Tag: veiligheid

  • Directeur Louvre erkent dat diefstal voorkomen had kunnen worden

    Directeur Louvre erkent dat diefstal voorkomen had kunnen worden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël verwerpt het oordeel van het ICJ over de hulp aan Gaza

    » Londen: vrouw krijgt boete voor het weggooien van koffieresten

    De videobewaking rondom het gebouw is ‘zeer ontoereikend’

    ‘Het was een langverwachte hoorzitting’, benadrukt Le Soir. ‘Drie dagen na de spectaculaire inbraak in het Louvre’ moest museumdirecteur Laurence des Cars ‘woensdag een stortvloed aan vragen van senatoren uit de Cultuurcommissie doorstaan’, meldt het Belgische dagblad. Ze ‘gaf van meet af aan toe’ dat het museum ‘gefaald’ had, meldt Le Soir.

    ‘Ik wil niet suggereren dat deze diefstal niet te voorkomen was. Sinds mijn aantreden in 2021 heb ik het bestuur voortdurend gewaarschuwd voor de staat van verval en algemene veroudering van het Louvre (…) Er wordt chronisch te weinig in geïnvesteerd,’ legde ze uit.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ze gaf vooral toe dat het videobewakingssysteem rondom het gebouw ‘zeer ontoereikend’ was. De directeur stelde voor om op korte termijn ‘een politiebureau in het museum te installeren’. Ze hoopt ook te kunnen voorkomen dat voertuigen in de buurt van het Louvre parkeren.

    Des Cars verzekerde dat ze sinds haar aantreden de ontwikkeling van een beveiligingsplan voor de lange termijn voor het museum had ‘versneld’. Deze werkzaamheden, die naar schatting 80 miljoen euro kosten en gepland staan ​​om in 2026 te beginnen, zullen ‘alle gevels’ bestrijken en het aantal camera’s ‘verdubbelen’, zei ze.

  • Onderzoek: gameplatform Roblox blijkt minder kindvriendelijk dan gedacht

    Onderzoek: gameplatform Roblox blijkt minder kindvriendelijk dan gedacht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Parijs: restauratie Notre-Dame naar verwachting pas in 2030 of 2035 voltooid

    » Nieuw rapport: Europa is het snelst opwarmende continent

    Veiligheidscontroles zijn gemakkelijk te omzeilen

    Roblox is een razend populair gameplatform met miljoenen spellen en een interactieve omgeving. Een deel van de inhoud wordt ontwikkeld door Roblox, maar een groot deel wordt gegenereerd door gebruikers. In 2024 had het platform meer dan 85 miljoen dagelijks actieve gebruikers, waarvan naar schatting 40 procent jonger is dan dertien jaar.

    Recent onderzoek van Revealing Reality, een bureau dat digitale veiligheid onderzoekt, heeft echter onthuld hoe makkelijk kinderen op het gameplatform in aanraking kunnen komen met ongepaste inhoud en onbewaakt contact kunnen leggen met volwassenen. Ouders uiten grote zorgen over kinderen die verslaafd raken, traumatiserende inhoud te zien krijgen en benaderd worden door vreemden, schrijft The Guardian.

    Revealing Reality maakte meerdere Roblox-accounts aan en koppelde deze aan fictieve gebruikers van allerlei leeftijden. De accounts hadden alleen contact met elkaar en niet met gebruikers buiten het experiment om ervoor te zorgen dat het gedrag van hun avatars op geen enkele manier werd beïnvloed.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De onderzoekers concludeerden dat de huidige veiligheidscontroles beperkt effectief zijn en dat kinderen op het platform nog steeds aanzienlijke risico’s lopen. Zo vonden ze voorbeelden van interactie tussen volwassenen en kinderen zonder effectieve leeftijdscontrole. Verder ontdekten ze dat de avatar van het account van de tienjarige toegang had tot ‘zeer suggestieve omgevingen’, zoals een hotelruimte met een vrouwelijke avatar die netkousen droeg en op een bed lag te draaien en andere avatars die op elkaar lagen in seksuele poses.

    Ze ontdekten ook dat een testavatar die gekoppeld was aan een volwassene in staat was de Snapchat-gegevens van de vijfjarige testavatar op te vragen met behulp van nauwelijks gecodeerde taal. Volgens Beeban Kidron, een campagnevoerder voor internetveiligheid, legt het onderzoek het ‘systematisch falen van het platform om kinderen te beschermen’ bloot. ‘Dit soort gebruikersonderzoek zou routine moeten zijn voor een product als Roblox.’

  • Zelensky verwerpt staakt-het-vuren of concessies aan Rusland

    Zelensky verwerpt staakt-het-vuren of concessies aan Rusland

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Donald Trump benoemt Susie Wiles tot zijn stafchef

    » Rellen in Amsterdam na wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv

    ’Dat zou gelijkstaan aan suïcide‘, betoogde hij

    De Oekraïense president Volodymyr Zelensky zei donderdag dat het ’onaanvaardbaar‘ zou zijn als Europa Oekraïne zou vragen concessies te doen aan Rusland in ruil voor een mogelijk vredesakkoord, meldt Financial Times. Dat zou het einde van de Oekraïense staat betekenen, betoogde hij.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hij gaf deze waarschuwing tijdens een veiligheidstop in Boedapest die werd bijgewoond door zo‘n veertig Europese leiders en gehouden werd in de nasleep van de overwinning van Donald Trump in de race om het Witte Huis. De miljardair heeft beloofd de oorlog te beëindigen zodra hij in januari aantreedt en heeft gedreigd de Amerikaanse militaire en financiële hulp aan Kyiv stop te zetten.

  • Londen en Berlijn ondertekenen defensieovereenkomst

    Londen en Berlijn ondertekenen defensieovereenkomst

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bangladesh: vrouwelijke studenten demonstreren tegen geweld tegen vrouwen

    » Poetin verwelkomt wereldleiders op BRICS-top in Kazan

    Het doel is versterking van de nationale veiligheid

    De Britse minister van Defensie, John Healey, en zijn Duitse collega, Boris Pistorius, zullen woensdag in Londen het Trinity House-akkoord ondertekenen, waardoor Duitse vliegtuigen kunnen opereren vanaf de Schotse militaire basis in Lossiemouth.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het doel van deze ’historische‘ defensieovereenkomst is om ’de nationale veiligheid en economische groei te versterken in het licht van toenemende Russische agressie en verhoogde dreigingen‘, aldus een dinsdag gepubliceerde verklaring van het Britse Ministerie van Defensie.

    De twee legers zullen vaker samen trainen om de oostflank van de NAVO te versterken. Deze militaire toenadering is ’onderdeel van een breder initiatief‘ van de Britse Labourregering ’om de relaties met belangrijke Europese bondgenoten na Brexit weer op te bouwen‘, aldus de BBC.

  • Waarom deze Duitse journalist gruwelt van een cashloze wereld

    Waarom deze Duitse journalist gruwelt van een cashloze wereld

    Journalist Tobias Haberl van Süddeutsche Zeitung is pertinent tegen het afschaffen van contant geld. Een wereld zonder bankbiljetten en munten? Hij moet er niet aan denken – ook om politieke redenen. ‘Wie contant betaalt, laat geen sporen na en is minder berekenbaar, minder stuurbaar.’

    Het was maar een kort berichtje afgelopen januari, maar omdat kleine nieuwsfeitjes vaak grote rampen blijken te zijn, sloeg me de schrik om het hart: elektronicawinkel Gravis, met veertig vestigingen in Duitsland, neemt geen contant geld meer aan. Je mag me cynisch of harteloos vinden, maar toen ik het hoorde, kon ik opeens aan niets anders meer denken; niet aan de oorlog, de elektriciteitsprijs, de klimaatverandering, het met de week afnemende aantal parkeerplaatsen bij mij in de buurt. Ineens had ik weer dat gevoel dat me al jaren achtervolgt: de angst dat er binnenkort wellicht geen bankbiljetten en munten meer zijn, en als ze er wel zijn, dan heb je er niets aan, zoals toen ik onlangs in een café mijn cappuccino niet kon betalen omdat ik wel een biljet van 100 euro, maar geen creditcard, laat staan een smartwatch bij me had.

    De laatste tijd is die angst groter en op een of andere manier reëler geworden. Soms betrap ik mezelf erop dat ik me afvraag waarheen ik zou kunnen emigreren als cash al tijdens mijn leven verdwijnt. Nu de hele wereld uit zijn voegen raakt, kun je mijn paniek absurd of belachelijk vinden, maar aan de andere kant: is het in de loop van de geschiedenis niet altijd zo gegaan dat we ons concentreerden op de zogenaamde urgente problemen, terwijl andere, soms veel ernstiger kwesties uitgroeiden tot een catastrofe die door gebrek aan verantwoordelijkheid of uit naïviteit werd genegeerd? Onze afhankelijkheid van Russisch gas bijvoorbeeld?

    Oké, het zal nog wel even duren, maar het gaat gebeuren, en de signalen zijn steeds duidelijker: dit najaar wil de Europese Centrale Bank een besluit nemen over het invoeren van de ‘digitale euro’, een elektronische versie van onze gemeenschappelijke munt. Al maanden wordt fel gediscussieerd over het verlagen van het plafond voor betalingen in contanten, soms zeggen ze 10.000 euro, dan weer 7000 euro. Tijdens de pandemie, toen bankbiljetten en munten (ten onrechte) als virusdragers werden bestempeld, bloeide niet alleen de onlinehandel op, maar zag je ineens ook overal pinapparaten verschijnen waar ze daarvóór niet waren, zelfs in het café op de hoek en in dönerzaken. Onlangs heb ik voor het eerst een onderbroek gekocht bij een zelfbedieningskassa. Ik hoefde hem maar in een bak te deponeren, model en prijs werden automatisch gescand, en dan: betalen met een kaart. O ja, mijn supermarkt doet daar nu ook aan mee. En laatst las ik een stukje waarin een auteur heel grappig en een beetje deprimerend beschreef hoe ze in Londen van haar pondbiljetten probeerde af te komen. Forget it. ‘Sorry, love, no cash’, kreeg ze vaak te horen. Inmiddels hebben zelfs straatmuzikanten een pinapparaat.

    Het zou niet de eerste keer zijn dat we een stuk vrijheid opgeven voor het gemak en de zogenaamde veiligheid

    De laatste zes jaar is het aandeel contante betalingen in de eurozone gedaald van 79 naar 59 procent. Zelfs Duitsers betalen steeds vaker digitaal, ook al houden ze traditioneel veel meer van cash dan bijvoorbeeld Scandinaviërs, die op de boerenmarkt zelfs appels met hun mobieltje betalen. Ook al zegt meer dan twee derde dat ze bankbiljetten en munten absoluut niet kwijt willen, ze gebruiken ze steeds minder. In Berlijn ligt het aandeel contante betalingen al onder de 26 procent. Het is net als met die gezellige boekhandel om de hoek: je bent blij dat hij er is, maar je bestelt je boeken toch veel te vaak bij Amazon. Weliswaar zijn eurobiljetten nog steeds het ‘enige onbeperkte wettige betaalmiddel’, maar als steeds minder mensen contant betalen, als het voor handelaren niet meer loont contant geld aan te nemen omdat de kosten in verhouding tot de omzet te hoog zijn, dan hoeft het niet eens formeel afgeschaft te worden, het sterft vanzelf uit, het mendelt uit, je raakt het per ongeluk kwijt. Het zou niet de eerste keer zijn dat we een stuk vrijheid opgeven voor het gemak en de zogenaamde veiligheid. In het digitale tijdperk lijkt het altijd te gaan om het afschaffen van prima werkende, analoge dingen, die ons daarna weer in digitale vorm in de maag worden gesplitst. Maar dan natuurlijk wel tegen provisie en ten koste van datadiefstal en controle.

    Het is ingewikkeld geworden om überhaupt nog aan contant geld te komen; ik dwaal zelf in elk geval regelmatig door voetgangerszones op zoek naar een geldautomaat. Je rekent er al niet meer op dat die gratis zal zijn. Maar overal waar vroeger bankfilialen waren, zijn nu barber- en coffeeshops met een bordje bij de kassa: ‘Wij accepteren geen contant geld’. In feite gaat het met contant geld als met broodjes leverworst of dieselauto’s: het wordt niet alleen onpraktisch gevonden, maar ook achterhaald, een anachronistisch euvel, een symbool van de fossiele en patriarchale samenleving waar we zo snel mogelijk vanaf moeten komen. Digitaal betalen daarentegen geldt als transparant, duurzaam, toekomstgericht. Dat de CO₂-voetafdruk van één enkele bitcointransactie ongeveer gelijk staat aan een vlucht van New York naar Sydney? Wat kan het schelen. ‘Over twintig jaar denken we waarschijnlijk niet eens meer na over hoe we betalen,’ zegt Mastercard-directeur Michael Miebach. ‘Misschien gebeurt het met een knipoog, of met een glimlachje. Aan dat soort dingen werken we al.’

    Eerlijk gezegd kan ik soms zelf niet geloven dat we in 2023 nog altijd betalen met een stukje papier met een getal erop. Het doet me denken aan de maaltijdbonnen uit bedrijfskantines, het ontroert me op een of andere manier. Ook kan ik sommige argumenten tegen contant geld best begrijpen: wisselgeld wordt overbodig, witwassen ingewikkelder, overvallen lonen niet meer. Bedrijven besparen personeel en geld, omdat contant geld geadministreerd, geteld en naar de bank gebracht moet worden. De productie van munten en biljetten valt weg; het fabriceren van één 1 eurocentmuntje kost tenslotte maar liefst 1,65 cent. En ja, ook ik word ongemakkelijk als vóór me aan de kassa een oudere heer minutenlang muntjes in zijn handpalm heen en weer schuift, er ook nog een laat vallen, zich bukt, niet meer overeind kan komen, enzovoort.

    De Bundesbank heeft onlangs laten onderzoeken hoe lang de verschillende betalingsprocessen duren. Volgens dat onderzoek gaat betalen met smartphone of smartwatch het snelst (14 seconden), gevolgd door contactloos betalen zonder pincode (15,2 seconden), contant betalen (18,7 seconden), contactloos betalen met kaart en pincode (23,3 seconden) en tot slot de kaartbetaling waarbij de kaart wordt ingestoken (25,7 seconden). We zouden dus een paar seconden kunnen besparen, maar waarvoor? Let wel, ik heb niets tegen kaarten op zich, alleen tegen de beperking van mijn keuzemogelijkheden. Is het dat ik geen verstand van financiën heb, sentimenteel ben of sceptisch sta tegenover technologie? Waarschijnlijk niet. Ook vooraanstaand econoom Peter Bofinger zegt: ‘Een digitale euro is als alcoholvrije wijn. Wat wijn voor de meeste mensen waardevol maakt, is de alcohol, bij contant geld het feit dat het fysiek is.’

    Erotische band

    Ik heb een lichamelijke, bijna erotische band met contant geld. Ik zal het nooit in een portemonnee stoppen, ik heb het in mijn broekzak, wil het voelen, het horen rinkelen. Het gaat me ook niet om de waarde, maar om de aura, de materialiteit ervan. In Der Ring des Nibelungen van Wagner bezingen de Rijndochters het goud dat op de bodem van de rivier ligt ook niet omdat het waardevol is, maar omdat het zo mooi glanst. Dat is zo ongeveer hoe ik me voel. Een bundeltje bankbiljetten met een elastiekje erom? Love it. Ik weet nog dat ik als jongetje op Wereldspaardag met mijn spaarpot (een blauwe motorhelm) aandachtig luisterde hoe de muntjes door de mechanische telmachine ratelden. Ik hou trouwens van versleten munten en verkreukelde, gescheurde en weer slordig aan elkaar geplakte biljetten. Als ik er een in mijn vingers krijg, denk ik niet aan ziektekiemen of bacteriën, maar aan hoe het met de mensen zou gaan die het voor mij in handen hebben gehad en wat ze ermee hebben betaald: iets om mee op te scheppen of iets om te overleven? Iets overbodigs of iets noodzakelijks? Het klinkt misschien gek, maar even voel ik dan hoe alles met alles samenhangt, ik voel geschiedenis en noodlot, tragedie en geluk. Vroeger vond ik het mooi als iemand op het werk met een A5-envelopje van bureau naar bureau liep om geld in te zamelen voor de verjaardag van een collega. Sinds er alleen nog maar Paypal-gegevens worden rondgestuurd, geef ik niets meer.

    Geld dat alleen nog uit datarecords bestaat, verliest zijn karakter. Het vertelt geen verhalen meer. Terwijl contant geld mensen met elkaar in contact brengt en ontmoetingen bewerkstelligt omdat het ‘overhandigd’ wordt. Als ik een bedelaar 50 cent geef, is het bijna altijd op het moment dat het muntje rinkelend in zijn beker valt, dat hij even opkijkt en onze blikken elkaar ontmoeten. Bent u weleens in een minibus door een Afrikaanse stad gereden? De munten worden van de achterste rij naar voren aan de chauffeur doorgegeven; even zijn alle inzittenden met elkaar verbonden, ze draaien zich om of tikken de man voor hen op de schouder, een choreografie van de solidariteit. Nu kun je natuurlijk zeggen dat je helemaal geen zin hebt om vreemde mensen aan te raken of in een gesprek betrokken te worden, maar dat is nou juist het probleem: dat we, nu alles steeds digitaler wordt, ons door spontane ontmoetingen eerder lastiggevallen dan verrijkt voelen. En contant geld heeft nog meer voordelen: er is geen elektriciteit voor nodig, het beschermt ons tegen phishing, behoedt ons voor negatieve rente en werkt disciplinerend, omdat het nu eenmaal makkelijker is een plastic kaartje op een pinapparaat te houden dan een briefje van 200 euro op tafel te knallen. Contant geld is nu eenmaal geen fictieve grootheid, maar heerlijk reëel.

    Ik hou ervan dingen aan te raken en ernaar te kijken. Het maakt me nerveus dat zoveel dingen zich tegenwoordig aan hun aanschouwelijkheid onttrekken door zich te verstoppen op geheugenchips of in een cloud. Als alles onzichtbaar wordt, voel ik me hulpeloos, alsof belangrijke informatie me opzettelijk wordt onthouden. Ik besef dat er zonder contant geld geen koffers vol geld meer de kantoren van de EU kunnen worden binnengesmokkeld, maar ik heb zo’n idee dat via digitale kanalen veel doortraptere fraude mogelijk is. Zo zijn cryptocurrencies een geweldige manier om de herkomst van vermogen te verhullen. Volgens het Crypto Crime Report – ja, zoiets bestaat intussen – werd in 2022 minstens 23,8 miljard dollar witgewassen – een toename van 68 procent vergeleken met een jaar daarvoor. Na een cyberaanval wordt het losgeld allang niet meer in een plastic tas bij een benzinestation aan de snelweg betaald, maar in Bitcoin. Helaas worden niet alleen het recherchewerk, maar ook de criminelen steeds moderner, geraffineerder en digitaler.

    Elke opwelling, elk verlangen, elk geheim, smerig of niet, kan door dataverzamelaars worden geregistreerd

    En als techbedrijven, die hun miljarden toch al met onze persoonlijke data verdienen, de ene na de andere digitale betaaldienst ontwikkelen, ga ik er niet vanuit dat ze dat uit naastenliefde doen. Nieuwe mogelijkheden gaan altijd gepaard met nieuwe beperkingen. Bijna altijd hebben praktische oplossingen voor alledaagse problemen een prijs. Voor banken, techbedrijven en creditcardaanbieders is contant geld een nachtmerrie: hoe minder ervan is, hoe meer ze verdienen. Mocht het op een dag daadwerkelijk worden afgeschaft, dan zijn we definitief aan hen overgeleverd als volmaakt voorspelbare, transparante mensen. Al onze gewoontes, voorliefdes en wensen waar we geld voor uitgeven, zijn dan niet alleen toegankelijk voor de bedrijven die dat afhandelen, maar via big-data-applicaties ook voor alle aanbieders van goederen en diensten, voor de overheid en de geheime diensten. Elke opwelling, elk verlangen, elk geheim, smerig of niet, kan door dataverzamelaars worden geregistreerd, gevolgd en tegen ons worden gebruikt wanneer onze betalingsgegevens aan andere informatie worden gekoppeld, wat hoogstwaarschijnlijk ook zal gebeuren. Daarom gebruikt China al jaren de ‘digitale yuan’, daarom introduceert Rusland nu de ‘digitale roebel’.

    Zonder contant geld verliezen we ons laatste restje vrijheid, wordt onze zogenaamd vrije samenleving een stuk gecontroleerder en ondemocratischer. Het is dan niet langer mogelijk op straat een munt van twee euro te vinden en onopgemerkt door de overheid, laten we zeggen, een appel te kopen. Het klinkt misschien banaal, maar het is van cruciaal belang dat u niet van deze aankoop kunt worden weerhouden, dat u de toegang daartoe niet kan worden ontzegd en u niet om een update of wachtwoord kunt worden gevraagd. Wie contant betaalt, laat geen sporen na en is minder berekenbaar, minder stuurbaar. Natuurlijk bevalt dat sommige mensen niet. En juist daarom is het belangrijk. Wie contant betaalt, is een vrijer mens.

    Lees ook:

  • Washington keurt derde wapenverkoop aan Taiwan goed

    Washington keurt derde wapenverkoop aan Taiwan goed

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky spreekt VN toe: ‘ergste oorlogsmisdaden sinds WOII’

    » Oekraïense rockster treedt op in schuilkelders en stationshallen

    De deal wordt geschat op 95 miljoen dollar

    ‘Taiwan dankt VS voor verkoop Patriot-raket‘, kopt Taiwan News, dat opmerkt dat de deal wordt gewaardeerd op 95 miljoen dollar (87 miljoen euro). Dit is de derde keer dat de regering-Biden een wapenverkoop aan het land goedkeurt, en de tweede keer in 2022.

    Afgelopen dinsdag werd door het Defense Security Cooperation Agency, een onderdeel van het Amerikaanse ministerie van Defensie, in een verklaring aangekondigd om de uitrusting en diensten van het bestaande Patriot-raketafweersysteem van Taiwan te onderhouden. Taipei verwelkomde de aankondiging en zei dat het ‘bewijst dat Washington groot belang hecht aan de veiligheid van Taiwan’.

    Lees ook:

  • 5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    De betogingen van de gele hesjes
in Frankrijk hebben iets weg van 
de Arabische Lente – maar dan in Parijs. Kan echter de revolte tegen ‘het systeem’ de democratie in 
gevaar brengen in plaats van haar 
te verdedigen, vraagt men zich 
tot in Beiroet af.

    Er valt geen dictatuur omver te werpen. Er 
is ook geen sprake van een politiestaat die mensen bij de minste of geringste kritiek 
laat verdwijnen. In Frankrijk zijn demonstraties 
toegestaan, mag de oppositie van zich laten horen 
en worden de ergste beledigingen aan het adres van het staatshoofd getolereerd. Daar, in Frankrijk, is 
het onderwijs goed en gratis, evenals de gezondheidszorg, en staat de overheid de minstbedeelden bij. Daar heerst de rechtsstaat.

    Maar daar leek het gedurende een weekeinde toch ook een (klein) beetje op hier. ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was,’ bekende een aantal Libanezen die in de Franse hoofdstad wonen en die daar getuige waren van de woede van de gele hesjes. 
De stortvloed van verbaal en fysiek geweld, de 
brandende auto’s, de plunderingen op de Champs-Élysées, de totale wanorde, het saamhorigheidsgevoel van de oproerigen – dat alles wekt min of meer de indruk dat men zich aan de overkant 
van de Middellandse Zee bevindt.

    ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was’

    Men zou om deze vergelijking kunnen glim-lachen als het onderwerp niet zo ernstig was. 
Het was om (echte) dictaturen ten val te brengen dat de Arabieren acht jaar geleden in opstand kwamen, in een streven naar democratie. 
Diezelfde democratie die vandaag de dag lijkt 
te wankelen in de westerse wereld, en die soms zelfs, bij wijze van karikatuur, wordt voorgesteld als een dictatoriaal regime, in een politiek 
strijdperk waarin woorden een groot deel van hun betekenis hebben verloren.

    Op 7 mei 2017 meenden sommigen dat de verkiezing van Emmanuel Macron tot Franse president het einde betekende van een populistische 
kringloop in de westerse democratieën. De ruime overwinning van de jonge pro-Europese liberaal wekte hoop op een politieke vernieuwing die niet zou worden beheerst door uitersten. Maar we moeten constateren dat dit een illusie was. Niet alleen lijkt Macron op dit moment op het Europese en internationale toneel in een isolement te verkeren, maar ook stuit hij in eigen land op een beweging die in haar afkeer van ‘het systeem’ niet al te veel verschilt van de Brexit of de overwinning van Donald Trump.

    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP
    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP

    Ongetwijfeld mede doordat Macron bij zijn critici het beeld oproept van een president voor de rijken, die is losgezongen van de volkse werkelijkheid en bovendien nog arrogant ook, uit de onvrede zich op zo’n gewelddadige wijze. Zijn ideeën over ‘de macht van boven’, zijn wens om geen gebruik te maken van bemiddeling, zijn gebrek aan pedagogisch inzicht om de hervormingen, die in 
een mateloos tempo werden doorgevoerd, in goede banen te leiden, hebben zonder twijfel de woede van een deel van de bevolking aangejaagd.

    Maar het fenomeen lijkt de persoon van Emmanuel Macron en de puur Franse situatie te overstijgen. Ondanks de specifieke omstandigheden van iedere volksbeweging en van elk land, zien we in andere westerse democratieën bij substantiële delen van 
de bevolking hetzelfde gevoel van onthechting, van het idee dat ze in de steek gelaten zijn. Daar heerst dezelfde, soms heftige tweestrijd tussen steden en buitengebieden, tussen hoogopgeleiden en arbeiders, tussen degenen die (terecht of onterecht) vinden dat de globalisering hun geen windeieren legt, en degenen die (op even subjectieve gronden) het tegendeel ervaren.

    En populisten bedienen zich er van dezelfde demagogie om de volkse woede ter eigen voordeel aanwenden, dezelfde retoriek van ‘wij tegen hullie’ die geen enkele ruimte voor dialoog biedt, dezelfde grootschalige verspreiding van fake news en dezelfde utopische heimwee naar een gefantaseerd tijdperk waarin alles, uiteraard, beter was.
    Aan de andere kant, die van de machthebbers, vindt men dezelfde gebreken: gevoelens van onmacht en onvermogen om het gesprek aan te gaan met het kiezersvolk, dat antwoorden verwacht die zowel krachtig als simpel zijn.

    De niet-populisten slagen 
er niet in een samenhangend betoog te houden dat de populistische klasse duidelijk maakt dat de tijden van gouden bergen en ongebreidelde groei voorbij zijn. Ze kunnen zich niet langer bedienen van oude politieke recepten, maar slagen er ook niet in om nieuwe te vinden: daar vloeit een gevoel uit voort 
van een politiek van kleine stapjes, bijstellingen, die uit de aard van de zaak beperkt zijn omdat rekening moet worden gehouden met wereldwijde factoren, die de toehoorders al even vanzelfsprekend grotendeels ontgaan.

    Het nationale kader waarbinnen de politiek zich 
ontwikkelt, lijkt te beperkt om ook voldoende armslag te hebben voor de grotendeels geglobaliseerde economie. Op dezelfde manier lijkt de politiek niet 
in staat om een antwoord te geven op de grote uitdagingen van deze tijd – milieu, migratie, technologie, veiligheid – die brede lagen van de bevolking betreffen, en ze rechtstreeks en heftig raken. En die laatste wenden zich dan, eigenlijk logischerwijze, tot degenen die zich aan de werkelijkheid weinig gelegen laten liggen en het volk gouden bergen beloven.

    Auteur: Anthony Samrani

    L’Orient-Le Jour
    Libanon | dagblad | oplage onbekend

    In 1971 fuseerden de twee grootste Franstalige kranten van Beiroet: L’Orient en Le Jour. Geldt tegenwoordig als de beste Libanese krant en een van de beste uit de Arabische wereld.

  • President ‘Kaas’ geeft Somalië hoop

    President ‘Kaas’ geeft Somalië hoop

    De kersverse president Mohamed Abdullahi ‘Farmajo‘ laat Somalië dromen van een betere toekomst. Journalist Sakariye Cismaan legt uit waarom.

    Op 8 februari kwam er na maanden eindelijk een einde aan de verkiezingen in Somalië. De verbazing was groot toen buitenstaander Mohamed Abdullahi ‘Farmajo’ als nieuwe president uit de bus kwam. Zijn overwinning werd in het hele land uitbundig gevierd. De oud-premier was een van de 21 kandidaten in de strijd om het presidentschap. De stemming werd verricht door 329 kersverse parlementsleden, waarbij Farmajo in de tweede ronde 184 stemmen behaalde, tegenover 97 stemmen voor zittend president Hassan Sheikh Mohamud, die zijn nederlaag meteen erkende. De uitkomst kwam voor velen als een grote, zij het aangename, schok.

    Populair politicus

    De nieuwe president – vanwege zijn voorliefde voor lekker eten inmiddels bekend onder zijn bijnaam Farmajo, een verbastering van het Italiaanse ‘formaggio’ – was al een bekend gezicht in Somalië. In 2010, na een verblijf van vijfentwintig jaar in de VS, werd hij door de toenmalige president Sharif Sheikh Ahmed uit de diaspora geplukt en tot premier gekatapulteerd. In de zeven maanden die volgden groeide hij uit tot een van de populairste politici die Somalië heeft gekend.

    In tegenstelling tot het merendeel van de Somalische politici toog Farmajo als premier onmiddellijk aan het werk. Hij slankte het kabinet, dat sinds 1991 uit 35 leden bestond, af tot achttien ministers, en liet overbodige ministeries sneuvelen, zoals dat van Toerisme en van Wilde Dieren. Hij bestreed corruptie, stelde een anticorruptiecommissie in en pleitte voor meer transparantie in de overheidsuitgaven en privéuitgaven van ministers.

    Voorts zag hij erop toe dat salarissen van regeringsambtenaren en soldaten, die al maanden op hun loon wachtten, werden uitbetaald – een prestatie die hem tot op de dag van vandaag warme sympathie bezorgt. Onder Farmajo heroverde het leger met behulp van de Afrikaanse vredesmacht grote stukken grondgebied op de terreurbeweging Al-Shabaab, en dat leidde er uiteindelijk toe dat de islamitische militanten zich, anderhalve maand na Farmajo’s aantreden, voor het eerst uit Mogadishu terugtrokken.


    In 2011 kwam er een abrupt einde aan het premierschap van Farmajo. President Sharif Sheikh Ahmed en de toenmalige voorzitter van het parlement Sharif Hassan Sheikh Aden waren verwikkeld in een bittere machtsstrijd, die pas werd beslecht toen ze een overeenkomst sloten waarbij onder andere het vertrek van Farmajo werd bekokstoofd.

    Het heenzenden van de premier leidde zowel binnen als buiten Somalië tot dagenlange protesten. Sommige demonstranten schreven Farmajo’s ontslag toe aan buitenlandse inmenging. Opmerkelijk was vooral Farmajo’s populariteit in Mogadishu, de stad waaruit zijn clanleden, onder wie oud-president Siad Barre, tijdens de burgeroorlog waren verdreven. Dat hij door de hoofdstad zo werd omarmd, toont aan hoe ver Somalië is gekomen.

    Wind in de rug

    Met zijn populariteit onder het volk en zijn glansrijke verkiezingsoverwinning – de grootste sinds 1967 – heeft de nieuwe president nu de wind in de rug om Somalië naar stabieler vaarwater te loodsen, democratischer en welvarender te maken. Om dit te bereiken, is het van wezenlijk belang dat hij niet dezelfde fouten begaat als zijn voorgangers, met name op de volgende vier punten.

    Ten eerste moet Farmajo goed bedenken wie hij tot premier benoemt. De laatste vier presidenten versleten ieder ten minste drie premiers, met wie de samenwerking in vrijwel alle gevallen stukliep. Soms sleepten de interne conflicten zich maandenlang voort, en dat dwarsboomde elke eventuele vooruitgang. Als president moet Farmajo iemand aanstellen die hij vertrouwt, die zijn visie deelt en die hem tijdens zijn ambtstermijn blijft steunen.

    Het tweede cruciale punt is verzoening. Door de verwoestende burgeroorlog die in 1990 uitbrak, is het land uiteengevallen in een aantal gebieden die door verschillende clans worden beheerst. Veel Somaliërs zetten nooit voet buiten hun regio. De nieuwe president moet een proces van nationale verzoening op gang brengen en politieke onrechtvaardigheid aanpakken: zo moet de discriminerende formule die de vier grootste clans onevenredig veel macht toebedeelt uit de grondwet worden geschrapt, en moeten verdrevenen kunnen terugkeren naar hun huizen. Door het vertrouwen tussen de clans te herstellen kan Farmajo duurzame vrede scheppen.

    Het moreel van de soldaten moet worden opgekrikt door hen fatsoenlijk te trainen en hun salarissen op tijd uit te betalen

    Ten derde moet de president de hachelijke veiligheidssituatie van het land aanpakken. Ondanks de veelbelovende overwinningen is het aantal aanslagen van Al-Shabaab in Mogadishu de afgelopen tijd toegenomen, en dat was ook de reden om de stemming voor de presidentsverkiezing naar de zwaarbewaakte luchthaven Aden Adde te verplaatsen. Om de veiligheid te verbeteren moet Farmajo speciale aandacht besteden aan de Somalische veiligheidstroepen. Het moreel van de soldaten moet worden opgekrikt door hen fatsoenlijk te trainen en hun salarissen op tijd uit te betalen. Op die manier kan het leger ook hogeropgeleide jongeren rekruteren die op termijn Amisom, de vredesmacht van de Afrikaanse Unie, dienen te vervangen.

    Tot slot moet Farmajo ervoor zorgen dat hij een inclusief beleid voert. De laatste twee regeringen werden regelmatig bekritiseerd omdat de macht in handen van een select groepje mensen lag. Onder de nieuwe president moeten Somaliërs door het hele land zich vertegenwoordigd gaan voelen. Toen Farmajo in 2010 premier was, sprak hij openlijk zijn afkeuring uit over de machtsverdeling die kleinere clans discrimineert. Toentertijd was zijn invloed beperkt, maar nu heeft hij de macht om de daad bij het woord te voegen en ervoor te zorgen dat zijn regering alle Somaliërs representeert.

    Auteur: Sakariye Cismaan
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openinsbeeld: Mohamed Abdullahi tijdens zijn inauguratie op 22 februari j.l.

    African Arguments
    Verenigd Koninkrijk | africanarguments.org

    Dit onlinetijdschrift is gewijd aan analyses over al wat speelt in hedendaags Afrika, en dient tevens als platform voor discussies daaromtrent. De site werd in 2007 gelanceerd door de Royal African Society, een Britse stichting die zich inzet voor een beter begrip van het continent.

  • Is New Orleans veilig?

    Is New Orleans veilig?

    Tien jaar na Katrina is de hamvraag of New Orleans bestand is tegen een nieuwe superstorm. De staat Louisiana heeft een masterplan bedacht om de stad te beschermen. Maar dat gaat vele miljarden dollars kosten.

    Deze stad heeft altijd een ander ritme gehad. Totaal anders dan dat van New York. Het schijnt dat iemand ooit een havenarbeider heeft horen zeggen: ‘Red je het niet in The Big Easy, dan red je het nergens’, en die kreet werd gemeengoed, eerst in de zwarte gemeenschap, vervolgens in Newsweek en van daaruit in de rest van het land. Tientallen jaren waren de jonge ambitieuze mannen en vrouwen hier verknocht aan hun stad, maar gingen ze er toch weg, terwijl nieuwkomers een plek voor zichzelf vonden in de bestaande huizen, zich er nestelden en de stad in hun hart sloten.

    De orkaan Katrina, deze maand tien jaar geleden, heeft veel veranderd. De essentie van de stad – zijn ritme en zijn geuren – heeft de storm overleefd, ook al lijkt het er nu meer op Disneyland dan ooit. Maar het is ook een dynamische plek geworden. Na de storm kwamen tienduizenden hierheen om de stad weer op te bouwen; duizenden, vaak jonge mensen, zijn gebleven. Zij kwamen niet om zich in bestaande ruimtes te nestelen: ze kwamen om ruimte voor zichzelf te maken, niet te vinden, om een nieuwe Amerikaanse stad te scheppen.

    Dankzij hun energie, plus 71 miljard dollar overheidsgeld voor Louisiana, waarvan het grootste deel voor de hoofdstad New Orleans, is veel veranderd. Tot verbazing van degenen die de stad kennen is die niet alleen springlevend, maar trekt hij ook jong talent aan. In 2014 had New Orleans volgens zakenblad Forbes het snelst groeiende aantal afgestudeerden van het land, en in 2013 was het de stad waar de meeste werkende Amerikanen naartoe verhuisden. Ook het ondernemersklimaat is hier volgens het blad het beste van het land, onder andere dankzij de jaarlijkse Entrepreneur Week, waar dit jaar tienduizend deelnemers op afkwamen.

    De armoede en criminaliteit zijn gebleven, maar in New Orleans heerst nu ook een klimaat van kansen en mogelijkheden dat tien jaar geleden ondenkbaar was. Er is één vraag over de toekomst die steeds maar blijft hangen: hoe veilig is deze stad?

    © The Historic New Orleans Collection / David G. Spielman
    © The Historic New Orleans Collection / David G. Spielman

    In Nederland zijn steden beschermd tegen een 10.000-jarige storm

    100-jarige storm

    Die vraag gaat niet over criminaliteit, een ernstig, maar oplosbaar probleem. De kwestie is: zal de oceaan de stad verslinden – kan de stad blijven bestaan? Het antwoord daarop is lastig en ook belangrijk voor andere steden, waaronder New York. New Orleans heeft een nieuw systeem dat overstromingen tegen moet gaan. Het systeem dat er vóór Katrina was, faalde als gevolg van fouten van de Army Corps of Engineers [die in de VS de rol speelt van een soort militaire Rijkswaterstaat], maar dit nieuwe systeem moet wél zijn werk doen. Het biedt bescherming tegen een zogenaamde 100-jarige storm, ofwel een storm die eens in de honderd jaar voorkomt – het soort bescherming dat ook New York wil, maar nog niet heeft.

    Maar er zijn drie problemen: die norm van ‘eens in de honderd jaar’ zelf, de geologie en zeespiegelstijging, en de politiek. De eerste twee kunnen opgelost worden, het derde zou wel eens ongeneeslijk kunnen zijn. Bescherming tegen een storm die eens in de honderd jaar voorkomt klinkt veilig, maar is het niet. Het betekent dat de stad beschermd is tegen een storm waarvan de kans dat hij in een bepaald jaar toeslaat 1 procent is; de kans dat de gemiddelde inwoner tijdens zijn leven minstens één storm zal meemaken die even krachtig is als de norm, of krachtiger, is echter meer dan 50 procent. De 100-jarige norm is in 1973 vastgelegd in het National Flood Insurance Program en diende oorspronkelijk alleen voor verzekeringsdoeleinden. Hij is nooit bedoeld geweest als veiligheidsnorm.

    Vóór 1973 legde het Army Corps of Engineers stormvloedkeringen aan die de stad moesten vrijwaren van de ergste overstroming die zou kunnen optreden. Dat was de norm in de jaren dertig, toen na een overstroming van de rivier de Mississippi in 1927 – die rampzaliger was dan Katrina – dijken en afvoerkanalen werden aangelegd langs de benedenloop van de rivier. Dat was maar goed ook, want in 1937, 1973 en 2011 kwam het water bij de benedenloop van de Mississippi ook hoger dan het 100-jarige record, maar richtte het weinig schade aan, dankzij de dijken en afvoerkanalen. Daarentegen zijn delen van het land met dijken van vóór de 100-jarige norm herhaaldelijk overstroomd. Voor New Orleans, dat altijd afhankelijk is geweest van de goede wil van vreemden, is het dom om zichzelf op de borst te kloppen over die 100-jarige bescherming; voor het rijke New York is het idioot om naar die 100-jarige norm te streven. Toen Katrina aan land kwam, werd het water opgestuwd tot de hoogte van een 400-jarige storm; Sandy had op sommige plekken de kracht van een 200- tot 500-jarige storm.

    In Nederland zijn steden beschermd tegen een 10.000-jarige storm; dat is financieel onhaalbaar aan de Golf van Mexico en aan de oostkust, die met veel zwaardere stormen te maken krijgen dan de Nederlanders. Maar de norm moet hoger zijn dan die honderd jaar; vijfhonderd jaar zou het minimum moeten zijn. Dat is zeker bereikbaar in New York, gezien de draagkracht van die stad. Is het ook haalbaar in New Orleans?

    Nieuw Atlantis

    Om die vraag te beantwoorden moeten we ons realiseren dat de hele kust van Louisiana gevormd is door sedimentafzettingen die zijn aangevoerd door de rivier de Mississippi. Het sediment sloeg neer op het moment dat de rivier de oceaan bereikte, vormde eerst zandbanken, en daarna, toen daar planten op gingen groeien, stevig land – 20.000 vierkante kilometer land dat zich uitstrekt tot aan Texas in het westen. Mensen hebben in dit natuurlijke proces ingegrepen en sinds 1932 is zo’n 5000 vierkante kilometer – een gebied zo groot als Delaware – van de kust van Louisiana verdwenen. Dat land vormde ooit een buffer tegen stormvloeden.

    Het landverlies gaat voort in zo’n tempo dat een gebied ter grootte van Manhattan in achttien maanden verdwenen kan zijn. Wordt er de komende vijftien jaar niets aan gedaan, dan verdwijnt nog eens 700 tot 1300 vierkante kilometer van Louisiana – en gaat het verlies verder tot New Orleans een Nieuw Atlantis wordt, met muren van dijken die de zee tegenhouden.

    Toch heeft New Orleans wel een kans om te overleven, om twee redenen. Om te beginnen heeft de stad het concept van ‘leven met water’ omarmd – al is er weinig gedaan om dat ook werkelijk door te voeren – bijvoorbeeld door huizen op palen te bouwen. Ten tweede, en dat is veel belangrijker, zouden dezelfde natuurkrachten die de kust hebben gevormd, ook dienst kunnen doen om de kust die er nog is te bewaren, zodat de kuststreken van Louisiana een kans krijgen op een duurzame toekomst. Wat verdwenen is kan niet meer worden hersteld, en er zal nog steeds land verdwijnen, maar zelfs met de komende zeespiegelstijging kan, als er genoeg sediment en zoet water wordt aangevoerd, op strategische plekken nieuw land worden gevormd om de bevolking te beschermen.

    De werkelijke kosten van het masterplan zullen meer dan 100 miljard dollar bedragen

    Het is nu zelfs zo dat het dijkensysteem van New Orleans de stad waarschijnlijk zal beschermen tegen een eens in de vijfhonderd jaar voorkomend ‘stil hoogwater’, ofwel een stijging van het water zonder golven. Golven verspreiden zich over land, dus het opnieuw opbouwen van een landbuffer kan de veiligheid van de stad aanzienlijk vergroten. De Mississippi geeft New Orleans en Louisiana dus een kans, en duidelijk een veel betere dan bijvoorbeeld Miami, Tampa of Houston hebben, die geen beroep op de Mississippi kunnen doen.

    Masterplan

    Zal dit gebeuren? De staat heeft er een ‘masterplan’ voor ontwikkeld. Het grootste technische probleem is het sediment, dat met 50 procent is afgenomen, waardoor de technici minder hebben om mee te werken dan vroeger. De staat hoopt het sediment te verspreiden via pijpleidingen of ‘omleidingen’: openingen in dijken om natuurlijke stromen na te bootsen. Maar hoe lastig de techniek ook is, de politiek is nog lastiger. De meeste deskundigen zien het omleiden van het water als de enige mogelijkheid om op de lange termijn land te laten aangroeien. Nu al zijn oesterkwekers daar echter een campagne tegen gestart, omdat oesterbedden er volgens hen door vernietigd worden terwijl er geen land zal worden opgebouwd, en maakt de scheepvaartsector zich zorgen om veranderingen in het vaargebied.

    En het gevecht om de omleidingen is nog maar het begin. De strijd zal pas echt losbarsten wanneer mensen buiten de beschermde gebieden beseffen dat hun gemeenschap zal verdwijnen, of als de staat het voorstel aanneemt – waarvan veel deskundigen voorstander zijn – om een nieuwe riviermonding te creëren, waardoor een deel van de staat wordt afgesneden. Nu al zijn er in een regio felle protestacties gaande, omdat het voorstel kan betekenen dat mensen moeten verhuizen uit gebieden met ‘zware, herhaaldelijke overstromingen’. Dan is er natuurlijk nog de kwestie van het geld.

    Officieel zal het masterplan voor de hele staat 50 miljard dollar kosten. Ongeveer een vijfde daarvan is bestemd voor de 500-jarige bescherming van New Orleans. Maar volgens een onderzoek van de Yulane University zullen de werkelijke kosten van het masterplan meer dan 100 miljard dollar bedragen. En zelfs die begrote 50 miljard kan de stad al bij lange na niet opbrengen.

    Oliemaatschappijen

    De politieke realiteit is dat de belastingbetalers van het land heus niet tientallen miljarden dollars naar Louisiana zullen sturen, zeker niet zolang de politici van Louisiana zelf geen maatregelen nemen tegen een andere belangrijke oorzaak van het verlies aan land.

    Olie-, gas- en pijpleidingmaatschappijen hebben naar schatting 15.000 kilometer aan kanalen door het kustgebied gegraven. Het zoute water dat daardoor het land in kon stromen, was dodelijk voor planten, en zonder de wortels daarvan kalfde het land af. Bovendien hebben bedrijven zo veel stoffen uit de grond gehaald dat het oppervlak is verzakt. Toch gaat niemand serieus de discussie aan over de rol van het bedrijfsleven in het landverlies. Zelfs een onderzoek dat werd gefinancierd door de Louisiana Mid-Continent Oil and Gas Association, de brancheorganisatie van grote oliemaatschappijen, kwam tot de conclusie dat activiteiten van het bedrijfsleven ‘de grootste oorzaak’ waren voor landverlies in gebieden waar dat verlies het ernstigst was. Volgens een onderzoek van de staat Louisiana komt 76 procent van het landverlies in diezelfde gebieden voor rekening van energiebedrijven. Een onderzoek onder leiding van de Amerikaanse geologische dienst, waaraan ook wetenschappers uit de bedrijfstak meededen, schreef 36 procent van het verlies over een groter stuk van de kust toe aan het bedrijfsleven.

    Een herdenkingsbijeenkomst voor de orkaan Katrina in New Orleans. - © Lee Celano / Reuters
    Een herdenkingsbijeenkomst voor de orkaan Katrina in New Orleans. – © Lee Celano / Reuters

    Dijkraad

    Voor de meeste activiteiten van het bedrijfsleven waren vergunningen afgegeven, en daarin stond steeds specifieker de vraag om de schade zo veel mogelijk te beperken. In 1980 eiste de staat expliciet dat aangetast gebied ‘in zijn oude staat hersteld’ zou worden. Bedrijven hebben daar maar heel zelden aan voldaan. Een voorbeeld: in 1982 kreeg een bedrijf een vergunning van de staat, met daarin de eis om een kanaal ‘binnen negentig dagen af te sluiten; achttien jaar later had het bedrijf er echter niets aan gedaan en betaalden de belastingbetalers 5 miljoen dollar voor de afsluiting.

    Sindsdien zijn nog tientallen miljoenen dollars aan belastinggeld uitgegeven aan het herstellen van dit soort schade waarbij het bedrijfsleven in gebreke is gebleven. Als olie-, gas- en pijpleidingmaatschappijen het geld zouden bijdragen dat nodig is om gebieden in hun oude staat te herstellen, zou daarmee een groot deel van het masterplan kunnen worden gefinancierd – misschien wel het hele plan.


    Maar olie heeft lang de boventoon gevoerd in de politiek van Louisiana. De staat en de federale overheid hebben geen eisen gesteld aan het bedrijfsleven. Dat deed de Southeast Louisiana Flood Protection Authority East twee jaar geleden wel. Deze dijkraad, die na Katrina door hervormers werd ingesteld, en die verantwoordelijk is voor het grootste deel van de regio New Orleans, daagde 97 bedrijven voor de rechter wegens het doen toenemen van stormvloeden.

    Een van de leden van deze raad is voorzitter van een panel van de National Academy of Science over het verkleinen van risico’s aan de kust, en was daarvoor voorzitter van de American Society of Civil Engineers, waarin waterbouwkundigen en overstromingsexperts samenwerken. (Ik heb zelf zes jaar in de raad gezeten.) De raad hoopte met deze rechtszaak te bewerkstelligen dat in de hele staat regelingen konden worden getroffen ter financiering van het masterplan, hetzij via aanvullende gerechtelijke uitspraken, hetzij via belasting op het bedrijfsleven.

    Twee buurgemeenten van New Orleans spanden inderdaad een proces aan, maar de burgemeester van de stad, Mitchell J. Landrieu, heeft dat niet gedaan, ook al heeft hij ooit gezegd dat de industrie ‘haar eigen rotzooi moest opruimen’ en zou hij met het winnen van zo’n zaak de ‘leven met water’-benadering kunnen financieren. Ondertussen reageerde het grootste deel van de gevestigde politici en ondernemers met verbijstering en woede. De Republikeinse gouverneur, Bobby Jindal, probeerde de raad de nek om te draaien, bijvoorbeeld door een nationaal erkend overstromings-expert, die hoofdingenieur was bij de aanleg van 2300 kilometer aan federale dijken in Californië, te vervangen door een lobbyist die de financiële man is van de stichting van Jindals vrouw.

    Het parlement van de staat stelde oliemaatschappijen zelfs boven de wet en nam wetgeving aan die de rechtszaak van de raad met terugwerkende kracht onmogelijk maakte (die wetgeving is door een gerechtshof ongrondwettelijk verklaard). De voorstemmers hadden maar een krappe meerderheid, dus zei Chris John, hoofd van de organisatie van oliemaatschappijen, waarvan het eigen onderzoek zijn leden schuldig had verklaard aan het landverlies, dat hij ‘deze keer meer geld dan ooit zou besteden’ aan de staatsparlementsverkiezingen in 2015.

    300-jarig bestaan

    Wat betekent dit allemaal voor New Orleans? Op dit moment is de situatie beter dan vóór Katrina, maar echt veilig is de stad nauwelijks, en het gevaar wordt met de dag groter. Toch kan de veiligheid wel verbeterd worden, zelfs nu we geconfronteerd worden met een stijgende zeespiegel. De staat heeft het geld om zelf een programma te starten, ook al heeft het bij lange na niet genoeg om het noodzakelijke werk voort te zetten, laat staan af te maken, als de BP-regeling [de schadevergoeding die BP moet betalen voor de olievervuiling na de ramp met de Deep Horizon in de Golf van Mexico, in 2010] eenmaal opgebruikt is. Er is een ongelukkig precedent. Na orkaan Betsy in 1965 begon de federale overheid met de aanleg van de orkaanbescherming van de stad. In 2005, toen Katrina toesloeg, waren die waterwerken nog niet voltooid.

    Op de tiende verjaardag van Katrina zullen er veel felicitaties zijn voor alles wat de stad heeft bereikt. Burgemeester Landrieu heeft verklaard dat de herbouw klaar is, en wil nu van New Orleans een internationaal pronkstuk gaan maken voor het 300-jarige bestaan van de stad in 2018. Als de stad en de staat zich concentreren op de enige echt ernstige bedreiging waarvoor ze staan, kan New Orleans een duurzame toekomst tegemoet gaan. Maar als ze hun aandacht verspreiden, als de politiek daadwerkelijke maatregelen tegenhoudt, is dat 300-jarige bestaan hoogstwaarschijnlijk het laatste eeuwfeest dat de stad zal vieren.

    Zoals T.S. Eliot schreef, wordt de kracht van water ‘vaak vergeten / door de bewoners van steden – maar hij is onverbiddelijk / kent zijn seizoenen en zijn woedes, vernietiger, die herinnert aan / wat de mens wil vergeten. Niet geëerd, niet verzoend /… maar hij wacht, kijkt toe en wacht.’

    John M. Barry

    John M. Barry (1947) is een Amerikaanse auteur en historicus. Hij schreef voor zo’n beetje alle grote Amerikaanse bladen en publiceerde verschillende boeken over natuurrampen uit de geschiedenis van de Verenigde Staten.