Daarnaast bekende hij Holloway’s moeder te hebben afgeperst
Joran van der Sloot heeft woensdag toegegeven dat hij Natalee Holloway heeft vermoord. Volgens CNN bekende Van Der Sloot dat hij de vrouw twintig jaar geleden heeft doodgeslagen op een strand op Aruba en haar lichaam vervolgens in zee had gedumpt, omdat ze niet inging op zijn avances. Daarnaast heeft de man schuld bekend aan het afpersen van de moeder van Holloway.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Van der Sloot was naar de VS gebracht vanuit een gevangenis in Peru, waar hij vastzat vanwege de moord op een vrouw in Lima, om terecht te staan in de afpersingszaak. ‘Wat mij betreft is het voorbij,’ zei Beth Holloway, de moeder van Natalee, tegen verslaggevers buiten een rechtbank in Alabama. ‘Joran van der Sloot is niet langer de verdachte van de moord op mijn dochter. Hij is de moordenaar.’
Natalee Holloway raakte vermist tijdens een schoolreisje met klasgenoten. Ze werd voor het laatst gezien op 30 mei 2005, toen ze een bar verliet met Van der Sloot, die naar school ging op Aruba. Hij werd ondervraagd over de verdwijning, maar nooit vervolgd. Een rechter verklaarde Holloway dood, maar haar lichaam werd nooit gevonden. ‘Ik wil graag de kans krijgen om mijn excuses aan te bieden aan de familie Holloway, en aan mijn eigen familie,’ zei Van der Sloot in de rechtbank.
Voor het eerst in jaren werd naar het verdwenen meisje gezocht
Een hernieuwde zoekactie naar de Britse Madeleine McCann, die zestien jaar geleden op driejarige leeftijd verdween in het zuiden van Portugal, is op niets uitgedraaid, schrijft The Guardian. Portugese en Duitse politieagenten, bijgestaan door Britse agenten, zochten drie dagen lang in de Portugese Algarve. Waarom er voor het eerst in ruim tien jaar weer gezocht werd is niet duidelijk.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De zoekactie heeft plaatsgevonden in de buurt van een stuwmeer, waar materiaal is opgegraven dat voor analyse naar een laboratorium in Duitsland wordt gestuurd. De Duitse autoriteiten zouden op zoek zijn geweest naar bewijsmateriaal om de hoofdverdachte in de vermissingszaak te kunnen linken aan de verdwijning van McCann. De hoofdverdachte is een Duitser, die eerder is veroordeeld voor verkrachting en op de avond van de verdwijning in de buurt van het vakantieresort was waar het meisje lag te slapen.
Zelf ontkent deze Christian B. betrokken te zijn bij de zaak. Wel zou hij het gebied rond het stuwmeer vaker hebben bezocht. De Duitse politie benadrukt dat de zoektocht gericht was op bewijsmateriaal, en dat er geen aanwijzingen waren dat het lichaam van McCann, dat tot op de dag van vandaag nooit is gevonden, in het gebied is verstopt.
Familieleden van slachtoffers van verdwijning in de Mexicaanse staat Guerrero doen er alles aan om hun vermiste dierbaren te eren en hun verhaal te vertellen. ‘Door over hun vermiste kinderen te vertellen wordt hun pijn omgezet in actie.’
Het was op een zaterdag. Emma Mora was samen met haar collega Sergio Cevallos onderweg. Ze reden langs de kustweg van Chilpancingo langs de Avenida Costera Miguel Alemán, een drukke verkeersroute richting de toeristische stranden van Acapulco. Die dag waren er geen met zonnebrandcrème ingezeepte toeristen te bekennen. De gebruikelijke horde met bierflessen gewapende toeristen was afwezig. De wind en de striemende regen van orkaan Agatha had de stranden met woest schuimende golven leeggeveegd. Terwijl Emma haar blik over de verlaten kust liet gaan, zag ze het. ’Sergio,’ riep ze uit, ’kijk daar! De verf komt eraf!’
Verantwoording
Dit artikel kwam tot stand naar aanleiding van een rapport dat is opgesteld door IDHEAS in samenwerking met de onafhankelijke journalist Roberto González. Het project is mogelijk gemaakt door financiering van de Europese Unie.
IDHEAS is een Mexicaanse ngo die zich inzet voor mensenrechten en slachtoffers van mensenrechtenschendingen juridische bijstand verleend. Daarnaast probeert IDHEAS aandacht te vragen voor de grote schaal waarop mensenrechtenschendingen plaatsvinden in Mexico.
Emma en Sergio bleven ademloos toekijken hoe de regen langzaam maar zeker tweeënvijftig gezichten tevoorschijn spoelde. Het witte kalkkrijt bleek niet opgewassen tegen de orkaan en spierwit regenwater sijpelde van de muur naar het zand, zo de zee in. Eerst waren de gezichten nog vaag, alsof ze schuilgingen achter een witte vitrage. Vervolgens verschenen ze één voor één, helder en scherp, totdat ze alle tweeënvijftig het daglicht zagen.
Die dag bracht orkaan Agatha die tweeënvijftig gezichten opnieuw aan het licht. Het uitwissen was zeven maanden daarvoor gebeurd. De gezichten vormen samen de muurschildering El mural del la esperanza (de muurschildering van hoop) en kwam tot stand op initiatief van het zogenaamde collectief Familias de Acapulco en Busca de sus Desaparecidos (Families van Acapulco op zoek naar hun verdwenen familieleden). Kort nadat de muurschildering was onthuld, hadden onbekenden de tweeënvijftig geschilderde gezichten van familieleden witgekalkt. Emma Mora, woordvoerster van de vereniging van familieleden, verduidelijkt dat de muurschildering echt niet alle slachtoffers afbeeldt: ‘De muurschildering toont tweeënvijftig gezichten, terwijl er alleen al in Acapulco bijna driehonderd mensen zijn verdwenen.’
Heroïsch verhaal
De zondag die volgde werd Emma bedolven onder felicitaties en berichten met foto’s van de schoongespoelde gezichten die opnieuw waren verschenen. Emma voelde zich even onderdeel van een heroïsch verhaal, waar het kwaad de strijd verliest van grillige en onstuitbare kracht: verslagen door de hand van een orkaan.
’Maar al op maandag waren ze weer weggewist,’ zegt Emma, ‘diezelfde avond zagen we dat iemand de moeite had genomen om opnieuw een laag wit krijt over de gezichten te smeren.’
De eerste keer kalklaag dateert uit december 2021, zegt Emma. Die actie kwam krap twee maanden nadat El mural de la esperanza, op de achtermuur van het restaurant Los Anafres, gelegen aan de populaire toeristische boulevard van de kust, was voltooid. Deze locatie was bewust gekozen: het is een plek waar veel lokale en internationale bezoekers komen.
Dat mensen verdwijnen is in Mexico een zich voortdurend herhalend nieuwsbericht
Het was niet eens zozeer de bedoeling van de vereniging van familieleden om de plaatselijke voorbijgangers te alarmeren. De nabestaanden van verdwenen familieleden in Guerrero zijn er al lang aan gewend dat ze zichzelf moeten beschermen en dat er altijd voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen als zij aandacht vragen voor hun verdwenen geliefden. Dat mensen verdwijnen is in Mexico een zich voortdurend herhalend nieuwsbericht. Familieleden die zich inzetten om de waarheid te achterhalen, zijn eraan gewend dat zij niet ’s nachts op pad moeten gaan, dat zij hun geld nooit op één plek moeten bewaren en ze weten dat zij doelwit kunnen zijn tijdens wegblokkades. De leden van het collectief weten ook dat zodra een slachtoffer verdwijnt, het niet onmogelijk is dat ze ergen anders in het uitgestrekte land weer opduiken. Jarenlange ervaring heeft hen geleerd dat degenen die verdwijnen uit Guerrero net zo gemakkelijk gevonden kunnen worden aan de andere kant van het land, in Morelos of Veracruz, als in een clandestien graf of in een gevangenis.
Met de grote muurschildering wilde de vereniging van familieleden in Guerrero de aandacht vestigen op de wijdverbreide aard van het probleem. ’We wilden dat de gezichten van onze verdwenen dierbaren openbaar zouden zijn. Om ze zichtbaar te maken voor toeristen, zodat die ons zouden kunnen waarschuwen als ze één van de vermisten in een andere staat zouden zien. We willen iedereen bereiken die ons kan zeggen of onze dierbaren in andere delen van het land of zelfs in andere landen zijn gezien,’ legt Emma Mora uit. Voor Emma is de muurschildering een nieuwe poging om de niet-aflatende zoektocht voort te zetten. ‘Het is geen passieve herdenkingsoefening,’ zegt ze. ‘Het is de bevestiging van de vernedering en de pijn van een open wond.’ Voor de achterblijvers is het herinneren niet iets statisch, zegt Emma, het is een proces. De moeders van de verdwenen mensen van Guerrero weigeren net zoals degenen die verdwenen om met krijt te worden weggekalkt en te worden vergeten, zegt ze. ’Niet vergeven, niet vergeten!’ is de leus van de leden van de vereniging. Het is een taak die nooit klaar is: ze delen hun gezamenlijke inspanningen, hun zoektocht, hun protesten en ook hun herinneringen.
De Iers-Nederlandse expert op het gebied van collectieve herinnering Ann Rigney (Universiteit Utrecht) vergelijkt de constructie van een collectief geheugen met zwemmen: ‘om te blijven drijven, moet een lichaam ook in beweging blijven’. Het is construeren van een collectief geheugen is volgens haar per definitie een handeling met een open einde, aangezien het op verschillende plaatsen moet gebeuren en er door de tijd heen herhaalde herdenkingsacties moeten zijn. Dat kan van alles zijn: een schilderij, een monument of een mars. Samen herinneren impliceert volgens Rigney bezig zijn met constante vernieuwing. Achterblijvers houden nooit op met over de verdwenen mensen te praten en vertellen hun verhalen keer op keer. ‘Ze ontlasten zichzelf door te vertellen hoe ze waren, hoe hun leven was vóór hun verdwijning en over hoe ze zichzelf voelen. Ze kunnen er onderling wel duizend keer over praten. Door onvermoeibaar te blijven vertellen, construeren ze een verhaal dat echt van hen is,’ zegt Rigney. ’Het is een mondelinge geschiedenis die hardop wordt geschreeuwd, wordt verteld en opnieuw verteld, omdat hun pijn altijd het risico loopt stil te worden gehouden.’ Zo ontstaat volgens haar een collectieve culturele herinnering. Eén waarheid die tegelijkertijd uit vele waarheden bestaat. ’Collectieve herinneringen dragen een transformerend potentieel in zich, tegen de pijn die in het dagelijks leven wordt beleefd,’ aldus Rigney.
Op 10 oktober 2021 plaatste schilder Alexis Godínez zijn laatste penseelstreek. Vlak voordat de jaarlijkse kerstgolf van toeristen de stranden van Acapulco zou overspoelen was de muurschildering klaar. Emma Mora en haar collega’s zagen hun plan werkelijkheid worden. Sinds de oprichting van het collectief in 2016 werkten ze naar dit moment toe. ‘Onze situatie is vergelijkbaar met die in Colombia,’ zegt Emma Mora. ‘Ook daar maakten verenigingen van achtergeblevenen muurschilderingen, maar dan met de afbeeldingen van gezichten van militaire functionarissen. Die muurschilderingen suggereerden hun betrokkenheid en wierpen de vraag op: “Wie gaf hiervoor het bevel?”’
Het werk van lokale gemeenschappen en collectieven is van onschatbare waarde om de natie te confronteren met waarheden die ze niet langer kunnen negeren
De Mexicaanse mensenrechtenorganisatie IDHEAS legde contact met de Waarheidscommissie die de mensenrechtenschendingen onderzoekt die tijdens het gewapende conflict in Colombia plaatsvonden. In Colombia gebeurde hetzelfde, legt Yolvi Lena Padilla van die Waarheidscommissie uit: ‘ook hier werden dergelijke muurschilderingen uitgewist’. Geconfronteerd met een regering die de slachtoffers het zwijgen oplegt, constateert Yolvi Lena dat het werk van lokale gemeenschappen en collectieven van onschatbare waarde is om de natie te confronteren met waarheden die ze niet langer kunnen negeren. ’Als voor het onthullen van de waarheid, of een halve waarheid, of het verzwijgen van de waarheid de staat niet langer de enige bron is, dan pas worden de dingen onthuld zoals ze werkelijk zijn,’ zegt Yolvi Lena. Volgens haar is het openbaar maken van de waarheid van slachtoffers van onschatbaar belang. Desondanks blijft de traagheid en de neiging van de staat om te blijven ontkennen bestaan. Het handelen van de staat levert herhaaldelijk vormen van hervictimisatie op, waardoor slachtoffers in wezen opnieuw tot slachtoffer worden gemaakt. De wortels van dergelijke vormen van herhaald slachtofferschap liggen regelmatig in de manier waarop justitiële instituties handelen.
Dat overkwam ook Cleotilde Juárez Adame – in Guerrero bekend als Doña Coti. Toen zij de verdwijning van haar zoon, Julio Alberto Salgado Juárez, aan de kaak stelde, was het de eerste impuls van de autoriteiten om de ernst van de situatie te bagateliseren. ’Men beweerde dat mijn zoon het aan zichzelf te danken had omdat hij foute vrienden had, te veel uitging en daardoor in moeilijkheden zou zijn geraakt. Ik antwoordde dat mijn zoon, nooit uitging, niet rookte of dronk. Hij werd nooit betrapt op welke misstap dan ook.’
Een muurschildering overschilderen of beweren dat iemand zijn verdwijning te danken heeft aan zelfverkozen slecht gezelschap zijn indicatoren van de manieren waarop de staat het grotere verhaal naar de eigen hand wil zetten. Onderdeel van de staatsreacties is twijfel zaaien over de verhalen van slachtoffers en hun verhalen in diskrediet brengen. Onderzoekster Simona Mitroiu, gepromoveerd in de sociale wetenschappen, ziet deze houding als onderdeel van politieke macht. ’Inherent aan politieke macht is de noodzaak om het verleden opnieuw vorm te geven en gebeurtenissen opnieuw te interpreteren. Daarbij bezwijken controversiële materiële objecten – zoals gebouwen, standbeelden, plekken – en zelfs de herinneringen van burgers aan vernietiging en uitwissing.’
‘We moeten in actie blijven om het collectieve geheugen aan al deze verdwijningen in leven te houden’
Het tot stand komen van een collectief geheugen is geen direct gevolg van de verdwijningen, maar het ontstaat wel vanaf het allereerste moment dat de staat slachtoffers het recht ontzegt op de waarheid. Het collectieve geheugen voedt zich met de details die door de autoriteiten worden achtergehouden en door degenen die er niet naar willen luisteren. Hartverscheurende verhalen worden verteld. Onbeantwoorde vragen blijven. De tweeënvijftig geschilderde gezichten vertegenwoordigen zij die weigeren te worden verborgen, en die voortleven in de hoofden van degenen die onophoudelijk naar hen blijven vragen en hun verhaal keer op keer doorgeven.
Las Familias de Acapulco en Busca de sus Desaparecidos hebben besloten om hun werk aan El mural de la esperanza voorlopig stop te zetten. Toch is er volgens Emma Mora geen gebrek aan plannen voor de toekomst. Onlangs werd ze benaderd door iemand die een plek aanbood om een nieuwe muurschildering op te tuigen. Dat gaan ze doen en deze keer verwacht Emma dat er nog veel meer gezichten op zullen passen. In december 2021 stelde de burgemeester van de stad Acapulco, Brenda Hernández Marino, aan de gemeenteraad voor om een antimonument op te richten voor degenen die vermist worden uit de gemeente. En inmiddels herbergt het lokale Papagayo-park El Arbol del recuerdo y la memoria (een herinneringsboom). Dit is een voorbeeld van een plek die de families van de verdwenen personen zich openlijk hebben toegeëigend.
Emma Mora vertelt dit alles terwijl ze op bed ligt. Ze is inmiddels geïmmobiliseerd door chronische pijn haar benen. Ze wijt haar blessure aan de vele jaren die ze met zoeken heeft doorgebracht. Toch is ze volgens zichzelf altijd nog beter af dan de moeders en vaders die zijn overleden zonder hun kinderen terug te vinden. Ook dat knaagt aan haar. Ook voor hen willen Emma en haar collega’s hun werk niet opgeven. ‘De herinnering moet levend blijven,’ zegt ze. ‘Daarom gaan we voor de nieuwe muurschildering en het monument in Acapulco. Of de autoriteiten het nu willen weten of niet, wij blijven ons laten gelden, net zoals de Ayotzinapa normalistas [dit is een referentie naar de verdwijning in 2014 van vierenveertig studenten van het Ayotzinapa-college in de stad Iguala in Guerrero waarvan een aantal vermoord is teruggevonden]. We moeten eenvoudigweg in actie blijven om het collectieve geheugen aan al deze verdwijningen in leven te houden.’
Van de vuile oorlog tot nu
In 2022 kwam de Colombiaanse Yolvi Lena op uitnodiging van de ngo IDHEAS naar Mexico om haar ervaringen te delen met de moeders van het Colectivo de Madres Igualtecas (collectief van moeders uit Iguala), een groep uit Iguala in Guerrero met dezelfde doelstelling. De Colombiaanse deelde haar ervaringen met het werken met de slachtoffers van het gewapende conflict in haar land en organiseerde bijeenkomsten waarop ze vertelde over de slachtoffers die zij interviewde in Colombiaanse gemeenschappen. Yolvi Lena legt uit waarom ze werkt voor de Colombiaanse Waarheidscommissie. Natuurlijk om te streven naar gerechtigheid en om ervoor te zorgen dat gebeurtenissen zich niet herhalen, maar ‘het verhaal van een verdwijning begint meestal alledaags. Ik sprak bijvoorbeeld een vrouw uit een Afro-Colombiaanse gemeenschap die vertelde dat het begon op de dag dat haar man hun huis verliet. Ze namen afscheid en met een alledaagse groet: ‘tot later, fijne dag’. En hij kwam nooit meer terug. Vrouwen zoals zij zijn nog steeds op zoek,’ vertelt Yolvi Lena. En dat is de reden waarom slachtoffers getuigen voor de Waarheidscommissie, omdat alleen op die manier de collectieve herinnering ontstaat die helpt de pijn om te zetten naar actie.
Yolvi Lena benadrukt de cruciale rol die de collectieven in de regio hebben, die er ook aan bijdraagt dat de mensenrechtenschendingen stoppen. Al behoren ze niet tot het verleden. Want ondanks deze initiatieven van burgers, stapelen de verborgen waarheden zich nog altijd op en vult het collectieve geheugen zich steeds opnieuw met de verse verdwijningen, die zich nog altijd blijven voordoen.
Het nationale register van vermiste personen houdt de gegevens over Guerrero’s lange geschiedenis van verdwijningen bij. Het bijhouden hiervan begon in 1967 en het register omvat volgens een recente rapportage vandaag de dag in totaal 5565 vermiste personen in de Mexicaanse deelstaat. Het kantoor van de speciale aanklager voor Sociale en Politieke bewegingen in het verleden (FEMOSPP), kan worden geraadpleegd via het Amerikaanse U.S. National Security Archive. Die instantie begon op 1 mei 1968 met het verzamelen van data. Daar is ook de allereerste verdwijning in Mexico geregistreerd. Dat was Santiago García, die lid was van Asociación Cívica Nacional Revolucionaria, één van de toonaangevende guerrillabewegingen in Guerrero destijds. Zijn verdwijning vond plaats gebeurde tijdens de periode waarin Lucio Cabañas en Genaro Vázquez met politieke bijeenkomsten en activisme protesteerden tegen onteigening, guerrillaoorlogvoering en vooral de onderdrukkende represailles van het bestuur van Guerrero en de regering Mexicaanse staat. Tijdens Mexico’s Vuile Oorlog zaten achter minstens negentig verdwijningen politieagenten of militaire regeringsfunctionarissen en was sprake van betrokkenheid van de Mexicaanse veiligheidstroepen (RNPDNO). In die jaren verdwenen in totaal 537 mensen (FEMOSPP) in de staat Guerrero; 205 alleen in de stad Atoyac, destijds een belangrijke basis van de guerrilla.
Terwijl de opeenvolgende regeringen naar buiten toe het bestaan van de interne oorlog ontkenden, vonden sinds 1967 slachtpartijen plaats
Deze cijfers zijn inmiddels mijlenver verwijderd van het duizelingwekkende aantal van meer dan honderdduizend Mexicanen die anno 2022 vermist zijn. Het aantal is enorm toegenomen sinds de voormalige president Felipe Calderón Hinojosa de oorlog van het land tegen de drugshandel lanceerde.
De afgelopen jaren staken de opeenvolgende Mexicaanse machthebbers veel energie in het neerzetten van een beeld van vooruitgang, dat begon al tijdens de Olympische Spelen van 1968. Toen in een groot deel van Latijns-Amerika landen leden onder de regeringen van repressieve rechtse militaire dictaturen, presenteerden de regeringen van Adolfo López Matos, Gustavo Díaz Ordaz, Luis Echeverría Álvarez, José López Portillo, Miguel de la Madrid en Carlos Salinas de Gotari zichzelf als toppunt van democratie, vrede en ontwikkeling. Terwijl de opeenvolgende regeringen naar buiten toe het bestaan van de interne oorlog ontkenden, vonden sinds 1967 slachtpartijen plaats, zoals die van Atoyac in Jalisco, waar het protest van de sociale beweging in bloed werd gesmoord. Deze opstand tegen onderdrukking werd alleen maar met meer onderdrukking beantwoordt.
Volgens professor María Teresa Flores Solana, een wetenschapper die zich inzet voor onderzoek naar de gepleegde misdaden, is dat een van de grote problemen: ‘zodra een land zichzelf begint af te schilderen als een democratische staat, verschaft het zich als het ware vrijstelling van verantwoording voor eerdere misdaden’. Om beter te begrijpen wat er tijdens de Mexicaanse Vuile Oorlog is gebeurd, onderzocht ze het werk van de collectieven in het land. Ze publiceerde over het werk van ¡Eureka! en H.IJ.O.S. México, gevestigde organisaties die gerechtigheid eisen voor verdwenen Mexicanen. Hun recentste wapenfeit is de oprichting van de Commissie voor Toegang tot Waarheid en Rechtvaardigheid voor Ernstige Mensenrechtenschendingen tijdens de Vuile Oorlog. Deze Waarheidscommissie richt zich op het berechten van de verantwoordelijken, het realiseren van het recht op waarheid en herinnering en zet zich in voor herstelbetalingen.
Herinneringsquilt
Soms overvalt de herinnering de slachtoffers onverhoeds. ‘Ik kan er niet over praten. Het is te pijnlijk,’ roept Antonia uit, terwijl ze in handen een lap stof heeft met de namen van haar twee zonen en haar man. Ze wordt omringd door lotgenoten, die haar aankijken, terwijl ze hun eigen stukje stof vasthebben. Elk van de deelnemers aan de bijeenkomst met Yolvi Lena vertelt iets over hun vermiste familielid, of ze schrijven hun namen op. Samen maken ze een grote quilt van alle meegebrachte lapjes. Het is een van de activiteiten die in Guerrero worden georganiseerd, waarbij de Colombiaanse Yolvi Lena meehelpt. Ze luistert aandachtig naar elke getuigenis.
Tijdens deze door IDHEAS geïnitieerde bijeenkomsten kwamen de leden van het collectief Colectivo de Madres Igualtecas bij elkaar. Ze aten samen, lachten en huilden. Ze hielpen elkaar met vertellen. Wat de een niet precies wist, kon de ander aanvullen. Zoals het verhaal van Jovita over hoe een officier van het ministerieel politiepersoneel haar 10.000 Mexicaanse peso’s probeerde af te troggelen, om alleen maar een onderzoek op te starten. Of de getuigenis van Esperanza, die vertelde hoe functionarissen van politie en leger haar zoon en een andere jongen afvoerden. ’Geloof me als ik zeg dat ik oneindig dankbaar ben dat ik dit moment samen met jullie kan doorbrengen,’ zegt Sandra Luz, moeder van Ivette Melissa Flores Román, die sinds 19 oktober 2012 vermist is. Haar moeder is inmiddels de vertegenwoordigster van het Colectivo de Madres Igualtecas. Dit zijn voor haar momenten waarop de slachtoffers zich verenigd voelen en verlichting vinden voor hun verdriet. ’Al is het maar een beetje,’ voegt ze eraan toe.
‘Het is voor mij niet gezond om stil te blijven zitten en ieder jaar opnieuw geconfronteerd te worden met de datum van de verdwijning van mijn dochter’
Terwijl de moeders zich concentreren op de activiteiten met Yolvi Lena, krijgt Sandra Luz het ene telefoontje na het andere. Ze staat telkens op om ze buiten gehoorsafstand allemaal te beantwoorden. Daarna keert ze weer terug naar haar stoel. Ze geeft anderen suggesties over hoe ze verder kunnen komen met hun zaak. Dan komt er weer een telefoontje binnen en ze weer staat ze op. Over een paar dagen keert Sandra Luz terug naar de velden om ze af te graven op zoek naar lijken. ‘Het is voor mij niet gezond om stil te blijven zitten en ieder jaar opnieuw geconfronteerd te worden met de datum van de verdwijning van mijn dochter,’ legt ze uit. ’De pijn is te groot. En ik heb er geen controle over. Kijk,’ zegt Sandra Luz en ze steekt haar handen uit. Ze toont haar vingernagels. Ze zijn bijna tot aan de wortel afgebeten. Nu, bijna tien jaar na de verdwijning van Ivette heeft haar moeder het tegengif gevonden voor nagelbijten. Telkens wanneer ze het gevoel heeft dat een depressie de kop opsteekt, pakt Sandra Luz de doos met nagelkits waarmee haar dochter vroeger werkte. Ze laat ze zien: tien sets van tien nagels, vijf nagels per hand, één set voor elk jaar dat ze haar dochter niet heeft gezien. Ze bergt de nagelsets weer netjes op. ’Tot de volgende keer dat ik ze misschien nodig heb.’
Een bijeenkomst als deze toont hoe een collectief geheugen wordt gemaakt: zeker ook door het vertellen van de verhalen van alledag, door het beschrijven van de personen zoals ze waren vóór hun verdwijning: wat ze graag aten, hun favoriete sneakers, hun zorgen op het werk, de muziek waarnaar ze luisterden als het tegenzat, hun persoonlijke mantra’s om angsten te bezweren. Door bijeenkomsten als deze worden de verdwenen mensen tot leven gewekt, terwijl de voortgaande zoektocht een doorleefde realiteit wordt.
Om het eerste decennium sinds de verdwijning van Ivette te markeren, hoopt Sandra Luz een gedenkplaat te kunnen oprichten in Iguala. Hoewel ze niet van plan is het snel op te geven, weet ze dat er een dag komt dat ze niet langer de kracht zal vinden om de strijd voort te zetten. Haar jarenlange zoektocht heeft haar ook tot doelwit gemaakt van constante doodsbedreigingen, tot het punt waarop ze uit angst voor haar leven haar huis moest ontvluchten. Ook het zoeken naar resten van verdwenen personen op heuvels en velden is een aanslag op haar eigen lichaam geworden. Toch blijft ze doorgaan. Een paar dagen na de bijeenkomsten met de Colombiaanse Yolvi Lena vertrekt ze weer, naar een expeditie in de velden. Sandra Luz zegt dat het ook voorkomt dat mensen direct contact met haar zoeken nadat een familielid is verdwenen. Ondanks dat het haar iedere keer naar de keel grijpt, onderneemt ze direct actie. Ze heeft het geluk geproefd om mensen op tijd terug te kunnen brengen naar hun dierbaren. Dat is waarom ze deze rol op zich neemt. Ze wil de erfenis nalaten en bewijzen dat de inspanningen van de collectieven niet voor niets zijn. Elke keer dat ze zich inzet voor iets dat haar mogelijk zelf in gevaar brengt, praat Sandra Luz inwendig tegen haar dochter: ‘Jij bent mijn oogappel, mijn drive, de reden dat ik dit alles doe.’
Hoe herinner jij jouw vermiste dierbare?
Ivette Melissa Flores Román
‘Ze is geboren op 5 januari, dus we vierden Día de Reyes (Drie Koningen) altijd tegelijk met haar verjaardag. Tot op heden maak ik op 5 januari een koningstaart voor tijdens het familiediner. We houden een stoel vrij voor haar, bewaren voor haar een stukje van de taart en we doen alsof Ivette erbij is.’
‘En ik weet niet waar ik die zou kunnen krijgen, maar ik zou graag een kartonnen afbeelding van haar willen hebben. Van haar silhouet, met haar foto. Dan zou ik die neerzetten, in plaats van haar lege stoel.’
‘Ik heb op allerlei manieren contact met mijn dochter. Wanneer ik bijvoorbeeld met mijn kleinkinderen ben. Dan pak ik soms de kleren van mijn dochter en vraag aan mijn kleindochter om ze aan te doen. Al zijn er ook momenten dat ik dat liever niet wil, omdat het overweldigend is. Dan zie ik haar te veel voor me.’
’En ja, haar kunstnagels. Daar grijp ik naar als ik het te kwaad krijg. En weer zou willen nagelbijten. Dan vul ik mijn tafel met al haar nagels. Paar na paar. Het is een oefening die ik voor mezelf heb bedacht en waar ik me aan houd.’
–Sandra Luz Román, moeder van Ivette Melissa Flores Román. Colectivo de Madres Igualtecas.
‘Ik herinner me de momenten waarop hij tegen me zei: “Dit moeten we doen!” Dat zijn dingen ik nog steeds doe. Zodra ik eraan denk, zeg ik tegen mezelf: “Ik ga dit doen, omdat mijn zoon het leuk vond.” Ik doe altijd dingen die hij graag deed.’
‘Als ik tegen mijn andere zoon zeg: “Kijk, papi [koosnaampje], je broer was hier dol op,” zal hij ook zeggen: “O ja, mama. Laten we dat doen.” Als ik tegen hem zeg: “Je broer tekende graag.” Dan zegt hij: “Nou, dan gaan wij tekenen.” Hij tekent mij, en ik hem. En daarna tekenen we allebei zijn broer, mijn zoon.’
‘Ook over eten vraagt mijn zoon: “Mam, weet je nog of Julio dit lekker vond? Zou je het voor me willen maken?” Dat doe ik dan.’
‘Ik blijf alles herhalen wat mijn zoon graag deed. Julio vond bijvoorbeeld dat ik zijn jongere broertje moest vragen hoe zijn dag was op school, wat hij had uitgespookt. En nu zit die andere zoon op de universiteit. Nog steeds, als hij thuiskomt, zal ik het hem vragen: “Wat heb je uitgespookt, papi? Hoe was je dag?” En hij vertelt dan over zijn opleiding voedingsleer, de bomen die hij plant en de kaas die hij leert maken.’
‘Ik zal mijn zoon nooit vergeten. Ik zal mijn zoon altijd herinneren, in alles waar hij van hield.’
–Clotilde Juárez Adame, Moeder van Julio Alberto Salgado Juárez. Colectivo de Madres Igualtecas.
Dit artikel kwam mede tot stand dankzij financiering van de Europese Unie.
De Amerikaanse kustwacht heeft dinsdagochtend een man gered die zich vasthield aan een omgeslagen boot in volle zee. Hij vertelde het reddingsteam dat hij zaterdagavond met negenendertig andere passagiers de Bimini-eilanden op de Bahama’s had verlaten. Geen van hen droeg een reddingsvest.
De boot, waarvan de kustwacht vermoedt dat hij mensen die naar de VS willen immigreren vervoerde, kapseisde als gevolg van slecht weer, aldus nieuwssite Axios. De zoektocht, op zee en in de lucht, is nog steeds aan de gang. Vorige week had reeds een reddingsoperatie plaatsgevonden in hetzelfde gebied, dat als doorgangsplaats dient voor Haïtiaanse migranten.
#UPDATE@USCG crews are still searching. The good Sam notified #USCG Sector #Miami watchstanders, Tuesday, at approx. 8 a.m. after rescuing a man on a capsized vessel. Multiple cutters & aircraft are searching from #Bimini, #Bahamas to #FortPierce Inlet.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.