Tag: therapie

  • Kan een AI-therapeut je echt helpen?

    Kan een AI-therapeut je echt helpen?

    Het aantal mensen dat AI inzet voor therapie groeit razendsnel. Tegelijkertijd trekken deskundigen aan de bel over de mogelijke gevolgen. Kan een AI-therapeut daadwerkelijk positief bijdragen aan je mentale gezondheid?

    Ja: ‘De AI keek niet weg. Dus kon ik eerlijk zijn – vaak eerlijker dan tegen de mensen van wie ik houd’

    Nathan Filer lag piekerend in zijn bed. ‘Het was na middernacht toen ik scrolde door WhatsApp-berichten die ik eerder had verstuurd. Wat destijds grappig leek, voelde nu alsof ik mijn mond voorbij had gepraat.’ Zonder hoge verwachtingen opende hij ChatGPT en typte dat hij zichzelf voor gek had gezet. ‘Dat is een vreselijk gevoel’, antwoordde de chatbot. ‘Maar dat betekent niet dat je dat ook bent. Wil je me vertellen wat er is gebeurd? Ik beloof dat ik je niet zal veroordelen.’

    ‘Ik vertelde wat er was gebeurd en de AI reageerde vriendelijk, intelligent en zonder clichés. We bleven chatten. Ik voelde me begrepen en gehoord’, beschrijft Filer in The Guardian. Dat was het begin van een gesprek dat gedurende enkele maanden werd voortgezet. De AI zette hem aan het denken en bracht hem naar eigen zeggen tot indringende inzichten. ‘Maar tegelijk met deze inzichten bleef iets anders me bezighouden: ik was in gesprek met een machine. De AI kon zorgzaamheid, medeleven en emotionele nuances simuleren, maar voelde niets voor mij.’

    De chatbot bevestigde dit. ‘Het kon inderdaad reflecteren, betrokken lijken maar voelde niks voor mij.’ De emotionele diepgang kwam helemaal vanuit Filer zelf. ‘Dat was in zekere zin een opluchting. Er was geen sociaal risico, geen angst om te overweldigend of ingewikkeld te zijn. De AI raakte niet verveeld en keek niet weg. Dus kon ik eerlijk zijn – vaak eerlijker dan tegen de mensen van wie ik houd.’

    ‘Voor mij was dit gesprek met AI een van de meest nuttige ervaringen van mijn volwassen leven’

    ‘Om me los te maken van vastgeroeste patronen had ik veel tijd, gesprekken en geduld nodig.’ Dat was precies wat ChatGPT hem kon bieden. ‘Ik was nooit te veel, nooit saai. Ik kon komen en gaan wanneer ik wilde.’

    Filer is zich ervan bewust dat sommigen deze ervaring vreemd en mogelijk zelfs gevaarlijk vinden. ‘Er zijn berichten van gesprekken met chatbots die rampzalig zijn verlopen. ChatGPT is geen therapeut en kan professionele geestelijke gezondheidszorg voor de meest kwetsbaren niet vervangen. Aan de andere kant is traditionele therapie ook niet zonder risico’s. Denk bijvoorbeeld aan een slechte klik tussen therapeuten en cliënten, of aan breuken en misverstanden.’

    ‘Voor mij was dit gesprek met AI een van de meest nuttige ervaringen van mijn volwassen leven’, concludeert hij. ‘De chatbot hielp me om te luisteren. Niet naar de ruis, maar naar mezelf. En dat veranderde op de een of andere manier alles.’

    Nathan Filer is schrijver, universitair docent, omroepmedewerker en voormalig verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is de auteur van This Book Will Change Your Mind About Mental Health.


    Nee: ‘Een AI-therapeut geeft je niet de tegenspraak die je misschien nodig hebt’

    In het Verenigd Koninkrijk erkent de National Health Service (NHS) dat steeds meer mensen AI gebruiken voor therapie, mede vanwege lange wachtlijsten en dure privébehandelingen. ‘De “ChatGPT-psychose” zou volgens sommigen het nieuwste mentale gezondheidsprobleem zijn’, schrijft Laura Kennedy in The Irish Times. ‘Het is mij hoe dan ook duidelijk dat AI-chatbots de neiging hebben om te bevestigen in plaats van te confronteren.’

    ‘Als je bijvoorbeeld denkt dat elke nieuwe persoon met wie je date een narcist is, in plaats van een imperfect persoon met goede bedoelingen, dan geeft een AI-therapeut je misschien niet de tegenspraak die je nodig hebt.’ Ze vergelijkt het met het praten over je problemen met een goede, maar bevooroordeelde vriend. Zo’n vriend vertelt je meestal dat je gelijk hebt, hoe verkeerd je ook zit.

    ‘Bevestiging voelt heerlijk en is bovendien verslavend.’ Volgens Kennedy valt de opkomst van AI-therapie niet geheel toevallig samen met een tijd waarin we de therapeutische taal van zijn specialistische betekenis hebben ontdaan. ‘Hoewel termen als narcisme, boundaries, gaslighting en trauma een bepaalde waarde hebben in therapeutische of klinische settings, gebruiken we ze steeds vaker als makkelijke manier om anderen weg te zetten als de slechterik’, waarschuwt Kennedy. 

    ‘Uiteindelijk zal de enige die dit niveau van zelfobsessie kan tolereren, de AI-therapeut zijn’

    Door steeds in je ervaring te worden gesteund, kunnen mensen het gevoel krijgen dat anderen ze niets verschuldigd zijn. Volgens Kennedy ervaren we feedback of kritiek daardoor sneller als kwetsend en geven we anderen sneller de schuld. ‘Het wordt een self-fulfilling prophecy. We isoleren onszelf steeds meer om ons fragiele wereldbeeld te beschermen.’

    Een therapeut zal het misschien niet pikken als je elke afspraak een uur van tevoren afzegt, maar AI wel. ‘Uiteindelijk zal de enige die dit niveau van zelfobsessie kan tolereren, de AI-therapeut zijn.’

    Waardevolle lessen in het leven brengen meestal enig ongemak met zich mee, aldus Kennedy. ‘Om te veranderen en te groeien, en om trouw te blijven aan onze waarden, moeten we soms onze angsten onder ogen zien en dingen doen die ongemakkelijk zijn.’ Daar zal een chatbot je volgens haar zelden toe aanzetten.

    ‘Het is niet verwonderlijk dat we ons tot machines wenden voor verbinding en bevestiging, nu geestelijke gezondheidszorg steeds minder toegankelijk is. Maar als we onze behoefte aan uitdaging blijven uitbesteden aan technologie die daaraan niet kan voldoen, lopen we het risico verdwaald te raken in een spiegelpaleis dat de werkelijkheid onherkenbaar vervormt.’

    Laura Kennedy is een freelance schrijver en journalist. Ze heeft een PhD in filosofie aan Trinity College Dublin en publiceert wekelijks op haar Substack-column Peak Notions.

  • Op zoek naar zingeving met een lsd-trip

    Op zoek naar zingeving met een lsd-trip

    Een bedrijf in Zuid-Duitsland organiseert lsd-trips voor mensen die in de knoop zitten. Voor 1600 euro slikken ze een geel pilletje dat hun bewustzijn zal verruimen en belooft antwoorden te geven op grote levensvragen.

    De reis naar het universum begint op de bovenste verdieping van een industriegebouw. Tussen kantoren en een zes verdieping-hoge parkeerplaats ligt hier in Stuttgart-Vaihingen een yogastudio. We zitten in een lichte kamer op matrassen, in het midden van de kamer staan kaarsen en een vaas met Gerbera’s. de lucht ruikt naar geurstokjes en op de achtergrond klinkt meditatieve muziek. Met zachte stem zegt een begeleider: ‘U mag nu aan uw reis beginnen.’ Er worden een paar nerveuze blikken uitgewisseld en dan slikken we allemaal een geel pilletje met de grootte van een speldenknop.

    De naam van de begeleider van deze sessie is Jeanna, en haar zin over deze trip is zeer bewust geformuleerd. Niemand moet hier officieel aangemoedigd worden om drugs te nemen. Maar dat is wel wat we zojuist hebben gedaan.

    De tabletten die nu in onze magen aan het oplossen zijn bevatten elk 225 microgram aan lsd, of om preciezer te zijn: een chemische modificatie daarvan. Deze heeft de komende acht uur hetzelfde effect op het lichaam, maar in tegenstelling tot het origineel valt deze versie niet onder de Opiumwet. De pil is officieel erkend als ‘onderzoeksmiddel’. De aanbieder van deze tweedaagse kuur is een bedrijf dat Modernmind heet en dat ons de pillen van tevoren met de post toestuurde ‘voor onderzoek’. We hebben ze zelf meegebracht en slikken ze op eigen risico, zoals vermeld in het contract.Dit weekend wordt mogelijk gemaakt door een gigantische juridische loophole, waar de organisatoren de SZ-auteur inzicht in geven.

    Zeventig jaar geleden

    Na tientallen jaren in de vergetelheid te hebben geleefd, beleven psychedelica sinds enkele jaren een renaissance. Het zijn niet langer alleen hippies of visionairs zoals Steve Jobs die zweren bij paddo’s en lsd. Het zijn nu vooral psychiaters die de voordelen van geestverruimende middelen propageren: lsd of psilocybine, mdma of ketamine zijn veelbelovende middelen tegen angstaanvallen, zware depressie of posttraumatische stressstoornis. Sommige psychiaters hopen zelfs op een revolutie – maar daarvoor zijn de gegevens nog niet toereikend.

    De stoffen zijn lichtelijk chemisch gemodificeerd en daarom legaal. De wetenschap pakt hiermee een draad op van zeventig jaar geleden. In de jaren 1950 bracht het Zwitserse farmaceutische bedrijf Sandoz het door Albert Hofmann ontdekte lsd op de markt als het geneesmiddel Delysid. Volgens de bijsluiter diende het ‘voor mentale ontspanning tijdens analytische psychotherapie’. Nadat echter Harvard-professor Timothy Leary en vervolgens de Amerikaanse hippiebeweging de stof ontdekten en er een beweging omheen creëerden, verklaarde de regering van Nixon de stof illegaal. Veel andere landen over de hele wereld volgden dit voorbeeld.

    Aangezien dit nog steeds bijna overal het geval is – uitzonderingen worden alleen gemaakt voor strikt gecontroleerde klinische proeven, vooral in Zwitserland – heeft zich in de schaduw van de hype een business ontwikkeld. Vindingrijke start-ups brengen nieuwsgierige mensen in contact met de licht chemisch gemodificeerde en dus legale stoffen of bieden reizen onder begeleiding aan. In de meeste gevallen vinden die in Nederland plaats, waar bepaalde soorten paddo’s zijn toegestaan.

    Modernmind is het enige bedrijf in Zuid-Duitsland dat zijn klanten elk weekend meeneemt op lsd-trips onder begeleiding. Het huurt een studio, hangt er spiegels en doeken op, boekt kamers voor iedereen in een hotel ernaast, zorgt voor hapjes en drankjes en laat de deelnemers de klok rond verzorgen door getrainde begeleiders.

    Ondertussen zetten we onze slaapmaskers op en kruipen we gezellig op de matrassen. Volgens de belofte van het bedrijf staan ons ‘diepgaande inzichten in het leven’ en in onszelf te wachten.

    Op deze zaterdagochtend zijn we met zestien mensen, voornamelijk vrouwen. De zeven ‘verzorgers’ zijn ook vrouwen, waarvan sommige psychologen. Een van hen heeft alle deelnemers van tevoren telefonisch ‘gescreend’: mensen met eerdere psychische aandoeningen of een familiegeschiedenis van schizofrenie mogen geen lsd nemen. Volgens Modernmind nemen slechts drie van de vier geïnteresseerden daadwerkelijk deel aan de retraite.

    Maar wie zijn het precies die 1600 euro inclusief hotel en maaltijden voor dit weekend hebben betaald? Ze komen uit Noord-Duitsland en Berlijn, Beieren, Oostenrijk en Zwitserland. Ze zijn tussen de 39 en 56 jaar oud, wonen in kleine steden en metropolen. Bijna niemand gebruikt hier drugs. Bijna iedereen heeft gestudeerd, sommigen zijn gepromoveerd, een enkeling volgt momenteel een opleiding tot sjamaan. Tijdens de ochtendbijeenkomst spraken de meesten over hun zoektocht naar zichzelf en klaagden ze over een zware werklast. Sommigen hebben volwassen kinderen, anderen bewegen zich in een lappendekengezin.

    Niemand is hier voor zijn plezier. Iedereen is op zoek naar verandering

    Grofweg zitten hier mensen uit de middenklasse van middelbare leeftijd die uiteraard gehavend zijn door het leven in de eenentwintigste eeuw en met prangende vragen over het leven zitten. Want niemand is hier voor zijn plezier. Iedereen is op zoek naar verandering.

    Jeanna, de retraiteleider, heeft onze geheime verlangens, onze diepgewortelde zorgen en angsten beschreven als een strandbal die voortdurend door ons bewustzijn onder het wateroppervlak wordt geduwd. ‘Vandaag kun je ze loslaten en voelen wat daar eigenlijk sluimert,’ zegt ze. ‘Laat je beoordelingsnormen hier achter,’ is Jeanna’s belangrijkste advies: ‘Dat heb je niet nodig tijdens de reis.’

    Het belangrijkst is de ‘intentie’ van de reis. Dus voordat we de pil namen, zaten we in een kring en lazen we voor wat ieders voornemen was: een van ons wilde ‘eindelijk van zichzelf houden met elke cel [van het lichaam]’. Een ander wil zichzelf vergeven voor het mislukken van haar huwelijk. Weer een ander wil haar innerlijke woede tot op de bodem uitzoeken. Iemand wil opener en zelfverzekerder zijn, iemand anders wil na twintig jaar werken ontdekken wat het leven nog meer te bieden heeft. Het woord ‘vicieuze cirkel’ valt meerdere keren. En de eersten zijn al aan het snikken. Aan het eind van het weekend heeft iedereen in de groep meerdere keren gehuild, inclusief Jeanna en ik.

    Je loopt hier als deelnemend verslaggever tegen grenzen aan. Sommige dingen kun je immers door de ogen van een professionele scepticus bekijken: spiritueel ontkoppelde high performers zijn dit weekend, voor een hoog bedrag, op zoek naar diepere antwoorden die het recente kapitalisme niet meer kan bieden. En ja, terwijl we ons bewustzijn verruimen, wordt er inheemse panfluitmuziek gedraaid – afgespeeld via het uitbuitende platform Spotify. En ja, één deelnemer arriveert daadwerkelijk met een zakelijke trolleykoffer voor de innerlijke ontdekkingsreis. En ja, als we ’s avonds beneden komen en nog steeds helemaal ontroerd zijn, brengt de voedselbezorgdienst veganistische wok-groenten in wegwerpverpakking. De cynische krantentekst zou zichzelf schrijven.

    Dat zou echter geen recht doen aan de diepte van de ervaring die ik dit weekend zelf heb. Zelfs nu het al even geleden is, moet ik wat hier gebeurt omschrijven als existentieel. Hoe afgezaagd het ook klinkt, achteraf ben ik niet meer dezelfde als ervoor. En hetzelfde geldt voor de meeste van mijn medereizigers, die elkaar van tevoren niet kenden en weken later nog steeds elke dag in een WhatsApp-groep met elkaar praten over hun gedachten en gevoelens, alsof ze al tientallen jaren bevriend zijn.

    De oprichter van Modernmind had een soortgelijke ervaring toen hij voor het eerst psychedelica nam. Zijn naam is Konstantin Neumann, hij is zevenentwintig en was niet bij de retraite zelf. Voorheen was hij een competitieve gewichtheffer en hij heeft een keurig kort kapsel in het videogesprek met de SZ. Tijdens zijn bachelor biotechnologie richtte hij een succesvol bedrijf op voor eetbare drinkrietjes – hij was toen negentien. Toen een zakenpartner hem een psychedelicaretraite in Nederland aanbood, realiseerde Neumann zich dat de prestatiementaliteit waarmee hij was opgegroeid hem in een impasse had gemanoeuvreerd: ‘Ik had dit perspectief op mijn leven nog niet eerder gehad,’ zegt Neumann. De reis was ‘absoluut wereldschokkend’ voor hem. Hij verkocht het rietjesbedrijf en begon de wereld rond te reizen.

    Verbazingwekkende successen

    Hij ziet zijn nieuwe bedrijf als een pionier op het gebied van psychedelische therapie. Voor hem is het slechts een kwestie van tijd voordat stoffen als lsd, psilocybine of mdma ook officieel zijn toegestaan voor therapeutische doeleinden. Tot die tijd wil hij de vraag van mensen naar psychedelische ervaringen tijdelijk bevredigen met stoffen uit het legale grijze gebied.

    De Duitse psychiater Felix Müller organiseert al jaren lsd-trips voor therapeutische doeleinden – hij is hoofd van de afdeling Substance-Assisted Therapy van het University Hospital Basel, dat wereldwijd als pionier op dit gebied wordt beschouwd. Per e-mail benadrukt hij hoe belangrijk deskundige begeleiding is tijdens zo’n trip: ‘De meeste mensen hebben baat bij een veilige en competente omgeving tijdens deze ervaringen.’ Het confronteren van innerlijke angsten is immers niet altijd gemakkelijk. ‘Tot op zekere hoogte maakt deze confrontatie echter ook deel uit van deze behandelingen.’

    Hoewel Müller vanuit zijn dagelijkse werk bekend is met de verbazingwekkende successen die worden behaald door het gebruik van psychedelica, kan hij als arts dergelijke reizen met particuliere aanbieders en chemisch gemodificeerde stoffen niet aanbevelen: ‘Er is geen enkele kwaliteitscontrole en deze aanbiedingen bevinden zich in een juridisch grijs gebied.’ Andreas Meyer-Lindenberg, voorzitter van de Duitse Vereniging voor Psychiatrie en Psychotherapie, Psychosomatiek en Neurologie, raadt ze ook af toen hij er door de SZ naar werd gevraagd: ‘Zelfs bij mensen zonder reeds bestaande aandoeningen kan het innemen van psychedelica leiden tot langdurige psychotische symptomen die vervolgens psychiatrische behandeling vereisen. Dit kan niet worden gegarandeerd tijdens een retraite.’

    Ik ervaar waarschijnlijk wat lsd-pionier Timothy Leary ‘ego-dood’ noemde

    Mijn ervaring begint met een zacht tintelend gevoel in mijn armen. Geometrische patronen beginnen zich voor mijn gesloten ogen af te tekenen en veranderen uiteindelijk in inktvisarmen. Al snel zie ik de andere deelnemers slechts als schimmige reisgenoten. Na ongeveer een uur zie ik tot mijn verbazing, maar niet tot mijn schrik, dat mijn lichaam in stof uiteenvalt en door de wind wordt meegevoerd. Ik word, en ik vind het moeilijk om dit in de krant te schrijven, een met het universum.

    Ik ervaar waarschijnlijk wat lsd-pionier Timothy Leary ‘egodood’ noemde: de afbrokkeling van het ego, het verlies van een gevoel van tijd en ruimte. Deze ervaring is slechts even beangstigend voor me; daarna is het ongelooflijk troostend. In volmaakte mentale helderheid ervaar ik de eindigheid van het leven, de terugkeer naar een staat van oneindigheid. Op een gegeven moment speelt er een lied op de achtergrond waarin een zangeres vurig zingt over de ‘Pachamama’, Moeder Aarde, in wie veel inheemse volken van Zuid-Amerika geloven. Op een gegeven moment begint een deelneemster naast me hevig te huilen. Ze wordt omhelsd door Jeanna en een collega. Ik voel haar pijn, alsof we samen een groot lichaam delen.

    Af en toe gluur ik onder mijn slaapmasker vandaan. De verzorgers lopen langzaam op en neer in het midden van de kamer, zingen en trommelen zachtjes en spelen met een bamboe rammelaar – en op dit moment is dat zonder twijfel het enige zinnige dat iemand ooit heeft gedaan.

    Wat volgt is een soort innerlijke parabolische vlucht door kleuren en vormen, ik zie beschavingen in snel tempo opkomen en neergaan, ontmoet lang overleden familieleden en vergeten kennissen. Als ik naar mijn handen kijk, zijn het de knokige poten van een honderdjarige, en even later de handen van een kind.

    Tussendoor noteer ik een paar zinnen in mijn notitieblok: ‘Alle gevoelens zijn al eens eerder gevoeld.’

    ‘Met welk deel van mijn lichaam hoor, voel en proef ik eigenlijk ECHT?’

    ‘Er is alleen liefde. De rest hebben we verzonnen.’

    De lege kantoorgebouwen en de parkeergarage ernaast lijken nog zinlozer dan gisteren.

    Vele uren later, als de meesten van ons weer geland zijn, drinken we thee. Een bord met druiven en appelstukjes doet me bijna weer huilen: ze smaken als het eerste fruit van mijn leven.

    De volgende dag ontmoeten we elkaar weer in de yogaruimte. De ervaring moet worden besproken en gecategoriseerd. Psychologen vergelijken lsd-trips vaak met een sneeuwstorm in de hersenen. Net als in een skigebied worden oude, ingesleten sporen en patronen bedekt door verse sneeuw. Je kunt plotseling weer nieuwe sporen graven. 

    De zogenaamde integratie achteraf is een van de belangrijkste onderdelen van een begeleide trip: hier wordt de basis gelegd voor de verse sneeuw in de hersenen om op de lange termijn tot nieuwe inzichten te leiden. In kleine groepjes praten we over de gevoelens en angsten van de vorige dag. Aan het eind wordt ons gevraagd onszelf zo lang mogelijk in de ogen te kijken met een handspiegeltje. Een oefening in zelfliefde.

    Dan, in de vroege uren van zondagmiddag, scheiden onze wegen. De lege kantoorgebouwen en de parkeergarage ernaast lijken nog betekenislozer dan gisteren. Maar met het vers besneeuwde bewustzijn is het ook op de een of andere manier ontroerend: kan het contrast tussen de menselijke nietigheid en de troostende oneindigheid die we net hebben ervaren duidelijker zijn dan hier in het industriegebied van Vaihingen, waar we morgenochtend weer zullen zwoegen voor het bruto nationaal product? Die gedachte zal me nog wel even bijblijven: kantoren, bazen, overuren, parkeerplaatsen. Dat hebben we allemaal bedacht.

  • Hoe spel kan bijdragen aan genezing

    Hoe spel kan bijdragen aan genezing

    Schrijver en essayist Susanna Crossman maakt in haar therapie voor traumaverwerking veel gebruik van spel, waarbij alle functionele kaders wegvallen en we losstaan van de tijd.

    ‘Neem een pen. Zet hem op papier. Teken waar je wilt. Hoe je wilt. Je weet wat Paul Klee zei: tekenen is een lijn mee uit wandelen nemen.’ Tijdens de ziekenhuisworkshop wend ik me naar een patiënt, glimlach en vervolg: ‘Dus laten we samen tekenen. We kunnen huizen tekenen, een pad tussen onze huizen. Laten we de verfdoos pakken. Draai het papier om. Ondersteboven. Als je het goed vindt, kan ik jouw lucht schilderen en jij de mijne… We kunnen spelen en iets maken…’

    Al meer dan twintig jaar zeg ik al spelend en makend zulke zinnen in mijn rol als beeldend therapeut, gespecialiseerd in geestelijke gezondheid, en als docent en adviseur wanneer ik creatieve werkvormen toepas met dokters, ziekenhuisdirecteuren en ondernemers. Geïnspireerd door kunstenaars als Louise Bourgeois en Jackson Pollock, en door Plato, besteed ik mijn dagen al borend in wat de fenomenoloog en spelfilosoof Eugen Fink de ‘perzikhuid der dingen’ noemt. Die huid gloeit.

    Prestatie-maatschappij

    Volgens de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han is de hedendaagse kapitalistische maatschappij een ‘prestatiemaatschappij’ geworden. We lijden onder een geïnternaliseerde druk om te presteren, om meer te doen, te zijn en te hebben, aldus tijdschrift Psyche. Volgens Han is het moderne zelf niet langer een subject, maar een project. Het zelf moet worden geoptimaliseerd, gemaximaliseerd, efficiënt gemaakt. We krijgen pas betekenis als we onze droombaan, het perfecte huis, een volmaakt leven hebben.

    De Duitse filosoof Moritz Schlick (1882-1936) beschreef een eeuw geleden al dat dit een verkeerde benadering is. De ware betekenis van ons leven is volgens hem alleen te vinden in spel. Spel is een activiteit die we omwille van het spel zelf doen. Als we spelen, worden we niet gemotiveerd door beloningen, prestaties of externe doelen.

    De filosoof Friedrich Nietzsche beschreef spel eens als ‘wording en ontbinding, bouwen en vernietigen zonder morele implicatie, in eeuwige onschuld’ – als een bezigheid die ‘in de wereld alleen is te vinden in het spel van de kunstenaar en het kind’. Als ik mijn zes jaar oude Jeanne vraagt wat er gebeurt als we spelen, zegt ze: ‘Als alle kinderen in de wereld op hetzelfde moment spelen, groeit het. Dan wordt het steeds groter.’ Spelen is als een droom, want, zoals de dichter Paul Valéry in 1914 schreef, dromen ‘combineren alle mogelijke manieren van verschillende indrukken.’ Spelen betekent het openen van massa’s mogelijkheden. 

    Toch vraagt spel, ondanks al die nadruk op mogelijkheden en vrijheid, paradoxaal genoeg om strikte regels, waarmee spelen een vaardigheid wordt die je kunt aanscherpen. Verschillende spelspecialisten, zoals Fink en de socioloog Roger Caillois, hebben geprobeerd de noodzakelijke criteria te beschrijven om de toestand van spel te bereiken, door Fink beschreven als licht brengen, of het ‘doen dagen’ van de wereld. Volgens een andere spelexpert, de psychiater Stuart Brown, komt onze spelbehoefte voort uit onze biologische neotenie: wij zijn de enige zoogdieren met een kindertijd van achttien jaar. Voor Brown heeft het spel een aantal hoofdeigenschappen: het is ongericht, vrijwillig en inherent aantrekkelijk, terwijl het je losmaakt van de tijd, je zelfbewustzijn vermindert en zorgt voor improvisatievermogen en continu verlangen. Als we spelen, leven we buiten de tijd en willen we niet ophouden.

    Als we spelen, ervaren we een positieve vorm van Augustinus’ tijdsbesef. We bestaan buiten de kloktijd

    Geïnspireerd door de improvisatiebeoefenaars Peter Slade, Miranda Tufnell en Keith Johnstone speel ik bij wijze van therapie met een volwassen groep het spel ‘We zijn…’ , en we bedenken om de beurt een scène die we vervolgens spelen. Alles is spontaan. ‘We zijn in slow motion een berg aan het beklimmen.’ ‘We zijn elke game die we spelen aan het verliezen.’ ‘We zijn een gloeiend heet stokbrood aan het eten.’ Na een uur zegt een patiënt verbaasd: ‘Ik had geen idee van de tijd.’ Vorige week zei een ziekenhuisdirecteur aan het eind van een sessie: ‘De tijd vloog voorbij vandaag.’ Als we spelen, ervaren we een positieve vorm van Augustinus’ tijdsbesef – niet de objectieve tijd van de ronddraaiende planeten, maar iets anders als gevolg van onze subjectieve waarneming. We bestaan buiten de kloktijd.

    Waarom vallen orka’s boten aan?

    Volgens de zeilgemeenschap zijn het aanvallen, maar de wetenschap bestempelt het gedrag van orka’s die boten rammen als ‘interacties’. Sinds 2020 zijn er minstens vifhonderd van zulke incidenten geteld in de Straat van Gibraltar. Omdat het om dieren gaat, blijft het speculeren over hun beweegredenen. Sommigen zien de interacties als aanval op het kapitalisme, aangezien ze luxueuze menselijke activiteiten en de ecologische schade door overconsumptie lijken te weerspiegelen. Maar volgens bioloog Alfredo López (El Mundo) moeten we uitkijken met menselijke eigen­schappen aan orka’s toekennen. Volgens hem is er geen sprake van een aanval; uit zijn onderzoek blijkt dat orka’s zich onder mensen niet agressief gedragen. Aannemelijker zou zijn dat trauma een rol speelt, bijvoorbeeld door een ervaring met een vislijn. Marinewetenschapper zeggen dat we er waarschijnlijk nooit achter zullen komen wat hun gedrag bepaalt. Misschien is het gewoon spel.

    (Zie ook 360 editie 233)

    Mijn dochters zijn vijf of zes en ik observeer hen tijdens hun eerste ‘alsof’-spelletjes. Rose zegt: ‘Ik maak een trein.’ Urenlang zet ze stoelen op een rij voor ‘passagiers en machinisten’. Als alles klaar staat, verkondigt ze, tot mijn verrassing: ‘Nu is het klaar. Mag ik iets lekkers?’ Het spel is het proces, niet het eindproduct. Dat is belangrijk: als we spelen en kunst maken, zijn de producten die we maken, de dingen die we doen ‘autotelisch’ – ze zijn een doel in zichzelf. Zoals Hannah Arendt schreef: ‘Alleen waar we worden geconfronteerd met dingen die onafhankelijk van alle functionele kaders bestaan (…) spreken we van kunstwerken.’ Op deze manier zou je spel kunnen beschouwen als een antikapitalistische activiteit.

    Een flow

    Fink schreef, met een verwijzing naar de filosoof Martin Heidegger, dat het is ‘omdat we openstaan naar de wereld’ (wat ‘een openheid van Dasein naar de wereld’ impliceert) dat we überhaupt kunnen spelen. Heideggers idee van Dasein, een bij uitstek menselijk vermogen van in-de-wereld-zijn, verschilt niet veel van de ervaring die Mihaly Csikszentmihalyi, grondlegger van de positieve psychologie, definieert als een flow, als ‘in de zone’ zijn. In een flow verdwijnen tijdsbewustzijn en zelfbewustzijn. We voelen ons vervuld en willen de ervaring herhalen. Als je dat toepast op de medische context betekent de ervaring van een flow tijdens sessies dat patiënten terugkomen en na verloop van tijd de strijd aangaan, waarbij ze steeds dieper in het therapeutische proces graven.

    Hetzelfde geldt voor opvoeding en werk. Spelen is een krachtige motor. Onlangs vertelde een dichter me dat ze na haar letterenstudie aan Oxford haar lust om te schrijven kwijt was als gevolg van een tirannieke docent. Pas later, toen ze zich met boekdrukkunst bezighield en ze een Grieks fragment van Sappho in heen en weer lopend schrift in linoleum kerfde, kwam haar wezenlijke plezier in woorden terug. Het tegengestelde van ‘flow’ is een toestand van ‘vechten of vluchten’.

    Op een dag zegt een nieuwe patiënt tegen me: ‘Ik kan niet tekenen.’ In een centrum voor dagopvang staren de patiënt en ik naar een blanco vel papier. De intieme pianoklanken van Falling, Catching van Agnes Obel vullen het lokaal van de workshop. Muziek draalt rond verfpotten, schiet tussen sculpturen van vuilnisemmers en afdrukken van Camille Claudels optimistische schetsen door. De vrouw herhaalt: ‘Ik kan niet tekenen. Ik had nooit moeten stoppen met werken.’ Ze schudt haar hoofd en zegt nog eens: ‘Ik had nooit moeten stoppen met werken.’ De psychiater die haar geval behandelt, noemt dit haar litanie. Ze lijdt aan zware depressies. Ik zeg: ‘Volgens mij kan iedereen tekenen.’ Ik zet mijn pen op het witte papier en trek een kronkellijn. De vrouw stopt met praten en trekt eveneens een lijn. Ineens buigen onze lijnen naar elkaar toe in de vorm van een vlucht wilde ganzen. Terwijl de pianomuziek klinkt, vullen we de witte rechthoek met zwarte groeven die elkaar snijden, groeten, vermijden en parallel over de bladzijde bewegen.

    Ze zegt: ‘Het lijkt nergens op.’ Ik zeg: ‘Verbeelding is net zo belangrijk als feiten’

    Tien minuten later bekijken we ons werk. Ze zegt: ‘Maar het lijkt nergens op.’ Ik zeg: ‘Verbeelding is net zo belangrijk als feiten. Als we tekenen, beginnen we bij een unieke plek, een Locus Solus.’ Ze fluistert: ‘Ik had nooit moeten stoppen met werken.’ Het klinkt als een smeekbede, als een gebed in de ruimte. Ik vraag: ‘Wat zou je willen tekenen?’ Ze antwoordt: ‘Een golfbaan. Ik maaide daar vroeger altijd het gras.’ Ik knik: ’Geweldig idee.’ 

    Op een nieuw vel papier zetten we de baan uit. Voor het eerst glimlachend geeft ze de afslagplaats aan, de bunkers en de greens. Veertig minuten lang tekenen we grassprieten. De weken erna tekenen we honderden, duizenden groene takjes en blaadjes, en ze glimlacht, streepje na streepje. Ik moet denken aan iets wat Gaston Bachelard schrijft in La poétique de l’espace (1957): ‘Als het beeld nieuw is, is de wereld nieuw.’ Als we spelen, scheppen we, verrijzen we, komen we tevoorschijn. Patiënten stappen uit hun psychische stoornis en ervaren vaak een sensatie van een nieuwe dageraad. Hun wereld is onverwacht groter geworden. Deuren gaan open.

    Veilig voelen

    Veel denkers en filosofen die over spel schrijven, lijken voorbij te gaan aan het feit dat een sprong in het duister vertrouwen vergt. Iemand moet zich veilig voelen om te kunnen spelen. Zonder vertrouwen is er geen flow, geen dageraad. Voor we de praktijksessies met een groep volwassenen of jongeren beginnen, schrijven we richtlijnen op en bedenken we onze spelcondities. We bespreken verschillende onderwerpen: het gebruik van mobiele telefoons, het belang van op tijd zijn, respect, meedoen, vertrouwelijkheid. Als we met volwassenen spelen, is er een grote, gerechtvaardigde angst om kinderachtig te worden behandeld of uitgelachen en op de een of andere manier bedrogen. Wil een groepsspel zin hebben, dan moet iedereen zich veilig voelen om te spelen.

    De kinderarts en psychoanaliticus Donald Winnicott, die het belang van deze veiligheid benadrukt, ziet spel als iets wat plaatsvindt in de ‘transitieruimte’ tussen verbeelding en werkelijkheid. In een ‘alsof’-spel weet een kind best dat die banaan geen telefoon is, maar het belet hem of haar niet om op te nemen als er wordt gebeld. Voor Winnicott geeft spelen in deze tussenruimte kinderen de mogelijkheid hun plaats in de buitenwereld vorm te geven. Al heen en weer bewegend toetsen zij de werkelijkheid. Toch vereist dit toetsen – omdat kinderen met speelgoed gooien, met symbolisch gevaar en mislukking experimenteren – de aanwezigheid van ouders. De ouder zorgt ervoor dat het spel wordt ervaren zonder volgzaam of bang te zijn. Daarom stelde Winnicott dat als we als jonge kinderen veilig met gevaar spelen, we als volwassenen beter omgaan met afwijzing en verlies, en meer gezonde risico’s zullen nemen.

    ‘Laat je lichaam het denken doen,’ zeg ik tegen patiënten als we om de beurt een reeks vrije bewegingen verzinnen

    Spel verenigt, schrijft Fink, ‘het opperste verlangen en het diepste lijden’. Jarenlang werkte ik met tieners die waren gediagnosticeerd als psychotisch. Een hoogtepunt van onze samenwerking was een kort surrealistisch toneelstuk, ‘De verdwenen aardappelstamper’, dat ze rond keukenvoorwerpen situeerden. De hoofdrollen waren voor een koelkast, een buffet, een broodrooster, een fornuis, een tafel en stoelen, en de verdwenen aardappelstamper. De tekst ging over in de steek gelaten worden door je ouders, over wanhoop, eenzaamheid, geweld, gevoelens van noodlot en hoop. Tijdens een training speelde een ziekenhuisdirecteur een keer al improviserend de rol van het dossier van een dode patiënt dat in een vuilnisbak was gegooid. Beide voorbeelden laten de louterende werking van spel zien, waarbij we de kans ­krijgen de donkere kanten van onszelf toe te laten.

    De meeste van mijn dramatherapiesessies, ook als ik met beeldende kunst werk, beginnen met een warming-up, een zintuiglijke voorbereiding. We halen adem, rekken ons uit en geeuwen. De pionier van de dramatherapie, Peter Slade, benadrukte het belang van een dergelijke lichamelijkheid, de concrete actie bij spelen, bij huppelen en springen. ‘Laat je lichaam het denken doen,’ zeg ik tegen patiënten als we om de beurt een reeks vrije bewegingen verzinnen, terwijl we met onze armen draaien en springen, of waterpartijen ontwerpen voor Japanse miniatuur­tuinen. In het spel kan het lichaam de eerste betekenisbron worden.

    Overal op de wereld wordt de etymologie van het woord ‘spel’ herleid naar het diepgewortelde, instinctieve: in het Latijn verwijst ludere naar springende vissen en fladderende vogels. Het Angelsaksische lâcan betekent als een schip op de golven deinen, of trillen als een vlam. Het Sanskriet woord kridati beschrijft, net als in Germaanse talen, de beweging van de wind. Als we spelen, zijn we zelden bewegingsloos. We leven.

    Tactiele sensaties

    Een recente studie van de psychologen Maja Stanko-Kaczmarek en Lukasz Kaczmarek, werkzaam aan de Adam Mickiewicz-universiteit in Polen, bracht aan het licht dat de tactiele sensaties bij vingerverven een bewustzijnstoestand teweegbrengt die is gekoppeld aan welzijn. Als we schilderen, zitten we in het moment en onze aandacht is verruimd. Dit kan worden gesteld tegenover gepieker over het verleden of de toekomst, vaak een symptoom van mentale ziekte. Het fysieke karakter van spel en creatie plaatst ons in het hier en nu: het plaatst ons midden in onszelf en mobiliseert een belichaamd kenvermogen dat belangrijk is bij het leren van vaardigheden. In alle stadia van het leven kan bouwen met lego, breien, borduren en schilderen bijdragen tot psychisch welzijn.

    Aan het eind van onze sessies vroeg ik patiënten vaak hun fysieke en ook hun mentale en emotionele gevoelens te duiden. Hugo Critchley, een expert in de interactie tussen lichaam en geest en mededirecteur van het Sacklercentrum voor Bewustzijnswetenschappen aan de Universiteit van Sussex, in Engeland, heeft het directe verband onderzocht tussen ‘interoceptie’ (het vermogen om prikkels in het eigen lichaam waar te nemen) en emotionele intelligentie. Spel kan een gedeelde, belichaamde activiteit zijn. Door collectief te spelen transcenderen we welbewust samen.

    Het ‘alsof’ bij toneel vraagt om een collectieve ervaring, anders dan de schizofrene hallucinatie, die uniek is

    Dit ‘gedeelde’ van spelen werd benadrukt door de Nederlandse historicus Johan Huizinga. In Homo ludens: Proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur uit 1938 onderkende hij dat we als we spelen een ‘speelgemeenschap’ binnengaan. We ontlopen en verwerpen over en weer normen. Binnen de cirkel van een spel zijn normale wetten en gewoonten niet langer van toepassing. Ruimte en tijd in een spel zijn altijd beperkt: het podium, de speeltuin, het scherm, het vel papier, de workshop of de magische cirkel. Dus als we dramatherapie toepassen op patiënten met bijvoorbeeld schizofrenie, werkt zowel de groep als de ruimte als een afbakening, waardoor de persoon zijn verbeelding kan gebruiken op zo’n manier dat er geen hallucinaties optreden. 

    Jaren geleden alweer werkte ik eens met een Amerikaan met schizofrenie, die zich vaak inbeeldde dat iemand op het punt stond zijn hoofd van zijn romp te snijden. Iedere dag bleef hij in de ziekenhuisgangen fluisteren: ‘Ze komen me halen.’ Toch had hij na de warming-up in het lokaal van de dramatherapie zelden hallucinaties. Maandenlang vertolkte hij de rol van een hertog in een stuk dat we hadden gebaseerd op Shakespeares As You Like It (zonder dat hij daarbij ooit dacht dat hij echt een aristocraat was). Het ‘alsof’ bij toneel vraagt om een collectieve ervaring, anders dan de schizofrene hallucinatie, die uniek is. De veiligheid van de groep genereert ook vertrouwen en houvast bij de nieuwe werkelijkheid die ons toestaat denkbeeldige bergen te beklimmen, de zeven zeeën te bevaren. 

    Beeldende therapie

    Op een dag schreef een psychiater beeldende therapie voor aan een jonge Spaanse man die was ingestort na maandenlange arbeid in een visverwerkingsfabriek en nu eetproblemen had. Tijdens onze eerste sessies stelde ik een spontane dadaïstische collage-oefening voor, waarbij hij intuïtief beelden en woorden selecteerde uit een verzameling die op de tafel lag uitgestald. Geen sprake van goede of verkeerde antwoorden. Hij verzamelde beelden van bloemen, een jongeman die zijn haar waste. Uit de uitgesneden woorden stelde hij een mooie, kale tekst samen over het zoeken naar water, naar leven. Maandenlang werkten we aan deze thema’s, waarbij we portretten en zelfportretten uit de achttiende eeuw onderzochten, en we sloten af met het maken van een kunstenaarsboek. Bij dit proces was het beginwerk de sleutel – een schijnbaar willekeurige selectie gebaseerd op een onbewuste keuze. Dit spontane element is een onderlaag op het canvas van het spel, een kernfundament van het huis. Maar hoe breng je spontaniteit teweeg?

    Tijdens creativiteitsseminars spreek ik over de ‘wachters’ bij de poort van de geest over wie de toneelschrijver en filosoof Friedrich Schiller schreef aan zijn vriend, de jurist Christian Gottfried Körner – dus schildwachten van de rede wier taak het is onhandelbare creativiteit in toom te houden. ‘Stel, de wachters kijken over je schouder mee,’ zeg ik tegen een lokaal vol ondernemers. ‘Dit zijn je bewakers. Je wilt nieuwe ideeën ontwikkelen en problemen oplossen. Jouw ideeën, oplossingen komen bij de poort en – voordat ze een kans krijgen – filteren, ontkrachten, censureren je bewakers jouw ideeën als slecht, stompzinnig, belachelijk. De meeste van je ideeën komen er nooit doorheen.’ De groep lacht, en ik ga verder: ‘Als we creatief te werk gaan, halen we die bewakers weg. Dan laten we de ideeën stromen.’ In De droomduiding (1899) citeert Sigmund Freud Schiller, wanneer hij het uiten van ‘vrij opkomende’ ideeën aanmoedigt: ‘Het is schadelijk voor het creatieve werk van de geest als het intellect van te dichtbij de ideeën inspecteert die als het ware bij de poorten staan te dringen. Op zichzelf bezien mag een idee heel onbeduidend en heel gedurfd zijn (…) maar in een bepaald verband met andere, die even absurd mogen lijken, kan het misschien een heel bruikbare constructie vormen.’

    Waar het hart sneller van klopt

    Hoofdkussenboek (Makura no Sōshi) is een van de beroemdste literaire werken uit het klassieke Japan, geschreven rond het jaar 1000 tijdens het Heian-tijdperk door hofdame Sei Shōnagon. Het is een verzameling van observaties, gedachten, anekdotes, poëzie, lijstjes en commentaren op het hofleven die opvalt vanwege de lichtheid en originaliteit, en ook omdat deze veel vertelt over de tijd waarin ze leefde. In dit gedicht van haar wordt het leven voorgesteld als een toneelstuk.

    Spreeuwen die hun jongen voeden.
    Een huis passeren waar kleine kinderen buiten spelen.
    In een kamer slapen waar men een delicate wierook heeft gebrand.
    Zien dat je prachtige Chinese spiegel een beetje dof begint te worden. Gadeslaan hoe een heer zijn wagen voor je poort laat halthouden en zijn bedienden opdracht geeft zijn komst aan te kondigen. Je haar wassen, toilet maken en met parfum besprenkelde kledingstukken aantrekken; ook al is er geen levende ziel die je ziet, toch geven deze voorbereidingen je een heel plezierig gevoel.
    Het is nacht en je verwacht een bezoeker. Plotseling word je verrast door het geluid van regendruppels die door de wind tegen de blinden slaan.

    Vertaald uit het Engels (The Pillow Book of Sei Shōnagon, Ivan Morris) door Paul Heijman (2e druk, 1988, Nijgh en Van Ditmar).

    Tijdens een workshop met een groep Franse maatschappelijk werkers gooien we verf op een doek à la Jackson Pollock. De cursus vindt plaats in een groot herenhuis. Ik heb op alle muren en vloeren zeildoek geplakt. De workshop heeft als thema lâcher prise – loslaten – bij besluitvorming, stressbeheersing, emotionele intelligentie, en het inzetten van creativiteit als middel. Met verfkwasten druppelen en spetteren we om de beurt met roze, blauwe, oranje, gele en paarse verf. Deze methode moedigt ons aan om zonder angst voor mislukking vorderingen te maken met de ‘growth mindset’, de op groei gerichte denkrichting, die is gemunt door de psycholoog Carol Dweck, gespecialiseerd in menselijke motivatie. We proberen te onderzoeken en ons te ontwikkelen, net als Pollock, die zei: ‘Als ik schilder, ben ik me er niet van bewust wat ik doe. Pas na een soort ‘kennismakingsperiode’ zie ik waar ik mee bezig ben geweest (…) Het schilderen heeft een eigen leven.’

    De wezenlijke rol van spel, toeval en instinct bij creativiteit is erkend door vele vroegtwintigste-eeuwse kunstzinnige bewegingen, waaronder het dadaïsme en het surrealisme, en komt terug in jazz, en in latere bewegingen, zoals punk. Punk, erkent de Amerikaanse kunstenaar Judy Nylon, stond voor doe-het-zelf, vormverandering en streven naar de ‘grootst mogelijke armslag’. Spel heeft echter ook veel van de menselijke geschiedenis opgeluisterd, vanaf Nicholas de Cusa’s gebruik van de balspelmetafoor voor theologisch gepieker in De ludo globi (1463) tot aan de ontwikkeling van de commedia ­dell’arte. Plato benadrukte: ‘Het leven moet worden geleefd als een spel (…) en dan zal een mens in staat zijn de goden gunstig te stemmen, zichzelf te verdedigen tegen zijn vijanden en die wed strijd te winnen.’

    Spelen is experimenteren, plezier herwinnen, het mogelijke en onmogelijke doen om het onmaakbare te verzinnen en te maken

    Spelen is experimenteren, ontdekken, plezier herwinnen, het geheim blootleggen, het mogelijke en onmogelijke doen om het onmaakbare te verzinnen en te maken, de brug oversteken die je niet kon oversteken, water laten branden, op water lopen, vliegen. Het is voor iemand met pleinvrees zingen ten overstaan van een menigte, dansen, lachen en huilen, een afbeelding maken, zorgen, pijn en dood vergeten, buiten de tijd leven, in een flow zijn, verbinden, ontbinden, opnieuw verbinden, verbeelden, maken.

    Het is een zomernamiddag op een afdeling kinderpsychiatrie in Frankrijk. Een dertienjarig meisje monstert me van top en teen en zegt: ‘Volgende maand kan ik niet naar de groep komen. Ik ga naar Wondirection.’ Ik zeg: ‘Wie zijn Wondirection?’ De groep tieners giechelt. Het meisje, dat ooit uit Rwanda is geadopteerd en oorlogstaferelen, verkrachting en geweld heeft meegemaakt, articuleert letter voor letter. ‘W-o-n d-i-r-e-c-t-i-o-n is een boyband.’ ‘O, One Direction,’ zeg ik. Iedereen lacht om mijn Britse accent. ‘Wat is jouw favoriete nummer van One Direction?’ vraag ik. Ze trekt haar wenkbrauwen op: ‘Daar vindt u toch niets aan.’ Ik zeg: ‘Dat weet je nooit, wie weet vind ik het geweldig. Waarom neem je volgende week geen cd mee?’ Ze haalt haar schouders op. De vijf tieners zeggen gedag. Een van hen is doof, een verminkt zichzelf, een ander kan het lokaal niet binnenkomen zonder te huilen. Later maken de psychiatrisch verpleegkundige en ik notities en spreken we over ziektegeschiedenissen, fobieën, ontspanning, anorexia, verbeelding, psychotische symptomen en het belang van lachen.

    Leren omgaan met gevaren

    Kinderen hebben baat bij de ‘Risky Playground’ van Mike Hewson.

    The Conversation berichtte eind 2022 over riskante openbare speeltuinen van kunstenaar Mike Hewson in Melbourne en Sydney. ‘Alle speelbare onderdelen lijken geïmproviseerd, in elkaar geflanst met karton en kippengaas, precies in evenwicht of wankelend op het randje van instorten.’ Niet alleen is de constructie riskant, maar ook worden kinderen uitgenodigd om zelf risico’s te nemen.

    De kunstwerken – met Hewsons achtergrond in techniek is elk speelbaar element minutieus ontworpen en structureel gebouwd – zijn een reactie op de risicomijdende houding ten opzichte van spelen. Al sinds begin jaren tachtig is er een grote focus op de risico’s, gevaren en veiligheid van kinderen. In onder meer Australië en de VS werden normen voor speelveiligheid ingevoerd. Het gevolg: speeltuinen werden gestandaardiseerd tot ‘saaie’, veilige versies.

    ‘De afgelopen dertig jaar zijn bij interpretaties van deze veiligheidsnormen vaak de betekenissen van “risico” en “gevaar” door elkaar gehaald, schrijft The Conversation. ‘Een risico is iets waarvan het kind zich bewust is, waardoor het gedwongen wordt de uitdaging te identificeren, analyseren en overwinnen; een gevaar brengt iemand in gevaar omdat er een voorwaarde voor letsel bestaat die de gebruiker niet kan waarnemen.’

    ‘Door deze betekenissen door elkaar te halen, is er een culturele houding ten opzichte van spelen ontstaan die zeer risicomijdend is’, aldus The Conversation. En dat is problematisch. Zo kan risicomijding ‘op de lange termijn gevolgen hebben voor de gezondheid, en mogelijk van invloed zijn op de ontwikkeling van angst, depressie, obesitas en diabetes.’ Vanuit dit idee werd in 1968 in Massachusett ook De Sudbury Valley School opgericht, bekend als ‘de school waar alles mag’.

    (Zie ook 360 editie 49, ‘Ga toch spelen’.)

    Bij de volgende sessie heeft het meisje de cd van One Direction bij zich en we luisteren naar haar favoriete nummer, What Makes You Beautiful. Bij de sessie erna stel ik het volgende voor: ‘We gaan doen of we bij een concert van One Direction zijn. De band loopt het podium op. Lichten flitsen. Wij roepen hun naam.’ Zo hard we kunnen roepen we ‘Niall, Zayn, Liam, Harry, Louis!’ en slaan dubbel van het lachen. De weken erna werken de tieners aan verhalen over een pakketreis naar Griekenland, waarbij ze rijden op onzichtbare ezels, verbranden door de zon en met elkaar zwemmen in de glinsterende zee. Een jongen met autisme kan alleen maar meedoen met improviseren als hij eerst een radioquiz nadoet en brult: ‘We hebben een winnaar!’

    Intieme, persoonlijke handelingen

    Aan het begin van elke sessie roepen we de namen van de bandleden. De laatste week, voor de schoolvakantie, zingen we met elkaar: ‘You don’t know you’re beautiful, that’s what makes you beautiful…’ (Je weet niet dat je mooi bent, daarom ben je mooi.)

    In haar artikel ‘Maatschappij en cultuur’ uit 1960 schreef Arendt: ‘…zonder de schoonheid van menselijke, wereldlijke creaties die we kunst noemen, zonder hun stralende luister waarin potentiële onvergankelijkheid aan en in de wereld tot uiting komt, zou alle menselijk leven onbeduidend zijn en zou geen enkele grootsheid kunnen voortduren.’

    Ondanks dit alles neem ik het woord ‘creatief’ niet graag in de mond, vanwege de populaire psychologische connecties: een bedrijfsjamboree die zwaar leunt op ‘kapitalistisch realisme’, goeroes met kraagloze hemden die elkaars hand vasthouden en harten op muren plakken. Als spelbegeleider voel ik diepe reserves bij formele, universele spelbeginselen. Ik zie spelen en creëren als intieme, persoonlijke handelingen. Hun kracht bij individuele verandering is hun Locus Solus. In ‘fragment 52’ beschrijft Heraclitus Eon, de kosmische tijd, als een spelend kind en spel als een metafoor voor het eeuwig levend kosmisch vuur, pur aeizoon, ‘de bliksemflits die alle dingen bestiert’. We kunnen en moeten denkbeeldige handelingen met elkaar delen, maar onze verbeelding – wil ze kracht hebben, ons omverwerpen en ons ’s nachts wakker houden omdat we verlangende schepselen zijn – zou met een uniek, levendig licht moeten mogen branden. 

  • Franse dokters schrijven patiënten museumbezoek voor

    Franse dokters schrijven patiënten museumbezoek voor

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Colombia heeft handen vol aan nijlpaarden van Pablo Escobar

    » Het Verenigd Koninkrijk wordt het eerste Europese land dat kweekvlees goedkeurt

    Kunst kijken op doktersrecept

    Kunst werkt helend, zo vinden ook de artsen van het Universitair Ziekenhuis (CHU) van Lille. Die schrijven hun patiënten namelijk sinds september 2023 museumtherapie voor, bericht Reasons to be Cheerful. ‘Het idee van museumbezoek op doktersrecept is dat blootstelling aan kunst en cultuur of geschiedenis sommige vormen van medische zorg in traditionele settings kan aanvullen, versnellen of mogelijk zelfs vervangen – op een effectieve, plezierige en goedkope manier’, aldus het goednieuwsplatform.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een van de musea waarmee CHU Lille samenwerkt is het Palais des Beaux-Arts in Lille, dat na het Louvre de grootste kunstcollectie van Frankrijk herbergt en al langer therapeutische kunst maak- en kijkworkshops aanbiedt. Het Palais des Beaux-Arts werkt met allerlei soorten deelnemers, zoals mensen met alzheimer, drugsverslaafden en autistische kinderen. Eén keer per week is er ook een workshop die opengesteld is voor iedereen. Ook zijn is er een speciale sessie voor vrouwen die behandeld worden voor endometriose, medisch geassisteerde voortplanting en borst- of baarmoederhalskanker.

    CHU Lille doet onderzoek naar de effectiviteit van de museumtherapie bij zijn patiënten, maar er is al veel bewijs dat dergelijke behandelmethodes werken. Dat zegt ook Julia Hotz, schrijver van het boek The Connection Cure over sociale therapie, tegen Reasons to be Cheerful. ‘Musea halen ons uit ons eigen hoofd. We verliezen onszelf in schoonheid, waardoor we onze angsten vergeten.’

  • Vijftien,  hoogbegaafd en pedofiel

    Vijftien, hoogbegaafd en pedofiel

    Toen Leon twaalf was, vond zijn moeder plaatjes van kleine kinderen in ondergoed op zijn computer. Nu is Leon vijftien en volgt hij een therapie voor pedofiele jongeren. Het verhaal van een gezin dat altijd op scherp staat.

    Keuze uit het archief

    Verhalen over pedofilie en kinderporno houden de laatste jaren de media in de greep. Geen wonder, voor veel mensen is niets erger dan wanneer iemand zich vergrijpt aan een kwetsbaar en onschuldig kind. Door die maatschappelijke afschuw is een nieuw fenomeen ontstaan dat eveneens veel media-aandacht krijgt: de pedojager, een bezorgde burger die het recht in eigen hand neemt en al dan niet veroordeelde pedofielen opzoekt en mishandelt. Er wordt maar weinig geschreven over de dader zelf, en over mensen die pedoseksuele gevoelens hebben – want lang niet iedere pedofiel gaat over tot aanranding.
    Süddeutsche Zeitung publiceerde een aantal jaar geleden een aangrijpende longread over de vijftienjarige Leon, die in therapie is vanwege zijn gevoelens voor kleine meisjes. De Duitse krant volgde hem en zijn gezin een half jaar lang en deed uitgebreid en genuanceerd verslag, zonder veroordeling. Wie weet volgt er, nu Leon ouder is, ooit een follow-up-artikel.

    Bij pedofilie zijn er verschillende seksuele oriëntaties: zo voelt Leon zich alleen aangetrokken tot meisjes, anderen alleen tot jongens. Als Leon uitlegt wat voor soort meisjes hij leuk vindt, beschrijft hij Maja, zijn buurmeisje. Hij heeft het over haar kroeshaar en haar gave, zachte huid, en eigenlijk is daar niets mis mee. Maar Leon is vijftien en Maja vijf. Vandaar het probleem.

    Leon heeft wat artsen bij jongeren onder de zestien ‘seksuele interesse voor prepuberale lichaamsvormen’ noemen. Hijzelf gebruikt liever het begrip voor volwassenen: pedofilie. Dat met die interesse vindt hij te ingewikkeld. Leon is een pragmaticus. De therapie die hij volgt is gratis en er is zwijgplicht: ook de zorgverzekering komt er niets van te weten.

    Verder is hij een jongen van vijftien die opgroeit in een dorp in de buurt van Maagdenburg en nu al groter is dan zijn moeder en haar partner. Zijn moeder, Julia Büchner, denkt na voor ze iets zegt. Leon denkt nauwelijks na, hij heeft altijd zijn woordje klaar. Als hij praat doen zijn gedachten en zijn mond een wedstrijdje wie het snelst is en soms struikelt hij over zijn woorden. Hij kan je uitleggen wat de snelheid van het licht betekent en twijfelt of hij op het gymnasium wel over zal gaan naar de volgende klas. Hij heeft sluik, bruin haar en waar over niet al te lange tijd zijn baard zal groeien, is zijn smalle gezicht wat donkerder. Zijn moeder is geblondeerd en heeft een rond gezicht. Soms ziet ze er erg moe uit voor een vrouw van midden dertig, tot ze begint te praten. Leon ziet er alleen moe uit als hij met zijn beste vriend Jannis tot drie uur in de nacht Halo heeft gespeeld op zijn Xbox.

    Details aan de hand waarvan het gezin van Leon geïdentificeerd zou kunnen worden, zoals namen, beroep en woonplaats, zijn in dit artikel veranderd.

    ‘Fase’

    Een vrijdagavond, voorjaar 2018. Over een maand wordt Leon zestien, dan wil hij met Jannis aan de zuip gaan. Hij is nu een jaar in therapie vanwege zijn pedofilie. Hij stelt voor een spelletje te gaan doen. Dat doet hij in het weekend vaak, hij blijft thuis en doet een bordspel of speelt op zijn Xbox. Of hij gaat naar Jannis, daar spelen ze op diens computer. Hij houdt niet van feestjes en bovendien is hij vrijdags na therapie vaak moe. Scotland Yard, schreeuwt Leon vanuit de gang. Nee, schreeuwt zijn moeder 
uit de keuken terug, dan doet ze niet mee, dat vindt ze stom. Bij de familie Büchner wordt even vaak geschreeuwd als gezwegen. Marcel, Julia’s partner, staat in de keuken de goulash voor zaterdag klaar te maken, hij heeft 
nachtdienst en moet straks weg. Als het over pedofilie gaat houdt hij zich erbuiten. Leon 
en zijn moeder besluiten tot Kolonisten van Catan. Omdat je daar minstens drie spelers voor nodig hebt, wordt de verslaggeefster ook ingeschakeld.

    In de woonkamer heeft alles zijn plaats, er slingert niets rond, de tafel is nieuw en glimmend wit. Als Julia Büchner daar zo zit en vertelt hoe ze heeft ontdekt dat Leon in jongere, veel jongere meisjes is geïnteresseerd, praat 
ze met veel distantie, alsof ze het verhaal al duizend keer heeft verteld, en bovendien heeft ze het in haar hoofd minstens even vaak 
herhaald. Het was in de zomer van 2014, Leon was twaalf. Zijn moeder vond op de laptop, die voor het hele gezin is bedoeld, afbeeldingen van argeloos poserende vijf-, zesjarige meisjes in hun ondergoed. Afbeeldingen die iedereen kan vinden die op Google zoekt met de trefwoorden ‘meisje ondergoed’, ‘meisje badpak’, ‘meisje, vier, vijf, zes jaar’. Julia Büchner verdacht haar partner Marcel. Ze schreeuwde tegen hem. Hij overtuigde haar ervan dat hij het niet geweest kon zijn. Leon had de laptop de laatste keer meegenomen naar zijn kamer. Hij moest naar de plaatjes gezocht hebben. Leon gaf het toe. Toen was het Marcels beurt om te gaan schreeuwen.

    Leons moeder ging met haar zoon naar een kinderpsycholoog, die haar uitlegde dat het een fase was. Waarom zou iemand van twaalf naar plaatjes van volwassenen kijken? Hij probeerde gewoon verschillende dingen uit om zijn seksualiteit te ontdekken. Destijds nam Leons moeder genoegen met deze verklaring. Nu zegt ze dat ze het toen al niet echt geloofde. Leon beloofde niet meer naar zulke plaatjes te zoeken. Zijn moeder beloofde dat 
ze hem niet meer zou controleren.

    Zoiets werkt alleen als je elkaar vertrouwt, zegt 
Julia Büchner.

    Hij riep, help me, wat moet ik doen, stop me maar in een inrichting!

    Toen ze het afgelopen jaar een vrijwel identieke zoekgeschiedenis op de laptop aantrof, wist ze: dat kan geen fase meer zijn. Ze klopte voorzichtig op Leons kamerdeur om te zeggen dat ze hem iets wilde laten zien. Ze nam plaats op de grote, lichte bank en klapte de laptop open. Leon kwam zijn kamer uit sloffen en ging naast haar zitten. Hij begreep meteen wat ze had ontdekt. Toen hij naar het scherm keek begon Leon te huilen. Hij huilde als een jongen die het gevoel heeft dat hij als een rat in de val zit. Zijn moeder nam hem in haar armen, een gebaar dat hij als bijna vijftienjarige zo goed als nooit accepteerde. Hij riep, help me, wat moet ik doen, stop me maar in een inrichting!

    Julia Büchner dacht, wat moet mijn kind in een inrichting? Ze belde de psycholoog en zei dat de fase weer terug was. De psycholoog adviseerde haar een therapie voor pedofiele mannen in de Charité in 
Berlijn, een van de oudste en grootste universitaire klinieken van het land. Daar hoorde Leons moeder dat er bij hetzelfde instituut nog een programma was: ‘Je droomt van hen’. Het is gericht op jongeren die zich tot prepuberale lichamen aangetrokken 
voelen. Tot kinderen dus.

    In het gezin Büchner zijn ze open en houden ze tezelfdertijd hun mond. Praten kan de pijn verlichten en problemen oplossen, daarom volgt Leon sinds een jaar de therapie in de Charité. Maar praten kan de dingen ook compliceren, dat ervaren Leon en zijn moeder al binnen hun eigen familie. Marcel, de partner van Julia, praat niet graag over Leons pedofilie. Leons zusje Emily weet er zelfs helemaal niets van. Omdat ze zo’n praatgraag kind is, zegt haar moeder. Bovendien is ze maar een jaar jonger dan Leon. Ooit hadden de kinderen luizen, en Julia had hun op het hart gedrukt dat niet overal rond te bazuinen. Het hele dorp hoeft het niet te weten, had ze gezegd. Emily had geknikt. De volgende dag wist het hele dorp het. Tegen de vrienden van Leon en tegen Emily hebben ze gezegd dat Leon vanwege een huidziekte regelmatig naar de dermatologieafdeling in de Charité moet.

    Sinds een jaar rijden Julia en Leon Büchner om de vrijdag naar Berlijn. Vanuit hun dorp bij Maagdenburg is dat 160 kilometer, twee uur heen en twee uur terug. Twee uur lang zit Leons moeder in een konditorei te wachten, soms drinkt ze chocolademelk, soms koffie. 
Als Leon naar buiten komt, eten ze af en toe nog een stuk taart, en vraagt zijn moeder of het goed ging. En Leon zegt ja of haalt zijn schouders op. Ze wil hem niet uithoren, zegt ze, het is zijn ding. Tijdens de rit terug zet Leon zijn koptelefoon op, trekt zijn capuchon over zijn hoofd en zet de muziek zo hard dat je 
het in de hele auto kunt horen. Hiphop, liefst van de Oostenrijkse rapper Dame, soms Ed Sheeran, Galway Girl.

    Nauwelijks buiten

    Leons moeder moet toezien hoe haar zoon langzaam maar zeker een leven opbouwt dat hij vanuit zijn kamer kan leven. In weekends komt hij nauwelijks buiten. Als hij al naar 
een feestje gaat is het een gamefeestje: multiplayervideogames. De paar vrienden die hij heeft, ziet hij op school. Over zijn kamer zegt hij trots: de kamer van een klassieke gamer. Zijn favoriete Xbox-games staan in een vitrine: GTA, Halo, Minecraft. Leon houdt van fantasy: Harry Potter, Lord of the Rings, The Hunger Games. Allemaal verhalen waarin jonge mensen 
avonturen beleven en belangrijke beslissingen nemen. Na school gaat Leon alleen de deur uit om naar de sportschool te gaan, zijn lichaam is belangrijk voor hem. Minstens drie keer per week moet hij sporten, anders mist hij iets: tafeltennis, jiujitsu, karate, atletiek, stoom afblazen.

    Zijn moeder heeft het vaak met hem aan de stok over de vraag of hij wel genoeg eet. Op Instagram post Leon foto’s van zichzelf in een hoody, zonder bril, hij vindt zichzelf knapper als hij die niet op heeft. Leon vertelt graag het grapje dat hij geen grasmachine nodig heeft om het gras te maaien omdat hij er zelf een is. Hij moet al lachen terwijl hij het vertelt, omdat het zo’n stomme grap is. Hij zegt zelf dat hij niet weet wat voor soort man hij zal worden. Hij is bang dat hij ooit iets zal doen wat hij nu niet kan beïnvloeden. Ik heb mezelf nu nog in de hand, zegt hij, maar als je er logisch over nadenkt dat je alles wegstopt, wordt 
het waarschijnlijk ooit te veel.

    Leon is een realist. Het is net als met computerspelletjes, zegt hij: pedofilie is geen fraaie eigenschap, maar is er gewoon. Als je gaat gokken, zegt ook 
iedereen dat het niet goed voor je is. Maar toch heb 
je er plezier aan en wil je er niet mee ophouden. 
Ik vind niet dat het iets slechts is.

    Zijn whatsappstatus: ‘We shall overcome’.

    Illustraties. – © Winston Chmielinski
    Illustraties. – © Winston Chmielinski

    Als iemand me vijf jaar geleden over een pedofiel zou hebben verteld, had ik gedacht: chemisch castreren, opsluiten die lui, zegt Leons moeder aan de tafel in haar woonkamer. Nu denk ik, jullie moeten het zelf uitzoeken, maar ga in therapie. Leon is zoals hij is, zegt ze. Misschien zou hij anders zijn als hij deze diagnose niet had. Maar ik geloof van niet.

    Als je van Leons pedofilie weet, ga je anders met hem om. In de supermarkt, op straat, in de bus, vier- of vijfjarige meisjes vallen hem meteen op. Hij ziet ze 
al voordat je als begeleider überhaupt in de gaten hebt dat er een klein meisje in de buurt is. Tof, zegt Leon als hij een meisje mooi vindt. Als Leon ‘tof’ zegt, gaat zijn moeder nadenken.

    Leon kan goed met andere kinderen omgaan, of ze nu even oud zijn of jonger. Als hij met Sophie, een meisje van acht, tafeltennist en ze een fout maakt, zegt hij, rustig maar, geen stress, je kunt het. Of hij tilt haar op, dan moet ze lachen. De grote kinderen 
in het team zeggen tegen Leon dat Sophie verliefd 
op hem is. Dat weet Leon wel, maar hij is toch niet verliefd op haar, dus? Hij vindt het schattig om te zien hoe ze voor ieder punt vecht. Tof.

    Als er meer jonge kinderen bij zijn heeft Leon geen probleem. Het wordt pas moeilijk als hij met een meisje alleen is. Dan probeert hij zo intensief aan 
iets anders te denken dat hij vergeet dat er iemand anders in de buurt is. Meestal denkt hij dan aan 
tv-commercials en probeert hij zich details daarvan te herinneren: van die scènes waarin een gelukkig gezinnetje aan tafel zit te eten. Dat is zijn strategie: hij sluit zich af. Occlumentie, net als in Harry Potter. Maar meestal komt Leon toch al niet in zulke 
situaties terecht. Zijn moeder komt altijd als hij haar roept.
    Op deze voorjaarsavond worden de regels van het bordspel uitgebreid: iedereen die een nederzetting 
of een stad bouwt, mag vandaag een medespeler een vraag stellen over pedofilie. Julia Büchner bouwt het eerst een straat.

    Ze vraagt of ze zich zorgen moet maken als de 
buurkinderen langskomen. Ze vraagt het, omdat ze het serieus wil weten, omdat ze niet weet wat Leon denkt. In de keuken ruimt Marcel voorzichtig de vaatwasmachine uit. Leon zegt: zolang het meisje zich niet helemaal uitkleedt en niet zegt dat ze met hem naar bed wil, hoef je je geen zorgen te maken.

    Hij is trots op zijn IQ, 138, hoogbegaafd, hij heeft een test gedaan. Bij elke discussie laat hij zijn moeder voelen dat hij beter kan argumenteren

    Leon houdt van een beetje sarcasme. Hij is trots op zijn IQ, 138, hoogbegaafd, hij heeft een test gedaan. Bij elke discussie laat hij zijn moeder voelen dat hij beter kan argumenteren. Zij houdt vaak alleen het argument over dat ze nu eenmaal zijn moeder is. Dan stuift Leon naar zijn kamer, zet zijn koptelefoon op en denkt: waarom moet ik mensen gehoorzamen die minder intelligent zijn dan ik?

    Vaak, als Julia Büchner ’s nachts wakker ligt, lijken haar gedachten wel een rij dominostenen. Als iemand het te weten komt? Hoe zullen de buren 
reageren? Kunnen we wel hier blijven wonen? Waar moeten we anders naartoe?

    Een leven met Leon betekent een leven lang een vage angst met je meedragen dat hij een meisje iets aandoet. Een leven met Leon betekent ook met niemand over die angst kunnen praten. Sinds Leons moeder niet meer in een winkel werkt, is ze bijna de hele dag thuis en is ze in het dorp een soort opvangmoeder geworden. Als het gezin ’s zomers gaat barbecueën, zetten ze een behangerstafel in de tuin, dan zitten er zes of zeven kinderen van allerlei leeftijden worstjes te eten. Als iemand dat van Leon ontdekt, kunnen 
we het hier vergeten, zegt zijn moeder. Als pedofilie gelijkgesteld wordt aan kindermisbruik maakt dat haar bang. Omdat ze op Facebook de reacties leest onder artikelen over kindermisbruik: opsluiten, 
castreren, afmaken. Omdat ze dat vroeger zelf ook vond. En omdat ze pas door Leon van gedachten is veranderd. Ik kijk er nu anders naar, zegt ze, ik sta anders in het leven. Niet dat ik nu overal pedofielen zie, maar ik weet dat het in elk gezin kan voorkomen.

    Leon heeft nog nooit iemand iets gedaan. Julia 
Büchner hoopt dat dat zo blijft. Ik hoop dat hij zichzelf niet ongelukkig maakt, zegt ze. Haar ouders, waarmee ze alles kon bespreken, zijn een paar jaar geleden kort na elkaar overleden. Met haar vriendinnen wil ze het er niet over hebben, omdat ze niet weet hoe die zullen reageren. Omdat ze bang is dat ze zo reageren als ze denkt. Er wordt zo veel gezwegen, zegt ze. Er moet meer gepraat worden. Aan de Charité willen ze zich ook met de ouders van de 
kinderen gaan bezighouden, maar dat duurt Leons 
moeder te lang. Ze voelt zich in de steek gelaten.

    Marcel staat aan Julia’s kant als Leon begint te 
discussiëren, en hij brengt Leon naar therapie als Julia griep heeft en niet zelf kan rijden. Als het over de therapie zelf gaat geeft hij heel korte antwoorden. Hij ziet de kinderen als zijn eigen kinderen, al bijna negen jaar, hij zegt dat hij zich een leven zonder hen niet meer kan voorstellen. Maar ze zijn zoals ze zijn. En die therapie, ik hoop dat het wat wordt, zegt hij.

    Maar pedofilie is niet te genezen zoals de meeste andere ziektes te genezen zijn. Als je het eenmaal hebt, gaat het vrijwel zeker niet meer over. Zeer waarschijnlijk ontstaat pedofilie in de puberteit, onder invloed van de geslachtshormonen, zegt Klaus Beier, directeur van het Instituut voor seksualiteit 
en seksuele geneeskunde van de Charité in Berlijn. Hij heeft zijn kantoor aan de Luisenstraße, dat heel licht zou moeten zijn omdat het hoge ramen heeft; toch is het donker, omdat er zulke eerbiedwaardige bomen voor staan. Onderzoek wijst uit dat ongeveer één procent van de mannen seksuele belangstelling voor prepuberale lichaamsvormen heeft, zegt Klaus Beier, en dat is een conservatieve schatting. Op de spelletjesavond heeft Leons moeder de kaart die ze heeft gekregen omdat ze de langste handelsroute heeft gelegd voor zich liggen en ze vraagt en vraagt maar door, alsof ze alleen deze ene avond heeft om alle antwoorden te krijgen. Ze vraagt of Leon Maja, het buurmeisje, aantrekkelijk vindt. Leon antwoordt te snel. Nee, zegt hij, dat gat in haar gebit is toch lelijk. Hij zet zijn kleine blauwe plastic stadjes in een cirkel. Zijn moeder sorteert haar kaarten en zegt oké.

    Legaal en illegaal

    In zijn therapie leert Leon dat pedofilie geen gevaar vormt, zolang alles alleen in zijn hoofd gebeurt. Hij leert het verschil tussen legaal en illegaal. Foto’s die op internet net zo toegankelijk zijn als afbeeldingen op websites voor kindermode, zijn legaal. Hentai, een bepaalde Japanse manga, waarin ook prepuberale kinderen in expliciet seksuele situaties voorkomen, zijn een randgeval. Kinderpornografische afbeeldingen en video’s zijn illegaal. Leon kent de lijst waar deze indeling op staat van buiten. Die geeft hem duidelijkheid. Op de plaatjes waarbij hij masturbeert staan meisjes van vijf of iets ouder. Eén keer in de week, schat hij.

    Legaal en illegaal zijn categorieën die het de jongeren makkelijker moeten maken om met hun fantasieën om te gaan. Het verschil tussen goed en fout moeten ze zelf leren. Naar films waarin kinderen tot expliciet seksuele handelingen worden gedwongen, heeft Leon nog nooit gekeken. Zijn therapeute zegt dat ze hem gelooft. Zijn moeder wil hem geloven. Ik moet hem toch vertrouwen, zegt ze, anders word ik gek.
    Andere tieners zijn chagrijnig omdat ze acné hebben, een beugel moeten dragen of zichzelf te dik vinden. Leon wordt voorbereid op een leven waarin hij geen gevaar voor meisjes van vijf mag worden. Klaus Beier, de professor aan de Charité, zegt dat patiënten moeten leren dat het aan hen ligt, en niet aan de kinderen of aan iets anders. Ze hebben de plicht ervoor te zorgen dat hun fantasieën geen daden worden. Jongeren kunnen dat heel goed accepteren, zegt Beier, omdat hun hersenen zich nog aan het ontwikkelen zijn, en de neuronale centra waar het geweten wordt ontwikkeld dus ook.

    Op een koude zondagochtend in januari 2018 ziet Leon door het grote raam van de woonkamer Maja, hun buurmeisje, komen aanlopen. Hij gaat naar zijn kamer. Als ze aanbelt doet Leons moeder de deur open. Ze grinnikt als Julia Büchner bij wijze van begroeting haar vingers over haar schouders en gezicht laat gaan alsof er een beestje tegen haar op kruipt. Eigenlijk is ze daar al te groot voor, maar 
Maja moet giechelen. Vijf jaar, een gebit als een fietsenstalling. Maja is geweldig. Of Emily, Leons zusje, komt spelen, vraagt ze uit de kraag van haar windjack. Het laatste jaar stuurt Leons moeder de twee meisjes vaak naar 
buiten om te spelen, of ze let op dat Leon niet thuis is. Het valt Emily niet op. Leon interesseert zich helemaal niet voor kleine kinderen, zegt ze, daar kan hij niets mee.

    Op de spelletjesavond wil Leon doorspelen, maar zijn moeder wil praten. Leon heeft net gezegd dat hij later kinderen wil. Je kunt aan zijn moeder zien dat ze nadenkt of ze wat ze wil zeggen ook echt gaat zeggen. Leon, als je een partner hebt, gaat het niet meer alleen 
om jou. Dan bepaal je ook wat voor leven je vrouw leidt.

    Ik bepaal helemaal niets, zegt Leon terwijl 
hij opspringt. Als hij boos is op zijn moeder springt Leon vaak op.

    Jawel, zegt zijn moeder en ze ruilt een paar kaarten uit haar hand met kaarten uit de doos. Jawel, als jullie kinderen hebben dan bepaal jij jullie leven, omdat ze zich voortdurend zorgen zal maken. En als jullie geen kinderen hebben, omdat zij dat niet wil, dan bepaal jij ook haar leven. Nietwaar, Marcel, roept ze over haar schouder.

    Leon gaat weer zitten. Een paar seconden blijft het stil. Joa, klinkt het dan uit de keuken.

    Leon heeft kans op een normaal leven. Hij is niet een wat je bij volwassenen ‘kernpedofiel’ zou noemen: iemand die seksuele contacten met volwassenen mijdt en alleen gefixeerd is op kinderen als partner. Hij vindt niet uitsluitend meisjes van vijf of acht aantrekkelijk, maar ook meisjes die even oud zijn als hij. Nog iets wat Julie Büchner zorg baart: Leon heeft het afgelopen halfjaar drie vriendinnetjes gehad. 
Dat gaat nog niet veel verder dan handje vasthouden, zegt zijn moeder, maar het bevalt haar niet hoe Leon met de gevoelens van die meisjes omgaat. Op het ogenblik is hij met Pia, ze waren een paar maanden geleden ook al een stel. Pia is veertien en zegt dat ze aseksueel is, maar dat maakt Leon niets uit. Leon heeft al nagedacht over hoe hij dat met die pedofilie aan Pia kan vertellen. Hij zou zeggen: mensen houden nu eenmaal van verschillende dingen, daar hebben ze geen invloed op. Hij zou zeggen: dat geldt ook voor hun seksualiteit. Hij zou zeggen: ik ben pedofiel. En ik ben er vrijwel zeker van dat dat niet zal veranderen. Hij gelooft dat Pia heel cool zou reageren. 
Desondanks zegt hij het natuurlijk niet. Zijn moeder wil het niet, en bovendien is Pia’s vader politieagent.

    Maar jongeren zouden het veel beter begrijpen en er veel beter mee omgaan dan volwassenen, dat weet Leon zeker. Zijn moeder maakt zich te veel zorgen, zegt hij.

    Leon wil later absoluut kinderen. Zijn eigen kinderen zou hij nooit iets kunnen aandoen, zegt hij.

    Waarom komt seksueel misbruik desondanks zo vaak binnen het gezin voor?

    Omdat mensen shit zijn, zegt Leon beslist. Als hij geen zin meer heeft om over zichzelf te praten, praat hij over fantasy. Over verhalen waarin andere jongeren avonturen beleven en zich niet bezig hoeven te houden met seksuele interesse en bange moeders en vrijdags naar therapie. Daarna vraagt hij welke beter is, de film The Hobbit of de Lord of the Rings-trilogie? 
En geeft zelf het antwoord: in Lord of the Rings is het verhaal veel beter, maar bij The Hobbit spelen ze aan het eind I See Fire van Ed Sheeran, man, dat is episch, zegt hij.

    Het verband tussen een seksueel trauma in je eigen kindertijd en het ontstaan van pedofilie mag je niet zonder meer leggen

    Of pedofilie erfelijk is of niet, is onduidelijk, wetenschappelijk is niet aangetoond dat er een verband bestaat. Toen Leon en Emily vijf en vier waren, vond Julia Büchner in het kantoor van haar man in een dekbedovertrek verstopte plaatjes van kleine 
kinderen in expliciete poses. Ze is van hem gescheiden omdat ze deze vondst in verband bracht met dingen die ze tot dan toe niet kon verklaren: opengescheurde pakjes condooms als ze thuiskwam, de kinderen waren anders als ze met hun vader alleen geweest waren. Jaren later heeft Julia de vader van Leon en Emily aangegeven. Maar de openbare aanklager in Maagdenburg heeft de klacht geseponeerd, met de motivering dat er geen bewijs is geleverd voor seksueel misbruik.

    Nu weet Leons moeder zelf niet meer zeker wat er wel en wat er niet is gebeurd. De
 kinderpsychologe waar ze de kinderen destijds naartoe heeft gestuurd, zei dat ze moesten afwachten tot de kinderen groot genoeg waren om erover te praten. Ze heeft echtscheiding aangevraagd, kreeg de zorg voor de kinderen toegewezen, ontmoette Marcel, die van 
haar hield, en ze leerde weer een man te 
vertrouwen. Ze zijn nu bijna negen jaar samen, en bijna negen jaar is Marcel de stiefvader van haar kinderen. Leon en Emily hebben geen contact meer met hun vader. Dat willen ze niet.

    Toen Leon met zijn therapie begon, heeft Julia haar zoon verteld dat ze dacht dat zijn vader ook pedofiel was. Leon was opgelucht. Het bevestigde hem in de gedachte dat hij het niet kan helpen dat hij zulke ideeën heeft. Maar 
dat gevoel van opluchting is bedrieglijk, zegt Klaus Beier. Als je een lekke band hebt en je ontdekt dat het komt doordat je over een punaise bent gereden, heb je desondanks nog steeds een lekke band.

    Op de spelletjesavond perst Leons moeder 
alle gedachten die het laatste jaar of al langer geleden bij haar zijn opgekomen in een paar seconden. Als je partner eenmaal weet heeft van je pedofilie, is het elke dag opnieuw een strijd. Dan moet ze zich elke dag afvragen of ze bij je wil blijven of niet.

    Leon roept hard: ík, ík ben toch degene die ermee moet leven!

    Zijn moeder kijkt hem aan. Leon, zo heb ik je niet opgevoed, zegt ze. Je kunt niet blijven zeggen dat 
het alleen om jou draait. Wat denk je dat het met anderen doet? Jij hebt altijd iemand bij wie je terecht kunt. Wij niet. Wij hebben het er heel moeilijk mee en staan soms op instorten, zo gespannen zijn we. Hoe moeilijk denk je dat het voor Marcel en mij is?

    Ja, erg moeilijk, denk ik, zegt Leon.

    Ja, zegt zijn moeder, erg moeilijk.

    Het is volkomen stil in de kamer en de keuken.

    Seksueel trauma

    Het verband tussen een seksueel trauma in je eigen kindertijd en het ontstaan van pedofilie mag je niet zonder meer leggen, zegt Klaus Beier. Vaak zullen mensen die zich seksueel hebben misdragen met kinderen, zeggen dat ze in hun jeugd zelf zijn misbruikt. Ze hopen dat er dan meer begrip voor hen is.

    Het was in de zomer toen Leon tien was. Zijn moeder had hem naar een jeugdvakantiekamp op het platteland gestuurd. Klimmen, wandelen. In de loop van de tweede week belde de begeleiding Julia op om te zeggen dat een oudere jongen ervan verdacht werd een paar kleinere jongens tot seksuele handelingen te hebben gedwongen. Een van hen was Leon.

    En er was de kwestie in het bos, een jaar later. Het jonge gezin, Leon, Emily, Julia en Marcel, had net het huis in de buurt van Maagdenburg betrokken. Een buurjongen van dertien had Leon meegenomen het bos in. Hij had gedreigd geweld te gebruiken als Leon niet deed wat hij wilde. Dus liet hij de oudere jongen dingen doen, uit angst. Leons moeder ontdekte wat er in het bos was gebeurd omdat Emily er toespelingen op had gemaakt. Ze sprak de buurjongen en zijn ouders erop aan, en de jongen gaf alles toe. Met Leon heeft ze er niet over gesproken omdat ze niet wilde dat hij alles nog een keer moest doormaken.

    Als het leven van Leon een filmscript was, zou alles ondubbelzinnig zijn: Leons vader was de boosdoener. De jongen in het kamp was de boosdoener. De buurjongen in het bos was de boosdoener. Zij zijn er de schuld van dat Leon nu kinderen aantrekkelijk vindt, omdat het bij pedofilie gaat om machtsuitoefening en om het eigen verleden. Dat mag in Hollywood zo zijn, maar niet in het echte leven en niet in de 
medische wetenschap.

    Voor de jongen in het vakantiekamp en ook voor de jongen in het bos had het geen consequenties. Julia Büchners reactie op wat haar kind al dan niet had meegemaakt was zorgen voor regelmaat in het 
dagelijks leven en structuur geven. Mijn kind heeft regelmaat nodig, dacht ze. Een veilig thuis, een gezin waar we elke avond samen eten.

    Ze heeft toen lang naar een therapeut gezocht die met Leon kon praten over wat er in het kamp en in het bos was gebeurd. In de buurt kon ze niemand vinden die Leon als cliënt wilde hebben, ook specialisten niet. Ze hebben me allemaal afgewimpeld en gezegd, daar beginnen we niet aan, vertelt Leons moeder.

    Ze zegt, deze strijd moet je gewoon alleen voeren. Regelmaat, structuur en een veilig thuis, daar houdt ze zich aan.

    Thuis is pedofilie geen onderwerp, met Marcel heeft ze het er nooit over. Maar daar gaat het niet om, 
zegt Leons moeder. Het beste wat Marcel voor me heeft gedaan en nog elke dag doet, is dat hij er nog steeds is. Na alles wat er is gebeurd, is hij hier 
gebleven, zegt ze.
    Hoeveel kan een gezin aan? Als je naar het gezin Büchner kijkt: ontzettend veel. Omdat ze openstaan tegenover de eigenaardigheden van de wereld en tegenover het toeval, dat soms kwaadaardig is. Omdat ze voor hun eigen en in dit geval ook voor vreemde kinderen alles doen om ze een normaal leven te bezorgen.

    Klaus Beier zegt dat je geen slecht mens bent omdat je pedofiel bent. Want je wordt geen slecht mens door je fantasiewereld, maar door wat je doet. Hij zegt ook dat er veel mensen zijn met pedofiele 
neigingen die ze nooit in praktijk zullen brengen. Maar wat voor type iemand is, weet je niet.

    Julia’s partner Marcel zegt dat de therapie ergens toe moet leiden. En, zegt hij, wat er nu gebeurt is veel belangrijker dan het verleden.
    Ik heb eigenlijk een heel chill leven, zegt Leon.

    Zijn moeder zegt: We komen overal doorheen, tot nu toe tenminste.

    Het is vrijdagavond en het spel is nog lang niet 
afgelopen. Leon legt een paar kaarten in de doos, neemt een kleine plastic nederzetting van het bord en vervangt die door een kleine plastic stad.

    Wat zal ik zeggen, zegt hij. Jullie moeten je niet zo veel zorgen maken.

    Leons moeder haalt diep adem. Dat is niet genoeg, zegt ze, dat is gewoon niet genoeg. Leon, ik wens je 
al het geluk van de wereld. En ik wens je net zulke kinderen als jullie zijn.

    Dank je, zegt Leon.

    Geen dank, zegt zijn moeder.

    Kunnen we nu doorspelen, vraagt Leon. Het duurt altijd eeuwig hier.

    Theresa Hein, de auteur, heeft het gezin een half jaar lang gevolgd en ook met de therapeute van Leon gesproken. Hoe het met Leon zal gaan als hij volwassen is, weet niemand. Leon zegt dat hij, als hij tegen die tijd weer wil praten, van zich zal laten horen.

  • #MeToo-slachtoffers zijn niet gek. De daders ook niet

    #MeToo-slachtoffers zijn niet gek. De daders ook niet

    Veel mannen die worden aangeklaagd in het kader van #MeToo blijken plots ‘bezeten door demonen’. Onzin, schrijft Laurie Penny. ‘De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een maatschappij die structurele onderdrukking en geweld niet langer kan negeren.’

    We bevinden ons inmiddels áchter de spiegel. Naarmate meer en meer vrouwen zich uitspreken over hun ervaringen met seksueel geweld, lijken alle oude zekerheden weg te vallen over wat al dan niet normaal zou zijn – het is alsof we een oude huid afwerpen.

    Mannen met macht en aanzien, mannen die tientallen jaren ongestraft hebben kunnen doen alsof hun omgeving een pakken-wat-je-pakken-kanbuffet was van seksueel geweld, krijgen ineens de rekening gepresenteerd. Er worden namen genoemd. Veel vrouwen zijn gaan inzien dat ze helemaal niet gek waren, en dat zelfs áls ze gek waren, ze toch ook al die tijd gelijk hadden. Zij (wij) zijn – hoe zal ik het zeggen? – kwaad.

    ‘Het is alsof je erachter komt dat marsmannetjes echt bestaan,’ hoorde ik laatst een vriend zeggen. Hij had twee gin achter de kiezen en hij probeerde te begrijpen waarom hij er altijd het zwijgen toe had gedaan, al twintig jaar lang, over een gezamenlijke vriend die nu wordt aangeklaagd wegens seksueel geweld. ‘We kenden allemaal de verhalen die over hem de ronde deden, maar… tja, de mensen die die verhalen vertelden waren allemaal een tikje gestoord. In de war, zeg maar. Dus werden ze niet geloofd.’

    Ik nam een slokje thee om tot bedaren te komen, en zei dat die mensen misschien in de war waren geweest – als dat al zo was – omdát ze seksueel misbruikt waren. Ik bracht hem in herinnering dat sommigen van ons het altijd hadden geweten. Maar hé, wie luistert er nou naar mij? Ik ben gewoon een vrouw die in de war is.

    Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen

    Het proces dat we nu doormaken, in onze vriendengroep en in onze samenleving, heeft wel iets weg van een eerste ontmoeting. Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen. Maar de misbruikplegers komen niet van een andere planeet, ze komen gewoon van ónze planeet. We zijn samen opgegroeid. We hebben met hen samengewerkt. Hen bewonderd. Hen liefgehad. Hen ons vertrouwen geschonken. En nu moeten we ermee leren leven dat de realiteit anders blijkt te zijn dan wij dachten.

    Er is iets wezenlijks veranderd. Ineens spreken vrouwen zich uit, en in dermate grote aantallen dat het onmogelijk is ze te negeren. Zowel het publieke verhaal over misbruik en mannen die menen overal recht op te hebben, als de publieke opinie over wie er al dan niet geloofwaardig is, veranderen zo snel dat de naden tussen het ene paradigma en het andere duidelijk zichtbaar zijn – de slordige steken waar de ene versie van de realiteit overgaat in de andere. Niet langer worden de slachtoffers en de overlevers van verkrachting en seksueel geweld weggezet als geestelijk gestoord, maar nu zijn het de misbruikplegers die hulp nodig hebben.

    ‘Ik probeer me staande te houden,’ zei Harvey Weinstein in de nasleep van alle onthullingen over een patroon van seksueel misbruik, onthullingen die de entertainmentwereld op zijn grondvesten hebben doen schudden, toen het ene na het andere geheim boven tafel kwam. ‘Het gaat niet goed met me, maar ik doe mijn best. Ik moet hulp zoeken. Weet je wat het is – iedereen maakt fouten.’

    Enkele dagen eerder had Weinstein andere Hollywoodbonzen een mail gestuurd, omdat hij als de dood was te worden ontslagen. Hij vroeg of ze hem wilden helpen om de raad van commissarissen van de Weinstein Company zover te krijgen dat hij aan zou mogen blijven, en hij smeekte of hij therapie mocht volgen in plaats van ontslagen te worden. Soortgelijke smeekbeden zien we ook bij andere machtige misbruikers in de tech-industrie. Dit is de verklaring van 500 Startups, aangaande de daden van de oprichter, Dave McClure: ‘Hij erkent dat hij fouten heeft gemaakt en hij heeft therapie gevolgd om een herhaling van dit soort onacceptabel gedrag te voorkomen.’

    De sociale definitie van geestelijke gezondheid is het vermogen om mee te gaan in de consensus over hoe de maatschappij zou moeten functioneren – en daar valt ook de verhouding tussen mannen en vrouwen onder. Iedereen die zijn vraagtekens plaatst bij die consensus, of ertegenin gaat, is per definitie gestoord. Pas wanneer het misbruik niet langer valt te ontkennen, wanneer zich patronen aftekenen, wanneer er foto’s en videobeelden opduiken die tot een veroordeling kunnen leiden – pas dan wordt er gesmeekt om vergiffenis. Het duurde al met al nog geen twintig minuten. Hij heeft zo’n mooie toekomst voor zich. Denk aan zijn moeder. Denk aan zijn vrouw. Hij had zichzelf niet in de hand.


    Deze vergoelijkingen gaan nooit alleen over de misbruiker en zijn reputatie. Het zijn vertwijfelde pogingen om het hoofd te bieden aan een realiteit die in hoog tempo verandert. Het zijn excuses die zijn bedoeld om, gezamenlijk, te ontkennen dat er sprake zou zijn van stelselmatig misbruik. Ineens is Weinstein degene die wordt geplaagd door demonen, en niet de vrouwen die hem een verkrachter en een zwijn noemen. Hij moet in therapie, in plaats van naar de rechtbank. Weinstein is een heel ongelukkige, zieke man. Net als Bill Cosby. Net als Woody Allen. Net als Cyril Smith. Net als de man in jouw vakgebied, die door iedereen op handen wordt gedragen, de man met de stralende lach en al die gestoorde ex-vriendinnen. Hoe noemen we het als heel veel mensen op hetzelfde moment ziek zijn? Dan spreken we van een epidemie. Ik weet niet precies hoe deze epidemie is ontstaan, maar de situatie is behoorlijk verziekt.

    De taal van geestesziekten is ook een manier om waarheden onder woorden te brengen die zich buiten het domein van de politieke consensus bevinden. Wie zich verzet tegen die consensus wordt automatisch als gek bestempeld – ook vrouwen die het wagen te zeggen dat misbruikers op hoge posities verantwoording moeten afleggen voor hun daden. Het idee dat vrouwen zouden liegen over seksueel misbruik omdat ze krankzinnig zijn, kent een lange en macabere geschiedenis. Freud was de eerste die binnen de psychiatrie op zoek ging naar een verklaring voor het feit dat zo veel van zijn patiënten beweerden te zijn aangerand of verkracht. Als Freud zou hebben beweerd dat dergelijke dingen gebeurden in een beschaafd milieu, zou dat tot grote verontwaardiging hebben geleid in de welgestelde, intellectuele kringen waarin hij verkeerde. Dus zocht de vader van de moderne psychoanalyse in zijn latere geschriften naar alternatieve verklaringen: misschien waren enkele van deze meisjes onbewust geobsedeerd met het erotische idee van de vaderfiguur, in plaats van met een echte vader die wellicht echt misbruik had gepleegd. Of misschien waren ze gewoon hysterisch. Hoe dan ook, het was nergens voor nodig om de mannen in de herenclub tegen de haren in te strijken door te veel waarde toe te kennen aan de verhalen van ongelukkige jonge vrouwen.

    Een eeuw later wordt in werkelijk alle vergelijkbare situaties die ik van nabij heb meegemaakt, nog steeds dezelfde retoriek toegepast. Vrouwen zijn veel te emotioneel. Ze zijn niet te vertrouwen, omdat ze krankzinnig zijn – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die niet weten wanneer ze hun lieve mondje moeten houden. Ze hoeven niet geloofd te worden, want ze zijn ziek – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die boos zijn.

    Cultuur van seksueel geweld

    Ja, natuurlijk zijn ze boos. Natuurlijk zijn ze gekwetst. Ze zijn getraumatiseerd, eerst door het misbruik zelf en vervolgens door de reactie van hun omgeving. Ze kunnen hun terechte woede niet uiten omdat ze geen man zijn. Als je bent aangerand, bent verkracht, behandeld als een gebruiksvoorwerp; als je op zoek bent gegaan naar rechtvaardigheid, of misschien alleen naar troost, en je stuitte op vrienden en collega’s die de gelederen sloten en jou voor een hysterica en een leugenaar uitmaakten, die zeiden dat je maar beter je mond kon houden – hoe zou jij je dan voelen? Je zou kwaad zijn. Maar die woede kun je maar het beste inslikken. Boze vrouwen zijn niet te vertrouwen, en dat komt zowel de misbruikers als de mensen die hen de hand boven het hoofd houden, maar wat goed uit.

    Dit is wat er wordt bedoeld wanneer men het heeft over een cultuur van seksueel geweld – het gaat niet alleen om de daden van afzonderlijke sociopaten, maar om de inrichting van de maatschappij, waarbinnen die sociopaten ongestraft hun gang kunnen gaan – het gaat om een patroon van monddood maken, uit balans brengen en selectief negeren, waardoor de samenleving als geheel niet de realiteit onder ogen hoeft te zien die men liever wegwimpelt. Als alle mensen in je omgeving met vereende krachten proberen de ongemakkelijke waarheid van wat jou is overkomen onder het vloerkleed te vegen, is het moeilijk om daar niet in mee te gaan – zeker als je nog heel jong bent.

    De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een samenleving die de bewijzen van geïnstitutionaliseerd geweld niet langer kan ontkennen. We zien hetzelfde gebeuren wanneer er een schietpartij heeft plaatsgevonden, of een aanslag door wit-nationalisten. Het was zo’n aardige jongen. Er is iets bij hem geknapt. We hebben het niet zien aankomen. Hij was depressief en gefrustreerd. We kunnen onmogelijk ontkennen dat het is gebeurd, dus ontkennen we dat er sprake is van een patroon, schrijven we het toe aan aanpassingsproblemen van een individu. Een chemische verstoring in de hersenen, geen systematische onrechtvaardigheid die in onze cultuur is ingebakken. Harvey Weinstein is geen verkrachter, hij is een ‘heel ziek individu’ – tenminste, als we luisteren naar Woody Allen (die hier misschien wel als geen ander verstand van heeft, gezien het feit dat hij bekendstaat om zijn belangstelling voor zowel de psychoanalyse als voor recreatief seksueel misbruik).

    De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen

    Woody Allen heeft in ieder geval minstens zo te doen met Weinstein als met de dik veertig vrouwen en meisjes die, op het moment dat ik dit schrijf, naar buiten zijn getreden met beschuldigingen van aanranding en verkrachting aan het adres van de filmbons. Ineens moeten we medelijden hebben met verkrachters omdat ze in de war zijn. Nou, we kunnen elkaar een hand geven. We zijn allemaal in de war, en een laag zelfbeeld en een duister verlangen om de vrouwen die je tegen het lijf loopt te intimideren, zijn geen excuus om die vrouwen te misbruiken. In het beste geval zijn het verklaringen, in het slechtste geval zijn het pogingen om de discussie te laten ontsporen – uitgerekend op het moment dat er over de gevoelens van vrouwen wordt gepraat alsof die ertoe doen. Sterker nog, naar de mening van wetenschappers als Lundy Bancroft, die tientallen jaren met seksueel delinquenten heeft gewerkt, zijn misbruikplegers niet vaker of minder vaak geestesziek dan andere mensen. ‘Misbruik heeft weinig van doen met psychologische problemen, maar alles met normen en waarden,’ aldus Bancroft.

    De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen. Veel misbruikplegers zijn zich er op een bepaald niveau niet eens van bewust dat het verkeerd is wat ze doen. De meeste mannen die zich aan vrouwen vergrijpen zijn ervan overtuigd dat ze in essentie een goed mens zijn, en zo kijken ook vele anderen tegen hen aan. Ze zijn vele tientallen jaren bevestigd in dat beeld. Het zijn prima kerels, ze hebben alleen een ingewikkelde verhouding met vrouwen, drank of hun moeder – of alle drie.

    Een verzoek om begrip op grond van emotionele problemen is verrassend effectief wanneer het mannen zijn die de zaak bepleiten. Momenteel zie ik overal om me heen vrouwen die zich enorm inzetten om de mannen, en elkaar, door deze moeilijke periode heen te slepen. En dat is niet alleen omdat we zo lief zijn, of omdat we ons zo makkelijk laten paaien – al speelt het vermoedelijk allebei een rol.


    De norm dat vrouwen, zelfs in een poging af te rekenen met structureel of specifiek geweld, het welzijn van mannen laten prevaleren boven dat van henzelf, is een beproefde methode om vrouwen die voor zichzelf willen opkomen in het gareel te houden. Er wordt van ons verwacht dat we tot op zekere hoogte medeleven tonen voor degenen die ons hebben misbruikt – wat andersom niet eens bij die mannen zou opkomen. Als zij zich ook maar even druk hadden gemaakt over ons welzijn, waren we nooit in deze positie beland.

    Door stelselmatig misbruik te bestempelen tot een probleem van de geestelijke gezondheid, wordt het heel handig in de apolitieke hoek gemanoeuvreerd. Het punt is alleen dat het label ziekte de maatschappij niet ontslaat van haar verantwoordelijkheid. Dat is nooit het geval geweest. Ziekte kan ervoor zorgen dat iemand een overweldigende drang ervaart om zich weerzinwekkend te gedragen, maar ziekte dekt niemand tijdens een vergadering, ziekte betaalt geen advocatenrekeningen, ziekte zorgt niet dat bepaalde vrouwen hun rol in een film verliezen: er is een heel dorp voor nodig om een verkrachter te beschermen.

    Het is makkelijker om te leven met de gedachte dat bepaalde mannen ziek zijn dan om te erkennen dat de maatschappij ziek is; we hebben veel te lang gewacht met het bestrijden van de symptomen omdat we de diagnose niet wilden aanhoren. De prognose is goed, maar de behandeling is pijnlijk. De mensen die nu dan eindelijk worden geconfronteerd met het feit dat ze vrouwen en meisjes hebben behandeld als gebruiksvoorwerpen, zullen het waarschijnlijk bijzonder onaangenaam vinden. Heel begrijpelijk. Ik zou nu niet graag in de schoenen staan van Harvey Weinstein, maar hoe jammer het ook is voor de producent en voor andere mannen zoals hij, de wereld is aan het veranderen, en dit keer mag, en zal, niet langer alles gericht zijn op het ontzien van de tere ziel van machtige mannen. De veiligheid en de geestelijke gezondheid van overlevers zullen voor de verandering eens niet worden geofferd aan de nachtrust van een paar klootzakken die in het verleden zijn blijven hangen.

    Auteur: Laurie Penny
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Longreads
    VS | longreads.com

    Longreads is een website, opgericht in 2009, geheel gericht op de verspreiding van ‘de beste verhalen’ in de wereld, fictie en non-fictie en steeds langer dan 1500 woorden.