Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Myanmar, waar de militaire junta al enkele jaren een bloedige burgeroorlog uitvecht met gewapende verzetsgroepen. Dit verzet lijkt nu bezig aan een tegenoffensief. Hoe succesvol is dat?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Hoe kwam de militaire junta in Myanmar aan de macht?
Om te begrijpen wat er op dit moment in Myanmar gebeurt, moeten we terug naar 2021. In februari van dat jaar pleegt het leger van het Aziatische land een staatsgreep, nadat het heeft besloten de resultaten van de parlementsverkiezingen niet te accepteren. In die verkiezingen heeft de Nationale Liga voor Democratie, geleid door Aung San Suu Kyi, overweldigend gewonnen met 83 procent van de stemmen.
De generaals van de Tatmadaw, zoals het leger in Myanmar heet, weigeren de uitslag te accepteren en zeggen dat er fraude is gepleegd. Als het parlement in februari bijeenkomt om de uitslag te ratificeren, komt het leger in actie. Regeringsleden, waaronder Aung San Suu Kyi en president U Win Myint, worden opgepakt. De noodtoestand wordt afgekondigd. Het vliegverkeer wordt stilgelegd. Internet en telefoonverbindingen komen stil te liggen en banken gaan dicht. Het leger neemt de macht over.
Vreedzame demonstraties worden hardhandig neergeslagen en veel activisten, politici en andere betogers vluchten naar afgelegen delen van het land, waar ze zich aansluiten bij reeds bestaande rebellengroepen, en de People’s Defense Force vormen, dat zo’n 60.000 leden telt.
‘In april 2021 vormden etnische leiders en gekozen functionarissen die aan het militaire sleepnet ontsnapten de zogenaamde regering van nationale eenheid. De leiders zeggen dat ze een revolutionaire oorlog voeren om het leger uit de macht te zetten en een echt democratisch systeem te vormen’, schrijft The New York Times.

Ook zijn er etnische rebellengroepen opgestaan die meer autonomie zoeken, en zo is het verzet tegen de Tatmadaw anno 2023 een bont gezelschap van gewapende groeperingen die vechten tegen het gezag.
‘Het leger, dat in februari 2021 de macht greep, heeft moeite om de wijdverspreide oppositie tegen zijn bewind in bedwang te houden, waaronder een gewapend verzet van prodemocratische activisten’, schrijft The Guardian. Inmiddels lijken de groeperingen steeds meer samen te werken tegen het leger.
‘In de deelstaat Kayah, ten zuiden van de deelstaat Shan langs de grens met Thailand, vielen etnische Karenni-opstandelingen, die al een groot deel van de deelstaat in handen hebben, de belangrijkste stad Loikaw aan en hebben ze de universiteit in de buitenwijken al veroverd’, aldus de BBC. ‘Verder naar het zuiden heeft het Arakan Army, een van de best bewapende etnische opstandelingen, zijn staakt-het-vuren opgezegd en is het begonnen met aanvallen op leger- en politieposten.’
Een andere grote etnische groep, de Karen National Union in het zuidoosten van Myanmar, voert bovendien de aanvallen op militaire posities langs de vitale handelsroute naar de Thaise grens op. En er vinden nu zelfs regelmatig aanvallen plaats op het leger in Tanintharyi, de meest zuidelijke staat.
Hoe ziet de burgeroorlog er nu uit?
Zoals gezegd is het aantal aanvallen in verschillende staten in Myanmar en door verschillende groeperingen toegenomen. Eind oktober begon een offensief onder de naam ‘Operatie 1027’, en het lijkt erop dat het gaat om een groots gecoördineerde aanval tussen verschillende rebellenbewegingen die steeds meer samenwerken. ‘Drie gewapende groepen – het Ta’ang National Liberation Army (TNLA), het Arakan Army (AA) en het Myanmar National Democratic Alliance Army (MNDAA) – hebben hun krachten gebundeld onder de naam Three Brotherhood Alliance’, meldt South Morning China Post.
Het offensief verloopt voortvarend, schrijft Radio Free Asia. ‘Drie weken nadat de Three Brotherhood Alliance een offensief lanceerde, hebben de rebellen opmerkelijke overwinningen geboekt op het leger in verschillende belangrijke steden in de deelstaat Shan, in het noordoosten van het land. In het kielzog van de operatie viel het Arakan Army deze week het leger van de junta aan in de westelijke deelstaat Rakhine, waarmee een einde kwam aan een staakt-het-vuren dat een jaar geleden op humanitaire gronden was overeengekomen.’

Naast de staten Shan, Kachin en Rakhine worden ook bases in de regio’s Mandalay en Sagaing aangevallen, schrijft The Dhaka Tribune. Daarbij zou worden samengewerkt met andere groepen. ‘Gecoördineerde inspanningen van de People’s Defense Force en andere etnische gewapende groepen hebben geresulteerd in de verovering van 161 junta bases en negen steden.’
Dat al deze groepen, die individueel te klein zijn om het leger ten val te brengen, samenwerken, is ongekend, zegt Zachary Abuza, een professor aan het National War College in Washington, tegen The Washington Post. ‘Ze nemen nota van elkaar en werken samen. Dat is het interessante hier.’ Hij schrijft dat het tegenoffensief van de Three Brotherhood Alliance een mogelijke gamechanger is. ‘De groepen in de alliantie hebben nauwe banden met China en behoren tot de machtigste gewapende actoren in het gebied langs de grens met Myanmar. In tegenstelling tot sommige andere rebellengroeperingen heeft de alliantie zich na de staatsgreep niet onmiddellijk aangesloten bij het verzet en heeft ze, althans in het openbaar, een neutrale positie ingenomen tussen de prodemocratiebeweging en het leger.’

Wat moet er met Myanmar gebeuren als de junta verdwijnt?
De vraag is eigenlijk vooral óf de junta wel gaat verdwijnen. ‘Nu haar reputatie op het spel staat, is het onwaarschijnlijk dat de junta zich gemakkelijk gewonnen geeft’, schrijft persbureau Reuters. ‘Langdurige gevechten zullen het uithoudingsvermogen en de arsenalen van beide partijen op de proef stellen. Een voor de hand liggend scenario is dat de junta de controle over sommige grensregio’s verliest, maar centraal aan de macht blijft, een uitkomst die gunstig zou zijn voor buurlanden India, Thailand en China, die zich zorgen maken over de instabiliteit in het land en het vooruitzicht van een vluchtelingencrisis.’
Die laatste zin is belangrijk. Hoewel het hier een binnenlands conflict betreft, worden veel van de huidige gevechten uitgevochten in grensregio’s. Honderdduizenden mensen zijn inmiddels op de vlucht geslagen voor het conflict. ‘India heeft donderdag opgeroepen tot het staken van de gevechten tussen het leger van Myanmar en anti-juntagroepen in de buurt van de grens tussen India en Myanmar’, schrijft Indian Express. ‘De gevechten tussen de anti-juntagroepen van Myanmar en de regeringstroepen in verschillende belangrijke steden en regio’s in de buurt van de grens met India zijn de afgelopen weken toegenomen.’
Ook China, een ander buurland, zou de ontwikkelingen in zijn buurland nauw in de gaten houden. Volgens de militaire junta in Myanmar zorgt juist China voor destabilisatie, door steun te geven aan rebellen. ‘Ze beschuldigden China ervan een etnische alliantie te steunen die zware nederlagen heeft toegebracht aan de troepen van het regime in het noorden van de deelstaat Shan’, schrijft The Irawaddy, een medium van Myanmarese journalisten in ballingschap. Zo zou China wapens hebben gestuurd en bewegingen hebben gefinancierd. China zelf heeft niet gereageerd op deze aantijgingen.
China zelf heeft nauwelijks gereageerd op de beschuldigingen, maar dat is volgens analist Thomas Kean bij France Presse een kwestie van tijd. ‘Beijing heeft veel meer invloed op de gebeurtenissen aan de andere kant van zijn grens dan welke andere internationale actor ook. China kan net zo gemakkelijk druk uitoefenen op etnische groepen als op de junta om een einde te maken aan de gevechten en het conflict te laten verzanden in een status quo’, zegt hij. Kean benadrukt dat China geen voorkeur geeft aan wie de leiding heeft in Myanmar, zolang het maar rustig is bij het buurland.

Analisten en experts geloven ook dat China op de hoogte was van en groen licht gaf voor het tegenoffensief van de rebellen, zo schrijft The Diplomat. ‘De houding en acties van China kunnen het verloop van het conflict en het bredere geopolitieke landschap in de regio aanzienlijk beïnvloeden’, aldus de website. ‘Velen koesteren de hoop dat deze gebeurtenissen (het tegenoffensief van het verzet, red.) een belangrijke nationale verandering teweeg kunnen brengen. Dat gevoel wordt niet alleen gedeeld door etnische bewegingen (…), maar vindt ook weerklank bij de bredere Myanmarese bevolking, die naar een positieve verandering verlangt.’ Na jaren van oppressie is er weinig steun in Myanmar voor de militaire junta.
China en India kunnen dus een rol spelen in hoe de burgeroorlog in Myanmar zich in de komende maanden ontwikkelt, maar, zo schrijft denktank USIP, het gewapende verzet verdient de steun van een veel groter deel van de internationale gemeenschap, omdat ‘dit een nationale opstand is die gericht is op het opbouwen van een nieuwe natie, met de bijbehorende hoop dat stabiliteit zal volgen’.
Hoewel de internationale gemeenschap volgens de denktank beweert dat de militairen niet verslagen kunnen worden, wint het verzet aan kracht. ‘Ondanks het feit dat ze weinig tastbare hulp krijgen, hebben de tegenstanders van het regime volgehouden. Nu de verzetsbeweging een nieuwe fase ingaat, moeten de deelnemers hun eigen toekomst kunnen kiezen.’ De denktank roept buurlanden en de rest van de gemeenschap op het verzet te steunen en helpen hen de instrumenten te geven om daadwerkelijk een nieuw land op te bouwen.
Lees ook:





