De Maghreblanden Algerije, Marokko en Tunesië kibbelen doorgaans over alles. Maar in een zeldzame opwelling van eensgezindheid willen ze nu couscous laten bijschrijven op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
De verstandhouding tussen de landen van de Maghreb laat van oudsher te wensen over, met name het eeuwige, door de pers doorgaans breed uitgemeten gekibbel tussen Algerije en Marokko. Zou de erkenning van couscous als gezamenlijk erfgoed de broodnodige verbroedering teweeg kunnen brengen?
Slimane Hachi, directeur van het Algerijnse Centre National de Recherches Préhistoriques, Anthropologiques et Historiques (CNRPAH), kondigde onlangs aan dat er een aanvraag is ingediend om het traditionele Noord-Afrikaanse gerecht te erkennen als werelderfgoed. Bijzonder is dat het een gemeenschappelijk initiatief betreft van de drie Maghreb-landen. Experts uit deze landen zullen dit voorjaar bijeenkomen.
Dat klinkt onschuldig, maar in werkelijkheid ligt de zaak gevoelig. De drie landen eisen ieder voor zich de oorsprong op van het gerecht, dat bestaat uit harde tarwe met groenten, specerijen, vlees of vis, bereid met olijfolie (of boter). De verhoudingen tussen de Algerijnen en Marokkanen zijn al heel lang ernstig vertroebeld door het conflict rond de Westelijke Sahara, en dat werkt door op politiek, diplomatiek, militair en cultureel niveau.
Couscous markeert is de grens die graan- en rijsteters scheidt
Tunesië heeft zich altijd ‘positief neutraal’ opgesteld als het om de Westelijke Sahara gaat, en dat lijkt het nu ook te doen ten aanzien van couscous. Het laat liefhebbers van beide landen rustig op internet bakkeleien over wat er beter is aan hun eigen versie van de beroemde Noord-Afrikaanse specialiteit. Eén aspect is gelukkig onomstreden: couscous geeft de onzichtbare culinaire grens aan tussen de Maghreb, het westelijke deel van de Arabische wereld, en de Mashreq, de Arabische landen ten oosten van de Middellandse Zee minus de Golfstaten. Het is de grens die graan- en rijsteters scheidt.
Slimane Hachi speelt op veilig door deze cultuur van het graan te benadrukken, die immers voor heel Noord-Afrika geldt. Voor Ouiza Gallèze, onderzoekster bij het CNRPAH, betekent een en ander ‘een erkenning van de sterke banden tussen mensen, en een wijze om deze te bevestigen, in die zin dat zij dezelfde tradities koesteren door middel van dezelfde culinaire uitingen. Zoals elke cultuuruiting, is couscous een middel om mensen nader tot elkaar te brengen.’
Ouiza Gallèze zit niet verlegen om hyperbolen wanneer zij de lof zingt van de korrel van harde tarwe. In haar ogen is couscous ‘wijder verbreid dan aardolie, reikt het over landsgrenzen en geniet het internationale erkenning, aangezien het op alle vijf de continenten aanwezig is’. De eisen van de UNESCO, zo zet zij verder uiteen, ‘houden in dat gemeenschappen het gevoel moeten hebben dat het cultuurelement hun toebehoort’ – en couscous is ‘een onderdeel van de culturele identiteit, symboliseert een offer en grote gebeurtenissen – vreugdevolle of tragische – in het familie- en gemeenschapsleven markeert’.
Of de betrokken staten hieruit ook economisch voordeel kunnen putten? Dat is volgens haar een kwestie van ‘politieke wil’. Daarnaast merkt zij op dat couscous in Algerije als toeristisch product aangeprezen kan worden.
Heilig karakter
Het andere dossier dat Algiers aan de experts van UNESCO wil voorleggen, betreft de raï, een erfgoed waarvoor ook de Marokkaanse buur zich sterk maakt omdat deze muziekstroming afkomstig zou zijn uit de Marokkaanse stad Oujda, net over de grens met Algerije. De onenigheid hierover komt nogal nutteloos over, aangezien het etiket ‘immaterieel erfgoed’ tegenwoordig van iedere betekenis is ontdaan. Oorspronkelijk was het in het leven geroepen om erfgoed dat dreigde te verdwijnen onder de aandacht te brengen, maar deze doelstelling is al snel weggevaagd door het enorme aantal aanvragen. China alleen al zou 200.000 projecten op het oog hebben – een veertigtal aanvragen is reeds ingediend.
In bijzondere gevallen, zoals Palestina, hebben deze aanvragen enige waarde als cultureel verzet tegen een vreemde entiteit die zich specifieke eigendommen toe-eigent. In andere gevallen lijkt er sprake te zijn van politieke exploitatie. Neem de aanvraag (in november 2010, na een debat over het risico dat het keurmerk van de UNESCO voor commerciële doeleinden wordt misbruikt) voor ‘de kunst van de gastronomische Franse maaltijd’. Daarmee werd het startsein gegeven voor een groot aantal culinaire kandidaturen wereldwijd.
Wat ons betreft heeft de roem van couscous geen label van de VN nodig. Wat er ook gebeurt, het heilige karakter ervan blijft onaangetast.
In 1990 is ‘Het Land’ opgericht door journalisten die van de officiële staatskrant afkomstig waren. Directeur Omar Belhouchet heeft in het buitenland verscheidene prijzen voor journalistiek en persvrijheid ontvangen. De weekendeditie verschijnt iedere vrijdag.
Ter ere van de 150ste verjaardag van Canada vaart een schip met driehonderd wetenschappers, kunstenaars, gemeenschapsleiders en andere Canadezen van alle mogelijke verschillende achtergronden in honderdvijftig dagen rond het land. Doel: verzoening met inheemse volkeren en het vieren van diversiteit.
Een nieuwe dag van de reis rond Canada loopt ten einde. De Canada C3 ligt aangemeerd in Picton Harbour in Prince Edward County, in de provincie Ontario. De zon schijnt en het kalme water glinstert.
De dronepiloot staat op het punt een van zijn machines de lucht in te sturen. De rubberboten brengen expeditieleden terug naar het schip na hun verkenningsrondes en het maken van publiciteit voor de reis.
In de erfgoedhut, bestemd voor verzoening met de inheemse volkeren, zingt een rustige jongeman een Mohawk-lied en legt daarna de oorsprong en betekenis uit van het traditionele lacrossespel. Op het achterdek schenkt een plaatselijke wijnmaakster, die over de reis heeft gehoord en haar steentje wil bijdragen, bekers wijn in en legt uit hoe ze haar wijnstokken verzorgt. Ze doneert negen kisten.
Bron: The Globe & Mail / Courrier international
Het ‘Canada C3’-project begon met een simpel idee: in 150 dagen rond Canada varen om de 150ste verjaardag van het land te vieren. Een oude ijsbreker zal de 23.000 kilometer van Toronto naar Victoria afleggen via de Noordwest Passage, van kust naar kust naar kust. Vandaar ‘C3’. Maar de expeditie wil veel meer zijn dan alleen maar een maritiem avontuur of een verjaardagsfeestje. Expeditieleider Geoff Green wil de Canadese tongen niet alleen losmaken over de wonderen van het land en de wateren waardoor het wordt omringd, maar ook over de gebreken en de toekomst ervan.
Een van de thema’s is verzoening met de inheemse volkeren. Het schip heeft een speciale erfgoedhut, die voorafgaand aan het vertrek is ingezegend door een inheemse voorganger. Een schildpadsymbool siert de scheepsschoorsteen: diverse inheemse volkeren noemen de wereld ‘Schildpadeiland’.
Een ander thema is diversiteit. De expeditie heeft Canadezen met alle mogelijke verschillende achtergronden aan boord genood, om een zo groot mogelijke mix te bereiken. Tijdens een wandeling over het vasteland sprak een van oorsprong Filipijnse dichter van het gesproken woord met een countryzanger van de Westkust over het betrekken van een inheemse kunstenaar bij hun plan om een lied over de reis te schrijven.
Inheems protest
Geoff Green zegt dat toen inheemse leiders begonnen te protesteren dat ze niet wilden meedoen aan de viering van de honderdvijftigste verjaardag van een land dat zijn oorspronkelijke bevolking zo slecht had behandeld, ‘duidelijk werd dat we niet alleen maar van de daken konden schreeuwen hoe geweldig we zijn’.
Daarom besloot hij meer mensen bij de expeditie te betrekken en het programma evenwichtiger te maken. Bijna vijfduizend mensen reageerden op de uitnodiging om deel te nemen aan een van de vijftien trajecten van de reis. Green en zijn team kozen er driehonderd uit: muzikanten en andere kunstenaars, wetenschappers, natuurkenners, gemeenschapsleiders, nieuwkomers in Canada, historici, ‘jeugdambassadeurs’ en inheemse voorgangers.
Tot de groep van het eerste traject, van Toronto naar Montreal, behoort: een visserijexpert met een grote liefde voor palingen die iedereen aan boord een tattoosticker van een paling overhandigt, iemand van de grensbewaking die als hobby mooie whisky’s recenseert, een schipper die met walvissen zwemt en ooit met een catamaran van vijfenhalve meter lang door de Noordwest Passage heeft gezeild, een sprankelende, natuurminnende onderwijzeres uit Calgary en een student Internationale Ontwikkeling die betrokken is bij een schoonwaterprogramma in Jemen. Om nog maar te zwijgen van de vaste bemanning van het schip, een verzameling types die veelal uit Newfoundland komen en luisteren naar bijnamen als Mud Trout, Angry Bird en Flower. Green zelf is een expeditie-veteraan die 92 reizen naar Antarctica heeft ondernomen, zo’n 40 naar het noordpoolgebied en ook talrijke bezoeken aan andere uithoeken van de wereld heeft gebracht. Hij is oprichter van de Students on Ice Foundation, die educatieve reizen naar het noordpoolgebied en Antarctica organiseert.
Toen ze bedachten wat ze voor de honderdvijftigste verjaardag moesten doen, hingen hij en zijn team een kaart van Canada aan de muur. Ze maakten wat snelle berekeningen en concludeerden dat het 148 dagen zou kosten om de drie kusten aan te doen. Waarom zouden ze daar geen rond getal van 150 van maken? ‘Vergeet die honderdvijftigste verjaardag, ik vond dat we iets nodig hadden wat zou inspelen op hoe mensen over het land denken,’ zegt hij. ‘Niet alleen op de schoonheid ervan, maar op alles wat we verder nog hebben: de mensen, de cultuur, de natuur, de geschiedenis, de wetenschap.’
Om de expeditie voor te bereiden was men maandenlang bezig om geld in te zamelen, te lobbyen en te plannen wie wanneer waarnaartoe zou gaan. De kosten bedragen zo’n tien miljoen Canadese dollar, waarvan 60 procent van de regering komt en de rest van talrijke privésponsors.
Greens eerste taak was het vinden van een schip dat sterk genoeg was om door de Noordwest Passage te varen en groot genoeg voor zo’n zestig bemanningsleden. Dat viel niet mee. De Canadese kustwacht had geen schepen over. Varen onder een buitenlandse vlag leek verkeerd. Ten slotte vond hij een voormalige ijsbreker van de kustwacht die assisteerde in de Atlantische olievelden voor de kust van Newfoundland.
Dit drijvende fort blijkt perfect voor de reis. De oude helikopterhangar is omgetoverd tot een ontmoetingsruimte en lezingenzaal, met een kano van berkenschors aan het plafond. Voor middernachtelijke jamsessies door de diverse gitaristen en andere muzikanten aan boord moet je naar de bemanningsruimte.
Op het dek zijn grote zwarte rubber-boten vastgesjord, die in het water worden neergelaten om expeditieleden naar het vasteland en terug te brengen. In een scheepscontainer is een laboratorium gevestigd voor de zich aan boord bevindende wetenschappers. Met een bolvormige satelliet beschikt het schip over de modernste technologie die het team nodig heeft om het verhaal van de reis via video, sociale media, podcasts en andere platforms te verspreiden. Zes drones staan klaar om te filmen wat er gebeurt. De lading omvat tweeduizend ijshockeysticks om uit te delen aan gemeenschappen in Noord-Canada waarnaar de C3 op donderdagavond koers zet vanaf een kade in de haven van Toronto, toegejuicht door een enthousiaste menigte en na een behouden vaart te zijn toegewenst door Elizabeth Dowdeswell, de vicegouverneur van Ontario. Voordat hij aan boord ging voor de tien dagen durende reis naar Montreal hield Geoff Green een houten model in de lucht van de hoofpersoon van Holling Clancy’s geïllustreerde kinderboek Paddle to the Sea, die vanaf de punt van het Bovenmeer via de Grote Meren helemaal naar de Atlantische Oceaan kanoot. Green beloofde dat hij Paddle in het water van alle drie de kusten zou dopen.
Soms voelt de expeditie als een zomerkamp voor volwassenen – vol omhelzingen, blijmoedigheid, groepsontbijten en de gebruikelijke ongelukjes
De Canada C3 verliet de kade en voer langzaam in de richting van het Ontariomeer terwijl de avond viel en de lichtjes van de skyline van Toronto begonnen te flonkeren. De volgende ochtend bevond het schip zich voor de kust van de False Duck-eilanden aan de oostkant van het Ontariomeer, waar wetenschappers watermonsters namen. Vandaar voer het de Adolphus Reach op, naar de eerste stop tijdens zijn lange reis: Picton.
De expeditieleden kregen een warme ontvangst en een al even warme avondmaaltijd in de Prince Edward Yacht Club, waar een Mohawk-opperhoofd een gebed uitsprak, de burgemeester een toespraak hield en de voorzitter van de club Green verblijdde met de driehoekige clubvlag om zijn schip mee te tooien. De vijftigjarige Green genoot van de ontvangst en zei dat het eindelijk tot hem doordrong dat de reis was begonnen. Zijn kinderen, Fletcher van negen en Nellie van zes, klampten zich vast aan zijn been terwijl hij sprak.
De volgende dag stond in het teken van een bezoek aan de kaasmarkt van Picton, een wandeling met een gids door het Sandbanks Provincial Park en een tripje met de palingliefhebber om te zien hoe bedreigde Amerikaanse palingen met elektronische zendertjes werden uitgerust.
Ook al lijken de doelstellingen van de reis, zoals het genezen van oude wonden, integratie, milieubewustzijn en het aanspreken van de jeugd, misschien ambitieus en zwaar – Justin Trudeau zou een prima bemanningslid zijn geweest – toch wordt het nooit potsierlijk. Soms voelt de expeditie als een zomerkamp voor volwassenen – vol omhelzingen, blijmoedigheid, groepsontbijten en de gebruikelijke ongelukjes.
Op zaterdag had een van de deelnemers, een jonge vrouw, een beugel en krukken nodig nadat ze haar been had bezeerd; een ander expeditielid moest naar het ziekenhuis vanwege een allergische reactie op iets wat hij had gegeten. Daarna begonnen zich rijen voor de scheepstoiletten te vormen.
Ook kan het gebeuren dat de stemming omslaat en er emoties opwellen. Een vrouw uit Yelllowknife vertelde een groep die zich in de hangar had verzameld over haar vader die veertien jaar op kostschool had gezeten, ver van zijn familie, en die na haar geboorte gestopt was met drinken om haar fatsoenlijk te kunnen grootbrengen. Die zondag namen de expeditieleden in Kingston deel aan het traditionele KAIROS-evenement, waarbij de deelnemers op dekens moeten gaan staan die de landen van de inheemse volkeren voorstellen; naarmate er meer Europese pioniers neerstrijken, neemt het aantal dekens geleidelijk af, net als destijds het land en de inheemse bevolking.
Dit is misschien waar Geoff Green op hoopte, een kans om je te verwonderen over de pracht van een door water omzoomd land, en tegelijkertijd stil te staan bij de pijnlijke complexiteit van de geschiedenis. Wat begon als een avontuurlijke reis is gaandeweg een veel belangrijkere expeditie aan het worden.
Gelezen van oceaan tot oceaan, serieus en niet-geëngageerd; deze krant uit Toronto is het toonaangevende dagblad in Canada.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.