Tag: Voortplantingscrisis

  • Voortplantingscrisis

    Voortplantingscrisis

    Het is moeilijk voor te stellen dat in deze wereld met een recordaantal van bijna 71 miljoen op drift geraakte burgers er naast een vluchtelingencrisis tegelijkertijd een waarachtige voortplantingscrisis bestaat. En toch is het zo.

    Al tientallen jaren worden er minder kinderen geboren. Hoezeer ook het beeld wordt geschapen dat Europese landen de meeste vluchtelingen moeten opnemen, zijn de grootste gastlanden in werkelijkheid Turkije, Pakistan, Oeganda, Soedan en Libanon. Sterker nog, het overgrote deel dat huis en haard moest verlaten – iets meer dan 41 miljoen – zijn mensen die in hun eigen land op de vlucht zijn geslagen en daar ook worden opgevangen. En hoezeer er ook gedacht mag worden dat het Europese continent ‘vol’ is, noemt de gemeente Fermoselle zich de hoofdstad van het lege Spanje met net zoveel wethouders als er kinderen staan ingeschreven: vijf namelijk. De laatste twee jaar werd er geen een kind geboren, nul.

    Ook Rusland, Hongarije, Zweden, Duitsland en Frankrijk weten van gekkigheid niet meer hoe ze hun vrouwelijke ingezetenen naar het kraambed kunnen lokken. Gratis ivf. Geld toe. Het kan niet op. In Denemarken, je zou er als jonge ouder een moord voor plegen, is twaalf maanden doorbetaald ouderverlof nog geen prikkel om aan gezinsuitbreiding te beginnen. Sociologe Anna Louie Sussman wijst slechte zowel als uitstekende sociale en economische omstandigheden aan als spelbreker bij gezinsuitbreiding. Welvaart spoort aan tot individualisme. En bij gebrek aan middelen doemt een onzekere toekomst op. Hoe het ook zit, er worden nog steeds te weinig baby’s geboren worden in het Scandinavische land, dat er alles aan doet om de bevolkingsgroei op peil te brengen. Als het maar niet met asielzoekende aanwas hoeft. De Deense premier Mette Frederiksen zei vrijwel direct na haar intrede immigratie zo veel mogelijk te willen inperken.

    Wie snapt het nog? Baby’s genoeg, maar blijkbaar gaat het om ‘eigen baby’s eerst’ en verhelpt immigratie uit over-bevolkte landen de vergrijzing niet. Om de leeftijdsopbouw stabiel te houden, rekende het Nederlands interdisciplinair demografisch instituut,  zou Nederland er in 2025 27 miljoen inwoners bij moeten hebben. Dan is gewone voortplanting handiger. Maar om daartoe te worden aangezet, zocht een groep wetenschappers van de Kansas University uit, is er juist een economische crisis nodig die mannen onzeker maakt over hun toekomst, waardoor ze hun genen willen verspreiden om uitsterven te voorkomen.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • Waarom we later en minder kinderen krijgen – terwijl we ze wel graag willen

    Waarom we later en minder kinderen krijgen – terwijl we ze wel graag willen

    Wereldwijd vertonen de vruchtbaarheidscijfers al enkele decennia een dalende lijn. De oorzaak moeten we zoeken in economische en sociale omstandigheden, die als onzichtbaar voorbehoedsmiddel dienen, schrijft Anna Louie Sussman. Een verklaring van de zogeheten voorplantingsmalaise.

    Keuze uit ons archief

    Nu bevolkingsrijke landen als China en India een steeds grotere middenklasse krijgen, daalt ook het wereldwijde geboortecijfer. Na het loslaten van de eenkindpolitiek in 2015, heeft China onlangs zelfs de driekindpolitiek ingevoerd om bevolkingskrimp te voorkomen. Maar zoals dit artikel van South China Morning Post stelt, zijn veel Chinese stellen door sociaal-economische factoren huiverig om een derde kind te nemen.

    Wat de grondslag achter dezelfde aarzeling in de westerse wereld om kinderen te nemen is, legt Anna Louie Sussman van The New York Times scherp bloot. Want het lage geboortecijfer ligt niet aan de afwezigheid van een kinderwens, zo schrijft Sussman, maar aan ‘het onvermogen van overheden en werkgevers om de combinatie werk en gezin mogelijk te maken; van de hele gemeenschap om de klimaatcrisis het hoofd te bieden zodat het stichten van een gezin geen onverantwoorde keuze lijkt; van de in toenemende mate ongelijke mondiale economie. In dit licht bezien is het krijgen van minder kinderen niet eens zozeer een keuze als wel een wrange consequentie van een aantal stuitende omstandigheden.’

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 175 van 360 Magazine, februari 2020.

    In het najaar van 2015 doken ineens overal in Kopenhagen posters op. Op een ervan stond met grote, roze letters, dwars over een afbeelding van eendeneieren: ‘Heeft u vandaag uw eieren al geteld?’ Op een andere poster – een blauwige close-up van menselijk sperma – stond de vraag: ‘Zwemmen ze wel hard genoeg?’

    De posters, die deel uitmaakten van een campagne van de gemeenteraad om jonge Denen te herinneren aan het gestage tikken van hun biologische klok, viel niet bij iedereen in de smaak. De campagne werd bekritiseerd omdat jonge vrouwen gelijk zouden worden gesteld aan fokvee. De timing was ook niet al te gelukkig: Denen aanmoedigen om meer kinderen te krijgen terwijl op de televisie voortdurend beelden zijn te zien van Syrische vluchtelingen die door Europa trekken, riekt onbedoeld naar nativisme.

    © Getty Images
    © Getty Images

    Als er een land bestaat waarvan je zou verwachten dat het er wemelt van de baby’s, is het Denemarken wel. Het is een van de rijkste landen van Europa. Jonge ouders krijgen twaalf maanden doorbetaald ouderschapsverlof en de kinderopvang wordt zwaar gesubsidieerd. Vrouwen onder de veertig kunnen door de overheid betaalde ivf-behandelingen krijgen. Toch houdt het Deense geboortecijfer, met 1,7 kind per vrouw, min of meer gelijke tred met dat van de Verenigde Staten. Er is sprake van een voortplantingsmalaise in dit verder zo gelukkige land.

    Het zijn niet alleen de Denen. Wereldwijd vertonen de vruchtbaarheidscijfers al enkele decennia een dalende lijn – in landen met een gemiddeld inkomen, in arme landen, maar ook, en dat wekt misschien nog wel de meeste verbazing, in rijke landen.

    Kleine gezinnen

    Economische voorspoed gaat wel vaker hand in hand met een afnemende vruchtbaarheid en dat hoeft niet per se een slechte ontwikkeling te zijn. In het gunstigste geval betekent het betere scholing en betere kansen op de arbeidsmarkt voor vrouwen, een bredere acceptatie van de keuze om kinderloos te blijven en een hogere levensstandaard.

    Maar in het ergste geval is het een blijk van onvermogen: van overheden en werkgevers om de combinatie werk en gezin mogelijk te maken; van de hele gemeenschap om de klimaatcrisis het hoofd te bieden zodat het stichten van een gezin geen onverantwoorde keuze lijkt; van de in toenemende mate ongelijke mondiale economie. In dit licht bezien is het krijgen van minder kinderen niet eens zozeer een keuze als wel een wrange consequentie van een aantal stuitende omstandigheden.

    In de VS is de kloof tussen het aantal kinderen dat mensen willen en het aantal kinderen dat ze in werkelijkheid krijgen, groter dan in de afgelopen veertig jaar

    Uit onderzoeksgegevens over enkele tientallen jaren blijkt dat mensen steeds vaker de voorkeur geven aan een klein gezin. Maar ook wordt duidelijk dat in het ene na het andere land de feitelijke vruchtbaarheidscijfers sneller dalen dan de opvattingen over de ideale gezinsgrootte rechtvaardigen.

    In de Verenigde Staten is de kloof tussen het aantal kinderen dat mensen willen en het aantal kinderen dat ze in werkelijkheid krijgen, groter dan in de afgelopen veertig jaar. De Organization for Economic Cooperation and Development heeft onderzoek gedaan in 28 verschillende landen. In 2016 wilden vrouwen gemiddeld een gezin met 2,3 kinderen en mannen wilden een gezin met 2,2 kinderen. Maar slechts weinigen wisten dat te realiseren. Iets weerhoudt ons ervan het gezin te stichten dat we willen. Maar wat is dat dan precies?

    Op die vraag zijn er net zoveel antwoorden als er mensen zijn die er al dan niet voor kiezen zich voort te planten.

    Op landelijk niveau zijn er verschillende verklaringen voor wat demografen een ‘achterblijvende vruchtbaarheid’ noemen, variërend van de opvallende afwezigheid van gezinsvriendelijk beleid in de Verenigde Staten tot genderongelijkheid in Zuid-Korea tot een hoge werkloosheid onder jongeren in heel Zuid-Europa. Dat heeft geleid tot zorgen over publieke gelden en de stabiliteit van de arbeidsmarkt en in sommige gevallen heeft het bijgedragen aan een opkomende xenofobie.

    Maar dat gaat allemaal voorbij aan het grotere plaatje.

    screenshot 2020 02 19 at 14 35 53

    ‘Laatkapitalisme’

    Onze huidige versie van het mondiale kapitalisme – waaraan maar weinig landen en individuen kunnen ontsnappen – heeft ertoe geleid dat sommige mensen stuitend rijk zijn, terwijl vele anderen met moeite het hoofd boven water weten te houden.

    Deze economische omstandigheden genereren sociale condities die niet bevorderlijk zijn voor het stichten van een gezin: onze werkweek is langer en ons inkomen is lager, waardoor we minder tijd en geld hebben om iemand te ontmoeten, diegene beter te leren kennen en verliefd te worden. Onze steeds competitievere maatschappij vereist dat kinderen veel aandacht krijgen en dure opleidingen volgen, waardoor we ons meer en meer gaan afvragen wat voor toekomst we een kind kunnen bieden. Een leven vol moderne media drijft ons juist in een andere richting: scholing, werk, reizen.

    Naast deze economische en sociale dynamiek is er nog de verslechtering van onze leefomgeving, op manieren die het krijgen van kinderen niet bepaald bevorderen: steeds meer chemicaliën en giffen sijpelen ons lichaam binnen, verstoren onze endocriene systemen. Het lijkt erop dat er altijd wel een deel van de bewoonde wereld is dat in brand staat of is ondergelopen.

    Wie zich zorgen maakt over de teruglopende geboortecijfers omdat ze het sociale vangnet dreigen te ondergraven of omdat er in de toekomst niet voldoende arbeidskrachten zullen zijn, ziet over het hoofd waar het werkelijk om gaat: de dalende geboortecijfers zijn een symptoom van iets veel ingrijpenders.

    Het lijkt duidelijk dat het ‘laatkapitalisme’, zoals wij het noemen – dus niet alleen het economische systeem, maar alle bijbehorende vormen van ongelijkheid en vernedering, kansen en absurditeiten – de voortplanting dwarsboomt. Over de hele wereld functioneren de economische en sociale omstandigheden, en het milieu, als een vrijwel onzichtbaar voorbehoedsmiddel. En ja, dat fenomeen doet zich zelfs voor in Denemarken. De Denen hebben niet te kampen met de verschrikkingen van de Amerikaanse studentenschulden, onze torenhoge ziektekostenrekeningen of het ontbreken van fatsoenlijke regelingen voor ouderschapsverlof. Studeren is gratis. De inkomensverschillen zijn relatief klein. Om kort te gaan: veel van de factoren die jonge Amerikanen ervan weerhouden een gezin te stichten spelen in Denemarken domweg geen rol.

    De sociale acceptatie van vrijwillige kinderloosheid is zonder meer een stap in de goede richting, zeker voor vrouwen

    Toch gaan ook veel Denen gebukt onder de sombere gevoelens die het laatkapitalisme zelfs in rijke, egalitaire landen met zich meebrengt. De Denen hoeven zich geen zorgen te maken over hun primaire levensbehoeften en de kansen liggen voor het oprapen, maar ondertussen hebben ze toch moeite met alle beloften en de druk van hun schier onbeperkte vrijheid, waardoor het krijgen van kinderen op de lange baan wordt geschoven, of wordt gezien als een onaangename verstoring van een leven dat een heel ander soort genoegens en beloningen biedt – een interessante carrière, esoterische hobby’s, exotische vakanties.

    Natuurlijk zijn er veel mensen die ervoor kiezen om geen kinderen te krijgen, en de sociale acceptatie van vrijwillige kinderloosheid is zonder meer een stap in de goede richting, zeker voor vrouwen. Maar de stijging van het aantal vruchtbaarheidsbehandelingen in Denemarken en enkele andere landen (zoals Finland, waar het aantal kinderen dat met behulp van vruchtbaarheidsbehandelingen ter wereld is gekomen in minder dan
    tien jaar bijna is verdubbeld; in Denemarken gaat het om ongeveer een op de tien geboorten) suggereert dat dezelfde mensen die kinderen als een belemmering zien, ze uiteindelijk toch vaak willen.

    ‘Solomors’

    Kristine Marie Foss, een netwerkspecialist en eventmanager, had bijna haar kans voorbij laten gaan om moeder te worden. Foss, een elegante vrouw van vijftig met een innemende glimlach, heeft er altijd van gedroomd om de ware te vinden, maar met geen van haar vriendjes hield het lang stand. Ze is heel lang single geweest. Toen ze in de dertig en in de veertig was, werkte ze als interieurarchitect en heeft ze verschillende sociale netwerken opgezet (waaronder eentje voor singles, toen het nog niet ‘cool was om single te zijn’). Ze is veel vriendschappen aangegaan en heeft die verdiept.

    Pas op haar negenendertigste realiseerde ze zich dat het misschien wel eens tijd werd om serieus over kinderen te gaan nadenken. Bij een routinebezoekje aan de gynaecoloog dacht ze ineens tot haar eigen verbazing: ‘Als ik straks vijftig of zestig ben en ik heb geen kinderen, zal ik mezelf dat nooit vergeven,’ aldus Foss, die inmiddels moeder is van twee kinderen, van negen en zes, met behulp van een spermadonor. Foss maakt nu onderdeel uit van wat de Denen ‘solomors’ noemen, moeders die bewust single zijn, een groep die steeds groter is geworden sinds 2007, toen de Deense regering besloot ivf-behandelingen voor alleenstaande moeders te vergoeden.

    Er zijn mensen die de schuld voor de afnemende vruchtbaarheid op de een of andere manier bij de vrouwen proberen te leggen – omdat ze een egoïstische keuze zouden maken door het moederschap te schuwen, of omdat ze zich scharen achter een feministische visie die zich verzet tegen de beperkte rol van de vrouw. Maar het instinct om te onderzoeken hoe het leven eruitziet zonder kinderen, is niet voorbehouden aan vrouwen. In Denemarken zal een op de vijf mannen nooit vader worden, een percentage dat vergelijkbaar is met de Verenigde Staten.

    Anders Krarup is een 43-jarige softwareontwikkelaar uit Kopenhagen die onlangs zijn liefde voor vissen heeft herontdekt. In het weekend rijdt hij vaak naar de kust van Seeland, waar hij op zeeforel vist. Als hij niet met zijn start-up bezig is, gaat hij met vrienden naar een concert. Een gezin hoeft van hem niet zo nodig. ‘Ik ben heel tevreden met het leven dat ik nu leid,’ zegt hij.

    Zijn al deze keuzemogelijkheden niet precies wat het kapitalisme ons voorhield? We kregen voorgespiegeld dat we met de juiste opleiding, het juiste arbeidsethos en de juiste visie beroepsmatig succes konden behalen en een inkomen zouden kunnen vergaren dat we konden gebruiken om uit te groeien tot de meest interessante, cultureel ontwikkelde, uitgebalanceerde versie van onszelf. Ons werd te verstaan gegeven dat dit alles – leren, werken, creëren en reizen – belangrijk was en voldoening zou schenken.

    Trent MacNamara, verbonden aan de geschiedenisfaculteit van de Texas A&M University, houdt zich al een jaar of tien bezig met de opvattingen over vruchtbaarheid en het gezin. Economische omstandigheden zijn slechts een deel van het plaatje, merkt hij op. Wat misschien wel veel belangrijker is, zijn ‘de kleine morele signalen die we elkaar geven’, schrijft hij in een artikel dat nog moet uitkomen. Het gaat om ‘signalen die hun wortels vinden in bredere opvattingen over waardigheid, identiteit, transcendentie en betekenis’. In de moderne maatschappij hebben we andere manieren gevonden om betekenis te geven, identiteiten te vormen en ons te verhouden tot transcendentie.

    ’Binnen deze context’, aldus MacNamara, lijkt het krijgen van kinderen misschien niet veel meer dan een ‘wat wereldvreemde lifestylekeuze’, bij gebrek aan sociale signalen die het idee uitdragen dat het ouderschap mensen verbindt met ‘iets wat op een unieke manier waardig, waardevol en transcendent is’. Die signalen zijn steeds lastiger op te pikken of uit te zenden in een seculiere wereld waarin een kapitalistische ethiek – onttrekken, produceren, optimaliseren, verdienen, bereiken, groeien – de boventoon voert. Op plekken waar een ander waardesysteem prevaleert, kunnen nog altijd veel kinderen worden geboren. In de Verenigde Staten zie je bijvoorbeeld dat in gemeenschappen van orthodoxe of chassidische joden, mormonen en mennonieten, het geboortecijfer veel hoger is dan het landelijk gemiddelde.

    screenshot 2020 02 19 at 14 36 14

    Zingeving

    Lyman Stone, een econoom die onderzoek doet naar populaties, wijst op twee karakteristieken van het moderne bestaan die verband houden met lage geboortecijfers: het opkomende workism – een term die is gemunt door Derek Thompson, een schrijver van The Atlantic – en de afnemende religiositeit. ‘Mensen hebben een verlangen naar zingeving,’ aldus Stone. Zonder religie gaan mensen op zoek naar externe bevestiging, bijvoorbeeld in werk, dat ‘inherent nadelig is voor de vruchtbaarheid’ wanneer het een dominante culturele waarde wordt.

    Denemarken is geen land van workaholics, zegt hij, maar het land is wel in hoge mate seculier. In Oost-Azië, waar het vruchtbaarheidscijfer tot een van de laagste ter wereld behoort, geldt het allebei. In Zuid-Korea heeft de regering belastingmaatregelen ingevoerd om het krijgen van kinderen te stimuleren en men heeft de kinderopvang toegankelijker gemaakt. Maar door de combinatie van ‘excessief workism’ en het vasthouden aan de traditionele rolverdeling is het ouderschap er niet makkelijker op geworden, en het is met name een onaantrekkelijk perspectief voor vrouwen, die thuis een tweede baan wacht.

    Er is een enorm verschil tussen het leven in het kleine Denemarken, met de goede sociale voorzieningen en een grote mate van gendergelijkheid, en het leven in China, waar het sociale vangnet niet zo sterk is en vrouwen stelselmatig worden gediscrimineerd. Toch hebben beide landen een geboortecijfer dat de bevolking steeds meer doet krimpen.

    Denemarken laat zien hoe de kapitalistische waarden van individualisme en zelfverwezenlijking ook voet aan de grond kunnen krijgen in een land waar de ergste gevolgen ervan zijn afgevlakt. China daarentegen is een voorbeeld van een land waar diezelfde waarden de concurrentiestrijd zodanig aanwakkeren dat ouders het water aan de lippen voelen staan en termen gebruiken als ‘winnen vanaf de start’, waarmee wordt bedoeld dat ze hun kinderen al op zo vroeg mogelijke leeftijd zo veel mogelijk kansen willen geven. (Dat kan ver gaan: een onderzoeker vertelde me dat er zelfs ouders zijn die de bevruchting timen vanwege de toelating tot bepaalde scholen.)

    Het instinct om te onderzoeken hoe het leven eruitziet zonder kinderen is niet voorbehouden aan vrouwen

    Na tientallen jaren een eenkindpolitiek te hebben gevoerd heeft de Chinese regering in 2015 laten weten dat elk echtpaar twee kinderen mag krijgen. Ondanks deze maatregel is het geboortecijfer nauwelijks gestegen. In 2018 was het geboortecijfer in China 1,6.

    De Chinese overheid heeft lang gezocht naar manieren om de bevolking te sturen, om de kwantiteit te verkleinen teneinde de ‘kwaliteit’ te vergroten. Deze inspanningen richten zich meer en meer op wat Susan Greenhalgh, die aan Harvard onderzoek doet naar de Chinese samenleving, ‘het cultiveren van wereldburgers’ noemt, door middel van scholing en opleiding, als middel voor de Chinese bevolking en het land als geheel om een belangrijke rol te spelen in de mondiale economie.

    In de jaren tachtig van de vorige eeuw, zegt Greenhalgh, werd het opvoeden van kinderen in China meer en meer geprofessionaliseerd, volgens richtlijnen die werden opgesteld door experts op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en pedagogiek. Vandaag de dag is het grootbrengen van een kwaliteitskind niet langer alleen een kwestie van de nieuwste opvoedadviezen volgen; het gaat ook om de bereidheid er zoveel geld in te steken als maar nodig is.

    screenshot 2020 02 19 at 14 36 46

    Kwaliteitskind

    ‘Dit concept van het kwaliteitskind, een kwaliteitsmens, is doorgedrongen in de taal van de markt,’ zegt ze. ‘Het laat zich vertalen als: “Wat kunnen we voor het kind kopen? We moeten een piano in huis halen, we moeten dansles betalen, we moeten een Amerikaanse uitwisseling bekostigen.”’

    In gesprekken met jonge Chinezen die veel baat hebben gehad bij alles wat hun ouders in hen hebben geïnvesteerd, hoorde ik de woorden doorklinken van hun Deense leeftijdsgenoten. Wie over de juiste diploma’s beschikt, heeft de afgelopen decennia kansen gekregen waar zijn of haar ouders nooit van hadden kunnen dromen, en in vergelijking daarmee lijkt het krijgen van kinderen een zware last.

    ‘Ik heb het gevoel alsof ik nog maar net ben afgestudeerd, alsof ik nog maar net ben begonnen met werken,’ zegt Joyce Yuan, een 27-jarige tolk uit Beijing, die graag een MBA-opleiding wil gaan volgen buiten China. ‘Ik heb nog steeds het gevoel dat ik aan het begin van mijn leven sta.’

    De factoren die een negatieve invloed hebben op de vruchtbaarheid doen zich in het hele land gelden: op het platteland, waar nog altijd 41 procent van de bijna 1,4 miljard Chinezen woont, staat men niet te popelen om een tweede kind te nemen, en beleidsmakers lijken daar weinig tegen te kunnen uitrichten. Nadat de centrale overheid in 2013 besloot dat echtparen in het geval dat een van beide partners zelf enig kind was dispensatie konden krijgen om twee kinderen op de wereld te zetten, dienden in de hele provincie Xuanwei – een gebied met zo’n 1,25 miljoen inwoners – in de eerste drie maanden slechts 36 mensen daartoe een aanvraag in. ‘De ambtenaren die zijn belast met gezinsplanning wijten dit aan de economische druk die jonge mensen voelen,’ valt te lezen in een onderzoek naar China en vruchtbaarheid.

    In stedelijke omgevingen zijn veel scholings- en carrièremogelijkheden, en er heerst dan ook een veel competitievere sfeer. Maar overal in het land reageren echtparen op de druk van de hyperkapitalistische Chinese economie, waar mensen hun hele leven op z’n kop moeten zetten wanneer ze een kind krijgen en dat kind op het juiste pad willen zetten – het verkeerde pad betekent een moeizaam bestaan vol onzekerheid.

    Mijn eigen ervaring als Amerikaanse is in bepaalde opzichten Deens, in andere opzichten Chinees. Ik ben een van de gelukkigen: dankzij beurzen en de ongekende offers die mijn moeder heeft gebracht, heb ik kunnen studeren zonder een schuld op te bouwen. Tot ongeveer mijn dertigste heb ik in die zin redelijk onbekommerd kunnen werken en in het buitenland kunnen studeren. Ondertussen heb ik twee masters gehaald en een mooie, zij het niet echt rendabele carrière opgebouwd. Toen ik tegen de dertig liep, hoorde ik over de mogelijkheid eitjes te laten invriezen. Het leek een geheim wapen, waarmee ik de beslissing voor me uit kon schuiven óf en wanneer ik kinderen wilde – een soort absolutie voor al die jaren die ik in het buitenland had gezeten zonder al te veel moeite te doen een partner te vinden.

    Tientallen jaren lang zijn mensen die net zoveel geluk hebben gehad als ik betrekkelijk ongevoelig geweest voor de zorgen van de jongeren van nu. Maar ineens worden we geconfronteerd met veel van de problemen waar vrouwen uit de arbeidersklasse, en met name vrouwen van kleur, al veel langer mee hebben te kampen. Deze vrouwen hadden vaak verschillende baantjes zonder enige vorm van zekerheid, zonder sociaal vangnet, en ze hebben kinderen moeten grootbrengen in gemeenschappen met vervuild drinkwater of met scholen die onvoldoende budget hadden. Ook vandaag de dag hebben ouders uit de middenklasse een structureel tijdgebrek, worden ze geweerd uit de buurten met de betere scholen en maken ze zich zorgen over plastic en milieuverontreiniging.

    artboard 1

    In de jaren negentig van de vorige eeuw ontwikkelden zwarte feministen die met bovenstaande omstandigheden werden geconfronteerd, het analytische kader dat bekend is komen te staan als reproductive justice (reproductieve rechtvaardigheid), een benadering die verder gaat dan de reproductieve rechten zoals die gewoonlijk worden begrepen – het recht op abortus en voorbehoedsmiddelen. Reproductive justice omvat ook het recht om op een humane wijze kinderen te krijgen: om ‘kinderen te krijgen, of geen kinderen te krijgen, en de kinderen die we hebben in een veilige en stabiele omgeving groot te brengen’, om de woorden te gebruiken van het collectief SisterSong.

    Het concept reproductive justice werd niet altijd helemaal begrepen, of toegejuicht, door mainstreamgroeperingen die zich bezighouden met reproductieve rechten (Loretta Ross, een van de oprichters van de beweging, zei dat een focusgroep uit de begindagen meende dat het iets van doen had met een eerlijke beloning voor kopieerbedrijven). Maar doordat er steeds meer sprake is van reproductieve onrechtvaardigheid zou de beweging wel eens aan kracht kunnen gaan winnen. ‘Wit Amerika ervaart nu de gevolgen van het neoliberale kapitalisme die de rest van Amerika altijd al heeft gevoeld,’ aldus Ross.

    Er ligt een voortplantingscrisis op de loer, en wie goed kijkt ziet overal de tekenen. Je ziet het aan de geboortecijfers die elk jaar weer een nieuw dieptepunt bereiken. Je ziet het aan de aanhoudende stroom onderzoeken die aantonen dat er een verband is tussen enerzijds onvruchtbaarheid en lage geboortecijfers en anderzijds vrijwel alle facetten van het moderne bestaan – fastfoodverpakkingen, luchtvervuiling, bestrijdingsmiddelen. Je ziet het aan de verlangende blik in de ogen van je vrienden die naar hun eerste kind kijken dat zoet zit te spelen in hun te kleine appartement, en zeggen: ‘We zouden er dolgraag nog eentje willen, maar…’ Je ziet het aan al die mensen die de top proberen te bereiken en tot de pijnlijke constatering komen dat de lat te hoog ligt.

    Vanuit dit perspectief bezien zou het debat over voortplanting even prangend kunnen – of moeten – zijn als het debat over klimaatverandering. We realiseren ons pas hoe machtig de natuur is nu het te laat is, we hebben pas oog voor de unieke schoonheid van de natuur nu ze in brand staat.

    ‘Ik zie veel parallellen tussen het kantelpunt dat mensen in hun eigen leven ervaren waar het gaat om de vraag of ze zich willen voortplanten in deze kapitalistische maatschappij en het lot van de aarde in deze kapitalistische wereld, zoals dat in bredere, meer existentiële gesprekken terugkomt,’ aldus Sara Matthiesen, een historica verbonden aan de George Washington University. Binnenkort verschijnt er een boek van haar hand over het stichten van een gezin in de tijd na Roe versus Wade (de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof, in 1973, die abortus in de VS legaliseerde). Het lijkt erop dat steeds meer mensen in de hoek worden gedrukt van: ‘Oké, dit normen-en-waardenstelsel wordt letterlijk onze dood.’

    Individualisme

    De klimaatcrisis heeft het verraderlijke debat over geboortebeperking nieuw leven ingeblazen, maar tegelijkertijd ook geleid tot een nieuwe golf van activisme, geboren uit het besef dat er sprake is van een innige verstrengeling van deze twee wezenlijke componenten van het leven – voortplanting en de gezondheid van onze planeet – en dat gezamenlijk optreden is vereist om beide te waarborgen.

    De eerste stap is afstand nemen van het individualisme dat het kapitalisme zo hoog in het vaandel heeft staan, en inzien dat we van elkaar afhankelijk zijn willen we op lange termijn overleven. We rekenen erop dat ons drinkwater schoon is, en onze rivieren rekenen erop dat wij ze niet verontreinigen. We vragen onze buren om voor onze hond en de planten te zorgen als we op vakantie gaan, en bieden aan om dat ook voor hen te doen. We huren onbekenden in om onze kinderen of onze bejaarde ouders te verzorgen en we vertrouwen erop dat die onbekenden competent en zorgzaam zijn. We betalen belasting en hopen dat de politici die wij kiezen dat geld gebruiken om te zorgen dat de wegen worden onderhouden, de scholen openblijven en de nationale parken worden beschermd.

    Al deze betrekkingen – tussen mensen onderling en tussen mens en natuur – zijn het bewijs van de onderlinge afhankelijkheid die de kapitalistische logica ons wil laten loochenen.

    Voortplanting is de ultieme erkenning van onderlinge afhankelijkheid. Er zijn tenminste twee mensen voor nodig. We worden voldragen in het lichaam van een ander mens en we komen ter wereld met hulp van artsen of vroedvrouwen of familieleden. We groeien op in omgevingen en gemeenschappen die bepalend zijn voor onze gezondheid, onze veiligheid en onze normen en waarden. We moeten concrete manieren zien te vinden om deze onderlinge afhankelijkheid te erkennen en we moeten alles op alles zetten om die te versterken. 

    Schermafbeelding 2021 06 04 om 11.18.51 1