Tag: vernieuwingen

  • MBS wil rentenierssysteem vervangen door productie-economie

    MBS wil rentenierssysteem vervangen door productie-economie

    De Mukaab is het zoveelste megalomane stedelijke project uit de koker van Mohammed bin Salman, alias MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. MBS wil de economie diversifiëren, want die is nu nog volledig afhankelijk van olie-inkomsten.

    Het nieuwste stedelijke megaproject van Mohammed bin Salman, bijgenaamd ‘MBS’, de kroonprins van Saoedi-Arabië: de Mukaab, een gigantisch kubusvormig bouwwerk met een hoogte, breedte en diepte van 400 meter. Het moet het symbool van Riyad worden. Een soort Saoedische Eiffeltoren of Big Ben, maar dan in XXL-formaat, met 2 miljoen vierkante meter aan vloeroppervlak, die plaats moet bieden aan een armada van hotels, winkelcentra en zelfs een ‘immersief theater’. Volgens berekeningen van de Amerikaanse media belooft deze mastodont twintig keer zo groot te worden als het Empire State Building.

    Dit Babylonische project is afkomstig uit de koker van MBS, de zoon van koning Salman die samen met zijn vader de scepter zwaait over Saoedi-Arabië. Hij wil een revolutie ontketenen in het koninkrijk door te breken met ouderwetse sociaal-religieuze aspecten en door de economie, die nu nog volledig afhankelijk is van olie-inkomsten, te diversifiëren.

    Voordat hij zijn plan voor de Mukaab lanceerde, had deze overactieve, met games opgegroeide dertiger al andere projecten geïnitieerd die minstens zo opzienbarend zijn: Neom in het noordwesten van het land, een megalopolis met robotbedienden, vliegende taxi’s en een kunstmaan; The Line, een klimaatneutrale stad die zich in een lijn van 170 kilometer lang uitstrekt door de woestijn; Qiddiya, een reusachtig entertainmentproject aan de rand van Riyad dat drie keer zo groot moet worden als Parijs; Trojena, een prestigieus skiresort in de bergen boven de stad Tabuk, waar naar verwachting de Aziatische Winterspelen van 2029 zullen worden gehouden; het Red Sea Project, met een reeks super-de-luxe hotels aan de Rode Zee, et cetera.

    Imago opvijzelen

    Grillen van een megalomane postpuber? Pogingen om minder flatteuze acties in het vergeetboek te doen geraken, zoals de rampzalige oorlog in Jemen of de moord op journalist Jamal Khashoggi, die in 2018 in het Saoedische consulaat in Istanboel met een botzaag in stukjes werd gesneden?
    De werkelijkheid is complexer. Naar alle waarschijnlijkheid zal maar een deel van deze enorme bouwwerken het daglicht zien, geheel in lijn met eerdere half voltooide megaprojecten. Zo is de Koning Abdoellah Economische Stad, waarmee de voorganger van Salman een eiland van liberalisme wilde stichten aan de oevers van de Rode Zee, nooit echt van de grond gekomen. Het faraonische karakter van de projecten is bedoeld om het imago van de Saoedische kroonprins op te vijzelen. Ze moeten een ander verhaal vertellen, dat van de jonge prins die zich meer dan ooit als ondernemer van de toekomst presenteert, naar het voorbeeld van een van zijn idolen, Elon Musk, de baas van SpaceX die Mars wil koloniseren.

    De productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag

    Deze projecten zijn een teken voor de rest van de planeet, en in het bijzonder voor investeerders, dat het koninkrijk daadwerkelijk bezig is zich aan zijn verstarring te ontworstelen. ‘MBS wil een nieuw Saoedi-Arabië creëren, en het lijdt geen twijfel dat hij daarin slaagt,’ zegt Bertrand Besancenot, voormalig Frans ambassadeur in Riyad, die in 2015 zag hoe het nieuwe fenomeen zijn intrede deed op het Saoedische politieke toneel. ‘Hij ziet zichzelf als de nieuwe Ibn Saoed (de eerste koning van het moderne Saoedi-Arabië, die het koninkrijk in 1932 tot een eenheid smeedde) en wil van zijn land een van de tien machtigste ter wereld maken.’

    Deze kentering begon in 2016, met de inperking van de bevoegdheden van de zedenpolitie. De muttawa, die een sinistere reputatie genoot, was belast met de handhaving van de geboden van het wahabisme, de ultrapuriteinse stroming binnen de islam die lange tijd de staatsgodsdienst van Saoedi-Arabië was. In de jaren daarna heeft MBS de zachte dictatuur waarvan lange tijd sprake was weliswaar vervangen door een ultra-autoritair bewind, maar is hij doorgegaan met het doorbreken van taboes, door muziekuitvoeringen toe te staan (2016), het verbod op autorijden voor vrouwen op te heffen (2017), bioscopen te heropenen (2018), de scheiding tussen mannen en vrouwen in restaurants op te heffen (2019), winkels toestemming te geven om tijdens gebedstijden open te blijven (2021) et cetera.

    Vierde Saoedische staat

    Het dewahabiseringsproces is in gang gezet, en te oordelen naar het succes van de hervormingen is de bevolking, van wie tweederde jonger is dan 35, rijp voor deze revolutie. Het proces is des te moeilijker te stoppen doordat MBS ervan verzekerd is dat hij na de dood van zijn vader, die nu 87 is, de troon zal bestijgen; rekening houdend met zijn jonge leeftijd (37) zou hij, mits er geen ongelukken gebeuren, nog drie of vier decennia moeten kunnen regeren.

    ‘We zijn in feite getuige van de geboorte van de vierde Saoedische staat,’ zegt politicoloog Stéphane Lacroix, gespecialiseerd in de geschiedenis van het Arabisch Schiereiland. Eerst was er het emiraat Diriyah, dat duurde van 1727 tot 1818, toen het emiraat Nadjd, van 1824 tot 1891, en daarna het koninkrijk dat in 1932 door Abdoel Aziz al-Saoed werd gesticht. ‘Dit idee van een vierde staat was een geliefd thema van de Saoedische oppositie, die lange tijd heeft gedroomd van de stichting van een constitutionele monarchie,’ aldus Lacroix. ‘Maar MBS is bezig een geheel ander project te verwezenlijken: een door moderniseringsdrift en grootheidswaanzin bezielde autocratie. Hij is de opperheerser die alle regels aan zijn laars lapt, goedschiks of kwaadschiks.’

    Vrouwen

    Met dit hervormingsproces was al langzaam maar zeker een begin gemaakt in de tijd van koning Abdoellah. Aan hem is, behalve de Economische Stad, ook de toegang van vrouwen tot de Majlis al-Shura (het Saoedische surrogaatparlement) te danken, evenals het staatsmonopolie op fatwa’s en de eerste investeringen in toerisme en mijnbouw – de twee belangrijkste sectoren waarmee MBS de afhankelijkheid van olie wil verminderen. Maar de macht in Saoedi-Arabië was in die tijd nog sterk verdeeld en de pogingen van Abdoellah liepen vaak al snel spaak.

    Mohammed bin Salman heeft lering getrokken uit deze mislukkingen en besloten dat het systeem alleen kan worden veranderd door het ten val of op z’n minst aan het wankelen te brengen. Vandaar zijn grootschalige arrestatiecampagnes, zowel onder islamisten als liberalen, en zowel binnen de koninklijke familie als binnen vooraanstaande zakenfamilies en geestelijke kringen. Zo wil hij een verticale machtsstructuur creëren en het – al dan niet reële – verzet tegen zijn grootse plannen breken.

    Vooral op religieus gebied heeft hij opvallend veel succes geboekt. De wahabitische geestelijkheid die in ruil voor haar trouw aan koning Saoed de hele maatschappij haar obscurantistische credo oplegde, is volledig monddood gemaakt. De islamitische toon wordt inmiddels gezet door MBS zelf, die zich heeft ontpopt als een voorvechter van de iitidal, de religieuze gematigdheid. Tijdens een opzienbarend interview met de zender Al-Arabiya in 2021 tergde de kroonprins de traditionalisten zelfs tot het uiterste door op te roepen om Mohammed ibn Abdul-Wahhab, stichter van het wahabisme, niet als een heilige te vereren.

    Deze modernisering wordt niet alleen ingegeven door imago-overwegingen. In een recent boek, L’Arabie saoudite. De l’or noir à la mer Rouge, beschrijft de Franse historicus en diplomaat Louis Blin, voormalig consul in Djedda, hoe het ‘antimodernisme’ van de fundamentalisten, gepaard met de verslaving aan het zwarte goud, de industriële ontwikkeling van Saoedi-Arabië heeft gedwarsboomd. ‘Het welslagen van de postwahabitische gok van de kroonprins staat of valt met zijn vermogen om het rentenierssysteem dat door de salafisten wordt gesteund te vervangen door een productie-economie,’ aldus Blin.

    Maar de productiviteit van de Saoedische bevolking, die gewend is aan een uiterst genereuze staatsruif, ligt notoir laag, en de kroonprins weet dat. Het succes van zijn plannen is afhankelijk van een ontwikkeling van het arbeidsethos en een integrale hervorming van het lokale opleidingsstelsel. Het bekeren van de Saoediërs tot het wereldwijde materialisme, het onuitgesproken doel van Mukaab, Trojena en andere soortgelijke projecten, zal niet volstaan om het koninkrijk te hervormen.

  • Tien jaar na de Arabische Lente snakt de jeugd naar perspectief

    Tien jaar na de Arabische Lente snakt de jeugd naar perspectief

    In 2010 en de jaren die volgden spoelde er een veelbelovende portestgolf over de Arabische wereld. Nog altijd is de regio instabiel, en snakt de jongere generatie naar een (normaal) leven.

    De afgelopen tien jaar zijn er in de Arabische wereld dingen gebeurd die normaal gesproken goed zijn voor een eeuw geschiedenis. Revoluties, contrarevoluties, regimes die in de afgrond storten, regimes die hun land in de afgrond storten, burgeroorlogen die buiten hun oevers treden, staten binnen de staat die de gevestigde orde aan het wankelen brengen, oude machten die een comeback maken, nieuwe machten die de door hun voorgangers achtergelaten buit proberen binnen te halen, allianties die worden gesmeed, allianties die uiteenvallen. En alles gebeurt tegelijkertijd, nergens lijkt nog sprake te zijn van een stevig fundament, elke overtuiging wordt getart en elke toekomstvoorspelling is riskant. Tunesië, Egypte, Soedan, Libië, Algerije, Syrië, Irak, Bahrein, Jemen, Saoedi-Arabië, Libanon, noem maar op: bijna geen enkel Arabisch land heeft zich kunnen onttrekken aan deze versnelling van de geschiedenis, die vele vormen kende en dus ook uiteenlopende gevolgen heeft gehad.

    Het begon allemaal op 17 december 2010 met de wanhoopsdaad van Mohammad Bouazizi, een Tunesische groente-en-fruitverkoper die zichzelf in brand stak. Aangezien de gevolgen van de diepgaande omwenteling nog lang niet zijn uitgewoed, is een weloverwogen terugblik onmogelijk en kunnen we dus ook nog geen verstrekkende conclusies trekken. Hoe zal de Arabische wereld eruitzien als dit hoofdstuk eenmaal is afgesloten? Welke scheuringen zullen zich hebben voorgedaan, welke ontwikkelingen blijken duurzaam te zijn, nadat de regio decennialang in een diepe sluimer leek te verkeren? Niemand die het weet. En toch horen we al jaren die aanzwellende deun dat de Arabische Lente – de term zelf geeft al permanent aanleiding tot discussie – niets anders was dan een grootse luchtspiegeling. 

    MO GettyImages 464984333 2
    Aanhangers van de Egyptische minister van Defensie Fattah al-Sisi verzamelen zich in januari 2014 op een zwaar beveiligd Tahrirplein in Caïro om de derde verjaardag van de opstand te vieren. – © Ed Giles / Getty Images)

    Voor die stelling is natuurlijk ook wel wat te zeggen. De Arabische Lente brak in de knop. Syrië, Irak en Jemen liggen aan flarden, Palestina bestaat niet meer, Libië wordt verscheurd, Egypte kachelt achteruit, Libanon loopt schipbreuk – hoeveel opgestapeld leed kan het grote Arabische lichaam verdragen voordat het de geest geeft? De poging van de islamisten om terrein terug te winnen, het totalitaire project van de jihadisten, de wedijver van de oude magnaten, het cynisme van het Westen, maar – en dat vooral – de verpletterende onderdrukking van de bevolking door lokale tirannen en hun bondgenoten, met alle denkbare en ondenkbare middelen: ze hebben de regio in een lange winter gedompeld, grotesker en uitzichtlozer nog dan de vorige.

    Geopolitieke twisten

    Bijna alle landen in de Arabische wereld zuchten onder een politieke én een economische crisis, met daarbovenop nog eens geopolitieke twisten die de existentiële problemen waarmee deze landen al te kampen hebben verergeren en elke mogelijkheid om uit de crisis te komen afhankelijk maken van onverenigbare interne en externe factoren. Het is dus heel begrijpelijk dat in de hoofden van veel mensen de beloften van de Lente ver weg lijken. Zeker, de meeste revoluties zijn mislukt en de levensomstandigheden zijn de afgelopen tien jaar door de bank genomen verslechterd. Zelfs in Tunesië, dat als het enige succes van deze revolutionaire golf wordt aangewezen, lijken veel mensen terug te verlangen naar een tijd dat openbaar debat onmogelijk was en individuele rechten met voeten werden getreden maar orde en stabiliteit min of meer gewaarborgd leken.

    Lees ook ‘Wat is er tien jaar later over van de Arabische Lente’ van 18 december 2020:

    Voor veel mensen in de Arabische wereld is hun leven verslechtend na de Arabische Lente, schrijft The Guardian naar aanleiding van een peiling onder acht landen. Toch heeft een meerderheid van de respondenten in Soedan, Tunesië, Algerije, Irak en Egypte geen spijt van de protesten.

    De lokale bevolking ziet oorlog, buitenlandse inmenging of alleen al de economische crisis als de uitkomst van haar verlangen naar verandering. De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee: de politieke experimenten tijdens de Arabische Lente zijn immers mislukt en met name in Egypte is de autocratie in haar grofste vorm teruggekeerd. Veel Arabieren zijn daar zelf van overtuigd. Schreef de beroemde Franse socioloog en filosoof Raymond Aron al niet: ‘Mannen schrijven geschiedenis, zelfs als ze die geschiedenis niet kennen’?

    De gevolgen van deze diepgaande omwenteling zijn nog lang niet uitgewoed

    Andermaal openbaart zich hier een pijnlijk gebrek aan historisch perspectief. Oorzaak en gevolg, kwaal en remedie, worden door elkaar gehaald. De economische crisis ging aan de revoluties vooraf, ook al werd die verergerd door die revoluties; het was een van de belangrijkste redenen dat de verarmde onderklasse en de liberale burgerij de handen ineensloegen. Dat de opstand op een politieke mislukking uitdraaide mag nauwelijks een verrassing heten, en juist daarom mogen we de geschiedenis niet van achteren naar voren lezen. Kon van de Arabische burgers worden verwacht dat ze zich zouden gedragen als voorbeeldige Zweedse democraten, na decennia van politieke stagnatie en brute onderdrukking van iedere kritiek op de gevestigde orde, van staatsterreur en zwijgplicht? Moesten ze een bewijs van democratische geschiktheid afgeven door de wreedheden van de contrarevolutionairen vreedzaam te ondergaan?

    Obstakels

    De Arabische revolutionaire bewegingen hebben op verschillende niveaus met tal van obstakels te maken gehad – ook binnen deze bewegingen zelf, waar het gemeenschappelijke verzet tegen het bewind aanzienlijke verschillen maskeerde. Ze moesten leren omgaan met deze pluraliteit, die zo’n beetje voor het eerst politiek tot uitdrukking kwam. In hun strijd om de macht moesten deze bewegingen het opnemen tegen of onderhandelen met de veiligheidsdiensten om hun doel te bereiken. Uiteindelijk werden de Arabische opstanden op geopolitiek niveau gegijzeld door kwesties die de revolutionairen boven het hoofd stegen en werden ze het voertuig of het slachtoffer van imperialistische projecten.

    Wat dat betreft spreekt vooral het Syrische drama boekdelen. Een revolutie heeft weinig kans van slagen als het politieke ontwaken moet opboksen tegen een barbaars regime dat in zijn aard geen duimbreed toegeeft, en tegen de onwelkome bemoeienis van Russen, Iraniërs en Turken. 

    De Arabieren waren niet rijp voor democratie, is het idee

    De balans van de afgelopen tien jaar is misschien niet rooskleurig, maar draagt wel de kiem in zich van ingrijpende sociale veranderingen, met name bij de jongere generatie, die meer dan de helft van de bevolking 
    uitmaakt.

    Het was nooit de bedoeling van de Arabische revoluties om een nieuwe mens uit te vinden. Het waren – en het zijn nog steeds – ‘revoluties van normaliteit’, zoals de Franse historicus Henry Laurens het schetst. Ze worden gedreven door een verlangen om te breken met de vorige generatie en een moderne staat op te bouwen waarin het individu waardig kan leven. De Arabische Lente heeft veel teweeggebracht en we staan nog maar aan het begin van de afwikkeling ervan. De tweede golf die in 2018 over Libanon, Algerije, Irak en Soedan spoelde, is hiervan het beste bewijs. Zelfs in landen waaraan die golf geheel of grotendeels voorbij is gegaan, zoals de oliemonarchieën op het Arabisch schiereiland, zijn er maatschappelijke veranderingen zichtbaar die binnen enkele jaren tot een kookpunt kunnen leiden.

    Diverse krachten hebben zich de afgelopen tien jaar gemanifesteerd. Het geopolitieke aspect staat nu centraal, behalve misschien in de Maghreb, en dat speelt plaatselijke dictators in de kaart. Maar het is dwaasheid om aan te nemen dat deze situatie zal standhouden. Het is onzin om ervan uit te gaan dat de Arabische jongeren die van de vrijheid hebben geproefd en nu alleen maar willen emigreren, het juk van failliete dictaturen zullen blijven verdragen, zonder enig uitzicht op een aanvaardbare toekomst. Het zal jaren duren, misschien zelfs decennia, maar geen enkel regime, geen enkel geopolitiek project mag in staat worden geacht om tot in lengte van dagen weerstand te bieden aan dit onstuitbare verlangen van de Arabische volkeren naar (een normaal) leven.