Tag: vervoer

  • Zelfrijdende auto’s lossen niet het echte probleem op: overvolle en gevaarlijke wegen

    Zelfrijdende auto’s lossen niet het echte probleem op: overvolle en gevaarlijke wegen

    De toenemende populariteit van zelfrijdende taxi’s heeft een keerzijde. Ze zijn vervuilend, creëren soms gevaarlijke situaties en eisen ruimte op. Ruimte die steden ook kunnen gebruiken voor een beter openbaarvervoersnetwerk, aldus transportonderzoeker David Zipper.

    Toen de software-ingenieur Dan Afergan een paar weken geleden in San Francisco met wat vrienden in het café zat, kwam er iemand binnen die zei: ‘Er staat buiten een geblokkeerde Cruise met een pylon op de motorkap.’ Afergan ging meteen even kijken en inderdaad: een van de zelfrijdende taxi’s van Cruise, een dochter van General Motors, stond met knipperende lichten midden op straat met een oranje verkeerskegel op de motorkap. ‘Ik dacht dat het gewoon een flauwe grap was,’ zegt Afergan. ‘Maar een vriend zei: “Nee, ik heb hiervan gehoord.” Zelf had ik geen idee dat er ook mensen zijn die tegen zelfrijdende auto’s protesteren.’

    Dit ‘kegelen’ is onderdeel van een campagne van Safe Street Rebel, een lokale actiegroep voor veilig verkeer die nu robottaxi’s op de korrel neemt. Volgens officiële cijfers rijden er in Californië 571 zelfrijdende taxi’s rond van Cruise en zijn rivaal Waymo, een dochter van Googles moederbedrijf Alphabet. Je bestelt zo’n taxi met een app en ze rijden vooral in San Francisco en omgeving. Door die gemeente zijn de twee taxibedrijven aan diverse beperkingen gebonden en daar willen ze nu vanaf. Dit stuit weer op bezwaren van de politievakbond, het gemeentelijke verkeersdepartement en de brandweer, die waarschuwen dat de robottaxi’s verontrustend vaak het verkeer ophouden en daarmee de hulpdiensten hinderen.

    Toen de mensen van Safe Street Rebel doorhadden dat je zo’n geavanceerde auto vleugellam maakt door een pylon op de motorkap te zetten, spoorden ze met een filmpje op TikTok burgers aan om dat ook te doen. Dit wegwuiven als het zoveelste voorbeeld van weerstand tegen technologie zou een miskenning zijn van het belang van deze ophef. Voor het eerst voeren burgers, techbedrijven en ambtenaren nu een debat over of, en zo ja hoe je zelfrijdende auto’s in een dichtbevolkte stad kunt laten rondrijden. Dit is een gesprek dat hoognodig is, nu de technologie van zelfrijdende voertuigen nog in ontwikkeling is en voordat de robottaxi het leven in San Francisco en de rest van stedelijk Amerika verandert.

    Veiligheid

    In de utopische versie van het verhaal worden ritjes met een robottaxi zo gemakkelijk en goedkoop dat mensen zelf geen auto meer willen. Het meest aansprekende argument voor de robottaxi is de feilbaarheid van mensen achter het stuur. In een opiniestuk in de San Francisco Chronicle hemelde een van de CEO’s van Waymo vorige maand de veiligheid van zijn auto’s nog op, en Cruise beweerde in een paginagrote advertentie in The New York Times en andere kranten dat hun technologie de oplossing was voor de 42.795 verkeersdoden die vorig jaar in de VS zijn gevallen. (Beide bedrijven zijn niet scheutig met cijfers over hun bedrijfsvoering, wat het voor onafhankelijke onderzoekers lastig maakt om er een objectief oordeel over te vellen.) Maar zoals het nu staat leveren de robottaxi’s de handhavers in San Francisco vooral veel extra werk op. De voertuigen hebben rijstroken geblokkeerd, bussen en trams gehinderd, over een brandslang gereden en wegwerkzaamheden verstoord. Sinds juni 2022 zijn er bijna zeshonderd gevallen gemeld van robottaxi’s die spontaan stil bleven staan op de openbare weg, soms urenlang. En dat zijn alleen de gevallen waarvan melding is gemaakt bij de autoriteiten: het werkelijke aantal zou veel hoger kunnen liggen.

    ‘Die auto’s doen het goed in eenvoudige woonwijken, maar ze krijgen het moeilijk als de verkeerssituatie ingewikkelder wordt, en zeker in onverwachte situaties,’ zegt Jeffrey Tumlin, hoofd van het verkeersdepartement van de gemeente. Volgens Steven Shladover, een onderzoeker van UC Berkeley die Californische overheden over zelfrijdende voertuigen adviseert, zijn de auto’s heel geavanceerd. Maar, zegt ook hij, ‘je zult beslist situaties zien waarin de auto zich als een onervaren bestuurder gedraagt. Het is een jongere, nog geen volwassen automobilist.’

    Cruise en Waymo pareren de kritiek door te wijzen op de staat van dienst van hun auto’s, die volgens hen veel minder brokken maken dan menselijke bestuurders. ‘Elke dag dat de inzet van deze levensreddende technologie wordt uitgesteld, heeft negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid,’ stelt Waymo.

    Ondanks de huidige problemen wordt de zelfrijdende technologie steeds beter en worden er nieuwe lessen getrokken uit de enorme hoeveelheden data die zijn verzameld van voertuigen die de openbare weg op gaan. Maar ook al reden ze echt foutloos, hoe zou het leven eruitzien in een stad waarin het wemelt van de robottaxi’s?

    Verkeersinfarct

    Al voor de komst van de benzineauto was het op de straten van Amerika een drukte van belang. Voetgangers, koetsen en fietsers krioelden er door elkaar en je zag kinderen knikkeren en honkballen op straat. In de jaren 1920 namen miljoenen mensen nog de tram en telde het land meer dan 70.000 kilometer tramspoor. De auto was aanvankelijk alleen voor rijkelui weggelegd. Maar met de introductie van de T-Ford steeg de verkoop van auto’s in de VS van 181.000 in 1910 naar 4,5 miljoen in 1929. Ze gingen harder dan alle andere voertuigen op straat en vormden al snel een groot gevaar voor voetgangers en kinderen. In 1927 stierven 25.800 mensen bij auto-ongevallen, veel meer per hoofd van de bevolking dan tegenwoordig, hoewel toen veel minder Amerikanen een auto hadden.

    De opkomst van de auto was funest voor de tram, die geen kant op kon als een auto het spoor blokkeerde. In de jaren vijftig was er van de Amerikaanse tramlijnen niet veel meer over. In 1960 vond nog maar 12 procent van het woon-werkverkeer plaats met het openbaar vervoer, in 2019 nog maar 5 procent.

    Doordat de auto lang centraal stond in het beleid, zijn steden steeds viezer, gevaarlijker en minder aantrekkelijk geworden. In veel binnensteden gaat meer dan de helft van het oppervlak op aan wegdek en parkeerruimte voor auto’s, die daarmee ruimte innemen die anders beschikbaar zou zijn voor woningen, winkels, speeltuinen en parken. Veel steden proberen daar nu iets aan te doen. In Denver is per referendum besloten miljoenen vrij te maken voor het opknappen van trottoirs. En de hoofdsteden Phoenix en Madison willen beginnen met een snelbus om hun openbaar vervoer concurrerender te maken. De vooruitgang gaat met kleine stapjes, maar vooruitgang is er.

    De gedachte dat deze auto’s de algehele verkeerssituatie zullen verbeteren, lijkt een illusie

    Alleen wordt die vooruitgang bedreigd door de komst van zelfrijdende auto’s, omdat dat toch gewoon auto’s blijven. Of ze nu door mensen of software worden bestuurd, ze zijn vervuilend, ze hebben wegen nodig en ze vormen een gevaar voor voetgangers en fietsers. Peter Norton, historicus aan de universiteit van Virginia, ziet reden tot zorg: ‘Als de straten eenmaal gevuld zijn met robottaxi’s, loop je het risico dat een gemeente het niet meer nodig acht om voor goed openbaar vervoer te zorgen.’

    En de gedachte dat deze auto’s de algehele verkeerssituatie zullen verbeteren, lijkt een illusie. In het kader van een onderzoek kregen dertien vrijwilligers in San Francisco een paar jaar geleden een week lang de beschikking over een auto met chauffeur, om zo het bezit van een zelfrijdende auto na te bootsen. In die ene week legden de proefpersonen nota bene 83 procent meer kilometers af dan voorheen. Als zelfrijdende auto’s ook zoveel meer vervoersbewegingen opleveren, zijn ze een ecologische ramp en kunnen ze een verkeersinfarct van ongekende omvang veroorzaken.

    De afgelopen eeuw leert ons dat mensen met andere vervoermiddelen er bekaaid van afkomen als de openbare ruimte vooral op auto’s wordt ingericht. En dan maakt het waarschijnlijk niet uit of die auto’s zichzelf kunnen besturen of niet.

    Lees ook:

  • Grote staking legt trein-, bus- en vliegverkeer in Duitsland grotendeels plat

    Grote staking legt trein-, bus- en vliegverkeer in Duitsland grotendeels plat

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland gaat nucleaire wapens in Belarus plaatsen

    » Netanyahu ontslaat defensieminister na kritiek

    De vakbonden Verdi en EVG eisen hogere lonen

    In Duitsland is afgelopen nacht de aangekondigde grote staking in de vervoerssector begonnen. Sinds middernacht zijn ongeveer 350.000 werknemers in verschillende sectoren vanuit het hele land opgeroepen om vierentwintig uur lang te gaan staken. De vakbonden Verdi en EVG [Eisenbahn- und Verkehrsgewerkschaft] riepen op tot een staking naar aanleiding van het cao-conflict in de publieke sector en bij de spoorwegen, schrijft Die Welt.

    De stakingen, de omvangrijkste sinds tijden, zullen naar verwachting grote delen van het openbaar vervoer in Duitsland lamleggen. Deutsche Bahn heeft voor maandag al de langeafstandstreinen stilgelegd en ook regionaal zullen er naar verwachting nauwelijks treinen rijden.

    De vakbond eist onder andere een maandelijkse loonstijging van minstens 500 euro

    Bovendien zullen er op verschillende plaatsen stakingen zijn in het streekvervoer, zoals sneltrams en bussen, en op bijna alle commerciële luchthavens, met uitzondering van Berlijn. Zondag begon de staking al op de luchthaven van München, waar geen regulier passagiersverkeer mogelijk is. Bij sluizen en havens wordt het scheepsverkeer tegengehouden. Wegen zullen waarschijnlijk veel drukker zijn dan normaal.

    Maandag start Verdi de derde ronde van de collectieve onderhandelingen voor ongeveer 2,5 miljoen werknemers in de publieke sector. Op tafel ligt een loonsverhoging van 10,5 procent en een maandelijkse loonstijging van minstens 500 euro. De EVG voert onderhandelingen met Deutsche Bahn en nog zo’n vijftig andere bedrijven. De vakbond eist een loonsverhoging van in totaal 12 procent na een jaar dienstverband.

    Lees ook:

  • Alleen nog tiptop achter het stuur

    Alleen nog tiptop achter het stuur

    Taxichauffeurs in Barcelona moeten zich aan nieuwe kledingvoorschriften houden. Hemdjes, korte broeken en slippers zijn verleden tijd.

    Het Institut Metropolità del Taxi (Imet) scherpt de kledingvoorschriften van taxichauffeurs in Barcelona aan. Binnenkort mag deze beroepsgroep geen hemdje, trainingspak, sportkleding, korte broek of bermuda meer dragen tijdens het werk. Ook slippers zijn verboden. De taxichauffeurs zelf zijn wel te spreken over het plan. Op taxistandplaatsen aan de Plaza de Cataluña en de Plaza de Francesc Macià zeggen de chauffeurs dat het gros van hun collega’s netjes gekleed, gaat maar dat een enkeling zich slecht verzorgt, vooral in de zomer, als de hitte toeslaat.

    ‘En mogen de vrouwen ook geen hemdjes met spaghettibandjes meer dragen?’ vraagt een taxichauffeur zich af. ‘De nieuwe voorschriften zeggen niets over rokken, mogen wij mannen een rok dragen? Ik scheer mijn benen wel, als het moet,’ grapt een ander. ‘En hoofddoeken en haarbanden?’ wil nummer drie weten, ‘daar staat niets over in de nieuwe voorschriften.’

    ‘Genoeg grappen gemaakt, jongens,’ onderbreekt een taxichauffeur zijn collega’s. ‘Dit is een serieuze zaak. De chauffeurs van Cabify moeten verplicht een pak met stropdas dragen, en ook de Uberchauffeurs zien er tiptop uit. Dat soort details zijn belangrijk. Collega’s met blote armen achter het stuur moeten we niet willen. Dan worden we weggeconcurreerd.’

    Het is verboden om tijdens de dienst een T-shirt of een korte (sport)broek te dragen of schoenen aan te hebben die tijdens het rijden gevaar kunnen opleveren

    María Teresa Carillo, manager bij Imet, legt uit dat de raad van bestuur tijdens zijn laatste vergadering een aanpassing van artikel 42 van het taxireglement heeft aangenomen, omdat de huidige regels te veel aan de interpretatie van de inspecteur van dienst overlieten. De oude voorschriften dateren van vijftien jaar geleden en zijn vrij algemeen geformuleerd: taxichauffeurs dienen zich te kleden conform de huidige sociale standaarden, hun kleding mag niet stinken of vies zijn. Het is verboden om tijdens de dienst een T-shirt of een korte (sport)broek te dragen of schoenen aan te hebben die tijdens het rijden gevaar kunnen opleveren.

    Alberto Álvarez, woordvoerder van Élite Taxi, de belangrijkste brancheorganisatie, juicht het initiatief van Imet eveneens toe. ‘De branche is wakker aan het worden. Er zijn steeds meer bedrijven die ook oog hebben voor dit soort details. Lastig alleen is dat Imet maar vier inspecteurs in dienst heeft, die overigens uitstekend werk leveren, maar hun kwaliteitseisen nauwelijks kunnen waarborgen.’ Imet laat weten dat hun inspecteurs vorig jaar 550 waarschuwingen hebben uitgedeeld aan taxichauffeurs die er slonzig uitzagen. Vijf van hen kregen een boete die tussen de 60 en 250 euro lag. Imet is niet van plan de boetes te verhogen met de invoering van nieuwe taxiregels.

    ‘Ons doel is het kwaliteitsimago van onze taxi’s te benadrukken,’ zegt Imet-manager Carrillo. ‘Deze taxiregels zijn duidelijker en kunnen efficiënter worden toegepast. Zo kunnen vrouwen en werknemers met een andere culturele achtergrond makkelijker toetreden tot de taxibranche.’ Mesa Técnica del Taxi, de organisatie waarin alle taxichauffeurs worden vertegenwoordigd, is het eens met de maatregel. ‘We gaan continu inspecteren en zullen nauwlettend in de gaten houden of deze regels worden nageleefd.’

    Zomerpolo’s

    De wereld van de taxidiensten is aan het veranderen. Taxi Ecològic, Radio Taxi Sant Cugat, Taximés: er zijn steeds meer taxibedrijven die zich willen onderscheiden. ‘Wij dragen sinds vijf maanden onze eigen T-shirts,’ zegt Pedro Barrera van Taxi Ecològic, ‘en over een paar maanden introduceren we onze zomerpolo’s. Er hebben zich al meer dan driehonderd taxichauffeurs bij ons aangesloten. Iedereen draagt nette schoenen en een bandplooibroek in gedekte kleuren. En al onze auto’s zijn hybride of elektrisch. We willen een merk zijn. Daarom hebben we een eigen autoparfum. Wij willen dat onze klanten in onze taxi’s de Middellandse Zee ruiken.’ Om deze reden liet men een exclusieve bedrijfsgeur ontwikkelen. Die heeft het bedrijf vijf maanden geleden geïntroduceerd.

    Auteur: Luis Benvenuty
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Beeld: Taxichauffeurs in Barcelona protesteren in 2014 tegen Uber. – © David Ramos / Getty Images

    La Vanguardia
    Spanje | dagblad | oplage 196.824

    Sinds 1881 in handen van de familie Godó. ‘De Voorhoede’ is de vierde krant van Spanje, maar met Barcelona als thuishaven de nummer één van Catalonië.

  • 2. Het Duitse dieseldilemma

    2. Het Duitse dieseldilemma

    Als eerste Duitse gemeente weert Hamburg sinds eind mei vervuilende dieselauto’s uit een deel van de stad. Een opmerkelijke stap in een land dat zichzelf graag als groen ziet, maar ook verweven is met de auto-industrie.

    De Stresemannstrasse is een straat als zovele: lelijk, lawaaiig en vol auto’s en vrachtwagens die dag en nacht giftige dampen uitbraken. Maar per 31 mei wordt deze belangrijke verkeersader in de welvarende en progressieve havenstad Hamburg een proeftuin: hier gaan de autominnende Duitsers kijken wat er gebeurt als je zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit de stad bant. Voor Duitsers is een verbod op diesel – in de negentiende eeuw uitgevonden door een Duitse ingenieur en tot op de dag van vandaag zwaar gepromoot door hun geliefde auto-industrie – bijna even onvoorstelbaar als een verbod op bier of Bratwurst. Maar het land kampt met een gespleten persoonlijkheid: voortrekker op het gebied van groen beleid én de grootste producent van alles wat vroem-vroem doet.

    Het dieselverbod in Hamburg blijft beperkt tot een gedeelte van twee straten en geldt niet voor nieuwe, schonere dieselauto’s. Maar voor milieuactivisten en groen georiënteerde politici is het een doorbraak in de strijd voor schonere lucht in de stad. Een zeldzame overwinning op een industrie die in eigen land bijna niet lijkt te worden bestraft voor het grootscheepse gesjoemel met de uitstoot van haar auto’s. ‘Symbolisch is het een grote stap,’ zegt Manfred Braasch, de lokale leider van milieuorganisatie Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland (BUND). ‘Dit is van oudsher een dieselland.’

    Het verbod in Hamburg, de op een na grootste stad van het land, vindt waarschijnlijk snel navolging in andere steden. In februari heeft de hoogste bestuursrechter bepaald dat steden het recht hebben vervuilende dieselwagens uit stadskernen te weren. En gemeenten zijn bezig hun regelgeving af te stemmen op de strikte EU-richtlijnen voor uitstoot van vervuilende stoffen, voordat ze daartoe gedwongen worden via de Europese rechter. Ondertussen heeft de Bondsregering moeite om tot landelijk beleid te komen. In theorie wil de overheid dat de zwaarste vervuilers onder de 15 miljoen Duitse dieselwagens door de autofabrikanten schoner worden gemaakt middels het plaatsen van roetfilters, zoals ook in de VS is gebeurd. ‘We geloven in het principe dat de vervuiler betaalt,’ zegt Nikolai Fichtner, woordvoerder van het ministerie van Milieu. ‘Wie is er verantwoordelijk voor het probleem? De auto-industrie. Die heeft auto’s verkocht waarvan de consument dacht dat ze schoon waren. En dat zijn ze ook in het laboratorium – maar niet op de weg.’

    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van  etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image
    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image

    Vanwege haar voortrekkersrol bij de wereldwijde strijd tegen broeikasgassen mag Angela Merkel dan bekendstaan als ‘de klimaatkanselier’, als het om diesel gaat aarzelt ze. Vorige week zei ze dat de auto-industrie verantwoordelijkheid moet nemen voor haar fouten, doelend op het schandaal met de sjoemelsoftware van Volkswagen in 2015. Maar ze liet ook merken dat ze het niet billijk vindt om alleen de autofabrikanten – in Duitsland goed voor 800.000 banen – te laten opdraaien voor de kosten van die roetfilters, die naar schatting in de miljarden zullen lopen. En ze heeft zich uitgesproken tegen een verbod. Daarmee loopt Duitsland uit de pas met andere grote Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. Die hebben allebei aangekondigd de verkoop van nieuwe diesel- en benzine-auto’s vanaf 2040 te verbieden, als onderdeel van een beoogde transitie naar hybride en elektrische auto’s.

    Maar Hamburg laat zien dat de Duitse steden Merkels zegen niet afwachten. En het vooruitzicht van een lappendeken aan lokale dieselverboden blijkt, bovenop de gevolgen van het Volkswagen-schandaal, nu al catastrofaal uit te pakken voor de Duitse dieselmarkt. De verkoop van nieuwe dieselwagens is gekelderd en tweedehands diesels staan weg te roesten bij de dealers. In 2015 reed de helft van alle in Duitsland verkochte auto’s nog op diesel. Begin dit jaar was dat nog maar eenderde, en de verkoop daalt nog steeds. Een dramatische daling voor een brandstof die in Europa lange tijd een veel grotere rol speelde dan in de VS en Azië.

    Nietsdoen geen optie

    In de jaren negentig begonnen Europese fabrikanten diesel aan de man te brengen als een schoner alternatief voor benzine, vanwege de lagere CO2-uitstoot. Omdat CO2 als de belangrijkste menselijke factor in de klimaatverandering wordt beschouwd, werd dieselgebruik door overheden gestimuleerd middels accijnsverlagingen. Maar diesel is ook een belangrijke bron van lokale luchtvervuiling. De populariteit van diesel heeft de gezondheidsrisico’s door luchtvervuiling in alle Europese steden omhooggedreven. De door dieselmotoren uitgestoten stikstof- en fijnstofdeeltjes zijn medeverantwoordelijk voor veel luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten, die bijdragen aan het vroegtijdig overlijden van naar schatting zo’n 400.000 Europeanen per jaar, waaronder 75.000 Duitsers.

    In zo’n zeventig Duitse steden voldoet de luchtkwaliteit niet aan de EU-normen voor stikstof. Hamburg is een van die steden. De politici die het verbod nu hebben ingevoerd, zeggen dat met tegenzin te hebben gedaan, nadat was gebleken dat andere maatregelen tegen luchtvervuiling niet hielpen. ‘Ik had het fijner gevonden als we hier niet toe gedwongen waren geweest,’ zegt Jens Kerstan, wethouder Milieu in Hamburg. ‘Maar we nemen de maatregelen die nodig zijn om de gezondheid van onze burgers te beschermen.’

    Kerstan is van de Groenen, en persoonlijk lijkt een dieselverbod voor het hele centrum hem zinvoller. Maar hij zegt te hopen dat de beperkte nieuwe maatregel in ieder geval de aandacht trekt van de Bondsregering en de auto-industrie. Want die laatste heeft volgens hem ‘geen zin om roetfilters in bestaande auto’s te zetten en voelt niets voor dieselverboden. Maar ze kunnen niet ontkennen dat steden een probleem hebben. Nietsdoen is geen optie.’

    “Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek”

    Volgens critici is het middel erger dan de kwaal: een inrijverbod voor dieselauto’s in sommige straten zou contraproductief zijn, de tijd verspillen van de agenten die moeten toezien op de naleving en de vervuiling simpelweg doorschuiven naar naburige straten. ‘Het is heel ondoelmatig,’ zegt Roland Heintze, de lokale leider van Merkels conservatieve CDU. En het is ook ‘heel oneerlijk’ voor autobezitters, zegt hij: ‘Als je een dieselauto hebt, word je hier niet vrolijk van.’ Veli Fistikci is zo’n dieselbezitter. De taxi waarin hij voor zijn werk rijdt, valt als relatief nieuwe en schone Mercedes buiten het verbod. Maar met zijn eigen auto, een oude Ford, mag hij straks bepaalde delen van de Stresemannstrasse en de aangrenzende Max-Brauer-Allee niet meer in – cruciale verkeersaders in Hamburg. Daarom heeft hij zijn auto maar verkocht, tegen een verlies van 1500 euro. Nu heeft hij geen eigen auto meer voor zijn gezin, terwijl ze volgende maand een kind verwachten. ‘Niemand wil nog een diesel,’ zegt hij. ‘Ik zou wel een hybride auto willen, maar die zijn zo duur.’

    Duitse autofabrikanten blijven volhouden dat diesel ten onrechte is verguisd. Bernhard Mattes, voorzitter van de autofabrikantenkoepel VDA, zei vorige maand dat de nieuwste modellen dieselmotoren significant minder stikstof uitstoten en dat hun relatief lage CO2-uitstoot van cruciaal belang is voor het halen van Duitslands ambitieuze klimaatdoelen.

    Op de lange termijn zal Duitsland van zowel diesel- als benzineauto’s af moeten, zegt Volker Matthias van het Helmholtz-instituut voor materiaal- en kustonderzoek: ‘We moeten veel meer vaart maken met de transitie naar elektrische auto’s, bussen en fietsen.’ Een verbod zoals in Hamburg helpt volgens hem nauwelijks. ‘Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek,’ zegt hij.

    Maar voor mensen als Stefan Recknagel, een 47-jarige medewerker in een opslagcentrum, doet het verbod er wel degelijk toe. Hij woont al 25 jaar in de Stresemannstrasse en schrijft zijn chronische hoest toe aan het verkeer dat daar dagelijks doorheen raast. ‘In de zomer merk je het echt. Je ruikt het gewoon,’ zegt Recknagel. ‘Nu proberen ze tenminste iets te doen.’

    Auteur: Griff Witte
    Vertaler: Piet Meeuse

    The Washington Post 
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de invloedrijkste dagbladen ter wereld. Sinds 2013 eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.

  • 3. Chinese steden zetten in op bus en fiets

    3. Chinese steden zetten in op bus en fiets

    Zwaar vervuilde metropolen als Beijing en Shanghai proberen de lucht- en levenskwaliteit te verbeteren door te kiezen voor minder auto’s, slimmer en beter openbaar vervoer en deelfietsen.

    De door verkeersopstoppingen en vervuiling geplaagde Chinese steden onderzoeken manieren van vervoer die minder belastend zijn voor het milieu en de sociale omgeving. Sommige steden zijn daarin wereldwijd toonaangevend geworden, zoals Hangzhou, ten zuidwesten van Shanghai, dat in 2017 een internationale prijs won met zijn stedelijke deelfietsproject. Meer recent heeft Shenzhen, een grote stad ten noorden van Hongkong, al zijn stadsbussen elektrisch gemaakt.

    China heeft de afgelopen veertig jaar een snelle verstedelijking ondergaan. In de jaren tachtig maakte het toenmalige ‘koninkrijk van de fiets’ een economische ontwikkeling door, die tot gemotoriseerd vervoer leidde. Nu verandert het land opnieuw, ditmaal in de richting van modern, duurzaam vervoer. Je kunt tegenwoordig met je mobieltje het slot van een deelfiets openmaken, over een speciaal aangelegd fietspad naar het dichtstbijzijnde busstation rijden, de fiets parkeren en naar je volgende bestemming reizen. Zoiets is in veel Chinese steden al de gewoonste zaak van de wereld.

    Als grootste ontwikkelingsland ter wereld zijn de ervaringen die China opdoet met grootschalige vervoersexperimenten en het toepassen daarvan van enorme waarde voor andere ontwikkelingslanden. China begon in 2004 met de aanleg van stedelijke spoorverbindingen en snelle buslijnen, de zogeheten BRT (Bus Rapid Transit). In het derde kwartaal van 2017 hadden 29 Chinese steden enigerlei vorm van stedelijke spoorverbinding zoals metro, lightrail, monorail of het geautomatiseerde transportsysteem APM, met 118 lijnen die zich uitstrekken over 3862 kilometer en jaarlijks 17,68 miljard passagiers vervoeren.

    De stedelijke spoorverbindingen in Shanghai en Beijing zijn langer dan die in Londen en drukker dan die in New York en Parijs. In sommige Chinese steden nemen de spoorverbindingen ongeveer de helft van al het openbaar vervoer voor hun rekening.

    BRT-systemen

    Maar vervoer per spoor is duur. De Wereldbank adviseert ontwikkelingslanden zich te richten op BRT-systemen – een benadering die ook de voorkeur heeft van Chinese stadsbestuurders. Het ontwerp van het in 2005 gelanceerde BRT-systeem van Beijing maakte gebruik van in Latijns-Amerikaanse landen opgedane ervaringen, zoals de speciale busbanen voor BRT-bussen in Brazilië, dichte stations, snelle en frequente diensten, ticketverkoop buitenboord en goede informatie voor passagiers. Sinds begin 2018 beschikken 32 Chinese steden over een BRT-systeem en wordt in nog tien andere aan het ontwerp of de bouw ervan gewerkt. Het BRT-systeem in het Zuid-Braziliaanse Curitiba was van grote invloed op de eerste ontwerpen voor China’s eigen systemen.

    In de begindagen leverde de Chinese toepassing van Latijns-Amerikaanse BRT-systemen nogal wat integratieproblemen op met bestaande busroutes en moest het ontwerp worden aangepast aan de specifieke structurele behoeften van Chinese steden. China had een groter aantal bestaande busroutes dat over BRT-busbanen liep, zodat de invloed van de nieuwe rijbanen beperkter was, terwijl in Curitiba slechts een klein aantal routes via de busbanen mocht lopen.

    In 2009 lanceerde de provincie Guangzhou een model dat ook andere dan BRT-bussen toestond de busbaan te gebruiken, en tegelijkertijd BRT-bussen toestond zich ook buiten de baan te begeven, zodat de reistijd verbeterde.

    Het BRT-systeem van Guangzhou heeft ook een transportcorridor, die verschillende vormen van vervoer combineert. De corridor kan op piekmomenten 28.000 passagiers per uur verwerken – meer dan de meeste metro’s en alle lightrailsystemen waar ook ter wereld. In 2011 won het BRT-systeem van Guangzhou de Sustainabable Transport Award en de UN Lighthouse Award.

     Een stalling voor deel etsen in Beijing. – © Zhang Peng / Getty Images
    Een stalling voor deel etsen in Beijing. – © Zhang Peng / Getty Images

    Als reactie op de schade die door het gemotoriseerde vervoer wordt toegebracht aan stedelijke mobiliteit, luchtkwaliteit en gezondheid, zijn Chinese steden begonnen de stedelijke ruimte opnieuw in te richten, met meer aandacht voor de manier waarop mensen interageren en leven.

    In 2016 publiceerde Shanghai de Shanghai Street Design Guide, een stedenbouwkundige blauwdruk waarin de aandacht verschoof van auto’s naar mensen. De gids legde de nadruk op lopen en fietsen, en op minder ruimte voor auto’s. De bedoeling was prioriteit te geven aan langzamere vormen van vervoer, ruimte te scheppen voor voetgangers, de doorstroming van fietsen te bevorderen en zodoende een aangenamere leefomgeving te creëren.

    Behalve Shanghai en Guangzhou werken inmiddels ook tientallen andere steden, waaronder Wuhan en Nanjing, aan hun eigen stedenbouwkundige gids. Steeds meer steden sluiten zich aan bij de revolutie.

    Fietsen

    Omdat China blijft verstedelijken, hebben forenzen nieuwe vormen van vervoer nodig. Elektrische fietsen en de recentere deelfietsprojecten hebben het land overspoeld. Ze beantwoorden aan de algemene behoefte aan zowel snelheid als gemak. Maar de toestroom van fietsen wordt ook verantwoordelijk gesteld voor de verstopping van de trottoirs en andere vormen van openbare overlast.

    In 2014 had China meer dan tweehonderd miljoen elektrische fietsen, die voor talloze huishoudens het belangrijkste vervoermiddel waren. Vanaf mei 2015 zijn er in Chinese steden meer dan tien miljoen fietsen uitgezet als onderdeel van een deelfietsproject, met meer dan honderd miljoen geregistreerde deelnemers die samen goed zijn voor ruim een miljard ritten. Dit heeft volgens particuliere bedrijven en overheden geleid tot een drastische verlaging van de uitstoot van koolmonoxide.

    Elektrische fietsen stoten geen vervuilende stoffen uit, nemen weinig ruimte in beslag op de weg en zijn geschikt voor korte en middellange ritten. Ze zijn sneller dan gewone fietsen, minder vermoeiend en redelijk goedkoop. De mogelijkheid om zonder veel beperkingen deelfietsen te huren en te parkeren heeft het gebruik ervan in steden bevorderd. De elektrische fiets is een uitstekende optie in steden met slecht openbaar vervoer, terwijl deelfietsen kunnen helpen om ‘de laatste kilometer’ af te leggen – het laatste stukje tussen een ov-station en huis – en daarmee korte autoritten overbodig maken. Volgens gegevens van het deelfietsenbedrijf Mobike wordt 81 procent van de deelfietsen in Beijing in de buurt van ov-stations gebruikt. In Shanghai is dit zelfs 90 procent.

    Maar deze zich snel ontwikkelende vormen van vervoer stellen stedenbouwkundigen voor uitdagingen. Elektrische fietsen zijn relatief snel en hun aantal neemt in rap tempo toe, maar ze zijn ook een belangrijke oorzaak voor verkeersongelukken geworden. Tussen 2013 en 2017 werden er in China 56.200 ongelukken veroorzaakt door elektrische fietsen, waarbij 8431 mensen omkwamen en 63.500 mensen gewond raakten. Het grootste probleem met deelfietsen is inmiddels het lukraak parkeren, dat het gevolg is van een gebrek aan infrastructuur en het almaar uitblijven van wetgeving omtrent fietsgebruik.

    Na eerst in de val te zijn getrapt van het omtoveren van straten in reusachtige ruimtes voor auto’s, beginnen Chinese steden zich nu te realiseren dat steden in de eerste plaats een prettige woonomgeving voor mensen moeten zijn

    De nieuwe vormen van vervoer zijn dus vaak reden voor conflicten met stadsbestuurders. Maar de overheid probeert daar iets aan te doen. Zo beperkte China aanvankelijk de snelheid en het gewicht van elektrische fietsen – een controversiële maatregel die slecht viel bij het publiek. Sommige stadsbesturen verboden of beperkten simpelweg het gebruik ervan.

    Deze pogingen leidden uiteindelijk tot het ‘Nanning-model’, genoemd naar de stad in de zuidelijke provincie Guangxi bij de grens met Vietnam, dat alle verboden ophief en in plaats daarvan de verkeerslichten, wegbebakening en voorlichting over veilige verkeersdeelname optimaliseerde. Dit leidde tot een vreedzame co-existentie tussen de stad en de elektrische fiets.

    Op diezelfde manier heeft de centrale regering regelgeving ingevoerd om de snelle groei van deelfietsprojecten in goede banen te leiden, in plaats van hun toename te beperken. Ook zijn sommige steden begonnen met het verbeteren en uitbreiden van hun infrastructuur, zoals fietspaden, om ‘fietsvriendelijkheid’ te bevorderen.

    Prettige woonomgeving

    Andere landen die zich in eenzelfde ontwikkelingsfase bevinden, kunnen waardevolle lering trekken uit de Chinese overstap op duurzamer openbaar vervoer in de steden. Om de uitstoot van koolmonoxide te beperken, moet het openbaar vervoer concurreren met auto’s, wat betekent dat het snel, gemakkelijk en comfortabel moet zijn. Goed openbaar vervoer is niet enkel een kwestie van meer lijnen. Belangrijker is dat het goed is opgezet en zo functioneert dat meer mensen er baat bij hebben. Dat uitgangspunt stond in sommige Chinese steden voorop bij het beperken van het autogebruik en het bevorderen van een snelle overstap op duurzamere middelen van vervoer.

    In de Braziliaanse stad São Paulo maakt 25 procent van de inwoners gebruik van openbaar vervoer met een hoge capaciteit (metro’s, trams en BRT). In Beijing bedraagt dit aantal 60 procent, wat betekent dat bepaalde vormen van privévervoer met succes zijn vervangen.

    Het volledig integreren van fietsen en openbaar vervoer bevordert een gecoördineerde ontwikkeling van het openbaar vervoer. Het wordt aantrekkelijker voor het publiek en lost het probleem van de ‘laatste kilometer’ op.

    Na eerst in de val te zijn getrapt van het omtoveren van straten in reusachtige ruimtes voor auto’s, beginnen Chinese steden zich nu te realiseren dat steden in de eerste plaats een prettige woonomgeving voor mensen moeten zijn. Dit heeft ertoe geleid dat bij stedenbouwkundige ontwerpen de mens nu centraler staat.

    Met het vorderen van wetenschap en technologie zijn er in China nieuwe vormen van vervoer en reizen ontstaan, zoals elektrische fietsen met accu’s met een lange levensduur en openbare deelfietsprojecten op basis van ‘fintech’-betalingssystemen. Deze overgang is niet zonder problemen verlopen, maar de innovatie heeft de overstap naar duurzaam vervoer uiteindelijk wel bevorderd.

    Auteur: Liu Shaokun
    Vertaler: Peter Bergsma

    Chinadialogue
    China / Verenigd Koninkrijk / VS | chinadialogue.net

    Deze in 2006 opgerichte site wil de dialoog bevorderen tussen China en de rest van de wereld ten aanzien van milieukwesties. De artikelen worden gepubliceerd in het Chinees en het Engels, evenals de commentaren van de lezers.