Tag: tirannie

  • Sterk en stabiel Kameroen is een sprookje

    Sterk en stabiel Kameroen is een sprookje

    Lang stond Kameroen bekend als een rustige, vreedzame haven in een woelige regio. Maar sinds enkele jaren lijkt president Biya zich weinig aan te trekken van de gewone burger. Overheidsfunctionarissen spiegelen zich aan de werkstijl van de president, wat neerkomt op ‘niets doen, of extreem weinig’.

    Op de grofkorrelige beelden, gefilmd met een mobiele telefoon, drijven Kameroense soldaten twee vrouwen voort over een zandweg. Een van de vrouwen draagt een baby op haar rug. De andere vrouw houdt een jong meisje bij de hand. Ze worden op de voet gevolgd door een kleine menigte. De soldaten schelden de vrouwen uit, slaan ze in het gezicht. Iemand zegt: ‘BH, jullie gaan eraan.’ ‘BH’ staat voor Boko Haram, de Nigeriaanse terreurgroep, sinds een aantal jaren actief in het noorden van Kameroen, waarmee het Kameroense leger de strijd heeft aangebonden. De vrouwen worden van de weg geleid en geblinddoekt. Een soldaat trekt het zwarte T-shirt van het meisje uit en bindt het om haar hoofd. De persoon die alles filmt, vermoedelijk een soldaat, zegt: ‘We doen dit echt niet voor de lol, meisje, maar je ouders dwingen on…’ Hij wordt onderbroken door geweerschoten en de vier slachtoffers – de twee vrouwen, het meisje en de baby – vallen op de grond. Terwijl de soldaten met hun laarzen zand over de lijken schoppen, merkt een van hen dat het meisje nog leeft. Een soldaat laadt zijn geweer opnieuw en vuurt een laatste schot af. Hier eindigt het filmpje.

    In een onderzoek dat eind september werd gepubliceerd, concludeerde de BBC dat deze moorden in maart of april 2015 plaatsvonden in het dorpje Krawa Mafa. Maar het filmpje dook pas afgelopen juli op in sociale media. Regeringswoordvoerder Issa Tchiroma Bakary deed het meteen af als ‘nepnieuws’, maar kwam een maand later met de aankondiging dat zeven soldaten in verband met dit incident waren gearresteerd. Vlak voor zijn aftreden betoonde Zeid Raad al-Hussein, de chef van de VN-mensenrechtenraad, zich bezorgd in reactie op het filmpje. ‘Ik maak me ernstige zorgen dat deze moorden die op camera zijn vastgelegd geen geïsoleerde gevallen zijn.’

    Tweederangsburgers

    De terreur van Boko Haram is niet het enige probleem van Kameroen. Sinds 2016 kampt het land ook met een opstand onder de Engelstalige minderheid in de westelijke regio’s. In tegenstelling tot de strijd tegen Boko Haram, die zijn hoogtepunt in 2015 beleefde, zal dit conflict de komende maanden, zo niet jaren, zwaar drukken op de politiek en de binnenlandse veiligheid van het land.

    Met deze twee conflicten werd in de aanloop van de presidentsverkiezingen van 7 oktober serieus gezaagd aan de troon van de zittende president, Paul Biya, die zich juist jarenlang liet voorstaan op het bewaren van de vrede en de orde in een anderszins onstabiele regio. [De verkiezingen zijn inmiddels geweest. Oppositiepartij Kamto claimt te hebben gewonnen, maar de officiële uitslag laat op zich wachten. Experts verwachten dat Biya als winnaar uit de strijd zal komen en zijn zevende termijn zal ingaan.] Naar het zich laat aanzien staan hem moeilijke tijden te wachten, vergelijkbaar met enkele van de woeligste periodes uit de recente geschiedenis van het land: de mislukte coup van 1984, de wekenlange algemene staking tegen het bewind in 1991, en de straatprotesten tegen de stijgende voedselprijzen in 2008, waarbij meer dan honderd doden vielen.

    De crisis rondom de Engelstalige minderheid, die in oktober 2016 uitbrak, resoneert in het hele land. Dit heeft twee redenen. Ten eerste zijn de Engelstalige militante groeperingen, anders dan Boko Haram, ontstaan op eigen bodem. Ten tweede worden de grieven van de separatisten over het gebrek aan ontwikkeling en kansen gedeeld door veel burgers. Het conflict vindt zijn oorsprong in de complexe geschiedenis van Kameroen. Als voormalige Duitse kolonie werd het land na de Eerste Wereldoorlog opgesplitst in een Frans en Engels protectoraat, dat ieder de taal van het ‘moederland’ als voertaal instelde, hoewel er tot op de dag van vandaag nog altijd meer dan tweehonderd talen worden gesproken. In 1961, een jaar na de onafhankelijkheid, stemde de helft van de Engelssprekenden voor aansluiting bij buurland Nigeria, terwijl de andere helft ervoor koos een federatie te vormen met het Franstalige deel van Kameroen.

    De Engelstalige Kameroeners, die in twee regio’s wonen en officieel een zesde van de totale bevolking uitmaken, voelen zich sindsdien behandeld als tweederangsburgers. Ze klagen over het gebrek aan investeringen en beleidsmaatregelen die indruisen tegen het beloofde federalisme. Zo wordt het gebruik van de Franse taal overal doorgedrukt, ten koste van het Engels. Eind 2016 kwam het tot een uitbarsting, toen advocaten en leraren, gefrustreerd over de opmars van het Frans in plaatselijke scholen en rechtbanken, de straat op gingen. De betogingen breidden zich razendsnel uit en werden hard neergeslagen. Een jaar later, op 1 oktober 2017, vonden in diverse steden in de twee Engelstalige provincies, Zuidwest en Noordwest, vreedzame marsen plaats. Een aantal separatisten riep een onafhankelijke staat uit; Ambazonia, vernoemd naar de Ambas Baai aan de Atlantische kust, waarop veiligheidstroepen hardhandig ingrepen. Er vielen meer dan twintig doden en honderden betogers belandden in de gevangenis, aldus Amnesty International.

    De vrouwen die ervan werden beschuldigd bij Boko Haram te horen worden samen met hun kinderen door een groep soldaten naar de dood geleid. Still uit het filmpje dat viral ging.
    De vrouwen die ervan werden beschuldigd bij Boko Haram te horen worden samen met hun kinderen door een groep soldaten naar de dood geleid. Still uit het filmpje dat viral ging.

    David, een Engelstalige Kameroen, herinnert zich het harde optreden van de veiligheidstroepen nog goed. Hij liep met zijn familie mee in een vreedzame mars toen de soldaten het vuur opende. Zijn broer werd dodelijk geraakt. De familie ontvluchtte de plaats des onheils, op de voet gevolgd door de soldaten, die vervolgens hun dorp aanvielen. De dorpelingen verscholen zich in de jungle en staken de grens over met Nigeria. Liever dan als vluchteling door het leven te gaan, nam David – niet zijn echte naam – de wapens op. ‘Ik wil me wreken, want dit is mijn land.’ Hij sloot zich aan bij de Ambazonia Defense Force (ADF), een groepering die zo’n 1500 strijdkrachten telt, verspreid over twintig kampen. De meeste strijders hebben alleen oude jachtgeweren, maar tegenover hun povere uitrusting staat een ongekende strijdlust.

    Ik ontmoette David in juli toen ik als embedded journalist meeliep met de ADF in de graslanden in Zuidwest. Het is een moeilijk toegankelijk gebied, ten eerste omdat de regering journalisten uit de regio weert en ten tweede omdat de transportinfrastructuur er veel te wensen overlaat. Het leent zich dus perfect voor een guerilla; Kameroense soldaten wagen zich zelden buiten bewoond gebied. Er zijn een handvol Engelstalige milities actief. Volgens de regering hebben deze milities meer dan 120 leden van de veiligheidstroepen gedood, maar het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger. De separatisten hebben ook civiele ambtenaren en tribale leiders die aan de kant van de regering staan ontvoerd, en in sommige gevallen gemarteld en vermoord. Mensenrechtenorganisaties hebben de gewapende milities ervan beschuldigd scholen, soms met geweld, te sluiten. Volgens Amnesty zijn 42 scholen aangevallen. De separatisten maken zich schuldig aan mensenrechtenschendingen: volgens Amnesty hebben ze dit jaar meer dan vierhonderd burgers geëxecuteerd, en volgens Human Rights Watch en de BBC zijn minstens twintig dorpen platgebrand. Talloze aanvallen zijn waarschijnlijk niet eens gemeld.

    Naar schatting zijn 256 duizend Kameroeners door het escalerende conflict ontheemd. Een van hen is Charity Achu, een kapster die een eigen salon had in de provincie Zuidwest. Op een dag vielen soldaten haar dorp binnen en begonnen in het wilde weg te schieten. Halsoverkop ontvluchtte ze samen met haar man en hun vier kinderen het huis, met achterlating van al hun bezittingen. De jongste, een baby nog, droeg ze in haar armen. Vijf maanden hield het gezin zich schuil in de jungle, waar ze met moeite wisten te overleven. Achu vernam van andere vluchtelingen dat drie van haar broers waren vermoord. Het gezin bereikte uiteindelijk een dorp aan de kust. ‘Behalve de kleren aan ons lijf hadden we niets’, vertelt ze. ‘We waren gedwongen te bedelen.’ Ze kregen schone kleding van behulpzame dorpsbewoners en vluchtten met een bootje naar Nigeria, dat volgens de Verenigde Naties inmiddels meer dan 21 duizend Kameroense vluchtelingen telt.

    Hoewel de oppositiepartij de verkiezingen van 9 okt. j.l. claimt te hebben gewonnen, verwachten experts dat Paul Biya zijn zevende termijn als president zal ingaan. – © AP Photo / Sunday Alamba
    Hoewel de oppositiepartij de verkiezingen van 9 okt. j.l. claimt te hebben gewonnen, verwachten experts dat Paul Biya zijn zevende termijn als president zal ingaan. – © AP Photo / Sunday Alamba

    De oppositie is het erover eens dat een dialoog met de Engelstalige Kameroeners en meer autonomie van de Engelstalige regio’s kunnen bijdragen aan de beëindiging van het conflict. President Biya heeft onlangs een Ministerie voor Decentralisatie in het leven geroepen en twee Engelstaligen aan het hoofd van andere ministeries geplaatst. Maar zijn regering weigert te onderhandelen met de Engelstalige leiders, die als terroristen worden beschouwd. En Ayuk Tabe, de eerste president van de interim-regering van Ambazonia, die in januari werd opgepakt, zit nog altijd zonder enig vorm van proces vast. De halsstarrige weigering om te onderhandelen heeft de roep om onafhankelijkheid alleen maar aangewakkerd; wat in de Engelssprekende regio’s ooit de wens van een splinterbeweging was, wordt nu meer en meer omarmd. Ondertussen werkt het conflict onder de Franstalige bevolking als een splijtzwam. Anders dan het streven van Boko Haram naar een fundamentalistisch-islamitische staat, kan de roep van de Engelstaligen om beter bestuur en betere basisinfrastructuur rekenen op veel bijval. In de afgelopen tien jaar heb ik alle uithoeken van het land bezocht en de wensenlijst is overal hetzelfde: goede wegen, een ziekenhuis en een school, kortom basisvoorzieningen die de staat domweg niet levert. Op sociale media werd om die reden vooral aan het begin van deze crisis veelvuldig geschreven dat de Engelstaligen met hun roep om beter bestuur als voorbeeld konden dienen voor de rest van het land.

    Voor veel Kameroeners bevestigen de mensenrechtenschendingen die in de Engelstalige gebieden door de veiligheidstroepen worden begaan het beeld dat de regering zich weinig gelegen laat liggen aan de gewone burger. In veel opzichten is het soms willekeurige geweld van het leger exemplarisch voor de regering in het algemeen. ‘Het is een soort gedecentraliseerde tirannie’, zegt de prominente Kameroense politieke filosoof Achille Mbembe. ‘Dat betekent dat iedere staatsambtenaar op zijn eigen, lage niveau een kleine tiran is. Het is een opmerkelijke democratisering van autoritaire dynamiek.’

    De integriteit van staatsambtenaren is af te lezen aan de kwaliteit van hun maatpakken en horloges

    Het hart van dit regeringsapparaat bevindt zich in Yaoundé, de groene heuvelachtige hoofdstad in het binnenland. De ministeries zijn gehuisvest in een handvol sjieke art-decogebouwen die in de jaren zeventig niet ver van de breedste boulevard zijn gebouwd. Zet één stap over de drempel, en alle glans verbleekt. Gammele liften brengen bezoekers naar donkere gangen met versleten tapijten. Achter de deuren in deze gangen gaan sjofele kantoren schuil waar regeringsambtenaren onderuitgezakt in hun bureaustoel een dutje doen, de krant lezen of vastgekluisterd zitten aan hun mobiele telefoon. De werkdagen zijn kort. Tot elf uur ’s ochtends melden secretaresses dat hun bazen ‘ieder moment kunnen binnenlopen’ en na vier uur ’s middags zijn ze meestal ‘in vergadering’.

    Mbembe legt uit dat deze overheidsfunctionarissen zich spiegelen aan de werkstijl van president Biya zelf, wat neerkomt op ‘niets uitvoeren, of extreem weinig’. Biya brengt een groot deel van zijn tijd in het buitenland door, meestal in een vijfsterrenhotel in Genève. Van de 36 jaar dat hij nu president is, is hij opgeteld zo’n viereneenhalf jaar op privéreisjes naar het buitenland geweest. Hoewel het salaris van staatsambtenaren niet hoog is, gelden overheidsfuncties doorgaans als de best betaalde baantjes vanwege de wijdverbeide corruptie en de hoge dagvergoedingen die overheidsmedewerkers krijgen voor het bijwonen van vergaderingen. Een van mijn vrienden die voor een multilaterale organisatie werkt, zegt dat hij de integriteit van staatsambtenaren kan aflezen aan de kwaliteit van hun maatpakken en horloges.

    Om zijn greep op de macht te behouden, houdt president Biya deze worsten aan vriend én vijand voor. Hij schuift hun bovendien lucratieve baantjes toe, zoals ministerposten of directeursfuncties van overheidsbedrijven. Met name potentiële opponenten worden op die manier afgekocht. Gedurende zijn regeerperiode heeft deze aanpak Biya genoopt tot het vinden van creatieve oplossingen bij het in steeds kleinere punten snijden van de overheidstaart, wat ertoe heeft geleid dat er inmiddels 64 ministers en staatssecretarissen zijn. Het onderwijs alleen al is verdeeld over vier ministeries: een voor de lagere school, een voor de middelbare school, een voor hoger onderwijs en een voor beroepsonderwijs. Biya heeft ook altijd een stok achter de deur voor wanneer zijn positie wordt bedreigd. Hij degradeert zijn ondergeschikten wanneer het hem uitkomt en desnoods zet hij ze achter slot en grendel. Er zitten ondertussen zoveel hoge functionarissen in de bekende Kondengui-gevangenis in Yaoundé, meestal op beschuldiging van corruptie, dat het hele land de grap kent dat ze een schaduwregering kunnen vormen. Dankzij deze tactieken is Biya het op één na langst zittende niet-koninklijke staatshoofd; na de president van zuiderbuur Equatoriaal-Guinea, Teodoro Obiang Nguema, die sinds 1979 aan het roer staat.

    Buitenlandse investeerders

    De internationale gemeenschap heeft Kameroen decennialang bewierookt vanwege de vrede en stabiliteit, wat het land aantrekkelijk maakt voor buitenlandse investeerders. Ondanks de welig tierende corruptie blijft de internationale geldkraan open. In 2017 ontving Kameroen 700 miljoen euro aan ontwikkelingshulp. Washington haalde de banden met de Kameroense regering aan toen het land de strijd met Boko Haram aanbond, waarmee het in één klap bondgenoot werd in de oorlog tegen het terrorisme.

    Maar de Amerikaanse steun ligt onder het vergrootglas: vorig jaar onthulde Amnesty International en het onderzoeksbureau Forensic Architecture dat Kameroense soldaten vermeende Boko Haram-aanhangers hadden gemarteld op bases waar ook Amerikaanse militairen zijn gelegerd. De Amerikaanse ambassadeur in Yaoundé, Peter Henry Barlerin, die eerder nog de loftrompet over Kameroen had gestoken, koos na deze onthulling voor een hardere lijn. Na een ontmoeting met Biya verklaarde hij de ‘executies’ en ‘het plunderen en platbranden van dorpen’ in de Engelstalige regio’s ter sprake te hebben gebracht. Tevens had hij de president op het hart gedrukt ‘zich te bezinnen op zijn nalatenschap en te bedenken hoe hij de geschiedenis in wilde gaan’. Hij had er nog aan toegevoegd dat George Washington en Nelson Mandela uitstekende rolmodellen waren.

    De Kameroense regering vatte dit op als een regelrechte aanval en riep Barlerin op het matje. De ambassadeur moest verzekeren dat hij de oppositie niet financieel steunde. ‘We hebben geen voorkeur voor een presidentskandidaat’, zei hij nadien in een interview met The New York Times. ‘We zijn voor een sterk en stabiel Kameroen.’ Dat standpunt had president Macron ook al uitgedragen. In zijn samenvatting van het telefoongesprek dat hij in juli met Biya had gevoerd, liet hij in één minuut tijd vier keer het woord ‘stabiliteit’ vallen.

    Wat de crisis rondom de Engelstaligen betreft verschillen Frankrijk en de VS wel van aanpak: Frankrijk weigert tot dusver de mensenrechtenschendingen van het leger openlijk te bekritiseren. Macron benadrukt in plaats daarvan het belang van ‘nationale cohesie’, een statement waarmee hij Biya, die fel gekant is tegen onafhankelijkheid van de Engelstaligen, lijkt te steunen. Dit weerspiegelt de diepgewortelde bond tussen het regime en Frankrijk, de voormalige koloniale macht. Frankrijk heeft het bewind van Biya van meet af aan gesteund. In de loop der jaren heeft Biya Frankrijk 35 keer bezocht, volgens gegevens van het internationale journalistieke onderzoekscollectief OCCRP, en hij heeft alle Franse presidenten sinds François Mitterrand de hand geschud. Franse bedrijven hebben veel activa in het land. Het olieconcern Perenco bezit concessies voor olie-exploitatie. The Bolloré Group exploiteert een spoorlijn, de internationale containerterminal in Douala en de diepzeehaven in Kribi in de Golf van Guinea. Lafarge heeft een aantal cementfabrieken. De export van bananen en hout is grotendeels in handen van Franse bedrijven.


    Tijdens de laatste Common Wealth Games in Australië keerde een derde van de Kameroense delegatie niet huiswaarts

    Hoe de verkiezingen ook mogen uitpakken, de situatie voor de gewone bevolking zal niet een-twee-drie veranderen. In de periode van langdurige stagnatie zijn de Kameroeners geconditioneerd om klein te dromen. Veel werkeloze afgestudeerden staan met beltegoedstalletjes langs de weg, handenwringend in de genadeloze zon of in de striemende regen, wachtend op klanten. Anderen proberen op straat geld in het laatje te brengen met de verkoop van tweedehandskleren of -schoenen. Sommigen besluiten hun geluk elders te beproeven. Op internationale sportevenementen zijn er altijd wel Kameroense atleten die in het gastland achterblijven, in de hoop op een nieuw leven. Tijdens de laatste Common Wealth Games in Australië bijvoorbeeld, keerde een derde van de Kameroense delegatie niet huiswaarts. Ook bij de Olympische Spelen van 2008 in Beijing en de Olympische Spelen van 2012 in Londen ontsnapte ongeveer een derde van de Kameroense ploeg uit het atletendorp. En dan is er nog de groep die de gevaarlijke overtocht over de Middellandse Zee waagt. De frustratie wordt misschien nog het best verwoord in de populaire rapsong This Country Kills the Youth van de Kameroense rapper Valsero: ‘This country kills the youth, and the old don’t let go. Once they get in power, they don’t let go… This country is like a bomb, and for the youth, it’s a grave.’

    Auteur: Emmanuel Freudenthal
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: Op de markt in Yaounde, Kameroen. – © AP Photo /Sunday Alamba

    World Politics Review
    VS | worldpoliticsreview.com

    Platform dat diepgaande analyses biedt van internationale ontwikkelingen om deze voor beleidsmakers, academici en geïnteresseerde lezers in context te plaatsen. Onpartijdig, maar noemt zichzelf liberaal en internationaal. De content wordt geleverd door een wereldwijd netwerk van experts.

  • Hoe Venezuela onder Maduro van een democratie tot een tirannie verviel

    Hoe Venezuela onder Maduro van een democratie tot een tirannie verviel

    Het Venezuela van president Maduro is geen democratie meer, schrijft journalist Ángel Ruiz in een vlammend stuk. En het volk heeft het laten gebeuren.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen donderdag heeft het Hooggerechtshof van Venezuela de resultaten van de presidentsverkiezingen van 28 juli, die gepubliceerd zijn door de kiesraad, gevalideerd en bekrachtigd. President Nicolás Maduro werd de winnaar met 51,95 procent van de stemmen, aldus het hof.
    De oppositie verwerpt deze uitslag en beschouwt het Hooggerechtshof als een partijdige instantie die aan de leiband van Maduro meeloopt. Wie dit artikel van Ángel Ruiz van acht jaar geleden leest, begrijpt waarom de oppositie vraagtekens plaatst bij de verkiezingsuitslag. Van de drie pijlers van een democratie – scheiding van machten, vrijheid van meningsuiting en bescherming van minderheden – is in Venezuela onder Maduro zo goed als geen sprake meer, aldus Ruiz.

    Van het begin af aan heeft de zogenaamde ‘bolivariaanse revolutie’, oftewel het ‘socialisme van de eenentwintigste eeuw’, angst en haat gezaaid onder de bevolking, met als resultaat politieke discriminatie en een polarisatie die het Venezolaanse volk verdeeld houdt. Neem bijvoorbeeld de ‘lijst-Tascón’, die gebruikt werd om mensen in overheidsdienst te ontslaan of om openbare instellingen, beheerst door de PSUV (Socialistische Eenheidspartij van Venezuela), in de gelegenheid te stellen mensen te weren die geen lid waren van de regeringspartij, en meer recentelijk de vervolging die vanuit de regering door Nicolás Maduro werd ingesteld tegen mensen die een petitie hadden getekend voor een terugroepreferendum [een recht dat is verankerd in de grondwet, en dat de bevolking in staat stelt politici na de helft van hun mandaat terug te roepen].

    Een ander kenmerk van de huidige regering is machtsmisbruik. Het inzetten van de rechterlijke macht als instrument voor politieke controle, gevoegd bij vervolging van politieke dissidenten, heeft gezorgd voor een groot aantal politieke gevangenen, die wreed behandeld worden en wier rechten worden geschonden.

    Een tiran kan met geweld aan de macht komen (door een staatsgreep of een revolutie), maar ook door middel van democratische verkiezingen

    Een duidelijk voorbeeld van machtsmisbruik is ook het niet erkennen van de stembusoverwinningen van de oppositie. Het nationale parlement wordt niet erkend als politiek machtsorgaan dat brede steun onder de bevolking geniet, en in plaats daarvan hebben ze – in strijd met de grondwet – alle macht overgedragen aan de Constitutionele Kamer van het Hooggerechtshof, die gehoorzaamt aan de zogeheten ‘richtlijnen van Miraflores’ [het presidentieel paleis van Venezuela]. Bovendien heeft de regering onlangs op slinkse wijze burgemeesters van de oppositie afgezet, waarmee ze tegen de volkswil inging en apert in strijd met de grondwet handelde.

    Verder hebben de regenten, met opzet en voorbedachten rade, het productieapparaat ontregeld, wat tot grote schaarste en desintegratie heeft geleid en het Venezolaanse volk heeft verarmd. Tot overmaat van ramp hebben ze ook nog lokale comités opgericht – de zogenaamde CLAP (Lokale Bevoorradings- en Productiecomités) – om politieke controle over de voedseldistributie te houden en zo te zorgen voor afhankelijkheid van de PSUV.

    Aanhangers van president Maduro tijdens een bijeenkomst in Caracas eind oktober. – © Getty Images
    Aanhangers van president Maduro tijdens een bijeenkomst in Caracas eind oktober. – © Getty Images

    Na al die kenmerken van de regering te hebben opgesomd dienen we ons af te vragen of we in Venezuela van een democratie kunnen spreken, of dat we het een tirannie moeten noemen. Enige reflectie leidt tot een conclusie die al gemeengoed is onder de bevolking: dit is geen regering met een democratische signatuur, maar meer een tirannie. Het begrip tirannie staat gelijk aan vormen van overheersing en uitoefening van macht die we aanduiden met termen als dictatuur, absolutisme, totalitarisme en despotisme. Een tiran kan met geweld aan de macht komen (door een staatsgreep of een revolutie), maar ook door middel van democratische verkiezingen.

    De kenmerken van een tirannie zijn machtsmisbruik en het zaaien van angst onder de bevolking als middelen om haar wil op te leggen; naarmate de bevolking armer wordt en steeds minder toegang krijgt tot culturele verworvenheden, neemt de angst voor de tirannie toe.

    Niet vergeten mag worden dat democratie gekenmerkt wordt door drie fundamentele zaken: scheiding van machten, vrijheid van meningsuiting en bescherming van minderheden, dat wil zeggen dat minderheden niets in de weg mag worden gelegd om uit te groeien tot een meerderheid. Wij Venezolanen zullen niet lang aarzelen om te zeggen dat geen van die drie pijlers van de democratie in het huidige Venezuela aanwezig is.

    Nachtmerrie

    Gezien de ernst van de situatie dienen we in de eerste plaats te beseffen dat we niet net mogen doen of er niks aan de hand is en zo onze verantwoordelijkheid uit de weg gaan. En in de tweede plaats moeten we met zijn allen de handen ineen slaan om een oplossing te vinden. Niemand mag uitgesloten worden en niemand mag aan de kant blijven staan.

    Wij Venezolanen zijn voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor de nachtmerrie waarin we verkeren, omdat we niet op tijd in actie zijn gekomen om het regime in zijn machtsmisbruik de pas af te snijden, en omdat we niet op tijd de ernst inzagen van de uitspraken van het nieuwe regime – zoals ‘de koppen snellen van de tegenstanders’ en ‘socialisme of de dood’ – om maar te zwijgen van de eerste sinistere lijsten die deze regering opstelde van mensen die vervolgd dienden te worden.

  • Te wapen tegen Washington

    Te wapen tegen Washington

    Sinds 2008 heeft de Amerikaanse ‘Patriot Movement’ de wind stevig in de zeilen. De leden van de beweging willen zich zo nodig met geweld verzetten tegen de ‘tirannie’ van de Amerikaanse overheid. ‘Sheriff, er gaan doden vallen.’

    B.J. Soper richt zijn semi-automatische geweer, een AR-15, en schiet een keer of tien op het getekende silhouet van een menselijke figuur. Zijn vrouw en hun zestienjarige dochter oefenen hoe je een pistool trekt. Daarna leert Soper zijn dochtertje van vier – roze gympen en een paardenstaart – handig om te gaan met een kaliber 22-geweer.

    Diep in het hart van een gigantisch trainingscomplex van het Amerikaanse leger in Redmond (Oregon), omringd door lege kogelhulzen en aan flarden geschoten jeneverbomen, houdt de Central Oregon Constitutional Guard zijn wekelijkse schietoefening. ‘De bedoeling is dat we samenwerken en ons verdedigen als het erop aankomt,’ zegt Soper, een veertigjarige aannemer en de zelfverklaarde leider van een groeiende beweging die de federale overheid wantrouwt en steeds vaker betrokken is bij gewapende conflicten met de autoriteiten.

    Degenen die tot de beweging behoren, betitelen zichzelf als patriotten. Ze eisen dat de federale overheid zich aan de grondwet houdt en niet langer, zoals zij het zien, systematisch de rechten op grondbezit, wapenbezit, vrijheid van meningsuiting en andere verworvenheden aantast. Medewerkers van gerechtelijke instanties noemen deze mensen gevaarlijk en zeggen dat hun aantal groeit door een golf van woede die is aangezwollen sinds in 2008 de eerste zwarte president van Amerika werd gekozen en er een verlammende recessie begon.

    Tweede golf

    Twee jaar geleden richtte Soper zijn groep – ongeveer dertig mannen, vrouwen en kinderen van een handvol gezinnen – op als ‘verdedigingseenheid’ tegen ‘alle buiten- én binnenlandse vijanden’. Met dat laatste doelt hij vooral op de federale overheid, die volgens hem ongeoorloofde agressie tegen haar eigen bevolking begaat.

    De leden van de groep zijn bouwvakker, vloerenlegger, verpleegkundige, schilder of middelbare scholier. Ze hamsteren levensmiddelen, oefenen zich in vaardigheden om te overleven en in ‘basale infanterietactieken’, leren hoe je in de strijd opgelopen verwondingen verzorgt, bestuderen de grondwet en houden schietoefeningen met hand- en aanvalswapens. ‘In de grondwet staat niet dat je niet voor jezelf mag opkomen of je niet mag verdedigen,’ zegt Soper. ‘We hebben de overheid toegestaan een grens te overschrijden door ons te besturen – en dat is nooit de bedoeling van dit land geweest.’

    Rechtsgeleerden en instanties met een waakhondfunctie die de zelfverklaarde ‘patriottische’ groeperingen in de gaten houden, noemen hen antioverheidsgezinde extremisten, leden van een militie, gewapende activisten of zelfs binnenlandse terroristen. Sommige tegenstanders van de overwegend blanke en op het platteland opererende groeperingen noemen hen ‘Y’all-Qaida’ of ‘Vanilla ISIS’.

    Mark Potok van het Southern Poverty Law Center, dat extremisme in de VS in kaart brengt, zegt dat er in 2008 ongeveer honderdvijftig van dergelijke groeperingen bestonden, tegen duizend op dit moment. Potok en andere waarnemers beweren dat ze enkele honderdduizenden aanhangers hebben, te oordelen naar degenen die hun steun betuigen via bijvoorbeeld de sociale media. Zo heeft de Facebookpagina van de Oath Keepers, een groep voormalige politie- en legerfunctionarissen, meer dan 525.000 likes.

    Het progressieve beleid van president Obama en de zware economische tijden hebben het anti-overheidsgezinde sentiment doen oplaaien, hetzelfde soort woede waar Donald Trump garen bij spint tijdens zijn presidentiële campagne, zegt Mark Pitcavage, die voor de Anti-Defamation League werkt en het extremisme al meer dan twintig jaar op de voet volgt.

    Op het lichaam van een van de agenten lieten ze een briefje achter met de tekst: ‘Dit is het begin van de revolutie’

    De oorsprong van de beweging is grotendeels te herleiden tot de confrontaties in de jaren negentig tussen burgers en federale politiemensen in Ruby Ridge, in de staat Idaho, en in Waco, Texas. Die hadden negentig dodelijke slachtoffers tot gevolg. Timothy McVeigh haalde beide incidenten aan voordat hij werd geëxecuteerd wegens de bomaanslag die hij in 1995 in Oklahoma pleegde, waarbij 168 mensen omkwamen. McVeigh voegde eraan toe dat hij bewust had gekozen voor een overheidsgebouw.

    Nu spoelt een ‘tweede golf’ over het land, vooral in het westen, gevoed door internet en de sociale media. J.J. MacNab, schrijver en in extremisme gespecialiseerd onderzoeker aan de George Washington University in Washington D.C., beweert dat mensen of groepen zoals die van Soper dankzij de sociale media veel invloedrijker zijn dan in de jaren negentig, toen zij hun boodschap nog verspreidden via bijeenkomsten in plaatselijke restaurants en per fax.

    De beweging kreeg een enorme impuls door de confrontatie bij de ranch van veefokker Cliven Bundy in Nevada, in 2014, waarbij federale agenten en honderden gewapende aanhangers van Bundy tegenover elkaar stonden omdat Bundy zijn vee op federale grond liet grazen en weigerde daarvoor een vergoeding te betalen. Toen de agenten de aftocht bliezen om een bloedige strijd te voorkomen, eisten de aanhangers van Bundy de overwinning op; dit moedigde hen het afgelopen jaar aan tot soortgelijke gewapende opstootjes bij goudmijnen in Oregon en Montana. In januari bezetten tientallen van hen, onder leiding van Bundy’s zonen Ammon en Ryan, het hoofdkwartier van het Malheur National Wildlife Refuge, nabij het landelijk gelegen Burns in de staat Oregon. Die actie resulteerde in de dood van een van de bezetters, Robert ‘LaVoy’ Finicum. Hij werd doodgeschoten door agenten van de staatspolitie.

    Demonstranten te paard verzamelen zich in Bunkerville, Nevada, waar rancher Cliven Bundy in aanvaring kwam de overheid. – © Jim Urquhart / Reuters
    Demonstranten te paard verzamelen zich in Bunkerville, Nevada, waar rancher Cliven Bundy in aanvaring kwam de overheid. – © Jim Urquhart / Reuters

    Soper neemt een tussenpositie in. Hij zegt dat hij een gematigder geluid laat horen in een beweging die bekendstaat om zijn heetgebakerde aanhang. Hij sliep in Burns een maand lang in zijn camper, in een poging de bezetters ertoe te bewegen zich terug te trekken.

    Twee dagen na Sopers laatste bezoek aan het wildreservaat kwam Finicum om tijdens een operatie waarbij de Bundy’s werden gearresteerd. Uit onafhankelijk plaatselijk onderzoek werd geconcludeerd dat de schietpartij rechtmatig was, hoewel het Amerikaanse ministerie van Justitie onderzoekt of enkele FBI-agenten wel juist hebben gehandeld. Soper beschouwt de dood van Finicum als ‘moord’.

    Kort na de confrontatie bij de ranch van Bundy doodden diens aanhangers Jerad en Amanda Miller twee politieagenten en een burger, waarna ze zelf omkwamen bij een wilde schietpartij in Las Vegas. De politie zegt dat het stel een briefje achterliet op het lichaam van een van de agenten, die ze van dichtbij hadden neergeschoten. De tekst luidde: ‘Dit is het begin van de revolutie.’

    Een eenvoudiger Amerika

    Tot twee jaar geleden nog was B.J. Soper zowat verslaafd aan de sportzender ESPN. Nadat hij tussen zijn twintigste en dertigste professioneel rodeorijder was geweest, streek hij met zijn tweede vrouw en hun twee dochters neer op een idyllisch stuk land met paarden, honden, katten, kippen en een schitterend uitzicht op het besneeuwde Cascade-gebergte. Hij sleet zijn dagen met het bouwen van schuren en andere timmerklusjes en keek in het weekeinde naar sport op tv. Hij honkbalde, jaagde en viste. Hij volgde de wijze raad van zijn moeder op en hield zich ver van de politiek.

    Toen het tv-nieuws beelden van de Bundy-ranch toonde, was hij geschokt. Ambtenaren beweerden dat Bundy misbruik maakte van het recht om zijn vee te laten grazen en daar al twintig jaar lang geen vergoeding voor betaalde. Vandaar dat ze ten slotte gewapende agenten hadden gestuurd om vee van Bundy bijeen te drijven dat op federale grond graasde. Ze zeiden dat ze zich zeer terughoudend en met veel geduld jegens Bundy hadden opgesteld.

    Maar Soper kreeg de indruk dat ze Bundy intimideerden. Hij vroeg zich af: richten bewapende federale agenten echt hun wapens op mensen en dreigen ze die te doden vanwege een paar koeien? Wat is er in godsnaam aan de hand?

    Hij ging op internet op onderzoek uit en kwam er al snel achter dat duizenden mensen vonden dat de overheid de grondwettelijke beperkingen van haar macht uit het oog was verloren. Hoe meer hij las, des te meer hij ervan overtuigd raakte dat de overheid ‘niet meer in bedwang’ te houden was. En hij verbaasde zich erover dat er zo veel mensen waren die er net zo over dachten.

    ‘Ik was erg teleurgesteld in mezelf,’ zegt hij. ‘Ik kreeg in de gaten dat we in hetzelfde schuitje zaten als het land als geheel, doordat mijn generatie, en die van mijn ouders, niets heeft gedaan. We hebben het laten gebeuren. We zijn gewend geraakt aan ons comfortabele leventje, waarin alles van een leien dakje gaat. We zijn vergeten waar het om gaat. We zijn vergeten wat vrijheid en onafhankelijkheid écht betekenen.’ Het was alsof hij uit een levenslange slaap ontwaakte: ‘Vóór 2014 was ik blind. Ik sliep, ik zat niet op te letten. Maar de gebeurtenissen bij de ranch van Bundy hebben me wakker geschud.’

    Critici beweren dat er een naïeve hang leeft naar het Amerika van de jaren vijftig, dat hoe dan ook nooit een ongerept paradijs is geweest

    Plotseling leken de weekeinden waarin hij naar de San Francisco 49’ers of de Portland Trail Blazers keek een middel dat hem verdoofde tegen het echte leven. ‘Van mijn achttiende tot de gebeurtenissen bij de ranch van Bundy leefde ik zoals 90 procent van alle Amerikanen: onwetend van alles wat er aan de gang was,’ zegt hij. ‘Ik dacht meteen: ik kan niet achterover gaan leunen en het maar over me heen laten komen. Ik moest iets doen. Ik voelde me verantwoordelijk voor wat er gebeurde, want ik had er mijn hele leven niets tegen ondernomen.’

    Zijn antwoord was de oprichting van de Central Oregon Constitutional Guard, volgens hem deels uit bescherming tegen de overheid en deels om terug te keren naar een veel eenvoudiger Amerika. ‘Toen ik nog jong was, was het leven overzichtelijk,’ zegt hij op de website van de groep. ‘Geen zorgen, nauwelijks gevaren. Ik fietste urenlang met vriendjes door de buurt, speelde en kwam zonder problemen voor het avondeten weer opdagen.’

    Critici beweren dat er een naïeve hang leeft naar het Amerika van de jaren vijftig, dat hoe dan ook nooit een ongerept paradijs is geweest. En ze zeggen dat de groepen die in reactie daarop ontstaan veel gevaarlijker zijn dan Soper en anderen doen voorkomen.

    Sopers onderzoek bracht hem ook bij enkele populaire samenzweringstheorieën op internet, waaronder een zogenaamd complot van de Verenigde Naties om de wereld een centrale overheid op te leggen. Evenals vele anderen in de ‘patriottische’ beweging ging Soper erin geloven. Hij vermoedt dat de VN via een programma dat ‘Agenda 21’ zou worden genoemd de wereldbevolking wil terugbrengen van zeven miljard inwoners tot iets minder dan één miljard. Volgens hem stimuleert de overheid abortus in het buitenland als onderdeel van het complot en verstrekt zij bewust vaccins die kinderen autistisch maakt, omdat autistische ouders minder kinderen krijgen.

    Patriot-leider B.J. Soper maakt een schietschijf om op te gaan oefenen. © Matt McClain / The Washingingtoon Post via Getty
    Patriot-leider B.J. Soper maakt een schietschijf om op te gaan oefenen. © Matt McClain / The Washingingtoon Post via Getty

    Soper zegt dat hij bovendien niet kan uitsluiten dat de overheid achter de aanslagen van 9/11 zat. Hij denkt dat de overheid en de ‘medische gemeenschap’ al jaren een remedie tegen kanker hebben, maar die niet willen vrijgeven omdat farmaceutische bedrijven veel winst maken op medicijnen. ‘Ik beweer niet dat het zo is,’ zegt hij, ‘maar ik houd graag alle opties open.’ Hij weet dat veel mensen zulke ideeën waanzin vinden, maar, zegt hij lachend, ‘het laat zien dat ik mijn overheid gewoon niet vertrouw.’

    Degenen die dergelijke groeperingen volgen, zeggen dat paranoïde samenzweringstheorieën en gewapende bezettingen de statuur ondermijnen van geschillen met de federale overheid die volkomen rechtmatig zijn. Tom Gorey, woordvoerder van het Amerikaanse Bureau of Land Management (BLM), de drijvende kracht achter het treffen bij de Bundy-ranch, zegt dat Soper en de zijnen ‘er een agressieve, antifederale en anti-BLM-gezinde houding op nahouden vanwege hun bizarre en schaamteloze interpretatie van de Amerikaanse grondwet en hun paranoïde ideeën over de federale overheid’.

    Donald Trump

    Onlangs sprongen vlak voor zonsondergang tien mensen uit pick-uptrucks in een berm langs Route 97 in Redmond; ze begonnen afval te rapen nabij een bord met ‘Adopt-a-Highway’ waaronder ‘Central Oregon Constitutional Guard’ stond.

    Volgens Soper brengt het ‘patriot’ zijn met zich mee dat je soms een paar uur lang flessen, blikken en zelfs rottende kadavers van aangereden wild moet opruimen, en hij doet dat met – niet zichtbaar – een kaliber 45-pistool op zijn heup. ‘Het is net als met die slogan van American Express: ga nooit zonder van huis,’ zegt Soper. Zijn vrouw Lisa werkt ook in de berm, met net zo’n pistool in haar spijkerbroek. Voorbijgangers toeteren en steken een duim op.

    Er stopt een witte BMW. De chauffeur komt op Soper af. ‘Zijn jullie van de Central Oregon Constitutional Guard?’ vraagt hij.

    ‘Yep,’ zegt Soper. ‘Belangstelling?’

    ‘Ik zag jullie op Facebook,’ antwoordt Glenn Golter, 42 jaar, eigenaar van een bedrijf dat vloeren legt, zijn kleren onder het stof na een dag werken. ‘Goed dat jullie voor onze grondrechten opkomen.’

    Soper nodigt Golter uit om meteen na de opruimactie naar de maandelijkse bijeenkomst van de groep in een plaatselijk pizzarestaurant te komen. En zo hebben ze er zomaar ineens een nieuw lid bij.

    Ze rijden naar de Straw Hat Pizza, in een winkelcentrum aan de rand van Redmond, een woestijnplaatsje met 30.000 inwoners in de uitlopers van de Cascades. Lisa haalt bij de saladebar wat gezonde groente voor haar man terwijl de kinderen en de andere leden van de groep dikke, rijkelijk met kaas belegde pizza’s eten.

    Aan de andere kant van de tafel zegt Alex McNeely, 25, bouwvakker en ‘fanatieke YouTuber’, dat hij via internet geïnteresseerd is geraakt in de beweging en zich erbij heeft aangesloten met het idee zijn land te verdedigen. ‘In Washington denken ze dat je gevaarlijk en tegen de overheid bent als je voor je rechten opkomt,’ zegt McNeely, die een tatoeage van een kalasjnikov op zijn onderarm heeft. ‘Maar als m’n rechten worden afgepakt, wat moet ik dan? Maar gewoon blijven zitten en het voor zoete koek slikken? Of ga ik iets doen?’

    In de Constitutional Guard, zegt McNeely, ‘heb ik het idee dat we opkomen voor mensen die niet over de middelen beschikken om voor zichzelf op te komen. Ik heb een grote aandrang om mensen te helpen.’

    De groep heeft meer dan tweeduizend exemplaren van de grondwet in zakformaat uitgedeeld, die volgens Soper 500 dollar hebben gekost. Ook hebben ze voedsel en kleren gestuurd naar slachtoffers van bosbranden in de staten Washington en Oregon, en kerstcadeautjes uitgedeeld aan veertig arme kinderen.

    ‘Wij zijn degenen die de wolven zien zoals ze zijn. En we willen de schapen beschermen’

    Toen McNeely van school kwam, overwoog hij om in het leger te gaan, maar hij werd achttien in de maand waarin Obama in 2008 tot president werd gekozen. Vanwege Obama’s ‘socialistische beleid’ accepteerde hij hem niet als opperbevelhebber. ‘Het bevalt me helemaal niet dat hij Amerika diepgaand wil veranderen,’ zegt McNeely.

    De leden van de groep zijn politiek conservatief, hebben niets op met de voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en steunen over het algemeen Donald Trump. Soper zegt dat hij bijna iedereen liever heeft dan Clinton, maar zal bij de presidentsverkiezingen niet gaan stemmen. Stemmen is volgens hem ‘tijdverspilling’, omdat de politiek in Oregon toch wordt gedomineerd door de Democraten.

    Soper neemt nog een slok van zijn frisdrank, en zijn dochtertje Kalley vraagt hem om nog een paar muntjes voor de speelautomaat. Hij geeft er haar een paar terwijl hij spottend zijn ogen ten hemel slaat. ‘Wij zijn degenen die de wolven zien zoals ze zijn,’ zegt hij als hij haar weg ziet huppelen. ‘En we willen de schapen beschermen.’

    MacNab, de onderzoeker aan de George Washington University, zegt dat Trump een grote rol speelt in de rekrutering van leden van groeperingen die boos zijn op de overheid. ‘De Tea Party heeft bruggetjes geslagen tussen de periferie en de grote meute,’ zegt ze. ‘Door Trump is het een achttienbaanssnelweg geworden. Hij zegt letterlijk dat ze het bij het rechte eind hebben.’ Een van de aangeklaagden in de zaak-Bundy is Gerald DeLemus, vicevoorzitter van Veterans for Trump in de staat New Hampshire. Campagnemedewerkers van Trump erkennen dat hij plaatsvervangend afgevaardigde van deze staat is voor de Republikeinse Nationale Conventie in Cleveland.

    Sopers nekharen gaan rechtovereind staan als critici hem antioverheidsgezind noemen. Hij zegt dat hij de overheid steunt maar wil dat die zich aan de grondwet houdt. En zijn groep ‘gewapend’ noemen is even relevant als zeggen dat de leden schoenen dragen, want het Tweede Amendement van de grondwet geeft toch elke Amerikaan het recht om een wapen te dragen?

    Soper en familie tijdens een schiettraining. – © Matt McClain / The Washington Post via Getty
    Soper en familie tijdens een schiettraining. – © Matt McClain / The Washington Post via Getty

    Volgens Soper geeft de grondwet, waarvan hij altijd een kopie op zak heeft, de federale overheid niet het recht land in bezit te hebben. Ook zou de steeds grotere nadruk die de overheid legt op milieuwetten mijnwerkers, houthakkers en anderen werkloos maken en de plaatselijke economie om zeep helpen. ‘We moeten ons voedsel kunnen verbouwen,’ zegt hij. ‘De welvaart komt van het land. Ik wil best rekening houden met een bedreigde kikkersoort, maar zo’n kikker mag niet belangrijker worden dan het voortbestaan van de mens.’

    Iedereen in de groep heeft voor dertig dagen voedsel en noodvoorraden tot zijn beschikking. De leden leren voedsel te verbouwen en vee te houden. Ze kamperen en leren survivaltechnieken, bijvoorbeeld hoe je een noodonderkomen maakt, hoe je voedsel en water vindt en een vuur aanlegt. McNeely en Lisa Soper volgen een medische cursus om te leren hoe ze wonden kunnen verzorgen, ook als die in de strijd zijn opgelopen. Ze proberen allemaal een vergunning te krijgen voor een kortegolfzender, voor het geval het mobiele netwerk uitvalt.

    Maar de kern van hun missie is een bewapende, getrainde paramilitaire groep te worden. Soper zegt dat de leden ‘basisvaardigheden van de infanterie’ leren: ‘Deel uitmaken van een patrouille, patrouilleren met een voertuig, als je op de vijand stuit jezelf kunnen beschermen en eraan ontsnappen. Wij zijn geen soldaten, maar we beheersen de basis.’

    Volgens Soper is de groep voorbereid op een aardbeving of een andere natuurramp, maar hij maakt zich vooral zorgen over ‘door de mens veroorzaakte rampen’ – en dan vooral door de overheid. ‘Volgens mij is het helemaal niet zo vergezocht om te beweren dat de economie is ingestort,’ zegt hij. ‘De dollar is tegenwoordig een behoorlijk riskante investering. China koopt al het goud op. Als mensen honger en dorst krijgen en niets meer te eten hebben, worden ze wanhopig.’

    Ook Carol Cox steunt haar neef Cliven Bundy. – © David Becker / Getty
    Ook Carol Cox steunt haar neef Cliven Bundy. – © David Becker / Getty

    In april 2015 trok Soper zijn camouflagepak aan, pakte zijn AR-15 en stond een paar weken ‘op wacht’ bij de Sugar Pine-mijn in het zuidwesten van Oregon, waar mijnwerkers overhoop liggen met het BLM. Het bureau had twee mijnwerkers bevolen hun activiteiten te staken, omdat ze bouwsels op het terrein hadden neergezet die niet vielen onder de vergunning waarmee ze op federale grond mijnbouw mochten bedrijven. De mijnwerkers beweerden dat de federale overheid hun probeerde werk afhandig te maken en hun bezittingen in te pikken. Ze beweerden ook dat de medewerkers van het BLM wapens op hen hadden gericht. Gorey, woordvoerder van het BLM, zegt dat geen enkele medewerker een wapen heeft getrokken.

    Medestanders van de mijnwerkers riepen via YouTube vrijwilligers landelijk op om te komen helpen. Soper ging. ‘De overheid is komen opdagen en heeft wapens op de mijnwerkers gericht,’ zegt hij. ‘Wat zou jij doen als je in hun schoenen stond? Als je vreest voor je leven heb je het recht jezelf te verdedigen!’

    Gorey zegt dat de procedures in Sugar Pine correct zijn gevolgd en dat er niemand is bedreigd. ‘We dienen als zondebok voor deze militiemannen, die maar wat graag tegen de overheid ten strijde trekken,’ zegt hij.

    ‘Het laatste wat ik wil is een pistool op een mede-Amerikaan richten,’ zegt Soper. ‘Maar als het BLM de wapens tegen ons opneemt, op welk moment mogen wij onszelf dan verdedigen?’

    ‘We hebben het recht ons te verdedigen tegen mogelijk gevaar of de dood. Als zij hun werk niet rechtmatig doen, vind ik dat je je mag verweren’

    Onlangs zat Soper op een vrijdag al om vijf uur ’s ochtends een boze brief naar de sheriff van zijn district te schrijven. Hij was wakker geworden met het nieuwsbericht dat overheidsfunctionarissen een man of tien hadden gearresteerd in verband met de belegering van de ranch van Bundy. Dat betekende dat in totaal negentien mensen, onder wie Cliven Bundy, een aanklacht wegens obstructie van het recht en verboden wapenbezit boven het hoofd hing, hetgeen volgens Soper oneerlijk is. Hij was ook woest omdat Bundy’s zoons nog steeds zonder mogelijkheid tot een borgtocht vastzitten vanwege de bezetting van het wildreservaat. ‘Er worden mensen zonder eerlijk proces vastgehouden,’ zegt hij. ‘Dat druist tegen Amerikaanse waarden in.’

    Als Bundy en zijn aanhangers iets ten laste wordt gelegd, dan moet dat ook gelden voor de federale agenten die tegenover hen stonden, vindt Soper. ‘Waarom zou voor gerechtsdienaren een andere norm gelden?’ ‘Het laatste wat ik wil is geweld,’ schreef hij. ‘Maar ik hoop dat ze inzien dat er in dit land steeds meer bloed zal worden vergoten als we verdergaan op de ingeslagen weg.’

    Het antwoord op de grieven tegen de overheid, zegt Soper, is onderhandelen, en niet geweld. Maar hij zegt ook dat wanneer federale agenten zonder reden wapens tegen burgers gebruiken, die het recht hebben geweld met geweld te beantwoorden. ‘We hebben het recht ons te verdedigen tegen mogelijk gevaar of de dood,’ aldus Soper. ‘Daar valt rechtshandhaving ook onder. Als zij hun werk niet rechtmatig doen, vind ik dat je je mag verweren.’

    Soper bleef maar tikken en waarschuwde de overheid en passant dat zij haar ‘gezonde verstand’ heeft verloren. ‘Ik bid dat de overheid het weer terugkrijgt, anders wacht ons een sombere toekomst, en die is niet heel ver weg’, schreef hij. En hij voegde eraan toe: ‘Sheriff, er gaan doden vallen.’

    Auteur: Kevin Sullivan
    Vertaler: Nico Groen

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.