Tag: trucker

  • 2. Saksen komt in actie

    2. Saksen komt in actie

    Vrachtwagenchauffeurs op de West-Europese wegen komen steeds vaker uit Oost-Europa. Ze zijn maanden van huis en krijgen ver onder West-Europese norm betaald. Dat is niet alleen slecht voor hen, maar ook voor de branche.

    ’s Middags om vier uur is het nog tamelijk rustig op de Raststätte langs de A4 vlak voor Chemnitz. Van de zeventig parkeerplaatsen voor vrachtwagens zijn er maar een stuk of tien bezet. Personenauto’s zijn er ook nauwelijks. Voor het restaurant maakt een reusachtig hobbelpaard reclame voor het nabijgelegen Ertsgebergte naast een vlag met daarop een ‘knapperige schnitzel met patat voor € 10,49’. Een goed trefpunt voor mensen die hebben afgesproken op dit uitgestrekte oord.

    Deze woensdag komt er een bonte verzameling mensen bijeen: vier jonge vrouwen en een man in neonkleurige hesjes, naast politici en vakbondslui in pak. Wat hen bindt is de wens tot eerlijke arbeidsomstandigheden en rechtvaardige lonen voor vrachtwagenchauffeurs, waar ze ook vandaan komen. Tijdens een vier uur durende actie willen ze gesprekken voeren en folders uitdelen.

    Stefan Brangs, staatssecretaris van Economische Zaken van Saksen, stelt zich voor als ‘de geldschieter’ van de actie. Zijn deelstaatministerie financiert het vijfkoppige team van het adviesbureau voor buitenlandse werknemers in Saksen (BABS) met 500.000 euro. ‘We willen af van de zwarte schapen’, zegt hij. Het adviesbureau hoopt via voorlichting ertoe te kunnen bijdragen ‘dat de Duitse normen ten aanzien van het minimumloon en de loondoorbetaling bij ziekte de norm worden voor alle vrachtwagenchauffeurs op onze wegen’.

    Oost-Europese lonen

    Op het neongroene hesje van Michael Wahl staat: ‘Eerlijk werk, eerlijke betaling, eerlijke mobiliteit’. Wahl is van de Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB), de Berlijnse koepelorganisatie van acht Duitse vakbonden. Hij werkt al meer dan een jaar voor het project ‘Eerlijke mobiliteit’ en heeft naar eigen zeggen gesproken met meer dan drieduizend chauffeurs. Bij de internationale cabotage, binnenlands vervoer door buitenlandse transporteurs, heersen volgens hem ‘wildwesttaferelen’: ‘De chauffeurs zitten meestal twee, drie weken aan één stuk achter het stuur. Roemenen en Bulgaren worden met een minibusje aangevoerd, gaan meteen op de bok zitten en zijn twee, drie maanden onderweg. Veel chauffeurs moeten zelfs in hun pauzes nog laden.’

    Hoewel het leven van de chauffeurs zich afspeelt op de autosnelwegen van West-Europa worden ze vaak afgescheept met loon op Oost-Europees niveau: € 1,57 is het minimumuurloon in Bulgarije, in Roemenië € 2,50, in Slowakije € 2,76 en in Polen € 2,85. En dat terwijl de financiële rechtbank van Baden-Württemberg twee weken geleden nog heeft bepaald dat het Duitse minimumuurloon van € 8,84 ook voor buitenlandse transportbedrijven en hun hier slechts tijdelijk ingezette chauffeurs geldt.

    Bij ziekte wordt deze chauffeurs stelselmatig een groot deel van de loondoorbetaling onthouden, zegt het Saksische deelstaatministerie van Economische Zaken. Veel chauffeurs krijgen bovendien de laatste maand van hun arbeidscontract niet betaald. Verder moeten ze vaak onder mensonterende omstandigheden werken. De werkgevers sturen de chauffeurs dwars door Europa met amper 8 euro per dag voor maaltijden. De chauffeurs slapen in de cabine, hoewel ze recht hebben op een hotel. Maar omdat de kosten daarvoor afgaan van de onkostenvergoeding, blijven ze liever in de vrachtwagen – ook uit zorg om de lading, want elk jaar worden 26 duizend vrachtwagens opengebroken.

    Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald

    Naast een truck met oplegger uit Macedonië zijn twee chauffeurs op een gasbrandertje aardappels met spek aan het bakken. Een van hen – gelet op zijn zwart-wit gestreepte voetbalshirt een fan van Juventus – zegt dat ze vijf dagen onderweg zijn, tweeduizend kilometer hebben afgelegd en nu de dag aan het afsluiten zijn. De idylle is bedrieglijk. Met informatie zijn ze karig en in de krant willen ze al helemaal niet. De voorlichters hebben het niet eenvoudig. Veel chauffeurs zijn onzeker, sommigen gluren door een spleet tussen de gordijntjes. Angst voor controle, niet vermoedend dat daarbuiten mensen zijn die willen helpen.

    Maar weinigen laten zich verleiden tot langere gesprekken of zijn bereid om over hun nomadenbestaan te vertellen. ‘Veel chauffeurs waren dankbaar voor de informatieflyer – die zelfs in hun moedertaal was – en het contact met het adviesbureau’, zegt BABS-adviseur Leona Bláhová. Haar collega Paulina Bukaiová praat vooral met Poolse chauffeurs. ‘Soms krijgen we echt vreselijke verhalen te horen’, zegt ze. Zo zijn er chauffeurs ‘die al jaren voor een expeditiebedrijf werken, maar nog nooit een salarisafrekening hebben gezien’. Ze krijgen wel salaris, maar weten niet of het bedrag klopt en of de wettelijke bijdragen voor de zorgverzekering en de volksverzekeringen worden betaald. ‘Maar er zijn ook goede verhalen’, zegt ze relativerend. Enkele chauffeurs zijn erg tevreden over hun werkgever.

    Volgens de federale dienst voor het goederenverkeer is het aandeel tolkilometers van West-Europese vrachtwagens sinds 2007 gedaald van 13 naar 10 procent. Het aandeel van de Oost-Europeanen is daarentegen gestegen van 18 naar 24 procent. De Polen lopen hierin voorop, zoals ze ook de parkeerplaatsen op de Raststätte vlak voor Chemnitz domineren.

    Een vrachtwagenparkeerplaats in Duitsland. Volgens het Federal Highway Research Institute (BASt) komt Duitsland meer dan 25,000 parkeerplaatsen voor vrachtwagens tekort. – © Andreas Arnold / dpa Photo via Newscom
    Een vrachtwagenparkeerplaats in Duitsland. Volgens het Federal Highway Research Institute (BASt) komt Duitsland meer dan 25,000 parkeerplaatsen voor vrachtwagens tekort. – © Andreas Arnold / dpa Photo via Newscom

    Onder druk van de prijzenoorlog trekken steeds meer Duitse ondernemingen zich na de internationale transport ook terug uit het nationale vervoer en rijden ze alleen nog maar regionaal. De vereniging voor goederenverkeer, logistiek en afvalverwerking maakt zich zorgen om de branche en de aantrekkingskracht van het chauffeursberoep en heeft de Europese Unie al opgeroepen om de wildgroei niet te legaliseren door het grensoverschrijdende verkeer uit de transportrichtlijn te schrappen.

    Maar Michael Wahl van de DGB weet: ‘Zwarte schapen zitten niet alleen in het buitenland. Ook Duitse ondernemingen doen aan loon- en sociale dumping’, zegt hij. ‘Wie als opdrachtgever zo weinig betaalt, is zich er heel goed van bewust dat die deal alleen maar door lage lonen tot stand kan komen.’ Ook Andreas Brosam van de vereniging van beroepschauffeurs in Chemnitz-Zwickau kent het klappen van de zweep. Hij rijdt op een 40-tonner voor Weck + Poller, een van de grootste expeditiebedrijven van Saksen. ‘60 procent van de buitenlandse vrachtwagens rijdt voor Duitse opdrachtgevers’, zegt hij. ‘De buitenlandse chauffeurs zijn niet de boosdoeners. Zij zijn collega’s die worden uitgebuit.’

    Zes uur, de parkeerplaats loopt vol. De vrachtwagens hebben Tsjechische, Slowaakse, Litouwse, Bulgaarse, Oekraïense en vooral Poolse kentekens. Maar dat laatste zegt niet veel, vanwege de kosten. ‘Er zitten steeds vaker Oekraïners op’, zegt Michael Wahl. De uitbuiting verschuift verder richting het Oosten.

    De voorlichters gaan naar de Raststätte aan de andere kant van de autosnelweg, richting Dresden. De 46-jarige Aleksei heeft er de laatste parkeerplaats weten te bemachtigen. De Oekraïner zit op een Slowaakse truck, waaraan een Tsjechische oplegger hangt. Hij komt van de Franse grens en is doodop. Maar hij draait het raampje omlaag. Hij moet naar Lichtenau, zegt hij. En hoewel hij in een kwartiertje op zijn bestemming zou zijn, beveelt de tachograaf pauze. Hij was ooit ingenieur in de vliegtuigindustrie en verdient sinds twee jaar de kost als vrachtwagenchauffeur. Hij moet geld verdienen voor zijn studerende dochter en zoon. Hij heeft heimwee en wil voor het paddenstoelenseizoen thuis zijn.

    Wanneer de zon ondergaat, maakt Leona Bláhová van BABS de balans op. ‘We hebben met 48 vrachtwagenchauffeurs uit acht landen gesproken’, zegt ze. ‘De meesten hebben in elk geval het informatiemateriaal aangenomen. De actie is een succes geweest.’

    Haar collega Paulina Sokolowska gokt net als na de eerste actie in februari op de aansluitende mond-tot-mondreclame. ‘Wie vrijwillig naar ons toekomt, staat open voor advies’, zegt de 34-jarige Poolse. Ze benadrukt: ‘We zijn geen babysitters en geven alleen maar een voorzet. Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf zorgen.’

    Kwart voor acht. Op de Raststätte valt de schemering. Maar bij sommige vrachtwagenchauffeurs begint het misschien juist te dagen.

    Auteur: Michael Rothe
    Vertaler: Pieter Streutker

    Sächsische Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 205.565

    Regionale krant die sinds 1946 in Oost-Saksen wordt verspreid, en daar de nummer één is.

  • 1. Niet langer een droombaan

    1. Niet langer een droombaan

    In Polen geldt vrachtwagenchauffeur niet langer als droombaan. Jongeren laten zich afschrikken door de arbeidsomstandigheden, werkgevers helpen de markt met lage prijzen om zeep.

    In Polen is transport een strategische sector die goed is voor 6,5 procent van het bnp. Het succes van de hele economie hangt ervan af. Als het transport stagneert, hebben handel, industrie en bouw daaronder te lijden. Die situatie dreigt nu de sector kampt met personeelstekort. Want het is lang niet zo’n pretje meer om in Polen vrachtwagenchauffeur te zijn. Alleen al de werktijden: Poolse chauffeurs zijn weken achtereen van huis.

    De oplossing lijkt simpel: geef die chauffeurs vrije weekends, zoals ook in bijvoorbeeld Duitsland gebeurt. Maar dat gaat niet, zegt Maciej Wronski, voorzitter van de Poolse organisatie van transportwerkgevers TLP. ‘Voor landen als Frankrijk en Duitsland is alles dichtbij. Polen bevindt zich aan de periferie. We kunnen de werktijden van de chauffeurs alleen reduceren als de consumenten geen sinaasappels van Sicilië meer willen, want dat traject kun je onmogelijk in twee dagen afleggen.’

    Tegenover die lange werkweken staat dan wel een bovengemiddeld salaris: een ervaren internationaal chauffeur verdient tussen de 1400 en 1900 euro netto per maand, terwijl het gemiddelde salaris voor andere beroepen 800 euro lager ligt. Je zou zeggen dat het vak dan toch aantrekkelijk is. Maar de realiteit suggereert anders. Polen telt meer dan 600 duizend gekwalificeerde chauffeurs. Dat zijn er 100 duizend te weinig. Per jaar zeggen 25 duizend het beroep vaarwel. Het aantal chauffeurs in opleiding is gedaald van 100 duizend in 2009 tot 35 duizend nu. Als de sector in het huidige tempo blijft groeien – ongeveer 8,8 procent per jaar – zal Polen in 2025 900 duizend chauffeurs nodig hebben.

    Werken, eten en slapen in de cabine

    Chauffeur zijn betekent leven als een nomade. Je werkt, je eet en je slaapt in de cabine van je truck. Op rustplaatsen is soms één wc voor honderd chauffeurs en het is er vaak twintig graden onder nul. De chauffeurs krijgen last van hun wervelkolom, van hun gewrichten en van hun ogen – vanwege het ’s nachts rijden – evenals van spijsverteringsproblemen omdat ze noodgedwongen blikvoedsel en instantsoep eten in hun cabine. Ze hebben geen deel aan het gezinsleven, zien hun kinderen niet opgroeien. Ze werken 24 uur per dag, want als ze niet rijden bewaken ze de lading.

    Werkgevers en werknemers zijn het erover eens dat het aan de arbeidsomstandigheden te wijten is dat jongeren geen belangstelling meer hebben voor het beroep.

    ‘Truckers hebben het idee dat het salaris niet opweegt tegen het altijd maar van huis zijn. De voorkeuren zijn veranderd, jongeren willen elk weekend thuis doorbrengen. Hoewel het moeilijk te realiseren is, moeten we steeds vaker bedingen dat een chauffeur na twee weken onderweg te zijn geweest een lang weekend thuis kan zijn’, zegt Zenon Kopyscinski, voorzitter van een onafhankelijke vakbond van vrachtwagenchauffeurs. Hij wijst erop dat er in Polen geen trucks met een Duits nummerbord rijden. ‘Dat komt doordat de Duitse bonden hebben afgesproken dat de chauffeurs in het weekend thuis zijn. Bij ons gebeurt dat niet en zit je soms wel zes weken achter elkaar achter het stuur. Daarom beginnen buitenlandse transporteurs filialen in Polen en buiten ze de Polen uit.’

    Volgens de vakbondsman zijn de salarissen ook te laag, maar de werkgevers delen die mening niet. ‘We kunnen de salarissen verhogen’, zegt Maciej Wronski, ‘en dan? Brengen moeders hun kind dan naar de crèche om een truck te gaan besturen? De arbeidsmarkt is krap. Onze organisatie telt de grootste ondernemingen in de sector, we betalen meer dan het gemiddelde. Een werkgever die is gespecialiseerd in het transport van hoogwaardige goederen vertelde me laatst dat hij zijn chauffeurs meer dan 2300 euro netto betaalt, en toch kan hij geen gekwalificeerd personeel vinden. De oudste chauffeurs gaan met pensioen en er dienen zich geen jongeren aan om ze te vervangen.’

    ‘Er is altijd wel een Pool die het voor minder doet’

    Jan, chauffeur sinds begin jaren negentig, is onderweg naar Stockholm. Vroeger vertrok hij, net als alle Poolse chauffeurs, voor vier weken. Tegenwoordig werkt hij voor een Zweedse transporteur en zit hij vier dagen achter het stuur, gevolgd door drie dagen thuis. Hoe dat kan? ‘We lossen elkaar af, heel simpel. Ik rijd van Stockholm naar Berlijn, daar neemt een collega het over, en dan ga ik weer naar huis’, legt hij uit. Volgens hem ligt het niet aan het salaris dat Poolse chauffeurs steeds minder voor Poolse transporteurs willen werken, maar aan de organisatie van het werk en de hoogte van de sociale premies. ‘In Polen verdient een internationaal chauffeur minstens 1150 euro netto. Dat is redelijk, maar volgens contract krijg hij een minimumsalaris van 350 euro netto. De rest wordt in de vorm van een reiskostenvergoeding betaald, waarover geen inkomstenbelasting en geen sociale premies zoals voor pensioen, ziekte en arbeidsongeschiktheid worden geheven. Ik wil niet afzien van een pensioen.’ Volgens een TLP-enquête denkt 17 procent van de chauffeurs er net zo over als Jan en kiezen ze hun werkgever op grond van het reële salaris.

    Vakbondsman Kopyscinski stelt voor een minimumsalaris voor de branche in het leven te roepen van 1200 euro netto voor internationaal transport en 800 euro voor nationaal transport. ‘Dat garandeert dat chauffeurs een redelijk pensioen krijgen’, zegt hij. ‘Ik heb een man in een ziekenhuis ontmoet die veertig jaar in het vak had gezeten en heel Azië had doorkruist. Hij kreeg 400 euro pensioen per maand en hij wou in het ziekenhuis blijven om te kunnen bezuinigen op medicijnen en eten.’

    Chauffeur Jan doet er nog een schepje bovenop: ‘In Polen helpen de bedrijven zelf de markt om zeep door onder de prijs te gaan zitten. Als mijn Zweedse werkgever voor een bepaald traject bijvoorbeeld 1000 euro rekent en een Pool 600, dan is er altijd wel een andere Pool die het voor nog minder doet.’

    Momenteel behelpt de sector zich door Oekraïners aan te trekken. Maar ook die bron droogt op, omdat de meeste gekwalificeerde en ervaren chauffeurs uit dit buurland inmiddels al zijn geworven.

    Auteur: Adriana Rozwadowska
    Vertaler: Peter Bergsma

    Beeld: Een vrachtwagenfile op de grens tussen Polen en Duitsland. – © Ulrich Baumgarten via Getty Images

    Gazeta Wyborcza
    Polen | dagblad | oplage 396.000

    ‘De Verkiezingsgazet’ is opgericht na de val van de Muur en uitgegroeid tot een grote krant, ondanks zijn bescheiden middelen. Doelstelling: nieuws brengen op informatieve en seculiere wijze.

  • Voor een hongerloon Europa door

    Voor een hongerloon Europa door

    Het rommelt in de transportsector. Vrachtwagenchauffeurs klagen over slechte arbeidsomstandigheden en marktinflatie. Over de West-Europese snelwegen rijden Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs ver onder West-Europees minimumloon en soms weken achtereen.

    Het onderwerp staat op de agenda van de Europese Unie, maar de vraag is hoe hoog. ‘De sector heeft behoefte aan duidelijke regels, die rechtvaardig zijn en stroken met de aard van de activiteit,’ bepleitte enkele maanden geleden de Europese commissaris van Transport Violeta Bulc. Desondanks lijkt de herziening van het sociaal statuut voor vrachtwagenchauffeurs niet klaar te zijn voor de Europese verkiezingen van mei 2019. Begin juli hebben de leden van het Europees Parlement diverse teksten verworpen, waardoor een gemeenschappelijk standpunt nog altijd op zich laat wachten.

    De afgevaardigden bestrijden het feit dat chauffeurs op internationale routes als ‘tijdelijke arbeidskrachten’ worden beschouwd en eisen regels die de beroepsgroep beter beschermen. Het herzieningsproject waarmee de Europese Commissie in mei 2017 is begonnen, stuit op weerstand. Enerzijds bij lidstaten als Frankrijk, die zich zorgen maken over de concurrentie van transporteurs uit landen met minder hoge kosten. Anderzijds bij Oost-Europese lidstaten, gesteund door Spanje en Portugal, die de beoogde maatregelen te kostbaar vinden voor hun transportondernemingen.

    1. Niet langer een droombaan

    2. Saksen komt in actie

    Beeld: Een vrachtwagenrustplaats aan de A2 in Magdeburg, Duitsland. – © Klaus-Dietmar Gabbert / dpa-Zentralbild / dpa Photo via Newscom