Tag: verkeersveiligheid

  • Zelfrijdende auto’s lossen niet het echte probleem op: overvolle en gevaarlijke wegen

    Zelfrijdende auto’s lossen niet het echte probleem op: overvolle en gevaarlijke wegen

    De toenemende populariteit van zelfrijdende taxi’s heeft een keerzijde. Ze zijn vervuilend, creëren soms gevaarlijke situaties en eisen ruimte op. Ruimte die steden ook kunnen gebruiken voor een beter openbaarvervoersnetwerk, aldus transportonderzoeker David Zipper.

    Toen de software-ingenieur Dan Afergan een paar weken geleden in San Francisco met wat vrienden in het café zat, kwam er iemand binnen die zei: ‘Er staat buiten een geblokkeerde Cruise met een pylon op de motorkap.’ Afergan ging meteen even kijken en inderdaad: een van de zelfrijdende taxi’s van Cruise, een dochter van General Motors, stond met knipperende lichten midden op straat met een oranje verkeerskegel op de motorkap. ‘Ik dacht dat het gewoon een flauwe grap was,’ zegt Afergan. ‘Maar een vriend zei: “Nee, ik heb hiervan gehoord.” Zelf had ik geen idee dat er ook mensen zijn die tegen zelfrijdende auto’s protesteren.’

    Dit ‘kegelen’ is onderdeel van een campagne van Safe Street Rebel, een lokale actiegroep voor veilig verkeer die nu robottaxi’s op de korrel neemt. Volgens officiële cijfers rijden er in Californië 571 zelfrijdende taxi’s rond van Cruise en zijn rivaal Waymo, een dochter van Googles moederbedrijf Alphabet. Je bestelt zo’n taxi met een app en ze rijden vooral in San Francisco en omgeving. Door die gemeente zijn de twee taxibedrijven aan diverse beperkingen gebonden en daar willen ze nu vanaf. Dit stuit weer op bezwaren van de politievakbond, het gemeentelijke verkeersdepartement en de brandweer, die waarschuwen dat de robottaxi’s verontrustend vaak het verkeer ophouden en daarmee de hulpdiensten hinderen.

    Toen de mensen van Safe Street Rebel doorhadden dat je zo’n geavanceerde auto vleugellam maakt door een pylon op de motorkap te zetten, spoorden ze met een filmpje op TikTok burgers aan om dat ook te doen. Dit wegwuiven als het zoveelste voorbeeld van weerstand tegen technologie zou een miskenning zijn van het belang van deze ophef. Voor het eerst voeren burgers, techbedrijven en ambtenaren nu een debat over of, en zo ja hoe je zelfrijdende auto’s in een dichtbevolkte stad kunt laten rondrijden. Dit is een gesprek dat hoognodig is, nu de technologie van zelfrijdende voertuigen nog in ontwikkeling is en voordat de robottaxi het leven in San Francisco en de rest van stedelijk Amerika verandert.

    Veiligheid

    In de utopische versie van het verhaal worden ritjes met een robottaxi zo gemakkelijk en goedkoop dat mensen zelf geen auto meer willen. Het meest aansprekende argument voor de robottaxi is de feilbaarheid van mensen achter het stuur. In een opiniestuk in de San Francisco Chronicle hemelde een van de CEO’s van Waymo vorige maand de veiligheid van zijn auto’s nog op, en Cruise beweerde in een paginagrote advertentie in The New York Times en andere kranten dat hun technologie de oplossing was voor de 42.795 verkeersdoden die vorig jaar in de VS zijn gevallen. (Beide bedrijven zijn niet scheutig met cijfers over hun bedrijfsvoering, wat het voor onafhankelijke onderzoekers lastig maakt om er een objectief oordeel over te vellen.) Maar zoals het nu staat leveren de robottaxi’s de handhavers in San Francisco vooral veel extra werk op. De voertuigen hebben rijstroken geblokkeerd, bussen en trams gehinderd, over een brandslang gereden en wegwerkzaamheden verstoord. Sinds juni 2022 zijn er bijna zeshonderd gevallen gemeld van robottaxi’s die spontaan stil bleven staan op de openbare weg, soms urenlang. En dat zijn alleen de gevallen waarvan melding is gemaakt bij de autoriteiten: het werkelijke aantal zou veel hoger kunnen liggen.

    ‘Die auto’s doen het goed in eenvoudige woonwijken, maar ze krijgen het moeilijk als de verkeerssituatie ingewikkelder wordt, en zeker in onverwachte situaties,’ zegt Jeffrey Tumlin, hoofd van het verkeersdepartement van de gemeente. Volgens Steven Shladover, een onderzoeker van UC Berkeley die Californische overheden over zelfrijdende voertuigen adviseert, zijn de auto’s heel geavanceerd. Maar, zegt ook hij, ‘je zult beslist situaties zien waarin de auto zich als een onervaren bestuurder gedraagt. Het is een jongere, nog geen volwassen automobilist.’

    Cruise en Waymo pareren de kritiek door te wijzen op de staat van dienst van hun auto’s, die volgens hen veel minder brokken maken dan menselijke bestuurders. ‘Elke dag dat de inzet van deze levensreddende technologie wordt uitgesteld, heeft negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid,’ stelt Waymo.

    Ondanks de huidige problemen wordt de zelfrijdende technologie steeds beter en worden er nieuwe lessen getrokken uit de enorme hoeveelheden data die zijn verzameld van voertuigen die de openbare weg op gaan. Maar ook al reden ze echt foutloos, hoe zou het leven eruitzien in een stad waarin het wemelt van de robottaxi’s?

    Verkeersinfarct

    Al voor de komst van de benzineauto was het op de straten van Amerika een drukte van belang. Voetgangers, koetsen en fietsers krioelden er door elkaar en je zag kinderen knikkeren en honkballen op straat. In de jaren 1920 namen miljoenen mensen nog de tram en telde het land meer dan 70.000 kilometer tramspoor. De auto was aanvankelijk alleen voor rijkelui weggelegd. Maar met de introductie van de T-Ford steeg de verkoop van auto’s in de VS van 181.000 in 1910 naar 4,5 miljoen in 1929. Ze gingen harder dan alle andere voertuigen op straat en vormden al snel een groot gevaar voor voetgangers en kinderen. In 1927 stierven 25.800 mensen bij auto-ongevallen, veel meer per hoofd van de bevolking dan tegenwoordig, hoewel toen veel minder Amerikanen een auto hadden.

    De opkomst van de auto was funest voor de tram, die geen kant op kon als een auto het spoor blokkeerde. In de jaren vijftig was er van de Amerikaanse tramlijnen niet veel meer over. In 1960 vond nog maar 12 procent van het woon-werkverkeer plaats met het openbaar vervoer, in 2019 nog maar 5 procent.

    Doordat de auto lang centraal stond in het beleid, zijn steden steeds viezer, gevaarlijker en minder aantrekkelijk geworden. In veel binnensteden gaat meer dan de helft van het oppervlak op aan wegdek en parkeerruimte voor auto’s, die daarmee ruimte innemen die anders beschikbaar zou zijn voor woningen, winkels, speeltuinen en parken. Veel steden proberen daar nu iets aan te doen. In Denver is per referendum besloten miljoenen vrij te maken voor het opknappen van trottoirs. En de hoofdsteden Phoenix en Madison willen beginnen met een snelbus om hun openbaar vervoer concurrerender te maken. De vooruitgang gaat met kleine stapjes, maar vooruitgang is er.

    De gedachte dat deze auto’s de algehele verkeerssituatie zullen verbeteren, lijkt een illusie

    Alleen wordt die vooruitgang bedreigd door de komst van zelfrijdende auto’s, omdat dat toch gewoon auto’s blijven. Of ze nu door mensen of software worden bestuurd, ze zijn vervuilend, ze hebben wegen nodig en ze vormen een gevaar voor voetgangers en fietsers. Peter Norton, historicus aan de universiteit van Virginia, ziet reden tot zorg: ‘Als de straten eenmaal gevuld zijn met robottaxi’s, loop je het risico dat een gemeente het niet meer nodig acht om voor goed openbaar vervoer te zorgen.’

    En de gedachte dat deze auto’s de algehele verkeerssituatie zullen verbeteren, lijkt een illusie. In het kader van een onderzoek kregen dertien vrijwilligers in San Francisco een paar jaar geleden een week lang de beschikking over een auto met chauffeur, om zo het bezit van een zelfrijdende auto na te bootsen. In die ene week legden de proefpersonen nota bene 83 procent meer kilometers af dan voorheen. Als zelfrijdende auto’s ook zoveel meer vervoersbewegingen opleveren, zijn ze een ecologische ramp en kunnen ze een verkeersinfarct van ongekende omvang veroorzaken.

    De afgelopen eeuw leert ons dat mensen met andere vervoermiddelen er bekaaid van afkomen als de openbare ruimte vooral op auto’s wordt ingericht. En dan maakt het waarschijnlijk niet uit of die auto’s zichzelf kunnen besturen of niet.

    Lees ook:

  • Tranen, pijn, ongelukken: dit is het krankzinnigste kruispunt van Berlijn

    Tranen, pijn, ongelukken: dit is het krankzinnigste kruispunt van Berlijn

    Wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen aspiratie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt bij het kruispunt op het Museumsinsel in Berlijn. ‘Het is volslagen idioot hier.’

    Vanaf de Ebertsbrücke tussen de Tucholskystraße en de zuidelijke oever van de Spree heb je een schilderachtig uitzicht op Berlin-Mitte. Naar het oosten toe strekt zich een adembenemend panorama uit. Amateurfotografen zijn gek op deze plek.

    Bij zonsondergang staan er tientallen met hun camera’s in de aanslag. Het Bode-Museum, het Museumsinsel, dat werelderfgoed is, en de televisietoren van Berlijn worden dan door de avondzon in een unieke gloed gehuld, zoals je meestal alleen op ansichtkaarten ziet. Beneden glinstert de Spree in het laatste restje daglicht. Op geen enkele andere plek is de meest opwindende stad van Duitsland op dit tijdstip zo mooi.

    De verkeerssituatie leidt al meer dan dertig jaar tot woede, afschuw, machteloosheid en onverschilligheid

    Maar schijn bedriegt. Want deze plek, vooral het kruispunt aan de zuidkant van de brug die de Torstraße moet verbinden met de prachtige boulevard Unter den Linden, wordt door Berlijners gehaat. De verkeerssituatie hier roept al meer dan dertig jaar woede, afschuw, machteloosheid of onverschilligheid op en leidt soms zelfs tot tranen en pijn.

    ‘Wij zijn één Berlijn’ luidt de fantasieloze reclameslogan van Berlijn, bedoeld om de hoofdstad te bevrijden van het groezelige imago een ‘mislukte stad’ te zijn. Maar wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen ambitie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt op dat kleine kruispunt tussen Am Weidendamm, Kupfergraben en Geschwister-Scholl-Straße.

    Het is zeven uur ’s morgens op een gewone woensdag. Over een paar minuten barst de storm op het kruispunt los. Nu ziet het er nog overzichtelijk uit. Een eenzame kraai zit op de versleten stalen relingen. Die zorgen er in theorie voor dat voetgangers op alle hoeken van het kruispunt de rijbaan alleen maar kunnen oversteken door een omweg van een paar honderd meter te maken. Om precies te zijn gaat het om 152 meter massieve, buikhoge stalen leuningen die in beton zijn gegoten. En deze stalen relingen, hoe onbeduidend ze ook mogen lijken, zijn exemplarisch voor een geschiedenis van ongelukken, ambtelijk falen en slordigheden.

    De brug

    Op de brug is de chaos nu begonnen. Terwijl verderop in de Geschwister-Scholl-Straße een gestreste chauffeur in een Ford Ka luid toetert en ‘Lazer op!’ roept naar een jonge fietser, is het al weer zover. Een ongeluk. Vanuit de Tucholskystraße kwam een jonge vrouw in stevige pas aangelopen. Ze wilde over het trottoir van de Ebertsbrücke richting Unter den Linden lopen. Even stond ze in verwarring voor de stalen reling, maar na een onhandige sprong staat ze nu plotseling op de rijweg. Een aanstormende fietser probeert te remmen. Zijn verse remspoor voegt zich bij de vele andere op het asfalt. Te laat. De uitwijkmanoeuvre eindigt met een knal tegen de reling.

    De man ligt als een insect op het wegdek en grijpt naar zijn arm. Een druppel bloed druipt van zijn elleboog op de weg. De jonge vrouw helpt de man overeind. Terwijl de twee bij de reling staan, het hoofd schuddend en nogal geschrokken, maakt een familie uit Los Angeles gebaren aan de overkant van de straat, ook hoofdschuddend. Onderweg van de Friedrichstraße naar het Pergamon Museum hebben ze besloten niet over de reling te springen. In plaats daarvan kiezen ze voor een 169 meter lange omweg langs de hekken. De veiligere, maar moeilijkere weg.

    We zien een man met een zonnebril, een beige trenchcoat en klassieke herenschoenen, die behendig over de reling klimt en doelgericht over de rijbaan langs geparkeerde auto’s richting Unter den Linden loopt. We spreken hem aan. Zijn naam is Fabian von Ritter, hij is advocaat insolventierecht en legt deze route minstens drie keer per week af. Hij rekent ons voor: met minstens 180 keer oversteken per jaar is hij in de vijf jaar dat hij in de Tucholskystraße woont al zeker 900 keer over de reling gesprongen. Voor zijn werk. Daarbovenop, zegt hij, deed hij dat privé nog eens 500 keer. Dat zijn minstens 1400 sprongen over de reling.

    ‘Het is volslagen idioot hier’

    Als het regent en hij schoenen met leren zolen draagt, gaat hij soms onder de reling door, want ‘dan is het te gevaarlijk om eroverheen te springen’. Von Ritter laat ons precies zien waar hij zijn sprong maakt. ‘Dit is waar de pro’s het doen. Hier is de middelste sport van de reling iets lager,’ zegt hij. ‘Dat maakt het makkelijker voor de gewrichten.’ We zien dat de leuningen niet uit één stuk bestaan. Hier en daar, zo lijkt het, zijn er later onderdelen toegevoegd, getuige de onafgewerkte lasnaden. Een man in een blauwe overall wijst geërgerd naar de tegenoverliggende hoek Am Weidendamm/Geschwister-Scholl-Straße: ‘Tien jaar geleden was daar nog een opening in het hekwerk.’

    In de loop van ons onderzoek zal duidelijk worden dat de man gelijk heeft. Waarom voetgangers inmiddels deze beperking is opgelegd, is op dit moment voor de betrokkenen onduidelijk. We vragen de advocaat in de regenjas naar zijn mening. ‘Het is volslagen idioot hier,’ zegt Von Ritter. Hij ziet hier regelmatig ongelukken. Een week geleden maakte een oude vrouw die terugkwam van een bezoek aan het kerkhof een zware val en brak haar arm.

    Von Ritter zegt allang aan deze toestand gewend te zijn, maar het is voor hem onbegrijpelijk dat in de dertig jaar sinds de bouw van de provisorische brug niemand op het idee is gekomen de situatie voor de bewoners  te verbeteren: ‘Vooral omdat onze voormalige bondskanselier Angela Merkel hier slechts honderd meter verderop aan de Kupfergraben woont. Alleen al het feit dat dit zich onder haar ogen afspeelt, zet me aan het denken en maakt me boos.’

    Provisorische brug

    Sleutelwoord: provisorische brug. Om te begrijpen waarom deze oversteekplaats zo gevaarlijk is, is het de moeite waard een blik te werpen op de turbulente geschiedenis van deze plek. We leren dat in 1820 een zekere heer Ebert, die destijds de grond aan de oevers van de Spree bezat, de brug aanlegde om tol te kunnen vragen. Aanvankelijk stond hier een eenvoudige houten jukbrug, die later door de stad werd vervangen door een prachtige stenen brug naar een ontwerp van Karl Friedrich Schinkel. Toen hier in de jaren dertig ondergronds de huidige S2-spoorlijn werd aangelegd, werd de Schinkelbrug in 1937 vervangen door een stalen brug.

    Bijna alle Berlijnse bruggen over de Spree werden in het voorjaar van 1945 opgeblazen door de Wehrmacht als onderdeel van Hitlers Nero-bevel – bedoeld om te voorkomen dat het Rode Leger zou oprukken. Dat lot trof ook de Ebertsbrücke. Tot 1946 kon de S2 niet rijden omdat door het opblazen van de brug de tunnel eronder was beschadigd en volgelopen met water. Gedurende de DDR-tijd was er ruim veertig jaar lang helemaal geen Ebertsbrücke. Uiteindelijk werd in 1992 een noodbrug over de Spree aangelegd, steunend op twee elektriciteitsmasten. Deze vorm van de brug is nog altijd in gebruik.

    Toen in 1992 de Weidendammer Brücke tussen Friedrichstadtpalast en station Friedrichstraße gerenoveerd moest worden, werd het verkeer omgeleid over de nieuwe tijdelijke Ebertsbrücke. Maar wat was bedoeld als een tijdelijke oplossing, is nu al meer dan dertig jaar permanent. En zo zijn waarschijnlijk de relingen in kwestie verschenen. Het onheil kon beginnen.

    We hebben een afspraak met Roland Stimpel voor een korte rondleiding door de buurt. Stimpel, ronde nikkelen bril, T-shirt en witte krullen à la Rainer Langhans [een bekende Duitse activist, acteur, schrijver en filmmaker], kent de buurt goed, want hij woont in de Planckstraße, één straat verderop. En nog belangrijker voor ons onderzoek: Stimpel is een professional. Hij is bekend van Der Tagesschau [het Duitse achtuurjournaal] in zijn hoedanigheid als woordvoerder van de Duitse vereniging voor voetgangersverkeer (Fuss e.V.) en dus als ‘Duitslands belangrijkste pleitbezorger voor voetgangers’.

    In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is

    ‘In 1986 waren die relingen er nog niet.’ Dat vertelde zijn kwieke buurvrouw van tachtig hem. Waarom zijn ze er eigenlijk? vragen we ons af. We kijken rond met Roland Stimpel. We onderzoeken samen de leuningen, kijken een tijdje naar het verkeer. In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is.

    We zien een enorme wooncontainer voor bouwvakkers van drie verdiepingen die het voetpad verspert, helemaal aan het einde van de reling. Kennelijk goedgekeurd door het stadsdeelbestuur. Doordeweeks worden hier tot aan de kruising auto’s geparkeerd door Poolse arbeiders die aan de andere kant van de Spree op een van de grote bouwterreinen rond het oude telegraafkantoor aan het werk zijn. Achter de container zit een grote kuil in het trottoir. Al weken liggen hier stroomkabels bloot. Niet ongevaarlijk.

    En niet alleen de leuningen bij de kruising zijn een curiositeit. Tegenover het Bode-Museum, een paar honderd meter naar het oosten, zien we gaten van vijf meter lang waar de prachtige balustrades uit de keizertijd langs de Spree ooit met grof geweld zijn afgebroken. Die plekken werden later opgevuld met stukken lelijk groen tuinhek. Waarom?

    Een inwoner weet het antwoord. In de extreem strenge winter van 1979/80 had het in Berlijn zo hard gesneeuwd dat de straten in heel Oost-Berlijn met zwaar materieel werden schoongeveegd. De sneeuw belandde in de Kupfergraben, waar deze vijf meter hoog werd opgetast. Ambtenaren besloten dat de sneeuwmassa’s gewoon met bulldozers door de oude hekken geduwd konden worden, maar met de bevroren sneeuwmassa’s werden hele stukken reling gewoon mee de Spree in geduwd. Hoewel die later door duikers zijn geborgen, werden ze niet teruggeplaatst. Blijkbaar was het Berlijnse bestuur ook vóór de val van het communisme niet ideaal.

    ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden’

    Maar goed, terug naar ons kruispunt. Een jonge vrouw op een Ferrari-rode scooter rijdt voorbij. Ze vertelt dat door de grote container en het hekwerk de voorrangsregels hier niet echt inzichtelijk zijn. Iedereen doet maar wat hij wil, zegt ze. Als je een ongeluk wilt vermijden, kun je maar het beste stapvoets rijden. ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden.’

    Wij zetten onze wandeling met Stimpel van Fuss e.V. voort en houden de rondzwervende toeristen en voorbijgangers in de gaten. ‘Deze hoek is volkomen absurd. Iedereen probeert hier over te steken, vooral degenen die hier onbekend zijn,’ zegt Stimpel. Sommigen klimmen over twee relingen, anderen over drie, sommigen lopen 100 meter over de rijweg. ‘Iedereen probeert op de een of andere manier langs dit volstrekt ongeplande verkeerspunt te komen. Hier is geen seconde over nagedacht. Waarom is het in dertig jaar bij niemand opgekomen die relingen weg te halen en de stoepranden gewoon te verlagen?’ vraagt Stimpel zich af.

    Een typische Berlijnse straathoek

    Helaas is dit een typische Berlijnse straathoek, zegt Stimpel. De burgers zijn eraan gewend geraakt dat de politiek geen verantwoordelijkheid neemt. ‘Hier ben je op jezelf aangewezen. In Berlijn zijn het altijd de mensen die de meeste hulp en bescherming nodig hebben, mensen in een rolstoel, met een kinderwagen, of oude en zieke mensen, die de sjaak zijn. Het gebeurt hier zo vaak dat de zwaksten het moeten ontgelden.’

    En inderdaad: terwijl een gepensioneerde in zijn elektrische karretje nog dapper diagonaal over de kasseien (à la Via Appia) op het kruispunt rijdt, begeleid door woest getoeter van auto’s, hebben drie leerkrachten van een dertigkoppige klas van een speciale school uit Bad Dürkheim in Rijnland-Palts hun handen eraan vol hun geestelijk en lichamelijk gehandicapte leerlingen veilig van A naar B te brengen. In een lange rij staan de bange kinderen op de rijweg, met één hand aan de reling, terwijl ze er in kleine groepjes overheen worden geleid.

    ‘Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven’

    Vanaf de overkant van de straat beziet de 85-jarige Oost-Berlijnse Marianne Irler de problemen van de groep. ‘Ik moet hier regelmatig oversteken om bij de dokter in de Geschwister-Scholl-Straße te komen,’ zegt de vermoeide gepensioneerde met gebloemde blouse en rollator. ‘In de Tucholskystraße kom ik de stoepranden al niet meer op. Ik wil gewoon de straat oversteken, maar dat kan dus niet.‘ In plaats daarvan moet ze een omweg van 86 meter maken. ‘En op mijn leeftijd,’ zegt ze, ‘ben ik al zo uitgeput van het lopen dat ik de kracht niet meer heb om me erover op te winden. Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven.’

    Een licht gedeukte Opel Zafira van de Berlijnse politie komt de hoek om. We spreken de bebaarde agent en zijn blonde collega aan. Officieel en onder hun echte namen, mogen ze ons geen informatie geven, maar anoniem kunnen ze wel iets zeggen. Al met al is het goed geregeld, zegt de officier terwijl zijn collega knikt. ‘Een reling is als een verkeersbord. Die geeft duidelijk aan dat je eromheen moet. Eroverheen springen is verboden.’ Iedereen moet zich eraan houden, en wie dat niet doet begaat een overtreding.

    Wij wijzen de politie erop dat deze reling voor geen van de voorbijgangers zin heeft en dus gewoon wordt genegeerd. Het ijskoude antwoord: ‘Het maakt me niet uit wat mensen ervan vinden, regels zijn regels.’ Wij staan nogal perplex en vragen ons af of het oude adagium ‘de politie, uw vriend en helper’ nog steeds geldt in het moderne Berlijn. Wat zou Marianne Irler hierop te zeggen hebben?

    Poolse bouwvakkers

    Pas laat op de avond komt alles zodanig samen dat we ons een duidelijk beeld kunnen vormen. We ontmoeten twee Poolse bouwvakkers (precies, die uit de wooncontainer) die over de brug schuifelen met emmers verf. We vragen hun als vakmannen om hun oordeel. Ze zeggen dat het vrij duidelijk is waarom alle mensen hier ondanks het verbod over de reling springen. ‘Deze reling is niet van Pruisische degelijkheid,’ zegt er een. ‘De lasnaden zijn slecht, de verbindingspunten slordig, en alles is krom en scheef,’ voegt de ander toe. Ze schudden hun hoofd. En geen van beiden kan zich voorstellen dat dit het werk van een Duitse overheidsinstelling is. ‘Berlijn is veel chaotischer dan Warschau,’ lacht de eerste. ‘Niets doet het,’ vult de tweede aan.

    We hebben genoeg gezien. Tijd voor navraag bij de bevoegde Berlijnse autoriteiten. En omdat je in Berlijn nooit precies weet wie wáárvoor verantwoordelijk is, moeten we onze e-mails met vragenlijsten wijd rondstrooien. Wij geven de autoriteiten een redelijke termijn van 72 uur om te antwoorden. Al snel hebben we in de gaten welke afdeling waarschijnlijk niet verantwoordelijk is. Binnen 25 minuten ontvangen we een vriendelijke afwijzing van het Departement voor Stedelijke Ontwikkeling. Iedere Berlijner hunkert naar zo’n snel antwoord van de autoriteiten wanneer er iets moet worden opgehelderd.

    ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand niet is verholpen in dertig achtereenvolgende jaren’

    Beetje bij beetje druppelen de antwoorden binnen. Bij het ter perse gaan hadden wij van de Berlijnse politie nog geen informatie ontvangen over ongevallenstatistieken. We vernemen dat het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumentenbescherming en Klimaatbescherming verantwoordelijk is voor de brug. Het zegt: ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand, met relingen die een voetpad blokkeren, in dertig achtereenvolgende jaren niet is verholpen.’

    Stadsdeelkantoor Berlin-Mitte is verantwoordelijk voor het kruispunt. Om precies te zijn: gemeenteraadslid voor Verkeer Almut Neumann van de Groenen zei bij haar aantreden eind 2021 in een YouTube-video: ‘Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om goed werk te leveren voor u.’ En verder: ‘Ik wil grotere verkeersveiligheid (…), vooral voor kinderen en ouderen, door veilige kruispunten, meer ruimte op de trottoirs, beschermde fietsstroken en voetgangerszones.‘

    Het officiële antwoord

    We geloven het raadslid op haar woord. Maar waarom zijn die relingen er dan? Het omvangrijke officiële antwoord van de autoriteit: ‘Als gevolg van bouwtechnische beperkingen door de brugconstructie zorgt hoogteverschil aan de zuidkant voor een structureel ongebruikelijk en daardoor onvoorspelbaar trede-effect voor voetgangers in het gebied direct naast de rijbaan, dat zonder passende beschermende maatregelen een hoog risico op ongevallen zou betekenen en ook in strijd zou zijn met de in Berlijn geldende beginselen van toegankelijkheid.’

    En verder: ‘Aangezien het verlagen of ombouwen van stoepranden op alle vier de hoeken van het kruispunt momenteel niet mogelijk is vanwege de hierboven uiteengezette structurele omstandigheden en beperkingen, bestaat het risico dat met name medeburgers met beperkte mobiliteit op deze punten struikelen en zich bezeren; het is daarom moeilijk om deze oversteekplaats als zodanig zonder beveiliging aan te bieden aan weggebruikers die willen oversteken.’

    Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden

    Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden. Maar waarom was de reling dan open tot ten minste 2008, zoals te zien is op Google Streetview? We zoomen in. Aan de zuidkant van de kruising zijn zelfs kleine treden ingebouwd om het ‘hoogteverschil’ te overbruggen, waardoor men er gemakkelijk zonder leuningen kan lopen. Bovendien zouden volgens de logica van het stadsdeelbestuur dan bijna alle trottoirs aan de oevers van de Spree van leuningen moeten worden voorzien (zoals erg populair was in de DDR, die niet bekendstond om haar liberale principes). In tegenstelling tot wat de autoriteiten beweren, zijn de stoepranden daar – de Berliner Zeitung heeft het met een liniaal nagemeten – soms wel tien centimeter hoger dan op het kruispunt.

    En in de aangrenzende Tucholskystraße in het noorden zou dan ook een reling moeten worden aangebracht bij de oversteekplaats bij de twee trappen naar de oevers van de Spree. Want ook hier is veel bedrijvigheid en staan veel voorbijgangers verward om zich heen te kijken. Hier zijn de stoepranden zelfs tot acht centimeter hoger dan bij het kruispunt. Kortom, de relingen op het kruispunt hebben wat ons betreft geen enkele zin.

    Volgens het gemeenteraadslid is de afzetting op de Ebertsbrücke ‘bizar, en als voorbijganger heb ik me er in het verleden eerlijk gezegd aan geërgerd’, maar ‘de situatie structureel aanpassen is zeer complex vanwege de structurele beperkingen van het brugsysteem en lijkt niet haalbaar op korte of middellange termijn’.

    Is dat echt zo? We vragen het aan iemand die het zou moeten weten. Bernhard Strecker is de bekendste bruggenbouwer van Berlijn. De 82-jarige speelde een belangrijke rol bij het in oude luister herstellen van veel bruggen in Berlijn-Mitte die in 1945 door de Wehrmacht waren opgeblazen. Strecker ontwierp onder meer de noordelijke Monbijoubrücke, die direct naast de Ebertsbrücke ligt, en de Neue Friedrichsbrücke naar Museumsinsel, en hij is voor de hoofdstad het meest competente aanspreekpunt in zaken die de Ebertsbrücke betreffen. Al jaren vraagt hij de autoriteiten en met name de stadsdeelburgemeester om de ‘verschrikkelijke toestand’ rond de Ebertsbrücke te verhelpen.

    ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost’

    Door de lastige verkeerssituatie onder de brug is het niet mogelijk om de huidige brug te vervangen door een ‘prachtige overbrugging’, aangezien de aanleg de steunmuren van de onderliggende S-Bahn-tunnel zou kunnen beschadigen. Dat laat onverlet dat het na ruim drie decennia hoog tijd is dat het bovengrondse gebied eindelijk eens goed wordt aangepakt. De stadsdeelburgemeester mag zich niet langer achter de brug verschuilen, zegt hij. ‘Het zijn allemaal slappe excuses,’ mompelt Strecker. ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost.’

    Actie ondernemen

    Mevrouw Neumann, de eerste verantwoordelijke ambtenaar sinds de bouw van de brug in 1992, kondigt in een e-mail aan dat zij nu eindelijk actie zal ondernemen. ‘Persoonlijk kan ik me bijvoorbeeld voorstellen dat de relingen worden verwijderd. In plaats daarvan kunnen we met waarschuwingsborden en andere markeringselementen wijzen op de aanwezigheid van hoogteverschillen. Maar dat moeten we eerst rustig bespreken.’ Ook zij wil een ‘oplossing die redelijk snel kan worden uitgevoerd’.

    In Berlijn kan ‘redelijk snel’ dertig jaar betekenen

    De Berliner Zeitung vreest echter dat ‘redelijk snel’ in het Berlijns een eufemisme is voor nog eens dertig jaar nietsdoen en biedt daarom graag nu al hulp aan. Wij stellen graag drie redacteuren ter beschikking die gedurende twee dagen op z’n minst de verwijdering van de relingen voor hun rekening kunnen nemen. De kosten voor het stadsdeel zijn overzichtelijk. Bij bouwmarkt Hellweg koop je een haakse slijper voor minder dan 100 euro. Een zak cement om de gaten te vullen kost 3,29 euro en bij Robben & Wientjes kun je een vrachtwagen huren voor 44 euro per dag. Ook de kosten voor de catering zijn te overzien: bij bakkerij Backmühle in de Tucholskystraße kost een filterkoffie 1,70 euro en een half broodje vlees slechts 1,50 euro.

    En omdat de redactie van de Berliner Zeitung niet bestaat uit boeven en de relingen eigendom zijn van het stadsdeelbestuur, hebben we ook uitgezocht waar het overtollige staal heen kan. We hebben een expert het gewicht van de 152 meter lange stalen buizen laten schatten. Die kwam op vier tot vijf ton staal. De schrootprijzen zijn op dit moment niet slecht. Door het hekwerk te verkopen aan bijvoorbeeld de schroothandel in Marzahn-Hellersdorf tegen de huidige dagprijs van 1,45 euro per kilo V2A-staal, kan het stadsdeel tussen de 5800 en 7250 euro verdienen.

    Dat geld zou mevrouw Neumann dan weer kunnen steken in de door haar gewenste verkeersverbeteringen in de hoofdstad, zoals pop-upfietspaden en houten zitjes en banken voor de nieuwe voetgangersgebieden die geleidelijk aan overal in Berlin-Mitte de vele parkeerplaatsen moeten gaan vervangen. 

    Hoewel de twee Poolse arbeiders beweren dat zij de stoepranden op de kruising binnen een week verwijderd hebben, zal er de komende jaren waarschijnlijk geen bevredigende oplossing komen voor Marianne Irler met haar rollator. Zal ze het nog meemaken? Het is onduidelijk, want bij het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumenten en Klimaatbescherming krijgen we off the record te horen: ‘Stoepranden zijn heilig’. Het verplaatsen van stoepranden of zelfs het verlagen ervan vereist een moeizaam en langdurig planningsproces. Op korte termijn kan er niets worden gedaan.

    In de loop van ons onderzoek hebben wij natuurlijk ook een verzoek gestuurd aan onze voormalige bondskanselier, die in het zicht van het knooppunt Am Kupfergraben woont. Wij wilden weten of zij zelf door de relingen wordt beperkt en of de situatie haar stoort. De ex-kanselier liet onze vragen echter onbeantwoord, ook al bevinden de obstakels zich pal op weg naar haar favoriete Edeka-supermarkt op station Friedrichstraße (naast de Hit-Ullrich-supermarkt op Mohrenstraße 69). Of mevrouw Merkel een omweg om de afzettingen maakt, er moedig overheen springt of onder de buizen door duikt, blijft dus vooralsnog onbekend.

  • Aanbevolen door de redactie. Een bos vol fladderende vlinders & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Een bos vol fladderende vlinders & Meer

    Deze hilarische analyse van het Oprah-interview van Meghan en Harry druipt van de Ierse schadenfreude. Verder: een prachtige fotoreportage van de 5000 kilometer lange trek van de monarchvlinder & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Clownsgekke buurman

    Mocht je nog niet genoeg hebben van de dreun die Meghan Markle en Prins Harry uitdeelden aan het Britse koningshuis tijdens hun interview met Ophrah Winfrey, dan is deze hilarische analyse van Patrick Freyne in The Irish Times een aanrader, al is het maar omdat het druipt van de Ierse schadenfreude, aldus redacteur IJsbrand van Veelen.

    Freyne begint zijn stuk als volgt: ‘Het hebben van een monarchie naast de deur is zoiets als het hebben van een buurman die dol is op clowns, zijn huis heeft volgekalkt met muurschilderingen van clowns, poppen van clowns in alle vensterbanken heeft staan en een ontembaar verlangen heeft om alles te willen weten en te bespreken over clowngerelateerde zaken. Meer specifiek: voor Ieren is het alsof ze zo’n clownsgekke buurman hebben en dat hun grootvader door een clown is vermoord.’ Smullen.


    Red het vlinderbos

    Elk jaar in november, rond de Dag van de Doden, dalen miljoenen monarchvlinders neer in een bos van oyamelsparren in de bergen van Centraal-Mexico.

    De vlinders hebben het bos nooit eerder gezien, maar ze weten – misschien door een innerlijk kompas – dat ze hier thuishoren. Ze verlaten Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten in de nazomer en vliegen gedurende twee maanden bijna 5000 kilometer over het continent.

    De reis is de evolutionair meest geavanceerde migratie van alle vlinders die bij ons bekend zijn, en misschien wel van alle insecten die we kennen, vertelt The New Yorker. Maar klimaatverandering en verlies van leefgebied, zowel in het bos in Mexico als in de VS, tasten de aantallen de monarchen snel aan.

    Ondanks dit droevige gegeven is dit een prachtig troostrijk portfolio van The New Yorker om dit weekend vanuit je huiskamer de wereld in te trekken, al dan niet met vlindergefladder op de achtergrond, tipt hoofdredacteur Laura Weeda.


    ‘Het is hier geen Amsterdam’

    ‘Het is hier geen Amsterdam’, dat krijgen pleitbezorgers van de fiets blijkbaar vaak te horen in Mexico. Toch betoogt Armando Pliego Ishikawa in het Mexicaanse tijdschrift Nexos dat het Latijns-Amerikaanse land, ondanks cultuurverschillen, veel kan leren van ons kleine kikkerlandje wat betreft verkeersveiligheid. Een aanrader van redacteur Joep Harmsen.

    Pliego brengt in herinnering brengt dat Amsterdam begin jaren zeventig ook geen paradijs van verkeersveiligheid was. ‘In die tijd werd het aantal verkeersdoden in Nederland geteld per duizenden en Amsterdam voerde de lijst aan. In 1971 alleen al kwamen meer dan 400 kinderen om bij verkeersongevallen. Zo ontstond Stop de Kindermoord, een campagne met een eenvoudig maar ambitieus doel: kinderen het recht teruggeven op veilige en leuke straten, waar spelen, fietsen of wandelen met hun vriendjes geen risico vormt.’

    NL HaNA 2.24.01.05 0 933 3335.tjp 1 1
    © Sjakkelien Vollebregt / Anefo / Nationaal Archief

    Zoals bekend was de campagne succesvol, met als resultaat dat er in 2019 geen 400, maar 26 minderjarigen omkwamen in het verkeer, en dat in heel Nederland. Natuurlijk, nog altijd 26 te veel.

    Toch is het fijn, in deze tijd waarin Nederland zijn voortrekkersrol op het internationale podium heeft verloren, om te lezen dat de wereld ons nog op één punt als lichtend voorbeeld ziet. Als het land waar de minister-president elke dag op zijn stalen ros naar zijn werk gaat en alle zorgen weglacht.


    Stralend koraal

    Een documentaire die deze week voorbij kwam over het zelf genezende systeem van koralen in de Great Barrier Reef laat de bovenmenselijke kracht van de natuur zien. Wellicht gesneden koek voor velen, maar in deze tijden waarin herstel ons mantra is, kunnen we ons niet genoeg laven aan de perfectie van de natuur. Als de mens haar maar met rust laat. Een tip van editor at large Katrien Gottlieb.

    Het gigantische koraalrif van meer dan 2300 kilometer lang is gedeeltelijk verbleekt door de waterkwaliteit. Zoöxanthellen, eencellige algsoorten geven koraal kleur. Als de omstandigheden niet optimaal zijn, stoot het koraal de algen af, verbleekt het en als dit stadium te lang aanhoudt, sterft het.

    Dit proces blijkt niet onomkeerbaar te zijn, onderzoekers zijn erachter gekomen dat het rif zichzelf kan herstellen als de waterkwaliteit en temperatuur weer naar leefbare waarden terugkeren.

    Blijkt (jaren geleden al) dat verloren gewaand koraal als laatste redmiddel pigmenten kan produceren die een beschermend laagje vormen tegen invallend zonlicht en algen aanmoedigen om terug te keren zodat de symbiose kan worden hersteld. Op riffen absorberen koralen schadelijke golflengten van het licht en stralen dit uit als indrukwekkend roze of paars neonlicht. Ik had het nog nooit gezien, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen.