Tag: Tasmaanse tijger

  • Is het wel verstandig om uitgestorven soorten, zoals de dodo, weer tot leven te wekken?

    Is het wel verstandig om uitgestorven soorten, zoals de dodo, weer tot leven te wekken?

    Wetenschappers en de buitenlandse pers zijn verdeeld over het nut van het weer tot leven wekken van uitgestorven soorten. Zou het niet beter zijn om bedreigde soorten te redden in plaats van de mammoet of de dodo te herintroduceren? Een overzicht van de belangrijkste argumenten.

    Ja: ‘Zo kunnen we huidige soorten voor het uitsterven behoeden’

    Door ‘geavanceerd onderzoek te doen naar manieren om de dodo te laten herleven, kunnen we de mechanismen van het uitsterven leren begrijpen en biotechnologische middelen ontwikkelen om het tegen te gaan,’ zegt Beth Shapiro in een interview met Le Mauricien. De moleculair bioloog coördineert het programma voor de ‘de-extinctie’ (de-extinction) van de dodo bij Colossal Biosciences, een Texaanse start-up die ook achter programma’s zit om de wolharige mammoet en de Tasmaanse tijger nieuw leven in te blazen.

    ‘In het begin was ik niet echt overtuigd,’ vertelt Shapiro aan MIT Technology Review. ‘Maar beetje bij beetje realiseerde ik me dat dit de toekomst was. We moeten deze hulpmiddelen en andere methoden ontwikkelen om huidige soorten voor uitsterven te behoeden. En als we mensen enthousiast willen maken om dat te doen, moeten we iets groots op de markt brengen. Iedereen kent de dodo.’

    Werken aan de-extinctie om verdere uitstervingen te voorkomen is de kern van het argument van de voorstanders. ‘Het gaat er niet alleen om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken, het gaat er ook om het uitsterven van andere soorten te voorkomen,’ zegt Andrew Pask, geneticus aan de Universiteit van Melbourne, in een interview met de BBC. ‘Er zijn enorm veel bosbranden in Australië en met de wereldwijd stijgende temperaturen zullen klimaatrampen de komende decennia toenemen. Australische onderzoekers hebben daarom cellen van buideldieren verzameld en ingevroren in de gebieden die het grootste risico lopen. In het geval van een brand zouden ze dan het getroffen gebied opnieuw kunnen bevolken zodra de vegetatie is teruggekeerd.’

    ‘We kunnen in de toekomst soorten herintroduceren om zo klimaatverandering tegen te gaan’

    De-extinctieprojecten kunnen ook ‘helpen bij het herstel van de ecosystemen waarin deze dieren ooit leefden’, stelt Julian Koplin, een bio-ethicus aan de Monash-universiteit in Melbourne, op de website van The Conversation. ‘We kunnen in de toekomst bepaalde soorten herintroduceren in ecosystemen en zo helpen om klimaatverandering tegen te gaan, invasieve soorten te bestrijden, ziektes te voorkomen en biotopen te herstellen’, beaamt Eriona Hysolli van Colossal Biosciences in een debatpagina gewijd aan de kwestie die in The Nation werd gepubliceerd.

    ‘De wolharige mammoet speelde bijvoorbeeld een onmisbare rol in het behoud van de Arctische steppen. De afgelopen veertig jaar is het noordpoolgebied vier keer sneller opgewarmd dan de rest van de planeet. Het herintroduceren van de wolharige mammoet zou een ecosysteem kunnen herstellen dat gelijkwaardig is aan dat uit het verleden, waardoor meer organisch materiaal in de permafrost wordt vastgehouden en de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd.’

    Axel Newton, evolutiebioloog aan de Universiteit van Melbourne, ziet deze de-extinctieprogramma’s ook als een manier om medisch onderzoek voor mensen te bevorderen. ‘Naast ons uiteindelijke doel – het weer tot leven wekken van de Tasmaanse tijger met een cel van een buideldier – stelt deze technologie ons in staat om een vorm van genetische diversiteit te herintroduceren in soorten die met uitsterven worden bedreigd’, stelt hij in The Conversation. ‘En dit onderzoek zou ook gebruikt kunnen worden voor gerichte gentherapie, om mutaties te corrigeren die kanker en andere ziekten veroorzaken. Daarom moeten we de Tasmaanse tijger tot leven wekken. Om dit geweldige uitgestorven dier een tweede leven te geven, maar ook vanwege de vooruitgang die dit project betekent voor de gehele mensheid.’

    Michael Archer, paleontoloog aan de Universiteit van New South Wales in Sydney, deelt deze mening op de website van de BBC: ‘Vanuit ethisch oogpunt zou het onaanvaardbaar zijn om het niet te doen. De echte morele kwestie hier is dat we het uitsterven van deze soorten in de eerste plaats niet hadden moeten veroorzaken. Het is geen kwestie van voor God spelen, het is een kwestie van het herstellen van onze fouten.’


    Nee: ‘Laten we eerst levende soorten redden’

    ‘Er zijn zo veel zaken die dringend onze hulp nodig hebben. En geld. Waarom moeite doen om soorten te redden die al jaren uitgestorven zijn als er op dit moment zo veel noodsituaties zijn?’ zegt Julian Hume, een paleontoloog die werkzaam is bij het Natural History Museum in Londen en gespecialiseerd is in de dodo, tegen CNN.

    The Guardian was het daar volledig mee eens in een hoofdredactioneel commentaar dat afgelopen augustus werd gepubliceerd. ‘Onderzoek moet zich niet richten op het doen herleven van uitgestorven soorten, maar op het in leven houden van soorten die bedreigd worden’, stelde het Britse dagblad.

    ‘Moeten we de doden tot leven wekken of beginnen met het helpen van de numbats [buidelmuizensoort wiens DNA zou kunnen helpen om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken]?’ vraagt geneticus Parwinder Kaur van de Universiteit van West-Australië retorisch in The Conversation. ‘De numbat staat op het punt van uitsterven: hij staat officieel op de lijst van bedreigde diersoorten en er zijn nu minder dan duizend exemplaren over in het wild. Het antwoord ligt dus voor de hand: we moeten voorrang geven aan de dieren die er nog zijn.’

    ‘Wat zal er gebeuren als gemodificeerde genen zich verspreiden naar wilde verwante soorten?’

    ‘De terugkeer van de mammoet en de Tasmaanse tijger zou het evenwicht van huidige ecosystemen kunnen verstoren’, voegt de BBC hieraan toe. En The Guardian: ‘Sinds het verdwijnen van deze soorten hebben andere zich aangepast om de leegte op te vullen. Wat zal er gebeuren als gemodificeerde genen [die gebruikt worden om uitgestorven soorten te laten herrijzen] zich verspreiden naar wilde verwante diersoorten?’

    Eenvoudiger gezegd, stellen Elizabeth A. Hadly en Deborah A. Sivas in The Nation, zijn soorten ‘het resultaat van een combinatie van factoren die specifiek zijn voor een plaats en een tijd’. Met andere woorden, leggen de hoogleraren biologie en milieurecht aan Standford University uit, ‘de natuur baart soorten en houdt ze in leven… tot een bepaald punt. Wanneer de betreffende biotopen verdwijnen, sterven de soorten die er leefden ook uit.’

    De twee academici zien deze programma’s als niets meer dan ‘valse beloften’. ‘Het zal niemand verbazen dat de dieren die ons fascineren – de dodo, de Tasmaanse tijger of de trekduif bijvoorbeeld – het perfecte marketingargument vormen om liefhebbers van de-extinctie aan te trekken. Maar zelfs als we in staat zouden zijn om deze soorten tot leven te wekken en een potentieel geschikte habitat te vinden waarin we een of tien of zelfs tienduizend exemplaren kunnen uitzetten, zullen we er nooit in slagen om de gedragingen, het dieet, de roofdieren en het microbioom te herstellen die zich in de loop van duizenden jaren hebben ontwikkeld en de identiteit van deze soorten hebben gevormd. Ze maakten deel uit van een complex ecosysteem.‘

    Lees ook:

  • Overblijfselen laatste Tasmaanse tijger gevonden

    Overblijfselen laatste Tasmaanse tijger gevonden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negen jaar cel geëist tegen prominente Kremlincriticus

    » Zeker 34 doden bij aardverschuiving Colombia

    De botten en de huid lagen decennialang verstopt in een museum

    In een museum op het eiland Tasmanië zijn de overblijfselen van de laatste Tasmaanse tijger (Thylacinus cynocephalus) gevonden. Het dier is al bijna honderd jaar uitgestorven, maar sinds 1936 lagen er in het Tasmanian Museum and Art Gallery (TMAG) goed bewaarde botten, een schedel en de huid van een Tasmaanse tijger, zo schrijft ABC News.

    De resten behoren toe aan een in 1936 gestroopt roofdier. Een jager had het dier aan een dierentuin op het Tasmaanse Hobart verkocht, maar het overleed vlak na aankomst. De overblijfselen kwamen vervolgens in het TMAG terecht, maar het lichaam van de Tasmaanse tijger werd daar verkeerd gelabeld. Onderzoekers stuitten dit jaar op een rapport waarin het lichaam van het dier werd beschreven. Er werd vervolgens opnieuw gezocht in de archieven van het museum en de overblijfselen werden vorige week aangetroffen.

    De Tasmaanse tijger leefde eeuwenlang in Australië. Door de jacht nam de populatie van het roofdier af en leefden er alleen nog Tasmaanse tijgers op Tasmanië. De diersoort stierf aan het begin van de twintigste eeuw uit door de jacht en de concurrentie van de dingo, een wilde hond die door inheemse volkeren was geïntroduceerd.

    Lees ook: