Hoda Muthana en Kimberly Polman verbrandden beide alle schepen achter zich toen ze naar het kalifaat vertrokken om te trouwen. Ze twitterden boodschappen als ‘Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen’. Tot ze begonnen te realiseren dat ze een fout hadden gemaakt.
Kamp al-Hawl, Syrië – Hoda Muthana was een twintigjarige studente in Alabama die ervan overtuigd was geraakt dat IS voor de goede zaak streed. Dus maakte ze haar ouders wijs dat ze op studiereis ging maar kocht in plaats daarvan van haar studietoelage een vliegticket naar Turkije. Nadat ze het kalifaat binnen was gesmokkeld postte de studente een foto op Twitter waarop haar gehandschoende handen haar Amerikaanse paspoort vasthielden. ‘Binnenkort de fik erin,’ beloofde ze.
Dat was meer dan vier jaar geleden. Nu, na drie huwelijken met IS-strijders en het bijwonen van het soort executies dat ze op sociale media had toegejuicht, zegt Muthana dat ze diepe spijt heeft en terug wil naar de Verenigde Staten. Ze gaf zich vorige maand over aan de coalitietroepen die tegen IS vechten en brengt nu haar dagen door als gedetineerde in een vluchtelingenkamp in het noordoosten van Syrië. Ze heeft daar gezelschap van een andere vrouw, Kimberly Gwen Polman (46), die rechten studeerde in Canada voordat ze zich aansloot bij het kalifaat en die zowel Amerikaans als Canadees staatsburger is.
Tijdens een interview in het kamp met The New York Times zeiden beide vrouwen dat ze erachter probeerden te komen hoe ze een nieuw paspoort konden krijgen en hoe ze de sympathie konden herwinnen van de twee landen die ze eerder verachtten.
Krankzinnig idee
‘Woorden schieten me tekort om mijn spijt uit te drukken,’ zei Polman, dochter van een Amerikaanse moeder en een Canadese vader uit een mennonitische gemeenschap in Hamilton, Ontario, die zelf drie volwassen kinderen heeft.
Muthana zei dat ze zich in haar middelbare-schooltijd voor het eerst aangetrokken had gevoeld tot IS door het lezen van posts op Twitter en andere sociale media. ‘Als ik er nu op terugkijk, kan ik niet genoeg benadrukken wat een krankzinnig idee het was,’ zegt ze. ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Ik heb mijn leven verpest. Ik heb mijn toekomst verpest.’
President Trump leverde deze week in een tweet kritiek op bondgenoten als Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland omdat ze niet honderden IS-gevangenen terugnamen die waren gevangengenomen op het slagveld. ‘Het alternatief is dat we ze moeten vrijlaten,’ waarschuwde hij.
De president zei er niet bij dat de Verenigde Staten Amerikaanse vrouwen die met IS-strijders waren getrouwd ook niet naar huis hadden gehaald. Zowel Muthana als Polman zei geen bezoek te hebben gehad van Amerikaanse functionarissen sinds hun gevangenneming vorige maand. Ze zeiden ook dat er een familie van vier zussen uit Seattle was, met vier kinderen, die in een ander kamp werd vastgehouden. Een voormalige politiefunctionaris bevestigde dat een familie uit Seattle naar Syrië was gereisd om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat, maar had geen aanvullende informatie.
Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.
Van een klein aantal Amerikanen – slechts 59, volgens gegevens van het George Washington University Program on Extremism – is bekend dat ze naar Syrië zijn gereisd om zich aan te sluiten bij IS. Bijna alle Amerikaanse mannen die in de strijd gevangen zijn genomen zijn gerepatrieerd, maar het blijft onduidelijk waarom dat bij sommige Amerikaanse vrouwen en hun kinderen – minstens dertien, volgens bronnen van The Times – niet het geval is.
Een FBI-woordvoerster wilde geen commentaar leveren op de twee gevallen, maar zei dat agenten per definitie een onderzoek instellen naar iedere Amerikaan die zich heeft aangesloten bij Islamitische Staat, een organisatie die als terroristisch te boek staat.
Robert Palladino, een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, beschreef de situatie van Amerikanen in Syrië als ‘uiterst gecompliceerd’. ‘We bekijken deze gevallen om de details beter te begrijpen,’ zei hij, maar hij wilde verder geen commentaar geven om redenen van privacy en veiligheid.
Een Canadese regeringsfunctionaris zei dat het voor Canadezen die vastzitten in Syrië moeilijk kan zijn de regio te verlaten omdat ze waarschijnlijk ernstige aanklachten tegemoet kunnen zien in naburige landen.
Seamus Hughes, adjunct-directeur van het George Washington University Program on Extremism, noemde de talrijke misdaden die door IS zijn gepleegd en zei dat er ‘duizenden legitieme redenen zijn om de oprechtheid in twijfel te trekken’ van verzoeken als die van Muthana en Polman. ‘Hoewel er vaak simplistische verhalen de ronde doen over “jihadbruiden”, “hersensspoelen” en “internetdaten”,’ zei hij, ‘hebben de buitenlandse vrouwen van IS bij heel wat wreedheden geassisteerd en zich er in sommige gevallen rechtstreeks schuldig aan gemaakt.’
Muthana en Polman erkenden tijdens het interview dat veel Amerikanen zich zouden afvragen of ze het verdienden naar huis te worden gebracht nadat ze zich hadden aangesloten bij een van de dodelijkste terreurgroepen ter wereld. ‘Hoe kun je eerst je paspoort verbranden en je vervolgens in slaap huilen omdat het je zo vreselijk spijt?’ vroeg Polman. ‘Hoe maak je mensen dat duidelijk?’
Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer
Muthana groeide als dochter van Jemenitische immigranten op in een ultrastreng huishouden, waar feestjes, vriendjes en mobieltjes taboe waren. Haar vader gaf haar pas een mobiele telefoon als cadeautje voor haar einddiploma van de middelbare school. Die telefoon werd algauw haar toegangspoort tot de wereld van de extreme islam, zei ze. Ze vertelde hoe nog geen twee jaar later, in 2014, een internetcontact haar instructies gaf hoe ze zich kon aansluiten bij Islamitische Staat: Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer.
Muthana schreef zich in bij de University of Alabama in Birmingham, waar ze het als tweedejaars na het innen van de studietoelage van haar ouders voor gezien hield. Ze stopte een boekentas vol kleren en zei tegen haar familie dat ze naar een studie-evenement in Atlanta ging, op twee uur rijden afstand. In plaats daarvan ging ze regelrecht naar de luchthaven van Birmingham voor een vlucht naar Istanboel. ‘Ik huilde omdat ik dacht dat ik een groot offer aan God bracht en afstand deed van mijn familie, mijn thuis, mijn comfort, alles wat ik kende, alles wat me lief was,’ zei ze. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed.’
Muthana zei dat ze in november 2014 over de Syrische grens werd gesmokkeld en naar een slaaphuis voor vrouwen werd gebracht, waar honderden alleenstaande vrouwen van over de hele wereld dicht opeengepakt zaten. Elke dag, zei ze, wandelde een IS-functionaris door het slaaphuis met een lijst van mannen die op zoek waren naar een bruid. ‘Je mag het huis niet verlaten voordat je getrouwd bent,’ zei ze. ‘Ik wist dat dat zou gebeuren, maar ik dacht dat ik er wel aan kon ontkomen. Ik wist niet dat er sloten op de deuren zaten. Ik wist niet dat er kettingen waren. En bewakers.’
Ze zei dat ze het een maand volhield voordat ze toestemde in een ontmoeting met Suhan Rahman, een Australiër uit Melbourne. Hij gebruikte de naam Abu Jihad, oftewel ‘Vader van de Jihad’, zei ze. Ze ontmoetten elkaar in een kamer onder begeleiding. Na een kort gesprek nam hij haar mee naar huis. Ze nam de naam Umm Jihad aan, oftewel ‘Moeder van de Jihad’. Als ze alleen thuis zat terwijl haar man aan het vechten was, postte ze giftige tweets onder haar pseudoniem. ‘Petje af voor de moedjs in Parijs’, schreef ze met gebruikmaking van de afkorting voor moedjahedien op de dag in 2015 dat jihadisten de kantoren van het satirische weekblad Charlie Hebdo bestormden en twaalf mensen doodden. Ook spoorde ze anderen aan zich bij de terroristische organisatie aan te sluiten. ‘Er zijn hier zoooooveel Aussies en Britten maar waar blijven de Amerikanen, word wakker lafaards’, postte ze.
Ook gebruikte ze haar account om aanslagen in het Westen te helpen uitlokken, zoals in de Verenigde Staten. ‘Amerikanen word wakker!’ schreef ze op 15 maart 2015. ‘Jullie hebben veel te doen zolang jullie nog onder onze grootste vijand leven, genoeg geslapen! Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen.’
Haar Twitteraccount is sindsdien geblokkeerd, maar de posts werden door het George Washington Program gekopieerd en doorgespeeld aan The Times.
Ze was nauwelijks drie maanden getrouwd, zei Muthana, toen ze thuis een dutje lag te doen en een man de trap op kwam rennen en schreeuwde dat haar man ‘de marteldood’ was gestorven. Na zijn dood stemde ze toe in twee andere gearrangeerde huwelijken, zei ze.
Kinderadvocaat
Polman zei dat ze begin 2015 het kalifaat binnen was gesmokkeld nadat ze op een Amerikaans paspoort van Vancouver naar Istanboel was gevlogen. Ze zei dat ze kort daarvoor belangstelling voor de verpleging had gekregen en was gaan corresponderen met een man in Syrië die de nom de guerre Abu Aymen gebruikte. Deze man, met wie ze later trouwde, vertelde haar dat in het groeiende kalifaat steeds meer behoefte was aan verpleegkundigen.
Jaren eerder had ze het mennonitische geloof van haar ouders vaarwel gezegd en zich bekeerd tot de islam. Omdat ze niets anders te doen had, zei ze, bracht ze haar dagen door op internet en was haar Facebook-tijdlijn vergeven van de beelden van stervende moslims in Syrië.
Polman zei dat ze op een gegeven moment had ontdekt dat ze een posttraumatische-stresstoornis had en niet meer in staat was haar bed uit te komen. Een broer en een zuster meldden vanuit British Columbia dat haar was gezegd dat ze aan een psychische aandoening leed. ‘Ze heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt,’ zei de broer, die niet met name genoemd wilde worden uit angst voor represailles.
Volgens de zuster, die ook niet met name genoemd wilde worden, studeerde Polman rechten aan Douglas College en werkte ze korte tijd op een moslimschool in Richmond, British Columbia. In 2011 won ze een Women’s Opportunity Award van de vrouwenorganisatie Soroptimist International. In de bekendmaking van de prijs, afgedrukt in de plaatselijke krant, stond dat het haar uiteindelijke doel was kinderadvocaat te worden.
Haar zuster zei dat Polman in de zomer van 2015 op reis ging naar Oostenrijk, zogenaamd voor twee weken. ‘Ze omhelsde me bij het afscheid en zei dat we thee zouden gaan drinken als ze terugkwam,’ zei de zuster. Pas nadat de familieleden waren ingelicht door de Canadese autoriteiten beseften ze dat ze zich had aangesloten bij IS. Op een gegeven moment had haar zus zes maanden lang niets van Polman gehoord en ging ze ervan uit dat ze dood was. ‘In het verleden hebben we haar als familie kunnen helpen,’ zei haar zus. ‘Dit was de enige keer dat we haar niet konden helpen. Dus dat was heel moeilijk voor ons.’
Tegen de tijd dat Polman in het kalifaat belandde waren de misdaden daarvan welbekend, inclusief het onthoofden van journalisten, het tot slaaf maken en systematisch verkrachten van vrouwen van de Jezidi-minderheid en het levend verbranden van gevangenen. Zowel zij als Muthana deed ontwijkend toen er vragen over die wreedheden werden gesteld. ‘Ik ben niet geïnteresseerd in bloedvergieten en wist niet wat ik moest geloven,’ zei Polman. ‘Dat zijn filmpjes op YouTube. Wat is waar? Wat is niet waar?’
Volgens haar eigen lezing begon Muthana zich in haar tweede jaar in het kalifaat van de terroristische groepering distantiëren. Ze trouwde met een tweede strijder en raakte zwanger. Omdat ze aan bloedarmoede leed door ijzergebrek bracht ze veel tijd in bed door. ‘Ik kreeg twijfels,’ zegt ze in een verslag dat The Times niet kon verifiëren. ‘Ik was zwanger. Heel emotioneel, omdat ik mijn familie miste. Ik dacht: wat doe ik hier?’
Ze zei dat haar tweede man omkwam in Mosoel in Irak. ‘Door een raket of een luchtaanval.’
Het was inmiddels 2017 en de belegering van Raqqa in Syrië was begonnen. Toen ’s nachts haar vliezen braken liep ze volgens eigen zeggen bijna twee kilometer naar de dichtstbijzijnde kliniek terwijl de bommen op de stad vielen.
Na het baren van een zoon trok Muthana van het ene huis naar het andere, naarmate het gebied van het kalifaat verder kromp. Toen Raqqa eind 2017 viel, verhuisde ze naar al-Mayadin in het dal van de Eufraat. Toen al-Mayadin viel, verhuisde ze naar Hajin, en vandaar naar Shafa, een dorp in de laatste schilfer IS-gebied dat honderden luchtaanvallen te verduren kreeg. Ze trouwde voor de derde keer en scheidde na enige tijd weer van haar man, wiens naam ze niet wilde noemen.
Polman zei dat haar breuk met het kalifaat heftiger verliep, al een jaar na haar aankomst. Ze zei dat ze probeerde te ontsnappen maar werd betrapt door veiligheidsagenten van IS toen ze op de markt een vrouw vroeg of ze een smokkelaar kende die haar zou kunnen helpen. Ze zei dat ze werd opgesloten in een cel in Raqqa, waar ze zo lang bleef dat ze uiteindelijk alle 4422 tegels had geteld.
Ze zei dat ze herhaaldelijk uit haar cel werd gehaald om te worden verhoord. En dat ze op een avond werd verkracht.
‘Ze namen me mee via de gang, en het was aardedonker,’ zei ze. ‘Er waren dikke metalen deuren en ik herinner me dat ik uitgleed, en ze schopten me.’ Ze zei dat de gevangenbewaarders haar waarschuwden dat als ze de verkrachting ooit zou melden, ze zouden zeggen dat ze bewijs hadden dat ze een spionne was. Voordat ze haar vrijlieten, zei ze, lieten ze haar een verklaring ondertekenen in zowel het Arabisch als het Engels waarin stond dat als ze opnieuw zou proberen te ontsnappen ze de hukm zou accepteren, de doodstraf volgens de shariawet.
‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd’
De twee vrouwen, die een generatie in leeftijd verschillen, ontmoetten elkaar en raakten bevriend in de laatste uithoek van het kalifaat, dat tegen januari uit nog geen vijftien vierkante kilometer bestond. Het omsingelde gebied kampte met verscheidene tekorten. Toen er geen papieren luiers meer te krijgen waren, knipten de twee vriendinnen handdoeken in stukken. Toen er moeilijk aan eten viel te komen, verzamelden ze gras uit spleten tussen de stoeptegels, kookten het en dwongen zichzelf het op te eten. ‘Als je een aardappel zag,’ aldus Muthana, ‘was het alsof je een Lamborghini zag.’ Ze begonnen over vluchten te praten, en ze zeiden dat ze steeds meer gruwden van de keuze die ze hadden gemaakt.
‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd. Ook al voel je dat er iets niet klopt, dat dit niet oké is, toch denk ik dat het heel erg moeilijk is om een ommezwaai te maken als je alle bruggen achter je hebt verbrand,’ zei Polman.
IS verbood mensen te vertrekken en zette landmijnen en scherpschutters in om dat te voorkomen. Maar vorige maand, zei Muthana, besloot ze het toch te proberen door aan te haken bij een Syrische familie die Shafa rond het schemeruur verliet. Ze nam alleen haar baby mee in zijn kinderwagen, zei ze. Toen de duisternis inviel, raakte de groep verdwaald en bracht de nacht door in de ijzige kou. De volgende dag, op 10 januari, voltooide ze de reis en gaf zich over aan Amerikaanse troepen in de Syrische woestijn, die haar vingerafdrukken namen.
Enkele dagen later volgde Polman via dezelfde route en gaf zich ook over. Na enkele weken, waarin ze geen contact hadden met de Amerikaanse of Canadese autoriteiten, benaderden zij en Muthana het Rode Kruis om hulp te krijgen. Ze hebben ook contact met een advocaat die probeert hun terugkeer naar Noord-Amerika te bewerkstelligen.
Muthana gaf de advocaat een handgeschreven briefje: ‘Ik besefte dat ik niet inzag of misschien zelfs niet eens begreep hoe belangrijk de vrijheden zijn die we in Amerika hebben. Nu doe ik dat wel,’ schreef ze. ‘Ik kan moeilijk onder woorden brengen hoeveel spijt ik heb van wat ik in het verleden heb gezegd, van de pijn die ik mijn familie heb gedaan en van de overlast die ik mijn land heb bezorgd.’ Volgens adjunct-directeur Hughes van het George Washington University Program on Extremism zijn de Verenigde Staten verplicht haar naar huis te halen, ‘maar wel met handboeien om’.
Rukmini Callimachi deed verslag vanuit Syrië, Catherine Porter vanuit Toronto. Adam Goldman en Edward Wong leverden bijdragen vanuit Washington, en Glenny Brock vanuit Alabama. Kitty Bennett deed research.
Vertaler: Peter Bergsma
Volgens tabloid Daily Mail is de tijd van tolerantie voor jihadi’s voorbij. ‘Hoeveel gruwelijkheden moeten we nog ondergaan voordat we stoppen hun mensenrechten boven onze veiligheid te stellen?’
De timing en de plek werden met opzet zo uitgekozen dat er zo veel mogelijk mensen zouden worden gedood en verminkt. Het wapen vol spijkers, schroeven en moeren werd geselecteerd zodat overlevenden zo ernstig mogelijke verwondingen zouden worden toegebracht.
De grootste wreedheid van de dader was de bewuste keuze voor het popconcert van een zangeres die met name populair is bij kinderen en tienermeisjes, kennelijk om het diepste verdriet teweeg te brengen en normale menselijke gevoelens maximaal geweld aan te doen.
Als we al meer bewijs nodig hadden gehad dat we in het vrije Westen vijanden herbergen die, verteerd door haat, als doel hebben onze manier van leven te vernietigen, dan is dat op die maandagavond 22 mei vol bloed en tranen in de Manchester Arena wel geleverd.
Zoals de gruweldaad in Manchester zo pijnlijk duidelijk maakt, wordt het toch tijd dat we onder ogen zien dat de balans in Groot-Brittannië om onze veiligheid te waarborgen dringend weer moet worden aangepast
Na de ergste massamoord in Groot-Brittannië sinds de aanslagen van 7 juli 2005, zijn de gedachten van alle medewerkers van deze krant allereerst bij de dodelijke slachtoffers en hun families, de verminkten en allen die zo wreed zijn beroofd van hun ouders, geliefde kinderen en broertjes en zusjes. We zijn hun echter meer verschuldigd dan uitdagende verklaringen dat terrorisme niet kan winnen, of steun- en saamhorigheidsbetuigingen in ons aller verdriet.
Sterker nog, hoewel de volledige details van de achtergrond van de zelfmoordterrorist nog boven water moeten komen, is er al voldoende bekend om essentiële leringen te trekken uit dit recentste voorbeeld uit een lange lijst gruweldaden die in naam van de islam door fanatici zijn gepleegd.
Vijftien jaar geleden zei een vooraanstaand politicus over een andere massamoord: ‘Deze gebeurtenissen helpen ons er op een verschrikkelijke manier aan herinneren dat vrijheid eeuwige waakzaamheid vergt. En we zijn te lang onoplettend geweest. We hebben degenen die ons haten onderdak verleend, degenen die ons bedreigden getolereerd en het degenen die ons verzwakten naar de zin gemaakt.’
Deze woorden kwamen van Margaret Thatcher en de gebeurtenissen waaraan zij refereert waren de aanslagen van 9/11. Vandaag de dag, nadat de roekeloze interventies van westerse politici in Irak, Libië en elders het islamitische fanatisme hebben doen oplaaien, zijn haar woorden nog steeds meer dan waar. Maar hoe lang moeten we nog in doodsangst verkeren voordat we naar die woorden gaan handelen?
In elke samenleving moet er een balans zijn tussen burgerveiligheid en burgerlijke vrijheden. Zoals de gruweldaad in Manchester zo pijnlijk duidelijk maakt, wordt het toch tijd dat we onder ogen zien dat de balans in Groot-Brittannië om onze veiligheid te waarborgen dringend weer moet worden aangepast.
3000 jihadstrijders
Er zijn meer dan drieduizend jihadstrijders in het Verenigd Koninkrijk, en nog eens honderden komen terug uit Syrië of sturen hun gezinnen hiernaartoe. Dankzij het handenwringen over burgerlijke vrijheden door de ellendige Nick Clegg wordt maar een zevental strijders onderworpen aan vrijheidsbeperkende maatregelen ter preventie van terrorisme.
Intussen verspreiden belastingontwijkende socialmediagiganten met dodelijke onverantwoordelijkheid terroristische rekruterings- en bommenbouwpakketvideo’s zonder dat de wet hun iets kan maken.
Ook zelfmoordterrorist Salman Abedi volgt het overbekende patroon waarbij hij kennelijk is geradicaliseerd in dit land nadat zijn ouders hier bescherming hadden gekregen; in hun geval tegen het Libië van Gaddafi.
Verontrustend genoeg heeft hij vermoedelijk wel de aandacht van veiligheidsdiensten getrokken, maar blijkt nergens uit dat hij ook onder bewaking is geplaatst.
Hoeveel gruwelijkheden moeten we nog ondergaan voordat we verdachten routinematig gaan volgen en stoppen hun mensenrechten boven onze veiligheid te stellen? Hoeveel terugkerende jihadstrijders met hun gehersenspoelde vrouwen mogen hier nog terugkeren en ongehinderd rondlopen?
Iedere rechtgeaarde Britse moslim zou de Mail moeten steunen in de eis voor grotere macht voor veiligheidsdiensten om degenen die de goede naam van hun religie door het slijk halen te volgen en uit te roeien.
Onze premierskandidaat Jeremy Corbyn, die heeft meegedaan aan demonstraties ter ondersteuning van IRA-moordenaars en platforms met Midden-Oostenfanatici heeft gedeeld, spreekt graag in abstracte termen over terrorisme. Hij zou de gezinnen van de verminkte en gedode slachtoffers in Manchester eens moeten vragen wat het daadwerkelijk betekent.
Zij weten het. Zo lang wij mensen blijven herbergen die ons haten, mensen tolereren die ons bedreigen en wij het de mensen die ons verzwakken naar de zin maken, zullen zij niet de laatsten zijn die onder de gruwelijke realiteit van terrorisme moeten lijden.
De politieke mening van de Daily Mail is rechts, conservatief en populistisch en de krant is kritisch over de EU, immigranten, buitenlanders en andere minderheden. Deze oriëntatie gaat terug tot de begindagen; de oprichter van de krant, Lord Rothermere, stond positief tegenover de politiek van Oswald Mosley en publiceerde in januari 1934 de krantenkop ‘Hurrah for the Blackshirts’, waarmee hij zijn sympathie voor de British Union of Fascists uitdrukte. Naast de gebruikelijke artikelen over politiek, economie, binnen- en buitenlands nieuws en opinie wordt zeer veel aandacht besteed aan sport, roddel, (seks-)schandalen van nationale en internationale beroemdheden, gezondheidstips en vrouwenzaken als make-up, mode en stijl. De bijnaam van de krant, vooral gebezigd door tegenstanders ervan, is de Daily Wail _(dagelijkse klaagzang) of de _Daily Fail (dagelijkse afgang).
Het is geen toeval dat 360 twee keer achter elkaar een artikel kiest dat over begrip en daaruit volgende toenadering gaat. De Blendle-hit ‘White boy’ Derek Black in het vorige nummer is een aanstekelijk voorbeeld van hoe extreme opvattingen niet direct tot vriendschap leiden, maar vriendschap wel de sleutel kan zijn tot het heroverwegen van de eigen logica.
In deze editie trakteert de Amerikaanse schrijver Michael Chabon zijn dertienjarige zoon Abe, door zijn vader een modieuze excentriekeling genoemd, op een geheel verzorgde Paris Fashion Week. Cadeautje voor zijn bar mitswa.
Zelf filosofeert Chabon liever over de betekenis van stijl dan dat hij een soort triatlon aflegt om op tijd bij alle modeshows te arriveren die week. Hij heeft het warm en verveelt zich en ziet de knokige, norse jongemannen met hun ingestudeerde blik en maaiende armen – een manier van lopen die fierce blijkt te heten – eerder als freaks dan als de rolmodellen voor zijn zoon Abe. Maar de liefde voor die jongen is zo basaal dat zijn opvoeder geen enkele moeite heeft met de afwijkende religie van zijn nageslacht en hem braaf begeleidt naar een wereld waar hij het blok aan zijn zoons been is, en niet andersom. Abe vindt zijn zielsverwanten buiten de cultuur van het eigen gezin. En ook al doorgrondt zijn vader hem niet, hij laat hem gaan waar zijn hartstocht hem drijft. Volgt hem zonder oordeel.
De ontroerende beschrijving van hun volwassenwording leest als een blauwdruk voor medemenselijkheid
Kunst, kan je denken. Het is zijn bloed. Toch blijft het zelfs dan nog een zware taak om mee te buigen naar andermans universum. Alsof je naar Disneyland moet terwijl je een boek aan het schrijven bent.
Chabons stuk voor GQ is in die zin meer dan een verslag van een intercontinentaal familie-uitje. De ontroerende beschrijving van hun volwassenwording leest als een blauwdruk voor medemenselijkheid. Daar zou elke buurt, elke straat, stad, elk land en ten slotte de hele wereld enorm van opknappen. Als Francis Fukuyama gelijk heeft en we inderdaad op de drempel staat van een nieuw, populistisch-nationalistisch tijdperk, waarin de dominante liberale orde opzij wordt gezet door de boze blanke meerderheid, dan is de missie van 360 actueler dan ooit. Internationale context leidt tot beter begrip van plaatselijke ontwikkelingen en biedt nieuwe invalshoeken die nationale sentimenten ontstijgen en belangrijk zijn in het maatschappelijke debat.
Het is te mooi om waar te zijn. Lees het ongelofelijke verhaal van Derek Black en je gelooft dat zelfs de meest extreme racisten te genezen zijn. Wie zegt het niet: naar elkaar luisteren, met elkaar in discussie gaan, respect hebben voor de ander – als we dat doen, komt het heus allemaal goed met deze wereld.
De jonge Black krijgt de rassenpolitiek met de paplepel ingegoten. Vader Don is de oprichter van Stormfront, het eerste en grootste internetforum van de white nationalists, met meer dan 300.000 leden. Voormalig Ku-Klux-Klan-leider David Duke, een van de beruchtste en fanatiekste racisten van Amerika, is Dereks peetvader. Zij willen dat hun erfgenaam niet alleen geschiedenis gaat schrijven, maar het ook studeert.
Als de achtergrond van het ‘satanskind’ op het New College bekend wordt, verzinnen medestudenten een plan dat hem misschien kan verleiden zijn puntmuts af te zetten. Gewoon door hem uit te nodigen, voor een sabbatsmaaltijd nota bene. We bereiken er niets mee om hem buiten te sluiten, had een jaargenoot gezegd. Opnemen in hun kring zou de meeste kans van slagen hebben om Blacks denken te beïnvloeden, dachten zij. Negeren of confronteren werkte contraproductief; hij zou zijn hakken nog vaster in het witte zand drukken.
Met bewijzen en argumenten het Grote Wantrouwen weg proberen te redeneren. Luisteren en laten luisteren. Elkaar de hand reiken
Zo moet dat, denk je, nu de politieke overwinning van Dereks (vroegere) waarden in de Verenigde Staten wordt gevierd. Met bewijzen en argumenten het Grote Wantrouwen weg proberen te redeneren. Luisteren en laten luisteren. Elkaar de hand reiken.
In een ingezonden brief aan The Daily Beast schrijft Black: ‘Het was een enorm dilemma om vakantieplannen te maken met iemand die ik als vriend respecteerde, maar die volgens mijn ideologie geen volwaardig lid van de samenleving kon zijn. Dat viel niet te rijmen.’
De weg naar de redelijkheid was voor Derek misschien iets makkelijker in te slaan dan voor hen die door opgespaard ongenoegen tot white nationalist gedachtegoed zijn gekomen.
Maar ook dan is er nog hoop. De schitterende regels van Leonard Cohen lijken voor de wereld van vandaag geschreven: ‘Ring the bells that still can ring / Forget your perfect offering / There is a crack in everything / That’s where the light gets in.’
De massale schreeuw om herstel van blank Amerika is gehoord en beloond. Maar er is altijd hoop en kans op herbezinning. Lees het ongelofelijke verhaal van Derek Black, spreekbuis van het blankesuprematiebeginsel, die door discussies met medestudenten langzaam maar zeker aan zijn eigen logica begint te twijfelen.
Hun openbare bijeenkomst wordt verstoord door een demonstratie en een bommelding, dus besluiten de white nationalists op een geheime locatie te vergaderen. Ze glippen langs politieagenten en demonstranten een hotel binnen in het centrum van Memphis. Het is november 2008, een paar dagen nadat Amerika voor het eerst in de geschiedenis een zwarte president heeft gekozen. Tientallen vooraanstaande racisten van over de hele wereld willen hun strategie voor de komende jaren bepalen. ‘De aftrap van de strijd voor het herstel van een blank Amerika’, staat er op de agenda.
De ruimte is voor een groot deel gevuld met voormalig Ku Klux Klan-aanvoerders en prominente neonazi’s, maar een van de keynotesprekers is een student uit Florida, een jongen van nog maar net negentien. Derek Black heeft al een eigen radioprogramma. Hij is een white nationalist-website voor kinderen begonnen en is op lokaal niveau politiek actief in Florida. ‘Het lichtende voorbeeld van onze conferentie’, zo luidt zijn introductie. En dan neemt Derek plaats achter het spreekgestoelte. ‘Dé manier om iets te bereiken is via de politiek,’ zegt hij. ‘We kunnen infiltreren. We kunnen ons land terugveroveren.’
Zijn moeder, Chloe, is ooit getrouwd geweest met David Duke, een van de beruchtste en fanatiekste racisten van Amerika, en Duke is Dereks peetvader
Jaren voordat Donald Trump een verkiezingscampagne voert die deels is gebaseerd op een politiek van raciale ongelijkheid en verdeeldheid, is een groep openlijke white nationalists al bezig de weg voor hem te effenen en zijn opkomst mogelijk te maken, door het racistische gedachtengoed steeds meer weg te halen uit de hoek van het extremisme en onder te brengen bij rechtse, zeer conservatieve partijen. Veel van de aanwezigen in Memphis hebben een ontwikkeling doorgemaakt van Klan-lid naar aanhanger van het blankesuprematiebeginsel naar ‘raciaal-realist’, om hun eigen terminologie te gebruiken. Derek Black staat voor een volgende stap in die evolutie.
Hij doet nooit racistische uitspraken. Hij roept niet op tot geweld of tot het overtreden van de wet. Hij is verkozen binnen een Republikeinse commissie in Palm Beach County, Florida (waar Trump ook een huis heeft), zonder ooit de term ‘white nationalism’ in de mond te hebben genomen. In plaats daarvan spreekt hij over de ongekende schade die wordt aangericht door politieke correctheid, positieve discriminatie en een ongebreidelde instroom van hispanics.
Erfgenaam
Derek Black is niet alleen een spreekbuis van de rassenpolitiek, hij is er ook een voortbrengsel van. Zijn vader, Don Black, is de oprichter van Stormfront, het eerste en grootste internetforum van de white nationalists, met meer dan 300.000 leden – een aantal dat nog altijd groeit. Zijn moeder, Chloe, is ooit getrouwd geweest met David Duke, een van de beruchtste en fanatiekste racisten van Amerika, en Duke is Dereks peetvader. Derek is opgegroeid in de voorste gelederen van de beweging, en sommige white nationalists noemen hem dan ook ‘de erfgenaam’.
Hier, in Memphis, spreekt Derek over de toekomst van hun ideologie. ‘De Republikeinse partij moet ofwel ten val worden gebracht, ofwel worden overgenomen,’ zegt hij. ‘Ik ga ervan uit dat de Republikeinen hun rol als blanke partij zullen oppakken en waarmaken.’
Een paar toehoorders beginnen te klappen, vervolgens beginnen er een paar te fluiten, en het duurt niet lang of de hele zaal applaudisseert. ‘Dit is ons moment,’ zegt Derek, want in deze zaal heerst tenminste consensus. Men is ervan overtuigd dat het white nationalism een politieke revolutie in gang zal zetten. Ook is men ervan overtuigd, in ieder geval op dat moment, dat Derek die beweging mede zal aanvoeren. ‘Over vele jaren zullen we terugkijken op deze tijd,’ zegt hij. ‘De grote intellectuele beweging om de blanken te redden is vandaag in gang gezet.’
Hij krijgt te horen dat andere rassen gewantrouwd dienen te worden, evenals de Amerikaanse overheid, kraanwater en popmuziek
Acht jaar later zal de toekomst die ze op dat moment voor zich zien eindelijk gestalte krijgen, met de presidentsverkiezingen van 2016. Donald Trump retweet de blanke racisten. Hillary Clinton houdt toespraken over de toenemende haat onder blanken en citeert David Duke, die zelf een campagne is begonnen om een Senaatszetel in de wacht te slepen.
Het white nationalism heeft zich inmiddels op grove wijze een pad gebaand naar het centrum van de Amerikaanse politiek, maar een van de mensen die de ideologie als geen ander kent, is in geen velden of wegen meer te bekennen. Derek is net 27 geworden ten tijde van de campagnes voor de verkiezingen van 2016. In plaats van de beweging aan te voeren, doet hij verwoede pogingen zich ervan los te maken. En dan niet alleen van de landelijke beweging, maar ook van een leven waar hij zich niet langer een voorstelling bij kan maken.
Dat leven heeft zich, vanaf het allereerste begin, afgespeeld in de geïsoleerde wereld van blanke racisten, een wereld waarin geen seconde wordt getwijfeld aan de positie van de blanken binnen de Amerikaanse samenleving. Derek heeft met de paplepel ingegoten gekregen dat Amerika is bedoeld voor blanke Europeanen en dat alle anderen uiteindelijk zullen moeten vertrekken. Hij krijgt te horen dat andere rassen gewantrouwd dienen te worden, evenals de Amerikaanse overheid, kraanwater en popmuziek. Zijn ouders halen hem in groep drie van zijn school in Palm Beach, omdat ze zijn zwarte leraar ‘ain’t’ horen zeggen. Derek is dan een van de weinige blanke kinderen in een klas met voornamelijk hispanics en Haïtianen. Zijn ouders besluiten dat hij thuis beter af is.
‘Het is verschrikkelijk hoeveel blanke geesten worden verpest binnen het schoolsysteem’, schrijft Derek niet veel later op de Stormfront-site voor kinderen, die hij maakt wanneer hij tien is. ‘Ik word nu niet langer belaagd door groepen niet-blanken. Ik leer trots te zijn op mezelf, mijn familie en mijn volk.’
Omdat hij thuisonderwijs krijgt, kan racisme een speerpunt van zijn scholing worden. Thuisonderwijs betekent ook dat hij de vrijheid heeft om op pad te gaan met zijn vader, die elk jaar een paar weken afreist naar het Diepe Zuiden om te spreken op congressen van white nationalists. Don Black komt uit Alabama, waar hij zich in de jaren zeventig aansluit bij de White Youth Alliance, die wordt geleid door David Duke, die op dat moment nog is getrouwd met Chloe. Dat huwelijk loopt uiteindelijk stuk en jaren later komen Don en Chloe elkaar weer tegen. Ze trouwen en in 1989 wordt Derek geboren.
Ze nemen hun intrek in Chloe’s geboortehuis in West Palm Beach waar ze Derek samen met de twee dochtertjes van Chloe grootbrengen. Verderop in de straat wonen immigranten uit Guatemala en in een flat vlakbij komen gepensioneerde joden wonen. ‘Indringers,’ zegt Don soms, maar Chloe wil niet weg bij haar oude moeder in Florida, dus berust Don uiteindelijk in de langdurige uitstapjes naar het blankste deel van het Zuiden.
Tijdens die uitstapjes verblijven Don en Derek altijd bij Dons vrienden uit de white power-beweging, waar Derek hun vele verhalen hoort. Zoals het verhaal over zijn vader die, op zijn zestiende, in de borst wordt geschoten terwijl hij in Georgia campagne voert voor rassenscheiding. Of over de dag in 1981 waarop Don met acht andere extremisten plannen smeedt om aan boord te gaan van een boot, met tassen vol dynamiet, automatische wapens en een nazivlag. Hun plan, operatie Rode Hond geheten, is om het piepkleine Caribische eilandstaatje Dominica in te nemen. Maar Don wordt gesnapt, ingerekend en tot drie jaar cel veroordeeld. In de gevangenis leert hij een beetje programmeren en in 1995 maakt hij de Stormfront-website, met als motto: White Pride World Wide.
In de loop der jaren trekt zijn website allerhande extremisten aan: skinheads, burgerwachtbewegingen, terroristen en Holocaustontkenners. Volgens het Southern Poverty Law Center, dat haat in kaart brengt, is in de loop der jaren een handvol van de mensen die berichten op Stormfront plaatsen ook daadwerkelijk overgegaan tot het plegen van hate crimes, waaronder ook moorden.
Een van de mensen die geregeld berichten op het forum plaatst, pleegt in 1999 een aanslag op een crèche in Los Angeles, waarbij hij drie kinderen verwondt. Een ander vermoordt in 2000 zijn joodse buurman, in een plaats niet ver van Pittsburgh. ‘We trekken te veel psychopaten aan’, post Don. Hij besluit tot een gematigder toon, om Stormfront een breder draagvlak te geven.
Satanskind
Stormfront is inmiddels uitgegroeid tot een dagtaak, hoewel Don er weinig aan verdient en het gezin moet zien rond te komen van Chloe’s salaris als secretaresse. Zij gaat elke ochtend naar haar werk en Don neemt thuis plaats achter zijn overvolle bureau, vanwaar hij probeert alt-rightschrijvers en -wetenschappers [onlinegemeenschap die in korte tijd een leger volgers verzamelde dat zich achter Trump schaart] over te halen om op zijn website te publiceren. In 2008 besluit hij beledigingen, nazisymbolen en fysieke dreigementen van de website te weren, hoewel zijn eigen taalgebruik goeddeels onveranderd blijft. Hij heeft geen vrienden maar ‘kameraden’. Men is ‘tegen ons’ of ‘voor ons’, men is ofwel een ‘sympathisant’ ofwel een ‘vijand’. Derek versterkt de band met zijn vader door zijn belangrijkste ideologische bondgenoot te worden.
Derek leert programmeren en maakt de Stormfront-website voor kinderen. Hij wordt geïnterviewd over haatzaaien door Nickelodeon, diverse talkshows, HBO en USA Today. ‘Satanskind,’ noemt Don hem soms, met trots en liefde in zijn stem.
Maar Don leest ook verschrikkelijke mails die zijn zoon krijgt van onbekenden die aanstoot nemen aan de Stormfront-website voor kinderen. Don begint zich zorgen te maken over de dertienjarige die maar al te vertrouwd raakt met de wisselwerking tussen vooroordelen en haat. ‘Je zult branden in de hel’, staat er in een van de mails, uit 2002. ‘Ik zou willen dat je nu hier bij me was’, schrijft iemand anders. ‘Je zou de rest van je leven alleen nog maar door een slangetje kunnen eten, vuile ellendeling.’
Don zegt tegen Derek dat hij de berichten niet meer moet lezen. Later zal hij zich afvragen: ‘Heb ik hem dit opgedrongen? Doet hij het alleen voor mij?’ Hij vraagt Derek of hij wil stoppen met de kinderwebsite, maar Derek zegt dat hij geen last heeft van de mails. Het is de vijand. Wat doet het ertoe wat die vindt?
Hij was slimmer dan ik. Hij doorzag de dingen beter. Hij ging voluit’
Vanaf dat moment kijkt Don met andere ogen naar zijn zoon. Hij ziet niet langer een kind dat binnen de beweging ter wereld is gekomen, hij ziet een leider in de dop, hij ziet iemand met een gedrevenheid en een overtuiging die volkomen vanuit hemzelf komen. Don heeft meer dan veertig jaar gewacht op blanken die de rassenkwestie in Amerika weer op de kaart kunnen zetten, en langzaam begint bij hem het besef te dagen dat de puber die onder zijn eigen dak woont weleens als katalysator zou kunnen fungeren. ‘Al mijn kracht, maar dan zonder mijn zwakten,’ zal Don later zeggen over de Derek van toen. ‘Hij was slimmer dan ik. Hij doorzag de dingen beter. Hij ging voluit.’
Velen binnen de beweging worden gevoed door woede en angst, maar Derek staat heel erg open voor de mensen die hij ontmoet, ongeacht hun huidskleur. Hij beroept zich niet op emoties maar op logica en wetenschap om zijn kijk op de wereld te onderbouwen. Hij leest rapporten van conservatieve denktanks, over de biologische verschillen tussen de rassen, over verschillen in IQ en over het aantal misdrijven dat wordt gepleegd door zwarten, afgezet tegen het aantal dat wordt gepleegd door blanken. Derek begint een dagelijks radioprogramma waarin hij zijn ideeën uiteenzet, en Don telt 275 dollar per week neer voor zendtijd op een AM-zender in de buurt van Lake Worth. Op de radio draagt Derek eraan bij dat het idee van genocide op de blanken weerklank vindt – het idee dat blanken hun cultuur en tradities wordt afgenomen door een golf van niet-blanke immigranten. ‘Als wij het maar vaak genoeg blijven herhalen – “Genocide op het blanke ras! We raken de greep op ons land kwijt!” – zullen politici het uiteindelijk overnemen,’ zegt hij. Hij herhaalt het in interviews, in berichten op Stormfront en tijdens zijn speech op de conferentie in Memphis, waar hij meer dan ooit overtuigd is van zijn gelijk.
Derek maakt zijn middelbare school af, gaat studeren en stelt zich kandidaat voor een Republikeinse commissie. Hij weet het zittende lid te verslaan, met 60 procent van de stemmen. Hij besluit middeleeuwse Europese geschiedenis te gaan studeren en schrijft zich in op het New College of Florida, een opleiding die hoog staat aangeschreven en waar veel geschiedenisvakken worden aangeboden. ‘We willen dat je niet alleen geschiedenis studéért, maar ook geschiedenis schríjft,’ brengen Don en Chloe hem soms in herinnering.
New College behoort tot de vrijzinnigere opleidingen in de staat. ‘Ze doen niet moeilijk over wiet, ze doen niet moeilijk over homoseksualiteit,’ licht Don toe in zijn radioprogramma. Voor sommige white nationalists is het dan ook een onbegrijpelijke keuze. Don wordt een keer tijdens de uitzending door een van zijn vrienden gevraagd of het hem geen zorgen baart dat zijn zoon studeert in een ‘culturele smeltkroes’, waarop Don in lachen uitbarst. ‘Als íémand daardoor wordt beïnvloed, dan zijn het al die anderen,’ zegt hij. ‘Over niet al te lange tijd zal zowel de docenten als de studenten duidelijk worden wie ze in hun midden hebben.’
Aanvankelijk weet niemand iets van Derek, en dat wil hij graag zo houden. New College is in Sarasota, op drie uur rijden, en Derek is voor het eerst van zijn leven het huis uit. Hij woont een introductiemiddag bij over diversiteit en begrijpt dat hij er meteen uit zal liggen als hij laat blijken dat hij een racist is. Hij besluit het onderwerp white nationalism op de campus uit de weg te gaan, of er in ieder geval mee te wachten totdat hij een paar vrienden heeft gemaakt.
De meeste anderen in zijn studentenhuis komen net van de middelbare school, terwijl Derek, die eenentwintig is, al een auto heeft en oud genoeg is om legaal aan bier te komen. Precies die dingen die hem ooit tot een buitenbeentje maakten – het rode haar tot over zijn schouders, zijn cowboyhoed, zijn enthousiasme voor middeleeuwse re-enactment – maken dat hij uitstekend past op New College, waar vrijwel alle achthonderd studenten wel iets aparts hebben. Met Halloween maakt Derek zelf een harnas en gaat verkleed als ridder. Hij kijkt naar zombiefilms met de andere jongens uit zijn studentenhuis, onder wie een Peruviaanse immigrant en een orthodoxe jood.
Misschien zijn het indringers, zoals zijn vader zegt, maar Derek mag ze ook wel. Hij houdt zijn overtuigingen nog altijd voor zich, maar gaandeweg voert hij steeds meer een innerlijke strijd. Wanneer een medestudent vertelt dat hij op een website die Stormfront heet een stuk heeft gelezen over de racistische aspecten van The Lord of the Rings, doet Derek of zijn neus bloedt.
Ondertussen belt hij elke doordeweekse ochtend naar de radiozender om zijn bijdrage aan het programma te leveren. Hij zegt tegen zijn vrienden dat hij zijn ouders belt, en in zekere zin is dat ook zo. Elke ochtend zijn Derek en zijn vader te beluisteren, ingeleid door muziek: ‘I’m a White Boy’ van Merle Haggard. Derek herhaalt met grote regelmaat zijn opvatting dat blanken worden weggevaagd – ‘een genocide in ons eigen land’, noemt hij het. Hij houdt de luisteraars voor dat het probleem schuilt in een ‘golf van niet-blanke immigranten’. Hij noemt Obama een ‘anti-blanke radicaal’. Hij zegt dat blanke kiezers ‘met smart wachten op een politicus die gewoon durft te benoemen op welke manieren blanken allemaal in de verdrukking raken’. Hij zegt dat het om ‘de belangrijkste strijd van ons bestaan’ gaat.
Vervolgens hangt hij op en gaat terug naar het studentenhuis waar hij op zijn gitaar nummers van Taylor Swift speelt of met een van de boten van New College gaat zeilen op Sarasota Bay.
Na een semester gaat hij een tijdje in Duitsland studeren, omdat hij de taal wil leren. Hij houdt contact met New College via een messageboard voor studenten, ‘het forum’ genoemd. Hij krijgt automatisch updates via de mail.
Op een avond in april 2011 ziet Derek een bericht voor alle studenten, gepost om vier minuten voor twee ’s nachts. Het is geschreven door iemand die Derek niet kent – een ouderejaars die online onderzoek doet naar terroristische groeperingen en daarbij op een bekend gezicht is gestuit. ‘Kent iemand deze man?’ luidt het bericht. Onder de woorden een foto die geen enkele twijfel laat. Het rode haar. De cowboyhoed. ‘Derek Black: blanke suprematist, radiomaker… student aan New College???’ staat er. ‘Hoe gaan we hier als gemeenschap mee om?’
Tegen de tijd dat Derek het volgende semester weer op de campus komt, zijn er meer dan duizend reacties geplaatst. Het is de langste thread in de geschiedenis van een school waar Derek nu het liefst verre van blijft. Hij keert terug naar Sarasota, verzoekt om toestemming om buiten de campus onderdak te zoeken en huurt een kamer een paar kilometer verderop.
Overwinnen met argumenten
Een paar vrienden uit het vorige jaar mailen om te zeggen dat ze zich verraden voelen. Op de campus steken onbekenden van veilige afstand een middelvinger naar hem op. Derek probeert zich zo min mogelijk in het openbaar te vertonen; de andere studenten kijken hem voornamelijk vuil aan of laten hem links liggen, hoewel er op het forum nog altijd druk wordt gespeculeerd.
‘Misschien probeert hij zich los te maken van een leven waar hij niet voor heeft gekozen.’
‘Hij heeft ervoor gekozen zich in het openbaar als racist te profileren. Wij hebben ervoor gekozen hem in het openbaar als racist te bestempelen.’
‘Ik wil alleen maar dat hij een pijnlijke dood sterft, en zijn hele familie erbij. Is dat te veel gevraagd?’
‘Ik zou willen dat Derek Black eens een keer reageerde…’
In plaats van te reageren leest Derek de berichten op het forum en gebruikt die als motivatie om een congres voor white nationalists te beleggen in East Tennessee. ‘Overwinnen met argumenten: verbale tactieken voor iedereen die wit en normaal is’, schrijft hij in de uitnodiging. Hij heeft op diverse congressen gesproken, onder meer die ene keer in Memphis, maar pas nu voelt hij zich geroepen weer een bijeenkomst te organiseren, nu het gedachtengoed van de white nationalists steeds meer opgang maakt. Het idee van genocide op de blanken, dat hij altijd heeft omarmd, is niet meer weg te denken van rechtse radiozenders. David Duke probeert banden aan te knopen met ‘onze vrienden en bondgenoten binnen de Tea Party’. Donald Trump heeft de gemoederen binnen alt-right verhit door Obama’s geboorteakte in twijfel te trekken, en volgens een opiniepeiling gelooft slechts 38 procent van de Amerikanen ‘oprecht’ dat Obama is geboren in de Verenigde Staten.
‘Een cruciaal moment om onze beweging meer bekendheid te verlenen,’ zegt Derek op de radio. Hij zorgt voor honderdvijftig inschrijvingen en regelt toespraken van zijn vader, Duke en andere separatistische kopstukken. Een andere student van New College krijgt lucht van het congres en plaatst de details op het forum, waar geleidelijk een nieuwe houding lijkt te ontstaan.
‘We bereiken er niets mee om Derek buiten te sluiten’, schrijft een van de studenten.
‘Dit is onze kans om echt iets te veranderen, om invloed uit te oefenen op een van de leiders van de blanke suprematisten in Amerika. Ik overdrijf niet. De burgerrechten zouden zegevieren.’
‘Wie is slim genoeg om iets te bedenken dat hem van gedachten kan doen veranderen?’
Derek belt terug, en nu neemt zijn moeder op. Ze zegt dat ze niet met hem wil praten
Een van de mensen die Derek kent uit het eerste jaar heeft misschien een idee. Hij verdiept zich in Stormfront en luistert naar Dereks radioprogramma. Eind september stuurt hij Derek een sms’je. ‘Wat doe je vrijdagavond?’ schrijft hij.
Matthew Stevenson geeft wekelijks een sabbatsetentje bij hem thuis. Hij is ermee begonnen vlak nadat hij zich in 2010 heeft ingeschreven op New College. Hij is de enige orthodoxe jood op een opleiding waar vrijwel geen enkele joodse infrastructuur is, dus besluit hij elke vrijdagavond op zijn studentenkamer te koken voor een klein groepje vrienden. Matthew drinkt altijd uit een kiddoesjbeker en zegt de traditionele gebeden, maar zijn gasten zijn voornamelijk christenen, atheïsten, zwarten of hispanics – iedereen die ruimdenkend genoeg is om naar een paar joodse zegenspreuken te luisteren. In het najaar van 2011 nodigt Matthew ook Derek uit om te komen eten.
Matthew heeft er een paar weken over gedubd of het een goed idee is. Derek en hij zaten ooit vlak naast elkaar in het studentenhuis, maar ze hebben elkaar niet meer gesproken sinds Derek op het forum is ontmaskerd. Matthew, die vrijwel altijd een keppeltje draagt, heeft in zijn leven genoeg met antisemitisme te maken gehad om weet te hebben van de KKK, David Duke en Stormfront. Hij leest nog een paar berichten van Derek uit 2007 en 2008: ‘Joden zijn níét blank.’ ‘Joden proberen op slinkse wijze de macht over onze maatschappij in handen te krijgen.’ ‘Ze moeten weg.’
Matthew besluit dat hij de meeste kans maakt om Dereks denken te beïnvloeden wanneer hij hem opneemt in zijn kring, meer dan wanneer hij hem blijft negeren of de confrontatie aangaat. ‘Misschien kent hij nog helemaal geen joden,’ herinnert Matthew zijn overweging.
Het is de eerste keer dat Derek ergens voor wordt uitgenodigd sinds zijn terugkeer naar de campus, dus hij besluit te gaan. Eerder waren er weleens acht tot tien mensen bij het sabbatsmaal, maar dit keer komen er maar een paar. ‘Laten we niet anders tegen hem doen dan tegen wie ook,’ zegt Matthew tegen de aanwezigen.
Derek komt met een fles wijn. Niemand begint over de white nationalists of het forum, uit respect voor Matthew. Derek is stil en beleefd. De week daarop komt hij weer, en de week daarop ook. Na een paar maanden voelt niemand zich meer echt bedreigd en is de sabbatsgroep weer net zo groot als voorheen.
De zeldzame keren dat Derek aan tafel een onderwerp aansnijdt, gaat het over de eigenaardigheden van de Arabische grammatica, dieren die in zee leven of de middeleeuwse wortels van het christendom. Hij maakt een intelligente en nieuwsgierige indruk, en hij luistert voornamelijk. Hij luistert naar een Peruviaanse student die vertelt over zijn middelbare school, waar 90 procent hispanics op zaten. Hij vraagt Matthew hoe hij denkt over het conflict tussen Israël en Palestina. Ze zijn allebei nog enigszins op hun hoede: Derek vraagt zich af of Matthew hem dronken wil voeren en hem probeert te verleiden aanstootgevende dingen te zeggen die hij vervolgens op het forum kan plaatsen; Matthew vraagt zich af of Derek vriendschap probeert te sluiten met een jood om zich te verweren tegen aantijgingen van antisemitisme. Maar ze mogen elkaar ook, en ze gaan samen poolen in een kroeg niet ver van de campus.
Gaandeweg vragen mensen uit de sabbatsgroep Derek weleens naar zijn opvattingen, die hij in 2011 en 2012 incidenteel toelicht in een gesprek of een mail. Hij zegt dat hij voor abortus is. Hij zegt dat hij tegen de doodstraf is. Hij zegt dat hij niet gelooft in geweld of in de KKK of in het nazisme of zelfs maar in de blanke suprematie – wat iets heel anders is dan white nationalism, benadrukt hij. Hij schrijft in een e-mail dat hij zich alleen zorgen maakt dat de ‘golf van immigranten en de gedwongen integratie’ zullen resulteren in een genocide op de blanken. Hij zegt dat hij gelooft in de rechten van alle rassen, maar dat hij van mening is dat mensen beter af zijn in hun eigen land, apart van elkaar.
‘Je hebt het nooit benoemd, Derek’, schrijft een van zijn sabbatsvrienden. ‘Je hebt nooit gezegd: “Hé, jongens, dit is waar ik in geloof en dit is waar ik niet in geloof.” Het is niet aan degene die bang/geïntimideerd zou kunnen zijn om op de ander af te stappen om vast te stellen of diegene echt eng of intimiderend is.’
‘Ik geloof dat ik alleen waarde hecht aan de mening van mensen die ik ken’, schrijft Derek terug. Inmiddels rekent hij zijn sabbatsvrienden tot de mensen die hij kent en respecteert. ‘Jullie hebben natuurlijk gelijk dat ik mijn eigen rol bagatelliseer,’ schrijft hij.
Afgezwakt
Aan het begin van zijn laatste jaar aan New College besluit Derek eindelijk een reactie op het forum te plaatsen. Hij wil dat zijn vrienden op de campus zich niet langer ongemakkelijk voelen, ook al is hij van mening dat voor sommigen van hen hun thuisland elders is. Hij gaat naar een koffietentje en begint aan zijn bericht, zwakt met elke nieuwe versie zijn eigen ideologie wat meer af. Hij is niet langer van mening dat het eindstation van white nationalism een gedwongen deportatie van niet-blanken is, maar geleidelijke zelfdeportatie, waarbij niet-blanken uit eigen verkiezing zouden vertrekken. Hij gelooft niet in zelfdeportatie per direct, in ieder geval niet waar het zijn vrienden betreft, maar uiteindelijk, ooit, in theorie. ‘Mij is duidelijk gemaakt dat sommige mensen bang zijn geworden, of zijn geïntimideerd, of zich zelfs bedreigd voelen, door dingen die over mij zijn gezegd’, begint hij. ‘Ik wil graag openlijk op die zorgen ingaan, aangezien ze totaal onnodig zijn. Ik ben niet voor onderdrukking van mensen op grond van ras, geloof, overtuiging, gender, sociaal-economische positie en dergelijke.’
Het bericht, enkel bedoeld voor het College, wordt doorgespeeld aan het Southern Poverty Law Center (SPLC), dat een openbaar dossier bijhoudt over Derek en andere racistische kopstukken. De groep stuurt Derek een mail waarin ze hem om opheldering vragen. Heeft hij het white nationalism afgezworen? ‘Je opvattingen lijken heel anders dan veel mensen denken’, staat er in de mail.
Derek krijgt het bericht terwijl hij op vakantie is in Europa, met de Kerst. Hij logeert bij Duke, die zijn radioprogramma verzorgt vanuit een deel van Europa waar de wetgeving op het gebied van de vrijheid van meningsuiting zeer soepel is. ‘Dankzij de Tea Party worden enkele van onze opvattingen nu breed gedeeld,’ heeft hij een paar dagen eerder gezegd. Zelfs Derek vindt enkele van de dingen die Duke zegt overtrokken, of zelfs onrustbarend, maar de man is en blijft zijn peetvader. Derek schrijft terug, gezeten op de bank in Dukes woonkamer.
‘Alles wat ik [op het forum] heb gezegd is waar’, schrijft hij. ‘Ik geloof ook in white nationalism. Mijn bericht en mijn raciale ideologie bijten elkaar niet.’
Maar in werkelijkheid is Derek meer en meer in verwarring over wat hij nou precies vindt. Soms scrolt hij wat door de berichten op Stormfront, in de hoop zijn ideologische overtuiging te sterken, maar de threads over Obama’s geboorteakte of over DNA-tests die zijn staatsburgerschap moeten bevestigen, komen hem inmiddels voor als krankzinnig of paranoïde. Hij post geen berichten meer op Stormfront. Hij verzint excuses om onder zijn radioprogramma uit te komen, laat zijn vader elke ochtend in zijn eentje op zender gaan om uit te leggen waarom Derek niets van zich laat horen. Derek zou zich voorbereiden op een examen. Derek zal die linkse hoogleraren eens wat laten zien. In werkelijkheid gaat Derek echter vaak met zijn kajak naar het strand, om alleen te zijn en te kunnen nadenken.
Hij heeft zijn opvattingen altijd gebaseerd op feiten, maar de laatste tijd wordt zijn logica steeds vaker onderuitgehaald door e-mails van zijn vrienden. Ze sturen hem links naar onderzoeken die aantonen dat raciale verschillen in IQ voor een groot deel kunnen worden verklaard uit externe factoren als prenatale voeding en onderwijsmogelijkheden. Ze geven hem wetenschappelijke artikelen over de effecten van discriminatie op de bloeddruk, prestaties op het werk en geestelijke gezondheid. Hij leest artikelen over de bevoorrechte positie van blanken en over het feit dat minderheden niet evenredig zijn vertegenwoordigd in het journaal. Een vriend mailt: ‘De geNOcide op blanken is onvoorstelbaar, diep kwetsend, en een schande in het licht van de werkelijke, waargebeurde en aan den lijve ondervonden genocide op joden, Rwandezen, Armeniërs, et cetera.’
‘Ik haat niemand vanwege zijn of haar ras of religie’, laat Derek op het forum weten. ‘Ik geloof niet in blanke suprematie’, schrijft hij. ‘Ik vind niet dat mensen omwille van ras, religie of wat ook hun huis zouden moeten verlaten, uit elkaar gehaald moeten worden of hun vrijheid moeten inleveren.’
‘Derek,’ antwoordt een van zijn vrienden, ‘ik heb het gevoel dat je de spreekbuis bent van een beweging waar je nauwelijks achter staat. Je moet je toch echt in meer dan een vijftigste van een bepaalde overtuiging kunnen vinden om te kunnen zeggen dat je die overtuiging deelt.’
Tijdens zijn laatste jaar aan New College verdiept Derek zich in de joodse geschriften en het Duitse multiculturalisme, hoewel zijn onderzoek zich nog altijd voornamelijk richt op het middeleeuwse Europa. Hij komt tot de ontdekking dat West-Europa niet is begonnen als een grootse samenleving van mensen die genetisch superieur zijn, maar als een plek die in technologisch opzicht achterliep op de islamitische cultuur. Hij verdiept zich in het tijdperk van de achtste tot de twaalfde eeuw, in een poging de oorsprong van hedendaagse concepten als (het blanke) ras en huidskleur te achterhalen, maar het levert niets op. We hebben het min of meer zelf verzonnen, luidt zijn conclusie.
‘Breek ermee’, mailt een van zijn sabbatsvrienden een week na Dereks afstuderen in mei 2013. Hij dringt erop aan dat Derek in het openbaar het white nationalism afzweert. ‘Breek ermee voordat het nog meer onherstelbare schade toebrengt aan een deel van je toekomst.’
Derek blijft na zijn afstuderen in de buurt van de campus. Hij past op het huis van een hoogleraar. In die periode overweegt hij een verklaring uit te brengen. Hij gelooft niet langer in white nationalism en is van plan om afstand te doen van zijn verleden door een deel van zijn naam te veranderen en zijn opleiding elders voort te zetten. Zijn gevoel zegt hem dat hij er het beste stilletjes tussenuit kan knijpen, maar zijn uitingen zijn altijd openbaar geweest – hij laat een hele reeks radioprogramma’s, internetberichten en tv-optredens na, plus het jaarlijkse congres over raciale tactieken.
Hij heeft de knoop nog altijd niet doorgehakt wanneer hij later die zomer naar zijn ouders gaat. Zijn vader volgt de opkomst van white nationalism op de televisie en zijn ouders hebben het over ‘vijanden’ en ‘kameraden’ in de ‘oorlog die woedt’. Het klinkt Derek nu bespottelijk in de oren. Ze zijn de hele dag samen bezig raamkozijnen te maken, een van Dereks merkwaardige hobby’s die zijn ouders altijd hebben aangemoedigd. Zijn ouders hebben zijn gitaar betaald en meegedaan aan zijn middeleeuwse re-enactments. Ze hebben zijn studie betaald aan het college waar hij de sabbatsmaaltijden bijwoonde. Maar bovenal hebben ze hem geleerd om zelfstandig en kritisch na te denken, en om uit te komen voor zijn mening, ook wanneer dat op verzet stuit.
Die avond gaat hij de deur uit, naar de kroeg. Hij neemt zijn laptop mee en begint aan een verklaring.
‘Een groot deel van de gemeenschap waarin ik ben opgegroeid gelooft sterk in white nationalism, en leden van mijn familie, voor wie ik immens veel respect heb, al helemaal voor mijn vader, zijn sinds jaar en dag fervent aanhanger van die beweging. Ik was niet bereid het risico te nemen me van hen te vervreemden.
Na lang wikken en wegen ben ik tot de conclusie gekomen dat het voor iedereen beter is dat ik eerlijk toegeef dat ik me geleidelijk maar onmiskenbaar heb losgemaakt van het gedachtengoed van white nationalism. Ik kan me niet achter een beweging scharen die me verbiedt vrienden te zijn met wie ik wil, of die voorschrijft dat ik iemand in een bepaald licht moet zien vanwege zijn of haar ras, of moet wantrouwen wat hij of zij doet.
Niet alleen door wat ik heb gezegd, maar ook door wat ik heb gedaan, heb ik anderen geschaad – mensen met een andere huidskleur, joden, activisten die streven naar kansen en gelijkheid voor iedereen. Ik betreur de schade die ik heb berokkend.’
Hij schrijft nog een paar alinea’s en stelt vervolgens een mail op aan het SPLC, de instelling die zijn vader veertig jaar lang als zijn voornaamste vijand heeft beschouwd. ‘Onverkort publiceren’, luidt Dereks instructie. Vervolgens voegt hij de brief toe als bijlage en klikt op ‘verzenden’.
‘Je bent gehackt’
Don zit de volgende dag te googelen en ziet ineens een balkje met Dereks naam in beeld verschijnen. Don tikt al een jaar of tien een paar keer per week ‘Stormfront’ en ‘Derek Black’ in de zoekbalk om de opkomst van zijn zoon binnen de white nationalism-beweging te volgen. Wat nu in beeld verschijnt, is een bericht dat afkomstig is van het SPLC, door Don steevast het ‘Paleis van de Armoede’ genoemd. ‘Activistische zoon van vooraanstaand racistenleider keert white nationalism de rug toe’, staat er. Don leest de brief en stuit op termen als ‘structurele onderdrukking’, ‘geprivilegieerd’, ‘kansarm’ en ‘gemarginaliseerde groepen’ – het zalvende taalgebruik van de liberalen waar Don en Derek op de radio geregeld de draak mee hebben gestoken.
‘Je bent gehackt,’ herinnert Don zich dat hij tegen Derek zegt, zodra die de telefoon opneemt.
‘Nee, het is echt,’ zegt Derek, en hij hoort zijn vader de verbinding verbreken.
Een paar uur lang weet Don domweg niet wat hem overkomt. Misschien haalt Derek een geintje met hem uit. Misschien gelooft hij nog altijd in white nationalism maar verlangt hij naar een simpeler bestaan.
Derek belt terug, en nu neemt zijn moeder op. Ze zegt dat ze niet met hem wil praten. Ze geeft de telefoon aan Don, wiens stokkende stem is verstikt door tranen. Derek heeft hem nog nooit zo gehoord. ‘Ik kan nu niet praten,’ zegt hij en hangt weer op.
Later die nacht logt Don in op het messageboard van Stormfront. ‘Dit zal zich vast snel verspreiden, op internet en in de lokale media, dus wil ik hier beginnen’, schrijft hij, en hij plaatst een link naar Dereks brief. ‘Ik wil niet met hem praten. Hij zegt dat hij niet begrijpt dat wij ons verraden voelen enkel omdat hij zijn “persoonlijke overtuigingen” kenbaar heeft gemaakt aan onze aartsvijanden.’
‘Het is een griezelige gedachte dat ik heb geholpen om dit gedachtengoed te verspreiden, en dat het nu niet meer is weg te denken’
De eerste paar dagen hierna kan Don het niet opbrengen om nog meer berichten te plaatsten. ‘Ik was al licht depressief, maar op dat moment wilde ik gewoon de stekker eruit trekken,’ zegt hij later over deze tijd. ‘Wat heeft het allemaal nog voor zin? Ik was een dag of tien echt tot niets in staat. Het is het ergste wat me als volwassene is overkomen.’
Een week later logt hij weer in op Stormfront. ‘Na een verschrikkelijke week moet ik even stoom afblazen’, schrijft hij. ‘Ik weet alleen wat Derek me heeft verteld, en dat is niet te bevatten. Ik ben inmiddels van mening dat hij serieus in dat gelul gelooft. Derek heeft herhaald dat voor hem familiebanden losstaan van politiek. Ik heb gezegd dat dat natuurlijk niet geldt voor een familie waarin alles draait om politiek activisme.’
Al snel worden er honderden berichten geplaatst. Sommige mensen condoleren Don. Anderen zeggen dat Derek een verrader is, of dat Don zelf ook niet meer te vertrouwen is. Don reageert op een paar berichten, waarin hij soms voor Derek opkomt en soms afstand van hem neemt. Na een paar weken kan hij het niet langer opbrengen. ‘Ik sluit deze thread af’, schrijft Don uiteindelijk. Hij noemt het ‘een open wond’.
Een paar weken later komt Derek naar huis voor zijn vaders verjaardag, al hebben zijn moeder en zijn halfzussen hem gevraagd weg te blijven. ‘Ik denk dat ze me gaan verstoten’, heeft Derek een studievriend geschreven. Maar hij staat op het punt om naar elders te verhuizen om daar verder te gaan studeren, en hij wil in ieder geval even afscheid nemen.
Hij gaat naar het huis van zijn oma, waar de verjaardag wordt gevierd, en later zal hij vertellen hoe vreemd het was dat zijn halfzussen deden alsof ze hem helemaal niet kenden. Zijn moeder is beleefd maar afstandelijk. Don probeert Derek mee naar binnen te krijgen, maar de rest van de familie wil dat hij weggaat. ‘Ik was ongewenst op mijn eigen feestje,’ zegt Don later. ‘Als ik Derek wilde spreken, moesten we maar allebei vertrekken, kreeg ik te horen.’
Ze gaan samen een eindje rijden, eerst naar het strand en later naar een restaurant, waar ze aan een tafeltje bijna helemaal achterin gaan zitten. Derek heeft nog altijd hetzelfde droge gevoel voor humor. Hij heeft nog dezelfde scherpe kijk op politiek en geschiedenis. ‘Hij is nog precies dezelfde Derek,’ concludeert Don na een paar uur, tot zijn eigen verbazing. Zijn verdriet was zo intens geweest dat hij had verwacht dat het verlies ook echt zichtbaar zou zijn. In plaats daarvan vergeet hij soms een paar minuten lang dat Derek ‘nu aan de andere kant staat’.
Don vraagt Derek naar de theorieën die op het messageboard van Stormfront terecht zijn gekomen. Doet hij zich gewoon anders voor omdat hij een ongecompliceerder bestaan wil? Is dit zijn manier om zich af te zetten tegen zijn ouders?
Als Derek ontkennend antwoordt, begint Don over het idee waar hij zelf steeds meer in is gaan geloven – de theorie die David Duke heeft gepost in de eerste paar uur na de plaatsing van Dereks brief: het stockholmsyndroom. Derek is gegijzeld door linkse intellectuelen en is vervolgens sympathie voor hen gaan koesteren.
‘Dat is wel heel neerbuigend,’ herinnert Derek zich zijn eigen reactie. ‘Hoe kan ik aantonen dat dit echt mijn mening is?’
Hij probeert Don een paar uur lang te overtuigen, in het restaurant. Hij praat over de bevoorrechte positie van blanken en vertelt over de wetenschappelijke onderzoeken naar geïnstitutionaliseerd racisme. Hij noemt de grote islamitische samenlevingen die de wiskunde hebben ontwikkeld en die een maansverduistering voorspelden. Hij zegt dat hij zich inmiddels verantwoordelijk voelt voor de opmars van het white nationalism in de politiek. ‘Ik had het niet alleen maar bij het verkeerde eind,’ zegt hij. ‘Ik heb ook echt schade aangericht.’
‘Ik kan nauwelijks geloven dat ik uitgerekend met jou over rassenleer discussieer,’ zegt Don.
Het restaurant gaat dicht en nog altijd zijn ze niet veel dichter tot elkaar gekomen. Derek gaat bij zijn oma slapen. Hij wordt vroeg wakker en gaat in zijn eentje op weg.
Vanaf die dag doet Derek alle mogelijke moeite om zijn verleden achter zich te laten. Hij woont nog altijd ver van zijn ouders, ook nu hij zijn studie heeft afgerond, en hij leert Arabisch om zich te kunnen verdiepen in de geschiedenis van de vroegste islam. Hij heeft geen enkele white nationalist meer gesproken sinds hij de beweging de rug heeft toegekeerd, afgezien van een paar telefoontjes naar zijn ouders. In plaats daarvan besteedt hij zijn tijd aan het bijspijkeren van zijn kennis van de populaire cultuur, die hij heeft geleerd te verafschuwen: hij leest columns in linkse kranten, luistert naar rap en gaat naar de film. Hij is een bewonderaar van president Obama. Hij besluit de Amerikaanse overheid niet langer te wantrouwen. Hij begint kraanwater te drinken. Hij boekt goedkope vluchten naar Barcelona, Parijs, Dublin, Nicaragua en Marokko en dompelt zich onder in zo veel mogelijk verschillende culturen.
Hij is lid geworden van een nieuw internetforum, dit keer voor couchsurfers. Hij biedt onbekenden tijdelijk onderdak in zijn tweekamerappartement. Hij is steeds beter in staat om anderen te vertrouwen – om anderen tegemoet te treden zonder vooroordelen of vooringenomenheid – en hij voelt meer en meer afstand tot de Derek die hij ooit was.
Maar dan komt de verkiezingscampagne van 2016 op gang, en ineens vormt het white nationalism dat Derek zo graag achter zich wil laten de onvermijdelijke ondertoon van nationale debatten over vluchtelingen, immigratie, Black Lives Matter en de verkiezingen zelf. Eind augustus kijkt Derek thuis op de bank naar Hillary Clinton die een serieuze toespraak houdt over het opkomende racisme. Ze zegt dat de aanhangers van de blanke suprematie zichzelf hebben omgedoopt tot white nationalists. Ze verwijst naar Duke en het idee van ‘genocide op de blanken’, dat mede dankzij Derek opgang heeft gemaakt. Ze heeft het over Trump die een campagneleider in de arm heeft genomen die banden heeft met alt-right. ‘De Republikeinse partij is de facto overgenomen door een splintergroepering,’ zegt ze.
Het is het gedachtengoed dat Derek een groot deel van zijn leven heeft aangehangen, maar nu vreest hij voor de toekomst van zijn land, voelt hij zich medeverantwoordelijk. ‘Het is een griezelige gedachte dat ik heb geholpen om dit gedachtengoed te verspreiden, en dat het nu niet meer is weg te denken’, schrijft hij een van zijn sabbatsvrienden.
Hij vraagt zich ook af of hij zijn verleden ooit echt achter zich zal kunnen laten, aangezien er zo veel in de openbaarheid is gekomen. Studiegenoten herkennen hem nog altijd af en toe als die voormalige racist, hij staat nog altijd vermeld in het testament van een man met wie hij bevriend is geraakt via het white nationalism, hij is nog altijd de peetzoon van Duke, nog altijd de zoon van Chloe en Don.
Aan het eind van de zomer gaat hij voor het eerst in jaren weer naar Florida om hen op te zoeken. In een tijd van steeds fellere polemieken is hij benieuwd naar de mening van zijn vader. Binnen, op de bank, praten ze wat over Dereks studie en over Dons nieuwe Duitse herder. Maar na een poosje komt het gesprek toch weer uit op ideologische kwesties, het onderwerp dat altijd al hun voorkeur heeft gehad.
Don, die normaal gesproken niet stemt, zegt dat hij dit keer Trump zal steunen.
Derek zegt dat hij een online-enquête heeft ingevuld en dat zijn standpunten voor 97 procent overeenkomen met die van Hillary Clinton.
Don zegt dat het inperken van immigratie een goed begin is.
Derek zegt dat hij juist voor meer immigratie is, omdat hij zich heeft verdiept in de sociale en economische voordelen van diversiteit.
Don is van mening dat dat zal uitmonden in een ‘genocide op de blanken’.
Derek vindt ras sowieso een onzinnig concept.
Ze zitten tegenover elkaar, zoeken naar manieren om de kloof te overbruggen. De baai is één blok verderop. Aan de overkant is Mar-a-Lago, waar Trump regelmatig verblijft en van zijn vakantie geniet, en waar hij zelfs ooit een 25 meter hoge mast heeft laten plaatsen voor een gigantische Amerikaanse vlag.
‘Wie had ooit kunnen denken dat hij het tot gemeengoed zou maken?’ zegt Don. Op dit moment van ongekende verdeeldheid is deze verwondering het enige waarin ze elkaar vinden.
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.
Het Ierse volk stemde in 2015 in een referendum vóór het homohuwelijk. Columnist Fintan O’Toole schreef er drie bekroonde columns over, waarvan dit de laatste is.
De overweldigende meerderheid voor het Ja-kamp in het referendum over het homohuwelijk is niet zo mooi als ze lijkt. Ze is veel mooier.
Het kleine Ierland, dat het eerste land ter wereld wordt waar een directe volksstemming het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht mogelijk heeft gemaakt – het lijkt buitengewoon. Maar het gaat eigenlijk juist over het gewone. Ierland heeft opnieuw gedefinieerd wat het betekent om een gewoon mens te zijn. We hebben de wereld duidelijk gemaakt dat er een nieuw normaal is, dat ‘gewoon’ een groot, veelomvattend woord is, waarmee de natuurlijke verscheidenheid van de mensen wordt omhelsd en gekoesterd. LHBT’s [lesbisch, homo-, bi-, en transgender] zijn nu een geaccepteerd onderdeel van de heerlijke gewoonheid van het Ierse leven.
We hebben de wereld duidelijk gemaakt dat er een nieuw normaal is
Het lijkt een overwinning voor de tolerantie. Maar het is in feite het einde van het alleen maar tolereren. Tolerantie is wat ‘wij’ in onze genadige goedheid toestaan aan ‘zij’. Alsof je zegt: ‘Doe jij daar je eigen ding maar, dan vallen wij je niet lastig, zolang jij ons niet lastigvalt.’ Met dit klinkende ‘Ja’ verklaart Ierland dat het de tolerantie ver achter zich heeft gelaten. Het zegt dat er geen ‘zij’ meer is, LHBT’s zijn wij – onze zoons en dochters, vaders en moeders, broers en zussen, buren en vrienden. We hebben de kans gekregen om dat te zeggen. Ons werd gevraagd tolerantie te vervangen door burgerlijke gelijkheid. En wij hebben die kans met beide handen aangegrepen en aan ons hart gedrukt.
Het lijkt een overwinning voor de welsprekendheid. Er is inderdaad een schitterende burgerlijke campagne gevoerd. En die werd gekenmerkt door de meeslepende welsprekendheid van zo veel mensen die zich openhartig uitspraken via radiogolven en aan deuren. Het Ja-kamp ging niet in op provocaties en beledigingen, het steeg daar bovenuit. Veel mensen offerden hun privacy op en stelden hun meest intieme gevoelens bloot aan mogelijke openbare afwijzing. Hun moed en waardigheid gaven de doorslag.
Nationaal monument
Toch is dit niet een overwinning van de welsprekende verklaringen. In zijn diepste wezen is het een overwinning voor angstig gestamel. Waarom? Omdat de werkelijke verandering die Ierland de afgelopen twintig jaar heeft doorgemaakt, te danken is aan honderdduizenden van die pijnlijke, hortende gesprekken die beginnen met de gevreesde woorden ‘Ik moet je iets vertellen…’ Aan al die momenten van uit de kast komen aan de keukentafel, die aarzelende woorden, onderbroken door gesnik en gezucht, kille stiltes en angstige aarzelingen. Tijdens die onhandige, ongelukkige, vaak onafgemaakte gesprekken werden de waarheden die in deze campagne zo welsprekend zijn geformuleerd, voor het eerst geuit. En het is dankzij die gesprekken dat homo’s en lesbiennes ‘wij’ zijn geworden, onze kinderen, onze familie.
Het lijkt een overwinning voor liberaal Ierland op conservatief Ierland. Maar het is veel belangrijker dan dat. Het is het eind van die hele steriele, zinloze, onproductieve scheiding. Er bestaat niet langer een liberaal Ierland en een conservatief Ierland. De kloof tussen platteland en stad, tussen traditie en moderniteit, die het debat de afgelopen veertig jaar zo sterk heeft bepaald, is gedicht. Dit is een echt nationaal moment. In plaats van een liberaal en een conservatief Ierland, hebben we nu een fatsoenlijk, democratisch Ierland.
Het lijkt erop dat de LHBT’s eindelijk uit de kast komen. Maar eigenlijk is het meer dan dat: het is Ierland dat voor zichzelf uit de kast komt. We hadden een heimelijk, bang, verborgen zelf van optimisme en fatsoen, een zelf dat lang is overschaduwd door hypocrisie en abstractie en in bedwang gehouden door angst. Vrijdag is dit Ierland opgehouden bang te zijn voor zichzelf. De Nee-campagne ging helemaal over angst – de angst dat verandering slechts één voertuig kon hebben (de schandkar) en één bestemming (de hel). En deze keer heeft dat niet gewerkt. Paranoia en pessimisme hebben het ruimschoots verloren van het zelfvertrouwen en het optimistische geloof in zichzelf dat het Ierse volk zo lang voor zichzelf verborgen heeft gehouden.
Het lijkt een overwinning voor mondiaal kosmopolitisme. Maar in feite is het een overwinning voor de intimiteit. Het was de intimiteit die Ierland tot zo’n afschuwelijke plek om te leven maakte voor homo’s en lesbiennes, voor al diegenen die vanwege hun anders-zijn werden nagewezen en begluurd, over wie werd geroddeld. Maar intimiteit is een tij dat even krachtig is wanneer het zich de andere kant op keert. Toen LHBT’s eenmaal uit de kast kwamen, werden ze bekend. Ieren houden van wat ze kennen. Ze houden van het begrip ‘thuis’. Het prachtige schouwspel van al die mensen die op die vrijdag naar huis kwamen om te stemmen, belichaamde voor ons dat gevoel dat thuis de plek is waar het hart is – het sterke, kloppende hart van de menselijke verbondenheid.
De LHBT-gemeenschap heeft de hele Ierse democratie een van zijn mooiste dagen bezorgd
Tot slot lijkt het een nederlaag voor de religieuze conservatieven. Maar niemand heeft een nederlaag geleden. Niemand is minder waard geworden. De Ieren hebben in groten getale het idee verworpen dat onze republiek een ‘nulsomspel’ is, dat wat de één krijgt, van een ander afgenomen moet worden. Gelijkheid levert iedereen winst op – zelfs degenen die dachten dat ze die gelijkheid niet wilden. Mettertijd zullen degenen die nu bij deze kwestie een minderheid vormen, inzien hoe waardevol het is om te leven in een pluralistische democratie waarin minderheden worden gerespecteerd.
Door te blijven hameren op een onderwerp dat tot voor kort nog marginaal leek, heeft de LHBT-gemeenschap de hele Ierse democratie een van zijn mooiste dagen bezorgd. Ze heeft onze geteisterde republiek een nieuw gevoel van betrokkenheid gegeven, een nieuw zelfvertrouwen, een groter besef van wat allemaal mogelijk is. Ze heeft ons laten zien dat het ondenkbare wel degelijk bereikbaar is. Nu moeten we nog bedenken hoe we die angstaanjagende en opwindende uitdaging kunnen aangaan.
Auteur: Fintan O’Toole
Vertaler: Annemie de Vries
Fintan O’Toole (1958) is columnist en literatuur- en theatercriticus voor The Irish Times. Hij was theatercriticus voor The New York Daily News en schrijft regelmatig voor The New York Review of Books.
In 1859 de spreekbuis van protestantse nationalisten. Later van de unionisten. Tegenwoordig geldt de krant als gematigd liberaal / sociaaldemocratisch.
Genomineerden in de categorie Commentator Award
Maria Louka (Griekenland):
The Monster and Us
Eric Frey (Oostenrijk):
Kom- mentare zur Flüchtlingskrise
George Monbiot (Verenigd Koninkrijk):
Three Columns
Caroline de Gruyter (Nederland):
Hoe het linkse verhaal verdwenen is
Bollywoodacteur Aamir Khan (moslim) uitte publiekelijk zijn zorg over het intolerante klimaat in India onder de hindoenationalistische premier Modi. Zijn vrouw vroeg zich af of ze het land moest verlaten. Heeft Khan een punt?
Ja
De acteur Aamir Khan vertelde op een bijeenkomst van journalisten hoe onveilig en radeloos hij zich soms voelt in het huidige, alsmaar intolerantere klimaat. Hij vertelde dat zijn vrouw hem voor het eerst had gevraagd of ze India niet beter konden verlaten. Een dag later antwoordde minister van Arbeid Smriti Irani dat het feit dat hij dit als toerisme-ambassadeur van de regering publiekelijk kon zeggen in het bijzijn van een minister, bewijst dat India een tolerant land is. Irani heeft gelijk. Er waren naast eregast Arun Jaitly [minister van Financiën] zelfs vier ministers bij aanwezig. Dat beeld van vijf ministers die geduldig de woorden van de superster beluisterden, geeft wel aan dat de machthebbers hier openstaan voor kritiek.
Maar die vrijheid is natuurlijk pas echt compleet, in een open democratie zoals India zichzelf met trots noemt, als de leiders hem niet alleen aanhoren maar ook van repliek dienen. Zij moeten zijn zorgen met hem bespreken, al is het maar om hem duidelijk te maken dat die ongegrond zijn.
Er zijn ongelovigen aangevallen of gedood, en een man werd zelfs – na een gerucht dat hij rundvlees had gegeten – door een menigte gelyncht
Het zou erg teleurstellend zijn als Aamirs ontboezemingen als aanval op de regering worden opgevat, als onvaderlands‑ lievend terzijde geschoven, of gebagatelliseerd als gezeur van iemand met te veel privileges. Het zou zonde zijn als Aamir en Shah Rukh Khan [een andere bekende Indiase acteur], die al even ferme uitspraken deed in het ‘intolerantie‑ debat’, alleen antwoord krijgen van regeringsgezinde bullebakken, met hun gebruikelijke gescheld, laster en intimidatie. Overigens zijn de twee Bollywoodsterren niet erg representatief voor de leden van Aam-Aadmi [‘Partij van de gewone man’, een door burgers opgerichte anticorruptiepartij]. Aamir Khans bekendheid beschermt hem tegen allerlei uitwassen waar gewone mensen vaak mee te maken krijgen. Ook waren zijn woorden zeker niet vrij van overdrijving. Toch draagt de stem van een artiest als Aamir ver en kan hij daarom voor velen spreken. Al is de band die al deze mensen met hem voelen er een van de verbeelding, het maakt hun ervaringen niet minder werkelijk.
De twee supersterren hebben uitdrukking willen geven aan een angst die velen voelen. Er zijn ongelovigen aangevallen of gedood, en een man werd zelfs – na een gerucht dat hij rundvlees had gegeten – door een menigte gelyncht [voor hindoes is het eten van rundvlees om religieuze redenen streng verboden]. In verklaringen van ministers en parlementsleden van de regeringspartij kregen de slachtoffers de schuld en werd gezegd dat Pakistan erachter zat. Premier Narenda Modi stond de leiders van antimoslimdemonstranten, die met hem sympathiseren, onmiddellijk te woord. Hij zou nu hetzelfde moeten doen met degenen die zich tegen zijn regering en het intolerante klimaat verzetten.
Zelfbenoemde ‘enige krant van India’. Staat bekend om zijn strijdlust en journalistieke moed en duikt graag in politieke en financiële schandalen. De zondagseditie heeft extra aandacht voor cultuur.
Nee
Geachte heer Khan, ik schrijf u omdat ik mij afvraag hoe ons land eruitziet vanuit de grote ramen van uw dure villa op Pali Hill. Heel anders dan vanuit mijn sociale huurwoning op de tweede etage, vermoed ik. Zo’n woninkje is het enige wat een eerlijke journalist tegenwoordig nog kan betalen in ons land. Ik zeg expres ‘eerlijke journalist’, zodat u niet denkt dat ik een bhakt [benaming op sociale media voor Modi-aanhangers] of een ‘perstitué’ ben – twee termen die het in ons intolerante klimaat zo goed doen. U hebt het over intolerantie. cver intolerantie kan ik meepraten. Ik ben chinki genoemd, spleetoog, Nepali en elk ander scheldwoord op de Chinese menukaart. De meeste van mijn Chinki-vrienden ondergaan hetzelfde. Wij op onze beurt noemen deze scheldende Indiërs bhaiya’s [eikels] en gaan door met ons leven.
Heb ik ooit overwogen om deze stad te verlaten? Nooit, en dat zal ik ook nooit doen. Zoals u al zo mooi zong: All Izz Well [een door Aamir Khan gezongen nummer uit een zeer succesvolle Bollywoodfilm] – maakt u zich over mij geen zorgen.
Ik was er kapot van en bedronk me op een terras in een arme buitenwijk van Mumbai, ver weg van uw huis
Uw gevoelens kan ik niet veranderen. Ik zal niet proberen u voor mij te winnen. Dat heb ik jaren geleden afgeleerd, nadat ik tevergeefs had geprobeerd mijn eerste liefde, die mij had geschreven dat ze me niet kon uitstaan, milder te stemmen. Ik was er kapot van en bedronk me op een terras in een arme buitenwijk van Mumbai, ver weg van uw huis waar u op dat moment het succes van uw film Lagaan aan het vieren was [Lagaan is een bekende film uit 2001 waar Khan in speelde].
Eén ding is zeker: ik heb vaker met intolerantie te maken gehad dan u. Maar ik geef toe, ik had graag een gezicht als het uwe gehad, dat zou mijn leven heel wat makkelijker hebben gemaakt. Nu u zich verwaardigd hebt om iets over intolerantie te zeggen, zal er zelfs in het parlement over gedebatteerd worden – als ze dat daar nog doen tenminste. Dat hebt u toch maar mooi voor elkaar gekregen.
Meneer Khan, de angst die u gezaaid hebt zal aanhouden, ook als u en ik allang weer met andere dingen bezig zijn. Uw miljoenen volgers en fans zullen uw woorden voor zoete koek slikken. Zij zullen op televisie fel discussiëren over de kwestie die u hebt opgerakeld. Maar onderwijl zult u alweer rustig op de sportschool bezig zijn om in vorm te komen voor uw volgende film.
P.S. Als u een dezer dagen in Delhi bent, nodig ik u graag uit om in Nizamuddin, vlakbij de residentie van de premier, een runderkebab te komen eten [verwijzing naar de lynchpartij in september in Uttar Pradesh]. Ik betaal.
Veruit de populairste krant in New Delhi. Nuchtere toon. Redactioneel schurkt de krant tegen de macht aan.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.