Spaanse minister spreekt zich uit tegen intensieve veeteelt
Megastallen zijn de afgelopen weken het onderwerp van een verhit debat in Spanje geworden naar aanleiding van het interview dat de minister van Consumentenzaken, Alberto Garzón, eind 2021 gaf aan The Guardian. Tegen de Britse krant zei Garzón dat de vleesindustrie, en met name de intensieve veeteelt, een grote rol speelt in de klimaatverandering en de achteruitgang van het milieu. Hij riep Spanjaarden dan ook op om minder vlees te eten.
‘Ik denk dat we met Kerstmis ons allemaal vol moeten proppen met vlees’
Garzóns uitspraken riepen met name aan de rechterkant van de Spaanse politiek hoon en verontwaardigde reacties op. ‘Ik denk dat we met Kerstmis ons allemaal vol moeten proppen met vlees’, zei een woordvoerder van de rechtse Partido Popular (PP) als reactie op Garzóns uitspraken, aldus The Guardian.
Naast CO2-uitstoot van vlees, is ook stikstofuitstoot een probleem in Spanje, schrijft El País. Intensieve veeteelt zorgt in veel plaatsen in Spanje voor een uitstootniveau dat hoger ligt dan de Europese stikstofnormen.
In het hart van Brazilië, ooit de zuidelijke flank van het Amazoneregenwoud, liggen kilometers plantages, die veevoer produceren voor de wereldwijde vleesindustrie. Het is de enige economische sector in Brazilië die gedurende de coronapandemie is gegroeid. Het regenwoud wordt er echter almaar kleiner door.
Keuze uit het archief
Deze week vond in Belém in Brazilië de Amazonetop plaats, een bijeenkomst van landen uit de Amazoneregio. Op deze top vroeg de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva aandacht voor de ontbossing van het Amazoneregenwoud. Daarbij richtte de linkse leider zich vooral tot de rijke landen, die hij ertoe opriep hun steentje bij te dragen om het regenwoud te beschermen. ‘Het zijn niet Brazilië, Colombia of Venezuela die geld nodig hebben, het is de natuur aan wie de rijke landen moeten betalen om te herstellen wat ze in tweehonderd jaar van industriële ontwikkeling hebben vernietigd,’ aldus Lula. Dit artikel uit El País legt de oorzaak bloot van de massale ontbossing in de Amazone: intensieve veeteelt. Al die dieren moeten gevoed worden en als er niet genoeg land is om te begrazen of als de dieren vooral binnen staan, wordt er bijgevoerd met soja, dat in het bijzonder uit het Amazonegebied afkomstig is. Daar wordt kostbaar regenwoud gekapt voor illegale sojaplantages met ernstige gevolgen voor de natuur en de inheemse bevolking.
De vader van Tamires Vasconcelos was wat in Brazilië een desbravador wordt genoemd, een pionier, een wegbereider, iemand die de wildernis temt. Veertig jaar geleden kwam hij naar Amazonia en verdiende er zijn brood door met een graafmachine paden door de dichte begroeiing te ploegen, die later wegen werden. Wegen waarover nog weer later de kolonisten kwamen. En er kwamen steden. En akkers. De plaatselijke bewoners van nu beschouwen de trek naar het oerwoud, die door de toenmalige dictatuur in gang was gezet, als het grote heldenepos van de pioniers. De zwart-witfoto’s van de aankomst in de jaren 1970 contrasteren met de groene akkers vol soja die zich nu tot de einder uitstrekken. Hier en daar een klein plukje bomen.
De wieg van de sojaindustrie staat in het hart van Brazilië, in de staat Mato Grosso, zo’n 2300 kilometer landinwaarts van Rio de Janeiro. Het is de zuidelijke flank van het Amazonegebied, het grootste oerwoud ter wereld. Die velden en vrachtwagens en silo’s vormen de motor van de Braziliaanse economie. De fazendeira (plantagehoudster) Vasconcelos, de enige nakomelinge, de erfgename van de desbravador, die ervoor koos van de landbouw haar leven te maken, behoort tegenwoordig tot een klasse van welvarende ondernemers.
Hier regeert de soja. De plantages beslaan zo’n slordige 38 miljoen hectaren (ongeveer de oppervlakte van heel Duitsland). De economische geschiedenis van Brazilië heeft altijd in het teken gestaan van de productie van grondstoffen. Wat de soja is voor de eenentwintigste eeuw, dat was de suiker voor de zeventiende, het goud voor de achttiende en de koffie voor de negentiende eeuw.
Heden en verleden
Vasconcelos en de 5100 hectaren bouwland waarover ze de scepter zwaait, genaamd Minuano, maken deel uit van de enige economische sector in Brazilië die gedurende de pandemie is gegroeid. ‘Ons voornaamste gewas is soja, mais komt op de tweede plaats en verder verbouwen we ook nog rijst en bonen,’ zegt deze landbouwingenieur van 35 terwijl ze op een zonnige dag in maart onder een boom een kopje koffie drinkt. Uit deze streek komt een groot deel van de soja die tot voedsel dient voor koeien, varkens en kippen, die op hun beurt weer de hele wereld voeden.
Zelfs in de moeilijke coronatijd ging het gesmeerd met de Braziliaanse landbouw. De productie is hoger dan ooit, de prijzen op de wereldmarkt zijn de pan uit gerezen, de koers van de Braziliaanse munt is laag en nog nooit heeft deze sector zo’n hechte bondgenoot gehad als nu met president Jair Bolsonaro. Braziliaanse boeren zijn de grootste sojaproducent ter wereld. Voor de houders van sojaplantages is er maar één donkere wolk aan de lucht: de internationale weerstand tegen ontbossing van het Amazonewoud, dat zo cruciaal is voor het tegengaan van de klimaatverandering.
Dit is een streek waarvan zelfs veel Brazilianen het bestaan niet kennen
Als niet iedereen hier Portugees sprak zou je denken in een ander land te zijn. De geblokte overhemden, de honkbalpetjes, de hoeden, de laarzen, de pick-uptrucks, allemaal maken ze dat je je in de Amerikaanse Midwest waant. In Sinop, net als in sommige andere Braziliaanse steden, staat een imposante replica van het Amerikaanse vrijheidsbeeld bij de ingang van een aantal grote warenhuizen die eigendom zijn van een vriend van Bolsonaro. De sertanejo, de countrymuziek van deze streek, is de soundtrack van deze plattelandssteden, hoewel vanwege het virus alle cafés gesloten zijn. Dit is een streek waarvan zelfs veel Brazilianen het bestaan niet kennen. Er zijn geen ansichtkaarten van. Het is Bolsonaroland.
Al voor het ochtendgloren is Vasconcelos op weg naar Sinop, de grootste stad in de regio. Daar in de buurt ligt haar haciënda. Wie denkt dat de naam is afgeleid van China, de grote afnemer die de handel in soja weergaloos heeft opgedreven, vergist zich. De naam is een acroniem van Sociedad Inmobiliaria del Norte del Paraná, oftewel ‘Handelsmaatschappij Onroerende Goederen van Noord-Paraná’, waarbij Paraná de buurstaat is waar veel kolonisten vandaan komen. Zoals João Marcus Menegace.
Menegace is taxichauffeur en hij kwam als kind met zijn ouders en zeven broers en zussen in een bestelbusje naar deze streek. ‘We aten onderweg op de vluchtstrook van de snelweg,’ vertelt hij. Na dagenlang reizen kwamen ze in het beloofde land aan. Het wagenpark, met bijna evenveel voertuigen als inwoners, de gourmetwinkel met geïmporteerde delicatessen en een hippe handtassenboetiek die niet zou misstaan in de duurste winkelstraat van São Paulo, geven een idee van de rijkdom hier.
#ElAgroNoPara is de hashtag die bij het uitbreken van de coronacrisis in dit gebied viraal ging. De mondkapjes herinneren eraan dat de pandemie nog niet voorbij is, maar die heeft de handel nauwelijks aangetast. ‘De pandemie was hier veel minder voelbaar, omdat wij de prijs voor de oogst van 2020-2021 al uitonderhandeld hadden,’ legt de plantagehoudster uit. De levering was al betaald, de oogst was verkocht. Werken in de openlucht met weinig mensen en veel machines, dat maakt de zaken in tijden van covid gemakkelijker.
Wat ze hier ‘beschermingsmiddelen’ noemen is wat de Braziliaanse milieuactivisten ‘landbouwgif’ noemen
Haar haciënda heeft nog maar weinig te maken met die welke haar vader, Elmo Leitzke, begon. Bijna alle processen zijn geautomatiseerd en de werknemers zijn speciaal opgeleid. Ze sproeien met vliegtuigjes. Vasconcelos laat de silo zien die ze op de haciënda heeft laten bouwen, ‘handje contantje betaald’, zegt ze trots. Het feit dat ze nu zo binnenlopen, zegt ze, is het gevolg van ‘jaren investeren in technologie en onderzoek van het klimaat, de grond, de zaden, de beschermingsmiddelen’. Wat ze hier ‘beschermingsmiddelen’ noemen is wat de Braziliaanse milieuactivisten ‘landbouwgif’ noemen. Bestrijdingsmiddelen, dus.
Van eind februari tot begin maart werd de eerste sojaoogst van 2021 en het inzaaien van de eerste mais gehinderd door zware regens. Hier wordt twee keer per jaar geoogst en soms wel drie of vier keer. Een zeer intensieve landbouw, voornamelijk voor export naar China en de Europese Unie. Brazilië produceert een derde van alle soja in de wereld. Dat wil zeggen dat het land in een paar decennia de Verenigde Staten heeft ingehaald als sojaproducent, dankzij een verdubbeling van de productie per perceel en een verdriedubbeling van het landbouwareaal sinds de jaren 1980 (zie Our World In Data).
De spectaculaire groei van de landbouwsector en van het middenwesten van Brazilië is aangejaagd door de enorme vraag vanuit China, een land met een bevolking die door de toenemende welvaart meer vlees is gaan consumeren. Vasconcelos, die met haar haciënda dertig gezinnen onderhoudt, verkoop haar soja aan een van de grootste multinationals in graanproducten ter wereld, Cargill, dat zijn zetel in de Verenigde Staten heeft.
De sojaproductie was een van de belangrijkste aanjagers van de ontbossing
De Braziliaanse landbouwsector draaide volgens officiële cijfers in 2020 een omzet van 150 miljard euro. De totale economische activiteit die de sector genereert is echter in de laatste tien jaar van 20 procent gestegen naar 26 procent van het bnp, aldus het instituut Cepea van de Universiteit van São Paulo, terwijl de industrie en de dienstensector zijn gekrompen.
Guilherme Miqueleto, hoogleraar economie aan de Federale Universiteit van Mato Grosso, somt bijkomende factoren op die hebben bijgedragen aan de spectaculaire groei van de productie: de economische stabiliteit, betere juridische zekerheid en ‘de uitbreiding van het landbouwareaal naar het noorden gedurende de laatste vijftien tot twintig jaar’, dat wil zeggen de ontginning van het Amazonewoud.
Ook in andere landen worden bomen gekapt om plaats te maken voor landbouw en veeteelt, maar nergens gebeurt dat op zo grote schaal als in Brazilië, dat een derde van de ontbossing in de hele wereld voor zijn rekening neemt. De grote boosdoener is de veeteelt. De sojaproductie was een van de belangrijkste aanjagers van de ontbossing, tot in 2006 de handelaars een akkoord sloten met de ngo’s en de regering om geen graan en soja meer te kopen van akkers die illegaal verbouwd werden. Met het opdrogen van de vraag verdween dit type soja vrijwel volledig. Het moratorium op soja in het Amazonegebied ‘is doeltreffend in het tegengaan van ontbossing die rechtstreeks verband houdt met soja,’ verklaart Cristiane Mazzeti, medewerkster van Greenpeace. Slechts 2 procent van de huidige productie is afkomstig van illegaal gekapt oerwoud.
Maar omdat soja lucratiever is dan koeien, is er bedrog. Eerst wordt er ontbost voor veeteelt en na een aantal jaren maken de weiden plaats voor akkers – et voilà!
Politiek en bedrijfsleven
Ondanks de stortregen is er een constant verkeer van vrachtwagens van de haciënda’s naar de silo’s. In een van de verwerkingsbedrijven inspecteert een medewerkster van het internationale accountants- en adviesbureau KPMG de soja om te zien of er genetisch gemodificeerde soorten tussen zitten, want daarvoor moet de producent royalty’s aan Bayer-Monsanto betalen.
Vrij van verontreiniging gaat de koopwaar op transport naar de rivier de Tapajós, een zijrivier van de Amazone, over de drukke weg die recht van noord naar zuid door Mato Grosso loopt. Dat is de BR-163, aangelegd door het militair bewind in de jaren 1960, om te verzekeren dat het Noord-Amerikaanse imperium het uitgestrekte gebied niet zou inpikken.
In de regentijd is op veel wegen hier het verkeer een lijdensweg. Daarom kregen de inwoners van Sinop schoon genoeg van de politici die in verkiezingstijd de regio bezochten en allerlei beloftes deden over de BR-163. Tot Bolsonaro op het toneel verscheen en de zaak in een mum van tijd voor elkaar kreeg. ‘Geen enkele president is er in de afgelopen 24 jaar in geslaagd de weg over de hele lengte te asfalteren, maar Bolsonaro kreeg in een jaar voor elkaar dat de laatste 175 kilometer gedaan werden,’ zegt Ilson Redivo, voorzitter van de rurale werkgeversbond waar 270 ondernemingen bij zijn aangesloten.
Zo’n 80 procent van de kiezers in Sinop heeft in 2018 op Bolsonaro gestemd
De 900 kilometer lange weg maakt de reis naar de haven vier dagen korter. Voor de alternatieve route moest de lading eerst 2500 kilometer per vrachtwagen naar het zuiden worden gereden, om vervolgens op een kustvaarder te worden geladen, die 5000 kilometer naar het noorden, naar het Panamakanaal, voer, legt Redivo uit. De besparing in tijd en geld is enorm. Nu vertrouwen ze erop dat de president ook in de komende maanden zijn belofte waarmaakt om een spoorlijn aan te besteden die parallel zal lopen aan de BR-163 en die hen nog meer geld uitspaart. ‘Elke trein heeft een capaciteit van driehonderd vrachtwagens,’ zegt Edeon Vaz, promotor van de ferrogrão, de ‘graantrein’, zoals hij genoemd wordt.
Zo’n 80 procent van de kiezers in Sinop heeft in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in 2018 op Bolsonaro gestemd, een extreemrechtse ex-militair. Ze bewonderen hem nog steeds. En niet voor niets. Hij benoemde de voorzitter van het zogenaamde ‘Landbouwfront’ in het parlement (Frente Parlamentar da Agropecuária) tot minister van Landbouw. Iedereen hier heeft lof voor de discrete en doortastende Tereza Cristina Dias, want zij heeft nieuwe markten voor hen geopend. Ze hebben nu zelfs de minister van Milieu, Ricardo Salles, aan hun kant, zoals heel Brazilië kon zien op een video van de ministerraad die in mei 2020 een schandaal veroorzaakte. We zien Salles voorstellen de pandemie te gebruiken om de boiada (‘de kudde’, dat wil zeggen de hele regelgeving die gunstig is voor de landbouwsector) erdoor te drukken.
De inwoners van Sinop juichten voor de president toen hij in september, midden in de pandemie, op bezoek kwam. Redivo en zijn werkgeversbond zijn zo enthousiast over hem dat ze een poster voor hem hebben laten maken. Naast een portret van Bolsonaro met de presidentiële sjerp staat de spreuk: ‘Wij geloven in God en staan voor het gezin’. De mensen hier zijn conservatief. Een paar straten verderop is een modezaak waar ze kleding voor evangelische vrouwen verkopen.
Voor Redivo zijn die posters ‘de erkenning van een persoon die tracht dit land weer op de rechte weg te zetten. Want we gingen dezelfde kant op als Venezuela en Cuba. En 99 procent van de mensen in de productiesector willen geen communisme in Brazilië.’
Na elke parlementsverkiezing groeit het Landbouwfront in het Congres. Ze zitten nu al bijna op driehonderd parlementariërs. Ze zijn zelfs groter dan de evangelisten. De ex-afgevaardigde Nilson Leitão, een vooraanstaand lid van die fractie en burgemeester van Sinop, zegt dat de handel in landbouwproducten prominent op de politieke agenda moet staan omdat ‘Brazilië een land is met een stedelijke bevolking, maar met een rurale economie’.
Leitão is dankbaar dat met deze regering een einde is gekomen aan de landbezettingen door landloze boeren. Maar het stoort hem dat Bolsonaro wrijvingen heeft met China. Wat de markt nodig heeft is vertrouwen en zekerheid, zegt hij. ‘Vechten met je grootste klant is niet goed voor de handel.’
Geld eisen voor natuurbehoud?
De milieukwestie heeft momentum gekregen in Brazilië door het wereldwijd toenemende klimaatbewustzijn en door de komst van Bolsonaro, die vindt dat behoud van de ecologische omgeving de economische ontwikkeling in de weg staat. ‘Het doel van de landbouwproductie,’ zegt de ex-afgevaardigde van de streek, ‘is ervoor te zorgen dat het economisch haalbare ecologisch correct is.’
Jaren zijn verstreken sinds het toenemend ecologisch bewustzijn voor het eerst de degens kruiste met de pioniers die deze uithoek van Brazilië ten koste van de natuur tot een van welvarendste gebieden hadden gemaakt. In de jaren 1970 ging het om hout. De economische activiteit bestond grotendeels uit het kappen van bomen en de verkoop van hout, de grootste schat die het Amazonewoud te bieden heeft. In het begin van de eenentwintigste eeuw kwam, tezamen met de regering van Lula da Silva en de ongeremde ontbossing, druk vanuit de milieubeweging en moesten ze op zoek gaan naar andere bronnen van inkomsten.
Toen kwam de soja op, een industrie die elk jaar groter wordt. Nu, met de systematische ontmanteling van de milieumaatregelen, krijgt de agrarische industrie te maken met de druk van milieuactivisten en van Europa.
De Franse president Manuel Macron uitte de beschuldiging dat de Braziliaanse soja verantwoordelijk is voor de ontbossing van het Amazonewoud. De burgemeester van Sorriso, Ari Lafin, voelde zich aangesproken. Logisch. Zijn stad ten zuiden van Sinop, produceert 3 procent van de Braziliaanse soja. Hij reageerde op Macron met een uitnodiging. ‘Ik heb hem hier uitgenodigd, zoals ik ook met de president (Bolsonaro) gedaan heb, omdat het goed is de regio met eigen ogen te zien,’ legt hij uit in een videogesprek. ‘De verantwoordelijkheid voor het milieu is een prioriteit van de lokale agrarische sector,’ stelt hij. ‘Produceren met vernietiging van de natuur is uit den boze,’ voegt hij eraan toe.
De wet bepaalt dat 80% van de vegetatie in het Amazonegebied moet worden beschermd
Sorriso heeft honderdduizend inwoners en groeit jaarlijks met zo’n 8 procent. ‘Dit is een land, een stad, met kansen, waar heel veel werk is. Hier moeten we vroeg opstaan, we hebben geen vaste werktijden, we nemen haast nooit pauze. Je hebt de soja nog maar net geoogst of je staat alweer mais in te zaaien. De ene oogst na de andere en dat brengt een keten op gang die uiteindelijk leidt tot wat er in de winkel te koop is…’ De welvaart is heel hoog hier. Het bbp per hoofd van de bevolking is hoger dan in São Paulo. De banen die zij scheppen zijn niet van de traditionele soort, maar hebben te maken met diensten of met toeleveranciers. Advocatenkantoren, accountants, machinehandelaars, vastgoedontwikkelaars, winkels, restaurants…
De nieuwe generatie fazendeiros, universitair geschoolde dertigers, heeft meer oog voor het milieu dan hun vaders en grootvaders. ‘In de laatste vijf tot tien jaar zijn de zaken abrupt veranderd en niet iedereen heeft dat kunnen bijbenen,’ zegt Vasconcelos. ‘We produceren op een manier die minder impact heeft (op het milieu), maar we hebben wel erg te lijden onder de druk. Vooral van desinformatie,’ zegt ze.
De fazendeira legt uit dat produceren met minder impact betekent dat de richtlijnen voor het gebruik van pesticiden, meststoffen, en dergelijke naar de letter moeten worden opgevolgd, ‘om de grond te ontzien en terug te geven wat er door de oogst aan is onttrokken’. Ook belangrijk is dat de emballage op de juiste wijze wordt verwijderd: ‘alles wordt drie keer schoon gespoten voordat het naar het bedrijf teruggaat, waar het op een nette manier wordt verwerkt’.
Ze accepteert de uitnodiging voor een interview met deze krant omdat ze wil dat het verhaal van de rurale producenten gehoord wordt. En ook in de hoop dat wat ze zegt tot voorbeeld kan strekken. Als moeder van twee kinderen en getrouwd met een studiegenoot van de landbouwuniversiteit wil ze haar dochters laten zien dat je als vrouw een haciënda kunt leiden. Hoewel ze dat al twintig jaar doet, maakt ze nog steeds mee dat mensen verbaasd zijn als ze horen dat zij de baas is van het bedrijf.
Zoals iedereen hier, en in lijn met de mantra van Bolsonaro, staat ze erop dat ‘geen enkel ander land zoveel aan natuurbescherming doet’. Deze stelling, die door de hele sector als één man verdedigd wordt, stoelt op twee harde cijfers die zowel de agrarische producenten als de milieudeskundigen met kracht op tafel leggen: Brazilië beschermt 66 procent van de oorspronkelijke vegetatie (iets waar weinig ontwikkelde landen op kunnen bogen) en de wet bepaalt dat in het Amazonegebied 80 procent van de vegetatie beschermd moet worden, hetgeen betekent dat slechts 20 procent van het land ontgonnen mag worden. In andere Braziliaanse regio’s die ecologisch van groot belang zijn is die verhouding 50/50.
Het punt is dat de regels voor bosbehoud vaak niet worden nageleefd
Maar het punt is dat ‘de regels voor bosbehoud vaak niet worden nageleefd,’ zegt Cristiane Mazzetti van Greenpeace. En ze komt met een cijfer dat er niet om liegt: ‘99 procent van de boskap in 2019 was illegaal’.
Redivo, de voorzitter van de rurale werkgeversbond, stelt dat, gezien de fenomenale handel, de wetten versoepeld moeten worden om het volledig landbouwpotentieel uit de grond te halen, ook al is die volgens de wetenschap van groot ecologisch belang en cruciaal voor het terugdringen van de opwarming van de aarde.
Hij is een klimaatscepticus. ‘De opwarming van de aarde heeft niets te maken met de ontbossing van het Amazonegebied,’ stelt hij kortaf. En hij voegt er zonder blikken of blozen aan toe: ‘Vandaag de dag vang je meer CO2 af op landbouwgrond dan op bosgrond.’ Maar als de rest van de wereld zich zo’n zorgen maakt over het Amazonewoud, dan heeft Redivo wel een oplossing: ‘Dat ze ons dan maar betalen voor het behoud van de biodiversiteit, wij alleen kunnen dat niet aan.’
De klimaatwetenschappers waarschuwen er al tijden voor dat de ecologische schade door de ontbossing van het Amazonewoud zo groot is dat we dicht bij het omslagpunt komen waarbij het bos CO2 gaat uitstoten in plaats van afvangen. Dat is een omslag met grote consequenties, omdat het gebied dan bijdraagt aan de opwarming van de aarde in plaats van die te dempen.
Miqueleto, de econoom, benadrukt dat als de koeien en de sojabonen verder noordwaarts terrein blijven winnen, de boeren de gevolgen daarvan zullen ondervinden. Dan komen er óf zware regens, óf droogtes, en dan kunnen ze hun ‘fenomenale handel’ wel vergeten.
Australische cowboys kunnen hun vee tegenwoordig in de gaten houden zonder dat ze de deur nog uit hoeven. Vaarwel zweep en zadelpijn.
Murray Grey heeft de pest aan de traditionele veehouderij. Jarenlang besteeg hij zijn paard om zo’n vijfduizend stuks vee bijeen te drijven op een lap grond ter grootte van twee keer New York in de Outback, het ruige binnenland van Australië. Heel romantisch, slapen onder de sterrenhemel, maar niet met wolken zoemende vliegen en giftige reptielen in de buurt. Het vee raakte door de lange trek vaak veel gewicht kwijt, waardoor Grey duizenden dollars winst misliep. Sinds kort gooit de dertigjarige cowboy het over een andere boeg. Hij heeft zijn zadel verruild voor een bank en zijn zweep voor een mobieltje.
Het beeld van zwepen knallende en tabak pruimende cowboys dat we danken aan acteurs als John Wayne ligt onder het vuur van een zeer moderne vijand: de technologie. Grey en andere veeboeren in de Outback doen mee aan een experiment waarin gegevens van NASA-satellieten worden gebruikt om hun kuddes te beheren.
Nieuwste snufje
Australische veeteeltbedrijven zijn zo groot en liggen zo afgelegen dat de boeren zelden de verste gedeelten van hun land bezoeken. Ze zien slechts 2 procent van het hele gebied regelmatig. Dankzij satellietdata en andere gegevens die op grote afstand worden verzameld kunnen ze hun vee in de gaten houden terwijl het door het struikgewas banjert. En wat ook best fijn is: het scheelt zadelpijn.
Undoolya Station, het oudste veeteeltbedrijf in het Noordelijk Territorium, een dunbevolkt gebied dat twee keer zo groot is als Texas, telt vijfduizend stuks vee. Waar het zes generaties lang ooit een man of twintig in dienst had, werken er tegenwoordig nog maar twee: de 43-jarige Ben Hayes en zijn vrouw Nicole van 42. Helikopters hebben het al lang geleden overgenomen van de paarden, als middel om het vee op te drijven. Maar ook zij zullen nu misschien verdwijnen, na een succesvol experiment met het nieuwste snufje op het gebied van agrarische technologie.
Het Outback-project is het eerste ter wereld waarin uitsluitend technologie wordt gebruikt om in zulke afgelegen gebieden runderen te volgen, aldus een overheidsorganisatie die de proef, met vijf bedrijven, heeft opgezet. Satellieten maken dagelijks opnames van elke are van de bedrijven. Op de grond wegen automatische weegstations de runderen elke keer dat ze naar de drinkbak komen. De data worden verwerkt door een computerprogramma en naar de boeren gestuurd. Die besluiten vervolgens of er voldoende voedsel is en of elk dier zwaar genoeg is voor de markt.
Ben Hayes denkt niet dat de pioniers die de ranch ooit hebben gesticht zich in hun graf zouden omdraaien vanwege de technologische ommezwaai. In een interview van een paar jaar geleden werd zijn grootvader gevraagd hoe het was om te boeren in ‘de goede oude tijd’. Zijn antwoord, aldus zijn kleinzoon: alleen dankzij moderne uitvindingen als airco, elektriciteit en koelkast had hij nu zelf een goede oude dag.
Australië volgt Brazilië op de voet als grootste rundvleesproducent, en beleidsmakers en boeren denken dat het land kan uitgroeien tot dé voedselschuur van Azië, waar steeds meer mensen eiwitten op hun bord willen.
Het fragiele milieu van de Outback heeft echter geregeld weerstand geboden tegen pogingen om er vee te houden en gewassen te verbouwen. Een groot deel van Noord-Australië kampt vaak met droogte. De droge periode van 2001 tot 2009 verdreef veel boeren voorgoed van het land en veroorzaakte grote schulden in de agrarische sector. Deskundigen beweren dat technologie het barre landschap van de Outback, dat soms meer lijkt op Mars dan op de aarde, kan helpen ontginnen.
Maar niet iedereen is blij. Tijdens een recente vakantie in Nieuw-Zeeland combineerde Murray Grey de zorg voor zijn kind met het checken van zijn mobieltje, waarop zijn vrouw begon te klagen en hem vroeg of hij zijn werk voortaan thuis wilde laten.
Ook komen er problemen kijken bij het gebruik van technologie. Als gevolg van de temperaturen van ruim 40 graden werken de zonnepanelen die de weegapparatuur en de elektronische oormerken voeden niet altijd naar behoren. Zandstormen bedekken de panelen vaak met een dikke laag rode stof. Kaketoes – een inheemse papegaaiensoort – knagen aan de bedrading.
Het moeilijkst is nog om de boeren ervan te overtuigen dat de techniek echt werkt, zegt Sally Leigo, onderzoeksleider van het Precision Pastoral Management Tools Project, een initiatief van de overheid om boeren te stimuleren de satellietdata te gebruiken. Ze zegt dat sommigen eerst niet konden geloven dat de koeien, die gewend zijn om ongestoord over grote stukken land te zwerven, met de weegstations overweg zouden kunnen, waarbij ze om te kunnen drinken eerst door een soort nauwe poort moeten.
Wat vinden de dieren ervan? Zonder mensen, met hun lawaaiige vrachtwagens en hun paarden, ‘gedragen ze zich als een stelletjes oude melkkoeien’ en lopen ze volgens Leigo een voor een naar de drinkbak.
‘Sommige boeren zullen niet gediend zijn van deze nieuwe technologie,’ zegt Murray Grey. ‘Maar wij merken het verschil; het levert per dier kilo’s meer rundvlees op.’
De droge periode van 2001 tot 2009 verdreef veel boeren voorgoed van het land en veroorzaakte grote schulden in de agrarische sector
The Wall Street Journal Verenigde Staten | dagblad | oplage 2.000.000
De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.