Tag: uitkeringen

  • Hoe Europese landen het geboortecijfer proberen op te krikken

    Hoe Europese landen het geboortecijfer proberen op te krikken

    Bijna overal in Europa proberen regeringen de geboortecijfers op te krikken. In het ene land gaat dit met meer succes gepaard dan in het andere. Eén ding staat in ieder geval als een paal boven water: geld alleen helpt niet.

    Het plan van minister Lisa Paus [de Duitse minister van Gezin, Senioren, Vrouwen en Jongeren] om de ouderschapsuitkering af te schaffen voor stellen met hogere inkomens is onderwerp van verhitte debatten. Ook de toekomst van de gescheiden belastingaanslag voor echtgenoten is binnen de Duitse coalitie een twistpunt. Maar is gezinsbeleid alleen in Duitsland controversieel? Hoe is de situatie in andere Europese landen? Hoe ontwikkelen de cijfers zich daar en welke tegemoetkomingen krijgen ouders en kinderen?

    Polen

    Spanje en Italië kijken misschien jaloers naar het geboortecijfer van Polen, maar vergeleken met zijn EU-buren komt Polen achteraan met 1,33 kind per gezin (in 2021). Zelfs het Familie 500+-programma heeft daar geen verandering in kunnen brengen. Sinds de partij PiS in 2016 aan de macht is, ontvangt elk gezin 500 złoty per kind per maand, ongeacht het inkomen, tot de achttiende verjaardag van het kind. Omgerekend is dat ongeveer 112 euro.

    De PiS-regering verwaarloost de gezondheidszorg, schaft seksuele voorlichting op scholen af, beperkt de toegang tot voorbehoedsmiddelen en staat abortussen alleen toe na verkrachting, incest of als het leven van de moeder gevaar loopt. Toch is het 500+-programma als belangrijke sociale beleidsmaatregel onomstreden. In de verkiezingscampagne overboden de PiS en zijn grootste tegenstander, de PO van Donald Tusk, elkaar met beloftes. De PiS heeft vanaf 2024 een kinderbijslag van 800 złoty beloofd. Hoe dat gefinancierd moet worden is onduidelijk.

    Dat het geboortecijfer nog steeds niet stijgt, komt volgens activisten voor vrouwenrechten mede door het verbod op abortus. Jonge vrouwen zijn bang om zwanger te worden. Er sterven regelmatig zwangere vrouwen in Poolse ziekenhuizen. In alle gevallen stierf de foetus in de baarmoeder. Als er niet snel wordt ingegrepen, leidt dat tot een fatale sepsis [een heftige reactie op een bacterie]. 

    Door een gebrek aan kinderopvangplaatsen is het vooral voor vrouwen ook moeilijk om weer aan het werk te gaan. Pas na de derde verjaardag van het kind is er recht op gratis kinderopvang. Het maakt de wetgever niet uit of de vader of de moeder ouderschapsverlof opneemt; degene die voor het kind zorgt, krijgt kinderopvangtoeslag. Om het geboortecijfer te verhogen, dragen verschillende steden bij aan de kosten van in-vitrofertilisatie (ivf). Onder de PO-regering gold dat voor het hele land, maar de PiS heeft deze maatregel stopgezet.

    Oostenrijk

    Wat betreft sociale uitkeringen voor ouders is Oostenrijk vrij royaal in vergelijking met de rest van Europa. Er is een inkomensafhankelijke ouderschapsuitkering van 80 procent van het inkomen, tot een maximum van 2100 euro per maand – als alternatief zijn er verschillende soorten forfaitaire regelingen, bijvoorbeeld voor mensen die voor de geboorte geen betaald werk hadden. Er is een gezinstijdbonus en een leeftijdsgebonden kinderbijslag. De regeringspartij ÖVP heeft zich onlangs zelfs uitgesproken voor uitbreiding van de kinderopvang vanwege het enorme tekort aan geschoolde arbeidskrachten en het hoge percentage deeltijdwerkers onder vrouwen.

    Op papier ziet het er allemaal goed uit, maar in de praktijk ontbreekt het belangrijkste: keuzevrijheid. Het blijft bij mooie woorden, en vooral in deelstaten waar de FPÖ in de regering zit, wordt symboolpolitiek bedreven. In Salzburg hebben de rechtspopulisten een ‘kuddepremie’ in het regeerakkoord laten opnemen, en ook in Neder-Oostenrijk wil de FPÖ ‘staatskinderbijslag’ voor ouders die hun kinderen thuis opvangen. De ‘kuddepremie’ bestaat in Opper-Oostenrijk al jaren. Tegelijkertijd bestaat er in alle conservatief geregeerde deelstaten een enorm tekort aan plekken op kinderdagverblijven. Gedurende bijna twee maanden per jaar, veel langer dan welke vakantie ook, is meer dan een tiende van de kinderdagverblijven gesloten. Salzburg heeft voor slechts 24 procent van de kinderen onder de drie jaar plek bij de kinderopvang.

    Ondertussen daalt het geboortecijfer (in 2021 was het 1,48). Het antwoord van de FPÖ, met ongeveer 30 procent de sterkste partij in de peilingen: ‘Oostenrijk is geen immigratieland. Daarom voeren we een geboortegericht gezinsbeleid.’ Dat gaat de partij doen door ‘prioriteit te geven aan het huwelijk tussen man en vrouw als een bijzondere vorm van bescherming van het welzijn van het kind’. ‘De opvang van kinderen binnen de zekerheid van het gezin heeft bij ons de voorkeur boven vervangende maatregelen van de overheid.’

    Groot-Brittannië

    De Britten worden van oudsher voornamelijk geregeerd door conservatieve Tories en die hebben als uitgangspunt dat de staat zo min mogelijk moet ingrijpen, lees: regelen of helpen. Voor ouders is er daarom weinig financiële steun. Wat er wel is, voor wie, wanneer en hoeveel, is bovendien behoorlijk ingewikkeld.

    De situatie van de moeder is altijd doorslaggevend (ongeacht of ze een natuurlijke moeder of een adoptiemoeder is). Als de moeder vóór de zwangerschap in vaste dienst was en in ieder geval het minimumloon verdiende, hebben de ouders recht op maximaal 39 weken door de staat betaald ouderschapsverlof, waarbij het aan de ouders is hoe ze deze 39 weken onderling verdelen. De eerste zes weken wordt 90 procent van het salaris van de moeder uitbetaald, zonder bovengrens. Deze periode van zes weken kan ook beginnen tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld als de moeder niet kan werken. Voor de resterende 33 weken is er slechts een maximum van ongeveer 172 pond (200 euro) per week. Als de moeder vóór de zwangerschap geen vast dienstverband had, kan de vader maximaal twee weken betaald ouderschapsverlof aanvragen, maar ook hij ontvangt dan slechts 172 pond per week. Als het huishouden als geheel weinig verdient, zijn er nog andere sociale uitkeringen mogelijk, zoals huursubsidie of een bijdrage in de kosten voor kinderopvang.

    De combinatie van relatief weinig financiële tegemoetkoming van de staat en de algemeen stijgende kosten van levensonderhoud heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de manier waarop Britse gezinnen leven en werken. Het Office for National Statistics merkt op dat het sinds 2020 ‘gebruikelijk is dat beide ouders voltijds werken’, in tegenstelling tot vroeger, toen in het typische Britse gezin een tweede werkende ouder hoogstens een deeltijdbaan had. Gezinsbeleid is een terugkerend thema in het Verenigd Koninkrijk – maar geen centraal thema, althans niet voor de huidige Tory-regering. Premier Rishi Sunak heeft vijf doelen gesteld voor de verkiezingen van volgend jaar, en die gaan over vluchtelingen en de slechte economische situatie. Gezinnen komen er niet in voor.

    Spanje

    Rechtse partijen in Spanje willen meer prioriteit voor de verhoging van het relatief lage geboortecijfer (1,19 in 2021). Het gezinsbeleid van de linkse regering van premier Pedro Sánchez was daarentegen vooral gericht op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Tweeënhalf jaar geleden veranderde de regering de regels voor ouderschapsverlof en ouderschapsuitkering. Sindsdien hebben vaders in Spanje recht op dezelfde hoeveelheid ouderschapsverlof als moeders, namelijk zestien weken. En dat niet alleen: de eerste zes weken ouderschapsverlof direct na de geboorte zijn verplicht voor vaders. Daarna is het aan hen of ze het verdere ouderschapsverlof in één keer opnemen of in losse weken tot de eerste verjaardag van het kind. 

    Tijdens de ambtstermijn van Sánchez werd het ouderschapsverlof voor vaders steeds een beetje verlengd: van vier weken in 2018 naar acht, toen twaalf en uiteindelijk zestien weken. Vaders kunnen hun weken niet overdragen aan moeders. Hiermee voorkomt de Spaanse regering wat in Duitsland nog steeds gebruikelijk is: dat moeders aanzienlijk meer ouderschapsverlof opnemen dan vaders.

    Toen de laatste stap van dit beleid werd doorgevoerd, noemden veel feministen dat historisch. Werkgevers weten nu dat iedereen, man of vrouw, na de geboorte van een kind een tijdje thuis zal blijven. Er is echter ook kritiek: velen vinden de zestien weken ouderschapsverlof per partner te kort. Vooral omdat openbare kinderdagverblijven niet voor alle kinderen plek hebben. Als er dan evenmin genoeg geld is voor een oppas, zijn het uiteindelijk meestal de vrouwen die thuisblijven.

    Tijdens de bij elkaar opgeteld acht maanden ouderschapsverlof krijgen vaders en moeders in Spanje volledige looncompensatie. In Spanje bestaat in het algemeen echter geen kinderbijslag, die is er alleen voor kinderen met een handicap. Alleenstaande ouders of ouders met drie of meer kinderen ontvangen een eenmalige uitkering van 1000 euro na de geboorte.

    Italië

    Terwijl extreemrechts in Spanje er nog van droomt om de macht te grijpen, is dat in Italië al gelukt. Het is duidelijk dat het dramatisch lage geboortecijfer (1,25 in 2021) deze regering zorgen baart. Het aantal pasgeborenen daalde in 2022 voor het eerst onder de drempel van vierhonderdduizend. De bevolking van Italië daalt al jaren gestaag – tot 58,85 miljoen mensen bij de laatste telling – en zou kunnen krimpen naar 37 miljoen in 2060. De partij Fratelli d’Italia van premier Giorgia Meloni liet weten dat er geen ‘etnische vervanging’ zal plaatsvinden, dus geen ‘bevolkingsuitruil’ van Italianen tegen immigranten. Dit fascistische taalgebruik leidde tot een storm van verontwaardiging bij gematigde partijen.

    Tot nu toe heeft Meloni echter nog geen strategie om de bevolkingsafname tegen te gaan en daarmee de economie te voorzien van meer werknemers en het sociale stelsel van meer belastingbetalers. De nadruk op conservatieve gezinswaarden is duidelijk niet genoeg om het tij te keren. Er wordt gesproken over meer kinderopvang en hiervoor is zelfs 4,6 miljard euro beschikbaar, voornamelijk uit EU-fondsen. Maar de staat slaagt er niet in om landelijk meer kinderdagverblijven te bouwen. Zelfs een belastingvrije toelage van 950 euro per kind en de aanzienlijk verhoogde kinderbijslag onder de vorige regering van Mario Draghi blijken niet bevorderend te werken. 

    Al met al bevindt Italië zich wat betreft financiële steun voor kinderen in het laagste derde deel van de groep geïndustrialiseerde landen van de OESO. Er is geen sprake van gelijke voorwaarden voor vaders en moeders: moeders kunnen vijf maanden ouderschapsverlof nemen tegen 80 procent van hun salaris, vaders slechts tien dagen, tegen 100 procent van hun salaris.

    Frankrijk

    Frankrijk wordt in Duitsland vaak genoemd als rolmodel, en als je een van de belangrijkste doelen van gezinsbeleid – een groot aantal kinderen – als maatstaf neemt, is dat ook wel terecht. In Frankrijk worden aanzienlijk meer kinderen geboren, het land loopt al lang voorop in de EU en de staat werkt hier dan ook al sinds de Tweede Wereldoorlog aan. Hoewel het geboortecijfer de laatste tijd is gedaald, ligt het met ongeveer 1,8 kinderen nog steeds ver boven het Duitse cijfer, dat rond de 1,5 schommelt. Vrouwen blijven niet alleen minder vaak kinderloos, ze hebben ook vaker grote gezinnen met drie of meer kinderen.

    Daar zijn verschillende redenen voor. In 2020 bleek uit een vergelijkende studie van het Europees Centrum voor Economisch Onderzoek dat financiële factoren vooropstaan. Dankzij betere kinderopvang is het al tientallen jaren gemakkelijker om gezin en werk te combineren. Veel Franse vrouwen beginnen snel na de bevalling weer te werken. Tussen twee bevallingen verlaten ze de arbeidsmarkt meestal niet. De kleintjes worden ondergebracht bij een kinderoppas of in een kinderdagverblijf, waar echter een tekort aan plaatsen is. 

    Op driejarige leeftijd gaan ze naar de école maternelle, de kleuterschool. Ook in Frankrijk neemt het aantal kinderen af naarmate de ouders beter opgeleid zijn, maar lang niet zo veel als in Duitsland. Meer vrouwen werken fulltime. Dit alles bevordert de gelijkheid, maar vrouwen dragen nog steeds veruit de grootste lasten en ervaren dan ook veel stress.

    De sociale uitkeringen voor gezinnen liggen ver boven het EU-gemiddelde. Naast een geboortepremie is er kinderbijslag vanaf het tweede kind en een extra vaste uitkering voor drie of meer kinderen. Moeders hebben recht op minstens zestien weken betaald zwangerschapsverlof, dat vanaf het derde kind wordt verlengd. Ze kunnen tot drie jaar ouderschapsverlof aanvragen bij hun werkgever, maar krijgen ondertussen relatief weinig steun. Belastingtechnisch profiteren Franse stellen van een splitsingssysteem voor gezinnen dat in feite nauwelijks verschilt van het Duitse systeem; in plaats van kindertoeslagen zijn er echter extra splitsingsfactoren voor kinderen. De toeslag voor het derde kind is twee keer zo hoog als voor het tweede.

    Lees ook:

  • Roemeen zijn is een baan

    Roemeen zijn is een baan

    Al tien jaar rijdt de Roemeen Viktor Talic met een bestelbusje door Europa om mensen en goederen af te leveren. Zijn vijftig uur lange, vrijwel slapeloze reizen bieden een verontrustend maar ook inspirerend kijkje in de ziel van het continent.

    De held van dit verhaal lijkt ouder dan zijn 34 jaar. Hij heeft indrukwekkende bovenarmen en een vriendelijk voorkomen, en hij weet wat veel mensen denken als ze ‘Roemenië’ horen. Er zijn Europese landen met een slechte reputatie, er zijn landen met een bijzonder slechte reputatie en dan heb je nog Roemenië. Het is een land waar hoofden van het Nationale Anticorruptie Directoraat moesten aftreden op beschuldiging van corruptie en waar de premier wordt verdacht van witwaspraktijken. Onze man weet daar alles van, omdat hij heel Europa bereist. In politieke termen zou je kunnen zeggen dat hij voortdurend op weg is door een steeds verder integrerende Europese Unie.

    In 1992 had Roemenië nog 23 miljoen inwoners. Nu zijn dat er vier miljoen minder. Degenen die emigreerden profiteren van het feit dat Europa een onuitgesproken arbeidsverdeling kent die ongeveer als volgt werkt: overal waar ongeschoolde arbeiders nodig zijn, kijken werkgevers naar Roemenen.

    Zelfs de Duitsers. Als er geen Roemenen waren, zouden eigenaars van abattoirs tot aan hun borst tussen de varkenskarkassen staan. Als zij er niet waren, zouden projectontwikkelaars de glorieuze Duitse bouwhausse kunnen vergeten. Hetzelfde geldt voor asperge- en aardappeloogsten. In de ogen van de Roemeense emigranten is alles beter dan thuisblijven. Als gevolg daarvan is huis en haard verlaten het meest Roemeense wat een mens kan doen – en dat is helemaal niet moeilijk. Je hoeft alleen maar in een minibusje te klimmen en naar het Westen te hobbelen. Elke Roemeense stad kent honderden van deze busjes. Een enkele reis Duitsland kost 70 euro; Nederland en België 80 euro; Frankrijk, Italië en Portugal 120 euro. Een gigantische armada van Roemeense busjes koerst al jaren door Europa.

    Hier komt onze held om de hoek kijken, een held van de vrijheid, een held van de markteconomie – en op de een of andere manier, op zijn eigen manier, ook een held van Europa. Hij laat zich Viktor Talic noemen. Het zou onverstandig zijn, beweert hij, om zijn echte naam te gebruiken. Talic is op weg naar Portugal. Hij is meer dan alleen maar chauffeur van een busje, hij is ook expediteur, geldtransporteur en koerier – allemaal tegelijk. Met zijn Mercedes Sprinter vervoert hij acht landgenoten en een voorraad goederen van Punt A (Roemenië) naar Punt B (Portugal), een route die al veel Roemenen hebben gevolgd. Een deel van zijn klanten gaat zijn geluk voor het eerst buiten het vaderland beproeven, anderen vertrekken voor korte tijd om asperges te plukken of in de bouw of de diepvries-industrie te werken, of in wat voor sector dan ook. Weer anderen waren alleen maar even terug in Roemenië om formaliteiten af te handelen in Boekarest. Wanneer ze op weg gaan naar Portugal, vertrekken ze niet van huis, ze gaan naar huis. Talics kofferbak is altijd gevuld met pakketten.

    Viktor Talic on the road, achter het stuur van zijn Mercedes Sprinter. – © Thomas Grabka / Der Spiegel
    Viktor Talic on the road, achter het stuur van zijn Mercedes Sprinter. – © Thomas Grabka / Der Spiegel

    De meeste zijn cadeautjes voor familieleden in het buitenland, zelf geslacht, zelf gebreid en vooral zelf gedistilleerd. Alles wat hij vervoert, of het nu pakketten of personen zijn, wordt van deur tot deur bezorgd, ongeacht de eind-bestemming in Portugal.

    Dromen over het Westen

    Het is half mei en Talic staat met zijn bus in het centrum van zijn woonplaats Satu Mare, in het noordwesten van Roemenië. Zijn klanten zijn allemaal stipt op tijd, gedoucht, een beetje weemoedig, en allemaal hebben ze meer bij zich dan de afgesproken ene koffer. Het zijn er zeven, ieder met zijn eigen dromen over het Westen. Er is een jong echtpaar bij en een ouder echtpaar, een gezette vrouw die de hele vijftig uur lange rit geen woord zal zeggen en een afgetobde, magere man van het soort dat door Hollywood vaak als terroristische ‘mol’ wordt gecast.

    Er is ook een mooi meisje bij in een glanzend witte, met lovertjes afgezette outfit, eigenlijk een joggingpak. Van alle chauffeurs in Satu Mare biedt Talic de zwaarste reis. Zijn route van hier naar Portugal is ongeveer 4000 kilometer lang. Hij mijdt Italië, hoewel dat korter zou zijn. De carabinieri hebben in het verleden vanwege de geringste overtredingen Roemeense auto’s geconfisqueerd. Dan rijdt Talic liever 500 kilometer om. De laatste halte is altijd Portimão, op het zuidwestelijke puntje van Europa, waar Talics moeder inmiddels naartoe is verhuisd. Verder westelijk kun je in Europa bijna niet gaan. De rit duurt vijftig uur en het eerste Roemeense woord dat je onderweg leert is cinci, oftewel vijf. Dat is precies het aantal minuten pauze dat Talic neemt na het tanken.

    Het tweede woord is cincisprezece, oftewel vijftien, wat de lengte is van de eetpauzes. Wat slaappauzes betreft, daarvoor is maar drie uur ingeruimd, overmorgen in het noorden van Spanje. De rest van de tijd blijft Talic wakker.

    ‘Krankzinnig, vind je niet?’ zegt Talic.

    Een vrouw in de Roemeense plaats Brasov steekt de weg over. – ©  Dennis Jarvis / Flickr
    Een vrouw in de Roemeense plaats Brasov steekt de weg over. – © Dennis Jarvis / Flickr

    Talic is een held van de vrijheid, een held van de markteconomie en een held van Europa

    Kostwinner

    Vijftig uur om 4000 kilometer door Europa te reizen in een oude groene Mercedes Sprinter met 1,2 miljoen kilometer op de teller. De stoelen zijn keihard en versleten, de tweeassige aanhanger is tot de rand gevuld. En dan is er nog de Roemeense discopop die op volle sterkte aan staat en eindeloos wordt herhaald, zodat Talic niet in slaap valt voordat hij Noord-Spanje bereikt.

    In Frankrijk mijdt hij de snelwegen – die zijn te duur – wat betekent dat het land met de grootste oppervlakte van Europa via landwegen wordt doorkruist. Tien uur pauze in Portugal is alles wat Talic zichzelf gunt voordat hij omdraait en weer op huis aan gaat. Dat komt neer op 8000 kilometer rijden, honderd uur achter het stuur, in iets meer dan vijf dagen. Is dit krankzinnig, suïcidaal of een gewone gang van zaken?

    Talic is een aardige man die zich niet klein laat krijgen door de miljoen kilometer die hij achter het stuur heeft gezeten. Hij begrijpt dat mensen kritiek hebben op zijn manier van leven en legt uit dat hij niet altijd chauffeur is geweest. Hij zegt dat hij een goede leerling was met een wiskundeknobbel. Maar op een dag, toen zijn vader een boom aan het omzagen was, viel er een tak van een eik op diens achterhoofd zodat zijn beide ogen uit hun kassen werden gedrukt. Hij viel voorover op zijn nog draaiende kettingzaag, een rode Drujba van Sovjetmakelij die zijn hart aan flarden reet.

    Talic was destijds veertien jaar. Een week nadat zijn vader omkwam in het bos ging hij van school; vier jaar lang voorzag hij met de zware Drujba in het levensonderhoud van zijn familie. Daarna ging hij naar Portugal en werkte in de bouw. Talic vertelt het verhaal op liefdevolle toon. Hij is niet iemand die overdrijft; vijftig uur later, op het zuidwestelijke puntje van Europa, bevestigt zijn moeder het hele verhaal met tranen in haar ogen. Voor iemand die als kind zijn familie onderhield met een kettingzaag lijken 4000 kilometer lange reizen door Europa zo krankzinnig nog niet. Eigenlijk is het best een prettig baantje. Talic start de bus. De overladen Mercedes kraakt en schokt, maar hij rijdt. Algauw bereiken we Hongarije.

    Een Roemeense seizoenarbeider oogst komkommers bij een bedrijf in het Duitse Vetscha. - © Patrick Pleul
    Een Roemeense seizoenarbeider oogst komkommers bij een bedrijf in het Duitse Vetscha. – © Patrick Pleul

    Acht mobieltjes

    Bij de grens verroert niets of niemand zich. Het is een warme dag en de Hongaarse douaniers zweten in hun blauwe uniform en laten zien hoe langzaam iemand in een paspoort kan bladeren. Talics baas, de eigenaar van het Mercedes-busje, staat voor ons in de rij, in een VW Passat. Hij rijdt altijd mee tot de grens, omdat hij de mensen van de douane het beste kent. Wanneer Talic niet verder komt bij de Hongaarse tolpoort, stapt voor ons zijn baas uit zijn auto en begroet een van de douane-beambten. Ze omhelzen elkaar. Ze kennen elkaar. Een korte babbel, een snelle blik in het paspoort.

    Er zit iets tussen de bladzijden, dat de douanier met geoefende vingers pakt. Twee minuten later kan Talic de rij verlaten en terwijl hij passeert, wenst de Hongaar in zijn uniform de Roemenen in de Mercedes vrolijk een goede reis. Talic leunt voorover en zet de muziek harder. Hij heeft een usb-stick met honderden uren Roemeense folkpop in de radio gestoken. Voor westerse oren is het honderden uren lang hetzelfde liedje. Talic lijkt het mooi te vinden, de anderen staren tevreden naar de eentonige Hongaarse Pannonische steppe.

    En dan rijden we Oostenrijk binnen.

    Talics mobieltjes liggen op het dashboard, acht in getal: twee Roemeense, een Duitse, een Franse, een Spaanse en drie Portugese. Als een klant een pakket in Portugal wil laten bezorgen, belt hij of zij Talic. Dat kan ook als Talic al onderweg is. Dan maakt hij een kleine omweg. Voor veel Roemenen is Talic een van de weinige banden die ze nog met thuis hebben. Natuurlijk zijn er Facebook, WhatsApp en vaste buitenlandtarieven voor mobiele telefoons, maar die nemen de heimwee niet weg. Tot Talics klanten behoren gastarbeiders die zeven dagen per week vijftien uur per dag in een veld in het Portugese Alentejo werken. Soms geven ze hem alleen maar pakketten ter bezorging om even Roemeens met hem te kunnen praten en een band met hun vaderland te voelen.

    Voor Talic is de EU geen monster dat in Brussel woont, het is een zee van mogelijkheden

    Hun land, hun regels

    Na Oostenrijk komt Duitsland. ‘Waarom gaat iedereen eigenlijk altijd vrijdags op weg?’ vraagt het mooie meisje zich hardop af. Ze heeft al in Duitsland gewerkt, in het zuiden, in een conservenfabriek. Daar verdiende ze 8,50 euro per uur aan de lopende band en was ze niet officieel in dienst. Maar ze was 400 euro van haar loon kwijt aan een piepklein kamertje in een stacaravan naast de fabriek. Dat kamertje van tien vierkante meter moest ze delen met een andere Roemeense. Ze merkte dat een minimumloon van 8,50 euro niet betekent dat je ook 8,50 euro verdient. Het betekent alleen dat sommige bedrijven moeilijker doen, en je maar 6 euro betalen.

    De armada van Roemeense busjes maakt zich op voor Duitsland, of meer in het bijzonder voor de politieagenten daar. Anders dan de Hongaren laten de Duitsers zich niet omkopen. Natuurlijk zijn er boetes, 50 euro, zelden meer. Het probleem zijn de eerlijke agenten. Alleen in Duitsland neemt een politieman de moeite om een bestelbusje vol Roemenen aan te houden op de Autobahn om te zien of de auto of de aanhanger te zwaar beladen is. Talic vindt de Duitsers niet bijzonder gemeen. Of lastig. Ze zijn gewoon correct, zegt hij. Een eenvoudige rekensom verklaart het vertrek op vrijdag: een chauffeur heeft ongeveer tien uur nodig om de 900 kilometer van de Hongaarse grens naar Passau af te leggen. Als je aan het begin van de middag uit Roemenië vertrekt, ben je vlak na zonsondergang in Duitsland. Een Roemeens nummerbord is ’s nachts moeilijker te herkennen en een deel van de Duitse agenten is in het weekend vrij, de mooie Duitse Autobahn is leeg, de kans dat je niet wordt aangehouden is groot.

    En voordat zaterdagochtend de zon opgaat, zijn de Roemenen alweer weg. Talic vindt het goed wat de Duitsers doen. Hun land, hun regels, zegt hij, niets mis mee. Hij ziet zijn werk als sport. Hij wil zijn dochter in Roemenië het beste van het beste geven, zodat ze later naar de universiteit kan en in een mooi huis kan wonen. Als hij zich aan de Duitse regels zou houden, zou dat onmogelijk zijn. Dus doet hij wat hij moet doen. Zoals Duitsland ook doet wat het moet doen, en Europa. Het is eigenlijk doodeenvoudig.


    Je komt bij wijze van spreken weinig mensen tegen die zo hartstochtelijk Europeaan zijn als Viktor Talic. Voor hem is de Europese Unie geen monster dat in Brussel woont, het is een zee van mogelijkheden. Veel mensen die met hem zijn meegereden keren een paar jaar later misschien in een grote auto terug naar Roemenië en trekken in een groot huis dat ze zich nooit zouden hebben kunnen veroorloven als ze het land niet hadden verlaten. Dus wie zegt dat de Europese droom niet werkt?

    Een graanveld in Roemenië. -  © Florin Gorgan / Flickr
    Een graanveld in Roemenië. – © Florin Gorgan / Flickr

    Varkens

    Terwijl het busje Frankrijk binnenrijdt gaat de radio aan. Talic tankt goedkope benzine in de buurt van Montluçon in de Auvergne. In plaats van te douchen gaat hij naar de drogisterijafdeling van een supermarkt en spuit parfum op zijn bovenarmen. Helaas doen de andere passagiers hetzelfde. Nu ruikt het buisje naar een parfumoutlet op het hoogtepunt van de zomer.

    In Frankrijk heeft Talic nooit problemen. Als hij voor de politie aannemelijk kan maken dat hij alleen maar op doorreis is en over een paar uur in Spanje zal zijn, laten ze hem passeren. Hij heeft maar één keer gedoe gehad. ‘Dat was met de varkens.’

    Algauw was bekend geworden dat je Talic alles kon meegeven. Twee euro per kilo, dat was de enige regel. Vorig jaar rond deze tijd kreeg hij een telefoontje van een Roemeen die in een slachthuis in de buurt van Lissabon werkte. De baas daar weigerde de lonen van de Roemeense werknemers te betalen en zei dat ze hem maar voor de rechter moesten slepen. De Roemenen hadden een ander idee: ze besloten zijn varkens te stelen. Ze timmerden een enorme houten kist, stopten er veertien levende varkens in en gaven alles aan Talic, die de gestolen waar vastsjorde op zijn aanhanger.

    Omdat alle betrokkenen besloten dat de reis van 4000 kilometer van Portugal naar Roemenië nogal lang was voor de varkens, besloten ze de varkens naar een kennis in Parijs te sturen. Talic en de varkens werden betrapt tijdens een politiecontrole. Een gendarme hield hen aan en vroeg om de verklaring van een dierenarts. Talic, die hem begrepen had, toonde hem de autopapieren en legde uit dat de zending voor Parijs was bestemd. De politieman schudde zijn hoofd en liet Talic doorrijden met zijn varkens.

    ‘Ze hebben het allemaal overleefd,’ zegt Talic. ‘De reis althans.’
    En zo rijden we Spanje binnen.

    De waanzin begint

    Na het vijfendertigste uur verstrijkt de tijd in dikke klonten. Bilbao, Valladolid, Salamanca, de steden trekken voorbij. Nu rijdt de bus in elk geval weer over de snelweg. Niemand let op de tijd, niemand lijkt zich erom te bekommeren of de rit ooit voorbij zal zijn. Spanje is het ergste deel van de reis. De passagiers hangen als verdoofd op hun stoel. De gespreksonderwerpen zijn al sinds Bazel uitgeput. Dit is het moment waarop de mensen zich afvragen waarom ze zich hiervoor 120 euro voor hebben betaald. Een vlucht zou twee keer zoveel hebben gekost. Nooit heeft het fijner gevoeld om in Portugal aan te komen. De waanzin begint. Van nu af aan blijft geen van Talics acht mobieltjes stil. Iedereen weet dat hij op zondagmiddag in Portugal arriveert. Iedereen wil weten wanneer zijn pakket, zijn familielid, zijn vriendje komt. Soms belt Talic met drie mensen tegelijk.

    Nadat hij het oudere echtpaar en de magere man in een dorp in de buurt van Lissabon heeft afgezet, rijdt Talic de Portugese hoofdstad in. Daar wachten verscheidene klanten hem op met hun auto om hun pakketten in ontvangst te nemen. Dertig, veertig Roemenen belegeren zijn Mercedes. Hij deelt het ene na het andere pakket uit en neemt een paar nieuwe in ontvangst.


    Zondagavond vroeg eindigt de rit in Portimão, een toeristenoord in de buurt van de Algarve waar de Portugese bouwhausse heeft geresulteerd in een paar oerlelijke torenflats. In een daarvan woont Talics moeder. Zijn zus en stiefbroer wonen onder haar.


    Talics moeder werkt voor 5 euro per uur als schoonmaakster in een hotel. De nieuwbouw waarin ze woont is nog niet klaar, maar ze wil onder geen beding terug naar Roemenië, ze is hier gelukkig. Talic zit naast haar aan de keukentafel en is te moe om te praten. Morgenochtend om acht uur gaat hij terug naar Roemenië. Hij zegt dat hem net iets te binnen is geschoten. Over de vraag hoe het is om Roemeen in Europa te zijn. Hij weet het antwoord. Roemeen in Europa zijn heeft niets met nationaliteit te maken. Roemeen zijn is een baan.

    Juan Moreno