Tag: tuin

  • Waarom stadstuinen een oplossing zijn voor corruptie en honger in Zuid-Afrika

    Waarom stadstuinen een oplossing zijn voor corruptie en honger in Zuid-Afrika

    Het verbouwen van voedsel in de stad kan een middel zijn om honger tegen te gaan, de voedselaanvoerketen te verkorten en tot dan toe verdeelde gemeenschappen dichter bij elkaar te brengen. ‘Als we voedsel met elkaar delen, zullen de Van Tonders gaan praten met de Ngobeni’s.’

    Door middel van stedelijke landbouw kunnen mensen hun intense teleurstelling in de regering opvangen en meer zelfvoorzienend worden, zeggen stadstuinders en wetenschappers. En nu de kosten voor levensonderhoud in Zuid-Afrika de pan uit rijzen en ook de werkloosheidscijfers tot grote hoogte stijgen, moeten de stadsbewoners zo snel mogelijk aan de slag om de dichtstbijzijnde stoep in een moestuin te veranderen.

    Als het voedsel eenmaal is geoogst, is de volgende stap om het uit te delen, en dan zullen als vanzelf de apartheid en de op klassenverschillen gebaseerde ruimtelijke segregatie verdwijnen, zegt Djo BaNkuna, een stoeptuinder uit Pretoria. In zijn achtertuin en op de stoep voor zijn huis verbouwt hij bananen, kruiden, avocado’s, spinazie, biet, zoete aardappel en uien. Hij en zijn vrouw, een maatschappelijk werkster, delen alles vervolgens uit in Soshanguve en omstreken, aan gezinnen met een kind aan het hoofd of gezinnen waarvan de ouders geen werk hebben.

    ‘Velen van ons hebben geen idee van de honger die er heerst. De tranen springen in mijn ogen als ik een kind van vijf zie dat al twee dagen niet heeft gegeten, hier in Soshanguve, niet ver van het winkelcentrum. Er zijn gezinnen met een meisje van dertien aan het hoofd, en dat meisje heeft dan de zorg voor vijf andere kinderen, die overdag naar het winkelcentrum gaan om te kijken of er nog wat restjes eten bij elkaar geschraapt kunnen worden. Ons land staat er heel slecht voor,’ zegt BaNkuna.

    BaNkuna kwam in november in de publiciteit toen de politie hem beval de groente uit te trekken die hij op de stoep voor zijn huis had geplant, en in plaats daarvan bloemen of gras te planten. Daarnaast moest hij een boete betalen van vijfhonderd rand [zo’n dertig euro]. Toen BaNkuna beide weigerde, moest hij voor de rechter verschijnen. De rechter trok de zaak tegen hem in.

    ‘Ik ben groot voorstander van tuintjes, maar onze overheid is niet bepaald vooruitstrevend op dat gebied. Het evangelie van de grote winkelketens zit er zo in geramd dat mensen niet langer op zichzelf en de natuur durven te vertrouwen, terwijl we geschikte grond hebben die ons in voedsel kan voorzien,’ zegt hij.

    Ui, kool en aardappel

    ‘Als je eenmaal een ui en kool hebt, heb je verder alleen nog maar gekookt maismeel nodig. En vervolgens kom je tot de ontdekking dat je geen maismeel nodig hebt, maar een aardappel die je ook zelf hebt geplant. Die drie dingen samen vormen een maaltijd. In Soshanguve word ik vaak vreemd aangekeken als ik zeg dat ik de kool heb verbouwd in mijn eigen stoeptuin. Voor velen van ons komt voedsel uit het winkelcentrum.

    Melissa Britz is een van de oprichters van Oppieyaart (In de tuin), een achtertuin vol medicinale kruiden, met de nadruk op inheemse planten. Samen met haar partner Lucelle Campbell heeft ze alles aangeplant in hun achtertuin in Elsies River, op de Kaapse Vlakte.

    ANP 427929419
    – Oogsten op een stadsboerderij in Banda Atjeh, Indonesië. Meer mensen in Indonesië hebben hun toevlucht genomen tot stadslandbouw omdat de aanhoudende Covid-19-pandemie hen dwong thuis te blijven. © Sepa / Hotli Simanjuntak

    Het project heeft zich nog niet uitgebreid naar de stoep, maar ze maken en distribueren wel compost om andere stadstuinders te helpen en om de vruchtbaarheid van de zanderige grond te verhogen in dit gebied, dat zich van nature niet echt leent voor het verbouwen van groente. In de achtertuin liggen enorme hopen compost, bestaande uit bladeren, gebruikte zakjes rooibosthee, gemaaid gras en groenteafval van de buren. Alles wat het Oppiyaart-team niet composteert, wordt gebruikt om mulch te maken. Zowel compost als mulch wordt gratis uitgedeeld.

    ‘Een van de belangrijkste dingen voor mensen die net beginnen, is de aarde beschermen tegen de zon, want er zit leven in de aarde: organismen, wormen, bacteriën en schimmels, die allemaal gevoelig zijn voor licht en de warmte van de zon. Het makkelijkste is om mulch te maken van wat er ook maar voorhanden is in het gebied waar je woont,’ zegt Britz.

    Zanderige grond houdt geen water vast en door de klimaatverandering en het veranderde patroon van regenval, moeten stadstuinders zorgen dat de grond meer water kan vasthouden, zegt ze.

    ‘Ze hebben geen dure irrigatiesystemen nodig met watertanks en leidingen’

    Britz heeft net gember geoogst die acht maanden heeft gegroeid. Ze pakt een handvol van de donkerbruine, vochtige aarde waar de gember in heeft gestaan – het resultaat van haar inspanningen om de aarde te verrijken, van zanderig naar meer leemachtig. Ze voedt de aarde ook met wormenmest. ‘Een wormenfarm hoeft niet duur te zijn. We hebben een oude badkuip vol wormen, en zo komen er weer voedingsstoffen in de aarde.’

    Voor beide projecten wordt regenwater opgevangen in bakken, lege vaten en emmers die ze op de hoeken van het huis zetten, waar het water uit de goten loopt. Ze hebben geen dure irrigatiesystemen nodig met watertanks en leidingen, zeggen ze.

    Robert Wolfe, die ook in het Oppieyaart-team zit, giet het regenwater vervolgens in lege frisdrankflessen, die hij opslaat om de tuinen in de droge maanden van water te kunnen voorzien. ‘We hadden bijna een hele kamer vol tweeliterflessen,’ zegt Britz.

    BaNkuna’s huis heeft geen dakgoten, maar als het hard regent verzamelt hij zo’n duizend liter water per nacht door domweg emmers bij de hoeken van zijn huis te zetten.

    Vers en organisch

    Het is van groot belang dat zo veel mogelijk mensen een tuintje bij hun huis aanleggen, aldus Munyaradzi Chitakira, een expert op het gebied van klimaatbestendige middelen van bestaan in rurale en stedelijke omgevingen, en verbonden aan Unisa (Universiteit van Suid-Afrika). ‘De voedselprijzen blijven maar stijgen en er is steeds meer werkloosheid. Het is heel belangrijk dat mensen nadenken over manieren om hun gezin van voedsel te voorzien. Vers en organisch voedsel is van groot belang, ook omdat je er zelf controle over kunt uitoefenen.’

    annie spratt GaLzDCnA5EI unsplash
    – Eten verbouwen op de stoep of in de achtertuin is voor velen een manier om zelfvoorzienend te worden. © Unsplash

    ‘Als je geen land hebt, gebruik dan emmers en blikken of iets anders waarin je iets kunt verbouwen, zodat je niet alles hoeft te kopen,’ zegt Chitakira. Hij voegt eraan toe dat gemeentebesturen zouden moeten zorgen voor stukjes grond en voor bewakers, zodat er buurttuinen kunnen worden aangelegd.

    Lokale buurttuintjes zijn van cruciaal belang om te komen tot kortere distributieketens

    Veel kleine moestuintjes vormen een integraal deel van klimaatbestendige stedelijke landbouw. Ze vormen een buffer tegen klimaatschokken omdat ze voedselzekerheid bieden aan gezinnen die lijden onder de gevolgen van de klimaatverandering. De gewassen zelf zorgen voor een vermindering van broeikasgassen, een effect dat nog eens wordt versterkt doordat er minder groente van commerciële boeren in vrachtwagens door het land vervoerd hoeft te worden.

    Ook Juanee Cilliers, een specialist stedelijke landbouw, denkt dat lokale buurttuintjes van cruciaal belang zijn om te komen tot kortere distributieketens en duurzamere vormen van landbouw.

    Uit onderzoek is al gebleken dat bestaande moestuintjes een waardevolle rol spelen in de economische en sociale ontwikkeling van bepaalde gemeenschappen. ‘Het potentieel van deze innovatieve markten is nog niet onderzocht, maar ze zouden een katalysator kunnen blijken voor stedelijke gemeenschappen in Zuid-Afrika, en ze zouden kansen kunnen bieden op het gebied van voedselzekerheid, werkgelegenheid, empowerment en ondernemingszin,’ aldus Cilliers.

    Gezamenlijke inspanning

    BaNkuna heeft onderzocht hoe de stijgende werkloosheidscijfers hebben geleid tot hongersnood, zelfs in dorpen in de buurt van Tzaneen in Limpopo – een vruchtbare streek met veel regen – waar de inwoners van oudsher hun eigen gewassen verbouwen en zelfredzaam zijn. ‘Ik kwam tot de ontdekking dat zelfs daar dorpskeukens moeten worden geïnstalleerd, omdat er honger heerst. Als je maismeel met zout moet eten, is dat niet fijn. Sterker nog, het is erg pijnlijk,’ zegt hij.

    Hoewel een groot deel van de bevolking kampt met extreme honger, collectief geschokt is door de ongekende corruptie die welig tiert binnen de overheid, en de gevolgen ondervindt van de klimaatverandering en de noodlottige modderstromen, zegt BaNkuna dat ze nooit de hoop mogen opgeven dat ze het land weer gezond kunnen maken door gezamenlijke inspanning – om te beginnen moet er een einde worden gemaakt aan het achterhouden van voedsel.

    ‘We moeten zorgen dat mensen weer teruggaan naar de natuur, naar zelfredzaamheid’

    ‘Het is nergens voor nodig om voedsel achter te houden. Het is een eerste levensbehoefte, net als zuurstof. Als we voedsel met elkaar delen, zullen de Van Tonders gaan praten met de Ngobeni’s en de Ngobeni’s zullen weer gaan praten met de Mahmoods. Zo zullen we de kloof overbruggen die is geslagen door ruimtelijke segregatie,’ zegt hij.

    Momenteel interviewt BaNkuna andere stoeptuinders voor een boek. Onlangs heeft hij een vrouw ontmoet die honderd meter stoep heeft bebouwd. De oogst zal genoeg zijn voor honderd gezinnen.

    ‘We moeten echt zorgen dat mensen weer teruggaan naar de natuur, naar zelfredzaamheid. Ja, natuurlijk kun je zeep kopen in de supermarkt. Dat is normaal. Maar er is geen enkele reden om een ui of een zoete aardappel te kopen,’ besluit hij.

  • Het nieuwe tuinieren: ‘planten moeten tegen extremen kunnen’

    Het nieuwe tuinieren: ‘planten moeten tegen extremen kunnen’

    Britse tuinliefhebbers bereiden zich op de toekomst voor door vijgen- en olijfbomen te kopen. Maar er vallen ook slachtoffers. Zo was de pioenroos niet bestand tegen de zware regenval van afgelopen zomer.

    Hij bestaat al vierhonderd jaar: de oudste botanische tuin van Groot-Brittannië, een lusthof met medicinale planten en eeuwenoude bomen waarvan door de eeuwen heen veel beroemdheden hebben genoten, onder wie J.R.R. Tolkien en Lewis Carroll. Maar in dit jubileumjaar ziet de toekomst er toch heel anders uit voor de botanische tuin van Oxford, als gevolg van de invloed van de klimaatcrisis op het Britse weer.

    ‘We moeten heel goed overdenken wat we voor de toekomst willen planten,’ zegt de directeur van de tuin, professor Simon Hiscock. ‘Zeker als het om bomen gaat, want daarvoor moet je niet een paar jaar, maar in sommige gevallen honderden jaren vooruitdenken. We hebben onze rotstuin al opnieuw ingericht: die is nu bijna een oost-mediterraan landschap.’

    Met temperaturen tot boven de 30 graden gonsde het afgelopen zomer van de bijen rond de paarse Delphiniums en grote gele Verbascum, vertelt Hiscock. ‘De tuin deed het fantastisch bij al die zonneschijn en die warmte, en de planten vonden het heerlijk. We moeten ons ervan bewust zijn wat er met ons landschap gebeurt, nu het warmer wordt. De mediterrane tuin is zeker gemakkelijker te onderhouden dan een gewone Engelse tuin.’

    Daarbij vallen ook slachtoffers. Moderne rozen en klassieke Engelse kruidentuinen hebben behoorlijke hoeveelheden water nodig, maar de heftige buien die deze zomer ook vielen, hebben heel wat pioenen in Oxford platgeslagen.

    Vijgen en olijfbomen

    Britse tuinliefhebbers zijn al bezig zich aan te passen aan warmere omstandigheden door vijgen en olijfbomen te kopen, maar Hiscock waarschuwt dat ze daarbij wel moeten oppassen voor ziektes als xylella. Interessante alternatieven zijn volgens hem de Noord-Amerikaanse notenbomen, zoals de Carya tomentosa en de hop-haagbeuk uit Zuid-Europa, en ook de zijdeboom en het Perzisch ijzerhout hebben het dit jaar in zijn botanische tuin prachtig gedaan.

    Soorten als deze zijn in de achttiende eeuw verzameld door een van de botanici van de tuin, John Sibthorp, die in 1784 en 1794 op expeditie ging naar het oostelijke Middellandse Zeegebied. Daarbij volgde hij het spoor van de antieke Griekse arts Dioscorides, wiens boek De materia medica hij raadpleegde. Zo zocht Sibthorp zijn weg door het oostelijke Middellandse Zeegebied. De planten die hij er vond werden getekend door botanisch illustrator Ferdinand Bauer en vormden de basis van de Flora Graeca, een boek dat Hiscock ‘het botanische kroonjuweel van Oxford’ noemt.

    De eerste steen voor deze hortus botanicus werd gelegd op 25 juli 1621, nadat Henry Danvers, de eerste graaf van Danby, het twee hectare grote stuk land had gehuurd van Magdalen College om er een ‘geneeskundige tuin’ vol medicinale planten aan te leggen, bedoeld voor het onderwijs aan geneeskundestudenten. Hiscock: ‘Studenten moesten de planten die ze voor hun medicijnen zouden vermalen, kunnen onderscheiden en weten wat de eigenschappen daarvan waren. Je kunt bijvoorbeeld heel goed kleine hoeveelheden atropine, afkomstig van de giftige nachtschade, gebruiken, maar een hoge dosis daarvan kan voor je patiënt dodelijk zijn.’

    Taxusbomen

    In 1642 was de tuin aangelegd en werd hij onderhouden door de eerste beheerder, Jacob Bobart de Oudere, een Duitser die door Danvers was ingehuurd. Tijdens de Engelse Burgeroorlog, toen Charles I hof hield in Oxford, begon Bobart aan het samenstellen van een catalogus van de 1600 planten in de tuin, terwijl hij daarnaast ook fruit en groenten uit de tuin verkocht en een pub dreef, The Greyhound. Enkele taxusbomen die in zijn tijd werden geplant, staan er nog steeds.

    Rond 1830 groeide de aandacht voor experimentele botanie en werd de geneeskundetuin omgedoopt tot botanische tuin. Op dit moment biedt hij ruimte aan vijfduizend planten die worden gebruikt voor onderzoek, onderwijs en behoud van biodiversiteit. Schrijvers als Tolkien, Carroll, Evelyn Waugh, Philip Pullman en Colin Dexter hebben dankbaar gebruikgemaakt van de rust die er heerste. Er groeien ook planten die worden gebruikt voor het eigen merk gin van de tuin en voor de ter ere van dit vierhonderdjarig jubileum ontwikkelde whisky. Het jubileumjaar werd in juli afgetrapt door Chris Patten, de rector magnificus van Oxford, die een vaantjesboom (Davidia involucrata) plantte naast de boom die in 1971 ter gelegenheid van het driehonderdvijftigjarig jubileum door [oud-premier] Harold Macmillan was geplant.

    Ook is er een nieuwe soort, de Oxford Physic-roos, ontwikkeld door Peter Beales Roses en gekweekt om zijn combinatie van geur en gehardheid, al is deze roos niet zo sterk als de damastrozen die Sibthorp kweekte.

    Taaiheid wordt voor tuinliefhebbers steeds belangrijker, volgens Mark Gush, hoofd van de sectie ecologische tuinbouw binnen de Royal Horticultural Society. ‘Het gaat erom dat planten bestand zijn tegen extremen,’ zegt hij. ‘Het is niet alleen een kwestie van stijgende temperaturen, er kunnen ook periodes van extreme kou of extreme regenval, droogte of overstromingen voorkomen. In brede zin moeten mensen erover nadenken of de nadruk ligt op aanpassen aan of temperen van een veranderend klimaat.’

    Sommige planten die zijn gekweekt voor de klassieke Engelse country garden krijgen het misschien moeilijk, zegt Gush. ‘Je zou ervoor kunnen kiezen om bomen te planten die CO2 opnemen om de klimaatcrisis tegen te gaan. Ook kan het verbeteren van de grondkwaliteit helpen. Door de grond te verbeteren, het doorlatend vermogen, de hoeveelheid organisch materiaal en voedingsstoffen, vergroot je vanzelf de weerstand van elke boom of plant die
    je erin zet.’

    Tegen een stootje kunnen is het belangrijkst voor planten, vindt ook Hiscock. ‘Planten zijn veel boeiender dan dieren. Ze leven langer en zijn duurzamer, ze houden stand. Wordt het warm, dan kunnen dieren in de schaduw gaan staan of naar het noorden trekken. Maar planten blijven staan waar ze staan en houden vol.’