools parlement neemt wet aan in die persvrijheid bedreigt

    Het Poolse parlement heeft een omstreden mediawet aangenomen die de persvrijheid bedreigt. De wet, die op woensdagavond werd aangenomen, zou de Amerikaanse groep Discovery kunnen dwingen het grootste deel van haar belang in de commerciële televisiezender TVN, dat vaak kritisch staat tegenover de conservatieve regering, te verkopen. In het wetsvoorstel staat dat alleen bedrijven uit de Europese Economische Ruimte een uitzendvergunning mogen bezitten.

    ‘Washington had Warschau gevraagd deze wet niet in stemming te brengen, maar de nationalistische regeringspartij liet zich niet afschrikken’, merkt de Europese editie van de website Politico op. Het besluit van het parlement is ‘een ongekende aanval op de vrijheid van meningsuiting en onafhankelijkheid van de media’, zo reageerde de directie van TVN, die de Poolse Senaat en de president opriep de wet te verwerpen.

    Vicepremier Jaroslaw Gowin werd ontslagen vanwege zijn verzet tegen de omstreden wet

    De wet was een van de oorzaken van de val van de regeringscoalitie op dinsdag. Vicepremier Jaroslaw Gowin werd door premier Mateusz Morawiecki ontslagen vanwege zijn verzet tegen de omstreden wet en zijn fractie van tien zetels stapte op. Toch wisten de overgebleven regeringspartijen de wet erdoor te krijgen met steun van kleine partijen in de 460 zetels tellende Sejm, de Poolse Tweede Kamer, schrijft Politico.

    Lees ook:


    Huawei investeert 100 miljoen dollar in start-ups

    Het Chinese techbedrijf Huawei investeert de komende drie jaar 100 miljoen dollar in het startup-ecosysteem in Azië-Pacific, bericht YourStory. Al eerder werd geïnvesteerd in start-uphubs in Singapore, Thailand, Sri Lanka en Maleisië en Huawei wil dit zogenoemde Spark-programma uitbreiden in India als de coronapandemie in het land is afgenomen.


    Pensioenfonds APG waarschuwt Korea voor bouw kolencentrales

    Het in Amsterdam gevestigde APG Asset Management, onderdeel van het Nederlandse pensioenfonds APG, heeft de Zuid-Koreaanse regering gewaarschuwd dat het niet schrappen van een plan om drie kolencentrales te bouwen een ‘aanzienlijke risicofactor’ zal vormen voor haar investeringen in Korea, bericht The Korea Herald. De brief heeft betrekking op drie centrales met een gecombineerd vermogen van 6,3 gigawatt die in aanbouw zijn in de provincie Gangwon.

    ‘De kolencentrales zullen onvermijdelijk een belasting vormen voor de toekomst van de mensheid’

    Park Yookyung, hoofd verantwoord beleggen Azië van APG Asset Management, schrijft in de brief dat de centrales in de nabije toekomst een bedreiging zullen vormen voor het streven naar CO2-neutraliteit. ‘In het licht van de klimaatcrisis zullen kolencentrales onvermijdelijk een belasting vormen voor de Koreaanse economie en de toekomst van de mensheid’, aldus de in het Koreaans opgestelde brief. ‘De uitstoot van broeikasgassen in Korea zal niet alleen een zware last vormen voor de particuliere sector, maar ook voor andere binnenlandse bedrijven in dit op export gerichte land.’

  • Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    De drempel voor onoprechtheid ligt in het kapitalisme lager dan ooit. Betrouwbaarheid, nauwgezetheid en harmonie spelen in de race om het grote geld niet mee. Het is zelfs de vraag of we oprechtheid nog kunnen vertrouwen.

    Tranen liegen niet, zeggen ze. Als je huilt, heb je principieel gelijk, want je stelt je kwetsbaar op en vraagt om begrip. Je tranen zijn het bewijs dat je het eerlijk meent.

    Maar zakenvrouw Maria-Elisabeth Schaeffler werd belachelijk gemaakt nadat ze tegenover haar personeel in tranen was uitgebarsten. Van deze miljardair, die met de overname van bandenfabrikant Continental verkeerd had gegokt, werd dat niet geaccepteerd. En Madeleine Schickedanz, de erfgename van Quelle – of Arcandor, zoals het bedrijf sinds de fusie met Karstadt heet – verging het niet beter. In een interview zei ze dat ze sinds de surséance van het concern moest rondkomen van 600 euro in de maand en haar boodschappen nu bij de discounter haalde. Schickedanz was een paar weken daarvoor nog een van de rijkste vrouwen van de Bondsrepubliek, nu deed ze zich als slachtoffer voor  –  zonder tranen weliswaar – en hoopte op mededogen. Vergeefs. Haar openhartigheid werd gezien als zelfmedelijden, als cynisme tegenover de veel realistischer angst van de bezorgers van Quelle en de verkoopsters van Karstadt.

    Het is een van de paradoxen van onze mediademocratie dat we van onze elite authenticiteit verwachten, maar dat we, als ze eens authentiek proberen te zijn, juist weigeren hen te geloven. Want je hart uitstorten is niet moeilijk en tranen kunnen wel degelijk liegen als ze het resultaat van pure berekening in plaats van oprecht verdriet.

    ‘Niets is artificiëler, geconstrueerder, dan pure oprechtheid,’ schrijft Wolfgang Engler in zijn boek Lüge als Prinzip (De leugen als principe). We moeten elke demonstratie van eerlijkheid wantrouwen. Desondanks pleit de Berlijnse socioloog, voormalig rector en nog steeds docent aan de Ernst Busch Schauspielschule in Berlijn, voor een nieuwe cultuur van ‘oprechtheid in het kapitalisme’; zo luidt ook de ondertitel van zijn boek.

    ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken’

    Want het tegenovergestelde van oprechtheid is de leugen. En de leugen heeft het kapitalisme daar gebracht waar het zich nu bevindt: in een crisis. Toch is de leugen lang onopgemerkt gebleven, omdat ze zich vermomd had. ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken. Maar iemand “slechte schulden” aansmeren, gecombineerd met andere activa, is een stuk makkelijker,’ constateert Engler. Zijn diagnose is onverbiddelijk: ‘In de geschiedenis van het moderne kapitalisme ligt de drempel voor onoprechtheid lager dan ooit. Het bedrog volgt de wereldomspannende geld- en goederenstromen als een schaduw en is in de beschutting daarvan de gewoonste zaak van de wereld geworden.’

    Die ontwikkeling is begonnen met het ontstaan van een nieuw type ondernemer, de in onze samenleving freischwebende financiële jongleur. De financiële jongleur, door Franz Müntefering, de voormalig sociaaldemocratische vicekanselier, ‘aasgier’ gedoopt, is ‘ondernemer zonder onderneming’. Hij is voortdurend op zoek naar ondergewaardeerde bedrijven die hij infiltreert en naar start-ups die kapitaal nodig hebben, om ze inclusief hun ideeën op te kopen en vervolgens te verpatsen. Traditionele kwaliteiten als betrouwbaarheid, nauwgezetheid of harmonie doen er in deze race om het grote geld niet meer toe, hier regeren de deugden van het casino: waaghalzerij, gokken, wedden, speculeren.

    De globalisering leidt tot oneindig wijdvertakte handelsketens. ‘Risico’s worden verpakt, verkocht, afgelost, herschikt en van een nieuw etiket voorzien tot niemand er nog iets van begrijpt.’ Het is een systeem zonder gisteren en morgen. Het behalen van zo veel mogelijk winst komt in de plaats van langetermijndenken, tradities worden schouderophalend bij het grofvuil gezet. Soms doet Engler met zijn kritiek op het neoliberale gedachtegoed denken aan de retoriek van de partij Die Linke, maar in wezen is zijn argumentatie minder op de klassenstrijd dan op conservatieve waarden gebaseerd.

    Gutmensch-achtig

    Lüge als Prinzip is niet een eventjes snel geschreven pamflet over de crisis, het boek gaat veel dieper. Op zijn zoektocht naar een uitweg uit de huidige conflicten belandt Engler diep in de geschiedenis van het denken en de cultuur. Hij plaatst de financiële jongleur tegenover de achttiende-eeuwse burger, die bij zijn bevrijding van de adellijke hegemonie een reeks eigen morele principes heeft ontworpen. Oprechtheid, vertrouwen en eerlijkheid zijn tot op heden de voornaamste beginselen van de Verlichting. Er is geen andere manier om vertrouwen tot stand te brengen dan ‘tegenover onze naaste alles wat zijn nut bevordert of hem voor schade kan behoeden openhartig uit te spreken’, staat in een encyclopedie uit 1731.

    Een dergelijke onbaatzuchtigheid mag tegenwoordig gutmensch-achtig en naïef overkomen, in die tijd was het revolutionair. De woede richtte zich tegen het hof, tegen de uitspattingen en intriges van de barok, tegen de pruiken, jurken met korsetten en ruches en tegen een taal die verworden was tot een instrument van versluiering. ‘De taal is de mens gegeven om zijn gedachten te verbergen,’ merkte de Franse minister van Buitenlandse Zaken Talleyrand cynisch op. Napoleon, zijn toenmalige werkgever, noemde hem daarop een ‘mestvaalt in zijden kousen’.

    De mens in het algemeen moet weer ‘in de waarheid’ gaan leven. Rousseau wilde hem bevrijden uit de ketenen van de cultuur en hem naar de ‘vrije collegezaal van de natuur’ leiden. Diderot en de encyclopedisten beschrijven oprechtheid als een utopie van eerlijke communicatie, waarbij het erop aankomt niets voor zich te houden en zo de ander een onbelemmerde blik in het eigen innerlijk te gunnen. In zijn drama Le fils naturel treedt Diderot zelf als personage op om te verklaren dat alles wat op het toneel plaatsvindt, ook in werkelijkheid zo is gebeurd.

    ‘Echte gevoeligheid’ wordt steeds lastiger te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’

    ‘Waarachtige fijngevoeligheid’ wordt een morele imperatief van het tijdperk van de Verlichting. De briefroman – van Goethe, Choderlos de Laclos of Laurence Sterne – beleeft een bloeiperiode, want in zijn brieven lijkt de ziel van de mens het meest tot uitdrukking te komen. ‘Fijngevoelige gesprekken’ vinden echter ook buiten de literatuur plaats, maar het wordt steeds moeilijker ‘echte gevoeligheid’ te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’. Al bij de geringste aanleiding vloeien de tranen rijkelijk, bijvoorbeeld bij het afscheid van een vriend.

    Johann Heinrich Voβ, de Duitse vertaler van Homerus, heeft in 1773 in een brief aan Ernestine Boje zo’n melodrama beschreven. ‘De 12e september gaat me nog heel wat tranen kosten. Het was de dag dat Graf Stolberg afscheid moest nemen van zijn voortreffelijke hofmeester Clauswitz. We hadden punch laten maken, want het was een koele avond. We wilden de treurige stemming verdrijven door wat te zingen; we kozen Millers Abschiedslied. Hier was geen veinzen meer mogelijk; de tranen vloeiden rijkelijk en de ene na de andere stem viel weg.’ De brief eindigt met: ‘Ik kan niet verder, lieve Ernestientje, ik ben alweer in tranen.’

    Wolfgang Engler heeft met zijn lucide, af en toe haast poëtische essay een huzarenstukje geleverd. Een historisch panorama van een verre tijd die de onze weerspiegelt. De tranen van Maria-Elisabeth Schaeffler en Johann Heinrich Voβ hebben veel van elkaar weg, zoveel is duidelijk. We weten alleen niet of we ze kunnen vertrouwen.

  • Hoe Oulu de val van Nokia overleefde

    Hoe Oulu de val van Nokia overleefde

    In dit Finse stadje is een dynamisch science park herrezen uit de as van de oude telefoniegigant.

    Thibaud Febvre, medeoprichter van de Zwitserse start-up Spark Horizon, wil onze steden veranderen door overal gratis oplaadpalen voor elektrische auto’s te installeren, die gefinancierd zouden worden uit reclameopbrengsten. Dit ambitieuze plan heeft hem helemaal naar Oulu gebracht, in het noorden van Finland, om zijn argumenten te ‘pitchen’ in zijn zwembroek… vanuit een gat in het pakijs in de Botnische Golf: ‘Het was -17 graden Celsius, maar ik heb het 2 minuten en 45 seconden volgehouden,’ vermeldt hij trots.

    Polar Bear Pitching

    Tegenover hem zaten investeerders op rendierenhuiden aandachtig naar hem te luisteren, alsmede negenentwintig andere oprichters van start-ups. ‘Ik investeer in heel Europa, maar Oulu biedt werkelijk een unieke concentratie van talenten,’ aldus Riku Seppälä, een Finse weldoener die 500.000 euro heeft geïnvesteerd in Cerenium, een lokale onderneming die de hersenactiviteit van comateuze patiënten kan meten.

    De Polar Bear Pitching, een jaarlijks evenement waarbij ondernemers uit de hele wereld hun idee komen presenteren in een ijsbad, moet surrealistisch aandoen voor wie het stadje in 2012 bezocht. Nokia, de beroemde Finse onderneming die in 2000 was uitgegroeid tot wereldleider op het gebied van mobiele telefonie, had toen net recordverliezen aangekondigd. Er werden 3500 mensen ontslagen in Oulu, waardoor ook de banen van 3000 toeleveranciers op de tocht kwamen te staan. In 2014 verkocht Nokia zelfs zijn telefoniepoot aan Microsoft. Niemand voorzag toen een grote toekomst voor deze Finse streek, die vijf maanden per jaar is ingesneeuwd en 540 kilometer ten noorden van Helsinki ligt.

    ‘We hadden het dieptepunt bereikt,’ aldus Mia Kemppaala, initiatiefneemster van de Polar Bear Pitching. ‘We hadden bij de pakken kunnen neerzitten, maar de oude ingenieurs van Nokia – met hun unieke expertise – zijn gebleven en hebben hun eigen onderneming opgericht. Hun daadkracht heeft dit stadje met 200.000 inwoners, met een gemiddelde leeftijd van 38 jaar, getransformeerd tot een echt sciencepark.’


    Er werken namelijk bijna 20.000 mensen aan nieuwe technologieën in Oulu, van 120 verschillende nationaliteiten, in meer dan 600 hoogwaardige technologiebedrijven. Er is nu meer werkgelegenheid dan in de tijd van Nokia. ‘Maar vooral,’ aldus Juha Ala-Mursula van BusinessOulu, ‘bevindt de gehele elektronische keten zich nu hier, van de onderdelen tot de applicaties… Alles in een straal van enkele kilometers, midden in de bossen!’

    Verstopt tussen de dennenbomen die onder de sneeuw bezwijken zitten parels verstopt als TactoTek, dat microprocessors direct in plastic print, Polar, van de draadloos verbonden polsband die wordt gebruikt door sporters, en Uros, dat zijn mobiele internetdiensten aanbiedt in meer dan honderd landen. Nokia blijft trouwens nog altijd de grootste werkgever van de stad, dankzij zijn fabrieken waar kabels en routers worden geproduceerd, alsmede een ambitieuze onderzoeksafdeling.

    De belangrijkste uitdaging van Oulu is nu talenten naar de poolcirkel te lokken. ‘De kou blijft lastig, maar het ergst zijn de poolnacht en het gebrek aan vers fruit en verse groente,’ aldus Jérôme Thevenot, een Franse onderzoeker die een kniebeschermer met sensoren heeft ontwikkeld. Die nadelen worden trouwens gecompenseerd door de kwaliteit van de infrastructuur. ‘De toegang tot MRI’s die ik nodig heb voor mijn klinische proeven kost in sommige landen wel een jaar. Hier is dat in een week geregeld, omdat iedereen elkaar kent.’

    In Oulu, waar het eerste mobiele telefoontje is gepleegd en waar de internetchat is ontwikkeld, wordt nu volgende digitale revolutie voorbereid: 5G

    In Oulu, waar het eerste mobiele telefoontje is gepleegd en waar de internetchat is ontwikkeld, wordt nu volgende digitale revolutie voorbereid: 5G. Want het is de enige stad ter wereld met een testnetwerk voor ondernemingen die er hun applicaties op willen uitproberen en die – wie weet – het nieuwe Facebook, Spotify of Netflix zullen worden.

    ‘5G betekent niet alleen een hogere snelheid,’ benadrukt Olli Liinamaa, die het systeem beheert. ‘Het houdt ook in dat de reactietijd beperkt wordt tot een milliseconde, waardoor objecten met elkaar verbonden kunnen worden, in real time. Dat betekent dat een chirurg een operatie op afstand zal kunnen uitvoeren, dat er zelfrijdende auto’s zullen kunnen komen, dat gerobotiseerde fabrieken zelfstandig kunnen functioneren…’

    Een nabije toekomst, waar je al een glimp van kunt opvangen wanneer je een bezoek brengt aan de Nokia-fabriek in Oulu waar de relais en routers worden geproduceerd voor onze telefoongesprekken en internetverbindingen. Op een van de volledig geautomatiseerde productiebanden zijn de opzichters vervangen door wifi-stations die een leger robots aansturen. Ze brengen de elektronische onderdelen aan, zetten de kastjes in elkaar, zorgen voor de kwaliteitscontrole van het eindproduct alvorens het in een kartonnen doos te verpakken. Door een stijging van de productiviteit kon het aantal medewerkers worden beperkt tot… twee.

    Auteur: Frédéric Faux
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Deelnemers aan de Polar Bear Pitching in Oulu in februari dit jaar. – © Giles Clarke / Getty Images

    Le Temps
    Zwitserland | dagblad | oplage 49.000

    Opgericht in 1998, voortgekomen uit een fusie van Nouveau Quotidien,__ Journal de Genève en Gazette de Lausanne. Rechts van het midden, populair bij leidinggevenden, krant voor Franstalige Zwitsers.

  • Millennials aan de macht

    Millennials aan de macht

    Millennials vormen in de VS sinds kort de grootste groep op de arbeidsmarkt. The New York Times nam een kijkje bij de hippe mediawebsite Mic, waar de hele werkvloer uit twintigers bestaat.

    Joel Pavelski zal niet de eerste werknemer zijn die tegen zijn baas heeft gelogen om een paar vrije dagen te versieren. Maar zeggen dat je naar de uitvaart van een vriend moet, terwijl je eigenlijk alleen een boomhut gaat bouwen? En daar dan over tweeten en bloggen, zodat iedereen op kantoor het weet? Dat lijkt wel nieuw. Met dat probleem kampte het management van Mic, een vijf jaar oude mediawebsite in New York die een van de belangrijkste nieuwssites voor en door millennials wil worden. Een paar recente koppen op de site: ‘Verbied Geen Moskeeën, Verbied Hoverboards’ en ‘Als Mannen Vagina’s Tekenen’.

    ‘Arrogant, lui, narcistisch en verslaafd aan sociale media’

    ‘Er zijn tachtig miljoen millennials’, zegt directeur Chris Altchek (28), ‘en wij mikken op de veertig miljoen die hoger opgeleid zijn.’ Maar hij weet niet altijd hoe hij moet omgaan met de karaktertrekken die zijn leeftijdgenoten vaak worden toegedicht: het arrogante gevoel dat de wereld hun iets verschuldigd is, de neiging om te veel privé-informatie op sociale media te delen en een openhartigheid die grenst aan het onbetamelijke. Zijn 106 werknemers lijken allemaal tot de doelgroep van de site te behoren: slanke twintigers, mannen met baarden en vrouwen in hippe kleding. Op hun drukke nieuwsredactie in Hudson Street hangt een opvallend speelse sfeer, als in een studentenhuis. Je ziet mensen op een hoverboard naar de keuken rijden voor de gratis drankjes en hapjes. Ze schieten pijltjes af met een speelgoedpistool of roepen ineens door een megafoon. Tussen de bureaus snuffelt Dino, de witte maltezer van de hoofddesigner.

    Ongedwongen sfeer

    Altchek is trots op die ongedwongen sfeer. ‘Daardoor durft iedereen zijn mond open te doen en weet je zeker dat de beste ideeën bovendrijven’, zegt hij. ‘Ze kunnen bot overkomen. Maar ik heb liever dat iedereen zegt wat hij denkt dan dat ze in een keurslijf zitten.’

    Toch blijkt het runnen van een kantoor met alleen twintigers ook problemen op te leveren. Altcheks tolerantie werd op de proef gesteld toen Pavelski (27) een week vrij nam onder het mom dat hij in Wisconsin naar een uitvaart ging. ‘Ik heb Joel gecondoleerd en gezegd: neem er alle tijd voor,’ zegt 
Altchek. Maar een paar dagen later zag hij dat Pavelski op Twitter een link had geplaatst naar Medium, een blogsite met persoonlijke verhalen. Daar beschreef hij in zijn artikel ‘How to Lose Your Mind and Build a Treehouse’ dat hij overspannen was geraakt en op adem wilde komen door thuis een oude boomhut te herbouwen. De eerste zin van het artikel: ‘Ik heb gezegd dat ik naar huis moest voor een uitvaart, maar dat was gelogen.’

    ‘Ik was wel een beetje uit het veld geslagen’, zegt Altchek. ‘Liegen is gewoon niet acceptabel.’ In het daaropvolgende gesprek zei de chef van Pavelski dat hij wel heel lange dagen had gedraaid. Pavelski kreeg dus een tweede kans, maar ook een waarschuwing van Altchek: ‘We hebben duidelijk gemaakt dat dit geen kwestie is van drie keer scheepsrecht. Nog één zo’n geintje en hij ligt eruit.’

    New York City. – © Marie Simonova / Getty
    New York City. – © Marie Simonova / Getty

    Pavelski mag dus blijven, maar ook in een bedrijf dat zo tolerant staat tegenover twintigers die de grens opzoeken, kan iemand te ver gaan. Dan denkt 
Altchek bijvoorbeeld aan afgelopen september, toen een bedrijfsbijeenkomst toevallig samenviel met het joodse Jom Kipoer én met het islamitische Offerfeest. Een werkneemster van Engels-Pakistaanse afkomst vroeg waarom het management had gezegd dat werknemers eerder naar huis mochten vanwege Jom Kipoer, maar met geen woord repte over het Offerfeest. ‘Dus ik zei: daar heb je helemaal gelijk in, bij Mic willen we alle geloofsovertuigingen respecteren’, zegt Altchek.

    Vervolgens werd hij daar in een kleiner gezelschap weer op aangesproken door een jongere werkneemster in een lagere functie, die zei dat er aan zijn antwoord drie woorden ontbraken. ‘Ik snapte niet waar ze op doelde, dus ik vroeg: Welke dan? En zij zei: De woorden “het spijt me”. Ik heb je geen excuses horen aanbieden.’ Altchek vond dat ongepast, zeker in een bedrijf als het zijne. ‘Ik was verbaasd door de toon waarop ze dat zei, maar ik heb gezegd dat ik het zou oppakken en zou vragen of ik de vragenstelster niet had gekrenkt,’ zegt hij. ‘Je moet je inhouden. Ze zei dit waar andere mensen bij waren, en dat was misschien maar goed ook, want dat dwingt je om kalm te blijven.’ De betreffende werkneemster werkt inmiddels niet meer bij Mic. (Volgens Altchek is haar vertrek ‘prestatie-gerelateerd’.)

    Jezelf zijn

    ‘Arrogant, lui, narcistisch en verslaafd aan sociale media’, aldus CNBC. ‘Ze willen geen trofeeën, maar ze willen wel steun’, kopte Forbes. ‘Veel millennials willen de wereld verbeteren en het is aan bedrijven is om hen te inspireren’, schrijft Fast Company. Oudere managers snappen soms niet waarom twintigers met een collega snapchatten, of waarom ze geen zin hebben om zich eerst een tijdje te bewijzen met saaie klusjes. Maar ze kunnen er maar beter aan wennen. Volgens het Pew Research Center vormen millennials sinds vorig jaar een grotere groep op de arbeidsmarkt dan Generatie X (mensen in de leeftijd van 35 tot 50). Sterker nog, er zijn zelfs meer millennials dan babyboomers.

    Joan Kuhl (36) richtte Why Millennials Matter op, een adviesbureau dat werkgevers als Goldman Sachs adviseert over het binnenhalen en binnenhouden van verse afgestudeerden. Volgens haar is het een kwestie van ‘onbekend maakt onbemind’. ‘Alle aandacht gaat uit naar extreme voorbeelden van brutaal gedrag en niet naar de overgrote meerderheid die ik zie en waar ik mee werk: gemotiveerde mensen die voor hun waarden staan,’ zegt ze. Kuhl licht haar klanten voor over de eigenaardigheden van generatie Y. Waarom mensen van 21 bijvoorbeeld veel te openhartig zijn over hun privéleven. Millennials wordt steeds voorgehouden dat ze zichzelf als een ‘sterk merk’ moeten neerzetten om een baan te krijgen, zegt Kuhl. Dus als je ze vervolgens vraagt om zich in te houden als ze 
eenmaal voor je werken, ‘geef je tegenstrijdige signalen af’.

    Al moet Kuhl af en toe ook weleens slikken. Zoals toen een stagiaire op een vergadering om tien uur ’s ochtends rustig een broodje tonijn naar binnen zat te werken. Toen ze daar achteraf op werd aangesproken, zei ze: ‘Nou ja, je had gezegd dat ik vooral mezelf moest zijn, en ik had honger.’

    et management van Mic, een vijf jaar oude media- website in New York die een van de belangrijkste nieuwssites voor en door millennials wil worden. © Mic Network Inc.
    et management van Mic, een vijf jaar oude media- website in New York die een van de belangrijkste nieuwssites voor en door millennials wil worden. © Mic Network Inc.

    Dus stel je voor dat je héle werkvloer uit twintigers bestaat, zoals bij Mic. 
Het is in 2011 opgericht door Altchek en Jake Horowitz (28), oud-klasgenoten van de Horace Mann School in New York. Horowitz werkt inmiddels vooral als verslaggever (zo berichtte hij vanaf de Griekse stranden over de vluchtelingencrisis en heeft hij Obama geïnterviewd). Altchek leidt het bedrijf vanuit hun kantoorpand, een verbouwd pakhuis van bijna 1400 vierkante meter bij Hudson Square. Kantoorgesprekken lopen hier vaak via Twitter en de scheidslijn tussen werk en privé is niet altijd duidelijk: via Periscope streamde Altchek live videobeelden van zijn bezoek aan de tandarts.

    Zo krijgt de werkvloer iets van een reality show, en misschien komt het mede daardoor dat boomhutbouwer Pavelski geen berouw toont. ‘Misschien is het de leeftijd, maar er is in mijn privéleven niet veel dat ik strikt gescheiden wil houden van mijn werk,’ zegt hij. ‘Dat essay is er in de eerste plaats gekomen omdat ik iets van me af wilde schrijven, alle denkstappen wilde doorlopen en op een rijtje wilde zetten wat er met me aan de hand was.’ Een logica die zijn leeftijdgenoten misschien meer aanspreekt. ‘Wat mensen vooral niet moeten onderschatten, is dat het ons menens is,’ voegt hij eraan toe. ‘En dat wij de boel overnemen. Zo simpel is het.’

    Auteur: Ben Widdicombe
    Vertaler: Frank Lekens

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium en wordt sinds 1896 bewaakt door de familie Ochs Sulzberger. De website trekt meer dan 30 miljoen bezoekers per maand.