Tag: voortplanting

  • Wat als we de menopauze afschaffen?

    Wat als we de menopauze afschaffen?

    Voor veel vrouwen gaat de menopauze gepaard met opvliegers, stemmingswisselingen en hersenmist. Is hier niet wat aan te doen? Wetenschappers onderzoeken of ze met middelen die de veroudering van de eierstokken vertragen de gezondheid van vrouwen kunnen verbeteren.

    Stel je eens voor dat vrouwen nooit de menopauze zouden bereiken, die gevreesde mijlpaal op middelbare leeftijd. Of dat ze die zouden kunnen uitstellen of zelf zouden kunnen beslissen wanneer de overgang begint. Vrouwen zouden dan langer vruchtbaar kunnen blijven en meer keuze hebben wanneer ze een gezin willen stichten. Ze zouden niet hoeven te worstelen met symptomen als opvliegers, stemmingswisselingen en hersenmist in de bloei van hun carrière en gezinsleven.

    Nog belangrijker, vrouwen zouden langer en gezonder kunnen leven. Hoewel de menopauze – een volledig jaar zonder menstruatiecyclus – wordt geassocieerd met het einde van de vruchtbaarheid, markeert die ook een andere ingrijpende maar minder erkende verandering. Wanneer de eierstokken stoppen met functioneren en de afgifte van belangrijke hormonen afneemt, versnelt de biologische veroudering bij vrouwen, waardoor het risico op tal van gezondheidsproblemen toeneemt.

    ‘De menopauze is de grootste versneller van verouderingsziekten bij vrouwen over de hele linie, of het nu gaat om hartaandoeningen en beroertes, auto-immuunziekten, osteoporose of cognitieve achteruitgang,’ zegt Piraye Yurttas Beim, oprichter en CEO van biotechstart-up Celmatix. Dit bedrijf richt zich op het verbeteren van de gezondheid van de eierstokken. ‘Het is het einde van de functie van een belangrijk orgaan in ons lichaam, en we moeten het net zomin normaliseren als tandbederf, artrose of cognitieve achteruitgang.’

    Onontkoombaar onderdeel

    Beim maakt deel uit van een kleine maar groeiende groep wetenschappers – voornamelijk vrouwen –, die het idee betwisten dat de menopauze een onontkoombaar onderdeel is van ouder worden. Ze wijzen op onderzoek dat aantoont dat vrouwen die op latere leeftijd in de overgang komen, minder gezondheidsrisico’s lopen en langer leven in vergelijking met degenen die er op jongere leeftijd mee worden geconfronteerd. Onderzoek toont ook aan dat vrouwen minder lijden aan chronische ziekten in vergelijking met mannen – totdat ze de middelbare leeftijd en de menopauze bereiken.

    ‘Dat de menopauze onvermijdelijk is zit zo ingebakken in ons denken, alsof het gewoon iets is wat móét gebeuren,’ zegt Zev Williams, universitair hoofddocent aan de Columbia University en expert op het gebied van gezondheid en vruchtbaarheid van vrouwen. Williams leidt een onderzoek naar veroudering van de eierstokken. Yousin Suh, professor Reproductieve wetenschappen aan deze universiteit, zegt dat haar eigen ervaring met symptomen van de menopauze, zoals hersenmist en slaapproblemen, haar motiveerde om met Williams aan het onderzoek te werken. ‘Ik werd gestimuleerd door mijn eigen ellende.’

    Alle inspanningen om de menopauze uit te stellen of te stoppen zijn gericht op het verbeteren van de gezondheid van vrouwen op de langere termijn. Sommige hebben ook tot doel de vruchtbaarheid te verbeteren, in de hoop dat het voor vrouwen makkelijker wordt om op wat latere leeftijd op natuurlijke wijze zwanger te kunnen worden. Vrouwen die na hun vijfendertigste hun vruchtbaarheid willen behouden, hoeven zich dan niet te bekommeren over het invriezen van hun eicellen voor later. En vrouwen van midden tot eind veertig hebben dan misschien een reële kans om een gezond kind ter wereld te brengen zonder vruchtbaarheidsbehandelingen; emotioneel zware trajecten die tienduizenden dollars kosten en vaak niet werken.

    Door het vertragen of elimineren van de tikkende vruchtbaarheidsklok zouden vrouwen hun jaren tussen dertig en veertig meer kunnen ervaren zoals mannen. Ze zouden in staat zijn om hun carrière met volle kracht na te streven en van hobby’s te genieten, zonder de druk om een partner te vinden en een baby te krijgen vóór de biologische deadline.

    Bij mannen loopt de veroudering van het voortplantingssysteem relatief synchroon met veroudering van de rest van het lichaam

    Naast vruchtbaarheid kunnen de gevolgen voor de gezondheid van vrouwen op middelbare leeftijd ingrijpend zijn: geen opvliegers meer die tijdens een werkvergadering moeilijk te verbergen zijn. Geen hormoongerelateerde stemmingswisselingen of hersenmist meer. Minder vrouwen zouden elke nacht wakker liggen omdat ze vechten tegen jarenlange hormoongerelateerde slapeloosheid. Het belangrijkste is dat slopende ziekten als hartaandoeningen en dementie vrouwen pas later in het leven of überhaupt minder vaak kunnen treffen.

    Natuurlijk zijn er ook aspecten van de menopauze die veel vrouwen verwelkomen, zoals de afwezigheid van de maandelijkse menstruatie of het ontbreken van zorgen over ongewenste zwangerschap. En sommige artsen zijn er nog steeds niet van overtuigd dat het uitstellen van de menopauze een waardevol doel is en vinden dat er meer onderzoek moet worden gedaan. ‘Het is nogal gewaagd om te zeggen dat we de menopauze zouden moeten voorkomen en dat dat al onze kwalen zou genezen,’ zegt Stephanie Faubion, directeur van Mayo Clinic Women’s Health en medisch directeur van de North American Menopause Society. Ze waarschuwt tegen het overschatten van bewijs dat de gezondheid hierdoor zou verbeteren. Het feit dat een natuurlijke menopauze op latere leeftijd wordt geassocieerd met een lager risico op bijvoorbeeld hartaandoeningen, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het kunstmatig uitstellen ervan dat risico zou verlagen.

    De meeste vrouwen komen in de overgang als ze in de veertig of vijftig zijn – de gemiddelde leeftijd is eenenvijftig jaar. De menopauze wordt voorafgegaan door de perimenopauze, die drie tot tien jaar kan duren en wordt gekenmerkt door onregelmatige menstruaties en schommelende hormonen die veel symptomen met zich meebrengen.

    De menopauze treedt in wanneer de eierstokken van een vrouw geen follikels meer hebben. Dat zijn kleine vochtzakjes die elk één eicel bevatten, omgeven door cellen die de eierstokken ondersteunen. De meeste meisjes hebben bij de geboorte gemiddeld een miljoen eicellen; in de puberteit daalt dat aantal tot ongeveer 300.000. Daarna sterven ongeveer duizend eicellen per maand af. Meestal komt er elke maand één rijpe eicel vrij voor mogelijke bevruchting. Honderden andere eicellen komen vrij uit de reserve van de eierstokken, maar uiteindelijk breken ze af en sterven ze voordat ze rijpen en de kans krijgen om te springen.

    De meeste pogingen om de menopauze uit te stellen of te beëindigen richten zich op het vertragen van de snelheid waarmee de follikels en eicellen van een vrouw verloren gaan. Bij mannen loopt de veroudering van het voortplantingssysteem relatief synchroon met veroudering van de rest van het lichaam, dus is er geen sprake van een plotselinge en dramatische verandering in hormonen. Maar bij vrouwen verouderen de eierstokken sneller dan andere organen.

    Lager risico

    Eierstokken produceren via hun ondersteunende cellen ook hormonen die essentieel zijn voor het behoud van de algehele gezondheid van vrouwen. De bekendste hiervan zijn oestrogeen en progesteron, maar eierstokken produceren ook veel andere hormonen die chemische boodschappen over lange afstanden door het lichaam sturen. Oestrogeen en progesteron reguleren niet alleen de menstruatiecyclus en spelen een belangrijke rol bij zwangerschap, ze helpen ook bij het reguleren van andere aspecten van de gezondheid, zoals de hersen- en hartfunctie.

    ‘Er zijn tientallen, zo niet honderden stofjes die door de eierstokken worden gemaakt en naar de rest van het lichaam worden gestuurd,’ zegt Jennifer Garrison, assistent-professor aan het Buck Institute for Research on Aging in Marin County, Californië. Als dat stopt, zegt ze, ‘leidt dat in wezen tot die opeenvolging van gevolgen voor de gezondheid’.

    Onderzoek heeft herhaaldelijk een verband aangetoond tussen vrouwen die later de menopauze bereiken en een langere, gezondere levensduur. In 2005 concludeerde een studie in het tijdschrift Epidemiology dat met elk jaar dat de leeftijd waarop de menopauze optreedt stijgt, het sterftecijfer met 2 procent daalt. Vrouwen die na hun vijfenvijftigste de menopauze bereiken, leven gemiddeld twee jaar langer dan vrouwen waarbij dat al voor hun veertigste gebeurt. Een meta-analyse uit 2016 in JAMA Cardiology toont aan dat vroegtijdige menopauze bij vrouwen jonger dan vijfenveertig jaar wordt geassocieerd met een verhoogd risico op hartaandoeningen en sterfte. Een studie uit 2021 in het tijdschrift BMC Cardiovascular Disorders ontdekte dat vrouwen die voor hun vijftigste de menopauze bereikten, een hoger risico hadden op een beroerte en overlijden. En een meta-analyse van vorig jaar van tweeëntwintig studies concludeerde dat een latere menopauze wordt geassocieerd met een lager risico op dementie.

    Er is steeds meer bewijs dat rapamycine veroudering in de eierstokken van muizen vertraagt

    Mensen zijn een van de weinige zoogdieren die halverwege hun leven in de overgang komen. Andere langlevende zoogdieren zijn geëvolueerd om een grotere voorraad eitjes aan te maken of om de snelheid waarmee ze eitjes verliezen te vertragen, zodat ze bijna tot het einde van hun leven baby’s kunnen blijven krijgen. De bekendste theorie over de evolutie van de menopauze halverwege de levensduur bij de mens is de ‘grootmoederhypothese’, die stelt dat een deel van de lasten van moeders werd verschoven naar grootmoeders, die voedsel verzamelden om hun kleinkinderen te helpen overleven. Zo werd de levensduur van de mens in het algemeen verlengd. Een andere hypothese is dat de menopauze mogelijke conflicten tussen potentiële oudere moeders en jongere moeders over middelen voor hun kinderen wegneemt. Een derde theorie is dat de menopauze halverwege het leven is ontstaan om riskante bevallingen op latere leeftijd te voorkomen en om de kans te vergroten dat moeders lang genoeg leven om hun kinderen op te voeden.

    ‘Je niet meer kunnen voortplanten en dan nog een groot deel van je leven voor je hebben, is echt ongebruikelijk,’ zegt Deena Emera, evolutiebioloog bij het Buck Institute. ‘Er zijn waarschijnlijk goede redenen waarom onze voorouders in de overgang kwamen en zich niet meer konden voortplanten. Maar die voordelen zijn er nu niet meer.’

    Tweede puberteit

    Onderzoekers die de menopauze hopen terug te dringen, proberen vooral de snelheid waarmee vrouwen hun eicellen verliezen te vertragen. Sommigen onderzoeken of bestaande geneesmiddelen die worden gebruikt om andere aandoeningen te behandelen, zouden ook de veroudering van de eierstokken kunnen vertragen. Bij Columbia University begonnen onderzoekers Williams en Suh onlangs een klinische test met een lage dosis rapamycine (een medicijn bij niertransplantatie dat ook breder wordt bestudeerd als antiverouderingsmiddel) bij vijftig vrouwen in de premenopauze, om te zien of dat de veroudering van eierstokken zou kunnen vertragen. Er is steeds meer bewijs dat rapamycine veroudering in de eierstokken van muizen vertraagt.

    Aan de Northwestern University ontdekte Francesca Duncan, mededirecteur van het Centre for Reproductive Science, enkele jaren geleden dat het weefsel rond de follikels verstijft met het ouder worden, waardoor de gezondheid van de eicellen wordt bedreigd. Ze wil nu zien of een medicijn dat is goedgekeurd voor de behandeling van longziekten kan helpen om deze ontwikkeling te voorkomen. ‘Je behoudt dan zowel de hormoonfunctie voor een langere periode als de vruchtbaarheid,’ zegt ze. 

    Anderen werken aan nieuwe therapieën om de achteruitgang van de eierstokken tegen te gaan. Gameto, een biotechbedrijf uit New York, maakt gebruik van celtechnologie. Het doel is om de gezondheid van vrouwen te verbeteren zonder de vruchtbaarheid te verlengen, zegt dr. Dina Radenkovic, medeoprichter en CEO. Onderzoekers van Gameto maken uit stamcellen cellen die de eierstokken ondersteunen en hopen de chemicaliën die ze produceren te kunnen toedienen met behulp van een onderhuids apparaat dat momenteel wordt getest op muizen. Het apparaatje zou de ingrijpende verstoring van signalen tussen de eierstokken en andere organen kunnen verminderen, die vaak optreedt tijdens de menopauze. 

    Nieuwe biotechbedrijven werken ook met het hormoon AMH, dat het verval van de reserves in de eierstokken van een vrouw regelt; licht verhoogde niveaus van dat hormoon zouden ervoor zorgen dat minder eicellen verdwijnen. Oviva Therapeutics, gevestigd in New York, ontwikkelt een recombinante vorm (een combinatie van cellen met verschillende DNA-fragmenten) van AMH om deze signalen te verhogen. ‘Het idee is dat je het tijdstip van de menopauze vooruit kunt schuiven door het moment uit te stellen waarop die lage drempelwaarde van eicellen wordt bereikt,’ zegt CEO en medeoprichter Daisy Robinton.

    Robintons doel is om vrouwen controle te geven over de menopauze, net zoals anticonceptie hun meer controle geeft over voortplanting. ‘Ik zou graag willen dat vrouwen een keuze hebben over hoe ze de menopauze ervaren en wanneer die optreedt,’ zegt ze. Oviva heeft haar recombinant AMH getest op dieren en voert geavanceerde preklinische studies uit om een aanvraag in te kunnen dienen bij de Amerikaanse Food and Drug Administration. Vervolgens kunnen klinische studies met mensen worden gestart. Het hormoon kan als dagelijkse injectie worden toegediend, maar het bedrijf probeert ook een pil te ontwikkelen.

    ‘Waarom ontwikkelen we dit medicijn alleen voor vrouwen die chemo ondergaan of die risico lopen op een vervroegde menopauze?’

    Bij Celmatix, de start-up die is opgericht door Piraye Yurttas Beim, proberen onderzoekers een zogenaamde activator van het AMH-hormoon te ontwikkelen. Een vrouw zou een medicijn kunnen nemen om het verlies van follikels en eicellen in haar reserve te verminderen en zo haar eierstokken optimaal gezond te houden, en vervolgens met het middel kunnen stoppen als ze meer eicellen wil vrijmaken en proberen zwanger te worden.

    Beim begon met het doel een behandeling te ontwikkelen die moest voorkomen dat vrouwen die chemotherapie ondergingen vroegtijdig in de menopauze terecht zouden komen. Maar op een avond een paar jaar geleden grapte ze op een avondje uit met haar man dat hij zich vast kon verheugen op haar aankomende perimenopauze, die ze beschreef als haar ‘tweede puberteit’ vanwege de hormooneffecten en mogelijke stemmingswisselingen. ‘Hoe lang gaat dat duren?’ vroeg hij haar. ‘Nou, gemiddeld zo’n acht jaar,’ antwoordde ze. ‘Is daar niets aan te doen?’ riep hij uit. 

    ‘Tijdens dat diner met hem die avond kreeg ik mijn “aha-moment”,’ zegt Beim. ‘Waarom ontwikkelen we dit medicijn alleen voor vrouwen die chemo ondergaan of die risico lopen op een vervroegde menopauze? Waarom zou ik of welke vrouw dan ook überhaupt in de overgang komen?’

    Lees ook:

  • Iedere veertien dagen zwanger: het wondere seksleven van dwergzeepaardjes

    Iedere veertien dagen zwanger: het wondere seksleven van dwergzeepaardjes

    Ondanks hun geringe grootte – tussen de 14 en 27 millimeter – blijken dwergzeepaardjes in Indonesië een rijk liefdesleven te leiden. ‘Grotere soorten gaan monogame verbintenissen aan, maar hebben deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar steken?’

    Op een afgelegen rif bij het Indonesische eiland Sulawesi wedijveren minuscule mannelijke zeepaardjes met elkaar. Hun dagelijkse gevechten spelen zich af op een roze koraalsoort twaalf meter onder de oppervlakte van de oceaan en ik heb ze maandenlang in de gaten gehouden. Vaak was ik bij mijn duiksessies langs hun thuiskoraal zo geboeid door hun rituelen (en zo druk met het registreren van wat ik zag) dat ik vergat dat zo’n zeepaardje amper groter is dan een rijstkorrel. Hun formaat lijkt niet van belang als je ziet hoe dwergzeepaardjes elkaar proberen te wurgen.

    Wie nooit heeft stilgestaan bij de relaties tussen vissen – en zeepaardjes worden beschouwd als vissen – verwacht waarschijnlijk ongevoelig gedrag en een koude emotieloze blik – vooral wanneer je de omvang van die vissen in millimeters uitdrukt. In de vele maanden dat ik het paargedrag van dwergzeepaardjes observeerde, heb ik echter gemerkt dat deze beestjes ondanks hun geringe grootte een rijk, dramatisch leven leiden dat je eerder zou verwachten in een soap dan in een wetenschappelijk artikel. Ook ga je door de gecompliceerde levens van deze minieme wezens twijfelen aan het menselijke referentiekader dat we gebruiken om na te denken over familie, verwantschap en seksualiteit.

    Dwergzeepaardjes zijn nog steeds minder bekend dan hun grotere zeepaardneven en -nichten

    In 1969 stuitte een onderzoeker in het Nouméa Aquarium in Nieuw-Caledonië voor het eerst op de dwergzeepaardjessoort die bekendstaat als het zeepaardje van Bargibant. Het werd niet op de koraalriffen van het eiland aangetroffen, maar op een enorme, paarse zeewaaier, de Muricella, die voor de collectie van het aquarium was meegenomen. Toen hij van dichtbij nog eens goed naar het koraal keek, ontdekte de onderzoeker een paar zeepaardjes van 25 millimeter die zich aan de oppervlakte vastklemden. Hun kleur en oppervlaktestructuur bootsten bijna volmaakt de gesloten poliepen van het koraal na, waardoor ze niet eerder waren opgemerkt.

    Dwergzeepaardjes zijn nog steeds minder bekend dan hun grotere zeepaardneven en -nichten. Er zijn tot nu toe maar acht soorten ontdekt (zeven sinds het jaar 2000) waarbij de kleinste soort 14 millimeter meet en de grootste 27 millimeter. Rond 2005 begon ik hun sociale leven en voortplantingsgedrag te bestuderen voor mijn proefschrift – bepaalde aspecten van hun organisme brachten me op het idee dat ze misschien niet alleen qua omvang verschilden van hun neven en nichten. Dit was de eerste studie naar het specifieke organisme en het gedrag van dwergzeepaardjes – tot dan toe waren de soorten slechts benoemd –, en ze voerde me naar allerlei afgelegen plaatsen in de Koraaldriehoek. Tijdens dit veldwerk begon ik het ingewikkelde leven van deze minuscule vissen te begrijpen.

    Zeewaaiers

    Voor mijn proefschrift bestudeerde ik het dwergzeepaardje van Bargibant en nog een soort die op zeewaaiers leeft, het dwergzeepaardje van Denise, dat voor het eerst is beschreven in 2003 en kleiner en slanker is de Bargibant. Beide zijn te vinden in de wateren van de Koraaldriehoek, die een groot deel van Zuidoost-Azië omspant, en hun leefgebied strekt zich uit naar de Stille Oceaan. Al duikend op allerlei plekken ontdekte ik dat de Bargibant alleen leeft op Muricella-zeewaaiersoorten, terwijl de Denise leeft op tien verschillende soorten zeewaaiers, sommige zo groot als de voorruit van een auto. Ik ontdekte ook dat dwergzeepaardjes zich hun hele volwassen leven vastklampen aan de oppervlakte van één enkele zeewaaier.

    7175657996 2802e768ec o
    – © Wikipedia

    Deze minuscule vissen leven en vermenigvuldigen zich op de oppervlakten van hun zeewaaiers. Ik was met name geïnteresseerd in hun voortplanting. Zeepaardjes staan bekend om hun monogame relaties en de manier waarop mannetjes eitjes uitbroeden in een speciaal daarvoor bedoelde buidel aan de onderkant van hun lijf. Via dagelijkse paringsrituelen kunnen vaste koppels mannetjes en vrouwtjes hun voortplantingscycli op elkaar afstemmen. Door te communiceren via hun ingewikkelde dansjes weet een vrouwtje wanneer ze een stel eitjes gereed moet hebben om gelijk op te gaan met het mannetje, dat zijn broedbuidel in gereedheid brengt. Hij bevrucht de eitjes zodra ze zijn buidel binnenkomen, en deze eigenaardigheid in hun voortplantingscyclus heeft geleid tot een ander opmerkelijk feit: doordat de eitjes de buidel van het mannetje onbevrucht binnenkomen en hij ze pas daarna bevrucht, weet hij zeker dat alle nakomelingen van hem zijn. Dit is uiterst zeldzaam in het dierenrijk. Als gevolg daarvan hebben de mannetjes langzaam maar zeker beter leren omkijken naar de ontwikkeling van hun nageslacht dan wellicht enig ander mannetje in het dierenrijk. Dit was het gedrag dat ik verwachtte te zien, maar dan op piepkleine schaal.

    Hadden deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar staken?

    Tot de eenentwintigste eeuw waren dwergzeepaardjes nooit het onderwerp van enig specifiek onderzoek geweest en dat had verschillende redenen: hun relatief recente ontdekking, het feit dat ze extreem moeilijk in gevangenschap te houden zijn, maar ook hun uitmuntende camouflage, hun zeldzaamheid en hun geringe grootte. Het zijn moeilijk te spotten wezentjes. Gelukkig leefden de dwergzeepaardjes die ik bestudeerde in kleine, afzonderlijke groepen aan de oppervlakte van een enkele zeewaaier, dus als ik eenmaal een groep had gevonden, kon ik ze naar believen bezoeken. Ze leiden een relatief besloten leven dankzij hun extreme camouflage, die ze in staat stelt volmaakt te versmelten met hun helder gekleurde koraalbehuizingen maar ze tot een makkelijke prooi zou maken als ze naar elders verhuisden.

    Terwijl ik keek naar een groep van drie dwergzeepaardjes die een zeewaaier deelden, vroeg ik me af of er er nog meer verschillen waren tussen grotere en kleinere zeepaardjes. Ik begon na te denken over hun seksualiteit. Grotere soorten gaan vaste monogame verbintenissen aan, maar hadden deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar staken?

    Honderden duiken

    Tijdens honderden duiken in de weidse Koraaldriehoek legde ik ieder detail van het sociale leven en de voortplanting van groepen Denise-dwergzeepaardjes vast en ik bezocht bepaalde groepen weken- en in sommige gevallen maandenlang. Bij één zo’n duik, terwijl ik onder water zweefde op een afgelegen plek bij Sulawesi, ontdekte ik een hoogst intrigerend groepje dat zich vastklampte aan een felroze zeewaaier, een Annella, onder een overhangende rots. Het was een groepje van vier dat, zo ontdekte ik door enorme uitvergrotingen te maken van hun onderkant, bestond uit drie mannetjes en één vrouwtje.

    De maanden erna verdiepte ik me steeds meer in het leven van het viertal. Vol ontzag voor de taferelen die ik aanschouwd had, trakteerde ik de lokale duikers iedere dag op verhalen over mannetjes die elkaar wurgden. Met alleen hun staart om iets vast te pakken en overwicht te tonen (door elkaar te verstikken) zijn de mannetjes behoorlijk beperkt in hun mogelijkheden om hun worstelingen uit te voeren. Als ze hun staart niet gebruiken, kunnen ze ook ‘nekworstelen’ en proberen ze elkaar om te gooien, min of meer zoals giraffes doen. Ik legde mijn waarnemingen heel precies vast, waarbij ik elk individueel dier aanduidde met een cijfercombinatie, totdat een van de duikgidsen zei dat ze genoeg had van dat formele gedoe. Ze doopte ze om tot Tom, Dick, Harry en Josephine. Plotseling was iedereen begaan met hun heftige wederwaardigheden.

    Als ik nauwkeurig keek, kon ik mannetjes die hadden gebaard herkennen aan hun zwangerschapsstrepen

    De groep leende zich uitstekend om te begrijpen hoe de voortplanting bij dwergzeepaardjes in z’n werk gaat. Er waren drie mannetjes en maar één vrouwtje in de groep die ik in de gaten hield, dus wanneer er een paar werd gevormd, bleven er twee mannetjes over zonder partner. Het viel niet mee deze paringen goed te bekijken: onderwaterclose-ups bleken hiervoor van essentieel belang. Het lukte me om foto’s te maken van Josephine terwijl haar lichaam zich vulde met eitjes en ook van haar verminderde omvang na de overheveling van haar vrachtje aan een van de mannetjes. Al zijn ze nog geen 2 centimeter, ze zwellen op als ballonnetjes terwijl binnenin een flink stel kleintjes groeit. Als ik nauwkeurig keek, kon ik mannetjes die hadden gebaard herkennen aan hun zwangerschapsstrepen.

    48797294206 8da883face o
    – © Wikipedia

    Naarmate de weken verstreken merkte ik dat Josephine om de zeven dagen een stel eitjes produceerde. Dit kwam overeen met wat ik zag bij de twee grootste mannetjes, Tom en Dick, die iedere veertien dagen om de beurt zwanger werden. Als een van de mannetjes had gebaard, werd hij onmiddellijk weer zwanger en halverwege deze veertiendaagse zwangerschap baarde het andere mannetje en werd op zijn beurt weer zwanger. Kennelijk was Josephine door haar leven in zo’n kleine groep in zo’n vruchtbare biotoop in staat meer eitjes te produceren dan haar grotere neven en nichten. Op de zeewaaier voltrokken paringsrituelen en -dansen zich groepsgewijs en dankzij deze gedragingen kon Josephine haar cycli synchroniseren met die van twee mannetjes. Het derde mannetje, Harry, werd nooit zwanger. Hij was maar 1,4 centimeter lang – veel kleiner dan de andere twee. Misschien leerde hij zo de kneepjes van het vak en wachtte hij gewoon af tot een van de anderen het loodje legde en er een plek voor hem vrijkwam.

    Collectieve minachting

    Mijn tijd met Tom, Dick, Harry en Josephine en tientallen andere wezentjes heeft mijn kijk op het leven diep beïnvloed en mijn ideeën over schaal (en seksualiteit) doen kantelen. We zijn geneigd tot collectieve minachting voor sommige van de allerkleinste wezens op aarde. Ze worden vaak aangeduid als ongedierte en hun leven wordt als minder waardevol beschouwd dan dat van grotere, charismatischere soorten. Maar er is leven ver buiten onze menselijke kaders en zintuiglijke vermogens. Koraalriffen zitten vol met zulke kleine, goed gecamoufleerde wezens. Niet alleen zijn er grote aantallen van deze minisoorten die nog moeten worden ontdekt, maar vermoedelijk kan elk ervan bogen op z’n eigen fascinerende verhalen en gedragingen. In onze haast om soorten te bestuderen die onze aandacht en zorg verdienen, vergeten we vaak de exemplaren aan de rand van onze zintuigelijke horizon.

    De tijd dat ik van dichtbij de paringsrituelen en het seksleven van zeepaardjes filmde, heeft me doen inzien hoe moeilijk en hoe noodzakelijk het is om ons ook in te leven in de kleinere bewoners van onze planeet. Op ditzelfde moment zijn minuscule mannelijke zeepaardjes, amper groter dan een rijstkorrel, op een felroze koraalrif in een verre uithoek van de Stille Oceaan, bezig elkaar te wurgen in de strijd om zwanger te worden.

  • Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy. ‘Dit vraagt om een vervolg.’ Verder: parels uit het eminente verleden van The New Yorker & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Parels uit het New Yorker-archief

    De wekelijkse nieuwsbrief The New Yorker Classics van Erin Overbey behoort tot de favoriete digitale post van redacteur IJsbrand van Veelen. Overbey is sinds 1994 archiefredacteur van The New Yorker, het onvolprezen weekblad voor eminente fictie en non-fictie dat over vier jaar zijn honderdjarige bestaan viert.

    Het is op zichzelf al een feest dat een blad met zo’n lange historie een archiefredacteur heeft die lezers wijst op parels uit het verleden die tot de canon van de journalistiek en literatuur behoren. Overbey weet dan ook nog eens te verrassen met haar wekelijkse keuze, die soms aansluit bij actuele gebeurtenissen en soms zomaar uit de lucht lijkt te komen vallen, maar die altijd haar gevoel voor kwaliteit weerspiegelt. 

    Eerder deze maand wees Overbey op het eerste korte verhaal van Donna Tartt dat in The New Yorker werd gepubliceerd en in haar nieuwsbrief van deze week schrijft ze over schrijver Paul Auster: ‘Een van mijn favoriete stukken van Paul Auster is “Why Write?”, een meditatief essay, gepubliceerd in 1995, over ervaringen die hem persoonlijk en als schrijver hebben gevormd. Het essay, later uitgebreid tot een boek, begint als een dun straaltje en zwelt uiteindelijk aan tot een stroom van herinneringen in proza.’ Het is inderdaad wederom een prachtig stuk.


    Een jaar lang corona

    ‘Als we op het ogenblik dat de wereld daarbuiten ontplofte, dit bakstenen gebouw als een grote taart van boven naar beneden hadden doorgesneden, zou het hele leven alle inwoners van dit poppenhuis zichtbaar zijn geweest’, zo begint het Spaanse dagblad El Mundo een prachtige multimediale reportage over een appartementengebouw in Madrid dat ze dit coronajaar hebben gevolgd, tipt redacteur Joep Harmsen.

    In ‘Het verhaal van een trap’ maken we kennis met ‘portaal 3’, een flatgebouw in een arbeiderswijk van Madrid. Een reconstructie van de impact van een jaar lang corona ‘aan de hand van wat de bewoners vertellen. En ook door wat de ruimtes verzwijgen.’

    Screen Shot 2021 03 19 at 2.49.38 PM
    © Screenshot El Mundo

    Natuurlijk zijn het overwegend tragische verhalen. Over bruiloften en communies die niet doorgingen. Over het missen van ouders en omhelzingen. Over een vrouw die hun stervende moeder niet kon bezoeken in het ziekenhuis.

    Toch is het niet alleen maar kommer en kwel dat achter de voordeuren schuilgaat. Zo zijn er mooie verhalen te vertellen, zoals die Marta en David van appartement 3D. Het koppel was pas een paar weken bij elkaar toen de lockdown in maart werd afgekondigd, in eerste instantie voor twee weken. Ze besloten te gaan samenwonen voor die twee weekjes, als een soort ‘wittebroodsweken’, maar de noodtoestand werd almaar verlengd. Inmiddels wonen ze een jaar samen.


    Het einde van de mensheid

    Voor degene die denken dat pandemieën georkestreerd zijn om de overbevolking een halt toe te roepen, eat your heart out. Het einde van de mensheid, of van een gedeelte daarvan, is dichterbij dan u denkt, las editor at large Katrien Gottlieb vrijdag in The Guardian. Het stuk is van de hand van Erin Brockovich, een Amerikaanse milieuactiviste die een belangrijke rol speelde in de zaak tegen de Pacific Gas and Electric Company of California in 1993, het machtig chemieconcern dat op grote schaal het grondwater vervuilde. In 2000 portretteerde Julia Roberts haar in de gelijknamige film.

    Als deze trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed

    Hormoonverstorende chemicaliën zouden de vruchtbaarheid wereldwijd in een alarmerend tempo decimeren. Milieu- en voortplantingsepidemioloog Shanna Swan aan de Mount Sinai School of Medicine in New York, beweert dat het aantal zaadcellen van mannen sinds 1973 met bijna 60 procent is afgenomen. Als die trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed.  

    De chemicaliën verantwoordelijk voor deze spermacrisis zitten in van alles, in plastic, in geurstoffen, schoonmaakproducten, zeep, elektronica, in vloerbedekking. In alle zogenaamde ‘forever chemicals’, omdat ze niet afbreken in het milieu of het menselijk lichaam. Ze stapelen zich op.

    En dat is nog niet alles blijkt uit Swan’s onderzoek. Behalve slap en/of sloom zaad, gaat ook de grootte van de penis en het volume van de testikels krimpen. Swan stelt wetgeving voor, maar wie weet is dit schrikbeeld voor veel mannen al genoeg om forever alle chemicals uit hun levenspatroon te bannen.


    Nieuwe Banksy beklad

    Een muurschildering van Banksy op de zijkant van een voormalige gevangenis waar Oscar Wilde zat opgesloten, is beklad met rode verf. Het kunstwerk, dat verscheen op een rode bakstenen muur van wat ooit de gevangenis van Reading was, toonde een gevangene die ontsnapt van een aan elkaar geknoopte rol papier uit een typemachine, schrijft The Guardian.

    Het kunstwerk werd op 28 februari ’s nachts gemaakt en op 4 maart officieel bevestigd als een Banksy, toen de ongrijpbare straatkunstenaar een video op zijn Instagram-account plaatste.

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy by Bob Ross, Create escape, aldus art director Majel van der Meulen. ‘Op straat geeft ‘Team Robbo’ een andere wending aan het verhaal. Ik zie mogelijkheden voor een “wordt vervolgd”.’


    Analyse van een wereldverbeterend tijschrift

    Hoe gaat het met de site die ‘met liefde probeert de wereld opnieuw en menselijker vorm te geven’? vraagt het platform voor linkse journalistiek Neues Deutschland zich af. De auteur, Michael Bittner, zinspeelt op Rubikon, dat in 2017 door Jens Wernicke werd opgericht als een ‘tijdschrift voor kritische massa’.

    De naam, analyseert Bittner, is al niet handig gekozen. ‘Van een tijdschrift dat zichzelf identificeert als maatschappijkritisch, democratisch en antimilitaristisch, verwacht men geen titel die zinspeelt op de beslissing van generaal Julius Caesar om zich voor te doen als een militair dictator [hoewel in de Romeinse wet was vastgelegd dat een generaal met een staand leger rivier de Rubicon niet mocht oversteken, deed Caesar het op zijn veroveringstocht toch]. Fans van Donald Trump riepen aan het einde van zijn ambtsperiode hun held met de hashtag #CrossTheRubicon op om de staatsgreep te riskeren. Als de naam “Rubikon” een voorteken is voor het hele medium, dan is het geen goede.’

    Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen

    Tja, what’s in a name? Van het initiatief blijft in Bittners vonnis weinig overeind. In zijn bespiegeling komt een interessant dilemma aan bod: ‘De overtuiging dat de bevolking niet in opstand komt tegen de onrechtvaardige omstandigheden omdat ze “gemanipuleerd” worden in de media, weerspiegelt dezelfde minachting voor “domme mensen” waarvan elites worden beschuldigd. Gaat dit misschien niet zozeer over de verwezenlijking van democratie als wel over het vervangen van een oude elite door een nieuwe?’

    Wernickes houding ten opzichte van conspiracydenken laat zien hoe dun de grens tussen dit verschijnsel en maatschappijkritiek kan zijn (zoals ook Willem Schinkel uiteenzet in deze geweldige podcast met Lex Bohlmeijer van De Correspondent). Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen. ‘Dat kan soms het geval zijn,’ aldus Bittner. ‘Maar de omgekeerde conclusie die Wernicke praktisch trekt, gaat niet op: hij publiceert vrijwel alle onzin, zolang die maar in tegenspraak is met wat de “reguliere media” zeggen.’

    Het is mooi om te zien dat de media elkaar scherp houden, aldus hoofdredacteur Laura Weeda.

  • Waren we maar nooit geboren

    Waren we maar nooit geboren

    In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het leven, volgens antinatalist professor David Benatar, nogal afschuwelijk. Elk verweer pareert hij behendig. Het is alleen de moeite waard om te blijven leven omdat de dood een groter kwaad is.

    Keuze uit het archief

    Van alle kanten wordt ons duidelijk gemaakt dat de tijden waarin we leven niet de leukste zijn. Oorlogen, klimaatverandering, migratie, inflatie: de hoeveelheid narigheid lijkt oneindig. In dit interview met The New Yorker zegt de ‘antinatalistische’ filosoof David Benatar dat we ons beter niet meer kunnen voortplanten. ‘Zowel het leven als de dood is verschrikkelijk. Samen vormen ze een existentiële tang – de bankschroef waarin ons bestaan gevangenzit.’

    David Benatar is misschien wel de meest pessimistische filosoof ter wereld. Volgens deze ‘antinatalist’ is het leven zo’n lijdensweg dat mensen uit mededogen zouden moeten besluiten geen nageslacht meer te verwekken. ‘Goede mensen doen er alles aan om hun kinderen voor leed te behoeden, maar lijken slechts zelden te beseffen dat er maar één gegarandeerde manier is om te voorkomen dat je kinderen leed te verduren krijgen: geen kinderen ter wereld brengen’, schrijft hij in zijn boek Better Never to Have Been: The Harm of Coming Into Existence (2006). Jezelf voortplanten is volgens Benatar intrinsiek wreed en onverantwoord. Niet alleen omdat iedereen iets vreselijks kan overkomen, maar omdat het leven op zichzelf ‘doordesemd is van leed’. Mede daarom vindt hij dat de wereld beter af zou zijn zonder bewuste levensvormen.

    Better Never to Have Been heeft voor zo’n theoretisch filosofieboek een opvallend breed publiek bereikt. Het krijgt een waardering van 3,9 sterren op GoodReads, waar één lezer het betitelt als ‘verplichte kost voor mensen die voortplanting gerechtvaardigd vinden’.

    Nic Pizzolatto, bedenker van de HBO-serie True Detective, las het boek enkele jaren geleden en maakte een nihilistische antinatalist van het personage Rust Cohle, gespeeld door Matthew McConaughey. (‘In mijn ogen is het menselijk bewustzijn een tragische fout in de evolutie,’ zegt Cohle in de serie.) Nadat Pizzolatto in de pers had laten vallen waar hij zijn inspiratie vandaan had, begon de doorgaans publiciteitsschuwe Benatar in interviews tekst en uitleg te geven over zijn opvattingen, die hij doordachter en humaner vindt dan die van Cohle. En nu heeft hij een nieuw boek geschreven, The Human Predicament: A Candid Guide to Life’s Biggest Questions, waarin hij zijn antinatalistische ideeën verder aanscherpt, uitbouwt en in een bredere context plaatst. Het boek opent met een motto uit T.S. Eliots Four Quartets, ‘Humankind cannot bear very much reality’, en de belofte om ‘nietsontziende’ antwoorden te geven op vragen als ‘Heeft ons leven zin?’ en ‘Zouden we beter af zijn als we het eeuwige leven hadden?’

    Man met honkbalpetje

    Benatar is in 1966 geboren in Zuid-Afrika. Hij is hoofd van de vakgroep Filosofie aan de Universiteit van Kaapstad, waar hij ook leidinggeeft aan het Bioethics Centre, opgericht door zijn vader Salomon, een volksgezondheidsdeskundige. (Better Never to have Been is opgedragen ‘aan mijn ouders, ook al hebben zij me op de wereld gezet’.) Buiten deze kale feiten is op internet weinig informatie over hem te vinden. Er staan geen foto’s van hem online en op YouTube-films van zijn colleges zijn alleen PowerPoint-afbeeldingen te zien. Er staat één filmpje op YouTube met de titel ‘What Does David Benatar Look Like?’ Daarin wordt ingezoomd op een korrelige foto van enkele mensen in een collegezaal, tot er uiteindelijk een pijl verschijnt bij het vage, pixelige hoofd van een man met een honkbalpetje.

    Toen ik The Human Predicament had gelezen, schreef ik Benatar of ik hem eens mocht interviewen. Hij stemde meteen toe, maar stuurde nog een mail toen hij een paar van mijn artikelen had gelezen. ‘Ik zie dat je graag een portret geeft van de geïnterviewde, en niet alleen van zijn of haar werk’, schreef hij. ‘Nu is het zo dat ik erg op mijn privacy gesteld ben en het vreselijk zou vinden om mezelf zo gedetailleerd beschreven te zien als de mensen in je andere interviews. Ik zal dus niet ingaan op vragen die ik te persoonlijk vind. (En ik vind het ook niet prettig als er een foto van mij bij het artikel wordt geplaatst.) Ik begrijp het volledig als je onder die voorwaarden liever afziet van een interview. Maar als je een interview wilt afnemen waarin je daarmee rekening houdt, dan heel graag.’

    Het lijdt geen twijfel dat Benatar niet van publiciteit houdt. Maar zijn anonimiteit dient ook een doel: die moet verhinderen dat lezers psychologische verklaringen gaan zoeken voor zijn opvattingen, dat ze die toeschrijven aan depressie, trauma’s of andere aspecten van zijn persoonlijkheid. Hij wil dat zijn argumenten op hun eigen merites worden beoordeeld.

    ‘Mensen vragen weleens of ik kinderen heb,’ zegt hij tijdens ons gesprek. (Hij heeft een kalme, evenwichtige manier van praten en een Zuid-Afrikaans accent.) ‘Dan zeg ik: ik zie niet in wat dat ertoe doet. Als ik kinderen heb, dan is dat hypocriet – maar dan kunnen mijn argumenten nog wel kloppen.’

    Als hij vertelt dat hij al ‘heel jong’ antinatalistische opvattingen had, vraag ik hoe jong dan precies. ‘Als kind al,’ zegt hij na een korte stilte, met een ongemakkelijke glimlach. Dit is precies het soort persoonlijke vragen dat hij liever niet beantwoordt.

    We hebben afgesproken in het World Trade Center, waar The New Yorker kantoor houdt. Hij heeft een klein, sportief postuur en een spits gezicht en draagt een blauwe trui op een keurige pantalon. Ik herken hem aan zijn honkbalpetje. We installeren ons in een stel gemakkelijke stoelen op de 64ste verdieping, bij een raam met een prachtig uitzicht over de stad: links de Hudson, rechts de East River en recht voor ons de wolkenkrabbers van Midtown Manhattan.

    Sociale wetenschappers vragen mensen of ze gelukkig zijn. Mensen moeten hun leven dan een cijfer geven van één (‘slechter kan niet’) tot tien (‘beter kan niet’). Volgens het World Happiness Report van 2017 gaven Amerikanen van 2014 tot 2016 hun leven gemiddeld een 6,99 – lager dan Canadezen (7,32), maar hoger dan Soedanezen (4,14). In een andere enquête luidt de vraag: ‘Hoe zou u zichzelf al met al omschrijven: (i) heel gelukkig, (ii) redelijk gelukkig, (iii) niet erg gelukkig of (iv) helemaal niet gelukkig?’ In landen als India, Rusland en Zimbabwe wordt deze vraag de laatste jaren steeds positiever beantwoord. In 1998 vond 93 procent van de Amerikanen zichzelf nog heel gelukkig of redelijk gelukkig. In 2014, na de grote recessie, was dat percentage slechts licht gedaald, tot 91 procent.

    Als je de mensen mag geloven, deugt het leven dus wel. Maar volgens Benatar hebben ze ongelijk. ‘In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het leven in feite nogal afschuwelijk’, schrijft hij in The Human Predicament. En met een lange opsomming van rampspoed probeert hij aan te tonen dat zelfs gelukkige mensen een veel slechter leven leiden dan ze zelf denken. We hebben bijna altijd honger of dorst, schrijft hij, en anders moeten we wel naar de wc. Vaak lijden we aan ‘thermisch ongemak’ – we hebben het te koud of te warm – of we zijn moe of kunnen niet in slaap komen. We worden geplaagd door jeuk, allergieën, verkoudheid, menstruatiepijn en opvliegers. Het leven is één lange opeenvolging van ‘frustratie en irritatie’: in de file staan, in de rij staan, formulieren invullen. We moeten werken voor de kost en dat werk put ons vaak uit. Zelfs ‘mensen die plezier hebben in hun werk, kunnen daarin ambities hebben die nooit worden vervuld’. Veel eenzame mensen blijven single, en getrouwde mensen maken ruzie of scheiden. ‘Mensen willen jonger zijn, er jonger uitzien en zich jonger voelen, maar worden onverbiddelijk alleen maar ouder.’

    Ze hopen het beste voor hun kinderen, maar worden vaak door die kinderen teleurgesteld. Als onze dierbaren lijden, lijden wij met ze mee. Als ze sterven, zijn wij in de rouw.

    Benatars observaties ontlokken je automatisch de vraag: “Als het leven zo erg is, waarom maak je jezelf dan niet van kant?”

    Benatars observaties ontlokken je automatisch de vraag: ‘Als het leven zo erg is, waarom maak je jezelf dan niet van kant?’ Maar hij trekt 43 pagina’s uit, een heel hoofdstuk, om aan te tonen dat de dood onze problemen nog verergert. ‘Het leven is ellendig, maar de dood ook’, besluit hij. ‘Het leven is natuurlijk niet in alle opzichten slecht. De dood ook niet. Maar in belangrijke opzichten zijn zowel het leven als de dood verschrikkelijk. Samen vormen ze een existentiële tang – de bankschroef waarin ons bestaan gevangen zit.’ Volgens hem is het beter om helemaal niet in die bankschroef te belanden. Mensen vragen zich weleens af of het leven de moeite waard is. Volgens Benatar kun je die vraag beter opdelen in deelvragen: is het de moeite waard om te blijven leven? (Ja, want de dood is een groter kwaad.) Is het de moeite waard om aan het leven te beginnen? (Nee.)Benatar is lang niet de enige antinatalist. Boeken als Every Cradle Is a Grave van Sarah Perry en The Conspiracy Against the Human Race van Thomas Ligotti vinden ook aftrek. Er zijn veel ‘misantropische antinatalisten’. De Beweging ter Vrijwillig Uitsterven van de Mensheid telt bijvoorbeeld duizenden leden, die allemaal vinden dat de mens beter kan uitsterven ten behoeve van het milieu. In de ogen van misantropische antinatalisten is niet het leven het probleem, maar de mens. Benatar is dan weer een ‘barmhartige antinatalist’. Zijn ideeën lijken op die van de filosoof Thomas Metzinger, die zich bezighoudt met bewustzijn en kunstmatige intelligentie. Metzinger predikt het digitale antinatalisme: volgens hem is het onethisch om computerprogramma’s met een kunstmatig bewustzijn te creëren, omdat je dan een toename van het lijden in de wereld teweegbrengt. Hetzelfde argument kun je toepassen op mensen.

    CONTEXT: David Benatar

    Het begrip ‘antinatalisme’ wordt toegeschreven aan de Belgische ‘activistische filosoof’ Théophile de Giraud (Namen, 1968), die zich onder meer afficheert als ‘halfgare performer’, aanhanger is van de beweging Childfree en oprichter van de Dag van niet-ouders, het ‘collectief van hardnekkige anti-geboortekabouters’. Zijn lijfspreuk: ‘Als u van kinderen houdt, verwek ze dan niet.’
    De Franstalige Giraud is auteur van geschriften onder titels als De onbeschaamdheid van de voortplanting (2000) en in 2006 De kunst van het guillotineren van voortplanters. Antinatalistisch manifest. Hij riep in België de Niet-ouderdag in het leven. In Frankrijk vindt Giraud navolging bij de schrijfster Corinne Maier (1963), econoom en psychoanalytica, die in 2004 de bestseller Bonjour Paresse schreef, met als ondertitel: ‘De kunst en noodzaak van het zo weinig mogelijk doen in grote organisaties’ (in het Nederlands vertaald als Liever lui), gevolgd in 2007 door een boek met de Engelse titel No Kid (dezelfde titel in Nederlandse vertaling). Maier behoorde in 2016 tot de 100 Women.
    De oorsprong van het gedachtegoed ligt bij de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) en diens pessimistische kijk op de positie en de willoze rol van de mens in de schepping. Sommige antinatalisten houden er stelregels op na zoals deze: ‘Wees eerlijk. Deel uw persoonlijke ervaringen in het leven zonder de problemen te verkleinen en de genietingen te overdrijven.’

    Als een bokser die op zijn tegenstoten heeft geoefend weet Benatar een hele reeks bezwaren behendig te pareren. Volgens velen wegen de mooiste ervaringen in het leven – liefde, schoonheid, nieuwe dingen ontdekken – ruimschoots op tegen de nare ervaringen. Maar Benatar beweert dat pijn meer kwaad doet dan genot ons goed doet. Pijn duurt langer. ‘Je hebt wel chronische pijn, maar er is niet zoiets als chronisch genot,’ zegt hij. En pijn is intenser: wie is bereid vijf minuten van de ergst denkbare pijn te ondergaan in ruil voor vijf minuten van het grootst denkbare genot?

    Op een abstracter niveau is het missen van goede ervaringen bovendien niet zo erg als het hebben van slechte. ‘Voor een bestaand mens is de aanwezigheid van slechte zaken slecht en de aanwezigheid van goede zaken goed,’ legt Benatar uit. ‘Maar zet dat eens af tegen de situatie van een mens die niet bestaat: dan is de afwezigheid van slechte zaken goed, maar de afwezigheid van goede zaken niet slecht, want er is niemand die ze mist.’ Die asymmetrie ‘ondermijnt de goedheid van het bestaan’, vervolgt hij, want hieruit blijkt dat ‘alle onaangename dingen en alle ellende en al het leed zonder enig werkelijk verlies kunnen worden afgewend.’

    Tegenstanders zeggen dat hij met al dat gepraat over pijn en genot de plank misslaat: of het leven nu goed is of niet, het is wel zinvol. Benatar werpt tegen dat het menselijk leven op kosmisch niveau zinloos is: we leven in een onverschillig universum, misschien zelfs een ‘multiversum’, waarin we aan doelloze, blinde natuurkrachten zijn onderworpen. Als we aan die kosmos geen zin kunnen ontlenen, resteert ons alleen ‘aardse’ zingeving. En volgens Benatar heeft het ‘iets van een cirkelredenering om te zeggen dat het doel van het menselijk bestaan erin ligt dat we elkaar moeten helpen’. Ook het argument dat strijd en lijden het bestaan zin kunnen geven, verwerpt hij. ‘Ik geloof niet dat lijden zinvol kan zijn,’ zegt hij. ‘Ik denk dat mensen proberen zin te geven aan hun lijden omdat het anders gratuit en ondraaglijk is.’ Het klopt wel, zegt hij, dat ‘Nelson Mandela zin aan zijn lijden gaf door wat hij ermee deed – maar dat rechtvaardigt niet wat hij heeft moeten ondergaan’.

    Ik vraag Benatar of zijn opvatting geen aansporing moet zijn om naar een betere wereld te streven. Hij zegt dat de mogelijkheid van een betere wereld in de toekomst geen rechtvaardiging kan zijn voor het lijden van de mensen in het heden. En een radicaal betere wereld zit er volgens hem ook niet in. ‘Dat gaat niet gebeuren. We lijken onze les nooit te leren. We leren het nooit. Misschien is er af en toe een enkeling die zijn les leert, maar die blijft toch al die waanzin om zich heen zien,’ zegt hij. ‘Je kunt wel roepen: zien jullie in godsnaam dan niet dat jullie steeds dezelfde fouten maken? Kunnen we het niet eens anders aanpakken? Maar dat gebeurt niet.’ Want uiteindelijk zijn ‘leed en ongemak te diep in het bestaan van bewuste levensvormen verankerd om te worden geëlimineerd’. Hij klinkt emotioneel, zijn ogen worden vochtig. ‘We zijn gedwongen te aanvaarden wat onaanvaardbaar is. Het is onaanvaardbaar dat mensen, en andere levende wezens, moeten doormaken wat ze moeten doormaken, en ze kunnen er praktisch niets tegen doen.’ In een gewoon gesprek zou ik iets troostends mompelen. Nu weet ik niet wat ik moest zeggen.

    Benatar heeft een veganistisch restaurant uitgekozen om te gaan lunchen en daar lopen we naartoe, langs de Hudson. Aan het eind van Vesey Street komen we langs het Irish Hunger Memorial: een stukje Ierse grond van duizend vierkante meter, dat in 2001 naar New York is overgebracht als monument voor de miljoenen slachtoffers van de Ierse hongersnood van 1845. Benatar wil het even bekijken en de historische teksten bij de ingang lezen. Die hongersnood heeft zeven jaar geduurd. Eén man schreef later: ‘Het leeft in mijn herinnering als één lange nacht van smart.’

    Het is warm. In Battery Park zitten moeders met hun kinderen op het gras te picknicken. Een groepje collega’s speelt tafeltennis. Stelletjes lopen hand in hand langs het water. Hardlopers rennen op de paden: gespierde kerels in hun blote bast, vrouwen in modieuze sportoutfits.

    ‘Wringen je opvattingen nooit met wat je om je heen ziet?’ vraag ik.

    ‘Ik heb er niets op tegen dat mensen plezier maken, en ik weet heus wel dat er ook leuke dingen in het leven zijn,’ lacht Benatar. Ik zie dat hij zijn trui heeft uitgetrokken en in hemdsmouwen loopt. Zijn honkbalpetje lijkt onwrikbaar op zijn hoofd te zitten. We passeren de plek waar acht weken later een negenentwintigjarige man met een pick-up zal inrijden op voetgangers, met acht doden en elf gewonden tot gevolg.

    Benatar vindt zijn eigen ideeën net zo verontrustend als iedereen. Hij ventileert ze dan ook met gemengde gevoelens. Hij is niet het type dat een kerk inloopt om van de kansel te roepen dat God niet bestaat. Hij ziet het dus niet zitten om ambassadeur voor het antinatalisme te worden. Het leven is al vervelend genoeg, zegt hij. Hij houdt zichzelf voor dat zijn boeken, zware filosofische kost, alleen worden gelezen door mensen die al naar zulke ideeën op zoek zijn. Hij hoort van lezers dat ze blij zijn om hun eigen heimelijke gedachten eindelijk verwoord te zien. Een man met kinderen liet Benatar weten dat hij na het lezen van Better Never to Have Been inzag dat hij ze beter niet had kunnen krijgen. Mensen met ondraaglijke geestelijke en lichamelijke aandoeningen schrijven dat ze wensen dat ze nooit hadden bestaan. En hij hoort ook weleens dat mensen zijn ideeën overtuigend vinden, maar zich erdoor verlamd voelen.

    ‘Met die mensen heb ik zo te doen,’ zegt hij zacht. ‘Ze zien de realiteit onder ogen en betalen daar de tol voor.’ Ik vraag of zijn ideeën hem ook wel eens te veel worden. Hij glimlacht ongemakkelijk – weer zo’n persoonlijke vraag – en zegt: ‘Schrijven helpt.’

    Hij denkt niet dat het antinatalisme ooit breed ingang zal vinden. ‘Het druist tegen te veel biologische drijfveren in.’ Toch put hij er troost uit. ‘De waanzin van de wereld als geheel – daar kunnen jij en ik toch niets tegen uitrichten?’ zegt hij onder het lopen. ‘Maar ieder stelletje, elk mens kan besluiten om geen kinderen te krijgen. Daarmee voorkom je al een immense hoeveelheid leed, en dat is mooi meegenomen.’

    Tweestrijd

    Als vrienden een kind krijgen, moet hij op zijn woorden letten. ‘Dan ben ik in tweestrijd,’ zei hij. Een kind voortbrengen ‘is vrij afschuwelijk, gezien de situatie waarin dat kind zal belanden’. Anderzijds: ‘optimisme maakt het leven draaglijker’. Toen een collega hem enkele jaren geleden vertelde dat ze zwanger was, reageerde hij terughoudend. Kom op, zei ze, je móét toch blij voor me zijn. Na enig gewetensonderzoek zei Benatar: ‘Ik vind het wel leuk… voor jou.’

    In het restaurant zitten we naast een moeder en haar dochtertje. Een meisje van een jaar of acht, met een jurkje aan en een boek in haar hand.‘

    Wil je die meenemen naar huis?’ vraagt de moeder, en ze wijst naar de frietjes.

    ‘Ja!’ zegt het meisje.

    Benatar en ik zetten ons gesprek voort, maar ik vind het lastig om binnen gehoorsafstand van die moeder en haar kind over antinatalisme te praten. Onder het eten babbelen we dus vooral over onze werkgewoonten.

    Daarna nemen we buiten afscheid. ‘Ik wandel nog wat rond,’ zegt Benatar. Hij wil nog even rondkijken in de West Village voordat hij naar het vliegveld gaat.

    Ik loop terug naar het World Trade Center en daal daar af in de Oculus, de gigantische koopgoot plus metrohalte die hier na de aanslagen van elf september is gebouwd. Ik kijk op naar het gewelf, de witmarmeren ribben van het dak dat hoog boven de mensen uit torent – als een kruising tussen een skelet en een kathedraal. Onder aan de roltrap zie ik een vrouw met één arm in haar mouw staan worstelen om haar jas aan te trekken. Een corpulente zakenman met oordopjes in snelt langs mij heen de trap af en stoot met zijn koffertje tegen me aan. Onderaan houdt hij de jas van de vrouw even op, zodat ze haar arm in de mouw kan steken.

  • De mannenpil, een goed idee?

    De mannenpil, een goed idee?

    Een succesvol experiment met een anticonceptiepil voor mannen heeft het debat over de pil opnieuw doen oplaaien.

    JA

    Een experiment met een anticonceptiemiddel voor mannen is even effectief gebleken als de pil voor vrouwen. Toch zijn de proeven gestaakt vanwege bijwerkingen als depressie, verlaagd libido en acne. Vreemd, want de vrouwenpil heeft net zulke bijwerkingen, al kan die soms juist acne genezen. Andere bijwerkingen van de vrouwenpil zijn misselijkheid, hoofdpijn, gevoelige borsten, angstaanvallen, gewichtstoename en soms een afname van het libido.

    In haar boek Sweetening the Pill wijst Holly Grigg-Spall erop dat mannen geen vruchtbaarheidscyclus hebben, terwijl vrouwen elke maand maar zes dagen vruchtbaar zijn. Vrouwen nemen veel verantwoordelijkheid op zich voor die zes dagen, terwijl het voortdurende risico niet van hun eitjes komt maar van het altijd werkzame sperma. Juist omdat hormonale anticonceptiemiddelen bijwerkingen hebben, die van persoon tot persoon verschillen, zou een deugdelijk anticonceptiemiddel voor mannen een goed idee zijn.

    Als de ene partner de bijwerkingen onverdraaglijk vindt, kan de ander iets slikken. Als de ene partner lange tijd een hormonaal anticonceptiemiddel heeft ingenomen, kan die de andere partner vragen het over te nemen. Een mannenpil zou het idee van gedeelde verantwoordelijkheid bevorderen. En in het geval van seks en voortplanting is dat nog steeds hoognodig.

    Ik weet zeker dat veel mannen graag een hormonaal anticonceptiemiddel zouden slikken. Maar de markt is gewoon te weinig geïnteresseerd

    De vrouwenpil betekende seksuele vrijheid voor een dankbare wereld. Het duurde even voordat feministen beseften dat dit niet altijd in het voordeel van de vrouw was. Sindsdien spitst de discussie over een mannenpil zich toe op de vraag of een vrouw een man kan vertrouwen die zegt dat hij aan de pil is, omdat hij niet voor de gevolgen hoeft op te draaien. Bovendien zullen er bij losse seksuele contacten altijd andere middelen nodig zijn ter bescherming tegen soa’s. Hormonale anticonceptie voor beide seksen is in het gunstigste geval een doel in stabiele relaties.

    Toch lijkt die gedeelde verantwoordelijkheid nog ver weg. Dat de ontwikkeling van een effectief anticonceptiemiddel voor mannen pijnlijk traag verloopt, komt onder andere door een gebrek aan enthousiasme voor het idee. De markt loopt niet warm voor meer seksegelijkheid. Anders dan Grigg-Spall, die vreselijke bijwerkingen ondervond van haar pilgebruik, ben ik niet tegen hormonale anticonceptiemiddelen, ook al zijn ze riskant.

    Ik ben lange tijd de pil blijven gebruiken, tot ik er uiteindelijk niet meer tegen kon. Ik zou het prettig hebben gevonden als mijn partner mij had kunnen aflossen. Maar er was geen alternatief. Ik weet zeker dat veel mannen graag een hormonaal anticonceptiemiddel zouden slikken. Maar de markt is gewoon te weinig geïnteresseerd.

    Betrouwbare anticonceptie is een goede zaak voor de mensheid. Het wordt tijd dat de helft van die mensheid daar niet langer voor terugschrikt.

    Auteur: Deborah Orr in The Guardian

    Deborah Orr is columniste voor The Guardian. Eerder schreef 
ze columns voor The Independent en was ze hoofdredacteur van het Guardian Weekend Magazine.

    Links: Frankie Leach, rechts: Deborah Orr.
    Links: Frankie Leach, rechts: Deborah Orr.

    NEE

    Nu de medische wereld eindelijk een alternatief voor vrouwelijke anticonceptie aankondigt, hebben mannen al besloten dat het niks voor hen is. ‘Het is aan de vrouwen om zichzelf te beschermen.’ Let wel, om zichzelf te beschermen tegen HUN sperma. Ze zijn als proefpersoon gestopt na klachten over acne, verlaagd libido en bijna alle andere symptomen die vrouwen bij hormonale anticonceptie ondervinden.

    De meeste vrouwen zullen razend zijn over de hypocrisie van deze mannen. De anticonceptiepil was destijds eigenlijk voor mannen bedoeld, maar vrouwen kwamen met de brokken te zitten, zoals gewichtstoename en stemmingswisselingen. En kom me niet aan met het vrouwencondoom, want dat is alsof je een vettige plastic zak in je vagina duwt. Niet makkelijk. Niet sexy. Niet te doen.

    Een van de grootste angsten bij anticonceptie is de verantwoordelijkheid van het individu. Als vrouw moet je elke dag je pil slikken. Zou je mannen met die verantwoordelijkheid durven op te zadelen? Hoe belachelijk ik het als feministe ook vind om alle verantwoordelijkheid bij vrouwen te leggen, ik denk toch van niet. Hoe mooi het ook zou zijn om de lusten en lasten te kunnen delen, het lijkt me niet zo’n goed idee als je denkt aan onvolwassen tieners en dronken seksuele contacten.

    Ikzelf wist al hoe ik de pil moest innemen voordat ik wist hoe ik een jongen een condoom om moest doen

    Volgens een onderzoek van de Anglia Ruskin University zou de helft van de vrouwen er niet op vertrouwen dat mannen de mannenpil zouden innemen. Eén man reageerde als volgt op een artikel over anticonceptie voor mannen: ‘Ik hoor dat die voor 95 procent effectief is. Wil dat zeggen dat je bij elke twintig keer neuken een kind maakt? Niet zo’n goed idee, lijkt me.’

    Natuurlijk is deze figuur niet representatief voor alle mannen. Maar zijn reactie is wel een bewijs van de bevooroordeelde houding tegenover vrouwen als het om anticonceptie gaat. Vrouwen hebben vanaf hun veertiende geleerd anticonceptiemiddelen te gebruiken. Ikzelf wist al hoe ik de pil moest innemen voordat ik wist hoe ik een jongen een condoom om moest doen. De meeste vrouwelijke pilgebruikers van achter in de twintig zijn veteranen. Ze weten precies op welk moment hun restbloeding zal plaatsvinden, ze weten precies wat ze moeten doen als ze hebben overgegeven of een dag hebben overgeslagen.

    Het slikken van de pil of het gebruik van welk voorbehoedmiddel dan ook is een enorme verantwoordelijkheid. Gezien de reactie van mannelijke proefpersonen op de bijwerkingen van hormonale anticonceptie betwijfel ik of ze bestand zouden zijn tegen de enorme druk die het regelmatig innemen daarvan met zich meebrengt. Ik zou graag in een wereld leven waarin je erop kunt vertrouwen dat mannen anticonceptiemiddelen slikken, maar gezien de reacties van sommige mannen lijkt die me nog ver weg.

    Auteur: Frankie Leach voor The Huffinton Post

    Frankie Leach is Labour-activiste en feministe. 
Ze studeert aan de Manchester Metropolitan University.

    Vertaler van beide stukken: Peter Bergsma