Tag: vertrouwen

  • Waarom onze angst om opgelicht te worden schadelijk is

    Waarom onze angst om opgelicht te worden schadelijk is

    De angst om bedrogen te worden kan zo groot worden dat hij tot wantrouwen leidt en onze besluitvorming beïnvloedt. Dit kan zelfs bijdragen aan de versterking van discriminatie en racisme, beweert hoogleraar in de rechten Tess Wilkinson-Ryan.

    In 2007 bedachten drie experimenteel psychologen, enigszins ironisch, het begrip sugrophobia, ‘sugrofobie’, wat je zou kunnen omschrijven als de ‘angst om de sukkel te zijn’. Onderzoekers Kathleen Vohs, Roy Baumeister en Jason Chin zochten een term voor de bekende en specifieke angst die mensen ervaren als ze het idee hebben de sukkel te zijn – de angst dat iemand ze belazert, mede door hun eigen toedoen. Het idee dat psychologen sukkels aan academisch onderzoek zouden onderwerpen lijkt in eerste instantie bijna belachelijk. Maar als je er eenmaal naar op zoek gaat, wordt duidelijk dat sugrofobie niet alleen echt bestaat, maar zelfs een ware epidemie is. De invloed ervan reikt van individuele keuzes die we maken tot maatschappijbrede opvattingen die wantrouwen en discriminatie zaaien.

    Alleen al het aantal synoniemen voor sukkel duidt op een culturele obsessie: kluns, dwaas, onnozele, oen, loser enzovoort. Publieke debatten over allerlei sociale beleidsmaatregelen en technologische ontwikkelingen worden gekenmerkt door de sluimerende angst over de vraag wie de volgende is die opgelicht zal worden. Gaat ChatGPT studenten helpen om nietsvermoedende leraren op te lichten? Is werken op afstand sinds de pandemie populair omdat werknemers er dan gemakkelijker de kantjes vanaf kunnen lopen? Zorgt het kwijtschelden van studieschulden ervoor dat ‘luie barista’s’ hardwerkende belastingbetalers uitbuiten, zoals een Amerikaanse politicus opperde?

    De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt

    Sugrofobie is meer dan alleen de angst om belazerd te worden. De hoeveelheid ponzischema’s of Enron-achtige scenario’s om in verwikkeld te raken is beperkt, en de meeste mensen zullen nooit in een fraudezaak belanden waarin er veel op het spel staat. Toch komt het gevoel een sukkel te zijn – en de angst voor dat gevoel – veel voor. Als je lunch meer kost dan je had verwacht, als je collega zich voor de derde keer deze maand ziek meldt, als je die aandringende automobilist op de vluchtstrook voor laat gaan: in zulke tamelijk onbeduidende situaties hebben veel mensen een gevoel van zelfverwijt: ‘Wacht even, ben ik nu de sukkel?’ De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt en iets onbewusters en intensers wordt: een echte fobie.

    Oplichterij

    Het is logisch om op je hoede te zijn voor oplichterij: je moet geen spammails beantwoorden, hoe graag je ook een prins zou willen helpen om miljoenen uit een trustfonds te halen. Maar buitensporige scepsis brengt ook kosten met zich mee, zowel voor jezelf als voor de maatschappij. Diverse voorbeelden uit de psychologie en de gedragseconomie kunnen ons helpen die kosten te begrijpen. Op persoonlijk niveau kan de angst om bedrogen te worden iemand aanmoedigen om risico’s te mijden en zodoende samenwerkingen uit de weg te gaan die essentieel kunnen zijn om iets nieuws te ondernemen. Op systeemniveau is de prijs van wantrouwen nog hoger: de angst om opgelicht te worden kan een excuus worden om solidariteit af te wijzen en mensen verdacht te maken. Als hier op grote schaal sprake van is, draagt dit bij aan de instandhouding van groepsstereotypen – over wie te vertrouwen is en wie in de gaten moet worden gehouden – en de versterking van traditionele klasse-, ras- en genderhiërarchieën op een manier die we eigenlijk niet willen.

    Horizon7
    Een vrachtwagen op Pennsylvania Avenue in Washington D.C. noemt president Donald Trump een loser.– © Getty Images

    Er zijn tal van voorbeelden die laten zien dat de afkeer van het idee bedrogen te worden onze besluitvorming beïnvloedt, ook als we er niets nuttigs mee bereiken. Veel bewijs voor deze afkeer wordt geleverd door experimentele economische studies die proberen menselijke transacties tot de essentie terug te brengen. Dat helpt onderzoekers om andere verklaringen voor wat ze observeren uit te sluiten. De studies betreffen doorgaans experimentele spellen met echte prikkels – deelnemers kunnen afhankelijk van de uitkomst daadwerkelijk geld verdienen of verliezen, maar de spelers ontmoeten elkaar niet, noch kennen ze elkaars identiteit. Aan de transacties zijn geen daadwerkelijke sociale gevolgen verbonden. Dit stelt onderzoekers in staat de volgende vraag te stellen: als niemand erachter komt wat er tijdens een interactie is gebeurd, en als er geen precedent wordt geschapen of voorbeeld wordt gesteld, reageren mensen dan nog steeds overmatig op het risico om opgelicht te worden?

    Het vertrouwensspel

    Dat brengt ons bij de Trust Game, het vertrouwensspel. Dit is een eenvoudig experiment waarbij spelers aan elkaar gekoppeld worden om een korte reeks transacties uit te voeren. Eén speler wordt aangewezen als investeerder. Deze begint het spel met bijvoorbeeld 10 dollar en moet een keuze maken: hoeveel maakt hij eventueel over aan de andere speler (de ‘beheerder’)? Het bedrag dat hij overmaakt wordt automatisch vermenigvuldigd. Zodra de beheerder weet hoeveel hij heeft ontvangen, verricht hij de laatste actie: hij beslist hoeveel geld hij eventueel teruggeeft aan de investeerder. 

    Het is duidelijk waarom dit een vertrouwensspel wordt genoemd: beide spelers zijn beter af als ze goed samenwerken en gul geld overmaken – wat ze vaak ook doen. Maar de eerste stap van de belegger is riskant: die kan al of bijna al het geld weggeven en er vervolgens weinig of niets voor terugkrijgen. Het risico dat je je een sukkel zult voelen is duidelijk aanwezig.

    In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af

    In de loop der jaren is er weleens betoogd dat terughoudende beleggers niet zozeer angst voelen om de sukkel te zijn, maar gewoon rationeel risicomijdend zijn. De psychologen Daniel Effron en Dale Miller probeerden dat na te gaan door een slimme draai aan het spel te geven. In hun versie konden beleggers ofwel 10 dollar overmaken, of niets. Als de investeerder ervoor koos om geld over te maken, werd het vermenigvuldigd en kon de beheerder ofwel 15 dollar (de helft van het uiteindelijke bedrag, een eerlijk rendement) of 8 dollar (een mager rendement) teruggeven. (Het onderzoek betrof valuta gebaseerd op punten, maar voor het gemak gebruik ik hier dollarbedragen.) Sommige investeerders werd verteld dat het bedrag dat de tegenpartij terug zou geven willekeurig zou worden bepaald, op basis van een door de computer gegenereerd getal. Andere beleggers kregen te horen dat de tegenpartij zelf die beslissing zou nemen. In beide gevallen werd tegen de investeerders gezegd dat de kans op een oneerlijk rendement 30 procent was. Sommigen liepen risico op verlies omdat de beslissing van de computer voor hen slecht uitpakte; anderen hadden een even grote kans om te verliezen vanwege een onbetrouwbare tegenpartij. De vraag was: hoeveel van hen zouden ervoor kiezen om hun 10 dollar over te maken?

    Horizon6
    Charles Ponzi neemt zijn hoed af als hij de gevangenis verlaat in Charleston, South Carolina. – © Getty Images

    De spelers hadden elkaar nooit ontmoet, dus er stonden geen reputaties op het spel. Het risico vóélde in beide gevallen alleen anders, omdat samenwerken met een egoïstische persoon jou tot de sukkel zou maken. Toen de onderzoekers de deelnemers vroegen naar hun risicoberekening, was het element van zelfverwijt een overweging die opviel. De deelnemers voorzagen dat ze zichzelf zouden beschuldigen van misplaatst vertrouwen.

    In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af. Het is een waarschuwing om niet te delen, niet samen te werken, niet mee te doen. In risicovolle financiële scenario’s is duidelijk wat er op het spel staat; iedereen houdt daar rekening mee, wat de situatie ook mag zijn. De angst om de sukkel te zijn is een automatisme. Maar soms kan het ‘sukkelframe’ een retorische keuze zijn, een wapen dat gebaseerd is op sugrofobie.

    Slang

    Toen Donald Trump zich kandidaat stelde voor het presidentschap in 2016, herhaalde hij voortdurend een fabeltje dat uit een oud liedje afkomstig is. Het is het verhaal van een vrouw die een bibberende en hongerige slang op haar pad vindt. ‘Help me, goede vrouw,’ smeekt de slang, net zolang tot ze toegeeft – waarop de slang haar prompt een dodelijke beet toedient. Als ze klaagt over haar onverdiende lot, snauwt de slang: ‘Je wist donders goed dat ik een slang was voordat je me in huis nam.’ 

    De fabel is afkomstig van een lied over burgerrechten uit de jaren zestig (The Snake van Oscar Brown Jr.), maar werd door Trump gebruikt met een heel ander doel: om Amerikanen erop te wijzen dat ze te laks waren op het gebied van immigratie. De fabel was bedoeld om steun aan vluchtelingen op grond van mensenrechten af te wijzen en suggereerde dat Amerikanen die dachten dat het een morele verplichting was om op humanitaire gronden asiel te verlenen, werden bedrogen: je dacht een heilige te zijn, maar je bent eigenlijk gewoon een sukkel. Het doel was om een wig te drijven tussen Amerikanen en hun medelevende instincten, en om de onderbuikgevoelens op te wekken die horen bij het risico om bedrogen te worden.

    Verhalen over sukkels zijn een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’

    De neiging die mensen over het algemeen hebben om waakzamer te zijn tegen uitbuiting door buitenstaanders en ambitieuze mensen dan tegen uitbuiting door hen die daadwerkelijk de macht hebben om kwaad te doen, laat zich deels verklaren door de angst voor sociale degradatie. Werknemers die werkgevers zouden bedriegen, of studenten die leraren zouden foppen: vooral dergelijke angsten springen eruit, omdat ze de basisstructuur van de macht ondermijnen.

    In feite zijn verhalen over sukkels een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’. Psycholoog Jim Sidanius stelt dat elke menselijke samenleving groepscategorieën creëert en zichzelf daarin onderbrengt. In hun boek Social Dominance uit 1999 schrijven Sidanius en zijn collega Felicia Pratto dat ‘groepsvooroordelen, stereotypen en ideologieën van groepssuperioriteit en -inferioriteit deze op groepen gebaseerde sociale hiërarchie helpen produceren en er ook een weerspiegeling van zijn’. Eenvoudiger gezegd: het doel van discriminatie is macht.

    Straattaal

    Om te zien hoe de retoriek van oplichting bijdraagt aan vervreemding tussen groepen, hoef je alleen maar te kijken naar straattaal voor ‘bedrogen worden’. Een verbluffend aantal synoniemen heeft zijn wortels in racisme, antisemitisme, xenofobie of misogynie. Het beledigende Engelse werkwoord to gyp is een verwijzing naar een wijdverbreid stereotype over Roma. (Het scheldwoord verwijst naar ‘Egyptisch’, en is niet alleen onvriendelijk maar ook onjuist: Roma kwamen uit Noord-India). Als iemand bij een deal wordt beschuldigd van welching, is dat een toespeling op verhalen over onbetrouwbare Welshe gokkers op de renbaan. En vanzelfsprekend bestaat er een lange lijst met woorden voor vrouwen die doen alsof het om liefde gaat terwijl ze eigenlijk op geld uit zijn: die beginnen bij ‘golddigger’ en worden gaandeweg erger.

    Horizon5
    Een zakkenroller aan het werk in 1940. – © Getty Images

    Sidanius en Pratto noemen de verhalen die verteld worden over wie wat verdient de ‘legitimerende mythes’ van sociale overheersing: ze bieden morele en intellectuele rechtvaardiging voor sociale ongelijkheid. Het zijn verhalen als: ‘Deze mensen willen je vrienden niet zijn; ze willen alleen maar je spullen afpakken.’ Of: ‘Ze hebben helemaal geen hulp nodig, maar proberen gewoon je baan in te pikken.’

    Stereotypen

    Onderzoek naar stereotypen, vooral over vrouwen en mensen van kleur, suggereert dat een belangrijke ‘legitimerende mythe’ van sommige sociale hiërarchieën erop neerkomt dat er minder sprake is van discriminatie dan historisch gemarginaliseerde groepen graag beweren. Oftewel: ‘Ze worden niet gediscrimineerd, maar willen gewoon “speciale gunsten”.’

    Psychologen houden zich al langer bezig met het meten van vooroordelen. Vanaf de jaren zeventig ontwikkelden onderzoeksteams schalen om raciale vooroordelen mee te meten, door specifiek te kijken naar tegenstand tegen zwarte sociale macht en economische voorspoed. De onderdelen op de hieruit voortkomende Modern Racism Scale moesten ‘verborgen’ racisme zo goed mogelijk in kaart brengen – niet alleen botte vijandigheid, maar ook iets wat dichter bij rancune ligt. De opvattingen die hedendaags racisme in de VS kenmerken zijn op deze manier treffend – en hard – samengevat:

    ‘Van discriminatie is niet langer sprake aangezien zwarte mensen buitensporige eisen blijven stellen voor veranderingen in de status quo – eisen die oneerlijk zijn, omdat zwarte mensen al alle rechten hebben die ze nodig hebben. Daarom is de aandacht die zwarte mensen krijgen van de overheid en andere instellingen onverdiend: dit creëert een ‘voorkeursbeleid’.’ Twee aanvullende stellingen zijn: de bovengenoemde overtuigingen zijn empirische feiten; mensen die deze overtuigingen onderschrijven, zijn dus niet racistisch.’

    Het onderzoek suggereert, met andere woorden, dat een belangrijke uiting van racisme de overtuiging is dat wanneer zwarte mensen protesteren tegen discriminatie, ze eigenlijk samenzweren om macht te verwerven die ze niet verdienen. Zo bezien worden mensen die klachten over discriminatie serieus nemen dus voor de gek gehouden.

    Solidariteit en samenwerking is het juiste antwoord op ongelijkheid

    Vergelijkbare verhalen duiken op in psychologische studies over vrouwenhaat. Onderzoekers hebben ontdekt dat de neiging tot discriminatie op basis van geslacht samenhangt met seksistische opvattingen als: ‘Vrouwen overdrijven problemen die ze op hun werk hebben.’ En: ‘Veel vrouwen zijn eigenlijk op zoek naar speciale gunsten, zoals een sollicitatiebeleid dat hen bevoordeelt ten opzichte van mannen, onder het mom van een pleidooi voor “gelijkheid”.’

    Deze afkeer van een speciale behandeling is een vorm van vooringenomenheid die berust op een automatische reactie: als je oplichting waarneemt, verwerp je de oplichters. Als leden van een gemarginaliseerde sociale groep worden gezien als mensen die oprecht om gelijkheid vragen, dan doen ze een diep morele oproep die je moeilijk kunt verwerpen. Moreel en intuïtief gezien is solidariteit en samenwerking dan het juiste antwoord op ongelijkheid. Maar als deze mensen in plaats daarvan worden gezien als mensen die om ‘speciale gunsten’ vragen, ontstaat er een moreel voorbehoud om ze te geven wat ze willen. En als men denkt dat ze om een speciale behandeling vragen maar doen alsof ze alleen maar gelijkheid willen, dan lijkt dat op oplichterij en is het een reden om ze meteen af te wijzen.

    De sukkel is een kneedbaar concept. Het menselijke sociale leven is ingewikkeld en mensen zijn geneigd het geschiktste of aantrekkelijkste verhaal te geloven over wie de sukkel is en wat oplichterij is. Door de angst om de sukkel te zijn te bestuderen – of zelfs maar te benoemen – kunnen we de strijd aangaan met dit concept, dat zijn verderfelijkste werk doet wanneer niemand oplet. 

    Lees ook:

  • Het wonder van Indiase ‘open gevangenissen’

    Het wonder van Indiase ‘open gevangenissen’

    In deze Indiase gevangenis kunnen gedetineerden twaalf uur per dag in- en uitlopen om te gaan werken of familie te bezoeken. De gedetineerde keert aan het eind van de dag vrijwel altijd terug.

    In de elf jaar die Arjiram in een conventionele Indiase gevangenis doorbracht, heeft de numbardar – de man die dagelijks de aanwezigen controleert – niet één keer zijn naam genoemd. ‘Hij telde simpelweg onze hoofden,’ aldus Arjiram, die is veroordeeld voor moord. ‘Het gevoel van anonimiteit was zo extreem,’ zegt hij, ‘dat ik in de gesloten gevangenis zelfs mijn eigen naam begon te vergeten.’

    Dergelijke vernederingen kenmerkten Arjirams gevangenschap, die hij beschrijft als een jarenlang proces van ontmenselijking. En zijn ervaring is typerend voor het gevangenisleven in India. Hij verbleef in krappe, vieze ruimtes, waar het ontbrak aan basisvoorzieningen. Hij sliep op overvolle vloeren en deelde van insecten krioelende dekens met andere gevangenen. ‘Om mezelf af te leiden van de nare herinneringen aan de gesloten gevangenis, ben ik op een gegeven moment tijdens het appel in de open gevangenis mieren gaan voeren. Zo had ik geen last van de verstoorde gemoedstoestand die bij mij opspeelt wanneer ik aan de gesloten gevangenis moet denken,’ zegt hij. ‘Door de mieren te voeren verdreef ik een gevoel van doelloosheid en leerde ik elk schepsel met respect te behandelen.’

    In 2014 vond een grote verandering plaats in Arjirams leven als gedetineerde. Hij werd overgeplaatst naar een ander type penitentiaire inrichting: de Sanganer Open Prison.

    ‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden’

    Hoewel de gedetineerden in de open gevangenis van Sanganer wettelijk opgesloten zitten, kunnen ze de inrichting overdag verlaten en mogen ze zich binnen de stadsgrenzen bewegen. Vrijwel direct na zijn aankomst voelde Arjiram zijn gevoel van eigenwaarde terugkeren. ‘Het voelde niet langer alsof ik in een gevangenis zat,’ vertelt hij. ‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden.’ Na meer dan tien jaar zonder naam en identiteit voelde hij zich weer een volwaardig mens.

    Volgens het National Crime Records Bureau van India zijn er ongeveer 88 open gevangenissen in het land. De meeste bevinden zich in de deelstaat Rajasthan, waar het concept voor het eerst werd geprobeerd. De Indiase open gevangenissen worden minimaal beveiligd. Ze worden bestuurd en onderhouden door de staat en de gevangenen kunnen gaan en staan waar ze willen. In Sanganer is de gevangenis twaalf uur per dag geopend. Elke avond moeten de gevangenen terugkomen en worden ze tijdens het dagelijkse appel geteld.

    Resocialisatie

    Het systeem heeft niet straffen maar resocialisatie tot doel en is gebaseerd op de overtuiging dat vertrouwen aanstekelijk werkt. Het veronderstelt en stimuleert zelfdiscipline bij de gevangenen. En het heeft praktische voordelen: doordat gedetineerden kunnen werken, verdienen ze geld voor zichzelf en hun gezin, doen ze nieuwe vaardigheden op en onderhouden ze contacten in de buitenwereld die van nut kunnen zijn als ze vrijkomen.

    Dit gevangenismodel gaat al ver terug in India. Een van de eerste open gevangenissen werd opgericht in 1953 om gevangenen te laten meewerken aan de bouw van een dam in Uttar Pradesh. In de daaropvolgende decennia ontwikkelde het concept zich tot een systeem gericht op rehabilitatie, dat in het bijzonder werd gepromoot door Sampurnanand, de gouverneur van Rajasthan in de jaren zestig.

    Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het

    Open gevangenissen zijn in India tot op heden niet de norm – ze huisvesten minder dan drie procent van de gevangenisbevolking. Toch neemt het aantal toe en vertegenwoordigen ze een opmerkelijk progressieve opvatting over opsluiting. India behoort tot een kleine groep landen die open gevangenissen kennen. Hiertoe behoort bijvoorbeeld ook Finland, dat vaak geroemd wordt om zijn vooruitstrevende rechtssysteem. Maar Finland is een klein, welvarend land met iets meer dan 5 miljoen inwoners en relatief weinig gewelddadige criminaliteit: er worden slechts een paar honderd moorden per jaar geregistreerd. In India daarentegen wonen 1,4 miljard mensen en vinden tienduizenden moorden, verkrachtingen en aanrandingen plaats. Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het.

    open jail 23455
    In een open gevangenis is resocialisatie het doel, uitgaand van het idee dat vertrouwen aanstekelijk werkt. – © Wikimedia Commons

    Het toelatingsproces tot de open gevangenissen van India is vergelijkbaar met de voorwaardelijke vrijlating in veel andere landen. Gevangenen worden van conventionele gevangenissen overgeplaatst naar open gevangenissen als ze voldoen aan een reeks criteria, zoals goed gedrag, bereidheid te resocialiseren en lichamelijke en geestelijke gezondheid.

    De open gevangenissen zijn niet alleen bedoeld voor gevangenen die lichte misdrijven hebben begaan. Hari Singh (niet zijn echte naam) was veroordeeld voor moord en werd, nadat hij zijn tijd had uitgezeten in een gesloten gevangenis, vijf jaar geleden overgebracht naar de open gevangenis van Sanganer. Vóór zijn gevangenschap werkte hij in de bouw. ‘Nu rijd ik op een e-riksja en verdien ik 600 tot 700 roepies (7,50 tot 8,50 euro) per dag,’ zegt hij. ‘Ik heb acht jaar in de gesloten gevangenis gezeten, waar we van de wereld waren afgesloten en ons voortdurend zorgen maakten. Hier leiden we een zorgeloos bestaan – kamao aur khao (verdienen en eten).’

    Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien

    Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien, is er minder personeel nodig en bedragen de operationele kosten maar een fractie van wat gesloten gevangenissen aan gedetineerden kwijt zijn – gemiddeld zo’n 7000 tot 10.000 roepies (87 tot 123 euro) per maand. In India zijn er weinig betrouwbare gegevens over recidive beschikbaar, maar de recidivecijfers van Scandinavische landen met open gevangenissen behoren tot de laagste ter wereld.

    Menswaardige omstandigheden

    Maar het meest opmerkelijk aan open gevangenissen zijn de menswaardige omstandigheden. Net als in veel andere landen is overbevolking in Indiase gevangenissen een groot probleem, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de ingezetenen. Open gevangenissen kunnen een oplossing bieden.

    ‘Wat we missen in een traditionele gevangenis, is kleur,’ zegt Pooja Chabra, die in 2015 vanuit een gesloten gevangenis werd overgeplaatst naar de open gevangenis van Sanganer. Zodra ze in Sanganer kwam, begon Chabra bloemen te planten. ‘Ik heb vóór mijn onderkomen in de Sanganer Open Prison wat goudsbloemen geplant,’ zegt ze. ‘Die gaven plotseling kleur aan mijn leven.’

    Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen

    En dat was niet het enige goede wat Chabra hier overkwam: ze ontmoette ook haar geliefde, Kishan Devagowda. ‘Er is een nieuwe fase voor me aangebroken en het zijn misschien wel de gelukkigste jaren van mijn leven,’ aldus Devagowda.

    Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen, maar sommigen vinden toch een manier om te worden overgeplaatst. Soms besluit een groep alleenstaande vrouwen bijvoorbeeld een familie te zijn. ‘Vanaf het moment dat we dat besloten, veranderde ons leven,’ zegt Geeta Sharma, die samen met haar ‘familie’ naar de open gevangenis in Sanganer werd overgeplaatst.

    GettyImages 88870346 kopie
    Urmila Jain (42) verblijft sinds zeven jaar in de open gevangenis van Sanganer, Rajasthan, India. Ze helpt in de crèche voor kinderen van medegedetineerden en verdient daar iets meer dan twintig euro per maand mee. – © Purushottam Diwakar/ The India Today Group via Getty Images

    Andere soorten

    India kent ook andere soorten open gevangenissen. De open gevangenis van Cherlapally in Hyderabad in Telangana is verspreid over 120 hectare weidegrond. De ingezetenen worden betaald om gewassen te telen, te vissen en kippen te fokken. De gevangenis in Cherlapally biedt iets minder vrijheid dan de open gevangenis van Sanganer, maar stelt gevangenen wel in staat om verschillende vaardigheden te ontwikkelen, familie te ontvangen en al met al een normaler, minder opgesloten leven te leiden.

    ‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee’

    ‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee,’ zegt een plaatsvervangend opzichter van de Cherlapally Open Prison, die anoniem wil blijven. ‘Ze leren nieuwe teelttechnieken, die na vrijlating de kans op een baan vergroten.’ Het Telangana State Prisons Department heeft op de All India Industrial Exhibition, die onlangs in Hyderabad plaatsvond, zelfs een verkooppunt opgezet met de naam My Nation. Hier worden artikelen verkocht als beddenlakens, handdoeken, deurmatten, stalen voorraadkasten, krukken, schoonmaak- en bakkerijproducten. Alle producten worden gemaakt door de gevangenen, die daarvoor betaald krijgen.

    Na meer dan een decennium met gedetineerden te hebben gewerkt richtte Smita Chakraborty in 2018 Prison Aid and Action Research (PAAR) op, een organisatie die zich inzet voor gevangenishervorming. Ze is misschien wel de grootste voorvechter van de open gevangenis in India. ‘Als ze een voorwaardelijk-vrijlatingssysteem kunnen bedenken,’ zegt ze, ‘kunnen ze ook een opengevangenissysteem bedenken.’

    Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen

    En haar inzet heeft geloond: het aantal open gevangenissen in India neemt toe. In 2017 heeft het Indiase Hooggerechtshof de centrale regering opgedragen gesprekken te organiseren met autoriteiten in heel het land, met als doel meer open gevangenissen op te zetten. Sinds die uitspraak zijn er in het hele land dertig nieuwe open gevangenissen opgezet.

    Chakraborty wijst erop dat minder dan 1 procent van de mensen in open gevangenissen van India veelplegers zijn, en dat de overgrote meerderheid niet gewelddadig is en weinig bedreiging vormt voor de samenleving. Bovendien komt het maar zelden voor dat iemand uit een open gevangenis ‘ontsnapt’. Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen.

    Te conservatief

    Als er al kritiek is, dan is het vooral dat het systeem juist te conservatief is – vooral waar het aankomt op de gevangenen die worden toegelaten. Volgens sommige critici zijn de toelatingscriteria onnodig streng, waardoor veel gevangenen die waarschijnlijk geen bedreiging vormen, in gesloten gevangenissen moeten blijven. In 2021 had India de capaciteit om 6213 mensen in zijn open gevangenissen te huisvesten, maar werden er slechts 3075 toegelaten.

    Dat het probleem niet bovenaan de agenda staat, is misschien te wijten aan algemene onverschilligheid ten aanzien van gevangenen, die vaak als sociaal uitgerangeerd worden gezien. Maar naarmate open gevangenissen een groter aandeel vormen van het Indiase rechtssysteem, neemt de kans toe dat daar verandering in komt. ‘Dit concept zou wel eens kunnen uitgroeien tot een van de belangrijkste ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw,’ zegt Ajit Singh, voormalig directeur-generaal van de gevangenissen in Rajasthan.