Tag: TPLF

  • Rebellen nemen hoofdstad Tigray in | 48 graden in Siberië

    Rebellen nemen hoofdstad Tigray in | 48 graden in Siberië

    In Ethiopië nemen rebellen de hoofdstad van Tigray weer in

    De Ethiopische regering heeft afgelopen maandag een ‘unilateraal en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren’ afgekondigd in Tigray, de provincie waar het rebellerende Tigray People’s Liberation Front (TPLF) de hoofdstad Mekelle heroverde. Volgens de internationale pers is dit een grote tegenslag voor premier Abiy Ahmed, die in november nog beweerde de regio onder controle te hebben.

    Dit is een ‘groot keerpunt’ in het conflict in Tigray, schrijft The New York Times. Maandag trokken troepen die loyaal zijn aan de dissidente autoriteiten in dat deel van Noord-Ethiopië, Mekelle binnen, waar de regering na bijna acht maanden vechten een staakt-het-vuren beval. Het Ethiopische leger bezet sinds november vorig jaar de regio Tigray, na de controle van de regionale regering te hebben overgenomen. Maar de Tigrese troepen (TPLF) brachten maanden door met hergroeperen en rekruteren van nieuwe strijders, en kwamen na enkele tegenaanvallen van afgelopen week terug naar de hoofdstad Mekelle.

    Al-Jazeera bevestigt dat TPLF, de voormalige regerende partij van de regio, maandag de controle over de hoofdstad van Tigray heeft herwonnen. Inwoners beweren voor het eerst sinds november troepen met regionale uniformen in de stad te hebben gezien.

    Tegenslag

    Verschillende bronnen vertelden BBC dat mensen op straat opgetogen zijn en dat op sociale media sympathisanten van de Tigrinya-rebellen te zien zijn die met vlaggen door de straten marcheren.

    ‘De snelle opmars van de Tigrese troepen is een grote tegenslag voor de regering van de Ethiopische premier Abiy Ahmed’, legt The New York Times uit. Toen het federale leger vorig jaar naar Tigray werd gestuurd om dissidente lokale autoriteiten af te zetten, verzekerde Abiy Ahmed dat de operatie slechts een paar weken zou duren. Mekelle werd op 28 november ingenomen. Maar de gevechten tussen TPLF-troepen en het Ethiopische federale leger, gesteund door troepen van regionale autoriteiten in de buurt van Amhara en het leger van Eritrea, dat grenst aan Tigray, werden nooit echt beëindigd.

    ‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’

    Het TPLF lanceerde vorige week een offensief, terwijl in een groot deel van de rest van het land nationale verkiezingen werden gehouden, waarvan de resultaten nog moeten worden bekendgemaakt. ‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’, vertelde een functionaris in de interim-regering van Tigray aan The Washington Post. ‘Ze hebben het gevoel dat ze vechten voor hun voortbestaan. Ze zullen nooit stoppen met vechten, dat is zeker. Dat is nu ondenkbaar.’

    Het eenzijdige staakt-het-vuren dat maandag is afgekondigd, heeft volgens de regering tot doel de voedselproductie en de verdeling van humanitaire hulp mogelijk te maken. De wapenstilstand zou in ieder geval moeten duren tot het einde van het oogstseizoen in Tigray, dat in september eindigt.

    ‘Het aanhoudende conflict leidt tot een snel verergerende humanitaire crisis, die er volgens de VN voor zorgt dat 350.000 mensen, waarvan 140.000 kinderen, op de rand van hongersnood verkeren, zo bericht Emmanuel Akinwotu, correspondent van The Guardian in West-Afrika.

    Lees ook:


    Kinderen zijn doelwit van jihadisten in Mozambique

    In een jaar tijd zijn naar verluidt zeker vijftig kinderen ontvoerd in de Mozambikaanse provincie Cabo Delgado, waar de bevolking sinds 2017 massaal op de vlucht is voor jihadisten, schrijft Le Courrier International. Meisjes moeten trouwen onder dwang en worden onderworpen aan seksueel geweld, terwijl jongens worden geïndoctrineerd en getraind om te doden.

    Die alarmerende signalen klinken ook in de Mozambikaanse pers. Op 20 juni wijdde de krant O País een artikel aan het voortdurende humanitaire drama in Cabo Delgado. Deze provincie, die rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, is gelegen in het uiterste noordoosten van het land aan de grens met Tanzania, en is sinds 2017 het strijdtoneel voor bloeddorstige eenheden onder leiding van islamitische terroristen, waarvan sommigen zijn gelieerd aan de Islamitische Staat.

    ‘In april waren er 732.000 ontheemden in Cabo Delgado’, schrijft het dagblad, ‘waarvan 46 procent kinderen.’ Deze laatsten, verzwakt door de exodus, vallen ten prooi aan de jihadisten, schrijft Myrta Kaulard, coördinator van de Verenigde Naties in Mozambique, in O País: ‘Er zijn meldingen van meisjes en vrouwen die zijn ontvoerd, gedwongen werden tot huwelijken en die seksueel worden misbruikt, evenals berichten over kinderen die onder dwang worden gerekruteerd voor gewapende groepen.’

    ‘In een jaar tijd zijn ten minste 51 kinderen ontvoerd door gewapende, opstandige groepen

    De ngo Save the Childen, geciteerd door de krant Notícias, stelde eerder deze maand vast dat ‘in een jaar tijd ten minste 51 kinderen, voornamelijk meisjes, zijn ontvoerd door gewapende, opstandige groepen in de provincie Cabo Delgado’. Deze cijfers geven alleen de gemelde gevallen weer, aldus het artikel; het daadwerkelijke aantal kinderontvoeringen ligt veel hoger.

    Indoctrinatie

    Mussa Amade bevestigt dit in een artikel van Lusa News Agency. Amade is gevlucht uit Palma, een stad die afgelopen 24 maart door jihadisten werd bestormd tijdens een spectaculaire aanval, dichtbij faciliteiten die Total aan het opzetten was voor een toekomstig gasproject. Amade ‘vertelt over nachten waarin vreemden de huizen binnenkwamen om te doden, te ontvoeren en te plunderen wat ze konden’.

    Het conflict tussen islamitische terroristen en het Mozambikaanse leger, dat volgens de ngo ACLED al minstens 2800 levens heeft geëist, wordt op de voet gevolgd door João Feijó, die werkt voor de ngo Observatório do Meio Rural. In een interview dat hij eerder deze week gaf aan Deutsche Welle, zegt de onderzoeker: ‘De opstandige gewapende groepen die actief zijn in Cabo Delgado breiden hun gelederen uit door jonge mensen te ontvoeren. Het gaat om kinderen en pre-adolescenten vanaf twaalf jaar, die ze indoctrineren en militair training geven. Dat worden degenen die vervolgens aanslagen uitvoeren.’

    ‘Het deradicalisering van kindsoldaten zal nog lange tijd duren’

    Het is een fenomeen dat niet nieuw is in Mozambique, constateert João Feijó, aangezien ‘er al honderden kindsoldaten werden gerekruteerd tijdens de burgeroorlog’, die het land zestien jaar lang teisterde. Het probleem dat zich toen voordeed, duikt weer op benadrukt hij: ‘De waarheid is dat de regering strijdt tegen kinderen die zich in het tegenovergestelde kamp bevinden, hetzij onder dwang, hetzij vrijwillig. Het wordt steeds moeilijker om mensen aan te vallen waarvan niet bekend is of het burgers of opstandelingen zijn.’

    De tragedie zal nog lang voortduren, voegt hij eraan toe: ‘ouders waarvan kinderen werden ontvoerd, hebben geen toegang meer tot gerechtigheid. Ze kunnen nergens hun beklag doen omdat de autoriteiten in het noorden van het land zelf op de vlucht zijn geslagen. Het deradicaliseren van deze kindsoldaten, van wie sommigen heroïsche verhalen opdissen over aanslagen die ze pleegden, en het opnieuw professioneel integreren ervan, zal nog lange tijd duren.’

    Lees ook:


    48 graden in Siberië

    De temperaturen in Siberië overtreffen momenteel die van Delhi, schrijft de Indiase nieuwssite DNA. Volgens de site registreerden twee EU-satellieten een temperatuur van 48 graden Celsius aan de grond in Arctisch Siberië tijdens een aanhoudende hittegolf.

    We weten allemaal, schrijft DNA, dat Rusland en dan vooral het noordelijke deel van Sint-Petersburg via Moskou tot aan Siberië, een van de koudste regio’s op aarde is. Maar klimaatverandering is zeer zichtbaar in dit deel van de wereld. De registratie van 48 graden Celsius werd gedaan door de Copernicus Sentinel 3A- en 3B-satellieten van de EU op 20 juni, de langste dag van het jaar.

    Sint-Petersburg en Moskou braken vorige week decenniaoude temperatuurrecords

    De temperaturen in Sint-Petersburg stegen vorige week dinsdag tot een recordhoogte van 34 graden, en daarmee beleefde de stad de hoogste temperaturen sinds 1998. De temperaturen in Moskou braken een dag later een record toen ze 34,8 graden bereikten. Het vorige record van 34,7 graden, stamt uit 1901.

    In Siberië lag de temperatuur van het landoppervlak zondag boven de 35 graden en pieken van 48 graden werden geregistreerd bij Verchojansk en van 37 graden in Saskylach, die beide ten noorden van de poolcirkel liggen.

    Klimaatverandering

    Het is een voorspelbare start van het zomerseizoen, volgens DNA, na een lente waarin honderden bosbranden het Siberische platteland verschroeiden en grote steden verduisterden en bedekten met dekens van rook.

    Veel van deze lentebranden worden ‘zombievuren’ genoemd omdat het bosbranden betreft die vorige zomer begonnen, nooit volledig werden geblust en nu weer opflakkeren. De zombievuren smeulen maandenlang onder winterijs en sneeuw, gevoed door het koolstofrijke veen onder het oppervlak. Met de komst van de dooi in de lente, laaiden de oude vuren weer op.

    Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit

    De gemiddelde temperaturen in het noordpoolgebied stijgen al jarenlang veel sneller dan waar dan ook op aarde, grotendeels doordat zee-ijs smelt als gevolg van door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde.

    Ondertussen zijn New Delhi en de omliggende gebieden in India dit jaar ook getuige van een zomer met recordtemperaturen, met kwik dat steeg tot 45 graden. Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit, met maximumtemperaturen van 45 graden of zelfs hoger.

    Het is bizar maar waar: op 20 juni lagen de temperaturen in Delhi tussen de 25 en 35 graden, veel lager dus dan de thermometers in Siberië aangaven.

    Lees ook:

  • Nobelprijswinnaar voor de Vrede voert meedogenloze oorlog in Tigray, Ethiopië

    Nobelprijswinnaar voor de Vrede voert meedogenloze oorlog in Tigray, Ethiopië

    Tigray, de noordelijkste regio van Ethiopië, is op alle manieren van de rest van de wereld afgesloten. De tactiek die Ethiopië en Eritrea gebruiken – om het gebied te verarmen en verzwakken – heeft haar wortels in een ver verleden, zegt Gebrekirstos Gebremeskel. Hij waarschuwt voor ‘genocidale onderstromen’.

    Over de auteur

    Gebrekirstos Gebremeskel komt uit de regio Tigray en heeft [half december 2020] al wekenlang niets vernomen van zijn familie.

    Gebremeskel: ‘Tijdens de beruchte, door de regering veroorzaakte hongersnood in Ethiopië van 1984-1985 vluchtte ik als kind met een deel van mijn familie. Na een zware tocht van een maand bereikten we Soedan. Ongeveer een jaar later keerden we terug naar Ethiopië en nog weer later had ik de mogelijkheid naar school te gaan. Dat bracht me op een buitengewoon pad, dat me uiteindelijk helemaal naar Amsterdam leidde, waar ik nu promotieonderzoek doe.

    ‘Drie decennia later zitten de Tigrinya midden in wat lijkt op een herhaling van 1984-1985, zo niet erger. Opnieuw worden ze gebombardeerd, afgeslacht en uitgehongerd, en vluchten ze naar Soedan. In de uitgeputte kinderen op de schouders van hun ouders, en in de geschokte ouders zelf, zie ik mezelf en mijn moeder.

    ‘Ondanks de genocidale motieven en doelstellingen behandelen de media de gebeurtenissen als een normaal conflict tussen een regering en enkele “rebellen”, waarbij ze meegaan in het verhaal van de regering, die een totale communicatieblack-out heeft opgelegd, zodat de Tigrinya onmogelijk hun stem kunnen laten horen. Omdat niemand de oorlog met de nodige ernst behandelt, heb ik deze taak zelf op me genomen.’

    Op 3 november 2020 maakte de Ethiopische premier Abiy Ahmed, die in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ontving, op Facebook bekend dat zijn regering een militaire interventie was begonnen in Tigray, een van de regionale staten van Ethiopië. Inmiddels [eind december 2020] wordt Tigray al twee maanden lang op meerdere fronten aangevallen door troepen uit de naburige Ethiopische regiostaat Amhara, en door het Ethiopische en Eritrese leger. 

    Abiy beweerde dat de oorzaak van de oorlog de aanval van Tigray op militaire bases in de regio was. Maar uit zijn recente ‘overwinningstoespraak’ voor het voormalige parlement bleek dat gedetailleerde voorbereidingen voor een oorlog al ruim twee jaar geleden waren begonnen.

    In antwoord op zijn eigen vraag – ‘Sommige mensen vragen: waarom zijn de [militaire] maatregelen niet eerder genomen, waarom zo laat?’ – zei hij: ‘Iemand die de capaciteit van de vijand en van deze regionale krachtenbundeling doorziet, stelt die vraag niet.’ Met andere woorden: de overheid was niet eerder in staat om te handelen.

    Fikre Tolossa, een vertrouweling van de premier, bevestigt in een bericht van 7 november dat Abiy al lang van plan was Tigray aan te vallen. Fikre vertelt dat hij Abiy een jaar geleden ontmoette en hem vroeg waarom hij geen maatregelen nam tegen het TPLF, de regerende partij van Tigray, die weigerde op te gaan in de partij van Abiy. Abiys reactie was dat Ethiopië op dat moment niet over dezelfde militaire capaciteit beschikte. Aan het parlement onthulde Abiy dat het federale leger onlangs heimelijk werd versterkt, onder andere met drones, op zo’n wijze dat het buiten het zicht van de leiders van Tigray bleef.

    Sinds het begin van de oorlog gaan de steden van Tigray gebukt onder zware bombardementen en beschietingen. De regio wordt op verschillende fronten tegelijk aangevallen door de Ethiopische Nationale Defensiemacht, het Eritrese leger, de Amhara-veiligheidstroepen en milities en speciale troepen uit Afar en andere regio’s. Er worden massaal levens verwoest en eigendommen vernietigd. Eritrese en Amhara-militairen maken zich schuldig aan wijdverbreide plunderingen, waaronder, volgens verschillende rapporten, die van gewaardeerde culturele en religieuze artefacten

    Vlak voor de oorlog werden de internet-, telefoon- en elektriciteitsleidingen naar Tigray door de overheid afgesloten. Alle wegen, en ook het luchtruim, zijn geblokkeerd. De banken zijn gesloten. Tigrinya die buiten Tigray werken, worden ontslagen.

    GettyImages 1229985349 1 1
    Tigrinya in een VN-vluchtelingenkamp in Zuid-Soedan. – © Byron Smith / Getty

    Tigrinya mogen zelf ook niet vliegen. Dat geldt zelfs voor mensen die voor internationale organisaties werken. Tigrese vredeshandhavers in Somalië en Zuid-Soedan werden hierdoor geraakt, en ook Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de WHO, lag onder vuur.

    Journalisten mogen geen verslag uitbrengen vanuit Tigray. Er is enkel toestemming voor hulporganisaties om steun te bieden in gebieden die onder controle van de overheid vallen. Vóór de aanvallen waren ongeveer een miljoen Tigrinya afhankelijk van hulp. Uit rapporten blijkt dat sinds de oorlog nog eens een miljoen mensen ontheemd zijn geraakt. 

    Meer dan vijftigduizend Tigrinya zijn naar Soedan gevlucht, nadat de Amhara-facties westelijk Tigray hadden bezet. Als de vluchtelingen niet zouden worden tegengehouden door binnenvallende troepen, zouden dat er veel meer zijn. Ooggetuigen en de regering van Tigray hebben melding gemaakt van moordpartijen en uitzettingen van Tigrinya, waarschijnlijk op veel grotere schaal dan de bekende slachtpartijen die plaatsvonden in Mai Kadra.

    Het westen van Tigray is bezet door Amhara-leiders. Enorme reclameborden in de steden maken dit duidelijk. Hetzelfde gebeurt in het zuiden van Tigray. Het Eritrese leger heeft tot diep in Tigray de Eritrese vlag gehesen. In een verklaring van 4 december noemde de regering van Tigray de oorlog een poging om het Tigrinya-volk uit te roeien. En voor wie de Ethiopische geschiedenis kent, is dat niet verrassend.

    Concurrerende nationale identiteiten 

    Tigray is de oorsprong van bijna alles wat Ethiopië heeft verworven: al drieduizend jaar een ononderbroken staat, de Aksumitische en pre-Aksumitische beschavingen, het Ethiopische (Ge’ez-)schrift, het toegangspunt voor zowel het christendom als de islam, de religieuze muziek van St.-Yared uit de zesde eeuw, het land van de eerste hidjra [de eerste volgelingen van de profeet Mohammed vluchtten in 613 of 615 naar het koninkrijk Aksum], de vele archeologische vindplaatsen en kloosters, de uitgebreide Ge’ez-literatuur en de Slag bij Adwa, om maar een paar voorbeelden te noemen. Maar juist deze geschiedenis vormt een bron van chronische politieke problemen, zowel in Ethiopië als in Eritrea. 

    Voorafgaand aan het kolonialisme was Tigray een as van politiek en macht in Ethiopië en Eritrea, waarvan de hoofdstad Mekelle het belangrijkste politieke centrum vormde. In die tijd stonden de landen samen bekend als Abessinië. Zoals historicus Richard Reid zegt: ‘Tigray/Abessinië (…) is het schimmige imperium waarvan de aanwezigheid constant is, zij het meer in het hoofd van de mensen dan in werkelijkheid.’

    Eind negentiende eeuw werd dit politieke centrum door de koloniale machthebber Italië en een Ethiopische interne machtsstrijd in tweeën gesplitst: het huidige Ethiopische Tigray enerzijds en het Tigrinya-sprekende deel van Eritrea anderzijds. 

    Koning Menelik II van Shewa [de regio van hoofdstad Addis Abeba, ten zuiden van Tigray] moedigde de Italianen, die voet aan de grond wilden, aan om Tigray te verdelen en ontzegde het gebied de toegang tot wapens. Tigray werd, net als nu, aangevallen door het aan Italië gelieerde Eritrea en Meneliks Amhara-strijders [de bevolkingsgroep waartoe de koning behoorde] in Ethiopië. Zo ontstonden er twee machtscentra: Asmara in Italiaans-Eritrea, en het Addis Abeba van koning Menelik II van Shewa. 

    Asmara wilde een nieuwe nationale identiteit creëren die volledig gescheiden was van Tigray/Aksum. Addis Abeba wilde zich de Tigrinya/Aksum-geschiedenis toe-eigenen en het Tigrinya-volk assimileren of elimineren. Het had een Centraal-Ethiopië voor ogen met de Amhara als legitieme heersers, waar alle andere volken onder zouden moeten vallen. 

    Om hun doel na te streven en te voorkomen dat Tigray in opstand zou komen, gebruikten zowel het Italiaanse Eritrea als het nieuwe Amhara-Ethiopië tactieken om de regio te verzwakken en te verarmen. De Tigrese elite werd geëlimineerd door middel van arrestaties en onderlinge strijd. Tigray werd onderworpen, verarmd, buitengesloten en uiteindelijk verwaarloosd. 

    Door de opzettelijke verarming en verwaarlozing en de daaropvolgende emigratie werden Tigrinya steeds meer als arme mensen beschouwd. In Eritrea werd Agame, de naam van het oostelijke Tigray-gebied, veranderd in een denigrerende term waarmee naar alle Tigrinya werd verwezen. In Amhara-Ethiopië werden Tigrinya aangeduid met termen als sprinkhanen, luizen, bedelaars, banda [verraders] et cetera, en deze zijn nog altijd gangbaar.

    Onderdrukking, opstanden en straffen

    Aan het eind van de negentiende eeuw, in het Ethiopië van Menelik, die zich inmiddels tot keizer had gekroond, werd Tigray onderdrukt en vernietigd. De hedendaagse historicus Fisseha Abiye Ezgi schreef dat ‘elke man die ze konden vinden, werd afgeslacht of zijn geslachtsdelen werden afgesneden’.

    Tigrinya werden in alle richtingen verjaagd. Gebrehiwet Baykedagne, een politiek econoom uit die tijd en zelf Tigrinya, beschreef de omstandigheden als volgt: ‘Er zijn nauwelijks Tigrese jongeren meer in hun geboorteplaats. Als een zwerm bijen zonder hun koningin zijn ze doelloos verspreid over de vier uithoeken van de aarde.’

    Veel Tigrinya vluchtten naar Italiaans-Eritrea, waar ze als minderwaardig werden behandeld door de Italianen, om een ​​gevoel van ‘privilege’ te creëren onder de Tigrinya die uit het Italiaanse-Eritrea zelf afkomstig waren. In Amhara-Ethiopië werden de Tigrinya nog slechter behandeld. Zo schreef kroniekschrijver Afework Gebreyesus, om maar een voorbeeld te noemen: ‘[wanneer Tigrinya spreken] in hun taal, ondergaan zwangere vrouwen een miskraam en drogen de borsten van vrouwen die net zijn bevallen uit.’ 

    In 1943 kwamen de Tigrinya in opstand tegen keizer Haile Selassie, de uiteindelijke opvolger van Menelik. De belangrijkste reden was het intrekken van de autonome status van Tigray en het opleggen van directe heerschappij van Shewa. De Tigrinya eisten een einde van de onderdrukking en herstel van het zelfbestuur. 

    Haile Selassie bombardeerde Tigray met de hulp van de Britse Royal Airforce en dwong het tot onderwerping. Als straf werd het Ethiopische leger losgelaten op de mensen, wat resulteerde in wraakzuchtige massamoorden, rooftochten en plunderingen. 

    Infrastructuur die door Italianen was achtergelaten werd ontmanteld en naar Shewa gebracht – net zoals de storm troopers van Isaias Afewerki [de president van Eritrea] nu geroofde goederen uit Tigray naar Eritrea brengen. In de jaren veertig werden bijvoorbeeld stroomgeneratoren die elektriciteit leverden aan Adwa, Selekleka en Adigrat ontmanteld en naar Addis Abeba gebracht. De steden moesten tientallen jaren wachten voordat ze toegang konden krijgen tot elektriciteit. Bijna alle scholen in Tigray werden gesloten. Tigrinya spreken was verboden, zelfs tussen twee Tigrinya die zakendeden. 

    De onderdrukking en de grieven leidden uiteindelijk in 1975 tot de tweede opstand, een langdurige strijd onder leiding van het Tigray People’s Liberation Front (TPLF).  Dat vormde een tactische alliantie met het toenmalige Eritrese People’s Liberation Front (EPLF) en voerde een guerrillaoorlog tegen de communistische junta van Mengistu Hailemariam, de opvolger van keizer Haile Selassie. Het EPLF vocht voor onafhankelijkheid van Ethiopië. Het TPLF vormde uiteindelijk een strategische alliantie met andere politieke groeperingen en richtte in 1988 het Ethiopian People’s Revolutionary Democratic Front (EPRDF) op.

    Hongersnoodkans

    Tijdens de beruchte hongersnood van 1984-1985 vormde Tigray het centrum van de crisis. De communistische junta zag hierin een kans om de Tigrinya voor eens en voor altijd uit te roeien. De partij lanceerde een moorddadige campagne met als motto: ‘om alle vissen te doden, moest de hele zee leeglopen’ – de zee waren de Tigrinya, de vissen de TPLF-strijders. 

    Tigrinya werden uit hun dorpen verdreven, bijeengedreven op markten en in humanitaire hulpcentra, en ‘hervestigd’ in gebieden verspreid in het zuiden. De rest werd afgeslacht en dorpen en steden werden gebombardeerd. Tigrinya probeerden te ontsnappen door naar Soedan te vluchten, waar ze hulp konden krijgen. De communistische junta bombardeerde de vluchtende massa’s zodra ze die in haar vizier kreeg. 

    Nu blokkeren federale soldaten en Amhara-milities opnieuw de weg naar Soedan, waarover wanhopige Tigrinya proberen te vluchten.

    Na zeventien jaar van bittere, gewapende strijd werd de communistische junta omvergeworpen. In 1991 werd Eritrea de facto onafhankelijk. Het EPRDF nam de macht over in Addis Abeba en regeerde over Ethiopië van 1991 tot 2019, toen Abiy de organisatie ontbond om de Welvaartspartij te vormen die nu regeert zonder te zijn verkozen.

    De komst van Abiy Ahmed 

    Het is belangrijk op te merken dat Abiy Ahmed niet werd gekozen door het Ethiopische volk, maar door het EPRDF, de coalitiepartij waarin hij, voordat hij het premierschap op zich nam, als minister diende en die hij, nadat hij het premierschap had aangenomen, beschuldigde van het plegen van terrorisme tegen het Ethiopische volk. 

    Toen Abiy aan de macht kwam, gaf hij geen blijk van de wens het EPRDF-hervormingsprogramma uit te voeren, noch om een ​​andere routekaart op dit gebied te volgen. Hij had zijn eigen plan: consolidatie van de macht om de ‘zevende koning’ van Ethiopië te worden, in zijn eigen woorden. Volgens hem was dit wat zijn moeder voor ogen had gehad en aan hem had doorgegeven toen hij zeven jaar oud was. 

    Op een golf van populistisch anti-Tigray-sentiment zag hij daarom de ervaren TPLF-leiders als een bedreiging voor zijn macht. Hij begon onmiddellijk de erfenis van het EPRDF aan te tasten, die in de ogen van veel Ethiopiërs synoniem was met de erfenis van het TPLF. Hij nodigde iedereen uit van wie hij dacht dat het de vijand van zijn vijand was: Eritrea, Ginbot 7 en andere oppositiegroepen uit de diaspora. Hij werkte ook hard om buitenlandse steun te winnen door acties te ondernemen die een internationaal publiek aanspraken; zo liet hij zijn kabinet voor de helft uit vrouwen bestaan.

    Ondertussen bleef Abiy de Tigrinya afschilderen als corrupt en slecht, hun heerschappij als ‘27 jaar duisternis’. Ook begon hij tegenstanders uit te schakelen, uiteindelijk zelfs degenen die ooit zijn naaste bondgenoten waren. De Tigrinya zagen welke richting het uitging – autocratisch bestuur – maar verzetten zich niet openlijk tegen Abiy, in de hoop dat de koers zou wijzigen – wat niet gebeurde.

    Vier gebeurtenissen vielen in het bijzonder op:

     1) De aanval op Tigrinya

    Anti-Tigrinya-propaganda en -retoriek groeiden onder Abiy en werden genormaliseerd in de media en op officiële fora. Het TPLF kreeg de schuld van bijna elk gewelddadig incident of probleem waarmee het land te maken kreeg.

    In codewoorden en onder het voorwendsel het TPLF aan te vallen droeg Abiy bij verschillende gelegenheden bij aan het ontmenselijken van de Tigrinya. Een paar maanden nadat hij het premierschap had aangenomen, verwees hij naar hen als ‘የቀን ጅቦች’ (daglichthyena’s) en ‘ፀጉረ ልውጥ’ (onbekende anderen), twee in de Ethiopische context onmenselijke en met haat beladen uitdrukkingen. Hoewel hij niet expliciet de Tigrinya noemde, begreep iedereen naar wie hij verwees. 

    2) De Eritrese ‘vredesovereenkomst’

    Tigray, dat de langste grens deelt met Eritrea, de diepste verwondingen heeft van de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea van 1998 tot 2000 en een van de belangrijkste actoren was in die oorlog, werd volledig buitenspel gezet door de vrede tussen Abiy van Ethiopië en Isaias Afewerki van Eritrea.

      

    3) De ontbinding van het EPRDF en de vorming van de Welvaartspartij

    De manier waarop Abiy zich haastte om het EPRDF te ontbinden en de Welvaartspartij te vormen, was opmerkelijk. Er werd geen Ethiopische juridische procedure gevolgd bij de ontbinding van het EPRDF, en de oprichting van de Welvaartspartij voldeed niet aan de wettelijke vereisten. Toen het TPLF deze punten naar voren bracht, kon ze van geen enkele kant op bijval rekenen.  

    Het TPLF weigerde zich bij de nieuwe partij aan te sluiten, maar besloot met de naderende verkiezingen in het vooruitzicht, die volgens Abiy eerlijk zouden verlopen, verder niet voor ophef te zorgen. Op de weigering van het TPLF om lid van zijn partij te worden reageerde Abiy door alle resterende TPLF-leden uit zijn kabinet en andere federale posten te ontslaan, zodat Tigray geen hoge vertegenwoordiging meer had in de federale regering. 

    4) Uitstel van verkiezingen en termijnverlenging 

    Abiy heeft bij verschillende gelegenheden verkondigd dat verkiezingen noch verplicht noch noodzakelijk zijn. Op 10 juni 2019 antwoordde hij op vragen in Aksum: ‘Er zijn landen die al twintig of dertig jaar geen verkiezingen hebben gehouden.’ Dit herinnerde de Tigrinya aan Isaias’ reactie: ‘Welke verkiezingen? We zullen drie, vier decennia wachten’, in reactie op de vraag van Al Jazeera wanneer er verkiezingen in Eritrea zouden komen.

    Verkiezingen werden gewoonlijk altijd in mei gehouden, enkele maanden voor het verstrijken van de regeringsperiode. Het door Abiy uitgekozen bestuur, dat zich realiseerde dat zijn nieuwe Welvaartspartij geen kans had om de verkiezingen te winnen, stelde de verkiezingen uit tot augustus, midden in het regenseizoen. Toen covid-19 kwam, greep Abiy zijn kans en werden de verkiezingen opnieuw uitgesteld.

    Niet alleen is een regering die haar eigen ambtsperiode verlengt problematisch en is het mechanisme waarmee ze dat deed constitutioneel twijfelachtig, Abiys regering overschreed ook een constitutioneel mandaat van de regionale staten toen ze de ambtstermijn van de staatsraden verlengde. De regering van Tigray zag dit als een duidelijke poging om op ongrondwettelijke wijze de macht te grijpen.

    Timing

    In zijn Machiavelli-achtige boek The Stirrup and the Throne schreef Abiy: ‘De vijand achtervolgen kan tijdelijk nuttig zijn. Maar een vijand die niet volledig verpletterd is zodat hij niet meer opstaat, zal terugkomen om aan te vallen. Het is daarom belangrijk om een geschikt moment af te wachten om de vijand te verslaan en zijn dromen te verwoesten.’

    Een gezamenlijke Ethiopische en Eritrese militaire aanval tegen Tigray werd door ESAT [een televisiestation van Ethiopiërs in ballingschap, dat sterk op de hand is van Abiy] voor het eerst geopperd en aanbevolen in hun uitzending van 1 juli. De video werd gedeeld door de aan Isaias Afewerki gelieerde Eritrese pers met de boodschap ‘dit is onvermijdelijk; het TPLF staat op de Eritrese agenda’. In een uitzending van 2 oktober riep Abiy de regering op banken, elektriciteit, internet en telefoon in Tigray af te sluiten en salarisuitbetalingen te verstoren. 

    In de uitzending van 7 oktober riep ESAT op tot het sluiten van bedrijven en bankrekeningen van Tigrinya. ‘Het belangrijkste punt is dat de overheid maatregelen moet nemen om het levensonderhoud van de Tigrinya-bevolking te verstoren’, was de letterlijke boodschap. Niet alleen werden gewassen achtergelaten om ze te laten verrotten, ook werden ze opzettelijk vernietigd door binnenvallende troepen. Het belangrijkste commerciële westelijke deel van Tigray, waar onder andere de sesamproductie plaatsvindt, is nu verwoest. 

    Opnieuw was het doel de Tigrinya te verzwakken en verarmen. 

    En precies toen de wereld gefocust was op de Amerikaanse verkiezingen, kozen Abiy en Isaias ervoor de daad bij het woord te voegen. Geholpen door Tigrese officieren die in de regio gestationeerd waren verijdelde Tigray hun plan, en zo belandden we in het conflict dat al anderhalve maand [sinds begin november 2020] duurt en zal blijven voortduren. 

    Genocidale onderstromen

    De etnische profilering en doelgerichtheid, de harde en verwoestende maatregelen tegen Tigray en de Tigrinya, de plundering en de vernietiging van burgers en civiele infrastructuur, de bloedbaden, de blokkades, de collectieve straffen, de bombardementen en de weigering van onafhankelijk onderzoek en het toestaan ​​van humanitaire hulp, moeten worden gezien als het product van genocidale onderstromen. 

    Het plan van de regering van Abiy is om Tigray uiteindelijk uit te hongeren, net zoals de communistische junta deed tijdens de burgeroorlog en hongersnood van 1984-1985. Internationale interventie is nodig om een ​​eenentwintigste-eeuwse genocide van Rwandese proporties en een stille slachting van miljoenen Tigrinya door verhongering te voorkomen. [Op 2 december werd een akkoord bereikt om VN-hulp naar de regio toe te laten.]