Tag: tijdperk

  • ‘We leven in een dictatuur van de klok’

    ‘We leven in een dictatuur van de klok’

    Nog nooit hadden we zo veel tijd, en toch voelen we ons gehaaster dan ooit. Hoe kan dat? Weekblad Die Zeit vroeg het aan Karlheinz Geißler (72), Duitslands bekendste tijdonderzoeker.

    Meneer Geißler, hoeveel tijd hebben we voor dit gesprek?

    Genoeg. Ik maak nooit meer dan één afspraak per dag. Sowieso maak ik niet graag afspraken.

    We hebben een enerverend jaar achter de rug: Trump, Brexit, het zika-virus, de staatsgreep in Turkije, de strijd om Aleppo, aanslagen in Orlando, Brussel, Nice, München, Berlijn. Is het mogelijk dat alles steeds sneller gaat, dat de tijd harder loopt?

    ‘Nee, het tempo van de tijd verandert niet. De tijd is altijd gelijk. Alleen wij mensen stoppen er steeds meer in. Een paar jaar geleden was je voor nieuws aangewezen op radio en tv. Tegenwoordig worden we via onze smartphones – via Whatsapp, Facebook, Twitter – voortdurend door nieuwe feiten overspoeld. De informatiedichtheid wordt steeds groter – en dat verdicht onze tijd.’

    De moderne mens is een gejaagd wezen. Hij is constant druk, checkt e-mails wanneer hij in de bus zit, telefoneert op de fiets en werkt met deadlines. Bij enquêtes naar goede voornemens voor het nieuwe jaar scoort ‘meer tijd besteden aan familie en vrienden’ steevast hoog. Maar hoe kan het dat we veel meer tijd willen, hoewel we er al steeds meer van hebben? In Duitsland is de levensverwachting de afgelopen 130 jaar verdubbeld. Tegelijkertijd is de arbeidsduur afgenomen: tot minder dan 38 in de cao vastgelegde uren per week. Honderd jaar geleden waren dat er nog 57. Ook de reistijd wordt korter: de treinen rijden sneller dan vroeger, vliegen is normaal geworden.

    We sparen steeds meer tijd en toch hebben we er steeds minder van. Hoe kan dat?

    ‘We stoppen steeds meer in ons dagelijks leven, en dat maakt de tijd krap. We hebben niet te weinig tijd, maar te veel te doen.’

    ‘Een taalwetenschapper zal zeggen dat het een eenlettergrepig woord is. Voor een natuurkundige betekent tijd verandering. Voor een bioloog evolutie. Voor een bedrijfseconoom is tijd geld’

    Wat is dat eigenlijk, tijd?

    ‘Tijd is voor mensen wat water is voor vissen. Een element waarin ze zich voortbewegen. Vissen zwemmen erin rond zonder na te denken over wat het is waarin ze zwemmen. Zo vergaat het ook de mensen met tijd. Een eenduidige definitie van tijd bestaat niet. Iedereen zal u iets anders antwoorden. Een taalwetenschapper zal zeggen dat het een eenlettergrepig woord is. Voor een natuurkundige betekent tijd verandering. Voor een bioloog evolutie. Voor een bedrijfseconoom is tijd geld. En als u het mijn kleindochter van zes vraagt, zal ze zeggen: tijd is een kleur, nu eens groen, dan weer geel of blauw.’

    Meneer Geißler, hoe komt het dat u zich zo intensief met tijd bezighoudt? Heeft dat wellicht met uw lichamelijke gesteldheid te maken?

    ‘Mijn hele leven al ben ik gedwongen het langzaam aan te doen. Op vijfjarige leeftijd kreeg ik kinderverlamming. Een heel jaar lag ik in bed. Toen het weer beter werd, moest ik opnieuw leren lopen. Maar mijn benen hebben zich nooit helemaal hersteld, daarom hink ik nog altijd. Nu ik oud ben, wordt dat erger. Buitenshuis kan ik me alleen nog in een rolstoel verplaatsen.’

    Dat moet als kind niet gemakkelijk zijn geweest.

    ‘Als mijn klasgenoten naar de bus renden, kon ik alleen maar toekijken. Zo leerde ik voldoende tijd in te calculeren, altijd een bus of tram eerder te nemen.’

    U onderzoekt dus de tijd, omdat u er altijd erg veel van had.

    ‘Mijn leefsituatie heeft daar zeker aan bijgedragen. We leven in een samenleving die is ingericht op snelheid. Als buitenstaander besef je dat beter.’

    Is uw tijdsbewustzijn anders dan dat van de meeste mensen?

    ‘De manier waarop ik met tijd omga is anders. Door mijn ziekte ben ik in veel opzichten in het nadeel. Op zeker moment heb ik mezelf afgevraagd: wat kan ik dat andere mensen niet kunnen? Ik kan bijvoorbeeld heel goed wachten. Deze samenleving heeft dat verleerd. Maar ik laat me mijn leven niet voorschrijven door een horloge.’

    Wat hebt u tegen horloges?

    ‘Een horloge is geen kwestie van dragen, alleen van verdragen. Het is een moderne dictator.’

    Het Londense zakendistrict Canary Wharf. – © Dylan Martinez / Reuters
    Het Londense zakendistrict Canary Wharf. – © Dylan Martinez / Reuters

    Waaruit concludeert u dat we leven in een dictatuur van de tijd?

    ‘Ho, ho, nu verwart u de tijd met de klok! We leven niet in een dictatuur van de tijd, maar in een dictatuur van de klok. Voor velen is de klok synoniem met de tijd. Maar een klok is niet meer dan een mechanisch apparaat dat tijd meet. Er bestaan ook andere tijden dan de kloktijd.’

    Welke dan?

    ‘De natuurtijd. Ons lichaam kent net als alle levende wezens een ritmisch organisme. Ik laat me nooit wekken door een wekker. En toch word ik elke ochtend rond acht uur wakker. Dus niet exact om acht uur, maar de ene keer een paar minuten eerder, een andere keer een paar minuten later.’

    U bedoelt onze inwendige klok?

    ‘Nee, die bedoel ik niet. Het lichaam heeft geen eigen klok, het heeft een eigen ritme. De klok dringt de mens een ander tijdspatroon op, namelijk een vaste maat. Dat is een wezenlijk verschil.’

    Waaruit bestaat dat verschil?

    ‘Heel eenvoudig: ritme betekent herhaling met afwijking. En vaste maat betekent herhaling zonder afwijking. Een klok moet in de maat lopen en exact zestig seconden per minuut hebben. Als hij ritmisch zou zijn, had hij nu eens 65 en dan weer 55 seconden per minuut.’

    ‘Wij zijn de natuurtijd vergeten. Daarom krijgen zo veel mensen een burn-out of een hartinfarct’

    Een vaste maat is dus veel preciezer.

    ‘Ja en dat is nou net het probleem! Een vaste maat gaat in tegen onze natuur, ons lichaam is eigenlijk gemaakt voor ritme. Maar wij negeren dat. Bijvoorbeeld bij ons slaapgevoel. Onlangs heb ik een opdracht gedaan voor de firma Metro [een groothandelsketen, onder meer eigenaar van de Makro-winkels]. Iemand daar vertelde mij dat als de verkoopsters in China moe zijn, zij gewoon in een winkelschap gaan liggen slapen. Ze reageren op hun natuur. In Duitsland zou zoiets ondenkbaar zijn! Wij zijn de natuurtijd vergeten. Daarom krijgen zo veel mensen een burn-out of een hartinfarct.’

    Volgens Karlheinz Geißler richtten de mensen zich tot het einde van de middeleeuwen op het ritme van de natuur, met name op de zon en de maan. Zonsopgang en -ondergang bepaalden de lengte van de dag. Ook de lengte van de uren verschilde: al naargelang het jaargetijde soms veertig, dan weer tachtig minuten. Want de mensen namen gewoon de tijd dat de zon scheen en deelden die door twaalf. Wanneer ze met elkaar afspraken, oriënteerden ze zich op de lengte van de schaduwen. Dat veranderde pas met de komst van mechanische uurwerken.

    Meneer Geißler, wie was de uitvinder van de tijd?

    ‘Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. De tijd als idee ontstond aan het einde van de middeleeuwen met de komst van het mechanische uurwerk. De uitvinder was vermoedelijk een monnik uit een klooster ten noorden van Milaan. Dat uurwerk was vooral als wekker bedoeld, het moest de monniken helpen om op de juiste momenten te bidden. Voor die tijd hadden kloosters alleen kaarsklokken.’

    Kaarsklokken?

    ‘Op een kaars werd met streepjes een tijdschaal aangebracht. Vervolgens werd er een metalen pen door de kaars gestoken. Wanneer de kaars was opgebrand, viel het metaal eruit. Daarvan werden de monniken wakker. Het nadeel was dat een aantal kloosters in vlammen opging.’

    Betekent dat dat de klok werd uitgevonden om God te eren?

    ‘De monnik had zijn uitvinding waarschijnlijk graag ongedaan gemaakt, als hij zou hebben vermoed wat hij ermee losmaakte: vóór die tijd geloofden de mensen dat God de tijd bestierde. Maar door de klok werd God de tijd ontstolen. Hij behoorde niet langer hem alleen, hij behoorde nu ook de mensen. De klok bevrijdde hen.’

    De wijk Shibuya is het shoppingwalhalla van Tokio met winkels van Miu Miu, Stella McCartney en Prada. – © Chad Ehlers / HH
    De wijk Shibuya is het shoppingwalhalla van Tokio met winkels van Miu Miu, Stella McCartney en Prada. – © Chad Ehlers / HH

    In welk opzicht?

    ‘De mensen konden zelf hun tijd vormgeven. Ze gingen zichzelf zien als zelfstandige individuen en niet langer als deel van een door God bestierde wereld. Dat gold vooral voor de kooplieden in handelssteden als Milaan, Florence, Venetië, Pisa en Genua. In de klok zagen zij een kans om hun handel met grotere precisie te organiseren. Ze verwijderden zogezegd het geloof uit de tijd tot deze kaal en leeg was en vulden hem met een nieuw criterium: geld. Dat was het begin van de moderne tijd. De moderne tijd is de moderniteit van de klok.’

    Welke effecten had dat?

    ‘Vooral economische: de eerste banken werden opgericht. Die deden in essentie niets anders dan tijd omzetten in geld. Het renteverbod werd opgeheven omdat de verstreken kloktijd voortaan omgezet kon worden in rente. De dubbele boekhouding ontstond en de eerste verzekeringen. Het uur werd opgedeeld in zestig minuten en duurde overal even lang. Aanvankelijk verzette de kerk zich, maar vanaf het moment dat het Vaticaan zelf een bank begon, gaf ze haar verzet op. Uiteindelijk creëerde de klok het kapitalisme.’

    De socioloog Lewis Mumford was van mening dat de klok – en niet de stoommachine – de ‘oermachine van het moderne industrietijdperk’ is.

    ‘Ja, dat kun je zo zeggen. De klok is de vader van alle dingen. Hij heeft in de vijftiende eeuw de moderne tijd in gang gezet. En bij een tweede fase in de achttiende eeuw heeft de stoommachine de tijd versneld. Maar de grondslag van onze welvaart ligt in het gegeven dat wij in Europa de eersten waren die tijd omzetten in geld. En dat we begrepen dat de klok een grote revolutie was.’

    Hoe zat dat in andere culturen?

    ‘In China bestonden ook klokken, maar de keizers zagen die vooral als leuk speelgoed.’

    Zoals in de nieuwe roman Cox of het verglijden van de tijd van Christoph Ransmayr. Hij vertelt het verhaal van een Engelse klokkenmaker die aan het Chinese hof wordt aangesteld om klokken te bouwen voor de tijden van geluk, van kindheid, van liefde.

    ‘Ransmayr beschrijft dat heel goed, dat was echt zo. In de zeventiende eeuw vertrokken jezuïeten vanuit Italiaanse handelssteden naar China om het land te bekeren. Als geschenk namen ze prachtige sieruurwerken mee. Toen de jezuïeten enkele jaren later weer naar China kwamen, stelden ze vast dat de keizer de klokken niet gebruikte. Ze lagen opgeslagen bij het speelgoed. Ook de Japanners hadden lange tijd geen belangstelling voor de klok: tot 1871 hadden ze niet eens een woord voor tijd en kenden ze dus ook geen tijdmeting.’

    Heel anders dan in het Westen. Benjamin Franklin, een van de stichters van de Verenigde Staten, formuleerde in 1748 al de beroemde slogan: Time is money.

    ‘Dat is een veelzeggende uitspraak. Hij beantwoordt aan ons protestantse arbeidsethos. De vraag is of we ons niet aan de klok hebben onderworpen. Of we onszelf in denken en doen niet te afhankelijk hebben gemaakt van de maat van de klok. Na de uitvinding van de klok betekende macht ook altijd: macht over de tijd. Elke wat grotere plaats voerde zijn eigen tijd in om zich te onderscheiden van een naburige plaats. Wie in 1890 per trein rond de Bodensee reisde, moest zijn horloge vijf keer bijstellen. Daaraan kwam een eind met de protesten van spoorwegpersoneel in Amerika. Ze wilden niet langer bij elk station de klok bijstellen en voerden hun eigen tijd in: de spoorwegtijd. De groeiende mobiliteit vereiste uniformering, ook in Europa.’

    ‘Leidinggevenden behandelden in de jaren zeventig duizend berichten per jaar. Met de uitvinding van de e-mail zijn dat er tegenwoordig dertigduizend!’

    Betekent de uitvinding van het internet niet een bevrijding uit het dictaat van de klok? We hebben nu immers geen vaste tijden meer nodig om met collega’s te kunnen communiceren of om iets te willen kopen.

    ‘Deze nieuwe flexibiliteit heeft zeker voordelen. Maar er zit ook een andere kant aan, die vaak wordt onderschat. Internet betekent immers dat alle grenzen radicaal worden opgeheven. Alles is ineens op elk moment maakbaar. Het is zoals u zegt: je kunt van huis uit werken, je kunt ’s nachts gaan shoppen, de winkelsluitingstijden hebben geen enkele betekenis meer. Nog even wat cijfers: leidinggevenden behandelden in de jaren zeventig duizend berichten per jaar. Met de uitvinding van de e-mail zijn dat er tegenwoordig dertigduizend! Wij onderschatten tot hoeveel overbelasting die nieuwe flexibiliteit leidt.’

    Je kunt het toch ook zo zien: nog nooit had de mens zo veel vrijheid om zelf over zijn tijd te beslissen als vandaag de dag!

    ‘En dat is nou net het probleem. Het leidt tot tijdsdruk. De staat beslist niet meer voor ons en leidinggevenden evenmin. Zo veel vrijheid kan een mens niet aan. Flexibiliteit valt alleen te verdragen bij stabiliteit. Dat wil zeggen dat ik alleen flexibel kan zijn wanneer ik rituelen heb, wanneer ik vaste tijden heb.’

    Dienen we dan weer de prikklok in te voeren? En moet Amazon openingstijden krijgen?

    ‘Natuurlijk niet. Maar het is een illusie wanneer we daar alleen vrijheid in zien en geen belasting. De economie eigent zich alles toe; ook ons privéleven en onze nachten worden een monetaire aangelegenheid.’

    De gemiddelde nachtrust van de moderne mens is sinds de negentiende eeuw met circa twee uur en sinds de jaren zeventig met circa dertig minuten afgenomen. Komt dat volgens u door het kapitalisme?

    ‘Het verschil tussen dag en nacht gaat verloren, alles is op elk moment beschikbaar. Slapen hoort bij onze natuur, maar is verfoeilijk in de ogen van het kapitalistische motto “tijd is geld”, want geld slaapt niet. In de jaren negentig hebben de banken de geldautomaat ingevoerd. En wanneer je 24 uur per dag bij je geld kunt, wordt de druk groter om ook 24 uur per dag geld uit te geven. En inmiddels zijn we voortdurend online, kunnen we constant consumeren.’

    Aangezien tegenwoordig steeds minder mensen in een hiernamaals of wedergeboorte geloven, verdwijnt ook de hoop dat we in een volgend leven dingen anders en beter kunnen doen. ‘Je leeft maar één keer’ is het motto van de moderne mens, en hij denkt dat hij alles wat hij wil doen moet persen in een levensduur van zeventig, tachtig of negentig jaar.

    Meneer Geißler, moeten we om te onthaasten dan weer allemaal gelovig worden en naar de kerk gaan?

    ‘We hoeven niet gelovig te worden, maar we zouden onszelf bijvoorbeeld kunnen zien als generatie. Vroeger zagen we ons veel meer in onze kinderen verwezenlijkt dan nu. We hoeven niet alles zelf te doen, onze kinderen kunnen het ook doen. Zo’n houding zou bevrijdend werken.’

    Aan de ene kant klagen de mensen steeds dat ze geen tijd hebben. Aan de andere kant is ‘geen tijd hebben’ in onze samenleving ook een statussymbool. Hoe belangrijker we zijn of ons maken, hoe minder tijd we hebben…

    ‘… en wie veel tijd hebben, zijn de mensen onder de brug. Daklozen, bijstandtrekkers, werkelozen hebben tijd – eigenlijk iedereen aan de rand van de samenleving. Bij hen verkeert Franklins citaat volkomen in zijn tegendeel: bij hen is tijd geen geld, omdat ze immers veel tijd hebben maar weinig geld.’

    Wanneer in deze dagen gesproken wordt over de opkomst van het rechts-populisme, worden dikwijls vergelijkingen getrokken met de jaren twintig en dertig. Is er misschien nog een andere overeenkomst? Net als toen klaagden de mensen dat het leven steeds sneller werd.

    ‘Dat klopt. Destijds heette dat neurasthenie, zenuwzwakte dus, veroorzaakt door elektriciteit. Er kwamen steeds meer auto’s, steeds meer telegrammen, telefoons en radio’s, trams en treinen werden steeds sneller. Wat we tegenwoordig burn-out noemen is enkel een ander woord voor hetzelfde dilemma: dat we ons ritme verliezen.’

    Destijds gingen mensen voor herstel naar het sanatorium voor een ligkuur…

    ‘… of ze trokken ’s zomers naar buiten. Tegenwoordig doen ze yoga, ze mediteren en gaan in het weekend naar een kuuroord. Ze komen op verhaal om de volgende dag weer te kunnen werken. Dat is een reactie op de verdichting van de tijd. De mensen proberen weer aansluiting te vinden bij hun eigen natuur.’

    Schoonmakers dalen af naar de wijzerplaat van de Big Ben in Londen. – © Shaun Curry / Getty
    Schoonmakers dalen af naar de wijzerplaat van de Big Ben in Londen. – © Shaun Curry / Getty

    Maar er gaat toch ook veel goed: er zijn nieuwe werktijdregelingen, we kennen variabele en flexibele werktijden. Veel mensen nemen een sabbatical.

    ‘Dat klopt. Maar een sabbatical wordt tegenwoordig niet echt als periode van rust opgenomen, maar om een wereldreis te maken. Zelfs in de vakanties hebben mensen een strak programma en herinvesteren ze het met arbeid verdiende kapitaal.’

    Psychoanalyticus Wolfgang Schmidbauer spreekt van een haaisyndroom. Hij zegt dat we allemaal op haaien lijken. Haaien hebben geen zwemblaas, in het water staan ze niet stil en zijn ze constant in beweging.

    ‘Dat is een interessante vergelijking. Het verschil tussen ons mensen en haaien is dat haaien niet anders kunnen. Maar wij hebben het nietsdoen verleerd. Wij kunnen wel stilstaan, maar deze samenleving accepteert nietsdoen niet. Pauze wordt gezien als verloren tijd. Daarom worden inmiddels zelfs pauzes economisch nuttig gemaakt. Op onze smartphone ontvangen we aan één stuk door reclame – of we nu in de metro zitten of in de schouwburg. Bij de spoorwegen is het niet anders: daar krijg je al een melding op je mobiel wanneer de trein vertraging heeft, en de mededeling hoe laat hij dan wel vertrekt.’

    Maar dat is toch praktisch? We sparen tijd en hoeven niet onnodig op een winderig perron te wachten.

    ‘Je spaart niks. In plaats van dat je je naar de trein begeeft, weet je: hij heeft tien minuten vertraging, ik kan nog even snel een boek kopen. Dat beantwoordt aan ons systeem van niet-genoeg. Geld kent geen genoeg. Groei ook niet. Allemaal willen we altijd meer. Daarom hebben we het gevoel dat we tijd tekortkomen.’

    In Momo en de tijdspaarders, het boek van Michael Ende, zijn het grijze heren die de tijd stelen. Wie steelt onze tijd?

    ‘Wijzelf! Wij zijn die grijze heren! Maar we doen het uit onszelf, omdat we niet bereid zijn ons te schikken. Omdat we in een maatschappij leven die zich door expansie kenmerkt. En niet door reductie.’

    Maar er is toch sprake van een grote trend naar nieuwe traagheid, naar onthaasting, downshifting, slow food en matigheid?

    ‘Laat u niet voor de gek houden! Uiteindelijk wordt ook daar tijd omgezet in geld. Dat is de manier waarop het kapitalisme omgaat met de problemen die het zelf veroorzaakt heeft: het creëert een nieuwe markt en maakt onthaasting tot handelswaar. De duurste plek om te verblijven is de burn-outkliniek. Daar kost een overnachting soms wel 1500 euro. Dat is duurder dan een vijfsterrenhotel.’

    Zelf adviseert u toch ook bedrijven?

    ‘Natuurlijk. Ik adviseer bedrijven en krijg daar geld voor. Ik ben onderdeel van het systeem.’

    U noemt dat tijdadvies. Wat is het verschil met tijdmanagement?

    ‘Tijdmanagers voeden mensen op tot kloktijd. Ze adviseren volslagen trivialiteiten, onder het mom van vrijheid richten ze dwangsystemen in. To-dolijstjes bijvoorbeeld. Altijd netjes een voor een de dingen doen.’

    Dat is toch zinnig? Het structureert de dag en is een goede remedie tegen inefficiënte multitasking.

    ‘Nee, we worden opgevoed tot de logica van de klok vanaf het moment dat we naar school gaan en klok leren kijken. Waarom gaan kinderen met zes jaar naar school?’

    Om onderwijs te krijgen?

    ‘Nee! Omdat ze dan ontwikkelingspsychologisch in staat zijn om klok te kijken. De school is uitgevonden om mensen op te voeden tot punctualiteit en te onderwerpen aan het regime van de klok. In het Pruisische schoolreglement van 1763 staat al dat men de leerlingen wil opvoeden tot plichtsgetrouwe onderdanen.’

    Neem ons niet kwalijk, meneer Geißler, maar wat wilt u dan? In uw boeken adviseert u let-it-belijstjes. Is dat dan geen trivialiteit?

    ‘Nee, dat helpt echt. Tijd is namelijk net als kaas. Daar hebt u uw metafoor! We moeten er gaten in boren en hem verluchtigen. Zoals een emmentaler. We hebben meer tussenruimtes en overgangen nodig. Meer elasticiteiten.’

    U adviseert ook om ’s middags een dutje te doen en je niet door de wekker maar door de zon te laten wekken. Ik denk dat de meeste leidinggevenden het niet zo geweldig zouden vinden als al hun medewerkers te laat komen.

    ‘Dat zou kunnen. Maar wie zegt eigenlijk dat wij allemaal stipt om acht of negen uur moeten beginnen? Kunnen we ook de niet-stiptheid niet stipt maken? Recentelijk heb ik een groot Duits technologieconcern geadviseerd. En daar zijn we tot de conclusie gekomen dat het maar bij heel weinig teams en productieprocessen echt nodig is dat iedereen op hetzelfde moment begint. De een kan rustig later beginnen dan de ander. Dat is veel productiever dan wanneer iedereen om acht uur aanwezig moet zijn.’

    Geißler is een van de oprichters van de Duitse maatschappij voor tijdpolitiek. Deze pleitte onder meer voor invoering van oudergeld [een inkomensafhankelijke bijdrage voor mensen die na de geboorte van hun kind tijdelijk stoppen met werken].

    ‘We hebben het steeds vaker over het spitsuur van het leven, tussen de dertig en de veertig, een tijd waarin de mensen hectisch en snel moeten zijn, maar eigenlijk is het hele leven een spitsuur. Alleen kinderen en bejaarden mogen langzaam zijn. Daartussenin moeten we snel zijn. Verscheidenheid van tijd zou onze samenleving goed doen. Dat je midden in het leven ook eens langzaam mag zijn, en als je oud bent snel.’

    Hoe zit het als je ouder wordt, klopt het dat de tijd dan sneller gaat? Voor een kind lijkt een jaar wel een eeuwigheid te duren, maar voor een volwassene is het geen heel lange periode.

    ‘Als je ouder wordt, is elke dag die je leeft een dag minder die je te leven hebt. Het loopt naar het einde en het lijkt alsof hetgeen nog rest steeds sneller minder wordt. Maar de eigenlijke oorzaak is een andere: hoe ouder ik word, hoe vaker ik weer taferelen beleef die ik al eerder min of meer precies zo heb beleefd. Maar wanneer je iets nieuws beleeft, laat dat sporen achter in het geheugen. Naarmate dat minder gebeurt, vergaat de tijd sneller.

    Goed, laten we ons gesprek beëindigen. Hoelang heeft ons gesprek geduurd, denkt u? Wat zegt uw inwendige klok?

    ‘Mijn ritme! Drie uur misschien?’

    Het waren er vier.

    Auteurs: Amrai Coen en Björn Stephan
    Vertaler: Marten de Vries

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

    Karlheinz Geißler.
    Karlheinz Geißler.

    Zonnewijzer: Dit is vermoedelijk het oudste instrument om de tijd te meten. Vanaf de klassieke oudheid helpt de zonnewijzer de mens met het indelen van zijn dag.

    Kaarsklok: Deze werd in de middeleeuwen gebruikt door monniken voor het onderhouden van hun gebedstijden. Kaarsklokken hadden als voordeel dat ze ook ’s nachts functioneerden.

    Wierookklok: Deze kwam vooral voor in het Verre Oosten. Aan een draad hangen gewichten die door het opbranden van een wierookstaafje op een gong vallen.

    Olielampklok: Deze werd gebruikt vanaf de zestiende eeuw. In de glazen lamp is een meetschaal aangebracht, waarop met het dalen van het oliepeil de tijd afgelezen kan worden.

    Slingeruurwerk: De Hollandse natuurkundige Christiaan Huygens construeerde in 1657 het eerste slingeruurwerk, met een afwijking van slechts tien seconden per dag.

    Kwartsuurwerk: In de jaren twintig van de twintigste eeuw werd in New York de elektronische klok geïntroduceerd, met een afwijking van enkele seconden per maand.

    Smart watch: Dit ‘slimme horloge’ verdeelt de dag tot op milliseconden nauwkeurig en vertelt zijn eigenaar ook welk weer het wordt en wie er heeft gebeld.

    CONTEXT: Tijd als machtsinstrument

    In oktober 1884 kwamen vertegenwoordigers uit 25 landen in Washington D.C. bijeen voor de Internationale Meridiaanconferentie. Ze stelden een wereldtijd vast, deelden de aarde op in 24 tijdzones en bepaalden de nulmeridiaan die dwars over Greenwich (Oost-Londen) loopt. Vanaf 1 april 1893 is in Duitsland [en Nederland] bij wet de Midden-Europese Tijd van kracht. Tot op de dag van vandaag is tijd een machtsinstrument. Toen Poetin de Krim annexeerde, zette hij de klok er twee uur vooruit, gelijk aan de tijd in Moskou. In Venezuela zette Hugo Chávez de klok een half uur terug en voerde zo een eigen tijdzone in. Zo ook Kim Jong-un in Noord-Korea. Chávez wilde kennelijk niet meer in dezelfde tijdzone leven als delen van de VS. En Kim Jong-un wilde niet dat zijn land dezelfde tijd had als Zuid-Korea of Japan.

  • 2. Het succes van fact free politics verklaard

    2. Het succes van fact free politics verklaard

    Hoe kan het dat politici die een loopje nemen met de waarheid toch zo succesvol zijn? Het Duitse weekblad Die Zeit zet een aantal oorzaken op een rij.

    Een van de grootste rariteiten van de Brexit-campagne was het verhaal van de 350 miljoen pond. Volgens voorstanders van de uittreding maakte Groot-Brittannië dat bedrag wekelijks over aan de EU. De campagnevoerders zetten die bewering als reuzenslogan op de knalrode bus waarmee ze door het land reden. Het bedrag klopte niet, want als rekening wordt gehouden met de korting die de Britten krijgen en het geld dat Brussel weer naar Londen overmaakt, beloopt de bijdrage rond 136 miljoen pond, nog niet eens de helft dus. Maar de bus reed gewoon door.

    De weinige voorstanders van Brexit die de moeite namen te reageren op de kritiek goten het bedrag in een ietwat andere vorm. Ze hadden het dan over 50 miljoen pond… per dag. Het was dezelfde onwaarheid in een nieuw jurkje.

    Hoe is het mogelijk dat deze en tal van andere onwaarheden de campagne kennelijk geen schade hebben gedaan? Het antwoord op die vraag is niet zozeer interessant omdat de keuze voor een Brexit er afdoende mee te verklaren zou zijn. Er waren andere en betere gronden om voor de uittreding te stemmen. Het zou verkeerd zijn om te suggereren dat de ja-stemmers te onnozel waren om de juiste keuze te maken. Dat zou dezelfde verwaande houding zijn als die van de liberale EU-profiteurs, die de woede op de EU juist heeft doen toenemen. Nee, het is niet de bedoeling om de voorstanders van de uittreding met terugwerkende kracht onmondigheid toe te dichten, maar om te begrijpen waarom leugens politici geen schade meer doen. Het antwoord is tevens interessant omdat de vraag niet alleen in Groot-Brittannië rijst, maar ook in de VS, in Duitsland en eigenlijk in alle landen die zich lange tijd op hun gezonde democratische verstand hebben laten voorstaan.

    In 2003 stelde het Pentagon alles in het werk om te verhullen dat de “feiten” waarmee de inval in Irak werd gerechtvaardigd helemaal geen feiten waren

    Een groot deel van Donald Trumps verkiezingsstrijd steunt op onware uitspraken. De criminaliteit neemt toe, Hillary Clinton gaat alle gevangenen vrijlaten, de VS betaalt miljarden aan de NAVO, de Amerikaanse regering helpt illegale immigranten het land in, Barack Obama wil 250.000 Syriërs opnemen. Deze uitspraken zijn aantoonbaar onwaar, de meeste zelfs ver bezijden de waarheid. Maar ze schaden Trump niet. Evenmin schaadt het de Alternative für Deutschland (AfD) wanneer die een complete campagne voert op basis van de onware uitspraak dat de Bondsregering het baar geld wil afschaffen. Al deze uitspraken hebben gemeen dat ze de verwachtingen bevestigen van de mensen die als kiezers moeten worden gewonnen. En mensen vinden het fijn als ze in hun verwachtingen worden bevestigd. Wie vanuit Brussel toch al niet veel goeds verwacht, slikt nieuwe beschuldigingen voor zoete koek. De ontvankelijke geest maakt de onwaarheden tot een succes.

    Interessant genoeg zijn het dezelfde hoofdrolspelers die om het hardst beweren dat alleen zij de waarheid vertellen en dat alle anderen liegen. ‘Mut zur Wahrheit’ is de slogan van de AfD, ‘Leugenachtige Ted’ noemde Trump zijn rivaal Ted Cruz, die op zijn beurt zijn autobiografie de titel A Time for Truth gaf.

    ‘Waarheid’ is zo tot een strijdwapen geworden en feiten zijn niet meer de norm in openbare debatten. Daarmee lijkt een einde te komen aan een tijdperk dat zeker al sinds de Verlichting loopt en waarvan het paradigma al in de middeleeuwen is ontstaan: het tijdperk van de feiten is voorbij.

    © Paul Faassen
    © Paul Faassen

    Hoe is het allemaal begonnen? Het is interessant om terug te kijken hoe de heerschappij van de feiten is ontstaan. De historica Jill Lepore van Harvard University en de politiek econoom Will Davies (University of London) hebben er beiden lezenswaardige verhandelingen over geschreven. Lepore herinnert eraan hoe de mens heeft gediscussieerd en gestreden alvorens feiten beslissend werden, waarbij ook het gebruik van wapens niet werd geschuwd. Eerst in zogenaamde gerechtelijke tweegevechten en later in duels trad men tegen elkaar in het strijdperk – en wie won, had gelijk. De uitkomst was de motivatie van het oordeel. De hogere instantie was God, iets bovennatuurlijks dat uitmaakte welke sterfelijke moest winnen.

    Vervolgens wilden de mensen zelf een besluit nemen. In 1215 schafte de kerk het gerechtelijke tweegevecht af en voerde Engeland met de Magna Charta het ‘wettelijk oordeel’ in. In plaats van het mysterieuze goddelijke oordeel telde vanaf dat moment de door mensen waarneembare realiteit, het bewijs. De regel werd omgedraaid: niet meer wie won had gelijk, maar wie gelijk had won. Mensen werden op basis van bewezen daden veroordeeld en debatten werden op basis van feiten gevoerd.

    Een feit is alles wat kan worden waargenomen en ondubbelzinnig is. Feiten moeten voor iedereen gelijk zijn om als basis voor debatten te kunnen dienen. Daarvoor zijn twee dingen nodig. Ten eerste neutrale instellingen die volgens uniforme maatstaven werken en de feiten leveren. Lange tijd waren dat de overheidsbureaus voor de statistiek en de universiteiten. En wat nog belangrijker is: het tijdperk van de feiten heeft mensen nodig die gebruikmaken van hun verstand. Bij twijfel moet iedereen in staat en voornemens zijn om uitspraken op plausibiliteit te toetsen. Zijn ze in tegenspraak met andere plausibele uitspraken of met wat ik met mijn zintuigen als realiteit waarneem?

    De heerschappij van de feiten is natuurlijk altijd een ideaal gebleven, want helemaal verwezenlijkt is zij niet. Net als iedereen verdraaiden politici feiten in hun voordeel en soms logen ze zelfs. Maar ze mochten er niet op worden betrapt. In 2003 stelde het Pentagon alles in het werk om te verhullen dat de ‘feiten’ waarmee de inval in Irak werd gerechtvaardigd helemaal geen feiten waren. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, die deze leugens in de vergadering van de VN vertelde, werd ontmaskerd, en daarmee was zijn politieke carrière ten einde.

    The Huffington Post telde in een één uur durende toespraak van Trump 71 als feiten gepresenteerde onwaarheden

    Tegenwoordig lijkt liegen minder gevolgen te hebben. The Huffington Post telde in een één uur durende toespraak van Trump 71 als feiten gepresenteerde onwaarheden. Dit absurd hoge aantal wijst erop dat Trump, anders dan Powell, helemaal niet meer de pretentie heeft om zich aan de feiten te houden. En het maakt hem niets uit als hij wordt betrapt. ‘Calling bullshit’ noemen de Amerikanen dat: de kletspraat als zodanig benoemen. Bij PolitiFact en Politico, maar ook bij The Washington Post en The New York Times zijn journalisten actief om uitspraken van politici te verifiëren. Het zijn de schoonmaakploegen, die het publieke debat van halve waarheden en complete leugens proberen te zuiveren. Het is een ondankbare taak. Enerzijds omdat het zo veel eenvoudiger is om met modder te gooien dan om die weg te poetsen. En anderzijds omdat de feitencontroleurs nauwelijks weten door te dringen met hun eerzame betweterijen. Aantrekkelijke onwaarheden die eenmaal de wereld in zijn geholpen, zijn vrijwel niet meer weg te werken. De ‘factcheckers’ van Politico zeggen over hun werk: ‘Behalve politieke diehards schenkt niemand er veel aandacht aan.’

    In Duitsland is het niet anders. Het beste voorbeeld zijn de geruchten over vluchtelingen die in de afgelopen maanden de ronde deden. Verkrachtingen, moorden, diefstal: verhalen over criminele vluchtelingen verspreidden zich vooral snel in de turbulentste fase van de crisis in de herfst van vorig jaar – ook al was er in heel veel gevallen weinig tot niets van waar. Namen plaatselijke kranten of het internetproject Mimikama de moeite om de berichten te verifiëren, dan kregen ze voor hun rectificaties nog maar een fractie van de aandacht. Bij tegenstanders van het toelaten van vluchtelingen komt de weerlegging van geruchten vaak niet aan omdat ze op internet altijd alleen maar meer krijgen van wat ze al hebben aangeklikt: meer geruchten over vluchtelingen.

    Niet alleen vastberaden populisten bij de AfD, maar ook andere politici nemen het niet meer zo nauw met de feiten. Minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière zei eerder dit jaar dat 30 procent van de vermeende Syriërs in Duitsland helemaal niet uit Syrië kwam. Bewijs hiervoor heeft zijn ministerie nooit kunnen leveren.
    Kennelijk zijn de zuilen waarop de heerschappij van de feiten rustte aan het wankelen geraakt.

    Op de eerste plaats zijn dat de instellingen die verantwoordelijk zijn voor de feiten. Die zijn gepolitiseerd, zegt de politiek econoom Davies. Als feiten en cijfers de maatstaven in publieke debatten zijn, willen politici en belangengroepen dat zij daardoor worden gestaafd. Elke partij houdt er eigen feitenleveranciers op na en probeert met hun hulp het eigen standpunt een aura van wetenschappelijke onaantastbaarheid te verlenen. Uiteindelijk ziet de politiek eruit als een ‘wetenschappelijke oefening’, schrijft Davies: een aaneenschakeling van probleemscenario’s waarvoor telkens een optimale oplossing is. Die moet je alleen maar zien te vinden, met behulp van zo veel mogelijk informatie. Daarvandaan is het nog maar een kleine stap naar een politiek ‘zonder alternatief’, zoals Angela Merkel die beroemd heeft gemaakt. Zo heeft de politiek de wetenschap gepolitiseerd en verzwakt, stelt Davies. ‘Evidence based politics, op bewijs gestoelde politiek, is er al te lang om nog zomaar voor lief te worden genomen. De mensen begrijpen dat het vaak een hoop op politiek gestoeld bewijs betreft.’

    Genoeg van deskundigen

    Nu was de wetenschap nooit onschuldig. De nazi’s misbruikten al wetenschappelijke en pseudowetenschappelijke inzichten om hun vernietigingen te motiveren. Nieuw is dat de wetenschappers inmiddels al zo in diskrediet lijken te zijn gebracht dat veel mensen hen principieel niet meer geloven. In het debat rond Brexit werd dat een probleem voor de Remain-campagne. ‘Wanneer de tegenstanders van uittreding met hun feiten, voorspellingen en modellen kwamen, hoopten ze dat die zouden worden ontvangen als iets wat buiten het politieke gekissebis stond,’ schrijft Davies. Ze hoopten nog op de neutrale autoriteit van de feiten.

    Maar juist de economie, het terrein waarop de voorstanders van de EU verondersteld werden de duidelijkste voordelen te hebben, geldt nauwelijks nog als apolitieke wetenschap. Wie zich tegenwoordig op het IMF beroept, zoals ook de tegenstanders van Brexit deden, plaatst zichzelf vooral politiek gezien in het kamp van het mondiale financiële liberalisme. Zo ontstond uit de feiten die de tegenstanders aanvoerden in de ogen van veel kiezers opnieuw een vooringenomen verhaal: even waar als dat van de tegenpartij, alleen droger en bovendien meer belerend. De Conservatieve politicus Michael Gove, een van de belangrijkste voorstanders van Brexit, vatte het aldus samen: ‘Het Britse volk heeft genoeg van deskundigen.’

    De teloorgang van de feiten heeft twee tegengestelde spirituele stromingen van de afgelopen decennia in de hand gewerkt. Aan de ene kant het religieuze fundamentalisme: de waarheid kan alleen van God komen. En aan de andere kant het academische postmodernisme, waarvoor zoiets als een objectieve waarheid toch al niet bestaat, omdat realiteit door taal tot stand wordt gebracht. Religieuze fundamentalisten en linkse academici zijn het erover eens ‘dat empirie een misvatting is’, zoals Lepore het formuleert.

    En dan het internet. Nee, dat is niet schuldig aan de Brexit. Het maakt alleen de verspreiding van de bullshit eenvoudiger en de controle lastiger. Op internet verspreiden de luidruchtigste, emotioneelste berichten zich het snelst, ongeacht of ze inhoudelijk kloppen. Bovendien staat elk bericht op zichzelf, en als dat elders wordt weerlegd, worden andere lezers bereikt. Blogger en auteur Sascha Lobo schrijft: ‘De publieke opinie op internet in de huidige vorm heeft geen geheugen, maar laat zich leiden door overhaaste, emotionele reacties. Daarmee ontbreekt de afstemming met feiten of eerdere uitlatingen.’ Bovendien, zo stelt Lepore, zijn we er zo aan gewend geraakt kant-en-klare kennis van internet te halen (Wikipedia!) dat we verleren om de uitspraken te toetsen op plausibiliteit. Zo raakt de tweede zuil aan het wankelen: die van het verstand.

    Het is niet de zaak van financiële markten en bookmakers om de waarheid te laten zien, maar om stemmingen weer te geven

    Lepore en Davies kondigen daarom een nieuw tijdperk aan, dat van de data. Die onderscheiden zich van feiten doordat ze zowel juist als onjuist kunnen zijn. Die data zwerven over het net. Ze worden niet meer geverifieerd volgens uniforme maatstaven, maar door computers verzameld en beschikbaar gemaakt. De computers maakt het niet uit wat hun data over de werkelijkheid zeggen – en de gebruikers, wij dus, inmiddels ook niet meer.

    Opnieuw is de Brexit een goed voorbeeld: in de dagen vóór het referendum keek het publiek naar de data van de valutamarkten en bookmakers om een vermeende realiteit over de stemming in het land af te lezen. Terwijl die data heel iets anders weergaven: de noteringen gaven aan hoe goed de gokkers de inschattingen van de opiniepeilingen voorafgaand aan de stemming vonden. En de valutakoersen lieten alleen zien hoe de beleggers dachten over hoe de Britten dachten. Het waren geen feiten, maar meningen over meningen. Davies schrijft over financiële markten en bookmakers: ‘Het is niet hun zaak om de waarheid te laten zien, maar om stemmingen weer te geven.’ Als deze op data gebaseerde stemmingsnoteringen zelf centraal komen te staan in de publieke opinie, dan heeft die een probleem. Dan is de publieke opinie namelijk meer bezig met de duiding van de realiteit dan met de feiten die deze realiteit vormen.

    Bij de debatten tijdens de voorverkiezingen in de VS trad dit fenomeen nog duidelijker aan het licht. Terwijl de kandidaten nog op het podium stonden, kon er online worden gestemd: wie had er gewonnen? Die resultaten, die meningen dus, werden na de debatten zelf bepalend nieuws. Wie de meeste stemmen had gekregen, was de winnaar van het debat. De vraag wie er gelijk had, kwam op de tweede plaats te staan. Net als bij het gerechtelijke tweegevecht in de middeleeuwen of bij een ruzie over een schepje in de zandbak. ‘Dat is wat de mensen bedoelen als ze zeggen dat deze debatten kinderachtig zijn’, schrijft Lepore.

    In Groot-Brittannië heeft het Brexit-kamp de strijd gewonnen. En wat nu? De winnaars laten hun gezwets van gisteren voor wat het is. De ochtend na de verkiezingen vroeg een televisiejournaliste naar de omineuze 350 miljoen pond. De ‘Leavers’ hadden beloofd het geld in het nationale zorgstelsel te steken. Maar Nigel Farage wilde daar niets meer van weten. ‘Dat was een van de fouten die in de Leave-campagne zijn gemaakt,’ zei hij. Een fout die hem kennelijk pas na de verkiezingen was opgevallen. En zijn medestrijder Iain Duncan Smith zei over de belofte: ‘We zijn nooit verplichtingen aangegaan. De beloften die we hebben gedaan, waren slechts mogelijkheden.’

    Zo worden toezeggingen behendig ingetrokken en zijn er in plaats van feiten en realiteit alleen nog maar vrijblijvende uitlatingen. Dus alles klopt. Of toch ook weer niet.

    Auteur: Lenz Jacobsen
    Vertaler: Pieter Streutker

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

  • Dossier: Waarom de leugen regeert

    Dossier: Waarom de leugen regeert

    Feiten zijn passé.

    We leven in het feitenvrije tijdperk, zeggen deskundigen. Politici als Trump, Poetin en Nigel Farage liegen er lustig op los, zonder dat het hun aanhang veel lijkt te kunnen schelen. Is het werkelijk zo veel erger dan vroeger? Hoe kan dat dan? En wat is er zo aantrekkelijk aan een leider die spot met de waarheid?

    1. Welkom in het feitenvrije tijdperk

    2. Het succes van fact free politics verklaard

    3. Lak aan de waarheid

    4. Onwetendheid als deugd, Poetins digitale soldaatjes, De invloed van technologie en Zo erg is het niet

    © Paul Faassen
    © Paul Faassen