Tag: Vinted

  • Tweedehands is hot. ‘Voor jongere generaties maakt het veel minder uit of iets nieuw is’

    Tweedehands is hot. ‘Voor jongere generaties maakt het veel minder uit of iets nieuw is’

    Van Ikea tot Vinted tonen jonge consumenten steeds meer interesse voor kleding en meubels met een tweede leven. Maar is deze sector aan het groeien of aan het commercialiseren? En is tweedehands wel lucratief genoeg?

    Toen Lego een initiatief startte om tweedehands legosteentjes in te zamelen en te hergebruiken, stuitte de Deense fabrikant op een probleem: men stuurde ook allerlei andere dingen op. Volgens een hooggeplaatste directeur kwamen niet alleen de welbekende steentjes binnen, maar ook lege blikjes, schoenen en haar.  

    Nog erger: werknemers openden een keer een Lego-schatkist die gevuld was met een volledige set melktanden.

    Merken als Shein en Zara, maar ook H&M en Lego storten zich in een bloeiende tweedehandseconomie. Ze treden in het voetspoor van veel opkomende ondernemingen zoals Vinted, Depop, ThredUp en Vestiaire Collective, en hopen te profiteren van een toenemende waardering voor ‘preloved’ artikelen, vanwege de prijs of omdat het beter is voor het milieu. Beroemdheden zoals Bella Hadid, Rihanna en Sarah Jessica Parker en zelfs tv-programma’s zoals Love Island hebben tweedehands helemaal omarmd. 

    ‘Tweedehands bruist,’ vertelt Adam Minter, auteur van Junkyard Planet en Secondhand. ‘Maar het is heel duur voor bedrijven. Het is niet makkelijk.’

    Ikea volgde de trend deze week met een nieuw verkoopplatform waar klanten gebruikte meubels direct aan elkaar kunnen verkopen. Deze dienst genaamd Ikea Preowned, die bedoeld is om te concurreren met sites zoals eBay, Craigslist, en Gumtree, ondergaat eerst een test in Madrid en Oslo voordat wordt bepaald of dit ook wereldwijd zal aanslaan. 

    Waar voor je geld

    Jesper Brodin, algemeen directeur van Ingka, de controleur van de meeste Ikea-warenhuizen, zegt dat de Ikea-groep zelfs een groter marktaandeel heeft in de tweedehandsmarkt dan in die voor nieuwe producten: ‘Zo kunnen we dus veel leren – wat voor producten verkopen het best?’ 

    Het is niet moeilijk te begrijpen waarom grote merken interesse hebben voor de tweedehandsmarkt. Deze groeit namelijk veel sneller dan de markt voor nieuwe producten, terwijl hij nog steeds kleiner is. Thredup, een herverkoopplatform uit de VS, schat in dat de wereldwijde markt voor tweedehandskleding is gestegen van € 134 miljard in 2021 naar € 220 miljard in 2024, en voorspelt dat deze in 2028 € 334 miljard bereikt, met een drie keer snellere groei dan de nieuwe kledingmarkt. Consulent Bain & Company schat in dat tweedehandsverkoop van luxeproducten van 2017 tot 2023 125 procent gegroeid is, terwijl dat bij nieuwe producten slechts 43 procent was. 

    Tweedehands wordt ook steeds populairder onder jonge klanten. Volgens een onderzoek van Euromonitor geeft meer dan 40 procent van Gen Z en millennials aan elke paar maanden een tweedehandsproduct te kopen, tegenover slechts 20 procent van de babyboomers. 

    ‘Er zat ooit een stigma aan tweedehandskleding, maar voor jongere generaties maakt het veel minder uit of iets nieuw is. Het gaat om verspilling, en om waar voor je geld. Het is een goede investeringskans,’ zegt een Europees private equity-directeur.

    Maar ondanks het enthousiasme zijn er ook risico’s. Tot niet zo lang geleden werd de westerse markt voor tweedehandsproducten gedomineerd door liefdadigheidsinstellingen en kringloopwinkels. Kunnen gevestigde merken en beginnende ondernemingen hier wel geld in verdienen? Er zijn vragen omtrent het verkrijgen van de juiste producten, maar ook omtrent fraude. Ook zijn er zorgen over de beweegredenen van grotere bedrijven, die zelf steeds meer producten uitgeven. Doen zij dit om de planeet te redden, of voor een goede marketingcampagne?

    ‘Hier zit zeker een pr-element in. Er is veel druk op grote bedrijven zoals H&M en Zara, en er zijn veel zorgen over de duurzaamheid van fast fashion,’ aldus Jennifer Hinton, onderzoeker bij Lund University, die schrijft over de tweedehandskledingmarkt. 

    Tweedehands kopen is niets nieuws. Kringloopwinkels zoals Goodwill, Oxfam en Het Leger des Heils verkopen al decennialang tweedehandskleding, -boeken, en nog veel meer.

    ‘In het Westen lijkt het alsof er nu pas een tweedehandsmarkt verschijnt. Maar hij is er altijd al geweest. Zolang er nieuwe spullen zijn, zijn er gebruikte spullen,’ zegt Minter. ‘In opkomende landen is de tweedehandseconomie voor dingen als kleding en meubels leidend, en die hangt weer af van export uit ontwikkelde landen.’

    ‘In het Westen lijkt het alsof er nu pas een tweedehandsmarkt verschijnt. Maar hij is er altijd al geweest’

    Er bestaan al complexe handelsketens die de liefdadigheidssector steunen. Als je in New York een tweedehands Led Zeppelin-T-shirt koopt voor honderd dollar is dat shirt waarschijnlijk afkomstig uit een berg Amerikaanse kleding die eerst naar Pakistan of Guatemala is verstuurd en daar is gesorteerd op de mooiste items, die dan weer teruggestuurd worden, aldus Minter. ‘Dat is die ene procent waar de celebrities naar zoeken,’ voegt hij toe.

    Kringloopwinkels hebben een proces ontwikkeld om uit te zoeken wat ze kunnen verkopen en wat ze naar ontwikkelingslanden exporteren. Daar verkopen ze het of wordt de kleding in ander materiaal veranderd, zoals vulling voor kussens of isolatiemateriaal. ‘Als je het niet kwijt kan op Depop gaat het naar Oxfam. Als zij het niet kunnen verkopen hebben zij allerlei opties,’ zegt Minter.

    Er zijn tekenen dat de aankomst van grote bedrijven de dynamiek van de liefdadigheidssector heeft veranderd; mensen verkopen hun beste kleding en doneren de rest. Erikshjälpen, een organisatie die Zweedse kringloopwinkels bestuurt, krijgt donaties van steeds slechtere kwaliteit en moet nu de vernietiging van ongeveer 70 procent van alle ontvangen kleding bekostigen, volgens een werknemer geciteerd in een wetenschappelijk artikel door Hinton en Ola Persson. 

    Veel grote bedrijven proberen deze problemen uit de weg te gaan door alleen maar een platform aan te bieden waarop consumenten onderling producten kunnen kopen en verkopen. Hierbij is het bedrijf slechts een bemiddelaar. 

    Een verkoper op Ikea Preowned typt bijvoorbeeld de naam van het product in, krijgt advies van de AI van het bedrijf om afmetingen en wat foto’s toe te voegen, laat de staat van het product weten en biedt hem aan voor verkoop. Een koper moet het ophalen dan zelf regelen en zelf de kwaliteit controleren. Een drijfveer voor verkopers is dat ze cash betaald kunnen worden, of 15 procent meer krijgen als ze voor een Ikea-voucher kiezen. ‘Een goeie manier om het contact met klanten te behouden,’ zegt Brodin.

    Op dit moment is deze service van Ikea gratis, en als er in de toekomst kosten aan worden verbonden, zouden deze ‘heel bescheiden’ zijn, voegt Brodin toe. Op deze manier probeert Ikea te concurreren met de verkoperskosten op websites zoals eBay, die ook aantrekkelijk zijn voor groot meubilair.

    Maar op deze manier is ook te zien hoe moeilijk het is om geld te verdienen met een dergelijk platform. Vinted, een marktplaats zonder verkoperskosten, werd dit jaar het eerste winstgevende tweedehandskledingplatform, door een nettowinst van € 18 miljoen bij elkaar te scharrelen uit € 596 miljoen aan verkoop.

    ‘Tweedehands is nog maar een druppel in een emmer. De uitdaging ligt bij het overtuigen van klanten om eerst naar tweedehandsopties te kijken, en dan pas naar nieuw,’ zegt Thomas Plantenga, algemeen directeur van het Litouwse startup-bedrijf. Zara, Shein en Cos bieden allemaal hun eigen platforms aan.  

    Volgens Minter is het moeilijk voor een Depop of een ThredUp om op te boksen tegen Goodwill, ’s werelds grootste tweedehandsorganisatie, die als non-profit handelt. ‘Ze krijgen hun inventaris gratis aangeboden, ze hebben goedgetrainde werknemers die weten hoe ze het moeten sorteren, en managers die weten waar ze het weer kwijt kunnen. P2P heeft dat soort expertise niet,’ voegt hij eraan toe.

    Omgekeerde logistiek

    Er zijn ook andere problemen. Fraude is er een van, zeker voor duurdere kleding. Vestiaire Collective en Monogram hebben allebei een authenticatieservice om te controleren of een tas wel echt van Gucci is. Vinted doet dit ook voor bepaalde items, tegen betaling door de koper.

    Sommige services kunnen onbedoelde achterdeuren hebben, zoals Ikea Preowned, waar verkopers aan zichzelf of aan vrienden kunnen verkopen om gratis vouchers te krijgen. ‘Hier leren we nog elke dag,’ zegt het bedrijf, ‘en we moeten begrijpen hoe, of, en waar er problemen zijn om ze uit de weg te kunnen gaan.’

    Dan zijn er nog de bedrijven die de producten zelf behandelen. De meeste Legoproducten worden aan vrienden of familie weggegeven, maar de speelgoedfabrikant richt zich erop dat wat overblijft niet wordt weggegooid, maar wordt hergebruikt of gerecycled. 

    Tim Brooks, voormalig duurzaamheidsdirecteur van Lego, liet vorig jaar in een interview weten dat het bedrijf al jaren leerde hoe om te gaan met ‘omgekeerde logistiek’ – het weer ontvangen van steentjes in plaats van het verkopen –, maar ook met alles eruit halen wat geen Lego is en het sorteren en schoonmaken van de steentjes.

    ‘Het was een lange weg voor een bedrijf dat gewend is aan lineaire productie. Het is een hele andere manier van denken’

    Het bedrijf test dit concept met hun service Replay in de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk. Mensen doneren gebruikte Legosets, en het bedrijf stuurt ze door naar goede doelen of scholen. Tot nu toe is er al 500 ton aan steentjes ontvangen. Een ander programma in Duitsland betaalt de klant € 8 in waardebonnen per kilo aan ingeleverde steentjes of figuurtjes. ‘Het was een lange weg voor een bedrijf dat gewend is aan lineaire productie. Het is een hele andere manier van denken,’ zegt Brooks.

    De tweedehandsmarkt is dus waarschijnlijk nog lang niet klaar met groeien. Bedrijven zoeken naar manieren om hun uitstoot te verminderen en hun handel cyclisch te maken door zo veel mogelijk te hergebruiken en te recyclen. 

    Brodin zegt zelf dat zijn ogen werden geopend toen hij de box van zijn kind op een tweedehandsplatform verkocht, maar daarna een nieuw kind kreeg. ‘Ik heb diezelfde box weer teruggekocht,’ voegt hij toe. ‘Vanuit duurzaamheidsperspectief is dit de slimste aanpak, zorgen dat je materialen goed gebruikt.’

  • Vinted: hoe een Litouwse start-up de modewereld op zijn kop heeft gezet

    Vinted: hoe een Litouwse start-up de modewereld op zijn kop heeft gezet

    Het duurzame en circulaire Litouwse bedrijf Vinted heeft meer dan 100 miljoen geregistreerde gebruikers en biedt ongeveer een half miljard tweedehands kledingstukken aan. Dat ging niet over één nacht ijs, maar dit succes zou de mode-industrie kunnen veranderen.

    Dit verhaal begint en eindigt met een kledingwinkel. Daartussenin zitten een paar honderd miljoen gebruikte broeken, shirts en hoodies, handtassen en jurken die elk jaar met behulp van Vinted van eigenaar wisselen. Vinted is nu het grootste online platform voor tweedehands mode in Europa, met gebruikers in twintig landen.

    De kledingkast waar het allemaal mee begon had de grootte van een garage. Het was namelijk een garage, die in 2008 in de buurt van de Litouwse hoofdstad Vilnius stond. De toen tweeëntwintigjarige Milda Mitkute had zo veel mode verzameld tijdens een post-Sovjet-shoppingtrip dat er niet veel ruimte meer over was in de garage van haar ouders toen ze haar spullen er een tijdje opsloeg. Haar ouders waren daar niet blij mee, vertelt Mitkute, en ze besefte dat ze iets weg moest doen. Ze kon ook wel wat geld gebruiken, en sprak op een feestje met programmeur Justas Janauskas. Die avond besloten de twee een website op te zetten waar Mitkute, en al snel iedereen, hun overtollige kleding kon verkopen. Vinted was geboren, toen nog onder de naam Manu Drabužiai, wat ‘mijn kleren’ betekent.

    ‘Aanvankelijk noemde ik Vinted “mijn project”, het was een hobby,’ vertelt Mitkute tijdens een bijeenkomst in Vilnius. Maar toen begonnen Justas en zij te dromen ‘dat het een beweging kon worden, dat we de maatschappij konden veranderen’.

    Sindsdien zijn er bijna zestien jaar verstreken. Mitkute, een slanke vrouw die nooit stilzit in een gesprek, die aandachtig antwoordt maar tegelijkertijd altijd tijd tekort lijkt te komen, werkt niet meer bij Vinted, maar heeft nog wel aandelen. Ze heeft vier kinderen gekregen, twee opleidingen afgerond, geïnvesteerd in start-ups en heeft net haar volgende bedrijf opgericht.

    Veranderd koopgedrag

    Vinted ging in die beginperiode bijna ten onder, maar vandaag de dag heeft het platform meer dan 100 miljoen geregistreerde gebruikers en biedt het ongeveer een half miljard gebruikte kledingstukken aan, voornamelijk dames- en kindermode, maar ook luxe handtassen en herenkleding. Vinted heeft nu zijn eerste netto jaarwinst voor 2023 gerapporteerd.

    Tweedehands was lange tijd een marginaal fenomeen. Wat had een ‘rommelmarkt’ te bieden in vergelijking met de collecties van H&M, Zara en C&A? Het koopgedrag is echter veranderd, parallel met het nieuw aangezwengelde debat over het klimaatbeleid sinds 2018. Tweedehandswinkels kregen bovendien een boost door de pandemie, toen veel mensen ineens tijd hadden om hun oude spullen aan te prijzen. Sindsdien kopen consumenten elk jaar meer tweedehands spullen in het kader van milieuvriendelijk gedrag. En Vinted had hiervoor het juiste platform – net als haar concurrenten Kleinanzeigen (voorheen eBay Kleinanzeigen), Momox en Sellpy. Maar is tweedehands groot genoeg om de mode-industrie te veranderen?

    Het hoofdkantoor van Vinted ligt aan de rand van Vilnius. De omliggende straten doen denken aan de tijd dat Litouwen deel uitmaakte van de Sovjet-Unie: houten huizen van één verdieping die typerend waren voor het eenvoudige, om niet te zeggen arme leven dat veel mensen er in de twintigste eeuw leidden. Een paar honderd meter verderop staan kleine autoreparatiewerkplaatsen, snackbars en benzinestations langs de straat, met hier en daar verweerde bakstenen gevels van voormalige socialistische bedrijven.

    In het kantoor van Vinted zijn ruimtes voor spelletjes en kinderopvang, yoga en krachttraining

    Ondertussen heeft Vinted een kantoor ingericht voor zijn ongeveer dertienhonderd werknemers dat nauwelijks eigentijdser kan zijn. Onder het plafond lopen zichtbare ventilatiesystemen en toevoerleidingen en op de bovenste verdiepingen ligt een tapijt van gerecyclede denimvezels. Voorwerpen die op rommelmarkten en in antiquairs op de kop zijn getikt versieren de verder sobere grijze en zwarte inrichting. Er zijn ruimtes voor spelletjes en kinderopvang, yoga en krachttraining. En: op het dak houdt iemand bijen. De voormalige garage is een bedrijf geworden dat net zo goed in Berlijn of Amsterdam gevestigd had kunnen zijn.

    De opmars van het bedrijf tot een van de meest succesvolle Europese digitale platforms en icoon van de Litouwse economie begon echter met een beslissing die bijna het einde betekende.

    Het was 2016 en Vinted was op dat moment alleen redelijk populair in Litouwen en Duitsland, waar het bekendstond onder de naam Kleiderkreisel. De kosten van het platform bedroegen een miljoen euro per maand, en er waren nauwelijks inkomsten, vertelt de derde oprichter Mantas Mikuckas in een videogesprek. ‘Daarom introduceerden we een vergoeding in Duitsland. Iedereen die een kledingstuk kon verkopen, moest ons 20 procent van de opbrengst geven. Dat leek ons redelijk – en de enige manier om onze kosten te dekken.’ Maar dat pakte rampzalig uit. Gebruikers haakten af, het bereik stortte in en het leek er even op dat de oprichters hun platform van de ene op de andere dag hadden geruïneerd.

    Redding

    ‘Onze investeerders adviseerden ons om het bedrijf te sluiten. We waren wanhopig, maar wilden niet opgeven,’ zegt Mikuckas. ‘Gelukkig hadden we kort daarvoor risicokapitaal opgehaald. De Duitse uitgeverij Burda was bijgesprongen, dus we hadden nog een kans.’ Het geld was genoeg voor acht maanden en een laatste poging. Mikuckas lacht als hij aan die tijd terugdenkt. ‘In deze crisis waren mijn aandelen niets meer waard, ik had een salaris van 1500 euro per maand. Wat had ik te verliezen?’ 

    De redding kwam uit New York: een van de investeerders kende een Nederlander die op dat moment niets te doen had, bekend was met het online verkopen van tweedehands spullen en net zijn laatste start-up in New York had verkocht: Thomas Plantenga. De oprichters leerden hem kennen in een videogesprek. In eerste instantie wilde hij niets weten van Vinted. New York verlaten? Voor een bijna-failliete start-up aan de oostelijke rand van Europa? Maar ze lokten hem voor een zomer naar Vilnius om een reddingsplan te ontwikkelen – en hij bleef. Tot vandaag.

    Een man in een oversized baggy broek en een dun shirt met lange mouwen buigt zich voorover naar een geschoren koningspoedel op de eerste verdieping van het hoofdkantoor van Vinted. Hij krabt hem, praat een tijdje tegen hem, gaat dan rechtop staan en borstelt zijn blonde, schouderlange haar achter zijn oor. Dit is Thomas Plantenga vandaag, CEO van Europa’s grootste online platform voor tweedehands kleding. ‘Ik was verrast dat de oprichters mijn reddingsplan accepteerden. Het was extreem. Ze moesten praktisch alles veranderen,’ zegt Plantenga terwijl hij gaat zitten voor het interview. ‘Maar ze waren dapper. En ik mocht ze wel. Daarom ben ik gebleven, aanvankelijk zonder salaris. Ik wilde alleen maar helpen. En naïef als ik was, dacht ik dat ik na een paar weken weer terug zou zijn in New York.’

    Vinteds voetafdruk

    Met elke tweedehands aankoop op Vinted wordt gemiddeld 1,8 kilo CO2 bespaard.

    De wereldwijde verkoop van tweedehands kleding steeg vorig jaar met 18 procent tot een waarde van 197 miljard dollar, volgens een rapport van GlobalData. In de VS groeide de tweedehands markt zeven keer sneller dan de totale modeverkoop. Behalve door het toenemende bewustzijn rond duurzaamheid en het gemak in gebruik komt dit ook doordat er meer gebruikte kleding wordt gekocht wanneer het dagelijks leven duurder wordt en het consumentenvertrouwen afneemt.
    Grote modemerken spelen in op deze trend. Zalando heeft bijvoorbeeld een categorie voor tweedehands kleding geïntroduceerd, terwijl Tommy Hilfiger een programma voor het inruilen en hergebruiken van kleding is begonnen.
    Een van de nadelen van de groei is het benodigde transport voor alle aankopen en het gevaar van overproductie. Vinted heeft naar de ‘ecobalans’ van het eigen platform gekeken en de emissiewaarden voor de productie van nieuwe kleding onderzocht. Aan de hand van die gegevens berekende het bedrijf de CO2-besparing, door de gemiddelde CO2-uitstoot van een nieuw kledingstuk te vermenigvuldigen met het aantal aankopen op Vinted dat een nieuwe aankoop vervangt.
    Deze besparing paste het vervolgens toe op alle transacties. Het resultaat: met elke tweedehands aankoop op Vinted wordt gemiddeld 1,8 kilo CO2 bespaard.
    Om de verzending milieuvriendelijker te maken, experimenteert het bedrijf momenteel met ‘Vinted Go’-stations in Frankrijk, België en Nederland, waar gebruikers hun bestellingen kunnen ophalen.
    Het is nog niet duidelijk hoe Vinted zijn eigen CO2-uitstoot (van onder meer zijn kantoren en servers) tot nul wil reduceren. Daarover zal het bedrijf dit jaar een plan presenteren.

    In plaats daarvan nam hij het roer van Vinted over. Hij ontsloeg bijna de helft van het personeel, sloot vestigingen buiten Litouwen en schafte de vergoedingen voor verkopers af. Als vervanging verschoof hij de kosten van de verkoper naar de koper op het platform. En na maandenlang gebruikersgegevens te hebben doorgespit op zoek naar tekenen van een kentering, realiseerde Plantenga zich dat het werkte.

    Er waren jaren waarin het er vooral om ging op de een of andere manier de eindjes aan elkaar te knopen. Tot 2018, toen Friday for Future en het nieuwe klimaatdebat het koopgedrag veranderden. Tweedehands kwam symbool te staan voor een bepaalde levenshouding, miljoenen mensen meldden zich aan bij het platform. En dat leidde tot het moment dat niemand bij Vinted, en waarschijnlijk in heel Litouwen, zal vergeten: in 2019 haalde het bedrijf opnieuw geld op bij investeerders – en werd het gewaardeerd op meer dan een miljard euro. Start-ups die zo ver komen, staan in de industrie bekend als ‘unicorns’, omdat ze zo zeldzaam zijn.

    Wederopstanding

    In dit opzicht is het verhaal van Vinted er ook een van wederopstanding. Het laat zien hoe kwetsbaar jonge bedrijven zijn, hoe makkelijk de poging om iets nieuws te creëren had kunnen mislukken. En dat de tijdgeest mede bepaalt of een nieuwe start slaagt. ‘Op een gegeven moment begon ik me te realiseren: Dit kan echt iets groots worden. Iets wat nuttig is voor de maatschappij. Kapitalisme kan hier bijdragen aan sociale vooruitgang,’ zegt Plantenga. Vandaag is het bedrijf ‘duurzaam winstgevend. Ik heb het over echt geld. Tweedehands is een winstgevende business en heeft nog steeds veel potentieel.’ 

    Managementconsultant PwC schat dat wereldwijd al in 2026 zo’n 200 miljard euro kan worden gegenereerd met tweedehands kleding. Dat zou goed zijn voor tien procent van de hele modemarkt.

    Om nog sneller te groeien, probeert Vinted nu de tweedehandsmarkt voor luxeartikelen te betreden: handtassen van Bottega Veneta, tweedehands voor 1600 euro, sneakers van Nike in samenwerking met het Off-White-label van wijlen sterontwerper Virgil Abloh voor 500 euro. Het oudste item ooit verhandeld op Vinted was een kist van Louis Vuitton uit 1860.

    Wie bij aankoop tien euro extra betaalt, kan een artikel van honderd euro of meer op echtheid laten controleren

    Maar zijn de items echt? Om daar zeker van te zijn, heeft Vinted een bedrijf in Hamburg overgenomen van 3000 vierkante meter en meerdere verdiepingen om te controleren of een koper niet wordt misleid. Vrachtwagenladingen aan pakketten uit heel Europa komen aan op de begane grond. Wie bij aankoop tien euro extra betaalt, kan een artikel van honderd euro of meer op echtheid laten controleren. Een sportschoen? Misschien niet de moeite waard. Maar een jasje van Gucci? Dan wel.

    Een voor een leggen werknemers de pakjes op een lopende band; als het stoplicht op groen springt, brengt een vorkheftruck ze naar de volgende verdieping. Daar wordt elk pakket geopend en de inhoud geregistreerd. In een plastic krat glijdt het pakket over een transportband naar de volgende kamer, waar een tiental mannen en vrouwen de items controleren. De locatie in Hamburg is ontworpen voor enkele duizenden zogenaamde ‘nepdetecties’ per dag, maar zoveel zijn het er zeker nog niet.

    Het hoofd van de eenheid pakt een handtas met het insigne van Louis Vuitton. Hij ruikt eraan, streelt de buitenkant en beoordeelt de kleur van de binnennaden. Zijn oordeel: nep. Het logo heeft de verkeerde grootte, het lettertype is niet precies hetzelfde als het origineel. Er lijkt een originele factuur te zijn bijgevoegd. Maar ook hiervan zegt de expert dat deze niet echt is. Het is het verkeerde papier. Wat nu? Vinted belt de politie niet, want er hoeft geen sprake te zijn van opzettelijke fraude: de verkoper kan zelf de dupe zijn van oplichting. Dus de tas wordt discreet teruggestuurd. En krijgt de koper zijn geld terug.

    Luxe

    Deze tweedehands luxemarkt is nog klein en geen enkel bedrijf heeft al bewezen dat het er op lange termijn geld mee kan verdienen. Maar Thomas Plantenga is ervan overtuigd dat het kan. Dat is de reden dat hij opnieuw miljoenen heeft geïnvesteerd in Hamburg. ‘We zijn nu een integraal onderdeel van de mode-industrie en zullen niet verdwijnen. Tweedehands is een stap in de richting van een circulaire economie – en wij maken deel uit van een langetermijnoplossing.’ 

    Dat is een behoorlijk groot statement. Maar niet alleen adviesbureaus, ook Greenpeace kijkt er zo tegenaan. Ecovezels zijn leuk en belangrijk, maar het centrale probleem in de industrie is overproductie, schrijft de milieuorganisatie. Een duurzame mode-industrie is alleen denkbaar als we erin slagen de cyclus af te remmen waarin steeds weer nieuwe producten op de markt komen. Ze spreken van ‘slowing the flow’; de goederenstroom vertragen. Tweedehands kan daarbij een sleutelrol spelen.

    En inderdaad gaven in een representatief onderzoek van Greenpeace Duitsers aan dat ze minder kleding bezitten dan vroeger. In 2015 was het gemiddelde 95 kledingstukken, sindsdien daalt het aantal gestaag. Vooral onder jongvolwassenen. Zij kopen niet alleen veel tweedehands kleding, maar bezitten ook aanzienlijk minder; gemiddeld hebben zij 74 jurken, broeken, shirts en sokken in hun kledingkast.