Tag: Thomas Chatterton Williams

  • Thomas Chatterton Williams over identiteit, politiek en de toekomst van Amerika

    Thomas Chatterton Williams over identiteit, politiek en de toekomst van Amerika

    Thomas Chatterton Williams, cultuurcriticus en de auteur van Self-Portrait in Black and White: Unlearning Race, maakt zich zorgen over de toekomst van Amerika onder Trump, maar blijft op de lange termijn optimistisch. In een interview met 360 Magazine spreekt hij over identiteitspolitiek, de normalisering van autoritarisme en waarom we anders moeten gaan denken over ras. Het interview vond vlak voor de presidentsverkiezingen in de VS plaats.

    In de geschiedenis zien we vaak dat groepen herhaaldelijk proberen veranderingen door te voeren, maar uiteindelijk uitgeput raken en het opgeven. Denk je dat dit ook gebeurt met Trump en zijn aanhangers?

    ‘Ja, in het geval van Trump zagen we het bij  zijn running mate, J.D. Vance, en bij veel anderen die ooit tegen hem waren. Op een gegeven moment hebben ze allemaal besloten om toch mee te gaan. Mensen raken gewoon moe van het vechten. Zelfs iemand als Jeff Bezos, die vroeger fel tegen Trump was, lijkt nu een meer passieve houding aan te nemen.’

    Je lijkt een parallel te trekken naar de opkomst van autoritaire bewegingen. Is dat je zorg?

    Absoluut. Wetenschappers die zich bezighouden met autoritarisme, benoemen dat voor de groei van autoritaire bewegingen niet alleen aanhangers nodig zijn. Degenen die zich ertegen verzetten moeten zó worden uitgeput dat de autoritaire beweging genormaliseerd wordt. Je ziet dit bij Marine Le Pen in Frankrijk; ik denk dat ze uiteindelijk president zou kunnen worden, omdat ze dat al zo vaak heeft geprobeerd en het moeilijk is voor haar tegenstanders om bij elke verkiezing waakzaam te blijven. Hetzelfde is gebeurd met Geert Wilders in Nederland.’

    Dus je suggereert dat Trump deze keer beter voorbereid is dan bij vorige verkiezingen?

    Hij is veel strategischer geworden. De mensen die hem voorheen tegenhielden, zoals Mike Pence, zijn er niet meer. Trump heeft zich omringd met loyale volgelingen. Dit maakt hem veel gevaarlijker dan in 2020.’

    ‘Ondanks alles geloof ik nog steeds dat Amerika een fundamenteel goede samenleving is’

    Dat klinkt zorgwekkend. Zie je op de lange termijn nog een  toekomstperspectief voor Amerika?

    Ik ben op de lange termijn optimistisch. Ondanks alles geloof ik nog steeds dat Amerika een fundamenteel goede samenleving is. Veel dingen verbeteren. Zo zijn de ervaringen van minderheden in 2024 totaal anders dan die van vijftig of zestig jaar geleden. Zelfs met iemand als Trump die streeft naar macht, wordt raciale identiteit minder een sociaal probleem dan het in het verleden was. Ik denk dat mensen zich steeds meer bewust worden van klassenverschillen, en dat is op zich een positieve verandering.’

    Hoe zit het op de korte termijn? Ben je daar optimistisch over?

    Op de korte termijn ben ik behoorlijk bezorgd. Ik denk dat dingen veel erger worden, voordat ze beter kunnen worden. De mate van polarisatie in Amerika is op dit moment zorgwekkend. Grote delen van de bevolking trekken de legitimiteit van verkiezingen in 2020 in twijfel en dat is heel gevaarlijk. De gebeurtenissen van 6 januari hebben ons laten zien hoe snel dingen uit de hand kunnen lopen. We hebben zelfs ergere dingen gezien, zoals moordpogingen en toenemend politiek geweld. We leven met een niveau van gevaar en instabiliteit dat onacceptabel is.’

    Wat kan er gedaan worden om het vertrouwen van Amerikanen te herstellen?

    Ik denk dat het huidige klimaat van wantrouwen het heel moeilijk maakt om iets voor elkaar te krijgen in de politiek. Als Democraten en Republikeinen het niet eens kunnen worden over basale waarheden, zoals het accepteren van de verkiezingsresultaten of de legitimiteit van het Hooggerechtshof, hoe kunnen we dan effectief regeren? Het is lastig voor te stellen hoe we onder deze omstandigheden deze situatie in een functionerende samenleving kunnen ombuigen, vooral zolang figuren als Trump polarisatie blijven aanwakkeren. Hij is een meester in verdeeldheid creëren.’

    Speelt Kamala Harris hier een rol in?

    Ik ben onder de indruk van hoe Harris haar identiteit heeft gepositioneerd tijdens haar campagne. In tegenstelling tot Hillary Clinton, die haar vrouwelijke presidentschap centraal stelde, heeft Harris haar ras en geslacht veel minder prominent op de voorgrond geplaatst. Toen Trump probeerde om op basis van haar identiteit verdeeldheid te zaaien, reageerde ze slim: ze weigerde zich in de identiteitspolitiek te verliezen en richtte zich op het beleid. Ik denk dat dit een stap voorwaarts kan zijn in de Amerikaanse politiek.’

    ‘Gelukkig zien we langzaamaan een verschuiving in de manier waarop we naar raciale groepen kijken’

    Sluit dit aan bij je eigen boodschap van je boek Self-Portrait in Black and White – Unlearning Race?

    Ik heb altijd geloofd dat de manier waarop we in Amerika over ras denken, fundamenteel verkeerd is. Het is een sociaal construct, geen biologische realiteit. Ik heb geschreven over hoe ras in de samenleving functioneert, bijna zoals hekserij vroeger functioneerde: het is een geloofssysteem zonder wetenschappelijke basis, maar mensen behandelen het als echt omdat ze erin geloven. Gelukkig zien we langzaamaan een verschuiving in de manier waarop we naar raciale groepen kijken. Kamala Harris die haar identiteit niet benadrukte in haar campagne is een kleine, maar belangrijke stap in die richting.’

    Is het niet moeilijk om ras volledig los te laten, gezien de tastbare gevolgen die het heeft in het leven van mensen?

    Je hebt gelijk. We kunnen de gevolgen van raciale discriminatie niet ontkennen. Dat mensen op basis van hun ras anders behandeld worden, is onmiskenbaar waar. Het is een intellectuele uitdaging om ras los te koppelen van de realiteit van de discriminatie die mensen ervaren. Maar ik denk dat het belangrijkste is om te erkennen dat racisme bestaat, zonder de groepen mensen te steunen die het rechtvaardigen. Het is een lastige balans, maar ik geloof echt dat we door deze rigide ideeën over ras los te laten, kunnen toewerken naar een meer inclusieve samenleving.‘

    Zijn er tekenen dat deze verschuiving plaatsvindt? Beginnen mensen écht na te denken over de manier waarop ze ras definiëren?

    Die tekenen zijn er zeker, al is het nog vroeg. Boeken zoals Racecraft van Barbara en Karen Fields hebben een belangrijke rol gespeeld in het verschuiven van het gesprek. Zij stellen dat ras functioneert als geld – het is niet echt, maar we geloven erin, dus het heeft waarde. Ik ben ook geïnspireerd door denkers zoals Adrian Piper, die publiekelijk besloot om “zwart” te zijn, met de boodschap dat ze niet meer wilde deelnemen aan “het rassenspel”. Dit soort denken wint aan terrein, vooral onder jongere generaties.’

    Je noemde eerder dat je het als een grote mislukking zou ervaren als je dochter zou opgroeien als een ‘witte, bevoorrechte’ persoon. 

    Ik zou niet willen dat ze zich niet bewust  is van haar achtergrond. En dat is ze gelukkig niet. Ze is inmiddels 11 jaar oud en kent mijn vader goed. Ik wil dat ze zich bewust is van de sociale en raciale positie waarin haar vader zich bevond en waarom dat belangrijk is. Veel mensen hebben geen idee van de ervaringen van zwarte mensen, of wat ze echt doorgemaakt hebben. Ze lezen misschien een boek over racisme of iets dergelijks, maar daar blijft het bij. Mijn dochter heeft veel tijd doorgebracht met haar zwarte grootvader en ik wil dat ze begrijpt wat de offers waren die hij heeft gebracht, zodat wij konden worden opgeleid, reizen en een beter leven konden leiden. Dat was dankzij de keuzes van haar grootvader, niet van haar moeders kant, maar van mij. Dus ik wil niet dat ze dat aspect van haar afkomst uit het oog verliest.

    ‘De wereld is toegankelijker als je als wit persoon wordt gezien’

    De wereld is toegankelijker als je als wit persoon wordt gezien. De wereld biedt dan een manier van leven die volgens mij redelijk onbelast is. Weet je, in Parijs zou ze zomaar kunnen zeggen dat ze wit is, en alles en iedereen zou dat beamen. Dus ze zou kunnen vergeten wat het betekent om niet alleen maar wit te zijn. Ik wil niet dat ze dat aspect verliest, het gevoel van wat het betekent om met een ander perspectief door het leven te gaan. Ze kan heel andere ideeën over ras hebben, ze kan zelfs geloven dat ras iets reëels is en het oneens zijn met mij over dat punt, maar ik wil gewoon dat ze zich bewust blijft van de ervaringen van de mensen waar ze mee verbonden is.’

    Dus jullie praten hierover met haar?

    Tot nu toe wel. En mijn kinderen zijn zo gevoelig voor dit soort dingen. Ik zie het bij mijn zoon, die pas zes is. Zijn beste vriend is ook van gemengde afkomst, maar zijn moeder komt uit Afrika en zijn vader is een witte Fransman. Hij is veel donkerder dan mijn zoon. En ik zie hoe kinderen zich sterk bewust zijn van deze verschillen. Mijn zoon heeft moeite om zichzelf als gemengd te zien. Hij ziet zichzelf heel duidelijk als wit. En ik zie hoe hij steeds wordt aangemoedigd om zichzelf zo te zien. Mijn dochter is ouder en heeft een verder ontwikkeld begrip van ras, maar ik zie bij mijn zoon hoe hij elke wordt aangemoedigd om zichzelf als wit te zien, met een zwarte grootvader, maar toch wit.’

    Moeten witte mensen zich meer uitspreken tegen het rigide idee van ras?

    Nou, ik denk dat iedereen dat moet doen. Het werkt niet als alleen zwarte mensen of andere niet-witte mensen zeggen dat ze moe zijn van het concept ras. Ook witte mensen die zich niet meer identificeren met dat idee van het ras moeten zich ertegen uitspreken. In feite is het een vraag die door witte mensen beantwoord moet worden. 

    James Baldwin zei ooit heel treffend dat, wil er ooit iets veranderen, witte mensen moeten stoppen met zich wit te willen voelen. Maar zoals ik eerder zei over mijn kinderen: er is zoveel stimulans om wit te zijn. En dat is iets waar we over na moeten denken. James Baldwin had in een interview een gesprek met een witte, intellectuele en progressieve man. Die vroeg: “Waarom praten we altijd over zwart en wit? Dat moeten we niet doen.” En Baldwin zei toen: “Ik kan niet anders, omdat we doen alsof het geen probleem is, maar het is wel degelijk een probleem.” Hij zei iets heel scherpzinnigs en diepzinnigs: “Ik ben geen neger. Maar de echte vraag is: waarom moest je van mij een neger maken?” En dat is een vraag die alleen door witte mensen beantwoord kan worden. Ik denk dat dat de werkelijke vraag is. Het gaat niet alleen om zwart en wit. Waarom hebben we elkaar nodig? Wat betekent het voor de multi-etnische samenlevingen die we nu hebben? Europa en vooral Amerika waren altijd al een multi-etnische samenleving, tot op zekere hoogte, maar samenlevingen waren vroeger niet altijd zo multi-etnisch als nu. 

    ‘Als we een verandering willen, dan moeten witte mensen wit niet meer zien als een erfelijke, sociale of biologische categorie’

    We leven in steeds meer gemengde, multi-etnische en multiculturele samenlevingen en we moeten een manier vinden om onszelf en elkaar zó te begrijpen dat we geen behoefte hebben om “een ander” te creëren. Er moet een manier zijn waarop we allemaal Amerikanen kunnen zijn. En ik denk dat deze vraag uiteindelijk beantwoord moet worden door de witte meerderheid. Het kan niet zomaar een standpunt zijn van een paar zwarte mensen die zeggen dat ze niet meer in ras geloven. Als we een verandering in de samenleving willen, dan moeten witte mensen wit niet meer zien als een erfelijke, sociale of biologische categorie.’

    Het gebeurt nu overal, vooral in Europa, dat extreemrechtse mensen aan de macht komen en er vreemde theorieën op nahouden. Het idee van de omvorming, bijvoorbeeld. We hebben nu mensen in de regering die dat idee steunen. Hoe zal dit aflopen?

    Ik denk dat de meeste fatsoenlijke mensen zich ongemakkelijk voelen bij dit soort ideeën, maar ik vraag me af of, op een dieper niveau, veel witte mensen eigenlijk bang zijn voor culturele en etnische omvolking. Er is een Franse schrijver, Raphael Glucksman, die in het afgelopen decennium een boek publiceerde waarin hij zei dat zelfs wanneer je denkt aan een homogeen Europese samenleving, zoals Frankrijk, waar mensen zeggen dat “we de Franse identiteit moeten bewaren,” je je moet realiseren dat de Franse identiteit nooit echt een vaststaand gegeven was. 

    Als ik in Amsterdam over straat loop, zie ik een echte multiculturele samenleving die heel goed werkt. Er is Indisch eten, ik loop langs een dumplingrestaurant en overal zijn er Mexicaanse eettentjes. En het werkt, mensen willen het zo hebben. Amsterdam is waarschijnlijk de eerste stad in het Westen die echt openstond voor de rest van de wereld. Dit is een stad die altijd gastvrij is geweest of op zijn minst tolerant tegenover vreemden. En je kunt zien dat een multiculturele samenleving eigenlijk best goed werkt. Ik denk ook dat in Amerika, zelfs midden in Trump-land, de bevolking veel gemengder en diverser is dan we vaak denken. Ik gaf eens een lezing in Texas, ik keek het publiek in en zag Latino’s, Aziaten, zwarte en witte mensen die gewoon naast elkaar zitten.

    ‘Hij zei: “Je hoeft niet in de buurt van immigranten te wonen om je zorgen te maken over het idee van immigratie”’

    Ik las dat je voor je werk ook met racisten hebt gesproken.

    Voor de New Yorker schreef ik een profiel van de man die de term the Great Replacement heeft bedacht. Op sommige witte supremacisten na had niemand in Amerika nog echt van die term gehoord. Maar toch was het interessant, omdat de Europese racist een beetje anders is dan de Amerikaanse racist. Die man woonde in een kasteel in een klein dorpje in het zuidwesten van Frankrijk, waar volgens mij geen enkele immigrant woont. Maar hij zei: “Je hoeft niet in de buurt van immigranten te wonen om je zorgen te maken over het idee van immigratie.” Toen ik naar hem toe ging, had ik nog geen rijbewijs, dus mijn ex-vrouw en mijn dochter gingen mee naar het kasteel. Hij vroeg ons uiteindelijk om te blijven voor het diner en hij was een goede gastheer. Dus ik zei: “Ben ik niet eigenlijk precies datgene wat je zo tegenstaat?” Maar hij zei: “Nee, een zwarte man uit New York en een Amerikaan in Parijs is juist zo Frans als het maar kan .Massale immigratie uit armere landen, dát is het probleem.” En misschien deed hij gewoon beleefd tegen mij, maar hij zei heel duidelijk: “Immigratie op individueel niveau is geen probleem. Bij massale immigratie wordt het omvolking. En mijn probleem daarmee is dat ik van diversiteit houd. Maar als alles samenkomt, wordt alles gehomogeniseerd. De wereld is divers. Marokkanen wonen in Marokko, Fransen in Frankrijk, Japanners in Japan.” Dus ze beweren dat het hun liefde voor diversiteit is. En dat eigenlijk, als je van diversiteit houdt, je ook zou willen dat witte identiteiten blijven bestaan, omdat dat een deel is van wat de wereld divers en interessant maakt.’

    Noemde hij zichzelf een racist?

    Nee. Hij noemt zichzelf het tegenovergestelde van een racist. Hij noemt zichzelf ook een xenofiel, geen xenofoob. Hij houdt van de verschillen van iedereen, dus hij wil de verschillen behouden. Er zijn Fransen die dit argument op een veel verfijndere manier maken dan de typische Amerikaanse racist. Maar het leidt uiteindelijk tot hetzelfde, namelijk dat je de identiteit wilt bevriezen op een bepaald punt, waar je zegt: “Dit is wat Frans zijn is en hier houdt het op.” Maar zo werkt het menselijke leven niet.’

    Denk je dat de term racisme tegenwoordig te gemakkelijk wordt gebruikt?

    Ik denk dat racisme een term is die in Amerika te veel wordt gebruikt, maar niet in Frankrijk. Ik weet niet hoe het in Nederland is, maar in Frankrijk erkennen ze officieel geen raciale verschillen. Het woord ras bestaat niet in de grondwet. Je kunt privé een jood zijn of wat je maar wilt zijn, maar publiekelijk is elke Franse burger gewoon een Franse burger. Dus ze houden zelfs geen statistieken bij. Activisten zullen zeggen dat dat pas echt problematisch is, omdat je het gevoel hebt dat er meer Arabieren en zwarte mensen in de gevangenis zitten in Frankrijk en dat dat iets te maken heeft met discriminatie. Maar eigenlijk is iedereen in de gevangenis in Frankrijk Frans. Dus ze zeggen dat die soort kleurenblindheid je blind kan maken voor raciale ongelijkheid.

    ‘In Ghana zijn er op dit moment slaven en niemand heeft het erover’

    Maar in Amerika speelt het tegenovergestelde probleem, waar we raciale verschillen bijna verafgoden. Racisme is een van de redenen dat mensen Donald Trump steunen. Mijn volgende boek komt eraan. Het gaat over de zomer van 2020 en de dood van George Floyd, een arme zwarte man. En wat er daarna gebeurde, al de veranderingen die plaatsvonden, zoals Harvard-professoren die zeiden: “George Floyd stierf, dus we moeten meer banen voor zwarte mensen krijgen.” Bij The New York Times zeiden ze: “George Floyd stierf, dus we moeten de Yale freshman-klas zwart maken” en “George Floyd stierf, dus we moeten het hele bestuur van deze prestigieuze instellingen laten aftreden en vervangen door zwarte mensen.” Dat gebeurde.

    Maar tegelijkertijd praten mensen in Amerika over racisme, terwijl ze zich niet bewust zijn van het feit dat in Libië, in het tijdperk van de iPhone, we video’s hadden van een slavenmarkt in de open lucht nadat Gaddafi was gevallen. In Ghana zijn er op dit moment slaven en niemand heeft het erover. We praten continu over waarom het belangrijk is voor Amerikanen om de wortels van slavernij in Amerika te begrijpen, maar er is geen discussie over de slavernij die op dit moment bestaat.’

    En waarom denk je dat dat zo is?

    Ik denk dat het komt doordat er sprake is van een soort narcisme in sterk egalitaire samenlevingen, waar we elk klein verschil fetisjiseren. Er zijn echte verschillen en er zijn echte ongelijkheden, maar het is nooit zo gelijk geweest als nu. En weet je, ik denk dat, toen mijn vader opgroeide, je je niet echt kon fixeren op de kleine dingen, omdat er grote dingen aan de hand waren. Ik denk dat je veel gevoeliger wordt naarmate er minder echte tegenslagen in je leven zijn. Mijn vader is in Texas geboren. Zijn grootmoeder was oud genoeg om getrouwd te zijn met een man die geboren was tijdens de slavernij. In zijn ouderlijk huis hadden ze in de jaren dertig geen stromend water. Ze konden zich niet fixeren op de dingen waar mensen zich nu mee bezighouden, zoals of ze voldoende vertegenwoordigd werden in de boeken die ze lazen. Of er genoeg zwarte personages waren. Of ze zich gezien voelden in de romans die ze lazen. Dat was niet iets waar hij zich zorgen over maakte. Hij las gewoon Hemingway en hij probeerde een opleiding te krijgen en vroeg zich af of het boek goed was. Hij vroeg zich niet af of hij zich gezien voelde. Er waren grotere dingen om je zorgen over te maken.’

    Summer of Our Discontent komt 5 augustus uit in de Verenigde Staten. Het is nog onbekend wanneer het boek in Nederland zal verschijnen. 

  • Thomas Chatterton Williams: ‘We moeten erkennen dat zwartheid niet echt is’

    Thomas Chatterton Williams: ‘We moeten erkennen dat zwartheid niet echt is’

    De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams vindt dat we afstand moeten nemen van rassencategorieën die voortkomen uit ‘plantagelogica’. ‘We zullen racisme nooit helemaal overstijgen zolang we in deze categorieën geloven‘, aldus Chatterton Williams die zichzelf – als kind van een zwarte vader en een witte moeder –, als ‘ex-zwart’ beschouwt.

    De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams wordt in Parijs wel eens aangezien voor Algerijn. Hij woont er met zijn Franse vrouw en twee kinderen, die beide blonde krullen hebben.

    De geboorte van zijn dochter Marlow, zes jaar geleden, veroorzaakte bij hem onverwachte paniek. Wat betekende het dat hij, die zichzelf destijds identificeerde als zwarte man die altijd de tweedeling zwart-wit had aanvaard, een kind had dat als wit zou worden gezien?

    In eerste instantie betekende het dat hij camerafilters zou toepassen om haar huid donkerder te maken – zodat ze erbij hoorde, bij hem en bij het ras. Uiteindelijk betekende het dat hij zichzelf vragen ging stellen die diep genoeg gingen om de manier waarop hij zichzelf zag te veranderen. Wat betekent het om tot een ras te behoren dat voor zwarte mensen deels de ‘loyaliteit aan pijn’ met zich meebrengt? En hoezo zou zijn dochter zwarter zijn als hij deze erfenis aan haar doorgaf?

    Hele opgave

    In zijn tweede boek, Self-Portrait in Black and White, roept hij ons op om na te denken over waarom we rascategorieën handhaven die zijn gedefinieerd ‘met behulp van plantagelogica’ en moedigt hij ons aan om de willekeurige nomenclatuur helemaal af te schaffen. Hij stelt voor dat we ons ‘terugtrekken uit ras’, ‘ras overstijgen’, ‘ras afleren’ – wat weer iets anders is dan het stadium van ‘postracialiteit’ bereiken. Het is een hele opgave, geeft hij toe. 

    Omdat we allebei een gemengde achtergrond hebben en opgroeiden met één zwarte ouder en één witte, denkt Chatterton Williams dat hij en ik een voorsprong hebben bij het wegnemen van de barrières die het concept ras met zich meebrengen. We herinneren ons allebei de eerste keer dat we door een vreemdeling werden ‘geracialiseerd’ en daarmee dus ook werden gescheiden van onze witte ouder, en hoe we vanaf dat moment constant nadachten over ras. Voor hem uitte dit zich vooral in het onderzoeken van het kunstmatige karakter ervan.

    Op de campus van Bard College, een privé-universiteit in de staat New York, waar hij dit najaar de vierweekse cursus ‘Kunnen we ons terugtrekken uit ras?’ onderwees, bespraken we het voorrecht van witheid of wat daarbij in de buurt komt, of het ​​te veel van zwarte mensen vergt om ras los te laten en toch trots te blijven op een identiteit die is ontstaan tegen een achtergrond van systematische onderdrukking en, ten slotte, waarom hij optimistisch is over de veranderingen in de toekomst.

    Als u ex-zwart bent, wat bent u dan nu?

    Ik probeer specifiekere manieren te vinden om mezelf te identificeren. Dus ik zou zeggen dat ik een Amerikaan ben. Ik stam af van zuidelijke slaven, en van moeders kant stam ik af van Noord-Europese protestantse immigranten. Ik bedoel niet te zeggen dat ik een witte man ben.’

    U zegt dus dat u niet ex-zwart bent geworden omdat u genoeg had van wat ik heb geleerd ‘zwart’ te noemen, of omdat u wilde dat uw dochter deel zou uitmaken van wat ik heb geleerd ‘wit’ te noemen. U wilt haar waarschijnlijk niet dwingen zich als wit te identificeren.

    ‘Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen’

    ‘Dat zou het ergste scenario zijn. Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen: een mislukking van ons ouders, een mislukking voor het hele gezin.’

    Dus u wijst de termen af omdat ze niet volledig weergeven wie u en uw dochter als persoon zijn. Maar dat wisten we toch al?

    ‘Nee. Niet iedereen.’

    Misschien komt het doordat ik gemengd ben of omdat ik zo veel met ras bezig ben, maar als mensen zeggen dat ze zwart zijn, schrijf ik ze niet vanzelf bepaalde eigenschappen toe.

    ‘Ik denk dat u en ik waarschijnlijk buiten de norm vallen.

    Tijdens het schrijven van het boek, terwijl ik ondertussen werkte aan een lang artikel voor The New Yorker en een aantal rasechte racisten interviewde, dacht ik: O God. Wat heb ik gedaan? Ik heb de zwartheid in mijn familie om zeep geholpen, en zelfs: Dit is verloren. Dit gaan we niet meer op kunnen lossen.

    ‘Zolang die categorieën als zwart of wit worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken’

    Door mijn gesprekken met racisten realiseerde ik me dat we racisme nooit helemaal zullen overstijgen zolang we in deze categorieën geloven. Zolang die categorieën worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken die jij, Summer, er niet uit trekt.’

    Denkt u dat lichtere zwarte mensen, en vooral gemengde mensen zoals wij, het voorrecht hebben om zelfs maar het idee te koesteren ras te kunnen ‘afleren’? Zou het moeilijker zijn voor zwarte mensen met een donkere huidskleur?

    ‘Ik denk dat het gemakkelijker is voor mensen die op de een of andere manier gemengd zijn, maar ik werd zeer geïnspireerd door een man, Kmele Foster, die zichzelf een rasafvallige noemt. Hij zei dat hij van alles is… Hij heeft een donkere huidskleur maar weigert zich te identificeren met de term ‘zwart’. Hij ziet er het nut niet van in. Ik ben het daarover met hem eens en anderen lachen hem erom uit. Hij heeft een soort zelfbewustheid die velen denk ik niet goed begrijpen.’

    U hebt ook nogal een verleden met Ta-Nehisi Coates…

    ‘Ik heb veel over hem geschreven.’

    En u hebt gezegd dat hij op witte suprematie aanstuurt.

    ‘Nee, hij stuurt er niet op aan, maar in mijn ogen ziet hij witheid als iets speciaals, waarmee hij patronen waarvan ik weet dat hij ze wil bestrijden, juist uitvergroot. Wat ik bedoel te zeggen is dat witte suprematisten ook vinden dat ze speciaal zijn. Ze zijn het daar niet mee oneens. Coates is bovendien ambivalent over de vraag of zwartheid iets essentieels is, of iets kunstmatig.’

    In zijn boek Between the World and Me staat deze passage: ‘Misschien betekende “zwart” gewoon dat je je onderaan de ladder bevond… Er was niets nobels aan vallen, gebonden zijn, onderdrukt leven, zwart bloed had geen inherente betekenis.’ Dat lijkt overeen te komen met waar u het over hebt.

    ‘Helemaal mee eens. Maar hij beweegt twee kanten op. Zijn kritiek op Kanye West kwam er volgens mij op neer dat Kanye West een niet-authentieke, kunstmatige zwarte man is… Dat hij aan zwartheid heeft ingeboet, wat volgens mij zeer gevaarlijk is om te zeggen, omdat het in feite zegt…’

    Dat er één manier is om zwart te zijn.

    ‘Ja. En dat er mensen zijn die dat beslissen en erover oordelen.’

    U zegt in uw boek ook dat Coates een pessimistische blik heeft. U beschrijft een scène uit zijn boek waarin een witte vrouw zijn zoon een duw geeft en hij in de ogen van sommigen agressief reageert, zo van: ‘Dit is overduidelijk racistisch en…’

    ‘En hij zei dat hij dit voorval eeuwen geschiedenis met zich meedroeg.’

    Precies. U schrijft dat hij overdreven reageerde en geen ruimte liet voor de mogelijkheid dat deze vrouw gewoon een slechte dag had. Komt dat dus door pessimisme? En is uw idee om van ras af te stappen dan optimistisch?

    ‘Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken’

    ‘Ik denk dat je optimist moet zijn. Ik durf te zeggen dat ik James Baldwin bijna letterlijk parafraseer als ik zeg dat je geen andere keus hebt dan optimist te zijn, zolang je leeft en schrijft en streeft naar een betere wereld. Ook als ouder zou ik zeggen dat ik geen andere keus heb dan optimist te zijn. In mijn boek gebruik ik het woord “naïef”. Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken. Als ik Marlow zou vragen om jou te beschrijven, zal ze zeggen: “Summer draagt ​​een beige jasje. Dat is het belangrijkste verschil tussen haar en het meisje in het roze overhemd.”

    Ik geloof dat ik die naïviteit wil terugwinnen en ik moet wel optimistisch zijn om te geloven dat die verandering mogelijk is. Als ik pessimistisch was, zie ik niet in hoe ik zou kunnen schrijven. Snapt u? Je moet erin geloven dat je iemand bereikt.’

    U schrijft in het boek dat u aan de posts op Facebook van uw witte vrienden merkt dat het ze het vervelend vinden dat ze wit zijn…

    ‘Ja. Ze voelen zich bezwaard.’

    Moeten ze dat om van ras af te stappen demonstratief uiten, of in het echt?

    ‘Witte mensen zijn in feite het grootste deel van de recente geschiedenis in Amerika aangemoedigd om zichzelf te beschouwen als losstaand van ras. Ook witte mensen hebben een ras. Ze moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen.

    ‘Ook witte mensen moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen’

    Zwarte mensen hebben altijd met ras te maken gehad. We zijn er nooit los van gekomen, maar het is geen zwart onderwerp. Daarom raak ik gefrustreerd als mensen vragen: “Met wie wil je in het panel [over je boek] praten? Wie zou het moeten beoordelen?” Dit is geen zwart boek. Het is niet niet een zwart boek. Ik heb het hier over veel “zwarte” dingen, maar ik zou hierover met Aziatische mensen moeten praten, ik zou een Latino-gesprekspartner kunnen hebben, ik zou een witte gesprekspartner moeten kunnen hebben, want dit is geen onderwerp dat alleen mensen van kleur aangaat, terwijl de witten in het publiek zitten en toekijken.

    Ik wil het hierover hebben met iedereen wiens ras oorsprong heeft in Amerika. Met iedereen dus.’

    U gebruikt in het boek de metafoor van een vrouw die wordt aangereden door een auto. Wat de chauffeur ook kan doen om te helpen, haar medische rekeningen te betalen of wat dan ook, het is aan haar om zichzelf te genezen. Is dat wat zwarte mensen moeten doen om ras af te leren?

    ‘Ik denk dat het afleren van ras voor zwarte mensen erop neerkomt te zeggen dat zwartheid niet echt is, dat ras niet echt is. Ik word in Amerika als zwart beschouwd, een categorie die mijn familie al generaties lang pijn doet maar ook buitengewone culturele bijdragen heeft voortgebracht waar ik trots op ben. Maar het is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen.‘

    Hoe houden we vast aan het gegeven dat, onder andere dankzij zulke bijdragen, de wereld zoveel saaier zou zijn als er geen zwarte mensen waren? Hoe kunnen we vasthouden aan dat idee, en tegelijkertijd ​​ras loslaten?

    ‘Volgens mij doe ik dat voortdurend. Ik luister nog steeds naar Gunna of Lil Baby, en zij hebben een culturele relevantie voor mij. Ik luister naar John Coltrane. Zelfs in een zwarte Britse schrijver als Zadie Smith vind ik iets van herkenning, en als ik naar schilderijen van Kerry James Marshall kijk merk ik zijn zwartheid op. Maar ik denk niet dat ik daarvoor hoef te geloven dat het een biologische realiteit is. Het is een gemeenschap van mensen die in de loop van de tijd in de nieuwe wereld bepaalde ervaringen en omstandigheden hebben meegemaakt, en zij creëerden culturele tradities die door veel mensen die op hen leken, werden overgenomen.’

    Wat is volgens u de belangrijkste kritiek die u op het boek zult krijgen, en met name van zwarte mensen?

    ‘De ergste kritiek zou stilte zijn, wat een absolute nachtmerrie is als je zo hard werkt en zo serieus nadenkt over een vraag. De angst van de schrijver is dat mensen het niet openslaan.

    ‘Zwartheid is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen’

    Maar ik verwacht zeker kritiek en dat zal ongetwijfeld pittige zijn. Mensen denken dat nu ik “wit” ben getrouwd en comfortabel in Parijs woon niks te maken heb met zwarte problemen, ook al is de realiteit altijd gecompliceerder dan het lijkt. In zag reacties op een fragment van het boek in The New York Times. “Zijn kinderen zijn wit en hij is een heel lichte zwarte man met een witte vrouw. Hij nam de beslissing om een ​​witte vrouw te trouwen.” Dat is een soort minachting die, denk ik, niet serieus neemt waar ik aan probeer te werken.’

    Als ik dit boek zou schrijven, dan zou ik me zorgen maken dat ze me een verrader zouden noemen. Dat ze zouden denken dat ik witten hun gang laat gaan door te zeggen: ’Fuck dat allemaal. Laten we dit allemaal achterwege laten.

    ‘Ja, daar speel ik in het boek een beetje op in. Ik probeer dit punt naar voren te brengen… Als je in een impasse zit als je elkaar wilt passeren maar je blijft allebei bewegen, dan moet één iemand als eerste bewegen, of juist niet bewegen. Dan kan de ander eromheen.

    ‘Ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen’

    Ik denk dat we in een soort impasse zitten die ons volledig in beslag neemt. We kijken achteruit. Ik denk niet dat het verkeerd is om terug te kijken, maar ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen. Zwarte mensen zijn ook de mensen die…’

    Vergeven.

    ‘Ja. Misschien is dat niet eerlijk, maar dat verandert mijn gedachten niet. Want ik denk dat iedereen helpt, ook de zwarten. En ik denk niet dat het idee dat ook witten er iets uit halen het voor zwarten verpest, zolang zij ook een betere toekomst krijgen. Begrijp je? Ik ben er niet voor de witten ter verantwoording te roepen, vergelding te vragen. Is herstel nodig? Waarschijnlijk wel. Is er sprake van herstel? Voor sommige zwarten wel. Is dat genoeg? Het meest overtuigend vond ik het werkelijk spectaculaire artikel van Ta-Nehisi Coates, The Case for Reparations.

    Ik hou van dat artikel. Ik denk niet dat het in tegenspraak is met verder willen en het pessimisme kwijtraken. Ik denk dat witten heel veel zullen moeten doen, maar het is haast passend als zwarte daarin voorgaan. Sommigen zullen zeggen: “Wij hoeven hier niet het werk te doen of u te leren hoe u uw werk moet doen.” Maar waarvoor zijn we hier? We willen een betere wereld. En dit is eigenlijk juist bewonderenswaardig werk. Snapt u dat?’