Tag: Tel Aviv

  • Tel Aviv: woning van de Noorse ambassadeur beschadigd door granaatinslag

    Tel Aviv: woning van de Noorse ambassadeur beschadigd door granaatinslag

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje weigert te voldoen aan de 5-procentnorm van de NAVO

    » VS: gerechtshof kent Trump het recht toe om Nationale Garde in LA in te zetten

    Er zijn geen slachtoffers gevallen

    Donderdagavond werd in de tuin van de residentie van de Noorse ambassadeur in Tel Aviv een granaat geworpen die vervolgens ontplofte. Daarbij zijn geen slachtoffers gevallen, aldus het Noorse ministerie van Buitenlandse Zaken. Verschillende Israëlische media meldden dat het gebouw door de granaatinslag beschadigd is, schrijft de website The Times of Israel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Noorwegen heeft samen met vier andere landen (het Verenigd Koninkrijk, Australië, Canada en Nieuw-Zeeland) in juni sancties aangekondigd tegen twee extreemrechtse Israëlische ministers, Itamar Ben Gvir (Nationale Veiligheid) en Bezalel Smotrich (Financiën), die worden beschuldigd van ‘aanzetten tot geweld’ tegen de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza.

    De Noorse premier Jonas Gahr Støre noemde de situatie in de Gazastrook, die verwoest en uitgehongerd is door meer dan twintig maanden oorlog tussen Israël en de Palestijnse islamitische beweging Hamas, ‘catastrofaal’.

  • Hamas vuurt raketten af op Tel Aviv, Israël breidt zijn grondoperaties uit

    Hamas vuurt raketten af op Tel Aviv, Israël breidt zijn grondoperaties uit

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Trump tekent eigenhandig decreet om ministerie van Onderwijs op te heffen

    » Soedan: het leger neemt het presidentieel paleis in

    De raketaanval is een reactie op de hervatting van de oorlog

    Waarschuwingssirenes klonken donderdagmiddag in Tel Aviv ‘nadat drie langeafstandsraketten vanuit de zuidelijke Gazastrook op Israël waren afgevuurd – de eerste raketten die in meer dan vijf maanden vanuit Gaza op centraal Israël werden afgevuurd’, meldt The Times of Israel. Een van de raketten werd onderschept door de luchtafweer, terwijl de andere twee in onbewoonde gebieden terechtkwamen, aldus het Israëlische leger. Hamas eiste de verantwoordelijkheid op voor de aanvallen, die volgens de terreurgroep een reactie waren op het groeiende aantal burgerslachtoffers sinds de hervatting van de Israëlische militaire operaties op dinsdag.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Op donderdagavond kondigde het Israëlische leger aan dat het zijn grondoperaties in het zuiden van de Gazastrook had uitgebreid,’ waarbij met name het Shaboura-kamp in Rafah werd binnengevallen, aldus de nieuwssite. Eerder op de dag had Israël grondoperaties gelanceerd langs de kust in het uiterste noorden van de Gazastrook, in de buurt van Beit Lahiya. ‘Deze operaties maken deel uit van de uitbreiding van de bufferzone van het Israëlische defensieleger langs de grens met Gaza,’ schrijft The Times of Israel. De Amerikaanse president Donald Trump verzekerde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu opnieuw van zijn ‘volledige steun’ in zijn strijd tegen Hamas.

  • Israël: Tel Aviv aangevallen door Houthi’s met een drone

    Israël: Tel Aviv aangevallen door Houthi’s met een drone

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Noord-Chili getroffen door aardbeving met een kracht van 7,3

    » Bangladesh: minstens negentien doden bij studentenrellen

    Bij de aanval vielen één dode en tien gewonden

    Een woordvoerder van de Houthi’s, een Jemenitische rebellengroep, eiste op X de verantwoordelijkheid op voor een droneaanval waarbij donderdagavond in Tel Aviv minstens één dode en tien gewonden vielen. Hoewel Israël de drone had geïdentificeerd, was hij door een menselijke fout niet onderschept, aldus een verklaring van de Israëlische luchtmacht. Er loeiden ook geen sirenes om de bevolking te waarschuwen, meldt Haaretz.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens een voorlopig onderzoek veroorzaakte een drone die insloeg in een gebouw een explosie in de buurt van de Amerikaanse ambassade. De actie kwam een paar uur na een dodelijke Israëlische aanval in het zuiden van Libanon. Volgens Al-Arabiya was een van de vijf slachtoffers van deze aanval een Hezbollah-functionaris.

    Een van de Israëlische aanvallen was gericht op een huis van drie verdiepingen waar Habib Maatouk, commandant van een elite-eenheid, verbleef. Achttien mensen, van wie niet duidelijk is of ze burgers of strijders waren, raakten ook gewond.

  • Tienduizenden Israëliërs de straat op tegen de regering-Netanyahu

    Tienduizenden Israëliërs de straat op tegen de regering-Netanyahu

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nationalistische regering Slowakije wint bij presidentsverkiezingen

    » President Rwanda wijst naar westerse wereld bij herdenking genocide

    De betogers eisten dat de regering aftreedt

    Duizenden Israëlische betogers zijn zaterdag in Tel Aviv en andere delen van het land de straat op gegaan, om de regering op te roepen meer te doen om de 130 gijzelaars die door Hamas worden vastgehouden vrij te krijgen, en om vervroegde verkiezingen te houden. Dat schrijft The Times of Israel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er werd geroepen om het aftreden van Netanyahu. Tijdens de protestmars in Tel Aviv liep het meerdere malen uit de hand, en oproerpolitie moest ingrijpen met onder meer traangas en een waterkanon. Dergelijke protesten op zaterdag zijn een regelmatig voorkomend verschijnsel geworden in Tel Aviv en andere delen van het land, sinds de oorlog die begon op 7 oktober.

    Organisatoren van de antiregeringsprotesten in Tel Aviv zeiden dat honderdduizend mensen deelnamen aan de betogers. Een dag na de enorme protesten was het zes maanden geleden dat de oorlog in Gaza begon. Israël heeft aangekondigd troepen terug te trekken uit het zuiden van Gaza, terwijl in Egypte wordt onderhandeld tussen Hamas en Israël over een mogelijk staakt-het-vuren.

  • Ten minste vijf doden bij aanslagen in de buurt van Tel Aviv

    Ten minste vijf doden bij aanslagen in de buurt van Tel Aviv

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Uruguay wil stoppen met verplicht testen voor gevaccineerde reizigers

    » Wapenstilstand in Jemen tijdens ramadan

    Palestijnse schutter doodt vijf mensen

    Een Palestijnse schutter heeft dinsdag het vuur geopend in twee buurten in een ultraorthodoxe voorstad van Tel Aviv en daarbij ten minste vijf mensen gedood, onder wie een politieagent, voordat hij werd doodgeschoten. Dit is de ‘derde dodelijke aanslag in Israël in een week’, en het ‘alarmniveau is nu op zijn hoogst sinds de botsingen in Gaza vorig jaar’, aldus Haaretz.

    De Palestijnse president Mahmoud Abbas veroordeelde de aanslagen. ‘Het doden van Palestijnse en Israëlische burgers verergert de situatie alleen maar, terwijl wij allen streven naar stabiliteit’, zei hij.

    Lees ook:

  • Het Jeruzalemsyndroom. De vloek van de verdeelde stad

    Het Jeruzalemsyndroom. De vloek van de verdeelde stad

    In geen enkele stad ter wereld draait het dagelijks leven zo om religie als in Jeruzalem. ‘De Stad van de Vrede’ – die ironisch genoeg nooit vrede heeft gekend – herbergt zelfs burgers met het zogenoemde Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.

    Keuze uit ons archief

    Al eeuwenlang is Jeruzalem een stad die betwist wordt door christenen, moslims en joden. Ook nu zwelt het conflict tussen Israël (joods) en Palestijnse groeperingen (islamitsch) weer aan na hard optreden van de Israëlische politie tegen Palestijnse betogers bij de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg – belangrijke heiligdommen van beide religies –, waarop Hamas reageerde met een spervuur aan raketten. Wat is toch die speciale kracht van Jeruzalem die het hart en hoofd van vele gelovigen op hol brengt, zelfs in zo’n mate dat er een syndroom naar is vernoemd? Dimitrij Kapitelman – atheïst, maar van joodse origine – zocht het uit.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 138, april 2018.

    In de waarschijnlijk meest gloedvol beschreven stad aller tijden is het deze decemberavond rustig. Bedeesd bijna. In elk geval binnen de majestueuze muren van de Oude Stad. Niet dat er een sacrale stilte hangt, eerder een geconcentreerd zwijgen. Zodra de handelaren hun souvenirshops op slot doen, raken de dicht opeen gelegen, heuvelachtige steegjes tussen de hoge muren van Jeruzalem leeg. Uit de portofoons van de Israëlische soldaten die overal tussen de rijen huizen in groepjes op wacht staan, knetteren korte mededelingen. Het is 18 december 2017.

    Twaalf dagen eerder heeft de Amerikaanse politieke komediant Donald Trump aangekondigd dat hij het gedeelde Jeruzalem als hoofdstad van Israël erkent. In het Joodse West-Jeruzalem is de zevende kaars van de chanoekia [de negenarmige kandelaar die met Chanoeka wordt gebruikt] ontbrand, in het oosten de woede van de Palestijnen over dit goddeloze paternalisme. De zogeheten Arabische wereld heeft Dagen van Woede afgekondigd. Jeruzalem heeft koorts. En als Jeruzalem koorts heeft, loopt de temperatuur van de hele mensheid op. Van Bali tot Berlijn klinken brandende redevoeringen, worden dure eden gezworen en wapperen de vlaggen. En dooft het levenslicht.

    Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt?

    Ondertussen stinkt de Via Dolorosa, de lijdensweg waar Jezus ooit zijn kruis overheen sleepte, naar de pis van de krolse katers die je overal in de steegjes van de Oude Stad hoort krijsen. Tegenover het geboortehuis van de Maagd Maria staan twee lege diepvrieskisten met reclame van Ola. Iets verderop verwisselen Arabischsprekende bouwvakkers putdeksels.

    Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt? Waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam voor hij tijdelijk overleed om vervolgens in de Kerk van het Heilig Graf te worden opgebaard? Waar de profeet Mohammed opsteeg naar het hemelrijk met achterlating van de Rotskoepel? Waar de tempel van de joden heeft gestaan en waar ze aan de laatst overgebleven muur daarvan, de Klaagmuur, nog altijd bidden? En waar ze zelf in 2004 een heel grote en veel beklaagde muur hebben gebouwd om zich hermetisch af te sluiten?

    Lees ook:

    Heiligdomhoppen

    Door een beetje heiligdomhoppen kun je de symbolen van de drie wereldgodsdiensten in een kwartier aflopen. En door slechts één keer in deze stad te verblijven kun je je verstand kwijtraken. Of God vinden. Of je verstand kwijtraken én God vinden. Of God en dus pas eigenlijk je verstand vinden. Of toekijken hoe God zijn verstand verliest. De wisselwerking tussen deze vondstverlies-verliesvondsten is in Jeruzalem omstreden. Maar dat ze bestaan, valt niet te bestrijden.

    Er is een officieel erkende psychose die alleen in deze stad optreedt: het Jeruzalemsyndroom. Overweldigd door de alomtegenwoordigheid van het hemelse gaan sommige toeristen − het maakt niet uit van welke religie − denken dat ze een heilige zijn. Een engel, een apostel, soms zelfs de op dat moment wedergeboren messias. Eerst stoppen ze met slapen, dan met lichaamsverzorging en ten slotte met hun gehele burgerbestaan tot dan toe. Gehuld in beddenlakens zwerven ze door de stad en verkondigen psalmen, hun eigen wedergeboorte, soms het naderende einde.

    Uit de vakliteratuur komt niet naar voren of de alomtegenwoordigheid van de hemel in deze stad echt de ziekteverwekker is, of juist het blijkbaar teleurstellende ontbreken daarvan: de onbeheerde Ola-diepvrieskisten, het onderhoudswerk aan putdeksels. Hoe dan ook, meestal laten de zelfverklaarde verlossers zich met klinische zorg en kalmeringsmiddelen van gemiddelde sterkte weer tot individuen terugverplegen.

    De ‘Stad van de Vrede’ heeft de facto nooit vrede gekend

    Toch lijkt het nog krankzinniger dat uitgerekend de voor miljoenen gelovigen wereldwijd heiligste plaats op aarde, Yerushalayim − etymologisch: ‘Fundament van God’ of ook ‘Stad van de Vrede’ − de facto nooit vrede heeft gekend. Dit feit is bij wijze van spreken een nog kolossaler Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.

    Het gaat dus om gezond mensenverstand en het begrijpen van God in Jeruzalem. Om vermijdbare misvattingen en openbaringen, krampen en verlossingen, wonderen en niet-wonderen die hier elke dag opnieuw worden vastgesteld, alsof ze even natuurlijk zijn geschapen als de mens zelf.

    Op een bepaalde manier wordt de grootste psychiatrische kliniek van Jeruzalem, Kfar Shaul, omringd door geestelijke blijmoedigheid. Ertegenover staan twee synagogen en twee joods-orthodoxe godsdienstscholen, waar ook iedere dag en even onverstoorbaar wereldbeschouwingen worden ingestudeerd. Maar als je de leerlingen van de jesjiva naar de kliniek vraagt die een paar meter verderop staat, maken ze een wegwerpgebaar, alsof het een onwelkome indringer van wereldse verdwazing is.

    Achter de goed bewaakte ingang ligt geen knots van een kliniek maar een voormalig dorp, met verspreide huisjes en binnenweggetjes. Het Israëlische leger heeft de voorheen Arabische nederzetting in 1948 bezet. Nou ja, eigenlijk ligt er voor de ingang nog, naast een palm, een man met zijn gezicht in de modder van het grasveld. Naar zijn vuile kleding te oordelen ligt hij er al een hele tijd. Vlak daarnaast zit een groepje sombere patiënten op een houten bank naar droevige muziek te luisteren, het klinkt als een vooroorlogse crooner, maar dan op zijn Hebreeuws.

    ‘Het leven in de kliniek heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen’

    Een paar meter verder klinkt uit de kliniek martiaal geschreeuw: de kleine fitnessruimte. Een kamer verder, in het zogeheten resocialiseringscentrum, zit een man met een volle baard en roodomrande ogen in zijn eentje achter de computer en bekijkt aanbiedingen voor cruises in de Cariben. Dr. Gregory Katz is de hoofdarts van Kfar Shaul. Als overtuigd zionist emigreerde hij in 1989 vanuit Moskou naar Jeruzalem, vertelt hij. Hij is mager, begin vijftig en praat vermoeid maar geconcentreerd. Hij was er ook van overtuigd dat het Joodse volk op de berg Sion, de oorsprong van hun geloof, thuishoort. Maar van die overtuiging is nog maar weinig over en godsdienstig is hij überhaupt nooit geweest. ‘Destijds in Rusland leken joden me bijzonder, op een of andere manier verlichter, voor iets voorbestemd. Maar het leven hier heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen. En dat een idee altijd alleen een idee blijft.’

    Katz heeft het Jeruzalemsyndroom niet direct ontdekt (de eerste teksten waarin van een dergelijk syndroom sprake is dateren al uit de zestiende eeuw) maar wel in toonaangevende medische tijdschriften beschreven. En hij heeft meer patiënten met het Jeruzalemsyndroom behandeld dan enig ander. Hoewel ook dat aantal overzichtelijk blijft: vroeger waren het ongeveer vijf tot zes gevallen per jaar. De zuivere vorm, waarbij een tot dan toe psychisch onopvallende persoon in Jeruzalem manisch wordt, komt toch al extreem weinig voor. In de regel is het type B: mensen met een bestaand ziektebeeld dat in Jeruzalem heviger wordt.

    ‘Alles bij elkaar is het een ziektebeeld dat verdwijnt. Pelgrims kunnen de Oude Stad op Google Street View tot in detail bekijken. Daarom blijft de shock na aankomst uit. Bovendien reizen mensen meer, zijn ze beter opgeleid er geloven ze niet meer zo direct in religie en wonderen’, vertelt Katz

    De laatste keer dat hij een patiënt behandelde, was een halfjaar geleden. Een wat oudere Engelse toeriste, protestants, die dacht dat ze een heilige was en die een eind wilde maken aan het conflict in het Midden-Oosten. ‘Een ernstig geval, omdat ze leed aan eeen bipolaire stoornis en er rotsvast van overtuigd was dat ze een directe verbinding met God had.’

    ‘Maar hoe kun je iemand op een geloofwaardige manier, met argumenten uitleggen dat hij geen rechtstreekse verbinding met God heeft?’

    ‘Dat is ook onmogelijk. Als ze een aanval krijgen, geven we ze medicijnen.’

    ‘Wat geeft u de zekerheid dat medicijnen een goede uitleg kunnen vervangen?’

    ‘Je kunt dit probleem niet filosofisch oplossen. In individuele gevallen zijn medicijnen veel praktischer. Zeker, een religieus iemand gelooft dat God alles ziet en dat hij onder Zijn hoede staat. Na het bidden ervaart hij een zekere extase, een zekere band met God. Daar is bidden tenslotte ook voor. Maar als iemand stemmen hoort die van God komen en die hem concrete opdrachten geven, bijvoorbeeld om zich uit te kleden, dan zijn dat hallucinaties.’

    ‘Denkt u dat de meeste mensen in Jeruzalem een gezonde verhouding tot het geloof hebben?’

    ‘U kunt zich niet voorstellen hoe verschillend mensen zijn. We kunnen ze niet over één kam scheren. Iemand die in een ultra-orthodox gezin is opgegroeid kijkt op een bepaalde manier naar de wereld. Goed of niet goed: het is een andere wereld. Ja, de joodse godsdienst kent heel veel concrete voorschriften. Dat kan de basis vormen voor een manie. Maar uit onderzoek blijkt dat godsdienstige mensen minder vaak aan psychische ziektes lijden. Dat ze minder vaak zelfmoord plegen, meer motivatie hebben, na lichamelijke kwalen sneller weer gezond zijn.’

    ‘Anderzijds heeft religie er aantoonbaar toe bijgedragen dat de Stad van de Vrede altijd omstreden is gebleven, en nu gedeeld is. Het heeft geleid tot zelfmoordaanslagen en een schijnbaar onoplosbaar conflict.’

    ‘Ja, maar dat is het principiële probleem van ideeën. Groepsideeën als religie of nationalisme leiden altijd tot felle discussies. Wie aan een bepaalde god gelooft en daarnaar leeft, zal altijd in conflict komen met andersdenkenden. Natuurlijk, je kunt cynisch worden en nergens in geloven. Dan wordt het makkelijker en heb je geen last van tegenspraak. Maar kan een mens überhaupt zonder ideeën leven? Ik betwijfel het.’ Na een korte denkpauze voegt Katz eraan toe: ‘Zo ambivalent is de mens nu eenmaal.’

    ‘En uw eigen idee? U bent een niet-gelovige Jood, en een cynicus lijkt u me ook niet.’

    ‘Ik teer op de resten van mijn humanisme.’

    ‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab’

    Omdat humanisme goed is, maar metaalscanners beter, staat er altijd een tiental securitymannen bij de ingang van het hoofdbusstation van Jeruzalem. Een paar dagen eerder stak een jonge Palestijn een van deze mannen een mes in de borst. Misschien het begin van de gevreesde Derde Intifada. Of alleen maar een van de gebruikelijke, als alledaagse angst geïnternaliseerde basisgruwelen in deze verscheurde stad.

    En toch komt ook het gelukkige, domweg onbezorgde Jeruzalem steeds opnieuw te voorschijn. De vader met lange lokken voor zijn oren die zich bij het verkeerslicht omdraait naar zijn kinderen op het achterzitje om een liedje te zingen of met ze te praten. De monnik die op een biscuitje staat te kauwen. De rabbi die, moge het Gode welgevallig zijn, naar een van de vele over de hele stad verspreide lottokantoortjes loopt om een kraslot te kopen. De kleine Ali die in een van de uitgestorven maar zeer steile straatjes in de Oude Stad op zijn brandweerwagen naar beneden suist, aangevuurd door zijn twee zusjes die in koor scanderen: ‘Ali, Ali!’

    Hemelsbreed vijftig meter van de onverschrokken Ali de brandweerman staat de Verlosserskerk, omringd door louter handelaren die van hun religieuze relikwieën af willen: kruisjes, iconen, beschilderde houten eieren, sieraden. Allemaal schelden ze op Trump, die uitgerekend in de kersttijd de toeristen heeft afgeschrikt.

    Kafr Aqab

    En dan is er nog de onbeschrijfelijke wijk die niemand wil hebben. Toen in het stadhuis van Jeruzalem voor de laatste keer over Kafr Aqab werd gesproken, was dat om te bezien of de wijk niet afgescheiden moest worden en overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit, die daar ook al niet buitengewoon happig op was. Tot 2004 was Kafr Aqab een onopvallende burgerlijke nederzetting met twaalfduizend voornamelijk islamitische inwoners. Officieel hoorde ze bij Jeruzalem, waaraan ook belasting werd betaald. Toen bouwde Israël de grensmuur en lag Kafr Aqab opeens op de Westelijke Jordaanoever. Dit leidde ertoe dat het stadsbestuur zich nauwelijks meer om de verwilderde wijk bekommerde, waarna die er een bouwboom inzette die het inwonertal deed vervijfvoudigen.

    Door de hoofdstraat van deze onbeschrijflijke wijk, Ramallah Road, persen zich vergeefs toeterende en God noch gebod erkennende auto’s. Hoog in de lucht stapelen bouwkranen nog meer flats op elkaar. Het kleurrijkst in deze troosteloze berg beton zijn de talloze kinderen en de enorme hoeveelheid vuilnis langs de straten. ‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab. Niemand die vraagt wie u bent of waar u vandaan komt. Hier bestaan geen verkeersregels, geen politie, geen justitie,’ zegt de 69-jarige Munir Zagheir. Het buurtcomité heeft hem gekozen als hun vertegenwoordiger. Als de pseudoburgemeester van Jeruzalems onbeschrijflijke wijk in woede ontsteekt − over huizen die op instorten staan, de marginale drinkwatervoorziening, de leeggeroofde scholen of de drugsdealers − vormen zich in zijn mondhoeken speekselresten zo groot als een kwartje. Die hij even vastberaden wegslikt als zijn voortdurende hoest.

    Een van Zagheirs grootste professionele successen is dat hij voor een Israëlische administratieve rechtbank een bodemsanering van Kafr Aqab heeft bevochten. ‘Ik heb de rechtbank duidelijk gemaakt dat ik wel honden en katten bij de vuilnishopen kan weghouden, maar vogels niet, die vervolgens met hun bacillen over de apartheidsmuur naar West-Jeruzalem vliegen.’

    ‘Het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt’

    In de ontvangstruimte van zijn huis hangen aan de muur portretten van zijn oudste zoon en van sjeik Ahmad Yassin, een van de oprichters van Hamas. Zagheirs positie is even duidelijk, maar helemaal onverzoenlijk is hij niet. De grenzen van 1967, Oost-Jeruzalem als hoofdstad van de soevereine staat Palestina, en dan vrede. Soms vertelt hij met zijn stralend groene ogen dat alleen wie bloemen zaait, bloemen kan oogsten. Dan weer spreekt hij met kleurloze ogen over soldaten, tegen de bezetting en gasmaskers. Toen het Israëlische parlement een paar weken geleden beraadslaagde over de afscheiding van zijn wijk, werd Zagheir uitgenodigd. ‘Ik heb gezegd: nooit van mijn leven. Want ze willen het leven in Kafr Aqab helemaal niet verbeteren. Het is alleen een demografische truc om het kiezersbestand te verschuiven ten guste van de orthodoxe joden in Jeruzalem.’

    ‘Is de ellende in Kafr Aqab het resultaat van religieuze conflicten?’

    ‘Nee, het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt. Wij moslims weten heel goed dat Jeruzalem voor alle drie de godsdiensten even belangrijk is. Waarom zouden wij dan de stad alleen voor onszelf willen? Ons aller leraar Jezus Christus predikte de wereld al: behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jou behandelden.’

    Schooluniforms

    Zagheir laat foto’s van de wijk zien: zonder vergunning neergezette gebouwen die de stad Jeruzalem inmiddels zelf moet huren voor privéscholen en klinieken. Vijf van deze wolkenkrabbers moeten worden afgebroken. Wanneer Zagheir de verslaggever door zijn wijk leidt, wordt hij onderweg door waanzinnig veel mensen gegroet. Hij kent ze allemaal, de schoolkinderen, shoarmaverkopers, sigarettenhandelaren en invaliden. ‘Salam Abu’, ‘Salam aleikum’, klinkt het uit de openstaande ramen. Een geliefd man in een liefdeloos oord. Wie wil, kan in Zagheir een profeet zien.

    Aan de met sloop bedreigde huizen wordt intussen stug doorgebouwd. Blok na blok. Of ze blijven, weten noch de bouwvakkers, noch de meubelverkopers op de hoek die de eveneens speculerende inwoners ijverig van lederen sofa’s voorzien. Op een paar balkons hangt al was te drogen, op de zevende verdieping hangen twee vogelkooitjes.

    ‘Als u me wilt verontschuldigen, ik moet nog iets zakelijks doen,’ zegt Zagheir na een kleine rondgang.

    ‘Mag ik vragen wat?’

    ‘Ik moet naar een naaiatelier.’

    ‘Een naaiatelier?’

    ‘Ja. Ontwerpen voor schooluniformen bekijken. Ik ben eigenlijk ontwerper.’

    De aanhanger van Hamas en vertegenwoordiger van de rechten van 58.000 mensen is twintig minuten later een schooluniforminspecteur geworden. Nauwkeurig bestudeert hij in het nabijgelegen Aram de op de Amerikaanse honkbalstijl gebaseerde jacks. Vierhonderd stuks voor de laatste klas van de Rhashadiaschool. Omringd door de al even geconcentreerde jacks evaluerende mannen van het atelier. De vrouwen blijven in de achterruimte achter hun naaimachines zitten, in een sober, geheel door videocamera’s bewaakt atelier. Uiteindelijk geeft Zagheir opdracht de rode kragen beter vast te zetten.

    Op de terugweg gaat de pseudoburgemeester binnendoor, door het vluchtelingenkamp Kalandia. Een kamp dat al meer dan dertig jaar bestaat en intussen qua infrastructuur wel een stad lijkt. Voor veel Palestijnen is het daarom het symbool geworden voor de nakba, de Verdrijving.

    Weer wordt Zagheir allerhartelijkst begroet.

    ‘Ze willen graag dat ik ook hier de boss word,’ geeft hij als reden voor zijn populariteit.

    ‘En wordt u dat?’

    Zagheir zwijgt even. Hoest. Onderdrukt zijn hoest weer.

    ‘Misschien. Maar het stelt hoge eisen aan je als je geliefd bent bij de mensen.

    ‘O ja, hoe dan?’

    ‘Je moet oprecht zijn. Van de mensen houden als van jezelf. Eerlijk en waarachtig blijven. Maar als je dat ter harte neemt, heb je ook succes.’

    ‘En beschikt u over al die deugden?’

    ‘Die heeft mijn godsdienst me geleerd.’

    Zagheir komt bij een kruispunt zo smal als een potlooddoosje. Drie vrachtwagens uit drie richtingen, zijn eigen gammele Toyota uit de vierde. Geen verkeersborden, geen regels. Met gebaren maken ze elkaar duidelijk wat ze willen en ze manoeuvreren langs elkaar terwijl het middaggebed van de muezzin over het onbeschrijflijke gebied schalt.

    Twee uur later zal er op Ramallah Road van begrip geen sprake zijn. Eerst is er extase, wanneer vijfduizend mensen met Palestijnse vlaggen naar de gehate grensovergang marcheren. Voor de Dag van Woede, met borden waarop staat dat Jeruzalem voor eeuwig bij Palestina hoort. Om dat mee te maken komen de burgers van Kafr Aqab trots uit hun tapijtenwinkels en garages, en staan ze op hun ongeautoriseerde en instortingsgevaarlijke balkons. Ze filmen met hun mobieltjes en zingen luidkeels. Al snel staan er barricades in brand en gooien schreeuwende jongeren uit Kafr Aqab stenen naar de soldaten. Totdat ze Israëlisch traangas inademen uit de lucht die even eerder vol was van enthousiasme.

    De nieuwe messias

    Omri Szmulewicz zit achter zijn MacBook in café HaMiffal in West-Jeruzalem, dat niets heeft meegekregen van de Dag van Woede die zich een paar kilometer daarvandaan afspeelt. HaMiffal was tot voor kort een leegstaand gebouw, nu is het superhip als verblijf voor kunstenaars uit de hele wereld. Op dit moment presenteert een Ierse kunstenares er werk dat ze, gezichten van haar onbekende mensen aftastend, met haar ogen dicht heeft getekend. Szmulewicz organiseert in HaMiffal alles wat met muziek te maken heeft. Hij zorgt voor het geluid en bespeelt zelf een groot aantal instrumenten. Daarnaast organiseert hij de fundraising voor een biomedische start-up. Maar zijn eigenlijke roeping, de reden waarom Szmulewicz überhaupt naar Jeruzalem is gekomen, heeft niets met biomedisch werk te maken. Eerder met psychologie. Hij wil de nieuwe messias worden. ‘Ik zou liegen als ik zeg dat ik sinds mijn openbaring niet het gevoel heb dat ik de Ene ben,’ zegt hij. ‘Een stem in mijn hoofd zegt steeds opnieuw: jij hebt de gave, jij moet de boodschap verkondigen.’

    Szmulewicz is een uit de kluiten gewassen, modern geklede man van begin dertig met lang zwart haar en de aanstekelijke open grijns van een echte schelm. Hij beschikt over een aanmerkelijke tegenwoordigheid van geest, een bombastische welbespraaktheid en zelfspot. Het tegendeel dus van een in beddenlakens wandelende manische Jeruzalemsyndroomzwamneus, zou je denken. Zijn openbaring, of ‘opwekking tot de psycho magic’ zoals hij het zelf noemt, heeft ook niet plaatsgevonden op een heilige plaats, maar in een psychotherapeutische praktijk waar hij therapie volgde.

    Eigenlijk komt hij uit een welgesteld voorstadje van Tel Aviv. Met weldenkende ouders, een huis met kasten vol filosofieboeken en een frequent bespeelde concertvleugel in een woonkamer met glazen pui. ‘Waar ik weinig liefde heb ervaren en ben opgevoed tot scepticus.’ Daarom ook heeft hij in therapie geprobeerd het klaarblijkelijk nutteloze, naar contact snakkende kind in zichzelf te vermoorden. ‘Het zit op de punt van een driehoek. En wat ik ook probeer, ik slaag er niet in het te bereiken. Ik weet dat ik zal sterven als ik val. Ik zit gevangen tussen twee werelden. Ik word gruwelijk depressief, ga zitten, probeer een sigaret te draaien en val omlaag. Maar op dat moment verschijnen er engelen boven me die me opvangen. Ik haal drie keer diep adem, de drie beste ademteugen in mijn leven. Ik realiseer me dat ik het kan. Begin weer op te stijgen, langzaam, beetje bij beetje. Nu om het kind in mezelf te omarmen. En ik begrijp: dit is het dilemma van de mensheid. De top en de afgrond, het gewicht en de gewichtloosheid, het tijdrovende scheppen en het ellendig snelle verwoesten.’

    ‘God is precies de idee die je van de onverdraaglijkheid van de wereld redt, die met open ogen doet dromen’

    Sindsdien begrijpt Szmulewicz het leven als een magische droom die iedereen door liefde kan vormgeven. Daarbij ziet hij heel goed dat veel om ons heen een voorliefde heeft voor het doden: ‘Rationeel beschouwd is de wereld onverdraaglijk. En dat altijd geweest. Maar God is precies de idee die je van deze onverdraaglijkheid redt, die met open ogen doet dromen.’

    Szmulewicz wil een avondwandeling maken in de Oude Stad. Op weg daarheen zien we op veel gebouwen affiches hangen met het opschrift ‘God bless Trump’. De achtste kaars van de chanoekia is aangestoken, en de Mamilla Mall die naar de Oude Stad loopt, met zijn luxe winkels, is vol kleurige rijen lampjes en dikke portemonnees. ‘So, so you think you can tell heaven from hell?’ covert een grijze, orthodoxe man Pink Floyd op zijn gitaar. Zonder haast slaat Szmulewicz een van de stille zijstraatjes in. Toevallig lopen we tegen het kerkje van de Arameeërs aan, de eerste leerlingen van Jezus. Voor de onverlichte toeschouwer toevallig, maar voor Szmulewicz een teken.

    ‘Toeval bestaat niet. Vandaag moest ik deze plaats zien. Eraan herinnerd worden dat ook de grote godsdiensten een paar duizend jaar geleden zijn gevestigd door mensen met openbaringen. En dat geen van hen in zijn tijd erg geliefd was. Abraham heeft zijn familie verlaten om de epische weg naar het beloofde Land op te gaan. Jezus was een jood vol pretenties die iedereen tegensprak. Daarom is hij vermoord. Zelfs Boeddha kwam uit een streng religieus milieu en verklaarde ooit: u kletst allemaal maar wat. Religies hebben behoefte aan iemand die van tijd tot tijd de decadent geworden orthodoxie overwint.’

    Smalle treden leiden naar een dak waar je de gouden Rotskoepel bijna kunt aanraken. Eigenlijk is het een aaneengesloten areaal van daken, en ze zeggen dat je over deze daken de Oude Stad helemaal kunt doorkruisen. Achter de al-Aqsamoskee strekt zich de Tempelberg uit, daarboven schitteren zachtgouden sterren. Op een moment als dit is er misschien wel geen plaats op de wereld die wereldser is dan Jeruzalem.

    ‘We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten’

    Szmulewicz gaat zitten om te mediteren. Na ongeveer twintig minuten gaat hij verder: ‘Ik heb de laatste maanden zo veel tekens gekregen en gezien. Soms moet ik ergens aan denken, dan sla ik de kabbala op een willekeurige plaats open, en precies datgene waaraan ik dacht staat daar geschreven. Altijd als ik duistere gedachten krijg, klop ik driemaal op hout om ze te verdrijven. Zo doen wij joden dat. Toen ik het onlangs in de kelder van mijn ouders deed, vormde zich uit deze punten opeens een driedimensionale davidster om me heen.’

    Syndroomsteden

    Jeruzalem is niet de enige stad waaraan een bepaald syndroom is toegerekend.

    Heel ‘betoverend’ bijvoorbeeld is het Florencesyndroom. Dit al in het begin van de negentiende eeuw door de Franse schrijver Stendhal beschreven syndroom zou vooral kunstenaars overkomen die zich in Florence tegenover de alomtegenwoordige kunst opeens bewust worden van hun eigen onbeduidendheid. En als gevolg daarvan symptomen als ademhalingsproblemen en hartritmestoornissen ontwikkelen.

    Bekender is het zogenoemde Stockholmsyndroom, waarbij een gijzelaar tijdens een gijzeling sympathie voor zijn gijzelnemer ontwikkelt. Het omgekeerde bestaat ook: een gijzelnemer ontwikkelt positieve gevoelens voor zijn gijzelaar; in zo’n geval spreekt men van het Limasyndroom. Minder extravagant, maar niet minder ernstig is het New Yorksyndroom, dat paradoxaal genoeg niet het verlies van realiteitszin, maar juist het verkrijgen daarvan beschrijft. Achter een bedrukte stemming zitten existentiële angsten en depressies verborgen die zich voordoen bij jonge mensen die hopend op de American dream en een succesvol leven naar New York komen. Om dan te concluderen dat hun droom niet zo eenvoudig te realiseren is.

    ‘Bent u weleens bang dat u de controle verliest? Dat u uzelf van louter verlichting niet meer herkent?’

    ‘Ik ben al heel erg veranderd. En dat maakt me een beetje bang. Aan de andere kant is dat natuurlijk ook de zin van bekering. Natuurlijk is God in de mensen en natuurlijk bezoekt de messias ons af en toe.’

    ‘En nu bent u de messias?’

    ‘Misschien. Maar te geloven dat je “de Ene” bent, is tegelijk infantiel. Ik heb de gave, niet mijn ego. En zolang ik mijn ego niet heb overwonnen, ben ik terughoudend. We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten.’

    Op donderdag, een dag voor de sabbat, zijn de nachten in de meest bezongen stad van de wereld het levendigst. De Ben-Yehudastraat staat vol gouden keeltjes, breakdancers, trommelaars en jongleurs en de uitpuilende cafés doen een wedstrijdje wiens installatie het hardst kan. Opgedoft, vrolijk van de wodka, opgewonden van de drugs: het kan er hier bijna carnavalesk uitzien. Ook al heeft de stad steeds minder seculiere inwoners.

    Zowel de orthodox-joodse als de moslimmoeders in Jeruzalem krijgen gemiddeld 6,5 kind, en die gaan op donderdagen echt niet feestvieren. Ze krijgen in de eerste plaats zo veel kinderen omdat hun God hun voorschrijft dat ze vruchtbaar moeten zijn. In de tweede plaats omdat met de grootte van hun groep ook hun macht bij de verkiezingen toeneemt. Daar komt nog bij dat veel orthodoxe joden van een wereldlijke broodwinning afzien om zich helemaal aan de studie van de Heilige Schrift te wijden. Mede daardoor is de beroemdste stad van de wereld ook de armste stad in het Heilig Land. Hoe dan ook, op donderdag feesten degenen die overdag werken en doorgaans voorbehoedmiddelen gebruiken.

    1. Christenen op weg naar Via Dolorosa en de Kerk van de wederopstanding; 2. Nonnen bereiden kerst voor; 3. Zwaaien met kip als Joodse voorbereiding op Jom Kippoer, grote verzoendag; 4. Ultra-orthodoxe Jood speelt viool voor Chanoeka. – © Oded Balility
    Christenen op weg naar Via Dolorosa en de Kerk van de wederopstanding. – © Oded Balility / HH

    Een stukje bij deze levensader vandaan, aan een achterafpleintje met regenboogvlaggetjes, ligt de Videobar, de enige bar − zo niet de enige plek − in Jeruzalem voor homo’s. Opzettelijk in de buurt van een politiebureau, voor het geval er weer met molotovcocktails wordt gegooid. Af en toe komen er nachtvlinders naar de deur van de Videobar, blijven even staan en gaan weer weg. Om later terug te komen, iets dichterbij, en opnieuw haastig om te keren. Een paar van deze donderdagavondklanten vatten pas bij hun derde aanloop voldoende moed om echt naar binnen te gaan.

    Tegen een van de muren staan Batman en Robin te vrijen, het achterste gedeelte heeft een kleine dansvloer. Britney Spears zingt over de ‘taste of a poison paradise’. Arabisch en Hebreeuws klinken zo uitgelaten door elkaar als in deze stad maar zelden voorkomt. Waarom ook niet? Het is moeilijk voor te stellen dat de door alle religies uitgestotenen elkaar in de Videobar in de lange haren van hun toupetjes vliegen over de toegang tot de al-Aqsamoskee.

    ‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop’

    Alona, vandaag meer vrouw dan man, met luipaardjas, rode lippenstift en hoge hakken, voorkomt dat homo’s die door hun familie zijn verstoten zelfmoord plegen. Dat zegt ze in elk geval, terwijl ze staat te roken op de veranda. ‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop. Geloof me, er zitten verdomd veel verkapte flikkers onder de orthodoxen.’

    ‘En hoe leer je die kennen?’

    ‘Dat hoeft niet. Zij kennen mij en komen naar me toe. Heel verlegen, overdag of bij het boodschappen doen op de Mahane Yehuda-markt.’

    ‘En dan?’

    ‘Dan geef ik ze waar ze zo hevig naar verlangen. Ik vind ze sexy in hun zwart-witte pakjes. Met hun maagdelijkheid.’

    ‘Het klinkt alsof je hier in Jeruzalem als queer een nogal vrij leven leidt, Alona.’

    ‘Ik kan met iedereen goed overweg, ook in Jeruzalem. Ik ben gewoon ik, ik heb geen andere keus.’

    ‘Zo,’ moppert Joat, Alona’s metgezellin − eveneens flink opgemaakt, meer vrouw dan man, en met een volumineuze paarse sjaal gedrapeerd om haar gouden jurk, die op zijn beurt strak om haar tamelijk dikke lichaam zit. ‘Als jij zo vrij bent, waarom ga je dan niet in deze outfit naar je werk? Of op zijn minst opgemaakt?’

    ‘Dat mag niet,’ antwoordt Alona, die als veiligheidsbeambte in een openbaar gebouw in Jeruzalem werkt.

    De dansvloer is inmiddels propvol en het aantal seksuele toespelingen per nummer benadert het Jeruzalemse religieuze vruchtbaarheidscijfer.

    Mea Shearim

    Of een van de dansers bij het aanbreken van de dag terug zal sluipen naar Mea Shearim, de oudste ultra-orthodoxe wijk van Jeruzalem? Heel ver liggen beide werelden niet uit elkaar, te voet misschien tien minuten. Maar wie over de drempel stapt, ziet een Joods leven dat nauwelijks door de moderne tijd is beroerd, tussen bouwvallige huisjes, met een oerwoud van stroomdraden en vreselijk vervuilde straten waar desondanks orde heerst. Een leven in liefdevolle, nauwe dorpsstraatjes, waar de buitenwereld niet binnenkomt. Waar kinderen, kinderen en nog eens kinderen hand in hand over straat lopen en sommige moeders zich geheel bedekken. Ze dragen een sluier over hun hoofd en ook van hun lichaam is niets te zien.

    Hier kent iedereen iedereen, een donderdags uitje zal hier niet lang verborgen blijven, ook al is het vlak voor sabbat heel erg druk. Iedereen moet zijn vrijdagse vis en zijn pretzels nog in huis halen. Ingewikkelde consumentenverlangens moet je hier niet hebben, Britney Spears’ ‘Toxic’ of een tv-toestel zijn in Mea Shearim niet te vinden. Om drie uur ’s middags klinken overal in de wijk de luidsprekers. Melancholieke Hebreeuwse muziek schalt door Mea Shearim en kondigt het begin van de sabbat aan. De wijk wordt dan afgesloten, om een dag lang nog ongestoorder met God, met zichzelf en met nietsdoen bezig te zijn. Hoe mooi moet die muziek niet klinken als die je je leven lang het wonderschone, strikt voorgeschreven dolce far niente heeft verkondigd? Hoe moeilijk moet het niet zijn om hier weg te gaan en deze muziek nooit meer te horen, om niet alleen op donderdagavond stiekem een vrije zondaar te zijn?

    ‘Deze stad rukt iedereen zijn masker af. Ze duldt geen veinzerij,’ bevestigt pater Nikodemus Schnabel, priester en hoofd van de Dormitio-abdij, een benedictijnenklooster op de berg Sion. Hij woont sinds zestien jaar in Jeruzalem, is in 1978 in Stuttgart geboren en volgens zijn gelofte tot het eind van zijn leven aan zijn orde in het Nabije Oosten gebonden. En hier wilde pater Nikodemus ook precies naartoe. Zijn abdij staat op de plaats waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam. Een plaats van diepe contemplatie, hoog verheven boven het alledaagse lawaai van de Heilige Stad. ‘Om vijf uur in de ochtend, tijdens het eerste gebed bij zonsopgang, is Jeruzalem juist door die diepe godsvrucht om verliefd op te worden. Dan heeft Jeruzalem geen syndroom en al helemaal geen behoefte aan therapie.’

    ‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden’

    Als er geen aanslagen met brandbommen op zijn klooster werden gepleegd. Of als er niet op de voorgevel werd gekalkt dat alle christenen dood moeten. Vlakbij liggen de nederzettingen van de radicaal-religieuze Heuveljoden. Vanwege hen moest er een permanente politiepost voor zijn deur worden neergezet. ‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden. Op gewone dagen word ik, als ik het klooster uitga, bespuugd, beledigd en geschopt. De radicale religieuzen roepen graag: “Oprotten naar Rome!” Hier is niets hetzelfde, iedereen is hier naakt. Ik ook.’

    Als je pater Nikodemus ziet, is hij een open, zachtaardige en levenslustige man met rode wangen. Je kunt je de pas 39-jarige pater makkelijk voorstellen als gangmaker in het café, terwijl hij met zijn diepe joviale lach handen schudt en moppen vertelt. Een indruk die meteen vervliegt als de pater op de empathische toon van een zielzorger spreekt.

    ‘En welk gezicht zag u in de spiegel toen Jeruzalem u ontmaskerde?’

    ‘Ik zag en ik zie mijn valkuilen. Soms wil ik degenen die me bespuwen gewoon op hun bek slaan. Maar als ik mijn zoektocht naar God serieus neem, met de gedachte dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen, dan is zoeken naar God ook zoeken naar de mens. Wie ben ik, als ik me van iemand afmaak? Als ik iemand in een la stop?’

    ‘Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’

    Ook van degenen die in de spiegel plotseling een godheid ontwaren en bij dr. Katz terechtkomen, wil de pater zich niet afmaken. ‘Die hebben we hier altijd. Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’ Het zou in elk geval een probleem worden als deze zwaarbelaste mensen troost vinden in de tuin van het klooster en daar helemaal niet meer weg willen. Over een paar uur zal pater Nikodemus de nachtmis lezen. Waarschijnlijk als enige katholiek op de wereld preekt hij voor een gehoor dat voor het grootste deel joods is.

    Bethlehem

    Ondertussen is in Bethlehem, de geboorteplaats van Christus, het feest al aan de gang. Eigenlijk maar negen kilometer, maar ook een omweg om een hele lange grensmuur heen verder. Op de markt waar de Geboortekerk en de Omarmoskee oog in oog staan, is een parade. Een bigband in militair ogende uniformen speelt ‘Jingle Bells’ met een Arabisch accent. Maar het Palestijnse Bethlehem lijkt op dit moment niet zo ontvankelijk voor kerstliedjes uit Trumpistan. Een affiche met een in het paars geklede Sinterklaas wenst ons Merry Christmas, een nog groter affiche dat eroverheen geplakt is herinnert ons eraan dat Jeruzalem voor eeuwig de hoofdstad van Palestina blijft.

    De bewoners van de stad volgen de parade met een merkwaardige mengeling van plichtsbewustzijn, kijklust en ergernis. Tussen de rijen door dringen minderjarige kauwgom- en parapluverkopers naar voren. Eromheen cirkelen geconcentreerde Palestijnse soldaten en een groot aantal internationale cameraploegen. En om iedereen heen jaagt een akelige wind die maling heeft aan het milde winterzonnetje. En hoe verder je van de theoretisch zo feestelijke markt af komt, in de richting van Jeruzalem, in de richting van de gemilitariseerde scheidingsmuur, des te voelbaarder het wordt dat Bethlehem weinig zin heeft om feest te vieren.

    De wind die over het feest joeg heeft tegen de avond dankzij de talloze regenbuien een zee van plassen in de Oude Stad veroorzaakt. Desondanks is de Dormitio-abdij voor de nachtmis van pater Nikodemus tot de laatste plaats bezet. Ook Omri Szmulewicz, die zich in staat acht de erfgenaam van de jarige te zijn, is gekomen. Hij luistert met gesloten ogen, een steentje dat zijn derde oog moet symboliseren tegen zijn voorhoofd gedrukt. Soms glimlacht hij enthousiast, dan weer kijkt hij een beetje mistroostig.

    ‘Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij’

    Pater Nikodemus weet het verrassend jonge joodse publiek snel voor zich te winnen. In een wit met gouden kazuifel schertst hij vanaf de preekstoel: ‘Ik ben hier niet om u te bekeren. Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij.’ De pater verklaart dat God niet alleen een over ons wakende en wraakzuchtige God is. ‘Maar vol liefde en hartstocht. Almachtig, zeker, maar een God van vrede, van licht en van vergeving.’

    Szmulewicz vergeeft de pater na afloop snel dat de mis ‘te mainstream’ was. En ook wil hij wel door de vingers zien dat het publiek zijn aandacht niet voldoende bij de dienst hield en dat ze ondertussen foto’s maakten met hun mobieltjes. ‘Maar misschien is het alleen mijn ego dat kritiek heeft. Waar moet de pater anders over preken dan over liefde en vergeving? Religie moet niet te ingewikkeld zijn.’

    Een paar kilometer verderop staan de straten van de onbeschrijflijke wijk Kfar Aqab een halve meter onder water. De Dagen van Woede gaan verder. Dr. Gregory Katz moet over een paar uur met zijn restje humanisme in een dokterstas naar zijn werk. In de meest aanbeden stad ter wereld is het vandaag geen feestdag.

    Life of Brian

    Nooit is het Jeruzalemsyndroom zo prachtig en komisch ad absurdum gevoerd als in de klassieker Monty Python’s Life of Brian: in deze satirische film uit 1979 wordt de jonge Brian tegen zijn zin tot messias uitgeroepen, terwijl hij alleen de mooie Judith voor zich wil winnen. Verder wil hij met rust gelaten worden. Aan het bittere slot van de film klinkt de song ‘Always Look on the Bright Side of Life’, terwijl Brian en een tiental andere veroordeelden aan kruisen bungelen. De song werd even beroemd als de film: de laatste werd door het British Film Institute ondanks veel controverse gekozen als een van de honderd beste Engelse films.

    De auteur

    Dmitrij Kapitelman (31) heeft Jeruzalem in zijn leven tot nu toe drie keer bezocht, en de stad als ‘waanzinnig vermoeiend’ ervaren. Maar ook als een bijzondere plaats. ‘Het is moeilijk in woorden uit te drukken,’ zegt hij, ‘maar je voelt daar veel directer dan elders hoe belangrijk religie voor mensen kan zijn.’ Kapitelman is zelf van joodse origine, maar noemt zichzelf een ‘Hebreeuws gevormde atheïst’.

  • 4. Ook Israël eert omstreden figuren

    4. Ook Israël eert omstreden figuren

    Standbeelden kent Israël nauwelijks, maar verschillende straten, parken en monumenten dragen de naam van rechtsextremisten, stelt de krant Haaretz spijtig vast.

    Ook al ontbreekt het Israël niet aan controversiële figuren, ons land kent nog geen conflicten zoals die in de Verenigde Staten zijn uitgebroken rond de standbeelden van geconfedereerden. Dat komt vooral doordat het standbeeld in de Israëlische cultuur maar een marginale rol speelt. Dat wil niet zeggen dat degenen die hun stempel op ons land hebben gedrukt niet op waarde worden geschat, gezien het aantal scholen, ziekenhuizen, snelwegen, bruggen, parken, openbare plekken, militaire bases en, uiteraard, straten die hun naam dragen.

    Net als in de Verenigde Staten worden enkele ronduit omstreden figuren in de openbare ruimte geëerd. Meir Kahane, de van oorsprong Amerikaanse racistische rabbijn wiens partij door Israël verboden werd, heeft zijn naam aan een straat in de stad Or Akiva gegeven, evenals aan een park in de zionistisch-Joodse nederzetting Kiryat Arba op de Westelijke Jordaanoever. In dit park vind je ook het graf van een andere beruchte figuur, Baruch Goldstein, de Amerikaans-Joodse arts die negenentwintig Palestijnen vermoordde die aan het bidden waren in Tombe van de patriarchen in Hebron. Ook al is het geen officieel monument, het graf van Goldstein is een bedevaartsplek geworden voor extreemrechtse militanten.

    Rehavam Zeevi, voormalig generaal, minister van Toerisme en leider van een extreemrechtse partij die de uitzetting van alle Palestijnen voorstond, heeft zijn naam gegeven aan een brug, een autosnelweg, verscheidene monumenten, een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever en talrijke Israëlische straten. Toen hij in 2001 door een Palestijns commando werd vermoord op het hoogtepunt van de tweede intifada, was Zeevi niet alleen omstreden vanwege zijn politieke standpunten, maar ook vanwege talrijke beschuldigingen van verkrachting. Enkele maanden geleden heeft de regering-Netanyahu onder druk van belangrijke veteranen en president Rivlin (Likoed) moeten afzien van haar plan om een monument ter nagedachtenis aan de Onafhankelijkheidsoorlog naar Zeevi te vernoemen.

    Minister van Binnenlandse Zaken Arie Deri gaf de stad 48 uur om de borden te verwijderen. Wat onmiddellijk gebeurde

    In maart werd bekend dat de Arabisch-Israëlische stad Jatt in Galilei al meer dan tien jaar geleden een straat naar Yasser Arafat had vernoemd, die door veel Israëliërs als het archetype wordt beschouwd van de terrorist die de Joodse staat van de kaart wil vegen. Minister van Binnenlandse Zaken Arie Deri gaf de stad 48 uur om de borden te verwijderen. Wat onmiddellijk gebeurde.

    Toch is Arie Deri volgens Maoz Azaryahou, geograaf aan de Universiteit van Haifa en gespecialiseerd in toponymisch beleid, buiten zijn boekje gegaan. ‘In Israël zijn, net als in de Verenigde Staten, alleen de plaatselijke autoriteiten bevoegd op dit gebied.’ Vandaar dat een nederzetting als Kiryat Arba de nagedachtenis aan zo’n controversiële figuur als Meir Kahane heeft kunnen eren zonder door de regering op het matje te zijn geroepen. En vandaar dat de Arabische stad Kafr Manda in Galilei een openbare plek naar Gamal Abdel Nasser heeft kunnen vernoemen, de voormalige Egyptische president die een van de geduchtste vijanden van Israël was.

    Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de Israëlische gemeenten herdenkingsmonumenten begonnen op te richten, werd duidelijk verordonneerd dat de kunstenaars de Joodse traditie moesten respecteren en niemand mochten beledigen. Volgens professor Azaryahou ‘was dat een manier om het maken van figuratieve beelden te ontmoedigen, wat verklaart waarom de meeste Israëlische gedenktekens in de openbare ruimte abstract zijn’.

    Naar de racistische rabbijn Meir Kahane, hier omringd door fans, zijn een straat en een park vernoemd. – © David Rubinger / The LIFE Images Collection / Getty Images
    Naar de racistische rabbijn Meir Kahane, hier omringd door fans, zijn een straat en een park vernoemd. – © David Rubinger / The LIFE Images Collection / Getty Images

    Toch vind je hier en daar in het Israëlische landschap standbeelden. Een van de bekendste staat in de kibboets Yad Mordechai en is een levensgrote afbeelding van Mordechai Anielewicz, de leider van de opstand in het getto van Warschau. In Tel Aviv staat bij het Gedenkteken van de Onafhankelijkheid een standbeeld te paard van Meir Dizengoff, de eerste burgemeester van de stad. Het grootste plein van Tel Aviv, vroeger ‘het Plein van de koningen van Israël’ geheten, waar in november 1995 de aanslag op premier Yitzhak Rabin plaatsvond, is omgedoopt tot het Yitzhak Rabinplein en voorzien van een borstbeeld van hem. Op de internationale luchthaven Ben-Gurion in de voorstad Lod, ten slotte, zijn borstbeelden te vinden van David Ben-Gurion en Yitzhak Rabin.

    Azaryahou noemt het enige geval waarin een standbeeld is verwijderd voordat Israël een onafhankelijke staat werd. ‘In de jaren dertig van de vorige eeuw, tijdens de grote opstand tegen de Engelsen, haalden de Arabieren in Beër Sjeva een standbeeld neer van Edmund Allenby.’ Dat is de Engelse generaal die een eind had gemaakt aan het Ottomaanse regime tijdens de Eerste Wereldoorlog.

    Uitzondering

    Na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 werden veel straten die de naam van Britse persoonlijkheden droegen omgedoopt, met uitzondering van de Allenbystraat in Tel Aviv. ‘Maar in Haifa en Jeruzalem sloeg dat niet aan, en de twee steden hebben nog steeds een King George Avenue,’ zegt professor Azaryahou. ‘In Tel Aviv werd zelfs een inscriptie toegevoegd die eraan herinnert dat koning George V koning van Engeland was ten tijde van de Balfour-verklaring, een manier om een zionistisch tintje te geven aan deze toponymie die geërfd is van het Britse mandaat.’ En met reden. De Balfour-verklaring is het document dat in 1917 de steun van Groot-Brittannië bekrachtigde aan de vestiging van een ‘Joods nationaal tehuis’ in Palestina.

    Al zijn de plaatselijke autoriteiten in Israël als enige bevoegd om straatnamen te kiezen, er is één uitzondering, onderstreept Azaryahou. ‘Het is ze verboden een straat om te dopen die de naam van een volksheld draagt.’ Dat heeft de gemeente Bnei Brak, een ultraorthodoxe stad ten oosten van Tel Aviv, er niet van weerhouden de Herzlstraat, vernoemd naar de stichter van de zionistische beweging, de naam van rabbijn Eliezer Schach te geven, de geestelijk leider van de ultraorthodoxen van Israël en de diaspora. ‘Ze hebben een subtiele manier gevonden om het verbod te omzeilen en de naam “Herzl” voor een deel van de straat laten bestaan.’

    Auteur: Judy Maltz
    Vertaler: Peter Bergsma

    Haaretz
    Israël | dagblad | oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • Land van ham en honing

    Land van ham en honing

    Varkensvlees gold in Israël lang als een verboden vrucht. Maar in het kosmopolitische Tel Aviv doorbreekt een nieuwe generatie Israëli’s het culinaire taboe.

    Als de zon ondergaat op het Dizengoff-plein in Tel Aviv sluit een nabijgelegen Kabbalah Centrum zijn lezingenserie op straat af, gaan boetiekjes en galerieën dicht en parkeren strandgangers, nog steeds in hun bikini’s, hun fiets bij de stalling. In de buurt melden volgens de laatste normen geklede hipsters zich bij een van de weinige barbecue-tenten van de stad. Zij komen in drommen voor cocktails en soulfood, maar ook voor iets wat, ook al is het 
in de meeste kosmopolitische steden niets opmerkelijks, in Israël lang als een verboden vrucht is gezien: varkensvlees. Bij Truck De Luxe kun je urenlang op een terras zitten dat zich tot in de straat uitstrekt, koud bier drinken en een zachte pretzel met bacon-jam wegwerken, of de kenmerkende pannenkoeken met laagjes varkensvlees, bestreken met ahornsiroop, bestellen. De afgelopen vijf jaar is 
de belangstelling van Israëli’s voor varkensvlees geëxplodeerd, zegt een van de eigenaren van het restaurant, Ori Marmorstein. En omdat de varkensvleesindustrie wordt gemonopoliseerd door slechts een paar boerderijen, grotendeels gelegen in Israëls noordelijke Arabisch-christelijke regio, heeft de vraag de prijs van varkensvlees met bijna honderd procent doen stijgen, zegt hij, tot ongeveer 8 dollar per pond.

    De afgelopen vijf jaar is de belangstelling voor varkensvlees geëxplodeerd

    De nieuwste vondst van Marmorstein 
is Israëls eerste barbecue-truck (eigenlijk een in een restaurant geparkeerde vrachtwagen), geïnspireerd door de voorbeelden uit Williamsburg, Brooklyn. Als overtuigd atheïst ziet hij de truck als deel van een grotere beweging binnen Israël. Hij beseft dat de nadrukkelijke aanwezigheid van varkensvlees op het menu sommige potentiële klanten afschrikt, die het voedsel als taboe blijven zien, maar hij hoopt dat dit snel zal veranderen. Hij geeft het Joodse geloof, dat de consumptie van varkensvlees verbiedt, de schuld van de sterke tegenstelling tussen Tel Aviv, dat alom bekend staat als een ‘seculiere zeepbel’, en de rest van Israël. ‘Religie verpest alles,’ zegt hij zonder veel emotie.

    Een hamburger van Truck De Luxe.
    Een hamburger van Truck De Luxe.

    Religieuze kloof

    Op plekken als deze spitst de al langer sluimerende rivaliteit tussen Tel Aviv en de rest van het land zich toe. Veel Israëli’s drijven de spot met de culturele hoofdstad, omdat die te liberaal en te mondiaal georiënteerd zou zijn – en, wellicht absurd genoeg, gezien de kleine omvang en de dichtbevolktheid van het land – te ver verwijderd van de plaatselijke realiteit. Maar in de truck staat het personeel in alle opzichten model voor Tel Aviv: mooi, hedonistisch, blasé – flirterige jongeren die goed voedsel en alcohol niet als een symbool van tijdelijke bevrediging 
zien, maar als een manier van leven. Het negeren van de beladen en steeds deprimerender politieke scene van 
het land is precies waar het om gaat, 
en het eten van varkensvlees zorgt ervoor dat je je daarvan kunt afkeren. Hoewel het debat historische wortels heeft, heeft het vandaag de dag nieuwe dimensies gekregen nu de religieuze kloof in Israël groter is geworden.

    Een paar weken geleden kreeg een Amerikaans-Israëlische soldaat een celstraf van elf dagen – die uiteindelijk werd omgezet – omdat hij een sandwich met ham naar zijn basis had meegenomen, klaargemaakt door zijn grootmoeder met wie hij op een nabijgelegen kibboets woont. De soldaat zei dat hij niet op de hoogte was van de koosjere regels op de basis, en hoewel het leger de straf snel terugdraaide, was er een nauwelijks geheelde wond in de ongemakkelijke religieus-seculiere balans van het land opengehaald. Rabbijn Eli Ben Dahan, de onderminister van Defensie, twitterde: ‘De staat Israël is een Joodse staat, waarvan we de Joodse identiteit willen versterken.’ Haaretz-schrijver Rogel Alpher zei echter precies het omgekeerde: dat de koosjere regels discrimineren tegen seculiere Joden en dat ‘in Israël de kashrut-cultuur [die van het koosjere establishment] een cultuur van dwang is, van het uitoefenen van controle over de bevolking.’

    Israëli’s zijn steeds meer geïnteresseerd in andere voedselculturen

    ‘In Israël ken ik veel mensen die niet koosjer leven, maar die toch geen varkensvlees willen eten, vanwege de traditie of wat dan ook,’ zegt Inbal Baum, een voormalige procureur en yoga-instructeur, wier firma, Delicious Israel, tours organiseert langs de culinaire hotspots van Israël. Zij groeide op met bacon bij het ontbijt, wat volgens haar voor veel Israëli’s en Joden in het buitenland een minder grote misdaad is dan het eten van ham of varkenskarbonaadjes. Het taboe, zegt ze, heeft meer dan wat dan ook te maken met het gevoel dat varkensvlees niet mag worden gegeten omdat dat altijd al zo is geweest. Maar ze geeft toe dat niemand van haar familieleden haar grootmoeder – een 94-jarige overlevende van Auschwitz uit een Pools religieus tehuis – zou durven ‘beledigen’ door varkensvlees mee te nemen.

    Culturele belangstelling

    De immigratie in de jaren negentig van zo’n 1,6 miljoen Joden uit de voormalige Sovjet-Unie, van wie vele niet-religieus, zorgde voor de grootschalige introductie van varkensvlees in de Israëlische keuken, maar Inbal zegt dat de recente varkensvleestrend een bredere culturele belangstelling weerspiegelt onder een nieuwe generatie Israëli’s. Voor velen geldt een jaar met een rugzak door Zuidoost-Azië of Zuid-Amerika trekken, na het verplichte jaar militaire dienst, als een soort rite de passage. Israëli’s zijn steeds meer geïnteresseerd in de voedselculturen die zij onderweg tegenkomen en in 
het imiteren van de nieuw ontdekte smaken als ze weer thuiskomen. 
Tijdens haar voedseltour door Tel Aviv wandelt Inbal door de centrale buitenmarkt van de stad, waar bok choy, groene papaja en Aziatische en Zuid-Amerikaanse kruiden naast varkensvlees zijn verschenen. En hoewel Truck De Luxe een bijzonder internationaal sfeertje heeft, integreren andere chefs varkensvlees in de traditionele Joodse keuken.

    De productie van varkensvlees onder Joden is nog steeds zeldzaam

    Op Hahalutzim 3, in de hippe Florentijnse buurt van zuidelijk Tel Aviv, wordt de conventionele Joodse keuken aangevuld met gerechten als challah-broodjes gevuld met gekruide varkenspoot. Leehee Goldenberg, een Israëlische foodblogger, is een fan van de stijl van het restaurant, maar beschrijft haar relatie met varkensvlees ook als extatisch en met schuldgevoel overladen. ‘Ik herinner me dat toen ik een klein meisje was,’ schrijft ze op haar blog, ‘mijn grootvader van moederskant herinneringen ophaalde over het eten van stukjes varkensvlees op droog brood – iets waarmee hij is opgehouden toen hij met mijn grootmoeder trouwde, die afkomstig was uit een religieus gezin.’ Goldenberg beschrijft hoe ze misselijk werd toen ze als tiener voor het eerst varkensvlees probeerde te eten, een ervaring waarvan ze nu zegt dat die psychosomatisch was. ‘Vandaag de dag houd ik van het andere witte vlees,’ schrijft ze.

    Culinair auteur Eli Landau test een stuk bacon in een slagerij in Tel Aviv. Landau schreef een varkensvleeskookboek in het Hebreeuws, The White Book. – © Rina Castelnuovo / HH
    Culinair auteur Eli Landau test een stuk bacon in een slagerij in Tel Aviv. Landau schreef een varkensvleeskookboek in het Hebreeuws, The White Book. – © Rina Castelnuovo / HH

    Rechtvaardiging

    Hoewel de consumptie van varkensvlees mainstream aan het worden is, 
is de productie ervan door Joden nog steeds zeldzaam en zijn daar soms nog steeds bepaalde rechtvaardigingen voor nodig. Kibboets Lahav in Zuid-Israël, die net als vele kibboetsim als een radicaal seculier project is opgezet, is de enige in zijn soort die bijdraagt aan de Israëlische varkensvleesindustrie, zij het als bijproduct van een programma om proefdieren te fokken. Omdat varkens fysiologisch op mensen lijken, zijn het de beste dieren voor medisch onderzoek, aldus Mosje Tayar, een kibboetsnik en woordvoerder namens het onderzoeksinstituut van de kibboets, waar ze werken aan behandelingen voor aandoeningen die uiteenlopen van diabetes tot diverse soorten kanker. Overtollige varkens worden verwerkt in de kibboetsfabriek, die het vlees aan winkels en hotels in het hele land levert. Tot de werknemers behoren belijdende moslims en joden die zelf geen varkensvlees eten, legt Tayar uit. (Bij wijze van zeldzaam voorbeeld van overeenstemming tussen moslims en Joden onder de Israëli’s, ziet 
de Islam het varken ook als een zeer onhygiënische en derhalve geestelijk giftige diersoort, en de consumptie ervan wordt in de Koran expliciet als ‘haram’, ofwel verboden, verklaard.)

    Omdat hij er thuis niet mee is opgegroeid onthoudt hij zich van varkensvlees, maar hij zou zijn kinderen nooit verbieden te eten wat ze willen. Zijn toon is enigszins vijandig als de indruk ontstaat dat hij dat zou kunnen doen. Hij zegt dat ‘het religieuze establishment of wie dan ook niet het recht heeft om op mijn bord te kijken, om te zien wat ik eet!’ en voegt eraan toe dat het fokken van varkens deel uitmaakt van de cultuur van de gemeenschap sinds de oprichting van de kibboets in 1952. ‘Ik geloof in een verscheidenheid aan ideeën, in “ieder het zijne”,’ zegt hij. ‘Niemand heeft het recht om iets anders te beweren.’

    Shira Rubin