Tag: taboe

  • De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De clitoris wordt ‘door vrijwel iedereen genegeerd’, aldus medische deskundigen. Die nalatigheid kan funest zijn voor de seksuele gezondheid van vrouwen.

    Gillian zat niet te wachten op een perforator in de buurt van haar geslachtsdelen. Dus toen een gynaecoloog in 2018 voorstelde om voor een kankercontrole een biopt van haar vulva te nemen, aarzelde ze. De arts had het vermoeden dat het witachtige huidvlekje dat Gillian naast haar clitoris had gevonden lichen sclerosus was, een huidaandoening die meestal goedaardig is. Gillian, die als verpleegster werkt, vond het wat extreem klinken om uit haar gevoeligste lichaamsdeel een stukje weg te laten halen.

    Uiteindelijk stemde ze toch toe, want hij was een dokter en zij slechts een verpleger. Ze ging ervan uit dat hij op het gebied van de clitoris een autoriteit was. ‘Ik had nooit in de gynaecologie gewerkt,’ zegt Gillian, die vanwege haar privacy alleen haar voornaam noemt. ‘Ik was behoorlijk onwetend.’

    Vóór de biopsie kreeg ze een ruggenprik om het gebied te verdoven. Haar benen werden in beugels geplaatst. Om het bloeden te stelpen, legde de dokter zijn ene hand over de andere heen en drukte vervolgens hard tegen haar vulva aan. (Dat zijn de uitwendige delen van de vrouwelijke genitaliën, waartoe de binnenste en buitenste schaamlippen, de opening naar de vagina en de clitoris behoren.) Zelfs door de verdoving heen kon ze de druk tegen haar schaambeen voelen. Ze gilde het uit.

    Een maand later, toen Gillian met haar vriend in bed lag, realiseerde ze zich dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Ze werd nog wel opgewonden, maar de momenten waarop ze voorheen een hoogtepunt had bereikt ‘liepen nu op niets uit’, herinnert ze zich. ‘En zo gaat het nog steeds.’

    Ze vertelde het haar gynaecoloog. Die vermoedde dat ze door de littekens last had van gevoelloosheid, en dat dat met de tijd vanzelf weg zou gaan. Maar dat gebeurde niet. Gillian raakte steeds meer verontrust en zocht de ene na de andere specialist op in de hoop een verklaring of wellicht een oplossing te vinden. Toen kwam ze erachter dat niemand met haar over haar clitoris wilde praten.

    Gillian vertelt dat een uroloog haar verwonding vergeleek met de symptomen van iemand die door verkrachting trauma heeft opgelopen. Wat ze ervoer, zou een soort traumareactie op haar biopsie zijn. Iemand anders, een specialist op het gebied van het vrouwelijk lichaam, diagnosticeerde haar probleem als een zogenaamde ‘perimenopauze’ [een periode in de overgang waarin de vruchtbaarheid van de vrouw verdwijnt] en schreef haar testosteroncrème voor. Een andere gynaecoloog raadde aan een ‘O-shot’ te nemen ofwel een vaginale verjongingsprocedure.

    Telkens als ze probeerde het gesprek terug te brengen op haar clitoris, kreeg ze nietszeggende blikken terug. ‘Ze keken me aan alsof ik gek was,’ vertelt Gillian. ‘Ik bleef maar zeggen dat er iets mis was met mijn clitoris, en het leek wel alsof ze er alles aan deden om het maar niet over dat deel van mijn lichaam te hoeven hebben.’

    ‘Hooguit een bijzaak’

    Sommige urologen vergelijken de vulva met ‘een klein stadje in het Amerikaanse Midwesten’, zegt dr. Irwin Goldstein, uroloog en pionier op het gebied van de seksuele geneeskunde. Artsen laten de vulva compleet links liggen en besteden er nauwelijks aandacht aan op hun weg naar de bestemming: de baarmoederhals en baarmoeder. Daar gebeurt het echte medische werk: daar worden de echo’s gemaakt, uitstrijkjes genomen, spiraaltjes ingebracht en kinderen gebaard.

    Als de vulva in haar geheel een ondergewaardeerde stad is, dan is de clitoris een bar langs de doorgaande weg; maar weinig mensen besteden er gedachten aan en nog minder mensen kennen haar echt goed. De meesten gaan het liefst met een grote boog om de clitoris heen. ‘Het orgaan wordt door vrijwel iedereen compleet genegeerd,’ zegt Rachel Rubin, uroloog en specialist in seksuele gezondheid, in de buurt van Washington, D.C. ‘Er is in de medische wereld niet echt een groep die zich heeft toegelegd op het onderzoeken, behandelen en diagnosticeren van vulva-gerelateerde aandoeningen.’

    Als antwoord op de vraag wat ze tijdens haar studie geneeskunde over de clitoris heeft geleerd, stelt Rubin: ‘Ik kan me niet echt iets herinneren. Als mijn professoren er al iets over hebben gezegd, was het hooguit in een bijzin.’

    Pas jaren later leerde Rubin hoe ze de vulva en het zichtbare deel van de clitoris, ook wel de glans clitoridis genoemd, moest onderzoeken. Ze liep destijds bij dr. Goldstein stage op het gebied van seksuele geneeskunde en ontdekte dat de volledige clitoris een diepe structuur is die grotendeels uit erectiel weefsel bestaat, tot in het bekken reikt en om de vagina heen ligt.

    Vandaag de dag omschrijft Rubin zichzelf als de meest vooraanstaande ‘clitoroloog’ van Washington. De grap is natuurlijk dat maar weinig andere medici aanspraak willen maken op die titel – ofwel uit schaamte, ofwel uit een gebrek aan kennis, ofwel uit angst dat de term patiënten in verlegenheid brengt. ‘Artsen richten zich graag op wat we al weten,’ zegt ze. ‘We laten onze zwakke kanten niet graag zien en geven een gebrek aan kennis niet graag toe.’

    Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan ook tot zenuwschade leiden

    Dat vragen over de clitoris bijna universeel vermeden worden, heeft gevolgen voor patiënten. In een wetenschappelijk artikel dat in 2018 in het tijdschrift Sexual Medicine verscheen, toonden Rubin en Goldstein met andere collega’s aan dat het gebrek aan onderzoek naar de vulva en clitoris ertoe leidt dat artsen seksuele gezondheidsaandoeningen regelmatig over het hoofd zien. Onder de vrouwelijke patiënten in de kliniek van Goldstein had bijna een op de vier bijvoorbeeld last van clitorisverklevingen. Die ontstaan wanneer het kapje van de clitoris aan de eikel kleeft en ze kunnen leiden tot irritatie, pijn en een afname in seksueel genot.

    De auteurs concludeerden dat alle zorgverleners routinematig de clitoris van hun patiënten zouden moeten onderzoeken. Maar, gaven ze daarbij al aan, dat is makkelijker gezegd dan gedaan: de meeste zorgverleners ‘weten niet hoe ze de clitoris moeten onderzoeken en voelen zich er ook niet bij op hun gemak’.

    Deze nalatigheid brengt niet alleen schade toe aan vrouwen, maar ook aan trans mannen en andere mensen met een vulva. Het komt vaker voor dat de clitoris letsel oploopt bij procedures zoals een bekkengaasoperatie, een episiotomie tijdens de bevalling [het inknippen van het perineum; de bilnaad tussen vulva en anus] of zelfs een heupoperatie. Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan, indien slecht uitgevoerd, ook tot zenuwschade leiden. Het gevolg daarvan is pijn in de genitaliën en verlies van seksueel gevoel.

    Veel van deze verwondingen kunnen volgens dr. Rubin worden voorkomen als artsen meer tijd zouden besteden aan de bestudering van de clitoris. Dat bepleitte ze in januari in een lezing over vrouwelijke seksuele gezondheid, tegenover een zaal met voornamelijk mannelijke artsen tijdens de jaarlijkse conventie van militaire urologen in Palm Springs, Californië. Ze was praktisch, geanimeerd en onverstoorbaar, en haar lezing werd uitgeroepen tot de beste van de conferentie.

    Rubin benadrukt dat de anatomie in kwestie geen magie is, maar doodgewone biologie. ‘De clitoris is niet een vreemdsoortig, haast mythisch gebied waarmee je alleen maar orgasmes kan krijgen,’ verklaart ze begin juli in haar kantoor in Rockville, Maryland. Omringd door penisprotheses, bekkenmodellen en een grote Hitachi-vibrator vervolgt ze: ‘Het is belangrijk dat je weet wat wat is en waar verschijnselen vandaan komen.’

    Jarenlange verwaarlozing

    Waarom kunnen we juist die vragen dan niet beantwoorden? Volgens Rubin is de verklaring eenvoudig: de clitoris is nauw verbonden met het vrouwelijk genot en orgasme. Tot voor kort hadden deze onderwerpen binnen de geneeskunde geen prioriteit en werden ze niet beschouwd als geschikt voor medisch onderzoek.

    Zelfs op het gebied van bijvoorbeeld de urologie, waarvan het seksueel genot en het orgasme van mannen een integraal onderdeel zijn, wordt de seksuele gezondheid van vrouwen nog altijd ‘gezien als hysterie, als de doos van Pandora, als puur en alleen psychosociaal en niet als echte geneeskunde’, aldus Rubin, die tevens educatief voorzitter van de International Society for the Study of Women’s Sexual Health is. ‘De seksuele gezondheid en levenskwaliteit van vrouwen krijgen weinig tot geen aandacht.’ (Viagra daarentegen is al tientallen jaren een van de meest winstgevende farmaceutische geneesmiddelen – zo heeft Pfizer er sinds het in 1998 op de markt kwam tientallen miljarden dollars aan verdiend.)

    Gynaecologie is bovenal gericht op vruchtbaarheid en ziektepreventie. ‘We kunnen niet goed praten over het genotsaspect van seks’, aldus dr. Frances Grimstad, gynaecoloog in het Boston Children’s Hospital. ‘Het gaat altijd over preventie, over het voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen en zwangerschappen – tenzij je natuurlijk juist zwanger wilt worden. Maar over seksueel plezier hebben we het in ieder geval niet.’

    Dr. Helen O’Connell, de eerste vrouwelijke uroloog van Australië, weet nog goed dat de clitoris tijdens haar eigen medische opleiding nauwelijks aan bod kwam. Een van haar handboeken was een editie van Last’s Anatomy uit 1985, waarin geen dwarsdoorsnede van het vrouwelijke bekkengebied was opgenomen. Bepaalde delen van de vrouwelijke genitaliën stonden beschreven als ‘slecht ontwikkeld’, als een ‘mislukte vorm’ van het mannelijke geslacht. Aan de beschrijving van de penis daarentegen waren vele pagina’s gewijd. Volgens haar verklaart deze wijdverbreide medische veronachtzaming waarom urologen zich altijd al inspanden om de zenuwen in de penis te behouden bij prostaatoperaties, maar zich daar bij bekkenoperaties bij vrouwen niet mee bezig hielden.

    O’Connell besloot de volledige anatomie van de clitoris in kaart te brengen met behulp van microdissectie en MRI’s. In 2005 publiceerde ze een uitgebreid onderzoek waaruit bleek dat het buitenste deel van de clitoris – het gedeelte dat zicht- en tastbaar is – slechts het topje van de ijsberg is en vergelijkbaar is met de eikel van de penis. Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht.

    Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht

    O’Connell waarschuwde ervoor dat chirurgen die geen rekening houden met die anatomie, gevoelige zenuwen kunnen beschadigen die voor genot en orgasme zorgen en langs de top van de schacht lopen. Bij procedures zoals bekkengaasoperaties en urethrale operaties ‘kan het zijn dat delen van de clitoris in het gedrang komen’, aldus dr. O’Connell. ‘Je moet altijd rekening houden met wat eronder zit en wat je dus mogelijk aantast.’

    Steeds meer vrouwen spreken zich uit over vergelijkbare verwondingen die ze bij standaardprocedures opliepen. Zo ook Julie, een vierenveertigjarige kantoormanager in Essex, die in 2012 haar vermogen om een orgasme te krijgen kwijtraakte door een eenvoudige heupoperatie tegen rugpijn. Ze deelde haar verhaal vorig jaar publiekelijk in The Telegraph, waarbij ze alleen haar voornaam vermeldde om eventuele discriminatie door toekomstige werkgevers te voorkomen.

    Tijdens een Zoomgesprek in januari beschrijft Julie de hevig brandende pijn die ze rond haar clitoris voelde toen ze uit haar narcose ontwaakte. Haar chirurg zei dat het gewoon wat blauwe plekken waren die vanzelf zouden verdwijnen. Een paar maanden later merkte ze echter dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Als ze het probeerde, ‘voelde het letterlijk alsof iemand de stekker uit het stopcontact had getrokken’, zei ze. ‘Alles was doodgeslagen.’

    Pas na twee jaar zoeken op het internet ontdekte ze dat een cilindervormige stang die tijdens de operatie tussen haar benen was geplaatst waarschijnlijk haar clitorale zenuwen had platgedrukt. Het gebruik van het apparaat, een zogenaamde perineale paal, kan zenuwschade veroorzaken, iets wat op haar toestemmingsformulier niet vermeld stond.

    Julie vergelijkt haar letsel met het verlies van smaak en reuk, waarvan het genot voor lief wordt genomen, maar waarvan het verlies alles verandert. ‘Het is nu tien jaar geleden en ik kan het nog steeds niet geloven,’ vertelt ze tijdens het Zoomgesprek. ‘Ik heb er ook nog geen vrede mee.’

    Gillian probeert er nog steeds achter te komen wat de oorzaak van haar verwonding is geweest. Was het de biopsie? Of de druk die haar gynaecoloog daarna zette? Vier jaar en twaalf specialisten later heeft ze zich erbij neergelegd dat ze het gevoel misschien nooit meer zal terugkrijgen. ‘Het heeft mijn hele leven veranderd,’ zegt ze. ‘De schade die dit veroorzaakt, kun je nooit meer herstellen. Nooit.’

    De clitoris in kaart brengen

    Toen dr. Blair Peters, een drieëndertigjarige plastisch chirurg aan de Oregon Health & Science University, voor het eerst phalloplastieken [een operatie waarbij een penis wordt gemaakt met weefsel van elders uit uw lichaam] begon uit te voeren voor trans mannen en non-binaire mensen, verbaasde hij zich over de zenuwen van de clitoris. Met een diameter van gemiddeld drie millimeter waren ze groter dan hij had verwacht. (Ter vergelijking, de gevoelszenuw van de wijsvinger is ongeveer een millimeter breed.)

    ‘Toen ik geneeskunde studeerde, heb ik niets concreets over de clitoris geleerd, afgezien van het feit dat die bestaat,’ vertelt Peters. Hij zegt dat hij er daardoor ‘onbewust van uitging dat de clitoris niet een superduidelijke structuur zou hebben. Maar die heeft dat wel.’

    Peters behoort tot een handjevol jonge, socialemedia-bewuste artsen die net als Rubin de clitoris in kaart brengen en er zo voor zorgen dat wat Julie en Gillian is overkomen zich niet herhaalt. Om de seksuele sensatie van phalloplastiekpatiënten te kunnen verbeteren, heeft Peters onlangs de clitorale zenuwen met een microscoop bestudeerd en geteld hoeveel zenuwvezels ze bevatten. Het aantal dat hij vond staat onder embargo totdat hij zijn bevindingen later deze maand op een conferentie presenteert. Wat hij wel al kwijt kan, is dat het ‘aanzienlijk meer’ is dan achtduizend, een aantal dat vaak wordt genoemd en stamt uit een verouderd onderzoek op dit gebied naar koeien.

    Ze hoopte dat andere mensen in het vakgebied vervolgonderzoek zouden doen naar haar bevindingen, die in een tijdschrift voor plastische chirurgie werden gepubliceerd. ‘Ik ben nog maar een vierdejaars student geneeskunde, ik denk niet dat ik de aangewezen persoon ben om dit project uit te voeren,’ zei ze eind 2021. ‘Maar er is niemand anders die het doet.’

    In 2020 had Victoria Gordon, student geneeskunde aan de Kansas City University of Medicine and Biosciences, de leiding over een onderzoek dat een ‘gevarenzone’ rond de clitoris moest vaststellen die plastisch chirurgen zouden moeten vermijden. Bij het ontleden van kadavers viel haar op dat clitorale zenuwen zich soms als wortels vertakken in fijne ranken. Die vertakkingen konden relevant zijn voor chirurgen, maar waren nog niet eerder in medische publicaties beschreven.

    Artsen zijn niet de enigen die willen dat er aandacht komt voor de volledige anatomie van de clitoris. In 2018, toen Gillian online naar een verklaring voor haar verwonding zocht, stuitte ze op een Medium-artikel van een vrouw in Dallas wier situatie akelig veel op de hare leek. Jessica Pin, nu zesendertig, was het grootste deel van haar clitorale gevoel kwijtgeraakt nadat ze op achttienjarige leeftijd labiaplastiek [schaamlipcorrectie] had ondergaan.

    Ze spitte de belangrijkste verloskundig-gynaecologische handboeken door en ontdekte dat de zenuwen van de clitoris zelden of nooit goed werden weergegeven. Volgens haar brengt deze belangrijke vergissing bij een aantal procedures de clitoris in gevaar. ‘De nalatigheid lijkt te wijten aan sociaal-cultureel ongemak rondom de clitoris en een diepgeworteld gebrek aan respect voor de vrouwelijke seksuele respons’, schreef ze op Medium.

    Gillian was geïntrigeerd. ‘Pin was de enige op het internet die er iets over zei,’ vertelt ze. Dus stuurde ze haar een Facebookbericht. Pin zette uiteindelijk een sociale-mediacampagne op. Het doel was om ervoor te zorgen dat de anatomie van de clitoris in gynaecologische handboeken en opleidingen zou worden opgenomen. Gillian hielp eerst op de achtergrond om Pin meer volgers te bezorgen en sloot zich vervolgens bij Pin aan op Instagram, met als gebruikersnaam @nursevulvaadvocate. Op het account kreeg ze honderden vragen van over de hele wereld van mensen die hun genitale gevoel hadden verloren door medische ingrepen aan of in de buurt van de clitoris.

    Gillian vertelt dat ze op iedereen probeerde te reageren maar ze kon niet het medische advies geven waar velen naar op zoek waren. Na zes maanden hief ze haar account op. Tegenwoordig spant ze zich op lokaal niveau in voor hun zaak: zo rijdt ze vaak naar dokterspraktijken om posters van de anatomie van de clitoris af te geven. In haar werk met oudere patiënten besteedt ze veel aandacht aan eventuele genitale problemen, van vulvaire jeuk tot pijn na een kankeroperatie.

    Pin zette door. In de afgelopen jaren zorgde ze er door lobbyen voor dat verschillende handboeken en anatomische hulpbronnen hun afbeeldingen van de clitoris en zenuwen hebben bijgewerkt. Met haar inspanningen haalde ze de voorpagina van Reddit, verwierf ze meer dan 160.000 volgers op TikTok en was ze te gast in The Daily Show with Trevor Noah. In 2019 publiceerde ze samen met haar vader, die plastisch chirurg is, een onderzoek over clitorale zenuwen.

    Maar haar strategie is niet onomstreden. Ze is verwikkeld in tal van socialemediageschillen en werd beschuldigd van intimidatie omwille van haar aanhoudende en soms ongepaste pogingen om gynaecologen en auteurs van anatomische handboeken te bereiken.

    Nu, na zich vijf jaar lang te hebben ingespannen, wil ze ‘klaar zijn’, zo zegt ze. ‘Het zou geweldig zijn als artsen de kwestie oppakken en erover gaan praten.’ Het feit dat een aantal medische professionals, waaronder dr. Rubin, dat hebben gedaan is ‘echt een grote stap’, voegt ze eraan toe.

    De vulva eer aandoen

    Elke patiënt die bij Rubin binnenkomt, krijgt, ongeacht haar leeftijd, een rondgang langs haar eigen vulva. Voor het bekkenonderzoek legt ze niet meer een laken over de benen van de patiënt heen – volgens Rubin draagt die gewoonte eraan bij dat de ‘privédelen’ van vrouwen als schaamtevol worden gezien en verborgen blijven. In plaats daarvan begint Rubin de sessie door aan haar patiënten een spiegel te overhandigen. Die heeft een lang handvat, zodat ze mee kunnen kijken naar hun eigen anatomie.

    Met een wattenstaafje tast Rubin elk deel van de vulva af. Ze controleert op pijn en wijst de kleine schaamlippen, de grote schaamlippen en de vaginale opening aan terwijl haar patiënt meekijkt. Daarna controleert ze de clitoris op verklevingen of andere huidaandoeningen. Het hele onderzoek duurt meestal minder dan vijf minuten. ‘U bepaalt het tempo,’ vertelde ze onlangs aan een tweeënzestigjarige patiënt die pijn had gekregen na het vrijen. ‘U bent de baas van deze show.’

    Rubin en haar collega’s geloven dat hun vakgebied bij uitstek geschikt is om de status van de clitoris en het vrouwelijke genot te bevorderen. Volgens dr. Barbara Chubak, uroloog aan de Icahn School of Medicine van het Mount Sinai-ziekenhuis in New York, zijn urologen echter ‘alleen maar bezig met de fallus’. Al is de clitoris technisch gezien ook een soort fallus: ze is opgebouwd uit dezelfde embryologische structuren en bestaat uit dezelfde erectiele weefsels als de penis.

    ‘Per definitie zou de anatomie van de clitoris dus ook een urologische aangelegenheid kunnen en moeten zijn,’ aldus Rubin [urologie omvat alle problemen aan de urinewegen en de mannelijke geslachtsorganen].

    Daarbij komt nog dat urologen er helemaal geen moeite mee hebben te oreren over dingen waarvoor zorgverleners te preuts zijn. ‘Urologie gaat over plassen en over seks,’ zegt Chubak. ‘Urologen praten graag over dingen die andere mensen te gênant vinden om te bespreken. Clitorale geneeskunde behoort de urologen toe.’

    Toch is er volgens Rubin meer nodig dan gepassioneerde ‘penisartsen’ om de vulva de aandacht te geven die ze verdient. Er moet een gezamenlijke beweging op gang komen, die de traditionele specialismen van de geneeskunde overstijgt, zodat de anatomie kan worden begrepen en in kaart gebracht. En om dat mogelijk te maken moeten andere vakgebieden erkennen dat vrouwelijk seksueel genot essentieel is en behouden moet worden.

    ‘Ik geloof echt dat we wat de vrouwelijke anatomie betreft decennia achterlopen,’ zegt Rubin. ‘Maar we moeten ons blijven inzetten. En daarvoor is het noodzakelijk dat mensen het onderwerp belangrijk genoeg vinden om zich ervoor in te zetten.’

  • De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    Veel biologie- en anatomieboeken tonen in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal. Waarom speelt het vrouwelijk geslachtsorgaan in de wetenschap zo’n ondergeschikte rol?

    In een snijzaal in het zuiden van Australië waar anatomen sinds eeuwen menselijke lichamen onderzoeken, werkt aan het eind van de jaren negentig een jonge arts. Ze heeft juist haar opleiding tot uroloog aan de universiteit van Melbourne voltooid – als eerste vrouw in een door mannen gedomineerd specialisme.

    Ter voorbereiding op haar examen boog ze zich dagenlang over de boeken, ook om de anatomie van de urinewegen en de geslachtsorganen te leren. Daarbij viel haar iets op wat alle mannen vóór haar blijkbaar was ontgaan: de boeken tonen op vele pagina’s in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar de afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal.

    Uitgerust met een camera, een scalpel en een pincet wil de jonge vrouw dat nu recht zetten. Ze ontleedt tien vrouwenlijken en fotografeert de structuren van het vrouwelijk geslachtscomplex, vagina en vulva, zenuwen, bloedvaten – en de clitoris. Later schuift ze gezonde vrouwen in een MRI-scan om deze organen ook bij levende mensen te onderzoeken.

    Het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje

    Haar resultaten publiceert ze in het Journal of Urology: het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje. Het geheel strekt zich uit in het bekken, in het meestal ongeveer tien centimeter lange clitorislichaam en twee gewelfde zwellichamen links en rechts, elk steunend op een aan urinebuis en vagina grenzend voorhofzwellichaam.

    In vakkringen wordt ze voor dit werk overladen met prijzen, krantenartikelen bejubelen de jonge vrouw: ‘Haar werk dwingt tot herschrijving van de anatomieboeken en een omslag in het denken in de medische beroepen’, schrijft bijvoorbeeld de BBC.

    Nu, bijna vijfentwintig jaar later, is Helen O’Connell professor Urologie aan de universiteit van Melbourne. Ze zegt: ‘Het is interessant om te zien of er vooruitgang geboekt wordt.’ Want nog altijd gebruiken studentes en studenten anatomie- en chirurgieboeken waarin gedetailleerde afbeeldingen van de clitoris en haar zenuwen ontbreken. Wat de vrouwelijke anatomie betreft, lijkt er sprake van stilstand.

    Hoe is dat te verklaren? Als het om de vrouwelijke geslachtsorganen gaat, begint de verwarring vaak al bij de begrippen: de vagina is alleen de verbinding van de schede-ingang naar de baarmoedermond en niet de uitwendige geslachtsorganen, zoals vaak abusievelijk wordt aangenomen. Het anatomisch correcte begrip daarvoor is vulva – daartoe behoren schaamlippen, venusheuvel en dat kleine deel van de clitoris dat van buiten te zien is.  Het negeren, of het alleen maar afbeelden van het zichtbare deel van het lustorgaan van de vrouw, is in vakboeken tegen beter weten in een traditie.

    Want wat Helen O’Connell in haar studie vond, bevestigt kennis die twee eeuwen oud is: al in het jaar 1844 onderzocht de Duitse anatoom Georg Ludwig Kobelt de vrouwelijke ‘wellustorganen’, zoals hij ze noemde. Zijn gedetailleerde tekeningen van de clitoris en haar bloed- en zenuwvoorziening gelden tot op heden als een meesterlijke prestatie. Sindsdien is de kennis over de structuren van de clitoris eigenlijk aanwezig. Toen al hadden Kobelts inzichten een revolutie kunnen veroorzaken in de anatomische blik op het vrouwelijk lustorgaan, maar hem overkwam toen hetzelfde als later Helen O’Connell: zijn kennis kwam de snijzaal nauwelijks uit.

    De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld

    Integendeel: in een in het jaar 1901 geactualiseerde editie van de belangrijkste anatomie-atlas, Gray’s Anatomy, verdwijnt zelfs een afbeelding die de clitoris nog in dwarsdoorsnede als een klein puntje voorstelt. Dat documenteerden de sociologen Adele Clarke en Lisa Jean Moore in een uitgebreid onderzoek. De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld. Centraal staan voortplanting en reproductie, de baarmoeder geldt als het belangrijkste seksuele orgaan van de vrouw. De vermeend onbeduidende lust van de vrouw – en daarmee ook de clitoris – zien de medici in die tijd als overbodig, of zelfs als ziekelijk en gevaarlijk. 

    Freud

    Beslissend voor deze zienswijze is de bijdrage van de psychoanalyticus Sigmund Freud: hij onderscheidt in de door hem ontwikkelde theorie van de seksualiteit clitorale en vaginale seksualiteit en postuleert dat alleen de laatste volwassen en gezond is. Voor een succesvolle seksuele ontwikkeling, dus de rijping van kind tot vrouw, was daarom een verschuiving van de erogene zone nodig, weg van de clitoris naar de vagina.

    Zijn hoogtepunt vindt dit denken in de door de Engelse gynaecoloog Isaac Brown ontwikkelde verwijdering van de clitoris, de clitoridectomie. Die geldt als therapie voor als pervers beschouwde zelfbevrediging, voor nymfomanie, voor elke vorm van zogenaamde vrouwelijke ‘hysterie’. 

    Deze therapie speelt in Europa en de VS tegenwoordig geen rol meer. Maar nog altijd geldt de vagina als de vrouwelijke tegenhanger van de penis; de clitoris daarentegen blijft als een oninteressant onderzoeksobject vrijwel geheel verbannen uit voorlichtings- en anatomieboeken. Terwijl wetenschappers en activisten al decennia lang werken aan de rehabilitatie van dit orgaan. Maar de grote anatomie-atlassen die wereldwijd nog steeds door miljoenen studenten gebruikt worden, bereiken tot op heden nog steeds niet het niveau van Georg Ludwig Kobelts tekeningen.

    ‘De geschiedenis van de clitoris is een parabel van de cultuur’ – met die zin eindigt Helen O’Connell het verslag van haar onderzoek. Voor haar is het duidelijk: veel nieuwe edities van de boeken nemen steeds opnieuw de inhoud over van de eerdere uitgaven – zonder kritische toetsing.

    Gouden puntjes

    Dit merkt ook de Zwitserse bioloog Daniel Haag-Wackernagel op wanneer hij met het onderzoek naar het vrouwelijk lustorgaan begint. Voor een voordracht over de lustorganen bij chimpansees doorzocht hij de anatomieboeken op afbeeldingen van de lustorganen van de dieren en ter vergelijking ook die van mensen.

    Mannelijke geslachtsorganen van chimpansees en mensen vindt hij zonder problemen. Maar de speurtocht naar afbeeldingen van de vrouwelijke lustorganen verloopt moeizaam. Pas in de bibliotheek van het anatomisch instituut in Bazel stuit hij op correcte, gedetailleerde afbeeldingen – op het werk van Kobelt uit 1844.

    Sindsdien heeft Daniel Haag-Wackernagel afbeeldingen en modellen van de clitoris verzameld; in zijn boekenkast staan ze tussen dikke anatomieboeken. Intussen heeft hij – in zijn vrije tijd als emeritus professor – op basis daarvan een 3D-model ontwikkeld dat de voor de vrouwelijke lust verantwoordelijke structuren laat zien.

    Onderzoekssubsidies zou hij voor dit werk waarschijnlijk niet gekregen hebben, is zijn overtuiging. De interesse voor dit thema is te gering. Want zelfs een zo nuchtere, descriptief lijkende wetenschap als de anatomie is gevormd door ‘culturele en sociale omstandigheden en machtsstructuren’, zoals Adele Clarke en Lisa Jean Moore in hun onderzoeksverslag schrijven. Beide sociologen zijn het eens met Haag-Wackernagel en O’Connell: het moet als een maatschappelijk fenomeen begrepen worden dat de vrouwelijke geslachtsorganen in de anatomie met zoveel minachting behandeld worden. 

    Als je aan Helen O’Connell vraagt of medici en leken genoeg weten over de vrouwelijke geslachtsorganen, lacht de uroloog. ‘Er is nog enorm veel te onderzoeken,’ zegt ze.  Daniel Haag-Wackernagel haalt bij wijze van antwoord nog een model uit de boekenkast achter hem. Daarop zijn kleine gouden puntjes getekend – nauwelijks onderzochte kleine sensoren die in de huid van de clitoriseikel en –voorhuid, en ook in de kleine schaamlippen zitten. Bij vibratie of aanraking geven ze lustsignalen door aan de hersenen.

    De lijst van structuren in de genitale zone van de vrouw waarover opvallend weinig bekend is, laat zich waarschijnlijk moeiteloos uitbreiden – vaak in verband met een maatschappelijk debat, zoals bijvoorbeeld over het beroemde G-plekje.

    ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor’

    Helen O’Connell onderzocht het vaginale weefsel in 2017 op het bestaan van zo’n plek en vond geen aanwijzingen voor het bestaan ervan. Een ander voorbeeld is de strijd over de vraag of het door Freud gepostuleerde vaginaal orgasme uiteindelijk toch slechts een mythe is – en de clitoris het enige lustorgaan dat een orgasme kan oproepen.

    Vaak gaat het in het wetenschappelijk debat daarover om anatomische structuren bij de vrouw die analoog zijn aan die van de man: ‘Wij staan als geslachten niet zover van elkaar af,’ zegt Daniel Haag-Wackernagel. ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor.’

    Bij mannen bijvoorbeeld bevindt zich een tegenhanger van de vagina in de prostaat. Die op zijn beurt ook bij vrouwen te vinden is – een opeenhoping van klierweefsel om de urinebuis die in het anatomie-onderwijs vaak niet eens vermeld wordt, hoewel die verantwoordelijk is voor de vrouwelijke ejaculatie. Bij sommige vrouwen scheiden deze klieren bij het orgasme een melkachtige vloeistof af. Die secretie bevat – net als de mannelijke pendant – specifieke prostaatantigenen.

    Dat, zegt Haag-Wackernagel, wisten onderzoekers eigenlijk al sinds de oudheid. Toch zijn de details van de vrouwelijke ejaculatie tot op heden nauwelijks onderzocht.

    Als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse

    Met moderne methoden zou het goed mogelijk zijn deze hiaten in het onderzoek op te vullen. ‘Met MRI en ultrasone apparatuur kunnen we inmiddels de anatomie bestuderen bij levende proefpersonen,’ zegt Helen O’Connell. Maar de blinde vlek blijft. En dat heeft gevolgen. ‘Anatomie is een basiswetenschap voor veel andere medische disciplines,’ zegt ze.

    Disciplines waarin deze basiskennis dan ontbreekt. Zoals chirurgie. Veel zenuwen in het vrouwelijk onderlijf kunnen bij operaties beschadigd raken – bijvoorbeeld bij ingrepen aan de urinebuis, de bekkenbodem of de baarmoeder. ‘In het bekken ligt alles heel dicht bij elkaar,’ zegt Ricarda Bauer, uroloog aan de universiteitskliniek in München. Maar als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse. Zenuwen die bij operaties beschadigd of doorgesneden zijn, kunnen er dan in het ergste geval toe leiden dat een vrouw geen opwinding meer voelt of geen orgasme meer kan krijgen.

    Inderdaad werden seksuele stoornissen na operaties bij vrouwen lange tijd als bijkomende schade voor lief genomen, zegt Ricarda Bauer. ‘En anders dan bij de man, bij wie na een ingreep standaard naar erectiestoornissen wordt geïnformeerd, vragen veel collega’s na een operatie bij vrouwen nog altijd niet naar het seksueel functioneren.’ 

    Anticensuur

    Maar de chirurgen zijn niet de enigen met gebrekkige kennis. Er zijn opvallend veel gynaecologen, psychologen en seksuele therapeuten die de workshop over de anatomie van de vrouwelijke lustorganen van Daniel Haag-Wackernagel bezoeken. Velen van hen behandelen stoornissen in de opwinding en de lustbeleving van vrouwen zonder genoeg geleerd te hebben over de daarvoor verantwoordelijke organen. En het grote aantal vrouwen dat zulke klachten heeft – vermoedelijk de helft van de vrouwen – doet vermoeden dat er niet altijd een psychologische, maar soms ook een tot op heden onbekende lichamelijke oorzaak achter kan zitten.

    En afgezien van operatie- en spreekkamers ontbreekt het in het bijzonder ook jonge mensen aan kennis over hun eigen lichaam en dat van hun seksuele partners. Want details over de geslachtsorganen van de vrouw die ontbreken in de vakliteratuur, duiken ook in de biologie- en voorlichtingsboeken niet meer op. Het ontbreekt leraren aan geschikt lesmateriaal, zegt Haag-Wackernagel. In de les seksuele voorlichting gaat het dan over de penis, de vagina en de baarmoeder, maar niet over de clitoris, en daarmee ook niet over de vrouwelijke lust. Dat blijft een taboethema – en het onderzoek laat dat liever onaangetast. ‘Er moet een grote verandering komen,’ zegt Helen O’Connell.  

    Anticensuur

    Een soort anticensuur in de literatuur, zoals Daniel Haag-Wackernagel die verlangt, zou een begin kunnen zijn: geen leerboeken meer zonder een verantwoorde afbeelding van de clitoris. In elk geval neemt de kwaliteit van de afbeeldingen in de grote anatomiewerken na al die jaren weer toe, volgens de Zwitserse bioloog. En ook in kunst en cultuur komt het orgaan steeds vaker voor. Op het internet zijn bakvormpjes en bedeltjes in de vorm van de vagina te vinden. ‘Na 2000 jaar dominantie van het fallussymbool,’ zegt Haag-Wackernagel, ‘is het hoog tijd om de clitoris bekender te maken.’   

    De clitoris in de modere anatomie

    b386e01a7c96b03a58d3f9399f27b8101ee95180

    1. eierstokken (ovaria)
    2. eileider (tuba uterina)
    3. baarmoeder (uterus)
    4. endeldarm (rectum)
    5. blaas (vesica urinaria)
    6. schede (vagina)
    7. urineleider (ureter)
    8 schaambeen (symphysis pubica)
    9. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    10. Buitenste schaamlippen (labiamajora pudendi)

    Een dwarsdoorsnede van het bekken van de vrouw uit een hedendaagse anatomie-atlas. Van links naar rechts zijn te zien: de ruggengraat met de wervels, de aangesneden darmlussen met de overgang naar het rectum, de vagina met de verbinding naar de dikwandige baarmoeder en de erboven liggende eileider en de blaas als een groot hol orgaan. Ook nu nog tonen veel leerboeken de clitoris slechts vaag en onvolledig.  In dit voorbeeld is ze afgebeeld als een kleine, liggende L.

    3-D model:  prof. dr. Daniel Haag-Wackernagel en Amos Haag

    2ccb062728c2899348d88b3b181e861ef34a3cad 1

    1. clitoriseikel (glans clitoridis)
    2. RSP infra-corporeal (Residual Spongy Part)
    3. voorhof zwellichaam (bulbus vestibuli)
    4. clitorale zwellichamen (crus clitoridis)
    5. opgaand clitorislichaam (corpus clitoridis pars ascendens)
    6. neergaand clitorislichaam (corpus clitoridis pas descendens)
    7. clitorale hoek (angulus clitoridis)
    8. kobelts adercomplex (pars intermedia)
    9. urinebuis (urethra)
    10. schede (vagina)
    11. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    12. binnenste schaamlippen (nymphe)  (labium minus pudendi)
    13. clitorisvoorhuid (preputium clitoridis)
    14. clitorishoed
    15. clitoristoompje (frenulum clitoridis)
    16. suspensorisch ligament (ligamentum suspensorium clitoridis)

    Het zogenaamde bulbo-clitoraal orgaan 1 t/m 8 is opgebouwd uit verschillende, nauw met elkaar verbonden structuren. Onder het orgaan liggen de urinebuis (9) en de schede (10). De clitoriale zwellichamen (4) alsook het opgaande en neergaande deel van het clitorislichaam (5 en 6) bestaan uit zwellichamen zoals die ook in de penis voorkomen. Die worden bij seksuele opwinding door het opstuwen van bloed eveneens hard: net als bij de man, komt het tot een erectie.

    De sponsachtige lichamen, waartoe de clitoriseikel (1), het RSP (2) en het voorhof zwellichaam (3) behoren, vullen zich gedurende de opwinding ook met bloed, maar blijven zacht omdat daar een vast bindweefselomhulsel ontbreekt. De voorhof zwellichamen zetten bij seksuele opwinding uit en omklemmen de vagina. De enige van buiten zichtbare structuur van het bulbo-clitoraal orgaan is het voorste deel van de clitoriseikel, doorgaans vaak als ‘clitoris’ of ‘kittelaar’ aangeduid. Dat zit als een kapje op het eind van het neergaand clitorislichaam (6).

    Met zijn ongeveer 8000 zenuwuiteinden is het de centrale structuur voor de vrouwelijke opwinding. Bij het orgasme persen de spieren van de clitorale zwellichamen (4) en het voorhof zwellichaam (3) ritmisch bloed via het zogeheten Kobelts adercomplex (8) in het clitorislichaam (5-7) en de clitoriseikel (1). 

    Een soortgelijk effect veroorzaakt het stoten met de penis bij het geslachtsverkeer: ze drukken het voorhof zwellichaam (3) en de clitorale zwellichamen (4) samen en stimuleren via de verhoogde druk de talrijke aanwezige ‘lustreceptoren’. Dit neemt de vrouw waar als seksuele opwinding.

    Hoe het vrouwelijk lustorgaan uit het standaardwerk verdwijnt

    Schermafbeelding 2021 02 12 om 12.03.25

    Vroeg meesterwerk

    ‘De mannelijke en vrouwelijke lustorganen van de mens en enkele zoogdieren in anatomisch en fysiologisch opzicht’: zo luidt de uitvoerige titel van het onderzoek dat de anatomieprofessor Georg Ludwig Kobelt al in 1844 publiceerde.

    De hier afgebeelde tekeningen van Kobelt laten de zwellichamen van de clitoris zien in zij-aanzicht, ingebed in het bek (boven), en frontaal (onder), alsook een op het eerste gezicht aan de penis herinnerende, tot dan toe unieke, zeer gedetailleerde vergroting met bloedvaten en zenuwen.

    De clitoris in Gray’s Anatomy

    In de uitgave van de in 1858 voor het eerst verschenen anatomie-atlas, genoemd naar de uitgever, de anatoom Henry Gray, geïllustreerd door Henry Vandyke Carter, komt de afbeelding van de clitoris in de dwarsdoorsnede van het vrouwelijk bekken in hoge mate overeen met wat Georg Ludwig Kobelt vier decennia daarvoor had ontdekt: de van buiten zichtbare clitoriseikel en de verborgen liggende clitorislichamen zijn ingetekend, het clitoris zwellichaam is tenminste aangeduid.

    514a5bb069fdcd97c1551d0eab1fe904193fabc5 1

    1901:  Een klein knopje

    Vagina en uterus blijven, het lustorgaan krimpt: aan het begin van de twintigste eeuw is in het standaardwerk van de anatomie van de oorspronkelijke afbeelding van de clitoris in dwarsdoorsnede nog slechts een kleine welving aan de voorkant overgebleven. Die komt ongeveer overeen met het deel van het orgaan dat van buiten zichtbaar is. De anatomisch correcte grootte en vorm van de clitoris zijn niet meer te zien.

    c208c7ff544442ebb6719416a37a8aa41a1b9bb2 1

    1913:  Geen spoor meer

    Zelfs het kleine, als clitoris aangeduide bultje uit de vorige uitgave is verdwenen. In deze uitgave van de anatomie-atlas ontbreekt in de betreffende afbeelding elke verwijzing naar het vrouwelijk lustorgaan. Ter vergelijking: in deze uitgave van Gray’s Anatomy treffen medische studenten en artsen nog steeds wel uitvoerige afbeeldingen van de penis aan.

  • Japans gegoochel met kinderlijkheid

    Japans gegoochel met kinderlijkheid

    Ook in Japan is pedofilie illegaal en mag kinderporno niet worden verhandeld. Maar een afgeleide daarvan, zoals filmpjes met als schoolmeisjes verklede actrices, is maatschappelijk acceptabel en vaste prik in de erotische mainstream.

    In haar vrije tijd heeft ze oogschaduw en lippenstift op, maar nu er gefilmd wordt, arriveert Hikaru Matsuki zonder make-up. ‘Want welke basisschoolleerlinge maakt zich nou op?’ zegt ze op een toon alsof dat vanzelf spreekt. Op de set doet ze niet alleen haar typische schooluniform, een matrozenpakje, aan, maar draagt ze ook gedekte kleuren, omdat Japanse moeders vooral dat soort kleuren uitkiezen voor hun dochters. En voor ze begint, scheert ze zich nog even snel tussen haar benen. Het zijn van die dingen die van een jonge vrouw een meisje maken.

    Hikaru Matsuki kan het weten, want op dit gebied is ze een expert. Het is laat op de middag in het westen van het centrum van Tokio, ze is bezig zich voor te bereiden op een scène waarin ze gekneveld wordt. De bar Arcadia, in Kabukicho, de hoerenbuurt, is vandaag extra vroeg opengegaan voor deze rijzende ster aan het Japanse pornofirmament. Gewoonlijk worden in deze AM-kelder pas ’s avonds laat bezoekers toegelaten, maar ze maken graag een uitzondering voor een cameraploeg van een lolicon-film, waarin ‘lolicon’ staat voor lolitacomplex, mannen die zich aangetrokken voelen tot vrouwen die er kinderlijk uitzien. En een kind dat aan de muur wordt vastgebonden? Dat is echt wat bijzonders.

    De regisseur, een gezette man van middelbare leeftijd met bril en stoppelbaard, en de manager van Matsuki, een magere adolescent in een pak waarvan hij het jasje heeft uitgedaan, zijn stipt op tijd. Ook de eigenaar van de bar is keurig gekleed, hij rookt een sigaret zonder filter en draagt een zonnebril, zodat niet goed te zien is waar hij naar kijkt. De anderhalve meter grote ster van de dag, Hikaru Matsuki, drinkt gerstthee met een ijsblokje. Er heerst een prettige, losse sfeer op de set. ‘Veel mensen kijken graag naar jonge meisjes die seks hebben,’ zegt Shisui Usuba, de regisseur, terwijl hij de touwen inspecteert die in de muur zijn vastgemaakt.

    Spelend meisje

    Een zinnetje als dit komt de regisseur makkelijk over de lippen. De bareigenaar, de manager en de regisseur reageren met een flauw knikje, niemand maakt de indruk zich ongemakkelijk te voelen. Usuba richt zich tot zijn opzettelijk onopgemaakte ster: ‘Hikaru-san, ik wil je graag daar voor op de bank hebben. Ga eerst maar eens op je knieën zitten, als een spelend meisje, en dan zien we wel wat er gebeurt. Ongedwongen. Oké?’ ‘Oké!’ roept ze met een hoog stemmetje. ‘Super. Want met je volgende film wil ik je een beetje pushen, snap je?’ ‘Echt? Dank je wel!’

    Tot nu toe heeft Hikaru Matsuki vooral in films gespeeld waarin ze als een meisje van een jaar of tien eerst door een volwassen man wordt achternagezeten en vervolgens wordt verleid of beter gezegd, verkracht. Dat soort scènes, met muriyari, dwang, voelen voor haar niet heel vreemd. ‘Van alle genres doe ik die het liefst,’ zegt Matsuki vanaf de bank, ze kijkt er vrolijk bij en gebaart alsof ze een kind wil nadoen dat haar verjaardagscadeautjes zit uit te pakken. ‘Ik heb er vooral schik in als ik een basisschoolleerling speel. Dan mag ik zo heerlijk naïef zijn.’

    Meent ze dat echt? In het echte leven is Hikaru Matsuki twintig, is ze nooit verkracht en heeft ze haar schooltijd al lang achter zich. Maar als ze, zonder dat haar ouders het weten, als pornoactrice in de rol van een minderjarige kruipt, verandert er iets. Voor de camera kan ze haar wildste fantasieën uitleven en tegelijk die van de kijker bevredigen. Hoe realistisch het is wat er gefilmd wordt, komt voor haar op de tweede plaats. ‘Ik wil er zo jong mogelijk uitzien. Dat is mijn selling point voor de kijkers.’

    Hikaru Matsuki, die er in de ogen van ons westerlingen als een meisje van dertien uitziet, ervaart het als een compliment dat als je naar haar kijkt het verschil tussen fictie en realiteit nauwelijks te zien is.

    Van de vijftig tot zestig films per week waarvoor Bambi Promotions de actrices regelt, bestaat ongeveer een derde uit dit soort pseudokinderporno

    Aan de overkant steekt Kazuya Mitsui, haar manager, een sigaret op. Tegelijkertijd beantwoordt hij een telefoontje dat over een andere actrice gaat die voor de camera eveneens een jongere indruk maakt dan ze toch al doet. ‘Ja, dat kunnen we doen,’ zegt Mitsui druk gebarend, ‘daar hebben we het nog wel over, oké? Tot later.’

    Van de meer dan driehonderd actrices die door Mitsuis werkgever Bambi Promotions worden vertegenwoordigd, speelt ongeveer de helft lolicon-films. Voor Mitsui is daar niets vreemds aan. ‘Er is heel veel vraag naar deze modellen.’ Wat in de westerse wereld een van de allergrootste taboes is en iemands maatschappelijke positie onmiddellijk en voor altijd kan ruïneren, ondervindt in Japan een zeker begrip. Ook hier is pedofilie illegaal en kinderporno mag je niet verhandelen of zelfs maar in bezit hebben. Maar een afgeleide daarvan, zoals seksvideo’s met als kind verklede actrices, is maatschappelijk gezien redelijk geaccepteerd.

    Ook in andere landen worden films gemaakt met actrices die eruitzien als kinderen, maar in Japan is het een opvallend populair genre. Seksshops adverteren met schooluniformfilms en met zogenaamde meisjes tijdens de zwemles. Talloos veel manga’s gaan over seks tussen kinderen onder elkaar. Een ander businessmodel biedt ‘tijd met schoolmeisjes’ aan, die klanten al wandelend of met hun hoofd bij een van de dienstverleensters op schoot kunnen doorbrengen.

    Zulke dingen, die legaal zijn omdat er geen seks plaatsvindt en de seksuele handelingen niet door echte kinderen worden verricht, behoren in Japan tot de erotische mainstream. Wilde meisjes zijn, na het thema van de ontrouwe huisvrouw, het meest succesvolle pornogenre. Van de vijftig tot zestig films per week waarvoor Bambi Promotions de actrices regelt, bestaat ongeveer een derde uit dit soort pseudokinderporno.

    Pseudokinderporno

    Shisui Usuba, de regisseur van vanmiddag, zegt dat hij pedofilie verwerpelijk vindt. Maar tezelfdertijd begrijpt hij de opwinding over lolicon-films niet. Hij doet dit werk al jaren, pseudokinderporno is een van zijn lievelingsgenres. En hij vindt dat hij zich nergens voor hoeft te schamen. ‘Natuurlijk zijn er mensen die pedofiel zijn. Die afwijking raken ze ook niet kwijt. Maar misschien kunnen wij met deze films hun behoefte bevredigen.’

    Bij een laatste rondgang door de donkere, benauwde bar vol met folterinstrumenten kijkt Usuba nog eens goed naar een partij handboeien en wat maskers. Als hij klaar is gaat hij aan de bar zitten, waar aan het plafond een rek voor AM-speeltjes hangt. Usuba ademt diep uit. ‘Ik geloof dat we met ons werk goede dingen doen.’ Alweer zo’n zin die in westerse oren, met het beeld van een kind op ons innerlijke en op een of andere manier ook op ons echte netvlies, onvoorstelbaar klinkt. Pseudopedofilie als geneesmiddel voor pedofilie?

    Het eerste wat in je opkomt, is dat op die manier misdaden worden gebagatelliseerd, en dat in plaats van een duister verlangen te bevredigen misschien juist inspiratie voor toekomstige misdrijven wordt geboden. Want wordt pedofilie niet vooral alledaags en acceptabel gemaakt als je het zo in de winkel kunt kopen? Lokt het laten zien van zulke neigingen niet uit dat iets fictiefs in realiteit wordt omgezet?

    Ook Hikaru Matsuki, die vertelt dat de gedachte aan een verkrachting haar inspiratie geeft, begrijpt al het gedoe niet zo, maar de opwinding des te beter. Toen ze twee jaar geleden in de plattelandsprovincie Akita in het noorden van het land haar schoolopleiding had afgerond vertrok ze, omdat ze geïnteresseerd was in mode, naar Tokio. Aanvankelijk werkte ze in een modezaak, maar stiekem was ze altijd al in porno geïnteresseerd. Toen iemand haar op straat aansprak, heeft ze het na enige bedenkingen een keer geprobeerd. ‘Nu ik weet hoe veilig en zorgvuldig er wordt geproduceerd, zie ik er geen enkel probleem in.’

    Kabukich is an entertainment and red-light district in Shinjuku. – © HH
    Kabukich is an entertainment and red-light district in Shinjuku. – © HH

    Alleen de omstandigheden waarin wordt gefilmd vindt ze belangrijk, dat het eindproduct niet noodzakelijk veel gemeen heeft met de werkelijkheid maakt haar niet uit, het is tenslotte kunst. In het halfjaar dat Hikaru Matsuki in de branche werkt heeft ze in zo’n veertig à vijftig films meegedaan. ‘Meneer Usuba bedenkt steeds weer iets nieuws.’ Die geeft meteen een paar voorbeelden: ‘De ene keer wordt ze tijdens de spits betast in de metro, een andere keer heeft ze als scholiere een affaire met haar leraar. We gebruiken allerlei story’s.’ De steeds terugkerende logica: de toeschouwer moet in Matsuki een kind zien.

    De regisseur was vanaf het eerste moment verliefd op Matsuki. Op een professionele manier natuurlijk, haast hij zich te zeggen. En de actrice die hij in zijn netten heeft verstrikt, giechelt als ze hoort hoe hij haar beschrijft: ‘Ze is op een heel natuurlijke manier kinderlijk. Als ze theedrinkt, houdt ze het glas met twee handen vast. Als ze zit, denk je meteen dat ze zo dadelijk met een blokkendoos zal gaan spelen. Ook lichamelijk past ze met haar kleine borsten goed in het beeld.’

    Kazuya Mitsui, haar manager, schiet nog iets te binnen: ‘Hikaru-san praat ook als een klein meisje.’ Ze zit alweer hevig te gesticuleren. ‘Dank je!’

    Natuurlijk is dit gegoochel met kinderlijkheid een wankel evenwicht. Wie wat Hikaru Matsuki doet niet alleen schattig maar ook aantrekkelijk vindt, zal dat niet hardop zeggen, ook niet in Japan. Het is eigenlijk als met elke andere fetisj: een privéaangelegenheid die je kunt uitleven zonder je er schuldig over te hoeven voelen. Obsceen? Ja. Afkeurenswaardig? Niet echt.

    En de gedachte die Shisui Usuba formuleert, is buitengewoon aantrekkelijk: als pedofielen kinderporno kunnen bekijken terwijl het eigenlijk helemaal geen kinderporno is, is bij de productie daarvan geen kindermisbruik gepleegd. En als het kijken naar deze films bovendien kindermisbruik voorkomt, kunnen de producers zichzelf haast als kinderbeschermers op de borst kloppen. Alleen: is dat wensdenken of werkelijkheid?

    Zo’n pak slaag helpt hen om de dag door te komen. Ze voelen zich erdoor bevrijd

    Onderzoeksresultaten zijn tot nog toe niet eenduidig. Een onderzoek onder Amerikaanse gevangenen uit 2009 concludeert dat 98 procent van degenen die naar kinderporno kijken ook in werkelijkheid kinderen hebben misbruikt.

    Maar een studie uit hetzelfde jaar onder Zwitserse delinquenten laat zien dat het bekijken van kinderporno alleen niet betekent dat ze een risicofactor voor daadwerkelijke handtastelijkheden vormen. Met betrekking tot Japan, waar seksueel getinte afbeeldingen van kinderen makkelijker verkrijgbaar zijn dan in de Verenigde Staten, maar het aantal geregistreerde gevallen van seksueel kindermisbruik aanzienlijk lager ligt, schreef de japanoloog Patrick Galbraith in een artikel: ‘De drang om afbeeldingen van geseksualiseerde meisjes te zien, weerspiegelt niet noodzakelijk de drang van de kijker, en beïnvloedt deze ook niet, om meisjes te misbruiken.’

    Wellicht verschilt ook het vermogen om realiteit van fictie te onderscheiden van cultuur tot cultuur. Een bekend voorbeeld zijn de gevolgen van geweld in de popcultuur. In de Verenigde Staten, waar door videospelletjes, films en dergelijke overal geweld te zien is, worden bijvoorbeeld relatief veel mensen gedood door mannen die plotseling doordraaien. In Zwitserland, waar net als in de Verenigde Staten veel gezinnen een vuurwapen in huis hebben en het weergeven van geweld al net zo normaal is, komt dat veel minder voor. Een mogelijke reden daarvoor is dat Zwitsers zich minder dan Amerikanen geneigd voelen om schietpartijen op tv ook in werkelijkheid uit te voeren.

    Zo zou het ook met pornografie kunnen zijn. Zo zien ze het in elk geval in Arcadia, onze bar. De eigenaar, Doyoma Tessin, ziet in lolicon zelfs een fetisj in de beste psychoanalytische zin. ‘Het is net als elke avond bij mijn klanten,’ mompelt hij terwijl hij met zijn beringde vingers de as van zijn zoveelste filterloze sigaret tipt. ‘’s Avonds komen de mensen hier om met de zweep te krijgen of om iemand anders er met de zweep van langs te geven. En die zijn heus niet meer of minder gewelddadig dan andere mensen. Maar zo’n pak slaag helpt hen om de dag door te komen. Ze voelen zich erdoor bevrijd.’ Dat kinderporno een vergelijkbare functie heeft, kan Tessin niet bewijzen, maar zijn jarenlange ervaring als SM-meester heeft hem dat geleerd.

    Orient Industry Love Doll Orient Industry 40th Anniversary-Love Doll, Tokyo, Japan - 19 May 2017 – © HH
    Orient Industry Love Doll Orient Industry 40th Anniversary-Love Doll, Tokyo, Japan – 19 May 2017 – © HH

    De crew gaat de shoot voorbereiden. Kazuya Mitsui maakt met zijn aktetas onder de arm een buiging. Hikaru Matsuki zwaait glimlachend met beide handen en Shisui Usuba steekt me zijn rechterhand toe. Doyoma Tessin geeft me een knikje en blaast nog wat rook uit. Buiten wordt de hemel langzaam donker, de lantaarnpalen en reclames van Kabukicho zijn feller dan de zon. Hier en daar stralen kindergezichten van de muren. Zijn dat echte kinderen, of doen ze maar alsof?

    Een snel bezoek aan Akihabara, in het noordoosten, aan de andere kant van het centrum. Daar tekent zich, zeven verdiepingen hoog, M’s Pop Life Adult Department Store, de grootste seksshop van Tokio, af tegen de donkere hemel.

    Op deze vrije avond is de winkel vol klanten. Het aanbod gaat van dildo’s in alle mogelijke maten en kleuren via kleding en SM-artikelen tot draagbare vagina’s en latexpoppen. En ook hier weer: video’s die eruitzien als kinderporno. Op de cover jonge actrices met zo te zien nog niet volgroeide borstjes, in schooluniform en ondergoed met polkadots en ruches.

    Voor een van de schappen is een door zijn blauwe stofjas als medewerker herkenbare man met dvd’s in de weer. Hij zet ze soort bij soort. Meneer Fujiyoshi, zoals zijn naambordje laat zien, glimlacht vol verwachting naar de bezoeker, alsof hij zich op ieder gesprek over zijn vak evenveel verheugt. ‘Kan ik u ergens mee helpen?’ Op de vraag hoe oud de jongste actrices in de films hier zijn, antwoordt hij zelfverzekerd: ‘Vroeger hadden we nog echte meisjes, die in badpak poseerden. Ze hadden natuurlijk geen seks, en naakt waren ze ook niet, ze waren gewoon sexy. Maar die hebben we helaas niet meer.’

    Strengere regels

    De regels zijn strenger geworden, waarschijnlijk vanwege de Olympische Spelen in de zomer van 2020, vermoedt meneer Fujiyoshi. Als de hele wereld in Tokio te gast is, wil de regering natuurlijk niet de indruk wekken dat pedofilie hier oké is. Hoe oud de jongste actrices nu zijn?

    ‘Tegenwoordig moeten ze allemaal minstens achttien zijn.’ Video’s van echte, schaars geklede meisjes zijn nog wel te koop, maar niet meer hier, in de uitstalkasten van een seksshop tussen de echte pornografie.

    En deze films, waarin basisschoolleerlingen seks hebben, hoe worden die dan gemaakt? Fujiyoshi moet glimlachen. ‘U bedoelt lolicon? Maar u ziet toch wel dat die actrices in het echt volwassenen zijn? Als u een paar van die films bekijkt, herkent u dat meteen.’ Voor wie echte kinderen wil, is lolicon na een tijdje niet echt spannend meer, zegt meneer Fujiyoshi.

    Auteur: Felix Lill

    Neue Zürcher Zeitung
    Zwitserland | dagblad | oplage 155.000

    Een van de oudste kranten ter wereld. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.

  • Rechtvaardig  loon, 
bestaat dat?

    Rechtvaardig loon, 
bestaat dat?

    Een nieuwe Duitse wet zou salarissen transparanter moeten maken. Maar dan nog blijft een volledig rechtvaardige beloning een utopie – of het nu voor een man of een vrouw is.

    Kennelijk is niets machtiger dan een idee dat zijn tijd gehad heeft. En misschien is het omgekeerde al even waar: dat niets kanslozer is dan een idee waarvoor de tijd nog niet rijp is. Terwijl Adi Drotleff het nog wel zo’n goed idee vond om de salarissen van al zijn medewerkers transparant te maken, toen al, in 1986. Twee jaar daarvoor had deze ingenieur informatica in Weißling bij München zijn grafische softwarebedrijf Mensch und Machine opgericht. Het bedrijf had destijds ongeveer twintig medewerkers en de baas vond het verstandig dat iedereen meebesliste over salarisverhogingen.

    Maar hoe moest dat in de praktijk? Niemand wist waarover geoordeeld moest worden. Dus noteerde Drotleff alle salarissen in een tabel die hij afdrukte voor zijn medewerkers. ‘Dat zorgde hier en daar natuurlijk voor irritatie,’ vertelt Drotleff nu met een lachje. Niet meer, maar ook niet minder. In elk geval stond de ongewone maatregel het succes van zijn onderneming niet in de weg. 
Integendeel: in 1987 opende Drotleff een filiaal in Hamburg, in 1990 volgden Stuttgart en Düsseldorf, in 1991 Berlijn. In 1993 behaalde het bedrijf voor het eerst een omzet van meer dan 50 
miljoen mark, het aantal medewerkers groeide de jaren daarop tot een kleine 800.

    Maar terwijl de zaken floreerden, werd transparantie van salarissen steeds moeilijker. Daarom maakte Drotleff in 2009 een eind aan het experiment – en is hij tegenwoordig een geharnast 
tegenstander van monetaire transparantie: ‘Vanaf een bepaalde omvang van een onderneming is het gewoon niet meer te doen.’

    Misschien moet hij maar eens gaan praten met Manuela Schwesig (SPD). De huidige minister-president van Mecklenburg-Vorpommern stond aan de wieg van een wet die dezer dagen voor extra bedrijvigheid op de kantoren en opgewonden gesprekken in 
de kantines zorgt. De zogeheten Entgelttransparenzgesetz 
(wet transparantie van beloningen) van de voormalige minister voor Familiezaken geeft werknemers het recht op inzage in de salarisstructuur bij hun bedrijven.

    “Op geld ligt in onze maatschappij een sterker taboe dan op seks”

    In theorie moet dit ertoe leiden dat mensen met vergelijkbaar werk niet ongelijk betaald worden; dat werknemers niet op grond van hun geslacht achtergesteld worden. Ook indien gecorrigeerd wordt voor verschillen in achtergrond, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat vrouwen bij gelijke kwalificatie voor vergelijkbare arbeid 6 procent minder verdienen dan mannen – aanleiding voor de wet is er dus zeker.

    Maar kijkend naar de praktijk roept de wet meer vragen op dan hij beantwoordt. Want in elke vergelijking glippen ook onvergelijkbare zaken mee – en de ene vraag naar rechtvaardigheid roept de volgende op: hoe beoordelen we inkomensverschillen tussen ouderen en jongeren, tussen mensen die al jarenlang hun werk doen en 
zij die net beginnen? En hoe een medewerker te behandelen die formeel hetzelfde werk doet als een ander, maar dat wel heel goed doet: enthousiast, nauwkeurig, creatief en goedgeluimd?

    Rechtvaardig loon

    Het ideaalbeeld dat er in Duitse bedrijven strikt volgens prestatie 
en productiviteit wordt betaald, klopt niet, zegt Holger Bonin, directeur onderzoek bij het Institut zur Zukunft der Arbeit in Bonn. Grof geschat gaat het misschien op voor 10 procent van de werknemers. Maar verder spelen formele kwalificaties, tradities en vaak ook onderhandelingsvaardigheden en sympathieën een grote rol.

    Kortom: de nieuwe wet is niet alleen ‘een uiterst, uiterst bescheiden poging om iets aan de loonkloof tussen mannen en vrouwen 
te veranderen’, maar ook een heel klein antwoord op het grote vraagstuk van een rechtvaardig loon volgens Marcel Fratzscher, president-directeur van het Deutsches Institut für Wirtschaftsforschung.

    Het Duitse verbond van vrouwelijke juristen achtte het effect 
van de wet zelfs zo gering, dat het adviseerde om de wet niet aan 
te nemen. Ook de Duitse regering is niet erg overtuigd. Om de 
verwachtingen te dempen liet ze het woord ‘loongelijkheid’ uit de titel van de wet schrappen. Toch werd over vrijwel geen enkel ander voornemen zo hard met de werkgeversverbanden gesteggeld, wat volgens Steffen Kampeter, secretaris van de Bundesvereinigung der Deutschen Arbeitgeberverbände (BDA) ook veroorzaakt wordt doordat veel ondernemers ‘alle besluiten over salarissen als hun hoogsteigen zaak beschouwen’.

    Na inwerkingtreding van de wet in juli 2017, hebben bedrijven zes maanden de tijd gekregen om zich erop in te stellen. Inmiddels moeten werkgevers met meer dan tweehonderd werknemers 
desgevraagd toelichten op basis van welke criteria zijn hun personeel betalen. Bovendien worden ondernemingen met meer dan vijfhonderd werknemers opgeroepen ‘hun beloningsstructuren regelmatig te checken op het in acht nemen van gelijkheid in 
beloning’ – en van de stand van zaken verslag te doen.

    Let wel, niemand krijgt het salaris te weten van een individuele collega, maar alleen het gemiddelde salaris van een vergelijkingsgroep van het andere geslacht binnen de onderneming. Maar daar begint het probleem al. Want wat is dat, een vergelijkbare baan? Hoe kan arbeid gemeten worden? En al helemaal in onze postfordistische tijd, waarin steeds minder sprake is van stukwerk door arbeiders en steeds meer werknemers kennis 
produceren, dat ook nog eens in teamverband doen, projectmatig en vaak virtueel?

    De zogeheten gender pay gap heeft veel oorzaken. Ten eerste werken vrouwen vaker dan mannen in sociale en dienstverlenende beroepen die slechter worden betaald. Ten tweede heeft 45 procent van de sociale verzekeringsplichtige vrouwen een deeltijdbaan. 
Ten derde zijn vrouwen op leidinggevende posities nog altijd sterk ondervertegenwoordigd.
    De ongelijke beloning van vrouwen zal daarom zeker niet veranderen door een wet die werkgevers nieuwe informatieverplichtingen oplegt. Toch ziet Schwesig haar wet als een ‘belangrijke bouwsteen’ om de 
loonkloof tussen mannen en vrouwen te dichten. Het zal volgens haar ‘op lange termijn bijdragen 
aan een cultuurverandering in de bedrijven en de samenleving’, omdat ‘het taboe om niet over geld 
te praten, wordt doorbroken’.

    Als ze zich daar maar niet vergist.

    ‘Op geld ligt in onze maatschappij een sterker taboe dan op seks,’ heeft sociologe Jutta Allmendinger 
ooit gezegd: we speculeren allemaal graag over het inkomen van een ander – maar ons eigen inkomen verklappen?

    Liever niet.

    Vooral niet wanneer het in eigen ogen aan de hoge kant is. Acteur Lars Eidinger liet onlangs weten 
dat hij het ‘ergens wel onrechtvaardig’ vond dat hij ‘best veel geld’ verdiende – maar over hoeveel dat 
dan wel was, liet hij geen woord los. Een op de drie mensen praat er hooguit met goede vrienden over, bleek een paar jaar geleden uit een enquête; een of 
de vijf verzwijgt het volledig. En ook onder collega’s betonen velen zich het liefst gesloten en beroepen 
ze zich op geheimhoudingsplichten.

    Dat geheimzinnige gedoe leidt tot allerlei geroddel – en vergroot de onzekerheid. Wat kan ik bij mijn salarisonderhandelingen vragen? Hoeveel verdient mijn collega? In hoeverre mag ik pokeren, met een ander aanbod achter de hand bijvoorbeeld?

    Vroeger was de situatie overzichtelijker. Wie enkele jaren hard en gedisciplineerd had gewerkt, werd daar doorgaans voor beloond, soms met meer verantwoordelijkheid en altijd met meer geld. Het resultaat: oudere collega’s verdienden meer.

    Nu is dat anders. Wie daar niet om vraagt, mag er niet op rekenen dat hij meer salaris krijgt. En wie meer presteert dan veel andere collega’s ook niet. Integendeel: vaak krijgt degene die slim onderhandelt meer. Arbeidsmarktonderzoeker Bonin denkt dat door het tekort aan vakmensen de salarisonevenwichtigheid binnen bedrijven zal groeien – zeker wanneer er meer beloningstransparantie komt. ‘Werkgevers die op zoek zijn naar ervaren vakmensen, moeten dan namelijk niet alleen de nieuwkomers bovengemiddeld betalen, maar ook de werknemers die al soortgelijke werkzaamheden in de onderneming verrichten.’ Daarom wordt vaak nu al afgezien van nieuwe dure aanstellingen.

    Daarbij komt dat de macht van de vakbonden 
afbrokkelt. In 1998 viel 76 procent van de werknemers in het westen van Duitsland onder een cao – 
in 2016 was dat nog maar 59 procent. En dat heeft ook gevolgen voor de salarissen: ‘Niets vergroot 
de loonongelijkheid in Duitsland zo sterk als de 
afnemende binding aan een cao’, constateerden de Bertelsmann Stiftung en het Münchense ifo-instituut in een gezamenlijke studie uit november 2015.

    Deze vlucht uit de cao heeft ook effect op gevoelens van ongelijkheid. ‘Werknemers die volgens een bedrijfs-cao of een regio-cao betaald worden, voelen zich gemiddeld genomen rechtvaardiger beloond dan werknemers van bedrijven die niet onder een cao vallen,’ vertelt Helena Schneider van het Institut der deutschen Wirtschaft in Keulen. Terwijl 63,2 
procent van de volgens een cao betaalde werknemers hun bruto-inkomen rechtvaardig vinden, wordt die opvatting slechts gedeeld door 56,3 procent van de werknemers die niet onder een cao vallen.


    Dat alles leidt tot een groeiend gevoel van onrechtvaardigheid. Slechts 35 procent van de Duitsers 
vindt het eigen salaris in vergelijking met dat van medewerkers met soortgelijke werkzaamheden bij andere ondernemingen rechtvaardig, bleek uit een in 2017 verschenen studie van bedrijfsadviesbureau Korn Ferry Hay; vijf jaar daarvoor werd die mening nog door 40 procent van de Duitsers gedeeld. ‘Veel werknemers zijn er diep van overtuigd dat prestatie in onze maatschappij beloond wordt – maar dat geldt duidelijk niet zonder meer voor de eigen werkplek,’ concludeert Marco Nink van marktonderzoeksbureau Gallup.

    Een ‘rechtvaardig loon’ – wat is dat eigenlijk? Tot ver in de middeleeuwen was dit een ethisch vraagstuk. Het centrale grondbeginsel suum cuique, ieder het zijne, wees in de goede door God geschapen orde ieder mens toe 
wat hem op diens plaats in de samenleving toekwam. Zo bestonden er bijvoorbeeld voor Thomas van Aquino (1225-1274) letterlijk ‘bij een stand behorende’, dus heel verschillende lonen.

    Anderzijds werd het vraagstuk van het rechtvaardige loon sinds de oudheid nauw verbonden met dat van de rechtvaardige prijs: het iustum pretium waarborgt in de ruileconomie ‘ieder het zijne’, beschermt dus tegen afzetterij en uitbuiting. Ook voor Maarten Luther 
(1483-1546) gold nog het aristotelische beginsel dat een loon gerechtvaardigd is indien een prestatie in overeenstemming is met een tegenprestatie.

    Pas met het verval van de middeleeuwse 
ordening maakte de economie zich los van 
de ethiek en werd het vraagstuk van het 
rechtvaardige loon steeds meer afgestemd op individuele belangen en voorkeuren. Voor 
Thomas Hobbes (1588-1679) bijvoorbeeld was de waarde van een mens ‘niet hoger dan zij door anderen geschat wordt’. Zo wordt de arbeider in de beginperiode van het kapitalisme niet meer dan een uitbuitbare productiefactor, onderworpen aan de wet van vraag en aanbod: het loon is ‘de prijs die nodig is om de arbeiders in staat te stellen zich in stand te houden’, meende David Ricardo (1772-1823).

    Marktvreemde componenten

    Een moderne wending maakt het verhaal van het rechtvaardige loon daarom pas met de emancipatie van de arbeider tot consument: de sociaaldemocratie werkt al honderdvijftig jaar niet alleen aan een oplossing voor het ‘sociale vraagstuk’, maar handelt ook in het belang van ondernemers die nieuwe afzetmarkten voor hun koopwaar moeten ontsluiten – en hogere lonen betalen om hun klantenkring uit te breiden. Sindsdien is het ‘rechtvaardige loon’ in Duitsland vooral een opwaartse beweging, om het in vaktermen te zeggen: de telkens weer nieuwe uitkomst van (loon)politieke en maatschappelijke onderhandelingsprocessen op basis van een groeiend aandelenkapitaal.

    Geen wonder dus dat economen het ‘rechtvaardige loon’ in de ‘categorie onzin’ plaatsen (Friedrich August von Hayek): het laat zich namelijk niet definiëren. En dat is niet alleen omdat de prijs van het loon noch alleen gebaseerd kan worden op de waarde van arbeid (arbeidswaardetheorie), noch alleen op wijzigingen in de vraag naar producten of diensten (grensnuttheorie), maar ook omdat de markt niet 
de flinken, ijverigen en begaafden beloont, maar degenen die succes hebben en goed in de markt 
liggen – en ook omdat marktvreemde componenten bij bepaling van het loonniveau een grote rol spelen.

    In zoverre kunnen we de wet transparantie van 
beloningen zien als een stap terug in de discussie om het ‘rechtvaardige loon’: het antwoord op die vraag wordt niet langer gezocht in sociale criteria (‘goed loon voor goede arbeid’), maar in ethische – met dit verschil dat vandaag de dag niet meer ‘ieder het zijne’ wordt beloofd, maar ‘ieder het gelijke’. Dat is ook merkwaardig omdat de sociaaldemocratie met de invoering van het minimumloon haar belangrijkste rechtvaardigheidsdoel van de afgelopen jaren heeft weten te realiseren – en omdat fractieleider Andrea Nahles niet ophoudt te benadrukken dat vooral vrouwen hiervan profiteren: zeventig procent van de werknemers in de laagste looncategorieën is vrouw.

    gettyimages 97615538

    Bij de besprekingen over een nieuwe grote coalitie is opnieuw gesproken over verdere maatregelen voor meer loongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Maar inmiddels zijn de betrokken partijen ervan doordrongen dat de belangrijkste maatregel in dit verband een betere betaling van werknemers in de gezondheidszorg en andere sociale beroepen is. En daarbij komt het, in elk geval volgens sommigen, minder aan op wetten dan op een andere denkwijze bij de cao-onderhandelaars.

    Dat verpleegsters of onderwijzeressen verhoudingsgewijs slecht worden betaald, dat secretaresses vaak minder geld krijgen dan veel vakarbeiders wordt tenslotte ook veroorzaakt door de wijze waarop prestaties gemeten worden. ‘Sociale competenties en psychische belasting worden nauwelijks gehonoreerd – maar dat kunnen we veranderen,’ zegt Julia Borggräfe, tot eind vorig jaar hoofd personeelszaken van de Berlijnse jaarbeurs.

    Voor haar vijfhonderd medewerkers ontwierp 
Borggräfe in overleg met de ondernemingsraad een nieuw beloningsmodel. Daarbij legde het bedrijf in een puntensysteem gedetailleerd de beoordeling vast van alle werkzaamheden, waarbij sterker rekening werd gehouden met de psychische belasting van bijvoorbeeld enkele medewerkers op de afdeling 
juridische zaken. Uitgangspunt, aldus Borggräfe, 
was enerzijds dat niemand er met het nieuwe beloningsmodel financieel op achteruit mocht gaan, terwijl anderzijds de opbrengsten van de komende jaren anders verdeeld zouden worden.

    Voor de vakbonden is het een heikele vraag of en in hoeverre zij in dit soort gedachtegangen mee willen gaan. Verschuiving van accenten kan immers ook leiden tot nieuwe onrechtvaardigheden en verliezers produceren – geen enkel criterium is boven elke 
twijfel verheven. Voor Borggräfe, inmiddels coach 
en adviseur, staat vast dat nieuwe salarismodellen 
en loontransparantie bij bedrijven alleen iets in beweging kunnen zetten indien de leiding bereid 
is er intensief over in discussie te gaan. Als er onrechtvaardigheden worden blootgelegd zonder 
dat er verder iets verandert, geeft dat alleen maar frustratie.

    Jaloezie en irritatie

    Anders gezegd: in theorie klinkt de idee van transparantie prachtig. Wanneer iedereen weet wat de anderen verdienen is het op de bedrijfsvloer gedaan met gekonkel en onrechtvaardigheid. Als alle vaste en variabele beloningen helder zijn, wint niet langer degene die het handigst weet te onderhandelen. En ook de economen zullen juichen: een salaris is niets meer dan informatie over de prijs – en markten functioneren het best wanneer de prijzen bekend zijn. Maar in de praktijk zorgt salaristransparantie vaak voor jaloezie en irritatie. Arbeids- en organisatiespychologen waarschuwen al jaren voor de gevolgen ervan. Diverse onderzoeken laten zien dat de frustratie bij de verliezers vaak groter is dan de 
blijdschap bij de winnaars. Wie constateert dat zijn eigen salaris bovengemiddeld is, vergroot daarmee nauwelijks zijn eigen psychische inkomen. Zijn tevredenheid neemt wel toe, maar niet heel veel. Maar bij degenen die beneden het gemiddelde betaald worden, gaapt, ondanks openheid en 
begrijpelijke criteria, een emotionele wond.

    De Amerikaanse economen George Akerlof en Janet Yellen ontwikkelden in de jaren negentig al de 
fair-wage-efforthypothese. Om het simpel te zeggen: de motivatie van werknemers is mede afhankelijk van het gevoel rechtvaardig te worden betaald. En het is nu eenmaal zo dat door maar heel weinig mensen heel goed verdiend wordt. De slechter betaalde meerderheid voelt zich daarentegen beroerd. En pas echt wanneer de prestaties en de daartegenover staande beloningen niet volledig objectief zijn of moeilijk te veranderen. Ook de 
Amerikaanse sociale wetenschapper Erzo Luttmer van Harvard-universiteit constateerde in een onderzoek uit 2005 dat mensen met eenzelfde salaris vaak ontevredener zijn wanneer hun buren rijker zijn.

    In Duitsland ziet een meerderheid dat ook zo. In elk geval bleek uit een onderzoek van Forsa in 2015 dat slechts 27 procent van de ondervraagden voorstander was van meer transparantie van salarissen in het algemeen. In het geval van soortgelijke werkzaamheden vond 33 procent het een goed idee, terwijl 38 procent per definitie tegen was. Het is met salarissen zoals met liefdesrelaties: soms is het beter wanneer je iets niet weet.

    Volgens deze logica moeten de Zweden wel een heel ongelukkig volkje zijn. Daar kan elke burger informatie inwinnen over het salaris van een andere Zweed – een telefoontje naar de belastingen volstaat. Alleen de inkomens van koning Carl Gustaf en koningin Silvia blijven geheim.

    Waarom functioneert het daar wel? Uit gewoonte, zeggen arbeidsmarktonderzoekers als Bonin, en hij voegt hieraan toe: ‘In beginsel kan transparantie beslist bijdragen aan grotere tevredenheid – zolang de werknemer zich fair behandeld voelt.’ In dat geval, ook dat blijkt uit vele studies, stijgt de motivatie namelijk aanzienlijk. Doorslaggevend voor de gevolgen van salaristransparantie is dus niet alleen de omvang waarin willekeur en onrechtvaardigheid 
aan de dag treden, maar vooral de moeite die een werkgever doet om te zorgen voor eerlijke verhoudingen. ‘De omgang met loontransparantie vereist heel veel fijngevoeligheid,’ bevestigt Dieter Frey, hoogleraar sociaalpsychologie aan de Ludwig 
Maximilian-universiteit van München.

    Belangrijk is dat werkgevers minimaal kunnen uitleggen waarom iemand minder verdient – en wat hij doen moet 
om meer salaris te krijgen

    Kleinere ondernemingen hebben het dan gemakkelijker. Zoals het Berlijnse bedrijf I + M, dat natuurcosmetica produceert en sinds tien jaar geleid wordt door Jörg von Kruse en Bernhard von Glasenapp. Toen de onderneming failliet dreigde te gaan, hebben beiden hem overgenomen. Productietechnieken, expeditie en design werden aangepast. Ruim een jaar werken de twee juristen en hun vijftien medewerkers nu op basis van het principe van holocratie, wat in de praktijk betekent dat de werknemers zelf beslissen over de organisatie van hun eigen werk – en binnenkort waarschijnlijk ook over hun salaris, ‘het koningsnummer van zelforganisatie’, aldus Kruse. Overigens zijn de verschillen daarbij niet 
bijzonder groot en identificeren de geëngageerde personeelsleden zich graag met de ecologische 
doelen van het bedrijf. Dit voorjaar wordt bij een workshop gesproken over de salarissen.

    In kleinere ondernemingen zoals start-ups of a
gentschappen achten experts transparantie zeker mogelijk. Maar in concerns is het een utopie. ‘Bij salarissen spelen vaak macht en afhankelijkheid mee,’ zegt psycholoog Dieter Frey. Heeft de werknemer alternatieve baanmogelijkheden en de werkgever dus weinig macht – of ligt het omgekeerd? 
En wat wanneer een concurrent een medewerker 
wil wegkopen en diens werkgever hem onmisbaar acht? Dan verhoogt hij zo mogelijk het salaris om hem voor het bedrijf te behouden. ‘Veel van zulke afspraken kunnen niet openbaar gemaakt worden,’ zegt Frey, ‘daarom leiden transparante salarissen gemiddeld genomen tot meer ontevredenheid.’ Rechtvaardigheid inzake loonvraagstukken is 
volgens hem daarom een onbereikbaar ideaal: 
‘men kan het alleen benaderen’. Belangrijk is dat werkgevers minimaal kunnen uitleggen waarom iemand minder verdient – en wat hij doen moet 
om meer salaris te krijgen.

    Dat is ook de ervaring van transparantiepionier 
Adi Drotleff. In zijn algemeenheid is hij nog altijd gecharmeerd van het idee. Maar zodra een bedrijf groeit wordt transparantie, zoals gezegd, moeilijk, ‘zeker wanneer sprake is van diverse standplaatsen en verschillen in kosten van levensonderhoud’. In Hamburg en München worden andere salarissen betaald dan in Weimar, datzelfde geldt ook in 
Zwitserland of Oostenrijk: ‘Daar zou een transparant salarissysteem alleen maar voor onvrede zorgen,’ zegt Drotleff.

    Salarisnivellering is ook geen oplossing: ‘Dan betalen we in structuurzwakke regio’s te veel en in booming gebieden te weinig.’ Wat in het ene geval niet 
voordelig is en in het andere geval goede medewerkers wegjaagt of interessante sollicitanten afschrikt.

    Het eenvoudigst kan salaristransparantie worden doorgevoerd in ondernemingen die toch al bedacht zijn op het voorkomen van grote verschillen – maar daar is openheid ook het minst noodzakelijk.

    Auteurs: Elisabeth Niejahr, Daniel Rettig, Dieter Schnaas, Christopher Schwarz, Claudia Tödtmann
    Vertaler: Marten de Vries

    Wirtschaftswoche
    Duitsland | oplage 190.000

  • Marokkaans heiligdom wordt homo-ontmoetingsplaats

    Marokkaans heiligdom wordt homo-ontmoetingsplaats

    Een heilige grot vlak bij de Marokkaanse stad Meknes is een toevluchtsoord geworden voor homoseksuelen en travestieten. ‘Hier vervolgt niemand ons.’

    We bevinden ons in het gebied dat tegen het Rifgebergte aanligt, ter hoogte van Zerhoun, in de buurt van Meknes [in het noordwesten van Marokko]. Hier bevindt zich de zawiya [klooster of leerschool] van Sidi Ali Ben Hamdouch, in de gemeente Mghrassyine. Een heiligdom dat aan de vooravond van iedere herdenking van de Mawlid [de geboorte van de Profeet] bruist van de activiteiten: soefiwakes, gezang, offers van pluimvee, schapen en runderen, folkloristische liederen die [ter ere van Sidi Hamdouch] worden verzorgd door groepen H’madcha, bewakers van de tempel in dit kleine plaatsje waarvan het aantal inwoners gedurende de zeven dagen van de moussem [festival] verzesvoudigt. Dit jaar begonnen de festiviteiten op 1 december.

    Pelgrims houden het mausoleum van de ‘heilige’ dag en nacht bezet en smeken om zijn legendarische zegening. Op een steenworp afstand bevindt zich de grot van Mmima Aïcha [een vrije maar geduchte, mysterieuze en betoverende vrouw] naast een waterbron; een bekend toevluchtsoord voor homoseksuelen. Ze ontsteken er kaarsen op een muurtje dat zwartgeblakerd is, besproeien het met rozenwater en zetten er mandjes neer van dwergpalmbladeren, gevuld met melk, henna, wierook en brood. Er wordt een hele optocht geïmproviseerd door deze pelgrims die met witgepoederde gezichten hun offers (h’diya) brengen – die doet denken aan traditionele huwelijksceremonies.

    Spirituele moeder

    De plaatselijk aanwezige homoseksuelen zeggen dat ze gehecht zijn aan Sidi Ali Ben Hamdouch, maar ze verklaren een mystieke liefde te koesteren voor Mmima Aïcha, de ‘heilige Moeder’ die voor hen ‘een oord van vrede en rust’ symboliseert. Jongeren wachten op hun beurt om een hennatattoo te laten zetten. Hier vind je stadsbewoners van verschillende leeftijden en sociale klassen. ‘Hier vervolgt niemand ons,’ zegt een van hen. ‘Ze zijn op zoek naar een spirituele moeder. Het merendeel van hen is wees of is mishandeld vanwege zijn seksuele geaardheid. Lalla Aïcha geeft hun alle genegenheid die ze tekortkomen,’ aldus Malika, de tatoeëerster die afkomstig is uit Agadir. Deze veertiger verklaart afgestuurd sociologe te zijn, maar is gefascineerd door de ‘paranormale wetenschappen’.

    In een van de optochten naar het heiligdom, waar het allemaal om te doen is, valt een jonge travestiet op in de menigte van woest op aïsawa [spirituele muziek] dansende mensen. ‘Al mijn angsten verdwijnen zodra ik dit heiligdom betreed,’ vertelt hij, nadat zijn trance weer is weggeëbd.

    Meknes, ook wel het Versailles van Marokko genoemd. – © Getty Images
    Meknes, ook wel het Versailles van Marokko genoemd. – © Getty Images

    De Rbati [afkomstig uit Rabat] verklaart doordrenkt te zijn van de sfeer van de moussem, die hij nu al voor de zesde keer bezoekt. Hier choqueren zijn kleren en zijn gedrag niemand. Een trouwe bezoeker legt uit dat het steeds lastiger wordt de moussem te bezoeken. Het zou komen door videofilmpjes die laten zien hoe het festival verloopt, en die de bewoners aansporen om zich af te zetten tegen het toenemend aantal homoseksuelen dat zich naar de grot van Mmima Aïcha begeeft. ‘Die vervloekte sociale media. Ze maken ons te schande terwijl onze rituelen niemand storen’, aldus een jonge travestiet.

    Inmiddels staan er langs het armzalige traject van 15 kilometer naar het plaatsje wel zes mobiele politieposten. ‘Al drie jaar lang worden alle auto’s die het dorp binnenrijden gecontroleerd,’ vertelt Ahmed Hamdouchi, een van de chorfas [notabelen] die afstammen van Sidi Ali Ben Hamdouchi. De zeventiger merkt op dat iedereen die ervan ‘verdacht’ wordt homoseksueel te zijn, onmiddellijk gesommeerd wordt rechtsomkeert te maken. Volgens de wet is homoseksualiteit namelijk een delict waarop zes maanden tot drie jaar gevangenisstraf staat. Daarom nemen homoseksuelen die naar de moussem gaan binnenweggetjes, ver van de grote weg.

    Auteurs: Ahmed Mediany en Jassim Ahdani
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    TelQuel
    Marokko | weekblad | oplage 20.000

    Franstalig tijdschrift dat zich onderscheidt van zijn concurrenten door ruim baan te geven aan taboeonderwerpen als seksualiteit en door afstand te nemen van partijpolitiek.