Tag: Substack

  • Gecanceld? Op Substack kun je gewoon terecht

    Gecanceld? Op Substack kun je gewoon terecht

    ​Als uitgevers en sociale media steeds meer bepalen wat journalistieke objectiviteit is, vormt Substack een aantrekkelijk alternatief. Prominente schrijvers vinden op dit platform een nieuw en lonend businessmodel.

    Wie Substack alleen van horen zeggen kent, denkt misschien dat het het nieuwe medium voor rechtelozen is. Want op deze site vol nieuwsbrieven en blogs wemelt het van de ‘gecancelde’ journalisten, die bij de gevestigde media in ongenade zijn gevallen omdat ze politieke lastpakken zijn.

    Bari Weiss, een voormalig columniste van de New York Times, trok zich daar tegenstribbelend terug uit de redactie vanwege haar pro-Israëlische en gematigd conservatieve houding. En Glenn Greenwald, een van de journalisten die Edward Snowden ondersteunen, verliet onder protest het mede door hem opgerichte onlinemedium The Intercept, omdat het zijn kritische exposé over Joe Bidens zoon Hunter niet wilde plaatsen. De homoseksuele alt-liberal Andrew Sullivan ging weg bij New York Magazine omdat hem transfobie werd aangewreven.

    Professionele vrijheid

    Deze namen staan boven aan de lijst van topjournalisten die, uit vrije wil of onder dwang, hun mediahuis hebben verlaten en nu als zelfstandig ondernemer hun geluk beproeven op Substack, dat door de prominente schrijvers die erop publiceren een begrip geworden is. Wat zit er achter deze hype? Toen ze de site in 2017 presenteerden onder de naam Substack-blog, beklaagden de oprichters zich hoogdravend over ‘de ondergang van de grootse journalistieke totems van de afgelopen eeuw’. Om te overleven, aldus het trio Chris Best, Hamish McKenzie en Jairaj Sethi, zouden nieuwsorganisaties tegenwoordig hun heil zoeken bij clickbait, ‘lijstjesjournalistiek’ en fake news.

    Substack daarentegen gaat volgens hen voor een model met abonnees en zonder reclame, voor onafhankelijke schrijvers die kwaliteit willen leveren. Scherp zeilend aan de wind van de tijdgeest en de sharing economy presenteerde het zichzelf als de Uber of Airbnb van de mediabranche. Dat geldt nog steeds: auteurs leveren hun teksten aan en Substack stelt hun de software en een publicatieplatform ter beschikking om te bloggen en hun nieuwsbrieven per e-mail te versturen. Dat is gratis of, wanneer een schrijver een maandelijkse bijdrage van zijn lezers vraagt, kost 10 procent van het abonnementsgeld plus 3 procent provisie. In ruil daarvoor behoudt de auteur zijn redactionele en professionele vrijheid.

    Door de in de VS toenemende druk op politiek lastige of onafhankelijke stemmen in de mediawereld is dit aanbod een schot in de roos. Als uitgevers en sociale media steeds meer bepalen wat journalistieke objectiviteit is en hun libertijnse schrijvers en journalisten voorschrijven wat ze wel en niet mogen schrijven, dan is Substack een aantrekkelijk alternatief, met name voor onderzoeksjournalistiek en reportages, waarvoor in de politieke orthodoxie van menige newsroom geen plaats meer is.

    Ook onbekenden kunnen op Substack aanzien en een behoorlijk honorarium verwerven

    Bovendien loont het: als je duizend betalende abonnees hebt die bereid zijn elke maand 5 dollar te betalen, verdien je meer dan de 45.000 dollar die een journalist in de Verenigde Staten per jaar gemiddeld verdient. Als een topjournalist als Glenn Greenwald zijn 1,6 miljoen volgers op Twitter zou kunnen overhalen een Substack-abonnement te nemen voor datzelfde bedrag, zou zijn bruto inkomen per maand zo’n 750.000 dollar bedragen.

    Maar ook al is niet iedereen een Greenwald, de site is niet alleen een optie voor gevestigde persoonlijkheden en influencers. Zoals pandemieblogger Haley Nahman en hoogleraar geschiedenis Heather Cox Richardson laten zien, kunnen ook onbekenden op Substack aanzien en een behoorlijk honorarium verwerven. Volgens The New York Times schreef Cox Richardson het afgelopen jaar met geschiedkundige onderwerpen een miljoen dollar bij elkaar.

    Substack wordt ook door mediastartups gebruikt. Bij het conservatieve onlineblaadje The Dispatch bijvoorbeeld werken onder leiding van Stephen Hayes, voormalig hoofdredacteur van de opgeheven Weekly Standard, en Jonah Goldberg (voorheen van de National Review) nog geen twintig verslaggevers, documentalisten, vormgevers en administratief medewerkers. The Dispatch verstuurt dagelijks via Substack een aantal nieuwsbrieven, en voor zijn abonnees zijn alle publicaties voor 10 dollar per maand beschikbaar.

    Geen wonder dat Substack populair is bij bloggers: op de site zijn in zestien inhoudelijke categorieën duizenden auteurs te vinden. Ze zijn niet allemaal even populair: terwijl in de categorie ‘geloof’ veertien mensen schrijven, zijn het er op de terreinen economie, cultuur en politiek honderden. Midden vorig jaar had Substack naar eigen zeggen een kwart miljoen betalende lezers. Gezien de toestroom van gevestigde auteurs zullen het er inmiddels aanzienlijk meer zijn.

    Businessmodel

    Toch is het te vroeg om dit als het nieuwe model voor de mediabusiness te zien. Zeker, de site zorgt ervoor dat de backofficekosten laag blijven. Als socialemediaplatform is het naar Amerikaans recht   ̶  net als bijvoorbeeld Facebook   ̶  gevrijwaard van aanklachten wegens schending van de privacy, smaad en laster. E-mailadressen en klantgegevens blijven eigendom van de auteurs, die op elk moment kunnen weggaan. En zoals gezegd, ze blijven verschoond van politieke richtlijnen.

    Maar het businessmodel heeft ook zijn zwakke kanten. Blogs en nieuwsbrieven waarop je je moet abonneren, zijn geen nieuw idee. Concurrenten als Medium, Patreon en Kickstarter volgen een soortgelijke strategie. Ook is Substack volgens CEO Chris Best nog niet winstgevend. Dat alles maakt het platform gevoelig voor disruptie. Het is daarom niet verbazingwekkend dat Substack meer diensten is gaan aanbieden of in de planning heeft. Daartoe behoren juridisch advies, ondersteuning bij de financiering van auteurs met tussen de 3000 tot 30.000 dollar evenals het project Substack Pro, waar bekende auteurs jaarlijkse overeenkomsten tot maximaal 250.000 dollar kunnen afsluiten.

    Op die manier muteert Substack tot iets wat het aanvankelijk juist niet wilde zijn, namelijk een klassiek mediabedrijf. Andere critici vinden dit juist een noodzakelijke ontwikkeling. De Californische mediadeskundige professor Sarah T. Roberts stelde onlangs dat de onafhankelijke auteurs van Substack de autoriteit en het beroepsethos van de journalist ondergraven, omdat ze zich zonder redactionele kwaliteitscontrole en zonder documentatie overgeven aan een nieuwe opiniejournalistiek om daarmee hun zakken te vullen. Dat zou Substack zelf tot een gevaar voor de journalistiek maken.

    Op Substack is geen sprake van selectieve berichtgeving

    Matt Taibbi, een andere topauteur bij Substack, verdedigde zich mede namens anderen fel tegen Roberts’ verwijt. Juist op Substack is geen sprake van selectieve berichtgeving, wat wel het geval is in de newsrooms van de grote media die vanuit een vooropgestelde overtuiging schrijven. Bovendien zouden kranten als The New York Times zich moeten afvragen of zíj de macht controleren of zelf een controleorgaan van de macht geworden zijn.

    Gezien het grote aantal en de verscheidenheid van schrijfsters en onderwerpen op Substack is het moeilijk een oordeel te geven over wie gelijk heeft. Zeker is dat er serieuze en diepgravende reporters actief zijn, zoals Taibbi en de medewerkers van The Dispatch, die worden ondersteund door documentalisten en redacteurs. Een algemeen inhoudelijk oordeel over de inhoudelijke kwaliteit van de journalistiek is, net als bij de gevestigde media, nauwelijks mogelijk. 

    Desondanks zal Substack er waarschijnlijk niet aan kunnen ontkomen zich duidelijker te positioneren. Of ze definiëren zichzelf puur als platform voor schrijvers, of als gatekeeper die de schrijvers ook diensten verleent en hun verplichtingen oplegt zoals dat ook op de redacties en in de newsrooms van de klassieke media gebruikelijk is. Over aandacht hebben ze momenteel in elk geval niet te klagen. Zo probeerden onlineactivisten een paar maanden geleden bij Substack een redactionele zuivering af te dwingen door auteurs die hun niet bevielen op sociale media aan te pakken. 

    Cancel culture

    Uit protest tegen vermeende antitransgenderstandpunten van vooraanstaande Substackauteurs maakte auteur Jude Sady Doyle zijn vertrek bij het platform bekend. Naar eigen zeggen wilde hij voorkomen dat het succesvolle mediabedrijf met haatdragende teksten winst bleef maken en hij riep andere auteurs op zijn voorbeeld te volgen.

    In mediakringen kreeg zijn aanval behoorlijk veel aandacht, tenslotte bespeelt Doyle volop het orgel van de ‘cancel culture’. Doyles voornaamste doelwit was freelancejournalist Jesse Singal, schrijver van een groot en deels kritisch, maar buiten transgenderkringen niet als unfair beschouwd artikel in The Atlantic in 2018 over transgenderkinderen. Singal, inmiddels naar Substack gemigreerd, stelde zich tegen de verwijten luidkeels teweer en weerlegde de aan karaktermoord grenzende laster. Terwijl Substack zich terughoudend opstelde, wakkerde de kwestie de publieke belangstelling voor Singal juist aan. 

    Sommige gearriveerde media zullen uit angst sponsors en adverteerders te verliezen hun handen wellicht van hem hebben willen aftrekken door hem geen opdrachten meer te geven. Maar volgens Singal zelf heeft hij dankzij deze shitstorm meer verdiend dan ooit, en bovendien was het gratis reclame voor zijn nieuwe boek. Ook voor Substack is dat allemaal goed nieuws. 

  • Salman Rushdie is op Substack. ‘Welke stemmen de ruimte krijgen is een belangrijke vraag’

    Salman Rushdie is op Substack. ‘Welke stemmen de ruimte krijgen is een belangrijke vraag’

    De Britse schrijver Salman Rushdie waagt het erop. Hij publiceert zijn volgende boek als een serie op het onlineplatform Substack. Hij hoopt dat Substack ‘misschien een iets complexere band mogelijk maakt’ en hem de ruimte zal bieden om over dingen te praten die ‘te groot zijn om in tweets te bespreken’.

    Vanuit het donker verschijnt Salman Rushdie langzaam in beeld, het vertrouwde gezicht met baardje en bril vult het scherm, terwijl hij voor een boekenkast zit die in aanmerking komt voor de titel ‘meest indrukwekkende Zoom-boekenplankachtergrond’.

    Vanuit zijn New Yorkse appartement komt hij met drie mededelingen: hij heeft een deal gesloten om zijn volgende roman als serie op Substack te laten verschijnen; hij wil een lang gekoesterde wens om filmrecensent te worden in vervulling laten gaan; en hij durft nog steeds geen poëzie te schrijven.

    ‘De laatste tijd, deze vreemde anderhalf jaar, voel ik me erg aangetrokken tot het idee om dingen uit te proberen die ik nooit eerder heb gedaan,’ zegt hij.

    ‘Dat heeft te maken met de omstandigheden waarin we allemaal verkeerden, dat we gedwongen werden om naar binnen te kijken. Ik heb dat boek met essays uitgebracht, mijn twintigste boek, en was al bezig met het eenentwintigste boek, dat een roman wordt. Eigenlijk dacht ik alleen maar: Doe eens iets anders. En precies op dat moment kwam dit project.’

    ‘Dit project’ is zijn activiteit op Substack en werd geboren toen dat nieuwsbrievenplatform contact opnam met Rushdies literair agent Andrew Wylie, die hem vervolgens vroeg of hij er iets voor zou voelen.

    Het platform, dat vooral bekendstaat om de gerenommeerde journalisten die het aan zich heeft weten te binden, probeert de laatste tijd ook fictieschrijvers binnen te halen. Patti Smith publiceert erop, net als de Israëlische schrijver Etgar Keret.

    ‘Ik heb me verdiept in Kerets Substack en dat is zo geestig en prettig om te lezen, en hij heeft er zo duidelijk plezier in, dat ik dacht: Misschien kan ik dat wel doen.’

    Betaald en gratis

    Substack biedt een platform waar lezers zich kunnen abonneren op individuele schrijvers, van wie ze dan de posts in hun inbox krijgen of online kunnen lezen. Schrijvers bieden vaak een mengeling van betaalde en gratis content aan, en dat wil Rushdie ook gaan doen.

    ‘Ik ga het min of meer al doende bedenken, maar ik heb wel wat uitgangspunten,’ zegt hij. Afgezien van de romanafleveringen zal hij er korte verhalen op zetten, literaire roddels (‘zolang het geen laster is’) en gaat hij schrijven over boeken – en films.

    ‘Ik heb altijd al over films willen schrijven. Ooit, honderd jaar geleden, toen iemand bij The New Yorker ouderschapsverlof op zou nemen, werd mij gevraagd of ik een paar maanden wilde invallen als filmrecensent. Dat leek me geweldig en ik hapte meteen toe. Uiteindelijk nam de recensent om wie het ging toch geen verlof op, dus werd ik ontslagen nog voor ik was begonnen.’

    In de periode dat hij noodgedwongen binnen zat vanwege de pandemie stelde Rushdie voor zichzelf een schema op om alle films die hem in zijn jeugd zijn liefde voor films hadden bijgebracht opnieuw te bekijken: ‘De Franse nouvelle vague, het Italiaanse neorealisme, al die andere grote films uit de jaren zestig en zeventig. Het was heel interessant om te zien wat in mijn ogen overeind is gebleven en wat niet.’

    ‘Ik heb nooit eerder meegemaakt dat je iets publiceert waar mensen iets over kunnen zeggen terwijl het gaande is’

    Zijn novelle, getiteld The Seventh Wave, heeft ook een link met film. De tekst, die oorspronkelijk 60.000 woorden omvatte maar nu is teruggebracht tot 35.000 woorden, gaat over een filmregisseur en een acteur/muze, geschreven in de stijl van de nouvelle vague-cinema, ‘met vreemde inconsequenties, abrupte overgangen en gangsters’.

    ‘De test die altijd werkt voor alles wat ik schrijf, is gêne,’ zegt Rushdie. ‘Vind ik het te gênant om het jou te laten lezen, dan is het nog niet klaar. Er komt een punt waarop ik me er niet meer voor schaam en het zelfs graag aan anderen wil laten lezen. Deze tekst is helemaal op de schop gegaan – indikken, comprimeren, schrappen, hier en daar de verhaallijn iets veranderen – en nu ben ik er blij mee.’

    Het wordt een digitaal experiment: fictie gepubliceerd in serievorm (‘zoals dat in het allereerste begin ook ging’), waarbij een jaar lang ongeveer eens per week een nieuwe aflevering zal verschijnen. Op zich is die serievorm niet nieuw. Een verrassend aantal literaire klassiekers is oorspronkelijk in afleveringen verschenen: De nagelaten papieren der Pickwick Club van Charles Dickens is het bekendste voorbeeld, maar het geldt ook voor Madame Bovary, Oorlog en Vrede en Hart der Duisternis. Rushdie beschrijft hoe het Samuel Richardson verging, die in 1748 zijn roman Clarissa als serie uitbracht.

    ‘Zijn lezers verwachtten dat zij op het eind verliefd op die man zou worden. Maar dan verkracht hij haar. Richardson kreeg veel brieven van lezers die ondanks die verschrikkelijke daad nog steeds wilden dat het verhaal een happy end kreeg – en hij bleef koppig weigeren daaraan te voldoen. Ik heb nooit eerder meegemaakt dat je iets publiceert waar mensen iets over kunnen zeggen terwijl het gaande is.’

    Zou híj bereid zijn het verhaal aan te passen naar aanleiding van de reacties van lezers? 

    ‘Dan zou het wel een heel goed voorstel moeten zijn. Maar soms gebeurt het wel dat iemand iets over een personage zegt waar jezelf niet aan had gedacht toen je het schreef. Stel bijvoorbeeld dat iemand zegt: “O, dat is interessant, daar wil ik wel iets meer over horen”, dan zal ik daar misschien iets dieper op ingaan.’

    Controle

    Rushdie zegt dat hij Substack niet wil gebruiken als politiek platform (‘Ik denk dat dat dan alles overneemt en de rest overschaduwt’), maar hij erkent dat hij er bij actuele gebeurtenissen (‘denk aan Afghanistan’) misschien niet aan ontkomt om er iets over te zeggen.

    Toch is er wel een kans dat Rushdie met zijn keus voor Substack in een politieke strijd over het modereren van techplatforms terechtkomt. Met het Trumptijdperk en nu corona zijn vragen die de afgelopen tien jaar al onder de oppervlakte smeulden, over het controleren van inhoud, over desinformatie en welke stemmen gehoord worden, hoog opgelaaid. Eerder dit jaar kreeg Substack het verwijt dat het te weinig controle uitoefende, waardoor antitransgeluiden konden worden gepubliceerd. Het leidde ertoe dat enkele schrijvers het platform uit protest de rug toekeerden. Net als zijn voorgangers heeft Substack geprobeerd die kritiek af te wimpelen door te zeggen dat het zelf geen uitgever is, maar dat de gebruikers dat zijn.

    In mei heeft het bedrijf via twee afzonderlijke posts de gedachte achter Substack Pro (waarop gebruikers, zoals Rushdie, een voorschot betaald krijgen voor hun eerste jaar) en het eigen modereerbeleid (geen scheldpartijen, intimidatie, bedreigingen of doxing) geformuleerd. Maar volgens critici heeft het platform de plicht om transparant te zijn over wie het betaalt om te schrijven.

    Sinds de Iraanse ayatollah Khomeini in 1989 een fatwa over hem uitsprak vanwege zijn roman De duivelsverzen, wordt Rushdie door het publiek geassocieerd met vrijheid van meningsuiting. 

    ‘Als je een Substack wilt, kun je er gewoon een beginnen: je hoeft niet te worden uitgenodigd’

    ‘Welke stemmen de ruimte krijgen om zich te laten horen is een heel belangrijke vraag,’ zegt hij. ‘In de uitgeefwereld was dat echt een probleem en ik zeg niet dat dat nu voorbij is, maar er is wel verandering gaande. Hier [in de VS] is veel meer ruimte voor schrijvers van kleur dan vroeger, zowel als auteur als als recensent. En zoiets als dit, waar nauwelijks belemmeringen zijn, kan er ook voor zorgen dat er een diverser scala aan stemmen klinkt. Als je een Substack wilt, kun je er gewoon een beginnen: je hoeft niet te worden uitgenodigd. Maar het gaat mij er niet om Substack te promoten. Ik vond het interessant om dit te proberen en ik heb me maar voor twaalf maanden vastgelegd. Over een jaar ga ik bekijken hoe het ervoor staat en of ik ermee doorga of niet.’

    Op dit moment is hij vooral benieuwd naar het aangaan van de dialoog met lezers. In de eerste post op zijn Substack, die ‘Salman’s Sea of Stories’ heet, beschrijft Rushdie poëtisch hoe verhalen andere verhalen voortbrengen; als voorbeeld neemt hij twee verhalen uit zijn eigen leven die hem op het idee brachten voor zijn Bookerprize-winnende roman Middernachtskinderen

    ‘Mensen zijn altijd verhalenvertellers geweest en dat gebruik je als een manier om te begrijpen wie je bent en wie de mensen om je heen zijn en wat er gaande is. Als ik terugkijk, wat ik niet zo vaak doe, is het alsof de boeken de weerslag zijn van verschillende fases van mijn bewustzijn. Ik denk dat de meeste mensen dat doen: we vertellen elkaar voortdurend verhalen.’

    Band met geboorteland

    Rushdie vertelt dat hij dankzij Twitter de mogelijkheid heeft om een band met zijn geboorteland te onderhouden, omdat een verhoudingsgewijs groot deel van zijn 1,1 miljoen volgers in India woont.

    ‘Zo kon ik vanuit New York in gesprek zijn met mensen over heel India, alsof ik daar was. En soms krijg ik dan ook echt het gevoel dat ik daar ben, omdat ik in hun woonkamer kom, op hun computer, terwijl zij online zijn.’

    Dankzij zijn banden met die gemeenschap heeft Rushdie zich altijd beziggehouden met India’s politieke situatie en met de problemen van het land door de coronapandemie, en is hij ook betrokken geraakt bij campagnes om geld in te zamelen voor zuurstofflessen en dergelijke. Hij hoopt dat Substack ‘misschien een iets complexere band mogelijk maakt’ en hem de ruimte zal bieden om over dingen te praten die ‘te groot zijn om in tweets te bespreken’.

    ‘Nieuwe technologie maakt altijd nieuwe kunstvormen mogelijk en ik geloof dat de literatuur haar nieuwe vorm in dit digitale tijdperk nog niet heeft gevonden. De nieuwe vorm die deze nieuwe wereld met zich meebrengt, hebben we volgens mij nog niet gezien. En ik heb het sterke vermoeden dat het niet iemand van mijn leeftijd zal zijn die ermee komt.’

    Rushdie maakt zich niet druk om het resultaat van dit nieuwe project.

    ‘Ik duik er gewoon in en dan zien we wel. Het wordt ofwel iets prachtigs en aangenaams, of niet.’ Maar hij beseft ook dat hij zich door zijn fictie online te brengen een stapje verwijdert van het medium dat hij liefheeft en waaraan hij zijn leven heeft gewijd.

    ‘Er wordt al zo lang over de dood van de roman gepraat, al bijna sinds de geboorte van de roman. Maar ongelooflijk genoeg is dat echte, ouderwetse ding, het papieren boek, nog steeds springlevend, tegen de verdrukking in. En nu doe ik weer een poging om het de nek om te draaien.’