Tag: terrorismebestrijding

  • Verenigd Koninkrijk arresteert acht mannen op verdenking van terrorisme

    Verenigd Koninkrijk arresteert acht mannen op verdenking van terrorisme

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Roemenië: nationalistische kandidaat Simion wint eerste verkiezingsronde

    » Australië: Labour-premier Anthony Albanese met ruime cijfers herkozen

    Van de acht mannen komen er zeven uit Iran

    Vijf mannen werden gearresteerd in de regio Manchester, in het westen van Londen en in Swindon, in het westen van het land. De drie andere mannen werden in Londen gearresteerd in het kader van een apart onderzoek. Van de acht mannen zijn zeven Iraniër. Ze worden verdacht van het plannen van een aanslag die ‘gericht was op een specifieke locatie’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In oktober 2024 waarschuwde het hoofd van MI5, de Britse inlichtingendienst, dat Teheran achter ‘complot na complot’ in het Verenigd Koninkrijk zat en dat er sinds januari 2022 twintig aanslagen waren verijdeld, aldus The Guardian.

    De Britse minister van Binnenlandse Zaken, Yvette Cooper, verklaarde dat de twee antiterroristische politieoperaties die zaterdag in Engeland werden uitgevoerd ‘grootschalig’ waren en betrekking hadden op de grootste bedreigingen voor de veiligheid van het koninkrijk ‘in de afgelopen jaren’, aldus The Times.

  • West-Papoea vormt basis voor terroristen | Hongkongse krant Apple Daily stopt ermee

    West-Papoea vormt basis voor terroristen | Hongkongse krant Apple Daily stopt ermee

    West-Papoea dient als nieuwe basis voor islamitische terroristen

    Onlangs heeft in West-Papoea een reeks arrestaties van islamitische militanten van de terreurorganisatie Jamaah Ansharut Daulah (JAD) plaatsgevonden. Een teken dat de meest oostelijke provincie van Indonesië de ideale uitvalsbasis is geworden voor deze terreurgroep, die sterk is gedecentraliseerd, schrijft Kompas.

    ‘Eind mei werden ten minste elf militanten van de Jamaah Ansharut Daulah (JAD) in een district in het zuiden van West-Papoea in hechtenis genomen. Woordvoerder Argo Yuwono van de nationale politie bevestigde dat de vermoedelijke militanten geen inheemse Papoea’s waren, maar migranten uit Java en Sulawesi die al enige tijd in Merauke [de administratieve hoofdstad van het district] woonden’, aldus de Indonesische krant.

    Bij de arrestatie nam de politie chemicaliën en wapens in beslag die de verdachten wilden gebruiken om aanslagen te plegen op kerken en Petrus Canisius Mandagi, de aartsbisschop van Merauke.

    Aman Abdurrahman

    JAD werd in 2014 opgericht door Aman Abdurrahman op het eiland Nusakambangan, een penitentiair centrum voor de zuidkust van Java waar terroristen en drugshandelaren worden vastgehouden. Vanuit zijn cel wist deze islamitische militant duizenden jonge Indonesiërs op te roepen om aan de zijde van IS in Syrië te gaan vechten.

    Sinds 2016 is JAD verantwoordelijk voor verschillende aanvallen op kerken in de archipel, met als meest recente de aanval op Palmzondag in maart 2021 op een kerk in Makassar, op het eiland Sulawesi. Een aanslag waarbij de twee zelfmoordterroristen omkwamen en twintig mensen gewond raakten. In 2018 werd Aman Abdurrahman ter dood veroordeeld, maar tot op heden is hij niet geëxecuteerd.

    The Jakarta Post citeert een rapport uit 2021 van het in Jakarta gevestigde Institute for Policy Analysis of Conflict (Ipac). Deze merkt op dat JAD, in tegenstelling tot de Jamaah Islamiyah (JI), de organisatie achter de bomaanslagen op Bali in 2002, altijd gedecentraliseerd is geweest, met weinig of geen coördinatie of overdracht van informatie tussen de verschillende eenheden.

    West-Papoea wordt al decennia geteisterd door separatistische conflicten

    Analisten denken dat de leden, afkomstig uit Sumatra, Java en Sulawesi, naar West-Papoea zijn gekomen om te ontsnappen aan de Densus 88-antiterreureenheid, die haar hardhandig optreden tegen de groep van 2019 tot 2021 heeft opgevoerd. ‘Geografisch gezien is West-Papoea voor hen voordelig’, vertelt Stanislaus Riyanta, een in Jakarta gevestigde inlichtingen- en terrorismedeskundige, aan The Jakarta Post.

    De westelijke helft van het eiland Papoea, waarvan de bevolking overwegend christelijk is, werd in 1969 door Indonesië geannexeerd. Sindsdien wordt het geteisterd door separatistische conflicten, die onlangs weer zijn opgelaaid. In april 2021, na de dood van het hoofd van de regionale inlichtingendienst tijdens een hinderlaag door pro-onafhankelijkheidsrebellen in de hooglanden van Papoea, heeft de Indonesische regering de gewapende pro-onafhankelijkheidsgroepen van Papoea op de lijst van terroristische organisaties geplaatst. Een lijst waarop ook JAD en andere islamistische bewegingen staan.

    Hoewel de meeste analisten betwijfelen of JAD zich, gezien hun ideologische verschillen, zal aansluiten bij gewapende Papoea-onafhankelijkheidsgroepen, waarschuwt Stanislaus Riyanta dat de plaatselijke aanwezigheid van JAD zou kunnen leiden tot een escalatie van conflicten en terreur in de regio. ‘Als je een gemeenschappelijke vijand hebt, kan alles gebeuren. We moeten in de gaten houden hoe de dingen zich ontwikkelen.’

    Lees ook:


    De kritische Hongkongse krant Apple Daily stopt ermee

    Vandaag verschijnt Apple Daily voor het laatst. Het moederbedrijf van de krant, Next Digital, heeft dit op woensdag 23 juni na een bestuursvergadering bekendgemaakt: ‘Apple Daily heeft besloten dat de krant zijn activiteiten vanaf middernacht zal staken en dat 24 juni de laatste verschijningsdag zal zijn’, meldt de Hongkongse krant South China Morning Post.

    Voor Duanchuanmei (The Initium), een nieuwswebsite die ook in Hongkong is gevestigd, betekent het besluit het verlies van ‘de [laatste] kritische stem in het publieke debat in Hongkong’. In 1995 werd Apple Daily opgericht, twee jaar voordat het Britse grondgebied aan China werd teruggegeven.

    ‘Al onze bankrekeningen zijn nu in handen van de autoriteiten, waardoor we geen salarissen kunnen betalen’

    Na de arrestatie van vijf directieleden op donderdag 17 juni en de bevriezing van de banktegoeden, verkeerde de krant in ernstige financiële moeilijkheden. Mark Simon, een assistent en adviseur van de eigenaar van de krant, Jimmy Lai – die sinds augustus 2020 in hechtenis zit – bevestigde dit aan de Zwitserse krant Le Temps: ‘Al onze bankrekeningen zijn nu in handen van de autoriteiten, waardoor we geen salarissen kunnen betalen en niet aan onze financiële verplichtingen aan onze leveranciers en verkopers kunnen voldoen.’

    De directie had op maandag (21 juni) aangekondigd dat zij zichzelf tot vrijdag de tijd zou geven om te beslissen wat te doen aan het begrotingstekort; zij had ook verklaard de inbeslagneming van haar activa bij een rechtbank in Hongkong aan te vechten om een deel van de middelen terug te krijgen. Bijna de helft van de journalisten kondigde maandag of dinsdag hun vertrek aan, maar degenen die zijn gebleven zworen om ‘tot het uiterste te gaan’, volgens berichten in South China Morning Post.

    ‘De stemmen van de dissidenten gaan online of naar het buitenland. Hun invloed zal nooit die van Apple Daily evenaren’

    Maar de druk is de afgelopen dagen blijven toenemen. Afgelopen woensdag (23 juni) nog arresteerde de politie van Hongkong Yeung Ching-kee, actief als hoofdredacteur van de krant onder het pseudoniem Li Ping.

    Dankzij de nationale veiligheidswet die op 30 juni 2020 is aangenomen, is de uitvoerende macht van Hongkong begonnen met een beleid van massale repressie. Deze ontwikkeling heeft angst gezaaid in de mediawereld, met de gedwongen verbanning van journalisten en prodemocratische dissidenten. ‘Het verdwijnen van Apple Daily laat diepe sporen na’, schrijft The Initium. ‘De stemmen van de dissidenten gaan online of naar het buitenland. Hoewel ze nu onaantastbaar zijn door de autoriteiten, zal hun invloed nooit die van Apple Daily evenaren.’

    Lees ook:


    Pedro Sánchez verleent gratie aan negen Catalaanse separatisten

    Op dinsdag 22 juni heeft de Spaanse regering officieel gratie verleend aan de negen Catalaanse separatistische politici die sinds 2017 in Spanje gevangen zitten. Dit symbolische besluit is een politieke zet van de premier Sánchez, analyseert de Spaanse pers.

    ‘Dit besluit vloeit voort uit de noodzaak om de co-existentie te herstellen,’ aldus de premier. Op dinsdag 22 juni heeft Pedro Sánchez in een korte toespraak vanuit het Moncloa-paleis in Madrid een van de belangrijkste beslissingen van zijn regeerperiode tegenover zijn medeburgers gerechtvaardigd. Enkele minuten eerder had zijn regering in de ministerraad ingestemd met het verlenen van gratie aan de negen Catalaanse politici, die gevangen waren gezet na het eenzijdig afgekondigde onafhankelijkheidsreferendum in Catalonië in de herfst van 2017.

    ‘Het verlenen van gratie is een zeer symbolische stap naar de oplossing van het conflict’

    Hoewel een deel van Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging geen genoegen neemt met gratie en amnestie eist (waarbij ook het vonnis ongedaan zal worden gemaakt), is het besluit van de Spaanse president een mijlpaal. Het is ‘een politieke triomf’, aldus La Vanguardia, een Catalaans dagblad dat voorstander is van gematigd regionalisme. ‘Het verlenen van gratie is een stap – geen beslissende stap, maar een zeer symbolische stap – naar de oplossing van een conflict dat alleen met politieke middelen kan worden beëindigd.’

    De door de Spaanse regering verleende gratie niet volledig: de politici worden vrijgelaten, maar mogen zich nog steeds niet verkiesbaar stellen.

    De negen hooggeplaatste separatistische leiders waren in 2019 door de Spaanse justitie veroordeeld tot maximaal dertien jaar gevangenisstraf. Verscheidene van hen genoten sinds eind januari van een regime van semivrijheid.

    Het besluit heeft geen gevolgen voor Catalaanse activisten die voor onafhankelijkheid zijn en in ballingschap leven, zoals de voormalig voorzitter van de Generalitat (de autonome regering van Catalonië), Carles Puigdemont, die in België verblijft. De centrale regering wil nog steeds dat deze bannelingen worden uitgeleverd en in Spanje worden berecht.

    Dialoog

    Volgens de linkse onlinekrant El Diario stelt het verlenen van gratie Madrid in staat de ‘dialoog met Catalonië’ te hervatten om een uitweg uit de Catalaanse crisis te vinden. Hoofdredacteur Ignacio Escolar legt uit: ‘Wat [in 2017] kapot is gemaakt, kan alleen worden gerepareerd door een meerderheid van de Catalanen te laten stemmen voor een nieuw pact met Spanje, dat in de grondwet zal moeten worden vastgelegd.’

    Het conservatieve kamp – PP (rechts), Vox (extreem-rechts) en zelfs Ciudadanos (centrumrechts) – wijst het pardon echter categorisch af. Evenzo bracht het Spaanse Hooggerechtshof eind mei een ongunstig advies over de zaak uit.

    ‘Gratie verlenen is geen daad van vrijgevigheid jegens berouwvolle misdadigers, maar een onwaardige politieke strategie’

    ‘Gratie verlenen is geen daad van vrijgevigheid jegens berouwvolle misdadigers, maar een onwaardige politieke strategie, die miljoenen Spanjaarden op de knieën dwingt die deze chantage niet kunnen aanvaarden’, aldus ABC.

    Het rechtste dagblad beweert dat de strategie van Sánchez erop gericht is ‘zijn mandaat te redden door de stemmen van ERC [de Catalaanse partij Republikeins Links, die de socialistische premier in staat had gesteld om begin 2020 aan de macht te blijven] veilig te stellen’.

    Pedro Sánchez zal zijn besluit op 30 juni in het Spaanse Congres van Afgevaardigden toelichten. De komende dagen zullen de Catalaanse separatisten uit de gevangenis worden vrijgelaten.

    Lees ook:

  • Dossier Brussel 4. Europa, kom in actie

    Dossier Brussel 4. Europa, kom in actie

    Europa reageert veel te slap op aanslagen zoals die in Brussel, schrijft de Spaanse krant El País. Het is onze Europese identiteit die wordt aangevallen, dus moeten we ook gezamenlijk reageren.

    Bij elke aanslag op Europees grondgebied is het scenario hetzelfde, en altijd is het even ontluisterend: terwijl de terroristen Europa op grote schaal aanvallen, is de reactie van Europa minimaal.

    Zowel uit de communiqués die de aanslagen rechtvaardigen als uit de verklaringen en handelwijzen van de jihadisten (vooral van degenen die in Europa zijn geboren) spreekt een diepgewortelde haat jegens alles waar Europa voor staat: individuele vrijheid, democratische waarden en een ongeëvenaarde tolerantie op religieus gebied.

    Europa blijft een abstracte entiteit waarvoor niemand wil sterven

    Iedereen die zich verbonden voelt met dit Europa, dat evenzeer een idee is als een project en een manier van leven, is een potentieel doelwit, zelfs moslims. Vandaar dat de plegers van de aanslag in de Bataclan de vijftienhonderd toeschouwers die zich daar bevonden niet op religie of nationaliteit selecteerden voordat ze hen executeerden. In hun ogen verdienden ze allemaal de dood.

    De Europese Unie was in november al aangevallen in Parijs, maar ze heeft niet overeenkomstig gehandeld. In plaats van te eisen dat artikel 222 van het functioneringsverdrag van de EU in werking werd gesteld, zodat alle lidstaten op een collectieve en gecoördineerde manier konden reageren, nam Parijs liever zijn toevlucht tot artikel 42, dat een intergouvernementele reactie mogelijk maakte, buiten de Europese instituties om.

    Het Brusselse Beursgebouw werd een herdenkingsplek. – © Christopher Furlong / Getty Images
    Het Brusselse Beursgebouw werd een herdenkingsplek. – © Christopher Furlong / Getty Images

    Uit deze juridische subtiliteit sprak een zeer duidelijke boodschap: de Franse autoriteiten wilden hun volledige handelingsvrijheid behouden op alle fronten in de strijd tegen het terrorisme, zoals bleek uit de beslissing van Hollande om onmiddellijk doelen van IS in Syrië te gaan bombarderen.

    Of het nu gaat om het oplossen van de vluchtelingencrisis of het beleid inzake Syrië, de lidstaten willen zelf de controle behouden over alle gevoelige kwesties die te maken hebben met hun veiligheid. En dat terwijl de betrokkenheid van Belgische netwerken bij de aanslagen in Parijs al voor eens en voor altijd had aangetoond dat het een ernstige vergissing is om bij zulke kwesties de nationale soevereiniteit te willen bewaren.

    Om ons daaraan te herinneren, hebben de jihadisten recentelijk Brussel aangevallen, de hoofdstad van de Europese Unie. Maar één ding is zeker: velen zullen blijven denken dat deze aanslag tegen België was gericht. Europa blijft een abstracte entiteit waarvoor niemand wil sterven. Dat velen bereid zijn Europeanen te doden, zou echter aanleiding moeten zijn om ons nog eens flink achter de oren te krabben over de kracht van onze identiteit en ons project.

    Auteur: José Ignacio Torreblanca

    José Ignacio Torreblanca is hoofd van ECFR (European Council on Foreign Relations) in Madrid en betrokken bij het European Power-programma.

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    De grootste krant van Spanje, met een centrum-linkse signatuur.

  • 3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    De Franse regering bewandelt een gevaarlijke weg met haar antiterrorismemaatregelen, vindt Yves Sintomer, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Parijs. Volgens hem loopt het land, veel eerder dan bijvoorbeeld Duitsland of Engeland, het risico om af te glijden naar een autoritair systeem.

    U betoogde dat van alle westerse landen Frankrijk het grootste risico loopt om af te glijden naar een autoritair systeem. Waarop baseert u die conclusie?

    Yves Sintomer: Door een groeiend wantrouwen tegenover regeringen en elites verkeren onze oude Europese en Noord-Amerikaanse democratieën in een ernstige legitimiteitscrisis. Als men bedenkt hoe groot de veranderingen zijn waarmee de politiek wordt geconfronteerd, valt niet te verwachten dat onze systemen, die uit de achttiende eeuw stammen, zonder aanpassing door deze crisis komen.

    Gokken op een terugkeer naar vroeger is ook niet realistisch – of het nu gaat om een systeem dat is gebaseerd op rivaliteit tussen de grote volkspartijen met een ideologische basis, of om een communistisch systeem, waar vooral modieuze filosofen als Giorgio Agamben, Alain Badiou en Slavoj Žižek warm voor lopen. En als noch een status quo, noch een terugkeer naar vroeger mogelijk is, dan zullen onze representatieve democratieën dus muteren.

    Yves Sintomer.
    Yves Sintomer.

    In welke richting dan? Wat zijn de scenario’s?

    Ik zie drie realistische scenario’s. Het eerste is wat ‘de postdemocratie’ wordt genoemd, een begrip dat door de Britse politicoloog Colin Crouch is bedacht. Dat is een systeem waarin ogenschijnlijk niets verandert: er worden nog steeds vrije verkiezingen gehouden, 
de rechtspraak is onafhankelijk, de individuele rechten van burgers worden gerespecteerd. Aan de buitenkant lijkt alles hetzelfde te blijven, maar het echte gezag ligt elders. Het zijn de grote bedrijven, de deelnemers aan ‘de markt’, de kredietbeoordelaars en de technocratische instanties die de besluiten nemen. In Europa gaat het deze kant al op.

    Een tweede, wat gunstiger scenario is dat van ‘een democratisering van de democratie’: daarvoor hebben we een versterking nodig van de politiek tegenover de economische krachten, en een actievere participatie van de burger. De democratie wordt in dit geval versterkt via allerhande vormen van participatie en inspraak.

    Het is Frankrijk niet gelukt op tijd mee te gaan in de globalisering

    Het derde scenario is dat van het autoritaire regime. Het gaat daarbij niet 
om een dictatuur, maar om systemen waarin, anders dan in de postdemocratie, ook de buitenkant veranderingen ondergaat: er zijn verkiezingen, maar de electorale strijd blijft beperkt. De vrijheden, van meningsuiting, van 
vereniging, van reizen, de persvrijheid worden via wetgeving ingeperkt, en de rechtspraak wordt minder onafhankelijk. Die kant zijn de Russen, de Hongaren, de Polen en de Turken opgegaan, net zoals verder weg ook in Ecuador en Venezuela is gebeurd. In Zuidoost-Azië bestaan verschillende niet-democratische 
regimes die via een zeer behoedzame liberalisering in de richting van dat model zijn opgeschoven of bezig zijn dat te doen. Ik denk dan aan Singapore en China, twee landen met beperkte vrijheden voor hun inwoners.

    Kijken we naar West-Europa en 
Noord-Amerika, dan zien we vooral 
in Frankrijk tekenen dat zoiets ook 
hier mogelijk is. Ook al is het niet het meest waarschijnlijke scenario.


    Waarom denkt u dat? Is het vanwege de besluiten die na de aanslagen van 13 november vorig jaar genomen zijn?

    Als het over openbare veiligheid en immigratie gaat, zijn de dijken doorgebroken, zowel tijdens de laatste campagne voor de presidentsverkiezingen als recenter, in de reacties op de aanslagen. Ik denk aan de discussie rond het afnemen van het staatsburgerschap [van veroordeelde terroristen], het 
verlengen van de noodtoestand, en het terugvallen op een mythisch nationaal model met als kernwaarde het secularisme. De richting die vrijwel de hele politieke klasse – van rechts én van links – is ingeslagen, is nogal bedenkelijk. De vreemdelingenhaat neemt toe, er ontstaat steeds meer een fantasiebeeld van wat Europa is. En we storten ons in militaire avonturen die meestal nauwelijks zin hebben.

    Tegelijkertijd blijft het Front National terrein winnen, en ook al is het niet waarschijnlijk dat Marine Le Pen de presidentsverkiezingen wint, je kunt dat ook niet meer helemáál uitsluiten. Stel je de situatie voor dat links en rechts verdeeld zijn, Marine Le Pen in de eerste ronde ruim aan kop eindigt en dan in de tweede ronde tegenover François Hollande komt te staan… 
Niemand kan nu met honderd procent zekerheid voorspellen dat het Front National dan de verliezer is.


    Waarom komen in Frankrijk volgens u gemakkelijker dan elders in Europa autoritaire reflexen naar boven? Zit er nog een restant van het bonapartisme in ons? Of is het omdat we de Republiek zien als ‘een mal’ voor de samenleving?

    Frankrijk heeft minder antigenen tegen autoritaire systemen dan een liberale democratie als het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast is Duitsland door zijn geschiedenis en alles wat het land vanaf de jaren zestig heeft gedaan om die te verwerken, minder vatbaar geworden voor dit gevaar. Er zijn wel wat extreemrechtse partijtjes, maar de Duitse samenleving heeft helemaal niets op met autoritaire ideeën. Het Bundesgerichtshof in Karlsruhe treedt zeer doeltreffend op als het aankomt op het verdedigen van de grondrechten, veel meer dan de Franse Conseil constitutionnel.

    Voorts is Frankrijk een voormalige koloniale grootmacht die zich ooit in het middelpunt van de wereld bevond en het niet goed kan hebben dat het deze positie is kwijtgeraakt. Ook Groot-Brittannië had ooit die positie, maar weet zich beter aan de globalisering aan te passen. Het is Frankrijk niet gelukt op tijd mee te gaan in de globalisering, en dat verergert de Franse identiteitscrisis nu nog verder. Ook heeft het een broze economische gezondheid en wat het produceert, is – anders dan bijvoorbeeld in Duitsland – niet erg geschikt om de concurrentie met de opkomende economieën aan te gaan.

    Het gezag in onze natiestaat heeft zijn grenzen: dat moeten we erkennen en daar moeten we naar handelen

    Ten slotte, we weten dat Frankrijk in moeilijke tijden snel in autoritaire reflexen vervalt: denk aan Vichy, of aan de Algerijnse oorlog. Die crises waarin we zitten, de financiële en die van de erfenis van het verleden, vormen een explosieve cocktail. West-Europa wordt van alle kanten belaagd door een opeenstapeling van crises: de economische crisis, de vluchtelingencrisis, de crisis binnen de Verenigde Naties over de globalisering, de crisis binnen politieke partijen. Frankrijk is niet echt het juiste land om die opeenstapeling van problemen het hoofd te bieden.

    Wat zouden we moeten doen om 
te voorkomen dat we afglijden naar een autoritair systeem?

    Om te beginnen zouden we een kundige politieke klasse moeten hebben. Vergeleken met andere landen is de onze zwak. Dat komt door de manier waarop die wordt gevormd en door de grote afstand tot het volk. Er is dus een hervorming van de instituties nodig.

    Ten tweede moeten we ons verdiepen in hoe we onze identiteit definiëren. We zijn een multiculturele samenleving, we zijn een middelgrote mogendheid, het gezag in onze natiestaat heeft zijn grenzen: dat moeten we erkennen en daar moeten we naar handelen.

    Federale of sterk gedecentraliseerde landen als Spanje en Duitsland hebben minder moeite om het Europese model te begrijpen en zich ernaar te voegen. Frankrijk moet daar veel harder zijn best voor doen.

    Onze economie moet uit het slop worden gehaald. Op het ogenblik probeert men de economische blokkades weg te nemen, maar dat zet niet echt zoden aan de dijk. Tot slot moeten we ermee ophouden steeds het ene te zeggen en dan iets heel anders te doen. Om een voorbeeld te noemen: op de klimaattop in Parijs beweerde de Franse regering dat 
zij vierkant achter een forse koerswijziging van onze milieupolitiek was, maar in feite zijn de genomen maatregelen zeer bescheiden. Dit soort schizofreen gedrag is echt gevaarlijk, omdat zo het vertrouwen in de politiek wordt aangetast.

    Auteur: Pascal Riché
    Vertaler: Tess Visser

    Beeld bovenaan: _De vrijheid leidt het volk _(1830) – Eugène Delacroix

    Le Nouvel Observateur
    Frankrijk, weekblad, oplage 530.000
    In 1964 opgericht door Franse voormalig verzetsstrijders. Nog altijd is de redactie zeer geëngageerd en uit op maatschappelijke veranderingen.

  • 5. Een buitengewoon gevaarlijk artikel

    5. Een buitengewoon gevaarlijk artikel

    Niet de ontneming van de Franse nationaliteit is het meest heikele punt in de nieuwe grondwet, stelt website Numerama. Het gaat vooral om het eerste artikel, dat het Franse parlement de macht geeft de controleurs van de naleving van de grondwet monddood te maken.

    Er moet nog eens grondig worden gekeken naar het eerste artikel van het grondwetsvoorstel voor ‘de bescherming van de natie’, dat niet alleen over ontneming van de nationaliteit gaat, maar in de allereerste plaats over de noodtoestand. De aangenomen tekst is buitengewoon gevaarlijk, omdat hij de Grondwettelijke Raad [Conseil constitutionnel, de waakhond die dit soort uitzonderingswetgeving aan de grondwet moet toetsen.] van een groot deel van zijn controlerende macht berooft.

    Het gaat om een politieke communicatietruc die helaas maar al te goed werkt

    Het betreft een politieke communicatietruc, die helaas maar al te goed werkt. Tijdens een televisie-interview met de Franse president op 11 februari sprak presentator David Pujadas over ‘de wet op de ontneming van de nationaliteit’ alvorens met François Hollande het zeer belangrijke wetsvoorstel voor ‘de bescherming van de natie’ aan te snijden. De interviewer was zo in de war door het groteske artikel 2 van het wetsvoorstel, dat de waarden van de Parti Socialiste gevaarlijk dicht in de buurt brengt van die van het Front National, dat hij vergat dat het vooral om het éérste artikel ging; over de noodtoestand.

    Lees maar na!

    De week die daaraan voorafging had al een deel van de pers, bijgestaan door een spontaan koor van antiparlementair gezinde internetgebruikers, met verontwaardiging gereageerd op het grote aantal parlementsleden dat ontbrak tijdens de behandeling van en de stemming over dit eerste grondwetsartikel. Het parlement werd opgeroepen zijn excuses aan te bieden en de kiezers werden aangespoord om rekenschap te eisen. Terwijl er die dag in werkelijkheid heel wat meer leden in het parlement aanwezig waren dan gebruikelijk is bij de behandeling van een wetsvoorstel.

    Maar over de grondslag van het eerste artikel, waarbij de noodtoestand wordt opgenomen in de grondwet, hebben we uiteindelijk maar weinig te lezen gekregen. Veel minder in elk geval dan over de ontneming van de nationaliteit. Terwijl het een essentieel en ongelooflijk gevaarlijk artikel is. Lees maar na!


    Om te begrijpen waarom dat eerste artikel gevaarlijk is en in strijd met ‘de bescherming van de natie’, moeten we ons er eerst rekenschap van geven dat de Grondwettelijke Raad tot taak heeft te controleren of de wetten die door het parlement worden aangenomen verenigbaar zijn met de grondwet. 
Wie de grondwet verandert, verandert de grondslagen van de grondwettelijke controle.

    Tot nu toe kon met de wet in de hand tot het uitroepen van een noodtoestand worden besloten, binnen het gebruikelijke kader van de grondwet. Desgewenst kon de Grondwettelijke Raad bepalen of de door de wetgever voorgestelde maatregelen verenigbaar waren met deze grondtekst van de Vijfde Republiek, en bezwaar maken tegen wetten die disproportioneel werden geacht.

    Premier Manuel Valls heeft zich natuurlijk juist verzet tegen het raadplegen van de Grondwettelijke Raad over de noodtoestand van november 2015, omdat hij een dergelijk bezwaar vreesde. Maar verontruste leden van 
de Nationale Vergadering of van de Senaat hadden wél een beroep op de wijze mannen en vrouwen kunnen doen. Dat is wezenlijk voor de bescherming van de democratie.


    Wat doet dat eerste artikel van de grondwet nu precies, waarop maar zo weinig commentaar is geleverd? Het voegt een nieuw artikel, 36-1, aan de grondwet toe waarin wordt gesteld dat ‘de wet de administratieve politiemaatregelen bepaalt die de burgerlijke autoriteiten kunnen nemen’ wanneer de regering besluit dat er sprake is van een noodtoestand. De parlementaire meerderheid kan dus min of meer zelf bepalen wat voor uitzonderlijke politiemaatregelen er moeten worden genomen, en als hij geraadpleegd wordt door 
verontruste parlementariërs van de oppositie, zal de Grondwettelijke Raad zich moeten beperken tot de constatering dat de grondwet het parlement de macht geeft om te besluiten wat het goeddunkt.

    Monddood

    Omdat het nieuwe artikel 36-1 dezelfde juridische waarde heeft als alle andere artikelen van de grondwet, en dezelfde waarde als de Verklaring van de Rechten van de Mens, is de Raad niet of nauwelijks in staat om de onverenigbaarheid van de wetten betreffende de noodtoestand aan andere grondwettelijke normen te toetsen. Temeer omdat het juridische principe ‘lex specialis derogat legi generali’ (de speciale wet wijkt af van de algemene wet) van toepassing zou kunnen zijn.

    De Grondwettelijke Raad zou zelfs niet op zoek kunnen gaan naar bepalingen uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, of andere internationale verdragen die voorrang hebben boven de nationale wet, omdat hij van mening is dat zijn rol zich beperkt tot het controleren van de verenigbaarheid van wetten met de grondwet, en niet met de internationale afspraken van Frankrijk. Dat is de rol van de rechter.

    ‘Wat wij in het leven roepen, zijn zeer strenge controlemechanismen op zowel politiek als juridisch gebied,’ had premier Valls de parlementariërs beloofd tijdens de behandeling van het grondwetsvoorstel. Maar het is de vraag wat er met de strenge controle op de ‘bescherming van de natie’ gebeurt als de grondwet wordt geamendeerd om de Grondwettelijke Raad monddood te maken..

    Auteur: Guillaume Champeau
    Vertaler: Peter Bergsma

    Numerama 
    Frankrijk | numerama.com
    Numerama is een website over de digitale wereld en techniek. De site trekt maandelijks twee miljoen bezoekers.

  • Dossier: Noodtoestand

    Dossier: Noodtoestand

    De Franse Vijfde Republiek schudt op haar grondvesten. De noodtoestand, die geldt sinds de aanslagen van 13 november, werd onlangs tot in mei verlengd. Wat er daarna gebeurt is onduidelijk, want premier Valls heeft verklaard dat de huidige toestand gehandhaafd blijft ‘tot IS is verslagen’. Wat betekent dit voor Frankrijk? Kan de rechtstaat zich weer herstellen, of glijdt het land af richting autoritair bestuur?

    1. Noodtoestand: de uitzondering is regel geworden

    2. Drie vragen over de verlenging van de noodtoestand

    3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    4. Kroniek van een aangekondigd aftreden

    5. Een buitengewoon gevaarlijk artikel

    6. De clan-Hollande gebruikt de grondwet als poetsdoek

    7. De rechtsstaat is vervangen door het recht van de staat

    Beeld bovenaan: President François Hollande en premier Manuel Valls in het Elysée. – © Chesnot / Getty

  • 1. Noodtoestand: de uitzondering is regel geworden

    1. Noodtoestand: de uitzondering is regel geworden

    De noodtoestand in Frankrijk werd onlangs verlengd tot minimaal eind mei. Daarnaast schuift de regering steeds meer uitzonderingsbepalingen het normale strafrecht in. ‘Een aanzienlijk risico voor de rechtsstaat,’ waarschuwt een hoofdofficier van justitie.

    Nog drie maanden erbij: de noodtoestand die sinds de aanslagen van 13 november van kracht was, is verlengd. 
Dat betekent dat Frankrijk in elk geval tot eind mei blijft leven onder deze 
uitzonderingssituatie – die nu ook in de Grondwet wordt opgenomen. En waarom zou er in het voorjaar wél een einde aan komen? In juni is het EK voetbal. Het wordt voor de regering lastig om uit te leggen dat in ‘de oorlog tegen het terrorisme’ die dan nog steeds wordt gevoerd, de noodtoestand wordt opgeheven.

    Al sinds half december was de regering bezig met de vraag wat er moest gebeuren na het opheffen van deze noodtoestand, die zou aflopen op 26 februari. Terugkeren naar de normale situatie, met het gevaar om ‘slap’ gevonden te worden door rechts en extreemrechts, die met inzet van al hun demagogische kracht zouden uitleggen dat ‘de Fransen niet meer veilig zijn zonder de noodtoestand’? Of hem handhaven en door een deel van links, de Europese Unie en een aantal vakbonden te worden beschuldigd van 
het aantasten van de burgerlijke vrijheden? Ondanks kritiek op de effectiviteit ervan hebben president François Hollande en premier Manuel Valls uiteindelijk gekozen voor een verlenging. Met het gevaar dat het straks moeilijk wordt om er weer vanaf te komen.

    Waakzaam zijn

    Op 7 januari, precies een jaar na de aanval op Charlie Hebdo, sprak François Hollande de veiligheidstroepen toe: 
‘In een democratie die zich wil verdedigen, maar die ook zijn vrijheden wil verdedigen,’ benadrukte het staatshoofd, ‘is het zeker niet de bedoeling dat de noodtoestand blijft voortbestaan.’ Op dat moment leken de signalen nog te wijzen op een niet-verlenging. Twee weken later merkte Manuel Valls tegenover journalisten ook op dat de wet met betrekking tot de noodtoestand in 1955 was opgesteld in verband met een duidelijke en directe dreiging. ‘Welnu, we hebben te maken met een constante en wereldwijde dreiging,’ onderstreepte de premier toen. Maar hij vroeg zich wel af: ‘Stel dat er op een bepaald moment geen dreiging is, en er dan toch twee weken later er een aanslag komt?’ Nu de angst voor nieuwe aanslagen zo groot is, willen Hollande en Valls niet het verwijt krijgen niet waakzaam genoeg te zijn geweest. ‘Als er een nieuwe aanslag komt,’ zei een minister uit de directe omgeving van Hollande, ‘zal iedereen zeggen dat wij de Fransen niet hebben beschermd.’

    Een Franse soldaat patrouilleert voor de Notre Dame in Parijs. – © Charles Platia / Reuters
    Een Franse soldaat patrouilleert voor de Notre Dame in Parijs. – © Charles Platia / Reuters

    In theorie had het Elysée tot eind februari kunnen wachten met een beslissing over een verlenging. Maar eind januari zei Valls in een interview met de BBC dat de noodtoestand gehandhaafd moest blijven ‘totdat IS verslagen is’ en tegelijkertijd dat ‘het 
in geen geval de bedoeling is om die 
tot in het oneindige te verlengen’. 
Dus moest het Elysée wel voor duidelijkheid zorgen. In een persverklaring die avond bevestigde het kabinet van de president dan ook de verlenging met ten minste drie maanden. In een periode waarin de president rechts nodig had om zijn grondwetswijziging erdoor te krijgen – het vastleggen van de noodtoestand en de uitbreiding van de mogelijkheden om terroristen die ‘in Frankrijk geboren zijn’ de Franse nationaliteit te ontnemen – wilde hij de oppositie niet de kans geven hem aan te vallen op het onderwerp veiligheid.

    Als men puur naar de cijfers kijkt, leverden die twee maanden uitzonderingstoestand wel resultaten op. Althans, op het eerste gezicht. De autoriteiten maakten ruimschoots gebruik van de twee belangrijkste maatregelen die deze uitzonderingstoestand biedt: de mogelijkheid tot huiszoeking zonder gerechtelijk bevel (tot 21 januari 3189 keer uitgevoerd) en het opleggen van huisarrest (tot dezelfde datum 392 keer opgelegd). Het aantal keren dat vervolging werd ingesteld lijkt op het eerste gezicht ook gestegen: 549 rechtszaken zijn aangespannen de huiszoekingen. In de overgrote meerderheid van die zaken gaat het echter om drugshandel, illegaal verblijf in het land of wapenhandel.

    De rechterlijke macht staat steeds vaker buitenspel

    De onderzoeken die zijn verwezen 
naar de afdeling antiterrorisme van het parket in Parijs, die het hele land bestrijkt, zijn op de vingers van één hand te tellen: in totaal zijn er vijf 
procedures begonnen wegens lidmaatschap van een terroristische 
organisatie, waarvan één tot een gerechtelijk onderzoek heeft geleid. Slechts één persoon is aangehouden, volgens de cijfers die het ministerie van Justitie aan Libération verstrekte. 
En de kans is groot dat de cijfers nog verder teruglopen.

    Het hoofd van de politie in een grote stad vertrouwde ons eind november toe dat de arrestaties zeldzamer werden naarmate het verrassingseffect verdween. Dat is ook de visie van een socialistisch parlementslid dat in november nog voor de verlenging van de noodtoestand stemde: ‘De politiechefs luiden al sinds december de alarmklok: het werkt niet meer zonder het verrassingseffect, en er is niet voldoende personeel voor beschikbaar.’ Later nuanceerde deze politiechef: ‘De resultaten op het gebied van handel in wapens en drugs nemen af, maar de huiszoekingen leveren ook informatie op. Veel gegevens die boven water zijn gekomen bij de huiszoekingen, worden nog nader onderzocht.’

    Vanwege dit gebrek aan effectiviteit van een uitzonderingstoestand ‘die een ernstige bedreiging betekent voor de fundamentele vrijheden’, heeft de Liga voor de Rechten van de Mens (LDH) een verzoekschrift ingediend bij de Raad van State. In haar verzoekschrift schetste de LDH een mogelijke, geleidelijke uitweg uit de uitzonderingstoestand. Daarbij zouden bepaalde maatregelen behouden blijven (het huisarrest bijvoorbeeld), terwijl andere bevoegdheden van de staat uitgesloten werden (het verbod op demonstreren of huiszoekingen zonder gerechtelijk bevel).


    De regering koos echter voor een andere weg met haar voorstel voor een antiterrorismewet. Dat voorstel is de weerslag van de diverse crises van de afgelopen tijd en bepaalt opnieuw de regels voor noodweer van de politie, de rechten van de verdediging, de strafrechtprocedure en de rol van de officier van justitie, die meer bevoegdheden krijgt.

    In het voorstel worden ook maatregelen van de noodtoestand opgenomen in het strafrecht. Om te beginnen het huisarrest. Weliswaar zou die maatregel beperkt worden tot personen die terugkeren uit de oorlogsgebieden (Syrië, Irak, Libië) of die daarheen willen reizen. Maar de beslissing erover wordt genomen door de minister van Binnenlandse Zaken. Volgens Laurence Blisson van het Syndicat de la Magistrature, de vakbond van gerechtsdienaren, betekent dit dat de noodtoestand binnendringt in het algemeen recht, en dat werd al eerder in gang gezet. 
‘In de wet Cazeneuve van 13 november 2014,’ aldus Blisson, ‘werd het al mogelijk om mensen, zonder tussenkomst van de rechter, te verbieden het land te verlaten.’
    Het gevolg: de rechterlijke macht staat steeds vaker buitenspel, zoals de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, Bertrand Louvel, begin januari klaagde. In aanwezigheid van [de inmiddels uit protest tegen de mogelijkheid tot het ontnemen van de nationaliteit opgestapte] minister van justitie Christiane Taubira, vroeg Louvel zich af: ‘Waarom wordt het gerechtelijk gezag op deze manier ontweken?’

    President François Hollande en premier Manuel Valls in het Elysée. © Chesnot / Getty
    President François Hollande en premier Manuel Valls in het Elysée. © Chesnot / Getty

    De hoofdofficier van justitie, Jean-Claude Marin, sprak zelfs van ‘een aanzienlijk risico voor de rechtsstaat’ als de noodtoestand de norm zou worden.

    Tegen de huisarresten kan wel protest aangetekend worden bij de bestuursrechter, maar ‘de bestuursrechter komt uit een andere hoek dan de gewone rechter,’ zegt Marie Dosé. Deze advocate spreekt uit ervaring: behalve voor de verdediging van de militanten die huisarrest opgelegd hebben gekregen, komt ze ook bij de bestuursrechter voor zaken over uitzetting van illegale vreemdelingen. ‘Je loopt tegen een muur op: onze tegenpartij (de vertegenwoordiger van het ministerie van 
Binnenlandse Zaken voor de zaken 
van huisarrest) komt uit dezelfde hoek als de voorzitter van de rechtbank,’ klaagt zij. ‘Uiteindelijk heb je twee
 partijen tegenover je.’

    Auteurs: Pierre Alonso, Lilian Alemagna
    Vertaler: Annemie de Vries

    Libération
    Frankrijk, dagblad, oplage 151.000
    In 1973 opgericht door o.a. Jean-Paul Sartre. De krant hoort inmiddels bij de grote, serieuze Franse dagbladen. Nieuwsgierig en brutaal.