Tag: talent

  • Modestad Dakar: ‘tradi-modern, dat is onze stijl’

    Modestad Dakar: ‘tradi-modern, dat is onze stijl’

    De hoofdstad van Senegal is vergeven van de naaiateliers en trekt ontwerptalent uit heel Afrika, met clientèle van ver over de grens. In zekere zin is Dakar zelf één grote modeshow.

    In het kleine naaiatelier van Bada Seck, in het arrondissement Ngor in Dakar, hangen aan één wand jassen. Aan een andere hangen jurken. Een stapel half afgemaakte |kledingstukken ligt op een ongebruikte naaimachine en de vloer staat vol zakken met textiel. Secks atelier, in dit voormalige vissersdorp aan de westelijke rand van de Senegalese hoofdstad, mag dan klein zijn, maar zijn clientèle reikt tot in Frankrijk.

    Met het Offerfeest en het Suikerfeest komen we om in het werk. Al zouden we hele nachten doorhalen, dan nog zouden we het niet aankunnen

    ‘Ik combineer Europese kledingstijlen met Afrikaanse stoffen,’ vertelt hij. Ter illustratie haalt hij een bontgekleurde colbert van de muur. Rond de feestdagen, als iedereen zich wil opdoffen, heeft hij het extra druk. ‘Met het Offerfeest en het Suikerfeest komen we om in het werk. Al zouden we hele nachten doorhalen, dan nog zouden we het niet aankunnen. Het is lastig: de vraag is groot en dit is tijdrovend werk.’

    Seck maakt vooral maatkleding. Klanten brengen hun eigen stof mee, op de markt gekocht, waar kleermakers als hij vervolgens kaftans, wijdvallende boubous, jurken of westerse maatpakken en bomberjacks van maken. De lokale mode-industrie wordt gevormd door de talloze kleermakers als Seck, en daarnaast heeft Dakar inmiddels grote modenamen aangetrokken: Tommy Hilfiger en Levi’s hebben onlangs winkels in de Senegalese hoofdstad geopend.

    Dakar Fashion Week

    Terwijl Seck in zijn atelier in het zanderige straatje zat te knippen en te naaien, vonden aan de andere kant van de stad de voorbereidingen plaats voor de twintigste Dakar Fashion Week, die werd gehouden in de eerste week van december. Voor het eerst presenteerde Chanel zijn Métier d’Art-collectie – die om het werk van gespecialiseerde ambachtslieden draait – in een Afrikaanse stad.

    GettyImages 1230102806
    Openluchtmodeshow van Senegalese ontwerpers, vlak bij hoofdstad Dakar. ©  Finbarr O’Reilly / Getty Images

    Behalve Adama Ndiaye, oprichter van de Dakar Fashion Week, toonden ook ontwerpers Karim Tassi uit Marokko, het Nigeriaanse merk Emmy Kasbit en Mimi Plange uit Ghana op het eiland Gorée hun collecties op de catwalks. Ondanks ‘de beladen geschiedenis’ is Gorée, ooit het centrum van de internationale slavenhandel, nu een plek waar ‘twee verschillende culturen elkaar ontmoeten’, aldus Ndiaye tijdens de persconferentie. 

    ‘Er zit hier om de 10 meter een atelier’

    ‘Senegal, en vooral Dakar, ademt een en al cultuur. Zelfs moderne outfits hebben vaak nog een traditioneel randje,’ zegt Roméo Moukagny, een Gabonese ontwerper die in de Liberté 6-wijk werkt. ‘Er zit hier om de 10 meter een atelier. Als buitenlander heb je evenveel kansen als iemand van hier. Je hoeft niet uit Senegal te komen om aan een competitie mee te mogen doen. Je kunt een eigen bedrijfje beginnen. Het is allemaal heel toegankelijk.’

    Aton Tsiba, een modeontwerper uit Congo die zijn collectie onlangs toonde op een modeshow voor aanstormend talent, is druk aan het werk in Moukagny’s atelier. ‘Mijn collectie is een eerbetoon aan iedereen die heeft bijgedragen aan de vooruitgang van cultuur,’ zegt Tsiba, terwijl een kleermaker in de kamer ernaast de laatste hand legt aan outfits die klaar zijn om te worden geshowd.

    Stijl in opkomst

    ‘Het is hier in Dakar allemaal net wat makkelijker,’ vertelt hij. ‘Er is geen tekort aan stoffen. Het stikt hier van de ontwerpers. Op modegebied zijn ze hier gewoon een stuk verder. Het is een omgeving die bij me past.’

    ‘De Senegalese – en West-Afrikaanse – stijl is in opkomst,’ zegt de Senegalese ontwerper Selly Raby Kane, die een capsulecollectie presenteerde met haar modeontwerpen van het afgelopen decennium. ‘Senegal kent een heel sterke cultuur van mode, textiel, borduurwerk, handborduurwerk… savoir faire,’ zegt ze. ‘Daar hechten we veel waarde aan. Nigeria heeft ook een sterke mode-industrie (…) Senegal wordt enigszins beïnvloed door Lagos, vooral op gebied van traditionele kleding. Er is dus een dialoog gaande in West-Afrika.’

    Het leeuwendeel van de Senegalese mode-industrie staat volledig los van de Dakar Fashion Week

    In zekere zin is Dakar zelf één grote modeshow. Anseme René Carvalho staat thee te drinken bij een lunchstalletje tegenover een moskee waar gelovigen naar binnen schuifelen. Hij draagt een mosterdgele kaftan die vrijwel tot aan zijn voeten reikt. Maar hij komt hier niet om te bidden. ‘Ik ben geen moslim,’ zegt Carvalho, die tot de kleine christelijke minderheid in het land behoort. ‘Maar op vrijdagen gaan we zo gekleed. Dit is ons traditionele tenue.’

    GettyImages 1245350550
    De 20e Fashion Week op het eiland Gorée, Dakar, Senegal. – © Fatma Esma Arslan / Anadolu Agency via Getty Images

    Het leeuwendeel van de Senegalese mode-industrie staat volledig los van de designwinkels of events zoals de Dakar Fashion Week. ‘Ik creëer met mijn hoofd,’ zegt Seck, die niets van de Fashion Week heeft meegekregen. Met een bbp per hoofd van de bevolking van rond de 1500 euro is een kaartje voor een modeshow à 50.000 CFA [76 euro] voor de meeste mensen ook niet weggelegd.

    Nieuwe outfit

    Marktverkoper Mamadieng Diallo vertelt dat hij om de drie maanden een nieuwe outfit aanschaft, feestdag of niet. ‘Als ik een mooie lap stof zie, koop ik hem en ga ik langs bij mijn kleermaker,’ zegt hij. ‘Als het even kan zelfs iedere twee maanden.’

    Mame Diary Diouf, die vlak bij Moukagny’s naaiatelier een werkplaats runt, noemt Dakar ‘een goudmijn’ voor kleermakers. ‘Klanten komen in alle soorten en maten,’ zegt ze. ‘We proberen elke maand nieuwe ontwerpen aan te bieden. Maar klanten kunnen ook hun eigen stof meebrengen.’ ‘Het borduurwerk wordt met de hand gedaan. Dat is onze stijl: tradi-modern,’ voegt ze eraan toe. ‘En die kan door iedereen worden gedragen.’

  • Van Pogba tot Mbappé: waarom Parijs zoveel voetbaltalent levert

    Van Pogba tot Mbappé: waarom Parijs zoveel voetbaltalent levert

    De regio Parijs brengt de laatste jaren meer voetbaltalent voort dan Azië, Afrika en Noord-Amerika bij elkaar. Sportjournalist en Financial Times-columnist Simon Kuper legt uit hoe dat komt.

     

    Keuze uit het archief

    De deze week overleden Braziliaanse voetballegende Pelé is de enige voetballer ooit die drie WK’s wist te winnen. Voetbalkenners zeggen dat de huidige Franse voetbalster Kylian Mbappé misschien wel de enige voetballer is die dat ook kan bereiken. Hij komt in ieder geval uit de juiste omgeving: de regio Parijs is een haast overstromende vijver aan voetbaltalent. In dit stuk uit 2018 ontdekken we waarom.

    Bijna tien jaar geleden noemde [Arsenal-coach] Arsène Wenger de regio Parijs de op een na beste leverancier van voetbaltalent, na het Braziliaanse São Paulo. Maar inmiddels staat de Franse hoofdstad onbetwist aan de top.

    Ziehier een paar hedendaagse spelers die in de Parijse regio zijn opgegroeid: Paul Pogba, Anthony Martial, N’Golo Kanté, Kingsley Coman, Blaise Matuidi en Kylian Mbappé, plus drie andere spelers die tot de vaste opstelling van Paris Saint-Germain behoren, de Algerijnse internationals Riyad Mahrez en Yacine Brahimi, en diverse Senegalese en Marokkaanse internationals die tijdens het komende Wereldkampioenschap zullen spelen. In feite brengt Île-de-France waarschijnlijk meer talent voort dan Azië, Afrika en Noord-Amerika bij elkaar. Hoe komt dat?

    Dat vraag ik me ook elk weekend af.

    Ik woon in Parijs en sta meestal op zaterdagochtend langs de lijn bij voetbalwedstrijden van mijn kinderen. Over het algemeen verlopen die ochtenden volgens een vast patroon: je propt je in iemands auto en rijdt naar een spartaans maar goed onderhouden sportcomplex in de banlieues, de buitenwijken. Mijn favoriete complex, in een banlieue die vroeger communistisch stemde, heet ‘Stade Karl Marx’. Gewoonlijk is het er ijskoud. De velden worden in de regel omringd door sjofele appartementencomplexen. De meeste Parijse banlieues zijn onaantrekkelijk, maar ondanks buitenlandse vooroordelen over deze regio zijn het geen verpauperde, van terroristen vergeven inferno’s. Saai is waarschijnlijk de beste omschrijving.

    Voetballende kinderen in de migrantenwijk Goutte d’Or in Parijs. – © Hollandse Hoogte
    Voetballende kinderen in de migrantenwijk Goutte d’Or in Parijs. – © Hollandse Hoogte

    Terwijl de kinderen zich omkleden, halen de ouders koffie, idealiter bij een lokale bakkerij of in het ergste geval bij een automaat in het clubhuis. Daarna komen er jongens van allerlei tinten uit de kleedkamers gestroomd. Op het hek rond het nieuwerwetse kunstgrasveld hangen vaak borden met ‘Fairplay’, dat in het Frans als één woord wordt geschreven. Tijdens de wedstrijd zie je meestal een aantal behoorlijk indrukwekkende passeerbewegingen. Je moet zelf de score bijhouden want aan het eind worden er geen uitslagen bekendgemaakt, doelbewust beleid van de voetbalbond om kinderwedstrijden niet uit de hand te laten lopen. Na afloop geeft iedereen elkaar een hand. Tegen lunchtijd kun je eindelijk naar huis om te ontdooien.

    De mars naar de voetbaltop van Île-de-France is geleidelijk verlopen. De meeste banlieues van de metropool werden in de naoorlogse decennia gebouwd; naarmate er meer mensen kwamen wonen, voornamelijk immigranten, en er meer sportcomplexen werden gebouwd en bemand, werd 
het plaatselijke voetbal beter.

    Aanvankelijk werd het meeste talent hier waarschijnlijk niet gescout. Geen van de spelers in het Franse team dat in 1984 het EK won groeide op in de Parijse regio. In 1998 telde het Franse wereldkampioensteam drie memorabele voortbrengselen van de Parijse banlieues: Thierry Henry, Patrick Vieira en Lilian Thuram. Tegenwoordig levert de regio in de regel meer dan een derde van het Franse team. Ondertussen was 27 procent van de spelers in het Franse eredivisieseizoen 2013-2014 geboren 
in Île-de-France, tegen 10 procent in 1995-1996, aldus Bastien Drut en Richard Duhautois in hun boek Sciences sociales football club.

    Alleen maar voetbal

    In 2016 vroeg ik Pogba tijdens een interview in Turijn waarom er zoveel talent is in de Parijse banlieues. Zijn antwoord: ‘Omdat er alleen maar voetbal is. Op school of buiten in de wijk, iedereen voetbalt. En dat helpt mensen om niet niks te doen of stommiteiten uit te halen. Elke dag is er de bal. En verder niks.’

    Het extreemste geval is misschien wel Les Ulis, een satellietstad van Parijs die zo geïsoleerd is dat je er niet eens een treinstation vindt. De plaatselijke voetbalclub heeft Henry, Martial en Patrice Evra voortgebracht.

    Pogba groeide op met zijn moeder en oudere tweelingbroers in de oostelijke satellietstad Roissy. Naast hun vroegere appartementencomplex is een klein sportveld, met basketbalringen en voetbalgoals. Dat is typerend: in deze dichtbevolkte voorsteden wemelt het op de speelplaatsen van de kinderen die aan hun krappe appartement ontsnappen om een balletje te trappen. Zelfs in het smartphonetijdperk oefenen velen van hen de talloze uren die nodig zijn om de top te bereiken, zonder dat ze worden afgeleid door vakanties of vioolles. Om diezelfde reden brengen Amerikaanse binnensteden basketbalsterren voort.

    Veel vaders in de Parijse banlieues wijden hun leven (meestal tevergeefs) aan het opleiden van hun kinderen tot voetbalmiljonairs. Pogba’s vader, een immigrant uit Guinee, trainde zijn drie zoons (die allemaal prof werden) met ballen die hij keihard had opgepompt, omdat hij dacht dat daardoor hun schotkracht zou verbeteren. In het arme Seine-Saint-Denis, ten noordoosten van Parijs, coachte ook de Kameroense vader van Mbappe zijn zoon, zowel thuis als op zijn plaatselijke club AS Bondy. Die combinatie is cruciaal. Zelfs de armste Franse banlieue beschikt over een door de staat gesubsidieerde sportclub met gediplomeerde trainers.

    Op een korte wandeling vanaf het vroegere appartementencomplex van Pogba bevindt zich de plaatselijke club, US Roissy. In een naar de grootse naam ‘Bureau Football’ luisterende ruimte hangen getekende shirts van alle drie de broertjes Pogba. Op de enige tribune van het hoofdveld vroeg ik Pogba’s vroegere jeugdtrainer, Sambou Tati 
(nu voorzitter van de club), of de kleine Paul altijd al prof wilde worden.

    ‘Alle jongens willen prof worden,’ zei Tati. ‘Het enige probleem was dat hij dribbelde. Dan zei ik: “Nee, Paul, zo verlies je tijd. Als je dat doet ben je geen goede speler.”’ En Tati imiteerde Pogba’s woeste reactie: ‘Waah!’ Maar Pogba leerde ervan, min of meer.

    In deze banlieues, misschien wel meer dan waar ook ter wereld, wordt talent verbeterd door een efficiënte, door 
de staat bevorderde sportstructuur. 
De beste buurtkinderen promoveren algauw naar het profcircuit. Volgens Jamel Sandjak, voorzitter van de bond van Paris-Île-de-France, is vergeleken met de rest van Frankrijk ‘het gemiddelde niveau hoger in Île-de-France 
en zijn de jongeren gemotiveerder om prof te worden. De profclubs hebben bijna overal in onze regio scoutingnetwerken.’

    Als Mbappe wat minder bedreven was geweest, zou hij waarschijnlijk hebben gespeeld voor het Kameroen van zijn vader, of voor het geboorteland van 
zijn moeder, Algerije

    Zo werd Pogba op zijn dertiende gerekruteerd door de voetbalacademie van Le Havre. ‘Ze hadden hem al lange 
tijd gevolgd,’ zei Tati. ‘Op de dag dat 
Le Havre hem contracteerde, wilde Le Mans hem ook hebben, maar ze visten achter het net.’ Op zijn vijftiende vertrok Pogba naar Manchester United.

    Tegenwoordig zou hij waarschijnlijk zijn gespot door een beter georganiseerd Paris Saint-Germain, dat ervoor zorgt geen enkel talent in de regio over het hoofd te zien. Maar ook de buitenlandse concurrentie snuffelt inmiddels rond. De allerbeste spelers stromen door naar Clairefontaine, de Franse nationale academie in de bossen ten zuidwesten van Parijs. Dankzij deze infrastructuur groeide Mbappe uit tot een angstaanjagende combinatie: een geboren atleet die de beste coaching ter wereld genoot. Hij dribbelt en scoort, maar hij kan ook passeren en doet zijn werk in de defensie.

    Als Mbappe wat minder bedreven was geweest, zou hij waarschijnlijk hebben gespeeld voor het Kameroen van zijn vader, of voor het geboorteland van 
zijn moeder, Algerije. Veel kinderen van Afrikaanse immigranten die het 
in Frankrijk niet redden kiezen voor een ander nationaal elftal. Pogba’s tweelingbroers zijn international bij Guinee, terwijl het Algerijnse team, 
dat zo goed presteerde tijdens het WK van 2014, voor driekwart uit in Frankrijk geboren spelers bestond. Senegal komt deze zomer in Rusland uit met een half dozijn spelers uit Île-de-France.

    In 2018 staat de Parijse talentenpoel voor twee grote uitdagingen. Frankrijk, aantoonbaar het getalenteerdste nationale team ter wereld, is van plan het WK te winnen. En Paris Saint-Germain hoopt zijn eerste Champions League te winnen met een team dat veel meer van eigen bodem is dan waarnemers willen geloven.

    Ondanks alle ophef rond Neymar maken keeper Alphonse Aréola (24), centrale verdediger Presnel Kimpembe (22), middenvelder Adrien Rabiot (22) en de 18-jarige Mbappe dit seizoen deel uit van de vaste PSG-opstelling – allemaal geboren in of rond Parijs. Als PSG oplettender was geweest, zou het nog een andere plaatselijke speler hebben gestrikt, Kingsley Coman, die op zijn negende naar de PSG-academie ging maar op zijn achttiende door Juventus werd weggepikt. (Een jaar later ging 
hij naar Bayern München.)

    Zelfs zonder hem zou een PSG-overwinning echt een Parijse overwinning zijn, die een licht-aubade door de Eiffeltoren zeker zou verdienen.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Peter Bergsma

    ESPN
    VS | oplage 1.536.346

    In 1998 opgericht als aanvulling op het gelijknamige televisienetwerk dat 24 uur per dag sportgerelateerde programma’s uitzendt. Het blad is eigendom van de Disney-groep en wist een plek op de markt te veroveren naast Sports Illustrated, waarvan wekelijks 3 miljoen exemplaren over de toonbank gaan. De luchtige lay-out en rijk geïllustreerde verhalen wonnen veel prijzen.

  • 2. Wijsheid komt echt pas met de jaren

    2. Wijsheid komt echt pas met de jaren

    De opkomst van piepjonge leiders is helemaal geen voordeel, betoogt Philip Collins. Politici hebben ervaring nodig. ‘Wijsheid is van groot belang binnen de politiek, en toch klinkt eeuwig en altijd de roep om jeugd.’

    De opkomst van Jacinda Ardern (37) in Nieuw-Zeeland en die van Sebastian Kurz (31) in 
Oostenrijk maakt duidelijk dat kiezers bereid zijn jonge leiders hun vertrouwen te schenken. Maar om een land 
te besturen is meer nodig dan een energiek wonderkind.

    Sebastian Kurz, de nieuwe bondskanselier van Oostenrijk, is met zijn tweeëndertig jaar al behoorlijk oud als je kijkt naar de echt jonge leiders. William Pitt de Jongere was nog maar vierentwintig toen hij in 1783 premier werd. Door de grilligheid van de erfelijke troonsopvolging komt het voor dat vorsten al in hun kinderjaren de troon bestijgen. Koning Hoessein van Jordanië werd al op zijn zestiende gekroond, Faisal II van Irak en Gyanendra van Nepal werden op hun derde koning 
en Foead II van Egypte kwam aan het bewind toen hij nog maar 192 dagen oud was.

    Bovendien is het bondskanselierschap van Oostenrijk kinderspel vergeleken bij wat sommige anderen mensen op diezelfde leeftijd hebben bereikt. Marie Curie ontdekte radium toen ze eenendertig was. Bentley zette op die leeftijd zijn eerste auto in de markt en Hilton kocht zijn eerste hotel. Prins Albert organiseerde de Grote Tentoonstelling en Monet stelde het schilderij tentoon dat het startschot zou vormen van het impressionisme. En het zou mij verbazen als Kurz ooit een album uitbrengt dat net zo goed is als The River van Bruce Springsteen.

    Jong door de wol geverfd

    Voor sommige mensen is het leven al afgelopen op hun eenendertigste. Schubert droeg op zijn eenendertigste de kist van Beethoven en viel vervolgens zelf dood neer. Nijinski was eenendertig toen er een einde kwam aan zijn carrière als balletdanser omdat hij werd gediagnosticeerd als ongeneeslijk krankzinnig. Alan Turing had al een paar jaar voor het bereiken van die leeftijd de enigmacode gekraakt. En dan zijn er nog de echte genieën. Kurz is natuurlijk niet het eerste Oostenrijkse wonderkind. Mozart componeerde al op zijn vijfde zijn eerste stuk dat werd uitgevoerd. Pascal had op zijn twaalfde geheel zelfstandig vrijwel alle geometrische bewijzen van Euclides rond gekregen.

    Dat roept de vraag op of het überhaupt mogelijk is om een wonderkind te zijn in de politiek, want dat is Kurz allesbehalve. Los van het vervullen van zijn dienstplicht heeft hij weinig anders gedaan dan politiek bedrijven; hij heeft zelfs zijn studie rechten aan de universiteit van Wenen niet afgerond. Zijn nog betrekkelijk korte leven bestaat uit niet veel meer dan politiek. Hij is al net zo’n ervaren en door de wol geverfde politicus als Bill Clinton uiteindelijk was: hoe hij zijn handen beweegt, of hij zijn hoofd schuin houdt, het is allemaal zorgvuldig uitgedacht; zijn kleren zijn met de grootst mogelijke zorg gekozen en hij mag zich graag presenteren als iemand die veel sport.

    Hij heeft zijn positie niet eens echt te danken aan zijn politieke talent. Het is eerder zo dat Kurz tot grote hoogten is gestegen op een golf van anti-migratiesentimenten. Hij heeft geprobeerd munt te slaan uit zijn jonge leeftijd en de kracht van de beeldvorming door zijn partij een ander imago te verlenen: de partijkleur is van zwart veranderd in een zachter turkoois, en de naam is veranderd in Oostenrijkse Volkspartij. Maar zijn leeftijd speelde een minder belangrijke rol bij zijn succes dan zijn niet al te sympathieke standpunten.

    Vóór Kurz en Ardern hebben we acht wereldleiders gezien die nog geen veertig waren

    In de politiek is het lastiger om het al op jonge leeftijd ver te schoppen dan in, bijvoorbeeld, de muziek. Politiek is eerder de kunst van het mogelijke dan de wetenschap van het onvermijdelijke, en in die zin is het dan ook geen terrein waar wonderkinderen tot bloei komen. Bij een politicus van onder de dertig blijven we het gevoel houden dat hij nog niet helemaal droog achter de oren is. Vóór Kurz en de zevenendertigjarige Jacinda Ardern, die onlangs premier is geworden van Nieuw-Zeeland, en die daarmee de jongste vrouwelijke leider ter wereld is, hebben we acht wereldleiders gezien die nog geen veertig waren. Van deze leiders spreken Emmanuel Macron (39), president van Frankrijk, en de drieëndertigjarige Kim Jong-un van Noord-Korea misschien wel het meest tot de verbeelding – ieder op hun eigen manier.

    Ardern heeft het vak geleerd in de Labour Party van Nieuw-Zeeland – om nog maar te zwijgen van de periode dat ze in Londen heeft gewerkt, voor Tony Blair – en net als alle andere jonge leiders stond haar leven altijd al in het teken van de politiek, waarvoor andere dingen moesten wijken. Haar snelle opkomst is misschien wel het spectaculairst. Ze zit pas sinds vorig jaar mei in de kamer. Er is binnen korte tijd zoveel veranderd in het politieke landschap dat ze in augustus vicevoorzitter werd van de partij en het inmiddels tot premier heeft geschopt. Het zou veel te kort door de bocht zijn om dit allemaal toe te schrijven aan een gunstig gesternte. Ze is zonder meer goed in haar vak, al moeten we nog afwachten of ze ook een goede premier zal blijken.

    JACINDA ARDERN – Premier van Nieuw-Zeeland, 37 jaar

    ▶ In functie sinds oktober 2017
    ▶ Labour Party (centrum-links)
    ▶ De jongste premier van Nieuw-Zeeland sinds 1856

    Beroepservaring:
    2003 Vicevoorzitter van de jongerenafdeling van de Labour Party op 23-jarige leeftijd
    2006 Politiek adviseur van de Britse premier Tony Blair in Londen
    2008 Gekozen in het parlement van Nieuw-Zeeland Augustus 2017 lijsttrekker voor Labour bij de algemene verkiezingen in september van dat jaar

    In de Britse politiek vertoont de leeftijd van de premier nogal wat schommelingen. De eerste man die zich premier mocht noemen, Robert Walpole, nam op zijn vierenveertigste zijn intrek in Downing Street. Tony Blair en David Cameron waren allebei drieënveertig. De victoriaanse tijd was de tijd van de Eerbiedwaardige Oude Mannen. Disraeli moest tot zijn drieënzestigste wachten voor hij premier werd, Palmerston bekleedde het ambt op zijn zeventigste en tegen de tijd dat Gladstone in 1892 aan zijn vierde termijn begon, was hij tweeëntachtig. Na de eeuwwisseling zijn er dertien premiers op rij geweest die allemaal ouder waren dan drieënvijftig.

    Na de oorlog werd de radio meer en meer verdrongen door de televisie, en daarmee was de politiek niet langer alleen een kwestie van het oor, maar ook van het oog. De leiders werden jonger, zij het niet per se aantrekkelijker. Harold Wilson, die al op zijn éénendertigste minister was, werd nog altijd als een groentje beschouwd toen hij op zijn achtenveertigste premier werd. Wilsons uitstraling was jong en modern, net als later die van Blair. Hij was jonger dan Thatcher, die drieënvijftig was, maar Wilson was ouder dan John Major toen die in 1990 premier werd, en hetzelfde geldt voor Blair en Cameron. Tony Blair, Charles Kennedy en William Hague – die in 1977 al op zijn zestiende naam maakte op het Tory-congres – waren allemaal in dezelfde periode partijleider en ze waren stuk voor stuk het jongste kamerlid toen ze voor het eerst werden gekozen.

    Door deze trend, dat politici steeds jonger worden, ontstaat er een merkwaardige poel van politici van ergens in de vijftig of zestig, die al op hun lauweren rusten. Tony Blair, David Cameron, David Miliband, Nick Clegg en George Osborne zijn allemaal alweer van het toneel verdwenen, al had de politiek er verstandiger aan gedaan hen niet zo vroeg met pensioen te sturen. Hetzelfde lot wacht ongetwijfeld Justin Trudeau in Canada en Macron in Frankrijk.

    We zouden er goed aan doen, en niet alleen om bovenstaande reden, om deze jeugdcultus met enig voorbehoud te beschouwen. De voornaamste reden daartoe valt te lezen in Shakespeares As You Like It, waarin de zeven leeftijden van de mens aan de orde komen. We lezen dat de wereld van de politiek – ‘de rechter […] vol wijze spreuken en banale exemplen’ – de vijfde fase is, na het grienen en kwijlen, het jengelende schooljoch met zijn tas, de minnaar en de soldaat, en net voor de ‘schrale oude paai op muiltjes; bebrilde neus en buidel aan de zijde’* waarmee Shakespeare naar ik vermoed op het Hogerhuis doelt. Waar het Shakespeare om gaat is dat er veel wijsheid nodig is om een land te besturen en dat wijsheid vergaard dient te worden. Het komt niemand aanwaaien. Het is een kwestie van ervaring.

    EMMANUEL MACRON – President van Frankrijk, 40 jaar

    ▶ In functie sinds mei 2017
    ▶ La République en Marche (LREM)
    ▶ Het jongste staatshoofd in de geschiedenis van de Vijfde Republiek

    Beroepservaring:
    2012 Presidentieel adviseur op 34-jarige leeftijd
    2014 Minister van Economische Zaken
    April 2016 Oprichting van de partij LREM
    Mei 2017 Wint de presidentsverkiezingen

    Tony Blairs politieke carrière maakt duidelijk hoe belangrijk ervaring is. 
In zijn memoires, A Journey, beschrijft Blair hoeveel hij pas in de praktijk heeft geleerd, toen hij al premier was. Het paradoxale, zo maakt het boek mooi duidelijk, is dat politici aan het begin van hun carrière het minst capabel zijn, terwijl ze dan politiek gezien vaak op hun hoogtepunt zijn. In Blairs beginjaren werden er binnen de gezondheidszorg en het onderwijs verschillende systemen ontmanteld, die in de latere jaren van Blair opnieuw moesten worden ingevoerd. Leraren, artsen en verpleegkundigen waren begrijpelijkerwijs erg gefrustreerd over dat schommelende beleid. Dit soort dingen valt te verwachten wanneer er mensen aan de macht komen die niet goed begrijpen hoe veranderingen zich voltrekken. En zodra de leider eenmaal heeft uitgevonden aan welke touwtjes hij moet trekken om effectief te kunnen besturen, is zijn of haar politieke positie dermate geërodeerd dat er nauwelijks nog iets valt te bewerkstelligen. Het moment waarop je goed wordt in politiek bedrijven, valt samen met het moment waarop iedereen een hekel aan je begint te krijgen.

    De jeugdcultus is misschien niet per se belangrijker geworden, maar wel zichtbaarder, in de lange periode van vrede sinds de Tweede Wereldoorlog. Winston Churchill kwam op zijn vijfentwintigste in de kamer en Roy Jenkins op zijn achtentwintigste, maar beide mannen hadden daarvoor in het leger gediend, wat hun een zeker aanzien verleende dat mensen als Douglas Alexander of William Hague ontbeerden. De generatie politici die opgroeide in de schaduw van de oorlog bracht niet alleen de wijsheid mee die door die ervaring was opgedaan, maar deze politici werden ook met meer respect bejegend omdat ze als militair blijk hadden gegeven van hun vaderlandsliefde. In zekere zin werd die generatie eerder volwassen, door in de oorlog te hebben gediend.

    LEO VARADKAR – Premier van Ierland, 38 jaar

    ▶ In functie sinds juni 2017
    ▶ Fine Gael (centrum-rechts)
    ▶ De jongste premier van Ierland.

    Beroepservaring:
    2003 Als 23-jarige gekozen in het bestuur van de provincie Fingal
    2007 Gekozen tot afgevaardigde in het parlement
    2014 Eerste benoeming op een ministerspost

    De moderne democratische samenleving die bij uitstek ruimte biedt aan oudere mannen (en nog steeds in veel mindere mate aan oudere vrouwen) is de Verenigde Staten. Theodore Roosevelt is de jongste die president van Amerika is geworden. Dat was in 1901, op drieënveertigjarige leeftijd, maar dat was alleen omdat William McKinley was vermoord. Kennedy was drieënveertig, Bill Clinton en Ulysses S. Grant waren zesenveertig en Barack Obama was zevenenveertig. Ze hebben allemaal munt geslagen uit hun jeugdige imago, maar in vergelijking met andere landen waren ze eigenlijk al behoorlijk op leeftijd. De reden daarvoor is dat de minimumleeftijd voor leden van het congres is vastgelegd in artikel 1 van de Amerikaanse grondwet, waarin staat dat er geen mensen van onder de vijfentwintig zitting mogen nemen in het Huis van Afgevaardigden en geen mensen van onder de dertig in de Senaat. Als gevolg daarvan zullen Amerikanen met politieke ambities meestal eerst ervaring opdoen in hun eigen staat voordat ze zich aan de landelijke politiek wagen. Of ze doen eerst iets heel anders, wat nog beter is. In Engeland gelden niet van dergelijke grondwettelijke beperkingen, terwijl daar een leeftijdsbepaling – dat je niet voor je dertigste premier mag worden, om maar iets te noemen – zou kunnen helpen om een ander soort politici te kweken. Enige ervaring buiten de politiek, en dan nog wat tijd binnen de politiek om het vak onder de knie te krijgen, zou weleens een ideaal uitgangspunt kunnen zijn voor een politicus.

    Trump en Corbyn

    President Trump wekt de indruk van een oude politicus die het evengoed niet zo best doet, maar dat beeld klopt niet helemaal. Hoewel Trump al éénenzeventig is, heeft hij geen noemenswaardige ervaring in de politiek. Zijn onvermogen om dingen gedaan te krijgen, maakt eens te meer duidelijk dat bedrijfsleven en politiek twee totaal verschillende werelden zijn.

    Er tekent zich een conclusie af: een lange carrière in de politiek, waarbij 
op jonge leeftijd wordt begonnen maar niet te vroeg wordt gepiekt, lijkt een ideaal uitgangspunt. Dat gold voor Winston Churchill wiens carrière vele valse starts kende, om het voorzichtig uit te drukken, tot aan zijn opmerkelijke laatste fase tijdens de Tweede Wereldoorlog. De jonge John F. Kennedy heeft de wereld, mede door zijn jeugdige impulsiviteit, tot aan de rand van een kernramp gebracht. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog waren drie politici – Ronald Reagan, Michail Gorbatsjov en Margaret Thatcher – in staat een uitweg te vinden uit een zeer gespannen situatie.

    JUSTIN TRUDEAU – Premier van Canada, 46 jaar

    ▶ In functie sinds 4 november 2015
    ▶ Justin Trudeau is de oudste zoon van Pierre Elliott Trudeau, premier van Canada van 1968 tot ’79 en van 1980
    tot ’84

    Beroepservaring:
    Oktober 2008 lid van het Canadese parlement voor de Liberal Party
    2013 Leider van de Liberal Party

    Wijsheid is van groot belang binnen de politiek en toch klinkt eeuwig en altijd de roep om jeugd. Het is waar dat politieke bewegingen zich moeten vernieuwen en dat de energie, de ideeën en de kracht van jonge mensen onontbeerlijk zijn. Een partij die geheel en al afhankelijk is van de conventionele wijsheid van ouderen is gedoemd te verstarren. Dat hebben we net gezien bij de Labour Party die, met vierhonderdduizend leden en nog altijd groeiende, binnen de Britse politiek van de afgelopen eeuw nog het dichtst in de buurt komt van een nieuwe partij. Het punt is natuurlijk dat een partij die op een dergelijke manier verjongt, een collectief geheugen ontbeert. Geen van de leden is zich ervan bewust, of vindt het van belang, dat Labour al eerder een poging tot nationalisatie heeft gedaan, en dat zoiets gewoonlijk slecht afloopt. Toen er nog eens op werd gewezen dat de leider van de Labour Party in de jaren zeventig van de vorige eeuw bevriend was met enkele zware terroristen had dat nauwelijks invloed op het electoraat, voor wie dat allemaal te ver in het verleden lag. Het is niet uitgesloten dat de cavalerie van de jeugd bij de volgende landelijke verkiezingen naar de overwinning wordt geleid door Jeremy Corbyn, die zelf al achtenzestig is, en die daarmee de oudste premier ooit zou worden.

    Corbyn is geen wijze man die kan bogen op veel ervaring, ondanks zijn leeftijd. Hij heeft eerder een lange carrière achter de rug in de protestbeweging dan in de politiek. Corbyn heeft geen ministeriële kennis, ook niet indirect, en uit niets blijkt dat hij enig benul heeft hoe je een grote bureaucratie effectief kunt laten functioneren. Desondanks heeft hij gekozen voor een politieke modus operandi waarbij de centrale overheid een belangrijke rol wordt toegedicht. Een man die zich ideologisch verwant voelt met overheidscontrole terwijl hij geen enkele ervaring heeft als staatsman: het belooft weinig goeds. Corbyn is een oude man maar in politieke zin is hij nog altijd jong en naïef.

    Hetzelfde kan worden gezegd van zijn partij, die geconfronteerd wordt met de principiële kwestie welke rol jeugd kan spelen binnen de politiek. Het gaat er niet alleen om hoe oud de politici zijn, maar ook om de vraag hoe oud de partij is. Mondiaal gezien heeft een politieke partij een levensverwachting van drieënveertig jaar. Na een derde eeuw hebben de kiezers behoefte aan iets nieuws. In Engeland, een land dat wordt gegijzeld door het eigen electorale systeem, is er sinds de oprichting van de Labour Party in 1906 geen levensvatbare politieke partij meer opgericht. De Conservative Party is, ook in zijn hedendaagse vorm, geworteld in de tijd van de Great Reform Act, die dateert van alweer een kleine twee eeuwen geleden. Deze twee opgebrande mastodonten hebben net bij de landelijke verkiezingen 83 procent van de stemmen binnen weten te halen, ondanks een breed gevoelde onvrede met beide partijen.

    Macron heeft de perfecte combinatie gevonden van ervaring en een frisse uitstraling

    Het waarlijk opmerkelijke aan Emmanuel Macrons En Marche! is niet de leeftijd van de partijleider. Opmerkelijk is vooral dat de partij zo nieuw is. Macron heeft de perfecte combinatie gevonden van ervaring en een frisse uitstraling. Zodoende kan zijn beweging zowel politiek als antipolitiek bedrijven. Zelf is Macron minister van Economische Zaken geweest in het kabinet van Hollande, en veel mensen binnen zijn team zijn gepokt en gemazeld in de politiek. Daarnaast is hij erin geslaagd capabele mensen uit andere bedrijfstakken aan te trekken, mensen zonder politieke ervaring. Dit vernieuwende aspect van En Marche! is van cruciaal belang voor het succes. En Marche! was jong en nieuw. Het was de geboorte van een nieuw soort politiek, in plaats van een herschikking van de bestaande politiek.

    De Britse politiek maakt een afgeleefde indruk en daar kunnen de oudere kopstukken van Labour of van de Conservative Party niets tegen doen. Er is behoefte aan vers bloed en de gevestigde politieke partijen zijn aan vervanging toe.

    Auteur: Philip Collins
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    KADER: Nieuw-Zeeland, het bliksemsucces van Jacinda Ardern

    ‘Jacinda Ardern zet de politiek in Nieuw-Zeeland onder hoogspanning,’ voorzag de Amerikaanse financiële website Bloomberg in september vorig jaar, twee dagen voor de algemene verkiezingen, die Ardern aan de macht brachten. (Zij werd op 19 oktober benoemd tot premier, na een coalitieakkoord met de populistische partij First.)

    De nu 37-jarige Ardern heeft dus een flitsende carrière in de poltiek gemaakt. Ze maakte haar parlementaire debuut in 2008 en was nog altijd een ‘eenvoudig’ parlementariër toen ze op 1 augustus 2017 werd aangewezen als lijsttrekker van de Labour Party, die in problemen verkeerde. De partij slaagde er onder haar leiding in zich in nauwelijks zeven weken uit de nesten te werken, vat Bloomberg samen.

    ‘Ze begreep de frustraties die het land in hun greep hielden, meent de Nieuw-Zeelandse website Stuff, die van deze frustraties een opsomming geeft: problemen met huisvesting, openbaar vervoer en groeiende ongelijkheid. Maar vooral, benadrukte de site, bleef Ardern hameren op de noodzaak van een generatiewisseling na negen jaar overheersing door de rechtse National Party. Bovendien wist ze zich bekwaam te verdedigen tegen beschuldigingen van seksisme die werden geuit na haar nominatie. De media in Nieuw-Zeeland spraken zelfs van een ‘Jacindamania’.

    KADER: Opzij ouwe…!

    In tegenstelling tot wat zij pretendeert, is de generatie van jonge politici niet vernieuwender of warser van oude politieke gebruiken dan de vorige, tekent de Vlaamse krant De Morgen aan. Wat haar wel onderscheidt, ‘nog afgezien van haar charme’, is veeleer ‘een zekere mate van meedogenloosheid’: tal van jonge politici gebruiken hun ellebogen ten koste van hun leiders, zoals Emmanuel Macron ten opzichte van François Hollande, of Matteo Renzi ten aanzien van Enrico Letta, destijds premier van Italië en partijleider.

    De ‘verjonging’ is dus voornamelijk het verschijnsel van een tijd waarin ‘hiërarchische structuren worden verpulverd’ aldus de krant. ‘De jonge en ambitieuze individuen maken een snellere opgang. Maar ze tuimelen ook evensnel omlaag.’

    ‘De doorlooptijd van politieke leiders wordt korter’ – en dat betekent dat zij na afloop van hun mandaat iets anders zullen moeten gaan doen, concludeert De Morgen.

    KADER: Justin Trudeau wordt een dagje ouder

    Kort voor zijn aantreden, eind 2015, als premier van Canada schreef het Franstalige dagblad La Presse: ‘Het probleem voor Justin Trudeau is niet dat hij te jong zou zijn, maar dat heel wat mensen niet de indruk hebben dat hij voldoende gerijpt is.’ Vandaag de dag, op 46-jarige leeftijd, wordt de liberale premier met een heel ander probleem geconfronteerd. De krant The Globe and Mail merkt op dat de tijd vliegt en dat de leiders van de belangrijkste oppositiepartijen jonger zijn dan de premier – in feite nu ‘de oude man’ in de Canadese politiek. Het weekblad MacLean’s heeft ervoor gekozen om op een radicale manier de ‘volwassenheidscrisis’ van Trudeau te illustreren door hem in november vorig jaar op de voorpagina af te beelden met een begin van kaalheid – tevens een knipoog naar zijn vader, Pierre Elliott Trudeau, die zijn zoon voorging als regeringsleider.

    KIM JUNG-UN – Opperste leider van Noord-Korea, 34-35 jaar

    ▶ In functie sinds 20 december 2011
    ▶ Voorzitter van de Arbeiderspartij van Noord-Korea
    ▶ Eerste staatshoofd van zijn land geboren na het ontstaan van Noord-Korea

    Beroepservaring:
    Voorzitter van het Centraal Militair Comité
    Bevelhebber van het Volksleger
    Lid van het presidium van het Politburo

    Kim Jung-un zou volgens onbevestigde berichten een deel van zijn opleiding hebben gevolgd aan Zwitserse privéscholen

  • Einstein in Afrika

    Einstein in Afrika

    Afrikaans talent verlaat het continent meestal om elders carrière te maken. Natuurkundige Neil Turok wil graag dat overheden en bedrijven meer investeren in wetenschap en onderzoek, zodat toekomstige knappe koppen in Afrika kunnen blijven.

    Het vakgebied van de Afrikaan Neil Turok, een van ’s werelds beste natuurkundigen, is het begrijpen van het prille begin van het universum. Samen met Stephen Hawking ontwikkelde hij de Hawking-Turok instanton solutions, waarin het ontstaan van een inflatoir universum wordt beschreven en waarin wordt gesteld dat, oerknal of niet, het universum niet uit het niets, maar juist uit iets is ontstaan.

    Dichter bij huis heeft de Zuid-Afrikaan nogal wat stof doen opwaaien door de oprichting van het African Institute for Mathematical Sciences (AIMS), een pan-Afrikaans samenwerkingsverband tussen kenniscentra voor postdoctorale opleidingen, onderzoek en verdere ontwikkelingen in de mathematische wetenschappen.

    Worsteling

    Volgens Turok is de kans groot dat de volgende ‘Einstein’ op deze wereld uit Afrika afkomstig is. ‘Alleen al omdat in 2050 rond veertig procent van de jongeren uit Afrika komt. Maar veel belangrijker is het feit dat Afrikanen uit culturen stammen die uitgesloten zijn geweest van wiskunde en natuurwetenschappen (net als Einstein, wiens onderdrukte joodse herkomst de uitsluiting van de universiteit van eerdere generaties in zich droeg)… Zij zullen dus iets nieuws brengen.’

    Afrika’s ontluikende wetenschappers hebben de nodige hindernissen te overwinnen. Allereerst de kwaliteit van het onderwijs. AIMS probeert daar iets aan te doen, een sterke basiskennis en een deugdelijk begrip van natuurwetenschap, technologie, techniek en wiskunde zijn van groot belang.

    Een voorbeeld van een land waar deze worsteling op het gebied van onderwijs zich afspeelt is Zuid-Afrika. Volgens Turok wordt Zuid-Afrika steeds beter in natuurwetenschappen, maar heeft het te kampen met de erfenis van de apartheid en is het aantal goede resultaten nog te laag.

    In 2050 komt rond veertig procent van de jongeren uit Afrika

    De tweede grote uitdaging heeft te maken met werkgelegenheid. Uit interviews met een aantal van Afrika’s briljantste jonge wetenschappers tijdens het Next Einstein Forum – de grootste wetenschappelijke bijeenkomst van Afrika –, bleek dat ze zich grote zorgen maken over de onzekere carrièremogelijkheden. Hierdoor zien deze Afrikaanse talenten zich vaak genoodzaakt naar het buitenland te verhuizen, waar ze aan de allernieuwste onderzoeken kunnen werken en een behoorlijk salaris verdienen. Ook Turok denkt dat er in Afrika momenteel onvoldoende banen en industrieën zijn om deze jonge wetenschappers van werk te voorzien. ‘Een wetenschappelijke infrastructuur ontbreekt.’

    De Afrikaanse Unie heeft een programma voor twintig onderzoeksbeurzen opgezet dat antwoorden moet vinden op Afrika’s sociaaleconomische uitdagingen.
    Geïnitieerd door Turok probeert AIMS naast de volledige studiebeurzen ook mogelijkheden te scheppen de komende twee jaar honderd onderzoeksleerstoelen te creëren. Kosten: twintig miljoen dollar.

    Neil Turok.
    Neil Turok.

    Niet alleen Zuid-Afrika, ook andere landen op het continent brengen uitstekende wetenschappers voort. ‘Nigeria kent een overvloed aan afgestudeerden in wiskunde, natuurwetenschap en techniek. Kameroen heeft een sterke wiskundeopleiding en investeerde samen met AIMS in een groot opleidingscurriculum voor docenten. Soedan heeft een groot aantal wetenschappers, met name vrouwen… Volgens sommige mensen neigen vrouwen in moslimlanden ernaar door te studeren, omdat het een manier is om het huwelijk uit te stellen. Ook Kenia, Tanzania en Oeganda leveren veel wetenschappers af. Rwanda is een opvallend voorbeeld: het land heeft de visumverplichtingen voor alle Afrikanen opgeheven en probeert getalenteerde, jonge ondernemers over te halen pan-Afrikaanse bedrijven te starten.’

    De toekomst voor Afrika’s wetenschappers ziet er dus rooskleuriger uit en Turok is ervan overtuigd dat de volgende Einstein een Afrikaan is.

    Martial Loth Ndeffo Mbah studeerde af aan het AIMS en is nu als wetenschapper verbonden aan Yale. Hij was een van de wetenschappers die in de frontlinie werkten aan de ebolaepidemie in West-Afrika. Martial kwam niet uit een bevoorrecht nest: hij en zijn vijf broers en zussen zijn opgevoed door hun alleenstaande moeder die vastbesloten was al haar kinderen naar de universiteit te sturen met het geld dat zij op de markt verdiende. Over het algemeen ‘geloven Afrikanen in opleiding en zijn ze tot enorme offers bereid om hun kinderen naar school te kunnen sturen’.

    Auteur: Samantha Spooner
    Vertaler: Martinette Susijn

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad, 
oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.