Tag: The Florida Project

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


    MUZIEK | Opdat wij niet vergeten

    Dik in de zestig maar niet minder enthousiast

    Dik in de zestig zijn ze en hun grootste hits scoorden ze in de jaren tachtig. Maar dat weerhoudt The Simple Minds er niet van om de draad weer op te pakken. Kevin Cooper schrijft voor UK Music Reviews dat een onbekende Zwitser de bandleden in ruil ‘voor een hoop geld en twee Toblerone-repen’ wist over te halen om een akoestisch album op te nemen met hun bekendste liedjes.

    Vorige zomer, veertig jaar na de oprichting, verscheen de plaat, gevolgd door een wereldtournee. Volgens Andrew Baillie in The West Australian heeft de stem van bandleider Jim Kerr niets aan kracht ingeboet en is zijn ‘maatje’ Charlie Burchill nog altijd een van de beste gitaristen van zijn generatie: ‘Decennia later is hun enthousiasme er niet minder op geworden. Kerr had zelfs iets ondeugends in zijn optreden. Met een gewaagd salsadansje zette hij iedereen op het verkeerde been. Net als de oudere oom op een bruiloftsfeest.’

    Hannah Francis vond in The Sydney Herald dat The Simple Minds een ‘solide en energieke show’ gaven. Al kan de band in het vervolg de achtergrondzangeressen beter thuis laten: ‘Gehuld in korte jurkjes en visnetten versterkten ze de indruk dat ze niet vanwege hun zangkwaliteiten op het podium stonden.’

    Fiona Shepherd was verrast door de akoestische nummers tijdens het concert in Glasgow, schrijft ze in 
The Scotsman: ‘Hoewel de epische kracht van hun muziek onvermijdelijk wordt ondermijnd, blijft de spirit van de band intact. Ontdaan van elektronische bombast klinken ze nu eens droefgeestig, dan weer met iets te veel galm.’

    Maar bij ‘Don’t You (Forget About Me)’, een van de allergrootste hits, maakte dat volgens Shepherd niets uit omdat de zaal het refrein massaal meebrulde. Naar eigen zeggen kost het Kerr steeds meer moeite 
om het nummer aan te kondigen: ‘Op mijn leeftijd zijn die woorden toch een beetje tricky.’

    DS


    FILM | Zesjarige aan zelfkant van de samenleving

    Intelligent, zonder pretenties en nergens neerbuigend

    Hoewel de onderliggende thematiek niet vrolijk stemt, is The Florida Project lang geen deprimerende film. Daar zijn de beelden te kleurrijk en sprankelend voor. Bovendien kiest regisseur Sean Baker nadrukkelijk voor het onbevangen perspectief van een zesjarig meisje. Zo krijgt de kijker impliciet maar daardoor des te genadelozer het failliet van de sociale zekerheid in de VS voorgeschoteld. Waar haar omgeving dagelijks worstelt met geldproblemen, dakloosheid of verslaving, probeert de jonge hoofdpersoon Moonee aan de zonnige kant van het bestaan te blijven.

    Plaats van handeling in The Florida Project is een shabby motel op steenworp afstand van Disney World, Orlando. Daar haalt Moonee met haar vriendinnetjes kattenkwaad uit terwijl haar veel te jonge moeder Halley, die ergens in haar puberteit is blijven steken en het liefst elke voorbijganger op haar middelvinger trakteert, zich minstens zo onverantwoord gedraagt. Alleen motelmanager Bobby (William Dafoe, alom getipt als Oscarwinnaar) kan hen nog enigszins in het gareel houden.

    De film viel de afgelopen maanden een juichende ontvangst in de Engelstalige pers ten deel. Zo schaart Donald Clarke van The Irish Times de film onder de beste speelfilms die ooit over de kindertijd zijn gemaakt: ‘In de traditie van Ingmar Bergmans Fanny & Alexander en Richard Linklaters’ Boyhood.’

    Leigh Paatsch schrijft in de Australische krant The Herald Sun over ‘een van de beste films uit 2017. Meesterlijk, prachtig en hartverscheurend. Juist omdat het zonder pretenties is gemaakt’.

    Volgens filmcriticus David Sims van het Amerikaanse maandblad The Atlantic biedt de film een ‘intelligente, nergens neerbuigende kijk op het leven aan de absolute onderkant van de maatschappij’. Sims roemt de manier waarop Baker met een grotendeels onervaren cast te werk is gegaan. ‘Daar komt bij dat Dafoe de beste rol uit zijn loopbaan speelt. Hij geeft zijn personage een authentieke laag waardoor hij diep-empathisch overkomt.’

    Ook Ann Hornaday is zeer te spreken over Dafoes rol, maar in The Washington Post plaatst ze ook kritische kanttekeningen. Ze vindt dat Baker zijn onervaren acteurs overmatig heeft geregisseerd en veel te vaak over de top laat spelen. ‘De film komt gevaarlijk dicht in de buurt van de “geësthetiseerde armoede-porno” waar eerder The Beasts of the Southern Wild en American Honey van waren doortrokken.’

    *_The Florida Project,_ Ned. première IFFR, vanaf 8 febr. in de bioscoop *

    © Wikimedia
    © Wikimedia

    LITERATUUR | Wie dit leest, pleegt zelfmoord

    Surreëel meesterwerk van de vader van de Iraanse literatuur

    Ooit was Iran het land waar elke taxichauffeur een gedicht voor je kon declameren en waar frasen van grote Perzische schrijvers de taal van alledag doorvlochten. Maar sinds de in 2005 aangetreden regering-Ahmadinejad erop toeziet dat boeken niet in tegenspraak zijn met de islam, is van die voorliefde voor literatuur nog weinig over, schrijft Saeed Kamali Dehghan in The Guardian. Werken van grote schrijvers als Dostojevski, Faulkner en Woolf zijn moeilijk te verkrijgen en ook namen 
als Dan Brown en Woody Allen belandden op de zwarte lijst.

    Hetzelfde lot onderging de Perzische klassieker Boof-e Koor (De blinde uil) van Sadegh Hedayat (1903-1951), volgens The Guardian ‘een van de meest fascinerende en meeslepende Iraanse romans die er zijn’. In het boek stelt Hedayat onder meer het gebrek aan meritocratie in zijn geboorteland aan 
de kaak: ‘Teneinde de mensen in het gareel te kunnen houden, moeten zij hongerig, behoeftig, ongeletterd en bijgelovig worden gehouden.’

    Volgens Porochista Khakpour, de Iraans-Amerikaanse auteur die een introductie schreef bij de Engelse vertaling, werd het boek om andere redenen verboden. ‘Als je dit boek leest, pleeg je zelfmoord’, gaf haar bezorgde vader uiteindelijk als reden nadat hij lange tijd geheimzinnig over het boek had gezwegen – wat Khakpours nieuwsgierigheid uiteraard enkel prikkelde. Sinds ze het toch in handen kreeg, is ze niet meer gestopt met lezen, schrijft ze op boekensite The Rumpus: ‘Het vraagt om herlezing na herlezing (…) met zijn ondoorgrondelijke symbolisme, verwrongen psychologie en onwereldse thematiek.’ Ze ziet Hedayat als de vader van de Iraanse literatuur, die zijn tijd met onderwerpen als dierenleed en de status van de vrouw in een door mannen gedomineerde maatschappij ver vooruit was.

    De roman biedt een inkijk in de psyche van een gestoorde man, een ‘gepijnigde, afgezonderde misantroop die aan hallucinaties leidt’, aldus Bloomsbury; ‘zijn onwerkelijke verhaal is gelaagd, vicieus, gedreven door zijn eigen krankzinnige logica en onderbroken door macabere, surrealistische episodes als de ontdekking van een verminkt lichaam’. Surrealist André Breton was dan ook groot bewonderaar van Hedayats werk; ‘Als er zoiets bestaat als een meesterwerk, dan is dit het’, verkondigt hij in Le Medium.

    De angst van Khakpours vader kwam voort uit Hedayats grote belangstelling voor de dood, die terugkomt in zijn werk. De publicatie van Boof-e Koor in 1941 bracht een golf zelfmoorden op gang, en zelf maakte de auteur nadat hij van een langdurig verblijf in Parijs was teruggekeerd naar zijn eigen land tien jaar later een einde aan zijn leven.

    (LW)

    De blinde uil, vertaald door Gert J.J. de Vries, uitgeverij Jurgen Maas

    Auteurs: Diederik Samwel en Laura Weeda