Tag: uiterlijk

  • Waarom een slank lichaam vrouwen een hoger salaris oplevert

    Waarom een slank lichaam vrouwen een hoger salaris oplevert

    Hoe hard feministen ook door de jaren heen hebben geroepen dat vrouwen zich van hun ijdelheid moesten bevrijden, gewicht en uiterlijk spelen voor velen nog altijd een belangrijke rol. Vrouwen die slank zijn, krijgen zelfs beter betaald.

    Mireille Guiliano is een succesvolle, slanke vrouw. Ze werd geboren in Frankrijk en studeerde in Parijs, waarna ze als tolk voor de Verenigde Naties ging werken. Vervolgens ging ze in de champagnebranche, en in 1984 trad ze in dienst bij Veuve Clicquot, dat toen nogal matig presteerde. Ze klom op in de rangen en lanceerde een dochteronderneming in de VS. Daarvan werd ze in 1991 directeur en ze leidde het bedrijf met groot succes. In haar appartement met uitzicht op Manhattan biedt ze een glas water aan. ‘Je weet hoeveel ik van water hou,’ zegt ze. Inderdaad, want veel water drinken is een hoofdregel in Waarom Franse vrouwen niet dik worden, Guiliano’s bestseller over afvallen en slank blijven ‘op Franse wijze’. 

    In het boek beschrijft ze hoe vreselijk ze het als tiener vond om zwaarder te worden toen ze een zomer in Amerika verbleef. Haar ongemak bereikte een dieptepunt toen ze weer terugkwam in Frankrijk en haar vader, in plaats van haar te omhelzen, zei dat ze eruitzag ‘als een zak aardappelen’. Ze ging op dieet, pikte haar oude Franse gewoonten weer op (veel water, afgemeten porties, regelmatig bewegen) en liet de weegschaal weer in haar voordeel doorslaan.

    GettyImages 182297968
    De Amerikaanse auteur en uitgever Helen Gurley Brown (1922-2012) en de Amerikaanse socialite Gloria Vanderbilt wonen een signeersessie bij op Madison Avenue in New York, 1996. Beiden adviseerden vrouwen om van 800 calorieën per dag te leven. – © Rose Hartman / Archive / Getty Images

    Als succesvolle vrouw die bereid is publiekelijk over haar uiterlijk en gewicht te praten, is Guiliano een zeldzaamheid. ‘Natuurlijk wil niemand het erover hebben,’ zegt ze. ‘Het is gemakkelijker om te doen alsof het vanzelf gaat.’ Opeenvolgende feministische golven vertelden verstandige vrouwen dat ze zich moesten bevrijden van ijdelheid, van de huishoudelijke slavernij en van een door voortplanting bepaald bestaan.

    Maar een vrouw die diep wordt geraakt door een opmerking over haar gewicht is geen uitzondering. Aubrey Gordon, medepresentator van Maintenance Phase, een podcast die hedendaagse problemen rond afvallen en welzijn aanpakt, kreeg al op haar tiende van een arts te horen dat ze overgewicht had. En Roxane Gay, een Amerikaanse auteur, beschrijft de schrik op het gezicht van haar ouders toen ze op dertienjarige leeftijd terugkwam van haar eerste semester op een kostschool en zo’n 14 kilo meer woog dan toen ze vertrok.

    Vandaag de dag is het perfecte lichaam de ‘weasel body’

    Het zijn persoonlijke maar ook universele ervaringen, althans in de rijke landen. Ze weerspiegelen de druk op vrouwen om op een ‘ideaal’ te lijken. Dat ideaal is in de loop der tijd veranderd. Naakten uit de Renaissance tonen bijvoorbeeld weelderige rondingen, maar de laatste decennia is slankheid het schoonheidsideaal. In de jaren tachtig gold in New York de ‘social x-ray’ – een term die Tom Wolfe introduceerde in zijn roman Het vreugdevuur der ijdelheden om vrouwen te beschrijven die zo dun waren dat ze haast tweedimensionaal leken. In Londen werd dat in de jaren negentig het ideaal van heroin chic.

    Als een wezel

    Vandaag de dag is het perfecte lichaam ‘weasel body’, zegt een vrouw uit Los Angeles, die om zich heen veel vrouwen ziet die fysieke perfectie nastreven. Ze proberen er zo gestroomlijnd en strak uit te zien als een wezel, alsof ze door het water kunnen glijden zonder een rimpeling te veroorzaken. Het streven naar zo’n lichaam laat misschien iets meer eten toe dan de diëten van vroeger, maar het is even moeilijk te bereiken.

    Alle vrouwen zijn zich uiteindelijk bewust van het belang dat aan hun lichaam wordt gehecht. Het is alsof meisjes nietsvermoedend door een bos lopen en dan de bomen te zien krijgen. Wellicht vragen ze zich af hoe die bomen daar gekomen zijn, hoelang ze er al groeien en hoe diep hun wortels werkelijk gaan. Maar ze kunnen er weinig aan doen en het is bijna onmogelijk om zich de wereld anders voor te stellen. Het fabeltje dat slimme en ambitieuze vrouwen, die hun waarde op de arbeidsmarkt kunnen bepalen op basis van hun intelligentie of opleiding, geen aandacht hoeven te besteden aan hun figuur is moeilijk vol te houden als je kijkt naar gegevens over de wisselwerking tussen gewicht en loon of inkomen. De relatie is anders in arme landen waar rijke mensen over het algemeen zwaarder zijn dan arme.

    In landen als de VS, Groot-Brittannië en Duitsland en rijke Aziatische landen als Zuid-Korea zijn rijke mensen dunner dan arme mensen. Kenmerkend is een licht dalende relatie tussen maatstaven voor gewicht zoals de bodymassindex (BMI) – een maat voor zwaarlijvigheid – of het deel van de bevolking dat zwaarlijvig is, en het inkomen, gemeten naar lonen, het aantal mensen onder de armoedegrens of het inkomenskwartiel.

    Venus von Willendorf 01 2
    De Venus van Willendorf, een iconische sculptuur van 25.000 jaar voor Christus, wordt meestal geïnterpreteerd als een vruchtbaarheidssymbool. Het beeld is te zien in het Natuurhistorisch Museum in Wenen. – © Wikipedia

    Dat arme mensen meer kans hebben op overgewicht wordt vaak verklaard met het argument dat zwaarlijvigheid in rijke landen een kenmerk is van armoede. Arme mensen zouden zich moeilijk gezond voedsel kunnen veroorloven. Ze grijpen misschien eerder naar bewerkt voedsel of fastfood, omdat ze geen tijd hebben om thuis te koken of minder tijd hebben om te sporten; slechter betaalde banen gaan immers vaak gepaard met lange diensten en met minder flexibiliteit dan de banen van de ‘laptopklasse’. Aangezien een laag inkomen vaak het gevolg is van een beperkte opleiding, kan het gebrek aan opleiding ook leiden tot gebrek aan kennis over een gezond gewicht.

    Het probleem met al deze verklaringen is dat de correlatie tussen inkomen en gewicht op landelijk niveau in de meer ontwikkelde landen bijna volledig voor rekening komt van vrouwen. Uitgedrukt in een grafiek toont het verband tussen inkomen en gewicht in de VS en Italië een horizontale lijn voor mannen en een dalende lijn voor vrouwen. 

    Zuid-Korea

    In Zuid-Korea is de correlatie positief voor mannen, maar deze wordt ruimschoots tenietgedaan door de sterk negatieve correlatie bij vrouwen. In Frankrijk loopt de lijn voor mannen licht naar beneden, maar voor vrouwen veel steiler. Dergelijke patronen, op welke manier ook gemeten, lijken te gelden voor de meeste rijke landen.

    Met andere woorden: rijke vrouwen zijn veel slanker dan arme vrouwen, maar rijke mannen zijn ongeveer even dik als arme mannen. Wallis Simpson, van wie het huwelijk met koning Edward VIII leidde tot diens troonsafstand, zou hebben gezegd dat een vrouw ‘nooit te rijk of te dun kan zijn’. Kennelijk moet ze allebei of geen van beide zijn.

    Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen

    Dat zou iedereen tot nadenken moeten stemmen die denkt dat armoede de verklaring is voor zwaarlijvigheid, of dat rijk zijn bevorderlijk is voor een lager gewicht. Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen. Misschien is het verband voor beide geslachten hetzelfde, maar verschillen de beroepen die ze uitoefenen en die slankheid vereisen of tot gevolg kunnen hebben. Mannen doen onevenredig veel laagbetaald fysiek werk, zoals in de bouw (hoewel verplegend personeel onevenredig vaak uit vrouwen bestaat, die evenveel tijd lopend of staand doorbrengen als bouwvakkers). Van sommige rijke vrouwen, zoals actrices, kan expliciet worden geëist dat zij slank zijn om bepaalde rollen te kunnen spelen.

    GettyImages 965573312
    De obsessie voor slankheid is nooit uit het modebeeld verdwenen.De terugkeer van de zogenaamde heroin chic-look, het graatmagere schoonheidsideaal van de jaren negentig, leverde felle reacties op in de bladen. Modeshow van Dior, tijdens de Prêt-à-Porter in 1997 in Parijs.© Getty Images

    Toch is het moeilijk te geloven dat een van deze wetmatigheden het complete verschil verklaart. Uit gegevens van het Amerikaanse Bureau of Labour Statistics (BLS) blijkt dat slechts 3,5 procent van de beroepsbevolking intensief lichamelijk werk doet (in sommige categorieën, zoals bewegingsonderwijs en dansen, werken veel vrouwen). Slechts 0,1 procent van deze mensen heeft een baan als acteur. Dat er een genderkloof bestaat in de relatie tussen inkomen en gewicht die niet gemakkelijk kan worden verklaard door andere verschillen tussen mannen en vrouwen, wijst op een andere verklaring: misschien helpt dun zijn vrouwen om rijk te worden.

    Minder loon

    Uit talloze studies blijkt dat vrouwen met overgewicht of obesitas minder betaald krijgen dan hun slankere collega’s, terwijl er weinig verschil bestaat in loon tussen mannen met overgewicht en mannen die medisch gezien binnen het ‘normale bereik’ vallen. Er zijn uitzonderingen: uit een Zweeds onderzoek bleek dat zwaarlijvige mannen minder betaald kregen, maar zwaarlijvige vrouwen niet. Maar uit onderzoek in de VS, Groot-Brittannië, Canada en Denemarken blijkt dat vrouwen met overgewicht minder verdienen. De straf voor een zwaarlijvige vrouw is aanzienlijk: het kost haar ongeveer 10 procent van haar inkomen.

    Uit onderzoek blijkt dat vrouwen met overgewicht 10 procent minder verdienen

    Dat kan zelfs nog een onderschatting van de werkelijkheid zijn, want de loonkloof is moeilijk te meten bij mensen die geen werk vinden vanwege hun omvang. De hoogste schattingen van hogere lonen voor slanke vrouwen zijn zo significant, dat het bijna evenveel loont om af te vallen als om bij te scholen. De loonpremie voor het behalen van een masterdiploma bedraagt ongeveer 18 procent. Dat is slechts 1,8 maal de premie die een zwaarlijvige vrouw in theorie verdient door zo’n 29 kilo af te vallen – ruwweg de hoeveelheid die een matig zwaarlijvige vrouw van gemiddelde lengte moet afvallen om in het medisch gedefinieerde ‘normale bereik’ te vallen. Die maatregel lijkt vooral significant te zijn voor witte vrouwen – het bewijs voor zwarte of Latijns-Amerikaanse vrouwen is zwakker (hoewel dat gedeeltelijk kan worden verklaard door het feit dat studies vaak gebruikmaken van de BMI, wat tot een verkeerde classificatie van deze vrouwen kan leiden).

    Discriminatie van zwaarlijvige vrouwen is niet afgenomen naarmate hun aantal toenam. ‘Je zou een afnemend loonverschil kunnen verwachten doordat er steeds meer mensen met overgewicht bij komen’, schreef econoom David Lempert in een paper voor het BLS, omdat overgewicht meer algemeen aanvaard is. In plaats daarvan is het stigma van mensen met overgewicht meegegroeid met hun aantal; het is tussen 1980 en 2000 bijna verdubbeld. Lempert suggereert dat dit kan komen doordat ‘de toenemende zeldzaamheid van slankheid heeft geleid tot een hogere premie voor slanke mensen’.

    De conclusie van het artikel stapelt de ene kwaad makende zin op de andere. Naarmate zwaardere vrouwen ouder worden, schrijft Lempert, ondervinden zij de gevolgen van jarenlange cumulatieve loondiscriminatie. Hun startloon is lager, en gedurende hun loopbaan krijgen deze vrouwen minder loonsverhoging en promotie. Uit het artikel blijkt ‘dat een drieënveertigjarige vrouw met overgewicht in 2004 een grotere loonstraf kreeg dan toen ze twintig was in 1981’, en ook dat ‘een twintigjarige vrouw met overgewicht nu een grotere loonstraf krijgt dan ze in 1981 op twintigjarige leeftijd zou hebben gekregen’.

    Deels kan dat een weerspiegeling zijn van de hogere kosten die werkgevers moeten betalen voor hun zwaarlijvige werknemers, vooral in Amerika. De premie voor een ziektekostenverzekering wordt in de VS vaak door de werkgever betaald, en iemand met overgewicht of obesitas heeft doorgaans hogere kosten, onder andere doordat er bij het ouder worden meer gezondheidsproblemen optreden. Toch is het onduidelijk waarom deze kosten alleen op vrouwen worden afgewenteld. En studies in Canada en Europa (waar door de overheid gefinancierde gezondheidszorg de norm is) tonen al even grote loonstraffen voor vrouwen.

    De houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden

    Het idee dat het bestraffen van zwaarlijvigheid toe- in plaats van afneemt wordt onderbouwd door de resultaten van een onderzoek van de Harvard-universiteit naar impliciete vooroordelen. Aan de testpersonen wordt gevraagd mensen van verschillend ras, geslacht, seksuele geaardheid of gewicht te associëren met woorden als ‘goed’ of ‘slecht’. In het algemeen gaan de uitkomsten de positieve kant op: discriminatie op grond van ras en geslacht is de afgelopen tien jaar afgenomen. Negatieve associaties met homo’s zijn met eenderde gedaald. Gewicht is de uitzondering: de houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden.

    GettyImages 515463142
    Wallis Simpson, van wie het huwelijk met koning Edward VIII leidde tot diens troonsafstand, zou hebben gezegd dat een vrouw ‘nooit te rijk of te dun kan zijn’.  © Bettmann via Getty Images

    In deze context lijken de argumenten die vaak worden gebruikt om te verklaren waarom vrouwen en meisjes zo veel druk voelen om slank te zijn, en een laag zelfbeeld hebben als zij dat niet zijn, jammerlijk onvolledig. Misschien voelen vrouwen zich inderdaad slecht over zichzelf omdat ze zich vergelijken met die slanke hinde op de omslag van een tijdschrift en laten ze zich wijsmaken dat die foto’s onbewerkt en haalbaar zijn. Misschien heeft een arts of een van hun ouders toen ze klein waren een opmerking gemaakt over hun gewicht. Maar naast deze druk is er ook die krachtige prikkel van de markt: vrouwen zien haarscherp in dat niet afvallen of slank worden hun letterlijk geld kost.

    Rendement

    Het is voor iedereen logisch dat tijd steken in een opleiding economisch rendement oplevert. Op dezelfde manier lijkt het voor vrouwen logisch om te streven naar een slank lichaam. Obsessief bezig zijn met wat en hoeveel je moet eten, dure fitnesslessen: het zijn investeringen die rendement opleveren. Voor mannen geldt dat niet.

    Vrouwen zijn zich tot op zekere hoogte hiervan bewust. Een generatie geleden leek het voor hen nog vanzelfsprekend. ‘Het belangrijkste waar je na – of tijdens – je werk mee bezig moet zijn, is je uiterlijk en je uitstraling. Het is ondenkbaar dat een vrouw die “alles wil” dik zou willen zijn, of zelfs mollig’, schreef Helen Gurley-Brown, redacteur van Cosmopolitan in de jaren tachtig en negentig, in haar boek Having It All – alvorens allerhande advies te geven over hoe je overleeft op 800 calorieën per dag en vrouwen aan te moedigen dagelijks op de weegschaal te gaan staan en te accepteren dat ‘diëten een hel is’ en ‘op te houden daar depressief van te worden’.

    Bodypositivity

    Zo’n benadering werd vier decennia geleden misschien makkelijker geslikt, maar de economische realiteit is niet heel erg veranderd. Het enige andere is het leidende narratief, dat nu bodypositivity omarmt en diëten schuwt. In plaats van het South Beach- of het Atkins-dieet gaan vrouwen nu bepaalde voedingsmiddelen mijden: ze eten glutenvrij, veganistisch of suikerarm, onder het mom van gezondheid of welzijn, om hun darmflora te verbeteren of om hun energieniveau te verhogen. Mensen geven veel geld uit aan SoulCycle-lessen, om sterk en fit te worden, maar niet om calorieën te verbranden. ‘Zelfs vrouwenglossy’s zijn nu sceptisch over de van bovenaf opgelegde verhalen over hoe we eruit moeten zien… maar de psychologische parasiet van de ideale vrouw heeft zich zo geëvolueerd dat ze nu ook overleeft in een ecosysteem dat zich zogenaamd tegen haar verzet’, schrijft Jia Tolentino in haar boek Spiegeldoolhof. Het feminisme ‘heeft de tirannie van de ideale vrouw niet uitgeroeid, maar haar stevig verankerd en juist weerbarstiger gemaakt.’

    Omdat zwaarlijvigheid een verhoogd gezondheidsrisico met zich meebrengt, zullen sommigen beweren dat het geen probleem is dat vrouwen worden gestimuleerd om af te vallen. Maar dit berust op twee wankele pijlers van de logica: ten eerste dat mensen hun gewicht volledig onder controle kunnen hebben, en ten tweede dat schaamte een goede motivator is.

    The Crush Gibson
    De Gibson Girl, getekend door Charles Gibson, werd de personificatie van vrouwelijke schoonheid in de negentiende eeuw: lang en slank in S-vormig corset, maar met royale boezem, heupen en billen. – © Charles Dana Gibson

    De meeste mensen kennen het effect dat een beetje minder eten en meer bewegen heeft op hun lichaam. Daarom is het gebruikelijk om te denken dat gewicht en obesitas veranderbare eigenschappen zijn – eigenschappen waar slanke mensen aan werken en dikke mensen niet. Als dat het geval was, zou het voor vrouwen mogelijk zijn om discriminatie op grond van gewicht achter zich te laten, door zich aan te passen aan het lichaamstype dat de maatschappij van hen verlangt. 

    Het is bijna onmogelijk om af te vallen én op gewicht te blijven

    Maar dit idee van volledige controle is misplaatst. Mensen melden vaak dat ze zwaarder worden als ze antidepressiva gaan gebruiken; bij vrouwen is dat bijvoorbeeld vaak het geval als ze lijden aan aandoeningen zoals het polycysteus-ovariumsyndroom. Roxane Gay beschrijft hoe haar gewicht toenam in de nasleep van een brute aanranding. Het roept ook de vraag op waarom een groot deel van de mensheid in de jaren tachtig collectief de controle over zijn eetgewoonten verloor en in de ontwikkelde landen zwaarlijvigheid sterk begon toe te nemen. Wetenschappers twijfelen over het antwoord (sommigen wijzen op de opkomst van bewerkt voedsel), maar zijn het er wel over eens dat het bijna onmogelijk is om af te vallen én op gewicht te blijven. Mensen die dat lukt zijn veel zeldzamer dan mensen die het hun leven lang proberen, daar niet in slagen en zichzelf de schuld geven.

    Misschien werkt schaamte voor sommige mensen. Het werkte voor Guiliano. Op de vraag waarom ze na de opmerking van haar vader besloot om af te vallen, in plaats van hem uit te schelden, aarzelt ze even. ‘Hij had natuurlijk gelijk,’ zegt ze dan.

    Hoge prijs

    Maar denk ook aan de enorme kosten die het stigma, de schaamte en de angst met zich meebrengen voor vrouwen en meisjes die zich hun leven lang zorgen maken over wat hun overgewicht hun gaat kosten. Het is onmogelijk om niet te merken hoeveel tijd, energie en geld vrouwen investeren in het bijhouden wat ze eten, in dieetboeken en in fitnesscursussen.

    Iedereen die weleens een sapkuur of een dieet van koolsoep heeft geprobeerd, weet dat slank willen zijn ten koste gaat van andere belangrijke dingen die meisjes en vrouwen willen doen, zoals je kunnen concentreren op examens en werk, of genieten van eten. Volgens sommige onderzoeken zijn zesjarige meisjes zich al bewust van de verwachting dat ze dun moeten zijn. Vervolgens kunnen ze als pubers ‘door de plotselinge schoonheidseisen worden overweldigd, slachtoffer worden van anorexia en boulimia’, schrijft Tolentino. De meeste vrouwen proberen zich aan te passen. Maar welke keuze ze ook maken, de prijs is hoog.

    Lees ook:

  • Aantekeningen van een extreem lang iemand

    Aantekeningen van een extreem lang iemand

    New York Times-journalist Nicholas Kulish is voor Amerikaanse begrippen uitzonderlijk lang. In een essay voor de website Topic beschrijft hij hoe dit zijn identiteit heeft gevormd.

    Ik was altijd een beetje huiverig voor Dick de Dwerg. In mijn favoriete bar in Hongkong, The Globe, noemde iedereen hem accountant Dick als hij in de buurt was, aangezien hij de boekhouding van de bar deed, maar hij had zijn hielen nog niet gelicht of we hadden het over Dick de Dwerg omdat hij klein was. Ik was huiverig voor Dick de Dwerg omdat ik, op mijn tweeëntwintigste, net mijn volwassen lengte had bereikt: iets meer dan twee meter. Ik ging ervan uit dat hij dat pijnlijk zou vinden. Dus toen hij op de barkruk naast me kwam zitten, me van top tot teen opnam en zei: ‘Lijkt me lastig, zo lang zijn,’ dacht ik dat hij me in de maling nam. ‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik aarzelend. ‘Je kunt geen schoenen vinden. Je kunt geen broek vinden. Vliegen moet een nachtmerrie zijn.’ ‘Klopt,’ beaamde ik enigszins op mijn hoede. ‘Maar wat weet jij daarvan?’ ‘Ik probeer mijn problemen altijd van de andere kant te bekijken,’ lichtte hij toe. ‘De wereld is gemaakt voor mensen van gemiddelde lengte.’

    Dit gesprek vond zo’n twintig jaar geleden plaats en terugkijkend begrijp ik wel dat Dick zo aardig tegen me was. In zijn ogen was ik jong en klunzig en zat 
ik niet lekker in mijn vel. Terwijl hij zelfvertrouwen uitstraalde. Hij vertelde verhalen over zijn leven als straatartiest, over de tijd dat hij zijn geld had verdiend als clown. ‘Je kent het wel, een beetje jongleren, wat grappen en grollen,’ zoals hij het zelf formuleerde. Hij was inmiddels getrouwd en had een goede baan als accountant. Ik geneerde me voortdurend voor mijn ellebogen, mijn knieën en mijn grote voeten die alle kanten uit staken. Ik stootte geregeld mijn hoofd tegen een lage deurpost. Ik was anders 
en de mensen in Hongkong zagen er geen been in me daar voortdurend op te wijzen. In het voorbijgaan maakten ze sprongen om de bovenkant van mijn hoofd aan te raken, of ze liepen achter me aan, met hun handen in de lucht, tot grote hilariteit van hun vrienden. De vrouwen op de groentemarkt naast mijn huis wezen soms alleen maar naar me en begonnen dan te lachen. Ik geloof niet dat ik in die periode erg gelukkig was. Ik herinner me dat ik een keer een kort verhaal schreef voor mijn vrienden, waarin ik uit een raam sprong maar met mijn enorme voeten bleef haken achter een vlaggenstok, die mijn val brak voordat ik te pletter zou slaan. Mijn lichaam 
en mijn identiteit waren nog niet versmolten. Ter 
verdediging kan ik aanvoeren dat ik geen vrienden 
of familieleden had die ook zo lang waren. Daarnaast was het ook nog eens mogelijk dat ik nog niet was uitgegroeid.

    Ideale lengte

    De gemiddelde Amerikaanse man is net iets langer dan één meter vijfenzeventig. Voor vrouwen is de norm net iets onder de één meter tweeënzestig. De grafiek van de verschillende lengtes ingedeeld naar alle staten van Amerika (gebaseerd op het National Health and Nutrition Examination Survey, een onderzoek uitgevoerd in 2007 en 2008) stopt zo’n vijf centimeter voordat ik aan de beurt ben. Een lengte van één meter achtennegentig is een afrondingsfout, die in de meeste leeftijdscategorieën nog geen tiende van een procent bedraagt.

    Gevraagd naar het aandeel van de bevolking dat langer is dan twee meter, laat een woordvoerder van het National Center for Health Statistics weten: ‘Onze statistici beschikken niet over de middelen om die gegevens te achterhalen.’ Over het algemeen wordt het als indrukwekkend en imponerend gezien wanneer iemand langer is dan gemiddeld. Er zijn onderzoeken die uitwijzen dat iemand die langer is dan gemiddeld meer kan verdienen en zelfs meer kans heeft om een hoge leeftijd te bereiken. Ik loop zonder enig probleem ’s nachts door onbekende steden en word zelden lastiggevallen, er worden hooguit wat opmerkingen gemaakt over mijn lengte. Maar uit veel van die studies blijkt ook dat voor mannen de voordelen van hun lengte in de hogere regionen weer afnemen: vanaf één meter negentig neemt de kans op een langer leven weer af, de kansen op een hoger salaris keren bij één meter achtennegentig. Ik heb al die lengtes gehad en ik 
kan het weten: voor een man is één meter negentig de ideale lengte. Met elke centimeter extra neemt je aantrekkelijkheid af en schuif je op richting rariteit, om te eindigen als een spreekwoordelijke kermisattractie. Anders dan bij veel zeer lange mensen, begon ik pas op latere leeftijd te groeien. Als kind was ik al lang voor mijn leeftijd maar op de middelbare school bleef ik een paar jaar steken. Mijn klasgenoten haalden me in en ik legde me erbij neer dat ik één meter tachtig zou worden, met opmerkelijk grote voeten, schoenmaat 49. Ik was een boekenwurm 
en ik werd gepest door groepjes oudere jongens op school en in de buurt. Niet geheel onterecht, want 
ik had een grote bek en ik wist niet goed waar de grenzen lagen. Ik stopte met basketballen, hoe leuk ik dat ook vond, omdat de coaches wilden dat ik point-guard zou worden in het team van de eerstejaars, terwijl ik tot dan toe alleen center had gespeeld. Mijn laatste schooljaar schoot ik pas echt de hoogte in en in mijn eerste studiejaar was ik één meter negentig. Al was ik voor mijn gevoel nog dezelfde die ik altijd was geweest, mijn omgeving reageerde anders op me. Het is lastig precies vast te stellen maar ik had het gevoel dat ik door mijn lengte meer succes had bij de meisjes en dat ik in zijn algemeenheid iets meer aanzien genoot in de klas. Mijn vrienden vielen me nog wel altijd in de rede, namen me nog steeds in de maling en behandelden me net als alle anderen, maar toch was er een geleidelijke verschuiving merkbaar.

    Ik kan me nog levendig een studentenfeestje herinneren, de bedompte lucht van vele vaten goedkoop bier, de schemerige ruimte slechts verlicht door kerstlampjes. Een medestudent liep expres tegen een kleine, nerdy vriend van mij op, telkens wanneer die zijn wegwerkbekertje kwam vullen. Ik ging naar die student toe, keek hem indringend aan – om niet te zeggen vernietigend – en liep met hem mee naar de achterdeur, waardoor hij vertrok. Ik had een pestkop geïntimideerd en het was opwindend en tegelijkertijd angstaanjagend, intimideren bleek net zo eng als geïntimideerd worden. Vervolgens boezemde ik ook onbedoeld een paar mensen angst in, zowel vrouwen als mannen, werd een paar keer voor monster uitgemaakt, werd aangezien voor Lurch uit The Addams Family en voor Lennie uit Of Mice and Men, die, als mijn geheugen me niet bedriegt, per ongeluk een vrouw wurgde, waarna zijn vriend van normale lengte hem een kogel door het hoofd schoot, als daad van barmhartigheid. En ik bleef maar groeien, ik werd langer dan wie ook in mijn familie, zowel van vaders- als van moederskant. Mijn moeder ging met me naar een endocrinoloog. Er werd bloed afgenomen en een echo gemaakt om te kijken of ik leed aan gigantisme, of aan het syndroom van Marfan, of een andere afwijking die zou kunnen verklaren waarom ik niet was opgehouden met groeien. Ik werd op alles negatief getest, maar tegen de tijd dat ik naar Hongkong ging voor mijn eerste baan, de zomer na mijn afstuderen, was het nog altijd de vraag of ik ooit zou stoppen met groeien, of ik geheel buiten de lengtestatistieken zou komen te vallen. Als je me vraagt wat ik destijds voor iemand was, dan zou ik zeggen: een lezer en een schrijver, de zoon van een immigrant, een fervent reiziger, misschien ook nog wel iemand die te veel praatte. Maar mijn lichaam kwam altijd op de eerste plaats en pas daarna volgde mijn persoonlijkheid, wat ik vanbinnen voor iemand was. Mijn lengte was een gegeven waarmee ik me niet identificeerde, het was een extern gegeven, iets wat ik domweg had meegekregen, iets wat ik pas gaandeweg leerde internaliseren. Misschien geldt dat wel altijd, als het om identiteit gaat. Maar het overkwam mij zo laat in mijn leven dat ik het me scherp bewust was.

    1922, ’s werelds grootste vrouw, de Californische Nellie B. Lane, naast ’s werelds kleinste man. – © Wiki / Getty
    1922, ’s werelds grootste vrouw, de Californische Nellie B. Lane, naast ’s werelds kleinste man. – © Wiki / Getty

    Vorig jaar kwam op zeker moment het nieuws naar buiten dat het toenmalige hoofd van de FBI, James Comey, die net als ik meer dan twee meter is, zich tijdens een bijeenkomst in januari 2017 achter de gordijnen van het Witte Huis had proberen te verstoppen zodat de president hem niet in het oog zou krijgen. Dit beeld van die reusachtige man die als een enorme kameleon probeert op te gaan in de plooien van de gordijnen was dermate krankzinnig, om niet te zeggen lachwekkend, dat het even iets van lucht gaf aan een land dat op de rand van een constitutionele crisis verkeerde. Maar zelf kon ik me er van alles bij voorstellen. Lange mensen proberen altijd zoveel mogelijk op te gaan in hun omgeving, we proberen 
te voorkomen dat anderen in het theater over onze enorme voeten struikelen, dat onze ellebogen op de dansvloer in iemands gezicht slaan. Een groot deel van onze tijd gaat heen met pogingen onszelf zo klein mogelijk te maken, om niet al zeer in het oog te lopen, hoewel dat haast onvermijdelijk is. Op internet gaat een meme rond van een lange man die een nieuwsgierige onbekende een visitekaartje overhandigt. ‘Ja, ik ben lang,’ staat erop te lezen. De verdere tekst is net even anders in de verschillende versies die de ronde doen. In het ene filmpje staat er: ‘Scherp gezien.’ En dan volgt er een lengte, ‘twee meter’ in het ene geval, ‘twee meter tien’ in het andere geval, gevolgd door ‘serieus, ja,’ bij de eerste lengte, en ‘Nee hoor, geintje,’ bij de tweede. Er volgen meer antwoorden op vragen die niet zijn gesteld, een soort Jeopardy, maar dan eenrichtingsverkeer. ‘Nee, ik ben geen basketballer. En ja, het is heerlijk weer, hierboven.’ De memes die ik heb gezien eindigden allemaal met een variatie op ‘Fijn dat we er even over hebben kunnen praten’. De grap van de meme zit erin dat we die vragen zo vaak hebben gepareerd dat we alle varianten kennen, elke mogelijke wending van het gesprek. Ik krijg ze geregeld opgestuurd, alsof de grap voor mij is bedoeld, terwijl hij eigenlijk juist is bedoeld voor de anderen. Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder dat ik een dergelijk gesprekje voer. Meestal zijn het vragen: ‘Hoe lang ben je?’ of ‘Speel je basketbal?’ Daarnaast zijn er mensen die hun hart bij me willen uitstorten. Mensen die ik nog nooit van mijn leven heb ontmoet voelen de noodzaak om me te vertellen wie er binnen hun familie het langst is. Met name vrouwen vertellen graag over hun vader, hun man of hun broer, over de langste man met wie ze ooit iets hebben gehad of over hun langste collega. Vervelender zijn de discussies, wanneer bijvoorbeeld iemand me op straat staande houdt, vraagt hoe lang ik ben en vervolgens zegt dat ik het mis heb, dat ik volgens hem net even langer ben, of net even kleiner.

    In de kroeg komen de mannen van één meter negentig altijd op me af met de woorden: ‘Hé, meestal ben ik de langste.’ Het heeft iets agressiefs en tegelijkertijd iets zeurderigs, en het gebeurt ongelooflijk vaak. Tijdens het debacle van Comeys ontslag wees ik er geregeld op dat Comey meer dan twee meter was 
en dat Trump beweert één meter negentig te zijn.

    De gesprekken over lengte zijn te prefereren boven de ontmoetingen met mensen die me opnemen alsof ze amateur-antropoloog zijn: ze houden hun handen op, steken hun voeten uit, gaan met hun rug tegen mijn rug staan. Soms gaat het er echter nog grover aan toe. ‘Hoe doen jullie het?’ is me wel eens gevraagd terwijl ik met een kleinere vriendin in een kroeg stond. Maar goed, het komt natuurlijk wel vaker voor dat een of andere griezel dat soort intieme vragen stelt. Meestal zijn de vragen goedmoedig van aard. ‘Hoe is het weer daarboven?’ Glimlach. ‘Hoe is het weer daarboven?’ Grijns. ‘Hoe is het weer daarboven?’ Prima. Het houdt domweg niet op. ‘Ik probeer mezelf keer op keer voor te houden dat deze mensen gewoon contact proberen te maken en dat dit nu eenmaal de woorden zijn die van hun lippen rollen,’ aldus de schrijfster Arianne Cohen, die één meter negentig is. In 2009 bracht ze The Tall Book uit, een gedegen verslag van de voordelen die het heeft om heel lang te zijn, en van de uitdagingen die ermee gepaard gaan. ‘De afgelopen tien jaar zijn mannen tot het inzicht gekomen dat het niet altijd gepast is om het uiterlijk van vrouwen te becommentariëren in termen van al dan niet aantrekkelijk, maar opmerkingen over iemands lengte lijken nog wel door de beugel te kunnen.’ Online dating en dating-apps hebben het liefdesleven van lange mensen makkelijker gemaakt, aldus Cohen, en dat geldt zeker voor lange vrouwen die op zoek zijn naar een man die even lang is, of langer.

    Aanvankelijk had Cohen haar ware lengte in haar profiel vermeld, waarop ze werd bedolven onder reacties van mannen ‘met een lengtefetisj, mannen die wilden weten hoeveel ik weeg en wat voor schoenmaat ik heb.’ Ze stelde het bij naar één meter tachtig en de berichtenstroom droogde op. Cohen deed er weer een schepje bovenop: één meter vijfentachtig. Ze krijgt nog wel eens een reactie van een of andere creep, maar daar kan ze 
wel mee leven. Want al zijn die constante vragen over basketballen nog zo irritant, het is wel duidelijk een verbetering. Als we Cohen mogen geloven denken de meeste mensen tegenwoordig dat uitzonderlijk lange mensen miljoenen binnenhalen als profbasketballer, terwijl vroeger werd gedacht dat we in het circus werkten, of bij een freakshow. Dat zou je een vooruitgang kunnen noemen.

    ’s Werelds langste man, de Turk Sultan Kosen (2,51 meter), bezoekt Sydney. – © Toby Zerna / Newspix / REX / HH
    ’s Werelds langste man, de Turk Sultan Kosen (2,51 meter), bezoekt Sydney. – © Toby Zerna / Newspix / REX / HH

    Wij, lange mensen, begeven ons in het openbare leven en krijgen ongekend veel aandacht, maar toch blijven we een mysterie. Waarom lopen we haast verend en duikend door de metrostellen in New York City, als in een merkwaardige dans? Voeren we een show op, om daarna met de pet rond te gaan? Nee, we willen gewoon ons hoofd niet stoten tegen de metalen rails waar anderen houvast bij zoeken. Bij ons dreunen ze tegen onze slaap of ons achterhoofd, als we niet oppassen. In de metrotunnels maken wij ons vermoedelijk het meeste zorgen om de roestige schroeven die uit het plafond steken en die onze schedel openhalen als we niet uitkijken. Realiseer je dat wij op regenachtige dagen extra moeten uitkijken voor de punten van jullie paraplu’s, die als wrede klauwen in onze zachte delen steken: onze ogen en oren. En in tegenstelling tot mensen van gemiddelde lengte weten wij hoe het zit met plafondventilatoren: het zijn geen helikopterbladen. Als je je hand erin steekt, loop je misschien een bult of een bloeduitstorting op, maar ze zijn niet zo gevaarlijk als je zou denken. Toch sympathiek dat je zo met ons meeleeft! Soms zijn we spionnen in jullie midden. Als jullie ons thuis uitnodigen, weten wij hoe de bovenkant van jullie koelkast eruitziet. (Die moet je nodig schoonmaken. Het is alweer een hele tijd geleden. Geloof me.) Zodra het feestje goed op gang komt, kunnen wij jullie nauwelijks meer verstaan omdat het gesprek zich zo’n dertig centimeter onder ons afspeelt en het lastig is om voortdurend voorovergebogen te staan, met gedraaid bovenlijf. Vind je dat we een rare houding hebben? Dan doen we vermoedelijk de bekkenkanteling, een extreme versie van de contraposto van Michelangelo’s David, om een paar centimeter lager te komen. We zijn ook heel handig. Het spreekt waarschijnlijk voor zich dat jullie bij een concert aan ons vragen of wij even een foto van de artiest kunnen maken, of van jullie zelf, aangezien een foto vanuit een hoger camerastandpunt flatteuzer is. Ik moet altijd grinniken als vrienden op een drukbezocht festival niet besluiten om op een bepaalde tijd bij een bepaald markeringspunt af te spreken, maar gewoon zeggen: ‘Oké, om drie uur bij Nick.’ In een menigte kun je het beste achter ons aan lopen. Wij zien de open plekken, wij zien waar de ruimte ontstaat, wij zien waar de rij voor de wc en de rij voor de drankjes samenkomen en er een menselijke opstopping ontstaat.

    Bij een rij mensen doet zich een van de merkwaardigste fenomenen voor die ik associeer met lengte. Zodra er iemand voordringt zie ik hoofden draaien, zie ik vragende blikken. Pas na enige tijd dringt tot me door dat de meeste mensen naar mij kijken, in een onbewust besluit om mij te belasten met de 
verantwoordelijkheid, en de mensen blijven me aanstaren totdat ik voldoende moed heb verzameld om te roepen: ‘Hé, de rij begint daar, hoor.’ Ik weet niet waarom het zo is, maar in anonieme situaties, waar mensen enkel op het uiterlijk kunnen afgaan, krijgen we stilzwijgend een soort autoriteit toegedicht. Mensen die ik nog nooit van mijn leven heb gesproken vragen me om zware dingen te verplaatsen of iets van een hoge plank te pakken, alsof ik een soort buurtkruiwagen of -ladder ben. Zelf ben ik dan nog het liefst de buurtladder omdat ik dan iets voor anderen kan doen, maar als kruiwagen ben ik niet 
zo geschikt omdat ik, zoals veel lange mensen, last van mijn rug heb. Dit is niet objectief vastgesteld, maar ik heb het idee dat mensen mij ook vaker de weg vragen. Misschien roep ik associaties op met 
een wegwijzer. Als verslaggever die is gespecialiseerd 
in buitenlandprojecten heb ik me neergelegd bij een leven in kleine hotelkamers en krappe vliegtuigstoelen. Ik heb nauw contact met de ergonoom van mijn werk, Tom. Toen ik hem achttien jaar geleden ontmoette, in mijn vorige baan, noemde hij me een ‘onafwendbare computergerelateerde ramp’. Hij legde bakstenen onder de poten van mijn werktafel. Zijn hulpmiddelen zijn inmiddels een stuk geavanceerder, zoals een mechanisch bediende zit-statafel en een reusachtige, op maat gemaakte stoel die door tenminste een van mijn collega’s is vergeleken met de IJzeren Troon van Westeros [uit de tv-serie Game 
of Thrones]. (Hij is bijna net zo groot maar helaas met een kussen van schuim in plaats van omgesmolten metalen zwaarden.) Hoewel veel New Yorkers zich verheugen in de anonimiteit die de stad biedt, bevind ik me in een veel interactievere stad. Als je wilt weten wie dé blanke basketballer van dit moment is, moet je samen met mij door Brooklyn lopen. Kreten als ‘Yo, Nowitzki!’ zijn de opmaat geweest voor nog veel zangerige hommages 
aan de nieuwe, Litouwse forward van de Knicks: 
‘Porzingis!’ Plaats een uitzonderlijk lang iemand in het centrum van de grootsteedse anonimiteit en hij wordt bedolven onder aandacht, zegt Rosemarie Garland-Thomson, hoogleraar lichaamstudies aan Emory University, in het boek van Cohen. ‘Zet zo iemand in een kleinere plaats en op de een of andere manier trekt hij minder bekijks. Er zijn enkele reuzen geweest die min of meer ongehinderd in een klein plaatsje hebben gewoond.’

    Circa 1930, Jack Earle (2,32 meter), bijgenaamd de ‘Texas Giant’, poseert met iemand die toen een dwerg werd genoemd. Earle werkte jarenlang bij een rondreizend circus en werd later verkoper en fotograaf. – © Getty / Wiki
    Circa 1930, Jack Earle (2,32 meter), bijgenaamd de ‘Texas Giant’, poseert met iemand die toen een dwerg werd genoemd. Earle werkte jarenlang bij een rondreizend circus en werd later verkoper en fotograaf. – © Getty / Wiki

    In januari ben ik van Hudson in New York, door glibberige sneeuwbui, naar Massachusetts gereden, op zoek naar Asa Palmer, de jongste van drie broers die allemaal net zo lang zijn als ik, of zelfs langer. Toen we klein waren, woonden Palmer en ik bij elkaar om de hoek, in Arlington, Virginia. Hun gezin was beroemd, de lange ouders met de drie superlange zoons die basketbalden. Toen ik tijdens de kerst tegen mijn moeder zei dat ik in het nieuwe jaar een afspraak had met Asa, haalden mijn moeder en zus herinneringen op aan de drie jongens, waarbij ze het vooral veel hadden over de middelste broer, Crawford, de All-American topsporter, drie decennia na zijn avonturen in Arlington. Asa Palmer en ik hadden op amateurniveau gespeeld. Hij begon als center voor het Optimist-basketbalteam, en ik probeerde hem te dekken voor mijn Kiwanis Club, wat steeds moeilijker werd omdat mijn groei tijdelijk tot stilstand kwam terwijl hij gewoon verder 
de hoogte in schoot. Uiteindelijk verhuisden de Palmers en verloor ik ze uit het oog, maar mijn nieuwsgierigheid dreef me er nu toe de besneeuwde wegen van New England te trotseren tijdens de snijdende winterkoude, op zoek naar de jongste zoon van het gezin. Palmer bleek boomchirurg te zijn geworden. Hij had grote, sterke handen en zijn dikke, donkere baard zat vol grijs, de eerste vorst van de middelbare leeftijd diende zich aan. Net op het moment dat ik hem bezocht was hij aan huis gekluisterd vanwege een gebroken enkel. Een deken van januarisneeuw lag over de Berkshire Hills, waar zijn huis staat; ingeklemd tussen een moeras en een begraafplaats. Tegen de lente zal hij weer in boomstronken moeten klauteren, met behulp van een elf millimeter dik nylonkoord – tenzij de boom gekapt moet worden, dan kan hij naar boven klauteren met behulp van speciale schoenen met ijzers, omdat hij zich dan geen zorgen hoeft te maken over de beschadigingen die hij veroorzaakt in de bast en de stam. Palmer en ik dronken Sierra Nevada-bier, we aten kaas en we bekeken foto’s van zijn dochtertje van vier. We lachten om de kwinkslagen die hij had bedacht om de gesprekken over zijn lengte af te kappen. Wanneer iemand vraagt hoe lang hij is, zegt Palmer: ‘Ligt aan de luchtvochtigheid’ of: ‘Ligt eraan hoe laat het is.’ We knikten instemmend, we herkenden van alles, zoals het feit dat we ’s nachts op straat met een boogje om vrouwen heen lopen omdat het overduidelijk is dat ze ons doodeng vinden, alsof het monster van Frankenstein weer tot leven is gekomen. Hij vroeg of ik ook zo verschrikkelijk veel moeite had om schoenen en broeken te kopen in deze wereld van one-size-fits-all, en hij informeerde naar het littekenweefsel boven op mijn hoofd. We deelden ons leed over het voeteneinde van veel bedden, om nog maar te zwijgen van vliegtuigstoelen. We hadden het erover dat we niet meer in de achtbaan durfden, als de dood dat de veiligheidsbeugel niet goed sluit en dat we in een bocht of tijdens een loop uit het stoeltje geslingerd worden. (Veel achtbanen werken met een maximumlengte: wie langer is dan één meter vijfennegentig mag bij Six Flags niet in de Mind Eraser en boven de twee meter mag je niet in de Batwing Coaster. Ik heb ooit in Guatemala een tokkelbaan gedaan en kwam met een bloederige streep bij mijn slaap beneden aan; ik was te lang en de kabel brandde in mijn huid terwijl ik naar beneden scheerde. Palmer herinnerde zich de vervreemding van zijn lichaam dat maar langer en langer werd, wist nog precies hoe het voelde om in de brugklas ‘een tandenstoker te zijn met voeten die uit het niets de lengte in schoten.’ Hij herinnerde zich dat hij in zijn jeugd de verwarmingen hoorde trillen wanneer zijn vader, die één meter achtennegentig was, in de kelder met het wasgoed bezig was en zijn hoofd stootte tegen de leidingen. Ook herinnerde hij zich de gesmoorde kreten van pijn. (Palmer deed het voor me na – de kreet van een vliegend reptiel uit de prehistorie.) Hij moest lachen bij de herinnering. Palmer lachte veel om de beproevingen van lange mensen en het zal niemand verbazen dat hij een diepe, resonerende lach heeft. Zo haalde hij herinneringen op aan de keer dat hij op zijn negentiende met een vriendin naar het Foxboro Stadium ging, voor een optreden van Elton John en Billy Joel. Er kwam steeds iemand van het stadium zijn kant op, en die scheen dan met een zaklamp in Palmers ogen. Hij had geen idee wat hij verkeerd deed totdat iemand riep: ‘Ga toch zitten, man!’ En dan was er nog de familievakantie naar Peru met zijn vader, die Latijns-Amerikaanse politiek doceerde. Daar zag hij hoe de plaatselijke bevolking keurig in de rij ging staan om een voor een op de foto te gaan met Walter, zijn oudste broer – enkel en alleen omdat Walter langer was dan twee meter tien.

    Walter deed precies wat iedereen denkt dat lange mensen doen: hij speelde in de NBA, een tijdje bij de Utah Jazz en de Dallas Mavericks. De middelste zoon van de Crawfords, die twee meter vijf is, sprong er al op de middelbare school uit en ging bij de Duke Blue Devils spelen. Hij zou later het Franse kampioenschap binnenhalen als een professionele, internationale speler. Ook won hij met zijn team zilver op de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. Palmer heeft zich, anders dan ik, nooit geschaamd voor zijn lengte. Hij heeft geen idee waarom of wanneer zijn familie de hoogte in is geschoten – ze komen niet uit Zuid-Soedan of de Balkan, zoals mijn familie, het 
is gewoon een echt blank, Amerikaans allegaartje – maar naast de één meter achtennegentig van zijn vader, was zijn moeder ook al één meter zevenentachtig. ‘Ik herinner me dat ze het er een hele tijd geleden over hadden, met mijn broer, geloof ik, en zij hadden iets van: “Het is juist iets om trots op te zijn. Je moet je rug recht houden.”’ Palmer zei ook tegen me: ‘Als je over de twee meter tien bent, dan kijkt echt iedereen naar je. Walt trekt zich daar helemaal niets van aan. Bij een concert gaat hij gewoon vooraan staan omdat hij het allemaal al eens heeft meegemaakt.

    Zelfs bij mij werkt het zo, ik vind hem ook lang. Maar ik vind het heerlijk om omhoog te kijken wanneer ik met iemand praat. Dat gebeurt me echt zelden.’ Tijdens ons gesprek rende zijn dochtertje door het huis, een en al energie, nu al lang voor haar leeftijd. Ik herhaalde het grapje dat ik vaker maak, dat als ik ooit kinderen krijg, mijn dochter één meter vijfennegentig wordt en mijn zoon één meter vijfenzestig en dat ze me allebei zullen verafschuwen. Maar bij Palmer thuis speelde dat helemaal niet. ‘In deze familie zie je dan bijvoorbeeld zijn nichtjes van één meter negentig en één meter drieënnegentig, prachtige lange vrouwen die zich op geen enkele manier druk maken om hun lengte,’ zei Asa’s vrouw Wenonah. Zelf is ze één meter zeventig, net iets langer dan gemiddeld maar ruim binnen de gebruikelijke marges. ‘Het is een wonder, het is fantastisch, en ik ben er enorm blij om.’ In mijn familie is niemand zo lang als ik. Als je afwijkt, heb je mensen in je omgeving nodig die dat begrijpen, die de problemen zien maar die er ook om kunnen lachen. Zo’n voorbeeld heb ik nooit gehad, ik heb nooit een Walter gehad om me duidelijk te maken dat ‘lange mensen heel normaal zijn en dat iedereen het prima vindt en dat er echt niets raars aan is,’ zoals Asa zei. ‘Het is iets om trots op te zijn,’ hielp hij me herinneren.

    Auteur: Nicholas Kulish
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Anna Peisl / Getty Images

    Topic
    Verenigde Staten | topic.com

    In 2017 opgerichte foto-, video- en 
verhalensite van First Look Media, het mediabedrijf van journalist Glenn Greenwald en documentairemaker Laura Poitras. 
De verhalen op topic.com gaan altijd 
over één thema, dat maandelijks wisselt.

  • Ook de cheerleader pikt het niet meer

    Ook de cheerleader pikt het niet meer

    Cheerleaders zijn met hun hotpants en pompons niet meer weg te denken uit de wereld van het American Football. Toch steekt ook in deze wereld het feminisme voorzichtig de kop op.

    Elk jaar in april houden een aantal American Football-teams audities voor cheerleaders. Vele vrouwen beproeven dan hun geluk. Maar tegenwoordig, in de wereld van #MeToo, worden er kritische kanttekeningen geplaatst bij de strenge regels en de karige beloning.

    Deze maand veertig jaar geleden beschreef een journalist die aanwezig was bij de cheerleading tryouts van de Dallas Cowboys een scène die ‘even zenuwslopend was als een open casting voor een Broadway-show’. Honderdvijftig vrouwen – de meest begeerde, gevierde en gewilde vrouwen van heel Texas – stonden te rillen in een ruimte waar de airco veel te koud stond afgesteld.

    De vrouwen vertelden over hongerdiëten, die ze vele weken hadden volgehouden. De verslaggever van The New York Times schreef dat de cheerleaders een vergoeding van niks kregen: vijftien dollar per wedstrijd (14 dollar 72 na aftrek van belasting). Ze moesten zich aan een strak repetitieschema houden – maar liefst vijf uur per avond, en dat vijf keer per week –, ze mochten zich niet vertonen op plekken waar alcohol werd geschonken, ze mochten niet in hun uniform op welk feestje dan ook verschijnen, ze mochten geen sieraden dragen wanneer ze hun uniform aan hadden.

    ‘De cheerleaders van de Cowboys zijn, boven alles, mooi’, stond in het artikel te lezen. Dit was een tijd waarin deze cheerleaders misschien wel de meest iconische show neerzetten binnen de wereld van het American Football, binnen de hele NFL. Een ‘grote dosis charme en uitstraling’ was een absolute vereiste.

    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen. Eisenhower, Roosevelt, Reagen en beide Bushes stonden tijdens hun studietijd met megafoon langs de zijlijn. – © HH
    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen. Eisenhower, Roosevelt, Reagen en beide Bushes stonden tijdens hun studietijd met megafoon langs de zijlijn. – © HH

    Vier decennia later lijkt de wereld weliswaar te zijn veranderd, maar de regels waaraan professionele cheerleaders zich dienen te houden zijn nog min of meer dezelfde. Toch lijkt, in een tijd waarin de NFL gebukt gaat onder een onophoudelijke stroom verhalen over huiselijk geweld en beschuldigingen van seksueel geweld – en talloze vrouwen zich achter #MeToo scharen – ook in de wereld van cheerleaders het feminisme voorzichtig de kop op te steken. Er worden kanttekeningen geplaatst bij de strenge en naar het zich laat aanzien seksistische regels die op professioneel niveau gemeengoed zijn. Maar tegelijkertijd doen honderden vrouwen, bij verschillende teams, auditie voor cheerleader. Al naar gelang de regels van het team doen ze dat in de voorgeschreven crop top, een huidkleurige panty, hotpants en met ‘geheel verzorgd kapsel en make-up’, zoals staat te lezen in de leidraad van de Arizona Cardinals.

    De vrouwen zullen worden beoordeeld op hun techniek, uitstraling en houding, maar ook op hun uiterlijk, zoals in vele handleidingen staat aangegeven. Het mag duidelijk zijn dat ‘ons uniform een slank figuur vereist’, vermeldt de auditiefolder van de Cowboys. Als deze vrouwen geluk hebben worden ze toegelaten tot teams met namen als Ben-gals (een verwijzing naar de Bengals van Cincinnati), de Raiderettes (Oakland), de Falconettes (Atlanta) of de Saintsations (New Orleans). Ze zullen zich moeten houden aan bepaalde reglementen. Zo mogen ze niet al te vriendschappelijk met de spelers omgaan en in sommige gevallen mogen ze er geen stellige meningen op nahouden, of kauwgom kauwen. Toch zullen velen het een fantastische ervaring vinden: het kameraadschap, de kans om zo dicht in de buurt te komen van de helden, de kans om al je technische vaardigheden te tonen (vaardigheden, jawel: vele NFL-cheerleaders zijn getrainde dansers).

    ‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome’

    ‘Het is echt een kick die nergens mee is te vergelijken,’ zegt Flavia Berys, die van 2000 tot 2002 cheerleader is geweest bij de San Diego Chargers en een aantal boeken heeft geschreven over alle geheimen rond cheerleaderaudities. ‘Je voelt echt de energie van elke afzonderlijke fan die daar in het stadion zit.’

    ‘Je krijgt instant een hechte band met de andere vrouwen,’ aldus Toni Washington, die in de jaren tachtig cheerleader en toursecretaris is geweest bij de Cowboys.
    Toch gaat er ook weleens iets mis, te beginnen met de zaak van Bailey Davis, een tweeëntwintigjarige ex-cheerleader van de New Orleans Saints, die in januari werd ontslagen omdat ze een foto op Instagram had gezet waarop ze een kanten bodysuit draagt. Dat druist in tegen de socialmediaregels van het team. Als reactie daarop diende zij een klacht in wegens genderdiscriminatie, bij de Equal Employment Opportunity Commission. Ze beschuldigde de NFL ervan een dubbele moraal te hanteren: er gelden andere regels voor de cheerleaders, vrijwel uitsluitend vrouwen, dan voor de spelers, uitsluitend mannen.

    ‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome,’ zei Davis. Veel cheerleaders van de NFL verdienen een schamele vijfenzeventig dollar per wedstrijd, en ze krijgen nog wat extra’s als ze bepaalde events bijwonen. Als Davis in het team was gebleven, had ze tien dollar vijfentwintig per uur verdiend, ofwel drie dollar meer dan het minimumloon in Louisiana.

    Davis is niet de eerste die de genderongelijkheid binnen de NFL aan de kaak stelt. Al in de jaren zeventig werd er door de National Organization for Women gedemonstreerd bij de Cowboys’ tryouts voor cheerleaders, en de cheerleaders werden door feministen weggezet als ‘instrumenten van het seksisme’, zoals The New York Times het ooit verwoordde.

    De Chicago Bears zijn in 1985 gestopt met hun cheerleaders, de ‘Honey Bears’, toen de dochter van George Halas, de eigenaar en een van de oprichters van de NFL, na de dood van haar vader het team overnam. (George Halas zelf had ooit gezegd: ‘Zolang ik leef, zullen er dansende meisjes zijn.’)

    Processen

    De afgelopen jaren hebben gewezen cheerleaders processen aangespannen tegen de NFL over hun salaris. In 2016 hebben de New York Jets een regeling getroffen en hun cheerleaders met terugwerkende kracht 325.000 dollar uitgekeerd. De Raiders zijn een schikking van 1,25 miljoen dollar overeengekomen met de Raiderettes. Er zijn zes NFL-teams zonder cheerleaders, waaronder de Buffalo Bills – van wie het cheerteam is ontbonden na een groepsvordering over de betaling – en de New York Giants, van wie de mede-eigenaar, John Mara, heeft gezegd: ‘In filosofische zin hebben we er altijd moeite mee gehad om schaars geklede vrouwen het veld op te sturen ter vermaak van onze fans.’

    ‘Ik heb twee dochters,’ zegt Drexel Bradshaw, een advocaat die enkele cheerleaders heeft vertegenwoordigd in rechtszaken voor gelijke betaling, tegen de San Francisco 49ers en de Raiders. ‘Ik zou niet graag zien dat mijn dochters worden behandeld zoals deze vrouwen worden behandeld.’

    Margery Eagan, een radiopresentatrice, formuleerde het onlangs een stuk directer in een column in The Boston Globe. ‘Het is hoog tijd om kritisch te kijken naar de cheerleaders van de NFL, met hun nauwelijks bedekte borsten, die vanaf de tribunes worden begluurd door dronken mannen met een verrekijker,’ schreef ze. ‘Het is beschamend, voor ons allemaal. Of dat zou het in ieder geval moeten zijn.’

    De cheerleader met hotpants en go-go-laarzen is te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig. – © Getty
    De cheerleader met hotpants en go-go-laarzen is te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig. – © Getty

    Willen vrouwen in een mannenwereld iets bereiken, zo luidt het gezegde, dan moeten ze alles doen wat mannen doen – maar dan achterwaarts en op hoge hakken. Voor de NFL-cheerleaders komt daar nog iets bij: zij moeten aan de kant staan, op hoge hakken, en de mannen aanmoedigen, voor een schijntje – en dat in een wereld waarin spelers miljoenen binnenhalen en zelfs de mascottes soms vijfenzestigduizend dollar per jaar opstrijken.

    Zoals in The New York Times, en op andere plekken, is opgemerkt, roepen de regels waaraan de moderne cheerleaders zich dienen te houden herinneringen op aan een ander tijdperk, waarin vrouwen werden gewogen, een verplichte manicure kregen, instructies kregen hoe ze tampons dienden te gebruiken en werden getraind in het beleefd afwimpelen van fans die te nieuwsgierig of te handtastelijk werden. Wie een blik werpt in de voorschriften uit de jaren zestig voor de Playboy -clubs van Hugh Hefner – regels die waren opgesteld voor de vrouwelijke medewerkers, die ‘bunnies’ werden genoemd – stuit op opmerkelijke gelijkenissen: de bunnies kregen ‘strafpunten’ voor kauwgom kauwen, vuile nagels of ongekamd haar. Maar deze bunnies kregen tenminste wel een salaris en bepaalde voordeeltjes.

    ‘Je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet. Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan’

    ‘Het is ontzettend moeilijk om een NFL-cheerleader te zijn, want je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet,’ zegt Bailey Davis. ‘Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan.’

    ‘Er wordt echt een dubbele moraal gehanteerd,’ zegt Kate Mayfield, een voormalig cheerleader van de Baltimore Ravens, die nu hedgefundconsultant is. ‘Ze wekken de indruk dat de regels zijn opgesteld om te zorgen dat wij niet in de problemen komen, want als er iets gebeurt zal de bond altijd de speler in bescherming nemen. Als puntje bij paaltje komt zijn de spelers belangrijker, hoewel wij ook op het veld staan. Ik geloof niet dat ik daar destijds bij heb stilgestaan. Ik was tweeëntwintig.’

    In een etiquettehandboek uit 2012, van de Raiders krijgen cheerleaders het advies om ‘damesachtig te zitten – kruis je enkels of sla je benen over elkaar, maar zorg in ieder geval dat je je benen bij elkaar houdt’. In de voorschriften van de Bengals, gebruikt als bewijsmateriaal tijdens een rechtszaak in 2014, wordt melding gemaakt van ‘een toegestane gewichtsschommeling van ten hoogste anderhalve kilo’, ‘een verbod op kauwgom’, ‘geen hangende borsten’. Beide teams hebben onlangs laten weten de voorschriften te hebben aangepast, maar weigerden op de details in te gaan.

    ‘Het ergste voor mij, en voor veel van mijn teamgenoten, was een totaal vertekend beeld van je lichaam, een eetstoornis en de depressies en angststoornissen die daarmee gepaard gaan,’ aldus Lyndsey Raucherm, een studente die in 2016 en 2017 cheerleader is geweest bij de New England Patriots. ‘Ik ben bang dat ik nooit meer helemaal de oude zal worden.’

    Sport voor mannen

    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen – ‘een van de meest waardevolle dingen die een jongen meekrijgt van zijn studietijd,’ schreef The Nation in 1911. Zeker vijf presidenten – Dwight D. Eisenhower, Franklin Roosevelt, Ronald Reagan en de beide Bushes – zijn tijdens hun studie cheerleader geweest, net als andere politici zoals Rick Perry, Tom DeLay en Mitt Romney.

    Pas na de Tweede Wereldoorlog namen jonge, parmantige vrouwen met pompoms geleidelijk de plaats in van die mannen met hun megafoons, zoals de sociologe Lisa Wade schrijft. Dat kwam deels doordat cheerleading een van de weinige manieren was waarop vrouwen een rol konden spelen binnen de universitaire sportwereld voordat in 1972 Title IX werd aangenomen, de federale wetgeving waarin gelijke openstelling voor beide seksen werd vastgelegd, betoogt Laura Grindstaff, hoogleraar aan de
    University of California in Davis.

    In de jaren sinds de invoering van die wet zijn er twee duidelijk verschillende vormen van cheerleading ontstaan: een competitieve versie, voornamelijk voor meisjesstudenten, met een sterk gymnastische component – vol ingewikkelde turnoefeningen, sprongen en menselijke piramides – en de versie met cheerleaders die aan de zijkant van het veld staan en ook dansen. Bij die laatste vorm zijn de cheerleaders binnen de NFL vrijwel uitsluitend vrouwen. (De Baltimore Ravens hebben mannelijke stuntlieden tussen hun cheerleaders, en de Los Angeles Rams hebben enige maanden terug laten weten twee mannen – beiden klassiek geschoolde dansers – aan hun cheerleaderteam toe te voegen.)

    ‘Dit is een activiteit waarvoor je bijna een gespleten persoonlijkheid moet hebben,’ zegt Kate Torgovnick May, de schrijfster van Cheer!: Inside the Secret World of College Cheerleaders. Aan de ene kant moet je een heel gymnastische, atletische prestatie neerzetten. Er worden allerlei acrobatische oefeningen in de lucht gedaan. Maar er is ook de andere kant, de bijkomende elementen, het publiek opzwepen, de krappe, weinig verhullende kleding, de geladen blikken die daarbij horen. Het gaat dan vooral over pracht en praal. Ik wil geenszins beweren dat het geen echte dansvorm zou zijn – want dat is het zeker – maar op een bepaalde manier is het toch iets heel anders.’

    We hebben het dan over het soort cheerleaders, met hotpants en go-go-laarzen, die zijn te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig – en dan met name tot Suzanne Mitchell, die meer dan tien jaar de scepter heeft gezwaaid. ‘Je zou haar de peetmoeder van het moderne cheerleading kunnen noemen,’ zegt filmmaakster Dana Adam Shapiro, wiens documentaire over de cheerleaders van de Cowboys – Daughters of the Sexual Revolution – onlangs in première is gegaan op het festival South by Southwest.


    Voor de Dallas-cheerleaders kwam het keerpunt in 1976, tijdens Super Bowl X. Een cameraman van de televisie, die op zoek was naar het zogeheten ‘honey shot’, liet zijn camera naar de zijlijn glijden, waar een van de cheerleaders, Gwenda, recht in beeld knipoogde. Van het ene op het andere moment was de hele wereld ‘vergeten dat er een Super Bowl gaande was’, om de woorden van Cowboys-chroniqueur Joe Nick Patoski te gebruiken. Daarmee werd bevestigd wat Tex Schramm, de voorzitter en algemeen manager van de Cowboys, al langer vermoedde: een brutalere, sexy uitstraling zou heel wat commotie veroorzaken.

    Onder Suzanne Mitchell prijkten de cheerleaders van de Cowboys op de cover van Esquire, hadden ze een rol in de tv-serie The Love Boat en speelden ze – ongevraagd – een legendarische rol in een pornofilm uit 1978, Debbie Does Dallas. (Volgens Shapiro’s documentaire waren er destijds drie cheerleaders die Debbie heetten. Maar ze waren geen van alle díé Debbie.)

    De regels van Suzanna Mitchell werden beroemd: niet aanpappen met de spelers. Geen kauwgom. Geen spijkerbroeken. Er mochten geen papillotten worden gedragen in het openbaar. Men werd standaard eens in de zo veel tijd gewogen, en soms liet Mitchell foto’s rondgaan van bepaalde lichaamsdelen van cheerleaders, om duidelijk te maken waar er wat vet diende te verdwijnen. ‘Je shorts werden op maat gemaakt,’ zei voormalig cheerleader Washington, die inmiddels zevenenvijftig is. Ze zeiden altijd: ‘We snoeren het in, het mag er niet uit. Het was een soort etiquetteschool.’


    Maar het verhaal kent ook een donkere kant. In de documentaire horen we voormalig cheerleaders vertellen over stalkers, mannen die brieven schreven, die hen volgden en die hen thuis opbelden – duidelijk een van de redenen dat de cheerleaders van de NFL vandaag de dag niet hun volledige naam mogen gebruiken.

    ‘De meeste fans gedragen zich fatsoenlijk, maar er zit altijd wel iemand tussen die lijkt te denken dat cheerleaders een soort gebruiksvoorwerpen zijn,’ aldus mevrouw Berys, de voormalig aanvoerder van de cheerleaders van de Chargers. Zij grijpt terug op haar eigen ervaringen tussen 2000 en 2002.

    In Philadelphia heeft in 2002 een cheerleader van de Eagles ontslag genomen – en later een rechtszaak aangespannen – nadat was uitgelekt dat teams van de tegenstander de cheerleaders hadden begluurd in hun kleedkamer. Bradshaw, de advocaat die later enkele zaken heeft aangespannen om gelijke betaling af te dwingen, zegt dat twee van zijn cliënten hebben verklaard onzedelijk te zijn betast tijdens het werk op liefdadigheidsbijeenkomsten.

    Bailey Davis is overigens niet van mening dat er een einde moet komen aan de praktijk van het cheerleading – ze vindt alleen dat de NFL met zijn tijd moet meegaan.

    ‘Dit is niet normaal,’ zegt Davis. ‘Volgens mij realiseerde gewoon niemand zich hoe slecht we werden behandeld.’

    Auteur: Jessica Bennett
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.