Tag: verhoudingen

  • Westen bekritiseert wetswijziging Xi Jinping

    Westen bekritiseert wetswijziging Xi Jinping

    Het Westen heeft hem verwelkomd, gevoed, opgeleid en gefinancierd, in de hoop een stuk van de Chinese markt te veroveren. Met de komst van keizer Xi realiseert het Westen zich, zij het een beetje laat, dat het een tijger aan de borst heeft gedrukt.

    Sinds Xi Jinping te kennen heeft gegeven dat hij de grondwet wilde wijzigen om voor onbeperkte tijd ‘keizer Xi’ te kunnen blijven, is de Chinese bevolking verontwaardigd zonder dat openlijk te durven uiten. Men ziet zich gedwongen zijn woede in te slikken en te accepteren dat de officiële pers deze ‘restauratie’, het in ere herstellen van het keizerschap, van harte onderschrijft. De internationale media daarentegen nemen geen blad voor de mond om deze maatregel te bekritiseren. De felste kritiek is waarschijnlijk afkomstig van The Economist. Het Britse blad herinnert in een hoofdartikel allereerst aan alle moeite die de westerse landen zich de afgelopen tien jaar hebben getroost om China onderdeel te laten worden van het globale politieke en economische systeem. Door Beijing te helpen bij zijn hervormingsbeleid en zijn pogingen zich meer open te stellen voor de buitenwereld, zo vervolgt het artikel, is het Westen een verkeerde weg ingeslagen, omdat het daarmee een monster heeft gecreëerd dat zijn greep op de samenleving onophoudelijk verstevigt en westerse beschavingswaarden als economische vrijheid, openheid en respect voor de mensenrechten opnieuw ter discussie stelt.

    Wolf tussen schapen

    Het verwijt dat men, zoals The Economist het uitdrukt, ‘een wolf tussen de schapen heeft gezet’, dekt misschien niet helemaal de lading, maar het scheelt niet veel. Ook al gaat het om een westers gezichtspunt, helemaal ongegrond is het niet. Toen Deng Xiaoping in 1979 zijn hervormingsbeleid lanceerde en naar meer openheid streefde, begaf hij zich allereerst naar de Verenigde Staten om contact te leggen met de Amerikaanse leiders; op die manier wilde hij zijn land gemakkelijker laten integreren in het internationale economische systeem dat werd gedomineerd door het Westen om zo de technologie, het kapitaal, de managementmethodes en de toegang tot de gigantische buitenlandse markt te verwerven waar China zo dringend behoefte aan had. Dat het Westen, en met name de VS, zich bereid toonde China te helpen zich open te stellen voor de markteconomie, was allereerst bedoeld om tegenwicht te bieden aan de invloed van de Sovjet-Unie en zowel het Westen als het Oosten onder druk te zetten.

    Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het Oostblok begin jaren negentig hoopte het Westen, met de Verenigde Staten voorop, op een vreedzame ontwikkeling in China. Men rekende erop dat dankzij de nieuwe middenklasse, ontstaan als gevolg van de markthervormingen, China het communistische bestel zou inruilen voor een liberale markteconomie en politieke liberalisering. Om die reden ondersteunde het Westen krachtig de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO), waardoor de Chinese export een hoge vlucht heeft genomen. Als het westerse kamp de Chinese toetreding tot de WHO zou hebben belet, zou het land veel meer moeite hebben gehad om de ‘werkplaats’ van de wereld te worden.

    Maar de grote westerse mogendheden hebben de snelheid van de ontwikkelingen in China onderschat, evenals de diepe politieke en sociale verankering van het autoritaire regime. De eerste jaren na zijn aansluiting bij de WHO 
(in 2001) respecteerde China als een gehoorzaam kind de internationale regels; het liet multinationals toe tot zijn binnenlandse markt zonder ze al te veel te dwarsbomen. Kortom, China was nog van zins een ‘goede leerling’ van het Westen te zijn en de voordelen van verwestersing en universele waarden te onderschrijven’.

    Maar sinds China zich als redder van ontwikkelingslanden heeft ontpopt en van internationale financiële instellingen die waren getroffen door de bancaire tsunami van 2007, is de situatie drastisch veranderd. China is zijn plaats in de economische en politieke wereldorde gaan opeisen, wat het 
land met name meer stemrecht in het Internationaal Monetair Fonds heeft opgeleverd en de mogelijkheid om daarvoor mensen te nomineren. Sinds 2012, toen Xi Jinping aan de macht kwam, probeert China niet langer een plaats in de bestaande orde te bemachtigen, maar die orde juist omver te werpen en het evenwicht tussen de bestaande machten te veranderen, 
met de bedoeling daarvoor een andere grondslag te leggen.

    Het Chinese parlement stemt over de historische wetswijziging. – 
© Getty Images
    Het Chinese parlement stemt over de historische wetswijziging. – 
© Getty Images

    De oprichting in 2001 van de Sjanghai-samenwerkingsorganisatie, die met name Rusland en diverse Centraal-Aziatische landen verenigt, was voor Beijing slechts een voorgerecht. Rond China gestructureerde projecten als de in 2013 gelanceerde implementatieplan OBOR (One Belt, One Road), dat moet voorzien in een nieuwe ‘zijderoute’, vormen de werkelijke uitdaging. Het beleid om zijn binnenlandse markt wijdopen te stellen voor buitenlandse bedrijven heeft het land snel laten varen; inmiddels worden aan die bedrijven steeds meer beperkingen opgelegd en moeten ze zich conformeren aan de regels van de Chinese overheid, op straffe van een boete of uitsluiting van de Chinese markt. Ook de beloofde openstelling van zijn financiële markten laat nog steeds op zich wachten; de greep van de regering en de Partij daarop is juist sterker dan ooit.

    Politiek gezien staat het er nog slechter voor. Het op hervormingen en meer openheid gerichte beleid uit de jaren tachtig had de weg gebaand voor buitenlandse ideeën. In geletterde en universitaire kringen kon redelijk vrij worden gedebatteerd zonder dat men bang hoefde te zijn voor repercussies. Binnen de Partij konden hervormers en afwijkende stemmen zich nog laten horen. De oppositie en apolitieke verdedigers van de mensenrechten, die met name tegen de speculatieve praktijken en de corruptie van plaatselijke leiders streden, werden nog getolereerd; ook maatschappelijke organisaties konden in een grijs gebied hun activiteiten ontplooien zonder door de regering in de ban te worden gedaan.

    The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in 
dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet

    De afgelopen vijf jaar, sinds Xi Jinping aan de macht is, kenmerken zich door een ernstige politieke teruggang: de sfeer van openheid en pluralisme is een halt toegeroepen; dissidenten hebben het zwaarder te verduren dan ooit; reformistische of progressieve stemmen binnen de Partij is het zwijgen opgelegd, want iedereen dient zich 
aan de richtlijnen te houden van het Centraal Comité, oftewel ‘keizer Xi’. 
Op de universiteiten kan niet langer vrijelijk over politieke kwesties worden gedebatteerd; universele waarden zoals mensenrechten, vrijheid en democratie zijn inmiddels taboe. Wie daar nog aan refereert dreigt ontheven te worden van zijn functie als docent en zelfs in de gevangenis te belanden.
    Ondanks alle goede zorgen waarmee het China tientallen jaren heeft omringd blijkt het Westen uiteindelijk alleen maar een ‘kwaadaardige tijger’ te hebben gevoed die vrije concurrentie en politieke openheid de rug toekeert. Diezelfde tijger begint zich zelfs op te werpen als een alternatief voor de westerse waarden door overal op de wereld zijn ‘soft power’ uit te oefenen. The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in 
dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet. Het probleem is dat die ‘kwaadaardige tijger’ springlevend is, en helemaal volwassen, met zijn scherpe klauwen en zijn puntige hoektanden die blinken dat het een aard heeft. Het Westen kan niet meer betreuren dat het hem heeft gevoed, en als het nog denkt hem tot economische en politieke liberalisering te kunnen verleiden, is dat een volstrekte illusie.

    Auteur: Lu Feng

    Apple Daily
    China | oplage 200.000

    Krant uit Hongkong die in 1995 werd opgericht. Staat bekend om zijn anti-regeringskoers, maar ook om zijn sensationele verslaggeving.

    CONTEXT I: Een nieuwe grootinquisiteur

    Het Chinese parlement, in Beijing bijeen voor zijn jaarvergadering, heeft niet alleen elke wettelijke grens overschreden door het presidentiële mandaat te vernieuwen en Xi Jinping absolute macht te verschaffen, maar ook een verstrekkende reorganisatie van de regeringsorganen in gang gezet. Minder ministeries en meer concentratie van bevoegdheden, dat lijkt het belangrijkste argument voor deze reorganisatie te zijn. Vijftien ministeries en staatssecretariaten verdwijnen. Diverse daarvan zijn in een superministerie van Ecologie en Milieu ondergebracht en er is een ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen gecreëerd, dat de beslissing over het toewijzen van hulpbronnen voortaan in handen van lokale overheden zal leggen, aldus webzine The Diplomat. Ook wordt een nieuw anticorruptieorgaan in het leven geroepen dat meer macht zal krijgen dan politie en justitie.

    CONTEXT II: Machtig anticorruptieorgaan

    Het is vooral de oprichting van een ‘Nationale Toezichtscommissie’, belast met de strijd tegen corruptie, die de aandacht van commentatoren trekt en zelfs tot enkele kritische opmerkingen in juridische kringen leidt. De Toezichtscommissie, die rechtstreeks onder de regering ressorteert en hoger in hiërarchie is dan het opperste volksparket en volkstribunaal, zal worden geregeld bij een wet die werd bekrachtigd op 20 maart, de sluitingsdag van de parlementszitting. Ze zal de strijd tegen corruptie, die in 2012 door Xi Jinping in gang is gezet, naar een hoger plan tillen. Deze strijd, die tot dusver onder de verantwoordelijkheid van de Disciplinaire Commissie van de Communistische Partij viel, heeft sinds 2012 al tot het ontslag 
van tientallen hoge functionarissen geleid en tot sancties tegen honderdduizenden ambtenaren.

    CONTEXT III: De openbare diensten als mikpunt

    De interne disciplinaire Partijcampagne, die in de ernstigste gevallen tot gerechtelijke vervolging heeft geleid, was echter ‘beperkt’ tot Partijleden. De nieuwe commissie zal ook naar anderen een onderzoek kunnen instellen: ‘ambtenaren, leidinggevenden van staatsbedrijven, scholen en medische instellingen, plaatselijke bestuurders, kortom iedereen die een openbare functie vervult’, aldus het Singaporese dagblad Lianhe Zaobao. Bovendien zal de nieuwe wet de commissie de bevoegdheid verlenen mensen gevangen te zetten. ‘Mensen die ervan worden verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan ernstige misdrijven of nalatigheden in de uitoefening van hun beroep, en bij wie de mogelijkheid bestaat dat ze vluchten of zelfmoord plegen, kunnen voor de duur van maximaal zes maanden in hechtenis worden genomen.’

    De instelling van deze nieuwe vorm van hechtenis hangende een onderzoek is een manier om een praktijk te wettigen die al bestond maar tot nu toe in een grijze zone verkeerde, schrijft de South China Morning Post.

    CONTEXT IV: Ongerustheid over het recht der verdediging

    Ook al is hun de afgelopen jaren door de steeds zwaardere repressie het zwijgen opgelegd, juristen die opkomen voor de mensenrechten blijven kritiek uiten op het detentiesysteem dat buiten ieder juridisch kader wordt gehanteerd. Het wetsontwerp inzake het toezicht voorziet in maatregelen die de rechten van verdachten garanderen, maar juristen zijn van mening dat deze maatregelen tekortschieten. Zo zou het wetsontwerp niet voorzien in het recht van verdediging in de aanwezigheid van een advocaat bij het verhoor van iemand naar wie een onderzoek wordt ingesteld.

    CONTEXT V: Anoniem gedicht

    anoniem gedicht

    Ik ben tegen
    Ik ben tegen de noordenwind
    Ik ben tegen de smog
    Ik ben tegen de bedekte en regenachtige ochtenden
    Ik ben tegen de sombere en decadente schemer
    Ik ben tegen de ontregelde jaargetijden
    Ik ben tegen de door elkaar gegooide uren
    Ik ben tegen de gordijnen voor de ramen, tegen de ijzeren deuren
    En die hoge muren
    Ik ben tegen de gecementeerde wegen waar geen bloem of boom kan groeien
    Ik ben tegen de vijvers die zwanen gevangenhouden
    En het prikkeldraad dat ze omgeeft
    Tegen de schoenen die om de voeten knellen
    En de uniforme kleur van hun leer
    Ik ben tegen de mannen die hun vrouwen slaan
    Ik ben tegen de ouders die hun kinderen mishandelen
    Ik ben tegen de kille en plotselinge scheidingen
    Ik ben tegen het verraad
    Ik ben tegen de ondankbaarheid
    Ik ben tegen het voldane gelach
    Ik ben tegen de doordringende kreten
    Ik ben tegen de machteloze snikken
    Ik ben tegen de afstotelijke gezichten
    En die vulgaire liederen die uit hun mond komen
    Ik ben tegen de wind die die liederen verspreidt
    Ik ben tegen het gras dat door de wind wordt platgedrukt
    Ik ben ook tegen mezelf
    Ik ben tegen mijn onbeholpenheid, mijn hebzucht en mijn lafheid
    Maar ik ben niet tegen het schrijven van dit gedicht
    Waarin ik zeg dat ik tegen ben
    Ik ben tegen het geschreeuw van de wereld
    Ik ben tegen de geveinsde kalmte
    Ik ben tegen de grandiositeit
    Ik ben tegen de onderdrukking ervan
    Ik ben tegen de gecensureerde waarheid
    Ik ben tegen de pure onnozelheid
    Ik ben tegen de volgende dagen die zingen
    Ik wil maar één ding: dat jullie samen met mij heel hard roepen
    ‘Ik ben tegen!’

    Ondanks de censuur proberen Chinese internetgebruikers in het geweer te komen tegen de ‘zelfbenoeming’ van keizer Xi. Dit anonieme gedicht heeft veelvuldig gecirculeerd.