De president beledigde de vrouw van de Spaanse premier
Spanje heeft zondag zijn ambassadeur in Buenos Aires teruggeroepen, nadat de Argentijnse president Javier Milei tijdens een extreemrechtse bijeenkomst in Madrid denigrerende opmerkingen had gemaakt over de vrouw van de Spaanse premier Pedro Sánchez. Dat schrijft El País. Milei had Sánchez’ vrouw Begoña Gómez ‘corrupt’ genoemd, tijdens een door de extreemrechtse partij Vox georganiseerd forum.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, José Manuel Albares, zei dat hij excuses verwachtte van Milei. Ook andere ministers veroordeelden Milei’s toespraak, waarin hij het socialisme omschreef als ‘vervloekt en kankerverwekkend’. Sánchez leidt de Socialistische Partij van Spanje. ‘Met zijn gedrag heeft Milei de relatie tussen Spanje en Argentinië in de ernstigste staat van de recente geschiedenis gebracht,’ zei Albares in een verklaring.
Milei’s bezoek brak met het diplomatieke protocol omdat hij weigerde om de Spaanse koning Felipe VI en Sánchez te ontmoeten. In plaats daarvan gaf hij er de voorkeur aan om zijn boek te promoten op de partijbijeenkomst samen met Vox-leider Santiago Abascal. Josep Borrell, het hoofd buitenlands beleid van de Europese Unie, zei in een bericht op het sociale netwerk X dat ‘aanvallen op familieleden van politieke leiders niet thuishoren in onze cultuur’.
Zijn vrouw wordt beschuldigd van onder meer corruptie
De premier van Spanje Pedro Sánchez heeft woensdag gezegd dat hij overweegt ontslag te nemen, nadat een rechtbank een onderzoek is gestart naar zijn vrouw wegens vermeende beïnvloeding en corruptie. Dat meldt El País. Daarnaast heeft hij zijn publieke taken voor de rest van de week geannuleerd.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Pedro Sánchez, die Spanje sinds 2018 leidt, zei dat de ‘ernst van de aanvallen’ die hij en zijn vrouw Begoña Gómez ondergingen, hem ertoe hadden aangezet om zijn positie opnieuw te evalueren. De aankondiging stond in een brief die Sánchez op X plaatste, enkele uren nadat een rechtbank in Madrid een vooronderzoek had geopend naar de zakelijke activiteiten van Gómez na een klacht van Manos Limpias (Schone Handen), een groep waarvan de leider banden heeft met extreemrechts.
In zijn brief zei Sánchez dat de klacht van Manos Limpias gebaseerd was op berichtgeving van nieuwssites die ‘overduidelijk rechts en extreemrechts’ waren. Sánchez beschuldigde zijn politieke tegenstanders – voornamelijk Alberto Núñez Feijóo, de leider van de conservatieve Volkspartij (PP), en Santiago Abascal, leider van de extreem-rechtse Vox-partij – van de aanvallen.
Hoe hard feministen ook door de jaren heen hebben geroepen dat vrouwen zich van hun ijdelheid moesten bevrijden, gewicht en uiterlijk spelen voor velen nog altijd een belangrijke rol. Vrouwen die slank zijn, krijgen zelfs beter betaald.
Mireille Guiliano is een succesvolle, slanke vrouw. Ze werd geboren in Frankrijk en studeerde in Parijs, waarna ze als tolk voor de Verenigde Naties ging werken. Vervolgens ging ze in de champagnebranche, en in 1984 trad ze in dienst bij Veuve Clicquot, dat toen nogal matig presteerde. Ze klom op in de rangen en lanceerde een dochteronderneming in de VS. Daarvan werd ze in 1991 directeur en ze leidde het bedrijf met groot succes. In haar appartement met uitzicht op Manhattan biedt ze een glas water aan. ‘Je weet hoeveel ik van water hou,’ zegt ze. Inderdaad, want veel water drinken is een hoofdregel in Waarom Franse vrouwen niet dik worden, Guiliano’s bestseller over afvallen en slank blijven ‘op Franse wijze’.
In het boek beschrijft ze hoe vreselijk ze het als tiener vond om zwaarder te worden toen ze een zomer in Amerika verbleef. Haar ongemak bereikte een dieptepunt toen ze weer terugkwam in Frankrijk en haar vader, in plaats van haar te omhelzen, zei dat ze eruitzag ‘als een zak aardappelen’. Ze ging op dieet, pikte haar oude Franse gewoonten weer op (veel water, afgemeten porties, regelmatig bewegen) en liet de weegschaal weer in haar voordeel doorslaan.
Als succesvolle vrouw die bereid is publiekelijk over haar uiterlijk en gewicht te praten, is Guiliano een zeldzaamheid. ‘Natuurlijk wil niemand het erover hebben,’ zegt ze. ‘Het is gemakkelijker om te doen alsof het vanzelf gaat.’ Opeenvolgende feministische golven vertelden verstandige vrouwen dat ze zich moesten bevrijden van ijdelheid, van de huishoudelijke slavernij en van een door voortplanting bepaald bestaan.
Maar een vrouw die diep wordt geraakt door een opmerking over haar gewicht is geen uitzondering. Aubrey Gordon, medepresentator van Maintenance Phase, een podcast die hedendaagse problemen rond afvallen en welzijn aanpakt, kreeg al op haar tiende van een arts te horen dat ze overgewicht had. En Roxane Gay, een Amerikaanse auteur, beschrijft de schrik op het gezicht van haar ouders toen ze op dertienjarige leeftijd terugkwam van haar eerste semester op een kostschool en zo’n 14 kilo meer woog dan toen ze vertrok.
Vandaag de dag is het perfecte lichaam de ‘weasel body’
Het zijn persoonlijke maar ook universele ervaringen, althans in de rijke landen. Ze weerspiegelen de druk op vrouwen om op een ‘ideaal’ te lijken. Dat ideaal is in de loop der tijd veranderd. Naakten uit de Renaissance tonen bijvoorbeeld weelderige rondingen, maar de laatste decennia is slankheid het schoonheidsideaal. In de jaren tachtig gold in New York de ‘social x-ray’ – een term die Tom Wolfe introduceerde in zijn roman Het vreugdevuur der ijdelheden om vrouwen te beschrijven die zo dun waren dat ze haast tweedimensionaal leken. In Londen werd dat in de jaren negentig het ideaal van heroin chic.
Als een wezel
Vandaag de dag is het perfecte lichaam ‘weasel body’, zegt een vrouw uit Los Angeles, die om zich heen veel vrouwen ziet die fysieke perfectie nastreven. Ze proberen er zo gestroomlijnd en strak uit te zien als een wezel, alsof ze door het water kunnen glijden zonder een rimpeling te veroorzaken. Het streven naar zo’n lichaam laat misschien iets meer eten toe dan de diëten van vroeger, maar het is even moeilijk te bereiken.
Alle vrouwen zijn zich uiteindelijk bewust van het belang dat aan hun lichaam wordt gehecht. Het is alsof meisjes nietsvermoedend door een bos lopen en dan de bomen te zien krijgen. Wellicht vragen ze zich af hoe die bomen daar gekomen zijn, hoelang ze er al groeien en hoe diep hun wortels werkelijk gaan. Maar ze kunnen er weinig aan doen en het is bijna onmogelijk om zich de wereld anders voor te stellen. Het fabeltje dat slimme en ambitieuze vrouwen, die hun waarde op de arbeidsmarkt kunnen bepalen op basis van hun intelligentie of opleiding, geen aandacht hoeven te besteden aan hun figuur is moeilijk vol te houden als je kijkt naar gegevens over de wisselwerking tussen gewicht en loon of inkomen. De relatie is anders in arme landen waar rijke mensen over het algemeen zwaarder zijn dan arme.
In landen als de VS, Groot-Brittannië en Duitsland en rijke Aziatische landen als Zuid-Korea zijn rijke mensen dunner dan arme mensen. Kenmerkend is een licht dalende relatie tussen maatstaven voor gewicht zoals de bodymassindex (BMI) – een maat voor zwaarlijvigheid – of het deel van de bevolking dat zwaarlijvig is, en het inkomen, gemeten naar lonen, het aantal mensen onder de armoedegrens of het inkomenskwartiel.
Dat arme mensen meer kans hebben op overgewicht wordt vaak verklaard met het argument dat zwaarlijvigheid in rijke landen een kenmerk is van armoede. Arme mensen zouden zich moeilijk gezond voedsel kunnen veroorloven. Ze grijpen misschien eerder naar bewerkt voedsel of fastfood, omdat ze geen tijd hebben om thuis te koken of minder tijd hebben om te sporten; slechter betaalde banen gaan immers vaak gepaard met lange diensten en met minder flexibiliteit dan de banen van de ‘laptopklasse’. Aangezien een laag inkomen vaak het gevolg is van een beperkte opleiding, kan het gebrek aan opleiding ook leiden tot gebrek aan kennis over een gezond gewicht.
Het probleem met al deze verklaringen is dat de correlatie tussen inkomen en gewicht op landelijk niveau in de meer ontwikkelde landen bijna volledig voor rekening komt van vrouwen. Uitgedrukt in een grafiek toont het verband tussen inkomen en gewicht in de VS en Italië een horizontale lijn voor mannen en een dalende lijn voor vrouwen.
Zuid-Korea
In Zuid-Korea is de correlatie positief voor mannen, maar deze wordt ruimschoots tenietgedaan door de sterk negatieve correlatie bij vrouwen. In Frankrijk loopt de lijn voor mannen licht naar beneden, maar voor vrouwen veel steiler. Dergelijke patronen, op welke manier ook gemeten, lijken te gelden voor de meeste rijke landen.
Met andere woorden: rijke vrouwen zijn veel slanker dan arme vrouwen, maar rijke mannen zijn ongeveer even dik als arme mannen. Wallis Simpson, van wie het huwelijk met koning Edward VIII leidde tot diens troonsafstand, zou hebben gezegd dat een vrouw ‘nooit te rijk of te dun kan zijn’. Kennelijk moet ze allebei of geen van beide zijn.
Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen
Dat zou iedereen tot nadenken moeten stemmen die denkt dat armoede de verklaring is voor zwaarlijvigheid, of dat rijk zijn bevorderlijk is voor een lager gewicht. Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen. Misschien is het verband voor beide geslachten hetzelfde, maar verschillen de beroepen die ze uitoefenen en die slankheid vereisen of tot gevolg kunnen hebben. Mannen doen onevenredig veel laagbetaald fysiek werk, zoals in de bouw (hoewel verplegend personeel onevenredig vaak uit vrouwen bestaat, die evenveel tijd lopend of staand doorbrengen als bouwvakkers). Van sommige rijke vrouwen, zoals actrices, kan expliciet worden geëist dat zij slank zijn om bepaalde rollen te kunnen spelen.
Toch is het moeilijk te geloven dat een van deze wetmatigheden het complete verschil verklaart. Uit gegevens van het Amerikaanse Bureau of Labour Statistics (BLS) blijkt dat slechts 3,5 procent van de beroepsbevolking intensief lichamelijk werk doet (in sommige categorieën, zoals bewegingsonderwijs en dansen, werken veel vrouwen). Slechts 0,1 procent van deze mensen heeft een baan als acteur. Dat er een genderkloof bestaat in de relatie tussen inkomen en gewicht die niet gemakkelijk kan worden verklaard door andere verschillen tussen mannen en vrouwen, wijst op een andere verklaring: misschien helpt dun zijn vrouwen om rijk te worden.
Minder loon
Uit talloze studies blijkt dat vrouwen met overgewicht of obesitas minder betaald krijgen dan hun slankere collega’s, terwijl er weinig verschil bestaat in loon tussen mannen met overgewicht en mannen die medisch gezien binnen het ‘normale bereik’ vallen. Er zijn uitzonderingen: uit een Zweeds onderzoek bleek dat zwaarlijvige mannen minder betaald kregen, maar zwaarlijvige vrouwen niet. Maar uit onderzoek in de VS, Groot-Brittannië, Canada en Denemarken blijkt dat vrouwen met overgewicht minder verdienen. De straf voor een zwaarlijvige vrouw is aanzienlijk: het kost haar ongeveer 10 procent van haar inkomen.
Uit onderzoek blijkt dat vrouwen met overgewicht 10 procent minder verdienen
Dat kan zelfs nog een onderschatting van de werkelijkheid zijn, want de loonkloof is moeilijk te meten bij mensen die geen werk vinden vanwege hun omvang. De hoogste schattingen van hogere lonen voor slanke vrouwen zijn zo significant, dat het bijna evenveel loont om af te vallen als om bij te scholen. De loonpremie voor het behalen van een masterdiploma bedraagt ongeveer 18 procent. Dat is slechts 1,8 maal de premie die een zwaarlijvige vrouw in theorie verdient door zo’n 29 kilo af te vallen – ruwweg de hoeveelheid die een matig zwaarlijvige vrouw van gemiddelde lengte moet afvallen om in het medisch gedefinieerde ‘normale bereik’ te vallen. Die maatregel lijkt vooral significant te zijn voor witte vrouwen – het bewijs voor zwarte of Latijns-Amerikaanse vrouwen is zwakker (hoewel dat gedeeltelijk kan worden verklaard door het feit dat studies vaak gebruikmaken van de BMI, wat tot een verkeerde classificatie van deze vrouwen kan leiden).
Discriminatie van zwaarlijvige vrouwen is niet afgenomen naarmate hun aantal toenam. ‘Je zou een afnemend loonverschil kunnen verwachten doordat er steeds meer mensen met overgewicht bij komen’, schreef econoom David Lempert in een paper voor het BLS, omdat overgewicht meer algemeen aanvaard is. In plaats daarvan is het stigma van mensen met overgewicht meegegroeid met hun aantal; het is tussen 1980 en 2000 bijna verdubbeld. Lempert suggereert dat dit kan komen doordat ‘de toenemende zeldzaamheid van slankheid heeft geleid tot een hogere premie voor slanke mensen’.
De conclusie van het artikel stapelt de ene kwaad makende zin op de andere. Naarmate zwaardere vrouwen ouder worden, schrijft Lempert, ondervinden zij de gevolgen van jarenlange cumulatieve loondiscriminatie. Hun startloon is lager, en gedurende hun loopbaan krijgen deze vrouwen minder loonsverhoging en promotie. Uit het artikel blijkt ‘dat een drieënveertigjarige vrouw met overgewicht in 2004 een grotere loonstraf kreeg dan toen ze twintig was in 1981’, en ook dat ‘een twintigjarige vrouw met overgewicht nu een grotere loonstraf krijgt dan ze in 1981 op twintigjarige leeftijd zou hebben gekregen’.
Deels kan dat een weerspiegeling zijn van de hogere kosten die werkgevers moeten betalen voor hun zwaarlijvige werknemers, vooral in Amerika. De premie voor een ziektekostenverzekering wordt in de VS vaak door de werkgever betaald, en iemand met overgewicht of obesitas heeft doorgaans hogere kosten, onder andere doordat er bij het ouder worden meer gezondheidsproblemen optreden. Toch is het onduidelijk waarom deze kosten alleen op vrouwen worden afgewenteld. En studies in Canada en Europa (waar door de overheid gefinancierde gezondheidszorg de norm is) tonen al even grote loonstraffen voor vrouwen.
De houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden
Het idee dat het bestraffen van zwaarlijvigheid toe- in plaats van afneemt wordt onderbouwd door de resultaten van een onderzoek van de Harvard-universiteit naar impliciete vooroordelen. Aan de testpersonen wordt gevraagd mensen van verschillend ras, geslacht, seksuele geaardheid of gewicht te associëren met woorden als ‘goed’ of ‘slecht’. In het algemeen gaan de uitkomsten de positieve kant op: discriminatie op grond van ras en geslacht is de afgelopen tien jaar afgenomen. Negatieve associaties met homo’s zijn met eenderde gedaald. Gewicht is de uitzondering: de houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden.
In deze context lijken de argumenten die vaak worden gebruikt om te verklaren waarom vrouwen en meisjes zo veel druk voelen om slank te zijn, en een laag zelfbeeld hebben als zij dat niet zijn, jammerlijk onvolledig. Misschien voelen vrouwen zich inderdaad slecht over zichzelf omdat ze zich vergelijken met die slanke hinde op de omslag van een tijdschrift en laten ze zich wijsmaken dat die foto’s onbewerkt en haalbaar zijn. Misschien heeft een arts of een van hun ouders toen ze klein waren een opmerking gemaakt over hun gewicht. Maar naast deze druk is er ook die krachtige prikkel van de markt: vrouwen zien haarscherp in dat niet afvallen of slank worden hun letterlijk geld kost.
Rendement
Het is voor iedereen logisch dat tijd steken in een opleiding economisch rendement oplevert. Op dezelfde manier lijkt het voor vrouwen logisch om te streven naar een slank lichaam. Obsessief bezig zijn met wat en hoeveel je moet eten, dure fitnesslessen: het zijn investeringen die rendement opleveren. Voor mannen geldt dat niet.
Vrouwen zijn zich tot op zekere hoogte hiervan bewust. Een generatie geleden leek het voor hen nog vanzelfsprekend. ‘Het belangrijkste waar je na – of tijdens – je werk mee bezig moet zijn, is je uiterlijk en je uitstraling. Het is ondenkbaar dat een vrouw die “alles wil” dik zou willen zijn, of zelfs mollig’, schreef Helen Gurley-Brown, redacteur van Cosmopolitan in de jaren tachtig en negentig, in haar boek Having It All – alvorens allerhande advies te geven over hoe je overleeft op 800 calorieën per dag en vrouwen aan te moedigen dagelijks op de weegschaal te gaan staan en te accepteren dat ‘diëten een hel is’ en ‘op te houden daar depressief van te worden’.
Bodypositivity
Zo’n benadering werd vier decennia geleden misschien makkelijker geslikt, maar de economische realiteit is niet heel erg veranderd. Het enige andere is het leidende narratief, dat nu bodypositivity omarmt en diëten schuwt. In plaats van het South Beach- of het Atkins-dieet gaan vrouwen nu bepaalde voedingsmiddelen mijden: ze eten glutenvrij, veganistisch of suikerarm, onder het mom van gezondheid of welzijn, om hun darmflora te verbeteren of om hun energieniveau te verhogen. Mensen geven veel geld uit aan SoulCycle-lessen, om sterk en fit te worden, maar niet om calorieën te verbranden. ‘Zelfs vrouwenglossy’s zijn nu sceptisch over de van bovenaf opgelegde verhalen over hoe we eruit moeten zien… maar de psychologische parasiet van de ideale vrouw heeft zich zo geëvolueerd dat ze nu ook overleeft in een ecosysteem dat zich zogenaamd tegen haar verzet’, schrijft Jia Tolentino in haar boek Spiegeldoolhof. Het feminisme ‘heeft de tirannie van de ideale vrouw niet uitgeroeid, maar haar stevig verankerd en juist weerbarstiger gemaakt.’
Omdat zwaarlijvigheid een verhoogd gezondheidsrisico met zich meebrengt, zullen sommigen beweren dat het geen probleem is dat vrouwen worden gestimuleerd om af te vallen. Maar dit berust op twee wankele pijlers van de logica: ten eerste dat mensen hun gewicht volledig onder controle kunnen hebben, en ten tweede dat schaamte een goede motivator is.
De meeste mensen kennen het effect dat een beetje minder eten en meer bewegen heeft op hun lichaam. Daarom is het gebruikelijk om te denken dat gewicht en obesitas veranderbare eigenschappen zijn – eigenschappen waar slanke mensen aan werken en dikke mensen niet. Als dat het geval was, zou het voor vrouwen mogelijk zijn om discriminatie op grond van gewicht achter zich te laten, door zich aan te passen aan het lichaamstype dat de maatschappij van hen verlangt.
Het is bijna onmogelijk om af te vallen én op gewicht te blijven
Maar dit idee van volledige controle is misplaatst. Mensen melden vaak dat ze zwaarder worden als ze antidepressiva gaan gebruiken; bij vrouwen is dat bijvoorbeeld vaak het geval als ze lijden aan aandoeningen zoals het polycysteus-ovariumsyndroom. Roxane Gay beschrijft hoe haar gewicht toenam in de nasleep van een brute aanranding. Het roept ook de vraag op waarom een groot deel van de mensheid in de jaren tachtig collectief de controle over zijn eetgewoonten verloor en in de ontwikkelde landen zwaarlijvigheid sterk begon toe te nemen. Wetenschappers twijfelen over het antwoord (sommigen wijzen op de opkomst van bewerkt voedsel), maar zijn het er wel over eens dat het bijna onmogelijk is om af te vallen én op gewicht te blijven. Mensen die dat lukt zijn veel zeldzamer dan mensen die het hun leven lang proberen, daar niet in slagen en zichzelf de schuld geven.
Misschien werkt schaamte voor sommige mensen. Het werkte voor Guiliano. Op de vraag waarom ze na de opmerking van haar vader besloot om af te vallen, in plaats van hem uit te schelden, aarzelt ze even. ‘Hij had natuurlijk gelijk,’ zegt ze dan.
Hoge prijs
Maar denk ook aan de enorme kosten die het stigma, de schaamte en de angst met zich meebrengen voor vrouwen en meisjes die zich hun leven lang zorgen maken over wat hun overgewicht hun gaat kosten. Het is onmogelijk om niet te merken hoeveel tijd, energie en geld vrouwen investeren in het bijhouden wat ze eten, in dieetboeken en in fitnesscursussen.
Iedereen die weleens een sapkuur of een dieet van koolsoep heeft geprobeerd, weet dat slank willen zijn ten koste gaat van andere belangrijke dingen die meisjes en vrouwen willen doen, zoals je kunnen concentreren op examens en werk, of genieten van eten. Volgens sommige onderzoeken zijn zesjarige meisjes zich al bewust van de verwachting dat ze dun moeten zijn. Vervolgens kunnen ze als pubers ‘door de plotselinge schoonheidseisen worden overweldigd, slachtoffer worden van anorexia en boulimia’, schrijft Tolentino. De meeste vrouwen proberen zich aan te passen. Maar welke keuze ze ook maken, de prijs is hoog.
Vorige week werd de 66-jarige ontwikkelingseconome Ngozi Okonjo-Iweala uit Nigeria aangesteld als directeur van de Wereldhandelsorganisatie WHO. Wereldwijd stonden politici, waarnemers en de pers te juichen omdat er eindelijk een zwarte, Afrikaanse vrouw aan het hoofd staat van een grote internationale instelling. Niet iedereen vindt die staande ovatie terecht.
‘Ngozi Okonjo-Iweala schrijft geschiedenis’, aldus France24 in een video-verslag over haar aanstelling. ‘Een goed gekwalificeerde nieuwe leider voor de WHO’, vindt Council on Foreign Relations. ‘Nigeriaanse krachtpatser wordt hoofd WHO’, aldus Financial Times. ‘Vrouw’, ‘zwart’, ‘Afrikaans’, ‘dapper’, ‘briljant’, ‘spijkerhard’: de aanprijzingen waren niet aan te slepen nadat bekend werd dat Okonjo-Iweala naar Genève kan vertrekken met de opdracht om de stroperige WHO vlot te trekken.
Kritiek moment
‘Zelfs voor een econoom komen er veel zeer grote getallen voor in het leven van Ngozi Okonjo-Iweala’, schrijft The Guardian in een portret. ‘Als voorzitter van Gavi, de alliantie voor vaccinatie van kinderen tegen dodelijke en slopende infectieziekten, zag ze toe op de jaarlijkse vaccinatie van miljoenen kinderen. Als algemeen directeur van de Wereldbank hield ze toezicht op $ 81 miljard (€ 66,8 miljard) aan activiteiten. Als minister van Financiën van Nigeria pakte ze de $ 30 miljard schuld van het meest bevolkte land van Afrika aan. En ze heeft 1,5 miljoen volgers op Twitter.’
The Guardian somt ook nog een reeks van kleinere getallen op die ertoe doen,zoals ‘de twintig non-profitorganisaties die haar hebben benoemd in hun adviesraden; de grote banken en bedrijven die ze heeft geadviseerd; de tien eredoctoraten naast haar eigen doctoraat; een twintigtal onderscheidingen; tientallen belangrijke rapporten en boeken.’ En dan zijn er natuurlijk nog de prestigieuze lijsten waarop haar naam prijkt, zoals die van ’s werelds honderd machtigste vrouwen; ’s werelds honderd meest invloedrijke mensen en de tien meest invloedrijke vrouwen van Afrika, om maar enkele te noemen.
Haar aanstelling tot Directeur-Generaal van de WHO, ‘een positie die nog nooit eerder werd bekleed door een Afrikaan, noch door een vrouw’, geeft haar de leiding over een organisatie met een begroting van $ 220 miljoen en 650 personeelsleden en komt op een kritiek moment. Hervormingen zijn namelijk broodnodig, schrijft de krant. ‘Dit is het moment om alle ervaring aan te spreken die ze heeft opgedaan gedurende haar veertigjarige carrière. Gaat Okonjo-Iweala de klus klaren?’
Burgeroorlog
Okonjo-Iweala was zes jaar oud toen Nigeria in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, aldus The Guardian. ‘Ze groeide op in een klein dorpje in Delta, de zuidelijke staat van het land. Haar ouders, beiden vooraanstaande academici, hadden beurzen gekregen om in Europa te studeren, dus zij en haar zes broers en zussen werden opgevoed door hun grootmoeder. Het leven was niet gemakkelijk. Tegen de tijd dat ze negen was, had Okonjo-Iweala leren koken en hout halen en verrichtte ze veel huishoudelijke taken.’
Doordat er een burgeroorlog uitbrak tussen de separatistische staat Biafra en de Nigeriaanse centrale regering werd haar opleiding onderbroken en werd ze geconfronteerd met nieuwe ontberingen. Toen haar driejarige zusje chronisch ziek werd van malaria, was het Okonjo-Iweala die haar naar een dokterspraktijk vijf kilometer verderop droeg, waar ze zich door een menigte van zeshonderd mensen heen wurmde en door een raam klom om de behandeling te vragen die het leven van haar zusje zou redden.
‘Ik at één maaltijd per dag. Er stierven kinderen. Daardoor heb ik heb geleerd heel zuinig te leven. Ik zeg vaak dat ik me zowel op een moddervloer als onder een donzen dekbed comfortabel kan voelen. Door wat we hebben meegemaakt, ben ik tot iemand geworden die het zonder spullen kan stellen.’
Probleemvrouw
Nadat de burgeroorlog tussen Nigeria en Biafra in 1970 eindigde, vertrok Okonjo-Iweala naar de VS om economie te studeren aan Harvard en MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Ze trouwde met haar jeugdliefde en ging in 1979 op vijfentwintigjarige leeftijd aan de slag bij de Wereldbank, waar ze gestaag opklom in de hiërarchie. Ze schopte het tot tweede in de rangorde en reisde de wereld over.
Uiteindelijk vertrok ze in 2003 na vijfentwintig jaar bij de Wereldbank omdat ze werd gevraagd minister van Financiën van Nigeria te worden. Die functie vervulde ze twee keer en ze was korte tijd ook nog minister van Buitenlandse Zaken. Als minister van Financiën werd Okonjo-Iweala geconfronteerd met de enorme schulden van Nigeria en wachtte haar een keiharde strijd om economische hervormingen door te voeren.
‘Toen ik minister van Financiën werd, noemden ze me Okonjo-Wahala, ofwel: Probleemvrouw’, zei ze in een interview met The Guardian in 2005. ‘Het betekent letterlijk zoiets als: Ik ben de hel. Maar het kan me niet schelen hoe ik genoemd wordt. Ik ben een vechter. Ik ben erg gefocust op wat ik doe en ik ben meedogenloos in wat ik wil bereiken, tot in het extreme. Als je me voor de voeten loopt, krijg je een schop.’
Okonjo-Iweala pakte de schuldenberg van Nigeria aan door sceptische westerse mogendheden ervan te overtuigen hulp te verlenen. Gordon Brown, destijds premier van Groot-Brittannië, noemde haar ‘een briljante hervormer’, volgens The Guardian, ‘hoewel anderen minder waardering hadden voor de afspraken die ze met schuldeisers maakte. Sommige commentatoren wijzen erop dat ze veel van de beloften die ze aan Nigerianen deed over economische groei en het scheppen van banen niet is nagekomen.’
‘Ze kan heel vastberaden en brutaal zijn, misschien zelfs angstaanjagend voor sommige mensen, maar tegelijkertijd is ze altijd zichzelf. Het is een vrouw die ons aan het lachen maakt’, citeert The Guardian Ada Osakwe, een econome die in de Nigeriaanse regering met Okonjo-Iweala samenwerkte.
Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen
Nu met het aftreden van de regering-Trump de weerstand tegen haar benoeming is weggevallen, krijgt ze de leiding over de WHO. Daarmee komt ze onder een vergrootglas te liggen, want deze functie is niet alleen veel invloedrijker maar ook veel zichtbaarder dan alle andere posities die Okonjo-Iweala ooit bekleedde, aldus The Guardian.
‘De in Genève gevestigde organisatie heeft al decennialang te maken met bittere kritiek van alle kanten. De WHO was het primaire doelwit van de beweging die protesteerde tegen de schandelijkste gevolgen van het kapitalisme en globalisering, omdat ze daar als representant van wordt gezien. Meer recentelijk werd de WHO aangevallen door de VS omdat ze de problematiek van het Chinese staatskapitalisme niet heeft weten aan te pakken.’
Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen en tegen hun relatieve gebrek aan invloed op de besluitvorming, vergeleken met rijkere staten. Vooral landbouwsubsidies zijn een specifiek twistpunt. ‘De WHO wist al jaren geen grote multilaterale handelsovereenkomst meer te sluiten en de hoop is tanende dat de organisatie overbevissing weet te beperken of de wildwest-praktijken rond e-commerce kan intomen.’ En dan is er volgens The Guardian natuurlijk ook nog eens de coronapandemie, die leidt tot worstelende economieën en groeiend protectionisme wereldwijd.
‘De WHO heeft een frisse blik nodig, een fris gezicht, een buitenstaander, iemand die in staat is om hervormingen door te voeren en die met de leden kan samenwerken’, zo zei Okonjo-Iweala onlangs in een interview met CNN. ‘Die ervoor kan zorgen dat de WHO uit haar gedeeltelijke verlamming geraakt.’
De benoeming van Okonjo-Iweala is een ‘grote stap voor Afrika en een grote stap voor de wereld’, vindt Osakwe, de eerder geciteerde econome die met haar samenwerkte. ‘Zo’n opmerkelijk talentvolle vrouw die het roer overneemt van een instelling die opgeschud moet worden. Kijk maar naar wat er met de handel in de wereld gebeurt, zoals de strijd tussen de VS en China.’ Okonjo-Iweala, zo zegt Osakwe, ‘is in de loopgraven geweest’.
Uiterste voorzichtigheid
Ondanks al deze lof slaat Francisco Perez een andere toon aan op de website Africa is a Country. Perez noemt zichzelf activist voor een solidaire economie, is docent en onderzoeker en bezig zijn studie economie aan de Universiteit van Massachusetts in Amherst af te ronden. Hij is de directeur van het Centre for Popular Economics, dat pleit voor ‘economie gericht op mensen, niet op winsten’. Het is een non-profitcollectief van politieke economen die ‘economie van haar mystiek willen ontdoen en die bruikbare economische instrumenten ontwikkelen voor mensen die vechten voor sociale en economische rechtvaardigheid’.
In zijn artikel ‘Black faces in high places’ voor Africa is a Country, roept Perez links in Afrika op de benoeming van Ngozi Okonjo-Iweala met ‘uiterste voorzichtigheid’ te beschouwen.
‘Ngozi Okonjo-Iweala, de voormalige minister van Financiën en Buitenlandse Zaken van Nigeria’, zo begint Perez, ‘was eerder in 2012 in de race om voorzitter van de Wereldbank te worden, maar de voormalige Amerikaanse president Barack Obama koos de Amerikaan Jim Yong Kim voor die functie. Gedurende haar campagne voor de Wereldbank, en later voor de WHO, onderstreepten veel commentatoren het belang van een zwarte Afrikaanse vrouw aan het hoofd van een grote internationale financiële instelling als “een bepalend moment voor Afrika, dat al lang zucht onder de laars van buitenlandse mogendheden en financiële instellingen”.’
Maar pan-Afrikaans links moet dergelijke ‘identiteitspolitiek’ verwerpen als het louter om de representatie van identiteit gaat, vindt Perez. ‘Want als een zwarte Afrikaanse vrouw hetzelfde neoliberale beleid verdedigt dat de economische ontwikkeling van Afrika heeft belemmerd, dan is dat contraproductief.’
‘Samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank maakt de WHO deel uit van de “Onheilige Drie-eenheid” van internationale instellingen die het wereldwijde handels- en financiële systeem besturen ten voordele van grote multinationale ondernemingen en hun aandeelhouders en ten koste van ecosystemen en arbeiders wereldwijd’, schrijft Perez. ‘De WHO werd in 1995 opgericht op het hoogtepunt van het neoliberale triomfalisme na de Koude Oorlog. Als permanente organisatie verving de WHO het lossere General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Anders dan GATT kon de WHO gemakkelijker sancties opleggen aan landen die probeerden buitenlandse handel te beperken, door een mechanisme in het leven te roepen dat geschillen tussen staten beslecht. Onder Trump werd dat mechanisme eind vorig jaar overigens gesaboteerd.
De GATT stond regeringen van Ontwikkelingslanden toe bescheiden vormen van bescherming in te voeren voor hun prille industrie en voor handelsbeperkingen die ontwikkelingsdoeleinden ten goede kwamen. Met de WHO wilden Amerikaanse en Europese regeringen deze mogelijkheden juist afzwakken en de principes van vrijhandel uitbreiden tot diensten en intellectueel eigendom. Een wereldwijde coalitie van arbeiders- en milieugroeperingen verraste de organisatie door met protesten de jaarlijkse bijeenkomst in Seattle in 1999 te verstoren.
Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken?
Ondanks de aanprijzing een ‘ontwikkelingsronde’ te zijn, in naam gericht op de behoeften van de armste landen, liep de laatste reeks van wereldwijde handelsbesprekingen spaak toen regeringen uit het Zuiden, onder leiding van India en China, zich verzetten tegen het verder openstellen van hun markten voor Noord-Amerikaans, West-Europees en Japans kapitaal. Ze drongen erop aan dat regeringen in het Noorden hun markten zouden openstellen voor de export van landbouwproducten uit het Zuiden door handelsbarrières te verkleinen en vooral door de enorme subsidies voor hun eigen agro-industrie aan banden te leggen’, aldus Perez. Dat leidt tot de vraag aan wiens kant het nieuwe hoofd van de WHO staat.
‘Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken? Of juist aan het gevecht van zuidelijke regeringen om internationale handel ondergeschikt te maken aan hun prioriteiten voor hun eigen binnenlandse ontwikkeling? Nigeria heeft een reputatie van protectionisme, dusdanig dat voorstanders van een Afrikaanse continentale vrijhandelszone vrezen dat die er niet komt, en Okonjo-Iweala staat bekend als een orthodoxe econoom met een decennialange carrière bij de Wereldbank. Haar kandidatuur om voorzitter van de Wereldbank te worden, werd gesteund door onder meer The Economist en The Financial Times, die nu niet bepaald bekend staan als vrienden van Afrikaanse arbeiders en boeren.’
Impopulair besluit
‘Het beleid van Okonjo-Iweala in Nigeria leidde tot woede bij links. Velen waren tegen haar eerste grote daad als minister van Financiën. Die betrof afspraken met de Club van Parijs, een groepering van westerse en Japanse crediteuren, om de buitenlandse schuld van Nigeria in 2003 te herstructureren. Ze onderhandelde over een vermindering van de Nigeriaanse schuld van zo’n $ 35 miljard naar $ 17,4 miljard, inclusief een onmiddellijke afbetaling van $ 12,4 miljard. Veel Nigeriaanse progressieven betoogden dat die schuld was ontstaan door corrupte militaire dictaturen, dat geldschieters wisten dat het geld zou worden gestolen en dat de bevolking van Nigeria daarom geen dollar terug zou moeten betalen. De schuld was verfoeilijk en had moeten worden afgewezen. De miljarden aan terugbetalingen hadden ten goede kunnen komen van leraren, verpleegsters en infrastructuur.’
Ook tijdens haar tweede periode als minister van Financiën haalde Okonjo-Iweala de woede van links op haar hals, aldus Perez. ‘Ze werd in januari 2012 het publieke gezicht van het zeer impopulaire besluit om subsidies op brandstof af te schaffen, hetgeen leidde tot een verdubbeling van de transportprijzen van de ene op de andere dag en tot een scherpe stijging van de kosten voor levensonderhoud. Miljoenen Nigerianen meenden dat de brandstofsubsidie het enige voordeel was dat ze hadden van de enorme olierijkdom van hun land en ze vertrouwden er niet op dat hun politieke leiders geld zouden overhevelen naar sociale uitgaven, zoals ze beloofden. De afschaffing van de subsidies leidde tot een nationale staking en tot protesten van Occupy Nigeria, waaraan cultuurdragers als Seun Kuti, Wole Soyinka en Chinua Achebe deelnamen.’
Niet veel vertrouwen
Perez betoogt dat ‘zwart’, ‘Afrikaans’ en ‘vrouw’, niet per se een belofte inhouden. ‘In de decennia sinds het einde van het formele kolonialisme hebben veel Afrikanen op harde wijze geleerd dat leiders die eruitzien zoals zij en klinken zoals zij, weinig verschil maken als ze een beleid voeren dat de meesten van hen schaadt.
De keuze voor Okonjo-Iweala om de WHO te leiden, doet er alleen toe als dat leiderschap beleidsruimte opent voor ontwikkelingslanden om een industrieel beleid te kunnen voeren. De hoop is dat een WHO-directeur uit het Zuiden meer sympathie zal hebben voor de uitdagingen die het mondiale handelssysteem aan perifere economieën stelt, maar de staat van dienst van Okonjo-Iweala wekt in dit opzicht niet veel vertrouwen.
Hoewel het ‘herenakkoord’ tussen Amerika en Europa, dat regelt dat het hoofd van het IMF altijd een Europeaan is en het hoofd van de Wereldbank een Amerikaan, niet te rechtvaardigen is, moet pan-Afrikaans links aandringen op een rechtvaardiger mondiale economie, en niet simpelweg op meer ‘zwarte gezichten op hoge posten’.
Veel biologie- en anatomieboeken tonen in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal. Waarom speelt het vrouwelijk geslachtsorgaan in de wetenschap zo’n ondergeschikte rol?
In een snijzaal in het zuiden van Australië waar anatomen sinds eeuwen menselijke lichamen onderzoeken, werkt aan het eind van de jaren negentig een jonge arts. Ze heeft juist haar opleiding tot uroloog aan de universiteit van Melbourne voltooid – als eerste vrouw in een door mannen gedomineerd specialisme.
Ter voorbereiding op haar examen boog ze zich dagenlang over de boeken, ook om de anatomie van de urinewegen en de geslachtsorganen te leren. Daarbij viel haar iets op wat alle mannen vóór haar blijkbaar was ontgaan: de boeken tonen op vele pagina’s in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar de afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal.
Uitgerust met een camera, een scalpel en een pincet wil de jonge vrouw dat nu recht zetten. Ze ontleedt tien vrouwenlijken en fotografeert de structuren van het vrouwelijk geslachtscomplex, vagina en vulva, zenuwen, bloedvaten – en de clitoris. Later schuift ze gezonde vrouwen in een MRI-scan om deze organen ook bij levende mensen te onderzoeken.
Het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje
Haar resultaten publiceert ze in het Journal of Urology: het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje. Het geheel strekt zich uit in het bekken, in het meestal ongeveer tien centimeter lange clitorislichaam en twee gewelfde zwellichamen links en rechts, elk steunend op een aan urinebuis en vagina grenzend voorhofzwellichaam.
In vakkringen wordt ze voor dit werk overladen met prijzen, krantenartikelen bejubelen de jonge vrouw: ‘Haar werk dwingt tot herschrijving van de anatomieboeken en een omslag in het denken in de medische beroepen’, schrijft bijvoorbeeld de BBC.
Nu, bijna vijfentwintig jaar later, is Helen O’Connell professor Urologie aan de universiteit van Melbourne. Ze zegt: ‘Het is interessant om te zien of er vooruitgang geboekt wordt.’ Want nog altijd gebruiken studentes en studenten anatomie- en chirurgieboeken waarin gedetailleerde afbeeldingen van de clitoris en haar zenuwen ontbreken. Wat de vrouwelijke anatomie betreft, lijkt er sprake van stilstand.
Hoe is dat te verklaren? Als het om de vrouwelijke geslachtsorganen gaat, begint de verwarring vaak al bij de begrippen: de vagina is alleen de verbinding van de schede-ingang naar de baarmoedermond en niet de uitwendige geslachtsorganen, zoals vaak abusievelijk wordt aangenomen. Het anatomisch correcte begrip daarvoor is vulva – daartoe behoren schaamlippen, venusheuvel en dat kleine deel van de clitoris dat van buiten te zien is. Het negeren, of het alleen maar afbeelden van het zichtbare deel van het lustorgaan van de vrouw, is in vakboeken tegen beter weten in een traditie.
Want wat Helen O’Connell in haar studie vond, bevestigt kennis die twee eeuwen oud is: al in het jaar 1844 onderzocht de Duitse anatoom Georg Ludwig Kobelt de vrouwelijke ‘wellustorganen’, zoals hij ze noemde. Zijn gedetailleerde tekeningen van de clitoris en haar bloed- en zenuwvoorziening gelden tot op heden als een meesterlijke prestatie. Sindsdien is de kennis over de structuren van de clitoris eigenlijk aanwezig. Toen al hadden Kobelts inzichten een revolutie kunnen veroorzaken in de anatomische blik op het vrouwelijk lustorgaan, maar hem overkwam toen hetzelfde als later Helen O’Connell: zijn kennis kwam de snijzaal nauwelijks uit.
De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld
Integendeel: in een in het jaar 1901 geactualiseerde editie van de belangrijkste anatomie-atlas, Gray’s Anatomy, verdwijnt zelfs een afbeelding die de clitoris nog in dwarsdoorsnede als een klein puntje voorstelt. Dat documenteerden de sociologen Adele Clarke en Lisa Jean Moore in een uitgebreid onderzoek. De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld. Centraal staan voortplanting en reproductie, de baarmoeder geldt als het belangrijkste seksuele orgaan van de vrouw. De vermeend onbeduidende lust van de vrouw – en daarmee ook de clitoris – zien de medici in die tijd als overbodig, of zelfs als ziekelijk en gevaarlijk.
Freud
Beslissend voor deze zienswijze is de bijdrage van de psychoanalyticus Sigmund Freud: hij onderscheidt in de door hem ontwikkelde theorie van de seksualiteit clitorale en vaginale seksualiteit en postuleert dat alleen de laatste volwassen en gezond is. Voor een succesvolle seksuele ontwikkeling, dus de rijping van kind tot vrouw, was daarom een verschuiving van de erogene zone nodig, weg van de clitoris naar de vagina.
Zijn hoogtepunt vindt dit denken in de door de Engelse gynaecoloog Isaac Brown ontwikkelde verwijdering van de clitoris, de clitoridectomie. Die geldt als therapie voor als pervers beschouwde zelfbevrediging, voor nymfomanie, voor elke vorm van zogenaamde vrouwelijke ‘hysterie’.
Deze therapie speelt in Europa en de VS tegenwoordig geen rol meer. Maar nog altijd geldt de vagina als de vrouwelijke tegenhanger van de penis; de clitoris daarentegen blijft als een oninteressant onderzoeksobject vrijwel geheel verbannen uit voorlichtings- en anatomieboeken. Terwijl wetenschappers en activisten al decennia lang werken aan de rehabilitatie van dit orgaan. Maar de grote anatomie-atlassen die wereldwijd nog steeds door miljoenen studenten gebruikt worden, bereiken tot op heden nog steeds niet het niveau van Georg Ludwig Kobelts tekeningen.
‘De geschiedenis van de clitoris is een parabel van de cultuur’ – met die zin eindigt Helen O’Connell het verslag van haar onderzoek. Voor haar is het duidelijk: veel nieuwe edities van de boeken nemen steeds opnieuw de inhoud over van de eerdere uitgaven – zonder kritische toetsing.
Gouden puntjes
Dit merkt ook de Zwitserse bioloog Daniel Haag-Wackernagel op wanneer hij met het onderzoek naar het vrouwelijk lustorgaan begint. Voor een voordracht over de lustorganen bij chimpansees doorzocht hij de anatomieboeken op afbeeldingen van de lustorganen van de dieren en ter vergelijking ook die van mensen.
Mannelijke geslachtsorganen van chimpansees en mensen vindt hij zonder problemen. Maar de speurtocht naar afbeeldingen van de vrouwelijke lustorganen verloopt moeizaam. Pas in de bibliotheek van het anatomisch instituut in Bazel stuit hij op correcte, gedetailleerde afbeeldingen – op het werk van Kobelt uit 1844.
Sindsdien heeft Daniel Haag-Wackernagel afbeeldingen en modellen van de clitoris verzameld; in zijn boekenkast staan ze tussen dikke anatomieboeken. Intussen heeft hij – in zijn vrije tijd als emeritus professor – op basis daarvan een 3D-model ontwikkeld dat de voor de vrouwelijke lust verantwoordelijke structuren laat zien.
Onderzoekssubsidies zou hij voor dit werk waarschijnlijk niet gekregen hebben, is zijn overtuiging. De interesse voor dit thema is te gering. Want zelfs een zo nuchtere, descriptief lijkende wetenschap als de anatomie is gevormd door ‘culturele en sociale omstandigheden en machtsstructuren’, zoals Adele Clarke en Lisa Jean Moore in hun onderzoeksverslag schrijven. Beide sociologen zijn het eens met Haag-Wackernagel en O’Connell: het moet als een maatschappelijk fenomeen begrepen worden dat de vrouwelijke geslachtsorganen in de anatomie met zoveel minachting behandeld worden.
Als je aan Helen O’Connell vraagt of medici en leken genoeg weten over de vrouwelijke geslachtsorganen, lacht de uroloog. ‘Er is nog enorm veel te onderzoeken,’ zegt ze. Daniel Haag-Wackernagel haalt bij wijze van antwoord nog een model uit de boekenkast achter hem. Daarop zijn kleine gouden puntjes getekend – nauwelijks onderzochte kleine sensoren die in de huid van de clitoriseikel en –voorhuid, en ook in de kleine schaamlippen zitten. Bij vibratie of aanraking geven ze lustsignalen door aan de hersenen.
De lijst van structuren in de genitale zone van de vrouw waarover opvallend weinig bekend is, laat zich waarschijnlijk moeiteloos uitbreiden – vaak in verband met een maatschappelijk debat, zoals bijvoorbeeld over het beroemde G-plekje.
‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor’
Helen O’Connell onderzocht het vaginale weefsel in 2017 op het bestaan van zo’n plek en vond geen aanwijzingen voor het bestaan ervan. Een ander voorbeeld is de strijd over de vraag of het door Freud gepostuleerde vaginaal orgasme uiteindelijk toch slechts een mythe is – en de clitoris het enige lustorgaan dat een orgasme kan oproepen.
Vaak gaat het in het wetenschappelijk debat daarover om anatomische structuren bij de vrouw die analoog zijn aan die van de man: ‘Wij staan als geslachten niet zover van elkaar af,’ zegt Daniel Haag-Wackernagel. ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor.’
Bij mannen bijvoorbeeld bevindt zich een tegenhanger van de vagina in de prostaat. Die op zijn beurt ook bij vrouwen te vinden is – een opeenhoping van klierweefsel om de urinebuis die in het anatomie-onderwijs vaak niet eens vermeld wordt, hoewel die verantwoordelijk is voor de vrouwelijke ejaculatie. Bij sommige vrouwen scheiden deze klieren bij het orgasme een melkachtige vloeistof af. Die secretie bevat – net als de mannelijke pendant – specifieke prostaatantigenen.
Dat, zegt Haag-Wackernagel, wisten onderzoekers eigenlijk al sinds de oudheid. Toch zijn de details van de vrouwelijke ejaculatie tot op heden nauwelijks onderzocht.
Als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse
Met moderne methoden zou het goed mogelijk zijn deze hiaten in het onderzoek op te vullen. ‘Met MRI en ultrasone apparatuur kunnen we inmiddels de anatomie bestuderen bij levende proefpersonen,’ zegt Helen O’Connell. Maar de blinde vlek blijft. En dat heeft gevolgen. ‘Anatomie is een basiswetenschap voor veel andere medische disciplines,’ zegt ze.
Disciplines waarin deze basiskennis dan ontbreekt. Zoals chirurgie. Veel zenuwen in het vrouwelijk onderlijf kunnen bij operaties beschadigd raken – bijvoorbeeld bij ingrepen aan de urinebuis, de bekkenbodem of de baarmoeder. ‘In het bekken ligt alles heel dicht bij elkaar,’ zegt Ricarda Bauer, uroloog aan de universiteitskliniek in München. Maar als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse. Zenuwen die bij operaties beschadigd of doorgesneden zijn, kunnen er dan in het ergste geval toe leiden dat een vrouw geen opwinding meer voelt of geen orgasme meer kan krijgen.
Inderdaad werden seksuele stoornissen na operaties bij vrouwen lange tijd als bijkomende schade voor lief genomen, zegt Ricarda Bauer. ‘En anders dan bij de man, bij wie na een ingreep standaard naar erectiestoornissen wordt geïnformeerd, vragen veel collega’s na een operatie bij vrouwen nog altijd niet naar het seksueel functioneren.’
Anticensuur
Maar de chirurgen zijn niet de enigen met gebrekkige kennis. Er zijn opvallend veel gynaecologen, psychologen en seksuele therapeuten die de workshop over de anatomie van de vrouwelijke lustorganen van Daniel Haag-Wackernagel bezoeken. Velen van hen behandelen stoornissen in de opwinding en de lustbeleving van vrouwen zonder genoeg geleerd te hebben over de daarvoor verantwoordelijke organen. En het grote aantal vrouwen dat zulke klachten heeft – vermoedelijk de helft van de vrouwen – doet vermoeden dat er niet altijd een psychologische, maar soms ook een tot op heden onbekende lichamelijke oorzaak achter kan zitten.
En afgezien van operatie- en spreekkamers ontbreekt het in het bijzonder ook jonge mensen aan kennis over hun eigen lichaam en dat van hun seksuele partners. Want details over de geslachtsorganen van de vrouw die ontbreken in de vakliteratuur, duiken ook in de biologie- en voorlichtingsboeken niet meer op. Het ontbreekt leraren aan geschikt lesmateriaal, zegt Haag-Wackernagel. In de les seksuele voorlichting gaat het dan over de penis, de vagina en de baarmoeder, maar niet over de clitoris, en daarmee ook niet over de vrouwelijke lust. Dat blijft een taboethema – en het onderzoek laat dat liever onaangetast. ‘Er moet een grote verandering komen,’ zegt Helen O’Connell.
Anticensuur
Een soort anticensuur in de literatuur, zoals Daniel Haag-Wackernagel die verlangt, zou een begin kunnen zijn: geen leerboeken meer zonder een verantwoorde afbeelding van de clitoris. In elk geval neemt de kwaliteit van de afbeeldingen in de grote anatomiewerken na al die jaren weer toe, volgens de Zwitserse bioloog. En ook in kunst en cultuur komt het orgaan steeds vaker voor. Op het internet zijn bakvormpjes en bedeltjes in de vorm van de vagina te vinden. ‘Na 2000 jaar dominantie van het fallussymbool,’ zegt Haag-Wackernagel, ‘is het hoog tijd om de clitoris bekender te maken.’
Een dwarsdoorsnede van het bekken van de vrouw uit een hedendaagse anatomie-atlas. Van links naar rechts zijn te zien: de ruggengraat met de wervels, de aangesneden darmlussen met de overgang naar het rectum, de vagina met de verbinding naar de dikwandige baarmoeder en de erboven liggende eileider en de blaas als een groot hol orgaan. Ook nu nog tonen veel leerboeken de clitoris slechts vaag en onvolledig. In dit voorbeeld is ze afgebeeld als een kleine, liggende L.
3-D model: prof. dr. Daniel Haag-Wackernagel en Amos Haag
Het zogenaamde bulbo-clitoraal orgaan 1 t/m 8 is opgebouwd uit verschillende, nauw met elkaar verbonden structuren. Onder het orgaan liggen de urinebuis (9) en de schede (10). De clitoriale zwellichamen (4) alsook het opgaande en neergaande deel van het clitorislichaam (5 en 6) bestaan uit zwellichamen zoals die ook in de penis voorkomen. Die worden bij seksuele opwinding door het opstuwen van bloed eveneens hard: net als bij de man, komt het tot een erectie.
De sponsachtige lichamen, waartoe de clitoriseikel (1), het RSP (2) en het voorhof zwellichaam (3) behoren, vullen zich gedurende de opwinding ook met bloed, maar blijven zacht omdat daar een vast bindweefselomhulsel ontbreekt. De voorhof zwellichamen zetten bij seksuele opwinding uit en omklemmen de vagina. De enige van buiten zichtbare structuur van het bulbo-clitoraal orgaan is het voorste deel van de clitoriseikel, doorgaans vaak als ‘clitoris’ of ‘kittelaar’ aangeduid. Dat zit als een kapje op het eind van het neergaand clitorislichaam (6).
Met zijn ongeveer 8000 zenuwuiteinden is het de centrale structuur voor de vrouwelijke opwinding. Bij het orgasme persen de spieren van de clitorale zwellichamen (4) en het voorhof zwellichaam (3) ritmisch bloed via het zogeheten Kobelts adercomplex (8) in het clitorislichaam (5-7) en de clitoriseikel (1).
Een soortgelijk effect veroorzaakt het stoten met de penis bij het geslachtsverkeer: ze drukken het voorhof zwellichaam (3) en de clitorale zwellichamen (4) samen en stimuleren via de verhoogde druk de talrijke aanwezige ‘lustreceptoren’. Dit neemt de vrouw waar als seksuele opwinding.
Hoe het vrouwelijk lustorgaan uit het standaardwerk verdwijnt
Vroeg meesterwerk
‘De mannelijke en vrouwelijke lustorganen van de mens en enkele zoogdieren in anatomisch en fysiologisch opzicht’: zo luidt de uitvoerige titel van het onderzoek dat de anatomieprofessor Georg Ludwig Kobelt al in 1844 publiceerde.
De hier afgebeelde tekeningen van Kobelt laten de zwellichamen van de clitoris zien in zij-aanzicht, ingebed in het bek (boven), en frontaal (onder), alsook een op het eerste gezicht aan de penis herinnerende, tot dan toe unieke, zeer gedetailleerde vergroting met bloedvaten en zenuwen.
De clitoris in Gray’s Anatomy
In de uitgave van de in 1858 voor het eerst verschenen anatomie-atlas, genoemd naar de uitgever, de anatoom Henry Gray, geïllustreerd door Henry Vandyke Carter, komt de afbeelding van de clitoris in de dwarsdoorsnede van het vrouwelijk bekken in hoge mate overeen met wat Georg Ludwig Kobelt vier decennia daarvoor had ontdekt: de van buiten zichtbare clitoriseikel en de verborgen liggende clitorislichamen zijn ingetekend, het clitoris zwellichaam is tenminste aangeduid.
1901: Een klein knopje
Vagina en uterus blijven, het lustorgaan krimpt: aan het begin van de twintigste eeuw is in het standaardwerk van de anatomie van de oorspronkelijke afbeelding van de clitoris in dwarsdoorsnede nog slechts een kleine welving aan de voorkant overgebleven. Die komt ongeveer overeen met het deel van het orgaan dat van buiten zichtbaar is. De anatomisch correcte grootte en vorm van de clitoris zijn niet meer te zien.
1913: Geen spoor meer
Zelfs het kleine, als clitoris aangeduide bultje uit de vorige uitgave is verdwenen. In deze uitgave van de anatomie-atlas ontbreekt in de betreffende afbeelding elke verwijzing naar het vrouwelijk lustorgaan. Ter vergelijking: in deze uitgave van Gray’s Anatomy treffen medische studenten en artsen nog steeds wel uitvoerige afbeeldingen van de penis aan.
Zelfs feministen ging de leer van Betty Dodson (90) in de jaren zeventig te ver. Essentieel voor haar boodschap is een volledige afwijzing van romantische liefde. Het gaat om plezier, en om een actieve deelname daaraan. Een interview met een subversieve ‘seksgoeroe’.
Wat is er voor nodig om Gwyneth Paltrow te doen blozen? Niet veel meer, zo blijkt, dan expliciete instructies om haar bekkenbodem te versterken. Haar leraar, Betty Dodson, de kunstenaar die seksueel voorlichter werd en evangelist voor vrouwelijke zelfstimulatie, predikte de voordelen van de Kegel-achtige oefening die volgens haar helpt bij het verkrijgen van een orgasme. ‘Omhoog, knijpen, loslaten,’ zegt ze, waarmee ze Paltrow, verkoper van een kaars van $ 75 met de naam This Smells Like My Vagina, van haar kaaklijn tot haar voorhoofd roze doet kleuren.
Die scène, uit The Goop Lab op Netflix, een inkijk in de millennial-vriendelijke levensstijl van Paltrow, was een mijlpaal voor Dodson. Nooit eerder sinds ze een halve eeuw geleden vrouwen begon te onderwijzen hoe ze tot een hoogtepunt kunnen komen, was ze zo zichtbaar en ook zo relevant. ‘Er zijn inmiddels jongere goeroe’s,’ zegt Annie Sprinkle, de pornoster uit de jaren zeventig die seksuele voorlichter werd en al jarenlang lesheeft van Dodson, ‘maar tegen Betty kunnen ze nog altijd niet op.’
Vuurwerk
Dodson, die al ‘disruptor’ was voordat die term in trek raakte, verkondigt al sinds de jaren zeventig consequent haar seksuele idealen en moedigt deelnemers aan haar Bodysex-workshops aan om plaats te nemen op haar vloerbedekking en elkaars vulva’s te bestuderen, waarna ze een lesje effectief masturberen krijgen.
Zelfs voordat de stad New York met ‘U bent zelf uw veiligste sekspartner’ begon te adverteren, stond Dodson, nu negentig, weer volop in de aandacht. Haar boodschap verspreidt ze via de handleiding die ze in 2017 samen met Carlin Ross schreef, Bodysex Basics, en via een heruitgegeven versie van haar memoires uit 2010, Sex by Design: The Betty Dodson Story; in de populaire workshops die ze elke maand houdt in haar appartement in Midtown Manhattan (momenteel vervangen door online groepschats); in de erotische kunst waar het allemaal mee begon (haar beelden van copulerende partners worden binnenkort tentoongesteld in het Museum of Sex (als en wanneer het heropent), waar ze een van de adviseur is); en op dodsonandross.com, de website die ze samen met Ross, haar 46-jarige zakenpartner en troonopvolger onderhoudt.
Op The Goop Lab ligt Ross op haar buik in een verduisterde kamer. Dodson staat over haar heen gebukt, helpt haar haar geslachtsdelen in te smeren met olie, demonstreert haar een massagetechniek en mompelt zachtjes terwijl ze Ross naar een climax begeleidt.
Niet dat daarvan iets is te zien. Afgezien van wat versnelde ademhaling en zacht beven, leek haar ervaring geenszins op het auditieve en visuele vuurwerk dat lange tijd een steunpilaar vormde van heteroseksuele pornografie.
‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien’
Als het tam overkwam, zegt Ross, ‘is dat is omdat het geen demonstratief orgasme was’.
We spraken haar, voordat het coronavirus New Yorkers isoleerde, in de slaapkamer en tevens kantoor waar zij en Dodson hun projecten schrijven en plannen.
Een vergulde, gevleugelde penis, een van de curieuze onderscheidingen die Dodson kreeg, neemt een ereplaats in op de hoge plank van een boekenkast die verder bezaaid is met zelf uitgebrachte videocassettes zoals Viva la Vulva en werken als Sex for One: The Joy of Self-Loving, haar baanbrekende handleiding uit 1987 over vrouwelijke masturbatie.
Dodson draagt een slordige badjas, met op de borstzak de letters BAD, ‘mijn initialen, Betty Anne Dodson,’ zegt ze met een grijns. Dan gaat ze verder.
Natuurlijk kan een orgasme soms luidruchtig zijn. ‘Maar gewoonlijk komen de geluiden veel meer uit de keel, zijn ze dieper, dierlijker,’ zegt ze. ‘De benen trillen, het hele lichaam trilt. Ik heb dat nog nooit in pornografie gezien.’
Waarom voelen zoveel vrouwen zich dan verplicht om een show op te voeren met een soundtrack van gekreun en oorverdovend geschreeuw? ‘De jongens willen geen echte orgasmes zien, ze willen het porno-orgasme,’ zegt Dodson droogjes. ‘Het is een ego-ding. Ze willen zien wat voor effect ze hebben op een vrouw.’
‘Een echt orgasme,’ voegt ze eraan toe, waarbij ze zich naar me toe bukt om haar woorden nadruk te geven, ‘houdt een vrouw voor zichzelf, waar het ook vandaan komt.’
Actieve deelnemer
Het staat centraal in haar onderwijs. Ze beveelt vrouwen ‘You’ve got to run’-geslachtsgemeenschap aan: neem de leiding, dat wil zeggen, word een actieve deelnemer aan je eigen plezier. Als je met een partner bent, ‘laat die dan doen wat je wilt,’ blaft ze zowat. ‘Gebruik het standje dat jij wilt.’
Handmatig of op batterijen, masturbatie is volgens haar de hoeksteen van seksuele bevrediging, een katalysator voor plezier en, meer dan dat, de betrouwbare basis van sociale en emotionele onafhankelijkheid.
‘Mijn instinct zei me’, schrijft ze in haar memoires, ‘dat seksuele mobiliteit hetzelfde is als sociale mobiliteit. Iets wat mannen hadden en vrouwen niet.’
Haar overheersende houding, subversief en zelfs opruiend in de vroege jaren zeventig, sprak niet alle feministen aan. Sommigen vonden haar aanpak te mechanisch en afstandelijk. Ze waren bovendien veel te druk met het benadrukken van de misstanden en vernederingen die mannen veroorzaakten. ‘Ze waren altijd aan het klagen,’ herinnerde ze zich getrouw.
Ze reageerde onverschrokken met een soort seksuele bewustwording; essentieel voor haar boodschap was een volledige afwijzing van romantische liefde. ‘Romantiek is zo serieus,’ zegt ze. ‘Ik neem afstand van dat paradigma, waarin ik van jou moet houden en jij van mij.’
Ross stemt ermee in: ‘Seks kan speels zijn, gewoon zo van: “Laten we wat plezier hebben”.’
Dodsons openbaring kwam in de nasleep van een woelig en op seksueel vlak lauw huwelijk in de vroege jaren zestig met reclameman Frederick Stern. Het echtpaar had geen kinderen, en Dodson, die opgroeide met drie broers en zussen, was ook niet van plan om ze in de toekomst te krijgen. ‘Ik heb gezien wat mijn moeder heeft moeten doorstaan,’ zegt ze. ‘Het is de meest ondankbare taak ter wereld.’
‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi’
Ze was vrij om te experimenteren en verkende groepsseks met vrouwen en mannen met als doel, zei ze in 1970 in een interview met The New York Times, om jaloezie en bezitterige gevoelens los te laten, om ‘te begrijpen dat ik van meer dan één persoon zou kunnen houden’.
Op een gegeven moment was de betovering eraf. ‘Georganiseerde groepsseks is een soort bowlingtoernooi,’ zei ze destijds. ‘Het is nogal gedwongen – en een beetje hectisch. Het is raar.’
Van een kleine schikking na haar scheiding financierde ze de eerste van de seksworkshops voor vrouwen die haar broodwinning en roeping zouden worden. Ze spoorde de vaak schichtige deelnemers aan om zich uit te kleden, hun lichaam te ontdekken en zich te onderwerpen aan onder meer clitorale massage en het gebruik van de Magic Wand, de ietwat logge maar zeer efficiënte vibrator die ze promoot en verkoopt via haar website.
Met haar achterovergekamde witte haren en alwetende houding doet Dodson denken aan Dr. Ruth Westheimer, de gezellige, vermakelijke seksgoeroe uit de jaren tachtig. Dodson ziet het niet zo. ‘Dr. Ruth is als je grootmoeder met een grappig accent,’ placht ze te zeggen. ‘Je luistert nooit naar wat ze zegt.’
Maar de vergelijking klopt – tot op zekere hoogte, zegt Sprinkle: ‘Dr. Ruth is veilig, terwijl Betty verkennender is, een progressieve ontdekkingsreiziger op het gebied van seksualiteit. Ze heeft het soort ervaringen dat zelfs haar jongere volgers nooit zullen hebben.’
Een enorme betonnen sculptuur die eruitziet als een menselijke vulva heeft voor opschudding gezorgd in Brazilië. Het 33 meter lange handgemaakte stuk is het werk van beeldend kunstenaar Juliana Notari, die het op een heuvel bij de Usina de Arte, een landelijk kunstpark in de staat Pernambuco, in het noordoosten van Brazilië, heeft geïnstalleerd. Notari plaatste op 30 december op Facebook een bericht over het werk, getiteld Diva, waarin ze uitlegde hoe meer dan 20 mannen aan het handgemaakte beeldhouwwerk werkten, dat 16 meter breed en 6 meter diep is. In de post gaf ze aan dat het werk bedoeld was om ‘de relatie tussen natuur en cultuur in onze fallocentrische en antropocentrische westerse samenleving aan de kaak te stellen’ en de ‘problematisering van gender’ onder de aandacht te brengen. (Lees verder op bijvoorbeeld CNN.)
Dodson, van huis uit kunstenaar, heeft een personage ontwikkeld dat tegelijkertijd nors, sarcastisch en geniaal is, en ze is een ster in wrange grapjes. Sinds ze vorige maand na een routinecontrole een goede-gezondheidsverklaring van haar arts heeft gekregen, is ze voor het eerst sinds jaren weer gaan met roken.
‘Waarom niet?’ roept ze uit. ‘Ik heb het eeuwige leven.’ Maar als Ross zegt dat ze er wanneer ze maar wil een op kan steken, staart ze nors voor zich uit. ‘Ik bepaal zelf wel wanneer ik rook.’
Een vorm van zelfzorg
Hoe baanbrekend ze destijds ook waren, haar lessen zullen jonge vrouwen, die opgroeiden met popidolen als Miley Cyrus, Nicki Minaj en anderen die zichzelf in video’s en op het concertpodium strelen, nauwelijks schokken.
Ook in hun teksten is zelfstimulatie haast net zo routineus als een uitstapje naar het winkelcentrum. ‘Oh what an ordinary day,’ zegt Annie Clark, professioneel bekend als St. Vincent, op ‘Birth in Reverse’, haar single uit 2014. ‘Take out the garbage, masturbate. . . ’ (‘Wat een doodgewone dag. De vuilnis buiten zetten, masturberen’.
De jongere generatie heeft bovendien direct toegang tot online gidsen zoals ‘Hoe masturbeer ik in vrouwelijke stijl: 8 stappen naar een orgasme’. De instructies zijn, zoals de auteur schrijft, handig ‘omdat iedereen het vermogen zou moeten hebben om zichzelf te bevredigen.
Een soortgelijke bewering doet Flo Perry, een 27-jarige Britse schrijver en illustrator, die How to Have Feminist Sex: A Fairly Graphic Guide schrijft dat masturbatie een ‘vorm van zelfzorg’ is.
Toch lijken sommige jongere vrouwen de voorkeur te geven aan de hands-on-benadering van Dodson. Haar online lessen zitten vol met vrouwen tussen de 24 en 40, vertelt Ross. Sommigen daarvan worden misschien aangetrokken door de bozige toon uit Dodsons boeken en haar onverbloemde manier van spreken.
Ze noemt als voorbeeld een verhaal in haar memoires waarin een oudere vriend handtastelijke avances maakt naar haar beste vriendin. Ze grist een mes van een snijplank en sist: ‘Je kunt hier maar beter weggaan voordat ik dit mes in je maag douw.’
‘Mannen zijn zo tweedimensionaal. Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest’
Maar op andere momenten is Dodson juist weer verbijsterend meegaand. Zo beschrijft ze ook een ontmoeting in de achtertuin met een halfgeklede vreemdeling, die haar van achter besloop. Ze voelde dat hij op het punt stond toe te slaan, draaide zich om, maakte zijn riem los, duwde hem in een stoel en beklom hem.
Het is, helemaal in het #MeToo-tijdperk, enigszins bevreemdend om te lezen. De schijnbaar dienende houding van Dodson komt haast over als ketterij. Maar ze staat er nog altijd achter. ‘Tenzij je een getrainde vechter bent,’ zegt ze, kun je een een man tijdens een aanval zelden verslaan. Mannen zijn groter en sterker. Wat je motivatie ook is – vechten werkt niet.’
Ze stelt zich vaak afwijzend op ten opzichte van het andere geslacht. ‘Mannen zijn zo tweedimensionaal,’ zegt ze. ‘Als er al iets interessants aan ze is, komt dat door de vrouwen met wie ze zijn geweest.’
25-jarige minnaar
Ross brengt Dodson in herinnering dat ze halverwege de zeventig een 25-jarige minnaar had met wie ze tien jaar samenwoonde. Als Dodson eraan terugdenkt begint ze te schitteren.
‘Hij was zo mooi,’ zegt ze tussen twee weemoedige trekjes van een Marlboro Light door. ‘Hij had het perfecte lichaam, brede schouders, grote geslachtsdelen en strakke botten. En oh, hij rook zo lekker – die jeugd, en veel zeep en water.’
‘Partnerseks, dat is nu voorbij,’ gaat ze verder. ‘Al zou ik een knappe kerel niet afwijzen als hij nu binnenkwam.’
Zonder partner zijn is geen reden om het veld te verlaten, voegt ze er op zakelijke toon aan toe, en ze vertrouwt me toe dat ze nog steeds af en toe marihuana rookt (‘Zonder zou ik hier niet meer zijn’), wat wel eens als opmaat kan dienen voor een incidentele partij soloseks.
Het heeft geen zin om achterover te leunen en te hopen dat de lust je bevangt. ‘Het verlangen komt pas als je opgewonden bent,’ zegt ze. ‘Wacht niet tot de geest je aanspoort, want dat gaat niet gebeuren.’
Afrika heeft het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld, maar slechts 2 procent van het durfkapitaal gaat naar vrouwen. En dat geldt voor de VS ook. Terwijl vrouwen betere investeringen doen in de gemeenschap.
Als Tokunboh Ishmael door de straten van Lagos, de economische hoofdstad van Nigeria, liep, zag ze overal waar ze keek vrouwen zaken doen. Ze dreven kraampjes waar ze donuts frituurden of vleesspiesjes roosterden. Ze toverden achter naaimachines eigen ontwerpen tevoorschijn en liepen door de beruchte Nigeriaanse verkeersopstoppingen, waar ze de gefrustreerde automobilisten luchtverfrissers of opblaasbare zwembadspeeltjes verkochten. Maar binnen, in de glanzende, airconditioned kantoren waarin zij als bankmedewerker en later als vermogensbeheerder werkte, zag ze een heel ander beeld.
Afrika mag dan het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld hebben, er bestaat op het continent een investeringskloof van zo’n 42 miljard tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers, volgens cijfers van de African Development Bank. Zo ontvingen Afrikaanse startups in 2018 zo’n 725 miljoen dollar aan kapitaal van durfinvesteerders. Daarvan ging maar 2 procent naar ondernemingen van vrouwen.
Van en voor vrouwen
Ishmael maakt deel uit van een groeiende groep vrouwelijke investeerders in Afrika die hierin verandering probeert te brengen door welbewust te investeren in bedrijven van en voor vrouwen. Ze is directeur van vermogensbeheerder Alitheia Capital en richtte in 2016 het Alitheia Identity Fund op, dat tot doel heeft die verandering te bewerkstelligen. Tot nu toe heeft het fonds zo’n 70 miljoen dollar binnengehaald.
Dat is in moreel opzicht belangrijk en nodig, zeggen investeerders als Ishmael, omdat vrouwen hiermee toegang krijgen tot de bolwerken waarin de beslissingen worden genomen maar die voor hen altijd gesloten bleven. Maar het is ook gewoon een kwestie van verstandig zakendoen.
‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans,’ zegt Ishmael. Ze kende de cijfers: bedrijven van vrouwen groeien sneller, gaan efficiënter met geld om en maken meer winst dan bedrijven van mannen. Meer in het algemeen maakt diversiteit bedrijven creatiever en innovatiever. ‘Ik wil dat Nigeria het beste uit zichzelf haalt, en dat Afrika het beste uit zichzelf haalt, en dat lukt onmogelijk als ze het potentieel van vrouwen niet ten volle benutten.’
Het probleem bestaat niet alleen in Afrika. In de Verenigde Staten gaat zo’n 2 procent van de financieringen door durfinvesteerders naar vrouwelijke startup-teams. In het Verenigd Koninkrijk zweeft dat getal rond de 1 procent. En het probleem speelt nog meer bij vrouwen van kleur: in de VS krijgen zwarte vrouwelijke starters maar 6 van elke miljoen geïnvesteerde dollars.
Het probleem is volgens deskundigen dat vrouwen op geen enkel niveau toegang hebben tot investeringskapitaal, vermogensbeheer of zelfs meer traditionele vormen van lenen en investeren zoals bankleningen.
Hordes
‘Financiering is geen genderneutraal terrein,’ zegt Sharon McPherson, die al jaren in Afrikaanse bedrijven investeert en aan de businessschool van de universiteit van Kaapstad doceert. ‘Vrouwelijke investeerders en vrouwen met bedrijven die investeerders zoeken, begeven zich op een terrein dat nooit voor hen bedoeld was. Ze zwemmen tegen de stroom in, terwijl mannen met de stroom mee drijven.’
Vrouwen moeten allerlei hordes nemen om in die wereld mee te kunnen doen, zegt ze. Op microniveau bekeken heeft maar 37 procent van de Afrikaanse vrouwen een bankrekening, vergeleken met 48 procent van de mannen, en die kloof wordt steeds groter, zelfs nu vrouwen meer toegang tot financiering krijgen. Vrouwen zien er vaak van af om geld te lenen, niet alleen omdat ze worden ontmoedigd door degenen die het geld uitlenen, maar ook doordat het hun ontbreekt aan financiële kennis.
Kijk je naar het niveau van startups die financiering zoeken en gevestigde bedrijven die privaat kapitaal zoeken, dan zie je dat het vrouwen nog steeds moeite kost om serieus genomen te worden met hun ideeën, als gevolg van bewuste en onbewuste sekse-vooroordelen. Zo bleek bij een Harvard onderzoek in 2014 dat een pitchvoorstel gepresenteerd door een vrouwenstem minder kans maakte bij mogelijke investeerders dan een voorstel gepresenteerd door een mannenstem – ook al was de inhoud hetzelfde.
‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans’
Uit een ander onderzoek, in 2017, bleek dat vrouwelijke oprichters veel vaker ‘preventieve’ vragen over hun onderneming kregen, dat wil zeggen vragen over hun verlieskansen. Mannen kregen daarentegen meer ‘promotie’-vragen, over de ‘sterke kanten en winstmogelijkheden’ van hun onderneming, een type vragen dat gemiddeld zes keer zoveel aan investeringen opleverde.
Veel investeerders komen ook uit door mannen beheerste sectoren als technologie, mijnbouw en landbouw en zijn meer geneigd om daarin te investeren dan in ondernemingen voor producten of diensten gericht op vrouwen, zoals zwangerschapszorg, menstruatieproducten of make-up. En het netwerken dat nodig is om uiteindelijk zo’n deal te krijgen speelt zich nog steeds af in informele omgevingen waar vrouwen niet bij kunnen zijn of niet voor worden uitgenodigd, zoals golfwedstrijden en borrels na het werk.
Barrières
‘Vrouwen stuiten op onzichtbare barrières die mannen niet zien of waar mannen geen last van hebben,’ zegt ontwikkelingseconoom Nthabiseng Moleko, vicevoorzitter van de Commission for Gender Equality in Zuid-Afrika.
Daar kunnen investeringsfondsen als Alitheia IDF van Ishmael een rol spelen, door te zorgen dat geld welbewust naar bedrijven van en voor vrouwen gaat. In Ghana heeft Alitheia geïnvesteerd in Innovative Microfinance, een bedrijf dat kleine leningen verstrekt aan mensen op het Ghanese platteland die geen bankrekening hebben, voornamelijk vrouwen met een klein bedrijf zoals een marktkraam.
En in Nigeria financierde Alitheia een door vrouwen gerunde tomatenpastafabriek, Tomato Jos. Zo’n 30 procent van de tomatenproducenten die aan het bedrijf leveren zijn nu vrouwen, volgens oprichter Mira Metha, en het bedrijf probeert dat getal omhoog te krijgen, onder andere omdat vrouwen meer zekerheid blijken te bieden.
‘Wij zien dat onze vrouwelijke landbouwers met hun winst grotere investeringen doen in hun gemeenschap’ dan de mannen, vertelt ze. Zo gebruiken ze hun geld bijvoorbeeld voor onderwijs aan kinderen en voor medische zorg. En wat betreft het verbouwen zelf zegt Metha dat de vrouwen met wie haar bedrijf werkt altijd de beste oogsten hebben: ‘Ze doen het gewoon elke keer weer beter dan de mannen.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.