Er heerst nog veel weerstand tegen vrouwelijke vissers
In Japan doet een groeiend aantal visserijbedrijven een beroep op vrouwen om de gestage afname van het aantal arbeidskrachten tegen te gaan. Maar de sector ‘wordt op elk niveau door mannen gedomineerd en er heerst in Japan een culturele weerstand tegen vrouwen die op zee hun brood verdienen’, schrijft The Guardian.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Een deel van die weerstand is geworteld in folklore. Volgens volksverhalen wordt de godin van de zee ‘jaloers’ als vrouwen aan boord van een vissersboot gaan. De Japanse visserijsector heeft echter dringend arbeidskrachten nodig. Net als andere traditionele sectoren van de Japanse economie vergrijst en krimpt deze sector in gelijke tred met de bevolking. De gemiddelde leeftijd van een Japanse visser nadert de zestig; op sommige plaatsen is dat meer dan zeventig jaar. In 1961 had Japan 700.000 zeevissers in dienst, maar dat aantal was begin jaren negentig meer dan gehalveerd en in 2017 nog eens gehalveerd.
Volgens de meest recente vijfjaarlijkse telling, uitgevoerd in 2018, telt de sector nu slechts 87.000 werknemers, waarvan iets meer dan 11.000 vrouwen, of ongeveer 13 procent. Om dat te veranderen worden er in Tokio wervingsevenementen gehouden voor vrouwen die geïnteresseerd zijn in werken in de visserij, hoewel uit een onderzoek in 2023 bleek dat slechts ongeveer zestig van de driehonderd bedrijven die vacatures open hadden staan, zeiden dat ze vrouwen in dienst zouden nemen.
‘Er zijn banen in de visserij waarvan mensen vroeger dachten dat ze alleen door mannen konden worden gedaan, maar dat is nu niet meer het geval’, zegt Kumi Soejima, universitair hoofddocent aan de Setsunan-universiteit. ‘Mechanisatie en andere verbeteringen – zoals het plaatsen van toiletten op boten – hebben het veel gemakkelijker gemaakt voor vrouwen. Het enige wat nodig is, is een andere mentaliteit en een beetje vindingrijkheid.’
Groene energie stuit op dezelfde problemen als fossiele brandstoffen eerder: protesten vanuit de gemeenschap, vooral vanwege een bedreiging van de inkomsten. Wereldwijd lopen projecten hierdoor aanzienlijke vertraging op.
Projecten voor wind- en zonne-energie vereisen grote land- en wateroppervlakken, tot ongenoegen van plaatselijke boeren en vissers. Ze stuiten in toenemende mate op protesten waarmee ook fossiele-brandstofbedrijven jarenlang zijn geconfronteerd. Franse vissers hebben onlangs geprotesteerd tegen de aanleg van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark voor de kust van Bretagne.
Afgelopen juni omsingelden dertig plaatselijke vissersboten een torenhoog offshore installatieschip voor de kust van Bretagne om de aanleg tegen te houden van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark dat zal worden gerund door de Spaanse elektriciteitsmaatschappij Iberdrola SA. De vissers slaagden erin het schip te verjagen, wat heeft geleid tot een gerechtelijk onderzoek op last van Ailes Marines, de Franse poot van Iberdrola. De vissers zeggen dat ze zich tegen het project zullen blijven verzetten omdat het hen in hun levensonderhoud bedreigt door de verstoring van het visbestand en hun toegang daartoe.
‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal’
In bredere zin onderstrepen hun protesten een wereldwijd almaar toenemend probleem voor energiemaatschappijen en regeringen die de productie van duurzame energie willen opvoeren: groene-energieprojecten vereisen grote land- en wateroppervlakken en vormen daarmee een potentiële bedreiging voor de inkomsten van boeren en vissers. Het resultaat is dat op uiteenlopende locaties als Massachusetts, Zuid-Korea en Colombia de installatie van groene-energievoorzieningen met hetzelfde soort gemeenschapsbezwaren worden geconfronteerd als vroeger de producenten van fossiele brandstoffen.
Machtige tegenstanders
De protesterende groeperingen hebben met een scala van machtige tegenstanders te maken. Overal ter wereld zetten regeringen zich in voor de ontwikkeling van duurzame energie om de uitstoot van CO2 te verminderen. En aandeelhouders en rechters oefenen steeds meer druk uit op bedrijven om te investeren in groene energie. Zo bepaalde afgelopen mei een Nederlandse rechter dat Shell mede verantwoordelijk is voor de klimaatverandering en kreeg het bedrijf het bevel zijn CO2-uitstoot uiterlijk in 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019. Enkele uren later verwierf bij Exxon Mobil een Amerikaans hedge fund dat een klein belang in de oliegigant heeft en wil dat deze zich meer op duurzame energie richt, zetels in de raad van bestuur van het bedrijf.
Ook hebben de protesterende groeperingen het aan de stok met milieubewegingen, die vaak enigszins controversiële projecten steunen, zoals het windmolenpark voor de kust van Bretagne. Diezelfde regio werd in 1978 geconfronteerd met het scheuren van de romp van de mammoettanker Amoco Cadiz, een van de grootste olielekken uit de geschiedenis. ‘In die tijd zag ik vanuit mijn huis de enorme olievervuiling op het strand. Dat was voor mij de druppel,’ zegt Denez L’Hostis, erevoorzitter van France Nature Environnement, een koepel van Franse milieugroeperingen. Hij is voorstander van het Bretonse windmolenpark. ‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal,’ zegt hij.
Volgens de Bretonse vissers zal het project schadelijk zijn voor ruim zevenhonderd hectare sint-jakobsschelpgronden en kan het lawaai van het park veel vis- en schelpdiersoorten uit het gebied verdrijven. Daardoor worden volgens hen drieduizend banen bedreigd.
Volgens een woordvoerder van Ailes Marines kan de visserij doorgang blijven vinden in het gebied van het windmolenpark en heeft het bedrijf een budget van tien miljoen euro om eventuele vangstvermindering tijdens de bouw te compenseren. Ook zal het bedrijf de windmolenparken op grotere afstand van de sint-jakobsschelpgronden plaatsen en wordt het oorspronkelijk voorziene aantal van 100 windturbines teruggebracht naar 62. Daarmee zou vangst van sint-jakobsschelpen maar met 1,5 procent afnemen ten opzichte van het huidige niveau.
Mede-eigenaar
Maar de vissers willen dat het plan van tafel gaat. ‘Ik ben een voorstander van duurzame energie,’ zegt Jonathan Thomas, een van de protesterende vissers. ‘Maar ik heb het recht om mijn werk te beschermen, en dit project zal funest zijn voor de zeebodem.’
Offshore windmolenparken ondervinden overal op de wereld verzet van vissers, met verschillend resultaat. In de VS hebben vissers die vangstverlies vrezen bezwaar aangetekend tegen de bouw van het 2,8 miljard dollar kostende windmolenpark voor de kust van Martha’s Vineyard in Massachusetts. Maar in mei is er federale toestemming gegeven voor het project, dat het eerste grootschalige windmolenpark in de VS zal zijn, en de bouw zal naar verwachting binnen een jaar beginnen. Volgens een woordvoerder van de ontwikkelaar van het park, Vineyard Wind LLC, is de omvang ervan teruggebracht en is na overleg met de visserijsector geld opzijgezet voor verlies van apparatuur of inkomsten.
In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden
In Zuid-Korea heeft de visserij bezwaar aangetekend tegen plannen van de regering om kolencentrales door windmolenparken te vervangen. Minstens dertig projecten zijn door de protesten met vele jaren vertraagd.
Ook op het vasteland zijn projecten op het gebied van zonne-energie en geothermie vertraagd of zelfs geschrapt na protesten van boeren en anderen. Windmolenprojecten in Colombia en Mexico zijn herhaaldelijk tegengehouden – door middel van rechtszaken, betogingen en sabotage – door plaatselijke autochtone bevolkingsgroepen die zeiden dat ze onvoldoende werden gecompenseerd voor het verlies van hun voorouderlijke land. In 2017 werd de bouw van een windmolenpark in Kenia gestaakt nadat betogers een van de windmeetmasten hadden vernield en aannemers zich om veiligheidsredenen hadden teruggetrokken.
In veel gevallen krijgt de plaatselijke bevolking een aandeel in duurzame-energieprojecten. Zo zijn Zuid-Koreaanse boeren in regio’s waar windmolenparken zijn gebouwd in totaal voor 30 procent eigenaar van alle windmolenparken in het land, wat volgens schattingen van de regering jaarlijks maar liefst 230 miljoen euro aan dividend kan opleveren. Dit model is op meer systematische basis ingevoerd in Denemarken, waar 75 procent van alle windturbines die het land telt in particuliere handen is. In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden en vormt het dividend daarvan een aanzienlijke bijdrage aan de pensioenpot.
‘Onze ervaring is dat gemeenschappen zich minder snel tegen projecten zullen verzetten als ze mede-eigenaars zijn en betrokken bij het runnen ervan,’ zegt Molly Walsh, student duurzame energie bij Friends of the Earth Europe, een netwerk van Europese milieugroeperingen. ‘Wanneer ze op deze manier betrokken zijn, kunnen plaatselijke gemeenschappen zelfs zo ver gaan dat ze de projecten niet alleen accepteren maar actief steunen.’
Half april, aan het begin van de Ramadan, luidde Mustapha Zebdi, voorzitter van de Algerijnse Vereniging voor Consumentenbescherming (Apoce), al de noodklok over de stijgende voedselprijzen in Algerije. ‘In veel opzichten is deze Ramadan een van de moeilijkste in tijden. We bevinden ons nog steeds in een pandemie en in een moeilijke sociaal-economische situatie met een onstabiele markt.’ Zebdi had een vooruitziende blik, zo blijkt uit een bijdrage van columnist Kenza Adil, in TSA, een online nieuwsmedium uit Algerije. ‘We zien een nieuw scenario. Gewoonlijk stijgen de prijzen van groenten en fruit in Algerije aan het begin van de Ramadan en keren ze na de eerste week terug naar normaal niveau. Maar gedurende deze Ramadan heeft de opwaartse trend zich alleen maar voortgezet.’
Op de markten in hoofdstad Algiers die Adil vorige week bezocht waren de prijzen allesbehalve gedaald. Sterker nog, schrijft Adil, de prijzen grenzen soms aan het onfatsoenlijke. Fruit is onbetaalbaar. Vers aangevoerde kersen worden verkocht voor bedragen tussen de 2.500 en 5.000 Algerijnse dinar (15 tot 30 euro) per kilo. Een kilo lokaal geteelde appels kost 900 dinar (5,50 euro), perziken gaan voor 750 dinar (4,60 euro) en nectarines voor 850 dinar(5,20 euro).
‘Mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren’
De mensen die Adil op de markten spreekt, zijn vol ongeloof: ‘Ondanks alle beloftes van de overheid over prijsbeheersing, zijn de prijzen nog nooit zo absurd hoog geweest,’ zegt een zestigjarige. ‘Kijk nou. Alles is er, maar alleen de rijken kunnen hun manden vullen en mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren. Er is geen genade voor ons, zelfs niet tijdens de heilige maand! Ik kan alleen nog op God vertrouwen, dat is alles!’
Op alle markten is het verhaal hetzelfde: er is een grote keuze uit groenten en fruit, maar die is onbetaalbaar voor grote lagen van de bevolking. Volgens een verkoper zijn het vooral buitenlanders die zijn producten kopen. ‘Die hebben meer koopkracht.’
Het leed is te lezen in de ogen van de mensen die over de markt dwalen, schrijft Adil. Veel mensen kopen nu slechts zeer kleine hoeveelheden. ‘Vroeger was alleen het vlees te duur. Nu kunnen we onze mand niet eens met groenten vullen,’ zegt een man tegen hem. ‘En wat fruit betreft, zelfs het zogenaamde seizoenfruit is een luxe geworden.’ Een vrouw mengt zich in het gesprek: ‘Over welk fruit heb je het? De bananen die uit Ecuador komen, kosten evenveel als een kilo mispels die hier worden geproduceerd. Dit gaat nergens meer over!’
‘Sinds enkele maanden zijn de prijzen van alle consumentenproducten onderhevig aan aanzienlijke inflatie’, schrijft Adil. ‘Met ongekende prijsstijgingen bracht Ramadan de genadeslag toe aan de middelste lagen van de bevolking. Bij gebrek aan controle, gaven handelaren zich over aan hectische speculatie en ze legden hun dictaat op. Zullen deze idiote prijzen nu kalmeren na Ied al-Fitr [het Suikerfeest]?’ Algerijnen zullen na vandaag, als de Ramadan eindigt, antwoord krijgen op die vraag.
Biden beschuldigt Rusland van cyberaanval
De Amerikaanse president Joe Biden beschuldigt hackers, ‘gevestigd in Rusland’, van de recente cyberaanval op Amerikaanse pijpleidingen. ‘Op dit moment hebben onze inlichtingendiensten geen bewijs van Russische betrokkenheid’, zei de Amerikaanse president, maar ‘er zijn aanwijzingen dat actoren en eisers van ransomware zich in Rusland bevinden’.
De federale politie zei eerder in een verklaring dat het Darkside-netwerk verantwoordelijk was voor de aanval vorige week op de netwerken van Colonial Pipeline, een van de grootste Amerikaanse beheerders van pijpleidingen, die bijna de hele oostkust van benzine en diesel voorziet, aldus CNN. Door veel experts wordt de criminele groep Darkside ervan verdacht onder een hoedje te spelen met Moskou.
Om de infrastructuur te beschermen heeft Colonial Pipeline afgelopen vrijdag alle operaties stopgezet, waardoor de olievoorziening in het noordoosten van het land in gevaar komt. De situatie blijft ‘wisselvallig’, liet het bedrijf maandag weten. Het netwerk zal ‘gefaseerd’ worden heropend, met als doel de meeste activiteiten tegen het einde van de week weer te kunnen hervatten.
Win-winsituatie als Groot-Brittanië de oorlog met Frankrijk verliest
Columnist Ed Cumming betoogt op humoristische wijze in The Guardian dat Londen hoe dan ook verslagen tevoorschijn zal komen uit de visserij-oorlog met Parijs. Hij vindt dat aanbevelenswaardig.
‘Als deze week iets heeft aangetoond’, schrijft Cumming, ‘is het dat oorlog met Frankrijk een van de weinige dingen is die de steun van alle partijen geniet. Brexiteers zijn blij omdat ze vooral hunkeren naar gewapende conflicten met de arrogant frogs [‘frogs’ is de Britse scheldnaam voor Fransen]. Remainers zijn blij omdat ze altijd zeggen dat Brexiteers hunkeren naar een gewapend conflict met de arrogant frogs, en ze hunkeren naar gelijk, ook al strijden ze voor een verloren zaak.
‘In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid’
Behalve dan geld krijgen van de overheid om niet te werken, was het de afgelopen jaren moeilijk om een ander idee te vinden dat door iedereen met zoveel enthousiasme wordt omarmd. In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid.
Ik heb net zoveel zin in het conflict als ieder ander, tenzij je op het Isle of Wight woont, maar ik ben bang dat onze bewindvoerders niet goed hebben nagedacht over de implicaties. Want er zal maar één winnaar zijn: Frankrijk. Ondanks al het gepraat over overgave door de Fransen, kunnen er geen duidelijkere lessen uit de geschiedenis worden getrokken. Telkens als wij Frankrijk versloegen, in de Napoleontische of Zevenjarige Oorlogen, deden we dat met Duitse hulp. Als we het alleen probeerden te doen, moesten we naar huis rennen met onze bulldogstaartjes tussen de benen; tijdens de Honderdjarige Oorlog, de oorlog van 1778, de Normandische verovering. Ik weet niet zeker of mevrouw Merkel daar op zit te wachten.
Hoop
Er zullen enkele vroege momenten van hoop zijn. Onder leiding van Dominic Raab in volledige uitrusting met scheenbeschermers, zal de SAS [de Britse commandotroepen] met parachutes uit hun vliegtuigen springen en onze voorouderlijke drankmagazijnen aan de overkant van het Kanaal in beslag nemen. De burgers van Calais zullen onder dwang les burgers Anglais krijgen die ze in de jaren 90 zo grof hadden durven weigeren [Burger King sloot in 1997 negenendertig restaurants in Frankrijk wegens gebrek aan belangstelling].
Maar het zal niet lang duren. Na verloop van tijd zal het Vreemdelingenlegioen door Oxford Street marcheren, terwijl hun generaals Mr. Bean-dvd’s en Oasis-albums plunderen uit het rokende wrak van winkelketen HMV. Rowan Atkinson zal uiteindelijk in de stijl van Saddam uit zijn bunker worden gehaald, en worden gedwongen om twintig uur per dag Mr. Bean-sketches op te voeren. De koningin zal worden verbannen naar Balmoral in de nieuwe onafhankelijke vazalstaat Schotland, en worden vervangen door marionet Arsène Wenger als overgangsleider. Als Macron uiteindelijk zijn nieuwe onderkomen aan Downing Street binnenstapt, zal hij meewarig zijn hoofd schudden over de verdorven extravagantie van het aanwezige behang, die laatste ademtocht van de huidige kwaadaardige en corrupte regering.
Mijn familie is komen aanwaaien in 1066 en ik ben in tweestrijd. Ben ik blij dat we de oorlog met Frankrijk zullen verliezen? Het is moeilijk te zeggen. Volgens hun gewoonte zullen onze nieuwe leiders elke open plek van elk plukje gras ontdoen en het vervangen door dat rare roze grind waar ze zo geobsedeerd door zijn. Eton behoudt zijn naam, maar zal een nieuwe rol krijgen als Ecole Technocratique Nationale.
Omdat onze vakantiesteden niet langer in staat zullen zijn zich te profileren in patriottische oppositie met hun Franse tegenhangers, zullen ze verlaten worden, met desastreuze gevolgen voor de huizenprijzen. Marmite- en baked beans-fabrieken zullen worden opgeblazen. In plaats van een Byzantijnse dans van samenzwering en interviews, zal de nieuwe serie van Line of Duty een zes uur durende versie worden van geile studenten die door agenten in elkaar worden geslagen. Nu Daft Punk is opgeheven, zal er geen hoofdact voor Glastonbury zijn. Koffie wordt ondrinkbaar en, vreemd genoeg, thee ook.
‘Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn’
Maar het zal niet allemaal zo beroerd zijn. Frankrijk wordt soms omschreven als een paradijs dat wordt bevolkt door mensen die denken dat ze in de hel leven, het tegenovergestelde van Surrey, dus. Er zullen voordelen zijn: een gekookt ontbijt wordt verboden, en worden vervangen door een ontbijt op kamertemperatuur en lunch wordt verplicht. Pret a Manger wordt in beslag genomen door de staat, tijdelijk worden omgedoopt tot Ready to Eat en vervolgens met de grond gelijk gemaakt om anderen een kans te geven. Gekonfijte eend uit blik hoeft niet meer in de kofferbak van gezinsauto’s te worden gesmokkeld, maar zal in elke kiosk verkrijgbaar zijn.
Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn. De prijs van Greggs worstenbroodjes zal door de staat worden gelimiteerd. Het zal geld kosten om op de snelwegen te rijden, maar ze zullen allemaal in uitstekende staat zijn.
In plaats van onze politici te berispen voor buitenechtelijke escapades, worden we gedwongen ze te bejubelen en in plaats daarvan zullen we iedereen uitschelden die de fout maakte met hun geliefde te trouwen. Het zal onmogelijk zijn om een baan te krijgen, maar ook om ontslagen te worden. Iedereen zal minder werken, maar op onverklaarbare wijze productiever zijn. Iedereen gaat op 62-jarige leeftijd met pensioen, behalve machinisten die al op 52-jarige leeftijd met pensioen gaan. Alle ouders krijgen toegang tot goedkope kinderopvang. We zullen een volkslied hebben met een herkenbaar deuntje.
Als we de oorlog met Frankrijk verliezen, is Engeland de winnaar.’
In de Spaanse regio Galicië verdienen visstropers goud geld aan mosselen, scheermessen en coquilles. Hun buit vindt zijn weg naar restaurants, visafslagen en visverwerkingsbedrijven. ‘Ze zijn erger dan de drugshandelaren,’ zegt een kustwachter.
‘Mijn strandvilla heb ik betaald van de opbrengst van de verkoop van scheermessen.’ Aan het woord is Ramón (pseudoniem), een van de grote jongens van de illegale visvangst aan de kust van Galicië. Ooit heeft hij in één nacht wel 140 kilo scheermessen buitgemaakt, aldus Ramón, geboren en getogen in Rías Baixas, waar hij nog steeds woont. We zitten te praten op het terras van een bar waar de regen hard op de overkapping klettert. ‘Op mijn achtste ben ik begonnen. Mijn vader is zeeman, als kind werd ik op zee aan het werk gezet.’ Het verschil is dat Ramón besloot te vissen zonder vergunning: hij vist illegaal en verkoopt zijn vangsten in het zwarte circuit. Ramón is zeevruchtenstroper.
Behalve op scheermessen vist hij op coquilles en zwemkrabben. Hij duikt met en zonder zuurstoffles. ‘Terwijl ik naar de bodem zwem houdt een auto de omgeving in de gaten en post er iemand bij het water. In vier à vijf uur halen we gemiddeld zo’n zestig kilo op. Mijn record is zes uur achter elkaar duiken zonder zuurstoffles.’
Halverwege de jaren negentig heeft Ramón miljoenen verdiend met illegale visserij. Hij kocht er een villa, een appartement in la Coruña en een in Santiago de Compostela van. ‘Alert zijn, dát is de truc. Ik kijk voortdurend in mijn achteruitkijkspiegel. Als ik drie keer achter elkaar dezelfde auto zie, smeer ik hem. En ik duik bijna altijd ’s nachts om een uur of drie. We zijn standaard met vier of vijf man. We hebben de boel strak georganiseerd.’
Dat de zeevruchtenstropers hun zaakjes goed geregeld hebben blijkt uit het feit dat de Guardia Civil en de Servizo de la Xunta de Galicia, de kustwacht van Galicië, de laatste jaren strijd voeren (soms al te letterlijk) tegen wat steeds meer gaat lijken op georganiseerde misdaad: de nieuwe maffia van de Galicische kust.
Gegevens van de Consellería do Mar de la Xunta de Galicia, het Departement Visserij Galicië, laten zien dat er in 2016 73.140 kilo illegale visvangst werd onderschept. Vorig jaar liep dat cijfer op naar 175.074 kilo.
‘Dat we in Galicië een probleem hebben kunnen we niet ontkennen, maar de situatie is niet dramatisch,’ zegt Lino Sexto, onderdirecteur van de kustwacht van Galicië. ‘We hebben vooruitgang geboekt in de strijd tegen een oud probleem waartegen het moeilijk optreden is. Visstroperij is pas sinds de wetsherziening van 2015 een misdaad waar gevangenisstraf op staat. Tot nu toe is nog geen enkele stroper achter de tralies beland. Ze betalen liever een boete. Sommigen voelen zich onaantastbaar,’ aldus Lino.
In Muxía, een vissersdorpje aan de Costa da Morte, vertelt de gepensioneerde eendenmosselvisser Moncho do Pesco dat de stropers in speedboten met zware motoren aan komen varen. ‘Ze duiken naar de rotsen die onder het wateroppervlak liggen en plukken ze kaal. In één nacht kunnen ze zesduizend euro verdienen en ze gaan een derde van het jaar op pad. Tel uit je winst!’
Moncho legt uit dat ze over land en over zee komen. Ze posten, soms zelfs gewapend met stokken en knuppels, op strategische plekken, waarna ze weer vertrekken met kratten vol eendenmossels. ‘Net als die lui die smokkelen.’
‘Ze zitten overal, maar hoeven dit niet te doen. De georganiseerde visstroperij levert veel meer geld op dan de tabaks- en drugssmokkel’
Suso is controleur van de vissersgilde San Telmo de Pontevedra. De vissersgildes in Galicië zijn verplicht om om de beurt de kust te inspecteren op illegale vispraktijken. Op veel kustplekken wordt die afspraak niet nageleefd, en waar men dat wel doet maken de controleurs geen schijn van kans tegen de stropers. ‘Maffiosi zijn het, schrijf dat maar op: maffiosi!’ schreeuwt Suso boos, terwijl hij in de haven van Campelo een touw van zijn vissersboot losgooit. ‘Vorige maand hebben ze mijn auto in de fik gestoken en vorige week moesten de koplampen van mijn andere auto het ontgelden. Gisteren werd ik aangevallen en zijn mijn brillenglazen gebroken. Ze zijn nog erger dan drugshandelaren!’ schreeuwt Suso, ons gesprek afkappend.
In Galicië heb je zeevruchtenstropers die illegaal een paar kilo eendenmosselen en zwemkrabben vangen om te overleven. Het is kruimelwerk vergeleken met de tonnen zeevruchten die de grote jongens zwart verkopen en de duizenden euro’s die ze ermee omzetten. Ze verkopen vooral venusschelpen, coquilles en scheermessen, want die worden het hele jaar door gegeten en leveren het meeste geld op.
‘Ze zijn goed georganiseerd, verdienen tonnen en lopen er gewoon mee te koop. Ze rijden in dikke auto’s, varen in zware boten en schaffen appartementen aan. Ze gedragen zich als drugshandelaren,’ vertelt een lid van een vissersgilde. ‘En een paar zijn dat ook. Ze houden zich bezig met drugshandel, tabaksmokkel en visstroperij. De Os Fanchos-clan, bijvoorbeeld, van die kerel die Diana Quer heeft vermoord. Ze zitten overal, maar hoeven dit niet te doen. De georganiseerde visstroperij levert veel meer geld op dan de tabaks- en drugssmokkel.’
‘Het probleem is dat bijna iedereen weet wie ze zijn,’ zegt Lino Sexto. ‘Stropen is de normaalste zaak van de wereld, het wordt in Galicië geaccepteerd. Die lui werken niet in de luwte, integendeel, ze houden van machtsvertoon. Door de storm lag een paar dagen geleden het hele strand bezaaid met coquilles. De mensen wisten er wel raad mee. Maar zelfs de burgemeester beweerde dat zoiets normaal was. En hij is nog wel bioloog! De mensen beseffen niet hoeveel schade illegale visvangst aanricht,’ aldus Lino.
Ook in Muxia zegt Moncho heel goed te weten wie zich bezighoudt met de illegale vangst van eendenmosselen. ‘Wat kan ik doen? Ruziemaken met die lui? Dat is mijn werk niet.’ In de stad la Coruña hoort de clandestiene verkoop van coquilles tot het straatbeeld. In een halve ochtend hebben de stropers hun buit op straat verkocht.
Onder controle
‘Een paar jaar geleden hadden we veel problemen op de O Burgo, de riviermond die vlak bij la Coruña ligt,’ vertelt kustwachter Enrique Rodríguez. Verschillende families jatten daar venusschelpen en gebruikten hun kinderen als schild tegen ons. Ik kreeg klappen en hield er een kapotte wenkbrauw aan over. Een tijdje geleden was er zelfs een vuurgevecht met de Guardia Civil.’
Ook Javier – hij wil evenmin met zijn echte naam in de krant – stroopt zeevruchten. Maar hij maakt geen grote omzet, zoals Ramón. ‘Ik doe dit om een boterham te verdienen. Wat doe ik verkeerd? Ik werk alleen maar. Wat heeft de kustwacht met mij te schaften? Een paar van ons zijn gewelddadig, voor het overgrote deel zijn we eerlijke mensen die de kost willen verdienen voor onze gezinnen.’
In de haven van Marín, vlakbij Pontevedra, nodigt Enrique ons uit voor een tochtje op de Irmáns García Nodal, een van de vaartuigen die de kustwacht inzet op zijn kruistocht tegen de illegale visserij. Stuiterend over de golven van de rivier legt Enrique uit dat de kustwacht acht uitvalbases heeft langs de hele kust. ‘Ze verlinken elkaar om de haverklap. We krijgen aan één stuk door informatie doorgespeeld. Dat gaat van: hé, die gaan vanavond op stap, en die hebben geen vergunning. We hebben onze informanten.’
Volgens Ramón gaat de informatie beide kanten op. ‘Ik weet precies op welke dagen en om hoe laat de kustwacht uitvaart. Wij hebben daar onze mannetjes zitten. De boel is onder controle,’ vertelt Ramón glimlachend. En als de kustwacht toch onverwacht komt, dan krijgen ze hen nooit te pakken. De stropers hebben de krachtigste motoren van de hele riviermond.
‘We moeten ons richten op de handelsstromen, daar draait het om,’ verzekert Lino Sexto me. De stropers raken hun handel probleemloos kwijt. ‘Ik verkoop mijn visvangst aan de beste restaurants in la Coruña en Santiago. Als ik namen noem dan val je van je stoel,’ vertelt Ramón. ‘Ik lever wat ze bestellen, de rekening gaat op naam van een collega beroepsvisser en klaar is Kees.’
Onderdeel van het probleem is dat de illegale vangst wordt afgezet bij kwekerijen, visverwerkingsbedrijven en visafslagen. Veel zeevruchtenstropers hebben een vergunning, en anders heeft iemand anders uit de groep er wel een. De vangst zit overal en nergens. ‘Wee de dag dat er serieus onderzoek wordt gedaan naar de visverwerkingsbedrijven in Galicië,’ zegt Ramón.
Hij doet zijn verhaal in een restaurant in Rías Baixas. Als ons gesprek is afgelopen staat hij op en wijst naar een leeg aquarium waar zeevruchten in horen te zwemmen. ‘Weet je waarom dat ding leeg is?’ Niet Ramón zelf maar de ober van het restaurant geeft uitleg: ‘Je hebt ons al een maand niets gebracht!’ Iedereen schiet in de lach.
‘Niemand geeft elkaar aan en iedereen laat het gebeuren, omdat iedereen boter op zijn hoofd heeft’
Niemand van de vele leden van de vissersgilde Costa da Morte is bereid te praten. Een voor een weigeren ze een interview als ze horen dat het over de illegale visvangst gaat. Nadat meer dan een dozijn mannen heeft bedankt, komt er een die ook anoniem wil blijven. Hij fluistert: ‘Weet je waarom niemand wil praten? Omdat de meeste vissers zich niet aan de regels houden, ze hebben allemaal boter op hun hoofd. Zij stropen net zo goed.’
‘De meeste, zeg je?’ vraagt Ramón, de zeevruchtenstroper uit Rías Baixas. ‘Het is honderd procent, dat weet ik zeker. Zij zijn de echte maffia.’
‘Vijfennegentig procent van de overtredingen en van het probleem komt daar vandaan,’ zegt Lino Sexto. ‘De vangst, het volume, de quota vormen een groot probleem.’ De visser van de Costa de Morte gaat verder waar hij gebleven was: ‘Iedereen belazert hier de boel en trekt zijn eigen plan. Er is geen commitment, geen eensgezindheid. Zo gaat dat in Galicië. Niemand geeft elkaar aan en iedereen laat het gebeuren, omdat iedereen boter op zijn hoofd heeft.’
‘Er is geen werkelijk besef van wat het probleem behelst,’ vult Lino aan. Ramón de stroper maakt het fijntjes af: ‘Nooit heeft men een serieuze poging gedaan om zich daar bewust van te zijn. Als men het echt goed zou doen, als de zeevruchtenvissers een goede opleiding zouden krijgen, dan was dit probleem in twee dagen opgelost.’
Rond de Straat van Gibraltar en in de Golf van Cádiz leven al vijfduizend jaar orka’s. Omdat de unieke groep dreigt uit te sterven, komt er nu een reservaat.
Al sinds de tijd van de Feniciërs, die vijfduizend jaar geleden de Middellandse Zee bevoeren, worden orka’s beschreven als bloederige monsters. Zo deden legenden de ronde dat ze ’s zomers walvissen zijn, maar ’s winters veranderen in wolven die het vasteland onveilig maken. Tegenwoordig worden de dieren in films en boeken gretig gecast in de rol van killer whale.
Die kwalificaties gaan in elk geval niet op voor de Iberische orka, die rond de Straat van Gibraltar en in de Golf van Cádiz leeft, en waarvan nog maar vijf families over zijn. Het is een unieke populatie, genetisch geïsoleerd van andere groepen, zoals die in de Noordzee of rond de Canarische Eilanden. ‘Het toekomstbeeld voor deze ondersoort is somber,’ vertelt Renaud Stephanis, die ondanks zijn Franse voor- en achternaam een van de grootste Spaanse kenners is van deze orkapopulatie.
In tegenstelling tot hun soortgenoten bij Baja California en Patagonië eten deze orka’s geen walvissen, haaien of dolfijnen. En natuurlijk eten ze ook geen mensen. Wel delen ze met de mens een voorkeur voor de bedreigde rode tonijn. Zodra de orka’s een groep van deze prooidieren bespeuren, verdelen ze zich in groepen van zeven die op een afstand van 100 tot 150 meter van elkaar gaan zwemmen. Vanuit deze positie vormen ze een soort onzichtbaar net en achtervolgen ze de tonijnen met hoge snelheid totdat deze uitgeput zijn, precies zoals wolven dat doen met hun prooi.
In de ondiepe kustwateren bij Barbate of Cádiz duurt zo’n achtervolging meestal rond de dertig minuten. De orka’s duiken nooit in water dieper dan driehonderd meter, omdat ze niet zijn aangepast aan grotere diepten.
Aan het hoofd van elk van de vijf orkafamilies staat een vrouwtje, de matriarch. Zij is het kompas van de kudde en de andere dieren volgen haar. ‘Dankzij hun genetische zuiverheid zijn deze 59 exemplaren uniek in de wereld, maar hun genetische isolatie betekent ook dat ze ernstig worden bedreigd,’ vertelt Stephanis. Bedreigingen voor de orka’s zijn de verslechtering van hun habitat, het lawaai dat vrachtschepen en toeristen produceren onder water en seismische boringen met wetenschappelijke doeleinden. Ook hebben ze veel last van virussen, bacteriën en parasieten, die door de vervuiling van de oceaan goed gedijen. Verder kunnen ze nog allerlei andere aandoeningen oplopen, zoals de ziekte van Hodgkin, een type kanker dat het immuunsysteem aantast, evenals ernstige aderverkalking in de kransslagaderen.
‘Dat bemoeilijkt het overleven van deze prachtige zeedieren nog meer,’ waarschuwt Stephanis. Hij gaf leiding aan het onderzoek, dat uitgevoerd werd door dr. Ruth Esteban Pavo.
‘Deze dieren leven al duizenden jaren zij aan zij met de visserij’
Voor de Spaanse regering was het onderzoek aanleiding om groen licht te geven aan het een plan ter bescherming van de orka in de Straat van Gibraltar en de Golf van Cádiz. Er is een natuurreservaat aangewezen met een oppervlakte van 151.061 hectare, tussen de inham van Barbate, Conil, en Banco Majuán (een verzonken eiland in de Straat van Gibraltar).
Wat gebeurt er met visgronden binnen de aangewezen zone? Stephanis: ‘Geen probleem, vissers kunnen er gewoon doorgaan met op tonijn vissen, net zoals ze altijd hebben gedaan. Deze orka’s leven al duizenden jaren zij aan zij met de visserij.’
Het plan om de populatie te beschermen komt vijftien jaar nadat wetenschappers voor het eerst alarm sloegen. Er werken tien specialisten aan mee (zes van het ministerie van Landbouw, Visserij en Milieu en vier van de groep CIRCE, die bestaat uit wetenschappers die gespecialiseerd zijn in marien natuurbehoud. Zij legden meer dan 80.000 kilometer af en analyseerden meer dan 200.000 foto’s van rugvinnen van orka’s. De onderzoekers gebruikten satellieten om de dieren te volgen en voerden meer dan twintig biopsieën uit om genetische data en resten van toxische stoffen te extraheren.
Geen zorgen
Marien biologen maken zich zorgen over de toename van het door de scheepvaart geproduceerde lawaai onder water. Uit onderzoek blijkt dat dit bij orka’s ‘gedragsveranderingen en fysieke schade kan veroorzaken’. Zo kan het ‘vocalisaties veranderen of onderbreken, zwemroutes in de war sturen en tijdelijke of permanente verwondingen aan het gehoor toebrengen, waaraan de dieren zelfs kunnen sterven’.
Anders dan in films maken de bewoners van Conil, Zahara en Barbate zich geen zorgen over de orka’s vlak bij hun stranden. Op veel plekken worden de dieren op minder dan honderd meter van het strand gesignaleerd. Vrouwelijke dieren kunnen in elke tijd van het jaar bevallen, altijd van één jong. Voor hun overleven zijn ze sterk afhankelijk van de stand van de rode tonijn. Vier van de vijf families leven uitsluitend van deze prooidieren, die ze zo nu en dan wel eens van vissers stelen. Een vijfde familie, die door de hele Golf van Cádiz patrouilleert, heeft een gemengd dieet: naast tonijn eet deze groep ook andere vissoorten.
Omdat het risico op uitsterven nog altijd niet is geweken, heeft CIRCE genetisch materiaal verzameld van de orka’s in de Straat van Gibraltar en de Golf van Cádiz. ‘Daarmee zijn ze niet gered, maar de soort gaat dan tenminste niet helemaal verloren,’ licht Stephanis toe.
Opgericht in 1989 met de missie serieuze onderzoeksjournalistiek te bedrijven, maar slaat soms door naar de sensationele kant. Kiest geen duidelijk standpunt in het politieke spectrum, wat soms verrassende inzichten oplevert.
Nu de populaire viswateren en -soorten vrijwel zijn uitgeput, moet de industriële visserij uitwijken naar alternatieven. Zo schuimt de Chinese vloot de kusten van Zuid-Amerika af op zoek naar inktvis.
Zeemeeuwen zwenken krijsend rond de visserspier Caleta Portales in de Chileense havenstad Valparaíso, terwijl zeeleeuwen afwachtend op de golven drijven. Vissers sjorren hun boten uit het water, ontdoen hun netten van de magere vangst en sjokken naar een politieke bijeenkomst in een duistere ruimte die alleen verlicht wordt door een powerpointpresentatie. Vlakbij verkondigt een reeks witte spandoeken een uitdagende boodschap in grote rode letters: ‘NEE tegen de industriële inktvisvangst!’
Tot een jaar of twintig geleden zouden deze Chileense vissers niet geïnteresseerd zijn geweest in inktvis. Voor hen telden alleen makreel en heek. Arme gezinnen in Valparaíso aten enchilada’s met loco, een groot zeeoorachtig schelpdier, dat op elke straathoek bij een karretje werd verkocht.
Maar de zee is veranderd. Overbevissing bedreigt de eens zo overvloedige visvoorraden en de vissersgemeenschappen die daarvan afhankelijk waren. Inktvis is de nieuwste hulpbron in de oceaan die door mensen wordt geëxploiteerd – en het is ook een van de laatste.
Afgelopen zomer schatte de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties dat van de commerciële visbestanden die het bijhoudt 90 procent overbevist of geheel weggevist is, waaronder de tien commercieel meest productieve soorten. ‘We vissen steeds dieper in de oceaan, en steeds verder weg,’ zegt zeebioloog Edgardo Fuentes van de Chileense Universidad Austral. ‘Wanneer de ene soort verdwijnt, gaan we de volgende overbevissen.’
De Chileense loco, waarvan in de jaren tachtig ten behoeve van de export te veel werd gevangen, is vrijwel verdwenen. Aan het eind van de jaren negentig vingen Chileense vissers acht keer zoveel makreel als werd aanbevolen om de makreelstand op peil te houden. Over de hele wereld kwamen de makreelbestanden vanaf 2006 in een vrije val terecht. Ook bestanden van andere vissoorten zijn snel afgenomen.
De oudere vissers van Valparaíso verdienden hun brood met het vangen van heek. Deze witte vis was een belangrijke pijler onder de Chileense export, tot de bestanden van deze soort begin deze eeuw werden gedecimeerd, als gevolg van overbevissing. ‘Tegenwoordig is er nog maar heel weinig heek. Niet alle schepen varen nog uit,’ klaagt Juan Gómez, die met zijn 64 jaar grotendeels is gestopt met vissen, maar de onofficiële dichter van de kades blijft. ‘Ik ben verliefd op de zee, ik ben een visserszoon. Het is moeilijk om voor andere dingen te werken.’
Armeluisloco
Inktvis neemt nu de plaats in van de verdwijnende vissoorten. In Valparaíso zijn de kleine vissers die vanuit Caleta Portales werken voor de helft van hun inkomen afhankelijk van inktvis. En bij de karretjes worden nu enchilada’s verkocht met inktvis, die de plaatselijke bewoners loco de los pobres noemen, oftewel armeluisloco. Zelfs Corpesca, het grootste visconglomeraat van het land, richt zich nu op inktvis. Tot woede van veel Chileense vissers kreeg Corpesca door een nieuwe visserijwet in 2012 een permanent quotum voor 20 procent toebedeeld.
Visserijstatistieken zijn vaak onbetrouwbaar. In gebieden waar de visvangst is gereguleerd, geven vissers vaak te weinig vangst op, om de quota te ontduiken. Op de open oceaan telt niemand wat er gevangen wordt. En bedrijven in China, dat 18 procent van de wereldwijde wilde visvangst voor zijn rekening neemt, geven soms te hoge vangsten op, om te voldoen aan de economische groeidoelstellingen van Beijing en zo in aanmerking te komen voor subsidies.
Meer dan de helft van de vangst door de Chinese vissersvloot buiten de eigen territoriale wateren bestaat nu uit inktvis. Wat de Chinese schepen vangen, eet de wereld. De helft van alles wat Chinese vissers in internationale wateren vangen, wordt weer uitgevoerd, naar Europa, Noord-Azië, en Amerika. De FAO schat dat inktvis in 2013 ongeveer 6 procent van de wereldzeevoedselhandel vormde, terwijl dat volgens Chinese schattingen dichter bij de 9 procent ligt. De twee meest gevangen soorten inktvis stonden tussen 2003 en 2013 samen op de elfde plaats van de meest gevangen zeedieren; in 2014 was inktvis gestegen tot de op zes na meest gevangen soort.
Omdat de bestanden in de wateren ten oosten van Siberië sterk zijn afgenomen, is de Chinese vissersvloot inmiddels al opgerukt tot Patagonië. Langere reizen hebben een uitbreiding in capaciteit met zich meegebracht. ‘De volumes zijn groot in Zuid-Amerika. We hebben grote volumes nodig om geld te kunnen verdienen, want de kosten zijn hoog,’ zegt Hu Shibao, directievoorzitter van CNFC Overseas Fisheries Co, een onderdeel van het grootste Chinese staatsvisconglomeraat. De bestanden van de Argentijnse kortvininktvis zijn sterk gaan fluctueren, waardoor de plaatselijke vissers gingen klagen dat de Chinese schepen die vlak buiten hun wateren werken, de vangst voor hun neus wegkaapten.
Ondertussen heeft een deel van de Chinese vloot zijn werkterrein verlegd naar Peru en Chili, op zoek naar de vliegende jumbo-inktvis, een belangrijk exportproduct van Peru. Die smaakt minder lekker, maar Chinese verwerkers hebben een manier gevonden om het verschil te maskeren. Afgelopen maart vuurde de Argentijnse kustwacht in de eigen territoriale wateren op een Chinese vissersboot, en bracht die tot zinken.
Een halve wereld verwijderd van Valparaíso is de dynamiek van de overbevissing en inktvis het duidelijkst zichtbaar in Zhoushan, de archipel aan de oostkust van China die de thuisbasis vormt voor 70 procent van de Chinese inktvisvloot. De eilanden liggen in een gebied dat ooit werd beschouwd als een van de rijkste visgronden ter wereld, op de plek waar het modderige water van de Hangzhoubaai de Oost-Chinese Zee ontmoet, even ten zuiden van Shanghai.
‘De afname van de visstand was hier extra opvallend,’ zegt Chen Wei, onderdirecteur van de goederenbeurs in Zhoushan. ‘Doordat de vis hier is verdwenen, zijn wij de afgelopen jaren het centrum van de overzeese visvangst geworden. Dit was in het verleden een groot vissersgebied en daarom is de verwerkingsindustrie sterk ontwikkeld, en zo is Zhoushan de belangrijkste plek voor het verwerken van inktvis geworden.’
Beijing is bang dat de ineenstorting van de lokale visserij zal leiden tot banenverlies in de visverwerkende industrie in kustplaatsen als Zhoushan. Maar het antwoord van de Chinese overheid heeft de druk op de wereldwijde visbestanden alleen maar groter gemaakt. Strenge visverboden in het seizoen gaan gepaard met subsidies (voor diesel en scheepsbouw), waardoor de Chinese vissersvloot verder de internationale wateren in kan trekken. Deze subsidies hebben geleid tot een ‘ongebreidelde’ capaciteitsgroei van Chinese diepzeevisserij, zo meldde Greenpeace in een rapport uit 2016. De conclusie van het rapport is dan ook dat de Chinese industrie zich veel ‘verder heeft uitgebreid dan ze zich kan veroorloven’.
Net als de vissers van Valparaíso hadden de dorpelingen van Zhoushan vóór de jaren zeventig weinig belangstelling voor inktvis. Toen beëindigde China zijn experiment met visserijcommunes en keerden families terug naar zee, om hun brood te verdienen in de nieuwe markteconomie. De bestanden van roodbaars, krab en inktvis in de Oost-Chinese Zee gingen hard achteruit en daarom gingen de vissersfamilies van Zhoushan samenwerken, om te kunnen investeren in grotere schepen. Ze volgden de zich verplaatsende baars noordwaarts, naar de koude wateren ten oosten van Vladivostok, en daar troffen ze inktvis aan. Conflicten met Koreaanse en Japanse schepen leidden tot een van de eerste zeeakkoorden van China, waarbij overlappende economische zones in de jaren negentig werden gedemarqueerd, volgens het zeerechtverdrag van de Verenigde Naties.
Tegen die tijd stond de Japanse vliegende inktvis, die populair was in de Noord-Aziatische keuken, onder druk. De fabrikanten van Zhoushan investeerden in nog grotere schepen die nog langere reizen konden maken. Ze betaalden geld zodat hun zoons op school konden blijven en huurden boeren uit het arme binnenland in om de schepen te bemannen.
De nieuwe haven moet in 2020 een miljoen ton zeevoedsel per jaar kunnen verladen, meer dan twee keer zo veel als de regio op dit moment binnenhaalt
Naarmate de reizen duurder werden, vergrootten scheepseigenaren hun financiële armslag door samen conglomeraten te vormen als Ningtai Ocean, het grootste particuliere visserijbedrijf van China, met zestig schepen. Anderen financierden enorme transportschepen, waardoor de vissersvloot twee jaar lang weg kan blijven. Dat de Chinese schepen zo ver kunnen komen, is te danken aan een vertienvoudiging van de dieselsubsidies tussen 2006 en 2011, waarna Beijing volgens het Greenpeace-rapport deze cijfers niet langer vrijgaf.
‘Zonder die subsidies op diesel zouden de meeste vissers failliet gaan,’ zegt Wang Zhongxiao, directeur van Ningtai Ocean. ‘Vroeger waren de omstandigheden beter en waren we winstgevend zonder die subsidies; nu hebben we ze nodig.’ Het huidige Zhoushan is in de greep van de vreemde logica van de Chinese overcapaciteit: heb je ergens te veel van, bouw dan nog meer.
Dat motto manifesteert zich in de nieuwe ‘nationale haven’ van Zhoushan, die voor een bedrag van 5,6 miljard renminbi (ruim 700 miljoen euro) is aangelegd om veel grotere oceaanschepen te kunnen bedienen. Nabijgelegen verwerkingsfabrieken worden gemoderniseerd en hun capaciteit wordt vergroot. De nieuwe haven moet in 2020 een miljoen ton zeevoedsel per jaar kunnen verladen, meer dan twee keer zo veel als de regio op dit moment binnenhaalt.
De concurrentie van andere grote nieuwe havens die langs de Chinese kust zijn gepland, betekent dat de nieuwe haven van Zhoushan nog steeds bij lange na zijn doelstelling niet haalt, klaagt adjunct-directeur Lin Zhigang in het hoofdkwartier van het havenbouwbedrijf. Zijn oplossing: meer vis en inktvis uit verafgelegen zeeën binnenbrengen. ‘Iedereen moet eten, en men eet tegenwoordig steeds meer. Dus de voorraden moeten komen.’
Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000
Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.