Tag: Theresa May

  • Theresa Maybe, 
de besluiteloze Britse premier

    Theresa Maybe, 
de besluiteloze Britse premier

    Vlak voor Theresa May haar speech hield over de harde Brexit, kwam The Economist met een keihard oordeel: na zes maanden is nog steeds niet duidelijk waar de nieuwe premier voor staat – en misschien weet ze het zelf niet eens.

    Een paar uur na het Brexit-referendum van vorig jaar zomer was David Cameron al afgetreden, en nog geen drie weken later volgde Theresa May hem op als premier. De snelheid waarmee zij aan de macht kwam, zonder algemene verkiezingen of volwaardige strijd om het leiderschap van de Conservatieve Partij, hield in dat het ‘mayisme’ nooit in een manifest was neergelegd of gesteund werd door de kiezers. Toch liet de nieuwe premier al snel geen twijfels bestaan over haar ambities voor Groot-Brittannië. Zij zou niet alleen een succes maken van de Brexit, maar ook een enorme verandering teweegbrengen in de sociale mobiliteit. Ze wilde het ‘schrijnende onrecht’ ongedaan maken waar de achtergeblevenen mee werden geconfronteerd, en ‘de krachten van het liberalisme en de mondialisering’ hervormen ‘die de scepter hebben gezwaaid (…) over de hele westerse wereld’. Haar bondgenoten spraken over een keerpunt, vergelijkbaar met de breuk die Margaret Thatcher in 1979 maakte met het verleden. De zwakheid van de Labour-oppositie gaf May de controle in handen over een eenpartijstaat. Wat haar mandaat aanging, verwees ze naar het referendum: een ‘stille revolutie’ van mensen die ‘niet langer bereid waren genegeerd te worden’.

    Maar nu zij een half jaar in functie is, is er nog maar opmerkelijk weinig te zien van deze May-revolutie. De strategie voor de Brexit, die over krap drie maanden van start zou moeten gaan, wordt in de vaagste termen omschreven en lijkt steeds chaotischer. In eigen land hebben de grote verhalen over het veranderen van de samenleving en het temmen van het kapitalisme plaatsgemaakt voor bescheiden voorstellen, waarvan er al vele zijn teruggeschroefd of ingetrokken. Het vermoeden wordt steeds manifester dat de sfinxachtige premier zich vooral op de vlakte houdt over haar plannen omdat ze nog steeds de nodige moeite heeft om ze op te stellen.

    May heeft tijdens haar ambtsperiode van zes jaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken – een verraderlijke post die veel politieke carrières heeft verwoest – een reputatie verworven als competente doorzetter. Ze overleefde op bedreven wijze het Brexit-referendum, ook al behoorde ze tot het kamp van de verliezers. In de korte race om het leiderschap van de Conservatieve Partij viel ze op als de enige volwassene; weinig Tories hebben er spijt van dat ze de voorkeur hebben gegeven aan haar, boven de onvoorbereide en weinig serieuze overige kandidaten. In de onderhandelingen over de Brexit, de zwaarste taak voor welke Britse premier ook na de Tweede Wereldoorlog, wordt een krachtige wissel getrokken op haar politieke kapitaal en haar bestuurlijk vermogen.

    Warrig

    Het halve land is tegen het idee en de rest zou wel eens goed kunnen schrikken als de gevolgen ervan voelbaar worden. De meeste ambtenaren die de Brexit ten uitvoer moeten leggen, denken dat het een vergissing is. Als het er de komende jaren om zal gaan valstrikken te vermijden, kan de behoedzame vasthoudendheid van May precies datgene zijn wat het land nodig heeft.

    Toch begint die behoedzaamheid eruit te zien als besluiteloosheid. Na zes maanden is het lastig één kenmerkende beleidsdaad van May te noemen, en er is vaak rechtsomkeert gemaakt. Soms was dat welkom: een domme belofte om werknemers in raden van commissarissen te zetten werd bijvoorbeeld ingetrokken, een vreselijk plan om bedrijven lijsten met buitenlandse werknemers te laten opstellen bleef nog geen week overeind, en zinspelingen op het inperken van de onafhankelijkheid van de Bank of England werden snel vergeten. Er zullen speciale ‘gymnasia’ worden opgericht – maar louter op kleine schaal, en misschien wel helemaal niet, gezien het feit dat veel Conservatieve parlementariërs zich tegen het idee verzetten. Andere U-bochten rieken naar aarzeling. De bouw van een nieuwe kerncentrale bij Hinkley Point werd eerst in twijfel getrokken maar mocht toen tóch doorgaan, een nieuwe landingsbaan op Heathrow was al nagenoeg rond maar werd toen alsnog uitgesteld tot na een stemming in het parlement later dit jaar. Huishoudens die het ‘maar net redden’ waren een week lang richtingbepalend voor de premier, en daarna niet meer. Suggesties dat Groot-Brittannië na de Brexit een overgangsregeling met de EU zou moeten treffen werden eerst ingetrokken, om een paar weken later opnieuw in omloop te worden gebracht, nadat May schijnbaar opnieuw van gedachten was veranderd.

    Theresa May in Downing Street. – © Elliott Franks / eyevine
    Theresa May in Downing Street. – © Elliott Franks / eyevine

    De oorzaak van deze verwarring kan zijn dat het mayisme zelf nogal warrig is. Hoewel ze heeft beloofd van Groot-Brittannië ‘de krachtigste mondiale pleitbezorger van de vrije markt’ te maken, heeft de premier ook gepraat over het opnieuw in leven roepen van een ‘fatsoenlijke industriële strategie’. Die mag niet gaan over het ‘steunen van verliesgevende industrieën of het kiezen van winnaars’, zo houdt zij staande. Maar de niet nader gespecificeerde ‘steun en beloften’ aan Nissan om de autoproducent ertoe over te halen na de Brexit in Sunderland te blijven, komen daar wel min of meer op neer. Haar enthousiasme voor handel staat soms op gespannen voet met haar scepsis over migratie. Neem haar recente bezoek aan India, waar haar onwil om concessies te doen op het gebied van de immigratie de vooruitgang over een vrijhandelsakkoord blokkeerde.

    Er schuilt één les in de overdreven vergelijking van May met Thatcher. De vrouw die Groot-Brittannië écht heeft veranderd kende een rommelige eerste termijn; de privatisering en de hervorming van de vakbonden, waarmee zij nu wordt geassocieerd, kwamen pas na 1983 werkelijk op gang. Angela Merkel had ook een wankele start als Duitse bondskanselier. May kan nog overeind krabbelen – en gezien de toestand van Labour zal ze daar ook de tijd voor krijgen, als de Brexit haar eigen partij geen redenen in handen geeft om haar eerder aan de dijk te zetten.

    Maar uiteindelijk zou kunnen blijken dat May op een andere, minder voor de hand liggende voorganger lijkt: op Gordon Brown. Ook hij was lichtgeraakt. Net als zij was hij in 2007 zonder verkiezingen in Downing Street beland. Hij begon ook met een ontzaglijke reputatie en grote beloften. En toen duidelijk werd dat hij eigenlijk geen idee had wat hij aan moest met de baan die hij zo had begeerd, mislukte hij. De financiële crisis legde zijn regering plat, omdat hij zich en détail met ieder besluit wilde bemoeien.

    Zolang de premier zich met ieder voorstel wil bemoeien, zullen radicale besluiten van het type dat nodig is om deze problemen op te lossen niet worden genomen

    Ook May heeft deze neiging. Eén persoon kan nog wel op eigen houtje het ministerie van Binnenlandse Zaken runnen. Maar als je premier bent, moet je kunnen delegeren – vooral als de Brexit voor de deur staat. De ouderenzorg valt uit elkaar. De National Health Service raakt door zijn geld heen. Het tekort aan (betaalbare) woningen wordt steeds groter. Schotland en Noord-Ierland roepen lastige constitutionele vragen op. Zolang de premier zich met ieder voorstel wil bemoeien, zullen radicale besluiten van het type dat nodig is om deze problemen op te lossen niet worden genomen. Om greep te krijgen op Groot-Brittannië moet May leren haar greep te versoepelen.

    Om daarin te slagen, zal ze moeten beslissen waar de grote beloften van haar regering feitelijk op neerkomen. De behoefte om zich in Downing Street over iedere beleidsdaad het hoofd te breken, de geheimzinnigheid over de Brexit en de stilte over de bredere plannen van de regering met Groot-Brittannië duiden allemaal op hetzelfde probleem: Theresa Maybe weet niet echt wat ze wil.

    Vertaler: Menno Grootveld

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • 4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    Volgens The Sunday Times is Groot-Brittannië na de Brexit en de overwinning van Trump de ideale kandidaat om een verbindende rol te spelen tussen Amerika en Europa.

    De uitverkiezing van Donald Trump gaat tegen alle bekende patronen in en het is geen wonder dat de wereld zich nu afvraagt wat het volgende is dat we uit Washington kunnen verwachten. Trumps overwinning was voor Amerikaanse-verkiezingenwatchers nog geen ‘Dewey verslaat Truman’-moment, maar het scheelde niet veel [de foutieve kop ‘Dewey verslaat Truman’ verscheen op 3 november 1948 op de voorpagina van de Chicago Daily Tribune, het was Truman die verrassend de verkiezingen gewonnen had]. De peilingbureaus, die vaak zeer geavanceerde methodes gebruiken, hadden een duidelijke overwinning voor Hillary Clinton verwacht.

    De deskundigen zaten er dus naast met de verkiezingsuitslag, en nu is de kans groot dat ze die ook nog verkeerd interpreteren. Het is belangrijk dat de overwinning van Trump niet wordt gezien als het begin van het einde van de vrijhandel, open markten en globalisering, net zo min als de stem voor de Brexit op 23 juni dat was. Volgens sommigen verkeert de liberale wereldorde nu in het grootste gevaar sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Dit klinkt mooi dramatisch, maar het is een onjuiste opvatting van de politieke gebeurtenissen van 2016.

    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters
    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters

    We moeten niet vergeten dat deze presidentsverkiezingen tussen twee kandidaten gingen die geen van beiden aantrekkelijk werden gevonden – Trump was voor genoeg mensen het beste van twee kwaden.

    Trump heeft gewonnen omdat hij, anders dan Clinton, direct tot de Amerikaanse arbeidersklasse sprak, die te lang door de politieke elite is genegeerd. ‘Make America great again’ was een even krachtige leus als ‘Taking back control’ voor de ‘vertrek’-campagne in Groot-Brittannië. De kiezers in de Rust Belt die op Trump hebben gestemd, verwachtten niet dat hij de verouderde staalfabrieken en gesloten kolenmijnen weer zal openen, maar zagen in Trump iemand die hun pijn verwoordde.

    Maar zelfs daar ligt het plaatje genuanceerder. Trump wist kiezers met een laag inkomen aan zijn kant te krijgen, maar de meerderheid daarvan steunde Clinton. De Democraten verliezen het contact met hun traditionele machtsbasis in de arbeidersklasse, maar ze zijn die niet kwijtgeraakt. En de verkiezingsuitslag was ook niet per se een protest tegen stagnerende inkomens.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag

    Wat de globalisering betreft heeft de Amerikaanse verkiezingsuitslag ons geleerd dat mensen ervan overtuigd moeten zijn dat de open markten in hun voordeel zijn en niet alleen in dat van grote bedrijven, en dat mensen niet houden van de open grenzen en ongebreidelde immigratie waarmee globalisering gepaard gaat. Politici die dat gegeven negeren, zoals Hillary Clinton, krijgen klappen.

    Dit is nergens zichtbaarder dan in de Europese reactie op de overwinning van Trump. Europese Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker sloeg zoals altijd de verkeerde toon aan. ‘We moeten de nieuwe president leren wat Europa is en hoe het werkt,’ zei hij, en hij voorspelde dat er twee jaar verloren zullen gaan terwijl Trump ‘op rondreis is door een wereld die hij niet kent’. Angela Merkel, die met haar ‘open-deurimmigratiebeleid een van de ergste vergissingen uit de recente geschiedenis heeft begaan (bijna even erg als haar weigering om David Cameron tegemoet te komen op het punt van immigratie), zei dat ze alleen met Trump wil samenwerken op basis van ‘de waarden van democratie, vrijheid en respect voor de wet en de waardigheid van alle mensen, ongeacht afkomst, huidkleur, religie, sekse, seksuele geaardheid of politieke overtuiging’.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag. Misschien komt dat nog, binnenkort, bij de presidentsverkiezingen in Oostenrijk, het constitutioneel referendum in Italië en de parlementsverkiezingen volgend jaar in Frankrijk en Duitsland. Als een meerderheid dan zijn proteststem laat horen, is die niet noodzakelijkerwijs gericht tegen de globalisering, maar tegen politieke elites die de onvrede onder het volk negeren.

    Het juiste pad

    Hier kan Groot-Brittannië een rol spelen. Het is belangrijk onze banden met de VS te koesteren, zonder ze te overdrijven. Theresa May kan op enige goede wil uit Washington rekenen, als premier van een land dat voor een Brexit koos en Trump daarmee in zijn eigen verkiezingscampagne van inspiratie voorzag. Het is belangrijk te beseffen dat Groot-Brittannië wel de EU verlaat, maar niet Europa en dat het zijn rol als brug naar Amerika kan blijven vervullen.

    Die rol moet zijn om aan beide kanten te blijven hameren op de noodzaak van open markten en economische samenwerking. Misschien zal de regering-Trump wel voelen voor een handelsakkoord tussen Groot-Brittannië en Amerika, maar de effecten daarvan gaan verloren als de nieuwe president elders voor protectionisme kiest. Hij heeft iemand nodig die hem op het pad zet van antidumpingmaatregelen en het aanpakken van oneerlijke handelspraktijken, en niet op het pad van een algemene aanval op de vrijhandel.

    Even urgent is dat Trumps kennelijke gebrek aan enthousiasme voor de NAVO en zijn terechte klacht dat Europa daarin niet genoeg bijdraagt, een open uitnodiging zijn aan de oorlogszuchtige Vladimir Poetin. Slechts vier EU-landen, namelijk Groot-Brittannië, Polen, Griekenland en Estland besteden 2 procent of meer van hun bnp aan defensie. Dat moeten meer landen gaan doen, en het is aan Theresa May om deze landen dat duidelijk te maken.

    Misschien is dat wel de belangrijkste brug die er gebouwd moet worden. Onze relatie met de VS, speciaal of niet, kan de komende jaren weer behoorlijk belangrijk worden.

    Vertaler: Annemie de Vries

    The Sunday Times
    Zuid-Afrika | zondagskrant | oplage 504.000

    De populairste zondagskrant van Zuid-Afrika. Stond ooit als conservatief te boek, maar is in de afgelopen jaren een steeds liberalere koers gaan varen.