Tag: vriendjespolitiek

  • Vuil spel

    Vuil spel

    Het hoofd van de dienst openbaar vervoer in Boedapest zit een Russische metrostellenfabrikant in de weg. Voor het Russische bedrijf staat er meer dan tweehonderd miljoen euro op het spel. Dus wordt de Hongaarse CEO door middel van een duivels spel op een dood spoor gezet. Einde van het liedje? De Hongaarse hoofdstad is opgezadeld met veel te dure, gebrekkige Russische metrostellen waarvan de deuren onderweg openvliegen en de noodrem zichzelf activeert.

    De burgemeester van Boedapest kan zijn frustratie niet langer binnenhouden. ‘We hebben hier te maken met Murphy’s Law, of er wordt een duivels spel gespeeld,’ aldus István Tarlós in maart 2017 op zijn wekelijkse persconferentie. Met een verbitterd lachje zegt hij: ‘Hoewel ik in God geloof, ben ik er absoluut van overtuigd dat Satan de hand heeft gehad in de kwestie van metrolijn M3.’ Tarlós doelt op de onlangs geleverde Russische metrostellen, die vanaf de allereerste dag dat ze in gebruik zijn genomen allerlei gebreken vertonen en voortdurend haperen.

    De burgemeester heeft het bij het rechte eind wanneer hij meent dat er clandestien is gehandeld waar het de metro van Boedapest betreft. Inmiddels is hem vermoedelijk wel duidelijk dat hij vier jaar lang door de Russen om de tuin is geleid.

    Een geslaagde lastercampagne

    In 2013 stelt de ouderwetse, conservatieve burgemeester van Boedapest zich steeds feller op ten opzichte van Dávid Vitézy, de CEO die aan het hoofd staat van de openbaar-vervoersdienst van de stad, het BKK (Budapesti Közlekedési Központ). Vitézy is, met zijn vooruitstrevende standpunten, in vrijwel alles de tegenpool van Tarlós. Het publiek smult van het geruzie, totdat het eindigt met het ontslag van de CEO, een graag geziene figuur binnen intellectuele kringen in Boedapest.

    Iedereen, ook de burgemeester en de CEO zelf, heeft al die tijd gedacht dat de meningsverschillen enkel en alleen draaiden om politieke ambities, een botsende wereldvisie en een diepe, persoonlijke animositeit tussen beide mannen.

    Wat niemand weet is dat er in het geheim een derde partij bij betrokken is.

    Tarlós en Vitézy werken al samen sinds 2010, het jaar waarin Orbáns partij, Fidesz, niet alleen de parlementsverkiezingen wint, maar ook als overwinnaar uit de bus komt bij de gemeenteraadsverkiezingen. Op het moment dat Tarlós burgemeester wordt van Boedapest is het een voor de hand liggende keuze om Vitézy, de achtentwintigjarige verkeersexpert die ook als kind al dol was op trams en bussen, aan te stellen als hoofd van de dienst die het openbaar vervoer in de stad coördineert. Niet alleen heeft Vitézy duidelijke ideeën over de modernisering van het openbaar vervoer in Boedapest, ook heeft hij sterke familiebanden met de partijtop van Fidesz.

    Vitézy’s moeder zit voor Fidesz in het Europees Parlement in Brussel, en wat misschien nog wel belangrijker is: zijn halfzus is een nicht van Viktor Orbán.

    Maar van de ene op de andere dag begint de politieke steun voor de jonge CEO af te kalven. VSquare stuit op een Russische lastercampagne uit 2013, die erop is gericht Vitézy uit te rangeren. Vitézy vormt namelijk een obstakel om de opdracht binnen te slepen voor het opknappen van de oude M3-metrolijn in Boedapest. Zowel de burgemeester als de CEO worden het slachtoffer van deze manipulaties.

    VSquare ontdekt dat in mei 2013 een Russische delegatie een ontmoeting heeft met Vitézy, die de grote fout begaat om geen officiële notulen te maken van zijn onderhandelingen met de Russen. Het duurt niet lang of er worden met opzet onware verhalen over deze ontmoeting de wereld in gestuurd. In de inner circle van de premier, die steeds meer pro-Kremlin wordt, klinken beschuldigingen als zou het hoofd openbaar vervoer van Boedapest anti-Russische sentimenten koesteren en zakelijke overeenkomsten met Moskou dwarsbomen. Hij wordt ontslagen. Op die manier krijgen de Russen vrije toegang tot zo’n tweehonderd miljoen euro aan Hongaarse publieke middelen. De burgemeester van Boedapest vertelt VSquare desgevraagd dat het hoofd van het openbaar vervoer van Boedapest inderdaad niet op zijn initiatief is ontslagen.

    István Tarlós, de non-conformistische, rechtse burgemeester die sinds 2010 de scepter zwaait over Boedapest, is de politieke strijd aangegaan met een aantal machtige ministers en oligarchen van premier Viktor Orbán. De oligarchen doen niet-aflatende pogingen om via verschillende louche transacties en kanalen het budget van Boedapest en het geld van de Europese subsidies weg te sluizen. Tarlós, wiens integriteit boven vrijwel elke twijfel is verheven, probeert die pogingen te verijdelen.

    Zo botst hij met iemand als Lajos Simicska, de beruchte oligarch die het economische achterland van Fidesz bestiert. Tarlós slaagt erin hem te weren uit Boedapest, in ieder geval tot op zekere hoogte. Dat is opmerkelijk omdat Simicska – al sinds de studietijd een goede vriend van Orbán – tussen 2010 en 2014 besliste over leven en dood binnen de Fidesz-regering. Simicska was zo machtig dat hij eigenhandig enkele van Orbáns kabinetsleden selecteerde of de laan uit stuurde.

    In zijn strijd heeft Tarlós echter behoefte aan invloedrijke bondgenoten om de aanvallen van inhalige oligarchen en Fidesz-politici te kunnen pareren. Er is een steeds belangrijkere maar informele rol weggelegd voor István Kocsis, een bekende russofiel die in het verleden aan het hoofd heeft gestaan van de voorloper van het BKK, het KKV, en van het MVM, de Hongaarse overheids-energieleverancier. Hij is ook CEO geweest van de kernenergiecentrale Paks, oorspronkelijk gebouwd door de Sovjets. Kacsis, een van de toonaangevende economen van de voormalige socialistisch-liberale regering van 2002 tot 2010, is betrokken geweest bij meerdere corruptieschandalen, als gevolg waarvan hij zich vanaf 2010 gedwongen gedeisd heeft moet houden.

    Nieuwe treinstellen van het Russische bedrijf Metrowagonmash in Moskou, dat al ruim 120 jaar metro’s levert in o.a. Petersburg, Baku, Tbilisi, Harkov, Praag, Moskou, en Boedapest. – © Wikipedia
    Nieuwe treinstellen van het Russische bedrijf Metrowagonmash in Moskou, dat al ruim 120 jaar metro’s levert in o.a. Petersburg, Baku, Tbilisi, Harkov, Praag, Moskou, en Boedapest. – © Wikipedia

    Tarlós steunt ook op een andere langdurige bondgenoot, György Pető, voormalig lid van de socialistische partij, een man die in het communistische tijdperk bij de geheime dienst heeft gewerkt, en in de jaren tachtig voor de Amerika-afdeling van de Hongaarse contraspionagedienst.

    Later verschijnt ook András Tombor, een voormalig veiligheidsofficier van Orbán, ten tonele – of liever gezegd, ergens in de coulissen. Hij biedt het stadsbestuur van Boedapest officieus zijn diensten aan om wat plooien glad te strijken bij Tarlós’ vervaarlijke tegenstanders in het kabinet van Orbán.

    Kocsis en Tombor worden gezien als lobbyisten die banden onderhouden met verschillende Russische zakenlieden. Van Pető is bekend dat hij zijn loopbaan is begonnen op het Hongaarse ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling III/II – min of meer de plaatselijke afdeling van de KGB, waar dan ook soms orders uit Moskou werden uitgevoerd. Volgens bronnen die zich in de kwestie hebben verdiept is de Russische invloed in Boedapest pas echt goed aan het licht gekomen op het moment dat verschillende partijen het stadsbestuur ervan probeerde te overtuigen om bij de uitvoer van het lucratieve renovatieproject van lijn M3 in zee te gaan met Metrowagonmash, een Russisch bedrijf dat metrostellen levert.

    De aanleg van de derde metrolijn van Boedapest – ook wel de blauwe lijn geheten – begint in 1970, en de lijn is in bedrijf sinds 1976. Hoewel er dagelijks meer dan een half miljoen mensen van deze metrolijn gebruikmaken, is hij al drie decennia lang niet opgeknapt. Nadat in 2011-2012 grote publieke verontwaardiging ontstond vanwege een aantal ernstige technische storingen, met angstaanjagende beelden van rook en vuur, begreep het stadsbestuur dat renovatie en de aanschaf van nieuwe metrostellen onvermijdelijk is. De Sovjet-metrostellen die al sinds de jaren zeventig in Boedapest rijden, en de constructietechniek van de tunnels en de ventilatiesystemen, zijn vrijwel identiek aan die in Baku in Azerbeidzjan, waar in 1995 een brand ontstond door kortsluiting, met 289 doden en 270 gewonden als gevolg.

    Jaren eerder, lang voordat de winnaar van deze metrotender bekend wordt, hebben we een achtergrondgesprek gevoerd met een van de informele lobbyisten die ervoor pleit met Metrowagonmash in zee te gaan. Hij maakte er bezwaar tegen dat we hem een Russische lobbyist noemde, en zei dat hij niets anders wilde dan dat de partijen op één lijn zouden komen zodat een groot metro-ongeluk kon worden voorkomen.

    ‘Niemand wil de dood van passagiers op zijn geweten hebben, toch?’ zei de lobbyist, die beweerde dat de Hongaarse politici bang waren en de voorkeur zouden geven aan een snelle oplossing boven de meest kosteneffectieve oplossing. Aangezien zowel de metrostellen als de tunnel door de Russen waren geleverd, waren zij ook de meest gekwalificeerde partij voor de renovatie, betoogde de lobbyist. De kern van zijn betoog was dat koste wat kost een tragisch ongeluk moest worden voorkomen.

    Dat is natuurlijk een drogredenering. Zo zijn de oude Sovjet-metrostellen in Praag in 2011 met succes gerenoveerd, niet door Metrowagonmash maar door het Tsjechische bedrijf Škoda Transportation. Een tragisch ongeluk is uitgebleven.

    De Hongaarse veiligheidsdiensten hebben al heel lang weet van de banden tussen Metrowagonmash en de Russische geheime dienst. Sterker nog, in het verleden hebben ze zelf geprobeerd gebruik te maken van die connecties

    Tarlós bedient zich echter van dezelfde redenering wanneer hij in een e-mail reageert op vragen van VSquare: ‘Ik ben nog altijd van mening dat het niet meer dan logisch is dat degene die iets heeft geproduceerd, als geen ander is gekwalificeerd om het te renoveren,’ betoogt de burgemeester. ‘Maar ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Russen niet heb geholpen bij de openbare aanbesteding, en dat ik op geen enkel moment heb ingegrepen. Het enige waar het mij om ging, is dat de renovatie zou plaatsvinden,’ vervolgt hij.

    De burgemeester probeert de rol van zowel Kocsis als Tombor af te zwakken. ‘Niemand heeft gevraagd – in ieder geval niet aan mij – om de opdracht aan Metrowagonmash te gunnen. István Kocsis niet en de heer Tombor niet. Ik heb Kocsis gebeld met de vraag of de geruchten klopten dat hij zou lobbyen voor de Russische belangen. Hoewel hij toegaf dat hij verschillende Russische contacten heeft, ontkende hij onmiddellijk en met klem dat hij zou hebben gelobbyd. ‘Ik vraag Kocsis zelden naar kwesties uit het verleden (…) en ik vraag de heer Tombor nooit naar zijn mening, over wat dan ook,’ aldus de burgemeester.

    Metrowagonmash ziet twee obstakels op haar weg. Het eerste obstakel is Dávid Vitézy, de jonge CEO die aan het hoofd staat van BKK. Zijn loyaliteit aan de regeringspartij wordt door niemand in twijfel getrokken en hij lijkt stevig in het zadel te zitten. Vitézy toont geen enkele belangstelling voor buitenlandbeleid en hij heeft geen moeite met Rusland als een politieke factor. ‘Misschien had Vitézy het niet zo op de Russen, maar zover ik me kan herinneren heeft hij dat nooit met zoveel woorden gezegd, heeft hij dat nooit echt uitgedragen,’ aldus de burgemeester.

    Maar als specialist op het gebied van openbaar vervoer is Vitézy gekant tegen het idee om de roestige, ouderwetse Sovjet-metrostellen domweg op te knappen. Het hoofd van het BKK is voorstander van een eerlijke en competitieve aanbestedingsprocedure en hij heeft liever dat Boedapest nieuwe metrostellen aanschaft dan dat de oude metrostellen een facelift krijgen.

    Ondanks hun verschillende achtergrond zitten Vitézy en Tarlós dit keer op één lijn: beide mannen willen gloednieuwe metrostellen tegen de scherpst mogelijke prijs, met financiële steun van de EU. Dat is het tweede obstakel op het pad van de Russen, aangezien Metrowagonmash heel goed weet dat waar het om nieuwe metrostellen gaat, hun technologie zonder meer onderdoet voor die van de concurrent.

    De Russen moeten dus twee dingen doen om de openbare aanbesteding binnen te halen. Om te beginnen moeten ze zorgen dat Vitézy het veld ruimt, en ook moeten ze zorgen dat Boedapest geen nieuwe metrostellen koopt, maar gerenoveerde oude metrostellen. De Russen hebben het geluk dat ze een zeer ervaren vertegenwoordiger in Boedapest hebben zitten. In Hongarije wordt Metrowagonmash al meer dan tien jaar vertegenwoordigd door ene Béla Juhász.

    Hoewel zijn Hongaarse naam anders doet vermoeden, is Juhász geboren als Sovjet-burger in Transkarpatië (inmiddels deel van Oekraïne), en hij heeft een groot deel van zijn leven de belangen van de Russische overheid behartigd. Dat verneemt VSquare van een bron die vroeger voor een tak van de Hongaarse geheime dienst heeft gewerkt.

    Geheime dienst

    Eind jaren tachtig van de vorige eeuw, niet lang voor de machtswisseling en de ineenstorting van het Sovjetrijk, vestigt Juhász zich in Hongarije waar hij – anders dan de meeste mensen uit Transkarpatië – al snel een vermogen weet te vergaren, vervolgt onze bron. Juhász zet in 1990 een import-, export- en consultancybedrijf op. Hij werkt onder meer met Russische klanten.

    Een belangrijke klant is Metrowagonmash, een in Mytisjtsji gevestigd bedrijf dat metrostellen en railbussen maakt.

    Metrowagonmash maakt ook gepantserde voertuigen voor het Russische leger, zoals het chassis van de Boek, de Toengoeska en de Tor – geleide en zelfstandig aangedreven luchtdoelraketten. Niet alleen produceert Metrowagonmash al heel lang voor militaire doeleinden, ook is het een dochteronderneming van CJSC Transmashholding, een bedrijf dat van groot strategisch belang is voor Moskou, als grootste producent van locomotieven en spoorwegmaterieel. In Rusland werken dergelijke bedrijven nauw samen met landelijke veiligheidsdiensten.

    De bron van VSquare treedt niet verder in detail over het Sovjetverleden van Juhász. We weten niet waaróm zijn achtergrond de aandacht heeft getrokken van de Hongaarse geheime dienst, maar we weten wel dat het zo is. Afgelopen voorjaar liet Ferenc Katrein, voormalig officier van de contraspionagedienst, in een interview vallen dat Hongaarse agenten die op zoek zijn naar mogelijke Russische spionnen hun pijlen niet alleen richten op de diplomatieke wereld, maar ook op bedrijven die in handen zijn van de Russische staat, of die worden gesteund door de Russische staat. ‘Naast traditionele posities, die diplomatieke immuniteit bieden, is het ook de moeite waard om individuen in kaart te brengen die banden hebben met verschillende bedrijven die in handen zijn van de staat of die worden gesteund door de staat, zoals luchtvaartmaatschappijen, reisbureaus, culturele centra, onderwijsinstellingen en media die in handen zijn van de staat – zo heeft de praktijk van de contraspionage ons geleerd,’ aldus Katrein.

    De Hongaarse veiligheidsdiensten hebben al heel lang weet van de banden tussen Metrowagonmash en de Russische geheime dienst. Sterker nog, in het verleden hebben ze zelf geprobeerd gebruik te maken van die connecties. Halverwege de jaren negentig had de voormalig communistische socialistische regering plannen om spionage-apparatuur te kopen van Metrowagonmash, zo viel vorig jaar te lezen op de website Atlatszo.hu. ‘Om de transactie geheim te houden werd een bemiddelend bedrijf in het leven geroepen, Nádor 95 Rt., dat de metrostellen zou kopen van Metrowagonmash, als financiële en administratieve dekmantel voor de aanschaf van spionageapparatuur’, schrijft Atlatszo.hu. Die deal heeft echter nooit zijn beslag gekregen (het Nádor-verhaal is oorspronkelijk gepubliceerd door ÉS, een Hongaars weekblad).


    Tien jaar geleden, in 2006, haalde Juhász voor het eerst het nieuws toen hij Alstom voor de rechter daagde – het Franse bedrijf dat hoger was geëindigd dan Metrowagonmash in de strijd om de levering van nieuwe metrostellen voor de vierde lijn van Boedapest. Zijn poging mislukte echter. Niet in de laatste plaats omdat Alstom de voormalige Hongaarse beleidsmakers zou hebben omgekocht, volgens een onderzoek van OLAF, het Europese antifraude agentschap. Begin 2017 is het OLAF-rapport verschenen over fraude, corruptie en het verkeerd aanwenden van EU-subsidies. In dat rapport worden als belanghebbenden genoemd Péter Medgyessy, de voormalig premier van de socialistisch-liberale coalitie (2002-2004), het socialistisch-liberale gemeentebestuur van Boedapest, en Alstom Transport SA. Zowel Medgyessy – een notoir francofoon – en de voormalig burgemeester van Boedapest ontkennen de aantijgingen.

    Maar het rapport onderschrijft wat velen al denken: wie in Hongarije een publieke aanbesteding wil binnenhalen die verband houdt met het openbaar vervoer in Boedapest, zal zoals altijd moeten zien dat hij de goodwill en de actieve steun vergaart van de machthebbers.

    Het valt dan ook goed te begrijpen dat de Russische bedrijven dachten dat ze binnen waren toen Viktor Orbán in 2011 zijn nieuwe pro-Russische en pro-Chinese buitenlandbeleid bekendmaakte, genaamd ‘Opening naar het oosten’.

    In mei 2013 verzoekt Victor Sorokin, de adjunct handelsgezant van Rusland in Hongarije (Rustrade), om een officiële ontmoeting met de leiding van BKK. Sorokin lijkt zich gesterkt te voelen door Orbáns opening naar het oosten en laat doorschemeren dat hij wil lobbyen voor Russische bedrijven.

    Meerdere specialisten op het gebied van nationale veiligheid zeggen dat provokatsiya – het aanzwengelen van een conflict – en het verspreiden van onwaarheden al sinds jaar en dag het handelsmerk zijn van zowel de oude KGB als de hedendaagse Russische geheime dienst

    Het volgende verhaal is bevestigd door anonieme bronnen die weet hebben van de ontmoeting tussen Vitézy, zijn medewerkers en de Russische delegatie. Daarnaast bestaat er een intern verslag van de ontmoeting, maar het is belangrijk om vast te stellen dat dit verslag pas weken na de bespreking boven tafel is gekomen. Het is op het bureau van de burgemeester beland, zo is VSquare aan de weet gekomen.

    De bespreking vindt plaats op het hoofdkwartier van BKK, in het zevende district van Boedapest, op 24 mei 2013. Sorokin is in het gezelschap van twee mensen, onder wie een de tolk. Er zijn ook enkele medewerkers van Vitézy aanwezig. Het belangrijkste onderwerp is de levering van nieuwe trolleybussen aan Boedapest, en daarnaast komt ook de aanstaande openbare aanbesteding van de metrostellen voor lijn M3 aan de orde.

    De bronnen van VSquare herinneren zich dat Vitézy deze processen alleen heel schetsmatig aanstipt. Hij geeft geen gevoelige informatie prijs waarmee Metrowagonmash een voorsprong zou hebben op de concurrentie. Hij maakt duidelijk dat het gemeentebestuur van Boedapest een open competitie en een openlijke aanbesteding wil, aangezien dat de enige manier is waarop de Europese Unie deze projecten (mede) wil financieren. Vitézy zegt ook dat de hoofdstad liever nieuwe metrostellen koopt dan de oude te laten opknappen. Volgens onze bronnen verloopt de bijeenkomst in een gemoedelijke sfeer, maar de Russische delegatie heeft wellicht opgemerkt dat de CEO en zijn medewerkers zijn vergeten officiële notulen van de bijeenkomst te maken, of het gesprek op te nemen. Dat zal een kapitale fout blijken.

    Weken later hoort de leiding van BKK tot zijn verbazing over een zogenaamde aanvaring met vertegenwoordigers van de Russische Federatie. Vanuit de politiek worden vragen gesteld over geheimzinnige onderhandelingen tussen Vitézy en de Russische ambassadeur op de Russische ambassade in Boedapest – een bespreking die aanvankelijk is geheimgehouden voor de burgemeester, voor iedereen eigenlijk. Vitézy wordt er min of meer van beschuldigd op eigen houtje te hebben geopereerd, achter de rug van de burgemeester om, en ruzie te hebben gezocht met de Russen om te voorkomen dat het gemeentebestuur van Boedapest in zee zou gaan met Metrowagonmash. BKK krijgt voor de voeten geworpen dat ze niet willen meewerken met Russische diplomaten, dat ze het hele renovatieproject saboteren en dat ze de Russische ambassadeur, Aleksandr Tolkach, vijandig of oneerbiedig hebben bejegend.

    Verschillende bronnen zeggen dat deze verhalen op niets zijn gebaseerd, dat Vitézy’s geheimzinnige bezoek aan de Russische ambassade nooit heeft plaatsgevonden. Volgens het rapport dat later op het bureau van de burgemeester belandt, heeft de CEO geen besprekingen gevoerd op de ambassade en is de Russische ambassadeur helemaal niet betrokken geweest bij een bespreking met Vitézy.

    Het doet er allemaal niet toe. Het nepverhaal over Vitézy’s aanvaring met Tolkach wordt steeds groter en BKK heeft aanvankelijk geen officiële notulen of opnamen om hun ontkenning te staven. Tarlós laat ook weten dat hij zich kan herinneren dat er werd gefluisterd over een naar verluidt omstreden gesprek tussen Vitézy en de Russen. ‘Ik herinner me dat ik in de wandelgangen iets opving over “Vitézy versus de Russische ambassade”, maar het kwam mij nogal ongeloofwaardig voor dat Vitézy stiekem naar de ambassade zou zijn geglipt, dus liet ik het verder maar rusten. Ik weet het niet honderd procent zeker, maar het staat me bij dat ik erover ben begonnen tegen Dávid, die het verhaal ontkende’, zegt de burgemeester tegen VSquare.

    Ook wordt duidelijk dat iemand aan kringen rond de Hongaarse regering heeft gemeld dat Vitézy de voor beide partijen lucratieve overeenkomsten met Rusland in gevaar heeft gebracht. VSquare probeert de details te achterhalen van de Russische bezwaren tegen Vitézy en benadert een hooggeplaatste ambtenaar op het Hongaarse ministerie van Buitenlandse Zaken. Als de Russen op diplomatiek niveau contact hebben gezocht met de Hongaarse regering, dan moet deze hooggeplaatste bron van VSquare daar weet van hebben. Het wekt nauwelijks verbazing wanneer de bron beweert niets van het verhaal af te weten. ‘Inmiddels is de bureaucratie van het ministerie van Buitenlandse Zaken al helemaal buiten spel gezet waar het gaat om de zakelijke betrekkingen met Rusland, betrekkingen waar slechts een handjevol Fidesz-leider garen bij spinnen’, hoort VSquare uit de mond van een andere bron die kennis heeft van de Russische lobby.

    ‘Met de Vitézy-affaire kom je in de hoogste politieke regionen terecht, en dan heb ik het over Viktor Orbán en zijn vertrouwelingen, die Vitézy als een risico zijn gaan beschouwen’, voegt onze bron eraan toe.

    Verdeel-en-heerstactiek

    Noch de ambassade van de Russische Federatie in Boedapest, noch Rustrade heeft gereageerd op onze vragen over de (vermeende) ontmoetingen met Vitézy. We hebben ook officiële vragen gesteld aan Metrowagonmash en de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken en Handel, maar tot op heden hebben we geen reactie mogen ontvangen. Gelukkig zijn we erin geslaagd het verhaal te bekijken vanuit een Russisch perspectief door te gaan praten met een bron binnen de zakenwereld, die banden heeft met Russische bedrijven die in handen zijn van de staat. ‘Vitézy is bij de ambassadeur op bezoek geweest. Dat verhaal klopt. Het verhaal heeft de ronde gedaan, in eerste instantie via de Russische overheid, en daarna via de Hongaarse overheid. Dat is alles. Ik weet niet wat Vitézy ertoe heeft gedreven (om de strijd aan te binden met de ambassadeur), maar ik vermoed dat het net zoiets is als met de bussen. Ik denk dat ze het metrostelsel ook wilden privatiseren,’ aldus onze bron.

    Wanneer VSquare contact opneemt met Dávid Vitézy, momenteel algemeen directeur van het Hongaarse museum van wetenschap, technologie en transport, vraagt Vitézy of we onze vragen per e-mail willen stellen. In plaats van antwoord te geven op onze vragen, reageert hij met een korte verklaring. ‘Momenteel richt ik mijn volledige aandacht op het nieuwe museum voor transport, dat ik naar een zo hoog mogelijk plan wil tillen. Ik wil dan ook niet ingaan op verhalen van jaren geleden’, schrijft hij. De voormalige CEO weerlegt echter geen van onze uitspraken.

    Ondanks zijn politieke loyaliteit en de familiebanden met Orbán, kalft Vitézy’s invloed in 2013 en 2014 geleidelijk af. Hij is de politieke steun van de overheid verloren nadat hij als anti-Russisch is bestempeld en de lastercampagne zijn vertrouwensband met Tarlós onherstelbaar heeft beschadigd. ‘Tot aan de dag van vandaag geloof ik niet dat Vitézy domweg de Russische ambassade is binnengelopen met het voornemen om ergens een stokje voor te steken, tenzij hij daar iemand kende. Dat laatste lijkt echter niet waarschijnlijk, al heb ik de ambassade er nooit naar gevraagd,’ zegt Tarlós tegen VSquare, waarmee we tot op zekere hoogte in het duister blijven tasten over wat hij nou echt denkt.

    Uiteindelijk heeft de verdeel-en-heerstactiek van de Russen en hun lobbyisten succes. Dat is deels het gevolg van de soepele samenwerking tussen de Russische diplomatie, een Russisch bedrijf, hun Hongaarse afgevaardigden en waarschijnlijk ook nog andere vertakkingen van de Russische staat. Meerdere specialisten op het gebied van nationale veiligheid zeggen tegen VSquare dat provokatsiya – het in de hand werken van een crisis, het aanzwengelen van een conflict – en het verspreiden van dergelijke onwaarheden, al sinds jaar en dag het handelsmerk zijn van zowel de oude KGB als de hedendaagse Russische geheime dienst.

    Uiteindelijk wordt Dávid Vitézy eind 2014 ontslagen.

    De burgemeester van Boedapest heeft een aantal dingen in het midden gelaten in de versie van het verhaal die wij van hem te horen krijgen. Tarlós vertelt VSquare dat hij Vitézy in 2010 heeft aangesteld als hoofd van BKK op verzoek van een van zijn adjuncten. ‘Na een tijdje werd duidelijk dat de opvattingen van Vitézy op een heleboel terreinen niet overeenkwamen met die van mij,’ vervolgt hij. Hij zegt dat de band tussen hen verslechterde en hij erkent dat hij Vitézy op een zijspoor probeerde te zetten. ‘Ik mocht hem niet, en ik wilde eigenlijk niet langer dat hij aan het hoofd stond van BKK,’ voegt hij er nog aan toe.

    Verrassend genoeg impliceert de burgemeester dat hij weliswaar achter de beslissing stond, maar dat hij niet zelf het initiatief heeft genomen om Vitézy te ontslaan. Tarlós weigert bekend te maken wat de achtergrond van die beslissing is geweest, en van wie het initiatief uitging. ‘Ik wil niet al te gedetailleerd op de omstandigheden van deze beslissing ingaan, deels omdat ik niet veel later hoe dan ook die stap in werking zou hebben gezet.’ Hij beklemtoont nog eens dat het ontslag niets van doen heeft met de Russen. ‘Ten minste niet voor zover ik weet,’ gaat hij verder. Wat de burgemeester exact heeft gezegd – aangaande het ontslag van Vitézy – is dat ‘de Russen niet specifiek zijn genoemd’, noch door ‘de Russen zelf’ noch door ‘de Hongaarse regering en de mensen die daar deel van uitmaken’.

    Nadat het eerste obstakel uit de weg is geruimd door Vitézy uit te rangeren, richten de Russische lobbyisten rond de leiders in Boedapest hun pijlen op het tweede obstakel. De lobbyisten proberen de renovatie van de metro te laten plaatsvinden binnen een zogeheten buitengewone procedure, zonder openbare aanbesteding en concurrentie. Als ze daarin slagen, kan Metrowagonmash de aanbesteding winnen zonder het ook maar tegen iemand te hoeven opnemen.

    De oude M3-lijn op een station in Boedapest, Hongarije, 2014. – © Nikita Shvetsov / Anadolu Agency / Getty Images
    De oude M3-lijn op een station in Boedapest, Hongarije, 2014. – © Nikita Shvetsov / Anadolu Agency / Getty Images

    VSquare heeft de hand weten te leggen op het officiële verzoek – oorspronkelijk aangehaald door Népszabadság – waarin wordt verzocht om een buitengewone procedure. Dit verzoek dateert van 23 augustus 2013, drie maanden nadat Vitézy en Sorokin elkaar hebben gesproken. Het is ondertekend door Tarlós en gestuurd aan Lászlóné Németh, die aan het hoofd staat van het ministerie van Nationale Ontwikkeling (Nemzeti Fejlesztési Minisztérium, NFM), het ministerie dat gaat over het budget voor ontwikkelingsfondsen.

    ‘Naar onze mening is het risico dat het gebruik van de oude metrostellen met zich meebrengt, onacceptabel groot’, staat te lezen in het verzoek, dat verwijst naar veiligheidsrisico’s en risico’s op allerhande andere gebieden. In de brief wordt verwezen naar het belang van de nationale veiligheid en wordt verzocht af te zien van een openbare aanbesteding, omwille van een snelle renovatie. In tegenstelling tot zijn eerdere opvattingen pleit Tarlós nu onomwonden tégen de aanschaf van nieuwe metrostellen en zegt dat hij opgeknapte metrostellen wil.

    De burgemeester laat zelfs weten dat hij niet langer steun wil van de Europese Unie. Tarlós zegt niet met zoveel woorden wie hij voor dit project in de arm wil nemen, maar hij schrijft in een brief dat er bedrijven zullen worden gepolst die op een niet-openbare lijst staan van het Hongaarse Constitutional Protection Office, de dienst die zich ook bezighoudt met contraspionage.

    Destijds stonden minister Lászlóné Németh en het NFM onder volledige controle van Simicska, de machtige oligarch die overhooplag met Tarlós, en het verzoek wordt dan ook afgewezen.

    Tegenover VSquare houdt Tarlós vol dat hij nooit enige druk heeft gevoeld van Simicska. Maar na de parlementsverkiezingen van 2014 verbreekt Simicska al snel de banden met Orbán.

    Simicska’s invloed is tanende en later wordt ook Lászlóné Németh ontslagen. Als alle obstakels uit de weg zijn geruimd, neemt de regering Orbán een financiële beslissing door een decreet aan te nemen dat in feite alle mogelijkheden uitsluit, behalve het opknappen van de oude metrostellen.

    Wanneer VSquare ernaar vraagt, zegt Tarlós dat hij zich, ondanks zijn eerdere opvatting, uiteindelijk heeft neergelegd bij de beslissing van regering en dat hem geen andere mogelijkheid restte dan de oude metrostellen te laten opknappen. De burgemeester rept met geen woord over het feit dat hij in augustus 2013 van gedachten is veranderd – in ieder geval waar het de inhoud van die brief betrof – zoals maar al te duidelijk blijkt uit zijn verzoek om een buitengewone procedure.

    Van de bedrijven die overblijven komt de Estlander met het beste, modernste en goedkoopste bod, waarmee het Boedapest en de Hongaarse regering knap lastig wordt gemaakt. Skinest Rail wordt uiteindelijk gediskwalificeerd

    Uiteindelijk trekken Béla Juhász en Metrowagonmash aan het langste eind. Hoewel er uiteindelijk toch een openbare aanbesteding moet worden gedaan, worden de voorwaarden en de vereisten toegespitst op de Russen. Zeven bedrijven dingen mee naar de opdracht. Vijf bedrijven halen de tweede ronde: Alstom (Frankrijk), CAF (Spanje), Škoda Transportation (Tsjechië), Skinest Rail (Estland) en Metrowagonmash. Voordat de uitslag bekend wordt gemaakt, hebben wij een gesprek met een wettelijk vertegenwoordiger van een van de Europese bedrijven die hebben meegedongen. Deze vertegenwoordiger laat weten dat van begin af aan duidelijk was dat het doorgestoken kaart was, maar dat ze vanuit een gevoel van rechtvaardigheid toch hebben besloten mee te dingen. Alstom, CAF en Škoda hebben al snel door hoe weinig kans ze maken en trekken zich terug uit de race. Van de bedrijven die overblijven komt de Estlander met het beste, modernste en goedkoopste bod (196 miljoen euro), waarmee het Boedapest en de Hongaarse regering knap lastig wordt gemaakt. Skinest Rail wordt uiteindelijk, onder het mom van onduidelijke technische redenen, gediskwalificeerd. Zo weet Metrowagonmash de opdracht binnen te halen, met een offerte die niet alleen hoger is (220 miljoen euro) maar ook nog eens minder aantrekkelijk. Hun metrostellen zijn niet eens voorzien van airconditioning.

    Begin 2017 arriveren de eerste opgelapte Russische metrostellen – die spottend Moskvitsj worden genoemd, naar het goedkope Russische automerk – in Boedapest. Het blijkt dat de Russen echt iedereen om de tuin hebben geleid. Er wordt vermoed dat ze de oude metrostellen helemaal niet hebben opgeknapt, maar dat ze gloednieuwe metrostellen hebben geleverd – een verouderd model dat ze aan de straatstenen niet kwijt konden. Als ze met deze modellen hadden moeten concurreren in een openbare aanbesteding voor nieuwe metrostellen, waren ze kansloos geweest tegenover de Esten, de Spanjaarden en de Tsjechen. De burgemeester van Boedapest reageert op het schandaal met de woorden: ‘Laten we blij zijn dat we iets veel mooiers en beters hebben gekregen dan we verwachtten.’

    De nieuwe Moskvitsjen haperen ogenblikkelijk. De deuren gaan plotseling open terwijl de metro rijdt, maar weigeren open te gaan wanneer dat moet, zodat honderden passagiers vast komen te zitten. Soms wordt de noodrem uit zichzelf geactiveerd. Na enkele weken geeft de landelijke verkeersdienst zelfs de opdracht alle gerenoveerde Russische metrostelling tijdelijk uit de roulatie te nemen.

    Auteur: Szabolcs Panyi
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    De in Budapest geboren Zsabolcz Panyi is op dit moment Fullbright-student aan de Arizona State University.

    VSquare
    Visegrad-groep | vsquare.org

    Een platform voor onafhankelijke cross-border journalistiek ter bevordering van de kwaliteit van onderzoeksreportages en onafhankelijke journalistiek in de Visegrad-regio (Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië). De redactie zit verspreid over deze vier landen. Het initiatief wordt gesteund door het Nationaal Endowment for Democracy.

  • Handvol families financiert Amerikaanse verkiezingen

    Handvol families financiert Amerikaanse verkiezingen

    Ooit werd Frankrijk bestierd door tweehonderd families. In de VS gebeurt nu iets soortgelijks: uit onderzoek van The New York Times blijkt dat 158 superrijke families bijna de helft van al het campagnegeld bijeen hebben gebracht.

    Het zijn in overgrote meerderheid rijke, oudere blanke mannen in een natie die in toenemende mate wordt gevormd door jonge kiezers, vrouwelijke kiezers en kiezers met een kleurtje. In dit onmetelijk grote land wonen zij vooral in een kleine archipel van exclusieve rijke wijken verspreid over een handjevol steden. En in een economie waarin miljardairs van oudsher fortuin maakten in een onafzienbare reeks verschillende industrieën, danken zij hun rijkdom grotendeels aan slechts twee sectoren: financiële dienstverlening en energie. Met hun enorme rijkdom hebben ze nu de politieke arena betreden. Bijna de helft van al het campagnegeld van de Democratische en Republikeinse kandidaten is van hen afkomstig. Uit onderzoek van The New York Times blijkt dat 158 families, deels via bedrijven die geheel of gedeeltelijk in hun handen zijn, nu al 176 miljoen dollar aan de campagnes hebben bijgedragen. Sinds Watergate is het niet meer gebeurd dat zo’n klein aantal mensen en bedrijven in zo’n vroeg stadium van de verkiezingen zo veel geld heeft ingebracht. Overwegend via kanalen die pas wettelijk zijn toegestaan sinds het Hooggerechtshof met het Citizens United-arrest vijf jaar geleden de weg vrijmaakte voor super-PAC’s [zie kader onderaan dit artikel]

    De samenstelling van deze groep donateurs weerspiegelt de veranderende samenstelling van Amerika’s economische elite. Er zitten betrekkelijk weinig mensen bij met oud geld of uit het traditionele bedrijfsleven. De meesten hebben zelf een bedrijf opgebouwd en zijn rijk geworden met een combinatie van lef en talent: door het oprichten van een hedgefonds in New York, door het opkopen van onderschatte olievelden in Texas of door kassuccessen in Hollywood. Meer dan een dozijn van deze donateurs is niet geboren in de 
VS maar in Cuba, de voormalige Sovjet-Unie, Pakistan, India of Israël.
    Maar hoe ze hun geld ook hebben 
verdiend, in hun politieke voorkeur neigen de grootste donateurs aan de verkiezingscampagnes naar rechts. 
Ze hebben al tientallen miljoenen gedoneerd aan Republikeinse kandidaten die paal en perk beloven te stellen aan regelgeving en overheidstoezicht, aan de belastingtarieven op inkomen, vermogenswinst en erfenissen en aan subsidies en sociale voorzieningen. Allemaal beleidskeuzes die hun eigen rijkdom beschermen, maar die ze om andere redenen zeggen te omarmen: volgens hen leidt dit tot economische groei en behoud van een stelsel dat ook anderen in staat stelt rijk te worden.
    ‘Veel families die op eigen kracht rijk zijn geworden, vinden dat kleine ondernemingen last hebben van het woud aan regelgeving,’ zegt Doug Deason, een belegger uit Dallas die vijf miljoen in de campagne van de Texaanse 
gouverneur Rick Perry had gestoken. (Nu Perry zich heeft teruggetrokken, dingen veel andere kandidaten naar zijn gunsten.) ‘Zij hebben goed geboerd. En ze gunnen het andere mensen om ook goed te boeren.’

    Een fundraiser voor Donald Trump in het huis van autohandelaar Ernie Boch Jr. in Norwood, Massachusetts. – © Brian Snyder / Reuters
    Een fundraiser voor Donald Trump in het huis van autohandelaar Ernie Boch Jr. in Norwood, Massachusetts. – © Brian Snyder / Reuters
    Het zijn razend succesvolle ondernemers die gewend zijn bergen te verzetten, en graag tegen de stroom inroeien

    Tegenwicht voor demografie

    Met al dat geld voor Republikeinse kandidaten bieden deze rijke donateurs financieel tegenwicht aan de demografische ontwikkeling. Die levert juist steeds meer electorale steun op voor 
de Democraten en hun economische beleid. Uit een peiling van The New York Times en CBS News bleek in juni dat twee derde van alle Amerikanen voorstander is van een hoger belastingtarief voor wie meer dan een miljoen per jaar verdient. Zes op de tien is voorstander van actiever overheidsbeleid om de kloof tussen arm en rijk te dichten. 
En volgens het Pew Research Center 
is bijna zeven op de tien Amerikanen voor behoud van ons huidige uitkeringen- en ziektekostenstelsel.
    Republikeinse kandidaten hebben moeite om stemmen te winnen onder latino’s, vrouwen en zwarte kiezers. Maar in deze campagne blijken de Republikeinen een grote voorsprong op de Democraten te hebben in de wereld van de zogenaamde super-PAC’s. Voor donaties aan het campagneteam van een kandidaat geldt een strikte limiet, maar aan zo’n ‘onafhankelijk’ political action committee mag iedereen zo veel geven als hij wil. De meeste donaties vloeien dan ook daarheen. Tot 30 juni hadden de 158 grootste donateurs in de campagne ieder al minstens 250.000 dollar bijgedragen, zo blijkt uit gegevens van de Federale kiescommissie 
en andere bronnen. En nog eens 200 andere families gaven ieder meer dan 100.000 dollar. Bij elkaar opgeteld waren deze twee groepen verantwoordelijk voor meer dan de helft van al het campagnegeld tot nu toe, en het leeuwendeel daarvan ging naar Republikeinen. ‘Het stelsel voor campagnefinanciering werkt nu als tegenkracht tegen de feitelijke ontwikkeling van het electoraat en het beleid dat kiezers willen,’ zegt Ruy Teixeira, een politicoloog van het linkse Center for American Progress.

    In hun politieke voorkeur neigen de grootste donateurs naar rechts

    Eigen klasse

    Zoals de meeste superrijken treden de nieuwe donateurs niet graag naar buiten. De meeste families die wij benaderden, wilden ons niet te woord staan over hun campagnebijdragen of hun politieke denkbeelden. Veel donaties waren afkomstig van bedrijfsadressen of postbusnummers, of ze liepen via brievenbusfirma’s of trustfondsen. Allemaal nieuwe methoden die mogelijk zijn gemaakt door het Citizens United-arrest, dat bedrijven veel meer speelruimte geeft om verkiezingscampagnes te financieren. Sommige donateurs staan vanwege hun privacy of om belastingtechnische redenen niet ingeschreven als eigenaar van het huis waar ze wonen. Dat maakt het nog moeilijker de sociale verwevenheid en de familiebanden van deze kleine groep te achterhalen.
    Maar uit interviews en onderzoek in openbare bronnen – zoals kiezersregistraties, bedrijfsgegevens en data van de federale kiescommissie – komt een beeld naar voren van een heel eigen klasse die geografisch, sociaal en economisch sterk samenklit. De wijken waar ze wonen, zouden samen bijna allemaal binnen de stadsgrenzen van New Orleans passen. Maar nog geen vijfde van de totale bevolking van die wijken bestaat uit minderheden, en praktisch niemand is zwart. De bewoners verdienen er vierenhalf keer zo veel als de gemiddelde Amerikaan en de kans dat ze een universitaire opleiding hebben genoten is tweemaal zo hoog. De meeste families wonen in slechts negen steden, vaak vlak bij elkaar in buurten zoals het chique Bel Air en Brentwood in Los Angeles of River Oaks in Houston, een wijk die vooral in trek is bij topmannen van energiebedrijven. Of Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met een eigen beveiligingsdienst, 35 villa’s en een 18 holes-golfbaan. Soms zijn ze, Republikeinen zowel als Democraten, donateur van dezelfde musea, symfonieorkesten of hulpprogramma’s voor achterstandskinderen. Ze doen samen zaken, ze trouwen met elkaar en zitten soms in hetzelfde pokerclubje. Meer dan vijftig leden van deze families staan in de Forbes 400-lijst van de rijkste miljardairs van het land. Ze zijn zo rijk dat zelfs een campagnebijdrage van een miljoen dollar voor hen een kleinigheid is.
    Neem hedgefondsmiljardair Kenneth C. Griffin uit Chicago: volgens de gegevens die zijn vrouw indiende in hun echtscheidingszaak, bedraagt zijn besteedbaar inkomen 68,5 miljoen dollar per maand. Hij heeft in totaal 300.000 dollar aan lobbygroepen van Republikeinse presidentskandidaten gegeven. Dat lijkt een enorm bedrag, maar gemeten naar zijn jaarinkomen is het evenveel als 21,17 dollar voor een gemiddeld Amerikaans huishouden (uitgaande van cijfers over het gemiddeld besteedbaar inkomen van het Congressional Budget Office [de Amerikaanse rekenkamer]).
    De rijkdom van deze families is deels een gevolg van de enorme groei van de financiële dienstverlening en de hausse in de olie- en gasindustrie, twee ontwikkelingen die de Amerikaanse economie in de afgelopen decennia ingrijpend hebben veranderd. De families profiteren bovendien van de politieke en economische ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan de groeiende kloof tussen arm en rijk. Terwijl het aandeel van de middenklasse in het nationaal vermogen en het nationaal inkomen is gekrompen, is dat van deze families juist gegroeid.

    Zoals de meeste superrijken treden de nieuwe donateurs niet graag naar buiten
    Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met ruim tachtig supperrijke bewoners, onder wie veel politieke donateurs. – © Scott Morgan / Reuters
    Indian Creek Village, een particulier eiland bij Miami met ruim tachtig supperrijke bewoners, onder wie veel politieke donateurs. – © Scott Morgan / Reuters

    Financiën en energie

    De vermogensgroei is vooral hard gegaan in de hogere echelons op Wall Street. Waar beleggers voorheen vooral het geld van anderen beheerden, werden ze steeds vaker zelf schatrijk. Eén tiende procent van de Amerikaanse belastingbetalers werkt in de financiële sector, en volgens één onderzoek is hun aandeel in het nationaal inkomen sinds 1979 vervijfvoudigd. Van de hier besproken families zijn er 64 rijk geworden in de financiële sector. Dat is de grootste subgroep onder de superdonateurs in deze verkiezingsrace. De meeste hebben zich daarbij niet omhooggewerkt binnen een gevestigd bedrijf als Goldman Sachs of Exxon. Ze hebben, al dan niet in samenwerking met anderen, eigen ondernemingen opgezet. In de financiële sector beheerden ze hedgefondsen en andere risicovolle beleggingsfondsen die profiteerden van het gunstige belastingklimaat voor schulden en beleggingen, en van de aantrekkende beurzen en lage rentetarieven van de laatste tijd. In de energiesector gaat het onder meer om avonturiers die als eersten profiteerden van de nieuwe boortechnieken en de hoge energieprijzen die de winning van schaliegas in North Dakota, Ohio, Pennsylvania en Texas rendabel maakten. Anderen maakten fortuin door die pioniers te voorzien van pijpleidingen, vrachtwagens en apparatuur om te ‘fracken’.
    In beide sectoren kan een succesvol 
bedrijf in korte tijd enorme winsten opleveren – in tegenstelling tot sectoren waar het kapitaal vastzit in investeringen. En als ze niet worden gehinderd door aandeelhouders of een raad van bestuur, hebben deze ondernemers alle vrijheid om met dat geld hun politieke passie uit te leven. Meer dan de helft van het geld van de 158 grootste donateurs komt uit deze twee sectoren. ‘Als ik die families zie: dat zijn razend succesvolle ondernemers die gewend zijn om bergen te verzetten, en die graag tegen de stroom in roeien,’ zegt David McCurdy, vroeger Congreslid voor Oklahoma en nu voorzitter van de Vereniging van Amerikaanse Aardgasbedrijven.
    Grote beursgenoteerde bedrijven laten zich doorgaans niet in met super-PAC’s, vanwege de negatieve publiciteit over de invloed van het grote geld op de campagnes. Maar deze zelfstandige ondernemers stoppen er rustig miljoenen in. En ze zetten hun geld soms op kandidaten waar het partijestablishment en traditionele donateurs de neus voor ophalen. Neem de drie families die tot nu toe de grootste campagnebijdragen hebben gedoneerd: de familie Wilks uit Texas, die miljarden heeft verdiend met vrachtwagens en boorapparatuur voor de schaliegasvelden; de familie Mercer uit New York, van hedgefondsbelegger Robert Mercer; en Toby Neugebauer, een private equity-belegger uit Texas. Allemaal steunen zij de Texaanse senator Ted Cruz, de uiterst conservatieve Tea Party-hardliner die slecht ligt bij de Republikeinse partijtop.
    ‘Veel geld inzetten op iets waar 
anderen nog niets in zien. Dat is de overeenkomst tussen het succes in 
die twee sectoren, energie en beleggingen,’ zegt Tim Phillips. Hij is de voorzitter van Americans for Prosperity, een conservatieve lobbygroep gelieerd aan de Republikeinse geldschieters Charles G. en David H. Koch.
    Sommige families zitten in netwerken van ideologisch gedreven partijdonateurs die, zowel op links als op rechts, fundamentele invloed proberen uit 
te oefenen op de koers van hun partij. Zo zijn meer dan een dozijn donateurs of hun familieleden ook betrokken bij Koch Seminars, de tweejaarlijkse conferentie van de gebroeders Koch, die 
via diverse lobbygroepen onder meer ijveren voor afschaffing van de Export-Import Bank [een bank van de federale overheid, die kredieten verstrekt om 
de export van Amerikaanse goederen te bevorderen. Het rendement hiervan is omstreden en rechts-conservatieven zoals de gebroeders Koch beschouwen dit als een ongewenste vorm van staatsinmenging in de economie]. Dat geldt bijvoorbeeld voor bovengenoemde Deason en zijn vrouw, voor beleggingspionier Charles Schwab, wiens vrouw Helen veel aan de partij doneert, en voor Karen Buchwald Wright, van de familie die compressoren voor de 
winning en het transport van aardgas maakt. ‘De meeste deelnemers aan de conferentie zijn ondernemers die hun bedrijf helemaal zelf, van de grond af, hebben opgebouwd,’ zegt Deason, die alle vormen van subsidies en sociale uitkeringen wil afschaffen, ook als zijn eigen investeringen ervan profiteren.
    Anderen, zoals hedgefondsbelegger George Soros en zijn zoon Jonathan, hebben juist banden met de Democracy Alliance, een netwerk van linkse partijdonateurs die willen dat de Democratische partij veel meer doet aan klimaatbeleid en een progressief belasting-
stelsel. Deze groep geldschieters, die hun rijkdom veelal te danken hebben aan Hollywood of Wall Street, hebben miljoenen in de campagne van Hillary Clinton gestoken.


    Veel op het spel

    Tot op zekere hoogte doneren deze families geld omdat ze persoonlijke, regionale of professionele banden 
hebben met de kandidaten die ze steunen. De vader van Jeb Bush heeft zijn geld verdiend in de olie en Jeb Bush heeft zelf miljoenen verdiend op Wall Street. Sommige kandidaten die door de superrijken worden gesteund, 
hebben een politiek ambt bekleed in Florida of Texas, de twee staten waar de meeste families op de lijst van 158 wonen. Maar dat deze families de mogelijkheden van het Citizens United-arrest ten volle uitbuiten, is vooral een teken dat er voor hen ook veel op het spel staat, juist in de financiële dienstverlening en de energiesector. De regering Obama, de Democraten 
in het Congres en zelfs Jeb Bush zijn voorstander van regelgeving en belastingmaatregelen die een fikse lastenverhoging voor durfkapitaal- en private equity-fondsen kunnen betekenen. Hedgefondsen kenden van oudsher weinig regelgeving, maar zijn sinds 2010 gebonden aan de regels van de Dodd-Frank-wet [848 pagina’s aan financiële regulering die in juli 2010 werden doorgevoerd ter bestrijding van de financiële crisis]: verschillende Republikeinse kandidaten hebben beloofd om die terug te draaien, terwijl Clinton hem juist wil handhaven.
    En de schaliegashausse heeft in korte tijd weliswaar heel veel geld opgeleverd, maar ook geleid tot overproductie van olie, waardoor de prijzen nu dalen. Binnen de industrie bestaat brede steun voor opheffing van het veertig jaar oude verbod op de export van olie, om Amerikaanse olieproducenten een nieuwe afzetmarkt te geven, en voor de aanleg van de omstreden Keystone XL-oliepijpleiding [vanuit Canada 
naar de VS. Olie-raffinaderijen, milieuactivisten en enkele leden van het Amerikaanse Congres spanden rechtszaken aan die de bouw moesten dwarsbomen]. ‘Ze vragen geen hulp van de overheid, ze willen alleen graag olie exporteren, en de meesten willen ook de Keystone-pijpleiding,’ zegt T. Boone Pickens, belegger en voorstander van aardgaswinning, over zijn collega’s in de energiesector. ‘De olie- en gasindustrie heeft wonderen verricht voor dit land. Ze betalen zich krom aan belasting, en toch blijven de mensen je aanvallen,’ vervolgt Pickens, die 125.000 dollar heeft gedoneerd aan steuncomités voor Jeb Bush of Carly Fiorina. ‘Het zijn ondernemers, en ze hebben overal een mening over.’

    Nicholas Confessore, Sarah Cohen en Karen Yourish

    Kader: Wat zijn super-PAC’s?

    Amerikaanse presidentskandidaten krijgen in hun campagnes vaak bijval van zogenaamde political action committees (PAC’s), lobbygroepen die in naam onafhankelijk zijn, maar in feite actie voeren voor (en vooral ook tegen) specifieke kandidaten. Net als de financiering van campagneteams is die van PAC’s aan strikte regels gebonden: donaties mogen niet anoniem plaatsvinden en niet meer bedragen dan 5000 dollar per persoon. 
Maar twee uitspraken van het Hooggerechtshof in 2010, waaronder het Citizens United-arrest, hebben de weg vrijgemaakt voor zogenaamde super-PAC’s. Daaraan mogen particulieren en bedrijven zo veel geld doneren als ze willen. Officieel mogen de super-PAC’s niet met een kandidaat of zijn campagneteam overleggen over de te volgen koers, maar in de praktijk spelen hun publiciteitscampagnes al sinds 2012 een grote rol in de verkiezingen.