Turkije wordt geteisterd door zelfmoordaanslagen, moorden en bloedbaden. En het is ook nog eens levensgevaarlijk om er publiekelijk iets over te zeggen.
De jongste aanslag in Turkije dateert van 12 januari, toen ten minste tien mensen het leven lieten na een zelfmoordaanslag door een aanhanger van Islamitische Staat (IS) in Sultanahmet, de historische wijk van Istanboel. Een uur na de aanslag kondigde de Turkse Persraad RTÜK na een officieel verzoek van de minister-president een uitzendverbod af. Kort daarna vaardigde een gerechtshof in Istanboel een algeheel verbod uit ‘op alle soorten nieuws, interviews, kritieken en dergelijke artikelen in gedrukte, audiovisuele en sociale media, en op internet’. Eigenlijk kwam het erop neer dat met de uitspraak werd gezegd: ‘Heb het zelfs niet met je vrienden over de aanslag.’
De bewoordingen waren vrijwel identiek aan die van het verbod dat volgde op de dubbele zelfmoordaanslag in Ankara op 10 oktober vorig jaar, waarbij honderd vredesactivisten werden gedood. IS, dat door de toenmalige Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoğlu in een interview nog werd omschreven als ‘een groep boze en onderdrukte soennietische moslims’ en als een simpel gevolg van het sektarische Irakese beleid, zat ook achter dat bloedbad. Zodra IS verantwoordelijk is voor een aanslag in Turkije, verliezen de gerechtshoven kennelijk geen tijd met het opleggen van censuur.
Selectieve censuur
Er is geen censuur wanneer het veiligheidsoperaties tegen de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK betreft, of de wekenlange avondklok in bepaalde zuidoostelijke districten en de vermeende schending van de mensenrechten door de veiligheidsdiensten. Hoewel je ook over dat soort operaties niet echt kunt praten. Als je dat wel doet, roep je de toorn over je af van de president, de regering en hun fanatieke supporters, en krijg je te horen dat je je mond moet houden.
Dat overkwam meer dan duizend lokale en internationale academici die een petitie tekenden waarin ze de veiligheidsoperaties hekelden. Aangezien ze geen gewag maakten van de gewapende militante PKK-aanhangers die hun strijd verplaatsen naar woonwijken, verdienden de ondertekenaars het zeker niet om voor het ventileren van hun mening zo scherp te worden bekritiseerd door president Recep Tayyip Erdogan.
In een toespraak tot Turkse ambassadeurs tijdens een lunch op 12 januari, veroordeelde Erdogan de aanslag in Sultanahmet in ongeveer veertig seconden, en ging toen over tot de kwestie van de petitie. ‘Deze mensen, die zichzelf academici noemen, beschuldigen de staat in een verklaring. Dat niet alleen, ze nodigen ook nog eens buitenlanders uit om de ontwikkelingen te komen volgen. Dat is een koloniale mentaliteit,’ zei Erdogan, en hij stelde dat het land te maken had met ‘verraad’ door ‘zogenaamde intellectuelen’. ‘Hé, zogenaamde intellectuelen! Jullie zijn geen verlichte mensen, jullie zijn onverlicht. Jullie lijken niet eens op intellectuelen. Jullie zijn onwetend en tasten in het duister, jullie weten niets van het oosten of het zuidoosten,’ zei Erdogan.
Zijn uitlatingen waren olie op het vuur van de hetze die al tegen de academici was ontketend. De veroordeelde misdaadkoning Sedat Peker, een fanatiek nationalist die AKP-aanhanger werd, plaatste een bericht op de sociale media waarin hij tegen de academici zei: ‘We zullen jullie bloed vergieten en ermee douchen.’
‘Laat de mensen niet sterven, laat de kinderen niet sterven en laat de moeders niet huilen’
Een vergelijkbaar incident deed zich een paar dagen eerder voor, toen een vrouw naar de Beyaz Show, een populair televisieprogramma op de zender Kanal D, belde om te praten over de burgerslachtoffers in het zuidoosten. ‘Er strijden mensen tegen honger en dorst, met name de kinderen. Luister daar alsjeblieft naar en doe er niet het zwijgen toe,’ zei ze. ‘Laat de mensen niet sterven, laat de kinderen niet sterven en laat de moeders niet huilen.’
Hoewel ze niet eens zei dat de daders veiligheidsdiensten waren, werd ze uitgeroepen tot ‘terrorist’ en is er een onderzoek begonnen naar haar, de presentator van het tv-programma en de producer in verband met ‘terroristische propaganda’.
Dat er bij de operaties burgers omkomen is een feit. Volgens een recent rapport van de Human Rights Foundation of Turkey (TİHV) zijn er sinds augustus 2015, toen de militaire avondklok werd ingesteld en de intensieve veiligheidsoperaties tegen de PKK-strijders begonnen, onder de 162 burgerslachtoffers die in de botsingen zijn gevallen 32 kinderen, 29 vrouwen en 24 bejaarden. De officiële cijfers maken melding van de dood van meer dan honderd leden van de veiligheidsdiensten en meer dan driehonderd PKK-strijders in diezelfde periode.
Er sterven burgers, toeristen, kinderen, vrouwen, strijders, politiebeambten en soldaten in dit land. Nergens over praten of de ogen sluiten verandert daar niets aan.
Hürriyet
Turkije | oplage 600.000
De populaire krant ‘De Vrijheid’ is een machtige speler die met polemische commentaren, een eenvoudige opmaak en veel foto’s inspeelt op emoties: collectieve vreugde of verontwaardiging, nationale trots en boosheid tegen dat wat de belangen van het volk schaadt.
Volgens de conservatieve Wall Street Journal zijn de studentenprotesten een bedreiging voor het recht op vrije meningsuiting.
Het oproer aan Yale University en de Universiteit van Missouri zich heeft uitgebreid naar andere campussen, van Californië tot New Hampshire. De klachten van de studenten en hun roep om ‘een veilige plek’ [safe space] variëren, maar de kwaal is dezelfde: faculteiten en bestuurders die rassen- en genderdiversiteit boven alle andere waarden stellen, inclusief de vrijheid van meningsuiting.
De rondgang begint bij Yale, waar het een paar weken geleden tot een uitbarsting kwam nadat een faculteitslid opperde dat het niet aan het bestuur was om uit te maken wat een passend kostuum voor Halloween is. In betere tijden zou ze op elk campusfeestje gratis bier hebben gekregen, maar dit keer leidde het tumult ertoe dat een student de socioloog van Yale uitschold omdat ze ‘gevoelloos’ zou zijn.
De reactie? ‘Ik heb me nog nooit tegelijkertijd zo ontroerd, uitgedaagd en bemoedigd gevoeld door onze gemeenschap,’ schreef bestuursvoorzitter Peter Salovey van Yale in een brief aan de hele universiteit. Hij beloofde een centrum dat onderzoek zou doen naar ‘ras, etniciteit en andere aspecten van sociale identiteit’, meer aandacht voor deze onderwerpen, meer training in het onderkennen van racisme op wat ongetwijfeld een van de meest rassengevoelige plekken op aarde is. Salovey beloofde 50 miljoen dollar in te zetten voor diversificatie van zijn universiteit – en je kunt er donder op zeggen dat hij geen intellectuele diversificatie bedoelde.
Het is ook hommeles in Missouri, waar studenten de bestuursvoorzitter wegjoegen vanwege beschuldigingen dat hij rassenincidenten op de campus niet adequaat zou hebben opgelost. Groepen studenten van naar schatting honderd andere universiteiten volgden hun voorbeeld, allemaal omdat er sprake zou zijn van systematische rassen‑ ongelijkheid. Een dieptepunt was de universiteit in Dartmouth, waar demon‑ stranten de bibliotheek bestormden en andere studenten voor racistische onderdrukkers uitmaakten omdat ze liever wilden studeren. Bestuursvoorzitter Phil Hanlon zou de oproerkraaiers moeten wegsturen wegens overtreding van de gedragscode van de universiteit en hen moeten vervangen door enkelen van de duizenden afgewezen gegadigden die de doelstellingen van een universiteit misschien wel onderschrijven.
Studenten willen de Amerikaanse geschiedenis herschrijven als die niet aansluit bij de huidige politieke mores
Maar wel heel bont maakte Princeton University het. Daar drongen studenten het kantoor van de bestuursvoorzitter binnen en eisten dat de universiteit iedere verwijzing naar wijlen president Woodrow Wilson zou schrappen, omdat deze een racist was die de segregatie steunde. Wilson was bestuursvoorzitter van Princeton voordat hij opklom tot het Witte Huis. De huidige bestuursvoorzitter van Princeton, Christopher Eisgruber, beloofde naast andere concessies een discussie in gang te zetten over de nalatenschap van Wilson. Vroeger waren universiteiten trots op de prestaties van hun alumni, maar nu willen studenten de Amerikaanse geschiedenis herschrijven als die niet aansluit bij de huidige politieke mores. Maar als men ziet op welk een gepolitiseerde manier Amerikaanse geschiedenis tegenwoordig wordt onderwezen, kan men dit vak misschien maar beter schrappen. Eisgruber moest zich schamen dat hij de kapers van zijn campus hun zin heeft gegeven.
De voorbeelden zijn eindeloos, met een speciale oneervolle vermelding voor de Smith University: daar verhinderden studenten journalisten om verslag te doen van de demonstraties als ze niet op voorhand bereid waren dat ‘op een positieve manier’ te doen. ‘Journalisten en media die een neutraal standpunt innemen, schaden onze strijd,’ aldus een organisator tegenover een nieuwszender in Massachusetts.
De capitulerende bestuursvoorzitters zeggen allen pal te staan voor ‘de vrije en open uitwisseling van ideeën’ – om Salovey van Yale te citeren. Misschien moet hij Orwell eens herlezen. De demonstranten en hun vrienden binnen de media zeggen dat bezorgdheid over de vrijheid van meningsuiting een tactiek is om hun het zwijgen op te leggen en de aandacht af te leiden van klachten over rassendiscriminatie. Maar juist dankzij een samenleving die vrijheid van meningsuiting garandeert, kan iedereen zijn klachten uiten. Er zijn maar weinig betere tactieken om mensen het zwijgen op te leggen dan een dreigende meute.
De progressievelingen van na 1960 die tegenwoordig de universiteiten besturen, roemden in hun hoogtij‑ dagen de vrijheid van meningsuiting, dus waarom doen ze dat ook nu dan niet? Wellicht omdat het opkomen voor het Eerste amendement op de Amerikaanse grondwet de erkenning inhoudt dat de westerse beschaving, die de luxe van het leven op de campus heeft voortgebracht, het verdedigen waard is.
Van Dow Jones & Co. Lezers zijn voor 60 procent topmanagers van gemiddeld 55 jaar, met een gemiddeld inkomen van $ 191.000.
BEGRIPPENLIJST
Safe space
‘De gedachte achter de safe spaces is dat iedereen, met welke identiteit dan ook, recht heeft op een tolerante omgeving om zich te kunnen gedragen naar eigen aard’, zo vat The Guardian het samen. Het idee is ontstaan in kringen van de LHBT-beweging. Het gaat erom alles te vermijden wat sommige leden van een gemeenschap zouden kunnen opvatten als gewelddadig, ook verbaal of symbolisch.
Trigger Warnings
Een waarschuwing vooraf die betrekking heeft op een gevoelig onderwerp, waarbij sommige leerlingen zich ongemakkelijk zouden kunnen gaan voelen, of dat bij hen pijnlijke herinneringen zou kunnen wekken. Het gaat soms om onschuldige zaken als het werkwoord ‘schenden’ in de betekenis van ‘een wet schenden’.
Microagressie
Elk gezegde, elke uitdrukking of verbale agressie, vaak herhaald, die een persoon of groep denigreert of omlaaghaalt.
‘Let op je woorden’
In september wijdde The Atlantic het omslagverhaal aan de vrijheid van meningsuiting op de universiteit. In een lang artikel onderschreef het blad de stelling dat ‘politieke correctheid bezig is het onderwijs te ruïneren’. Volgens The Atlantic vragen studenten steeds vaker van de docenten om ‘microagressie’ ten koste van alles te vermijden. De docenten dienen vooraf te waarschuwen dat zij een gevoelig onderwerp gaan aansnijden waarbij studenten zich slecht op hun gemak zouden kunnen gaan voelen of dat bij hen pijnlijke herinneringen zou kunnen wekken. Volgens de schrijvers van het artikel – een sociaal psycholoog en een advocaat gespecialiseerd in onderwijs – is deze tendens om studenten overmatig in bescherming te nemen gevaarlijk. Jonge Amerikanen worden erdoor belemmerd een kritische geest te ontwikkelen en om te gaan met nieuwe ideeën.
De Venezolaanse oppositieleider Leopoldo López werd op 11 september jl. veroordeeld tot dertien jaar cel voor zijn rol tijdens antiregeringsprotesten in 2014. In het Westen geldt hij als een verdediger van de vrijheid, maar in eigen land is zijn positie omstreden.
Na de demonstraties die Caracas in februari 2014 op zijn kop zetten, oordeelde de Amerikaanse pers vooral gunstig over Leopoldo López, de Venezolaanse oppositieleider die sinds 18 februari 2014 gevangenzit. Het blad Newsweek noemde hem ‘een revolutionair die alles mee heeft’ en refereerde daarbij aan ‘zijn fonkelende chocoladebruine ogen en zijn hoge jukbeenderen’. The New York Times publiceerde een foto van de leider terwijl hij met opgeheven vuist tegenover een uitzinnige menigte stond en bood hem een forum in de krant. Op zijn vierenveertigste is Leopoldo López overal ter wereld de personificatie van vrijheid en democratie geworden.
Maar in Venezuela is dit beeld complexer. Leopoldo López is gevangengenomen wegens brandstichting, ordeverstoring en samenzwering. Zijn gevangenneming volgde op de eerste grote betoging tegen de regering op 12 februari 2014, die drie mensen het leven kostte en tot wekenlange manifestaties, barricades en geweldsuitbarstingen leidde. De aanklachten tegen hem – volgens Amnesty International ‘ingegeven door politieke overwegingen’ – hebben hem ruim dertien jaar gevangenisstraf opgeleverd. Maar er blijft een felle discussie woeden tussen degenen die Leopoldo López als een verdediger van de vrijheid zien die het slachtoffer is geworden van verzonnen beschuldigingen, en degenen die in hem een gewelddadige fascist zien die zich tegen de regering van Nicolas Maduro keert.
Vergeleken bij het geweld van de betogingen – waarbij 43 doden vielen, zowel onder de betogers van beide kanten als bij de nationale politie – is het proces tegen Leopoldo López betrekkelijk rustig verlopen.
Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten
Meestal werd het publiek in de rechtszaal gevormd door kleine groepjes sympathisanten onder aanvoering van Lilian Tintori, de vrouw van López. Andere leden van de oppositie pleitten weliswaar regelmatig voor zijn vrijlating, maar hielden zich verder op de vlakte. Toen de partij van Leopoldo López, Voluntad Popular, onlangs campagne voerde om de grondwet te herschrijven en de regering te reorganiseren, drong de leider van een rivaliserende oppositiepartij erop aan dat hij ‘zijn verantwoordelijkheid’ nam en zich ‘volwassen’ gedroeg. Een andere oppositieleider eiste ‘een eind aan de anarchie en de guarimbas’, de barricades die door de betogers waren opgeworpen.
Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten. ‘Leopoldo is een man die zeer sterk aan democratische en katholieke waarden hecht,’ bevestigt Alejandro Aguirre, lid van Javu (Juventud Activa Venezuela Unida), een van de belangrijkste studentengroeperingen die de aanzet gaven tot de betogingen in februari 2014. ‘Hij is een voorbeeld voor de jeugd.’
In mei 2014 nam Lilian Tintori, een voormalige mannequin, kitesurfkampioene en reality-tv-ster, deel aan een sympathiebetoging voor politieke gevangenen in Chacao in het district Caracas, waar haar man burgemeester en leider van de oppositie tegen de regering was. Chacao is ook een van de rijkste gemeenten van Venezuela.
Deze dag bood een inkijkje in het mediapopulisme waardoor Leopoldo López en zijn partij aan invloed wonnen terwijl de traditionele oppositie, geleid door de coalitie MUD (Mesa de la Unidad Democrática) het onderspit moest delven. De diepe kloof tussen MUD, geleid door Henrique Capriles, en de jongere en radicalere gelederen van de oppositie, geleid door Leopoldo López, is hartstochtelijk uit de doeken gedaan door de Venezolaanse media. ‘Alleen Hugo Chávez wordt door de oppositie nog meer veracht dan Leopoldo López,’ verklaarde Mary Ponte van de centrum-rechtse partij Primero Justicia in 2009 volgens een Amerikaans diplomatiek kabeltelegram. ‘Het enige verschil tussen de twee is dat Leopoldo López veel knapper is.’ In ditzelfde document, ‘Het probleem-López’ getiteld, wordt de leider beschreven als ‘bron van de verdeeldheid binnen de oppositie’ en een man die ‘vaak als arrogant, wraakzuchtig en machtsbelust wordt omschreven, ook al erkent de partij zijn blijvende populariteit, zijn charisma en zijn organisatietalent’.
Geen enkele Venezolaanse oppositieleider was er tot dan toe in geslaagd zich zo op het internationale podium te manifesteren als Leopoldo López. Zijn opkomst is met name te danken aan de afstand die hij heeft genomen van de bijzonder impopulaire staatsgreep van april 2002, toen militairen en grote zakenlieden Hugo Chávez voor 47 uur uit zijn functie onthieven. De twee advocaten die López en zijn familie vertegenwoordigen bevestigen dat ‘Leopoldo López de staatsgreep niet heeft gesteund en [dat] hij niet zijn handtekening heeft gezet onder het Carmona-decreet dat de vorming van een democratische overgangsregering van nationale eenheid, het afzetten van de president en het ontbinden van het parlement en het hooggerechtshof beoogde. Hij had evenmin banden met degenen die de staatsgreep pleegden.’
De waarheid lijkt echter complexer, te oordelen naar gesprekken met belangrijke hoofdrolspelers in de staatsgreep van 2002, het profiel dat intimi van Leopoldo López schetsen, de artikelen in de Venezolaanse pers en de beelden en documenten uit Amerika.
Leopoldo López werd geboren in 1971 als telg van een familie die tot de Venezolaanse elite behoort. Zijn moeder, Antonieta Mendoza, bekleedt een hoge functie in de groep Cisernos, een mondiaal mediaconglomeraat. Zijn vader, Leopoldo López Gil, is zakenman en lid van de redactieraad van het grote dagblad El Nacional.
‘Het enige verschil tussen Hugo Chávez en Leopoldo López is dat López veel knapper is’
Op de Hun School van de Amerikaanse Princeton University, die onder zijn oud-leerlingen Saoedische prinsen, de zoon van een Amerikaanse president en die van een grote zakenman uit de Fortune 500 telt, zegt Leopoldo López zich bewust te zijn geworden van zijn verantwoordelijkheid tegenover het volk van zijn vaderland. Hij studeerde vervolgens aan Kenyon College in Ohio, waar hij in contact kwam met mensen die belangrijk zouden worden voor zijn toekomst, zoals Rob Gluck, politiek consultant en een van de oprichters van Friends of a Free Venezuela, een groepering die in de Verenigde Staten een felle mediacampagne voert voor de vrijlating van de oppositieleider.
Volgens Rob Gluck, die ook zijn steentje heeft bijgedragen aan de verkiezing van Arnold Schwarzenegger tot Republikeins gouverneur van Californië in 2003, is Leopoldo López ‘altijd progressief geweest’ en zou hij zich in de Verenigde Staten op het centrum-linkse politieke vlak bevinden. Rob Gluck leidt de Friends of a Free Venezuela op vrijwillige basis, maar wel stuurt zijn kantoor rekeningen aan de familie van de oppositieleider voor, zoals hij het noemt, ‘het geven van ruchtbaarheid aan de situatie van Leopoldo’.
Na Kenyon College ontmoette López op de Harvard Kennedy School een andere invloedrijke figuur die een van zijn belangrijkste medestanders is geworden: de Venezolaanse staatsburger Pedro Burelli, voormalig bestuurslid van de JP Morgan Bank en lid van de raad van bestuur van PDVSA, de nationale oliemaatschappij van Venezuela, totdat in 1999 Hugo Chávez aan de macht kwam.
Een mislukte coup
Pedro Burelli noemt zichzelf een ‘zeer goede vriend’ van Leopoldo López die, legt hij uit, medeoprichter van Primero Justicia was toen hij van 1996 tot 1999 bij PDVSA werkte. Primero Justicia zou in 2000 een oppositiepartij worden.
In 1998 bleek uit onderzoek van het Venezolaanse ministerie van Financiën dat de moeder van Leopoldo López een bedrag van 120.000 dollar van de rekening van PDVSA naar die van Primero Justicia had overgemaakt, in de tijd dat Leopoldo en zijzelf bij de oliemaatschappij werkten – een transactie die in strijd was met de anticorruptiewet. De advocaten van López voerden aan dat Primero Justicia op dat moment een organisatie zonder winstoogmerk was, en hij is nooit voor deze aanklacht veroordeeld. Desondanks verklaarde Financiën hem onverkiesbaar voor enige publieke functie tussen 2008 en 2014.
López verliet Primero Justicia in 2007 en zwalkte van de ene partij naar de andere tot aan zijn onrealistische kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2012 namens zijn huidige partij Voluntad Popular. Hij speelde in die jaren een belangrijke rol bij de opkomst van de studentenbeweging binnen de Venezolaanse oppositie.
López stelde zijn basis veilig maar bleef in de schaduw van zijn oude bondgenoot Henrique Capriles, leider van Primero Justicia en tweemaal kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Maar Capriles leed een verpletterende nederlaag tijdens de presidentsverkiezingen van 2012, wat mede leidde tot het debacle van de oppositie tijdens de gouverneursverkiezingen van datzelfde jaar. In 2013, toen er nieuwe verkiezingen werden gehouden na de dood van Hugo Chávez, verloor Henrique Capriles opnieuw, ditmaal van Nicolas Maduro. Deze nederlagen brachten Leopoldo López en de met hem sympathiseren- de studentenbeweging ertoe om in februari 2014 de straat op te gaan en het aftreden van Nicolas Maduro te eisen onder het scanderen van ‘¡Libertad!’ en ‘¡Democracia!’
Deze eis zou onmogelijk zijn geweest als de charismatische leider niet behendig afstand had genomen van een open wond van de Venezolaanse politiek: de korte poging tot een staatsgreep in 2002.
Half april 2002, tijdens een algemene staking tegen PDVSA die werd gesteund door de oppositie en massale betogingen tegen (maar ook voor) Hugo Chávez, arresteerde een groep militairen en toplieden uit het bedrijfsleven de president. Pedro Carmona, de toenmalige voorzitter van de Federatie van Kamers van Koophandel van het land, werd als tijdelijke plaatsvervanger benoemd. Een door de samenzweerders opgesteld document werd ondertekend in Miraflores, het presidentieel paleis, op 12 april 2012, de dag waarop Hugo Chávez werd gearresteerd. Dit document, bekend onder de naam ‘Carmona-decreet’, ontbond het parlement en het hooggerechtshof en blies de verkiezingen van 1999 af.
Hoge militairen hadden er al enkele dagen bij Hugo Chávez op aangedrongen om af te treden. De coupplegers hadden vervolgens – ten onrechte – bevestigd dat hij dat had gedaan. De krachten die Chávez gunstig gezind waren organiseerden op hun beurt massale betogingen en dreigden Pedro Carmona af te zetten, die daar onder de grote druk gehoor aan gaf. Hugo Chávez werd teruggebracht naar het presidentieel paleis.
Deze poging tot een staatsgreep is nog altijd erg impopulair in Venezuela, vooral vanwege het besluit van Carmona om de grondwet ongeldig te verklaren, die door een verpletterende meerderheid van de Venezolanen was aangenomen, met inbegrip van talrijke sympathisanten met de oppositie. De impopulariteit van deze listige zet werd bevestigd door de opzienbarende overwinning van Chávez toen er later over gestemd werd.
Leopoldo López heeft er voortdurend aan herinnerd dat hij het Carmona-decreet nooit heeft ondertekend – en niets wijst erop dat hij dat wel heeft gedaan – en dat hij op geen enkele manier betrokken was bij de organisatie van de staatsgreep. Toch stond hij niet zo ver van de coup en de samenzweerders af als hij wilde doen geloven. Onder de verantwoordelijken daarvoor en de ondertekenaars van het Carmona-decreet treffen we diverse intimi van López aan. Zoals Leopoldo Martínez, die samen met hem Primero Justicia leidde en korte tijd minister van Financiën was van de ‘regering’-Carmona, en María Corina Machado, zijn nauwste bondgenoot, die het decreet wel ondertekende, evenals Manuel Rosales, de voormalige leider van Un Nuevo Tiempo, de partij die López in 2007 had helpen opbouwen tot hij er in 2009 werd uitgezet. En tot de vierhonderd toplieden uit het bedrijfsleven en vertegenwoordigers van het leger, de media en de politiek die het decreet in Miraflores ondertekenden bevond zich ten slotte ook de vader van Leopoldo López.
‘Ik heb niets ondertekend,’ verzekerde deze me in mei 2015, ‘niemand onder de aanwezigen heeft ook maar iets ondertekend wat op een “decreet” leek. Er ging een presentielijst rond die vervolgens voor andere doelen is aangewend. Hoe zouden we iets hebben zkunnen ondertekenen wat we niet eens hadden gezien?’
Videobeelden van de ondertekening van het Carmona-decreet op 12 april 2002 die pas kortgeleden zijn opgedoken geven echter een ander idee van wat er gebeurd is: een zaal vol mannen in pak applaudisseert verwoed tijdens de voorlezing van delen van het decreet waarin alle regeringsinstanties worden afgeschaft.
In die tijd was Leopoldo López dertig en burgemeester van Chacao. Hij had de algemene staking en de grote mars van de oppositie gesteund die in april 2002 onmiddellijk aan de arrestatie van Hugo Chávez waren voorafgegaan. Twee gebeurtenissen die een beslissende bijdrage leverden aan het kortstondige succes van de coup.
Een opname van het televisieprogramma 24 Horas laat een Leopoldo López zien die, tijdens de parlementaire enquête die enkele maanden na de staatsgreep werd gehouden, duidelijk verheugd was over het afzetten van Chávez. ‘Die dag is voor mij altijd het begin van een onomkeerbare ontwikkeling geweest,’ verklaarde hij, ‘de dag waarop we aankondigden dat het masker van de dictatuur zou vallen en waarop we ons daarvoor uit alle macht hebben ingezet.’
In een andere uitzending zien we Leopoldo López op 9 april de tribune beklimmen om tienduizenden op te zwepen door te roepen: ‘We blijven hier de hele nacht en morgen de hele dag, net zo lang tot de president vertrekt!’ (Volgens zijn advocaat ‘waren de betogingen geen poging tot een staatsgreep’.)
Leopoldo López gebruikt herhaaldelijk de woorden renuncia (aftreden) en salida (vertrek) tijdens een interview op 11 april in Napoleon Bravo, het populaire ochtendprogramma van de zender Venevision. Hij geeft een korte beschrijving van hoe een ‘overgangsregering’ eruit zou kunnen zien en ziet slechts twee manieren om uit de crisis te geraken: een staatsgreep of de ontbinding van de regering.
Natuurlijk is Hugo Chávez nooit afgetreden. Hij is gearresteerd. In zijn boek over de gebeurtenissen, Mi testimonio ante la Historia [Mijn getuigenis tegenover de geschiedenis] getiteld, merkt Pedro Carmona op dat de mars van 11 april zich in de richting van het hoofdkantoor van PDVSA begaf, maar dat hij werd omgeleid naar het presidentieel paleis, waar zich de pro-Chávez-betogers hadden verzameld. De confrontatie tussen de twee kampen liep uit de hand en negentien betogers (van beide kanten) werden gedood door kogels. Voor de fatale omleiding van de mars was ‘toestemming gegeven door burgemeester Leopoldo López’, schrijft Carmona.
De meest controversiële affaire rond Leopoldo López blijft de arrestatie en gevangenzetting, op 12 april 2002, van Ramón Rodríguez Chacín, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken.
Leopoldo López en Henrique Capriles, die toen burgemeester was van Baruta (een andere gemeente in het district Caracas), hadden zich, zogenaamd gewaarschuwd door de buren, naar de op geen enkele manier beveiligde woning van de minister begeven om hem persoonlijk de dood van de negentien betogers ten laste te leggen en hem te arresteren. Waarom deze mensen zijn omgekomen is nooit opgehelderd.
Er zijn ook beelden van López die tegen een journalist zegt dat ‘president Carmona op de hoogte is van deze arrestatie’, nog een aanwijzing dat hij mogelijk heeft samengewerkt met de verantwoordelijke voor de staatsgreep. (Toen Chávez weer aan de macht was, kwam er een aanklacht tegen Henrique Capriles en Leopoldo López wegens vrijheidsberoving, maar ze werden vrijgesproken in het kader van een algehele amnestie die heel wat stof heeft doen opwaaien. In een programma van een regeringsgezinde zender uit 2012 gaf López desgevraagd toe dat deze arrestatie een vergissing was.)
In maart 2014 had ik een gesprek met Ramón Rodríguez Chacín, tegenwoordig gouverneur van de deelstaat Guárico, over de gebeurtenissen in april 2002. ‘Leopoldo is begonnen met de buren op te trommelen via zijn megafoon om bekend te maken dat ik een moordenaar was, dat ik verantwoordelijk was voor de doden van de vorige dag,’ aldus de voormalige minister. Een video toont hoe Ramón Rodríguez Chacín werd afgetuigd door de menigte.
Hersenschimmen of waarheid? López is nooit officieel beschuldigd van het aanzetten tot een coup. Maar in zijn land is algemeen bekend dat hij een rol heeft gespeeld bij de ongeregeldheden van 2002, en deze zekerheid is ongetwijfeld van invloed geweest op de meningsvorming over zijn betrokkenheid bij de betogingen in Caracas in februari 2014. In mei 2014 werd in een officieel regeringsrapport over de staatsgreep onthuld dat de ambassadeur van de Verenigde Staten in Colombia, Kevin Whitaker, en twee bondgenoten van Leopoldo López, María Corina Machado, tegenwoordig leider van de partij Vente Venezuela, en Pedro Burelli, zijn vriend van Harvard, betrokken waren bij een complot om Nicolas Maduro ‘uit te schakelen’ en de regering omver te werpen. Om deze beweringen te staven heeft de Venezolaanse regering onderlinge e-mails van de vermoedelijke samenzweerders gepubliceerd, evenals opgenomen gesprekken met Pedro Burelli, die tegenwoordig in McLean in Virginia woont. Deze laatste werpt alle beschuldigingen van zich af en verzekert dat de e-mails gefabriceerd zijn en dat er geen spoor van is terug te vinden op Google. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de verwijten aan het adres van zijn ambassadeur afgedaan als ‘leugenachtige aantijgingen die deel uitmaken van een stortvloed van ongefundeerde aanvallen door de Venezolaanse regering op diplomaten van de Verenigde Staten’. María Corina Machado bestempelt de beweringen als ‘hersenschimmen’.
In september 2014 werd ook Lorent Saleh, medeoprichter van Javu, gearresteerd op verdenking van terroristische handelingen. Justitie heeft video’s gepubliceerd waarin hij sprak over het laten ontploffen van bommen in discotheken en drankwinkels, het in brand steken van gebouwen en het inschakelen van scherpschutters om de leiders van de bewegingen die Nicolas Maduro gunstig gezind waren te elimineren. Tijdens de betogingen van februari 2014 was dit soort incidenten niet van de lucht: diverse leden van de veiligheidstroepen en sympathisanten met het regime kwamen door kogels om het leven.
Ten slotte werd in februari 2015 Antonio Ledezma, de burgemeester van Caracas en naast Leopoldo López en María Cornia Machado een van de hoofdfiguren tijdens de rellen van februari 2014, gearresteerd wegens rebellie en samenzwering in het kader van een nieuwe vermoedelijke couppoging. Lorent Saleh en Antonia Ledezma wijzen alle beschuldigingen van de hand. De advocaat van de laatste verklaart dat de aanklachten tegen zijn cliënt zijn ‘gebaseerd op falsificaties en verdraaiing van bewijslast’.
De arrestatie van Antonio Ledezma vond plaats nadat hij precies een week eerder, ter gelegenheid van de verjaardag van de gebeurtenissen van 2014, samen met Machado en López een Oproep tot de Venezolanen voor een nationaal overgangsakkoord had gepubliceerd. Dit document beijvert zich voor een ‘vreedzame overgang’ van de regering van Nicolas Maduro, die volgens hen ‘in haar terminale fase’ zou verkeren.
De Venezolaanse president heeft teruggeslagen door op 4 maart 2015 een ander document te publiceren dat aan de oppositie wordt toegeschreven, waarin een gedetailleerd overgangsplan van honderd dagen is uitgewerkt dat geheel strookt met het Carmona-decreet van 2002. Nicolas Maduro liet er geen twijfel over bestaan dat dit document was opgesteld door ‘gewelddadige individuen die in de gevangenis zitten’.
Complotten en andere intriges zijn misschien wel een constante factor in de huidige Venezolaanse politiek, maar ze worden inmiddels overschaduwd door de economische crisis die het land doormaakt.
Deze context lijkt de oppositie in de kaart te spelen: volgens recente peilingen moet Nicolas Maduro het zwaarst boeten voor de huidige crisis. Zijn populariteitsscore is in januari 2015 gedaald tot 23 procent, zijn laagste tot nu toe, terwijl die van Leopoldo López en Henrique Capriles in maart 40 procent steeg. (Het populariteitscijfer van de president is inmiddels weer gestegen tot 28 procent.) De Verenigde Socialistische Partij van Venezuela, die aan de macht is, blijft het best georganiseerd en behoudt grote steun onder de achtergestelde delen van de bevolking, wier stem doorslaggevend is voor de parlementsverkiezingen die zijn voorzien voor 6 december 2015.
Volgens Luís Vicente León van het Venezolaanse studiecentrum Datanálisis heeft Leopoldo López het meest geprofiteerd van het oproer van 2014. De gevangenis heeft zijn imago verbeterd, aldus de analist, en sommigen zien in hem ‘een moedige martelaar die onterecht is opgesloten, een politieke gevangene die tot zeldzame solidariteit inspireert’.
Zijn rijzende ster zou de ‘breuk’ binnen de oppositie best eens kunnen verdiepen, denkt León. Rest de vraag of de publieke opinie in hem een nieuwe stem zal zien voor democratische verandering of voor een radicaal getinte beweging.
Roberto Lovato
Biografie
1971 Geboren in Caracas.
1989 Gaat studeren in de Verenigde Staten.
2000 Treedt toe tot de Venezolaanse oppositie. Wordt verkozen tot burgemeester van Chacao, een gemeente in het district Caracas.
2002 Neemt actief deel aan de betogingen die voorafgaan aan de mislukte staatsgreep tegen Hugo Chávez.
2014 Wordt gearresteerd na gewelddadige betogingen in het hele land.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.