Tag: UNESCO

  • De reusachtige wijnkelders van Moldavië

    De reusachtige wijnkelders van Moldavië

    Miljoenen flessen wijn liggen opgeslagen in de immense ondergrondse tunnels van Cricova en Mileștii Mici, de twee grootste wijnkelders ter wereld. Het Moldavische ministerie van Cultuur vindt dat het tijd wordt om ze op te nemen in de werelderfgoedlijst van UNESCO.

    De immense wijnkelders van Moldavië, in Cricova en Mileștii Mici, strekken zich uit over honderden kilometers, herbergen miljoenen flessen en spreken zeer tot de verbeelding van toeristen die in een soort kleine treintjes door de tunnels rijden. Deze tunnels vertellen het verhaal van de hoofdstad van Chișinău, die is verwoest en vervolgens herbouwd. Dat is een van de redenen dat het Moldavië van nu beschikt over zo’n unieke onderaardse wereld.

    De gidsen in Cricova en Mileștii Mici vertellen dat de toeristen veel geïnteresseerder zijn in de wijn dan in de geschiedenis van de mijnen of in de wederopbouw van Chișinău na de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel van het verhaal van de immense wijnkelders van Moldavië blijft dan ook onbekend, als een geheim dat de kelders verborgen hebben gehouden.

    Het Moldavische ministerie van Cultuur is daarom begonnen aan een traject om de twee grootste onderaardse wijnkelders ter wereld – die van Cricova en die van Mileștii Mici – op de werelderfgoedlijst van de UNESCO te krijgen. Het doel is om dat voor 2030 voor elkaar te krijgen.

    Mileștii Mici wordt nu al wereldwijd erkend als de grootste wijncollectie. De wijnkelder staat in het Guinness Book of Records vermeld met anderhalf miljoen flessen. Cricova komt daar niet ver achteraan. Alleen al de kelder van Cricova bestaat uit een tunnelstelsel van 7 kilometer, dat vol ligt met mousserende wijn. De zeven vrouwen die er werken draaien dagelijks 35 duizend flessen mousserende wijn, geproduceerd in de stijl van traditionele champagne. 

    Momenteel is er slechts één locatie in Moldavië die op de werelderfgoedlijst staat: de geodetische boog van Struve in het noorden van het land. Astronoom Friedrich Georg Wilhelm von Struve wist als eerste nauwkeurig een lange meridiaan in kaart te brengen, wat hielp bij het vaststellen van de grootte en de vorm van de aarde. Vierendertig van Struves UNESCO-punten zijn verspreid over tien landen, en een daarvan bevindt zich in Moldavië.

    Prodan heeft een werkgroep samengesteld bestaande uit historici, archeologen, projectontwikkelaars en lokale inwoners, met aan het hoofd erfgoedspecialist professor Sergiu Musteață. Ondergrondse wijnkelders van deze omvang zijn uniek, zowel in Europa als wereldwijd, zegt Musteață. Het proces om dat te bewijzen is nu in gang gezet.

    Verwoesting

    Het verhaal van de Moldavische wijnkelders is nauw verweven met de verwoestingen ten tijde van oorlog en bezetting, en met de snelle innovatie die men wel vaker ziet in moeilijke tijden. Chișinău werd zwaar gebombardeerd in de strijd tussen de nazi’s en de Sovjets. Toen de Sovjets in 1944 als overwinnaar uit de strijd kwamen, lag de stad in puin.

    ‘In augustus 1944 was meer dan twee derde van alle gebouwen in Chișinău verwoest,’ legt Musteață uit. Er stond nog maar weinig overeind en aan het begin van de Sovjetbezetting woonden er nog maar twintigduizend mensen in de stad. Chișinău moest weer worden opgebouwd en daarvoor was materiaal nodig,’ voegt Musteață eraan toe.

    Sinds het einde van de negentiende eeuw was kalksteen het voornaamste bouwmateriaal in Moldavië. Vanaf het begin van de Sovjetbezetting werd de ontginning geïntensiveerd.

    ‘Men gebruikte witte kalksteen om huizen te bouwen. De meeste huizen zijn gebouwd na de jaren 1950, ’60, ’70 en ’80,’ vertelt professor Musteață. Vanaf dat tijd werd Chișinău ook wel de witte stad genoemd.

    Wetenschapper Doina-Cezara Albu schrijft in haar onderzoek dat Moldavië in de jaren 1950 is begonnen met het op grote schaal gebruiken van blokken kalksteen voor de bouw. De Sovjets gebruikten blokken kalksteen om kleuterscholen, gewone scholen en appartementengebouwen neer te zetten, die Stalinkas en Khrushchyovkas werden genoemd.

    In de Sovjetperiode produceerde Moldavië jaarlijks maar liefst 1,25 miljoen kubieke meter kalksteen, vergelijkbaar met zo’n vijfhonderd olympische zwembaden. In 2000 was de productie teruggevallen tot ongeveer een kwart van wat hij ooit was geweest.

    Hoewel Moldavië geen kustlijn heeft, zie je overal in het land sporen van de zee

    Hoewel Moldavië geen kustlijn heeft, zie je overal in het land sporen van de zee. Kalksteen is een van die sporen. Wie door de hoofdstad loopt zal zien dat een groot deel van de stad is opgetrokken uit kleine zeewezens. Het landschap lijkt te golven, alsof de zee het heeft opgestuwd tot heuvels en vervolgens is stilgevallen.

    Miljoenen jaren geleden werd een groot stuk land, van Centraal-Europa tot aan Centraal-Azië, bedekt door de Paratethyszee. Op enig moment strekte die zich maar liefst uit over onder meer het huidige Oekraïne, Moldavië, Roemenië, Bulgarije en Servië. 

    Zo’n vijf miljoen jaar geleden slonk de zee, om uiteindelijk helemaal te verdwijnen, maar ze liet wel sporen achter van haar bestaan, sporen die je vandaag de dag nog door heel Moldavië aantreft. Dit is tevens de reden dat Moldavië rijk is aan kalksteen en kalksteengroeven.

    Een van de werkende mijnen bevindt zich niet ver van het centrum van Chișinău. Wie de tunnel in de wijk Râşcani binnengaat, kan ondergronds zo’n vier kilometer lopen naar Cricova. Daar ligt nog een andere mijn, niet ver van de Cricova-wijnkelders.

    De mijn in Chișinău is nog altijd in bedrijf. Er worden kalksteenblokken opgeslagen om te worden vervoerd naar bouwplaatsen elders in Moldavië. Sergiu Lungu, de beheerder van de mijn, roemt de kwaliteit van het Moldavische kalksteen. Onderzoek bevestigt dat de blokken kalksteen uit Moldavië bestand zijn tegen verwoestende aardbevingen, tot 8 op de schaal van Richter.

    Kalksteengroeven

    Lungu heeft dertig jaar in de mijnen gewerkt. ‘De mijnbouw heeft zich ontwikkeld in de Sovjetperiode,’ zegt hij, waarna hij laat zien hoe ontginningsmachines blokken uit de kalkstenen wand hakken. 

    Hij vertelt dat er op zeker moment wel honderd mijnen in Moldavië waren. Volgens de Moldavische denktank EXPERT-GRUP zijn er in de Republiek Moldavië 166 kalksteengroeven, en in 59 van die groeven worden blokken uitgehakt.

    Voor vele wijnkelders in het land, en zeker voor de grootste wijnkelders ter wereld, die in Cricova en Mileștii Mici, geldt dat het ooit gewoon kalksteengroeven waren.

    ‘Het winnen van het kalksteen, waarmee in de jaren 1950 was begonnen, gebeurde op steeds grotere schaal, zoals wel blijkt uit de 200 kilometer aan tunnels,’ zegt Petru Tataru, een gids in Mileștii Mici.

    Parallel aan de explosieve groei van de kalksteenindustrie gingen de Sovjets ook op zoek naar manieren om de wijnproductie op te voeren. Moldavië stond bekend om zijn druiven.

    ‘Sinds het einde van de jaren ’50 werd erover gepraat om wijn te produceren in industriële hoeveelheden en door de hele Sovjet-Unie te verkopen. Daartoe was het noodzakelijk om een groot gebied aan te wijzen voor de productie en de opslag van al die wijn,’ vervolgt Sergiu Musteață. Zo kwam men op het idee om te experimenteren met de verlaten mijngebieden rond de hoofdstad.

    ‘Het is uniek hoe de industriële ruimtes een geheel nieuwe toepassing hebben gekregen binnen een totaal andere bedrijfstak’

    ‘De temperatuur is hier een constante 12 tot 14 graden,’ aldus Veaceslav Dogari, een gids bij de Cricova-wijngaard. ‘Er zijn geen extra investeringen nodig om die condities in stand te houden – het is puur natuur.’ ‘Het is uniek hoe de industriële ruimtes, nadat het steen is gewonnen, een geheel nieuwe toepassing hebben gekregen binnen een totaal andere bedrijfstak,’ zegt Musteață, die alleen al daarom vindt dat de wijnkelders een plek op de werelderfgoedlijst verdienen.

    Na een paar jaar experimenteren met het produceren van wijn, werd de Cricova-wijnkelder in 1952 officieel geopend. Eind jaren vijftig waren de Moldaviërs begonnen met de wijnproductie. De Moldavische wijnen werden een groot succes in de Sovjet-Unie.

    Het land is momenteel bezig de eigen geschiedenis te herontdekken en alle puzzelstukken in elkaar te passen, met als uiteindelijke doel dat Moldavië niet alleen bekendheid geniet vanwege de wijnen, maar ook om de achtergrond daarvan. Want onder de Moldavische aarde liggen vele verhalen verborgen. 

  • Zuid-Korea: dodental verwoestende bosbranden loopt op tot 26

    Zuid-Korea: dodental verwoestende bosbranden loopt op tot 26

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Soedanese legerleider verklaart dat Khartoem is ‘bevrijd’

    » Brazilië: Bolsonaro en handlangers veroordeeld door het hooggerechtshof

    Veel nationale schatten en historische plekken zijn verwoest

    Zuid-Korea wordt geteisterd door de meest verwoestende branden in de geschiedenis. De branden, die afgelopen weekend uitbraken in het zuidoosten van het land, hebben ‘35.810 hectare verwoest, meer dan de branden in het jaar 2000, die de meest verwoestende waren die tot hiertoe waren geregistreerd’, aldus Lee Han-kyung, hoofd van de afdeling rampenbestrijding en veiligheid. Hij voegde eraan toe dat het dodental was opgelopen tot 26. Ongeveer 27.000 mensen moesten noodgedwongen halsoverkop evacueren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Deze reeks gigantische bosbranden (…) heeft veel nationale schatten en historische plekken verwoest,’ meldt The Korea Herald. De Zuid-Koreaanse krant meldt dat brandweerlieden werden gestuurd om de vlammen te bestrijden in de buurt van het ‘dorp Hahoe, een plaats die deel uitmaakt van de Werelderfgoedlijst van UNESCO en een plek waar de traditionele Koreaanse cultuur en bouwwerken, waarvan er veel van hout en riet zijn gemaakt, bewaard zijn gebleven’.

  • Werelderfgoedlijst

    Werelderfgoedlijst

    Wat staat er ook alweer op de Werelderfgoedlijst en wat levert een vermelding eigenlijk op?

    De UNESCO Werelderfgoedlijst stamt uit 1972 en heeft als doel de uitzonderlijke waarde van cultureel en natuurlijk erfgoed, waar ook ter wereld, te erkennen en te beschermen. 

    De lijst telt momenteel 1220 werelderfgoederen verspreid over 168 landen, bestaande uit 949 culturele sites, 231 natuurlijke sites en 40 gemengde sites die zowel culturele als natuurlijke waarden hebben, zoals het Great Barrier Reef in Australië, de binnenstad van Florence en de twintigste-eeuwse gebouwen van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright.

    Ieder jaar komen er vele aanvragen binnen. Alleen erfgoed dat voldoet aan alle tien de specifieke criteria – opgesteld om de ‘Uitzonderlijke Universele Waarde’ (OUV, Outstanding Universal Value) van een erfgoed te onderbouwen, komt in aanmerking. Daarnaast, en dat is een complexere eis, moet het ‘erfgoed volledig zijn en adequaat beheerd kunnen worden’. 

    Belangen

    Vaak heeft de initiatiefnemer belang bij de aandacht die zijn aanvraag oplevert voor het behoud van een bepaald cultureel erfgoed. Die kan belangrijk zijn in het krijgen van financiering, want ondanks een eventuele erkenning blijft de verantwoordelijkheid voor het erfgoed bij het land zelf liggen. 

    De Machu Picchu, de Inca-stad uit de vijftiende eeuw die hoog in de Andes ligt behoort al enkele decennia tot het werelderfgoed, net als veel locaties die het glorieuze verleden van het Romeinse Rijk en het christendom vertegenwoordigen, zoals het Vaticaan, het Colosseum, het Pantheon, de Sixtijnse Kapel en de Basiliek van Sint-Jan van Lateranen. 

    Er zijn ook veel aanvragen die niet worden gehonoreerd, vanwege uiteenlopende redenen. De Waddenzee heeft weliswaar een plaats op de Werelderfgoedlijst (natuurlijk erfgoed) maar werd afgewezen als cultureel erfgoed omdat de menselijke invloed op het landschap niet van grote betekenis is. De middeleeuwse Armeense stad Ani, op de grens met Turkije, had ook het nakijken. Hoewel van de ooit bloeiende handelsstad veel goed bewaard is gebleven, werd de status niet uitgeloofd vanwege politieke spanningen tussen Turkije en Armenië en omdat de site slecht werd beheerd. 

    Het is vaker voorgekomen dat een keuze werd beïnvloed door politieke overwegingen en een lobby

    Ook concentratiekamp Auschwitz staat op de lijst, maar het Poolse kamp Majdanek dan weer niet. UNESCO gaf de voorkeur aan één representatief kamp om de holocaust te herdenken. 

    Uiteraard kleeft er aan de UNESCO-werelderfgoedlijst ook controverse. Er zijn verschillende belangen in het spel bij de keuzes die worden gemaakt. Het is vaker voorgekomen dat een keuze werd beïnvloed door politieke overwegingen en een lobby. 

    Immaterieel cultureel erfgoed, oftewel bepaalde gebruiken, rituelen, muziek, dans en mondelinge tradities en traditionele ambachten worden weer op een andere lijst geplaatst. Daar staat bijvoorbeeld de Japanse theeceremonie op, diep geworteld in de Japanse cultuur en symbool voor gastvrijheid, harmonie en respect. Maar ook de Portugese melancholische fado, ebru, een traditionele Turkse kunstvorm van papiermarmering uit de Ottomaanse periode, die nog steeds wordt beoefend en gekoesterd in Turkije; de Franse gastronomie, een oud Inca-ritueel dat jaarlijks wordt gevierd in Cusco, Peru, ter ere van de zonnegod Inti, en het ‘praatje op straat’ in de Spaanse stad Algar. 

    Opvallend is dat Europa en Noord-Amerika behoorlijk vaak voorkomen op de lijst, en Afrikaanse landen en Midden-Oosterse landen daarentegen nauwelijks. 

    Keerzijde

    Keerzijde van erkenning op de lijst is dat een opname weliswaar bezoekers en dus geld aantrekt voor het behoud van erfgoed, maar ook schade, vervuiling en verstoring van de lokale gemeenschappen met zich mee kan brengen door ‘vermuseumisering’. 

    De duizenden cultuur- en natuurerfgoederen zijn weliswaar net als de items in het Guiness Book of Records een soort koffieautomatenonderwerp, maar een groot verschil is dat het bij UNESCO in de eerste plaats gaat om het behoud van die uitzonderlijke plekken voor de toekomst, terwijl de organisatie daar zelf niet in voorziet en het betreffende land er vaak niet de middelen toe heeft.  

  • Grote schade aan kathedraal en twee doden bij Russische aanval op Odessa

    Grote schade aan kathedraal en twee doden bij Russische aanval op Odessa

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kroatië: Dubrovnik beboet lawaai van rolkoffers

    » Migratie: mediterrane landen komen samen in Rome

    Het historische centrum van Odessa is werelderfgoed

    Bij een Russische raketaanval op Odessa zondag zijn ten minste twee mensen om het leven gekomen. Het bombardement beschadigde met name de Transfiguratiekathedraal, oorspronkelijk gebouwd in 1794 onder keizerlijk Russisch bewind, afgebroken onder Sovjetleider Stalin in 1936 en herbouwd in de jaren 1990 na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, aldus Kyiv Post. UNESCO veroordeelde de aanval op het historische centrum van de stad, dat op de Werelderfgoedlijst staat van de organisatie. Directeur-generaal Audrey Azoulay zei dat de aanval ‘een escalatie van geweld tegen het culturele erfgoed van Oekraïne’ betekende.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Oekraïne beloofde zondag ‘represailles’ na de nachtelijke aanval, waarbij volgens de Oekraïense autoriteiten ook tweeëntwintig mensen gewond raakten, waaronder ten minste vier kinderen. ‘Zelfs in de context van de huidige meedogenloze oorlog van Rusland is een raketaanval op een historische kathedraal (…) een schokkende gebeurtenis. De priesters ter plaatse waren stomverbaasd’, schrijft Shaun Walker, correspondent van The Guardian in Oekraïne, die ter plaatse was.

    Vijfentwintig monumenten raakten beschadigd tijdens de aanval, volgens de regionale gouverneur Oleg Kiper, die het Russische leger beschuldigde van het ‘opzettelijk richten van zijn raketten op het historische centrum van Odessa’. De Russische aanvallen kwamen kort nadat Moskou zich had teruggetrokken uit een graandeal waardoor Kyiv zijn graan kon exporteren.

    Lees ook:

  • In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    Een referendum moet uitsluitsel geven over de vraag of de Ecuadoraanse regering ruwe olie mag exploiteren in een gebied van ruim 1 miljoen hectare met de grootste biodiversiteit ter wereld. De oorspronkelijke bewoners, de Waorani, doen er alles aan om hun leefomgeving te beschermen.

    Op 15 augustus 2013 maakte de president van Ecuador, Rafael Correa, de stopzetting van het Yasuní ITT-initiatief bekend. Het betrof een project dat was opgezet om de aanwezige aardolie in blok 43 van Nationaal Park Yasuní in de grond te houden. Dit park, het grootste beschermde gebied van Ecuador, beslaat meer dan een miljoen hectare verdeeld over de provincies Orellana en Pastaza, in het noordoosten van het Amazoneregenwoud.

    De annulering van het project liep vooruit op de plannen van de regering om genoemd blok te exploiteren, ook al bevond het zich in een van de gebieden met de grootste biodiversiteit ter wereld; dit gebied is door de Unesco uitgeroepen tot biosfeerreservaat en is domicilie van de Tagaeri en de Taromenane, de laatste inheemse groepen die in Ecuador in vrijwillig isolement leven. Vanwege de stopzetting vroeg het milieucollectief Yasu­nidos om een referendum, met de bedoeling de burgers zelf te laten beslissen. Tien jaar later, na talloze juridische obstakels, gaf het Constitutioneel Hof toestemming; het referendum zal nu op 20 augustus worden gehouden.

    Een dag na de gunstige beschikking om een referendum uit te schrijven begon de minister van Energie, Fernando Santos, over de te verwachten verliezen voor de staat als de exploitatie van blok ITT zou worden geblokkeerd: ‘Het gaat om 1,2 miljard dollar aan (jaarlijkse) inkomsten in een land met enorme problemen,’ zei hij. De regering gaf te kennen dat er irrationele verlangens ten grondslag lagen aan het verzet tegen het genereren van inkomsten die overduidelijk hard nodig waren. Ze liet welbewust de schaduwkanten van haar eigen pleidooi buiten beschouwing.

    Koolstofdioxide

    Het Yasuní ITT-initiatief hield in dat Ecuador zich verplichtte 846 miljoen vaten in de grond te houden, wat de uitstoot van 400 miljoen ton koolstofdioxide moest tegenhouden. In ruil daarvoor zou het land een financiële compensatie van de internationale gemeenschap krijgen van 3600 miljoen dollar, 50 procent van wat, heette het, de baten zouden zijn als de olie wel werd geëxploiteerd. Toen het initiatief, zes jaar nadat het was gelanceerd, werd afgeblazen, was er 13 miljoen dollar binnengekomen, amper 0,37 procent van het verwachte bedrag.

    Het Nationaal Park Yasuní, dat in 1989 door de Unesco tot biosfeerreservaat werd verklaard, en het aangrenzende Voorouderlijk Leefgebied van de Waorani behoren tot de gebieden met de hoogste biodiversiteit ter wereld. In het park wees de Ecuadoraanse staat in 1999 een zona intangible aan, een ‘onaantastbare zone’ (ongeveer 74 procent van het totale oppervlak), die eeuwig moest worden gevrijwaard van oliewinning. Het aardolieblok ITT grenst aan een deel van de onaantastbare zone, waar de Tagaeri en Taromenane wonen; zij zijn verwant zijn met de Waorani, een van de veertien oorspronkelijke inheemse groeperingen van het land.

    Tot halverwege de jaren vijftig leefden alle stammen met een Waorani-origine in vrijwillig isolement. Ze kregen met gedwongen verhuizing te maken toen zendelingen van het Linguïstisch Zomerinstituut hen, met toestemming van de staat, uit hun gebied weghaalden en verplaatsten naar een bepaald stuk grond met de bedoeling hen te ‘kerstenen’. Een deel van het territorium dat ze achterlieten werd prompt ingepikt door Texaco, waarmee het begin van de ecologische verwoesting door aardoliewinning een feit was.

    Toen in 2008 de huidige grondwet werd opgesteld, werd revolutionair genoeg gedecreteerd dat de natuur moest worden erkend als rechtspersoon en dat de inheemse dorpen moest worden gegarandeerd dat ze tevoren zouden worden geraadpleegd over eventuele exploitatieplannen van hun territorium. Niettemin verzocht de toenmalige president Correa het parlement met een beroep op dezelfde grondwet, na de mislukking van het Yasuní ITT-initiatief te hebben afgekondigd, om de exploitatie van de aardolie in blok ITT van nationaal belang te verklaren.

    Jongeren

    Uit verontwaardiging over de teleurstellende beschikking vormden leden van mensenrechtenorganisaties, milieuactivisten en feministen, veelal jongeren tussen de zestien en dertig, het collectief Yasunidos, een onafhankelijk front dat inmiddels alle kritische geluiden tegen het grove verdienmodel bundelt en van de casus Yasuní ITT zijn speerpunt heeft gemaakt.

    Niet veel later later deponeerde Yasunidos een vraag bij het Constitutioneel Hof om het genoemde referendum uit te schrijven: ‘Bent u het ermee eens dat de regering van Ecuador de ruwe olie van het ITT, bekend als blok 43, voor onbepaalde tijd in de grond houdt?’

    Tegen april 2014 waren vrijwillige inzamelaars erin geslaagd 757.623 handtekeningen binnen te halen, veel meer dan het vereiste aantal. Ze werden diezelfde maand ter verificatie overhandigd aan de Nationale Kiesraad. Maar via een proces dat jaren later frauduleus zou worden bevonden schrapte dat instituut meer dan vierhonderdduizend handtekeningen en weigerde het toestemming tot het referendum. Er werden de idiootste redenen aangevoerd om de ongeldigverklaring van de handtekeningen te onderbouwen: dat er alleen met een blauwe balpen mocht worden ingevuld, dat de formulieren niet allemaal even groot waren of evenveel wogen, dat de kopie van de achterkant van het identiteitsdocument van de inzamelaars ontbraken, dat iemand die Batman heette niet mocht tekenen, al zijn er in Ecuador mensen die zo heten en had inderdaad een zekere Batman zich pro Yasuní uitgesproken.

    Er was een kronkelig proces begonnen, waarin vanuit vijf regeringsinstanties een onbeschrijfelijke wirwar aan juridische beletselen naar voren kwam om maar te verhinderen dat het referendum werd uitgeschreven. Het proces zou tien jaar duren en drie regeringen overleven. ‘Het is duidelijk dat de staat, onafhankelijk van het zittende staatshoofd, waakt over de belangen van de grondstofwinning die het levensbloed van het kapitaal zijn,’ zegt zegt Pedro Bermeo, juridisch adviseur en spreekbuis van Yasunidos.

    Uiteindelijk, in september 2022, toen het Constitutioneel Hof erkende dat de rechten van Yasuní en de ondertekenaars waren geschonden, gaf de Landelijke Kiesraad dan toch toestemming voor het uitschrijven van het referendum. Wel moest nog de vraag worden goedgekeurd die tien jaar eerder was voorgelegd.

    De grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd

    Als de uitslag ‘ja’ wordt, zou dat de geleidelijke ontmanteling moeten betekenen van de olievelden die daar al in werking zijn. Niets had kunnen verhinderen dat dat gebeurde. In 2016, zodra de verklaring over het vermeende nationaal belang van kracht werd, begon het staatsoliebedrijf Petroamazonas met de exploitatie van de velden Tiputini en Tambobocha, en in 2022 ging het een stap verder met het bodemonderzoek van het Ishpingo-veld.

    Alicia Cahuiya en haar voorouders werden geboren in de gemeenschap Ñuneno, in het hart van wat nu het huidige Nationaal Park Yasuní is, in de zona intangible. Halverwege de jaren zeventig, toen ze zes maanden oud was, werden zij en haar familie uit hun grondgebied gehaald en overgeplaatst naar wat door de zendelingen als een protectoraat werd betiteld. Meer dan tien jaar lang woonden ze ver van hun geboortegrond.

    Alicia, nu zevenenveertig en moeder van vijf kinderen, begon ze zich af te vragen hoe die ondernemingen hun land konden binnenkomen zonder de daar wonende gemeenschappen te hebben geraadpleegd. Op haar vijftiende kwam ze al met vrouwen van haar eigen stam samen te komen om het verzet te organiseren en begon een politieke loopbaan die ze tot nu toe vastberaden heeft volgehouden.

    Op een gegeven moment besefte ze dat het complot tussen de staat en de zendelingen uiteindelijk zijn beslag kreeg dankzij de medewerking van corrupte leiders van hun eigen mensen die, in ruil voor privileges, de plundering toestonden. Om het recht op financiële autonomie te verkrijgen en politieke bewegingsvrijheid af te dwingen richtte ze de Amwae op, het Verbond van Waorani-vrouwen uit het Ecuadoraans Amazonegebied; later werd ze de op een na belangrijkste persoon van de Nawe, de organisatie die de hele Waorani-gemeenschap van Ecuador omvat.

    Economisch profijt

    Sinds Ecuador in 1972 veranderde in een olie exporterend land, heeft in de collectieve verbeelding het argument postgevat van economisch profijt als gevolg van de oliewinning. Dat groeide langzaamaan uit tot een panacee van jewelste: het zou een einde maken aan honger en armoede. Dit is doel niet gehaald, sterker nog, de grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd.

    Wat betreft de bodemonderzoeken in het Ishipingo-veld, het kwetsbaarste omdat het grenst aan de zona intangible, zei minister Santos begin mei in een lokale krant dat ‘het een teleurstelling was, omdat er een heel dikke teer naar boven kwam’.

    Vanwege alle complicaties die samenhangen met het oppompen van ruwe olie in blok ITT heeft [de nationale oliemaatschappij] Petroecuador erop gewezen dat van de 846 miljoen vaten die in 2007 werden geacht nog als oliereserve aanwezig te zijn, er vandaag de dag nog maar 136 miljoen resteren. Ter verdediging voerde het bedrijf aan dat de winst de komende 33 jaar zo’n 4800 miljoen dollar zou bedragen, dat wil zeggen 148 miljoen per jaar, een bedrag dat hooguit 0,47 procent van de nationale begroting in 2023 bedraagt.

    ‘De plek met de meeste biodiversiteit ter wereld wordt vernietigd vanwege een verwaarloosbaar getal,’ zegt Pedro Bermeo. Fernando Benalcázar, de voormalige onderminister van Mijnbouw, verdedigt de exploitatie van blok ITT en houdt vol dat juist het deel van het Nationaal Park Yasuní dat aangetast zou worden te verwaarlozen is. ‘Voorkomen dat beslag wordt gelegd op 85 hectare ten behoeve van 18 miljoen Ecuadoranen lijkt mij niet op z’n plaats,’ zei hij.

    Als een van de alternatieven voor het oliewinningsmodel stelt Bermeo het schrappen van de belastingvrijstellingen voor de rijksten van het land voor. Volgens gegevens van de Dienst Interne Inkomsten liep Ecuador om die reden in 2021 6338 miljoen dollar mis, wat per jaar alleen al zo’n 30 procent meer is dan wat het in 33 jaar zou ontvangen met de exploitatie van blok ITT.

    Als de inkomsten door de aardolieverkoop niet ten goede komen aan ontwikkeling, als ze bijna gelijk zijn aan wat wordt besteed aan het importeren van derivaten, als de reserves afnemen, wie wordt er dan rijker van die handel? ‘Dat zijn de grote ondernemingen die de branche diensten verlenen,’ antwoordt Ramiro Ávila, een raadsman van Yasuní en universitair hoogleraar.

    Als de uitslag ‘ja’ is, zouden olievelden in werking ontmanteld moeten worden

    Ecuador zou in een ander land veranderen sinds het een aardolie-economie werd. ‘De staat werd pas corrupt doordat er veel geld in het geding was,’ zegt Ávila. ‘Het exploitatiemodel is aan alle kanten corrupt: er wordt gesjoemeld om een aanbesteding te bemachtigen, en de winst te verdelen. Het is een ramp.’ Minister Santos zelf deed er een schepje bovenop in zijn inaugurale toespraak in oktober 2022. ‘De olie heeft vooruitgang gebracht, maar ook de kanker van de corruptie.’

    Ondanks de bewijzen waaruit de huidige zwakte van de economie blijkt en ondanks de veelsoortige schade van ecologische aard die de exploitatie veroorzaakt, zal Ecuador in de nabije toekomst niet kiezen voor een verantwoordelijker en rechtvaardiger beleid. Toch kan het tegenhouden van de exploitatie van blok ITT wel degelijk symbolische betekenis hebben. ‘Het land stort niet in als blok 43 niet langer wordt geëxploiteerd,’ zegt Ávila. ‘Maar als we daarvoor kiezen, kiezen we voor een manier van leven die niet is gebaseerd op de exploitatie van de mens of de agressieve uitputting van de natuur. Dat is wat er op het spel staat.’

    Lees ook:

  • Paaseiland: heilige beelden beschadigd door brand

    Paaseiland: heilige beelden beschadigd door brand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden waarschuwt voor nucleair ‘armageddon’

    » Haïti: VN vreest ‘explosie’ van choleragevallen

    Moai zijn onherstelbaar beschadigd

    Een onbekend aantal van de mysterieuze stenen beelden op Paaseiland is door een brand getroffen, aldus de Chileense staatssecretaris voor cultureel erfgoed. Een deel van de schade zou onherstelbaar zijn, meldt BBC.

    Paaseiland heeft bijna duizend van deze megalieten, bekend als moai. Ze hebben grote hoofden en zijn over het algemeen ongeveer 4 meter hoog. Ze werden meer dan vijfhonderd jaar geleden uitgehouwen door een Polynesische stam.

    ‘De moai zijn totaal verkoold’

    De brand, die maandag uitbrak, trof ‘bijna 60 hectare’, twitterde Carolina Pérez Dattari, ambtenaar cultureel erfgoed. Het vuur zou opzettelijk zijn aangestoken en woedt rond de vulkaan Rano Raraku op Paaseiland, een gebied dat op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat. De burgemeester van het eiland, Pedro Edmunds, vertelde lokale media: ‘De schade veroorzaakt door het vuur kan niet ongedaan worden gemaakt.’

    De leider van de Ma’u Henua-gemeenschap, die het nationale park beheert, omschreef de schade als ‘onherstelbaar en met gevolgen die verder gaan dan je met het oog kan zien’. ‘De moai zijn totaal verkoold’, zei Ariki Tepano via de officiële sociale mediapagina’s van organisatie.

  • India’s beroemde levende hangbruggen zijn voorgedragen als werelderfgoed

    India’s beroemde levende hangbruggen zijn voorgedragen als werelderfgoed

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zware ramadan voor moslims in Oekraïne

    » Russen verlaten Tsjernobyl – mogelijk vanwege blootstelling aan straling

    Lokale gemeenschap verheugd met erkenning

    De noordoostelijke bergstaat Meghalaya telt meer dan honderd levende bruggen, unieke bouwwerken die tot stand zijn gekomen door een combinatie van natuur en menselijke vindingrijkheid. De iconische hangbruggen, die gevormd worden uit de wortels van bomen, zijn onlangs genomineerd voor een plek op de felbegeerde werelderfgoedlijst van de Unesco, bericht The Guardian.

    Meghalaya is een erg afgelegen gebied en wordt ook wel ‘de natste plaats op aarde’ genoemd. De levende wortelbruggen zijn de enige manier waarop de dorpelingen een rivier kunnen oversteken om hun velden te bereiken, producten te verkopen, een dokter te bereiken of kinderen naar school te sturen. 

    ‘Ik ben erg blij dat de kennis van onze ouderen door de Unesco is erkend’

    Eerst wordt een bamboeconstructie over de rivier gespannen, waarna de wortels van de rubberboom (Ficus elastica) regelmatig gekneusd en gebogen worden om met de bamboe verstrengeld te raken tot een sterk netwerk. In het begin kunnen slechts ongeveer vijftien mensen per dag over de brug, later kunnen dat er wel vijftig of meer zijn. Het kan wel twintig jaar duren voordat een brug met levende wortels klaar is.

    Morningstar Khongthaw (drieëntwintig jaar) is oprichter van de Living Bridges Foundation, die nieuwe bruggen bouwt en oude bruggen helpt te behouden. Zijn dorp, Rangthylling, telt twintig levende wortelbruggen. ‘Ik ben erg blij dat de kennis van onze ouderen door de Unesco is erkend. We willen die kennis delen zodat ook toekomstige generaties ervan kunnen profiteren.’

    De deelstaatregering van Meghalaya dringt al jaren aan op het Unesco-label in de hoop dat het gemakkelijker wordt om de bruggen te behouden en tegelijkertijd het toerisme te stimuleren.

    Lees ook:

  • Italië wil espresso op werelderfgoedlijst

    Italië wil espresso op werelderfgoedlijst

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: als mensen naar vrolijke liedjes luisteren, presteert de markt beter

    » Regering-Biden: Rusland van plan om met nepvideo inval Oekraïne te rechtvaardigen

    ‘Espresso is onderdeel van de Italiaanse identiteit’

    De Italiaanse staatssecretaris van Landbouw, Gian Marco Centinaio, heeft bekendgemaakt dat zijn regering wil dat Italiaanse espresso een plek krijgt op de lijst van immaterieel erfgoed van Unesco, meldt persbureau ANSA. De reden daarvoor, aldus Centinaio, is dat ‘koffie in Italië veel meer is dan een simpele drank’.

    De staatssecretaris beschrijft het nuttigen van een espresso voor Italianen als ‘een authentiek ritueel, een integraal onderdeel van de nationale identiteit en een uitdrukking van ons maatschappelijke karakter, waarmee we ons over de hele wereld onderscheiden’. Desgevraagd liet Centinaio weten dat hij er zeker van is dat Unesco de aanvraag eind maart zal goedkeuren.

    Lees ook:

  • Overstromingen in Londen | Taliban dreigen Kandahar in te nemen

    Overstromingen in Londen | Taliban dreigen Kandahar in te nemen

    Stortregens veroorzaken overstromingen in Londen

    Zware regen- en onweersbuien veroorzaakten zondag ‘plotselinge’ en ‘ernstige’ overstromingen in delen van Londen, meldt BBC. ‘Er waren meldingen van gestrande voertuigen toen het water snel steeg, tientallen wegen raakten geblokkeerd en metrolijnen liepen onder’, aldus de zender.

    De autoriteiten raadden af om in gevaarlijke omstandigheden te reizen. Brandweerlieden zeiden dat ze zondag binnen enkele uren ongeveer driehonderd oproepen hadden ontvangen – voornamelijk van overstroomde kelders of wegen.

    Lees ook:

    Louvre en Uffizi klagen Pornhub aan

    Het Louvre in Parijs en de Uffizi in Florence klagen pornosite Pornhub aan voor ‘ongeoorloofd’ gebruik van meesterwerken uit hun museumcollecties, waaronder werken van Titiaan, Botticelli, Cézanne en Rembrandt, voor een nieuwe interactieve website en app, bericht Artnet. De app, die recent werd gelanceerd, bevat een introductievideo met Ilona ‘Cicciolina’ Staller, voormalig pornoster en ex-vrouw van kunstenaar Jeff Koons, die samen met hem figureerde in zijn reeks ‘Made in Heaven’.

    De app belooft gebruikers ‘langs alle preutse schilderijen’ te loodsen op weg naar ‘de goede dingen’. Ook werken uit het Musée d’Orsay, de National Gallery in Londen en het Prado worden in de app gebruikt.


    Liverpool geschrapt van Unesco-list

    Unesco heeft de Britse stad Liverpool zijn felbegeerde status van werelderfgoed ontnomen nadat jaren van stedelijke ontwikkeling hebben gezorgd voor een ‘onomkeerbaar verlies‘ van de historische Victoriaanse dokken, schrijft The Guardian. Liverpool kreeg de status van werelderfgoed in 2004 als erkenning voor zijn rol als belangrijke historische handelsstad in het Britse koloniale rijk en vanwege de architectonische schoonheid van de waterkant.

    Unesco concludeerde dat de ‘uitzonderlijke universele waarde’ van de waterkant is vernietigd

    De organisatie van de Verenigde Naties concludeerde woensdag tijdens een bijeenkomst in China dat de ‘uitzonderlijke universele waarde’ van de waterkant is vernietigd door nieuwe gebouwen, waaronder het nieuwe, ruim 578 miljoen euro kostende stadion van voetbalclub Everton. Het besluit maakt Liverpool tot een van de weinige plekken in vijftig jaar die de Unesco-status verliest. Eerder verloren onder meer het gebied voor de Arabische oryx in Oman en de Elbe-vallei in Duitsland hun status.

    Het stadsbestuur reageerde met ontzetting op het nieuws. Burgemeester Joanne Anderson zei ‘enorm teleurgesteld en bezorgd‘ te zijn en de gemeente overweegt dan ook om in beroep te gaan.


    Taliban dreigen Kandahar in te nemen

    De Verenigde Staten, die ‘een belegerd Afghaans leger helpen’, hebben hun luchtaanvallen in Zuid-Afghanistan opgevoerd, meldde Wall Street Journal op zondag 25 juli. Er zouden de afgelopen dagen ‘ongeveer een dozijn’ aanvallen hebben plaatsgevonden. De militaire steun komt ‘te midden van een groeiende ongerustheid over een taliban-offensief dat Kandahar bedreigt’.

    ‘De val van de op één na grootste stad van het land zou een zware klap zijn’

    De val van de op één na grootste stad van het land ‘zou een zware klap zijn voor de door de VS gesteunde regering in Kaboel, die tracht haar burgers gerust te stellen nu de taliban grote delen van het platteland hebben ingenomen, maar er tot dusver niet in zijn geslaagd een grote stad in te nemen’. De Amerikaanse troepen zouden Afghanistan eind augustus moeten verlaten, aldus de krant.

    Lees ook:

  • De kopie is het origineel

    De kopie is het origineel

    In China en Japan mogen tempels worden herbouwd en oeroude strijders opnieuw worden gegoten. Er is niets ‘heiligs’ aan het origineel.

    In 1956 was er in het Parijse Musée Cernuschi, gespecialiseerd in Aziatische kunst, een tentoonstelling van Chinese meesterwerken. Algauw bleek dat alle schilderijen vervalsingen waren. Wat in dit geval gevoelig lag, was dat de vervalser niemand anders was dan de beroemdste Chinese schilder van de twintigste eeuw, Chang Dai-chien, wiens eigen werk tegelijkertijd in Parijs werd tentoongesteld in het Musée d’Art Moderne. Hij werd als de Pablo Picasso van China beschouwd. En zijn ontmoeting met Picasso datzelfde jaar werd gevierd als een top van de meesters van de westerse en oosterse kunst. Toen eenmaal bekend werd dat de oude meesterwerken vervalsingen van zijn hand waren, beschouwde de westerse wereld hem als een ordinaire oplichter. Maar in de ogen van Chang zelf waren het helemaal geen vervalsingen. In elk geval waren de meeste van deze oude schilderijen geen kopieën, maar replica’s van verloren gegane schilderijen die alleen uit beschrijvingen bekend waren.

    In China waren verzamelaars vaak zelf schilder. Ook Chang was een hartstochtelijk verzamelaar, die meer dan vierduizend schilderijen bezat. Zijn collectie was geen dood archief maar een verzameling oude meesters waarbinnen levendig werd gecommuniceerd en getransformeerd. Hij was zelf een metamorfosekunstenaar. Hij mat zich moeiteloos de rol aan van oude meesters en creëerde een soort origineel. In Challenging the Past: The Paintings of Chang Dai-chien (1991) schreven Shen Fu en Jan Stuart: ‘Het genie van Chang garandeert waarschijnlijk dat zijn vervalsingen nog lang onontdekt zullen blijven. Door “oude” schilderijen te creëren aan de hand van beschrijvingen in catalogi van verloren gegane meesterwerken kon Chang vervalsingen schilderen die verzamelaars dolgraag wilden “ontdekken”. In sommige werken transformeerde hij beelden op een volstrekt onverwachte manier; hij kon een schilderij uit de Ming-dynastie op een werk uit de Song-dynastie laten lijken.’

    Zijn schilderijen zijn originelen voor zover ze het ‘echte spoor’ van de oude meesters vervolgen en hun oeuvre uitbreiden en veranderen in retrospectief. Alleen wie er nadrukkelijk van uitgaat dat het origineel onherhaalbaar, onschendbaar en uniek is doet ze af als vervalsingen. Deze speciale praktijk van de doorgaande creatie (Fortschöpfung) is alleen denkbaar in een cultuur die niet in het teken staat van revolutionaire breuken en onderbrekingen, maar van continuïteit en kalme transformatie, niet van zijn en wezen, maar van proces en verandering.

    Productiemethodes

    Toen in 2007 bekend werd dat uit China ingevlogen terracottabeeldjes van strijders geen tweeduizend jaar oude kunstvoorwerpen waren maar kopieën, besloot het Museum für Völkerkunde in Hamburg de betreffende tentoonstelling geheel te sluiten. De museumdirecteur, die kennelijk optrad als voorvechter van waarheid en waarachtigheid, zei destijds: ‘We zijn tot de conclusie gekomen dat er geen andere optie is dan de tentoonstelling volledig te sluiten om de goede naam van het museum te redden.’ Het museum bood zelfs aan de entreekaartjes van alle bezoekers van de tentoonstelling te vergoeden.

    Van begin af aan ging de productie van replica’s van terracottabeeldjes van strijders gelijk op met de opgravingen. Op de opgravingsplek zelf werd een replicawerkplaats ingericht. Maar daar werden geen ‘vervalsingen’ geproduceerd. Je kunt beter zeggen dat de Chinezen de productie als het ware probeerden te herstarten – een productie die van meet af aan al reproductie was in plaats van creatie. De originelen waren inderdaad via massaproductie tot stand gekomen met gebruikmaking van modules of componenten, een proces dat moeiteloos had kunnen worden voortgezet als de productiemethodes beschikbaar waren geweest.

    De Chinezen kennen twee verschillende kopieconcepten. Fangzhipin (仿製品) zijn imitaties die duidelijk afwijken van het origineel. Het zijn kleinere modellen of kopieën die bijvoorbeeld in een museumwinkel kunnen worden aangeschaft. Het tweede kopieconcept is fuzhipin (複製品). Dit zijn exacte reproducties van het origineel, die voor Chinezen dezelfde waarde hebben als het origineel. Ze hebben absoluut geen negatieve connotaties. De verschillende opvattingen over wat een kopie is hebben dikwijls tot misverstanden en onenigheid geleid tussen China en westerse musea. De Chinezen sturen vaak kopieën naar het buitenland in plaats van originelen, in de vaste overtuiging dat die in wezen niet verschillen van de originelen. De afwijzende houding van de westerse musea komt dan op de Chinezen over als een belediging.

    De schrijn van Ise.
    De schrijn van Ise.

    Ondanks de globalisering lijkt het Verre Oosten nog altijd de bron van heel wat verbazing en verwarring. Ook de ideeën over identiteit in het Verre Oosten zijn voor westerlingen verwarrend. De grote schrijn van Ise, het belangrijkste shintoheiligdom op het eiland Honshu, is in de ogen van de miljoenen Japanners die er elk jaar op bedevaart gaan dertienhonderd jaar oud. Maar in werkelijkheid wordt het tempelcomplex om de twintig jaar van de grond af aan herbouwd.

    Deze religieuze praktijk is westerse kunsthistorici zo vreemd dat UNESCO deze shintotempel na verhitte debatten afvoerde van de Werelderfgoedlijst. In de ogen van UNESCO-experts is de schrijn hooguit twintig jaar oud. Wat is in dit geval het origineel en wat de kopie?

    Dit is een volledige omdraaiing van de relatie tussen origineel en kopie. Of het verschil tussen origineel en kopie verdwijnt in zijn geheel. In de plaats van een verschil tussen origineel en kopie komt een verschil tussen oud en nieuw. We zouden zelfs kunnen zeggen dat de kopie origineler is dan het origineel, of dat de kopie verwanter is aan het origineel dan het origineel zelf, want hoe ouder het gebouw wordt, des te verder is het verwijderd van zijn originele staat. Een reproductie zou het als het ware tot zijn ‘originele staat’ herstellen, vooral omdat het niet aan een specifieke kunstenaar is gelieerd.

    In het Oosten heeft men een volledig andere bewaartechniek ontwikkeld die weleens effectiever zou kunnen zijn dan conservatie of restauratie

    Niet alleen het gebouw zelf maar ook alle tempelschatten van Ise worden volledig vervangen. Er zijn altijd twee identieke verzamelingen schatten in de tempel aanwezig. De vraag naar origineel en kopie komt in het geheel niet op. Dit zijn twee kopieën die tegelijkertijd twee originelen zijn. Vroeger werd de oude verzameling vernietigd als er een nieuwe werd vervaardigd. Brandbare onderdelen werden verbrand en metalen onderdelen begraven. Maar sinds de laatste herbouw worden de schatten niet langer vernietigd maar tentoongesteld in een museum. Ze danken hun redding aan hun toegenomen tentoonstellingswaarde. Hun vernietiging hoort echter bij hun cultuswaarde, die het duidelijk steeds meer aflegt tegen hun waarde als tentoonstellingsobjecten in musea.

    Als in het Westen monumenten worden gerestaureerd worden oude sporen juist nadrukkelijk belicht. Oorspronkelijke elementen worden behandeld als relikwieën. In het Verre Oosten is men niet bekend met deze oorspronkelijkheidscultus. Men heeft er een volledig andere bewaartechniek ontwikkeld die weleens effectiever zou kunnen zijn dan conservatie of restauratie. Deze vindt plaats via continue reproductie. De techniek maakt volledig korte metten met het verschil tussen origineel en replica. We zouden ook kunnen zeggen dat originelen zichzelf conserveren via kopieën. De natuur is hier het voorbeeld. Ook het organisme vernieuwt zichzelf via continue celvervanging. Na verloop van tijd is het organisme een replica van zichzelf. De oude cellen worden simpelweg vervangen door nieuw celmateriaal. In dit geval doet de vraag van een origineel zich niet voor. Het oude sterft af en wordt vervangen door het nieuwe. Identiteit en vernieuwing sluiten elkaar niet uit. In een cultuur waar continue reproductie een techniek is voor conservatie en behoud, zijn replica’s allesbehalve alleen maar kopieën.

    De Munsterkathedraal van Freiburg in het zuiden van Duitsland staat bijna het hele jaar door in de steigers. Het zandsteen waarvan hij is gemaakt is heel zacht, poreus materiaal dat niet bestand is tegen natuurlijke erosie door regen en wind. Na een tijdje begint het te verkruimelen. Het gevolg is dat de kathedraal voortdurend op beschadigingen wordt onderzocht en geërodeerde stenen worden vervangen. En in de werkplaats van de kathedraal worden voortdurend kopieën van de beschadigde zandstenen beelden vervaardigd. Natuurlijk wordt geprobeerd de stenen uit de middeleeuwen zo lang mogelijk te conserveren. Maar op een gegeven moment worden ook die vervangen door nieuwe stenen.

    In wezen is dit dezelfde procedure als bij de Japanse schrijn, behalve dat de productie van een replica in dit geval heel langzaam verloopt en over een lange tijdsperiode. Maar uiteindelijk is het resultaat precies hetzelfde. Na een bepaalde tijd is er gewoonweg sprake van een reproductie. Mensen hebben het idee dat ze naar het origineel kijken, maar als de laatste oude steen van de Munster van Freiburg door een nieuwe is vervangen, wat is er dan nog origineel aan de kathedraal?

    Het origineel is iets denkbeeldigs. Het is in principe mogelijk een exacte kopie, een fuzhipin van de Munster van Freiburg te maken in een van de vele themaparken in China. Is dat dan een kopie of een origineel? Wat maakt het alleen maar een kopie? Wat karakteriseert de Munster van Freiburg als een origineel? Materieel gesproken verschilt zijn fuzhipin misschien op geen enkele manier van het origineel, dat zelf op een dag misschien ook geen oorspronkelijke onderdelen meer zal bevatten. Alleen door zijn plek en zijn cultuswaarde zou de Munster van Freiburg verschillen van zijn fuzhipin in een Chinees themapark. Maar als je hem geheel van zijn cultuswaarde ontdoet ten gunste van zijn tentoonstellingswaarde, zou ook ieder verschil met zijn dubbelganger misschien verdwijnen.

    De Munster van Freiburg-kathedraal.
    De Munster van Freiburg-kathedraal.

    Ook op kunstgebied heeft het idee van een onbetwistbaar origineel zich in de loop van de geschiedenis in de westerse wereld ontwikkeld. In de zeventiende eeuw werden opgegraven kunstwerken uit de klassieke oudheid heel anders behandeld dan nu. Ze werden niet gerestaureerd op een manier die trouw was aan het origineel. In plaats daarvan werden er tal van ingrepen gepleegd waardoor het uiterlijk van de kunstwerken veranderde. Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) voegde bijvoorbeeld zomaar een gevest toe aan Ares Ludovisi, het oude beeld van de god Mars, dat zelf al een Romeinse kopie was van een Grieks origineel. Tijdens het leven van Bernini werd het Colosseum zelf als marmergroeve gebruikt. De muren werden simpelweg ontmanteld en voor nieuwe gebouwen gebruikt.

    De conservatie van historische monumenten in de moderne zin van het woord begon met de musealisering van het verleden, waarbij cultuswaarde steeds meer plaatsmaakte voor tentoonstellingswaarde. Interessant genoeg ging dit hand in hand met de opkomst van het toerisme. De zogeheten Grand Tour die begon in de renaissance en zijn hoogtepunt bereikte in de achttiende eeuw, was een voorloper van het moderne toerisme. In de ogen van toeristen nam de tentoonstellingswaarde van gebouwen en kunstwerken uit de klassieke oudheid, die hun als attracties werden voorgeschoteld, alleen maar toe. In dezelfde eeuw dat het toerisme begon werden de eerste maatregelen genomen om oude bouwwerken te conserveren. De industrialisering wakkerde de behoefte aan conservatie en musealisering van het verleden verder aan. Bovendien ontdekten kunstgeschiedenis en archeologie, twee ontluikende takken van wetenschap, de ‘epistemologische waarde’ van oude gebouwen en kunstwerken en wezen ze iedere interventie af waardoor die zouden kunnen veranderen.

    De cultuur in het Verre Oosten is niet gewend dingen in hun tijd te plaatsen, iets wat waarschijnlijk verklaart waarom Aziaten veel minder bezwaar hebben tegen klonen dan Europeanen. De Zuid-Koreaanse kloonexpert Hwang Woo-suk, die in 2004 wereldwijd de aandacht trok met zijn kloonexperimenten, is een boeddhist. Hij verwierf veel steun en volgelingen onder boeddhisten, terwijl christenen opriepen tot een verbod op het klonen van mensen. Hoewel de onjuistheid van zijn bevindingen inmiddels is aangetoond, legitimeerde Hwang zijn kloonexperimenten met zijn religieuze overtuiging: ‘Ik ben een boeddhist en ik heb geen filosofisch probleem met klonen. Zoals u weet, vormt recycling van het leven door middel van reïncarnatie de basis van het boeddhisme. Ik denk dat therapeutisch klonen in sommige opzichten een herstart van de levenscyclus betekent.’

    Door de dood heen

    Ook in het geval van de schrijn van Ise is de conserveringstechniek gelegen in het telkens opnieuw laten beginnen van de levenscyclus en het leven niet ‘tegen de dood in’ te laten voortbestaan maar ‘door de dood heen’ en ‘tot voorbij de dood’. De dood zelf is ingebouwd in het conserveringssysteem. Op deze manier maakt het ‘zijn’ plaats voor het cyclische proces dat dood en verval impliceert. In de oneindige levenscyclus is niets meer uniek, origineel, uitzonderlijk of definitief. Alleen herhalingen en reproducties bestaan. In het boeddhistische idee van de oneindige levenscyclus is sprake van decreatie in plaats van creatie: geen creatie maar herhaling; geen revolutie maar terugkeer; de Chinese productietechnologie wordt niet door archetypes bepaald maar door modules.

    Zoals we weten, worden zelfs de terracottalegers vervaardigd met behulp van modules of voorraadcomponenten. Productie aan de hand van modules strookt niet met het idee van het origineel, omdat het van meet af aan om voorraadcomponenten gaat. Bij modulaire productie staat niet de oorspronkelijkheid of uniciteit voorop, maar de reproduceerbaarheid. Het gaat er niet om een uniek, oorspronkelijk voorwerp te creëren, maar een massaproduct dat desondanks ruimte laat voor variatie en modulering.
    Modulaire productie moduleert hetzelfde en creëert daarbij verschillen. Er wordt gemoduleerd en gevarieerd, wat een grote mate van variatie mogelijk maakt. Maar de uniciteit wordt opgeofferd aan reproductieve efficiëntie. Het is bijvoorbeeld niet toevallig dat de drukkunst in China is uitgevonden. Ook de Chinese schilderkunst gebruikt modulaire technologie. De mosterdzaadtuin, het grote Chinese handboek voor de schilderkunst, bevat een oneindige reeks componenten waarmee een schilderij kan worden samengesteld of zelfs in elkaar gezet.

    Het is geen kwestie van het zo realistisch mogelijk weergeven van de natuur maar van zo natuurlijk mogelijk te werk gaan

    In het licht van deze modulaire productievorm dient zich opnieuw de creativiteitsvraag aan. Het combineren en variëren van elementen wordt belangrijker. In dit opzicht werkt de Chinese culturele technologie net als de natuur. In zijn boek Ten Thousand Things (2000) schrijft de Duitse kunsthistoricus Lothar Ledderose: ‘Chinese kunstenaars verliezen nooit uit het oog dat het in grote aantallen produceren van werken ook een vorm van creativiteit is. Ze vertrouwen erop dat er, net als in de natuur, altijd enkele van de tienduizend dingen zullen zijn waaruit verandering voorkomt.’

    De Chinese kunst heeft een functionele relatie met de natuur, geen mimetische. Het is geen kwestie van het zo realistisch mogelijk weergeven van de natuur maar van zo natuurlijk mogelijk te werk gaan. In de natuur brengen opeenvolgende variaties ook iets nieuws voort, duidelijk zonder dat daar een of andere vorm van ‘genie’ aan te pas komt. Zoals Ledderose schrijft: ‘Schilders als Zhen Xie streven ernaar de natuur in twee opzichten te evenaren. Ze produceren grote, bijna onbegrensde hoeveelheden werk en worden daartoe in staat gesteld door modulaire systemen van compositie, motieven en penseelstreken. Maar ze voorzien elk afzonderlijk werk ook van een eigen uniciteit en een onnavolgbare vorm, zoals ook de natuur oneindig veel vormen kan bedenken. Een leven in dienst van het ontwikkelen van zijn esthetische vaardigheden stelt de kunstenaar in staat de kracht van de natuur te benaderen.’

    Auteur: Byung-Chul Han
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Openingsbeeld: Repilica’s van terracottastrijders als deze zijn volgens Chinezen hetzelfde waard. © Ian Hitchcock / Getty Images

    Dit is een fragment uit Shanzhai: Deconstruction in Chinese van Byung-Chul Han, in 2017 in de Engelse vertaling van Philippa Hurd verschenen bij MIT Press. De in Seoel geboren Byung-Chul Han is hoogleraar filosofie en culturele studies aan de Universiteit voor de Kunsten in Berlijn.

  • Zuidoost-Azië zet een rem op het toerisme

    Zuidoost-Azië zet een rem op het toerisme

    Net als in Barcelona en Amsterdam kunnen ze op sommige plekken in Azië de toestroom van bezoekers niet meer aan. ‘De tijd dat belangrijke toeristische bestemmingen in dit gebied vrijelijk bezocht konden worden, is voorbij.’

    Toen Willem Niemeijer, directeur en oprichter van het in Bangkok gevestigde reisbureau YAANA Ventures, voor het eerst naar Angkor Wat in Siem Reap ging, had hij de plek, die op de UNESCO-lijst staat, voor zichzelf. Cambodja stond in 1992 onder interimgezag van de VN en het land bereidde zich voor op verkiezingen na tientallen jaren van burgeroorlog. Reizigers waren er dun gezaaid. Dat jaar trokken de ruïnes minder dan negentigduizend bezoekers. In 2017 kwamen er net iets meer dan twee miljoen, waardoor Angkor Wat met gemak de grootste toeristenattractie van Cambodja genoemd mag worden. ‘Toen waren het alleen ik en de VN,’ zei Niemeijer. ‘Nu kan een bezoek een onaangename ervaring zijn.’

    Zo onaangenaam dat APSARA, de instantie die toezicht houdt op Angkor Wat, heeft besloten om het aantal bezoekers te beperken dat op de tempel Phnom Bakheng de beroemde zonsondergang achter de ruïnes mag meemaken.

    In Thailand heeft het bestuur van de nationale parken en wildparken opdracht gegeven om Maya Bay op Phi Phi Island – beroemd geworden door de film The Beach uit 2000 met Leonardo DiCaprio – vanaf juni voor vier maanden te sluiten voor alle bezoekers.

    Het eerder deze maand genomen besluit van president Rodrigo Duterte van de Filipijnen om het vakantie-eiland Boracay voor een half jaar te sluiten vanwege de verslechtering van het milieu onderstreept een trend, al vinden velen de beslissing te drastisch. De tijd waarin belangrijke toeristische bestemmingen in dit gebied vrijelijk bezocht kunnen worden is voorbij, zeggen reisorganisatoren. Quota en sluitingen zullen toenemen omdat regionale besturen moeite hebben de aanwas van toeristen onder controle te houden.


    ‘De belangrijkste bestemmingen worden platgelopen,’ zei Niemeijer, die in de tijd dat hij Angkor Wat voor het eerst bezocht een bedrijf opzette om gefortuneerde reizigers weg te leiden van de drukke hotspots. ‘We zullen te maken krijgen met per dag en uur vastgestelde bezoekersaantallen en beperkte toegang tot de populaire plekken. Hopelijk leidt dat tot meer belangstelling voor de minder gewilde bestemmingen.’

    De Filipijnse autoriteiten op Borocay klagen dat sommige hotels illegaal gebruikmaken van lokale riolen en andere voorzieningen. Buitenlandse bezoekers zullen vanaf het einde van deze maand geweerd worden van het kleine eiland. Andere vakantieoorden die verdacht worden van soortgelijke overtredingen zullen onder de microscoop worden gelegd.

    Maar mensen die hun brood verdienen in de sector, werpen tegen dat de moeilijkheden veroorzaakt worden door slechte planning en niet door het massatoerisme, dat de regionale economie 120 miljard dollar heeft opgeleverd.

    De ellende is dat het vuilnis zich opstapelt op de stranden, terwijl hotels en villa’s waterhoudende grondlagen uitputten

    Thailand verwacht dit jaar, volgens voorspellingen van de regering, 38 miljoen bezoekers. Maar Frankrijk – een land met eenzelfde oppervlak en bevolking – had in 2016, volgens gegevens van de Wereldbank, bijna 83 miljoen bezoekers zonder dat dit een even grote druk op het milieu tot gevolg had.

    Het verschil ligt in de infrastructuur en overheidsbeleid, zoals belastingvoordelen voor bedrijven om minder bekende bestemmingen te ontwikkelen en steun om de druk op populaire plaatsen te verminderen, zei Matt Gebbie, de directeur Asia Pacific voor het toerisme-adviesbureau Horwath HTL Indonesia. ‘Het gaat om planning, planning, planning,’ aldus Gebbie. ‘Je ontwikkelt pas een duurzame toeristenindustrie als de privésector en de publieke sector met elkaar praten.’

    Maar bestemmingen in Zuidoost-Azië hebben te maken met unieke omstandigheden. Een explosie van goedkope vliegreizen en de toename van Chinese welgestelden die op vakantie willen, leggen weer nieuwe druk op lokale ecosystemen. In Bali kwamen vorig jaar 5,6 miljoen toeristen op bezoek; dit jaar wordt het aantal geschat op zeven miljoen, een stijging die vooral wordt veroorzaakt door de komst van Chinezen (vorig jaar goed voor 1,3 miljoen bezoekers).

    De ellende is dat het vuilnis zich opstapelt op de stranden, terwijl hotels en villa’s waterhoudende grondlagen uitputten, zei Utung Pratama, een activist van Walhi, het Indonesische Forum voor het Milieu. ‘Het gaat hard achteruit op Bali,’ zei hij. ‘De schuldigen zijn de projectontwikkelaars die geen oog hebben voor de invloed van het toerisme op het milieu.’

    Er zijn echter tekenen dat lokale toezichthouders de controle aanscherpen. Vorig jaar werd een generaal pardon afgekondigd voor illegale hotels in Phuket, Thailand. Zij mochten een vergunning aanvragen zonder dat ze een boete hoefden te betalen. Daardoor is het officiële aantal onderkomens dat belasting betaalt verdubbeld tot zeventienhonderd.

    Vorig jaar steeg het aantal bezoekers aan Phuket met elf procent tot meer dan 8,4 miljoen, doordat het aantal Chinezen met een vijfde toenam. Zo’n veertig Chinese steden hebben directe vluchten naar Phuket, terwijl dat vijf jaar geleden nog maar een handjevol was.

    Flaneren over het strand van Borocay, het kleine eiland in de Filipijnse provincie Aklan.
    Flaneren over het strand van Borocay, het kleine eiland in de Filipijnse provincie Aklan.

    Die aantallen zullen alleen maar toenemen, zei Jens Thraenhart, directeur van het Mekong Tourism Coordinating Office. Toekomstige reizigers in China staan te trappelen om erop uit te gaan nadat ze dat jarenlang was verboden. Vorig jaar reisden Chinezen 127 miljoen keer naar overzeese bestemmingen, volgens gegevens van de China National Tourism Association. ‘Er is een enorme vraag en een grote hoeveelheid reizigers,’ zei Thraenhart.

    Milieu- en erfgoedgroepen en toezichthouders maken zich misschien zorgen, maar op vele bestemmingen is dit juist goed nieuws. Na jaren van oorlog en gebrek zijn de inwoners van Laos en Cambodja blij dat de toeristendollars rollen, zei Christian Do Boer, algemeen manager van het Jaya House, een ecohotel in Siem Reap dat zich erop beroemd geen plastic te gebruiken. ‘Bijna elke toerist is een goede toerist,’ zei Do Boer. ‘We hebben het geld nodig.’

    Auteur: Jeffrey Hutton
    Vertaler: Tineke Hunhoff

    Openingsbeeld: Toeristen op de tempels van Angkor Wat in Cambodja, het grootste religieuze monument ter wereld.

    The Straits Times
    Singapore | dagblad | oplage 365.800

    De meest gelezen Engelstalige krant in Zuidoost-Azië. In die regio geniet het dagblad een invloedrijke status. Schurkt tegen de Singaporese overheid aan maar staat garant voor goede analyses.

  • Verenigde couscousnaties

    Verenigde couscousnaties

    De Maghreblanden Algerije, Marokko en Tunesië kibbelen doorgaans over alles. Maar in een zeldzame opwelling van eensgezindheid willen ze nu couscous laten bijschrijven op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

    De verstandhouding tussen de landen van de Maghreb laat van oudsher te wensen over, met name het eeuwige, door de pers doorgaans breed uitgemeten gekibbel tussen Algerije en Marokko. Zou de erkenning van couscous als gezamenlijk erfgoed de broodnodige verbroedering teweeg kunnen brengen?

    Slimane Hachi, directeur van het Algerijnse Centre National de Recherches Préhistoriques, Anthropologiques et Historiques (CNRPAH), kondigde onlangs aan dat er een aanvraag is ingediend om het traditionele Noord-Afrikaanse gerecht te erkennen als werelderfgoed. Bijzonder is dat het een gemeenschappelijk initiatief betreft van de drie Maghreb-landen. Experts uit deze landen zullen dit voorjaar bijeenkomen.

    Dat klinkt onschuldig, maar in werkelijkheid ligt de zaak gevoelig. De drie landen eisen ieder voor zich de oorsprong op van het gerecht, dat bestaat uit harde tarwe met groenten, specerijen, vlees of vis, bereid met olijfolie (of boter). De verhoudingen tussen de Algerijnen en Marokkanen zijn al heel lang ernstig vertroebeld door het conflict rond de Westelijke Sahara, en dat werkt door op politiek, diplomatiek, militair en cultureel niveau.

    Couscous markeert is de grens die graan- en rijsteters scheidt

    Tunesië heeft zich altijd ‘positief neutraal’ opgesteld als het om de Westelijke Sahara gaat, en dat lijkt het nu ook te doen ten aanzien van couscous. Het laat liefhebbers van beide landen rustig op internet bakkeleien over wat er beter is aan hun eigen versie van de beroemde Noord-Afrikaanse specialiteit. Eén aspect is gelukkig onomstreden: couscous geeft de onzichtbare culinaire grens aan tussen de Maghreb, het westelijke deel van de Arabische wereld, en de Mashreq, de Arabische landen ten oosten van de Middellandse Zee minus de Golfstaten. Het is de grens die graan- en rijsteters scheidt.

    Slimane Hachi speelt op veilig door deze cultuur van het graan te benadrukken, die immers voor heel Noord-Afrika geldt. Voor Ouiza Gallèze, onderzoekster bij het CNRPAH, betekent een en ander ‘een erkenning van de sterke banden tussen mensen, en een wijze om deze te bevestigen, in die zin dat zij dezelfde tradities koesteren door middel van dezelfde culinaire uitingen. Zoals elke cultuuruiting, is couscous een middel om mensen nader tot elkaar te brengen.’


    Ouiza Gallèze zit niet verlegen om hyperbolen wanneer zij de lof zingt van de korrel van harde tarwe. In haar ogen is couscous ‘wijder verbreid dan aardolie, reikt het over landsgrenzen en geniet het internationale erkenning, aangezien het op alle vijf de continenten aanwezig is’. De eisen van de UNESCO, zo zet zij verder uiteen, ‘houden in dat gemeenschappen het gevoel moeten hebben dat het cultuurelement hun toebehoort’ – en couscous is ‘een onderdeel van de culturele identiteit, symboliseert een offer en grote gebeurtenissen – vreugdevolle of tragische – in het familie- en gemeenschapsleven markeert’.

    Of de betrokken staten hieruit ook economisch voordeel kunnen putten? Dat is volgens haar een kwestie van ‘politieke wil’. Daarnaast merkt zij op dat couscous in Algerije als toeristisch product aangeprezen kan worden.

    Heilig karakter

    Het andere dossier dat Algiers aan de experts van UNESCO wil voorleggen, betreft de raï, een erfgoed waarvoor ook de Marokkaanse buur zich sterk maakt omdat deze muziekstroming afkomstig zou zijn uit de Marokkaanse stad Oujda, net over de grens met Algerije. De onenigheid hierover komt nogal nutteloos over, aangezien het etiket ‘immaterieel erfgoed’ tegenwoordig van iedere betekenis is ontdaan. Oorspronkelijk was het in het leven geroepen om erfgoed dat dreigde te verdwijnen onder de aandacht te brengen, maar deze doelstelling is al snel weggevaagd door het enorme aantal aanvragen. China alleen al zou 200.000 projecten op het oog hebben – een veertigtal aanvragen is reeds ingediend.

    In bijzondere gevallen, zoals Palestina, hebben deze aanvragen enige waarde als cultureel verzet tegen een vreemde entiteit die zich specifieke eigendommen toe-eigent. In andere gevallen lijkt er sprake te zijn van politieke exploitatie. Neem de aanvraag (in november 2010, na een debat over het risico dat het keurmerk van de UNESCO voor commerciële doeleinden wordt misbruikt) voor ‘de kunst van de gastronomische Franse maaltijd’. Daarmee werd het startsein gegeven voor een groot aantal culinaire kandidaturen wereldwijd.

    Wat ons betreft heeft de roem van couscous geen label van de VN nodig. Wat er ook gebeurt, het heilige karakter ervan blijft onaangetast.

    Auteur: Amel Blidi
    Vertaler: Carl Stellweg

    Openingsbeeld: Het gezamenlijk eten van couscous markeert belangrijke gebeurtenissen. – © Getty Images

    El Watan
    Algerije | dagblad | oplage 160.000

    In 1990 is ‘Het Land’ opgericht door journalisten die van de officiële staatskrant afkomstig waren. Directeur Omar Belhouchet heeft in het buitenland verscheidene prijzen voor journalistiek en persvrijheid ontvangen. De weekendeditie verschijnt iedere vrijdag.