Tag: universum

  • Kwantumchip dwingt ons op nieuwe manieren na te denken

    Kwantumchip dwingt ons op nieuwe manieren na te denken

    Hebben wetenschappers de sciencefiction ingehaald? De nieuwe kwantumchip van Google is zo snel dat de uitvinders er maar één verklaring voor hebben: hij rekent in meerdere universums tegelijk.

    Vlak voor de jaarwisseling publiceerde Google een opzienbarende aankondiging met immense betekenis. Het ging over een computerchip met de filmische naam Willow, die kwantumcomputing gebruikt om in vijf minuten een rekentaak op te lossen waar een hedendaagse supercomputer tien quadriljoen jaar over zou hebben gedaan.

    Dit werd bekendgemaakt door Hartmut Neven, de Duitse computerwetenschapper die namens Google het Quantum Artificial Intelligence Lab in Californië leidt. Daar worden computers ontwikkeld die ons leven in de nabije toekomst fundamenteel zouden kunnen veranderen. De nieuwe snelheid is niet alleen een record, het is de tweede van de zes mijlpalen die moeten leiden tot het dagelijks gebruik van kwantumcomputers. Het record is ook een bewijs voor het bestaan van parallelle universums, schrijft Hartmut Neven in de blog van het bedrijf.

    Sciencefiction in het heden

    Op welk moment heeft het heden de toekomst ingehaald? Vroeger duurde het zo’n tien tot twintig jaar voordat de gebeurtenissen in sciencefictionfilms werkelijkheid werden. In 2002 kwam bijvoorbeeld Steven Spielbergs Minority Report uit, waarin Tom Cruise voor een eenheid werkt die misdaden kan voorspellen, zodat ze die kunnen voorkomen.Toen eerst de Amerikaanse politie en vervolgens in 2016 de autoriteiten in München en Neurenberg deze methode met behulp van kunstmatige intelligentie introduceerden als de nieuwe standaard, was de metafoor onmiddellijk voorhanden. 

    The Matrix werd in 1999 uitgebracht en anticipeerde op het verlies van de realiteit door de invloed van digitale en vooral sociale media. Rond 2015 begon het publiek zich te realiseren dat deze inderdaad een probleem vormden.

    En dan is er nog het baanbrekende sciencefictionwerk 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick. In de sleutelscène weigert boordcomputer Hal de buitendeur te openen, waardoor astronaut David Bowman niet kan terugkeren na een ruimtereis. Hal heeft ontdekt dat Bowman de machine wil uitschakelen. Maar omdat het uitvoeren van demissie belangrijker voor haar is dan een mensenleven, doodt ze bijna de volledige bemanning. Alleen Bowman overleeft. De film draaide in 1968 in de bioscoop.

    De wereld hoefde niet zo lang te wachten tot het visioen werkelijkheid werd. Een jaar later landde Apollo 11 op de maan en bewees welke rol computerwetenschap kon spelen in de ruimtevaart. De draag- en landmodules werden immers vooral door codes aangestuurd, terwijl de astronauten enkel de manoeuvres initieerden of beëindigden. Geen mens zou in staat zijn geweest om de ruimteschepen te besturen met alleen de stuwkracht van de motoren en de zwaartekracht van de planeet en de maan. Kubrick en de auteur van de oorspronkelijke roman, Arthur C. Clarke, hadden die gedachtesprong naar de superieure besturing van de programma’s al gemaakt, waardoor hun acties zonder enig bewustzijn of enige wilskracht of moraliteit werden uitgevoerd.

    Grensverleggend

    Net als de maanlanding heeft het wiskundeprobleem dat Willow nu in vijf minuten heeft opgelost, geen praktische waarde. Het ging er in de eerste plaats om dat iets mogelijk was zoals zo vaak het geval is in technologie en wetenschap. De conclusie dat dit record alleen kon worden behaald doordat Willow ook rekenkracht uit een parallel universum aanboorde, wordt door Hartmut Neven slechts tussen neus en lippen gemeld in de blog van het bedrijf.

    Tot een paar jaar geleden gold nog de Wet van Moore, die stelt dat computerchips elke achttien maanden hun snelheid verdubbelen en hun prijs halveren. Sinds componenten de grootte van individuele atomen hebben bereikt, kan dit niet langer worden volgehouden. Sinds 2019 geldt daarom de Wet van Neven, die stelt dat de prestaties van kwantumcomputers zich twee keer zo exponentieel ontwikkelen. En dat gaat het menselijke voorstellingsvermogen te boven.

    Een quadriljoen is een getal met 24 nullen en is daarom moeilijk te bevatten. Er worden altijd pogingen gedaan om grote getallen te verpakken in vergelijkingen die mensen kunnen begrijpen. Maar dat is bij miljarden al moeilijk. De meest recente poging: als je in 1751 was begonnen met het verdienen van tienduizend dollar per dag, zou je ergens dit jaar je eerste miljard hebben verdiend. Maar om 400 miljard dollar, het bedrag dat Elon Musk onlangs aantikte, te verdienen met hetzelfde dagelijkse bedrag, zouden we bijna 110.000 jaar geleden hebben moeten beginnen met sparen, aan het begin van de laatste IJstijd. 

    Maar tien quadriljoen is een heel ander getal. Google volstond met de formulering dat dit ‘een getal is dat de leeftijd van het universum ver overschrijdt’. Wat niet echt helpt, want het universum zou 13,8 miljard jaar oud zijn, en dat zou een waarde zijn met negen nullen achter de komma als je deze zou uitdrukken in procenten. Waarom zouden mensen buiten de wetenschappelijke bubbels van Californië daarin geïnteresseerd zijn?

    Is dit de eerste keer dat we rondneuzen in een wereld die niet langer de onze is?

    Ten eerste omdat dit het begin is van een tijd waarin we lijken te leven in een sciencefictionwereld. In dit geval is het kwantumrecord bovendien een goede metafoor voor de rest van het heden. Kwantumfysica volgt niet de regels waaraan we op deze planeet gewend zijn en dwingt ons om op nieuwe manieren na te denken. Er zijn deeltjes die zich dwars door het universum en zwarte gaten heen met elkaar verstrengelen om rekenkrachten te ontketenen die ver afstaan van de wonderbaarlijk logische rekenstappen van de algebra. De kunstmatige intelligentie van vandaag, die ons zo vaak overweldigt, functioneert nog steeds volgens die algebraïsche logica. Uiteindelijk automatiseert en versterkt ze het menselijk denken. Dus alles beweegt nog steeds in onze kosmos.

    Maar hoe zit het met de parallelle universums? Is dit de eerste keer dat we rondneuzen in een wereld die niet langer de onze is?

    Krachten uit een parallel universum

    Het idee van Hartmut Neven is gebaseerd op de theorieën van natuurkundige David Deutsch, die de grondlegger was van de wetenschap van het multiversum. Volgens Deutsch zijn zulke parallelle werelden lang niet alleen theoretische grootheden voor natuurkundige berekeningen, maar bestaan ze echt. Als bijvangst ontwikkelde Deutsch een theorie over verklaringsmethoden. ‘Goede verklaringen’, schreef hij, ‘zijn moeilijk te variëren omdat al hun componenten nauw met elkaar verbonden zijn. Als je één onderdeel verandert, verandert de voorspelling en ook het verklarend vermogen van een theorie. Goede verklaringen gaan verder dan alleen voorspellingen, omdat het belangrijkste doel van wetenschappelijke theorieën is om de werkelijkheid te verklaren, niet alleen om voorspellingen te doen. Omdat ze vaak betrekking hebben op niet-waarneembare processen zoals kwantumcomputers, kunnen ze mensen helpen om de diepere structuur van de werkelijkheid te begrijpen.’

    Zoals bij veel wetenschappelijke en technologische onderwerpen gaat het er dus niet zozeer om je er als leek in te verdiepen. Als je echter de basis ervan begrijpt, kun je ook beter omgaan met de nieuwe realiteiten die ze met zich meebrengen.

    Kwantumcomputers, bijvoorbeeld, kunnen worden begrepen als een overschrijding van de grenzen van het lineaire denken. In een tijdperk dat gekenmerkt wordt door steeds complexere onderlinge relaties zijn ze echter geen slecht hulpmiddel om verwarrende verschijnselen te begrijpen. Donald Trump en Elon Musk zijn de perfecte voorbeelden van onze tijd, juist omdat ze niet functioneren volgens de lineaire denkpatronen en levenswijzen uit het tijdperk van de Verlichting. Logica, rede en moraliteit zijn slechts in beperkte mate de bepalende factoren van ons heden.

    Het is nog niet zo lang geleden dat deze benadering, en de bijbehorende cognitieve overbelasting, in een verhaal werden verwerkt. Bijna drie jaar geleden won Everything Everywhere All At Once zeven Oscars voor zijn krachttoer door parallelle universums met hun bizarre causale ketens. Deze film is een heel goede beschrijving van het heden. En ook een heel goede uitleg van de kwantumwereld.

  • Wat als elke beslissing een nieuw universum creëert?

    Wat als elke beslissing een nieuw universum creëert?

    Volgens een nieuwe interpretatie van de quantumtheorie splitst de realiteit elk moment dat we een beslissing nemen in meerdere parallelle universa. Het ‘multiversum’ van mogelijkheden is nog veel groter dan gedacht.

    Het multiversum is groter dan we ooit voor mogelijk hielden. Dat volgt uit een nieuwe interpretatie van de quantummechanica van een internationaal team natuurkundigen. Hun theorie beschrijft meerdere domeinen van parallelle universa die ontstaan op elk moment dat we een beslissing nemen. De kern van de quantummechanica is de golffunctie: een wiskundig instrument dat het gedrag beschrijft van fotonen, elektronen en de andere bewoners van de deeltjeswereld waar de wetten van de quantumtheorie gelden. Maar wat ís die golffunctie precies? En hoe vertaal je deze wiskundige constructie naar de fysieke, tastbare wereld? Na bijna een eeuw discussiëren zijn natuurkundigen het daar nog steeds niet over eens.

    In de meest conventionele opvatting, de zogeheten Kopenhaagse interpretatie, beschrijft de golffunctie alle mogelijke toestanden die een object kan hebben voordat het wordt ‘waargenomen’. De waarneming is een handeling die het object in een ondubbelzinnige toestand brengt door de golffunctie te laten ‘instorten’. In het gedachte-experiment van de kat van Schrödinger wordt bijvoorbeeld een kat in een doos geplaatst. Die doos stroomt vol met gifgas zodra een atoom vervalt. Doordat het atoom de quantumregels volgt, geldt dat ook voor de golffunctie van de kat. Wanneer de doos gesloten is, bevindt het beest zich tegelijkertijd in een levende en een dode toestand. Wanneer een waarnemer de doos opent, stort de golffunctie in. Dan is de kat dood of levend, waarbij de andere mogelijkheid verdwijnt. Vanaf dat moment is zijn gedrag volledig niet-quantum ofwel ‘klassiek’. Eenmaal geobserveerd als dood komt de kat niet meer tot leven.

    Wanneer je de doos opent en een levende kat ziet, heeft een replica van jou de kat dood aangetroffen

    Een andere kijk op quantummechanica is nog vreemder. In de jaren vijftig bedacht natuurkundige Hugh Everett de veelwereldeninterpretatie. Volgens die interpretatie stort de golffunctie niet ineen tot één toestand. In plaats daarvan komen alle verschillende mogelijkheden voor in parallelle werelden. Wanneer je de doos opent en een levende kat ziet, heeft een replica van jou in een andere wereld de kat dood aangetroffen. Aan welke visie je ook de voorkeur geeft, de hamvraag blijft: hoe ontstaat het klassieke gedrag dat wij in het universum zien uit de quantumwetten? ‘Alle sterren, planeten, het leven… Alles is begonnen als quantum-fluctuaties in het vroege heelal. Toen het heelal groeide, werden die dingen uiteindelijk klassiek’, zegt kosmoloog Arsalan Adil van de Universiteit van Californië in de VS. ‘De quantumtheorie is goed getest, dus we zijn het erover eens dat het tot op zekere hoogte een kloppende theorie is. Maar hoe komt daar een klassieke wereld uit voort?’

    Grote, warme objecten

    Een probleem met zowel de Kopenhaagse als de veelwereldeninterpretatie is wat precies telt als een ‘waarnemer’. Wie maakt de doos open en zorgt ervoor dat het lot van de kat bepaald wordt? Of: wie ‘meet’ een deeltje, zodat het tot een bepaalde toestand vervalt? Dit is vooral een probleem in het vroege universum, toen er niemand was om waarnemingen te doen. Om dit te omzeilen, zetten Adil en zijn collega’s de menselijke waarnemer aan de kant door te kijken naar verzamelingen deeltjes. Daarbij stelden ze dat het gedrag van elk deeltje wordt bepaald door de manier waarop de energie over alle deeltjes in het systeem is verdeeld. ‘Wij zijn grote, warme objecten die gewend zijn om interacties aan te gaan met andere grote, warme objecten. We bedenken dus een wetenschappelijk verhaal op basis van deze dingen. Maar je kunt het menselijk perspectief achterwege laten en erkennen dat het universum in zijn meest basale vorm gewoon een energiestructuur is,’ zegt teamlid Zoe Holmes van het Zwitserse Federale Technologie-instituut in Lausanne. Het team ontwikkelde een algoritme dat systemen van deeltjes in subgroepen opdeelt. De interacties tussen de groepen kunnen er dan toe leiden dat een van hen klassiek wordt. In wezen is dat een algemenere versie van het openen van de doos van Schrödingers kat. ‘Je kunt een deel van de aarde en het sterrenstelsel Andromeda in één subsysteem hebben,’ zegt Arsalan.

    Als je vervolgens besluit om ofwel brood, ofwel cornflakes te eten, stort een tweede golffunctie in

    Dit nieuwe perspectief leidt tot talloze nieuwe werelden, boven op de simpele dood-of-levend-werelden. De onderzoekers noemen het de ‘veel-meer-werelden-interpretatie’. Om te begrijpen waarom, kun je je een quantumversie voorstellen van de beslissing of je koffie of thee bij het ontbijt neemt. In de Kopenhaagse interpretatie neem je een beslissing en stort de golffunctie in. Als je vervolgens besluit om ofwel brood, ofwel cornflakes te eten, stort een tweede golffunctie in. Dit alles vindt plaats binnen het enige universum dat bestaat. Maar in de veel-werelden-interpretatie bestaan de ‘jij’ die trek heeft in koffie en de ‘jij’ die liever thee drinkt in parallelle werelden. En elk van die werelden zal zich opnieuw in tweeën splitsen, afhankelijk van wat je vervolgens kiest. In de veelmeerwereldeninterpretatie leidt je ontbijt tot één domein dat bestaat uit talloze werelden. Maar er ontstaan ook domeinen uit minder overduidelijke interacties, zoals de interactie tussen je koffiekopje en een ver hemellichaam. Door de rol van de waarnemer ruimer te nemen, ontstaan er veel meer perspectieven, die elk aanleiding geven tot een domein van nieuwe werelden. Het gevolg is dat het toch al enorme multiversum nog veel groter wordt.

    Niets wordt uitgesloten

    Natuurkundige Paolo Zanardi van de University of Southern California Dornsife, niet betrokken bij het onderzoek, merkt op dat deze interpretatie geen enkele parallellewereldsplitsing uitsluit, alleen maar omdat die vreemd of tegenintuïtief zou zijn. Dat vindt hij fascinerend en bevredigend. Het team erkent dat nog onduidelijk is wat een groter multiversum nu echt betekent voor ons begrip van de werkelijkheid. Toch kunnen de onderzoekers zich niet aan het gevoel onttrekken dat ze iets zinvols op het spoor zijn. ‘Ik zou zeggen dat ik denk dat we weten dat dit klopt, maar we weten niet of het belangrijk is,’ zegt Holmes.

  • Van wie is het universum eigenlijk?

    Van wie is het universum eigenlijk?

    Steeds meer landen tuigen peperdure ruimtevaartprogramma’s op. Puur wetenschappelijk is zijn de motieven al lang niet meer: het lijkt meer te gaan om een combinatie van prestige en landjepik. En dat roept de vraag op wie er überhaupt aanspraak mag maken op planeten en sterren.

    De menselijke grootheidswaanzin kent geen grenzen. Een recent voorbeeld – dat in deze verzengende, neurotische zomer grotendeels onopgemerkt bleef – was een wonderlijke aanvaring tussen NASA-directeur Bill Nelson en de Chinese autoriteiten. ‘Het moet ons grote zorgen baren dat China op de maan landt en zegt: “Dit is nu van ons, dus blijf uit de buurt”’, zo zei Nelson in een interview met Bild. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken sloeg meteen terug: ‘Het is niet voor het eerst dat de chef van NASA liegt dat het gedrukt staat en China belastert.’

    Nelsons aantijging was vreemd, aangezien het in december vijftig jaar geleden is dat iemand voor het laatst voet op onze natuurlijke satelliet zette. Sindsdien wordt het verkennen van de maan overgelaten aan nijvere rupsvoertuigjes die over rotsformaties karren. China heeft maar een zo’n robot ingezet: die reisde in 2019 naar de ‘donkere kant’ van de maan. Dus het idee dat het land de alleenheerschappij zou kunnen verwerven over een gebied dat zo groot is als Azië, dat bij temperaturen tussen 120 graden Celsius overdag tot min 130 graden ’s nachts in het luchtledige zweeft, dat blootstaat aan kosmische straling en zich meer dan 384.000 kilometer van de dichtstbijzijnde bevoorradingsbasis bevindt, is wellicht een tikje vergezocht.

    Star Wars-programma

    De beschuldiging was des te vreemder omdat de VS, en niet China, van plan waren om op 29 augustus een immense raket de ruimte in te schieten, een paar banen om de maan te laten beschrijven en weer naar de aarde te laten terugkeren, en dat alles voor de lieve som van 29 miljard dollar. Het zou de eerste fase zijn van de Artemis-missie – zo genoemd naar de Griekse godin van de maan en zuster van zonnegod Apollo – die rond 2025 moet leiden tot de vestiging van een maanbasis (kosten 93 miljard dollar) annex, op termijn, lanceerplatform voor een bemande expeditie naar Mars.

    Vanwaar nog de interesse in reizen naar de maan? Tijdens hun succesvolle eerste bezoek in 1969 verzamelden Amerikaanse astronauten enkele merkwaardige stenen, maar dat was het wel zo’n beetje. Een wetenschappelijke reden voor toekomstige missies ontbreekt dus eigenlijk. Misschien is er een militair doel: eind 2019 richtten de VS namelijk een zesde legeronderdeel op, de Space Force, voor alle aan de ruimte gerelateerde militaire activiteiten. Maar dan nog: wat voor rol kan de maan hierin spelen? Als militaire basis om van daaruit een vijand op aarde te bedreigen? Daarvoor kun je beter de satellieten gebruiken die nu in een baan om de aarde zweven. Die zijn veel dichterbij, goedkoper en nauwkeuriger.

    Een wetenschappelijke reden voor toekomstige missies ontbreekt eigenlijk

    Financial Times en tijdschrift The Economist suggereren heel cynisch dat deze missies een slinkse manier zijn om de defensie-industrie te financieren en geld te verdelen onder strategische delen van de electorale achterban. The Economist meldde dat het in Artemis gebruikte Space Launch System (SLS) de bijnaam ‘Senate Launch System’ had gekregen, en dat de technologie, die is overgeërfd van het inmiddels ter ziele gegane Shuttle-programma, bedoeld was om banen veilig te stellen in Alabama, waar de meeste onderdelen van de Shuttle werden vervaardigd.

    Een andere hypothese is dat de VS opnieuw het spel willen spelen dat de ondergang van de Sovjet-Unie inluidde. Het Strategic Defense Initiative, of ‘Star Wars’-programma, was een beoogd kosmisch verdedigingssysteem. Alleen al het nastreven ervan – het kwam nooit van de grond – bracht de Russen op de knieën. [Die konden de race om de militaire suprematie over de ruimte financieel niet meer bijbenen.] Als de Chinezen een Amerikaanse inlijving van de maan willen voorkomen, zullen ze, evenzeer als de Sovjet-Unie destijds, kosten moeten maken die hun economie in een crisis kan storten. Vandaar dat de VS hun vazallen – Canada, Japan, het VK en de EU – oproepen om deel te nemen aan de Artemis-missie.

    Mochten deze Nieuwe-Koude-Oorlogsuitgaven de goegemeente als enigszins zinloos voorkomen, dan kan de regering nog altijd een konijn uit de hoge hoed toveren. De afgelopen jaren hebben tal van economiegoeroes hoog mogen opgeven van de grote mogelijkheden die mijnbouw op de maan maar ook op asteroïden zou bieden. Prestigieuze namen uit de financiële wereld zijn deze ontluikende industrie al gaan sponsoren. In 2009 richtten Googles Larry Page en Eric Schmidt, samen met onder anderen regisseur James Cameron en de ruimtevaartondernemers Eric Anderson en Peter Diamandis Planetary Resources op, een bedrijf waarvan de uiteindelijke missie is om hoogwaardige mineralen uit asteroïden te ontginnen en te raffineren tot metaalschuim. Ondertussen beweerde iSpace, een soortgelijke onderneming die in 2010 in Japan werd gelanceerd, dat waterbronnen op de maan ons in staat zullen stellen een ruimtelijke infrastructuur te ontwikkelen die ons dagelijks leven op aarde zal verrijken en onze leefwereld in de ruimte zal doen uitgroeien. Door van de aarde en de maan één systeem te maken, zal een nieuwe economie met een centrale ruimte-infrastructuur het menselijk leven ten dienste zijn en duurzaamheid bewerkstelligen.

    Prestigieuze namen uit de financiële wereld zijn deze ontluikende industrie al gaan sponsoren

    Er zijn sindsdien steeds meer van dergelijke fantastische ondernemingen bijgekomen. In 2013 kwam Deep Space Industries Inc. met een ambitieuze blauwdruk voor het opsporen van asteroïden die geschikt zijn voor mijnbouw (rond 2015), het terugbrengen van monsters naar de aarde (het jaar daarop) en grootschalige activiteiten vanaf 2023. Kort daarna kondigde het Californische bedrijf OffWorld aan dat het ‘een nieuwe generatie universele industriële robots wilde ontwikkelen voor het zware werk op de maan, asteroïden en Mars’. Het had miljoenen slimme robots in gedachten, ‘die onder menselijk toezicht “on- en offworld” werken en de binnenste schil van het zonnestelsel zullen veranderen in een betere, vriendelijkere, groenere plek voor het leven en de beschaving’.

    Illusie

    In een 98 pagina’s tellend rapport aan zijn klanten stelde Goldman Sachs in 2017 dat het delven van platina in de ruimte door ‘asteroïden grijpende ruimtevaartuigen’ steeds betaalbaarder beloofde te worden. De zakenbank voorspelde almaar grotere winsten in de sector. Morgan Stanley kwam met eensluidende beweringen. Wanneer dergelijke banken hun klanten aanmoedigen te investeren in ruimtemijnbouw, is het goed om terug te denken aan hoe Goldman Sachs de Griekse staatsschuld ooit beheerde, en deze praktisch verdubbelde. Met andere woorden: grote financiële instellingen zijn in staat hun klanten helemaal uit te persen. Uiteindelijk werd Deep Space, ondanks de voorspellingen van de banken, verkocht aan Bradford Space, een relatief bescheiden handelaar in ruimtelijke vluchtsystemen en vliegtuigcomponenten, werd Planetary Resources geliquideerd en kwamen de activa onder de hamer. Het wensdenken blijft echter hardnekkig: in januari 2022 verscheen AstroForge op het toneel, een ander Californisch bedrijf dat beweert nieuwe, in het laboratorium geteste technologie te hebben ontwikkeld voor de verwerking van asteroïdemateriaal.

    Ruimtemijnbouw zal in de nabije toekomst niet van de grond komen

    Bloomberg heeft ondubbelzinnig gewaarschuwd tegen deze sci-fi-achtige ondernemingen:

    ‘Wat zou sciencefiction nog zijn zonder ruimtemijnbouw? Van Ellen Ripley in Alien en Dave Lister in Red Dwarf, tot Sam Bell in Moon en Naomi Nagata van The Expanse, zou interstellair drama van zijn standvastige heldendom zijn beroofd als de ingenieurs in ruimtepakken en hun mineraalverwerking er niet waren… Prachtig dat mensen de pijlen van hun ambitie op de sterren richten – maar degenen die de grootse plannen van de ontluikende ruimtemijnindustrie weigerden te financieren, hadden gelijk over de basisvoorwaarden. Ruimtemijnbouw zal in de nabije toekomst niet van de grond komen. Je hoeft alleen maar naar de geschiedenis van de beschaving te kijken om te begrijpen waarom. Eén factor sluit de meeste ruimtemijnbouw meteen al uit: de zwaartekracht. Die biedt enerzijds de zekerheid dat de meest hoogwaardige ertsen van het zonnestelsel zich onder onze voeten bevinden: de aarde is de grootste rotsachtige planeet in het zonnestelsel. Hierdoor is de hoorn des overvloeds aan mineralen die onze planeet bij haar samensmelting verwierf zo rijk als aan deze kant van Alpha Centauri maar te vinden is. Zwaartekracht vormt anderzijds een technisch probleem. Buiten het zwaartekrachtveld van de aarde is het transporteren van de hoeveelheden materiaal die nodig zijn voor mijnbouw enorm duur.

    Als we de illusie even voor de realiteit inruilen, beseffen we heel goed waarom de afgelopen vijftig jaar maar zeer weinig mensen zich buiten de veilige omgeving van onze planeet hebben gewaagd. Het internationale ruimtestation ISS (International Space Station) wentelt op een hoogte van slechts 400 kilometer om de aarde. Stel je de aarde voor als een bol met een diameter van een meter, dan zweeft dat station er maar drie centimeter boven. De maan is bijna duizend keer verder van de aarde verwijderd, en de kortste afstand tussen de aarde en Mars is 55 miljoen kilometer. Dit wil niet zeggen dat mensen het zonnestelsel nooit zullen verlaten, maar daarvoor is wel een wetenschappelijke revolutie nodig die verder gaat dan de einsteiniaanse fysica, net als een duizelingwekkende technologische vooruitgang met veranderingen in het transportwezen die net zo ondenkbaar zijn als de reactiemotor in de tijd van de paardenkoets zou zijn geweest.

    Krankzinnige hoogmoed

    De luchtspiegeling van ruimteverkenning gehoorzaamt aan dezelfde ijzeren wet die Horkheimer en Adorno ontwaarden in de cultuurindustrie. Het gaat om de permanent uitgestelde behoeftebevrediging: ‘De cultuurindustrie bedriegt haar consumenten voortdurend met wat ze maar blijft beloven. Het beloofde wordt enkel geënsceneerd. Het komt er nooit van, en juist daaruit wordt men geacht zijn voldoening te putten.’ We krijgen voortdurend te horen dat er over twee, vijf, tien jaar een nieuwe missie op de maan zal landen – of beter nog, dat er een basis komt. Evenzo zullen we altijd twintig, dertig of veertig jaar verwijderd zijn van het stichten van een kolonie op Mars. Deadlines voor ruimtevluchten worden eindeloos verschoven, zoals ook in het geval van Artemis, waarvan de lancering eerst gepland was voor 2020, daarna voor eind 2021, toen voor 29 augustus 2022, toen 3 september en nu, ‘waarschijnlijk’, voor later deze maand, of anders…

    Het kapitalisme is echter niet uitsluitend expansionistisch; er is ook sprake van een eigendomsrelatie met de buitenwereld

    Er is echter een in het oog springend verschil tussen de ‘normale’ cultuurindustrie en de ruimteluchtspiegeling; de eerste is er ten behoeve van de massa, de tweede om een klasse van kapitalisten te behagen. Het zijn de Larry Pages, de Elon Musks en de Jeff Bezoses die zichzelf sprookjes vertellen – in hun krankzinnige hoogmoed zijn ze ervan overtuigd dat ze fictie in wetenschap kunnen omzetten. Zo bezien is de verkenning (of exploitatie) van de ruimte eerder religieus dogma dan volksgeloof. Want het blote feit dat de aarde rond is – en dus eindig, beperkt – blijft de kapitalisten dwars zitten. Het kapitalisme is noodzakelijkerwijs expansionistisch; zonder ongelimiteerde groei loopt het winstmechanisme vast. Dit fenomeen kennen we maar al te goed: voor kapitalisten bestaat de dwang nieuwe grenzen te openen voor industrialisatie en accumulatie; na Groot-Brittannië en de VS was het Frankrijk, toen Duitsland, toen Japan en Italië; nu zijn het China en Vietnam, en op een dag zal het Afrika zijn. Toch blijft de aarde volharden in haar bolvormigheid – een onoverkomelijk probleem, tenzij de markt zich buiten haar grenzen kan uitbreiden; of misschien nog verder, voorbij het zonnestelsel. De kapitalist droomt van een oneindige, universele markt, waar je aandelen van het Andromeda-Sterrenstelsel en futures kunt kopen op de grondstoffen die worden gedolven op de drie planeten rond de pulsar PSR B1257+1 in het sterrenbeeld Maagd, 980 lichtjaren verwijderd van ons zonnestelsel. Stel je voor: een hele kosmos om te exploiteren!

    Het kapitalisme is echter niet uitsluitend expansionistisch; er is ook sprake van een eigendomsrelatie met de buitenwereld. Denk aan de lofzangen die vorig jaar werden aangeheven naar aanleiding van de machtige vlooiensprongen buiten de aardatmosfeer die drie miljardairs (Branson, Bezos, Musk) maakten. De particuliere verovering van de ruimte werd hiermee aangekondigd – en uiteraard ging dat er veel efficiënter aan toe dan bij welk equivalent uit de publieke sector dan ook. Het idee van het geprivatiseerde universum is iets waarmee we rekening moeten houden: hele sterrenstelsels herschikt als privé-eigendom. Onze miljardairs denken altijd in het groot, en zullen ook het belachelijke zonder voorbehoud omarmen.

    De geschiedenis van de verovering van de ruimte begon halverwege de vorige eeuw. Het was toen dat de mensheid een glimp van buiten de atmosfeer opving (de hond Laika in 1957; Yuri Gagarin in 1961), waarop regeringen onmiddellijk op internationale fora hun aanspraken op de kosmos maakten. Om toekomstige galactische invasies en imperialistisch optreden te voorkomen, ondertekenden ze in 1967 plechtig het Ruimteverdrag, waarin zij propageerden dat de ‘exploratie en het gebruik van de kosmos een zaak van de gehele mensheid is en dient te geschieden ten behoeve en in het belang van alle landen’. 

    Deze vredesexercitie was enkel voor de bühne. In 1979, toen in het Maanverdrag de maan en haar natuurlijke hulpbronnen tot ’CHM‘ (Common Heritage of Mankind) werden benoemd en ’een billijke verdeling door alle landen van de voordelen die uit deze hulpbronnen voortspruiten’ werd gestipuleerd, weigerden veel staten, waaronder de VS, het te ondertekenen. Negen jaar later richtte het ministerie van Handel van de Amerikaanse regering het Office of Space Commerce op, met als missie ‘het bevorderen van de voorwaarden voor economische groei en technologische vooruitgang van de Amerikaanse commerciële ruimtevaartindustrie’.

    Het afgelopen decennium heeft Washington zijn inspanningen verdubbeld om een wettelijk kader te creëren dat de exploitatie van hulpbronnen in de ruimte mogelijk maakt:

    ‘De regering-Obama ondertekende de US Commercial Space Launch Competitiveness Act van 2015, op basis waarvan Amerikaanse burgers “zich kunnen bezighouden met de commerciële verkenning en exploitatie van ruimtebronnen”. In april 2020 vaardigde de regering-Trump een decreet uit ter ondersteuning van Amerikaanse mijnbouw op de maan en asteroïden. In mei 2020 maakte de NASA de Artemis-akkoorden bekend, die de ontwikkeling van veiligheidszones rond maanmijnen behelzen.’

    Zo zal het niet lang meer duren voordat advocatenkantoren aan de ruimte gerelateerde geschillen moeten beslechten en er juristen komen die de fijne kneepjes kennen van de interplanetaire handel. Dit alles voordat nog iemand naar de maan is teruggekeerd! En terwijl we zulke extravagante plannen koesteren, helpen we deze kleine, bijzondere, fantastische planeet naar de verdommenis.

    Lees ook: