Tag: Superbugs

  • Na corona is er een nieuw gevaar in zicht: de superbug

    Na corona is er een nieuw gevaar in zicht: de superbug

    Antibiotica worden zo makkelijk toegediend dat bacteriën resistent raken, en farmaceutische bedrijven tonen weinig belangstelling hier iets tegen te doen. Wetenschappers luiden de noodklok: straks kunnen we de superbugs niet meer bedwingen.

    De man wilde gewoon wat zwemmen. Maar het koele bad in de Oostzee werd hem fataal. Vibrionen, bacteriën die graag ronddwarrelen in zouthoudend brak water, drongen via een open wond zijn lichaam binnen. De patiënt, al wat ouder en met een gezondheid die te wensen overliet, overleed op de intensive care van een Duits ziekenhuis aan de infectie. Het Bundesinstitut für Risikobewertung (Federaal Instituut voor risicobeoordeling) stuurde daarop een waarschuwing uit: ‘Wie in de hoogzomer in zee gaat baden, moet oppassen.’

    Welkom in de volgende oorlog. De mensheid strijdt nog volop tegen het coronavirus. De officiële balans tot nog toe: 205 miljoen besmettingen, 4,3 miljoen doden. De pandemie is een wake-upcall voor de wereld, maar die waarschuwing betreft niet alleen virussen. Want in hun slipstream rukken andere microben op. De massale inzet van antibiotica tegen door corona veroorzaakte infecties zoals longontsteking zou ook tot een nieuwe golf kunnen leiden van resistente bacteriën – waaronder soorten die in potentie gevaarlijker zijn dan covid-19. Experts spreken over een veelvoud aan dodelijke slachtoffers ten opzichte van corona. De vraag is wel of de wereld dit alarmsignaal heeft begrepen.

    De eerste bacteriën

    De mens komt naakt en schoon ter wereld. Pas met het verlaten van het geboortekanaal vestigen de eerste bacteriën zich op het lichaam. Na een paar dagen hebben de eencelligen bezit genomen van deze terra incognita. Ze bedekken de huid van de baby, vestigen zich in de mondholte en vormen koloniën in de darmen. Bacteriën horen bij ons of wij bij hen. We leven in symbiose.

    We dragen naar schatting 40 biljoen zogeheten microben met ons mee. Duizenden bacteriënsoorten maar ook schimmels, virussen en mijten. Zoals bij elke woongemeenschap bepaalt de samenstelling van al die medebewoners of het er harmonieus dan wel problematisch aan toegaat. Niet elke bacterie die onze weg kruist, is een moordenaar.  

    De kolonisatie van homo sapiens was geen echte uitdaging voor de vermoedelijk allervroegste bewoners op aarde. Bacteriën speelden 3 à 4 miljard jaar geleden een beslissende rol bij het ontstaan van leven op de kokende planeet aarde en zij zijn er nog altijd tot in de meest onherbergzame uithoeken aanwezig. Ze dwarrelen rond in de 400 graden hete geisers van diepzeemineraalbronnen en benutten het opborrelende waterstofsulfide als bron van energie. Enorme druk en hitte, inktzwarte duisternis, en toch vermenigvuldigen zij zich: bacteriën vinden altijd een weg om te overleven. Vijfduizend soorten heeft de wetenschap gecatalogiseerd, maar dat is duidelijk nog maar een heel klein deel. Het totale aantal bacteriën op aarde wordt geschat op talloze biljoenen.

    De prijzen van antibiotica zijn de laatste decennia even hard gedaald als de consumptie is gestegen

    Hun aanpassingsvermogen is een van hun opvallendste eigenschappen – en een probleem voor de mensheid. Want een paar ziektekiemen hebben het fatale vermogen hun slachtoffer om het leven te brengen. Weliswaar kan de mens zich sinds negentig jaar tegen deze microben verweren, maar daarmee is eigenlijk ook het huidige probleem begonnen.

    In de hele wereld slikken mens en dier gezamenlijk elk jaar ruim 200.000 ton antibiotica. Daarmee is het wereldwijd het meest voorgeschreven geneesmiddel. Juist in arme gebieden met slechte sanitaire omstandigheden zijn antibiotica dikwijls de goedkoopste oplossing om een leven te redden. China is de onbetwiste nummer één in het toedienen van antibiotica bij de diermesterij; Vietnam kent de hoogste input per hoofd van de bevolking bij de mens.

    Lees ook:

    De prijzen van antibiotica zijn de laatste decennia even hard gedaald als de consumptie is gestegen. De kosten van een dagelijkse dosis bedragen nog geen euro. Fabrikanten in India en China voorzien de wereld van grotendeels patentvrije geneesmiddelen. De keerzijde van de medaille kennen we al. De met antibiotica gebombardeerde microben passen zich aan de ineens in hun omgeving opduikende giffen aan.

    Tegenmaatregelen

    Daarom luiden schrandere koppen al ruim twintig jaar de noodklok. Zonder nieuwe wapens zou de tijd van honderd jaar geleden weleens terug kunnen keren, toen meer mensen overleden aan infecties dan aan kanker. Het in 2016 in opdracht van de Britse regering en de Wellcome Trust opgestelde O’Neill-rapport voorspelde dat er zonder tegenmaatregelen jaarlijks 10 miljoen mensen als gevolg van multiresistente ziektekiemen zullen overlijden. Dat zijn er tweemaal zoveel als alle coronaslachtoffers tot nog toe, en dat elk jaar weer. Ook een sluipende pandemie ten gevolge van een bacterie is geen toekomstmuziek en vindt ook niet alleen plaats in verre landen. Wereldwijd bezwijken op dit moment al elk jaar circa 700.000 mensen aan besmettelijke ziektekiemen die zich niet langer laten temmen.

    Gewoonlijk redt ons immuunsysteem het wel tegen al die microben die in en rond ons krioelen. Toch zijn er een paar die het systeem wel de baas kunnen. Pest en cholera zijn de bekendste moordenaars. Minder bekend is dat in de Eerste Wereldoorlog miljoenen jonge mannen niet op het slagveld stierven, maar in het lazaret aan hun einde kwamen als gevolg van bloedvergiftiging.

    Pas in de Tweede Wereldoorlog was dat gevaar bezworen – dankzij de nonchalance van een Schotse onderzoeker. In 1928 liet Alexander Fleming op zijn laboratorium een bacteriekweek open achter in de petrischaal. Toen hij die enkele dagen later eens goed bekeek had er zich een schimmel verspreid – en waren de bacteriën vernietigd. Zo ontdekte de onderzoeker bij toeval de penicilline, en was de mens tijdelijk in het voordeel ten opzichte van de microbe. Totdat de eencelligen zich daartegen gingen wapenen en de mensen hierop moesten reageren. Momenteel zijn de kleintjes weer aan de winnende hand.

    GettyImages 515466932 1
    Alexander Fleming in zijn laboratorium. © Ipsumpix / Getty Images

    Artsen zouden voor noodgevallen altijd een paar nieuwe antibiotica achter de hand moeten hebben

    De Wereldgezondheidsorganisatie WHO noemt negen micro-organismen waartegen met de grootste spoed nieuwe antibiotica vereist is. Dat aantal is te overzien, maar de uitdagingen zijn groot. De ontwikkelketen voor antibiotica kwam decennia geleden in een negatieve spiraal terecht. Biologen oriënteerden zich op nieuwe, royaal gefinancierde onderzoeksterreinen. Startups richten zich op het ontwikkelen van vorstelijk betaalde behandelingen van zeldzame ziektes. Private investeerders pompten de laatste vijf jaar slechts circa 700 miljoen dollar in het antibioticaonderzoek, terwijl ongeveer 35 miljard naar de ontwikkeling ging van lucratieve kankertherapieën. Antibioticaproducenten kunnen van zulk soort bedragen alleen maar dromen. In de meeste landen betalen ziekenhuizen voor antibiotica zo min mogelijk. Want ook al groeit de angst voor resistenties, zelfs die goeie ouwe penicilline werkt nog prima tegen veel infecties. Toch zouden artsen voor noodgevallen altijd een paar nieuwe antibiotica achter de hand moeten hebben. De gezondheidsbranche is inmiddels zelfs bereid voor dat soort middelen een paar duizend euro per behandeling te betalen.  

    Lees ook:

    Wat vanuit het perspectief van gezondheidsbeleid een verstandige beslissing zou zijn, leidt tot bedrijfseconomische schade bij die paar bedrijven die nieuwe antibiotica ontwikkelen. In het afgelopen decennium kwamen zegge en schrijve achttien nieuwe antibiotica op de markt. Van de bedrijven die daaraan meegewerkt hadden, moesten er zeven faillissement aanvragen, of ze kregen niet langer geld van investeerders, zet Kevin Outterson in een artikel in Financial Times uiteen. Outterson is hoofd van CARB-X, een ngo die gelden inzamelt en die in de financiering van nieuwe antibioticaprojecten steekt.

    Grote farmaceutische ondernemingen verlieten massaal het speelveld

    Ook uit de volgende cijfers wordt het probleem duidelijk: volgens berekeningen van de European Association of Research-Based Small and Medium Enterprises (SME) met betrekking tot antimicrobiële therapie (Beam), vereist de circa tien jaar durende ontwikkeling van een nieuwe therapie zo’n 1,3 miljard euro. Daar staat dan in de eerste vijf jaar een gemiddelde omzet van 3,7 miljoen euro per jaar tegenover. Wie wil er zo zijn geld weggooien?

    De grote farmaceutische ondernemingen in elk geval niet. Zij verlieten massaal het speelveld, net als bij de productie van vaccins. Maar een flink aantal vastberaden, kleine en middelgrote farmaceutische bedrijven ging de uitdaging wel aan. Beam telt inmiddels zeventig leden. Die bedrijven vormen de basis waarop Europa zijn nieuwe hoop vestigt. Want na jaren van debatteren en lamenteren komen eindelijk diverse belangrijke spelers in beweging. 

    De VS, de EU, de WHO en veel afzonderlijke landen zijn al een paar jaar geleden programma’s gestart die zouden moeten leiden tot een spaarzamer gebruik van de voorhanden zijnde antibiotica. Bovendien ontstond er de afgelopen jaren een sterk netwerk van kapitaalkrachtige particuliere en overheidsfondsen, van staten en intergouvernementele en filantropische organisaties, die massaal geld pompen in de ontwikkeling van antibiotica. Dankzij die inspanningen worden momenteel 43 werkzame stoffen klinisch onderzocht, 13 daarvan in de laatste testfase. 

    Voor juichen is het echter nog te vroeg. De ervaring leert dat slechts een handjevol kandidaten de horden van de toelatingsautoriteiten weten te nemen. 

    Deskundigen en betrokken politici beseften in de afgelopen jaren dat financiële injecties ontoereikend zijn als de antibiotica zich na toelating maar moeilijk laten verkopen. 

    Alternatieve modellen

    Wanneer er momenteel meer dan een vleugje optimisme door de rijen van de kleine antibioticabedrijven waait, komt dat doordat diverse regeringen eindelijk bereid zijn te experimenteren met alternatieve vergoedingsmodellen. De VS, Frankrijk en Duitsland zullen aanzienlijk hogere prijzen betalen voor nieuwe effectieve middelen. Maar de meest innovatieve aanzetten komen uit Groot-Brittannië en Zweden. Binnenkort betalen de Britten de fabrikant van een nieuw antibioticum elk jaar een vast bedrag, ongeacht het werkelijke gebruik van het betreffende geneesmiddel. De staat betaalt dus uit voorzorg, zodat het medicament voor alle zekerheid beschikbaar is. Zo’n aanzet doet denken aan premiebetaling voor een verzekering. In de branche staat deze vorm van financiering bekend als het Netflix-model.

    Bovendien zou een wet in de VS weleens voor een definitief keerpunt in de recente geschiedenis van de antibiotica-ontwikkeling kunnen zorgen. Momenteel is bij beide kamers van het Amerikaanse Congres de zogeheten Pasteur-wet in behandeling. Die moet ook in de VS invoering van het Netflix-model mogelijk maken. Daarbij willen de Amerikanen groots uitpakken. Bedrijven die echt nieuwe effectieve antibiotica marktrijp maken, kunnen rekenen op contracten met de Amerikaanse regering tot wel 2,5 miljard euro. In totaal moet het budget voor het komende decennium 11 miljard dollar omvatten.

    Door dit soort bedragen tonen ook de gevestigde farmaceutische giganten ineens weer interesse voor antibiotica. Het Zwitserse bedrijf Roche bijvoorbeeld. Zoals CEO Severin Schwan onlangs tegen de NZZ am Sonntag zei: ‘Het potentieel is beperkt omdat er relatief weinig patiënten zijn. Toch kan het rendabel zijn.’ 

    De superbugs zijn gewaarschuwd, de mens vecht terug.

    Lees ook: