Tag: vrijheid van meningsuiting

  • Tunesië: twee journalisten veroordeeld tot jaar gevangenisstraf

    Tunesië: twee journalisten veroordeeld tot jaar gevangenisstraf

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Nikki Haley kondigt aan dat ze op Trump zal stemmen

    » China lanceert grote militaire operatie tegen Taiwan

    Critici zien het vonnis als een aanval op het vrije woord

    De kroniekschrijvers Borhen Bsaïes en Mourad Zeghidi, die bekendstaan als critici van de Tunesische regering, zijn woensdag door een rechtbank in Tunis beide veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. ‘Ze werden schuldig bevonden aan het gebruik van informatienetwerken en -systemen om valse informatie te verspreiden die bedoeld is om derden te belasteren en materiële en morele schade toe te brengen’, meldt de nieuwswebsite Tunisie Numérique.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De twee mannen werden op 11 april gearresteerd, dezelfde dag als de Tunesische advocaat en columnist Sonia Dahmani. De aanklachten werden ingediend op grond van een wetsdecreet dat in 2022 werd uitgevaardigd door de Tunesische president Kais Saied om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan – een maatregel die door critici wordt gezien als een wetgevend wapen om de vrijheid van meningsuiting in Tunesië de kop in te drukken.

  • Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Persvrijheid in Griekenland: ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    Griekenland is in één jaar maar liefst achtendertig plaatsen gezakt op de internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen en staat nu het laagst van alle Europese landen. Journalist Stavros Malichudis, die zelf door de inlichtingendienst in de gaten werd gehouden, weet wel hoe dat komt.

    Laten we een spelletje doen: pak een pen of potlood en een stuk papier. Ik weet dat je het niet zult doen. Maar ik meen het. Geef het een kans: pak een pen of potlood en een stuk papier.

    Zit je klaar? Laten we doen van wel. Bedenk nu welke vijftien bedrijven de meeste invloed hebben op je dagelijks leven en schrijf ze op. Neem bijvoorbeeld de bedrijven waar je op een gewone dag het meest mee in aanraking komt.

    Ik begin wel: Cosmote (mobiele telefoon). Vodafone (vaste lijn). De Piraeus Bank (geld). E-food en Wolt (eten). Public en Plaisio (loop ik tegenaan zodra ik mijn huis uit kom). OPAP (ik kom langs de eerste vestiging van dit kansspelbedrijf nog voor ik tegen de Public en Plaisio aanloop). Athenian Brewery, Olympic Brewery, Coca-Cola (grote kans dat ik tijdens een zakelijke afspraak of ’s avonds in een bar een van deze merken bestel). Aegean Airlines. Hellenic Petroleum. Energiebedrijf DEI. Mytilineos. En natuurlijk de bouwbedrijven: Ellaktor, GEK Terna en opnieuw Mytilineos.

    Bedenk nu wanneer je voor het laatst een programma van een publieke of commerciële omroep hebt gezien dat onderzoek deed naar een van deze bedrijven. Wanneer heb je voor het laatst een reportage gezien – over arbeidsovereenkomsten waar het niet zo nauw mee wordt genomen, over een vermoedelijke voorkeursbehandeling van de staat, over een eventueel oneerlijke houding tegenover kleine spelers op de markt – op een groot mediakanaal?

    Rotte appels

    Waarschijnlijk is dat heel lang geleden. Wat is hier aan de hand? In Griekenland kom je waar je ook kijkt rotte appels tegen. Kan het zo zijn dat op magische wijze alleen de belangen van de grote spelers onaangetast blijven? Hebben alleen andere bedrijven last van de kwalen waarvan we allemaal op de hoogte zijn?

    Noteer nu eens welke van deze bedrijven je weleens hebt zien adverteren op grotere media, of welke de evenementen sponsorden die je hebt bezocht.

    Lijkt alles nu niet ineens een stuk duidelijker?

    Voor bedrijven in Griekenland dient adverteren bij mediakanalen één doel: een afhankelijkheidsrelatie creëren. Voor veel Grieken is dat natuurlijk niets nieuws, maar het is interessant om te zien hoe buitenlandse bedrijven zich aan deze realiteit aanpassen.

    In september 2021 ontstond er ophef over e-food, het Duitse bedrijf dat pizza, souvlaki en zelfs boodschappen thuisbezorgt. Toen een ongelukkig bericht uitlekte waarin bepaalde bezorgers werden geïnformeerd dat ze niet langer in loondienst zouden werken, en dat ze ofwel verder konden gaan als freelancer of e-food vaarwel konden zeggen, werden de bezorgers op sociale media massaal gesteund.

    ‘In Europa is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord’

    De media besteedden niet alleen veel aandacht aan het nieuws, maar ook aan de eisen en acties van de werknemers. Door deze publiciteit daalde de rating van het bedrijf in een paar uur tot één ster – en werden de ontslagen teruggedraaid.

    Tijdens die eerste dagen, toen ik het enthousiasme zag waarmee de binnenlandse media de kwestie maar bleven behandelen, vroeg ik me iets af. Kort daarna wist een bron die goed op de hoogte was mijn vraag te beantwoorden: nee, e-food adverteerde niet bij de binnenlandse mediakanalen. Aangezien het zakenmodel van e-food gericht is op internetgebruikers – die terwijl ze naar een YouTubefilmpje of posts van hun vrienden op Facebook kijken vroeg of laat wel iets zullen bestellen – werd adverteren op radio en tv niet nodig gevonden voor de groei van het bedrijf. Dit verklaarde deels de ongekende vrijheid waarmee de mediakanalen zich tegen het bedrijf richtten.

    In het tussenliggende jaar heeft e-food zijn les geleerd: tegenwoordig adverteert het bedrijf op grote landelijke tv- en radiozenders. Daarmee heeft het zijn eigen beschermingscontract getekend en voorkomen dat de pers, en daarmee de consument, zich met toekomstige misstanden zal bemoeien.

    Gezakt

    In 2022 stond Griekenland op plek 108 van de 180 landen op de jaarlijkse internationale persvrijheidsindex van Verslaggevers Zonder Grenzen (VZG). Het was achtendertig plaatsen gezakt ten opzichte van het jaar ervoor en stond nu het laagst van alle Europese landen.

    Sinds de dag dat de lage plek op de index bekend werd gemaakt, is er in Griekenland iets eigenaardigs aan de hand. Een deel van de oppositie gedraagt zich alsof de uitkomst onverwacht was, bijna alsof het woord ‘Griekenland’ voor hen tot vorig jaar gelijkstond aan persvrijheid. Dit terwijl de regering niet alleen het rapport maar ook de instantie die het publiceert geheel in twijfel trekt.

    Inspelend op de inlandse neiging om ngo’s te wantrouwen (volgens de peilingen wantrouwen Griekse burgers ngo’s het meest van alle instituties) verwijst de regering denigrerend naar Verslaggevers Zonder Grenzen als ‘een ngo’, terwijl de premier het rapport als ‘rotzooi’ heeft bestempeld.

    Het is moeilijk te begrijpen waarom de rechtsvorm ‘non-profitorganisatie’ bepalender zou zijn voor de kwaliteit van het jaarlijkse rapport, dat wereldwijd van belang wordt geacht, dan bijvoorbeeld het feit dat VZG onderscheiden is door het Europees Parlement. In plaats van de index te erkennen wordt er in Griekenland gewezen op de Afrikaanse landen die hoger op de lijst staan en wordt er gevraagd: hoe is het mogelijk dat Griekenland het slechter doet dan die landen?

    Op een internationaal journalistiek congres dat in 2022 in Athene werd georganiseerd gaf Pavol Szalai, die bij de journalistieke non-profitorganisatie iMedD verantwoordelijk is voor de Balkanlanden en de EU, een antwoord dat met applaus werd ontvangen. Hij zei dat we nu eindelijk eens moeten ophouden met het als vanzelfsprekend beschouwen dat er in Afrikaanse landen minder persvrijheid heerst dan in Europese landen.

    In november 2021 werd onthuld dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst

    Szalai lichtte toe dat Griekenland vandaag de dag alle problemen in zich verenigt die je in andere Europese landen aantreft. ‘Er is maar één land waar onlangs een journalist is vermoord, waar journalisten willekeurig in de gaten worden gehouden en waar mensen die verslag doen van de immigrantenkwestie worden aangevallen en geïntimideerd. Ook zijn er veel SLAPP-gevallen [acroniem voor het door middel van rechtszaken intimideren van journalisten], is er politiegeweld, heerst er een gebrek aan onafhankelijkheid van publieke nieuwsmedia – en zo kan ik nog wel even doorgaan,’ zei hij.

    Internationale journalistieke organisaties (naast VZG) en buitenlandse Europarlementariërs blijven onvermoeibaar opheldering eisen over de moord op Giorgos Karaivaz [een Griekse onderzoeksjournalist die was gespecialiseerd in de georganiseerde misdaad en in april 2021 in Athene werd doodgeschoten]. En dat is het eerste wat er zou moeten gebeuren, wil de regering het imago van het land verbeteren. Maar ruim anderhalf jaar later is er, ondanks de aanvankelijke aankondigingen, geen enkele vooruitgang geboekt.

    Het directe gevolg van deze ongekende gebeurtenis – de moord op een misdaadverslaggever op klaarlichte dag – is het vermoeden dat zoiets opnieuw kan gebeuren.

    Als er geen haast wordt gemaakt met de opheldering van de moord op een vooraanstaande journalist, die zelfs bij de bewoners van het meest afgelegen Griekse dorp bekend was door zijn dagelijkse televisieoptredens, wat valt er dan te verwachten als er iets met een van ons zou gebeuren?

    In november 2021 onthulde een reportage in [de Griekse krant] Efimerida ton Syntakton dat ik in de gaten werd gehouden door de nationale inlichtingendienst, in het kader van een reportage voor Solomon.

    Onder toezicht

    We weten niet waarom ik onder toezicht kwam te staan. Aanvankelijk werd het ontkend, terwijl maanden later bleek dat het omwille van de ‘nationale veiligheid’ was gebeurd (net als jaarlijks minstens vijftienduizend andere burgers overkomt). Uit het gepubliceerde document kwam naar voren dat de geheime dienst in die periode interesse had in een reportage waaraan we werkten, over een twaalfjarige vluchteling uit Syrië die opgesloten zat in een kamp op Kos.

    Daarop volgde een verklaring van de Journalistenbond van Atheense Dagbladen. Ook de Buitenlandse Persvereniging en internationale journalistenverenigingen kwamen met verklaringen. Er werden vragen gesteld in het Europees Parlement en internationale media die als betrouwbaar bekendstaan kwamen met reportages.

    Toen de zaak meer bekendheid kreeg, maakte ik met mijn collega’s bij Solomon de volgende afspraak: we zouden ons niet overhaast tot linkse media of kanalen van de oppositie wenden, die uit principe of uit opportunisme belangstelling voor de zaak zouden tonen. In plaats daarvan zouden we wachten en andere media de kans geven een kwestie te belichten die in strijd is met vrijheden die in de grondwet verankerd zijn.

    We wachten nog steeds.

    Het is merkwaardig: de nieuwswebsites in Griekenland hebben journalisten in dienst die op een werkdag per persoon soms wel vijfentwintig verschillende nieuwsberichten moeten plaatsen. Maar nergens werd het nodig gevonden om tien minuten vrij te maken en een werknemer een nieuwsbericht van honderd woorden te laten tikken over de verklaring van onze vakbond – of toch ten minste over het feit dat een collega-journalist in de gaten werd gehouden.

    Journalist Thanasis Koukakis bleek te worden afgeluisterd met de spyware Predator

    De impact van het volledig verzwijgen van een gebeurtenis door de media is enorm: het betekent dat de gebeurtenis voor de lezers nooit heeft plaatsgevonden.

    Dit werd nog duidelijker in het geval van Thanasis Koukakis, een redacteur economie die voor Griekse en buitenlandse media als Financial Times bankschandalen onderzoekt. Hij bleek niet alleen onder toezicht te staan van de Griekse inlichtingendienst, maar ook te worden afgeluisterd met de spyware Predator. Ondertussen paste de regering decennia oude wetgeving zo aan dat hij niet meer te weten kon komen waarom dit heeft plaatsgevonden.

    Ondanks de informatie die hierover naar buiten kwam, werd ook hiervan amper verslag gedaan. Heel weinig mediakanalen zonden een nieuwsbericht uit over het feit dat een van hun collega’s, iemand die ze kenden, in de gaten werd gehouden.

    Onderzoeksjournalist Eliza Triantafillou van journalistencollectief Inside Story, die samen met Reporters United ruim een half jaar wijdde aan de onthulling van het schandaal dat vandaag de dag in binnen- en buitenland bekend is als Predator Gate, maakte een heel relevante opmerking. Volgens haar zagen de Griekse media zich gedwongen te erkennen (en hun publiek ervan op de hoogte te stellen) dat er daadwerkelijk iets aan de hand was toen het afluisteren van Nikos Androulakis aan het licht kwam – want hoe kun je verzwijgen dat een verkozen Europarlementariër en leider van de derde politieke partij van het land werd bespioneerd?

    Overheidsagentschap

    Wil een nieuwsbericht in Griekenland kans maken om het grote publiek te bereiken, dan moet het worden geplaatst door het Atheens-Macedonische Persbureau (AMNA), het enige overheidsagentschap. Het bedrijfsmodel van honderden websites in het hele land is gebaseerd op de reproductie van de berichten van AMNA; ze hebben verder weinig tot geen eigen nieuws. Misschien wel acht van de tien nieuwsberichten die we dagelijks op het internet lezen zijn afkomstig van dit persbureau.

    Onmiddellijk na zijn verkiezing in juli 2019 plaatste premier Kyriakos Mitsotakis, als een van zijn eerste handelingen, AMNA, de publieke omroep ERT en de nationale inlichtingendienst EYP onder zijn toezicht.

    Zijn besluit om EYP onder zijn directe verantwoordelijkheid te plaatsen is omstreden, omdat de lijst met journalisten, burgers en instanties die vermoedelijk onder toezicht van de geheime dienst staan almaar langer wordt. Maar het besluit van de premier om de publieke omroep en AMNA onder zijn verantwoordelijkheid te plaatsen, kan als geheel onnodig worden beschouwd. Beide overheidsinstellingen hebben immers altijd de belangen van de zittende regering behartigd, in plaats van de belangen van het publiek dat ze financiert.

    Dit is vandaag de dag nog steeds zo. Wanneer buitenlandse media als The Guardian en Le Monde de goed gedocumenteerde resultaten publiceren van maandenlang onderzoek naar de pushbacks van vluchtelingen door Griekenland, houdt AMNA zich stil. Maar wanneer diezelfde media korte reisreportages publiceren waarin ze de stranden van een Grieks eiland ophemelen, neemt het persbureau een heel andere houding aan en plaatst het een nieuwsbericht dat vervolgens door honderden websites wordt overgenomen.

    Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over hun eigen land

    Een voorbeeld waaruit het unieke vermogen van het overheidsagentschap blijkt om gebeurtenissen buiten de journalistiek te houden, waardoor ze schijnbaar niet hebben plaatsgevonden, is het interview van Washington Post-journalist Lally Weymouth met de premier. Toen AMNA het interview had vertaald en geherpubliceerd, ontbraken de momenten waarop de journalist Mitsotakis het vuur na aan de schenen had gelegd door hem op te roepen een door zijn regering ingevoerde problematische wet tegen nepnieuws in te trekken. De Griekse lezers hebben nooit meegekregen dat iets dergelijks had plaatsgevonden, hoewel Mitsotakis het jaar daarop zelf ook toegaf dat de regering de wet verkeerd had ingeschat.

    Maar het meest verhelderende voorbeeld van de rol van AMNA brengt ons weer bij Verslaggevers Zonder Grenzen en de manier waarop het staatspersbureau de jaarlijkse index bekendmaakte. Het was op zijn zachtst gezegd een hele uitdaging om de index in Griekenland te presenteren zonder te vermelden dat Griekenland nu op de laatste plek in Europa stond.

    Maar het is de redacteurs van AMNA toch gelukt. En zo kwam het dat de Griekse burgers werden ingelicht over de problematische stand van de persvrijheid in Rusland, China en elders – zonder dat ze iets lazen over die in hun eigen land.

    In de winter van 2019 zaten er in Griekenland circa 2500 onbegeleide minderjarige vluchtelingen vast onder erbarmelijke omstandigheden. De toenmalige minister van Burgerveiligheid, Michalis Chrisochoidis, stuurde een brief naar zijn Europese ambtgenoten waarin hij een plan voorstelde om de minderjarigen naar rato te verdelen over alle EU-landen. Het plan van de Griekse minister stuitte op de onverschilligheid van andere regeringen, maar waar het hier om draait is de inhoud van de brief en de uitkomst van de poging om die te achterhalen.

    Investigate Europe, een pan-Europees journalistenteam, vroeg de brief op bij de achtentwintig Europese regeringen. De helft daarvan reageerde. Hoewel het naar buiten brengen van de zaak in het belang van Griekenland kon zijn, weigerden de Griekse autoriteiten de brief vrij te geven. 

    De houding van bijvoorbeeld Finland daarentegen getuigt van een compleet andere bestuurscultuur. De brief werd er niet alleen vrijgegeven, de betreffende e-mail was zelfs ondertekend door een stagiair bij het verantwoordelijke ministerie.

    Toegang krijgen tot openbare gegevens heeft heel wat voeten in aarde

    Het verwerven van toegang tot openbare gegevens heeft in Griekenland heel wat voeten in aarde. Instellingen en diensten behandelen deze gegevens bijna als hun persoonlijke geheimen. Wij, journalisten die deelnemen aan internationale onderzoeken, moeten onze collega’s er continu van overtuigen dat het geen kwestie is van luiheid dat we geen toegang kunnen krijgen tot gegevens die zij in hun eigen land moeiteloos (vaak binnen een dag!) verkrijgen.

    Datajournalistiek is in het buitenland al jaren in opkomst, en er bestaan teams die zich specialiseren in aanvragen voor toegang tot openbare informatie. Dat geen van de grote media in Griekenland een dergelijke afdeling heeft, is tekenend. Zo’n afdeling zou namelijk nutteloos zijn.

    Deze kwesties hebben niet alleen maar betrekking op de huidige regering. Maar alleen een regering kan een kader bieden waarin redacteurs zichzelf niet censureren omdat ze weten dat een reportage de eigenaar van het mediakanaal waarvoor ze werken, of de adverteerders, in het verkeerde keelgat zal schieten. Alleen een regering kan de grondvesten leggen waardoor de grote spelers niet langer buiten schot blijven – en voor nationale media zorgen die het publiek informeren en niet het imago van de regering van dat moment dienen.

    Klokkenluiders

    En alleen een regering kan wetten maken om klokkenluiders te beschermen wanneer dat in het algemeen belang is. Hoewel hier EU-richtlijnen voor bestaan, blijft Griekenland weigeren deze in het nationale recht op te nemen. De regering volstaat met de herhaalde mededeling dat ‘er niets aan de hand is met de persvrijheid in Griekenland’, en benadrukt dat de persvrijheid in de grondwet verankerd ligt. De regering weigert het bestaan van deze kwesties te erkennen.

    Door te weigeren ze onder ogen te zien, ontzegt de regering burgers het recht om vrij van deze kwesties te leven. Het is dan ook veel doeltreffender wanneer de persvrijheid ondermijnd kan worden zonder bloedvergieten of conflicten, wanneer de persvrijheid in theorie gewaarborgd wordt en alleen stilletjes wordt betwist. Wanneer journalisten weten dat er in ons land bepaalde verhalen, onderwerpen en domeinen bestaan ‘waar je simpelweg niet aankomt’.

    Lees ook:

  • Wat zij zeggen over Elon Musk en het vrije woord

    Wat zij zeggen over Elon Musk en het vrije woord

    Internationale commentatoren en opiniemakers over de nieuwe eigenaar van Twitter en de algehele vrijheid van meningsuiting.

    Elon Musk – eigenaar Twitter

    Twitter

    ‘Met vrije meningsuiting bedoel ik gewoon datgene wat overeenkomstig is met de wet.

    Ik ben tegen censuur die veel verder gaat dan de wet

    Als mensen minder vrije meningsuiting willen, zullen ze de regering wel vragen om wetten in die zin aan te nemen.

    Daarom is voorbijgaan aan de wet in strijd met de wil van het volk.’


    Nesrine Malik – columnist The Guardian

    The Guardian

    ‘Absolutisten van het vrije woord zijn als verwaand sportpubliek dat denkt het beter te kunnen dan de spelers. Voor hen moet het woord zo vrij mogelijk zijn. Nergens wordt deze simplificatie duidelijker dan op sociale media. Deze onoprechte strijders voor het vrije woord zijn zo ontwend dat hun daden consequenties hebben, dat ze de mythe hebben geschapen van een censurerende ‘woke’ orthodoxie, die een bedreiging zou vormen voor vrije meningsuiting. Musk is een van hen.’


    Rakhi Bose – redacteur The New Yorker

    The New Yorker

    ‘Dit is een goed moment voor de Tesla CEO om zijn kennis van het moderne liberale politieke denken op te frissen. Om zijn absolutisme van het vrije woord te laten werken, zal Musk een manier moeten vinden om op Twitter de vrijheid van meningsuiting te koppelen aan het ‘schadeprincipe’ – de vrijheid om je mening te geven zolang het de rechten en vrijheden van een ander niet schaadt – en een evenwicht moeten vinden tussen rechten en realiteit, zodat de vrijheid van meningsuiting iedereen ten goede komt.’


    Jelani Cobb – redacteur Outlook India

    Outlook India

    ‘Musk heeft de ban op de meest rabiate gebruikers van Twitter opgeheven. Dat leidde tot de angst bij adverteerders dat hun producten kunnen verschijnen naast homofobe, racistische, seksistische of misantropische tweets. De wens van Musk verloren advertentie-inkomsten te compenseren met abonnementen, terwijl hij tegelijk moderatie van de inhoud terugschroeft, is hetzelfde als mensen vragen tegen betaling lid te worden van een gemeenschap waar ze nog meer kans lopen om misbruikt te worden.’

  • ‘Welkom in de hel, Elon. Wat je stuk maakt moet je betalen’

    ‘Welkom in de hel, Elon. Wat je stuk maakt moet je betalen’

    De plannen die Elon Musk heeft met Twitter zullen het platform niet verbeteren. Sterker nog, ze kunnen Twitter en de andere bedrijven die Musk bezit juist beschadigen. Dat schrijft Nilay Patel, hoofdredacteur van The Verge.

    Twitter is een clownesk bedrijf dat succesvol is ondanks zichzelf, en er is geen enkele manier om gebruikers en inkomsten te laten groeien zonder gigantische compromissen te sluiten. Die zullen je uiteindelijk je reputatie kosten en brengen waarschijnlijk ook nog eens ernstige schade toe aan je andere bedrijven. 

    Ik zeg dit in het volste vertrouwen omdat de problemen met Twitter niet van technische maar van politieke aard zijn. Het bedrijf Twitter maakt weinig interessante technologie; de waarde zit niet in de tech-afdeling maar in het gebruikersbestand: hopeloos verslaafde politici, verslaggevers, beroemdheden en andere mensen die blijven posten tegen beter weten in. Jij, Elon Musk! Jij bent verslaafd aan Twitter. Jij bent de aanwinst, en je hebt jezelf net gekocht voor 44 miljard dollar.

    En als mensen de waarde vertegenwoordigen, dan blijken mensen ineens intens ingewikkeld te zijn. Dat is het probleem. Proberen te regelen hoe mensen zich moeten gedragen, is historisch gezien een ellendige ervaring, vooral wanneer de autoriteit daartoe berust bij één enkel, machtig individu.

    Wat ik bedoel is dat jij nu de Twitterkoning bent, en mensen denken dat jij nu persoonlijk verantwoordelijk bent voor alles wat er op Twitter gebeurt. En je weet dat absolute monarchen meestal worden vermoord als er stront aan de knikker is.

    Het is domweg de realiteit is dat je nog steeds een hoop legale meningsuitingen zal zult moeten verbieden, als je geld wilt verdienen

    Een paar voorbeelden: je kunt zoveel beleefde brieven aan adverteerders schrijven als je wilt, maar verwacht niet dat je substantiële reclame-inkomsten vergaart als je de adverteerders geen ‘merkzekerheid’ biedt. Dat betekent dus dat je racisme, seksisme, transfobie en allerlei andere uitingen – die in de Verenigde Staten volkomen legaal zijn, en die laten zien dat mensen volslagen klootzakken zijn – moet verbieden. Dus je kunt zoveel beloftes doen over ‘vrije meningsuiting’ als je maar wilt, maar het is domweg de realiteit dat je nog steeds een hoop legale meningsuitingen zult moeten verbieden, wil je geld verdienen. En als je dat doet, gaan je griezelige, nieuwe, rechtse fanboys zich boosaardig tegen je keren, net zoals ze zich tegen elk ander sociaal netwerk keren dat dezelfde fundamentele waarheid ontdekt.

    Disney World

    Eigenlijk is er nog een stap voordat je bij de advertentiegelden komt: de meeste mensen willen helemaal geen deel uitmaken, zo blijkt, van verschrikkelijke, moderatieloze plekken op internet die vol zitten met strontracisten en onbehouwen reaguurders. (Daarom is Twitter zo klein in vergelijking met zijn soortgenoten!) Wat de meeste mensen willen van sociale media is leuke dingen beleven en zich voortdurend gewaardeerd voelen. Ze willen leven in Disney World. Dus als je meer Twitterleden wilt die daadwerkelijk gaan tweeten, dan moet je de beleving honderd keer aangenamer maken. En dat betekent: agressiever modereren! Nogmaals, elk ‘alternatief’ sociaal netwerk heeft die les met schade en schande geleerd. Echt. Steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw.

    Iedereen die ‘vrijheid van meningsuiting’ brult, negeert daarbij gemakshalve dat de grootste bedreiging van vrije meningsuiting in Amerika de verdomde regering is, die helemaal klaar lijkt te zijn met het Eerste Amendement [dat vrijheid van meningsuiting garandeert]. Ze verbieden boeken, Elon! President Joe Biden en voormalig president Donald Trump hebben dezelfde standpunten over Sectie 230 [dat stipuleert dat – met enkele uitzonderingen – een ‘interactieve computerservice’ niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van derden op hun platform]: allebei pleiten ze voor intrekking ervan. Weet je waarom? Omdat het Eerste Amendement hen verbiedt om expliciete regels voor meningsuiting op te stellen, dus blijven ze ermee dreigen de wet in te trekken die sociale netwerken toestaat te bestaan, om zo indirecte druk uit te kunnen oefenen op het beleid ten aanzien van de inhoud. Zo subtiel is het allemaal niet!

    De regering van sommige staten is nog minder subtiel: zowel Texas als Florida hebben voorschriften voor meningsuiting uitgevaardigd die sociale-mediabedrijven ronduit vertellen hoe ze moeten modereren. Dat is openlijk strijdig met het Eerste Amendement. Uitzoeken hoe je aan die wetten kunt voldoen, is geen technisch probleem (niet in het minst omdat naleving onmogelijk is). Het is een juridisch probleem. Die wetten zijn namelijk flagrant ongrondwettelijk, en de enige gepaste reactie erop is de regering te vertellen dat ze er haar mond over moet houden. (Een groot probleem hier is dat de rechtbanken behoorlijk achterlijk zijn wat het internet betreft!) Een aanvechting van deze wetten, gedeeltelijk gefinancierd door Twitter, is op weg naar het Hooggerechtshof, dat zo’n beetje het tegenovergestelde belichaamt van een voorspelbaar systeem: het is een stelletje onhippe mafkezen met levenslange benoeming die het Amerikaanse leven naar eigen inzicht radicaal kan veranderen. 

    Bij dit probleem kun je niet de hulp van AI inroepen: je moet het echte Eerste Amendement gaan verdedigen tegen de slechte wetten in Texas en Florida, staten waarvan jij de belastingen wel lekker vindt en waarvan je de gouverneurs wel lijkt te mogen. Ben je er klaar voor? Ben je bereid om voor het Congres te verschijnen en beleefd te weigeren om urenlang mee te doen aan hun content-capture-sessies? Ben je bereid om dat alles te doen zonder de hulp van ongelooflijk gerespecteerde beleidsdeskundigen wiens leider je eerst lastigviel en vervolgens ontsloeg? Dat is waar je voor getekend hebt. Het is veel saaier dan raketten en auto’s, of raketten met auto’s erop.

    Ben je bereid om voor het Congres te verschijnen en beleefd te weigeren om urenlang mee te doen aan hun content capture-sessies?

    Het wordt nog erger zodra je een voet buiten de Verenigde Staten zet! Duitsland is een enorme markt voor Tesla. Ga je de Duitse wetten voor meningsuiting aan je laars lappen? Ik durf te wedden van niet. En de Indiase regering, die in feite eist dat sociale-mediabedrijven potentiële gegijzelden leveren om in dat land te mogen opereren; daar ga je je niet uit redden. Bent je klaar voor de druk waarmee Twitter in het Midden-Oosten wordt geconfronteerd om accounts te blokkeren en te beperken? Ben je klaar voor het feit dat de Iraanse regering, verdomme, mensen godbetert vanwege hun sociale-mediaberichten? (Ben je klaar voor hoe Twitter op dit moment wordt gebruikt door Iraniërs die tegen die regering protesteren?) Ben je er klaar voor dat de Chinese regering manieren zal vinden om Tesla’s enorme belang in dat land te bedreigen vanwege content die op Twitter verschijnt? Reken maar dat dat gaat gebeuren.

    Contentmoderatie

    De fundamentele waarheid van elk sociaal netwerk is dat het product om contentmoderatie draait, en iedereen haat de mensen die besluiten hoe dat eruit moet zien. Contentmoderatie is wat Twitter vormt – het is wat de gebruikerservaring bepaalt. Het is wat YouTube vormt. Instagram. TikTok. Allemaal proberen ze om toffe dingen te stimuleren, slechte dingen te ontmoedigen en de echt slechte dingen te verwijderen. Weet je waarom alle YouTube-video’s acht tot tien minuten duren? Omdat ze met die lengte in aanmerking komen voor een tweede advertentieblok in het midden. Dat is contentmoderatie, baby – YouTube wilde een bepaald soort video en het bedacht prikkels om die te krijgen. Dat is de business waar je nu in zit. Hoe langer je je ertegen verzet of doet alsof je iets anders hebt te bieden, hoe meer Twitter je door de diepst mogelijke stront sleurt om onverdedigbare uitingen te verdedigen. En mocht je nu plots als een blad aan de boom omdraaien en aanvaarden dat groei agressieve contentmoderatie vereist en dat je overheidsvoorschriften inzake meningsuiting moet bevechten, hier en in de rest van de wereld, dan zal je nog wel eens zien hoe jouw fans daarop gaan reageren.

    Hoe dan ook, welkom in de hel. Het was je eigen idee.

    Lees ook:

  • Turkije voert gevangenisstraffen in voor ‘desinformatie’

    Turkije voert gevangenisstraffen in voor ‘desinformatie’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rechtszaak Capitool: extremistische groepen blijven democratie VS bedreigen

    » Zweden: centrum-rechts bereikt coalitieakkoord met steun van extreemrechts

    Raad van Europa spreekt zorgen uit over wet

    Het Turkse parlement heeft donderdag een door president Recep Tayyip Erdogan voorgestelde wet goedgekeurd die het mogelijk maakt journalisten en gebruikers van sociale media tot drie jaar op te sluiten voor het verspreiden van ‘desinformatie’. Ook moeten sociale netwerken en internetsites persoonlijke gegevens van gebruikers verstrekken, bericht Deutsche Welle.

    Volgens de Raad van Europa kunnen de vage definitie van ‘desinformatie’ en de bijbehorende dreiging met gevangenisstraf een ‘afschrikkend effect en meer zelfcensuur tot gevolg hebben, niet in de laatste plaats met het oog op de komende verkiezingen in juni 2023’. Uit peilingen blijkt dat de steun voor Erdogan en zijn AKP sinds de laatste stemming is afgenomen, aldus DW.

    Artikel 29 van de wet gaf de meeste aanleiding tot bezorgdheid over de vrijheid van meningsuiting. Daarin staat dat wie online valse informatie over de veiligheid van Turkije verspreidt om ‘angst te zaaien en de openbare orde te verstoren’, een gevangenisstraf van één tot drie jaar kan krijgen.

    Lees ook:

  • Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Deze Filipijnse journalist strijdt elke dag tegen haar angst

    Een persoonlijke getuigenis van de Filipijnse journalist Inday Espina-Varona.

    Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met online-intimidatie. In deze serie benadrukt CIVICUS, de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld, de gendergerelateerde aard van online-intimidatie door middel van verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices [een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten].

    Sinds president Rodrigo Duterte in 2016 aan de macht kwam, bevindt het maatschappelijk middenveld op de Filipijnen zich in een vijandige omgeving. Moorden, arrestaties, bedreigingen en intimidatie van activisten en critici van de regering blijven vaak onbestraft. Volgens de Verenigde Naties wordt het belasteren van mensen met een afwijkende mening ‘in toenemende mate geïnstitutionaliseerd en genormaliseerd op manieren die zeer moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt’.

    Ook wordt in de Filipijnen hardhandig opgetreden tegen onafhankelijke media en journalisten. Het bedreigen en aanvallen van journalisten, evenals de inzet van trollenlegers en onlinebots, vooral tijdens de pandemie, hebben bijgedragen aan zelfcensuur – met een huiveringwekkend effect op het medialandschap en grote gevolgen voor het grote publiek.

    Red-tagging

    Een tactiek die de regering steeds vaker gebruikt, is om activisten en journalisten te bestempelen als ‘terroristen’ of als ‘communistisch front’, met name diegenen die kritiek hebben geuit op Dutertes dodelijke ‘oorlog tegen drugs’, die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost. Dit proces, dat in de Filipijnen bekend staat als ‘red-tagging’, brengt voor activisten het risico met zich mee dat ze in handen vallen van de staat of van regeringsgezinde milities. Sommigen die een ‘red tag’ kregen, werden later vermoord. Anderen kregen in privéberichten of op sociale media doodsbedreigingen of werden bijvoorbeeld beschuldigd van seksueel misbruik.

    Vanwege de grootschalige straffeloosheid is er vrijwel geen sprake van aansprakelijkheid voor aanvallen tegen activisten en journalisten. Rechtbanken in de Filipijnen bieden geen gerechtigheid. Het maatschappelijk middenveld heeft opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek om de ernstige schendingen aan te pakken.

    ‘Zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie’

    Het verhaal van Inday Espina-Varona.

    ‘Het geluid van Tibetaans klokkenspel en stromend water ging over in het constante trillen van mijn telefoon in de nacht dat tientallen bezorgde vrienden een Facebookbericht aan me doorstuurden van mijn gezicht met daarboven een schreeuwende kop, die impliceerde dat ik informatie had doorgespeeld aan communistische guerrillastrijders.

    Oude heks, menopauzekreng, persoon “van verwarde seksualiteit” – zo word ik op sociale media genoemd. Trollen verzoeken routinematig om mijn arrestatie als communist. Maar de actie op 4 juni 2020 was anders. Een anonieme rechtse Facebookpagina beschuldigde mij van terrorisme, van het inbreken in en het doorspelen van gevoelige, vertrouwelijke militaire informatie aan rebellen.

    Die avond beperkte mijn avondeten zich tot twee happen. Mijn maag voelde als een zak stenen die op een kwaadaardige stroming in de rondte draaiden. Mijn verzameling zenmuziek, urenlang naar de sterren staren, grote hoeveelheden kalmerende olie – niets hielp om in slaap te komen.

    Eentje vroeg hoe het voelde om ‘de muze van terroristen’ te zijn

    De volgende dag meldden zich vreemden via Messenger. Eentje vroeg hoe het voelde om “de muze van terroristen” te zijn. Een ander zei: “Maghanda ka na bruha na terorista” (“Bereid je maar voor, jij terroristische heks”). Een derde zei in vulgaire taal dat ik het eerste schot in de vagina moest krijgen, een verwijzing naar wat president Rodrigo Duterte zijn soldaten ooit opdroeg om met vrouwelijke rebellen te doen.

    Ik ben 57 jaar oud, en een kankerpatiënt met een chronisch slechte rug. Ik sluip ’s nachts niet rond. Ik trek niet rond over het platteland. Ik schrijf niet eens over het leger. Maar wekenlang voelde ik me een doelwit op een schietbaan. Wekenlang gluurde ik in zijspiegels naar motorfietsen met twee passagiers – die vaak worden vermeld in berichten over moorden.

    Ook zag ik de grotere dreiging in. Deze aanval was niet gericht op ideeën of woorden. De aanklacht betrof een handeling waarop gevangenisstraf stond, of erger. Zoals ook sommige militaire functionarissen overkomt.

    Niet verrassend; de huidige regering houdt zich weinig bezig met feiten. Ze gebruikt “communistisch” als een verzamelnaam voor alles wat de Filipijnen bezighoudt. Anonieme groeperingen hebben bijna driehonderd andersdenkenden gedood, en deze aanvallen volgden meestal op red-taggingcampagnes. Ook werden sinds Duterte in 2016 aan de macht kwam negentien journalisten vermoord.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem

    Journalisten, wetgevers, voorvechters van burgerlijke vrijheden en internetgebruikers noemden het bericht al een leugen. Tientallen meldden het bericht bij de beheerder. Waaronder ikzelf. We kregen allemaal een geautomatiseerd antwoord: het bericht was niet in strijd met de voorwaarden van Facebook.

    Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem, maar toch verzamelde ik bewijs alvorens contact op te nemen met de managers van Facebook. Mijn normale reactie op beledigende berichten op Facebook of Twitter is een lachende emoji en een block. Bedreigingen zijn een andere zaak.

    “Laten we eens kijken hoe dapper je bent als we je komen opzoeken in de straat waar je woont” wisten we te traceren tot een Filipijnse criminoloog die in een Japanse bar werkte. Hij verontschuldigde zich en verwijderde het bericht.

    Nadat ik Duterte factcheckte op zijn gewoonte om verkrachting af te schuiven op drugsgebruik, zei iemand dat mijn “verdedigingsverslaafdheid” moest worden bestraft met de verkrachting van mijn dochter.

    “Dat zou je moeten leren”, luidde de boodschap van een account zonder teken van leven. Een ander zei dat hij mij zou komen verkrachten. Beide accounts hadden dezelfde eigenschappen. Ze linkten naar vergelijkbare accounts. Facebook verwijderde deze, evenals de journalist-ontpopt-zich-tot-rebelse-spionpagina.

    Gevaren trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting uit te oefenen, is niet hetzelfde als een regering die deze rechten respecteert

    De publieke druk om producten van trollen op te ruimen heeft het aantal haatboodschappen doen afnemen. Maar er is nog altijd een toename in het aantal anonieme pagina’s die zijn gericht op red-tagging, waarvan politie- en militaire functionarissen en regeringsaccounts de berichten verspreiden.

    Sommige officieren werden zelfs ontmaskerd als het brein achter dergelijke pagina’s. Toen Facebook onlangs verschillende accounts verwijderde die aan de strijdkrachten werden gelinkt, waren regeringsfunctionarissen woedend en brulden ze valse beweringen over “een aanval op de vrijheid van meningsuiting”.

    Deze reactie illustreert hoe onofficiële en officiële platforms in ons land verbonden zijn en vaak overeenkomstig optreden. Wat begint als desinformatie op sociale media, kan vervolgens worden opgepikt door de overheid of dankzij een officiële uitspraak een extra boost krijgen op diezelfde sociale media.

    Gerechtigheid werkt traag

    We hebben officieel klachten ingediend tegen een aantal overheidsfunctionarissen, inclusief degenen die betrokken zijn bij de meest fanatieke antiopstandgroep op Facebook. Maar gerechtigheid werkt traag. Ondertussen doe ik ademhalingsoefeningen en probeer ik voorzorgsmaatregelen te nemen.

    Ambtenaren ontkennen elk onderdrukkend effect van deze continue aanvallen af, omdat Filipino’s in het algemeen, en journalisten in het bijzonder, zich blijven uitspreken. Maar gevaren moeten trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting te kunnen blijven uitoefenen, is iets anders dan een regering hebben die deze rechten respecteert.

    Twee jaar geleden vroeg journalist Patricia Evangelista van Rappler aan een kleine groep collega’s wat ons zou doen zwijgen. “Niets”, was de eenduidige reactie. En dus vecht ik elke dag tegen mijn angst. Ik moet wel, want zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie. En daar zal ik nooit aan toegeven.’

    Inday Espina-Varona

    Inday Espina-Varona is een bekroonde journalist uit de Filipijnen en redacteur voor ABS-CBN News en het katholieke persbureau LiCAS.news. Ze is voormalig voorzitter van de National Union of Journalists of the Philippines (NUJP) en de eerste journalist uit het land die de Reporters Without Borders (RSF)-prijs voor Onafhankelijkheid ontving.

  • In de cel vanwege een tweet

    In de cel vanwege een tweet

    President Xi Jinping is een nieuwe campagne gestart tegen onlinekritiek van Chinese burgers. Vooral Twitteraars worden opgepakt, bedreigd en zelfs gevangengezet. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken.’

    Sjanghai. Eén man zat vijftien dagen in de cel. De familie van een ander werd door de politie bedreigd. Een derde zat acht uur vastgeketend in de verhoorkamer. Hun misdaad: iets op Twitter zetten. In 
een fikse aanscherping van de Chinese internetcensuur wordt een groeiend aantal twitteraars door de politie opgepakt voor verhoor. Ook al is Twitter in China geblokkeerd en voor de overgrote meerderheid van de internetters daar dus onzichtbaar. Deze harde politieaanpak is de nieuwste uiting van Xi Jinpings campagne tegen ongewenste internetactiviteiten. De autoriteiten verstevigen hun greep op het onlineleven van de Chinese burgers, ook als de berichten die zij posten in het land zelf nauwelijks te zien zijn. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken,’ zegt mensenrechtenactivist Wang 
Aizhong, die zegt dat de politie hem opdroeg berichten met kritiek op de Chinese overheid te verwijderen.

    Als de regering de activisten er niet 
toe kan bewegen zelf de tweets te verwijderen, wordt het wel door anderen gedaan. Zo weigerde Wang zijn tweets te wissen, maar toen hij vorige maand een boek zat te lezen, meldde zijn 
telefoon ineens dat hij berichten binnenkreeg met backupcodes voor zijn Twitter-account. Een uur later waren drieduizend van zijn tweets gewist, zegt hij. Hij ziet er de hand in van aan de overheid gelieerde hackers, al valt dat niet te verifiëren. Een woordvoerder van Twitter wilde geen commentaar geven op de nieuwe overheidscampagne.

    China oefent natuurlijk al sinds jaar en dag strenge controle uit op wat zijn burgers mogen zien en zeggen, ook online. Maar uit dit nieuwe offensief blijkt dat de regering wereldwijd toezicht op sociale media wil houden. Tekstberichten op het in China eveneens geblokkeerde WhatsApp beginnen nu gebruikt te worden als bewijsmateriaal in rechtszaken. Steeds vaker eist de Chinese overheid dat Google en Facebook bepaalde inhoud offline halen, ook al zijn de sites van beide bedrijven op het Chinese internet niet te vinden. Toen de verbannen Chinese miljardair Guo Wengui op internet hooggeplaatste Chinese politici begon te beschuldigen van corruptie, werden zijn accounts op Facebook en Twitter tijdelijk afgesloten. Volgens de bedrijven gebeurde dit naar aanleiding van klachten van gebruikers en omdat hij persoonlijke informatie over anderen had verspreid.

    Debat

    Ondanks het Chinese verbod op Twitter speelt het platform een belangrijke rol in het politieke en maatschappelijke debat van het land. Een kleine maar actieve gemeenschap van internetters gebruikt speciale software om de overheidsrestricties te omzeilen en Twitter toch te kunnen bereiken. Op basis van een enquête onder 1627 
Chinese internetters schat Daniela Stockmann, hoogleraar aan de Berlijnse Hertie School of Governance, dat slechts 0,4 procent van de Chinese internetters gebruikmaakt van Twitter, oftewel zo’n 3,2 miljoen mensen.

    En Twitter mag voor normale burgers dan verboden zijn, officiële media zoals de partijkrant People’s Daily en persbureau Xinhua maken er wel gebruik van om de beeldvorming over China in het buitenland te beïnvloeden. ‘Aan de ene kant benutten de staatsmedia alle mogelijkheden van die platforms om miljoenen mensen te bereiken,’ zegt Sarah Cook, Oost-Azië-analist van Freedom House, een Amerikaanse onderzoeksgroep die ijvert voor de democratie in de wereld. ‘En aan de andere kant riskeren gewone Chinezen arrestatie en een gevangenisstraf als 
ze diezelfde platforms gebruiken om met elkaar en de buitenwereld te 
communiceren.’

    Het zakelijke netwerk LinkedIn, een van de weinige Amerikaanse sociale media die in China zijn toegestaan, schikt zich al lang naar de censor. Zo sloot het vorige maand korte tijd de account af van Peter Humphrey, een Britse bedrijfsrechercheur die ooit in China in de cel heeft gezeten, en deze maand die van Zhou Fengsuo, een mensenrechtenactivist. De mails waarin ze dit van LinkedIn te horen kregen, leken sterk op de mail die gebruikers krijgen als berichten worden verwijderd op grond van de Chinese censuurwetgeving. ‘Wat we 
de laatste weken zien, is een drastische verscherping van de censuur op sociale media door de autoriteiten,’ zegt Humphrey. ‘Ik vind het verbluffend dat LinkedIn aan dat achterbakse muilkorven van burgers meewerkt en probeert te voorkomen dat hun berichten in China gelezen kunnen worden.’ Beide accounts zijn inmiddels weer hersteld en LinkedIn heeft een verklaring uitgestuurd waarin het bedrijf excuses aanbiedt en zegt dat de accounts per ongeluk waren afgesloten. ‘Ons Trust and Safety Team buigt zich over de interne processen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen,’ stelde de 
verklaring.

    Met Twitter richten de Chinese autoriteiten zich nu op een vitaal medium voor Chinese activisten. Uit gesprekken met negen door de politie verhoorde twitteraars en een vier uur durende geluidsopname van één zo’n verhoor komt een bepaald patroon naar voren: de politie legt de gebruikers een print met tweets voor en spoort ze aan die specifieke berichten of zelfs hun hele account te deleten. Dat betreft vaak berichten met kritiek op de Chinese overheid of op president Xi. De opgepakte twitteraars zeggen door de politie bedreigd of zelfs vastgeketend te zijn. Huang Chengcheng, een activist met meer dan achtduizend volgers op Twitter, zegt dat hij tijdens zijn verhoor in Chongqing acht uur lang met handen en voeten aan zijn stoel geketend zat. Na afloop heeft hij een schriftelijke toezegging getekend dat hij niet meer zal twitteren.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest

    De nieuwe aanpak is een initiatief van het machtige ministerie van Openbare Veiligheid, dat toeziet op justitie en de politieke veiligheid. Volgens diverse twitteraars werd in de verhoren expliciet verwezen naar de internetpolitie, de tak van het ministerie die het internetverkeer controleert. Die internetpolitie, die dit soort lokale acties omschrijft als ‘acties in het veld’, staat sinds afgelopen zomer onder leiding van een hardliner die bekend is geworden met zijn harde aanpak van telecomfraude in de zuidoostelijke kuststad Xiamen. Het ministerie en de Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, hebben niet op onze gefaxte vragen gereageerd.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest. Een twitteraar met een klein aantal volgers die online over milieuvervuiling had geklaagd, kreeg na een verhoor van vier uur een dringend advies van een politieagent. Deze twitteraar, die uit angst voor represailles niet bij naam genoemd wil worden, had een opname van het verhoor gemaakt, die hij ons liet horen.

    ‘Verwijder al je tweets en sluit je account af,’ zei de agent. ‘Alles op internet kan worden gevolgd, zelfs ongepaste opmerkingen in WeChat-groepen.’ WeChat is een populaire Chinese berichtendienst. ‘Ik geef je dit welgemeende advies,’ zei de agent. ‘Als 
dit nog een keer gebeurt, zullen de gevolgen ernstiger zijn. Dan krijgen je ouders er ook mee te maken. Je bent nog zo jong. Als je later trouwt en 
kinderen krijgt, houden die er ook 
last van.’

    Deze harde aanpak zet een domper op het Chinese debat op Twitter, zegt Yaqiu Wang van Human Rights Watch, die in november over het offensief berichtte. Maar nog niet alle gebruikers laten zich het zwijgen opleggen. ‘Veel activisten willen vrijheid van meningsuiting,’ zegt Wang. ‘Ook al worden ze lastiggevallen en geïntimideerd, ze blijven dapper tweeten. Als daad van verzet tegen censuur en onderdrukking.’

    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images
    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images

    Het zijn niet alleen de twitteraars met de meeste volgers die voor verhoor worden opgepakt. Pan Xidian, een 47-jarige werknemer van een bouwbedrijf in Xiamen, heeft er zo’n vierduizend. Hij tweette een strip van de dissidente cartoonist Rebel Pepper met kritiek op het mensenrechtenbeleid. 
In november werd hij door de politie twintig uur lang verhoord. Na enkele tweets te hebben verwijderd mocht hij naar huis en dacht hij dat de kous af was. Maar kort daarna werd hij op zijn werk bezocht door agenten die hem in een auto smeten. Ze vroegen hem een document te ondertekenen waarin hij bekende dat hij de maatschappelijke orde had verstoord. Dat deed hij. Toen toonden ze hem een ander document op basis waarvan hij werd aangehouden. Hij heeft twee weken in een cel gezeten met tien anderen, waar ze 
propagandafilmpjes te zien kregen.

    
‘In deze tijd zijn we wel bang, maar ik kan mezelf niet bedwingen,’ zei een huilende Pan na zijn vrijlating over de telefoon. ‘We leven in onderdrukking.’ En hij voegde eraan toe: ‘We zijn net lammetjes. De een na de ander wordt opgepakt. We kunnen ons niet verweren.’

    De handhavingscampagne is buitengemeen breed en hard. Bij het censureren van binnenlandse sociale media namen de autoriteiten in het verleden vooral prominente gebruikers op de korrel. Slechts sporadisch werden gewone burgers opgepakt en ondervraagd. Bij het huidige offensief lijken de inspanningen van lokale en nationale opsporingsinstanties ook goed 
op elkaar afgestemd, zegt Xiao Qiang, hoogleraar aan de University of California. ‘Zo’n landelijke actie, waarbij zo veel mensen echt worden opgepakt, dat hebben we nog nooit gezien,’ zegt hij.

    Auteur: Paul Mozur

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 570.000

    Verreweg de grootste en meest gezaghebbende krant van Amerika, met 1300 journalisten, 13 buitenlandredacties en reeds 125 Pulitzer-prijzen op zijn naam. Opgericht in 1851 en sinds 1896 in handen van de familie Ochs Sulzberger. De krant 
is links van het midden georiënteerd.