Vakantiegangers beschadigen het klimaat, verdringen de lokale bevolking en zien er vaak ook nog eens belachelijk uit. Toch is het volgens Philipp Laage in Der Spiegel ronduit verkeerd – en elitair – om anderen het recht op vakantie te ontzeggen.
Lang was reizen iets gewilds: iemand die regelmatig met het vliegtuig op vakantie ging om andere landen te zien, werd beschouwd als kosmopoliet. Dat is nu wel anders. Vandaag de dag zijn toeristen klimaatzondaars die de lokale bevolking het leven onmogelijk maken. Ze worden niet alleen als storend gezien vanwege een bepaald soort gedrag, ze zijn per definitie misplaatst. Het algehele nut van reizen wordt in twijfel getrokken.
Maar door wie eigenlijk? En vooral, waarom? De waarheid is: zolang mensen bewust en bedachtzaam met zichzelf, anderen en hun omgeving omgaan, maakt het niet uit waar ze zijn. En als ze dat niet doen, geldt hetzelfde. Het is niet zo dat reizen mensen beter of slechter maakt. En misschien is het zelfs wel zo dat directe culturele uitwisseling door persoonlijke ontmoetingen steeds belangrijker wordt nu de spanningen wereldwijd toenemen. Is het niet gemakkelijker om interpersoonlijke grenzen te overstijgen als je ook geografische grenzen overschrijdt?
Het nieuwe kolonialisme
Veel mensen lijken het nu anders te zien. Onder andere veel journalisten. Jens Jessen maakt in Die Zeit de balans op van het onbeschaamde massatoerisme en noemt het ‘het nieuwe kolonialisme’. Hij observeert ‘een onstuimig verlangen van mensen die aan huis gebonden zitten om minstens één keer per jaar anderen te kunnen lastigvallen en kleineren’. Geen beste reden voor een vakantie. Andere culturen leren kennen, je horizon verbreden, vooroordelen afbreken – wat is daarmee gebeurd?
Blijkbaar allemaal zelfbedrog. Vakantie is ook gewoon werk, schrijft Nils Markwardt, eveneens in Die Zeit. Als je iets wilt leren, kun je een boek kopen. Hetzelfde geldt voor wie zichzelf wil ontdekken. ‘Dus het is het beste om gewoon thuis te blijven’, besluit de auteur stellig.
Vice ergerde zich een paar jaar geleden vooral aan ‘kinderen van rijke ouders op zelfontdekkingsreis’. Van reizen worden we slechtere mensen omdat we het klimaat verpesten, aldus de strekking. Alle eventuele voordelen moeten wijken voor de ecologische crisis.
De Amerikaanse filosoof Agnes Callard baarde opzien met een essay in The New Yorker. Ze vraagt zich daarin af of reizen wel echt zo verrijkend is. Haar belangrijkste bezwaar: we weten al wie we zijn als we terugkomen. Ook avonturlijkere reizigers hebben haar zegen niet. Ze wenden verandering voor, maar zijn uiteindelijk niet in staat om zichzelf objectief te bekijken en te beoordelen. Je kunt je afvragen: de auteur wel dan?
Het essay ging viraal en herhaalde de bekende beschuldigingen tegen toeristen: ze zien niets, leren niets, veranderen niet. Het is allemaal vluchtgedrag, narcisme en zelfbedrog. Reizen verandert ons enkel in de slechtste versie van onszelf, aldus Callard.
Volgens Die Welt is reizen binnenkort simpelweg niet meer van deze tijd. De krant spreekt van een ‘nieuwe haat tegen toeristen’ – maar zo nieuw is die niet.
Cruise naar de ondergang
Het zwartmaken van toeristen gaat ver terug. Al in de negentiende eeuw werd er geklaagd dat het plebs in aantocht was en dat de beste tijden voorbij waren. Al toen vakantiegangers nog in verantwoorde aantallen reisden, werden ze beschouwd als schapen en lemmingen die de massa volgden; als een kudde, roedel of zelfs als een zwerm insecten die steeds weer ergens anders neerdaalden.
Het ongemak met toerisme is altijd gevoed door de culturele oppervlakkigheid en het ontwrichtende massale karakter ervan. Critici maken graag onderscheid tussen toeristen en ‘echte reizigers’, die hun horizon willen verbreden. Al die kritiek en spot heeft de massa er echter nooit van weerhouden om te reizen. De laatste tijd geven Duitsers meer geld uit aan vakanties dan ooit tevoren en langeafstandsreizen en vliegen zijn nog altijd razend populair.
Wel heeft het onbehagen dat de vakantieganger veroorzaakt nu een morele implicatie: toeristen worden ervoor verantwoordelijk gehouden de mensheid dichter bij haar einde te brengen, als op een cruise naar de ondergang.
De toerist lijkt niet te passen in een tijdperk dat soberheid predikt. In haar boek Bleibefreiheit [Blijfvreugde] stelt filosoof Eva von Redecker dat vrijheid niet gedefinieerd moet worden in termen van ruimte, maar in termen van tijd: we moeten thuisblijven om de basisvoorwaarden van het leven in de toekomst garanderen. Niet uit dwang of plicht, maar omdat dat ons voldoening schenkt. In deze utopie is letterlijk weinig ruimte voor de vakantieganger; de Oostzee en de Beierse meren zijn immers al overvol.
Wie verder weg wil rijden of vliegen, moet de klimaatimpact van zijn eigen vakantie verantwoorden en wordt al snel veroordeeld. Daarbij wordt vaak met twee maten gemeten. De thuisblijvers houden er immers misschien wel een levensstijl op na die in het dagelijkse leven meer uitstoot veroorzaakt dan die van sommige reizigers. Toegegeven, dat is whataboutism. Maar moeten we ons wel kritisch opstellen ten opzichte van elkaars prioriteiten?
De moraalridder uithangen zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen
Vliegen is gewoon een dure luxe, wordt wel gezegd. In tegenstelling tot huisvesting, bijvoorbeeld. Reisemissies zijn daarom onnodig en dus immoreel. De vraag is wat je met zulke beschuldigingen wilt bereiken. De moraalridder uithangen en je opwinden over andermans gedrag zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen. Dat is tenminste wat de maatschappelijke ontwikkeling van de afgelopen jaren ons toont. Er valt weinig te winnen door anderen de legitimiteit van hun belangen en behoeften te ontzeggen. Ook als die behoefte een vakantiebestemming is die verder ligt dan het Zwarte Woud, Texel of het Vierwoudstedenmeer.
Niets wijst erop dat de meerderheid van de mensen binnenkort vrijwillig zal afzien van vliegreizen. Slechts enkelen kiezen ervoor om het niet te doen (en gaan daar prat op). Degenen met minder geld willen ook weleens met het vliegtuig op vakantie, en laten zich daarin niet door anderen beperken.
Eén suggestie is om iedereen een persoonlijk CO₂-budget te geven. Als je van reizen houdt, kun je je budget daaraan spenderen en moet je elders bezuinigen. Maar wie moet dit gaan controleren? Een nieuwe superautoriteit? Daar hebben we waarschijnlijk een dictatuur voor nodig.
Met het definiëren van de term overtoerisme lopen we tegen eenzelfde probleem aan: wie naar Mallorca vliegt om van de zon te genieten moet wegblijven, maar cultuurreizigers zijn welkom? Wie kan het doel van de reis beoordelen en bij twijfel de boeking weigeren?
Nee, de markt moet reguleren. En omdat bekend is dat de markt op hol slaat en alle neveneffecten negeert als we haar haar gang laten gaan, moeten politici haar in toom houden. Ze moeten een prijs zetten op klimaatschade, woningen beschermen en infrastructuur reguleren. Met belastingen en boetes, eisen en regels, lokkertjes en compromissen. Hoe dit op een sociaal aanvaardbare manier kan worden bereikt is een belangrijke vraag, die niet eenvoudig te beantwoorden is.
Elitair
Veel vakantiegangers passen zich aan, slechts weinigen lappen de regels moedwillig aan hun laars. De meeste van hen zijn helemaal niet zo onwetend als ze vaak worden afgeschilderd. Bovendien moeten we niet over het hoofd zien dat slechts een paar plaatsen op aarde echt zonder bezoekers kunnen. In veel regio’s heeft toerisme een doorslaggevende bijdrage geleverd aan de welvaart. De ongelijke verdeling van inkomsten en het gebrek aan sociale normen zullen niet worden opgelost als er over het algemeen minder te verdelen valt. Integendeel.
Het is onrealistisch om van toeristen te verwachten dat ze deze problemen oplossen door hun consumptiegedrag aan te passen. De verantwoordelijkheid voor structurele veranderingen kan niet worden afgeschoven op de reizigers. Nuttiger zou het zijn om politieke maatregelen te promoten die klimaatbescherming en sociale rechtvaardigheid bevorderen.
Het nut van het snel toenemende Instagramtoerisme is zonder meer discutabel. Hoe we reizen is en blijft dan ook een belangrijke vraag. Natuurlijk kun je door minder te vliegen een persoonlijke bijdrage leveren aan de bescherming van het klimaat, of het nu daadwerkelijk iets oplevert of niet. Maar anderen veroordelen en het recht ontzeggen om op vakantie te gaan, is ronduit verkeerd en elitair.
Waarom iemand op vakantie gaat, moet hij zelf weten. Het gaat waarschijnlijk zelden echt om die persoonlijke transformatie, al suggereert filosoof Callard van wel. Het lijkt niet bij deze auteur op te komen dat mensen die naar het buitenland reizen gewoon op zoek zijn naar een beetje plezier, of ontspanning.
Misschien is de toerist zo’n populaire boeman omdat mensen in het licht van complexe, escalerende crises duidelijkheid willen: wie staat aan de goede kant, wie aan de verkeerde? Eenvoudige antwoorden maken de wereld draaglijker. Maar niet beter.

