Tag: tinder

  • Online daten is uit. Romantiek in het echte leven is in

    Online daten is uit. Romantiek in het echte leven is in

    Bijna drieënhalf miljoen Canadezen gebruiken datingapps. Nu het erop begint te lijken dat algoritmes, ghosting en catfishing bepalen wie in aanmerking komt, is volgens Treena Orchard tijd om terug te keren naar een ontmoeting in het echte leven.

    In 2017, na een paar jaar single te zijn geweest, wilde ik me weer op de datingmarkt wagen. Ik was net gestopt met drinken, dus ik ontweek liever mijn vaste bars in London, Ontario. In plaats daarvan sprong ik via Bumble in de wereld van digitaal daten, waarbij vrouwen destijds het eerste bericht moesten sturen. Ik dacht: Dat is feministisch. Ik ben een feminist. Ik geef het een kans! 

    Mijn eerste paar maanden online vormden een emotioneel uitputtende opleiding. Ik leerde dat een man die zegt dat hij anderhalve meter lang is, ook anderhalve meter lang kan zijn; dat het heel gebruikelijk is dat mensen belachelijk oude foto’s plaatsen om zichzelf jonger te laten lijken en dat catfishing, het gebruik van nepfoto’s, de normaalste zaak van de wereld is. Ik ben ooit twee keer door dezelfde man gecatfisht. Toen we elkaar ontmoetten, leek hij in niets op zijn foto’s. Ik heb hem na onze date uit mijn matches verwijderd, omdat hij via de app om geld begon te vragen. Een paar jaar later hadden hij en ik opnieuw contact; hij had een nieuwe reeks nepfoto’s gebruikt. Toen hij bij mijn huis aankwam, ontkende hij dat hij me had gecatfisht en schonk hij zichzelf ongevraagd een drankje in. Ik vroeg hem om te vertrekken, waarop hij me nog voordat hij zelfs maar in zijn taxi was gestapt verwijderde – en voordat ik hem kon aangeven. (Maar ja, wat kan Tinder ook met een stel nepfoto’s?)

    Door deze en andere bizarre datingavonturen begon ik me af te vragen of de apps gewoon slecht waren, of dat ik iets verkeerd deed. Waarom gaan ze er allemaal ineens vandoor? vroeg ik me af. Wat is er mis met mij? Maar ik ben niet de enige. Tegenwoordig gebruiken bijna drieënhalf miljoen Canadezen datingapps, en velen zijn het erover eens dat swipen dystopisch is geworden. We vertrouwen nu op algoritmen om ons potentiële partners aan te bevelen alsof het om een bezorgdienst of reisje gaat.

    Gamificering

    Apps moedigen ons via dwingende meldingen bovendien aan om vooral actief te blijven: ‘Het is tijd om te swipen!’ en ‘Laat je match niet hangen!’ Dit verslavende, orwelliaanse model heeft matchen gegamificeerd, en ik maak me zorgen over waar dit heen gaat. Onlangs had Bumble het zelfs over de toevoeging van persoonlijke, door AI aangedreven ‘datingconciërges’ die een match in opdracht van de menselijke gebruiker konden onderzoeken. Zou mijn AI-avatar beter zijn in het kiezen van een partner voor mij dan ikzelf? Het is een griezelige gedachte.

    Als antropoloog bestaat een deel van mijn werk uit het bestuderen van de aard van moderne relaties – en ik heb ontdekt dat er veel bedrog bestaat onder online daters. Nieuw onderzoek suggereert dat veelvuldig gebruik van de apps de kans op bedrog doet toenemen. (Noem het het ‘gras is groener’-effect.) We weten niet hoe app-gebaseerd daten ons op de lange termijn zal beïnvloeden, maar uit een onderzoek van afgelopen januari is gebleken dat stellen die elkaar via een app ontmoeten minder snel een stabiel en bevredigend huwelijk zullen hebben. Bij jonge volwassenen kan overmatig swipen leiden tot een combinatie van te hoge eisen aan je partner en een minder goed gevoel over jezelf. Over het algemeen weerhoudt het swipen een groot aantal mensen ervan elkaar te behandelen met het respect dat ze wel zouden tonen aan iemand die voor hun neus stond.

    Door alle keuze zijn we bovendien verdeelder dan ooit: voor heteroseksuele daters is er een politieke kloof ontstaan ​​onder achttien- tot dertigjarigen: vrouwen zijn 30 procent liberaler dan mannen. En een kwart van alle volwassenen en twee derde van de jongeren rapporteert aanhoudende gevoelens van eenzaamheid. Dit alles heeft, zoals te verwachten, tot een terugslag geleid. Leden van Generatie Z gebruiken datingapps veel minder dan hun millennial-tegenhangers.

    Interpersoonlijke vaardigheden kunnen afnemen als we het grootste deel van ons romantische leven swipend doorbrengen

    Dit is wat ik voorstel om onze duistere, schijnbaar beschadigde datingcultuur te herstellen: een terugkeer naar échte, real life-ontmoetingen, ofwel, zoals sommigen zeggen; ‘rewilding’. Het ontmoeten van potentiële partners in de fysieke wereld vermindert niet alleen onze digitale afhankelijkheid, het kan ook de afstand wegnemen die door de apps wordt gecreëerd. Het dwingt ons om gebruik te maken van onze interpersoonlijke vaardigheden, die kunnen afnemen als we het grootste deel van ons romantische leven swipend doorbrengen.

    Daten in 2D brengt onzekerheid met zich mee (over zaken als wie het eerste bericht gaat sturen), de angst te worden geghost en, in mijn geval, of de persoon met wie we praten wel of niet daadwerkelijk is wie hij zegt dat hij is. Mensen in levenden lijve leren kennen kan ingewikkeld zijn, en soms beangstigend, maar we kunnen al onze zintuiglijke input en persoonlijke feedback inzetten om de situatie binnen enkele seconden in te schatten: is deze persoon veilig? Is deze dynamiek sexy? Moet ik het gesprek voortzetten? Het mooiste is nog dat interacties in het echte leven onze empathie kunnen vergroten.

    Een heropleving van IRL-dating [in real life] is al aan de gang. In de VS groeide het aantal bezoekers aan persoonlijke evenementen, zoals singlesmixers en trivia-avonden, tussen 2022 en 2023 met ruim 40 procent, volgens gegevens van Eventbrite. Speeddaten, ooit gezien als een overblijfsel uit eind jaren negentig en begin jaren 2000, beleeft ook een comeback. In Canada organiseren initiatieven als Single in the City en Speed ​​Dating Canada bijeenkomsten, vaak in restaurants of bars, waar deelnemers steeds een aantal minuten met een tiental anderen kunnen daten, waarna ze de namen van de mensen die ze leuk vinden op een kaart schrijven. De organisatoren (en niet de AI-avatars) bepalen vervolgens de matches voor een meer officiële, persoonlijke date.

    Zelfs persoonlijke contactadvertenties raken weer in zwang. Singles stellen zich voor op internetfora en, zo nu en dan, in de advertentieruimte op een billboard. Er zijn ook minder nicheachtige opties, zoals singles-sportclubs, maar met een nieuwe twist. Afgelopen juni lanceerde Tinder een samenwerking met trainingsapp Runna, een hardloopclub voor singles in Londen, Engeland. Elders, in Los Angeles, organiseerden drie stand-upcomedians onlangs een show waarin de single centraal stond, waarbij ze de leden van het publiek matchten ‘op basis van de vibe’.

    Real life-verbinding

    Ik pleit niet voor een volledige uitroeiing van datingapps. Daarvoor zijn ze sowieso veel te diep verankerd in de samenleving. En ze hebben hun goede kanten. Ze boden me de mogelijkheid om contact te leggen met mensen die ik anders nooit zou hebben ontmoet, en moedigden me aan om op date te gaan met mannen die ik anders niet als ‘mijn type’ zou hebben beschouwd. Tijdens de pandemie datete ik anderhalf jaar met een man die zeventien jaar jonger was dan ik. Daarmee ontkrachtte ik het idee dat jongere mannen vrouwen in de veertig automatisch afschreven als ‘te oud’. 

    Toch is het misschien niet verstandig om alleen op Tinder en de andere op swipen gerichte apps te vertrouwen. Als digitaal hulpmiddel werken ze uitstekend, maar niet als doel op zichzelf.

    Door IRL-daten kunnen we op verschillende plekken een partner ontmoeten: op de werkvloer, via vrienden of via een van onze hobby’s. Als we alleen op het algoritme vertrouwen lopen we mogelijk die willekeurige, prachtige, onverwachte vonk mis die kan overslaan tussen mensen, en die juist zo bepalend is voor ons mens-zijn. Ook al leidt het niet tot een langdurige relatie, voor het smeden van een wederzijdse connectie gaat niets boven een real life-verbinding. Daar zijn we sociale wezens voor.

    Treena Orchard is universitair hoofddocent aan de School of Health Studies van Western University en auteur van Sticky, Sexy, Sad: Swipe Culture and the Darker Side of Dating Apps.

  • Soldaten in Oekraïne worden geconfronteerd met de gevaren van datingapps

    Soldaten in Oekraïne worden geconfronteerd met de gevaren van datingapps

    Veel soldaten chatten met vrouwen op deze sites om aan hun eenzaamheid te ontsnappen, met het risico dat ze het doelwit worden van de Russen of slachtoffer van financiële oplichting.

    Zijn paar dagen verlof zien er veelbelovend uit. Op deze februarimorgen in Vinnytsja, in centraal Oekraïne, is Ihor Fesik, 33, er al in geslaagd een ontmoeting te regelen met een van de vrouwen met wie hij chat op een datingapp als hij aan het front is. Hij is lid van de 59e brigade, waarvan de mannen als helden worden beschouwd na de verdediging van Mykolajiv, Cherson en Avdijivka. Op zijn Tinder- en Badoo-profielen, zijn twee favoriete sites, heeft Ihor zijn beste selfie gepost: gespannen spieren, pet achterstevoren op en een speelse glimlach onder zijn rode baard en blauwe ogen. Op de tailleband van zijn uniform zit een sticker met de tekst ‘Donor van orgasmes’.

    Voor de Russische invasie in februari 2022 bezocht Ihor Fesik al datingwebsites. Toen het grootschalige offensief begon, ging deze voormalige muzikant, die werkzaam was als voiceoverartiest in reclamespots, als vrijwilliger het leger in en stopte met al zijn uitwisselingen. Anderhalf jaar lang dacht hij er niet eens meer aan. ‘Ik had er de tijd niet voor en de schok was te groot,’ herinnert hij zich. Toen de oorlog voortduurde, kwam daar verandering in. ‘Ik moest met vrouwen praten – er waren er geen in mijn eenheid. Het is een manier om mezelf af te leiden. En ik voel me minder alleen.’

    Veel soldaten gaan net als hij naar datingsites als ze op missie zijn. Na twee jaar in de strijd, ver van huis, weegt eenzaamheid zwaar op sommige van deze mannen, die vaak meer geïnteresseerd zijn in praten, hun gedachten verzetten en morele steun dan in het opbouwen van een relatie.

    Maar in oorlogstijd kunnen datingapps gevaarlijk zijn voor soldaten. Zo kan de vijand er misbruik van maken door gevoelige informatie los te krijgen. Het Oekraïense leger is zich bewust van het gevaar en waarschuwt zijn troepen. ‘We weten dat Rusland alle middelen gebruikt, inclusief deze applicaties, om gegevens te verzamelen,’ zegt Natalja Hoemenjoek, woordvoerder van het militaire commando in het zuiden van het land. ‘We houden dit probleem nauwlettend in de gaten en communiceren er voortdurend over in de brigades.’

    ‘Waar ben je? Wat doe je?’

    Oekraïne is des te voorzichtiger omdat het zelf ook deze methode gebruikt, aldus een militair functionaris die verantwoordelijk is voor de rekrutering bij de marine van Odessa. ‘Onze jongens gebruiken deze applicaties om contact te leggen met Russische militairen en uit te zoeken waar ze zijn,’ zegt Volodymyr (hij wil zijn achternaam niet geven), 48 jaar. ‘Maar aan de andere kant weten we dat ze niet dom zijn en dat hun commandanten hun vertellen voorzichtig te zijn.’ 

    Om de risico’s te beperken, reguleert het Oekraïense leger strikt het gebruik van datingsites en sociale netwerken in gevechtszones. ‘Het is niet verboden en de meeste soldaten verwijderen deze applicaties zelf,’ legt majoor Serhi (56) uit, een lid van de 59e brigade (zijn achternaam wordt om veiligheidsredenen geheim gehouden). ‘Maar gezien hun jonge leeftijd voelen ze de behoefte om met vrouwen te praten, en dat kan tot problemen leiden. Voor sommige eenheden moeten we de instructies controleren en formaliseren.’ Soldaten moeten met name een document ondertekenen waarin staat dat het gebruik van datingapplicaties en sociale netwerken dient te worden vermeden. Een bureau verbonden aan de Oekraïense Veiligheidsdienst (SBU) is verantwoordelijk voor het controleren wie de telefoons gebruikt en waarvandaan en naar wie de berichten worden verstuurd. 

    Uit angst om hun positie of de aard van hun missie opnieuw te moeten evalueren, hebben de soldaten, van wie de meesten voor de invasie burgers waren, geleerd om de vragen die in het dagelijks leven worden gesteld – ‘Waar ben je? Wat doe je?’ – te negeren.

    Zelfs de vrouwen met wie ze praten gaan voorzichtig te werk om geen fouten te maken. ‘Ik vraag bepaalde dingen niet, zodat ze zich niet ongemakkelijk voelen of de indruk krijgen dat ik informatie uit ze probeer te krijgen,’ zegt Victoria Doebkovska, 20, die in een café in Vinnytsja werkt. Deze zangeres met lang blond haar en goed verzorgde make-up, die graag op Tinder zit, herinnert zich dat ze een jonge soldaat aan het front vroeg hoe zijn dag was verlopen. ‘Ik had er meteen spijt van. Ik zei tegen mezelf: wat vraag ik hem in hemelsnaam? Hij was aan de frontlinie aan het vechten!’ 

    De uitwisselingen, die vaak ongemakkelijk zijn, onthullen de kloof tussen het dagelijks leven van soldaten en dat van burgers. ‘Na verloop van tijd realiseerde ik me dat het beter was om te vragen “Hoe voel je je?”, om legergerelateerde onderwerpen te vermijden en meer over mijn eigen belevenissen te vertellen,’ zegt Victoria. ‘Op die manier kan je ze afleiden, de realiteit waarin zij leven is zo hard…’ 

    ‘Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een soldaat, omdat we dankzij hen een normaal leven kunnen blijven leiden’

    In twee jaar tijd heeft de jonge vrouw met niemand afgesproken. Een relatie opbouwen met een soldaat is ingewikkeld: deze mannen blijven vele maanden aan het front en hun verlof is kort – als ze al niet gedood worden of gewond raken. In Odessa stuit Kateryna Moesiënko, vijfentwintig jaar, regelmatig op deze moeilijkheden als ze aan het chatten is op Tinder. ‘Veel soldaten nemen contact met me op, maar als je vraagt of je ze mag ontmoeten, zeggen ze “Sorry, ik ben aan het front.” En als je ze schrijft, blijven ze twee of drie dagen stil. Daarna krijg je een berichtje: “Sorry, ik ben op missie.”’ Soms ook antwoorden ze helemaal niet. 

    Naarmate de oorlog zich voortsleepte en steeds meer mannen werden opgeroepen om zich bij het leger aan te sluiten, begonnen jonge Oekraïense vrouwen zich vragen te stellen. ‘Vandaag de dag hebben we twee opties: kiezen voor een soldaat of voor een man die thuiszit,’ merkt Victoria Doebkovska op. ‘Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een soldaat, omdat we dankzij hen een normaal leven kunnen blijven leiden.’ 

    Anderen, die liever geen relatie aangaan met een man die elk moment gedood of gewond kan raken, zijn op zoek naar ‘iemand met een document dat verklaart dat hij ongeschikt is om te vechten’, vervolgt de jonge vrouw.

    Shaytan daarentegen is gewoon op zoek naar een luisterend oor en wat troost. Deze zevenentwintigjarige militair commandant, die een enorme tatoeage op zijn gezicht heeft, vertelt zijn verhaal per videogesprek onder zijn oorlogsnaam, vanuit het gebied waar zijn aanvalsbrigade is ingezet; een met bomen omzoomde vlakte vlak bij het front. Soms verschijnen zijn strijdmakkers achter hem op het scherm, met een walkietalkie in de hand. Er klinkt een stem: ‘Pak het machinegeweer!’ 

    In deze eenheid gebruiken bijna alle soldaten tussen de achttien en vijfentwintig jaar datingapps. ‘We hebben zo’n zware taak hier dat we soms gewoon een meisje willen om mee te praten,’ legt Shaytan uit. Ze worden regelmatig toegesproken; ‘Jongens, jullie hebben hersens, dus denk twee keer na voordat je een meisje boven je eigen veiligheid stelt.’ 

    ‘Deze vrouwen hebben misschien geld nodig, maar wat wij willen is dat ze echt van ons houden ‘

    Maar op dit moment zijn het niet zozeer nep-Russische accounts als wel oplichterspraktijken waar soldaten op datingapps voor moeten waken. Oekraïense vrouwen, aangetrokken door de salarissen van militairen – tussen de 50.000 en 130.000 hryvnias (€ 1180 tot € 3070) – nemen contact op en doen zich voor als eenzaam en berooid. ‘Tegenwoordig denken vrouwen dat als je in het leger zit, je genoeg geld hebt, dus we krijgen veel verzoeken,’ beaamt Shaytan, die zich na de Russische invasie als vrijwilliger aanmeldde. ‘Ze zijn tussen de twintig en dertig jaar oud en schrijven bijvoorbeeld: “Ik ben een alleenstaande moeder, help me alsjeblieft.” Maar zodra je dan geld stuurt, zijn ze weg.’ Hoewel hij al verschillende keren is bedrogen, blijft hij 2000 of 3000 hryvnias (€ 47 tot € 71) geven aan wie hem dat vraagt, ‘voor het geval het echt waar is, om hen te helpen’.

    Zulke praktijken werken allerminst opbeurend en verlagen het moreel van de soldaten. ‘Deze vrouwen hebben misschien geld nodig,’ zegt de jongeman, ‘maar wat wij willen is dat ze echt van ons houden, en wachten tot we veilig en wel van het front terugkeren.’ Net als in de ontroerende video’s dus van herenigingen die het Oekraïense leger op sociale netwerken plaatst, met de slogan: ‘Daar vechten we voor.’